Bijlage VBP bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek.pdf
Tekst van het document
Bestemmingen
Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Bedrijventerrein Aan het plangebied is voor het uit te breiden bedrijventerrein van Harbrinkshoek de bestemming 'bedrijventerrein' toegekend zoals dit ook geldt voor het bestaande bedrijventerrein de Krön. Het bedrijventerreinen is inwaarts gezoneerd, waarbij milieucategorie 3.2 volgens de in de bijlage behorende bij de regels opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten Bedrijventerreinen, de zwaarste categorie is die maximaal is toegestaan. De milieuzonering is opgenomen zodoende voldoende afstand tot milieugevoelige objecten in acht te houden. Groen Binnen deze bestemming zijn groenvoorzieningen, voet- en fietspaden, verkeersvoorzieningen, speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen, beeldende kunstwerken, water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater, alsmede openbare nutsvoorzieningen toegestaan. 50
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
Voor voorliggend plan is de groenbestemming toegekend aan de groensingel en groen-/ hemelwatervoorzieningen aan de noordzijde en zuidzijde van het gebied. Verkeer Alle gronden waar sprake is van een doorgaande verkeersroute of waar sprake is van een openbaar gebied met een verblijf- en verplaatsingsfunctie voor verkeer zijn bestemd tot ‘Verkeer’. Naast wegen, straten en paden worden binnen deze bestemming onder andere parkeervoorzieningen, straatmeubilair, kunstwerken, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van (hemel)water, en speelvoorzieningen toegestaan. Waarde - Archeologie 4 De gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van de gebieden met een middelhoge archeologische waarden. Bij een ingreep in de bodem groter dan 5.000 m² en dieper dan 40 cm moet archeologisch advies worden ingewonnen.
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
51
52
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
53
54
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. De provincie heeft in haar reactie aangegeven [reactie provincie Overijssel]. Waterschap Vechtstromen Op 21 november 2019 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap de normale procedure van toepassing verklaart. Met inachtneming van het waterhuishoudkundig plan geeft het waterschap een positief advies voor de voorliggende ontwikkeling.
Omgevingsdialoog Zoals beschreven in paragraaf 2.3.5 hebben er in het kader van de voorgenomen ontwikkeling en de bestemmingsplanprocedure meerdere bijeenkomsten met de omgeving plaatsgevonden. Tevens zijn wensen en aandachtspunten daaruit volgend verwerkt in de planvorming.
7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 24 november 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging is één zienswijze namens diverse omwondenden binnengekomen. in de BIJLAGE XXX wordt de zienswijze van een reactie voorzien. Op basis van de zienswijze zijn diverse wijzingen aangebracht.
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
55
56
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
Bijlagen bij de toelichting
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
57
Bijlage 1
58
Inrichtingsplan
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
Zicht op voorgevel A.
Rooilijn 0 2,5
Zicht op voorgevel
m
A. P P P
A. P
3.
P P
1.
P P P
P P P P P P
P P P
B.
B.
B.
3. 4. C. m
0
,0
0
A.
10
A.
m 0
PROJECT
1..
1,5 0m
C.
A. A.
2..
4.
C.
m 1,5 0 zo
er
om
nd
pz
no
no
zo er
zo r
me
oost zuid
zon win op ter
40
Landschappelijke inpassing De Krön 2 Harbrinkhoek Huyerenseweg 33, 7678 SC Geesteren
3..
noord
30
OPDRACHTGEVER V.O.F. De Krön II
10
C.
west
20
1:1000
C. ,0
A.
10
TUUULK.NL
ONDERDEEL
Landschapelijke inpassing
GETEKEND
(Ing). Rien Heerdink
DATUM
FORMAAT
SCHAAL
VERSIE
24/06/2022
A3
1 : 1000
4e versie
50m
ond zon ter win
er
Bijlage 2
60
Aanmeldnotitie
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
Aan: Gemeente Tubbergen t.a.v. de heer R. Oude Moleman Postbus 30 7650 AA Tubbergen Borne, 19 februari 2020 Ons kenmerk: 19AF061 Bijlagen: -
Betreft:
aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling uitbreiding De Krön II Harbrinkhoek
Geachte heer Oude Moleman, Zoals bij u bekend zijn wij bezig met de uitbreiding van het bedrijventerrein De Krön in Harbrinkhoek. De naam van deze uitbreiding betreft De Krön II. Momenteel is hiervoor een bestemmingsplan in voorbereiding. Sinds 16 mei 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer er sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Het heeft niet alleen betrekking op een bestemmingsplan, maar ook op bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking. Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij het ontwikkelen van een klein ruimtelijk plan dat valt onder de D-lijst is een aanmeldnotitie nodig. Kenmerken van het betreffende project Het voornemen bestaat in dit geval uit een bestemmingsplanherziening in verband met de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein voor de kern Harbrinkhoek. Het gaat om een plangebied met een oppervlakte van in totaal circa 1,4 hectare. De gronden binnen het plangebied worden ingezet ten behoeve van de uitbreiding van het bedrijventerrein in Harbrinkhoek. Het plan bestaat dan ook om het terrein in te richten met diverse bedrijfspercelen voor diverse lokale bedrijven die reeds belangstelling hebben getoond.
De precieze indeling van het bedrijventerrein wordt in verband met de ontwikkelmogelijkheden en specifieke wensen van de bedrijven zoveel mogelijk flexibel gehouden. Wel wordt in ieder geval aan de zuid- en noordzijde een strook vrijgehouden voor groene inpassing en waterberging. Qua infrastructuur c.q. ontsluiting wordt beoogd om gebruik te maken van het bestaande wegenpatroon van bedrijventerrein De Krön. Op dat bedrijventerrein is reeds een aftakking aanwezig richting het plangebied. De huidige ontsluiting en infrastructuur van bedrijventerrein de Krön is daarnaast ook onlangs (in 2018) nog vernieuwd en is voldoende toereikend om de extra bedrijfspercelen van de Krön II te kunnen ontsluiten. Plaats van het project Ten westen van het bestaande bedrijventerrein De Krön in Harbrinkhoek ligt het beoogde projectgebied. De locatie betreft op dit moment onbebouwde agrarische grond. De betreffende grond is opgedeeld in twee percelen, kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 6287 en 5627. De locatie ligt in de nabijheid van de wegen Almeloseweg, Peuversweg en de Krön, daarnaast wordt het gebied omgeven door diverse stedelijke functies. Aan de westzijde is dierenartsenpraktijk Markgraven gevestigd, aan de noordzijde ligt de woonbebouwing aan de Almeloseweg en aan de
Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37 7625 PB Borne T 074 255 70 20 IBAN NL92RABO 0331 6534 27 KvK Veluwe-Twente 08140851 Btw nr. NL 8151.28.939.B01 info@ad-fontem.nl
BIC RABONL2U www.ad-fontem.nl
oostzijde ligt het bestaande bedrijventerrein De Krön. Aan de zuidzijde liggen agrarische gronden en verspreide woonbebouwing. Het perceel ligt niet binnen NNN (Nationaal Natuurnetwerk). De dichtstbijzijnde NNN-gronden liggen op een afstand van circa 2,47 kilometer ten noordoosten van het plangebied. Het betreffende perceel is op circa 7,3 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen gelegen. Kenmerken van de potentiële effecten Voor wat betreft de potentiele milieueffecten van de planontwikkeling zijn de volgende aspecten van belang/relevant. Ecologie en stikstofdepositie Er is in het kader van het bestemmingsplan een quickscan natuurwaardenonderzoek en stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn tevens als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Het plangebied bestaat uit een intensief beheerde akker. Er is geen bebouwing of opgaande beplanting aanwezig in het plangebied. Gelet op de inrichting en het gevoerde beheer, wordt het plangebied als een weinig geschikt functioneel leefgebied voor zeldzame- en kritische (grondgebonden) diersoorten en als een ongeschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten beschouwd. De voorgenomen activiteiten leiden niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming.
Gelet op de aard van de voorgenomen activiteiten en de afstand tussen Natura2000-gebied en het plangebied, is m.b.v. Aerius-Calculator vastgesteld dat de voorgenomen activiteiten niet leiden tot een negatief effect op Natura2000-gebied. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen ontheffing of vergunning aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te kunnen voeren in overeenstemming met wet- en regelgeving voor beschermde soorten en gebieden. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit Het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied zal met de ontwikkeling van de percelen voor bedrijventerrein wijzigen. Door Goudappel Coffeng is daarom een verkeersonderzoek uitgevoerd voor de plannen. Het bedrijventerrein zal – evenals het bestaande bedrijventerrein- worden ontsloten op de Almeloseweg. Op basis van het verwachte bouwprogramma van 1 bedrijfsverzamelgebouw (600 m 2 bvo), 2 arbeidsintensieve en bezoekersextensieve bedrijven (925 m2 bvo) en 5 arbeidsextensieve en bezoekersextensieve bedrijven (2.725 m 2 bvo) zorgt het plan voor een verkeersgeneratie van circa 360 mvt per werkdagetmaal. In zowel het ochtend- als het avondspitsuur bedraagt de totale verkeersgeneratie circa 40 mvt.
De kwaliteit van de verkeersafwikkeling is beoordeeld op twee wegvakken van de Almeloseweg: tussen Demmersdwarsweg en N349 en tussen Noordergraafweg en Jannes Brouwerstraat. Op beide wegvakken is kwaliteit van de verkeersafwikkeling na realisatie van De Krön 2 goed. Hierbij is uitgegaan van een worst case-scenario waarin het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling van De Krön 2 volledig via de betreffende wegvakken (gerekend met 100% verkeersgeneratie per wegvak) wordt afgewikkeld. Een aandachtspunt hierbij is de verweving van kwetsbare doelgroepen (kinderen op de fiets) en vrachtverkeer. Kruispunt De Krön – Almeloseweg is beoordeeld op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling in 2030 inclusief de ontwikkeling van De Krön 2. Gelet op zowel de wachtrijlengtes, de verliestijden alsmede verhouding tussen de intensiteit en capaciteit van het kruispunt, is de kwaliteit van de verkeersafwikkeling op kruispuntniveau goed. Het extra verkeer ten gevolge van het plan (circa 360) heeft daarbij op basis van de NIBM-tool, zelfs met een vrachtverkeerpercentage van 25%, geen onevenredige effecten op de luchtkwaliteit ter plaatse. De ontwikkeling is aan te merken als ‘niet in betekenende mate’.
-2-
Water In het kader van de planontwikkeling is door Geofoxx een waterhuishoudingsplan opgesteld. Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Vanuit het plangebied wordt hemelwater via bergingsvoorzieningen aan de noord- en zuidzijde geborgen. De planontwikkeling voorziet niet in een extra belasting van de waterkwaliteit. Door de ontwikkelingen neemt het verhard oppervlak toe met circa 12.000 m2. De gemeente hanteert in overeenstemming met het waterschap bij een ‘nieuw uitleggebied’ een bergingseis van 37 mm. Hemelwater afkomstig van het verharde oppervlak wordt geïnfiltreerd en geborgen in de voorzieningen (bergingsvijvers). Hierdoor vindt geen afwenteling plaats op het omliggende watersysteem. Indien er zich extreme situaties voordoen (extreme regenval) zal overstort van water plaatsvinden naar sloten en watergangen aan de rand van het plangebied in beheer bij Waterschap Vechtstromen. Hiervoor zal de bestaande zaksloot aan de westzijde van het plangebied (langs de Peuversweg) opgewaardeerd moeten worden. Per kavel zal de helft bergingseis op “eigen terrein” geborgen moeten worden. De volledige te nemen maatregelen en resultaten zijn verwerkt in het waterhuishoudingsplan. Conclusie van het waterhuishoudingsplan is dat er ten gevolge van de inrichting van het plangebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan.
Archeologie Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Tubbergen heeft het centraal-westelijke van het plangebied een middelmatige verwachting op resten uit alle archeologische perioden wegens de ligging op dekzandwelvingen en -vlakten. De rest van het plangebied heeft een lage verwachting op archeologische resten wegens de ligging in een beekdal of overige laagte. De geplande ontwikkeling overschrijdt de vastgestelde ondergrenzen. Ten behoeve van het nieuw op te stellen bestemmingsplan is een archeologisch onderzoek uitgevoerd door Hamaland advies om de archeologische verwachting nader te specificeren en te toetsen. Op basis van het verrichtte booronderzoek is geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. De bodem is tot in de C-horizont verstoort en derhalve wordt de kans gering geacht dat er bij de geplande bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan. De regioarcheoloog heeft ingestemd met dit advies en vervolgonderzoek is zodoende niet noodzakelijk. Geluid Met het realiseren van bedrijventerrein kunnen geluidbelastende functies binnen het plangebied worden gerealiseerd. Ten aanzien van het aspect geluid kent de planontwikkeling naar buiten toe derhalve (mogelijke) geluidsuitstraling.
Bij het bestemmingsplan is daarom een zonering toegepast van het bedrijventerrein welke overeenkomt met de uitgangspunten zoals deze zijn aangegeven in het bestemmingsplan 'Kleine Kernen' dat op Harbrinkhoek en het huidige bedrijventerrein De Krön van toepassing is verklaard. Deze zonering gaat uit van het type 'gemengd gebied'. Hierbij is rekening gehouden met de bestaande hindergevoelige functies in of direct aangrenzend aan het bedrijventerrein. Van daar uit is 'uitwaarts gezoneerd'. Dit betekent dat vanaf de gevels van de bestaande woningen zones zijn getrokken. Hierbij geldt dat: • binnen 30 meter van het gevoelige object uitsluitend bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan zijn; • binnen 50 meter uitsluitend bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan zijn. Binnen het resterende deel van het bedrijventerrein zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.2 toegestaan. Hogere milieucategorieën bij recht zijn binnen het (kleinschalige) bedrijventerreinen niet wenselijk en daarmee niet mogelijk gemaakt. Externe veiligheid Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein De Krön II wordt niet voorzien in Bevi- en Brzoinrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit. Dergelijke bedrijvigheid wordt in
-3-
de regels van dit bestemmingsplan ook uitgesloten. De ontwikkeling van het bedrijventerrein heeft dan ook geen gevolgen in relatie tot externe veiligheid voor de omgeving. Bodem In het kader van de planontwikkeling is nader onderzocht of de bodemkwaliteit in het plangebied geschikt is voor het beoogde gebruik. In dat kader is door Kruse Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Daaruit is naar voren gekomen dat in de bovengrond (BG I) en in het grondwater verontreinigingen zijn aangetoond. Gesteld wordt dat het sterk verhoogde kopergehalte in het grondwater, met instemming van de gemeente Tubbergen, is toe te schrijven aan een plaatselijk verhoogde achtergrondwaarde. Nader grondwateronderzoek is niet noodzakelijk. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de uitbreiding van het industrieterrein, aangezien de vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. Er zijn mogelijk wel (humane) risico’s aanwezig, wanneer het freatische grondwater gebruikt wordt als drinkwater voor vee of voor de besproeiing van gewassen in een moestuin. Deze risico’s worden gering geacht bij de vastgestelde gehalten. Gebruik van het freatisch grondwater wordt echter afgeraden om enig risico uit te sluiten. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (industrie).
Voor het overige zorgt de bedrijventerreinontwikkeling niet voor significante negatieve milieueffecten. De milieueffecten van de ontwikkeling zijn beperkt te noemen. Wij vertrouwen erop u hiermee van dienst te zijn geweest.
Hoogachtend,
Ad Fontem BV, M.F.J. ter Horst MSc
-4-
Bijlage 3
Besluit aanmeldnotitie
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
65
BESLUIT VORMVRIJE M.E.R.-BEOORDELING De Krön II, Harbrinkhoek
Project: Uitbreiding De Krön in Harbrinkhoek Adres locatie: De Krön in Harbrinkhoek Datum besluit: 7 juli 2020 Kenmerk: Z2020-ODT-002826
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 3 van 11
Inhoud 1
2
3
Besluit......................................................................................................................... 5 1.1
Onderwerp ......................................................................................................... 5
1.2
Procedure ........................................................................................................... 5
1.3
Besluit................................................................................................................. 5
1.4
Rechtsmiddelen ................................................................................................. 6
1.5
Ondertekening en verzending ........................................................................... 6
Procedurele overwegingen ........................................................................................ 7 2.1
Besluit milieueffectrapportage ........................................................................... 7
2.2
Voorgenomen activiteiten .................................................................................. 8
2.3
Procedure ........................................................................................................... 8
2.4
Bevoegd gezag .................................................................................................. 8
Inhoudelijke overwegingen ........................................................................................ 9 3.1
Toetsingskader .................................................................................................. 9
3.2
De kenmerken van het project ........................................................................... 9
3.3
De locatie van het project .................................................................................. 9
3.4
De soort en kenmerken van het potentiële effect ........................................... 10
3.5
Conclusie ......................................................................................................... 11
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 4 van 11
1 BESLUIT 1.1
Onderwerp
V.O.F. De Krön II heeft burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen verzocht een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor uitbreiden van het bestaande bedrijventerrein De Krön in Harbrinkhoek. Dit perceel is kadastraal bekend gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 6287 en 5627. In dit plan moeten nieuwe ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt die mogelijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan dient een vormvrije m.e.r-beoordeling te worden uitgevoerd. In dit besluit wordt beoordeeld of voor het plan, vanwege het mogelijk maken van activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een milieueffectrapport moet worden gemaakt.
1.2
Procedure
De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.17 Wet milieubeheer juncto artikel 2, lid 5 van het Besluit milieueffectrapportage van de Wet milieubeheer.
1.3
Besluit
Burgemeesters en wethouders van de gemeente Tubbergen besluiten: I.
Dat bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening, voor het, met circa 1,5 hectare, uitbreiden van het bedrijventerrein De Krön in Harbrinkhoek, op de percelen kadastraal bekend gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 6287 en 5627, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen milieueffectrapport hoeft te worden opgesteld.
II.
Dat de volgende documenten deel uitmaken van dit besluit: Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling uitbreiding de Krön II Harbrinkhoek van d.d. 19 februari 2020; Quickscan natuurwaardenonderzoek bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 22 november 2019; Beoordeling Quickscan natuurwaardenonderzoek De Krön II Harberinkhoek van d.d. 8 april 2020; Rapport verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Peuversweg / De Krön – Harbrinkhoek van d.d. 3 december 2019;
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 5 van 11
1.4
Beoordeling bodemonderzoek Peuversweg/ De Krön Harbrinkhoek van d.d. 8 januari 2020; Stikstofberekening Bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 14 april 2020; Beoordeling rapportage stikstofdepositie De Krön II Harbrinkhoek van d.d. 29 juni 2020.
Rechtsmiddelen
Dit besluit moet worden aangemerkt als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht en is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te breiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Wel kan eenieder te zijner tijd gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure voor het vaststellen van het plan ingevolge de Wet ruimtelijke ordening. Dit besluit wordt niet gepubliceerd.
1.5
Ondertekening en verzending
Almelo, 7 juli 2020 Namens het college van burgemeester en wethouders van gemeente Tubbergen,
Ir. J.W. Strebus Directeur Omgevingsdienst Twente
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 6 van 11
2 PROCEDURELE OVERWEGINGEN 2.1
Besluit milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (m.e.r.) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Op grond van artikel 7.2 zijn bij algemene maatregel van bestuur activiteiten aangewezen die belangrijke gevolgen voor het milieu hebben (m.e.r.plichtige activiteiten) en activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten). M.e.r.-plichtige activiteiten zijn met bijbehorende drempelwaarden opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). M.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten en bijbehorende drempelwaarden zijn benoemd in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. Een bestemmingsplan kan op drie manieren in aanmerking komen voor een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling danwel directe m.e.r.-plicht: Er ontstaat een m.e.r.-plicht indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming nodig is; er ontstaat een m.e.r.-plicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., in die gevallen waar het bestemmingsplan is genoemd in kolom 3 (plannen) van deze bijlage én er voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2.
Wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2 van onderdeel D van het besluit geldt een m.e.r.beoordelingsplicht; Er ontstaat een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., in die gevallen waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten) van deze bijlage. Deze beoordelingsplicht geldt ongeacht of er voldaan is aan de voorwaarden genoemd in kolom 2 van de bijlage. Wanneer een bestemmingsplan genoemd wordt in kolom 3 én kolom 4 in de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit m.e.r., moet worden bepaald of er na vaststelling van het plan nog een besluit nodig is om de activiteiten te kunnen realiseren. Wanneer dit wel het geval is, is sprake van een kaderstellend plan en dus een plan in de zin van kolom 3 van de bijlage van het Besluit mer. Wanneer dit niet het geval is, dan is er sprake van een besluit in de zin van kolom 4 van de bijlage van het Besluit m.e.r.
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 7 van 11
2.2
Voorgenomen activiteiten
Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de activiteiten genoemd in de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. onderdeel D categorie 11.3: De aanleg, wijziging of i i ing n n in i in. De in kolom 2 genoemde drempelwaarden worden niet overschreden. Het bestemmingsplan wordt genoemd in zowel kolom 3 als kolom 4 van onderdeel D, categorie 11.3.
2.3
Procedure
Ingevolge artikel 7.17, eerste lid, van de Wet milieubeheer moet het bevoegd gezag, van activiteiten waarvan op grond van artikel 7.2 lid 2 onder b van die wet moet worden beoordeeld of deze activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het milieu, een beslissing nemen omtrent de vraag of bij de voorbereiding van het betrokken besluit voor de activiteit een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Met de wijziging van het Besluit m.e.r. op 7 juli 2017 is de procedure voor de formele m.e.r.-beoordeling en de vormvrije m.e.r.-beoordeling grotendeels gelijkgetrokken. Van het besluit met betrekking tot de vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft echter geen kennisgeving gedaan te worden.
2.4
Bevoegd gezag
Burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen zijn bevoegd om te beslissen op dit verzoek. Zij hebben de bevoegdheid om besluiten op grond van de Wet milieubeheer te nemen overgedragen aan Omgevingsdienst Twente. Hieraan ligt het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Twente d.d. 20 december 2018 ten grondslag.
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 8 van 11
3 INHOUDELIJKE OVERWEGINGEN 3.1
Toetsingskader
Wij hebben getoetst of voor het project een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze toets is overeenkomstig artikel 7.17, lid 2 t/m 4 van de Wm uitgevoerd op grond van de in bijlage III van de m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria. De toetsing is hieronder uitgewerkt.
3.2
De kenmerken van het project
Bij de kenmerken van het project zijn de volgende criteria in ogenschouw genomen: de omvang en het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; ’ v z . Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling uitbreiding de Krön II Harbrinkhoek van d.d. 19 februari 2020, de Quickscan natuurwaardenonderzoek bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 22 november 2019, het Rapport verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Peuversweg / De Krön – Harbrinkhoek van d.d. 3 december 2019 en de Stikstofberekening Bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 14 april 2020 Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de kenmerken van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
3.3
De locatie van het project
Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met speciale aandacht voor de typen aangewezen in de m.e.r.-richtlijn.
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 9 van 11
Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling uitbreiding de Krön II Harbrinkhoek van d.d. 19 februari 2020, de Quickscan natuurwaardenonderzoek bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 22 november 2019, het Rapport verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Peuversweg / De Krön – Harbrinkhoek van d.d. 3 december 2019 en de Stikstofberekening Bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 14 april 2020 Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de locatie van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
3.4
De soort en kenmerken van het potentiële effect
Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet in aanmerking worden genomen, in samenhang met de onder de punten 1 en 2 uiteengezette criteria en met inachtneming van: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. Overwegingen De hierboven genoemde onderdelen zijn voldoende beschreven in de Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling uitbreiding de Krön II Harbrinkhoek van d.d. 19 februari 2020, de Quickscan natuurwaardenonderzoek bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 22 november 2019, het Rapport verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 Peuversweg / De Krön – Harbrinkhoek van d.d. 3 december 2019 en de Stikstofberekening Bedrijventerrein De Krön II te Harbrinkhoek van d.d. 14 april 2020 Wij zijn van mening dat er voor wat betreft de soort en kenmerken van het potentiele effect geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 10 van 11
3.5
Conclusie
Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet nodig.
Z2020-ODT-002826
Omgevingsdienst Twente
Pagina 11 van 11
Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek
bestemmingsplan bedrijventerrein De Krön 2 Harbrinkhoek
75
RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Peuversweg / De Krön - Harbrinkhoek
Opdrachtgever: V.O.F. De Krön II Locatie: Peuversweg / De Krön Harbrinkhoek December 2019
Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren
Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl
Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen
Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739
Tel: 0546 - 63 96 63
KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01
Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Peuversweg / De Krön - Harbrinkhoek
Opdrachtgever: V.O.F. De Krön II Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Peuversweg / De Krön Harbrinkhoek Projectcode: 19068310 Rapportagedatum: 3 december 2019 Auteur: ing. H. Stevelink
Kruse Milieu BV
INHOUD Pagina 1
Inleiding
1
2.1 2.2 2.3
Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie
2 2 2 3
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses
4 4 5 5 6 7
4.1 4.2 4.3 4.4
Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses
8 8 8 10 10
5
Resultaten doorlatendheidonderzoek
12
6
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
13
7
Literatuur en bronvermelding
15
2
3
4
Bijlagen I
I III IV
Regionale ligging locatie Boorplan indicatief bodemonderzoek Oranjewoud, juni 1992 Boorplan verkennend bodemonderzoek Oranjewoud, augustus 1995 Boorplan briefrapport (nummer 980511-PHB) Kruse Milieu BV, mei 1998 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2019 Boorstaten Legenda boorstaten Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
1
Inleiding
Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van de V.O.F. De Krön II op een agrarisch perceel aan de Peuversweg / De Krön in Harbrinkhoek door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de uitbreiding van het industrieterrein De Krön. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Derhalve dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat de onderzoekslocatie als onverdacht kan worden beschouwd. Voor de mogelijke aanleg van een infiltratieriool en een wadi zal de doorlatendheid van de bodem (k-waarde) worden bepaald (zie hoofdstuk 5). De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009 - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016.
De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. Het veldwerk is uitgevoerd in november 2019 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden.
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 1 van 15
2
Locatiegegevens 2.1
Beschrijving huidige situatie
Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Peuversweg en De Krön, in het zuid-zuidoostelijke deel van de bebouwde kom van Harbrinkhoek. Het te onderzoeken terrein heeft de RDcoördinaten x = 245.455 en y = 489.122 en is kadastraal bekend als: gemeente Tubbergen sectie I, nummers 5627 en 6287. De Peuversweg ligt ten zuidwesten van de onderzoekslocatie. De Krön is ten zuiden en ten oosten van de onderzoekslocatie gelegen. Bebouwing en verharding De onderzoekslocatie is momenteel onbebouwd en onverhard en is in gebruik als akker. Onderzoekslocatie Er zijn plannen om het industrieterrein uit te breiden. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit op het terrein. De onderzoekslocatie omvat circa 14162 m². In bijlage I zijn de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen weergegeven: - Boorplan indicatief bodemonderzoek Oranjewoud, juni 1992; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Oranjewoud, augustus 1995; - Boorplan briefrapport (nummer 980511-PHB) Kruse Milieu BV, mei 1998; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, december 2019. 2.2
Vooronderzoek
In het vooronderzoek komt naast informatie uit het huidige gebruik het vroegere gebruik van het terrein aan de orde evenals de vraag of er in het verleden reeds bodemonderzoeken zijn verricht op het terrein. Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en bij gemeente Tubbergen. De heer P. Haverkort heeft op 13 november 2019 archiefonderzoek gedaan bij gemeente Tubbergen. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. - Voor zover bekend is er op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Het te onderzoeken terreindeel is voor zover bekend nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. - Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Voor zover bekend bevindt zich geen asbest op of in de bodem op de onderzoekslocatie. Er bevinden zich geen asbesthoudende dakplaten, beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg.
- Op de asbestsignaleringskaart van de provincie Overijssel is weergegeven dat er een kleine kans is op aanwezigheid van asbest in de bodem. - Er zijn geen eerdere bodemonderzoeken uitgevoerd op het terrein. In de nabije omgeving zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. De boorplannen hiervan zijn opgenomen in bijlage I. De bodemonderzoeken worden op de volgende pagina verder toegelicht:
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 2 van 15
Oranjewoud, Briefrapport indicatief bodemonderzoek bedrijventerrein te Harbrinkhoek (09554-S-1), d.d. 1 juli 1992, kenmerk 10078-09554 De aanleiding van het onderzoek betreft het vaststellen of het vroegere en/of huidige terreingebruik een negatieve invloed heeft gehad op de kwaliteit van de grond en/of het grondwater. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: Ten zuiden van de onderzoekslocatie is een brandplaats aangetroffen. In de bovengrond is EOX licht verhoogd aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan benzeen, tolueen en xylenen aangetoond. Oranjewoud, Verkennend bodemonderzoek Bedrijventerrein te Harbrinkhoek, d.d. september 1995, projectnummer 15009-65291-3 De aanleiding van het bodemonderzoek is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en bouwplannen op het terrein. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op het huidige industrieterrein ten oosten van de onderhavige onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: Ter plaatse van de hefbrug/olieopslag is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Zintuiglijk is nabij de hefbrug/olieopslag (0.1-0.6 m-mv) een afwijkende geur waargenomen. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. Op het overige terrein zijn in de grond geen verontreinigingen aangetoond.
In het grondwater zijn lichte tot matige verontreinigingen aan zware metalen, arseen, minerale olie, en EOX en lichte verontreinigingen aan vluchtige aromaten, chloorkoolwaterstoffen en een verhoogde fenol-index aangetoond. Kruse Milieu BV, Briefrapport bodemonderzoek De Krön te Harbrinkhoek (sectie I nr 6013), d.d. 28 mei 1998, nummer 980511-PHB De aanleiding van het onderzoek is de geplande verkoop van het terrein, waarna nieuwbouw van enkele bedrijfsgebouwen zal plaatsvinden. Het onderzoek heeft plaatsgevonden op circa 40 ten oosten van de huidige onderzoekslocatie. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: De laatste jaren werd het terrein gebruikt voor het houden van het Paasvuur. In overleg met de gemeente is besloten het onderzoek als depotbemonstering uit te voeren. In de bovengrond in de kern is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In de bovengrond van de buitenrand en op de onderzoekslocatie zijn geen verontreinigingen aangetoond. Er is geen noodzaak voor het uitvoeren van een ander onderzoek. 2.3
Bodemsamenstelling en geohydrologie
Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - De locatie ligt aan de zuidwestrand van de Tubberger Esch. - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 12 meter boven NAP. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Deze laag is ter plaatse minder dan 10 meter dik, mogelijk zelfs slechts enkele meters. Op geringe afstand in noordelijke richting dagzoomt het tertiair plaatselijk. Het doorlatend vermogen ter plekke van de onderzoekslocatie is circa 100 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1.0 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in westelijke richting (bron: wateratlas Overijssel). - De Markgraven stroomt op circa 500 meter ten zuiden van de onderzoekslocatie. Aan de oostzijde van de onderzoekslocatie is een afwateringssloot aanwezig. De invloed van deze watergangen op de grondwaterstromingsrichting is gering. - Er bevindt zich in de omgeving van de onderzoekslocatie geen waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied.
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 3 van 15
3
Uitvoering bodemonderzoek 3.1
Onderzoeksstrategie
De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009 - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, kan de onderzoekslocatie als niet verdacht worden beschouwd. De hypothese "onverdachte locatie" uit NEN 5740 wordt voor de locatie gebruikt. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de normen NEN 5740 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten.
Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Voor de mogelijke aanleg van een infiltratieriool en een wadi zal de doorlatendheid van de bodem (k-waarde) worden bepaald (zie hoofdstuk 5). Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden. Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen.
Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 4 van 15
3.2
Veldwerkzaamheden
Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie voor onverdachte locaties uit NEN 5740. Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Op een terrein van circa 14162 m² worden in totaal 24 boringen verricht, waarvan 17 tot 0.50 meter en 7 tot 2.0 meter diepte of tot de grondwaterspiegel. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters worden 2 diepe boringen overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuizen. 3.3
Analyses
De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 5 (meng)monsters samengesteld en er wordt 2 grondwatermonster genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 2. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In de onderstaande tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 1: Analysepakket per(meng) monster. Monster
Analysepakket
Bovengrond (3x) Ondergrond (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), lutum, organische stof en droge stof
Grondwater (2x)
Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaard-pakket), zuurgraad (pH) elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheid (NTU)
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting (NTU), van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Indien visueel asbestverdachte materialen worden waargenomen, wordt per gat een materiaal(verzamel)monster samengesteld. De eventuele monsters worden onderzocht door ACMAA Eurofins in Deurningen, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium.
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 5 van 15
3.4
Toetsing chemische analyses
De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde.
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 6 van 15
3.5
Toetsing asbestanalyses
Eventuele resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.
Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 7 van 15
4
Resultaten 4.1
Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3. en in paragraaf 4.4. worden de resultaten besproken. 4.2
Veldwerkzaamheden
De veldwerkzaamheden zijn in november 2019 uitgevoerd door de heer J. Hartman, een veldwerker conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08), en de heer N. Pepping. Er zijn op 20 november 2019 in totaal 24 boringen (boring 1 t/m 24) verricht met behulp van een Edelmanboor. De boringen 1 t/m 7 zijn doorgezet tot 2.00 m-mv of tot het grondwaterniveau. De boringen 1 en 2 zijn afgewerkt als peilbuizen. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal matig fijn zand met in de ondergrond sterk zandige leemlagen. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn geen bodemvreemde materialen in de bodem waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 2 staat omschreven De boring 1 en 2 zijn doorgezet tot circa 2.60 en 2.50 m-mv.
Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filter-kous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt.
Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 8 van 15
Tabel 2: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m -mv)
Analyse
BG I
1 en 12 7 8, 9, 10 en 11
0 - 0.4 0 - 0.45 0 - 0.3
Standaard pakket
BG II
2 3 en 24 18, 21, 22 en 23 20
0 - 0.5 0 - 0.4 0 - 0.25 0 - 0.45
Standaard pakket
BG III
4 en 15 5, 14 en 17 6 13 16
0 - 0.25 0 - 0.4 0 - 0.35 0 - 0.3 0 - 0.2
Standaard pakket
OG I
1 2 3 4 6 7
0.4 - 0.6 0.5 - 1.0 0.5 - 1.0 0.25 - 0.75 0.35 - 0.55 0.45 - 0.7
Standaard pakket
OG II
1 4 5 6 7
0.6 - 1.1 0.75 - 1.25 0.5 - 1.0 0.55 - 1.05 0.7 - 1.2
Standaard pakket
Op 27 november 2019 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 3. Tabel 3: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
1
1.60 - 2.60
0.80
5.5
516
17
Goed
2
1.50 - 2.50
0.65
5.7
775
15
Slecht niet belucht
De waarden voor de pH worden als verlaagd beschouwd. De waarden voor de EC worden normaal geacht. In de grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Kruse Milieu BV
Project: 19068310
Pagina 9 van 15
4.3
Resultaten en toetsing van de chemische analyses
In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I) en in het grondwater zijn verhoogde concentraties aangetoond. Deze is weergegeven in tabel 4. In de bovengrond (BG II en BG III) en in de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verhoogde concentraties ten opzichte van de achtergrondwaarden gemeten van de onderzochte stoffen. Tabel 4: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l).
1
Monster
Component
Gemeten concentratie
GSSD
Achtergrond- Interventiewaarde waarde1 of Streefwaarde
Bovengrond, BG I
Cadmium
0.4
0.6554 *
0.6
13
Peilbuis 1
Barium Cadmium Zink
230 1.5 130
230 * 1.5 * 130 *
50 0.4 65
625 6 800
Peilbuis 2
Barium Cadmium Koper Zink
140 0.87 89 160
140 * 0.87 * 89 *** 160 *
50 0.4 15 65
625 6 75 800
AW2000
In de vierde kolom van tabel 4 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4
Bespreking resultaten chemische analyses
Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Bovengrond - BG I - Cadmium Het zeer licht verhoogde gehalte aan cadmium is op basis van de beschikbare gegevens niet direct verklaarbaar. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.