CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage VBP Zondermansweg 8 Albergen - Langemaatsweg 16 Manderveen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 23 april 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 11: Bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen/Langemaatsweg 16 Manderveen22.886 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering 30

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

Toets en conclusie Zowel de locatie aan de Zondermansweg 8 in Albergen als de Langemaatsweg 16 in Manderveen liggen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, waardoor kan worden uitgegaan van de richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk/buitengebied. Voor de Langemaatsweg 16 in Manderveen wordt op voorhand opgemerkt dat voor de sloop van bebouwing geen toetsing aan de VNG uitgave benodigd is. De toetsing aan de VNG uitgave is daarom enkel gericht op de Zondermansweg 8 in Albergen. Bij het realiseren van nieuwe bestemmingen/functies dient er gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen/functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe milieugevoelige functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Als gevolg van de beoogde vergroting van de bestemming 'Wonen' wordt de onderlinge afstand met het naastgelegen agrarisch bedrijf aan de Zondermansweg 9 in Albergen verkleind. Ook wordt de onderlinge afstand met het houtbewerkingsbedrijf aan de Diekersweg 9 in Albergen verkleind.

Ten aanzien van het agrarische bedrijf geldt op basis van de VNG uitgave een grootste richtafstand van 100 meter voor het aspect geur, ervan uitgaande dat kan worden aangesloten bij de categorie 'Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren (niet- intensief)'. Echter zijn bij agrarische bedrijven niet de richtafstanden vanuit de VNG uitgave leidend, maar de wettelijke afstanden of geuremissiefactoren die in de Wet geurhinder en veehouderij zijn opgenomen. Derhalve vindt de toetsing aan het aspect 'Geur' verder plaats in paragraaf 4.3. Voor wat betreft de overige afstanden (stof, geluid en gevaar) wordt er ruimschoots voldaan, aangezien de onderlinge afstand tussen het agrarische bedrijf en plangebied circa 50 meter bedraagt, en de richtafstanden 30 meter bedragen. Er is dus ten aanzien van dit bedrijf, met uitzondering van het aspect 'Geur', sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor het houtbewerkingsbedrijf biedt de VNG uitgave geen specifieke richtafstanden. Op basis van de bedrijfsactiviteiten wordt geacht dat een logische aansluiting in de VNG uitgave gemaakt kan worden bij de categorie 'Houtzagerijen'. De grootste richtafstand bedraagt in dat geval 100 meter voor het aspect geluid. Aan deze afstand wordt voldaan, aangezien de onderlinge afstand tussen dit bedrijf en het plangebied minimaal 130 meter bedraagt.

Er is dus ten aanzien van dit bedrijf sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of het plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. Met de beoogde uitbreiding van het aantal oppervlak aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken aan de Zondermansweg 8 in Albergen wordt geen nieuwe milieubelastende functie mogelijk gemaakt, waardoor de aantasting van andermans woon- en leefklimaat niet aan de orde is. De beoogde uitbreiding van de bestemming 'Wonen' zorgt echter wel dat de onderlinge afstand tussen het plangebied en de omliggende bedrijven wordt verkleind ten opzichte van de huidige situatie. Hierdoor kunnen de bedrijven belemmerd worden. Aangezien de onderlinge afstand met het plangebied na de vergroting van de bestemming 'Wonen' nog ruim voldoende is en een eventuele uitbreiding van de bedrijven richting het plangebied niet te verwachten is, wordt gesteld dat de omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden beperkt zullen worden.

Resumerend kan worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect 'Milieuzonering' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

31

aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht. Toets en conclusie Omdat de bestemming 'Wonen' middels voorliggend bestemmingsplan groter wordt, kan dit voor het agrarische bedrijf aan de Zondermansweg 9 in Albergen belemmerend werken. Er dient in het buitengebied namelijk minimaal 50 meter afstand te zijn tussen een agrarisch bedrijf en een geurgevoelig object in de zin van de Wgv. Momenteel bedraagt de afstand vanaf de uiterste gevel van de bestaande woning aan de Zondermansweg 8 in Albergen tot de uiterste grens van de agrarische bestemming van het bedrijf aan de Zondermansweg 9 in Albergen circa 68 meter. Met de beoogde vergroting van de bestemming 'Wonen' wordt deze afstand niet kleiner, omdat de woning op dezelfde plek blijft staan.

Echter kan de woning in theorie overal binnen de bestemming 'Wonen' worden herbouwd, waardoor de afstand met het agrarische bedrijf kleiner kan worden. Om ervoor te zorgen dat te allen tijde sprake is van minimaal 50 meter afstand tussen het plangebied en agrarische bedrijf, wordt de bestemming 'Wonen' in voorliggend bestemmingsplan zodanig vormgegeven dat binnen die afstand van 50 meter geen sprake is van de bestemming 'Wonen'. Gelet op het vorenstaande wordt vanuit het aspect 'Geur' dan ook geen belemmeringen verwacht voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Toets en conclusie Aan de Zondermansweg 8 in Albergen wordt het bestaande oppervlak aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning uitgebreid middels de schuur voor schuur regeling. De sloopmeters worden gehaald van de Langemaatsweg 16 te Manderveen, waar landschapsontsierende agrarische bebouwing wordt gesloopt.

Daarnaast wordt de huidige bestemming 'Wonen' vergroot, zodat de op de agrarische gronden gelegen tuin/verharding positief kan worden bestemd. Met het uitbreiden van het bestaande oppervlak aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning wordt geen nieuwe verblijfsfunctie opgericht waarin langer dan 2 uur mensen kunnen verblijven. Tevens wordt gebouwd binnen de huidige bestemming 'Wonen', waarbinnen het bouwen van bijbehorende bouwwerken bij de woning al mogelijk is. Gelet hierop wordt een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Voor het slopen van landschapsontsierende agrarische bebouwing aan de Langemaatsweg 16 in Manderveen wordt een bodemonderzoek tevens niet noodzakelijk geacht, omdat er alleen gesloopt wordt. In paragraaf 4.4.1 wordt nog even stilgestaan bij de betreffende bebouwing en in kaart gebracht in hoeverre de bebouwing asbesthoudend is. Voor wat betreft de vergroting van de bestemming 'Wonen' aan de Zondermansweg 8 te Albergen om de bestaande tuin en verharding positief te bestemmen, wordt opgemerkt dat er een functiewijziging plaatsvindt. Gelet hierop is een verkennend bodemonderzoek in eerste instantie noodzakelijk. Echter geldt op basis van de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en bijbehorende regelgeving de volgende uitzonderingen voor de bodemonderzoekplicht: a.

als het gaat om bouwwerken die de grond niet raken of het bestaande, niet wederrechtelijke gebruik wordt gehandhaafd; b. het bouwwerk een te verwezenlijken bebouwingsoppervlakte heeft van ten hoogste 50 m²; 32

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

c.

als het gaat om het bouwen van bouwwerken waarin niet (nagenoeg) voortdurend mensen zullen verblijven (Woningwet, artikel 8, derde lid). Hierbij wordt een verblijftijd van minder dan 2 uur gehanteerd; d. als B&W vrijstelling verlenen omdat er al voldoende gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit bekend zijn, bijvoorbeeld op basis van een reeds eerder uitgevoerd bodemonderzoek (maximaal 5 jaar oud en waarbij het gebruik sindsdien niet is gewijzigd). Zoals beschreven is de functiewijziging bedoeld om de bestaande verharding en tuin, die op agrarische gronden zijn gerealiseerd, positief te bestemmen. Op de betreffende gronden kunnen, gelet op dat het aantal oppervlak aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning middels voorliggend bestemmingsplan op slot wordt gezet, geen nieuwe bijbehorende bouwwerken worden gerealiseerd. Dit is immers één van de voorwaarden om mee te kunnen doen aan de schuur voor schuur regeling. Bovendien blijkt uit de bodemkwaliteitskaart van de omgevingsdienst Twente dat de kwaliteit van de betreffende gronden 'AW2000' is. Dat betekent dat de gronden schoon worden geacht. Gelet op het vorenstaande wordt een bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'Bodem' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. 4.4.1

Asbestinventarisatie

In het kader van de schuur voor schuur regeling van de gemeente Tubbergen wordt aan de Langemaatsweg 16 in Manderveen asbesthoudende landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Of de deze bebouwing daadwerkelijk asbesthoudend is, wordt door middel van een asbestinventarisatie opgenomen als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan aangetoond. Uit de asbestinventarisatie blijkt dat de te slopen bebouwing inderdaad asbesthoudend is, waardoor gesaneerd zal moeten worden. Omdat sanering pas kan bij de sloop van de bebouwing, is er in de regels van voorliggend bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen teneinde de benodigde sanering juridisch te borgen.

4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets en conclusie Er wordt middels voorliggend bestemmingsplan geen nieuwe geluidsgevoelige objecten mogelijk gemaakt, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Een onderzoek is derhalve overbodig. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'geluid' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

33

luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

Toets en conclusie Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals hierboven zijn beschreven, kan worden gesteld dat voorliggend plan voor de realisatie van extra oppervlakte aan bijgebouwen en voor een planologische functiewijziging 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Het aantal verkeersbewegingen neemt immers niet toe. Tevens worden geen gevoelige bestemmingen binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg gerealiseerd. Gelet op het vorenstaande wordt een onderzoek in het kader van luchtkwaliteit niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'Luchtkwaliteit' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken.

Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht 34

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

in geval van een toename van het groepsrisico. Toets en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe verblijfsobjecten mogelijk, waardoor het aantal personen binnen het plangebied zal kunnen toenemen. Er is derhalve geen aanleiding voor het uitvoeren van een onderzoek naar externe veiligheid, het groepsrisico neemt immers niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'Externe veiligheid' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid Waterschap Vechtstromen De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de SVIR en het Nationaal Waterplan (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerplan 2016-2021.

De belangrijkste ruimtelijk relevante thema's zijn de Kaderrichtlijn Water en retentiecompensatie. Daarnaast is de Keur van Waterschap Vechtstromen een belangrijk regelstellend instrument waarmee in ruimtelijke plannen rekening moet worden gehouden. Op gemeentelijk niveau zijn het in overleg met Waterschap Vechtstromen opgestelde gemeentelijk Waterplan en het gemeentelijk Rioleringsplan van belang bij het afwegen van waterbelangen in ruimtelijke plannen. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2028 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen.

Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

35

steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering. Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem.

Watertoetsproces Op 27 juli 2023 is via www.dewatertoets.nl zowel voor de Zondermansweg 8 als Langemaatsweg 16 een digitale watertoets verricht, zie Bijlage 4 en Bijlage 5 bij de toelichting van dit bestemmingsplan. Door beantwoording van de vragen is gebleken dat de korte procedure van toepassing is. Volstaan kan worden met de standaard waterparagraaf (zie hieronder). Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties. Het principe """"eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren"""" is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe.

Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe """"eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren"""" een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1500m2. Het plangebied bevindt zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.

Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt het afvalwater en het hemelwater behandeld via een gescheiden stelsel, waarbij het hemelwater wordt geïnfiltreerd. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte. Kelders dienen waterdicht te zijn. Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, 36

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'Water' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toets en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt enerzijds de uitbreiding van het aantal oppervlak aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken en de vergroting van de bestemming 'Wonen' aan de Zondermansweg 8 in Albergen mogelijk, anderzijds de sloop van landschapsontsierende agrarische bebouwing aan de Langemaatsweg 16 te Manderveen. Omdat de kans bestaat dat door fysieke ingrepen beschermde plant- en diersoorten worden bedreigd, is een flora- en faunaonderzoek noodzakelijk om de beschermde plant- en diersoorten in kaart te brengen en de nodige vervolgstappen te bepalen. Met het flora- en faunaonderzoek wordt tevens onderzocht of de beoogde activiteiten tot een negatief effect leidt voor natuurgebieden in de omgeving van het plangebied. In dit bestemmingsplan wordt gebruik gemaakt van een quickscan natuurwaarden die is uitgevoerd door Natuurbank Overijssel.

Deze quickscan is als Bijlage 6 bij de toelichting van voorliggend bestemmingsplan opgenomen. In onderstaande alinea's worden de belangrijkste conclusies beschreven. Voor de concrete inhoud wordt kortheidshalve verwezen naar Bijlage 6. Op voorhand moet worden opgemerkt dat de locatie Zondermansweg 8 in Albergen niet is betrokken bij de quickscan. Dit omdat er geen bebouwing wordt gesloopt en de terreingesteldheid van de gronden binnen de bestemming 'Wonen' door regelmatig onderhoud niet geschikt worden geacht voor de aanwezigheid van bedreigde plant- en diersoorten. De quickscan heeft derhalve enkel betrekking op de locatie aan de Langemaatsweg 16 te Manderveen. Conclusies quickscan Langemaatsweg 16 Manderveen De voorgenomen activiteiten worden gezien als ‘ruimtelijke ontwikkeling’. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’, en het opzettelijk ‘verstoren, beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats’, als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd. Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist om ze te mogen verstoren of te doden en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen.

Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. Het plangebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen externe werking kent in Overijssel. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, zoals de toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebied, kan uitgesloten worden vanwege de beperkte omvang van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen plangebied en Natura 2000-gebied. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, en tot een weinig geschikt functioneel leefgebied van beschermde diersoorten. Mogelijk nestelen er vogels in de kapschuur en bezetten sommige beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- en voortplantingsplaats.

Vleermuizen en amfibieën bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

37

Voor de beschermde grondgebonden zoogdiersoorten, die mogelijk een vaste rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, en die mogelijk gedood worden, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect 'Ecologie' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan, mits een broedvogelscan wordt uitgevoerd indien tijdens de voortplantingsperiode sloopwerkzaamheden worden uitgevoerd.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Voor het plangebied aan de Zondermansweg 8 in Albergen is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' toegekend. De gronden binnen het plangebied zijn daarmee tevens bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden. Alvorens het verkrijgen van een bouwvergunning is een archeologisch onderzoek nodig, indien er bodemingrepen plaatsvinden over een oppervlak groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m in de grond. Voor het plangebied aan de Langemaatsweg 16 in Manderveen geldt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 3'. De gronden binnen het plangebied zijn daarmee tevens bestemd voor het behoud van de archeologische waarden van de gronden. In tegenstelling tot de Zondermansweg 8 geldt hier de regel dat alvorens het verkrijgen van een bouwvergunning een archeologisch onderzoek nodig is bij bodemingrepen over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m in de grond. Toets en conclusie Voorliggend bestemmingsplan maakt extra vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij de woning aan de Zondermansweg 8 in Albergen mogelijk.

Volgens de schuur voor schuur regeling mag er in totaal 156 m² aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken worden teruggebouwd op de locatie aan de Zondermansweg 8 in Albergen. Dit is ruimschoots minder dan 5.000 m², waardoor archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Aan de Langemaatsweg 16 in Manderveen vinden als gevolg van de sloopwerkzaamheden geen bodemingrepen plaats, waardoor een archeologisch onderzoek wederom niet noodzakelijk is. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets en conclusie Er zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig en zowel het erf aan de Zondermansweg 8 in Albergen als aan de Langemaatsweg 16 in Manderveen staan niet op de gemeentelijke monumentenlijst en/of rijksmonumentenlijst.

De te slopen bebouwing heeft daarnaast geen cultuurhistorische waarde en met het bouwen van extra vrijstaande bijbehorende bouwwerken aan de Zondermansweg 8 worden geen cultuurhistorische waarden aangetast. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'Archeologie en Cultuurhistorie' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

38

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer Voorliggend bestemmingsplan maakt geen nieuwe functies met een verkeersaantrekkende werking mogelijk. Derhalve wordt een toename in het aantal verkeersbewegingen in de beoogde situatie ten opzichte van de huidige situatie niet reëel geacht. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'Verkeer' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan. Parkeren Voorliggend bestemmingsplan heeft geen invloed op de wijze van parkeren in de bestaande situatie. Middels het uitbreiden van het aantal oppervlak aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken, het slopen van landschapsontsierende bebouwing en de vergroting van de bestemming 'Wonen' zal de parkeerbehoefte niet toenemen. Geconcludeerd wordt dat vanuit het aspect 'Parkeren' geen belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van voorliggend bestemmingsplan.

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

39

40

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het voorliggende bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden.

Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

41

wijzigingsregels In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld welstand en wegverkeerslawaai en er wordt de mogelijkheid geboden om nadere eisen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro.

Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen, dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Enkelbestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie Deze bestemming is opgenomen om de oppervlakte van de overgebleven bijgebouwen op het perceel aan de Langemaatsweg 16 te Manderveen vast te leggen. Voor de bepalingen is aansluiting gezocht bij de bepalingen van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan', vastgesteld op 15 december 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen. De voor 'Recreatie - Verblijfsrecreatie' aangewezen gronden zijn bestemd voor verblijfsrecreatie, ter plaatse van de aanduiding 'verblijfsrecreatie' voor de bedrijfsmatige exploitatie van maximaal 80 kampeermiddelen en 4 logiesverblijven, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - overige voorzieningen' voor 42

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

centrale voorzieningen, bedrijfswoningen, gebouwen ten behoeve van opslag en werktuigenberging, caravanstalling, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, verkeers- en verblijfsdoeleinden, openbare nutsvoorzieningen, detailhandel in de vorm van een kampwinkel, parkeervoorzieningen, andere bouwwerken, water en watergangen en waterpartijen. Maar ook voor de bestaande agrarische bedrijvigheid, zoals vermeld in het meldingsformulier Besluit landbouw milieubeheer gedateerd 29 januari 20010, met de daarbij behorende gebouwen, andere bouwwerken, wegen, paden, verhardingen, terrassen, tuinen en erven, water, parkeer-, speel- en groenvoorzieningen. Op de gronden binnen deze bestemming mag er alleen gebouwd worden indien dit nodig is voor het uitvoeren van de bestemming. Op basis van het voorliggende bestemmingsplan bedraagt de maximale oppervlakte aan bijgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - overige voorzieningen' 588 m². Naast bestemming- en bouwregels zijn er nog afwijkingsbevoegdheden en specifieke gebruiksregels opgenomen.

Met de afwijkingsbevoegdheden kan middels een omgevingsvergunning van de bouwregels afgeweken worden, waarbij eerst moet worden aangetoond dat de afwijking niet leidt tot een onevenredige aantasting van functies en waarden in de omgeving, van belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden en wanneer de landschappelijke inpassing van de recreatie-inrichting gewaarborgd blijft. In de specifieke gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die de landschappelijke inpassing van de sloop van de landschapsontsierende agrarische bebouwing borgt. Hiervan kan worden afgeweken indien minimaal andere landschapsmaatregelen worden getroffen. Enkelbestemming Wonen Deze bestemming is opgenomen om de maximale oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel aan de Zondermansweg 8 te Albergen vast te leggen. Voor de bepalingen is aansluiting gezocht bij de bepalingen van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan', vastgesteld op 15 december 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel een vrij beroep, mantelzorg, bed and breakfast en bestaande kleinschalige kampeerterreinen.

Maar ook voor kleinschalige duurzame energiewinning, wegen en paden, water en de daarbijhorende tuinen, erven en terreinen, paardrijbakken, parkeervoorzieningen en andere bouwwerken. Men mag in deze bestemming alleen woonhuizen bouwen en per bestemmingsvlak is ten hoogste één hoofdgebouw toegelaten met één woning. Een hoofdgebouw mag alleen ter plaatse van de situering van het bestaande hoofdgebouw dan wel ter plaatse van een bouwvlak in welk geval een hoofdgebouw binnen een bouwvlak zal worden gebouwd. Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt dat deze achter de naar de weg(en) gekeerde (voor)gevel(s) van het dichtst bij de weg gesitueerde bestaande gebouw dan wel het verlengde daarvan gebouwd mogen worden, tenzij het bestaande gebouw op meer dan 50 m van de weg is gesitueerd, in welk geval geen plaatsingseis geldt. De gezamenlijke oppervlakte van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij een hoofdgebouw mag normaal gesproken ten hoogste 100 m² bedragen, maar middels voorliggend bestemmingsplan wordt de maximale oppervlakte aan bijgebouwen op 356 m² vastgelegd. Dit is inclusief bestaand oppervlak aan bijgebouwen (100 m²).

Naast bestemming- en bouwregels bevat de bestemming wonen specifieke gebruiksregels waarin al het strijd gebruik met de bestemming wordt beschreven, waaronder de borging van de landschappelijke inpassing, in die zin dat binnen een termijn van 24 maanden na het onherroepelijk worden van voorliggend bestemmingsplan uitvoering moet zijn gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het erfinrichtingsplan opgenomen als (Bijlage 1), teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast wordt een limitatieve opsomming gegeven van activiteiten die niet met de bestemming Wonen strijdig zijn. Tot slot bevat de bestemming Wonen zowel enkele afwijkingsbevoegdheden waarmee van de regels van het bestemmingsplan afgeweken kan worden als wijzigingsbevoegdheden waarmee de bestemming kan worden gewijzigd indien daaraan behoefte bestaat. Dubbelbestemmingen Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3 Deze bestemming is opgenomen conform de huidige aanwezige dubbelbestemming ter plaatse van het perceel Langemaatsweg 16 te Manderveen. De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden.

Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, aangetoond worden dat ter plaatse geen archeologische waarden zijn, dat de archeologische waarden door de bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

43

bouwactiviteiten niet worden geschaad of dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord. Afhankelijk van de situatie kan er dan voorwaarden worden gebonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Bijvoorbeeld de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. In de regels van deze dubbelbestemming wordt tevens geregeld dat er een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voor het uitvoeren van een werk, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden. Hier geldt wederom dat dit pas geldt bij bodemingrepen over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en bij bodemingrepen dieper dan 0,40 m. Dit is niet van toepassing wanneer de werkzaamheden op het normale onderhoud betrekking hebben, reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan of als er in het kader van een archeologisch onderzoek opgravingen moeten worden gedaan. Burgemeester en wethouders kunnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn.

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 4 Deze bestemming is opgenomen conform de huidige aanwezige dubbelbestemming ter plaatse van het perceel Zondermansweg 8 te Albergen. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van archeologische waarden. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, aangetoond worden dat ter plaatse geen archeologische waarden zijn, dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten kunnen worden verstoord. Afhankelijk van de situatie kan er dan voorwaarden worden gebonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen. Bijvoorbeeld de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. In de regels van deze dubbelbestemming wordt tevens geregeld dat er een omgevingsvergunning moet worden aangevraagd voor het uitvoeren van een werk, geen gebouwen zijnde, of van werkzaamheden. Hier geldt wederom dat dit pas geldt bij bodemingrepen over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en bij bodemingrepen dieper dan 0,40 m.

Dit is niet van toepassing wanneer de werkzaamheden op het normale onderhoud betrekking hebben, reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het plan of als er in het kader van een archeologisch onderzoek opgravingen moeten worden gedaan. Burgemeester en wethouders kunnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' geheel of gedeeltelijk wordt verwijderd, indien op basis van archeologisch onderzoek door een archeologisch deskundige is aangetoond dat ter plaatse geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn. Gebiedsaanduidingen reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied De voor 'reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor de ontwikkeling van de landbouw, waarbij het belang van de landbouw bovengeschikt is aan andere belangen. Overige functies (onder andere natuur en landschap, recreatie en toerisme en wonen) kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van bestaande of inplaatsing van nieuwe agrarische bedrijven. vrijwaringszone - radarverstoringsgebied De voor 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim.

Op de met 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zal de bouw- of tiphoogte van bouwwerken binnen de ter plaatse voorkomende bestemmingen ten hoogste 115 m ten opzichte van NAP bedragen. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 10.2.2 in die zin dat de bouw- of tiphoogte, ten opzichte van NAP, wordt overschreden, mits: a. uit een beoordeling door de beheerder van de radar is gebleken dat door de bouw van het bouwwerk het radarbeeld van het luchtruim niet ontoelaatbaar wordt verstoord; b. vooraf schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de beheerder van de radar.

44

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Er zijn geen kosten die verhaald moeten worden, omdat er geen sprake is van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Voor eventuele planschade is een planschade overeenkomst afgesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

45

46

bestemmingsplan Zondermansweg 8 Albergen / Langemaatsweg 16 Manderveen

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit plan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2023 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën waaronder het bestemmingsplan dat voor bepaalde ontwikkelingen in het buitengebied vooroverleg niet noodzakelijk is. Geacht wordt dat voor onderhavige ontwikkelingen geen logische aansluiting gemaakt kan worden in de genoemde gevallen. Derhalve is vooroverleg met de provincie Overijssel noodzakelijk. Waterschap Vechtstromen Op 27 juli 2023 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1111/documents/23845