Bijlage VTSBP Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse - toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse
49
50
bestemmingsplan Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft een lijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is (april 2015). In het voorliggende bestemmingsplan gaat het om ontwikkelingen bij Natuurnetwerk Nederland en Natura 2000. Daarnaast om een nieuwe recreatieve ontwikkeling. Het plan is daarom in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel voorgelegd. Het plan stuit niet op onoverkomenlijke bezwaren vanuit de provincie Overijssel.
Waterschap Vechtstromen Op 2 februari 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 27 juli 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn twee zienswijzen binnengekomen. In Bijlage 7 is de reactienota zienswijzen opgenomen waarin de zienswijzen van een reactie zijn voorzien en kenbaar is gemaakt of deze zienswijzen tot planwijzigingen hebben geleid. De ingekomen zienswijzen hebben geleid tot wijzigingen in het bestemmingsplan. Zie de nota voor de toelichting hierop. Ook zijn ambtshalve een aantal wijzigingen in het bestemmingsplan doorgevoerd.
bestemmingsplan Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse
51
52
bestemmingsplan Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse
Bijlagen bij toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse
53
Bijlage 1
54
ruimtelijk kwaliteitsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse
Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO Tutenbergweg 6 Vasse | Definitief d.d. maart 2023
Aanzicht plangebied vanaf de Denekamperweg
COLOFON
Titel Opgesteld
Ruimtelijk kwaliteitsplan KGO Tutenbergweg 6 Vasse juni 2021
Datum laatst gewijzigd
maart 2023
Status
Definitief
Opdrachtgever
Familie Ter Horst Tutenbergweg 6 7661 RB Vasse
Auteur
Ad Fontem Ruimtelijk Advies A.Veenendaal MSc, adviseur RO en de groene leefomgeving Stationsstraat 37 7622 LW Borne ad-fontem.nl
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Ad Fontem Juridisch Bouwadvies b.v
INHOUDSOPGAVE Introductie Bestaande situatie Landschapsanalyse Landschapsanalyse - Beleid Ruimtelijk kwaliteitsplan Impressies Beeldkwaliteit
5 6 8 10 13 17 18
INTRODUCTIE Ad Fontem Ruimtelijk Advies heeft het voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld naar aanleiding van de voorgenomen ontwikkelingen op Camping de Tutenberg. Camping de Tutenberg, gelegen aan de Tutenbergweg 6, is gesitueerd op de flank van de Ootmarsumse stuwwal, tussen Hezingen en Vasse. Initiatiefnemer heeft het campingterrein van de vorige eigenaar overgenomen en is voornemens het terrein te herontwikkelen tot een hoogwaardig Ecopark. De gemeente heeft na het indienen van een principeverzoek positief besloten. De bestemmingsplanwijziging kan onder meer worden gerealiseerd op voorwaarde dat de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast en dat de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt versterkt. De landschappelijke inpassing wordt uiteengezet door middel van onderhavig ruimtelijk kwaliteitsplan. Het beleid en de uitgangspunten van de actoren relevant voor de landschappelijke inpassing worden in beeld gebracht. Het beleid relevant voor de gehele ontwikkeling zal in het bestemmingsplan worden benoemds en getoetst. Er wordt een beschrijving gegeven van het plangebied in het omliggende landschap op basis van de landschapsinventarisatie en analyse. Dit vormt de basis voor de beschrijving van de nieuwe situatie, inclusief de landschappelijke inpassing die voldoet aan het beleid opgesteld door de gemeente Tubbergen.
Figuur 1 Ligging Camping de Tutenberg
5
Bestaande situatie - Luchtfoto Tutenbergweg 6 Het plangebied, Camping de Tutenberg, is gelegen aan de Tutenbergweg 6 te Vasse, gesitueerd op de flank van de Ootmarsumse stuwwal, tussen het dorp Vasse en het buurtschap Hezingen. De Tutenbergweg 6 betreft een camping met de mogelijkheid voor verblijfsrecreatie met staanplekken voor stacaravans en diverse kampeermiddelen. Het betreft een reliëfrijk gebied gevormd door de stuwwal van Ootmarsum en het beekdal aan de zuidzijde van de camping. De omgeving rond de camping bestaat uit voornamelijk landbouwgronden met verspreid liggende erven, recreatieve voorzieningen en natuurgebieden.
1
2 4
6
Op de volgende pagina zijn verscheidene foto’s van de camping aan de Tutenbergweg 6 weergegeven. De initiatiefnemer is reeds begonnen met het opruimen van de overblijfselen van de stacaravan percelen en de uitheemse beplanting bij de staanplaatsen. Diverse investeringen zijn gedaan met het oog op het vormgeven van het ecopark. 1 Toegangsweg naar de camping 2 Zicht op de noordelijke grens van het terrein met het boscomplex van de Tutenberg op de achtergrond 3 Lagere gronden van het beekdal 4 Zicht op de omliggende agrarische gronden met op de voorgrond reliëfrijk terrein 5 Houtsingel westzijde terrein 6 Aanzicht diverse houtsingels op het campingterrein
5
3
Figuur 2 Luchtfoto plangebied
6
Bestaande situatie - Foto’s bestaande situatie
1
4
2
5
3
6
Figuur 3 Diverse foto’s van het plangebied
7
Landschapsanalyse - Landschap Camping de Tutenberg, het toekomstige Ecopark de Tutenberg, is gelegen in het stuwwallenlandschap ten oosten van het dorp Vasse. Het campingterrein heeft zich enkele decennia geleden gevormd op de percelen behorende bij de boerderij aan de Tutenbergweg 6. Landschap Het plangebied ligt in het glooiende landschap rondom het dorp Vasse. Het camping terrein ligt in een landschap dat is opgebouwd uit stuwwallen, specifiek de stuwwal van Ootmarsum. Door de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen is er sprake van waarneembare verschillen in het landschap. Zo zorgden ijs-, winden waterstromen voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes. De diversiteit in het landschap is ook waar te nemen rondom het plangebied. Ten zuiden van het plangebied heeft zich een stroomgeul gevormd waar het landschap zich kenmerkt met een nat karakter en naar het noorden loopt het terrein omhoog. Het plangebied is onderdeel van het ‘oude
kleinschalige en afwisselende landschap op de flank van de stuwwal van Ootmarsum. Een gebied waar in het landschap rondom het erf meerdere kleine (eenmans)essen zijn gelegen, evenals natte laagtes met de bijbehorende vegetatie. De diversiteit in en rondom het plangebied is zichtbaar. Het landschap kenmerkt zich met verspreid liggende hooggelegen essen (bouwlanden) op de (flanken van) de stuwwal, met daarlangs vaak nog steilranden. De voormalige kampen in het plangebied lagen als het ware ingesloten tussen de Mander Esch, de Vasser Esch en de Hezinger Esch. Tussen de essen liggen lager gelegen gronden zoals ten zuiden van het plangebied, nabij de stroomgeul. Aan de rand van de eenmansesjes (kampen) zijn de verspreid liggende boerderijen aanwezig zodat de bouwlanden, maar ook het water en de heide (voor de plaggen), dichtbij huis aanwezig waren. Een dicht netwerk van houtsingels, houtwallen en loofhoutbosjes is kenmerkend voor het landschap. De wegen volgen de natuurlijke lijnen van het kleinschalige landschap, waardoor een organisch en kronkelend wegenpatroon ontstaan is. Door de jaren heen zijn de natuurlijke weide afscheidingen, de houtwallen, singels
Figuur 4 Hoogtekaart plangebied en omgeving AHN (bron: ahnviewer.nl)
en bosschages deels verdwenen, maar voornamelijk op het camping terrein toegenomen vanwege het vormen van kleinere ‘kamers’ ter opdeling van het campingterrein. De historische topografische kaarten op de volgende pagina laten zien dat met name na 1940 er veel landschapselementen in de omgeving verdwenen zijn. Andere landbouwmethoden leidden tot ander gebruik van het land. Veel houtwallen zijn bijvoorbeeld geruimd om de percelen aan te passen aan de grotere machines met als gevolg een schaalvergroting van het landschap. De herkenbaarheid van het kleinschalige landschap is ter plaatse van het plangebied grotendeels overeind gebleven. De structuur is behouden gebleven. De grotere landschapselementen en de structuur gevende landschapselementen zoals laanbeplanting langs wegen en enkele erfbomen van de vergrootte percelen zijn in de omgeving grotendeels nog aanwezig. De voormalige heidegronden op de hoger gelegen delen van de stuwwal, ten oosten van het plangebied, zijn ontgonnen of bebost. Bodem Het bodemtype geeft inzicht in de chemische omstandigheden welke sturend is voor de keuze van het plantmateriaal. Beplanting die namelijk van nature op deze bodemtypen groeit, heeft namelijk veel minder last van ziektes en plagen. Ze zijn sterker omdat de bodemomstandigheden optimaal zijn voor de soorten. Ook binden inheemse plantensoorten meer insecten, schimmels en mossen aan zich.
In dit geval bestaan de gronden in het plangebied hoofdzakelijk uit door de mens bewerkte zandgronden. Het plangebied omvat hoofdzakelijk een dikke eerdgrond. Deze zijn ontstaan door menselijke invloed, zoals het ophogen met humushoudend materiaal en herhaalde diepe grondbewerking, wat overeenkomt met het gebruik als kamp, zie de historische topografische kaarten. Vanwege de aanwezigheid van de stuwwal zitten er differentiaties in de opbouw van de bodem. Op de zandgronden groeien o.a. de winter- & zomereik, beuk, haagbeuk, meidoorn zwarte els (nattere gronden) van nature. Deze soorten, met name de soorten die reeds aanwezig zijn, zullen worden gebruikt in het ontwerp.
8
Eerdgrond
Dikke eerdgrond
Humuspodzolgronden
Figuur 5 Historische topografische kaarten 1900 (linksboven), 1935 (rechtsboven) en 1960 (linksonder), bodemkaart (rechtsonder) (bron: atlasvanoverijssel.nl)
9
Landschapsanalyse - Beleid Europees beleid Natura 2000 Natura 2000 is een netwerk van strikt beschermde natuurgebieden in Europa. Het gebiedsbeschermingsdeel van de Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Dit geldt ook voor het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). Het plangebied ligt gedeeltelijk binnen Natura 2000-gebied Springendal en Dal van de Mosbeek. Het deel van het plangebied dat tot Natura 2000 behoort, is bestemd als terrein voor verblijfsrecreatie. Binnen deze bestemming is het
mogelijk terreinen te benutten voor standplaatsen voor kampeermiddelen en camperplaatsen en de bijbehorende voorzieningen zoals een parkeerplaats. Bestaand grasland wordt in de nieuwe opzet benut als parkeerplaats, voedselbos en activiteitenterrein waardoor het gebruik geëxtensiveerd wordt ten opzichte van de voorgaande situatie. Er zijn reeds diverse landschappelijke maatregelen genomen zoals het verwijderen van uitheemse beplanting en nieuwe aanplant van inheemse en streekeigen beplanting. De beoordeling van de verstoringsfactor dag- en verblijfsrecreatie in het beheerplan van ‘Springendal & Dal van de Mosbeek’ geeft aan ‘‘Negatieve effecten op de habitattypen en habitatrichtlijnsoorten zijn, als gevolg van recreatieve activiteiten uitgesloten.’’ Er vindt geen toename plaats van geluid, optische verstoring of trillingen. Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten wordt een negatief effect op instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied, zoals verwoord in het beheerplan van ‘Springendal & Dal van de Mosbeek’ uitgesloten. Het zuidelijke deel van het plangebied dat aangewezen is als Ontwikkelopgave Natura 2000 krijgt een natuurlijke inrichting met een zone met ruimte voor de beek in het beekdal. Deze inrichting is niet strijdig met de beleidsregels voor de bescherming van Natura 2000-gebied, zoals opgenomen in de Provinciale ruimtelijke verordening.
Het waterschap heeft een vergunning verleend voor de inrichting van het gebied. De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de doelstellingen van het waterschap.
Figuur 6 Natura2000 en NNN in plangebied (bron: natuurbank Overijssel)
Nationaal beleid Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Het netwerk verbindt natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. In de Wet natuurbescherming is vastgelegd dat de provincies verantwoordelijk zijn voor het Natuurnetwerk Nederland op het land. Bij geplande ingrepen die binnen het NNN vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het ‘nee, tenzij’-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet
zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. Een deel van de laanstructuur met naastgelegen houtsingel behoort tot Natuurnetwerk Nederland. Het perceel dat tot Natuurnetwerk Nederland blijft ongewijzigd qua gebruik. De ruimtelijke plannen leiden per saldo niet tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden of tot vermindering van het areaal NNN. De volledige uiteenzetting van de toetsing aan het beleid is terug te vinden in ‘Quickscan natuurwaardenonderzoek Camping de Tutenberg te Vasse’ in de bijlage van de toelichting van het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Tutenbergweg 6’.
Provinciaal beleid Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Bestaande kwaliteiten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: • generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Voor het behoud en het versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebiedskenmerken het uitgangspunt. Gebiedskenmerken Middels een verdeling in vier lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de Omgevingsvisie toegelicht: • De natuurlijke laag • De laag van het agrarisch-cultuur landschap • De stedelijke laag (hier n.v.t.) • De lust en leisure laag (hier n.v.t.)
10
Natuurlijke laag: Stuwwallen De Overijsselde stuwwallen zijn tijdens de voorlaatste ijstijd opgestuwde aardlagen, zo ook de ‘Ootmarsumse stuwwal’ waar het plangebied op ligt. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. Op een aantal plekken zijn de ruggen al van verre zichtbaar; bovenop staand bieden ze spectaculaire zichten over de provincie. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ‘ingangen’ van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Lagen met diverse bodemsamenstelling zijn scheef gesteld, waardoor er voedselrijker en armere, waterdoorlatende en ondoorlatende lagen direct naast elkaar kunnen liggen. Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiare (zee) klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Op het zuide-lijke, laagste en dus natste gedeelte van het plangebied zal de waterloop haar ruimte weer terug krijgen. De verschillende stuwwallen in de provincie hebben zich in de loop van de tijd allemaal anders ontwikkeld. In de occupatiegeschiedenis zijn sommige stuwwallen betrekkelijk ongemoeid gelaten. Op andere kwamen grote en kleinere escomplexen tot ontwikkeling. De hoge delen werden vaak als extensieve heidevelden in gebruik genomen, later zijn grote delen ervan bebost.
De inzijging is afgenomen door oppervlakkige afwatering, waterwinning en het op grote schaal bebossen met naaldhout. De ambitie is het eigen karaker van de afzonderlijke stuwwalen te behouden en versterken. De inzet is het reliëf daarbij ruimtelijk beeldbepalend te laten zijn. Door bijvoorbeeld de overgangen naar andere landschappen te accenturen en door de zichten erop én er vanaf te versterken. Agrarische cultuurlandschap: Essenlandschap Het landschap ter plaatse van het plangebied wordt op de provinciale kaart aangeduid als hoofdzakelijk het ‘jong heide- en broekontginingslandschap’ en voor een klein deel het ‘essenlandschap’. Het plangebied kenmerkt zich meer als een essen-
landschap zoals uiteengezet is in de gebiedsanalyse, dan een ontginning gekenmerkt met rationele lijnen. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lag er gelegen maten en fliergronden – voormalige – heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting - met heideplaggen en stalmest - heeft geleidt tot een karakteristiek reliëf met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten- en flierenlanden. Zo lagen ze droog en werden tegelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. De zandpaden volgen steeds de lange ‘luie’ lijnen van het landschap. Zo ontstond vanuit de dorpen een organische spinragstructuur naar de omliggende gronden en de dorpen in de omgeving. Het landschapsbeeld is afwisselend en contrastrijk, volgend aan de organische patronen van het natuurlijke landschap. Typerend zijn de losse hoeven rond de es en de esdorpen met hun karakteristieke boerderijen en herkenbaar dorpssilhouet met vaak de kerktoren als markant element.
De ambitie is het behouden van de es als ruimtelijke eenheid en het versterken van de contrasten tussen de verschillende landschapsonderdelen: grote open maat van de essen, het mozaïek van de flank van de es, de open beekdalen en vroegere heidevelden. De samenhang hiertussen krijgt opnieuw vorm en inhoud door accentuering van de verschillende onderdelen en overgangen. De flank van de es biedt eventueel ruimte voor ontwikkelingen, mits de karakteristieke structuur van erven, beplantingen, routes en open ruimtes wordt versterkt. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de beleving van het afwisselende kleinschalige landschap door het toevoegen van verblijfsrecreatie in de vorm van ecopark met recreatiewoningen. Jong heide- en broekontginningslandschap Het landschap dat wij nu typeren als jong heide- en broekontginningslandschap bestond vroeger uit uitgestrekte hei-
develden en natte laagtes. De hoger gelegen drogere delen van deze woeste gronden werden gebruikt voor de beweiding van schapen en het steken van plaggen voor de bemesting van de essen. De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was dan ook oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap. De structuur van het landschap is ontstaan ten tijde van technische, medische en chemische uitvindingen (zoals kunstmest) in de 18e en 19de eeuw, die de ontginning van moerige gronden en heidevelden rendabel maakten. Er ontstond een rationeel boerenland met de lange rechte wegen in een schaakbordachtige structuur, de regelmatige, grote landbouwkavels en de regelmatige verspreide boerderijen. De erven werden gerangschikt en ingericht naar de bedrijfsvoering en eigen inzicht van de boer. De dragende structuren worden gevormd door groene en blauwe rationele raamwerken. De omgeving en het plangebied zelf kenmerkt zich meer met organische vormen en heeft meer kenmerken van het oude hoevenlandschap, ook wel kampenlandschap genoemd.
Gemeentelijk beleid Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. De gemeente hanteert voor ontwikkelingen in het buitengebied de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Bij elke ontwikkeling dient de aantasting van de landschappelijke en ecologische waarden gecompenseerd te worden. Bij een grootschalige ontwikkeling dient men naast een basisinspanning en een extra investering aan te bieden. Men onderscheidt een aantal stappen: - Wat is de omvang van de ontwikkeling; - Welke locatie wordt er voorgesteld voor de elementen; - Maken de gronden deel uit van bepaalde natuurwaarden; - Welk landschapstype en bouwstenen zijn van toepassing; - Welke ambities en streefbeeld moet er nagestreefd worden; - Waar en hoe kunnen wij daaraan voldoen? In dat proces wordt er, net als bij de omgevingsvisie gekeken naar vier lagen; de natuurlijke, de agrarische, de stedelijke en de lust en leisure laag. De kwaliteitsimpuls moeten zonder
11
meer bijdrage leveren aan een stevig en robuust landschappelijk raamwerk. Onder andere kunnen de verdwenen kenmerken terug worden gebracht. Het plangebied ligt in het essenlandschap en heideontginningslandschap. Er wordt gestreefd naar het versterken en ontwikkelen van robuuste en heldere landschappelijke structuren. Waardering Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Normaliter wordt uitgegaan van basisbedragen, echter vanwege het omzetten van een ‘Bos - Natuur’ bestemming naar een recreatieve bestemming, wordt middels een taxatie de toegenomen waarde bepaald. Taxatie In onderhavige ontwikkeling worden de mogelijkheden binnen de recreatieve bestemming gewijzigd. In dit geval is een taxatierapport opgesteld om de waardesprong te kunnen bepalen, omdat de vraag niet overeenkomt met de standaardtabel als opgenomen in het KGO beleid. Leisure taxateurs Nederland heeft een taxatie uitgevoerd. De taxatie wijst uit dat er geen waardevermeerdering optreedt in een vergelijk van de bestaande mogelijkheden in relatie tot de toekomstige mogelijkheden. Naast de basisinspanning hoeft er geen extra investering te worden gedaan vanuit het KGO-beleid.
Cascobeleid gemeente Tubbergen De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen. De voorgenomen ontwikkeling heeft geen negatieve consequenties voor de diverse elementen op de casco kaart, liggend binnen het plangebied. Het groenelement rondom de woning is opgenomen op de cascokaart als te behouden. Het betreft echter de tuin behorende bij de woning, bestaande uit diverse uitheemse sierbeplanting. Het element draagt niet bij aan de herkenning van het landschap en er is geen sprake van cultuurhistorische waarden. Er kan daarom gemotiveerd af worden geweken van het cascobeleid. De kaart is dynamisch en voorbehouden als een element onjuist op de kaart is komen te staan, mits gemotiveerd. De groene omkadering en diverse houtwallen in het plangebied staan ook op de cascokaart. De ontwikkeling wordt ingepast op basis van de versterking van bestaande landschappelijke elementen in en rondom het plangebied.
De Casco elementen worden behouden, waar nodig vernieuwd, vervangen en worden versterkt door de diverse elementen te ontdoen van uitheemse beplanting en nieuwe aanplant met inheems en streekeigen beplanting.
Figuur 7 Cascobeleidskaart (bron: atlasvoverijssel.nl)
12
Ruimtelijk kwaliteitsplan Met het initiatief van de opdrachtgever wordt het mogelijk het plangebied en de directe omgeving een ruimtelijke kwaliteits impuls te geven. De ontwikkeling vindt plaats in reeds recreatief bestemd gebied en binnen de bestaande grenzen van de camping. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit het plaatsen van maximaal 25 kwalitatief hoogwaardige recreatiewoningen en de bijbehorende voorzieningen. De gronden ten noorden van de Tutenbergweg zal de parkeerplaats voor het recreatieterrein zijn, evenals het voedselbos en een plek voor activiteiten. Op het meest zuidelijke gedeelte van het recreatieterrein zal de waterloop ruimte krijgen in het beekdal. Ecopark De huidige opzet van de Tutenberg is een grootschalige camping met ruimte voor 110 kampeerplekken met daarnaast 18 plekken voor stacaravans. Het streefbeeld voor het Ecopark bestaat uit het vormen van een hoogwaardig park m.b.t. de voorzieningen, natuur en landschap. Het gebied geeft momenteel een verrommelde uitstraling door het achterstallige onderhoud, veel verouderde bebouwing, tijdelijke bestratingen en achtergebleven beplanting. Kortom, er groeit en bloeit van alles wat er van nature niet thuis hoort. Zoals de Tutenberg eerst als grootschalige camping was ingericht, is nu het plan om er een kleinschalig en hoogwaardig ecologisch park van te maken.
Kleinschalig: Op het park komen maximaal 25 recreatiewoningen. Deze staan ver genoeg uit elkaar en tussen het groen zodat mensen voldoende privacy hebben. Elke luxe bungalow heeft genoeg ruimte om te genieten van de mooie natuur en de omgeving. De Tutenberg zal vooral rust en ruimte bieden aan haar bezoeker. Hoogwaardig: Dit betekent dat het ecopark van een uitstekende kwaliteit is. Er is gekozen voor een bouwstijl die past binnen de omgeving en deze wordt consequent doorgevoerd in alle gebouwen. De luxe bungalows beschikken over alle gewenste voorzieningen en door haar design en inrichting geeft het een luxe hoogwaardige beleving. De nieuwe duurzame bebouwing zal verspreid over het terrein, tussen de landschapselementen gesitueerd worden zodat de plek optimaal beleefd kan worden.
Ecologisch: De Tutenberg wordt een plek waar natuur en omgeving centraal moeten staan. Alle bebouwing wordt zoveel mogelijk energieneutraal en duurzaam gebouwd. Er wordt ruimte gegeven aan de beek in het beekdal en met het ecoplan wordt de diversiteit in flora en fauna weer vergroot. De Tutenberg moet weer een plek worden waar de natuur zijn gang kan gaan Maatregelen In het kader van de transformatie van het park zullen diverse maatregelen ten behoeve van de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit worden uitgevoerd. De concrete maatregelen en benodigde werkzaamheden ten behoeve van de landschappelijke kwaliteitsverbetering worden hieronder uiteengezet. Groene omkadering en structuur De groenstructuur op het terrein bestaat uit een groene omkadering van het camping terrein en diverse hout- en struweelsingels. Het eiken en beukenbos van de Tutenberg grenst aan het recreatieterrein en het volume loopt door in de diverse houtwallen die het terrein rijk is. De groene elementen bestaan uit inheems plantmateriaal zoals zomereik, beuk, berk, vuilboom, hazelaar, hulst, krentenboompje en kardinaalsmuts, maar ook uitheems plantmateriaal zoals sparren en laurier. De diverse groenelementen zorgen voor een kleinschalige uitstraling. Deze landschapselementen zijn reeds onderdeel van het Casco en zullen behouden, dan wel versterkt worden.
Figuur 8 Noordzijde plangebied waarbij de laurier op de rand van het bos verwijderd zal worden.
Het uitheemse plantmateriaal zal op het gehele terrein ver- wijderd worden. Fijnspar met letterzetter zal verwijderd worden en er zal waar nodig gedund worden. Enkele uitheemse bomen zullen behouden blijven vanwege bijzondere vormen en de esthetische waarde van de bomen op het recreatieterrein. Het verwijderen van o.a. laurier en de sparren zal voor open plekken in de houtwallen en houtsingels zorgen, welke worden opgevuld met inheems plantmateriaal. De ontstane open plekken in de houtsingels en het beekbegeleidende groen zullen worden aangevuld met inheems bosplantsoen. Versterken houtsingel over een lengte 470 meter, breedte ca. 8 meter, met nieuwe aanplant gemiddeld 1 stuks iedere 4 x 4 m met de soorten eik (Quercus robur), winterlinde (Tilia cordata), fladderiep (Ulmus laevis), meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), vlier-
Figuur 9 Op het terrein is reeds veel uitheemse beplanting verwijderd waardoor ‘gaten’ in de groenstructuren zijn ontstaan. Dergelijke plekken zullen opgevuld worden met inheems bosplantsoen.
13
bes (Sambucus nigra) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. Totale aanplant 235 stuks. Versterken beekbegeleidend groen over een lengte 75 meter, breedte ca. 8 meter, met nieuwe aanplant gemiddeld 1 stuks iedere 4 x 4 m met de soorten zwarte els (Alnus glutinosa), meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), vlierbes (Sambucus nigra) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. Totale aanplant 235 stuks.
a=
b=
Casco receptie
Gehele terrein, verwijderen uitheemse beplanting met uitzondering van enkele esthetisch waardevolle boomvormers (sparren) op het binnenterrein; Casco elementen behouden en versterken. De ontstane open plekken in de houtsingels en het beekbegeleidende groen zullen worden aangevuld met inheems bosplantsoen.
Groen karakter staanplaatsen Op het terrein zullen de recreatiewoningen naar eigen inzichten gesitueerd worden op het terrein. Om de ruimte bij de chalets een groen karakter te geven en privacy te creëeren wordt inheemse beplanting aangebracht. De houtsingels zorgen voor de visuele afscheiding tussen de chalets. Voor de chalets zal het gras regelmatig gemaaid worden zodat er een gazon ontstaat t.b.v. de toegankelijkheid en gebruiksgemak. Het overige terrein zal na bewerking van de grond ingezaaid worden met een zaadmengesl met diverse bloemsoorten. Er dient 1 á 2 keer per jaar gemaaid te worden waarbij het maaisel afgevoerd wordt om de bodem te verschralen. Het doel is een kleurrijk beeld te scheppen met een grotere belevingswaarde dan een traditioneel grasveld. Bloemrijke graslanden trekken veel insecten aan, die op hun beurt weer andere fauna aantrekken. c= Tussen de recreatiewoningen zullen houtsingels voor een visuele afscheiding zorgen. Aanplant vindt plaats met inheems bosplantsoen. De gronden aan de voorzijde van de recre-
mobiele unit (indicatief)
parkeerplaats
De soorten worden aangeplant in groepen van minstens 5-7 stuks per soort. Op die manier wordt voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten. De houtsingels en houtwallen worden als hakhout beheerd en tussen de 10-12 jaar afgezet zodat er regelmatig verjonging plaats vindt en er een robuuste struiklaag ontstaat. Enkele boomvormers moeten worden gespaard om diversiteit aan te brengen. Met name een onregelmatig karakter is daarbij belangrijk om het geheel natuurlijker te laten ogen.
25 chalets (indicatief)
zwembad hoogtelijnen
steile rand beekzone
machine berging tuinkas bijgebouw bij woning woning
Figuur 10 Aanwezigheden op Ecopark de Tutenberg, hoogtelijnen in rood, Casco in groen gearceerd
14
atiewoning bestaan uit gazon, de overige gronden van het ecopark worden bloemrijke graslanden die één a twee keer per jaar gemaaid worden waarbij het maaisel afgevoerd wordt. Voedselbos In het voedselbos wordt een vruchtbare grond gecreëerd voor allerlei soorten die mens en dier kunnen voorzien van voedsel. Er worden allerlei bomen en struiken met steenvruchten en roodfruit aangeplant. Het inheems bosplantsoen zoals de sleedoorn, vlier en aalbes zijn ook soorten die geconsumeerd kunnen worden. Samen met het educatieve karakter van de activiteiten op het ecopark draagt het voedselbos bij aan de ruimtelijke, maar ook maatschappelijke kwaliteit van het gebied. g= Aanplant fruit- en nutsbomen en struiken t.b.v. voedselbos (binnen roze kader), oppervlakte ca. 600 m2 Wandelpad Het bestaande wandelpad zal vernieuwd worden, waardoor de bezoeker en de mensen op het park het beekdal beter kunnen ervaren. De wandelroute loopt via het beekdal in oost westelijke richting over het hoogteverschil van het beekdal en het voormalige esje richting het beuken-eikenbos van de Tutenberg en biedt de gelegenheid om optimaal van het Twente landschap te kunnen genieten. In figuur 10 is te zien dat verschillende hoogtelijnen worden gepasseerd. Via een houten klaphek is het wandelpad op het Ecopark openbaar toegankelijk. d=
e=
Ruimte voor de beek in het beekdal en ontwikkeling natte natuur.
Overige landschapselementen Ten behoeve van de herinrichting van het terrein worden enkele groenelementen verwijderd. Dit betreffen de de fijnsparren binnen het oranje kader en de in matige staat eiken binnen het gele kader. Ter vervanging worden binnen het oranje kader bomen toegevoegd met de soorten zomereik (Quercus robur), beuk (Fagus sylvatica), esdoorn (Acer pseudoplatanus), hazelaar (Corylus avellana). In totaal worden er 5 boomvormers aangeplant met een minimale plantmaat van 16-18 cm op 1 meter hoogte. Ten zuiden van het recreatieterrein zal ter versterking van de groenstructuur ter plaatse een houtwal aangeplant worden. De houtwal heeft een breedte van 4 meter over een lengte van 100 meter. De aanplant vindt plaats in 3 rijen, met een plantverband van 1.5 x 1.5 m met inheems bosplantsoen in de plantmaat 80100 cm. f= h= i=
Vellen fijnspar (oranje) en vellen eiken (geel) Aanplant boomgroep/solitaire bomen Aanplant houtsingel, 4 meter breed en lengte 100 m
Figuur 11 Reeds aangebrachte terrein beplanting (beuken)
Figuur 12 Wandelpad (blauw) over diverse hoogtelijnen
Verbeteren tevens gedeeltelijk verleggen van het wandelpad;
Waterloop Op het zuidelijke gedeelte van het campingterrein ligt een stroomgeul van de stuwwal van Ootmarsum. De beek loopt momenteel om de percelen in eigendom en is verhard. Het voornemen is de beek weer ruimte te geven. De gekanaliseerde sloot van 265 meter lang zal opgeheven worden en de beek zal gaan meanderenen door het landschap. Hier zal een gebied van ongeveer 7500 m2 komen - een zogenaamd plas/drasgebied waar de natuur haar gang kan gaan. De staanplaatsen zijn reeds verwijderd evenals de uitheemse beplanting en aangebrachte funderingen en verhardingen van de vorige gebruikers van het campingterrein. Op voorhand zijn de plannen met het waterschap besproken en zijn de vergunningen verleend.
15
Tutenbergweg 6 Vasse
Legenda Bebouwing en overige elementen Toekomstige bebouwing N
voorzieningen recreatieterrein Zwembad Wandelpad over terrein Route over het recreatieterrein Landschapselementen Boscomplex Tutenberg Houtsingel Beekbegeleidend groen Beplantingsstructuur recreatieterrein Maatregelen basisinspanning a=
b=
Gehele terrein, dunning houtopstanden, verwijderen fijnspar met letterzetter en uitheemse beplanting zoals amerikaanse vogelkers met uitzondering van enkele esthetisch waardevolle boomvormers (sparren) op het binnenterrein; De Casco elementen dienen behouden en versterkt te worden. De ontstane open plekken door maatregel a in de houtsingels en het beekbegeleidende groen zullen worden aangevuld met inheems bosplantsoen. Versterken houtsingel over een lengte 470 meter, breedte ca. 8 meter, met nieuwe aanplant gemiddeld 1 stuks iedere 4 x 4 m met de soorten eik (Quercus robur), winterlinde (Tilia cordata), fladderiep (Ulmus laevis), meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), vlierbes (Sambucus nigra) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. Totale aanplant 235 stuks, plantmaat 80-100 cm. Versterken beekbegeleidend groen over een lengte 75 meter, breedte ca. 8 meter, met nieuwe aanplant gemiddeld 1 stuks iedere 4 x 4 m met de soorten zwarte els (Alnus glutinosa), meidoorn (Crataegus monogyna), lijsterbes (Sorbus aucuparia), vlierbes (Sambucus nigra) en sleedoorn (Prunus spinosa) in een gelijke verdeling. Totale aanplant 235 stuks, plantmaat 80-100 cm. De soorten worden aangeplant in groepen van minstens 5-7 stuks per soort. Op die manier wordt voorkomen dat langzaam groeiende soorten worden overgroeid door snel groeiende soorten.
c=
Herontwikkeling camping Tutenberg PROJECT: Familie Ter Horst NAAM: Tutenbergweg 6 ADRES: 7661 RB Vasse Figuur 13 Landschappelijke inpassing POSTCODE:
NUMMER: VERSIE: DATUM: STATUS:
d= e= f= g= 20AF238 Versie 1.4 27-03-2023 Definitief
GETEKEND: BIJLAGE: FORMAAT: SCHAAL:
A.Veenendaal -
h=
A3 1:1600
i=
Tussen de recreatiewoningen zullen struweelhagen voor een visuele afscheiding zorgen. Aanplant vindt plaats met inheems bosplantsoen, 5 stuks per m en plantmaat 80-100 cm. De gronden aan de voorzijde van de recreatiewoning bestaan uit gazon, de overige gronden van het ecopark worden bloemrijke graslanden die één à twee keer per jaar gemaaid worden waarbij het maaisel afgevoerd wordt. Verbeteren tevens gedeeltelijk verleggen van het wandelpad; Ruimte voor de beek in het beekdal en ontwikkeling natte natuur. Vellen fijnspar (oranje) en vellen eiken (geel) Aanplant fruit- en nutsbomen en struiken t.b.v. voedselbos (binnen roze kader), oppervlakte ca. 600 m2 Aanplant boomgroep/solitaire bomen met de soorten zomereik (Quercus robur), beuk (Fagus sylvatica), esdoorn (Acer pseudoplatanus), hazelaar (Corylus avellana), 5 stuks met minimaal plantmaat 16-18. Aanplant houtsingel, 4 meter breed en lengte 100 m, aanplant in 3 rijen, plantverband 1.5 x 1.5 m met inheems bosplantsoen, plantmaat 80-100 cm.
16
Impressies
Kleinschalig, hoogwaardig en ecologisch park voor de inzichtzoekers en avontuurzoekers.
Figuur 14 Impressies groenelementen op Ecopark de Tutenberg
17
Beeldkwaliteit Welstand Het nieuwe bestemmingsplan voor het terrein Ecopark de Tutenberg maakt het mogelijk 25 recreatiewoningen in de vorm van ecolodges te realiseren. De gemeente Tubbergen heeft een Welstandnota opgesteld voor onder andere ontwikkelingelingen in het buitengebied van Vasse. Het plangebied valt conform de kaart omgevingskwaliteit binnen ‘Buitengebied - Niveau Midden’. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: - ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst. Deze toets vindt ambtelijk plaats. Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. - ‘Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. - ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de inititatiefnemer en/of ontwerper. Door de initiatiefnemer zijn schetsen aangedragen en impressies opgesteld voor de bebouwing op het terrein. Een centrale aansturing op de vormgeving is mogelijk daar de individuele recreatiewoningen in bezit blijven van het Ecopark.
Desondanks kan verkoop leiden tot veranderende inzichten en derhalve is een hoofdstuk beeldkwaliteit in het ruimtelijk kwaliteitsplan een goede moegelijkheid om onderlinge afstemming in de vormgeving te bewerkstelligen.
Ruimtelijke voorwaarden en aandachtspunten Voor de ecolodges en de mobiele unit op Ecopark de Tutenberg bestaat het wensbeeld voor het recreatieterrein uit een beeld waarbij de bebouwing zo min mogelijk opvalt in het landschap. Dit zal worden bewerkstelligd door de vormgeving van de gebowuen, evenals de reeds beschreven landschappelijke inpassing. Situering • De ecolodges en de mobiele unit kunnen naar eigen inzichten willekeurig op het daarvoor bedoelde terrein geplaatst worden.; • Tussen de ecolodges dient een royale onbebouwde ruimte van minimaal 10 meter aanwezig te zijn; Bouwmassa • Het lodge volume krijgt een sobere, abstracte en moderne architectuur; • De hoofdvorm is helder en eenvoudig; • De kapvorm is enkelvoudig; • De bebouwing heeft overwegend een lage gootlijn
Figuur 15 Referentiebeeld ecolodges (bron: initiatiefnemer)
Figuur 16 Referentiebeeld wensbeeld bebouwing (bron: initiatiefnemer)
Dit hoofdstuk beschrijft de nagestreefde beeldkwaliteit van de transformatie van Camping de Tutenberg naar Ecopark de Tutenberg. In het ruimtelijke kwaliteitsplan wordt allereerst uitgegaan van het versterken van de landschappelijke karakteristieken, de samenhang en de identiteit van een gebied. De gewenste ruimtelijke kwaliteit van het Ecopark wordt vastgelegd. Het plan beschrijft zowel de beeldkwaliteit van recreatiewoningen als de beeldkwaliteit van de gebouwen in zijn omgeving. In dit onderdeel wordt de nadruk ge legd op de uiterlijke verschijning van de nieuwe bebouwing.
18
Materiaal en kleurgebruik • Ingetogen materialisering met een sobere kleurstelling; • Het materiaal draagt bij aan een natuurlijke uitstraling (voldoende structuur, niet glimmend) en het kleurgebruik sluit aan op het kleurenpallet van de omgeving (donkere tinten); • Het gebruik van sterk contrasterende kleuren is niet toegestaan; Detaillering • De gevels zijn samenhangend vormgegeven; • Sobere en abstracte detaillering.
Afscheidingen • Gebouwde afscheidingen zijn ongewenst, tenzij sprake is van een groene afscheiding: gaaswerk met klimplanten; • uitvoeren in donkere kleuren (bijvoorbeeld donkergroen) Figuur 17 Referentiebeeld woning passend bij wensbeeld bebouwing (bron: initiatiefnemer)
Figuur 18 Sfeerimpressie Ecopark (bron: initiatiefnemer)
Figuur 19 Referentiebeeld bebouwing Ecopark (bron: initiatiefnemer)
Figuur 20 Referentiebeeld mobiele unit (bron: initiatiefnemer)
19
Stationsstraat 37 - 7622 LW Borne - Tel: 074-2557027 - a.veenendaal@ad-fontem.nl - www.ad-fontem.nl
Bijlage 2 verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan Buitengebied, Tutenbergweg 6 Vasse
75
Verkennend Bodemonderzoek
Project:
2021-275
Locatie:
Tutenbergweg 6 te Vasse
Opdrachtgever:
Jomabe BV Postbus 105 7630 AC Ootmarsum
Datum:
26 november 2021
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
Verkennend Bodemonderzoek Tutenbergweg 6 te Vasse
Opdrachtgever:
Jomabe BV Postbus 105 7630 AC Ootmarsum
Adviesbureau:
Terra Agribusiness BV Eerste Stegge 54 7631 AE Ootmarsum
Status: Versie: Datum versie: Projectnummer:
Definitief 1 26 november 2021 2021-275
Auteur:
Joost Stevelink*
Paraaf:
Kwaliteitscontrole:
Remco Woertman*
Paraaf:
Veldwerkers:
Joost Stevelink, Remco Woertman, Mark Morsink (in opleiding)*
*De vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVG-privacy wetgeving.
2021-275
26-11-21
Pagina 2 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
Inhoudsopgave Pagina 1
Inleiding
4
2
Vooronderzoek
5
3
4
5
2.1 Locatie gegevens
5
2.2 Algemene informatie locatie
5
2.3 Directe omgeving locatie
6
2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
6
2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie
6
2.6 Vooronderzoek PFAS
7
2.7 Vooronderzoek 5707 Asbest
7
2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest
7
Onderzoeksprogramma
8
3.1 Hypothesestelling
8
3.2 Onderzoeksopzet
8
3.3 Analysestrategie
9
Onderzoeksresultaten
12
4.1 Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen
12
4.2 Analyseresultaten
14
4.3 Toetsing van de hypothese
17
4.4 Toetsing aan de noodzaak tot vervolgonderzoek
17
Samenvatting en conclusie
BIJLAGE I: BIJLAGE II: BIJLAGE III: BIJLAGE IV: BIJLAGE V: BIJLAGE VI:
2021-275
18
Situering van de locatie Situering van de locatie (schaal 1: 2000) Overzichtstekening boorpunten Boorstaten Analysecertificaten en Overschrijdingstabellen Foto's
26-11-21
Pagina 3 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
1 Inleiding In opdracht van Jomabe BV heeft Terra Agribusiness BV een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Tutenbergweg 6 te Vasse. De regionale ligging van de locatie is weergegeven in bijlage I. In onderhavig onderzoek is het verkennend bodemonderzoek uitgebreid met een asbest in grondonderzoek. Aanleiding van het onderzoek is ten behoeve van de voorgenomen bestemmingswijziging, sloop en nieuwbouwactiviteiten. Doel van het onderzoek is het door middel van een steekproef conform het soort bodemonderzoek, nagaan van de huidige kwaliteit van de grond op de locatie. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. Het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen: - NEN 5725 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek (NEN5725:2017); - NEN 5740 Bodem - Landbodem - strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NEN5740:2009+A1:2016); - NEN 5707 Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem.
(NEN 5707+C2:2017) - NEN 5897 Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat (NEN5897+C2:2017) - VKB Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen” - VKB Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters” - VKB Protocol 2018 “Locatie inspectie en monsterneming van asbest in bodem"
Het procescertificaat van Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek en het hierbij behorende keurmerk (BRL SIKB 2000) zijn van toepassing op de activiteiten inzake het milieukundig veldwerk, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, en de overdracht van de monsters aan een erkend laboratorium. Om de onafhankelijkheid van het onderzoek te waarborgen, verklaart Terra Agribusiness Bodem & Milieutechniek op geen enkele wijze gelieerd te zijn aan de te onderzoeken projectlocatie, zowel in juridische, financiële of personele sfeer. De opbouw van dit rapport wordt als volgt weergegeven: - vooronderzoek naar historie en bodemgesteldheid; - opstellen van een hypothese; - opstellen van een onderzoeksstrategie; - resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek; - conclusies, aanbevelingen en samenvatting. In geval van klachten kan de opdrachtgever zich wenden tot Terra-Agribusiness BV en zo nodig tot de certificerende-instelling (Normec).
2021-275
26-11-21
Pagina 4 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
2 Vooronderzoek Conform het onderzoeksprotocol NEN 5725 is ten behoeve van de onderzoeksstrategie op de locatie een vooronderzoek uitgevoerd. De onderstaande informatie is afkomstig uit: Tabel 1 Bronnen vooronderzoek Bron
Omschrijving
www.ahn.nl
AHN (Algemeen Hoogtebestand Nederland)
www.bodemloket.nl
Bodemloket van Nederland
www.topotijdreis.nl
Historische kaarten
www.dinoloket.nl
Ondergrond gegevens van Nederland
BAG viewer
Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG)
Gemeente Dinkelland
Historische informatie van de locatie
Bodematlas Provincie Overijssel
Bodem gerelateerde informatie van de Provincie Overijssel
Informatie Opdrachtgever
Jomabe BV
Inspectie onderzoekslocatie
Visueel inspectie van de locatie
2.1 Locatie gegevens Gegevens over de locatie zijn weergegeven in onderstaande tabel Tabel 2 Locatiegegevens Adres onderzoekslocatie
Tutenbergweg 6 te Vasse
Kadastrale gemeente
Tubbergen
Sectie
P
Percelen
409, 203
Oppervlakte van de onderzoekslocatie
43000 m2
Eigenaar / gebruiker
Jomabe BV
Korte beschrijving van de onderzoekslocatie
De onderzoekslocatie bestaat uit een voormalige camping
Bebouwing
Op de onderzoekslocatie staat een woning met enkele opstallen
Verharding
De onderzoekslocatie is gedeeltelijk verhard, grotendeels onverhard
2.2 Algemene informatie locatie De locatie bevindt zich aan de Tutenbergweg 6 in het buitengebied van Vasse. De locatie betreft de voormalige camping “Camping de Tutenberg”. Initiatiefnemer is voornemens om circa 25 chalets en een woning te bouwen op de locatie. Vanaf de jaren 70 is het een terrein in gebruik als camping. Daarvoor heeft het gediend als agrarisch bedrijf. Sinds 2020 is de camping definitief gesloten en is de locatie opgeruimd. De woning, drie opstallen en het zwembad zijn nog aanwezig. De opstallen bestaan uit sanitaire voorzieningen en opbergruimte. De woning met opstallen bevinden zich centraal van de onderzoekslocatie. De voormalige campingplaatsen liggen rondom de opstallen. Op historische kaarten is vanaf 1903 bebouwing op de locatie te zien. Echter volgens het BAGregister is de huidige woning gebouwd in 1974. De overige opstallen zijn volgens het register eveneens gebouwd in 1974. Uit historische kaarten blijkt dat er wisselende bebouwing op de locatie heeft gestaan. Uit een gesprek met de opdrachtgever is gebleken dat een veestal rond de jaren 70 is gesloopt. Ook blijkt de huidige woning te zijn gebouwd op de fundering van de oude woning. Onderhavige onderzoekslocatie bestaat uit de woning met opstallen en de voormalige camping rondom de opstallen. Rondom de opstallen lopen enkele grindpaden naar de camping.
2021-275
26-11-21
Pagina 5 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
2.3 Directe omgeving locatie De onderzoekslocatie bevindt zich in het buitengebied van Vasse. De omgeving bestaat voornamelijk uit woonhuizen, agrarische bedrijven en percelen. Ten oosten van de onderzoekslocatie ligt het dorp Vasse. De omgeving wordt op historische kaarten aangeduid als "Tutenberg ". Er is geen bodemrelevante informatie van de directe omgeving van de onderzoekslocatie bekend welke mogelijk invloed heeft gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse van onderzoekslocatie. 2.4 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Voor zover bekend zijn in er in het verleden op de locatie geen bodemonderzoeken uitgevoerd. 2.5 Regionale bodemopbouw en geohydrologie De regionale geohydrologische bodemopbouw is weergegeven in onderstaande figuur. Figuur 1 Geologisch opbouw landelijk model DGM v2.2
De onderzoekslocatie omvat circa 4 hectare en ligt in het glooiende Twentse landschap. De locatie bevindt zich tussen de 50 en 60 meter boven NAP. Het grondwater wordt beïnvloed door glooiende, heuvelachtige landschappen met relatief steile hellingen waar zich een afwisseling van goed en slecht doorlatende bodemlagen in de ondergrond bevinden. De regionale grondwaterstroming is afhankelijk van doorstromende bodemlagen.
2021-275
26-11-21
Pagina 6 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
2.6 Vooronderzoek PFAS PFAS komt op verschillende manieren in het grond- en grondwatersysteem in Nederland terecht. Bij lokaal gebruik en calamiteiten leidt dit tot het 'klassieke' bron-grondwaterpluim beeld. Het meest verdacht voor PFAS in het milieu zijn die locaties waar PFAS worden geproduceerd. Ook brandweer-oefen-plaatsen waar met grote regelmaat brandblusschuim is toegepast, zijn verdacht. Er zijn echter ook vele andere toepassingen van PFAS die kunnen leiden tot een grondof grondwaterverontreiniging. In het handelingskader van het Expertisecentrum PFAS zijn alle bedrijfsactiviteiten en toepassingen beschreven waar PFAS wordt gebruikt en de kans dat daarbij PFAS in het milieu vrijkomt. Uit historisch onderzoek van onderhavig onderzoekslocatie blijkt dat geen van de beschreven toepassingen uit het handelingskader plaats heeft gevonden op of nabij de onderzoekslocatie. Op basis van de verkregen informatie kan gesteld worden dat de onderzoekslocatie als onverdacht gedefinieerd kan worden met betrekking tot PFAS in de bodem. 2.7 Vooronderzoek 5707&5897 Asbest Uit de verkregen historische informatie blijkt dat vanaf circa 1903 bebouwing op de locatie aanwezig is. Het is aannemelijk dat er tijdens (ver)bouwwerkzaamheden asbest in verwerkt is.
Door het jarenlange gebruik als agrarische locatie en camping wordt de locatie als verdacht worden beschouwd met betrekking tot asbest in de bodem. De grindpaden kunnen eveneens als asbestverdacht worden beschouwd. 2.8 Visuele inspectie bodemoppervlak op asbest Op 8, 9 en 10 november is de locatie visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De maaiveldinspectie is uitgevoerd conform de NEN 5707. Het maaiveld van de onderzoekslocatie is verdeeld in stroken van ongeveer 1m breed en is strook voor strook in 2 richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. In onderstaande tabel zijn de resultaten van de maaiveldinspectie beknopt weergegeven. Tabel 3 Maaiveldinspectie NEN 5707&NEN 5897 Aandachtsgebied
Opmerking
Oppervlakte geïnspecteerde locatie
43000
Conditie toplaag
Licht vochtig
Beperkingen van de inspectie
Neerslag: lichte regen, >25% vegetatie
Weersomstandigheden
Zicht: > 50m
Asbestverdacht materiaal op maaiveld aangetroffen?
Nee
Opmerking
De maaiveldinspectie werd beperkt door de vegetatie
Resultaat maaiveld inspectie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is geen asbestverdacht materiaal op het maaiveld gevonden.
2021-275
26-11-21
Pagina 7 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
3
Onderzoeksprogramma
3.1
Hypothesestelling
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn voor de locatie één of meer hypotheses geformuleerd ten aanzien van grond en grondwaterverontreiniging. De bovengrond van de onderzoekslocatie kan als verdacht worden beschouwd met betrekking tot de chemische parameters alsmede asbest. In het kader van de NEN5740 en NEN5707 dient de bovengrond onderzocht te worden conform onderzoeksstrategie VED-HE. De ondergrond kan als onverdacht beschouwd worden. De voormalige dieseltank en chlooropslag wordt onderzocht conform de strategie VEP, alsmede het zwembad. De volgende deellocaties en hypotheses worden aangehouden: Tabel 4 Deellocaties en hypothese NEN5740 Locatie Gehele locatie Vml dieseltank + chlooropslag Zwembad
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Verdacht (VED-HE) Verdacht (VEP) Verdacht (VEP)
Zware metalen, PAK Minerale olie + chloor Chloor
-
Verkennend bodemonderzoek NEN 5707 & NEN 5897 Het asbest in grondonderzoek heeft tot doel het globaal vaststellen van het gemiddelde asbestgehalte van de deellocatie (ruimtelijke eenheid) en het vaststellen van de globale omvang van een eventueel aanwezige asbestverontreiniging. Tabel 5 Deellocaties en hypothese NEN5707 & NEN 5897 Locatie
Hypothese
Verdachte stoffen
Opmerking
Gehele locatie Grindpaden
Verdacht Verdacht
Asbest in grond Asbest in puin
-
3.2 Onderzoeksopzet De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 8, 9 en 10 november 2021 (plaatsing peilbuis en monstername grond), 19 november 2021 (monstername grondwater). De positie van de boorlocaties zijn weergegeven in bijlage III. Tabel 6 Onderzoeksopzet NEN 5740 VED-HE & VEP Locatie
Ondiepe boringen1
Diepe boringen2
Peilbuizen
Gehele locatie Vml dieseltank + chlooropslag Zwembad
48 2
11 -
5 1
3
-
1
Analyses grond
Analyses water
11x st. grond AS3000 1x Minerale olie + Chloor 1x st. AS3000 + Chloor
5x st. grondwater AS3000 1x Minerale olie + BTEXN + Chloor 1x st. AS3000 + Chloor
1
Boringen tot 0,5m in de verdachte laag. 2 Boring tot de onderzijde van de verdachte laag met een maximum van 2m.
Tabel 7 Onderzoeksopzet NEN 5707 (VED-HE) & NEN 5897 (open half-verharding)
1 2
Locatie
Proefgaten ondiep1
Gehele locatie Grindpaden
48 8
Proefgaten met diepe boring2
Analyses asbest in grond
11 2
11 2
Ondiep proefgat standaard 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh). Standaard proefgat van 0,3m x 0,3m x 0,5m (lxbxh) diep doorgeboord met edelmanboor Ø 12cm.
2021-275
26-11-21
Pagina 8 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
3.3 Analysestrategie Ten behoeve van het analytisch onderzoek zijn op het laboratorium mengmonsters samengesteld. In de onderstaande tabel is de samenstelling van de monsters verwerkt. Tabel 8 Analyse onderzochte monsters NEN 5740 Analyse monster BM1
Traject (m-mv) 0,05 - 0,50
BM2
0,08 - 0,50
BM3
0,00 - 0,50
BM4
0,00 - 0,50
BM5
0,00 - 0,50
BM6
0,00 - 0,50
BM7
0,00 - 0,50
BM8
0,00 - 0,50
BM9
0,08 - 0,50
BM10
0,15 - 0,50
OM1
0,50 - 2,00
OM2
0,50 - 2,00
OM3
0,50 - 2,00
2021-275
Deelmonsters
Analyse
1 (0,05 - 0,50) 2 (0,05 - 0,50) 3 (0,05 - 0,50) 4 (0,05 - 0,50) 5 (0,08 - 0,50) 6 (0,08 - 0,50) 7 (0,08 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 39 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 45 (0,00 - 0,50) 47 (0,00 - 0,50) 48 (0,00 - 0,50) 52 (0,00 - 0,50) 43 (0,00 - 0,50) 54 (0,00 - 0,50) 57 (0,00 - 0,50) 59 (0,00 - 0,50) 62 (0,00 - 0,50) 64 (0,00 - 0,50) 66 (0,00 - 0,50) 67 (0,00 - 0,50) 68 (0,08 - 0,50) 69 (0,08 - 0,50) 70 (0,08 - 0,50) 71 (0,08 - 0,50) 76 (0,15 - 0,50) 78 (0,15 - 0,50) 80 (0,15 - 0,50) 81 (0,15 - 0,50) 1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 1 (1,50 - 2,00) 12 (0,50 - 1,00) 12 (1,00 - 1,50) 12 (1,50 - 2,00) 54 (0,50 - 1,00) 54 (1,00 - 1,50) 54 (1,50 - 2,00) 21 (0,50 - 1,00) 21 (1,00 - 1,50) 21 (1,50 - 2,00) 26 (0,50 - 1,00) 26 (1,00 - 1,50) 26 (1,50 - 2,00) 8 (0,50 - 1,00) 8 (1,00 - 1,50) 8 (1,50 - 2,00) 35 (0,50 - 1,00) 35 (1,00 - 1,50) 35 (1,50 - 2,00) 5 (0,50 - 1,00) 5 (1,00 - 1,50) 5 (1,50 - 2,00) 68 (0,50 - 1,00)
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb, Chloride FS Chloride - FS, Minerale Olie GC (AS3000) AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
AS3000 NEN 5740 Standaard incl struct excl voorb
26-11-21
Pagina 9 van 25
Verkennend bodemonderzoek Tutenbergweg 6 Vasse
68 (1,00 - 1,50) 68 (1,50 - 2,00) Analyse monster
Traject (m-mv)
Analyse
Pb1wm1
3,40 - 4,40
Pb8wm1 Pb9wm1
1,50 - 2,50 4,30 - 5,30
Chloride - DA NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000) NEN 5740gw standaardpakket (AS3000)
Alle monsters ten behoeve van de NEN 5740 zijn geanalyseerd door AL-West Agrolab BV. Alle analyses zijn AS3000 erkende verrichtingen.
Tabel 9 Analyse onderzochte monsters NEN 5707 & NEN5897 Analyse monster MM1
Traject (m-mv) 0,00 - 0,50
MM2
0,00 - 0,50
MM3
0,00 - 0,50
MM4
0,00 - 0,50
MM5
0,00 - 0,50
MM6
0,00 - 0,50
MM7
0,00 - 0,50
MM8
0,00 - 0,50
MM9
0,00 - 0,50
MM10
0,00 - 0,50
MM11
0,08 - 0,50
MM12
0,00 - 0,15
MM13
0,00 - 0,15
2021-275
Deelmonster
Analyse
13 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 25 (0,00 - 0,50) 27 (0,00 - 0,50) 29 (0,00 - 0,50) 30 (0,00 - 0,50) 21 (0,00 - 0,50) 22 (0,00 - 0,50) 23 (0,00 - 0,50) 24 (0,00 - 0,50) 32 (0,00 - 0,50) 33 (0,00 - 0,50) 34 (0,00 - 0,50) 36 (0,00 - 0,50) 37 (0,00 - 0,50) 38 (0,00 - 0,50) 39 (0,00 - 0,50) 40 (0,00 - 0,50) 44 (0,00 - 0,50) 45 (0,00 - 0,50) 46 (0,00 - 0,50) 47 (0,00 - 0,50) 48 (0,00 - 0,50) 49 (0,00 - 0,50) 50 (0,00 - 0,50) 52 (0,00 - 0,50) 42 (0,00 - 0,50) 43 (0,00 - 0,50) 53 (0,00 - 0,50) 54 (0,00 - 0,50) 55 (0,00 - 0,50) 57 (0,00 - 0,50) 59 (0,00 - 0,50) 60 (0,00 - 0,50) 61 (0,00 - 0,50) 64 (0,00 - 0,50) 66 (0,00 - 0,50) 67 (0,00 - 0,50) 68 (0,08 - 0,50) 69 (0,08 - 0,50) 70 (0,08 - 0,50) 71 (0,08 - 0,50) 75 (0,00 - 0,15) 75 (0,00 - 0,15) 76 (0,00 - 0,15) 76 (0,00 - 0,15) 77 (0,00 - 0,15) 77 (0,00 - 0,15) 78 (0,00 - 0,15) 78 (0,00 - 0,15) 79 (0,00 - 0,15) 79 (0,00 - 0,15) 80 (0,00 - 0,15) 80 (0,00 - 0,15) 81 (0,00 - 0,15) 81 (0,00 - 0,15)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)
Asbest NEN5898 (10 kg)