Bijlagen motivering Bijlage 6 Ecologie
Tekst van het document
Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat de woning ontoegankelijk is voor vleermuizen door de afwezigheid van bebouwing op de planlocatie. Daarom wordt een nader onderzoek gebouwbewonende vleermuizen niet noodzakelijk geacht. Rondom de planlocatie zijn mogelijk bomen aanwezig met vleermuispotentie. Eventueel aanwezige soorten zullen mogelijk hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling, er zullen echter geen verblijfplaatsen verloren gaan indien deze bomen niet gekapt worden. Een nader onderzoek boombewonende vleermuizen wordt niet noodzakelijk geacht. Echter t.o.v. zorgvuldig handelen wordt het aangeraden om voorafgaande en gedurende de werkzaamheden de bomen rondom de planlocatie niet actief te belichten. Schade op onmisbare vliegroutes en foerageergebieden, verblijfplaatsen van vleermuizen kan mogelijk ontstaan wanneer de lijnelementen verdwijnen uit het landschap. Nabij de planlocatie zijn deze lijnelementen aanwezig hetgeen niet zal veranderen. Het foerageergebied blijft deels intact. Een nader onderzoek foerageergebied is dan ook niet noodzakelijk. Het habitat laat zich het beste omschrijven door landelijke omgeving. Advies / conclusie Ten aanzien van vleermuizen worden geen schadelijke handelingen flora en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. Het wordt aangeraden om t.o.v.
zorgvuldig handelen bij de aanleg- en nieuwe gebruiksfase de bomen rondom de planlocatie niet actief te belichten. 29 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Toelichting vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats: Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort. Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen . (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats.
Er zijn bij soorten als ge wone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert. 30 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Zoogdieren Soorten van Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Bever en otter In het plangebied zijn geen sporen van de otter (Lutra lutra) of bever (Castor fiber) aangetroffen. Het voorkomen van beide soorten kan hiermee redelijkerwijs worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plan gebied. Vanwege het karakter van het plangebied is het habitat voor deze soort ongeschikt. Hamster, hazelmuis en noordse woelmuis Het verspreidingsgebied van de hamster (Cricetus cricetus) en hazelmuis (Muscardinus avellanarius) is beperkt tot Zuid -Limburg.
Voor de noordse woelmuis (Microtus oeconomus) geldt dat deze soort een zeer natte, kruidenrijke vegetatie behoeft en dat de verspreiding zich beperkt tot de lage, natte delen van Nederland. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied geen van de genoemde soorten voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Slaapmuizen Het verspreidingsgebied van de eikelmuis ( Eliomys quercinus) beperkt zich tot specifieke gebieden in Zuid - Limburg. De soort kan voor het plangebied worden uitgesloten. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Ware muizen Het verspreidingsgebied van de grote bosmuis (Apodemus flavicollis) beperkt zich tot de oostgrens van Nederland en ligt ver buiten het plangebied. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Op de planlocatie zijn geen sporen gevonden van ware muizen . Voor de overige ware muizen geldt dat zij door de provincie voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Omgevingswet. Spitsmuizen Het verspreidingsgebied van de veldspitsmuis (Crocidura leucodon) betreft Twente en Zeeuws -Vlaanderen. De veldspitsmuis is gebonden aan kleinschalig agrarisch cultuurlandschap dat niet te intensief beheerd wordt.
Hij komt voor in overgangsvegetaties, lintvormige landschapselementen, opgaande kruidenvegetaties en overhoekjes. En ook in aanliggende, braakliggende of niet begraasde kruidenvegetaties, zoals boomgaarden, kan de soort worden aangetroffen. In gebouwen komt hij zelden voor. Het is dan ook niet aann emelijk dat de veldspitsmuis aanwezig is op de planlocatie. Bij het raadplegen van NDFF en dergelijke databases kwamen geen waarnemingen op en nabij de planlocatie naar voren. De waterspitsmuis (Neomys fodiens) is gebonden aan schone wateren met een rijke oevervegetatie. Derhalve kan worden gesteld dat beide soorten niet in het plangebied voorkomen. Voor de overige spitsmuizen geldt dat zij door de provincie voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld van de Omgevingswet. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. 31 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Woelmuizen De verspreiding van de molmuis (Arvicola scherman) is beperkt tot Noord-Brabant. Sporen zijn van deze soort niet aangetroffen. De planlocatie leent zich niet voor deze soort. De overige onder dit beschermingsregime vallende woelmuizen zijn door de provincie voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Omgevingswet. Een nader onderzoek molmuis wordt niet noodzakelijk geacht.
Eekhoorn Tijdens het veldbezoek werden geen nesten van de eekhoorn (Sciurus vulgaris) of knaagsporen aangetroffen. Het plangebied vertoont potentiële essentiële functie voor de eekhoorn. In de diverse databases zijn er geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Haasachtigen, egel en vos Sporen van de egel en de vos zijn niet aangetroffen. In de diverse databases zijn er geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Holen zijn niet waargenomen, en er zijn voldoende alternatieven in de nabije omgev ing. Deze soorten zijn m.u.v. de egel , door de provincie voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Omgevingswet. Bij het veldbezoek is een haas waargenomen, echter in de omgeving zijn genoeg uitwijkmogelijkheden waar deze soort naar uit kan wijken bij de werkzaamheden. Marterachtigen Op het perceel zijn sporen van marterachtigen aangetroffen in de vorm van prooiresten of verblijfplaatsen. Potentiële holen waar de kleine marters gebruik van zou kunnen maken zijn niet waargenomen. De planlocatie kent meerdere schuilhoeken en verbindingszones, maar geen verblijfplaatsen. Het is aannemelijk dat marterachtigen de planlocatie gebruiken als foerageergebied of verbindingszone, echter in de omgeving zijn genoeg uitwijkmogelijkheden. De drie V’s (verblijfplaats, veiligheid/dekking en voedsel) zijn deels aanwezig.
Het is aannemelijk dat de marterachtige geen gebruik maakt van de planlocatie als rust- of verblijfplaats. Overige zoogdieren De in Nederland voorkomende zoogdieren betreffen of zeezoogdieren of slechts zelden in Noord -Brabantse bossen waargenomen soorten (de wilde kat (Felis silvestris) en lynx (Lynx lynx) en de in Nederland gevestigde wolf (Canis lupus)) ofwel in het bos of ope n veld levende grote hoefdieren. Derhalve kan worden gesteld dat binnen het plangebied mogelijk overige zoogdieren voorkomen. In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Advies / Conclusie Ten aanzien van zoogdieren worden geen schadelijke handelingen flora en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. 32 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Overige Soorten Reptielen en amfibieën De kleine watersalamander (Lissotriton vulgaris), gewone pad (Bufo bufo), bruine kikker (Rana temporaria), bastaardkikker (Pelophylax esculentus) en meerkikker (Pelophylax ridibundus) zijn door de provincies voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld van de Omgevingswet. Langszij d e planlocatie is potentie aanwezig voor reptielen en amfibieën door de aanwezigheid een waterlichaam met glooiende oever. Echter t.o.v.
zorgvuldig handelen wordt het aangeraden om voorafgaande en gedurende de werkzaamheden rondom de planlocatie een reptielen/amfibieën scherm te plaatsen. Vissen De beschermde vissen zijn rivieroptrekkende zoutwater soorten die niet of nauwelijks in Nederland worden aangetroffen. De beekdonderpad (Cottus rhenanus), beekprik (Lampetra planeri), elrits (Phoxinus phoxinus) en gestippelde alver (Alburnoides bipunctatus) zijn soorten van schone heldere continu stromende beken en zijn (grotendeels) beperkt tot de provincie Noord-Brabant. De beekprik komt ook elders op de hogere zandgronden voor en van de elrits bevindt zich een geïsoleerde populatie op de Engbertsdijkvenen. De kwabaal (Lota lota) is een soort van grote wateren en riviertjes. Op de planlocatie ligt een geïsoleerd waterlichaam, waardoor de potentie voor vissen niet aannemelijk is. Vlinders en libellen In het plangebied komen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt zijn als leefgebied voor onder dit beschermingsregime vallende libellen en dag - of nachtvlinders. Echter de sloot is niet betrokken bij de werkzaamheden, waardoor het aannemelijk is dat vlinders en libellen niet verstoord of gedood zullen worden. Overige ongewervelden Het oeveraas (Palingenia longicauda), de juchtleerkever (Osmoderma eremita) en Bataafse stroommossel (Unio crassus) zijn uit Nederland verdwenen.
Van de vermiljoenkever (Cucujus cinnaberinus) is slechts een populatie nabij Maarheeze (Noord-Noord-Brabant) bekend. Omdat veensloten en vennen met schoon water ontbreken in het plangebied kan het voorkomen van andere overige ongewervelden redelijkerwijs worden uitgesloten. Het plangebied bevindt zich buiten het bekende verspreidingsgebied van de Europese rivierkreeft (Astacus astacus) In de diverse databases zijn geen verspreidingsgegevens bekend nabij het plangebied. Conclusie / Advies Ten aanzien van overige soorten worden geen schadelijke handelingen flora en fauna activiteit zoals bedoeld in de Omgevingswet verwacht. Het wordt aangeraden t.o.v. zorgvuldig handelen om voorafgaande en gedurende de werkzaamheden rondom de planlocatie een reptielen/amfibieën scherm te plaatsen. 33 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK 6.3 Houtopstanden Op de planlocatie worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Omgevingswet. Overtreding op dit onderdeel Omgevingswet is niet aan de orde. De omgevingswet regelt de bescherming van houtopstanden.
Een bij wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld - en herplantplicht. Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Omgevingswet vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gron den dan waar de (deels) gevelde opstand stond. Deze regel geldt niet voor: 1. Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; 2. Houtopstanden op erven of in tuinen; 3. Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; 4. Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; 5. Kweekgoed; 6. Uit populieren of wilgen bestaande: a. Wegbeplantingen; b.
Beplantingen langs waterwegen, en c. Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; 7. Het dunnen van een houtopstand; 8. Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: a. Ten minste eens per tien jaar worden geoogst; b. Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en c. Zijn aangelegd na 1 januari 2013. 34 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Verantwoording Literatuur / bronnen • Omgevingswet • Omgevingsverordening • Fauna inventarisatie, Rik Schoon • 150416_Rapport_Effectafstanden_Natura_2000.pdf Materiaal • Camera • Zaklamp • Thermometer • Windmeter • Verrekijker • Endoscoop • Ladder (5 meter) • UV-lamp Internet • www.rvo.nl • www.bij12.nl • wwww.verspreidingsatlas.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.ndff.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 • https://atlasnatuurlijkkapitaal.nl/kaarten • www.natura2000.nl • www.planviewer.nl 35 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Bijlagen
36 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
37 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
38 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
39 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
40 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
41 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
42 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
43 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
44 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
45 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK
46 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Vrijgestelde soorten per provincie Nederlandse naam Wetenschappelijke naam Groningen Friesland Drenthe Overijssel Flevoland Gelderlan d Utrecht Noord- Noord- Brabant Zuid- Holland Zeeland Noord- Holland Noord- Noord- Brabant Ministerie EZ (AmvB RN art. 3.31) Zoogdieren Aardmuis Microtus agrestis x x x x x x x x x x x x x Bosmuis Apodemus sylvaticus x x x x x x x x x x x x x Bunzing Mustela putorius x5 x x x x x Dwergmuis Micromys minutus x x x x x x x x x x x x x Dwergspitsmuis Sorex minutus x x x x x x x x x x x x x Egel Erinaceus europaeus x x x x x x x x x x x Eekhoorn Sciurus vulgaris x Gewone bosspitsmuis Sorex araneus x x x x x x x x x x x x x Haas Lepus europeus x x x x x x x x x x Hermelijn Mustela erminea x5 x x x x x Huisspitsmuis* Crocidura russula x x x x x x x x x x x x x Konijn Oryctolagus cuniculus x x x x x x x x x x x Molmuis Arvicola scherman x Ondergrondse woelmuis Pitymys subterraneus x x x x x x x x x x x Ree Capreolus x x x x x x x x x x x x x Rosse woelmuis Clethrionomys glareolus x x x x x x x x x x x x x Steenmarter Martes foina x x2 Tweekleurige bosspitsmuis Sorex coronatus x x x x x x x x x x x x Veldmuis* Microtus arvalis x x x x x x x x x x x x x Vos Vulpes x x x x x x x x x x x x x Wezel Mustela nivalis x x5 x x x x x Wild zwijn Sus scrofa x Woelrat Sus scrofa x x
x x x x x x x x x x x Amfibieën en reptielen Bruine kikker Rana temporaria x x x x x x x x x x x x x Gewone pad Bufo bufo x x x x x x x x x x x x x Hazelworm Anguis fragilis x3 Kleine watersalamander Lissotriton vulgaris x x x x x x x x x x x x x Levendbarende hagedis Zootoca vivipara x4 Meerkikker Pelophylax ridibundus x x x x x x x x x x x x x Middelste groene kikker / bastaardkikker Pelophylax klepton esculentus x x x x x x x x x x x x x * voor deze soorten daarnaast algemene vrijstelling in/op gebouwen en bijbehorende erven Wnb 3.10 3e lid x1 = vrijstelling geldt in de periode maart- april en juli tot en met november x2 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met februari x3 = vrijstelling geldt in de periode juli, augustus en september x4 = vrijstelling geldt in de periode 15 augustus tot en met 15 oktober x5 = de vrijstelling voor deze soorten wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van de Omgevingsverordening 2022 47 NATUURWAARDENONDERZOEK 52122 – VINCKENWEG - VRIEZENVEENSEWEG GEESTEREN HARDERWIJK Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven.
Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van bescherm de soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2024 Ecofect B.V.; Nunspeet