CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Toelichting, Regels en Bijlagen Bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagsewe.pdf

Raadscommissie 12 januari 2021, gemeente TubbergenBij agendapunt: 6: Vaststellen bestemmingsplan Rood voor Rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74.30.238 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Geconcludeerd wordt dat het project in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig is. 5.7.2.3 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlands natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In afbeelding 5.2 is te zien dat het plangebied niet ligt binnen de begrenzing van het NNN (groene gebied). Het dichtstbijzijnde NNN-gebied bevindt zich op circa 14 meter van het erf aan de Laagseweg 74 en op circa 2,7 kilometer van de erven aan de Vinckenweg 18 en Voorboersweg 6. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, onder meer in combinatie met de ontwikkeling per erf, en gezien het feit dat de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland geen schaduwwerking kent wordt gesteld dat de voorgenomen activiteiten geen negatief effect hebben op gebieden die buiten het plangebied liggen. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten worden de omgevingscondities en kernkwaliteiten van het NNN niet aangetast. Opgemerkt wordt dat voor de locatie aan de Laagseweg wordt verwezen naar paragraaf 4.2.3.3 van deze toelichting. 5.7.3

Soortenbescherming

5.7.3.1 Algemeen Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Het is verboden om alle soorten die beschermd zijn volgens de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn, evenals de in paragraaf 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming genoemde soorten te doden en te verwonden, evenals het beschadigen en vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. 5.7.3.2 Situatie plangebied In voorliggend geval is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaarden uitgevoerd. Onderstaand wordt op de belangrijkste resultaten en conclusies ingegaan. De volledige rapportage is opgenomen in bijlage 10 van deze toelichting. Het plangebied behoort tot functioneel leefgebied van verschillende vleermuis-, amfibieën-, grondgebonden zoogdier- en vogelsoorten. Voorgenoemde soorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar vermoedelijk nestelen er jaarlijks vogels, bezetten verschillende amfibieënsoorten er een (winter)rustplaats en bezetten verschillende grondgebonden zoogdiersoorten er een vaste verblijf- en/of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen rust- of verblijfplaats in het plangebied.

Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Werkzaamheden die leiden tot beschadigen/vernielen van vogelnesten, zoals het rooien van beplanting en het slopen van toegankelijke gebouwen, moeten daarom bij voorkeur buiten de voortplantingsperiode uitgevoerd worden. Indien voorgenoemde werkzaamheden uitgevoerd worden tijdens het broedseizoen, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om vast te stellen of er wel of geen bezette vogelnesten aanwezig zijn. 48

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Voor de beschermde grondgebonden zoogdier- en amfibieënsoorten, die een (winter)rust- en/of voortplantingslocatie in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘doden’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties’. Deze vrijstelling is van toepassing, omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Mits rekening gehouden wordt met bezette vogelnesten, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortbescherming. 5.7.4

Conclusie

De ontwikkeling heeft geen invloed op beschermde natuurgebieden, flora en fauna. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.

5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.8.1

Archeologie

5.8.1.1 Algemeen De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze (naar verwachting) in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Als blijkt dat in de plangebieden behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.8.1.2 Beoordeling De gemeente Tubbergen beschikt over een archeologische verwachtings- en advieskaart. Een uitsnede van de gemeente archeologische verwachtingskaart is opgenomen in afbeelding 5.3. Het plangebied is weergegeven middels het rode kader, in de volgende volgorde (van links naar rechts): Vinckenweg 18, Voorboersweg 6 en Laagseweg 74.

Afbeelding 5.3

Archeologische verwachtings- en advieskaart (Bron: Gemeente Tubbergen)

Het erf met de compensatiewoning aan de Vinckenweg 18 ligt binnen de gebiedstypen "dekzandhoogten en -ruggen met een plaggendek" en "dekzandwelvingen en -vlakten". Hier is een archeologisch onderzoek noodzakelijk wanneer een oppervlakte van respectievelijk 2.500 m² en 5.000 m² worden overschreden, met bodemingrepen dieper dan 40 cm. Voor kleinere gebieden geldt vrijstelling van archeologisch onderzoek. Deze oppervlakte wordt ter plaatse niet overschreden, een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

49

Ter plaatse van de Voorboersweg 6 en Laagseweg 74 is enkel sprake van sloop en/of herbouw. Hier wordt een archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Opgemerkt wordt dat in voorliggend bestemmingsplan de ter plaatse van de erven geldende dubbelbestemmingen worden overgenomen, namelijk voor het behoud van eventuele aanwezige archeologische waarden. 5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Beoordeling Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Overijssel bevinden zich in het plangebied geen rijks- dan wel gemeentelijke monumenten. In de directe nabijheid van het plangebied is eveneens geen sprake van bijzondere cultuurhistorische waarden. Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor dit plan. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.

5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.9.1

Kader

In de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage is vastgelegd dat voorafgaande aan het ruimtelijke plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen een milieueffectrapport (MER) opgesteld dient te worden. De activiteiten waarvoor een MER-rapportage opgesteld moet worden zijn opgenomen in de bijlage van het Besluit m.e.r. Een bestemmingsplan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn op de volgende manieren: Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is; Een bestemmingsplan kan m.e.r.-plichtig zijn indien sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit de onderdelen C en D overschrijden en waarbij het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 3 (plannen). Een bestemmingsplan kan m.e.r.-(beoordelings)plichtig zijn indien het bestemmingsplan wordt genoemd in kolom 4 (besluiten) en er sprake is van activiteiten en gevallen die de drempelwaarden uit onderdeel C en D overschrijden. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel C is in dit geval sprake van een m.e.r.-plicht. Bij een overschrijding van de drempelwaarden uit onderdeel D is het plan m.e.r.-beoordlingsplichtig. Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden.

Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Concreet betekent dit dat, ook wanneer ontwikkelingen onder de in bijlage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Het komt er op neer dat voor bestemmingsplan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen in onderdeel D en beneden de drempelwaarden vallen, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; 50

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.(-beoordeling) plaatsvinden. 2.8 van de Wet natuurbescherming Gezien de aard en omvang van de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling wordt geconcludeerd dat geen sprake zal zijn van een significantie aantasting van de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura-2000 gebied. Dit is bevestigt met het uitvoeren van een AERIUS berekening (2019A), zie hiervoor paragraaf 5.7.2.2 van deze toelichting en bijlage 9 bij deze toelichting. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan/wijzigingsplan dan ook niet noodzakelijk. Drempelwaarden Besluit m.e.r. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Dit bestemmingsplan is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Op basis van onderdeel D kan de in dit plan besloten ontwikkeling worden aangemerkt als: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Hierbij wordt zowel ‘het bestemmingsplan’ zowel genoemd in kolom 3 (plannen) als kolom 4 (besluiten).

Doordat dit bestemmingsplan voorziet in directe eindbestemmingen voor wat betreft de binnen het plangebied geplande ontwikkeling, wordt voldaan aan de definitie van een ‘besluit’ als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. Zoals in het voorgaande aangegeven is in dit geval sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. Dit bestemmingsplan is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Gezien de drempelwaarden kan worden geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplicht aangezien de drempelwaarden niet worden overschreden. Echter dient, ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.

Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag om er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in dit hoofdstuk opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 5.9.2

Conclusie

Dit plan is niet m.e.r.(beoordelings)-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit plan.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

51

52

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 6

Wateraspecten

6.1 Vigerend beleid 6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4

Waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

6.2 Waterparagraaf 6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

53

Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsprocedure

Op de slooplocaties worden bestaande bebouwing en verharding verwijderd. Ook zal als gevolg van het voornemen geen sprake meer zijn van de nog aanwezige agrarische bedrijfsactiviteiten. Per saldo is sprake van een afname van de bebouwing en verharding, hetgeen gunstig is voor het aspect water. Enkel het erf aan de Vinckenweg 18 is in het kader van het aspect water van belang, aangezien op ten noordoosten van dit bestaande erf nieuwe woonbebouwing mogelijk wordt gemaakt. Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'korte procedure'. De standaard waterparagraaf is opgenomen in bijlage 11 van deze toelichting. Vanuit het waterschap Vechtstromen is geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling:

54

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2 Opzet van de regels 7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is het strijdig gebruik geregeld en zijn de voorwaardelijke verplichtingen opgenomen; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven gebruiksmogelijkheden; bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

55

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: omgevingsvergunningenstelsel; Wijzigingsbevoegdheden: onder welke voorwaarden de bestemming mag worden gewijzigd. In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Dit brengt met zich mee dat de bestemmingsomschrijving van de te onderscheiden bestemming helder en duidelijk moet zijn. Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 11) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om onderdelen van het bestemmingsplan te wijzigen. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3 Verantwoording van de regels 7.3.1

Bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. 'Agrarisch - 1' (Artikel 3) Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan is een deel van de locatie aan de Vinckenweg 18 bestemd als 'Agrarisch - 1'. Ook een deel van de Voorboersweg 6 heeft deze bestemming behouden. Het gaat aan de Vinckenweg 18 om het deel waar landschapsmaatregelen worden getroffen en aan de Voorboersweg 6 om het deel waar het agrarisch bouwvlak wordt verwijderd en waar geen woonbestemming komt.

Gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden en het uitvoeren van erfinrichtingsplannen, inpassingsplannen en landschapsplannen. Ter plaatse zijn geen gebouwen en overkappingen toegestaan. Het realiseren van andere bouwwerken is wel toegestaan, mits voldaan wordt aan de voorwaarden. 'Bos - Natuur' (Artikel 4) Ten westen van de Vinckenweg 18 zijn de gronden voorzien van deze bos en natuurbestemming. Hier worden 56

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

de landschapsmaatregelen en een ontsluitingsweg mogelijk gemaakt. De voor 'Bos - Natuur' aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer natuur, bosbouw en houtproductie, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, de natuurlijke en de landschappelijke waarden van de bos- en natuurgebieden en het uitvoeren van erfinrichtingsplannen, inpassingsplannen en landschapsplannen. Daarnaast zijn onder meer (ontsluitings)wegen en paden toegestaan. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. Voor het bouwen van andere bouwwerken geldt dat de bouwhoogte van andere bouwwerken ten hoogste 2,00 meter zal bedragen. Voor een aantal werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist, zoals het af- en/of vergraven, egaliseren en/of ophogen van gronden. Hierop gelden eveneens een aantal uitzonderingen. 'Wonen' (Artikel 5) Ter plaatse van het bestaande woonerf en de nieuwe woning aan de Vinckenweg 18, een deel van het voormalig agrarische bouwvlak aan de Voorboersweg 6 en het bestaande woonerf aan de Laagseweg 74 is een woonbestemming opgenomen. Gronden met deze bestemming zijn onder andere bedoeld voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken, al dan niet in combinatie met en in ondergeschikte mate ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf dan wel een vrij beroep, mantelzorg en bed and breakfast.

Voor het bouwen van hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken zijn bepaalde regels opgenomen. Zo mag zich binnen ieder bestemmingsvlak maximaal één hoofdgebouw met één woning worden gebouwd, tenzij ter plaatse de aanduiding "specifieke bouwaanduiding - twee hoofdgebouwen" is opgenomen. Hier mag het aantal hoofdgebouwen ten hoogste twee bedragen. De hoofdgebouwen zijn daarnaast enkel ter plaatse van de situering van het bestaande hoofdgebouw toegestaan, met uitzondering van de compensatiewoning aan de Vinckenweg 18. Deze woning moet binnen het daarvoor opgenomen bouwvlak worden gebouwd. Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt onder meer dat de gezamenlijke oppervlakte bij een hoofdgebouw ten hoogste 100 m² mag bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding "maximum oppervlakte (m²)" de gezamenlijke oppervlakte ten hoogste de op de verbeelding aangegeven gezamenlijke maximale oppervlakte mag bedragen. Voor het bouwen van andere bouwwerken gelden eveneens regels, zo mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen ten hoogste 1,00 m bedragen, tenzij deze zich achter de voorgevel van het hoofdgebouw bevinden. Dan mag de hoogte ten hoogste 2,50 m bedragen. In de specifieke gebruiksregels van deze bestemming is een aantal voorwaardelijke verplichtingen opgenomen.

Deze voorwaardelijke verplichtingen voorzien in een borging van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen, de sloop en het opknappen van het te behouden bijgebouw, zoals opgenomen in het ruimtelijk kwaliteitsplan (zie bijlage 1 bij de toelichting). 'Waarde - Archeologie 3' (Artikel 6) en 'Waarde - Archeologie 4' (Artikel 7) Met het oog op het behoud van de archeologische waarden van de gronden zijn de archeologische dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' opgenomen, conform het geldende bestemmingsplan. Hier is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig, wanneer de grond over een bepaalde oppervlakte en diepte wordt geroerd. Tot slot wordt vermeld dat de geldende gebiedsaanduidingen niet zijn overgenomen in voorliggend bestemmingsplan, aangezien deze als gevolg van de bestemmingswijzigingen niet (langer) van toepassing zijn.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

57

58

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

59

60

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Hoofdstuk 9

Vooroverleg

9.1 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat de gewenste ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Op basis van artikel 3.1.1, lid 2 van de Bro heeft de provincie de mogelijkheid om plannen aan te wijzen waarvoor geen vooroverleg is vereist. De provincie Overijssel heeft van deze mogelijkheid gebruikt gemaakt en een zogenoemde 'Vooroverleglijst ruimtelijke plannen' opgesteld. Voor plannen in de groene omgeving/ buitengebied is in deze lijst onder B, lid 4 opgenomen: 4. Agrarische bouwblokken, Rood voor Rood en VAB's Plannen/projectbesluiten voor uitbreiding van agrarische bouwblokken, Rood voor Rood en Vrijkomende Agrarische Bedrijfslocaties (VAB's) mits passend in een gemeentelijk kwaliteitskader dat in lijn is met het Werkboek Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving en de Omgevingsvisie Overijssel 2009. Voor plannen en besluiten die (tevens) andere provinciale belangen raken (zoals EHS en verblijfsrecreatie) blijft vooroverleg noodzakelijk. In dit geval is hoofdzakelijk sprake van een Rood-voor-rood project, dat in lijn is met het Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Tevens is geen sprake van andere provinciale belangen. Vooroverleg met de provincie Overijssel wordt niet noodzakelijk geacht. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'korte procedure'. Het waterschap geeft in een reactie een positief wateradvies (zie paragraaf 6.2).

9.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In dit geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd.

9.3 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 14 oktober 2020 voor een periode van 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

61

62

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

63

Bijlage 1

64

Ruimtelijk Kwaliteitsplan

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

ruimtelijk kwaliteitsplan Rood voor rood en Schuur voor Schuur aan de Vinckenweg 18 en de Voorboersweg 6 te Geesteren en de Laagseweg 74 te Hezingen.

COLOFON

Door:

dé Erfontwikkelaar b.v. Radewijkerweg 9 7791 RJ Radewijk

Telefoonnummer

06 24 88 38 28

E-mail

herbert@erfontwikkelaar.nl

Internet

www.erfontwikkelaar.nl

Project

1503

Auteur

H. Oldehinkel

Datum laatst gewijzigd

12 mei 2020

Bestandsnaam

1602-03.indd

Aantal pagina’s

15

Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of dé Erfontwikkelaar b.v.

INHOUDSOPGAVE 1 INTRODUCTIE

1

1.1.

1

aanleiding

2 VINGEREND BELEID

2

2.1.

omgevingsvisie overijssel

2

2.2.

lop N.O.T.-tubbergen

3

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E 

4

3.1.

vinckenweg 18 geesteren

4

3.2.

voorboersweg 6 geesteren

4

3.3.

laagseweg 74 hezingen

8

4 RUIMTELIJK

K WA L I T E I T S P L A N 

10

4.1.

ruimtelijk onderbouwing

10

4.2.

kwaliteitsimpuls groene omgeving

12

4.3.

samenvatting

12

4.4.

beplantingtabel 

13

1 INTRODUCTIE 1.1.

AANLEIDING

dé Erfontwikkelaar is gevraagd een visie te geven op de inrichting als onderdeel van een ontwikkeling aan de percelen Vinckenweg 18 en Voorboersweg 6 te Geesteren en het perceel Laagseweg 74 te Hezingen, in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Initiatiefnemer is voornemens om ter plaatse van de drie percelen voormalige agrarische bedrijfsbebouwing te slopen. Deze bebouwing is verouderd en heeft een landschapsontsierende uitstraling op de omgeving. Het voornemen is vervolgens om, in ruil voor de sloop van deze bebouwing, een compensatiewoning met extra bijgebouwen te realiseren aan de Vinckenweg 18. Dit is mogelijk op basis van de gemeentelijke Rood voor Rood-regeling en de Schuur voor schuur-regeling. De gemeente Tubbergen wil in principe medewerking verlenen mits de ruimtelijke kwaliteit toeneemt. Deels wordt dit bereikt door de sloop van landschapsontsierende bebouwing en deels door het goed landschappelijk inpassen van de drie erven. In het bijzonder wordt ingegaan op de locatie waar de compensatiewoning komt. Ten grondslag van dit Ruimtelijk kwaliteitsplan ligt het LandschapsOntwikkelingsPlan Tubbergen Naast het beleid zijn ook de wensen en de randvoorwaarden van opdrachtgever verwerkt in een plan.

1

locatie compensatiewoning

2 VINGEREND BELEID

Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door

2.1.

van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.

OMGEVINGSVISIE OVERIJSSEL

beplanting met ‘natuurlijke’ soorten en door de (strekkings)richting

De Provincie Overijssel heeft het Streekplan, het verkeer- en vervoerplan, het waterhuishoudingsplan en het milieubeleidsplan samenge-

Agrarisch cultuurlandschap:

voegd tot de Omgevingsvisie. Het vormt het provinciale beleidsplan

Jonge heide- en broekontginningslandschap

voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De Provincie Overijssel

Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap

stuurt op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Bestaande kwalitei-

waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan natte en droge heide-

ten moeten worden beschermd en er moeten verbindingen worden

gronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude

gelegd tussen deze bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen.

hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken

Dat wil zeggen dat nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan

voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuur-

de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Voor het behoud en het

verbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Ten

versterken van de ruimtelijke kwaliteit vormen essentiële gebieds-

opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de land-

kenmerken het uitgangspunt.

bouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen

Gebiedskenmerken

zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’land-

Middels een verdeling in 4 lagen zijn de gebiedskenmerken binnen de

schappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als

Omgevingsvisie toegelicht:

ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschap-

• De natuurlijke laag

pen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de lineaire

• De laag van het agrarisch-cultuur landschap

structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten

• De stedelijke laag

met erven en de kenmerkende ruimtematen.

natuurlijke laag:

• De laag van de beleving Sturing:

Natuurlijke laag:

Richting:

Dekzandvlakte en ruggen

•

Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginnings-

De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte

landschappen, dan dragen deze bij aan behoud en ver-sterking

van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk

van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en

– door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt

waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende

wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat

ruimtematen.

gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijdert. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. 2

het agrarische cultuurlandschap

2.2.

LOP N.O.T.-TUBBERGEN

de verspreide groen aangeklede erven. Door de combinatie met

Geesteren ligt in een essenlandschap. Dit oude cultuurlandschap

Het plangebied Vinckenweg ligt volgens het landschapsontwikke-

natuur- en landschapsontwikkeling langs de randen wordt niet alleen

wordt gekenmerkt door grote hoogteverschillen, die gevormd zijn

lingsplan in het deelgebied Tubbergen-Albergen. De landschappelijke

de kleinschaligheid van de randen benadrukt, maar ook nog eens het

door grote bolle escomplexen en beekdalen. De escomplexen hebben

eenheid Tubbergen-Albergen ligt voor een groot deel in de gemeente

open karakter van de essen. Het open karakter, de bolling en steilran-

een open karakter en landbouwkundige functie.

Tubbergen, aan de westkant van het midden. De stuwwallen bij

den van de essen en kampen is als een geheel herkenbaar. De essen

Waar gaafheid is verminderd en waar landschapsherstel wenselijk is

Tubbergen, Geesteren en Albergen liggen als duidelijk herkenbare

en kampen zijn over het algemeen in agrarisch gebruik.

worden de essen hersteld door de bolling en de steilranden van de essen als één geheel te behouden. Langs de randen van de es liggen

elementen in een relatief open agrarisch landschap. Het oude cultuurlandschap op deze geïsoleerde stuwwallen heeft historisch land-

Ontwikkeling:

houtsingels- en wallen en de erven worden gekenmerkt door erfbe-

schappelijke waarde. De karakteristiek van open glooiende essen, de

De jongere zand- en heideontginningen hebben een meer open

planting. Gedeeltelijk is beplanting gerooid waar deze de bedrijfsvoe-

kampen die als krans rond deze essen liggen en de oude bebouwings-

karakter. De landschappelijk historische waarde is over het algemeen

ring belemmerde. De beplanting dient bij dit soort ontwikkelingen

structuur dient duurzaam in stand te worden gehouden en hersteld,

lager dan die van het oude cultuurlandschap. Op ecologisch vlak

gecompenseerd te worden aan de randen van de essen. Natuuront-

zodat de stuwwallen op zich een samenhangende eenheid vormen.

(veenweidevogels, kwelstromingen) is het Jong ontginninslandschap

wikkeling en waterretentie worden gekoppeld aan het beekdalsys-

Het relatief open agrarische landschap tussen deze eilanden leent

wel erg interessant en waardevol. Hier is in vergelijking met het

teem, zoals aan de Hunzerbeek en Markgraven.

zich door de matige gaafheid en relatief grote schaal voor ontwik-

oude cultuurlandschap dan ook meer ruimte voor (vernieuwende)

Grondgebonden landbouw is het meest gewenste grondgebruik voor

keling van de land-bouw. Hier ligt het accent op ontwikkeling van de

grootschalige ontwikkelingen van de landbouw of andere functies,

de essen.

grondgebonden landbouw.

zonder dat natuur- of landschapswaarden worden aangetast. Wel moet behoud van de identiteit worden nagestreefd, zoals openheid,

Landschapstype: Essen

LANDSCHAPPELIJK STREEFBEELD

grootschaligheid en de rationele ontginningsstructuur. In de jongere

Ontwikkelingen:

Het landschappelijk streefbeeld is een agrarisch cultuurlandschap

ontginningen kunnen kleinschalige ingrepen juist afbreuk doen aan

•

dat gekenmerkt wordt door een rijke kleinschalige verweving van

het grootschalige, rechtlijnige en blokvormig verkavelde karakter.

groenstructuren en paden. Op de overgang van de open essen en

De identiteit van het gebied wordt versterkt als ontwikkelingen

kampen op de hogere delen naar de lagere delen, ligt een compositie

plaatsvinden in de vorm van lijnen (bijv. langs de wegen) of vlakken

van landschapelementen (zoals houtwallen, singels en geriefhout-

passend binnen de verkaveling.

bosjes) en verspreide erven in Twentse stijl. Rond de kransessen (bv. in Tubbergen-Albergen) en rond grote escomplexen vormen de

Ontwikkelingsrichtingen

erfensembles en beplantingen kleinschalige randen rond de grote

Behoud landschapswaarden

open ruimten. De ervenclusters zijn compact met elkaar verweven

Hieronder vallen jonge ontginningen met hoge landschappelijke en

door een netwerk van houtsingels, bosjes, erfbeplantingen en routes.

cultuurhistorische waarden en een hoge mate van gaafheid. Vaak

Voorbeelden vormen onder andere de randen van grote oude escom-

betekent dit voor jonge ontginningen dat het land niet of nauwelijks

plexen bij Fleringen, Tubbergen, Albergen, Geesteren en Reutum.

ontgonnen is geweest. Behoud van de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten vormt het hoofdaccent.

Tentakels van beplantingen en routes leggen verbindingen tussen 3

Het plangebied ligt in het deelgebied Geesteren:

Actief herstel van kleine landschapselementen, erfbeplantingen en steilranden

3 B E S TA A N D E S I T U AT I E

Enkele schuren die verder van de woning worden wel gesloopt.

3.1.

VINCKENWEG 18 GEESTEREN

de sloop worden asbestdaken gesaneerd waarmee de ruimtelijke

Op het erf aan de Vinckenweg 18 zal een woning toegevoegd

kwaliteit toeneemt. Het geeft ruimte om de compensatiewoning

worden. Het is een logische plek om een compensatiewoning toe te

aansluitend op de te behouden, meer waardevolle, bebouwing te

voegen aangezien het aansluit op een bestaand erf en het binnen het

positioneren.

Deze kennen geen gebruiks- of bijzondere estetische waarde. Met

stedelijk uitloopgebied van Geesteren ligt. Het bestaande erf bestaat uit een woning (bouwjaar 1960-1970) met enkele opstallen.

Het erf lag van oorsprong op een verhoging in het landschap en komt al voor op de kaarten rond 1900. Door de jaren heen is het

Niet alle schuren worden gesloopt. De reden daarvan is dat ze niet

gebied verder verdicht met bos en zijn er meer erven in de omgeving

allemaal landschapsontsierend zijn. Er is gekozen om een voormalige

ontstaan. De kenmerkende elementen uit het essenlandschap zijn

varkensstal te behouden. Deze stal kan als karakteristiek aangemerkt

goed waarneembaar. Bijvoorbeeld de slingerende wegen, verspreide

worden door het pannendak, de gemetselde muren, en de verbij-

ligging van gebouwen op het erf en de landschapselementen op de

zonderheden in de gevel. (zie foto). Daarnaast blijft een bestaande

grensen van de percelen (bomenrijen,houtsingels en bosjes). Het erf

wagenberging behouden. Deze kleine kapschuur staat centraal op

wordt ontsloten middels één inrit vanaf de Vinckenweg.

het erf en past bij de overige bebouwing op het erf.

te behouden kapschuur

4

te slopen schuren

te behouden varkensstal

2

5m

0 C1

A

5

90

m2

n ude eho D b m2 100

2 2 m den/ n 8 B hou sele be tdek po

2

8m

E5

2

6m 14,

F

te slopen stallen aan de Vinckenweg 18 te Geesteren

3.2.

VOORBOERSWEG 6 GEESTEREN

berk in een losse setting.g. Daarmee wordt het zicht grotendeels

Op het erf aan de Voorboersweg 6 te Geesteren staat een woning

ontnomen op het erf.

met enkele landschapsontsierende varkensstallen. Daarnaast staat er nog een veestal en een wagenberging. De varkensstallen zullen ge-

De veestal (1) is recent opgeknapt en voorzien van een asbestvrije

sloopt worden en de intensieve veehouderij gestaakt worden. Het erf

dakbedekking en gevelbekleding. Ook de wagenberging (2) heeft een

ligt vlak aan de weg. Het beeld op het erf is daarmee stenig. Ook de

nieuwe dakbedekkin gekregen. Beide opstallen kennen een gebruiks-

vele aanbouwen aan de varkenssstal maken dat het rommelig oogt.

waarde aangezien eigenaar nog ca. 16 ha grond in eigendom heeft en

Naast de varkensstallen worden ook de mestopslag en de overtollige

de machines graag binnen wil stallen. Het is daarom niet wenselijk

verharding opgeruimd.

om alle gebouwen te slopen. Enerzijds wordt verrrommeling hiermee voorkomen en houdt het erf enige omvang. Het is passend in het

Met de sloop van de varkensstallen ontstaat er weer een er-

landschap dat erven enkele schuren hebben mits deze gebruikt en

venensemble dat beter past in het essenlandschap. Het erf wordt

onderhouden worden.

aanzienlijk kleiner. De bestaande houtopstand van o.a. fijnspar wordt vervangen door een aanplant van zwarte els en zachte berk of ruwe

Op de volgende pagina zijn foto’s van deze te behouden schuren (1-2) opgenomen.

te slopen varkensstal

1

2

6

te slopen varkensstal en reeds opgeknapte schuren

te slopen varkensstal

schuur 1 met nieuw dak

7

nieuwe gevel en deur schuur 1

schuur 1 (opslag materieel)

schuur 2 (wagenberging)

Legenda 1. Bestaande houtopstand rooien en vervangen door: Alnus glutinosa - Zwarte Els 7 stuks Betula pubescens - Zachte Berk 5 stuks Betula pendula - Ruwe Berk 5 stuks Aanplanten als veer met onderlinge afstand van 3-6 meter Aanplantmaat 150-200 (veer) Verspreid aanplanten (niet in strakke rij)

ing

hard

nver

beto

G 49

H 79

2 m2

m2 1

8

tpl.

mes

t e s l o p e n s t a l l e n a a n d e Vo o r b o e r s w e g 6 t e G e e s t e r e n Te slopen: G 492 m2

kelijk ook was. De bewoners van het erf hebben de wens om op het

3.3.

LAAGSEWEG 74 HEZINGEN

Het erf aan de Laagseweg is al een heel oud erf. Op oude kaarten is

erf , daar waar nu een te slopen stal staat, weer een kapschuur te bouwen. De tekening op de volgende pagina geeft de locatie weer.

al te zien dat het op een hoger deel langs de beek ligt. Van oorsprong liep er een pad aan de zuidzijde van het erf. Dit was tevens een zicht-

Het nieuwe gebouw zal een eenvoudige hoofdvorm kennen en be-

lijn door het half open beekdallenlanschap.

staan uit materalen die passen in de streek.

Het erf kent een verspreide strooing van gebouwen. Daarbij is de

De hiernaast afgebeelde foto geeft de locatie van een te slopen

woning het hoofdgebouw dat ook direct aan de weg ligt. Het on-

wagenberging weer voor de woning. Met de sloop zal het erf een

derscheid tussen voor- en achter is hier minder goed te herkennen

kwaliteitsimpuls krijgen. Overtollige verhardingen worden gerooid.

doordat de boerderij twee wooneenheden kent.

Hiermee wordt het erf weer groener en beter passend in het landschap.

Met de sloop van de landschapsontsierende bebouwing komt er voor de boerderij (zuidzijd) weer meer ruimte. Het centrale erf komt daarmee weer meer naar het noorden te liggen zoals het oorspron-

te slopen wagenberging

9

te slopen stal

te slopen varkensstal

Legenda 1.

Bestaande bomen

2. Bestaande schuur 3. Bestaande woning 4. Te slopen schuren 5. Nieuwe kapschuur Totaal 242 m2 Op het erf worden landschapsontsierende schuren gesloopt. Deze schuren bevatten

1

asbest. Hierdoor past het erf beter in het landschap. De bijgebouwen staan na sloop niet meer voor de boerderij waarmee een

2

doorkijk wordt gemaakt en het voorerf hersteld wordt. 3

100 m2 5

4 61 m2

doorkijk

4 81 m2 1

10

te slopen stallen aan de L aagseweg 74 te Hezingen

4 RUIMTELIJK K WA L I T E I T S P L A N

4.1.

RUIMTELIJK ONDERBOUWING

Groenstructuur en inrichting erf:

Op de volgende pagina staat de landschappelijke inpassing van

De erven langs de Vinckenweg zijn over het algemeen vrij besloten

beide erven. De kwaliteitsimpuls groene omgeving is tevens van

en al dan niet voorzien van enkele grote bomen op het voorerf

toepassing. Deze wordt op pagina 13 toegelicht.

en een groene structuur rondom het achtererf. De verschillende

Uitgangspunten opdrachtgever:

bospercelen en houtwallen en de glooiing van het landschap maken

•

slopen ca. 1000 m2 landschapsontsierende bebouwing;

Situering compensatiewoning:

de omgeving kleinschalig en aantrekkelijk. Vanuit het landschapsont-

•

compensatiewoning met bijgebouw op erf Vinckenweg 18;

De nieuwe woning komt ten westen van het bestaande erf. Deze plek

wikkelingsplan is het gewenst om structuren te herstellen en erven

•

nieuwe schuur op erf Laagseweg 74 te Hezingen;

is logisch aangezien het aansluit op de bestaande structuur van het

te voorzien van een groene aankleiding. Met name de afwisseling in

•

behoudt van enkele schuren met gebruikswaarde Voorboersweg

erf en de impact op de omgeving hierdoor nihil blijft. Ten westen van

open en gesloten en het zicht op de bebouwing is een kwaliteit.

6 te Geesteren

de woning word een nieuw bijgebouw gesitueerd. De woning met het bijgebouw wordt ontsloten door één inrit dat voor het bestaande erf

Er is daarom gekozen om enkel extra bomen op het erf te planten.

Uitgangspunten gemeente:

splitst. Op het bestaande erf blijven twee bijgebouwen staan. Tesa-

Afscherming van beide woonpercelen zal middels een beukenhaag

•

minimaal 1000 m2 landschapsontsierende bebouwing slopen;

men met de nieuwe woning en het nieuwe bijgebouw wordt het een

zijn. Bestaande waardevolle bomen blijven behouden. Ook het

•

landschappelijk goed inpassen van de compensatiewoning;

passend ensemble, mede door de verspreide ligging op het erf.

bosperceel kan behouden blijven. Deze vormt de groene ‘rug’ van

•

enkel gebruik streekeigen beplanting.

het erf. De keuze voor de verharding moet in afstemming gemaakt De compensatiewoning wordt uitgevoerd in een Twentse stijl.

worden met de materialisering van de architectuur. Verharding moet

Uitgangspunten provincie:

Sfeerbeelden zijn op de volgende pagina opgenomen. De nieuwe

in een gedekte kleurstelling sober toegepast worden. Schuttingen

•

het erf moet aansluiten op de gebiedskenmerken (jonge heide-

schuur zal onderdanig moeten zijn aan de woningen op het erf en

en hoge opgaande exoten moeten in het buitengebied voorkomen

en broekontginningslandschap) volgens de Omgevingsvisie

passen bij de te behouden schuren. De voorkeur is om de schuur in

worden.

Overijssel;

een materiaal uit te voeren dat mooie verouderd. Denk daarbij aan

de ontwikkeling is mogelijk mits er een Kwaliteitsimpuls Groene

hout, metselwerk en zink. Deuren, windveren en regenpijpen worden

Omgeving wordt voorzien;

eveneens in een donkere kleurstelling uitgevoerd. Opvallende kleuren

•

moeten voorkomen worden. De daken moeten eveneens uitgevoerd worden in een donker, niet glimmend, materiaal. Daarnaast is de wens om de overige 142 m² sloopmeters in te zetten in het kader van de Schuur voor schuur-regeling, waardoor tevens extra vierkante meters aan bijgebouwen kan worden verkregen. De wens is om deze meters te benutten voor het behoud van bestaande kapschuur aan de Vinckenweg. Deze wordt echter wel voorzien van gepotdekselde planken waarmee het beter past op het erf.

11

Legenda 1.

bestaande woning

2.

compensatiewoning

3.

nieuw bijgebouw

4. te slopen stallen 5.

tuin

6.

lage beukenhaag als afscherming

7.

zomereiken in losse setting

8.

winterlinde 9

9. beuk kavel binnen gele kader ca. 1200 m2

7 3

2

4

5 6

9

8

1

12

erfinrichtingsplan Vinckenweg 18

4.2.

KWALITEITSIMPULS GROENE OMGEVING

Gebiedseigen ontwikkeling

4.3.

Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie

Het ontwikkelingsperspectief voor het plangebied voorziet primair in

Basisinspanning:

Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de

het bieden van ruimte aan (verbrede) agrarische bedrijven en wonen.

•

groene ruimte. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder

(mixlandschap). In voorliggend geval is dan ook sprake van een ge-

voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving.

biedsvreemde functie. Wel draagt het initiatief bij aan het sociaal en

•

schuren uitvoeren in een gedekte kleurstelling;

In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en

economisch vitaal houden van het buitengebied.

•

aanplant bomen op het erf;

•

aanplant van hagen als natuurlijke afscherming;

•

versterken groenstructuur door de aanplant van zomereiken

nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit.

Schaal en impact op de omgeving

SAMENVATTING

positioneren compensatiewoning aansluitend op bestaande gebouwen;

De activiteiten zullen plaatsvinden op een bestaand erf. De nieuwe

tussen twee bestaande houtsingels.

Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming

woning komt direct aangrensend aan een bestaand erf. Aangezien

vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwalitei-

er ook landschapsontsierende gebouwen op dit erf gesloopt worden

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)

ten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden

kan de impact zelfs positief bevonden worden. De schaal van deze

•

sloop van ruim 1000 m2 landschapsontsierende bebouwing.

beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd.

ontwikkeling is klein.

•

versterken bomenrij met zomereik.

De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelings-

Eigen belang en maatschappelijk belang

ruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht

Er is sprake van een eigen belang.

op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelij-

Tegenprestatie

ke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant

De tegenprestatie zit in het slopen van landschapsontsierende be-

van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan

bouwing binnen de gemeente Tubbergen. Hiermee worden drie erven

dienen te zijn. Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van

opgeknapt en asbest gesaneerd. Het draagt bij aan de vitaliteit en de

een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal

leefbaarheid van het buitengebied. Aangezien er op het erf niet veel

een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen

meer beplanting gewenst is wordt er vanuit de casco benadering een

of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, wordt het

bomenrij hersteld.

volgende model gevolgd:

13

4.4.

BEPLANTINGTABEL

VINCKENWEG

NAAM

LATIJNSE NAAM

AANPLANTMAAT

PLANTAFSTAND

%

AANTAL

AANPLANT BOMEN OP ERF NR 8

Tilia cordata

Winterlinde

14-16

-

-

6

AANPLANT BOMEN OP ERF NR 9

Fagus sylvatica

Beuk

14-16

-

-

2

AANPLANT HAAG OP SCHEIDING NR. 6

Fagus sylvatica

Beuk

80-100

10 st/m1 aanplanten in driehoeksverband

100

630

VERSTERKEN BOMENRIJ NR. 7

Quercus robur

Zomereik

14-16

6-8 meter

100%

12

VOORBOERSWEG

NAAM

LATIJNSE NAAM

AANPLANTMAAT

PLANTAFSTAND

%

AANTAL

AANPLANT VEREN (NR1)

Alnus glutinosa

Zwarte Els

150-200

3-6 meter versrpeid aanplanten

40%

7

Betula pendula

Zachte Berk

150-200

3-6 meter versrpeid aanplanten

30%

5

Betula pubescens

Ruwe Berk

150-200

3-6 meter versrpeid aanplanten

30%

5

•

bosplantsoen in groepen van 25 planten;

•

eerste jaar vrijhouden van onkruiden;

•

indien beplanting grenst aan terreinen die worden beweid door vee of waar men met voertuigen rijdt, dient deze beplanting te worden beschermd tegen vraatschade/aanrijschade/verdichting van de wortelzone.

14

laat je erf groeien 15

en oud beh D m2 100

A 90 m2 m2 / 2 8 en B oud elen h be deks t po

,6 F14 m2

E5 8m 2

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

schaal

1 : 1000

1.0

herbert

door

11 mei. 2020

E 58 m2

dé Erfontwikkelaar laat plannen groeien

C 105 a3

D 100 m2 versie

B 82 m2

1 (3)

Te behouden

erfinrichtingsplan vinckenweg 18 geesteren

Totaal: 253 m2 datum

1602-01.vwx

bestand

1602

project

C 105 m2

formaat

A 90, m2

tekeningno

Te slopen:

m2

zomereiken in losse setting

8. winterlinde

9. beuk kavel binnen gele kader ca. 1200 m2

9

3 4 6

9

8

1 1 : 1000

7.

1.0

lage beukenhaag als afscherming

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

6.

dé Erfontwikkelaar laat plannen groeien

tuin

schaal

5.

a3

4. te slopen stallen

versie

herbert

door

11 mei. 2020

nieuw bijgebouw

1 (3)

3.

erfinrichtingsplan vinckenweg 18 geesteren

compensatiewoning

1602-01.vwx

bestand

1602

project

2.

datum

bestaande woning

formaat

1.

tekeningno

Legenda

7

2 5

1602-01.vwx 1 : 1000 1.0

herbert

bestand

1602

schaal

door

a3

versie

ing hard nver

beto

1 (3)

Aanplanten als veer met onderlinge afstand van 3-6 meter Aanplantmaat 150-200 (veer) Verspreid aanplanten (niet in strakke rij)

formaat

datum

Alnus glutinosa - Zwarte Els 7 stuks Betula pubescens - Zachte Berk 5 stuks Betula pendula - Ruwe Berk 5 stuks

11 mei. 2020

Bestaande houtopstand rooien en vervangen door:

tekeningno

92 m G 4

2

9 m

H 7

2

Te slopen: G 492 m2 H 79 m2

Totaal: 571 m2

www.erfontwikkelaar.nl telnr: 06 24 88 38 28

pl. mest

dé Erfontwikkelaar laat plannen groeien

1

erfinrichtingsplan voorboersweg 6 geesteren

1.

project

Legenda

Bijlage 2

86

Beeldkwaliteitsplan

bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74

jong

landschap

landschap

Landschapstype

oud

Kampen

Essen

Maten/Flier

Veen

Heide

Erftype

Criterium: één hoofdgebouw per erf; de overige gebouwen zijn (vormgegeven als) bijgebouwen en ondergeschikt gepositioneerd; veldschuren zijn landschapsgerelateerd en staan vrij van de bebouwing op het erf

oud erf

(weggekeerd)

oud erf

(landschapsgekeerd)

aan de weg

van de weg

aan de weg

(dwars)

(weggericht)

aan de weg

van de weg

(haaks)

(weggericht)

van de weg

(landschapgericht)

Kies een erftype dat aansluit op het landschapstype en de specifieke kenmerken van de omgeving (V. = voorhuis; A. = achterhuis). Erfinrichting en beplanting versterken de erfopzet.

Ambitie

In dit gebied wordt geadviseerd een iets conservatievere insteek te kiezen dan in de jongere landschapstypes. Dit heeft betrekking op situering, volume, kapvorm, detaillering en kleurgebruik. In dit gebied zijn de grote pannen gedekte zadelkappen (met name rood) en rechte topgevel (eventueel bekleed met hout) kenmerkend. Woningen hebben een duidelijke voor- en achterzijde. Waarbij de achterzijde grenst aan het erf, en de voorzijde naar het landschap gericht is. Bij de oudere erven komt incidenteel een gevelbeëindiging door middel van een wolfseind voor. In dit gebied wordt aandacht besteed aan de detaillering, waarbij daken vaak beëindigd worden met een windveer. Nieuwe type bouwvormen en retro-types zoals notariswoning verdragen zich slecht met de kenmerken van dit gebied.

Er kunnen zowel traditionele als meer moderne architectonische types gerealiseerd worden. De bebouwing is vooral heel eenvoudig van vorm. Het belangrijkste kenmerk is de grote, met pannen gedekte zadelkap in antraciet of (oud) rood, met rechte topgevelbeëindiging. Woningen hebben een duidelijke voor- en achterzijde, waarbij de achterzijde grenst aan het erf, en de voorzijde naar de weg of het landschap gericht is. De detaillering is met name heel sober en strak, waarbij in het veenontgingenlandschap van oudsher meer aandacht voor gevelindeling en detail is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/621/documents/12768