CConstaterende datTytsjerksteradiel
Koppel je AI →
Document · PDF

04 - Bijlage 2 - Motivering BOPA Slachtedijk 8 Hurdegaryp (geanonimiseerd)

RAAD IT BESLUT 19 februari 2026, gemeente TytsjerksteradielBij agendapunt: Bindend advies uitbreiding tuincentrum Hurdegaryp (BOPA) (hammerstik)12.329 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hurdegaryp

,

Slachtedijk 8 (Uitbreiding

Tuincentrum De Florahoek)

Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving 10 december 2025

Hurdegaryp, Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De

Florahoek)

Onderbouwing effecten fysieke leefomgeving

COLOFON

Opdrachtgever

:

De Florahoek

Auteur

8

(geanonimiseerd) Tp

Rapportnummer

:24-133-1

Versie

:

Rev. 2.2

Datum

:

10 december 2025

INHOUDSOPGAVE 1 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4

Inleiding Aanleiding Projectgebied Het omgevingsplan Leeswijzer

1 1 1 2 4

2 2. 1 2. 2 2. 3

Projectbeschrijving Uitgangssituatie Voorgenomen ontwikkeling Inpassing bij omgevingswaarden

5 5 6 7

3 3. 1 3. 2 3. 3

Beleid en regelgeving Rijksbeleid en rijksregels Provinciaal beleid en provinciale regels Gemeentelijk beleid

9 9 10 11

4 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4. 1 Algemeen 4. 2 Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand 4. 3 M. e. r. -beoordeling 4. 4 Cultuurhistorische waarden 4. 5 Beschermen van gezondheid 4. 6 Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering 4. 7 Geluidaandachtsgebieden 4. 8 Luchtkwaliteit 4. 9 Bodemkwaliteit 4. 10 Verkeer en parkeren 4. 11 Omgevingsveiligheid 4. 12 Natuur 4. 13 Waterparagraaf 4. 14 Kabels leidingen en beperkingsgebieden

13 13 13 13 14 16 16 17 18 18 19 20 21 23 24

5 5. 1 5. 2 5. 3

Uitvoerbaarheid Algemeen Maatschappelijke uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid

25 25 25 26

6 6. 1 6. 2 6. 3

Afweging en conclusie Algemeen Afweging Conclusie

27 27 27 27

,

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Archeologisch onderzoek Stikstofberekening Uitgangspunten wateradvies

1

Inleiding

1. 1

Aanleiding In het landelijk gebied direct ten noorden van Hurdegaryp en de provinciale weg N335 (NoarderOmwei) ligt het terrein van Tuincentrum De Florahoek. Het bedrijf wil de centraal gelegen showroom/winkelruimte uitbreiden en daarmee ook de parkeervoorziening. Het omgevingsplan van de gemeente Tytsjerksteradiel begrenst het bebouwingspercentage op het terrein op 10% wat ongeveer overeenkomt met de huidige oppervlakte aan bedrijfsgebouwen. Daarmee is de uitbreiding in strijd met het omgevingsplan. Omdat de parkeernorm is gekoppeld aan de oppervlakte van de gebouwen zijn ongeveer 25 extra parkeerplaatsen nodig. Het bestaande terrein is geheel ingericht als showtuin waarmee een uitbreiding binnen de huidige bestemming niet mogelijk is. Daarom is voorgesteld om een overloopparkeerterrein aan te leggen op de zuidwestelijke hoek van het naastgelegen agrarisch perceel. Deze komt daarmee buiten het toegedeelde gebied voor de functie (bestemmingsvlak) hetgeen eveneens mogelijk is op basis van het omgevingsplan. ,

,

,

,

De gemeente heeft laten weten in principe medewerking te willen verlenen aan het opstarten van een ruimtelijke procedure om dat mogelijk te maken. Hiervoor is een omgevingsvergunning Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit (Bopa) noodzakelijk en aangevraagd. Deze onderbouwing vormt een toelichting op de aanvraag omgevingsvergunning en toetst het bouwplan aan de geldende beleidskaders en instructieregels en aan en de voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten. ,

Onderdelen Bopa Voor de overgangsfase voor het omgevingsplan bevat artikel 12. 27a Bkl een beoordelingsregel voor opvolgende Bopa-vergunningverlening. Echter er is in dit geval een voldoende concreet bouwplan. Daarom wordt gelijktijdig met de aanvraag Bopa ook een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit aangevraagd. ,

,

1. 2

Projectgebied Het projectgebied betreft het perceel Slachtedijk 8 te Hurdegaryp. Het gaat om een terrein van 22. 000 m 2 dat direct ten noorden van Hurdegaryp aan de overzijde van de Noarder Omwei (N355) ligt. Ook een deel van het oostelijk gelegen agrarisch perceel valt binnen de begrenzing van het projectgebied. De ligging van het projectgebied is op een luchtfoto aangegeven in figuur 1. 1. ,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

1

Figuur 1. 1 1. 3

De ligging van het projectgebied

Het omgevingsplan Het projectgebied is geregeld in het Omgevingsplan gemeente Tytsjerksteradiel. Het gaat op moment van schrijven om het ‘tijdelijk omgevingsplan’ dat van rechtswege op 1 januari 2024 in werking is getreden en waarin primair de verschillende (ontwerp)bestemmingsplannen en de gemeentelijke verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving en de ‘Bruidsschat’ zijn opgeno,

,

men.

1. 3. 1

Bestemmingsplannen Het projectgebied valt binnen het op 27 juni 2013 vastgestelde bestemmingsplan Buitengebied 2013. Het terrein van het tuincentrum is hierin bestemd als ‘Detailhandel – Tuincentrum’. De gronden rondom het terrein waaronder de locatie van de voorziene parkeerplaatsen hebben de bestemming ‘Agrarisch – Cultuurgrond’. Verder is op het gebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Landschap (Open landschap) van toepassing. Een fragment van de verbeelding is weergegeven in figuur 1. 2. Het projectgebied hiermee met rood aangeduid. ,

2

,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

Figuur 1. 2

Fragment verbeelding bestemmingsplan

Strijdigheid Binnen de detailhandelsbestemming is een tuincentrum met daarbij behorende voorzieningen en bebouwing toegestaan. Voor bedrijfsgebouwen overkappingen en kassen geldt een bebouwingspercentage van 10%. Het bestemmingsvlak heeft een oppervlakte van 22. 000 m.2 Daarmee mag de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen 2. 200 m 2 bedragen. Het centraal gelegen bedrijfsgebouw heeft een oppervlakte van 1. 272 m 2 en in de zuidwesthoek staat nog 372 m 2 aan bedrijfsbebouwing (exclusief de bedrijfswoning en de daarbij behorende schuur). Verder staat er een overkapping van tijdelijke aard van 225 m 2 (pergola zonder zijwanden bedekt met polycarbonaat) midden op het verkoopterrein. Exclusief de overkapping beidt het plan ruimte voor het bouwen van 556 m.2 Het uitbreiding van de gebouwen met ongeveer 1. 100 m 2 is daarom in strijd met het bestemmingsplan. ,

,

Daarnaast is de beoogde parkeervoorziening binnen de agrarische bestemming niet toegestaan op basis van het bestemmingsplan. Parkeervoorzieningen zijn hier in ondergeschikte mate wel toegestaan maar dan ten behoeve van het agrarisch gebruik en niet als parkeerterrein bij een tuincen,

trum.

Activiteiten in het voor landschapswaarden beschermde gebied zijn niet direct strijdig maar wel aan voorwaarden gebonden. Deze hebben te maken met de cultuurhistorische landschappelijke en/of natuurwaarden van het gebied en de rust en de openheid van voor weidevogels geschikte gebieden. Op deze aspecten wordt in deze motivering getoetst. ,

,

1. 3. 2

Andere verordeningen Er zijn voor de locatie nog geen andere verordeningen opgenomen in het omgevingsplan.

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

3

1. 3. 3

De bruidsschat De bruidsschat bestaat uit ongeveer 600 regels uit het voormalige Activiteitenbesluit Bouwbesluit en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De regels hebben betrekking op een grote diversiteit aan onderwerpen zoals horeca detailhandel recreatie lozingen emissies van geluid geur en trillingen door bedrijven en bouwen. De regels zijn aangepast aan de terminologie van de Omgevingswet. Dit is beleidsneutraal of beleidsarm gedaan: de essentie van de regels is ongewijzigd. De gemeente heeft de taak om uiterlijk in 2032 alle bruidsschatregels te hebben verwerkt tot eigen regels of deze te laten vervallen. ,

,

,

,

,

,

,

,

1. 4

Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het project dat met de Bopa mogelijk wordt gemaakt. Daar wordt zowel de huidige of uitgangssituatie als de beoogde situatie beschreven en wordt ingegaan op de inpasbaarheid van dit project bij de zichtbare waarden. Vervolgens toetst hoofdstuk 3 dit project aan de omgevingsvisies en instructieregels van het rijk en de provincie en aan het gemeentelijk beleid. Hoofdstuk 4 vormt de beoordeling van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties waarbij de omgevingswaarden en milieu- en gezondheidsaspecten centraal staan. Vervolgens worden in hoofdstuk 5 de maatschappelijk en economische uitvoerbaarheid van het project besproken. Hoofdstuk 6 geeft een beknopte afweging en conclusie voor het verlenen van de Bopa. ,

,

,

4

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

2

Projectbeschrijving

2. 1

Uitgangssituatie Dit project heeft betrekking op het Tuincentrum de Florahoek bij Hurdegaryp. Het is een agrarisch familiebedrijf die sinds de jaren ‘60 gevestigd is op dit adres waaruit beginjaren ‘90 de kwekerij/verkoop van tuinplanten is ontstaan. Het bedrijf is vanaf toen stapsgewijs met medewerking van de gemeente uitgebreid tot de huidige situatie. De boerderij staat er nog en wordt geheel gebruikt als bedrijfswoning. Het westelijk deel van het perceel is hoofdzakelijk ingericht als privé en facilitaire ruimte met name voor opslag. ,

,

Met de aanleg van de Centrale As en daaraan gekoppeld de Noarder-Omwei is de bereikbaarheid en zichtbaarheid verbetert. De Slachtedijk waaraan het tuincentrum ligt is aangesloten op de ‘nieuwe’ rotonde van de Rijksstraatweg ten noordwesten van Hurdegaryp. ,

,

,

,

De omgeving ligt in een overgangsgebied van besloten gebied van de Noordelijke Wouden en open agrarisch gebied. De openheid van het veenweidegebied is een landschapswaarde die contrasteert met het verder besloten gebied van de Noorderlijke Wouden. Een luchtfoto van de locatie en de directe omgeving is weergegeven in figuur 2. 1.

Slachtedijk

Figuur 2. 1

Luchtfoto projectgebied

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

5

2. 2

Voorgenomen ontwikkeling De aanvraag omvat de uitbreiding van de showroom in westelijke richting met ongeveer 25 meter en een oppervlakte van 1. 100 m.2 De uitbreiding vindt plaats op het al verharde opslagterrein ‘achter’ de bebouwing en binnen de dichte beplantingsstructuur. Door de situering ontstaat een compacte clustering van de gebouwen en daarmee en minimale ruimtelijke impact. Met een uitbreiding van de bebouwing met 50% van de bestaande bebouwing is ook de uitbreiding van de parkeervoorzieningen nodig. Op het terrein is wel ruimte om hierin te voorzien maar dat zou afbreuk doen aan de huidige inrichting van de showtuinen en/of tot een onlogische inrichting van het perceel leiden. Daarom is voorgesteld om een overloopparkeerterrein op de agrarische kavel aan de oostzijde in het verlengde van het bestaande parkeerterrein aan te leggen. Om geen onnodig groot ruimtebeslag op de omgeving te leggen is gekozen om eerst uit te gaan van 25 parkeerplaatsen (een uitbreiding van ongeveer 50% van de bestaande parkeervoorziening) waarmee niet volledig wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. Naar verwachting is het parkeeraanbod met 75 parkeerplaatsen voldoende. Als dit in de praktijk onvoldoende blijkt kan geopteerd worden voor een verdere uitbreiding van de parkeervoorziening. Dat valt buiten deze aan,

,

,

,

,

,

vraag.

De beoogde situatie in het projectgebied is weergegeven in figuur 2. 2. Enkele aanzichten van de nieuwe bebouwing zijn weergeven in figuur 2. 3.

Figuur 2. 2

6

Nieuwe situatie projectgebied

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

Figuur 2. 3

2. 3

Enkele aanzichten bebouwing nieuwe situatie (boven naar onder: west-noord-zuidgevel)

Inpassing bij omgevingswaarden Voor de locatie en de omgeving daarvan zijn omgevingswaarden relevant. Het project vindt plaats buiten het bestaand stedelijk gebied binnen de landschappelijke kenmerken van het woudenlandschap. In de structuurvisie 'Grutsk op 'e Romte' heeft de provincie Fryslân het belang dat zij hecht aan goede verankeringen van ontwikkelingen in het landschap aangegeven. Op basis van de uitgangspunten uit deze structuurvisie is de voorgenoemde ontwikkeling getoetst. Het is van belang dat de ontwikkeling op een verantwoorde manier wordt ingepast in het landschap. Volgens de kaart bij de structuurvisie ligt het plangebied in de Noordelijke Wouden. Dit kenmerkende coulisselandschap ligt globaal tussen Leeuwarden Dokkum en Drachten. Ook de gemeente Tytsjerksteradiel heeft in het omgevingsplan ingezet op bescherming van de cultuurhistorische landschappelijke en/of natuurwaarden van het gebied. ,

,

,

,

,

In de regel worden die in de Noordelijke Wouden gedefinieerd door het besloten coulisselandschap met veel houtsingels. Echter voor het gebied ten noorden van Hurdegaryp gaat het om een contrasterend open veenweidegebied ingesloten tussen de beslotenheid van het gebied tussen Ryptsjerk en Munein en het coulisselandschap tussen Burgum en Damwâld. De overgang (contrast) van dichte gerichte verkavelingsstructuren van elzensingels en houtwallen op de zandgronden naar het open veenweidegebied en het kleigebied is een belangrijke waarde. Deze openheid is ook zichtbaar rondom het projectgebied en ook als omgevingswaarde opgenomen in het omgevingsplan. Het tuincentrum is hierin ingebed in een meer besloten zone langs de Slachtedijk en de Ottemaweg ligt. De kavel ten oosten van het projectgebied waar de overloop voor het parkeren is beoogd biedt wel een mooie doorzicht op het open veenweidegebied. Dit is weergegeven in figuur 2. 4. ,

,

,

,

,

,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

7

Figuur 2. 4

Aanzicht op de openheid oostelijk van De Florahoek

De provincie vraagt hier rekening te houden met de kwetsbare overgang en mogelijke ontwikkelingen situeren buiten deze kwetsbare overgang. Zoveel mogelijk open houden van de beneden de 0-NAP-lijn gelegen gebieden en dus zeer selectief omgaan met opgaande beplanting (ook langs wegen) is het uitgangspunt. Gelet op de functie van het parkeerterrein aan deze zijde als overloop van het bestaande terrein en de open karakteristiek van het gebied ligt het in de rede deze kavel zoveel mogelijk open te houden. Daarbij wordt het parkeerterrein ook zoveel mogelijk groen ingericht met doorlatende verharding om de zichtbaarheid daarvan wanneer geen auto’s zijn geparkeerd zoveel mogelijk te beperken. Voor het parkeerterrein geldt dat het beeld van het bestaande parkeerterrein (beukenhaag) met doorplant van halfhoog struweel / bosschage van streekeigen beplanting van het open gebied wordt doorgezet. Daarbij wordt gebruik gemaakt van inheemse varianten meidoorn vlier lijsterbes verspreid opgaand groen (bijv) zomereik schietwilg zwarte els. ,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

,

De uitbreiding van de bedrijfsbebouwing vindt plaats binnen de bestaande kenmerkende erf- en wegbeplanting en is daarmee vanuit het landschap niet tot nauwelijks zichtbaar. Daarmee is en gebiedseigen inpassing van het perceel gerealiseerd en dus voldaan aan de voorwaarde van een goede landschappelijke inpassing. Natuurvoorzieningen bij uitbreiding Florahoek is voornemens een aantal natuurvoorzieningen te treffen bij de uitbreiding van het pand. Er wordt namelijk veel waarde gehecht aan de biodiversiteit en Florahoek wel met de plannen bijdragen aan de leefomgeving van vogels vleermuizen en insecten. ,

Het bestaande pand beschikt over een rand waar zwaluwen en andere vogels kunnen broeden. Bij de uitbreiding van het pand zal onder het overstekende dak in de luwte ook een rand onder de dak oversteek worden gecreëerd zodat zwaluwen en andere vogels ook hier een geschikte nestplaats kunnen vinden. ,

Het nieuwe gebouw zal niet geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen omdat de omgeving niet rustig genoeg is. Daarom zullen wij vleermuizenkasten ophangen op een warme rustige plaats in de bomen op ons terrein zodat zij daar alsnog een geschikte leefomgeving kunnen vinden. Daarnaast worden insectenhotels aan de gevel geplaatst om onderdak te bieden aan diverse insectensoorten. Verder zijn hommelnesten gekweekt die in de aarde hun nesten maken en zo bijdragen aan de bestuiving van planten en bloemen in de omgeving. Met deze maatregelen draagt Florahoek bij aan een duurzame en natuurinclusieve inrichting van het terrein. ,

,

,

,

8

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

3

Beleid en regelgeving

3. 1

Rijksbeleid en rijksregels

3. 1. 1

Nationale omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken. Het doel is te kiezen voor slimme combinaties van functies uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur gezondheid milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. ,

,

,

Binnen de NOVI zijn 16 aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVEX-gebieden. Het projectgebied valt niet in één van deze gebieden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. ,

Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI heeft het NOVI geen directe implicaties voor de ontwikkeling en kan de voorgenomen ontwikkeling in algemene zin bijdragen aan de belangen uit het NOVI. Het NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen ontwikkeling. ,

3. 1. 2

Instructieregels Rijk (AMvB’s) Gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal besluiten in werking getreden. Het gaat om het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit. Het Bal stelt rijksregels aan (milieu)activiteiten het Bkl gaat voornamelijk over omgevingswaarden en beperkingengebieden (onder andere natuur en water) en het Bbl stelt regels aan veiligheid gezondheid duurzaamheid en bruikbaarheid van bouwwerken. In het Omgevingsbesluit staan regels over het bevoegd gezag voor omgevingsvergunningen over procedures handhaving en uitvoering en over het DSO. Het project wordt aan deze regels getoetst in hoofdstuk 4. ,

,

,

,

,

,

,

,

Voortbouwend op de hiervoor genoemde AMvB’s stelt de Omgevingsregeling eisen aan omgevingsplannen in aangewezen gebieden. Het gaat dan om beperkingengebieden van nationaal belang. Deze regeling volgt de voormalige Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) op. ,

Voor het projectgebied gelden geen specifieke beperkingsgebieden die relevant zijn voor het project.

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

9

3. 2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3. 2. 1

Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid en voorkomt leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden het behoud van de karakteristiek van de provincie door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving.

,

,

,

De provincie streeft verder naar meervoudig ruimtegebruik en natuurinclusief ontwikkelen. Ook het rekening houden met een veranderend klimaat bij nieuwe ontwikkeling een provinciale ambitie. De Provincie streeft naar ‘waterrobuust bouwen’. Dit houdt in dat gebouwen en straten op voldoende hoogte worden aangelegd en dat er voldoende ruimte is voor water in het plan. Paragraaf 4. 13 gaat hier verder op in. 3. 2. 2

Instructieregels provincie Het projectgebied valt binnen het werkingsgebied van de Omgevingsverordening provincie Fryslân. Deze onderbouwing beperkt zich tot hoofdstuk 2 ruimtelijk omgevingsbeleid voor zover relevant: ,

,

Artikel 2. 1 De omgevingsverordening gaat uit van het principe ‘Omgevingskwaliteiten als basis’. In een omgevingsplan (of afwijking daarvan) wordt aangegeven op welke wijze het plan rekening houdt met de archeologische waarden en de archeologische verwachtingswaarden waarbij gebruik wordt gemaakt van FAMKE. Paragraaf 4. 4 gaat hierop in. Voor projecten in het landelijk gebied wordt gemotiveerd op welke wijze het plan rekening houdt met de landschappelijke- en cultuurhistorische kernkwaliteiten zoals omschreven in Grutsk op ‘e Romte. Paragraaf 2. 3 beschrijft dit. ,

,

Artikel 2. 3 De omgevingsverordening vraagt bij nieuwe functies of uitbreiding van bestaande functies buiten het bestaand stedelijk gebied een onderbouwing van het principe van zuinig- en meervoudig ruimtegebruik. Hierbij wordt in elk geval een onderbouwing gevraagd waaruit tenminste blijkt dat de nieuwe functie voorziet in een behoefte en dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om gebruik te maken van een bestaand bouwperceel. En daarnaast dat de mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en indien mogelijk worden benut. ,

,

In dit geval wordt voorzien in een concrete behoefte van het ter plaatse gevestigde tuincentrum. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het bestaande bouwperceel. De nieuwbouw wordt geconcentreerd in het huidige functie-/bestemmingsvlak. De parkeervoorziening betreft wel een uitbreiding van dat vlak. De benodigde oppervlakte daarvoor kan niet worden opgevangen in het bestaande ruimtebeslag. Daarbij wordt ingezet op een groene en doorlatende verharding waarmee het geen optisch ruimtebeslag neemt op het landelijk gebied. Artikel 2. 4 De omgevingsverordening vraagt aandacht bij nieuwe functies of uitbreiding van stedelijke functies in het landelijk gebied om onderbouwing van de wijze waarop nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden in het plan bijdragen aan één of meerdere opgaven voor de leefomgeving zoals ,

10

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

,

energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie werkgelegenheid of het versterken van de biodiversiteit door het maken van slimme combinaties en het benutten van koppelkansen. ,

,

,

,

In dit geval maakt de aanvraag de groei van een lokaal gevestigd bedrijf mogelijk hetgeen ook een groei in de werkgelegenheid mogelijk maakt. Daarbij komt dat door de verkoop van groen in een als groene rustgevende parkvorm aangelegde omgeving veel mogelijkheden biedt voor biodiversiteit. Het wemelt in het park van de insecten vogels en andere dieren uit de omgeving. Hierop worden enkele aanvullingen gedaan in de vorm van natuurvoorzieningen. Paragraaf 2. 3 gaat hierop in. ,

,

,

,

Artikel 2. 5 Ook vraagt de Omgevingsverordening de effecten op gezondheid en veiligheid af te wegen wateroverlast of overstroming vanuit de Friese Boezem te voorkomen en te borgen dat waterrobuust wordt gebouwd. Hoofdstuk 4 beschrijft deze onderwerpen. ,

Artikel 2. 6 De Omgevingsverordening gaat verder uit van het bundelen van stedelijke functies in het bestaand stedelijk gebied. Er kan in beginsel alleen worden voorzien in uitbreiding van stedelijke functies in of aansluitend op het bestaande stedelijk gebied. Hiervan is in dit geval geen sprake. Op basis van artikel 2. 9 kan de uitbreiding van een bestaand niet-agrarisch bedrijf in het landelijk gebied worden toegestaan tot maximaal 50% van het bestaande bebouwde oppervlak en maximaal 50% van het bestaande functievlak. In dit geval is de bestaande bouwmogelijkheid aanwezig van 2. 200 m 2 (iets meer als de bedrijfswoning wordt meegerekend). Dit wordt uitgebreid met 1. 100 m 2 waarmee precies wordt voldaan aan de 50% voorwaarde voor het bebouwd oppervlak. Het ‘functievlak’ bedraagt 22. 000 m.2 Dit wordt uitbreid met een parkeerterrein dat feitelijk als overloopterrein wordt ingericht. Dit heeft een oppervlakte van 1. 000 m 2 en is daarmee 45% van het huidige functievlak. ,

,

,

3. 2. 3

Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het project in overeenstemming is met de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening van de provincie Fryslân.

3. 3

Gemeentelijk beleid

3. 3. 1

Welstandsnota Tytsjerksteradiel Het welstandsbeleid is opgesteld vanuit de overtuiging dat de lokale overheid het belang van een aantrekkelijke bebouwde omgeving dient te behartigen. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebiedsgericht. Het projectgebied valt in het welstandsgebied ‘Bebouwing BG – Open gebieden’. Het bouwplan is door de gemeente aan deze criteria getoetst met positief resultaat. ,

3. 3. 2

Natuur en Landschap De gemeente streeft naar behoud en versterking van de bestaande landschappen en de daarbij horende landschapselementen. Daarbij wordt gezocht naar meervoudig ruimtegebruik en koppelkansen. Bij nieuwe ontwikkelingen streeft de gemeente dan ook naar een plus voor bestaande landschappen door bijvoorbeeld ruimte te bieden aan biodiversiteit en water klimaatadaptatie en duurzaam energie- en materiaalgebruik. De bestaande ruimtelijke waarden en identiteit vormen de basis voor alle ontwikkelingen. ,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

,

11

De onderhavige ontwikkeling bouwt voort op bestaande kwaliteiten. De bebouwingsstructuur wordt zoveel mogelijk gerespecteerd en het nieuwe terrein wordt op een logische wijze in het landschap ingepast. Waar mogelijk wordt ingezet op een natuurinclusieve omgeving. Hoofdstuk 2 gaat hier nader op in. 3. 3. 3

Duurzaamheid De gemeente Tytsjerksteradiel wil in de top staan van de meest duurzame gemeenten en in 2040 energieneutraal zijn. De duurzaamheidsagenda van de gemeente geeft hier invulling aan en biedt een programma van projecten. In de duurzaamheidsagenda komen de volgende thema’s aan de orde: a. energietransitie b. duurzame mobiliteit c. circulaire economie d. biodiversiteit e. klimaatbestendigheid f. eigen organisatie en maatschappelijk vastgoed Onder andere door het stellen van beleidsregels aan inrichtingsplannen wordt bijgedragen aan deze doelstellingen. Deze regels zijn nog niet vastgesteld. In elk geval moeten de woningen voldoen aan de actuele hoge normen voor energieprestaties. Ook wordt ingezet op een waterrobuust en klimaatadaptief project met veel ruimte voor natuurinclusiviteit. Op die manier draagt het project bij aan de doelen van de duurzaamheidsagenda van de gemeente. ,

3. 3. 4

Gezondheid In de gemeente is een nota volksgezondheid vastgesteld. Het gaat om gezond wonen werken opgroeien en leven. De gemeenten zijn benieuwd wat voor inwoners belangrijk en over hoe hier samen aan gewerkt kan worden. Belangrijk is om de omgeving zó in te richten dat het uitnodigt tot gezond gedrag. En ook om naast een gezonde leefstijl ook te kijken naar onderwerpen als armoede participatie en leefomgeving omdat deze van invloed zijn op de gezondheid. ,

,

,

,

Dit project heeft op zichzelf geen raakvlakken met de nota volksgezondheid. In algemene zin wordt een zeer groen en ruim ondernemersmilieu gerealiseerd zonder risico op gezondheidsrisico’s zoals hittestress. ,

3. 3. 5

,

Conclusie Op basis van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat het project in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

12

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

4

Aspecten fysieke leefomgeving

4. 1

Algemeen In dit hoofdstuk wordt beschreven op welke wijze bij de activiteit rekening is gehouden met diverse aspecten van de fysieke leefomgeving en de evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aspecten sluiten aan op en dekken de onderdelen zoals genoemd in artikel 1. 2 Omgevingswet en de instructieregels uit het Bkl en de provinciale verordeningen (art. 8. 0b).

4. 2

Zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand

4. 2. 1

Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5. 129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8. 0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: 1. de behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en 2. als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien. ,

4. 2. 2

Toetsing en conclusie Allereerst is relevant of de ontwikkeling die het project mogelijk maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling is. Het project omvat de uitbreiding van een bestaand bedrijf met ongeveer 1. 100 m.2 De algemene lijn is dat bij uitbreidingen groter dan 500 m 2 sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval wordt voorzien in een concrete behoefte van het bedrijf. De locatie ligt buiten stedelijk gebied waarmee afgewogen moet worden of binnen het bestaand stedelijk gebied in de behoefte kan worden voorzien. Logischerwijs gaat dat niet bij een uitbreiding. Aangezien het gaat om de uitbreiding van het bedrijf binnen de bestaande bestemming is de stedelijk ontwikkeling niet zodanig dat een verplaatsing naar een locatie binnen bestaand stedelijk gebeid overwogen moet worden. Er wordt voldaan aan de 50% uitbreidingsgrens die door de provincie wordt gehanteerd. Er is daarmee sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. ,

,

,

4. 3

M. e. r. -beoordeling

4. 3. 1

Wettelijk kader Onderdeel van de beoordeling of een aanvraag om een Bopa volledig is is een toets aan de regels over een milieueffectrapportage. Dit gebeurt overeenkomstig paragraaf 16. 4. 2 van de Omgevingswet en afdeling 11. 2 van het Omgevingsbesluit. Of een besluit over een project-mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is wordt afgeleid uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob) in samenhang met de artikelen 11. 6 en 11. 8 van het Ob. ,

,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

13

De lijst bestaat uit vier kolommen waarbij in kolom 1 de betreffende projecten zijn benoemd in kolom 2 de mer-plichtige activiteiten zijn opgenomen in kolom 3 de mer-beoordelingsplichtige activiteiten. Kolom 4 geeft aan bij welke besluiten de project-mer-(beoordelings)plicht geldt. Waar een omgevingsplan wordt genoemd geldt dat ook een Buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt bedoeld. ,

,

,

4. 3. 2

Toetsing en conclusie Het project zou kunnen vallen onder de categorie J11 uit bijlage V van het Ob namelijk een stedelijk ontwikkelingsproject. Met dit project wordt een uitbreiding van de gebouwen binnen een bestaand bedrijfsperceel voorgesteld waarbij de impact op het milieu verwaarloosbaar is. De locatie is perceelsgebonden en heeft geen bovenregionaal verzorgingsgebied. Daarmee is het project niet aan te merken als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het besluit. Er is daarmee geen spraken van een m. e. r. plicht of m. e. r. beoordelingsplicht. Overigens blijkt uit de beoordeling in de navolgende paragrafen dat er geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. ,

,

,

4. 4

Cultuurhistorische waarden

4. 4. 1

Wettelijk kader Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten archeologische monumenten stads- en dorpsgezichten cultuurlandschappen en voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1. 1 van de Erfgoedwet. Ook in het Bkl wordt gesteld dat er rekening dient te worden gehouden met het behoud van cultureel erfgoed inclusief bekende of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten (art. 5. 130). Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. ,

,

,

,

,

,

4. 4. 2

Archeologie In de wet zijn archeologische resten beschermd. Het basisbeginsel van de archeologie is sinds 2007; behoud ‘in situ’ ofwel in de bodem op de plek zelf. Slechts bij hoge uitzondering worden nog archeologische opgravingen uitgevoerd. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische in bepaalde gebieden zijn op basis van landschappelijk historisch en archeologisch onderzoek archeologische gemeentelijke verwachtingskaarten opgesteld. Om de archeologische waarden voor het plangebied vast te stellen is de FAMKE geraadpleegd. Een fragment van deze kaarten is weergegeven in figuur 4. 1. ,

Figuur 4. 1

14

Fragment FAMKE Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

Voor de periode ijzertijd - middeleeuwen valt het projectgebied in het gebied waar het advies om bij ingrepen van meer dan 5. 000 m² een archeologisch onderzoek te verrichten. Voor de periode > steentijd – bronstijd valt de bouwlocatie in een gebied waar alleen bij grootschalige ingrepen (25 ha) onderzoek wordt gevraagd (groen). De aanleg van het parkeerterrein ligt in een zone waar bij ingrepen groter dan 2. 500 m 2 een onderzoekadvies geldt (oranje). De aanwijzing van de locatie als historische boerderijplaats komt niet terug in de FAMKE. Gelet op de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van deze boerderijplaats is er geen grote kans is op het aantreffen van sporen daarvan. ,

Dit project blijft ruim onder de adviesgrenzen. Het is daarom niet nodig om archeologisch onderzoek uit te voeren. Bovendien is bij een eerdere uitbreiding in 2009 voor het gehele perceel al een archeologisch onderzoek uitgevoerd waaruit geen beperkingen zijn gebleken. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Ook de locatie van de voormalige boerderijplaats is in dit onderzoek meegenomen. Als bij ingrepen toch archeologische resten worden aangetroffen geldt hiervoor een meldingsplicht bij de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). ,

4. 4. 3

Andere cultuurhistorische waarden Om na te gaan of sprake is van cultuurhistorische waarden in de omgeving is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Een fragment van deze kaart is weergeven in figuur 4. 2. Het projectgebied zelf is hierin gedeeltelijk aangemerkt als historische boerderijplaats (rood). Daarnaast komen in de omgeving diverse historische routes voor waaronder de Slachtedijk. De historische boerderijplaats is in het projectgebied niet meer als zodanig herkenbaar. Het gaat om een ouder boerderijerf dat achter de bebouwing is gelegen. De uitbreiding van de bebouwing binnen het terrein doet hieraan geen afbreuk. Ook de historische routes blijven als zodanig herkenbaar. Vanuit dit aspect bestaan dus geen belemmeringen voor het project. ,

,

,

Figuur 4. 2

Fragment CHK Fryslân

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

15

4. 5

Beschermen van gezondheid

4. 5. 1

Wettelijk kader Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit een belangrijk maatschappelijk doel van de Omgevingswet (artikel 1. 3 sub a). De aspecten veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit hangen nauw met elkaar samen. Gelet op de centrale rol van het gezondheidsaspect binnen de Omgevingswet wordt dit aspect breed gemotiveerd. Van belang is dat de kwaliteit van de leefomgeving door de activiteit verbetert of in elk geval niet (onevenredig) verslechtert. Omdat het bereiken en in stand houden van een gezonde fysieke leefomgeving een belangrijk doel is van de Omgevingswet bevat het Bkl een aantal instructieregels die specifiek de bescherming van de gezondheid en het milieu tot doel hebben. De instructieregels hebben onder andere betrekking tot de aspecten geluid geur trillingen luchtkwaliteit en bodem. Deze aspecten worden in de hiernavolgende paragrafen gemotiveerd. Deze paragraaf beperkt zich tot het beschermen van gezondheid in algemene zin. Dus op de vraag of er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het verlenen van de vergunning leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. ,

4. 5. 2

,

,

Toetsing en conclusie Met dit project hangen geen bijzondere omstandigheden samen waardoor het verlenen van de vergunning in potentie leidt tot ernstige nadelige of mogelijk ernstige nadelige gevolgen voor de gezondheid. Uit de navolgende paragraven blijkt dat er ook vanuit milieuaspecten geen risico’s voor de gezondheid optreden. ,

4. 6

Bedrijfsactiviteiten en milieuzonering

4. 6. 1

Wettelijk kader Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies maar ook om te zorgen dat bedrijfsactiviteiten niet worden beperkt. De VNG handreiking ‘Activiteiten en milieuzonering’ biedt hiervoor een handvat. Deze nieuwe uitgave (oktober 2024) gaat over activiteiten als bedoeld in de paragrafen 5. 1. 4. 2 (Geluid door activiteiten) en 5. 1. 4. 6 (Geur) van het Besluit kwaliteit leefomgeving waarvoor instructieregels zijn opgesteld. ,

,

In tegenstelling tot de eerdere uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) wordt niet uitgegaan van richtafstanden maar van de inpasbaarheid van de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur in een bepaald gebied (zones). Omdat de regeling vooral gericht is op het formuleren van regels in het omgevingsplan en deze implementatie nog niet heeft plaatsgebonden kan gebruik worden gemaakt van een in de handreiking opgenomen transponering (omzetting) van richtafstanden naar posities binnen zones. Hierbij wordt voor geluid onderscheid gemaakt tussen rustige woongebieden en gemengde gebieden. ,

,

Uiteindelijk moet bij gevoelige gebouwen worden voldaan aan de grenswaarden uit artikel 5. 65 Bkl en artikel 22. 63 van het Omgevingsplan (onderdeel Bruidsschat). In het Bkl worden de geur- en geluidgevoelige gebouwen en functies aangewezen die in ieder geval beschermd moeten worden.

16

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

Hieronder vallen ook gebouwen met een woonfunctie gebouwen voor onderwijs gezondheidszorg en kinderopvang. In het kader van de afweging van een evenwichtige toedeling van functies worden ook andere verblijfsobjecten beoordeeld. ,

4. 6. 2

,

,

Toetsing en conclusie Met de transponering van de VNG-lijst wordt niet langer uitgegaan van richtafstanden rondom inrichtingen maar van zones rondom milieubelastende activiteiten. Het gaat om afzonderlijke zones voor geur en geluid. Deze zones zijn gebaseerd op codes per activiteit. ,

Het tuincentrum valt in zone 1 (voormalig categorie 2) waarbij een richtafstand van 30 meter hoort. Binnen 30 meter vanaf het projectgebied zijn geen woningen van derden aanwezig. De bedrijfswoning valt buiten de bescherming. Het project heeft geen negatief effecten op het woon- en leefklimaat. Er is daarmee sprake van een verantwoorde milieuzonering. ,

4. 7

Geluidaandachtsgebieden

4. 7. 1

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid in relatie tot een hoge geluidbelasting zijn geluidaandachtsgebieden bepaald. Het omgevingsplan bevat op grond van en in overeenstemming met instructieregels waarden voor geluid (immissienormen) die leiden tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting onder de Omgevingswet is vooral een decentrale afweging. Gemeenten geven met het omgevingsplan voor elke locatie in de gemeente de gewenste geluidskwaliteit vorm. Geluid kan van grote invloed zijn op het woon- en leefklimaat van mensen en op hun gezondheid. Het Bkl bevat geluidsregels die via het omgevingsplan zullen gelden voor individuele bedrijven die geluid voortbrengen. Dit is aspect is behandeld in paragraaf 4. 6. Voor de andere belangrijke geluidsbronnen zoals industrieterreinen wegen en spoorwegen worden via de Aanvullingswet geluid en het Aanvullingsbesluit geluid regels toegevoegd aan de Omgevingswet en het Bkl. De regels voor geluid hebben een tweezijdige werking om de bescherming tegen geluidsbelasting vorm te geven. Enerzijds bij de aanleg of aanpassing van spoorwegen of industrieterreinen en anderzijds bij het mogelijk maken van nieuwe geluidsgevoelige gebouwen en locaties nabij een geluidsbron. ,

Voor provinciale- en rijkswegen geldt dat de provincie c. q. het rijk verantwoordelijk is voor geluid langs de wegen. Om de onbeheerste groei aan geluid tegen te gaan zal het systeem van Geluidproductieplafonds (GPP) worden gebruikt. Voor 2026 moeten de Geluidproductieplafonds worden vastgesteld. Zolang deze niet zijn vastgesteld blijft de Wet geluidhinder van toepassing. In tabel 5. 78t van het Bkl zijn standaardwaarden voor geluid op geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van wegverkeer opgenomen. Voor gemeentewegen is dit 53 dB (etmaalintensiteit). ,

,

4. 7. 2

Toetsing en conclusie Binnen het project worden geen geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Ook wordt geen zodanige verkeerstoename verwacht dat dit een effect heeft op woningen langs de ontsluitende wegen. Vanuit dit aspect bestaan daarom geen belemmeringen voor dit project.

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

17

4. 8

Luchtkwaliteit

4. 8. 1

Wettelijk kader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwaliteit instructieregels opgenomen in paragraaf 5. 1. 4. 1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO)2 en fijn10 stof (PM). De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5. 53 en 5. 54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM 10 niet hoger is dan 12 ug/m.3 Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. ,

,

4. 8. 2

Toetsing en conclusie In Fryslân zijn geen algemene knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit. Op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten blijkt dat in Burgum aan de wettelijke normen wordt voldaan. Met dit project wordt een uitbreiding van een bestaand tuincentrum gerealiseerd. Op basis van de berekening uit paragraaf 4. 10 leidt dit tot een verkeerstoename van 165 mvt/etmaal. Op basis van de NIBM-tool van de rijksoverheid is bepaald dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. De uitkomst van de NIBM-tool is weergegeven in figuur 4. 3.

Figuur 4. 3

NIBM-tool

4. 9

Bodemkwaliteit

4. 9. 1

Wettelijk kader Ter bescherming van de gezondheid en het milieu zijn voor het aspect bodem instructieregels in het Bkl opgenomen. De inhoud van deze regels is via het Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet opgenomen in paragraaf 5. 1. 4. 5 Bkl. Het aanvullingsbesluit bepaalt voor welke activiteiten kan worden volstaan met een melding. Er worden drie basisvormen van bodemgebruik onderscheiden: landbouw/natuur wonen en industrie. De kaders zijn gebaseerd op de risicogrenswaarden die voor de betreffende situaties zijn afgeleid. ,

18

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

De algemene doelstelling van het bodembeleid is het waarborgen van de gebruikswaarde van de bodem en het faciliteren van het duurzaam gebruik van de functionele eigenschappen van de bodem door in onderlinge samenhang: • beschermen van de bodem tegen nieuwe verontreinigen en aantastingen; • evenwichtig toedeling van functies aan locaties rekening houdend met de kwaliteiten van de bodem; • duurzaam en doelmatig beheren van de resterende historische verontreinigingen en aantastingen. ,

,

4. 9. 2

Toetsing en conclusie In het kader van de bouw van de bestaande showroom zijn bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de locatie voldoende is onderzocht. Deze onderzoeken zijn inmiddels gedateerd en moeten mogelijk worden geactualiseerd. Voor de bouwlocatie geldt overigens dat deze niet verdacht is voor bodemverontreiniging. De gemeente heeft bevestigd dat op deze locatie niet direct een bodemverontreiniging wordt verwacht gezien de activiteiten die er plaats vinden en het eerder uitgevoerde bodemonderzoek. Verder onderzoek is daarom niet nodig. ,

4. 10

Verkeer en parkeren

4. 10. 1

Wettelijk kader Verkeer en parkeren worden gezien als omgevingsaspecten in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. ,

4. 10. 2

Parkeren Op basis van het gemeentelijk parkeerbeleid wordt de parkeerbehoefte bepaald op basis van de kentallen van het CROW. Voor tuincentra geldt een norm van 28 parkeerplaatsen per 100 m 2 BVO waarbij de buitenruimte wordt meegeteld. In dat kader is De Florahoek lastig de kwalificeren en kwantificeren. Er is namelijk sprake van een zeer ruim opgezette showtuin waarmee de oppervlakte ongeveer 7. 000 m 2 bedraagt. De parkeerbehoefte zou daarvoor op ongeveer 200 parkeerplaatsen uitkomen. Dat wordt uitgebreid met ongeveer 1. 100 m 2 waarmee de parkeervraag in de nieuwe situatie 224 parkeerplaatsen is. ,

,

,

,

Op het terrein is onvoldoende ruimte om te voorzien in deze theoretische parkeerbehoefte zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke ruimte voor een kwalitatief hoogwaardige showtuin. Daarom wordt de parkeervoorziening buiten het bestaande terrein uitgebreid. Daarbij is in eerste instantie uitgegaan van een uitbreiding naar rato. In de bestaande situatie is er geen sprake van een parkeerknelpunt. Er is sprake van een uitbreiding met ongeveer 50%. Daarom wordt de parkeervoorziening ook met 50% uitgebreid met 25 parkeerplaatsen op een overloopparkeerterrein op de aansluitende agrarische kavel. Hier is wel ruimte om te voorzien in meer parkeerplaatsen maar vanuit het oogpunt van zorgvuldig ruimtegebruik is het vooralsnog ongewenst deze aan te leggen als niet wordt verwacht dat deze in de praktijk nodig zijn. ,

,

,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

19

,

4. 10. 3

Verkeersafwikkeling Op basis van de kentallen van het CROW zoals bepaald in Publicatie 381 uitgaande van de kentallen voor tuin- of groencentra in het buitengebied geldt een verkeergeneratie van ongeveer 15 mvt/etmaal per 100 m 2 BVO waarbij de buitenruimte meetelt. In dit geval wordt er 1. 100 m 2 toegevoegd waarmee de extra verkeersgeneratie in potentie met 165 mvt/etmaal is. Het totale verkeer voor het tuincentrum inclusief buitenruimte is ongeveer 7. 000 m 2 waarmee gerekend zou moeten worden met 1. 050 mvt/etmaal in de nieuwe situatie. Gelet op de specifieke aard en de praktijkcijfers is dit een overschatting. Uitgaande van hetgeen gesteld in paragraaf 4. 10. 2 zou op basis van kentallen uit worden gegaan van een turnover van de parkeerplaatsen van gemiddeld 47 per etmaal (1050/224). Er komen ongeveer 75 parkeerplaatsen. Dat zou betekenen dat er gemiddeld 353 auto’s van en naar de locatie rijden. Dit verkeer sluit via de bestaande ontsluiting vrijwel direct aan op de N355 waar het opgaat in het heersend verkeersbeeld. De ontsluitende wegen zijn voldoende gedimensioneerd voor de afwikkeling van dit verkeer. ,

,

,

,

,

,

,

,

4. 11

Omgevingsveiligheid

4. 11. 1

Wettelijk kader De hoofdlijnen van het wettelijk kader omtrent de externe veiligheid zijn opgenomen in instructieregels in afdeling 5. 1. 2 Bkl. In bijlage VII van het Bkl zijn activiteiten aangewezen als risicobronnen. Deze risicobronnen zijn van belang voor de regels over het plaatsgebonden risico en aandachtsgebieden. Het werken met aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s is een nieuwe manier van omgaan met het groepsrisico (artikel 5. 12 t/m 5. 15 Bkl). Een aandachtsgebied geldt van rechtswege. Deze worden vastgelegd in het Register Externe Veiligheid en zijn digitaal raadpleegbaar via de Atlas Leefomgeving.

4. 11. 2

Toetsing en conclusie Uit de kaarten van de Atlas Leefomgeving blijkt dat er in de directe omgeving van het projectgebied verschillende risicobronnen aanwezig zijn. Het gaat met name om beperkte vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor. Het projectgebied ligt grotendeels in het aandachtsgebied hiervan. Het gaat voor de nieuwbouw om het gifwolk aandachtsgebied. De ligging van dit gebied is weergegeven in figuur 4. 4.

Figuur 4. 4

20

Uitsnede Atlas Leefomgeving aandachtsgebieden omgevingsveiligheid ,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

Er zijn geen wettelijke beperkingen voor de uitvoering van het project in het aandachtsgebied. Wel wordt het groepsrisico verantwoord. Artikel 5. 15 van het Bkl stelt regels aan de verantwoording. Wanneer een kwetsbaar gebouw binnen het aandachtsgebied is geprojecteerd dan moet inzicht worden gegeven in de maatregelen die zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of worden gewaarborgd dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is. ,

De feitelijke risico’s zijn in dit geval zeer beperkt zowel in kans als in kwantitatief effect. Echter moet men zich bewust zijn van de risico’s. Er zijn geen realistische maatregelen denkbaar om het risico te beperken. ,

4. 12

Natuur

4. 12. 1

Wettelijk kader Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die waren opgenomen in de Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000gebieden regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). ,

,

4. 12. 2

Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen deel uit van Natura-2000 gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden is de Groote Wielen dat op 2 kilometer afstand ligt. De Groote Wielen is aangewezen voor verschillende vissoorten de Meervleermuis de Noordse woelmuis en een aantal vogelsoorten waaronder ganzensoorten en de Smient. Gelet op de afstand tot beschermde gebieden en de aard van de ontwikkeling zullen door de geplande werkzaamheden geen negatieve effecten optreden op de instandhoudingsdoelen van de Groote Wielen. ,

,

,

,

,

Stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000-gebieden onder druk door een overbelasting van stikstofdepositie. Dit geldt ook voor het Natura 2000-gebied de Alde Feanen dat op ruim 7 kilometer ten zuiden van het projectgebied ligt. ,

Vanuit het project worden in de gebruiksfase geen relevante emissies van stikstof verwacht. Wel is er mogelijk sprake van een toename van verkeer. Uitgaande van het gestelde in paragraaf 4. 10 wordt uitgegaan van 165 extra verkeersbewegingen. Maximaal 1% hiervan is zwaar verkeer. Dit is doorgerekend tussen het projectgebied tot aan de N355. De aanlegfase leidt tijdelijk tot een emissie van stikstof vanuit mobiele werktuigen en transport. In het kader van de aanvraag is een indicatieve stikstofberekening uitgevoerd naar de aanlegfase en de gebruiksfase van het gebouw. Voor het project wordt uitgegaan van een sloop-/bouwperiode van 6 maanden. Voor de aanlegfase is voor de berekening (worst-case) uitgegaan dat gedurende een half jaar (26 weken) 38 uur in de week ongeveer 75% van de tijd machine-inzet plaatsvindt ,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

21

met een gemiddeld verbruik van 12 liter per uur. Dit komt neer op 741 uren inzet en een diesel-

verbruik van 9. 000 liter. Hierbij is een gemiddeld AdBlue verbruik van 5% is op basis van verschillende bronnen representatief (450 liter). Het transport en verkeer van personeel en kleine leveringen is lager dan de verkeersbewegingen in de gebruiksfase namelijk 35 vrachtwagens en 353 (bestel)auto’s per dag. Een relatief klein aandeel hiervan blijft langer dan 2 uren op de locatie aanwezig waarbij rekening gehouden moet worden met een koude start. Uitgegaan wordt van 10% van het lichte verkeer (35 mvt/etmaal). ,

,

De aanlegfase en de gebruiksfase zijn in één berekening gecumuleerd. Daarmee is ook direct rekening gehouden met eventueel toegenomen transport binnen het bedrijf. Op basis van voorgenoemde uitgangspunten is een stikstofberekening uitgevoerd met rekenprogramma AERIUS 2024. 2. Deze berekening is opgenomen in bijlage 2. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen resultaten hoger dan afgerond 000 mol/ha/jaar zijn. Op basis daarvan wordt geconcludeerd dat het plan niet leidt tot negatieve effecten door een potentiële toename van stikstof op daarvoor gevoelige gebieden. Daarmee zijn ook effecten als gevolg van vermesting en verzuring uitgesloten. Vanuit de gebiedsbescherming bestaan er geen belemmeringen voor het project. ,

4. 12. 3

Soortenbescherming Op basis van bekende gegevens en de kenmerken van het project wordt verwacht dat er mogelijk beschermde vleermuizen algemene amfibieën algemene grondgebonden zoogdieren algemene ongewervelden en algemene beschermde (broed)vogels verwacht worden binnen het projectgebied. Deze soorten kunnen ook na de uitvoering van het project gebruik blijven maken van het projectgebied. De te ontwikkelen locaties hebben op zichzelf een lage ecologische potentie. Een foto van de bouwlocatie weergeven in figuur 4.5 toont dit aan. Het betreft een opslagterrein. Er is daarmee een laag risico op het verstoren of aantasten van verblijfplaatsen of leefgebied van beschermde soorten. Het uitvoeren van ecologisch onderzoek wordt daarom niet noodzakelijk geacht. ,

,

,

Figuur 4. 5

22

,

,

Foto’s bouwlocatie

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

Zorgplicht Bij de uitvoering van het project moet wel rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van beschermden soorten rondom de bouwlocatie. Het kan bijvoorbeeld gaan om broedvogels leefgebied van vleermuizen en kleine marters. De werkzaamheden moeten geheel buiten broedseizoen plaatsvinden zodat geen broedende vogels worden verstoord. Extra lichtverstoring op de omliggende bomen moet ook worden voorkomen zowel tijdens de bouw als in de nieuwe situatie is geen felle lichtuitstraling in de nacht toegestaan. Voor het uitbreiden van de parkeerplaats is het belangrijk dat de ruigte langs het water blijft bestaan. Dit is geschikt leefgebied voor kleine marterachtigen en mogelijk ook voor andere soorten. Ook hier geldt dat er geen extra lichtverstoring mag zijn. Aan deze voorwaarden wordt voldaan. Op die manier worden in de nieuwe situatie en tijdens de uitvoering conflicten met de natuurregelgeving voorkomen en is geen omgevingsvergunning Flora- en fauna-activiteiten nodig. ,

,

,

4. 13

Waterparagraaf

4. 13. 1

Wettelijk kader Het wettelijk kader is gericht op het verkrijgen van inzicht in de gevolgen voor de waterhuishouding die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt. Het wettelijk kader is afhankelijk van zowel gemeentelijk beleid als het beleid van het waterschap. Voor het inventariseren van de wateraspecten van een project wordt vaak een plan voor de waterhuishouding opgesteld of een plan met een andere benaming. In dit plan worden de wateraspecten niet alleen beschreven maar ook wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige maatregelen voor het project getroffen moeten worden. Hierbij vindt een toets plaats aan de waterkwaliteitsdoelstellingen uit de Kaderrichtlijn water. ,

De beschrijving van wateraspecten kan onderverdeeld worden in verschillende subparagrafen. In deze paragrafen wordt achtereenvolgens een beschrijving gegeven van de relevante wetgeving en beleid het opgestelde plan voor de waterhuishouding en volgens dat plan te treffen maatregelen. Hierbij worden de resultaten voorkomend uit het wateradvies betrokken. In dit kader is over het plan advies gevraagd bij de betrokken waterbeheerder. Hoe met dit advies is omgegaan wordt in deze paragraaf toegelicht. Indien het advies niet wordt opgevolgd dient de afwijking daarvan gemotiveerd te worden. ,

,

4. 13. 2

Weging van het waterbelang Het project ligt in het beheergebied van het Wetterskip Fryslân. Via de digitale watertoets is het project kenbaar gemaakt bij het wetterskip. Hieruit volgt dat de waterbelangen beperkt zijn. Er geldt een korte procedure voor de watertoets. De uitgangspuntennotitie is opgenomen in bijlage 3. Waterveiligheid Het projectgebied ligt niet binnen de beschermingszones van waterkeringen. De waterveiligheid is met dit project niet in het geding. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Kansen moeten benut worden om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken ,

Hurdegaryp , Slachtedijk 8 (Uitbreiding Tuincentrum De Florahoek) 24-133-1 | Rev. 2. 2

23

tegen hevige regenbuien , periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke over-

stroming. Bij de inrichting van het projectgebied kan hierop geanticipeerd worden door de buitenruimte zo groen mogelijk in te richten. In dit geval blijft het terrein grotendeels onverhard. De nieuwbouw vindt plaats op de plek van bestaande verharding. De parkeerplaats wordt uitgevoerd in waterdoorlatende (half)verharding. Waterafvoer/berging Het waterschap hanteert als uitgangspunt dat de toename verhard oppervlak wordt gecompenseerd in de vorm van nieuw oppervlaktewater of waterberging. Het dempen van water en/of watergangen moet volledig gecompenseerd worden. Deze compensatie is bedoeld om wateroverlast door het versneld afvoeren van hemelwater vanaf de verhardingen te voorkomen. Omdat er in dit geval geen verhardingstoename van meer dan 1. 500 m 2 (in landelijk gebied) aan de orde is en ook geen water wordt gedempt is compensatie niet nodig. ,

Drooglegging Om wateroverlast te voorkomen hanteert Wetterskip Fryslân een droogleggingsnorm van 110 meter voor gebouwen met kruipruimte en 070 meter voor gebouwen zonder kruipruimte en verhardingen. Het projectgebied ligt in een polder met een vast peil op -205 m NAP. De bouwlocatie ligt op ongeveer +010 m NAP waarmee wordt voldaan aan de drooglegginsnorm. Door op dit niveau te bouwen wordt voldaan aan klimaatadaptief en waterrobuust bouwen. Het nieuwe parkeerterrein ligt op -030 m NAP waarmee ook aan de daarvoor geldende norm wordt voldaan. ,

,

,

,

,

,

,

,

Waterkwaliteit Om een goede waterkwaliteit te realiseren is het nodig dat wordt voorkomen dat milieubelastende stoffen in het oppervlaktewater terecht komen. De bouwwijze en onderhoudstechniek moeten emissievrij zijn. Ook is het nodig dat gebouwd wordt met milieuvriendelijk en duurzaam materiaal. Afvalwater en regenwatersysteem Het uitgangspunt is om regenwater en rioolwater zoveel mogelijk gescheiden af te voeren. In dit geval wordt rioolwater aangesloten op de bestaande voorziening. Schoon hemelwater is afgekoppeld op watergangen in de omgeving. 4. 14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Tytsjerksteradiel&id=cb03c59b-9818-4da4-9062-e8530687dfa9