TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61 (toelichting en regels).pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
gelegaliseerd inclusief de voederplaten. Deze oppervlakte aan verharding bedraagt 95 m2 en de oppervlakte van de voederplaten bedraagt 10 m2. Tot slot geldt dat de verharde oppervlakte in het buitengebied van de gemeente Tubbergen (en daarmee ook de provincie Overijssel) afneemt. Ter compensatie van de uitbreiding van de woning aan de Dikkersbosweg 3 en de uitbreiding van de bijbehorende bouwwerken aan de Vermolenweg 42 wordt een veelvoud aan bebouwing gesloopt. Er wordt immers 439 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt en het agrarisch bouwvlak aan de Broekdijk 61 wordt verkleind met 4.689 m2. Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Artikel 4.8 Ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Doorwerking voor voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling versterkt de ruimtelijke kwaliteit. Er is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld voor alle planlocaties, waarin de landschappelijke maatregelen die genomen worden binnen de diverse plangebieden zijn omschreven. Hiervoor wordt verwezen naar Bijlage 1 van de motivering. Er worden diverse groenstructuren aangelegd die de ruimtelijke kwaliteit versterken. Daarnaast neemt de oppervlakte aan bebouwing en verharding in het buitengebied af.
Het ruimtelijk kwaliteitsplan en de landschapsmaatregelen houden rekening met het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering), het geldende ontwikkelingsperspectief en de catalogus gebiedskenmerken. Daarmee wordt eveneens voldaan aan artikel 4.9 'onderbouwing ruimtelijke kwaliteit' van de provinciale omgevingsverordening. Artikel 4.11 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (lid 1) Omgevingsplannen laten alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toe in de Groene Omgeving als: a. daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; b. het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur, water en landschap. Doorwerking voor voorliggend plan: De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op grond van de beleidsnota "Buitengebied met kwaliteit" van de gemeente Tubbergen. Deze beleidsregel betreft een nadere uitwerkiung van het provinciaal beleid ten aanzien van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving.
Op grond van de beleidsnota is het mogelijk om ter compensatie van de sloop van landschapsontsierende bebouwing elders extra bouwmogelijkheden mogelijk te maken. Ter compensatie dient op grond van de in de gemeentelijke beleidsnota opgenomen staffel een veelvoud aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt te worden. In voorliggend plan wordt 439 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt aan de Broekdijk 61 in Mander. Aan de Dikkersbosweg 3 wordt de woning met 281 m3 uitgebreid en aan de Vermolenweg 42 mogen als gevolg van dit plan extra bijbehorende bouwwerken gerealiseerd worden (planologische legalisatie). Tevens geldt dat alle planlocaties landschappelijk moeten worden ingepast. De wijze waarop de landschappelijke inpassing plaatsvindt is in het ruimtelijke kwaliteitsplan (Bijlage 1 bij de motivering) uitgewerkt. Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met artikel 4.11 van de provinciale Omgevingsverordening. Artikel 4.38 Kwaliteitsimpuls agro en food, algemene regel Omgevingsplannen laten bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarisch bedrijven alleen toe op een bestaand agrarisch bouwperceel of een voormalig agrarisch bouwperceel. Doorwerking voor voorliggend plan: Het plan maakt geen nieuw agrarisch bedrijf mogelijk.
Het plan voorziet enkel in de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de planologische inperking van de bouwmogelijkheden en het bedrijfsperceel (bouwvlak) ten behoeve van de akkerbouwactiviteiten. Het plan is derhalve niet in strijd met artikel 4.38 van de Omgevingsverordening Overijssel. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
29
Artikel 4.55 Nieuwe ontwikkelingen in Nationaal Landschap Noordoost-Twente 1. Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. 2. De kernkwaliteiten van het nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: a. het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; b. de grote mate van kleinschaligheid; c. het groene karakter. 3. Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief nationaal Landschap Noordoost-Twente en met Bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt. Doorwerking voor voorliggend plan: In de Nationale Landschappen gaat het om het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten van deze gebieden. Ook willen we de recreatieve toegankelijkheid vergroten. Voor grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met de doelstellingen van de Nationale Landschappen is geen plek. Het Nationaal Landschap Noordoost-Twente is een afwisselend en kleinschalig landschap met grote hoogteverschillen, bronnen, beken, houtwallen, bossen en landgoederen.
Je vindt hier een van de oudste landschapstypes van Nederland: het essenlandschap. De essen, de akkerbouwgebieden van het oude landschap, herken je aan een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. De essen liggen op de hogere gronden. De beekdalen werden vroeger gebruikt voor het houden van vee. Het glooiende landschap van Noordoost-Twente is zeer gevarieerd door een fijnmazig samenstel van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. Houtwallen, singels en bossen zorgen voor een kleinschalig en groen karakter. De specifieke landschappelijke (kern)kwaliteiten zijn: samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Als gevolg van het plan worden de plangebieden aan de Broekdijk 61 in Mander, Dikkersbosweg 3 in Albergen en Vermolenweg 42 in Geesteren landschappelijk ingepast volgens de geldende gebiedskenmerken. Daarmee wordt geen afbreuk gedaan aan de kenmerken van het Nationaal Landschap Noordoost Twente. Artikel 4.73 Instructieregel functieaanduiding intrekgebieden 1. In een omgevingsplan dat betrekking heeft op een intrekgebied wordt daarvoor de functieaanduiding 'intrekgebied' opgenomen; 2. Een omgevingsplan laat binnen een intrekgebied alleen activiteiten toe die goed samengaan met de betekenis van het grondwater voor de drinkwaterwinning.
Doorwerking voor voorliggend plan: Het plangebied aan de Broekdijk 61 ligt in een intrekgebied. De voorgenomen ontwikkeling maakt echter geen nieuwe risicovolle activiteit in het intrekgebied mogelijk. Het plan voorziet enkel in de sloop van landschapsontsierende bebouwing en de planologische inperking van de bouwmogelijkheden en het bedrijfsperceel (bouwvlak) ten behoeve van de akkerbouwactiviteiten. De plangebieden aan de Vermolenweg 42 en Dikkersbosweg 3 zijn niet gelegen in een intrekgebied. Het plan is derhalve niet in strijd met artikel 4.73 van de Omgevingsverordening Overijssel. Waar - Ontwikkelingsperspectieven Broekdijk 61 Mander Het plangebied aan de Broekdijk 61 kent op grond van de ontwikkelingsperspectieven de volgende kenmerken: Zone ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN); In de zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) buiten het NNN zet de provincie in op versterking van de kwaliteit van natuur, landschap en water door initiatieven te verbinden aan deze kwaliteiten. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving is hier specifiek gericht op versterking van deze kwaliteiten. Versterking van de kwaliteit van natuur, landschap en water rond het NNN draagt bij aan een robuust en 30
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
samenhangend netwerk van gebieden met groene en blauwe kwaliteiten, aan de recreatieve kwaliteit en toegankelijkheid en aan versterking van groen ondernemerschap. Juist hier liggen kansen om de synergie tussen economie en ecologie te versterken. Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap; Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. In dit ontwikkelingsperspectief zijn ook plekken waar, door de ruimtelijke structuur van het landschap, de beschikbare milieuruimte of reeds aanwezige bebouwing, de ontwikkelruimte van agrarische bedrijven beperkt is.
Hier liggen ontwikkelkansen voor andere vormen van bedrijvigheid (denk aan dienstverlenende zelfstandigen zonder personeel) die de ruimtelijke structuur versterken. Binnen dit ontwikkelingsperspectief kunnen nieuwe functies een plek krijgen op bestaande vrijkomende erven waar dit tevens maatschappelijke opgaven als behoud en ontwikkeling van cultuurhistorie, natuur en landschap ondersteunt. Zo worden vitaliteit en omgevingskwaliteit in samenhang versterkt. Natuurnetwerk Nederland Het ruimtelijk beleid voor het NNN is gericht op behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN: de natuurkwaliteit, landschappelijke kwaliteit en de beleving van rust. Daarbij houden we zoveel mogelijk rekening met de andere belangen in het gebied. Voor initiatieven die niet passen binnen de doelstelling van het NNN is geen ruimte, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang waar niet op een andere manier aan voldaan kan worden (het 'nee, tenzij'-principe). Daarbij hanteert de provincie het principe dat de kwaliteit, samenhang en het areaal van het NNN er niet op achteruit mogen gaan. Instrumenten hiervoor zijn herbegrenzing van het NNN en compensatie van negatieve effecten. Er is ruimte voor het aanpassen van de begrenzing als daarmee het NNN versterkt kan worden. In figuur 4.2 is een uitsnede van de kaart met ontwikkelingsperspectieven weergegeven.
Figuur 4.2: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) Het plan voorziet in de sloop van twee landschapsontsierende gebouwen die voorheen agrarisch in gebruik waren. De te slopen schuren liggen binnen het ontwikkelingsperspectief wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap waar ingezet wordt op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van diverse functies in het bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
31
buitengebied. Het bestaande agrarische bedrijf (akkerbouw) wordt als gevolg van de ontwikkeling ingeperkt voor wat betreft de bouwmogelijkheden. Daarnaast wordt het bouwvlak verkleind. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor tevens een bijdrage wordt geleverd aan het behoud en de ontwikkeling van het landschap. Voor wat betreft het ontwikkelingsperspectief 'Natuurnetwerk Nederland' geldt dat er binnen die gronden geen activiteiten en werkzaamheden worden uitgevoerd. Daarmee wordt geen afbreuk gedaan aan de samenhang, de oppervlakte en kwaliteit van het NNN. Een klein deel van het erf ligt ook in de 'zone ondernemen met natuur en water buiten het Natuurnetwerk Nederland'. Als gevolg van de ontwikkeling wordt het agrarisch erf in zowel oppervlakte als bebouwingsmogelijkheden beperkt. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor het een bijdrage levert aan de versterking van de kwaliteit van de natuur en het landschap rond het bestaande Natuurnetwerk Nederland. Het plan is in overeenstemming met de geldende ontwikkelperspectieven. Dikkersbosweg 3 Albergen Voor het plangebied aan de Dikkersbosweg 3 geldt het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt.
Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming wordt hier verstaan: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, natuuropgaven, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Wat betreft windenergie liggen vanuit de optiek van rendement de beste (wind)kansen in het noorden en noordwesten van de provincie: daar waait het het hardst. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. In figuur 4.3 is een uitsnede van de kaart met ontwikkelingsperspectieven weergegeven.
Figuur 4.3: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) Als gevolg van de sloop van landschapsontsierende bebouwing aan de Broekdijk 61 te Mander wordt in het kader van de 'schuren voor woning' regeling uit de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' de inhoud van de woning vergroot. Er is reeds sprake van een bestaand woonerf waardoor de ontwikkelingsmogelijkheden van de landbouw niet worden beperkt. Het woonerf wordt ook niet vergroot. Het plan is in overeenstemming met het geldende ontwikkelingsperspectief.
32
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
Vermolenweg 42 Geesteren Het plangebied aan de Vermolenweg 42 ligt in het ontwikkelperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming wordt hier verstaan: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, natuuropgaven, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Wat betreft windenergie liggen vanuit de optiek van rendement de beste (wind)kansen in het noorden en noordwesten van de provincie: daar waait het het hardst. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes.
In figuur 4.4 is een uitsnede van de kaart met ontwikkelingsperspectieven weergegeven.
Figuur 4.4: Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (bron: provincie Overijssel) Aan de Vermolenweg bevindt zich reeds een woonerf, welke gerealiseerd is op basis van de Rood voor Rood-regeling, waarbij de agrarische opstellen van het naastgelegen erf zijn gesloopt. Er is reeds sprake van een woonhuis met geïntegreerd bijbehorend bouwwerk. De totale oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken is echter overschreden en er staat een bouwwerk buiten het functievlak (voorheen bestemmingsvlak). De initiatiefnemer is voornemens om de ontstane situatie te legaliseren. Er wordt geen nieuwe woning gerealiseerd. In hoofdstuk 5 is aangetoond dat het plan geen belemmering vormt voor omliggende agrarische bedrijven. Daarnaast wordt aangesloten bij de bestaande bebouwing op het erf. Het plan is derhalve in overeenstemming met het geldende ontwikkelingsperspectief. Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Aangezien de plangebieden zijn gelegen in het buitengebied is de stedelijke laag niet van toepassing. Voor wat betreft de laag van de beleving gelden voor het plangebied aan de Dikkersbosweg 3 en Vermolenweg 42 geen specifieke kenmerken.
Natuurlijke laag bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
33
Broekdijk 61 Mander Op grond van de natuurlijke laag geldt voor het plangebied Broekdijk 61 het kenmerk 'stuwwallen' en 'dekzandvlakte en ruggen'. De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opgestuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de 'ingangen' van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. In figuur 4.5 is een uitsnede van de natuurlijke laag weergegeven.
Figuur 4.5: Uitsnede natuurlijke laag (bron: provincie Overijssel) De ambitie is het eigen karakter van de afzonderlijke stuwwallen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Het plan voorziet in de sloop van twee landschapsontsierende gebouwen. Het plan wordt landschappelijk ingepast door de boszoom van de bestaande houtopstand aan te zetten met nieuwe beplanting.
Daarnaast wordt de open verbinding aan de oostzijde behouden en de overbodige verharding en kuilvoerplaten verwijderd. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan het beleefbaar maken van de natuurlijke laag. Dikkersbosweg 3 Albergen Het plangebied aan de Dikkersbosweg 3 kent op grond van de natuurlijke laag het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen'. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. In figuur 4.6 is een uitsnede van de natuurlijke laag weergegeven.
34
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
Figuur 4.6: Uitsnede natuurlijke laag (bron: provincie Overijssel) De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Het plan maakt enkel de vergroting van een bestaande woning op een bestaand woonerf mogelijk. Het plan heeft geen invloed op de kenmerken van de dekzandvlakten- en ruggen. In de huidige situatie is er reeds verharding en bebouwing op het erf aanwezig. Tevens is het erf reeds goed landschappelijk ingepast waardoor het geen afbreuk doet aan de kenmerken van de natuurlijke laag. Vermolenweg 42 Geesteren Op grond van de natuurlijke laag kent het plangebied aan de Vermolenweg 42 in Geesteren het kenmerk 'Hoogveengebieden'. In figuur 4.7 is een uitsnede van de natuurlijke laag weergegeven.
Figuur 4.7: Uitsnede natuurlijke laag (bron: provincie Overijssel) bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
35
De ambitie is de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveen restanten en de hoogveenontginnings gebieden de hoogveenontginnings gebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgras landen eromheen. Als ontwikkelingen plaats vinden in de nabijheid van hoogveenrestanten, dan dragen deze bij aan verbetering van de hydrologie om verdroging van het veenpakket tegen te gaan en, waar mogelijk, aan toename van natuurkwaliteit en het areaal levend hoogveen. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. De kenmerken van het oorspronkelijk landschap zijn nauwelijks meer waarneembaar, als gevolg van het in cultuur brengen ten behoeve van het erf. In het verleden was sprake van een agrarisch erf, maar deze is in het kader van de Rood voor Rood-regeling verwijderd. Ter compensatie daarvan was een nieuw erf gerealiseerd. De erfopzet van het erf aan Vermolenweg 42 is kenmerkend voor dit landschap; vaak kort aan de weg met een orthogonale opzet. Het woonhuis voorop en de rest van de gebouwen daarachter.
Derhalve is het logisch om bijbehorende bouwwerken achter de woning op het perceel te plaatsen. Het erf is in het verleden als gevolg van een rood voor rood-ontwikkeling reeds landschappelijk ingepast. Als gevolg van dit plan worden derhalve geen nieuwe landschapsmaatregelen getroffen aan de Vermolenweg 42 in Geesteren. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Broekdijk 61 Mander Op grond van de laag van het agrarisch cultuurlandschap geldt voor het plangebied het 'essenlandschap'. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en fliergronden – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es (esdorpen en verspreide erven). Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. In figuur 4.8 is een uitsnede van de kaartlaag van het agrarisch cultuurlandschap weergegeven.
Figuur 4.8: Uitsnede laag agrarisch cultuurlandschap (bron: provincie Overijssel) De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. Als ontwikkelingen plaats vinden in het essenlandschap, dan krijgen deze in de flanken een plaats, met respect voor en bijdragend aan de aanwezige bebouwingsstructuren (lint, erf) en versterking van het landschappelijk raamwerk. Met de beoogde ontwikkeling worden twee landschapsontsierende schuren gesloopt en verdwijnt de aanwezige kuilvoerplaat. Ter plaatse van de te slopen schuren wordt de ondergrond omgevormd naar gras/gazon. Het
36
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
omliggend straatwerk wordt verwijderd. De kuilvoerplaat wordt verwijderd en de grond zal daar worden omgezet naar agrarisch bouwland. De boszoom van de bestaande houtopstand zal worden aangezet met nieuwe beplanting. Daarmee wordt het erf aan de westzijde in de nieuwe situatie volledig omzoomd door een houtopstand. De oostzijde van het erf grenst aan de es en houdt dus de open verbinding. Daarmee past de ontwikkeling in het essenlandschap. Dikkersbosweg 3 Albergen Op grond van de laag van het agrarisch cultuurlandschap geldt voor de Dikkersboswerg 3 het kenmerk 'jong heide- en broekontginningslandschap'. In figuur 4.9 is een uitsnede van de laag van het agrarisch cultuurlandschap weergegeven.
Figuur 4.9: Uitsnede laag agrarisch cultuurlandschap (bron: provincie Overijssel) Nieuwe ontwikkelingen in deze landschapstypen dienen bij te dragen aan het behoud en de versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. De initiatiefnemer is voornemens om door middel van de regeling "uitbreiden van een woning" meer inhoud te realiseren. Op de locatie wordt het woonhuis vergroot met maximaal 281 m3. De impact op het landschap is feitelijk nihil. Het erf wordt niet groter, niet breder en ook niet langer. Enkel wordt het hoofdgebouw, de woning, een aantal meter langer. Derhalve wordt gesteld dat het plan geen impact heeft op het jong heide- en broekontginningslandschap. Vermolenweg 42 Geesteren Op grond van de natuurlijke laag geldt het kenmerk 'veenkoloniaal landschap'. Dit zijn grootschalig open landschappen met een lineaire bebouwings, verkavelings en ontwateringsstructuur. Ze zijn ontstaan door grootschalige ontginning van de hoogveengebieden ten behoeve van de turfwinning. Een ontwateringsstelsel van kanalen en wijken is typerend voor dit landschap. Vanuit nieuwe linten en kanaaldorpen werd het hoogveen ontgonnen. Het vergraven landschap werd vervolgens als akkerbouwgebied in gebruik genomen. In figuur 4.10 is een uitsnede van de laag van het agrarisch cultuurlandschap weergegeven.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
37
Figuur 4.10: Uitsnede laag agrarisch cultuurlandschap (bron: provincie Overijssel) De ambitie is de aantrekkelijkheid, de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. De opgave is aan de grote maat, de vergezichten en de schoonheid van de moderne landbouw, nieuwe, op leefbaarheid en economische veerkracht gerichte, ontwikkelingen te koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen) worden versterkt. Als gevolg van de legalisatie wordt een grotere oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken binnen de functie 'Wonen - Wonen in het buitengebied' (maximaal 246 m2) toegestaan en worden twee bestaande hobbymatige dierenverblijven voorzien van de aanduiding 'veldschuur' (maximaal toegestane oppervlakte 83 m2). De legalisatie van deze bouwwerken aan de achterzijde van het perceel (door middel van de aanduiding veldschuur) past binnen de kenmerken van het veenkoloniaal landschap. Vanuit landschappelijk oogpunt is het immers niet wenselijk om bijbehorende bouwwerken voor de woning te situeren. Dit sluit naadloos aan bij de kenmerken van het veenkoloniaal landschap. De erfopzet in die gebieden is immers kenmerkend; vaak kort aan de weg met een orthogonale opzet. Het woonhuis voorop en de rest van de gebouwen daarachter.
Om het erf in de reeds aanwezige situatie landschappelijk in te passen waren reeds maatregelen uitgevoerd. Aan de zuidwestzijde zijn een drietal soilitaire bomen aangeplant en ook aan de voorzijde van de woning zijn bomen aangeplant om de bomenrij langs de weg door te zetten. Daarnaast zijn er reeds bestaande houtopstanden aanwezig en is er ook sprake van het behoud van het open landschap. Het plan voldoet aan de kenmerken van het veenkoloniaal landschap. Laag van de beleving Zoals aangegeven gelden voor het plangebied aan de Dikkersbosweg 3 en Vermolenweg 42 geen specifieke kenmerken op grond van de laag van de beleving. Voor het plangebied aan de Broekdijk 61 in Mander gelden de kenmerken van de 'donkterte'. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Veel aandacht voor vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. De ontwikkeling voorziet in de sloop van twee landschapsontsierende gebouwen, het inperken van de bouwmogelijkheden en het aanpassen van het bouwvlak van het agrarische bedrijf (akkerbouw).
Er worden geen nieuwe gebouwen gerealiseerd en ook geen nieuwe (kunstmatige) lichtbronnen mogelijk gemaakt. Het plan heeft geen invloed op de donkerte. Conclusie Op basis van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de provinciale Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Overijssel.
38
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
4.1.3
Omgevingsvisie Tubbergen
De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: We doen het samen. We geven het goede voorbeeld. We wentelen niet af op volgende generaties. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.
Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn; toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij de gemeente samenwerking zoekt met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets Omgevingsvisie Tubbergen Het plangebied bevat drie planlocaties binnen de gemeente Tubbergen.
In onderstaande tabel wordt per planlocatie ingegaan op het gebiedskenmerk op basis van de 'waardenkaart' zoals is opgenomen in de omgevingsvisie.
De donkergroene landschappen (Broekdijk 61) zijn de waardevolle landschappen die door de tijd heen in stand gebleven zijn waar gestuurd wordt op behouden en versterken. Bij een combinatie met een lage dynamiek is het landschap nog zeer herkenbaar ten opzichte van 100 jaar geleden. Dit wil niet zeggen dat hier niets ontwikkeld kan worden. Wel dat hier meer rekening gehouden wordt met de gevolgen voor de natuur en het landschap. Bij ontwikkelingen moet onder andere ingespeeld worden op het volgende: de oorspronkelijke schaal van het landschap; het versterken van natuurwaarden; inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is. bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
39
Als gevolg van het plan wordt aan de Broekdijk 61 circa 439 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Het agrarisch bedrijfsperceel (bouwvlak) wordt verkleind met circa 3.244 m2 en de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen wordt vastgelegd op maximaal de overgebleven bebouwing (507 m2). De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waarbij rekening gehouden wordt met het essenlandschap. De volgende maatregelen worden genomen om de ruimtelijke kwaliteit te versterken: Het slopen van twee landschap ontsierende schuren; Inperken van de verharding daar rondom heen; Het verwijderen van de kuilplaat; Het aanzetten van de bestaande houtopstand. De ontwikkeling is passend in het geldende landschap en draagt bij aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit. In de middelgroene landschappen (Vermolenweg 42) zijn waarden aanwezig voor modern, agrarisch gebruik alsmede landschapswaarden die van belang zijn voor natuur, beleving en recreatie. Bij ontwikkelingen moet onder andere ingespeeld worden op: de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is. Aan de Vermolenweg 42 is op grond van een reeds doorlopen Rood voor Rood-procedure een nieuw erf gerealiseerd waar een woning met bijbehorende bouwwerken aanwezig is.
Als gevolg van de sloop van 158 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Broekdijk 61 kan de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken vergroot worden. De maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken binnen de functie 'Wonen - Wonen in het buitengebied' bedraagt als gevolg van dit plan 246 m2. Daarnaast worden de bestaande hobbymatige dierenverblijven gelegaliseerd door deze te voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veldschuur' waarvoor maximaal 83 m2 aan gebouwen is toegestaan. Daarmee bedraagt de totale oppervlakte aan bebouwing op de functie 'Wonen - Wonen in het buitengebied' en de aanduiding 'veldschuur' gezamenlijk 329 m2 . In het verleden zijn als gevolg van een rood voor rood-ontwikkeling op het perceel reeds landschapsmaatregelen getroffen om het erf landschappelijk in te passen. Als gevolg van dit plan worden geen nieuwe landschapsmaatregelen getroffen aan de Vermolenweg 42. Tot slot zijn de lichtgroene landschappen (Dikkersbosweg 3) de landschappen waar in de afgelopen 80 tot 100 jaar veel veranderd is en waar de lagere landschapswaarde ruimte voor ontwikkeling biedt. Dit zijn bijvoorbeeld de heide- of veenontginningen met een hoge dynamiek.
Bij ontwikkelingen moet ingespeeld worden op onder andere: de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap. Als gevolg van de sloop van 281 m2 aan landschapsontsierende bebouwing aan de Broekdijk 61 in Mander, wordt de bestaande woning aan de Dikkersbosweg 3 met 281 m3 vergroot tot maximaal 1.281 m3. De impact op het landschap van het perceel Dikkersbosweg 3 is feitelijk nihil. Het erf wordt niet groter, niet breder en ook niet langer. Enkel wordt het hoofdgebouw, de woning, een aantal meter langer. Het plangebied wordt reeds omzoomd door bestaande houtopstanden die kenmerkend zijn voor het jong heideontginningenlandschap. Het plan is derhalve in overeenstemming met de Omgevingsvisie Tubbergen. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat dit plan in overeenstemming is met de Omgevingsvisie van de gemeente Tubbergen. 4.1.4
Buitengebied met kwaliteit
Het buitengebied van Tubbergen kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen. Al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van de beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd; de goede functies op de goede pek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor 40
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in mijnOmgevingsvisie Tubbergen. Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Uitbreiden woning Voor het uitbreiden van de inhoud van een woning (hoofdgebouw met eventuele aan- en uitbouwen) met meer m3 binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1. Extra m3 wordt uitsluitend toegestaan indien binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:
2. De woning kan met maximaal 1.000 m3 worden vergroot; 3. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen vóór 1998 aanwezig waren; 4. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 5. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 6. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 7. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop; 8. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie 'Wonen' gelden de volgende voorwaarden: 1. extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw-/sloopverhouding
2. alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
41
4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop. Toets Buitengebied met kwaliteit Als gevolg van dit plan wordt ter compensatie van de sloop van twee schuren aan de Broekdijk 61 te Mander extra bouwmogelijkheden geboden aan de Dikkersbosweg 3 in Albergen en Vermolenweg 42 in Geesteren. Dikkersbosweg 3 Albergen De initiatiefnemer is voornemens om de woning aan de Dikkersbosweg 3 te vergroten met een inhoud van 281 m3, waardoor de maximale inhoud 1.281 m3 mag bedragen. De regels uit artikel 3.1 van de beleidsnota zijn van toepassing. Om deze vergroting mogelijk te maken moet 281 m2 aan bebouwing met asbest gesloopt worden. Daarvoor wordt een schuur met een oppervlakte van 281 m2 met asbest gesloopt aan de Broekdijk 61 in Mander. De te slopen schuur is legaal opgericht en kan als landschapsontsierend worden aangemerkt. Het gebouw wordt in zijn geheel gesloopt inclusief fundering. Vermolenweg 42 Geesteren Op het perceel aan de Vermolenweg 42 is reeds een woning met bijbehorende bouwwerken aanwezig.
De totale oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken is echter overschreden en er staat een bouwwerk buiten het woonperceel. De initiatiefnemer is voornemens om de ontstane situatie te legaliseren. De legalisatie kan plaatsvinden door middel van de regeling 'uitbreiden van vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning' (artikel 3.2). Concreet betekent dit dat er 83 m2 gelegaliseerd moet worden. De legale bebouwing op de locatie betreft 182 m2. Ten opzichte van de toegestane 200 m2 resteert er nog 18 m2 dat "bij recht" gebouwd mag worden. Voor de legalisatie van het totaal moet er dus minimaal 65 m2 elders gesloopt worden. De initiatiefnemer is voornemens om aan de Broekdijk 61 een bijbehorend bouwwerk met een oppervlakte van 158 m2 te slopen. De maximale toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag als gevolg van dit plan 329 m2 bedragen. Concreet mag binnen de functie 'Wonen - Wonen in het buitengebied' 246 m2 aan bijbehorende bouwwerken gebouwd worden en ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veldschuur' mag de oppervlakte aan bebouwing maximaal 83 m2 bedragen. Tevens wordt de bestaande verharding binnen de functie 'Agrarisch - 1' met een oppervlakte van 95 m2 gelegaliseerd. Het huidige functievlak 'Wonen' is voor het grootste gedeelte reeds bebouwd en verhard.
Vanuit landschappelijk oogpunt is het niet wenselijk om bijbehorende bouwwerken voor de woning te situeren, waardoor een uitbreiding aan de achterzijde noodzakelijk is. Daar is reeds bebouwing aanwezig en deze bebouwing wordt door middel van dit plan gelegaliseerd. Dit sluit naadloos aan bij de kenmerken van het veenkoloniaal landschap. De erfopzet in die gebieden is immers kenmerkend; vaak kort aan de weg met een orthogonale opzet. Het woonhuis voorop en de rest van de gebouwen daarachter. Resumerend geldt dat de slooplocatie landschappelijk is ingepast conform de daarvoor geldende gebiedskenmerken. De bouwlocaties aan de Dikkersbosweg 3 in Albergen en Vermolenweg 42 in Geesteren zijn reeds landschappelijk ingepast op basis van bestaande landschapselementen. In het ruimtelijk kwaliteitsplan in Bijlage 1 bij de motivering en in paragraaf 2.2 is de landschappelijke inpassing op de erven weergegeven en beschreven. Tevens worden op zowel de slooplocatie als de bouwlocaties de planologische bouwmogelijkheden aangepast aan de nieuwe situatie. Op het perceel Broekdijk 61 in Mander mag maximaal de overgebleven bebouwing gebouwd worden en/of aanwezig zijn en het agrarisch bouwvlak wordt verkleind met een oppervlakte van circa 4.689 m2 (van 9.700 m2 naar 5.011 m2). Op basis van vorenstaande geldt dat aan de voorwaarden van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' wordt voldaan.
42
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
4.1.5
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijke aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets aan cascobenadering Hieronder wordt per planlocatie getoetst aan de cascobenadering Noordoost-Twente. Broekdijk 61 Mander Aan de Broekdijk 61 zijn rondom het plangebied elementen aanwezig die tot het casco behoren. De beoogde ontwikkeling op het erf heeft echter geen gevolgen voor de bestaande casco elementen. De elementen zullen behouden blijven. In figuur 4.11 is een uitsnede van de casco-kaart voor het perceel Broekdijk 61 weergegeven.
Figuur 4.11: Casco element Broekdijk 61 Mander Dikkersbosweg 3 Albergen Aan de Dikkersbosweg 3 in Albergen is sprake van landschapselementen maar deze behoren niet tot het casco. Echter, wel of geen onderdeel van de casco: de elementen moeten ongeroerd blijven. De vergroting van de woning heeft geen impact op het landschap. Het bestaande erf wordt niet groter, niet breder en ook niet langer. Enkel wordt het hoofdgebouw, de woning, een aantal meter langer en groter. Het plan heeft geen gevolgen voor casco elementen. In figuur 4.12 is een uitsnede van de casco-kaart voor het perceel Dikkersbosweg 3 weergegeven.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
43
Figuur 4.12: Casco element Dikkersbosweg 3 Albergen Vermolenweg 42 Geesteren Aan de Vermolenweg 42 zijn rondom het plangebied elementen aanwezig die tot het casco behoren. De beoogde ontwikkeling op het erf heeft echter geen gevolgen voor de bestaande casco elementen. De elementen zullen behouden blijven. Overigens zijn de landschapselementen aan de oostzijde al verdwenen met de ontwikkeling van het Rood voor Rood-plan uit het verleden. In figuur 4.13 is een uitsnede van de casco-kaart voor het perceel Vermolenweg 42 weergegeven.
Figuur 4.13 Casco element Vermolenweg 42 Geesteren De casco-benadering vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. 4.1.6
Nota Omgevingskwaliteit
Op grond van artikel 4.114 Invoeringswet Omgevingswet, geldt de welstandsnota die is vastgesteld op basis van art. 12a Woningwet (oud), als een beleidsregel als bedoeld in 4.19 Omgevingswet. De aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit wordt getoetst aan de Nota Omgevingskwaliteit.
4.2 Voorbereidingsfase/Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een principeverzoek waarop het college een principe-uitspraak heeft gedaan voor het plan voor de Broekdijk 61 te Mander, Dikkersbosweg 3 te Albergen en Vermolenweg 42 te Geesteren. 4.2.1
Provinciaal vooroverleg
De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. In het kader van vooroverleg wordt het TAM-Omgevingsplan ter inzage gelegd en met de provincie gedeeld, aangezien er sprake is van een plan waar de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving op van toepassing is. Wel is er sprake van een regulier KGO-plan welke past binnen het gemeentelijke- en provinciale beleid.
44
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
4.2.2
Vooroverleg Waterschap Vechtstromen
Via www.hetwateradvies.nl is het plan kenbaar gemaakt bij het waterschap. In paragraaf 5.12 is de reactie van het waterschap beschreven. 4.2.3
Participatie en omgeving
Door initiatiefnemers is geparticipeerd met de omgeving. Hiervan is verslaglegging opgesteld: Bijlage 2 participatieverslag Broekdijk 61 Mander; Bijlage 3 participatieverslag Dikkersbosweg 3 Albergen; Bijlage 4 participatieverslag Vermolenweg 42 Geesteren.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
45
46
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt dat een wijziging van het Omgevingsplan alleen wordt vastgesteld met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen. Voor de wijziging zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.
5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.1.1
Algemeen
De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Artikel 8.0b Bkl regelt dat deze instructieregel ook geldt voor een omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Artikel 5.129g, tweede lid, Bkl is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.
Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (uitspraken van 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 (Hengelo) en van 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579 (Eindhoven). De laddertoets is in ieder geval van toepassing op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren. Voorts geldt dat een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. 5.1.2
Situatie plangebied
Gelet op de jurisprudentie wordt gesteld dat de voorgestelde ontwikkeling dermate klein is dat deze niet voldoende substantieel is om in aanmerking te komen als stedelijke ontwikkeling. De ontwikkelingen vinden plaats op bestaande woonerven. Ter compensatie wordt op een bestaand agrarisch erf landschapsontsierende bebouwing gesloopt en wordt het agrarisch erf zowel in oppervlakte (bedrijfsperceel) als in bebouwingsmogelijkheden beperkt. De ontwikkelingen zijn relatief kleinschalig en passen daarmee qua schaal goed in de omgeving van de plangebieden.
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22m Buitengebied Vermolenweg 42, Dikkersbosweg 3 en Broekdijk 61
47
5.1.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
5.2 Mer-beoordeling 5.2.1
Algemeen
Afdeling 16.4 van de Ow bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De regels voor de milieueffectrapportage (mer) staan in afdeling 16.4 van de Ow. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Het gaat hier om de implementatie van 2 richtlijnen: de EU-richtlijn mer (mer-richtlijn): richtlijn over de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en private projecten. de EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling (smb-richtlijn): richtlijn over de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's. De regels schrijven voor bepaalde plannen, programma's en projecten een zogenoemde milieubeoordeling voor. Deze mer-procedure gaat vooraf aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van een project. In een aantal situaties is het mogelijk om een plan-mer-beoordeling te doen in plaats van een milieueffectrapportage. Voor een plan-mer-plicht gelden de volgende eisen: De eerste eis is dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (artikel 16.34 lid 1 Ow). In de Omgevingswet is opgenomen dat een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan die vereisten voldoen.
De tweede eis is dat het plan of programma een kader vormt voor besluiten voor mer(beoordelings)plichtige projecten (artikel 16.36 Ow) of dat er een passende beoordeling voor een plan of programma nodig is. In kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de mer-(beoordelings)plichtige projecten opgenomen. De inhoud van een plan bepaalt mede de eventuele mer-plicht. In een aantal gevallen is het echter mogelijk om eerst een plan-mer- beoordeling te doen. Uit een plan-mer-beoordeling blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een planmilieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-mer-beoordeling kan in de volgende twee situaties aan de orde zijn: 1. Het plan is kaderstellend voor projecten die milieueffecten kunnen hebben, maar het gaat om projecten die niet in bijlage V bij het Omgevingsbesluit staan. Het plan is niet direct plan-merplichtig, maar er moet wel een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. De mer-(beoordelings)plichtige projecten zijn opgenomen in kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit. 2. Het plan is kaderstellend voor projecten uit bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Daarnaast komen de projecten waarvoor het omgevingsplan het kader vormt niet boven de drempel van kolom 2 uit bijlage V Omgevingsbesluit. Er kan dan volstaan worden met een plan-mer-beoordeling als: a.
het plan een kleine wijziging van een plan of programma is; b. het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als voor dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36 lid 3 en lid 4 Ow) toetst het bevoegd gezag of er bij het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke resultaten: Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten: er volgt een plan-mer en er moet een milieueffectrapport (MER) worden gemaakt. Aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten: er is geen plan-mer nodig en er wordt geen MER gemaakt. 5.2.2
Situatie plangebied
De eerste vraag die beantwoord moet worden is of het plan voldoet aan de omschrijving die is opgenomen in kolom 1 van bijlage V van het Ob. De voorgenomen plannen zijn niet expliciet benoemd in kolom 1 van bijlage V van het Ob, de meest logische aansluiting kan echter wel worden gevonden onder nummer J11, een 'Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en de aanleg van parkeerterreinen'. Het begrip 'Stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd, wel zijn er een aantal voorbeelden van bouwplannen die als stedelijk ontwikkelingsproject kunnen worden aangemerkt. Dit betreft o.a. woningen, parkeerterreinen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen en dergelijke of een combinatie daarvan. 48