CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Rötgerinksweg 9 Reutum en Ossendijk 45 Langeveen (toelichting en regels).pdf

Raadscommissie 7 april 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Rötgerinksweg 9 Reutum en Ossendijk 45 Langeveen'29.074 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij

•

verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2023); NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2023);

•

NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem. (NEN 5707+C2:2017)

•

BRL SIKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”

•

BRL SIKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”

•

BRL SIKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"

Dumea is een handelsnaam van Terra Agribusiness. Het procescertificaat van Terra Agribusiness en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: •

vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid;

•

opstellen van een hypothese;

• •

opstellen van een onderzoeksstrategie; resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek;

•

conclusies, aanbevelingen en samenvatting.

In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Dumea en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).

2024-100

14-6-2024

Pagina 4 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

2

Vooronderzoek

Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron

Omschrijving

www.ahn.nl

AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland)

www.bodemloket.nl

Bodemloket van Nederland

www.topotijdreis.nl

Historische kaarten

www.dinoloket.nl

Ondergrond gegevens van Nederland

BAG viewer

Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)

Gemeente Tubbergen

Historische informatie van de gemeente

Omgevingsdienst Twente

Historische informatie van de omgevingsdienst

Bodematlas Provincie Overijssel

Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel

Informatie Opdrachtgever

Dhr. Kuipers

Inspectie onderzoekslocatie

Visueel inspectie van de locatie

2.1

Locatie gegevens

Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie

Rotgerinksweg 9 te Reutum

Kadastrale gemeente

Tubbergen

Sectie

Q

Percelen

1821, 1822

Oppervlakte van de onderzoekslocatie

< 10000 m2

Eigenaar/ gebruiker

-

Korte beschrijving van de onderzoekslocatie

De onderzoekslocatie betreft een woning met schuren, tuin en landbouwgrond

Bebouwing

Ter plaatse staat een woning met schuren

Verharding

De onderzoekslocatie is grotendeels onverhard

2.2

Algemene informatie locatie

De locatie bevindt zich aan de Rotgerinksweg 9 te Reutum. De locatie betreft een woning met twee schuren, tuin en landbouwgrond. Initiatiefnemer is voornemens om de bestemming te wijzigen, twee bijgebouwen te slopen en nieuwbouw te realiseren op de locatie. Volgens historische kaarten is er bebouwing aanwezig vanaf 1850. Volgens het BAG-register is de woning in 1975 gebouwd. Eén schuur is volgens het register in 1988 gebouwd, van de andere schuur is geen bouwjaar bekend. Uit historische kaarten blijkt dat de onderzoekslocatie (deels) vanaf 1997 tot en met 2009 is aangemerkt als boomgaard/kwekerij. Op de locatie hebben zich in het verleden, voor zover bekend, geen calamiteiten en/of bedrijfsactiviteiten voorgedaan die van invloed zijn geweest op de bodemkwaliteit van onderhavige onderzoekslocatie. Tevens is er voor zover bekend, op de locatie nooit opslag aanwezig geweest van chemicaliën of brandstoffen zoals huisbrandolie of diesel. 2024-100

14-6-2024

Pagina 5 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

In het kader van het vooronderzoek is op 13 mei 2024 een verzoek gericht aan de omgevingsdienst Twente voor het aanleveren van historische bodeminformatie. Tot heden is geen reactie ontvangen. Er is verder geen bodemrelevante informatie van de onderzoekslocatie bekend bij de geraadpleegde bronnen. 2.3

Eerder uitgevoerd (bodem)onderzoek

Voor zover bekend zijn er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.4

Directe omgeving locatie

De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Reutum. In de directe omgeving bevinden zich voornamelijk woonhuizen, infrastructuur, agrarische bedrijven en percelen. De directe omgeving werd in het verleden op historische kaarten aangeduid als “Reutumse Esch” en tegenwoordig als ’t Noordik’. Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie.

2024-100

14-6-2024

Pagina 6 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

2.5

Regionale bodemopbouw en geohydrologie

De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2

De boorlocatie bevindt zich circa 29 meter boven NAP. De regionale grondwaterstroming is noordwestelijk.

2.6

Vooronderzoek PFAS

PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grond- of grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem.

2024-100

14-6-2024

Pagina 7 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

2.7

Vooronderzoek 5707 Asbest

Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1850 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is mogelijk dat tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in de gebouwen verwerkt is. Het is echter niet aannemelijk dat er asbest in de bodem van onderhavige onderzoekslocatie terecht is gekomen. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot asbest in de bodem.

2024-100

14-6-2024

Pagina 8 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

3

Onderzoeksprogramma

3.1

Hypothesestelling

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. De onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als onverdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 dient de boven- en ondergrond te worden onderzocht conform onderzoeksstrategie ONV-NL. Tijdens het veldwerk wordt de locatie geïnspecteerd en zullen de boringen zintuiglijk worden beoordeeld. Bij zintuiglijk bijzondere waarnemingen kan de strategie nog worden aangepast. Omdat de locatie (deels) in het verleden in gebruik is geweest als boomgaard/kwekerij zal de bovengrond tevens onderzocht worden op bestrijdingsmiddelen (OCB’s). De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden: Tabel 3 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie

Hypothese

Verdachte stoffen

Opmerking

Gehele locatie

Onverdacht (ONV)

OCB’s

-

3.2

Onderzoeksopzet

De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 21 mei 2024 (plaatsing peilbuizen en monstername grond), 30 mei 2024 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III. Tabel 4 Onderzoeksopzet NEN 5740 (ONV) Locatie

Ondiepe boringen1

Diepe boringen2

Peilbuizen

Analyses grond

Analyses water

Gehele locatie

14

4

2

5x STAP + OCB’s

2x STAP

1

Ondiepe boringen standaard tot 0,5 m-mv.

2

Diepe boringen tot de grondwaterstand met een minimum van1,0 m-mv en een maximum van 2,0 m-mv.

2024-100

14-6-2024

Pagina 9 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

3.3

Analysestrategie

Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. De aangetroffen situatie ten tijde van de uitvoering van de veldwerkzaamheden gaf geen aanleiding tot het aanpassen van de onderzoeksstrategie. Tabel 5 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 Analyse monster

Traject (m-mv)

Deelmonsters

Analyse

BM1

0,00 - 0,50

1 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 8 (0,10 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50)

NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000)

BM2

0,00 - 0,50

11 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50)

NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000)

BM3

0,00 - 0,50

16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50)

NEN 5740 standaard+struct+OCB(incl vbh) (AS3000)

OM1

0,50 - 1,50

1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 5 (0,50 - 1,00) 5 (1,00 - 1,50) 6 (0,50 - 1,00) 6 (1,00 - 1,50)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

OM2

0,50 - 1,50

2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 3 (0,50 - 1,00) 3 (1,00 - 1,50) 4 (0,50 - 1,00) 4 (1,00 - 1,50)

AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb

Analyse monster

Traject (m-mv)

Analyse

Pb1wm1

1,80 - 2,80

NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)

Pb2wm1

2,60 - 3,60

NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)

Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.

De mengmonsters ten behoeve van de NEN5740 zijn samengevoegd door AL-West Agrolab.

2024-100

14-6-2024

Pagina 10 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen

In bijlage V zijn de visuele waarnemingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. Veldwaarnemingen De bovengrond bestaat uit matig grindig zand, plaatselijk zwak humeus. De ondergrond bestaat uit matig fijn zand, plaatselijk zwak grindig. De diepere ondergrond bestaat uit matig lemig zand. Tabel 6 Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Boring/Gat

Diepte boring (m -mv)

Traject (m -mv)

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

1

2,80

1,50 - 2,00

Zand

matig leemhoudend

2,00 - 2,80

Zand

matig leemhoudend

2

3,60

1,00 - 1,50

Zand

zwak grindhoudend

1,50 - 2,00

Zand

matig leemhoudend

2,00 - 2,80

Zand

matig leemhoudend

2,80 - 3,60

Zand

matig leemhoudend

Er is geen puin en/of asbestverdacht materiaal aan het oppervlak en in de boringen aangetroffen. Grondwater De filterbuis wordt minimaal een halve meter beneden de grondwaterspiegel geplaatst, waarna de dichte buis tot iets boven maaiveld wordt gemonteerd en afgedicht met bentoniet om instroom van oppervlaktewater te voorkomen. In onderstaande tabel zijn de gegevens betreffende de grondwaterbemonstering opgenomen: Tabel 7 Metingen grondwater Peilbuis

Filterdiepte (m -mv)

Grondwaterstand (m -mv)

pH (-)

EC (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

Pb1wm1

1,80 - 2,80

0,30

6,7

1349

313

Pb2wm1

2,60 - 3,60

0,30

6,5

1247

290

Geen van de gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden.

Voor de troebelheid (NTU) is een waarde van 290 en 313 gemeten welke kan worden veroorzaakt door het in suspensie zijn van (grond)deeltjes. Deze deeltjes kunnen invloed hebben op het analyseresultaat. Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 - 10 NTU heeft. Het meten van een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar pas met de interpretatie van de grondwaterresultaten kan worden beoordeeld of de troebelheid een probleem vormt.

2024-100

14-6-2024

Pagina 11 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

4.2

Analyseresultaten

De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven in bijlage V. Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab. Deze analyses zijn allen AS3000 erkende verrichtingen. Tabel 8 Kwaliteitsklassen grond (T101 Omgevingswet) Kwaliteitseis

Ondergrens van kwaliteitsklasse

Bovengrens van kwaliteitsklasse

Voormalige benaming (voor inwerkingtreding Omgevingswet

Landbouw/natuur

-

Landbouw/natuur

Achtergrondwaarde

Wonen

Landbouw/natuur

Wonen

Klasse Wonen

Industrie

Wonen

Industrie

Klasse Industrie

Matig verontreinigd

Industrie

Interventiewaarde bodemkwaliteit

Niet toepasbaar en niet sterk verontreinigd (beneden interventiewaarde)

Sterk verontreinigd

Interventiewaarde bodemkwaliteit

-

Niet toepasbaar en sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)

Tabel 9 Beoordeling aan de interventiewaarde bodemkwaliteit landbodem (T130 Omgevingswet) Kwaliteitseis Kleiner of gelijk aan de Interventiewaarde

Omvang bodemvolume grondverzet <25 m3

Omvang bodemvolume grondverzet >25 m3

Geen regels

Algemene regels uit Bal

Groter dan Interventiewaarde Geen regels of bruidsschat

Algemene regels uit Bal (zwaardere variant)

In de Omgevingswet is de toetsing voor grondwater komen te vervallen. Derhalve zal het grondwater getoetst worden aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Tabel 10 Toetsingskader Wbb (grondwater) Concentratie

Betekenis

Opmerking

Code

≤ streefwaarde

Niet verontreinigd

Geen aanvullend onderzoek nodig

-

> streefwaarde ≤ T-waarde

Licht verontreinigd

Geen aanvullend onderzoek nodig

*

> T-waarde ≤ I-waarde

Matig verontreinigd

Mogelijk nader bodemonderzoek noodzakelijk

**

Nader bodemonderzoek noodzakelijk; > I-waarde

Sterk verontreinigd

mogelijk sprake van ernstige bodemverontreiniging

***

Toelichting: De halve som van de AW- en I-waarden ((AW+I)/2 = T-waarde) is een toetsingswaarde waarboven er een vermoeden is van grondwaterverontreiniging. Door middel van aanvullend onderzoek moet dit vermoeden worden getoetst. De I-waarden zijn de ‘interventiewaarden’. Als de I-waarde voor een stof wordt overschreden in meer dan meer dan 100 m3 grondwater (bodemvolume), dan wordt gesproken van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

2024-100

14-6-2024

Pagina 12 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

Tabel 11 Analyseresultaten NEN 5740 Beoordeling interventiewaarde

Monster

Traject (m-mv)

Samenstelling

Verhogingen

Kwaliteitsklasse

BM1

0,00 - 0,50

1 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 6 (0,00 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 8 (0,10 - 0,50) 9 (0,00 - 0,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

BM2

0,00 - 0,50

11 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50)

Hg+

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

BM3

0,00 - 0,50

16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 18 (0,00 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 20 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

OM1

0,50 - 1,50

1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 5 (0,50 - 1,00) 5 (1,00 - 1,50) 6 (0,50 - 1,00) 6 (1,00 - 1,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

OM2

0,50 - 1,50

2 (0,50 - 1,00) 2 (1,00 - 1,50) 3 (0,50 - 1,00) 3 (1,00 - 1,50) 4 (0,50 - 1,00) 4 (1,00 - 1,50)

-

Landbouw/natuur

Voldoet aan interventiewaarde

Pb1wm1

1,80 - 2,80

Pb1

-

Pb2wm1

2,60 - 3,60

Pb2

-

+ groter dan landbouw/natuur

* groter dan streefwaarde

++ groter dan wonen

** groter dan tussenwaarde

+++ groter dan industrie

*** groter dan interventiewaarde

++++ groter dan matig verontreinigd

Uit de analyseresultaten blijkt dat in het grondwater geen verhoogde concentraties zijn aangetoond. Ten behoeve van de analyse van het grondwater op zware metalen (anorganische stoffen) zijn de watermonsters in het veld echter gefiltreerd, waardoor de zwevende delen zijn verwijderd. Uit de analyseresultaten blijkt dat de verhoogd gemeten troebelheid geen invloed heeft op de organische parameters.

2024-100

14-6-2024

Pagina 13 van 21

Verkennend bodemonderzoek Rötgerinksweg 9 te Reutum

4.3

Toetsing van de hypothese

Onderdeel

Deellocatie

Gestelde hypothese

Hypothese verworpen of aangenomen

NEN 5740

Gehele locatie

Onverdacht

Grotendeels aangenomen

4.4

Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek

Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Gehele locatie Op basis van de onderzoeksresultaten bestaat er geen aanleiding voor het laten uitvoeren van een nader onderzoek.

2024-100

14-6-2024

Pagina 14 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1411/documents/27316