CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VTSBP Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 26 juni 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 10: Bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-14224.800 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Buitengebied, Itterbeekweg 9 En Hardenbergerweg 140-142

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPITBW9HRDBW140VG01

Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldend bestemmingsplan 1.4 De bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 9 9

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

11 11 12

Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.3 Gemeentelijk beleid

15 15 18 22

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Besluit milieueffectrapportage 4.2 Milieuzonering 4.3 Geur 4.4 Bodem

27 27 28 29 30

4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

32 32 34 35 36 39 40

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en Cultuurhistorie Verkeer en parkeren

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

43

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45 45 45

Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen

47 47 47 47

Bijlagen bij de toelichting

49

Bijlage 1

KGO-plan

50

Bijlage 2

bodemonderzoek Itterbeekweg 9

71

Bijlage 3

bodemonderzoek Hardenbergerweg 140-142

107

Bijlage 4

Natuurwaardenonderzoek

138

2

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Bijlage 5

Watertoets

187

Regels

191

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

193 193 199

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Bedrijf Bos - Natuur Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

201 201 209 214 216 218

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

221 221 222 223 224 225 226

Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

227 227 228

Bijlagen bij de regels

229

Bijlage 1

Inpassingsplan Itterbeekweg

230

Bijlage 2

inpassingsplan Hardenbergerweg 140

232

Bijlage 3

toetsingscriteria 2e tak of deeltijdfunctie

234

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

3

4

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

5

6

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Aan de Itterbeekweg 9 in Langeveen is een loon- en grondverzetbedrijf gelegen. Het bedrijf is ontstaan vanuit een voormalig agrarisch bedrijfsperceel. Dit perceel is in het verleden omgezet naar 'Wonen'. Zoals gezegd zijn er echter bedrijfsactiviteiten aanwezig op het perceel, waarbij het betreffende bedrijf zich graag wil doorontwikkelen. De huidige bestemming 'Wonen' is daarom niet toereikend, en wordt middels voorliggend bestemmingsplan omgezet naar een bedrijfsbestemming ten behoeve van de loon- en grondverzet activiteiten. Hierbij wordt het bestemmingsvlak voor het erf vergroot om een extra schuur voor stalling en opslag te kunnen realiseren. Hiervoor wordt in het kader van de kwaliteitsimpuls groene omgeving gesloopt op locatie aan de Hardenbergerweg 140-142 in Geesteren. De gemeente heeft aangegeven medewerking te willen verlenen aan het voorgenoemde via de zogeheten gemeentelijke regeling 'Buitengebied met kwaliteit'. Het voorliggend bestemmingsplan is opgesteld om een passend planologisch kader voor deze ontwikkeling vast te leggen.

1.2 Ligging plangebied De plangebieden liggen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, aan de Itterbeekweg 9 Langeveen en de Hardenbergerweg 140-142 in Geesteren. Het plangebied aan de Itterbeekweg 9 staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie A, nummers 6964, 8087, 8490, 8486, 8487, 8488, 8489. Het plangebied aan de Hardenbergerweg 140-142 staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie B, nummers 3829,4103, 4105, en 5029. Een topografische kaart met daarop de plangebieden rood aangegeven is onderstaand zichtbaar. De begrenzing van het plangebied is eveneens zichtbaar op de digitale verbeelding en komt overeen met het huidig bedrijfsperceel, de gewenste uitbreiding en de landschappelijke investeringen.

Afbeelding 1.1: topografische kaart omgeving planlocaties, plangebieden in rood (bron: Opentopo)

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

7

1.3 Geldend bestemmingsplan De planlocaties liggen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Het geldend bestemmingsplan ter plaatse is daarmee 'Tubbergen Buitengebied 2016' en het daaropvolgende veegplan. Voor de locatie aan de Itterbeekweg 9 geldt dat deze ook ligt binnen bestemmingsplan 'Langeveen, Ossendijk 43'. Dit plan heeft enkel gezorgd voor de vermindering van de toegestande bijbehorende bouwwerken op dit erf (vanwege de inzet als slooplocatie voor een schuur voor schuur project). Itterbeekweg 9, Langeveen Binnen het plan 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Langeveen, Ossendijk 43' kent de locatie de bestemming 'Wonen' en de omliggende gronden - waarop de nu gewenste uitbreiding is beoogd - 'Agrarisch - 1'. Tevens ligt de locatie binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4'. Ten slotte gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' en 'reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied'. Een weergave van de geldende verbeelding zie je onderstaand.

Afbeelding 1.2: weergave huidige verbeelding, Itterbeekweg 9 bij de rode marker (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Hardenbergerweg 140-142, Geesteren Binnen het plan 'Tubbergen Buitengebied 2016' kent de locatie de bestemming 'Agrarisch - 1' met een bouwvlak. Tevens ligt de locatie binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4'. Ten slotte gelden de gebiedsaanduidingen 'overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt' en 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied'. Een weergave van de verbeelding 'Tubbergen Buitengebied 2016' zie je onderstaand.

8

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Afbeelding 1.3: weergave huidige verbeelding, Hardenbergerweg 140-142 bij de rode marker (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Zoals in de aanleiding reeds aangegeven past het uitbreiden van het perceel aan de Itterbeekweg 9 niet binnen de huidige bestemmingsplanregels. Ook zijn de bedrijfsactiviteiten voor de locatie niet planologisch correct vastgelegd. De sloopmeters worden gehaald van de locatie Hardenbergerweg 140-142, waardoor de resterende bebouwingsoppervlakte bedrijfsgebouwen voor deze locatie vastgelegd moet worden. Daarom is een aanpassing van het bestemmingsplan voor beide locaties noodzakelijk.

1.4 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding, schaal 1:1.000 (tek.no. NL.IMRO.0183.BUIBPITBW9HRDBW140-VG01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan wordt daarnaast vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.

1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

9

10

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Huidige situatie Itterbeekweg 9, Langeveen Het plangebied gelegen aan de Itterbeekweg 9 ligt in de overgang van een hoogveengebied naar een heidegebied. Het is gelegen aan de rand van een overgang van hoog (Langeveen) naar laag (West-Geesteren), zoals ook te zien is op hoogtekaarten. Reliëf is ontstaan tijdens de laatste ijstijd waarbij hoogteverschillen aanvankelijk aanwezig waren, maar waar veel verschillen verdwenen zijn door zandverstuivingen. Daarnaast zijn veel hoogteverschillen verdwenen door de grootschalige ontginning van de heide, veen en/of de moderne landbouw. De planlocatie kent hoogteverschillen, maar niet in de vorm van bijvoorbeeld steilranden. De planlocatie ligt in een hoogveenontginningsgebied met de overgang naar de heideontginning. Kenmerkend in die gebieden zijn de ingebruik genomen hogere gronden. Er was sprake van een blokverkaveling, waarbij de droge delen als eerste werden ontgonnen (met name de heide) en de natte delen later werden ontgonnen (natte heide tot veen). Het erf kent een authentieke erfopzet, met een duidelijke voor- en achterzijde. De boerderij is landschapsgericht, waarbij de voorzijde van de boerderij in oostelijke richting staat. De bijgebouwen zijn aan de achterzijde van de oorspronkelijke boerderij gebouwd. Er is daardoor sprake van een mooi, compact erfensamble.

Afbeelding 2.1: luchtfoto huidige erfsituatie Itterbeekweg 9 (bron: Atlas van Overijssel)

Hardenbergerweg 140-142, Geesteren De locatie aan de Hardenbergerweg is een actief agrarisch bedrijf. Eén van de stalllen is echter in onbruik geraakt en in vervallen staat. Het is daarom gewenst om deze stal te saneren. Het overige erf blijft qua bebouwing intact.

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

11

Afbeelding 2.2: luchtfoto huidige erfsituatie Hardenbergerweg 140-142 (bron: Atlas van Overijssel)

2.2 Toekomstige situatie Itterbeekweg 9, Langeveen Aan de situering van het bestaande erf zal weinig veranderen. De woonboerderij (A) blijft op dezelfde plek behouden. Ook de huidige bijgebouwen (B) blijven behouden evenals bestaande houtopstanden (H). De nieuwe schuur zal aan de westkant van het erf worden gerealiseerd (C). Dit is in het bestaande geheel de meest logische plek, omdat er op deze manier sprake blijft van een relatief compact erfensemble dat past in de landschapstructuren. De nieuwe schuur valt op dit moment buiten het bestaande bebouwingvlak, vandaar dat er een uitbreiding van bedrijfsbestemming gewenst is. De bestaande verharding (G) zal blijven bestaan. Daarnaast zal er ten zuiden van de schuur een buitenopslag (K) van maximaal 200 m2 gerealiseerd worden. De buitenopslag zal omzoomd worden door een talud met verschillende groenstructuren. Om de nieuwe schuur en de buitenopslag landschappelijk in te passen zullen nieuwe bomen in de vorm van een houtsingel worden aangeplant langs de erfgrens. Dit zijn enkele robuuste bomen (zomereiken en/of winterlindes), die passend zijn in dit landschap. De bestaande houtopstanden zullen blijven bestaan.

Maatregelen ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit Het inpassen van de nieuwe schuur in de huidige erfstructuur (C); Aanplant van nieuwe houtsingels (E); Behouden van bestaande houtopstanden en onderbeplanting (H); groene omkadering van de buitenopslag (K). Een weergave van de beoogde situatie is zichtbaar in afbeelding 2.3 en opgenomen in de Bijlage 1 bij deze toelichting.

12

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Afbeelding 2.3: nieuwe situatie Itterbeekweg 9, niet op schaal (bron: N+L Landschapsontwerpers)

Hardenbergerweg 140-142, Geesteren De enige fysieke wijzigingen op de locatie Hardenbergerweg 140-142 in Geesteren betreft het saneren van een landschap ontsierende stal centraal op het erf. Deze stal is in zwaar vervallen staat. Voor het overige blijft het huidig gebruik en de bebouwing op het erf gehandhaafd. Ter verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het erf worden verder een enkele maatregelen genomen op het erf. Het gaat dan om: Na sloop opstallen wordt buitenruimte opgeruimd en omgevormd naar weiland/grasland (M); aanplant van nieuwe singel met bosplantsoen en boomvormers (N); aanvulling van bestaande singel met bosplantsoen en boomvormers (O);

Afbeelding 2.4: nieuwe situatie Hardenbergerweg 140-142, niet op schaal (bron: N+L Landschapsontwerpers)

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

13

14

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.

Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling van het plan: De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een uitbreiding van een economische functie (loonbedrijf) in het buitengebied (landelijk gebied) van Langeveen. Daarmee is de vierde pijler "toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied" relevant voor de voorgenomen ontwikkeling. In de NOVI wordt voor het landelijk gebied aangegeven dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied vraagt om een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit.

Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt worden. Waar mogelijk en gewenst dienen nieuwe kwaliteiten toegevoegd te worden. Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt een bestaand niet-agrarisch bedrijf gefaciliteerd. De voorgenomen ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit van het erf verbeterd. Daarnaast wordt op een andere locatie landschapsontsierende bebouwing verwijderd en de landschappelijke inpassing van het erf verbeterd. De voorgenomen ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van het gemeentelijke beleid voor het buitengebied (buitengebied met kwaliteit). Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling binnen de prioriteiten van de NOVI past. Er wordt een bijdrage geleverd aan de toekomst van het landelijk gebied en er zijn geen strijdigheden met nationale belangen. .

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

15

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Beoordeling van de plannen: Het uitbreiden van een loonbedrijf betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Omdat in de overzichtsuitspraak met jurisprudentie met betrekking tot de Ladder van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) is bepaald dat de uitbreiding van bedrijfsbebouwing kleiner dan 500 m2 in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt, moet het voorgenomen plan wel worden aangemerkt als een planologische wijziging van zodanige aard en omvang dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ECLI:NL:RVS:2016:1075). Het voorgenomen plan voorziet namelijk in de uitbreiding van een bestaand bedrijfsperceel. Als gevolg van de uitbreiding wordt 391 m2 oppervlak toegevoegd aan het bedrijfsperceel. Daarnaast wordt aan de Itterbeekweg 9 een oppervlak van 546 m2 aan bebouwing toegevoegd. Dit is boven de genoemde drempelwaarden voor het aanmerken van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve dient te worden geconcludeerd dat er sprake is van een planologische uitbreiding die vanwege de nieuwe gebruiksmogelijkheden voor het bedrijf van dusdanige aard en omvang is dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling dient de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving van de behoefte aan de ontwikkeling te bevatten.

Als de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en gepland is binnen bestaand stedelijk gebied dan wordt voldaan aan de Ladder. Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Hieronder wordt het plan getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. Bestaand stedelijk gebied Zoals is beschreven voldoet een ontwikkeling aan de Ladder als de behoefte is aangetoond en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt. In artikel 1.1.1. onder h van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip 'bestaand stedelijk gebied' vastgelegd. Als bestaand stedelijk gebied wordt aangemerkt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Het plangebied betreft voor een deel een bedrijfslocatie voor niet-agrarische bedrijvigheid. De uitbreiding is beoogd op agrarische (vooralsnog niet voor bebouwing bestemde) gronden. De locatie waar de uitbreiding is beoogd was in het verleden deels in gebruik als kuilvoerplaat voor agrarische bedrijvigheid.

Er is ter plaatse van de uitbreiding echter geen sprake van een bestaand stedenbouwkundig stelsel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid etc. waardoor het plangebied niet aangemerkt kan worden als bestaand stedelijk gebied. Als de stedelijke ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet volgens artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden dat binnen bestaand stedelijk gebied niet in die behoefte kan worden voorzien. Voor het loonbedrijf uit Langeveen geldt dat het een bedrijf is dat in de loop der jaren op de locatie - na beëindiging van de eigen agrarische activiteiten - is ontstaan en gegroeid. De eigenaar en enige medewerker van het bedrijf woont op het erf. Alhoewel de werkzaamheden veelal op externe locaties plaatsvinden, kan gezien de aard van de activiteiten (het verstrekken van loonwerk, grondverzet en aanverwante activiteiten), gesproken worden van lokaal gewortelde bedrijvigheid. Klanten van het bedrijf zijn hoofdzakelijk binnen een relatief kleine straal van de bedrijfslocatie gelegen. Een te grote afstand tussen het bedrijf en de klantenkring is niet gewenst, aangezien werkzaamheden dan niet meer concurrerend uitgevoerd kunnen worden (vanwege oplopende vervoerskosten).

Zoals uit de kwantitatieve onderbouwing zal blijken, voorziet dit bestemmingsplan in een specifieke behoefte van het bedrijf Ter Groot Loon- en Grondverzetbedrijf. Daarbij kan geconstateerd worden dat er in de directe omgeving van het bedrijf geen leegstaande bedrijfspanden aanwezig zijn die kunnen voorzien in deze specifieke 16

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

behoefte. Verplaatsing van het bedrijf naar een andere locatie (bijvoorbeeld op een bedrijventerrein in de gemeente Tubbergen) is bovendien niet wenselijk daar Ter Groot voornamelijk diensten aan lokale agrarische ondernemers verleend, 90% van het klantenbestand bestaat uit agrariërs uit de directe omgeving. Ook voor de medewerker geldt dat hij op het betreffende erf woonachtig is. Een groot bijkomend voordeel hiervan is hij direct toezicht kan houden op zijn (vaak waardevolle) werktuigen en bedrijfsinventaris. Eventuele verplaatsing naar een andere bedrijfslocatie buiten Langeveen is, los van de kapitaalsvernietiging die gemoeid zou zijn met een ontmanteling van de bestaande, daarmee geen reële optie. Dit zou namelijk negatieve gevolgen hebben voor het klantenbestand, marktpositie en daarmee bestaansrecht van Ter Groot. Derhalve wordt geconcludeerd dat de behoefte van het bedrijf Ter Groot niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Verzorgingsgebied In de beschrijving dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het plan niet tot onnodig nieuw ruimtebeslag leidt en geen zodanige leegstand tot gevolg zal hebben dat dit tot een uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening onaanvaardbare situatie in het verzorgingsgebied van de voorziene ontwikkeling zal leiden (uitspraak van 27 juli 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2095 (Eindhoven)).

Uit de Nota van toelichting (2017) blijkt dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van het onderzoek naar, de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de uitkomsten dienen te zijn opgenomen in de plantoelichting. Daaruit blijkt voorts dat het primair aan de bestuursorganen is om op basis van het ruimtelijke verzorgingsgebied van de nieuwe stedelijke ontwikkeling te bepalen hoe uitgebreid het onderzoek moet plaatsvinden, met welke bestuursorganen en diensten het overleg over de nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt gevoerd en tot welk gebied de onderbouwing van de behoefte zich uitstrekt. Dit gebied kan verschillen naar gelang de aard en de omvang van de voorziene stedelijke ontwikkeling in relatie tot de context. Van geval tot geval zal moeten worden bezien welk schaalniveau past bij de behoefte, in de leniging waarvan de door het plan mogelijk gemaakte stedelijke ontwikkeling voorziet, gelet op de aard en omvang daarvan (uitspraken van 11 maart 2015, ECLI:NL:RVS:2015:715 (Beek), van 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:798 (Asten) en van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2921 (Geldermalsen)).

Zoals onder het kopje voor bestaand stedelijk gebied al aangehaald betreft het loonbedrijf een lokaal geworteld bedrijf met een beperkt verzorgingsgebied, aangezien het gaat om bedrijvigheid op externe locaties met veelal landbouwwerktuigen en machines voor grondverzet. De uitbreiding is daarbij beoogd om het materieel en materialen voor de bedrijfsactiviteiten op een goede wijze te kunnen stallen/parkeren/opslaan op het bedrijfsperceel. Behoefte Met de uitbreiding van het oppervlakte bedrijfsgebouwen wil Ter Groot bewerkstelligen dat het overgrote deel van zijn materieel in de toekomst inpandig gestald kan worden. Dit bevordert de levensduur en beperkt het benodigde onderhoud van de bedrijfsinventaris. Het perceel biedt op deze manier voldoende ruimte voor een goed geoutilleerd bedrijfsperceel en de gewenste efficiëntere bedrijfsvoering. Er wordt daarnaast een beperkte hoeveelheid (200 m2) aan ruimte voor buitenopslag gerealiseerd, dat op een correcte wijze wordt ingepast op het bedrijfsperceel. De buitenopslag wordt op dusdanige wijze gesitueerd dat de ruimtelijke uitstraling zoveel mogelijk beperkt wordt, dat de omgeving zo min mogelijk overlast veroorzaakt en dat vanuit de bedrijfsvoering bruikbaar is. Het voorgaande voorkomt dat de machines en/of materiaal van het bedrijf elders worden geparkeerd of gestald moeten worden, waar dit mogelijk ongewenst is.

Het plan zorgt daarbij niet voor leegstand elders, aangezien het niet gaat om verplaatsing o.i.d. van activiteiten die elders leegstand veroorzaakt. Het bedrijf heeft namelijk geen andere locaties waar het gebruik van maakt. Met behulp van een verruiming van het bouwblok en het uitbreiden van de bedrijfsbebouwing wordt loonbedrijf Ter Groot voornamelijk de mogelijkheid geboden om uit te breiden met een dusdanig gepositioneerde machineberging dat een effectieve en veilige werkomgeving ontstaat, waarbij tegelijkertijd het aanwezige bedrijfsmaterieel op een verantwoorde en duurzame manier zoveel mogelijk binnen / overkapt gestald kan worden. Conform het provinciale en gemeentelijke beleidskader 'Kwaliteitsimpuls groene omgeving' betekent dit wel dat het bedrijf ter compensatie voor de uitbreidingsruimte dient te investeren in de ruimtelijke kwaliteit in het bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

17

buitengebied (zie hiervoor het gemeentelijke beleid). Hiertoe wordt bijvoorbeeld ook ruim 1.039 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesaneerd aan de Hardenbergerweg 140-142 in Geesteren. Onder aan de streep is er daarom ugeen sprake van een toename aan bebouwing in het buitengebied van gem. Tubbergen, maar juist van een afname. Daarnaast betekent dit dat omliggend aan de Itterbeekweg 9 agrarische gronden worden afgewaardeerd naar bos-natuurgronden. Deze gronden zullen invulling gaan krijgen voor groenstructuren. Met bovenstaande toetsing is invulling gegeven aan voldoende motivering voor de ladder van duurzame verstedelijking. De ontwikkeling wordt als passend beschouwd en geeft invulling aan een zorgvuldig ruimtegebruik. Eindconclusie Geconcludeerd wordt dat de ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor uitvoering van het bestemmingsplan.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1.

Of - generieke beleidskeuzes (themagerichte artikelen met criteria waaraan (bestemmings)plannen dienen te voldoen) 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe - gebiedskenmerken (conform lagenbenadering: natuurlijke laag, agrarische laag, stedelijke laag) Doorwerking plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 2.1.2 (Principe van concentratie) artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) artikel 2.6.3 lid 2 (Nationaal landschap Noordoost-Twente) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden. Artikel 2.1.2, lid 1: Principe van concentratie Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in woningbouw, aanleg van bedrijventerreinen voor lokaal gewortelde bedrijvigheid en het realiseren van stedelijke voorzieningen, met bijbehorende infrastructuur en groenvoorzieningen om te voldoen aan de lokale behoefte en de behoefte van bijzondere doelgroepen. Beoordeling van het plan: Het plan voor het realiseren en uitbreiden van een bedrijfsperceel voorziet in een uitbreiding van een nieuwe economische activiteit, passend in het buitengebied. Het voorziet hiermee in een lokale behoefte van de eigenaren om de bedrijfsactiviteiten goed te kunnen accommoderen.

Hiermee wordt voldaan aan het principe van concentratie. Artikel 2.1.3, lid 1: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen 18

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro; Beoordeling van het plan: De locatie ligt buiten bestaand stedelijk gebied. De uitbreiding wordt hierbij zoveel mogelijk in aansluiting op het bestaande erf gerealiseerd, maar wel op een dusdanige wijze dat voor de landbouwwerktuigen en materialen voldoende ruimte is om op een veilige wijze gestald en opgelagen te worden en voldoende manouvreerruimte over te houden.

De uitbreiding zelf heeft beperkte ruimtelijke uitstraling, aangezien het zal gaan om extra verharde ruimte en bebouwing in aanslutiing op een bestaande erfstructuur. Het erf wordt omkaderd met groenstructuren om de bedrijvigheid waar mogelijk aan het zicht te onttrekken. Er is hiermee sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting bij bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, past binnen het ontwikkelingsperspectief, inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze toepassing wordt gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering). Beoordeling van het plan: Voor het plangebied is een KGO-plan opgesteld dat gebaseerd is op de toegekende gebiedskenmerken. Deze worden later in deze paragraaf afzonderlijk behandeld. Hiermee wordt voldaan aan artikel 2.1.5. Daarbij wordt in dit geval tevens extra geïnvesteerd vanwege de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, zie ook de motivering in onderstaand artikel.

Artikel 2.1.6: Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen - met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 - voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Beoordeling van het plan: In het onderhavig geval betreft het een niet-agrarische bedrijvigheid welke wenst uit te breiden. Op basis van het buitengebied beleid van de gemeente Tubbergen is hiervoor een KGO-investering en verantwoording noodzakelijk. Dit is in Bijlage 1 nader uitgewerkt en akkoord bevonden door de gemeente Tubbergen. Met inachtneming van dit KGO-plan wordt voldaan aan artikel 2.1.6. Artikel 2.6.3 lid 2 Nationaal landschap Noordoost-Twente De Nationale Landschappen IJsseldelta en Noordoost-Twente zijn gebieden met (inter)nationaal zeldzame of unieke landschapskwaliteiten en in samenhang daarmee bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. In deze gebieden gaat het om het behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken van de bijzondere kwaliteiten.

Ook de recreatieve toegankelijkheid moet worden vergroot. Voor grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen die in strijd zijn met de doelstellingen van de kernkwaliteiten is geen plaats. Voor het Nationaal Landschap Noordoost-Twente geldt dat de bijzondere kwaliteiten juist in combinatie met ontwikkeling versterkt kunnen worden. Landbouw blijft de drager van dit landschap: grootschalig boeren in een kleinschalig landschap met kenmerkende beken. Gemeenten maken met elkaar keuzes voor de ontwikkeling van woon- en werklocaties, waarbij de karakteristiek van het landschap, de toeristische routenetwerken en de veerkracht van het watersysteem worden versterkt en wordt gewerkt aan de realisatie van het Natuurnetwerk Nederland. De ontwikkelingsmogelijkheden in dit gebied worden verregaand bepaald door het zoeken naar en oplossingen ten bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

19

aanzien van natuur, water en toerisme en vrije tijd. Het glooiende landschap van Noordoost-Twente is zeer gevarieerd door een fijnmazig samenstel van beken, essen, kampen en moderne ontginningen. Houtwallen, singels en bossen zorgen voor een kleinschalig en groen karakter. De specifieke landschappelijke (kern)kwaliteiten zijn: samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Doorwerking voor onderhavig plan: Beoordeling van het plan: De plannen van de eigenaren doen geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap Noordoost-Twente. Er wordt voldaan aan de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, daarmee extra investeringen verricht in de ruimtelijke kwaliteit naast de inpassing van het bedrijfsperceel zelf. Hiermee wordt juist een versterking bewerkstelligd van de kernkwaliteiten.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het ontwikkelingsperspectief 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' voor beide locaties van toepassing.

Afbeelding 3.1: uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart, Itterbeekweg 9 in rood aangeduid (bron: provincie 20

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Overijssel)

Afbeelding 3.2: uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart, Hardenbergerweg 140 in rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden - net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven - de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap; sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel; continu en beleefbaar watersysteem. De ontwikkeling van recreatie binnen dit ontwikkelingsperspectief is mogelijk met inachtneming van Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Onder verduurzaming verstaan we hier: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor – en waar mogelijk in dialoog met – omwonenden. Agrarische ondernemers staan voor de uitdaging om hun – vaak grote – gebouwen en erven zo vorm te geven dat ze passen bij maat en schaal van het landschap en de ruimtelijke en milieukwaliteit versterken.

Het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap biedt ruimte aan concurrerende en innovatieve vormen van landbouw en aan opwekking van hernieuwbare energie. Denk daarbij aan zonnepanelen, maar ook aan windenergie en biovergisters. Wat betreft windenergie liggen vanuit de optiek van rendement de beste (wind)kansen in het noorden en noordwesten van de provincie: daar waait het het hardst. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

21

mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.

Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.

Kenmerken Itterbeekweg 9: Natuurlijke laag: hoogveengebieden Laag van het agrarisch cultuurlandschap: veenkoloniaal landschap Stedelijke laag: n.v.t. Laag van de beleving: n.v.t. Kenmerken I Hardenbergerweg 140: Natuurlijke laag: dekzandvlakte en ruggen Laag van het agrarisch cultuurlandschap: jonge heide- en broekontginningslandschap Stedelijke laag: n.v.t. Laag van de beleving: n.v.t. Beoordeling van de plannen: Het in Bijlage 1 opgenomen ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd om de toegekende ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken. Deze kenmerken zijn in het rapport ook nader beschouwd. Met inachtneming hiervan en de motivering voor de generieke beleidskeuzes in deze toelichting wordt geconcludeerd dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

Mijn Omgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft in 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving voor het grondgebied van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden.

22

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Daarbij wordt gewerkt aan speerpunten. Voor het 'Buitengebied in balans' zijn dat: toekomstgerichte agrarische sector; goede staat van natuur en landschap; kwalitatief toerisme. Beoordeling van de plannen: In afbeelding 3.3 en 3.4 is een fragment van de waardenkaart opgenomen voor de planlocaties.

Afbeelding 3.3: fragment waardenkaart Itterbeekweg, plangebied aangepijld (bron: gemeente Tubbergen)

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

23

Afbeelding 3.4: fragment waardenkaart Hardenbergerweg, plangebied aangepijld (bron: gemeente Tubbergen) Op grond van MijnOmgevingsvisie Tubbergen valt het plangebied Itterbeekweg 9 onder de aanduiding 'gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek'. Hier wordt aangegeven om in te spelen op onder andere de schaal van het landschap, afwisseling, bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is, behoud van waarden, geclusterde bebouwing en heldere structuren. De locatie Hardenbergerweg valt in de zone 'gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek'. De planlocatie betreft een agrarisch bedrijfsperceel. De betreffende sloopschuur vervult geen functie meer en is in verval.Het saneren van deze bebouwing is wenselijk en passend binnen de geformuleerde waarden voor de locatie. Voor het plan aan de Itterbeekweg 9 geldt dat het een kleinschalige ontwikkeling betreft (uitbreiding van bestaande niet-agrarische bedrijvigheid). Het perceel wordt landschappelijk goed ingepast door uitheemse soorten te verwijderen en juist te vervangen voor inheemse soorten, daarbij wordt de groen inpassing vergroot. Ten slotte worden er extra investeringen in de ruimtelijke kwaliteit verricht op basis van de kwaliteitsimpuls groene omgeving. Het plan is in lijn met de omgevingsvisie Tubbergen. 3.3.2

Buitengebied met kwaliteit

De gemeenten Tubbergen en Dinkelland hebben gezamenlijk de uitwerking van de omgevingsvisie opgepakt. Het beleid is opgesteld ter vervanging van vele andere ruimtelijke regelingen. Volgens de gemeente werd dit onnodig ingewikkeld. De absolute doelstelling van het beleid is om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Er zijn algemene randvoorwaarden opgesteld: 1. De ontwikkeling moet leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning. 3. Er is een balans tussen ontwikkeling en de kwalitatieve investeringen. 4. De ontwikkeling past naar aard en omvang. 5. De bestaande infrastructuur is toereikend. 6. Parkeren vindt op eigen erf plaats. 7. Er is geen sprake van een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. 8. Er is geen onevenredige afbreuk voor aanwezige functies. 9. Er is geen onevenredige afbreuk aan de belangen van derden. 10. Indien noodzakelijk wordt er een bedrijfsplan gevraagd. 11. In het bestemmingsplan worden de ruimtelijke verplichtingen opgenomen.

24

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

12. Gecombineerde toepassingen van de beleidsregels is mogelijk. 13. Niet actuele vergunningen kunnen niet worden benut. Beoordeling van de plannen: De aanvraag betreft een functiewijziging waarbij de bestemming "Wonen" wordt omgezet naar "Bedrijf". De uitbreiding van het erf past niet binnen de bestaande bestemming (ligt in onbebouwde agrarische gronden), waardoor de bestemming aangepast zal moeten worden. De vergroting van het bouwblok betreft 391 m2. De waardevermeerdering is volgens het gebruikte format € 50,- per m2. Daarmee is er sprake van een waardevermeerdering van € 19.550,- exclusief btw. Naast de waardevermeerdering is er ook sprake van waardevermindering. Het voorgestelde struweel aan het erf wordt bestemd als bos/natuur en derhalve kan de afwaardering van € 5.912,- in mindering worden gebracht. Daarom is er sprake van een waardevermeerdering van € 13.638,-. Met de overige geoorloofde atrekposten vanuit het beleid (uitgewerkt in Bijlage 1) komt het te investeren bedrag op € 9.296,60. Dit bedrag wordt besteed aan het aanbrengen van houtsingels buiten het erf, e.e.a. zoals weergegeven op de situatietekening (zie afbeelding 2.3, letter E). Hiermee wordt voldaan aan de uitganspunten van het beleid 'Buitengebied met kwaliteit'.

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

25

26

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1 Besluit milieueffectrapportage De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Dit bestemmingsplan voorziet in de planologische kaders voor een uitbreiding van de bedrijfsbestemming en het bouwen van een nieuwe schuur en voldoet daarmee aan de definitie van een 'besluit' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Het loonbedrijf is ter plaatse ontstaan na staking van het agrarsich bedrijf, is door de jaren gegroeid en kampt hierdoor nu met een tekort aan bedrijfs- en stallingsruimte. Het betreft hier met name een tekort aan verhard en overdekt oppervlak voor het stallen van materieel en opslag. Deze benodigde voorzieningen zijn beoogd deels buiten hetr huidig erf op de (agrarische) gronden aansluitend aan het erf. Hier waren voorheen ook kuilvoerplaten aanwezig.

Deze gronden zijn momenteel echter bestemd voor agrarische doeleinden. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten mogelijk worden gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Gekeken is of er sprake is van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r.. De plannen vinden in dat geval de meeste aansluiting bij de acitiviteit: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. In het geval sprake is van deze acitiviteit dient te worden getoetst of sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Indien de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een m.e.r.-plichtige activiteit aangezien deze pas geldt bij 200.000 m2 bvo, 2000 woningen of meer.

De voorliggende plannen kunnen in dat vergelijk als zeer kleinschalig beschouwd worden. De ontwikkeling wordt niet gezien als een acitviteit die op de D-lijst voorkomt. Als gevolg van bovengenoemde groei is de eigenaar voornemens het erf te vergroten en een schuur te realiseren ten behoeve van de stalling en opslag middels de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO-regeling). Er is, voor zover in dit kader relevant, bovendien sprake van een nieuwe functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen en andere milieugevoelige functies. De aard en omvang van de ontwikkeling is dusdanig kleinschalig dat van relevante milieugevolgen geen sprake is. bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

27

Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit Hoofdstuk 5 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Conclusie De gevolgen voor het milieu zijn als nihil aan te merken. In die gevallen is het Besluit m.e.r. niet van toepassing en hoeft geen aanmeldnotitie te worden opgesteld.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In afbeelding 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

afbeeldi ng 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Beoordeling van de plannen: De plangebieden liggen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De richtafstanden die tot het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' behoren dienen dus als uitgangspunt genomen te worden. Op voorhand valt te constateren dat voor de locatie Hardenbergerweg 140-142 geen wijzigingen in de milieuzonering aangebracht worden, daarom blijft deze locatie verder buiten beschouwing op dit onderdeel. Externe werking Onderhavig bestemmingsplan maakt mogelijk om binnen het plangebied een loonbedrijf uit te oefenen en uit te breiden. De te realiseren functies maken onderdeel uit van een milieubelastende activiteit. Voor deze functie 28

bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerweg 140-142

geldt dat de activiteit 'Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m²' het meeste raakvlak heeft. Op basis van deze activiteit geeft de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' een richtafstand van 50 m voor geluid, 30 m voor geur en 10 m voor stof en gevaar. De dichtstbijzijnde gevoelige functie is een bedrijfswoning aan de Ossendijk 28. Deze ligt op 33,5 meter van de nieuw te bouwen opslag-/ stallingsschuur. Vooropgesteld moet geconstateerd worden dat de betreffende schuur de open zijde aan de zijde van Itterbeekweg 7-9 heeft, dus juist van Ossendijk 28 af. Daarmee schermt de schuur de naastgelegen woning Ossendijk 28 af voor eventuele hinder als gevolg van de bedrijfsactiviteiten in het plangebied. De inrit/manouvreerruimte voor het loonbedrijf is daarnaast op meer dan 50 meter gelegen van Ossendijk 28. Voor de aspecten geur, stof en gevaar wordt voldaan aan de richtafstanden, voor geluid dus niet. Om te borgen dat er geen geluidsprocedurende werkzaamheden/activiteiten binnen de richtafstand worden uitgeoefend wordt de schuur voorzien van de bouwaanduiding voor opslaggebouw. Voor opslag geldt een max. milieucategorie 2 met een 30 meter richtafstand voor geluid. Aan deze afstanden wordt voldaan. Omliggende functies worden als gevolg van de plannen daardoor niet belemmerd in het woon- en leefklimaat.

Bij de ontwikkeling is zoveel mogelijk rekening gehouden om zo min mogelijk overlast te veroorzaken c.q. het woonen leefklimaat in de omgeving in stand te houden. Interne werking Andersom betreffen de bedrijfsactiviteiten binnen het plangebied geen milieugevoelige activiteiten. Desondanks liggen ook eventuele milieubelastende activiteiten op ruime afstand van het plangebied. Er blijft sprake van een aanvaardbare situatie. Conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Beoordeling van de plannen: Op voorhand valt te constateren dat voor de locatie Hardenbergerweg 140-142 geen wijzigingen voor het aspect geur aangebracht worden, daarom blijft deze locatie verder buiten beschouwing op dit onderdeel. In de directe omgeving van het plangebied Itterbeekweg 9, op 5 meter ten westelijk van de locatie, ligt de dichtstbijzijnde veehouderij (met mogelijkheid voor intensieve bedrijfsvoering). Aangaande geurgevoelige objecten binnen het plangebied ten opzichte van dit naastgelegen agrarische bedrijf treden echter geen wijzigingen op. De huidige woning binnen het plangebied blijft bestaan op de huidige locatie. De ontwikkeling ziet niet toe op het oprichten van een nieuw geurgevoelig object. De uitbreiding is namelijk beoogd voor de stalling, opslag en plaatsing van bedrijfsmaterieel en goederen. Er is daarmee enerzijds geen sprake is van belemmeringen voor de betreffende bedrijfslocatie en anderzijds een bescherming van goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden. Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. bestemmingsplan Buitengebied, Itterbeekweg 9 en Hardenbergerw eg 140-142

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1124/documents/24245