Bijlage Toelichting, Regels en Bijlagen Bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagsewe.pdf
Tekst van het document
Zo bestaan de Twentse stuwallen voor een groot deel uit tertiaire (zee)klei en keileem. Hierdoor zijn ze overwegend nat en komen er talrijke brongebieden voor. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Ook dienen ontwikkelingen bij te dragen aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ‘natte voet’ van de stuwwal (kwelzone, brongebied) en deze beter zichtbaar maken. ‘Dekzandvlakte en ruggen’ (Vinckenweg 18) De dekzandgronden worden gekenmerkt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De dekzandgebieden zijn voor het overgrote deel in cultuur gebracht als essenlandschap, oude hoevenlandschap en heide-ontginningslandschap. Kenmerkend reliëf is op veel plaatsen vervlakt, b.v. door egalisaties ten behoeve van de landbouw. Als ontwikkelingen plaatsvinden dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar maken en beleefbaar maken van hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn uitgangspunt bij inrichting. De strekkingsrichting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, dient uitgangspunt te zijn. Hiermee dient bij de planuitwerking rekening te worden gehouden.
30
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' De nog aanwezige kenmerken van het oorspronkelijk landschap worden binnen het voornemen niet aangetast. Voorliggende ontwikkeling kent een dusdanig kleine aard en omvang dat het geen onevenredige gevolgen heeft voor de natuurlijke gronden en systemen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Natuurlijke laag”. 2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is aangeduid met verscheidende gebiedstypen. De gebiedstypen binnen het plangebied zijn in afbeelding 4.4 indicatief weergegeven (aangegeven met de gekleurde sterren, zie paragraaf 1.2 voor de ligging per erf).
Afbeelding 4.4
Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
‘Jonge heide- en broekontginningslandschap’ (Vinckenweg 18) Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het 'inbreidings'landschappen met rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. 'Oude hoevenlandschap' (Voorboersweg 6) Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen.
Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
31
karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. 'Maten- en Flierenlandschap' (Laagseweg 74) Het maten en flierenlandschap is een laaggelegen kleinschalig landschap dat zich langs de beken, in de natuurlijke laagten heeft ontwikkeld. Langs de ontwateringssloten haaks op de beek werd vaak hakhout aangeplant. Dit diende tevens als perceelsafscheiding – daar, waar de ontwateringssloot niet altijd watervoerend – was in geval van beweiding. Het Maten en Flierenlandschap is veelal de contramal van het essenlandschap en het oude hoevenlandschap en was daar functioneel aan verbonden. Als ontwikkelingen plaats vinden in of nabij het Maten en Flierenlandschap, dan dragen deze bij aan versterking van het historische lineaire landschap met open ‘kamers’ en coulissen, aan accentuering van de overgang naar hogere gronden, de toegankelijkheid, de beleefbaarheid en het vasthouden van water. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' In het ruimtelijk kwaliteitsplan is rekening gehouden met de gebiedskenmerken ter plaatse (zie bijlage 1 bij deze toelichting). Er is sprake van een zorgvuldige inbedding van de (nieuwe) bebouwing in de omgeving. Daarnaast wordt onder andere groen aangeplant en worden de kenmerkende structuren ter plaatse behouden en/of versterkt.
Tot slot wordt een groot oppervlak aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt, waardoor eveneens wordt bijgedragen aan verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Gezien het vorenstaande is de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met de ter plekke geldende gebiedskenmerken van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”. 3. De 'Laag van beleving' Het plangebied is enkel ter plaatse van de Laagseweg 74 aangeduid met een kenmerk van de 'Laag van beleving'. Het plangebied binnen deze laag is in afbeelding 4.5 indicatief weergegeven (aangegeven met de gekleurde sterren, zie paragraaf 1.2 voor de ligging per erf).
Afbeelding 4.5
Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)
'Donkerte' Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de ‘buitengebieden’ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ‘s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ‘luwe’ dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige ‘donkere’ gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau 32
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze ‘s nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de ‘lichte’ gebieden. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van beleving' De gewenste ontwikkeling brengt geen onevenredige toename van kunstlicht met zich mee. Er is daarentegen ter plaatse sprake van een permanente afname van bebouwing, hetgeen tevens een afname van verlichting in het buitengebied tot gevolg heeft. Gelet op vorenstaande kan gesteld worden dat voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot onaanvaardbare gevolgen in relatie tot het aspect ‘donkerte’, maar daarentegen juist positief van invloed is. Dit brengt met zicht mee dat voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de “Laag van beleving”. 4.2.4
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hierna behandeld. 4.3.1
Structuurvisie Tubbergen
4.3.1.1 Algemeen Op 14 maart 2016 heeft de gemeenteraad van Tubbergen de structuurvisie gemeente Tubbergen 'Op en top Tubbergen' vastgesteld. Het is een actueel strategisch beleidsdocument, waarin belangen worden gedefinieerd en ruimtelijke keuzes worden uitgewerkt, die gebaseerd zijn op sociaal-maatschappelijke, demografische - en ruimtelijke ontwikkelingen en trends. In een groot aantal documenten en visies voor thema's en gebieden, is het beleid van de gemeente Tubbergen uitgewerkt. De structuurvisie vormt hiervoor de koepel. De structuurvisie omvat daarnaast de hoofdlijnen van actueel beleid. 4.3.1.2 Geen 'verstedelijking' van het landelijk gebied Wonen en werken in het buitengebied is aantrekkelijk. Dit mag echter niet ten koste gaan van de kwaliteiten en de belangrijkste functies in het gebied: landbouw, natuur en recreatie. Het gemeentelijk beleid voor nieuwe bebouwing en functies is daarom terughoudend. Kwaliteit door dynamiek is daarbij het motto. Voorwaarde is dat elke ontwikkeling goed landschappelijk ingepast wordt, gebaseerd op de gebiedskenmerken. Wat echter voor een specifieke ontwikkeling op een specifieke locatie, een goede inpassing is, is maatwerk. Belangrijke instrumenten zijn net als voor de kernen het bestemmingsplan en de welstandsnota.
Voor het buitengebied zijn daarnaast ‘de beleidslijn rood-voor- rood‘, ‘het VAB+-beleid’, 'het ‘cascobeleid’ en de ‘Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving’ van belang. 4.3.1.3 Rode draad - Wonen Buitengebied Aantrekkelijk wonen is een belangrijke troefkaart van Tubbergen. Die kracht wil de gemeente verder versterken, samen met de bewoners. Met nieuwe verzoeken voor woningen in het buitengebied gaat de gemeente echter terughoudend om. De landschappelijke kwaliteiten staan in het buitengebied voorop en leegstand van oudere woningen moet worden voorkomen. Onder voorwaarden zijn er beperkte mogelijkheden voor nieuwe burgerwoningen, bijvoorbeeld wanneer gebruik gemaakt wordt van de ‘rood-voor-rood-regeling’ of de ‘regeling nieuwe landgoederen’. Hiervoor zijn specifieke beleidsrichtingen opgesteld waarnaar de gemeente graag verwijst. Daarnaast houdt de gemeente haar ogen en oren open voor unieke en vernieuwende initiatieven, die bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en vitaliteit van Tubbergen.
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
33
4.3.1.4 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie Tubbergen Voorliggende ontwikkeling gaat hoofdzakelijk uit van het slopen van landschapsontsierende bebouwing en het toevoegen van één (compensatie)woning en het behoud van een bijgebouw in het buitengebied van de gemeente Tubbergen, conform het van toepassing zijnde gemeentelijke beleid (zie paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 van deze toelichting). Het voornemen wordt landschappelijk ingepast en heeft, onder meer vanwege de inpassing en het verwijderen van landschapsontsierende bebouwing, een forse impuls in de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg. Voorgenomen ontwikkeling is dan ook in lijn met de structuurvisie Tubbergen. 4.3.2
Beleidsnotitie Rood voor Rood met gesloten beurs 2014
4.3.2.1 Algemeen De 'Beleidsnotitie Rood voor Rood met gesloten beurs 2014' van de gemeente Tubbergen is op 15 december 2014 vastgesteld. Het hoofddoel is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De realisatie van dit doel vindt plaats door de sloop van landschapsontsierende (agrarische) bedrijfsgebouwen en door overige verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt het plan getoetst aan de van belang zijnde voorwaarden van het inhoudelijk kader. 4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan het inhoudelijk kader 'Beleidsnotitie Rood voor Rood' Relatie sloop en bouwkavel Ter compensatie voor onder andere de sloop van minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing kan onder voorwaarden één (of meer) bouwkavel(s) voor een woning worden toegekend. In voorliggend geval wordt in totaal (335 m² Vinckenweg + 571 m² Voorboersweg + 100 m² Laagseweg =) 1.006 m² landschapsontsierende bebouwing verwijderd in het kader van Rood voor Rood. Hiervan wordt 924 m² gesloopt en wordt de overige 82 m² (wagenschuur, Vinckenweg 18) opgeknapt, waardoor deze niet langer als landschapsontsierend wordt aangemerkt. Het behoud van dit bijgebouw is onder meer gezien de erfopzet gewenst en het gebouw wordt op basis van een andere regeling (Schuur voor Schuur) opnieuw mogelijk gemaakt (zie paragraaf 4.3.3 van deze toelichting).
De 82 m² behoort ondanks het behoud tot de sloopmeters, aangezien evenals bij sloop landschapsontsierende bebouwing komt te vervallen en deze oppervlakte zoals reeds vermeld weer opnieuw mogelijk wordt gemaakt (ter compensatie van de sloop aan de Laagseweg 74, zie paragraaf 4.3.3 van deze toelichting). Op basis van het verwijderen van de ruim 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing is de realisatie van een compensatiekavel mogelijk. Voor wat betreft de maatvoering van de nieuwe woonbebouwing wordt aangesloten bij het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' van de gemeente Tubbergen. Zo bedraagt de inhoud van de woning en de daarbij behorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, ten hoogste 1.000 m³. Bij de compensatiewoning is daarnaast maximaal 100 m2 aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan. De omvang van de compensatiekavel voldoet tevens aan het maximum van 1.200 m2. De hiervoor genoemde uitgangspunten zijn doorvertaald op de verbeelding en/of in de regels van dit bestemmingsplan. Situering bouwkavel en gebiedsdifferentiatie Uitgangspunt is het terugbouwen op de slooplocatie. Hieronder wordt verstaan dat de bouwkavel op de slooplocatie wordt gesitueerd.
In het beleid is de volgende uitzondering opgenomen: "In afwijking van terugbouwen op (één van de) het bouwblok(ken)/bouwperce(e)l(en), kan aansluitend aan of in de nabijheid van het bouwblok teruggebouwd bouwen. De ruimtelijke kwaliteit moet hierbij voorop blijven staan. Dit zal per situatie bekeken moeten worden." In voorliggend geval wordt deze uitzondering toegepast, aangezien de compensatiekavel op een naastgelegen perceel, aansluitend aan het erf aan de Vinckenweg 18, wordt gesitueerd. Dit is bepaald in overleg met het gemeentelijk Kwaliteitsteam, aangezien dit beter past binnen het beeld van de omgeving en daardoor ten goede komt van de ruimtelijke kwaliteit. De ontwikkeling van de compensatiewoning sluit op deze wijze namelijk goed aan op de bestaande bebouwing en de bestaande erfstructuren in de omgeving (zie ook hoofdstuk 3 van en bijlage 1 bij deze toelichting). De bouwkavel voor een compensatiewoning mag geen onevenredige aantasting van agrarische en andere belangen in de omgeving veroorzaken. Voorkomen moet worden dat de toekenning van een bouwkavel voor een woning ten koste gaat van het functioneren en de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving. Van aantasting is geen sprake. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.5 en 5.6 van dit bestemmingsplan.
34
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
Tegenprestatie/ compensatie De kwalitatieve inpassing in het landschap dient niet alleen architectonisch, maar ook landschappelijke door middel van een erfinrichtingsplan gewaarborgd te zijn. Onder meer de erfinnrichtingsplannen ten behoeve van voorliggend initiatief zijn opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. In dit geval bestaat de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit uit het verwijderen van landschapsontsierende bebouwing (met asbest), het landschappelijk inpassen van het plangebied en het versterken van een bomenrij met zomereik. In hoofdstuk 3 is eerder nader ingegaan op de landschappelijke inpassing van de locaties. Beeldkwaliteit De kwaliteit van de compensatiewoning dient, conform het Rood voor Rood beleid, gewaarborgd te zijn door een beeldkwaliteitsplan (architectonisch). Ten behoeve van deze eis en in het kader van de welstand is een algemeen beeldkwaliteitsplan Rood voor Rood opgesteld (zie bijlage 2 bij deze toelichting), deze vormt het aanvullende toetsingskader voor wat betreft de welstandscriteria. Ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuw te bouwen woning zal de welstandstoets plaatsvinden op basis van de criteria die in het beeldkwaliteitsplan zijn opgenomen. 4.3.3
Beleidsregel Schuur voor schuur gemeente Tubbergen 2018; eerste herziening
4.3.3.1 Algemeen De Schuur voor schuur-regeling is onder andere van toepassing op bouwlocaties waar een woonbestemming geldt en houdt onder meer in dat extra oppervlakte vrijstaande bijgebouwen bij burgerwoningen gerealiseerd kan worden. Voor het beleid is een aantal uitgangspunten gehanteerd: Leegstaande schuren zijn een primaire verantwoordelijkheid van de eigenaren; Het gaat om een extra mogelijkheid voor leegstaande schuren, naast bestaand instrumentarium als rood voor rood en functieverandering; De gewijzigde economische omstandigheden, de gewijzigde rol, functie en omvang van de agrarische sector leiden tot meer functiemenging in het buitengebied; Ontstening: er moet vanaf een toename bebouwing van meer dan 100 m² een veelvoud gesloopt worden dan er elders wordt teruggebouwd; Stimulans om vooral asbestschuren te slopen; Stimulans om te slopen; Zo eenvoudig mogelijk; De Schuur voor schuur-regeling van de gemeente Tubbergen kent een aantal spelregels. In de volgende tekst wordt het voornemen puntsgewijs getoetst aan de voorwaarden binnen deze spelregels. 4.3.3.2 Spelregels De volgende spelregels zijn van toepassing ten aanzien van het voornemen: 1. In ruil voor de mogelijkheid om extra bebouwing te kunnen realiseren, moet elders een veelvoud aan schuren worden gesloopt.
Hierbij geldt in voorliggend geval de volgende sloopverhouding: Oppervlakte extra te Met asbesthoudende golfplaten Zonder asbesthoudende golfplaten bouwen Tot 100 m² 1:1 1:2 2. Sloop- en bouwlocaties die betrekking hebben op hetzelfde plan, bevinden zich in de gemeente Dinkelland of Tubbergen, in het buitengebied. 3. Sloop van een deel van het erf is mogelijk. 4. Schuren moeten in het geheel worden ingezet in de Schuur voor schuur-regeling. Enkel schuren waarvoor vergunning voor bouwen is verleend en welke daadwerkelijk aanwezig zijn, komen in aanmerking voor deelname aan de schuur voor schuur-regeling. In afwijking daarvan komen ook schuren zonder bouwvergunning in aanmerking, indien is aangetoond dat deze op 31 december 2017 reeds aanwezig waren. 5. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. 6. Indien er (nog) geen bouwer bekend is, kan toch tot sloop worden over gegaan. In dat geval kan men een voucher aanvragen bij de gemeente (brief van de gemeente waarin staat dat men (exact omschreven) schuren kan slopen en dat de oppervlakte van die schuren nog 5 jaar kan worden ingezet voor de schuur voor schuurregeling). bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
35
Opgemerkt wordt dat het schuur voor schuur-beleid enkel bepaalt onder welke voorwaarden extra bebouwingsmogelijkheden toegekend kunnen worden. Uiteraard zal te allen tijde moeten worden voldaan aan bestaande eisen op het gebied van milieuregelgeving, bereikbaarheid, parkeren, ruimtelijke kwaliteit, enzovoort. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan spelregels 'Beleidsregel Schuur voor schuur' In voorliggend geval is de toetsing aan de spelregels als volgt: 1. Aan de Laagseweg 74 bevinden zich twee schuren (61 m² en 81 m²) die gesloopt worden en geen onderdeel uitmaken van de Rood voor Rood-regeling (zie paragraaf 4.3.2 van deze toelichting). Eén van deze twee schuren (81 m²) is asbesthoudend. Er mag daarom (81 m² + 61 m² * 0,5) = 111,5 m² extra aan bijgebouwen worden gerealiseerd. 2. Alle locaties die bij voorliggend voornemen betrokken zijn, bevinden zich in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. 3. Enkel de twee landschapsontsierende schuren, die geen onderdeel zijn van de toepassing van de Rood voor Rood-regeling, worden in het kader van de Schuur voor schuur-regeling benut. 4. De twee desbetreffende schuren worden in het geheel ingezet. Deze schuren komen hiervoor in aanmerking. 5. De planologische bouwmogelijkheden voor alle betrokken locaties worden binnen voorliggend bestemmingsplan aangepast aan de nieuwe situatie. 6.
In voorliggend geval zal hiervan gebruik worden gemaakt. Met de extra vierkante meters aan bijgebouwen wordt op basis van Schuur voor Schuur de realisatie/het behoud van de wagenberging (82 m²) aan de Vinckenweg 18 mogelijk gemaakt. Deze wordt, zoals eerder vermeld, opgeknapt en landschappelijk ingepast. Hierdoor is niet langer sprake van een landschapsontsierend bijgebouw. Het voornemen heeft een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van het beëindigen van leegstaande (asbesthoudende) schuren. Het voornemen zal daarnaast voldoen aan de geldende eisen op het gebied van milieuregelgeving, bereikbaarheid, parkeren, ruimtelijke kwaliteit, et cetera (zie hiervoor hoofdstuk 3, 5 en 6 van deze toelichting). 4.3.4
Woonvisie 2016+
4.3.4.1 Algemeen De provincie Overijssel heeft met de Twentse gemeenten (waaronder Tubbergen) woonafspraken gemaakt over de woningbouwprogrammering binnen de regio Twente. Hierbij zijn afspraken gemaakt over de hoeveelheid woningen die gemeenten in de komende jaren gaan bouwen binnen deze regio. Op 13 juli 2016 is de gemeentelijke woonvisie vastgesteld door de gemeenteraad van Tubbergen. De visie vorm de basis voor strategische afwegingen omtrent het thema wonen. Hoofddoel is het versterken van de woonaantrekkelijkheid van de gemeente, middels een drietal ambities: Attractieve kernen - kwaliteitsslag; Vitale kernen - beschikbaarheid; Betaalbare kernen - betaalbaarheid. 4.3.4.2 Woningbouwopgave De gemeente wenst te voorzien in de lokale woningbehoefte volgens Primos 2013 voor de periode 2015-2024, één en ander volgens de regionale afspraken en de bestuursovereenkomst met de provincie Overijssel. De gemeente dient voor de realisatie van nieuwe plancapaciteit te voldoen aan het volgende: De nieuwe plancapaciteit geeft invulling aan de gemeentelijke beleidsdoelen, zoals het realiseren van levensloopbestendige woningen en goedkope woningen voor starters.
Afhankelijk van de locatie kunnen ook woningen voor andere doelgroepen worden gebouwd; Prioriteit wordt toegekend aan aanvragen voor de benutting van kleinschalige locaties (geen stedelijke ontwikkelingen) voor herstructurering of transformatie. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk, mits voldaan wordt aan een aantal nader gestelde eisen; Plannen die binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma passen, moeten binnen een periode van drie jaar (nadat positief principebesluit is verzonden) in procedure worden gebracht. Als dat achterwege blijft, vervalt de (contingents)reservering. De woonvisie beschrijft dat kwantitatief gezien voor de gehele gemeente sprake is van een additionele woningbehoefte van 290 nieuwe woningen van 2020 tot 2024 (exclusief sloop). Deze gemeentelijke behoefte is voor een deel verdeeld over de plaatsen binnen de gemeente.
36
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
In principe is het, vanwege zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, niet toegestaan in het buitengebied extra burgerwoningen te bouwen. De mogelijkheid bestaat dat dit ten koste gaat van de basisfuncties landbouw, landschap en natuur. Een uitzondering op dit principe zijn onder andere nieuwe burgerwoningen die worden gebouwd in het kader van de Rood-voor-Rood-regeling. Het overige deel van de gemeentelijke behoefte is daarom gereserveerd voor woningen in het buitengebied, gebaseerd op de ervaringen in de afgelopen jaren met de toepassing van regelingen als Rood voor Rood en Rood voor Groen. In de kern Geesteren zijn dit 5 woningen. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de gemeentelijke woonvisie Voorliggend bestemmingsplan voorziet hoofdzakelijk in de realisatie van één compensatiewoning, in het kader van Rood voor Rood. Voor dergelijke ontwikkelingen is ruimte gereserveerd. De compensatiewoning past hierbinnen en daarmee binnen het gemeentelijke woningbouwprogramma. Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met de gemeentelijke woonvisie. 4.3.5
Casco-benadering in Noordoost-Twente
4.3.5.1 Algemeen In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.
4.3.5.2 Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het ‘kleinschalige groene karakter’ van het landschap in totaliteit. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel. Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren
Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Te compenseren elementen Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie).
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
37
4.3.5.3 Toetsing van het initiatief aan de 'Casco-benadering in Noordoost-Twente' Het plangebied bevat ter plaatse van de Laagseweg 74 en rondom de Voorboersweg 6 structuren in de vorm van lijnelementen die onderdeel zijn van het Casco. Deze structuren blijven binnen voorliggend voornemen behouden en worden ter plaatse van de Voorboersweg 6 versterkt (zie ook paragraaf 3.1.3 van en bijlage 1 bij deze toelichting). Gelet op vorenstaande en de beoogde ontwikkeling zijn geen belemmeringen ten aanzien van de casco-benadering en worden geen nadere voorwaarden gesteld. 4.3.6
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
38
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage. Opgemerkt wordt dat in dit hoofdstuk hoofdzakelijk wordt ingegaan op de binnen voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakte nieuwe milieugevoelige object, namelijk de compensatiewoning aan de Vinckenweg 18. Ter plaatse van de overige locaties is sprake van bestaande milieugevoelige objecten. Enkel daar waar van belang is, wordt op de overige locaties ingegaan.
5.1 Geluid 5.1.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2
Situatie plangebied
Het voornemen voorziet in de realisatie van een geluidgevoelig object, namelijk een compensatiewoning aan de Vinckenweg 18. De bestaande woning binnen het plangebied blijft ongewijzigd en dient dan ook niet te worden getoetst. 5.1.2.1 Industrielawaai In de omgeving van de Vinckenweg 18 is geen gezoneerd bedrijventerrein aanwezig, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder. Het aspect industrielawaai is dan ook niet van toepassing voor het plangebied. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woonfunctie wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (Milieuzonering). 5.1.2.2 Railverkeerslawaai Railverkeerslawaai wordt in dit geval eveneens buiten beschouwing gelaten, omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op zeer ruime afstand van de desbetreffende locatie aan de Vinckenweg 18 is gelegen. 5.1.2.3 Wegverkeerslawaai In artikel 74.1 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben. Deze zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2). De compensatiewoning ligt in “buitenstedelijk” gebied en binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone als bedoeld in art. 74 van de Wet geluidhinder, namelijk de zone van de Vinckenweg, Breemhaarsweg en Vermolenweg. Deze buitenwegen worden hoofdzakelijk gebruikt door bestemmingsverkeer.
De verkeersintensiteit ter plaatse van deze wegen is hierdoor relatief laag. Tevens wordt de compensatiewoning op relatief grote afstand van de wegen gerealiseerd. Vanwege deze beperkte verkeersintensiteit en relatief grote afstand wordt verwacht dat als bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
39
gevolg van deze wegen aan de voorkeurswaarde van 48 dB wordt voldaan. Nader onderzoek met betrekking tot wegverkeerslawaai is op basis van bovenstaande niet noodzakelijk, aangezien plaatse van de compensatiewoning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten is. 5.1.3
Conclusie
De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
5.2 Bodemkwaliteit 5.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of wijzigingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.2.2
Situatie plangebied
Ter plaatse van alle drie de erven binnen het plangebied heeft onderzoek in het kader van de bodemkwaliteit plaatsgevonden. De uitgevoerde onderzoeken worden in onderstaande tekst per erf kort beschreven. 5.2.2.1 Vinckenweg 18 (sloop- en bouwlocatie) Ter plaatse van de Vinckenweg 18 heeft in december 2019 een verkennend en (nader) asbestbodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 plaatsgevonden. Het gehele rapport, inclusief vooronderzoek, is opgenomen in bijlage 3 bij deze toelichting. Daarnaast is in augustus 2020 ter plaatse van druppelzone A nog een intensiever nader asbestonderzoek conform NEN 5707 uitgevoerd, zie hiervoor bijlage 4 van deze toelichting. De onderzoeksresultaten worden in de volgende tekst kort beschreven. Resultaten verkennend en (nader) asbestbodemonderzoek In het grondwater is een lichte verontreiniging aangetoond. In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. Aangezien de tussenwaarde niet wordt overschreden, is geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. Druppelzone A is asbesthoudend, het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het asbestgehalte gaf aanleiding voor een nader asbestonderzoek, hieruit is geen asbestverontreiniging gebleken. Het aangetroffen gehalte in druppelzone A is ruim lager dan de interventiewaarde.
Resultaten nader asbestbodemonderzoek Uit het nader asbestonderzoek blijkt dat de toplaag ter plaatse van de druppelzone niet verontreinigd is met asbest. In het nader asbestonderzoek is de bodem intensiever onderzocht dan in het verkennend asbestbodemonderzoek. Op basis hiervan worden de resultaten van het nader asbestonderzoek als representatief geacht. Vanuit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging, aangezien de druppelzone niet verontreinigd is met asbest. De bodem wordt (mede op basis van eerder bodemonderzoek) geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). 5.2.2.2 Voorboersweg 6 (slooplocatie) Voor de locatie aan de Voorboersweg 6 is in december 2019 een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd ter plaatse van de te wijzigen locatie (de slooplocatie). Hiervoor wordt verwezen naar bijlage 5 bij deze toelichting. Vervolgens is in maart 2020 een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform NEN 5797 (zie bijlage 6 bij deze toelichting). Resultaten vooronderzoek Op de daken van de te slopen bebouwing liggen asbesthoudende golfplaten. Aan de west- en oostzijde watert het hemelwater via de asbesthoudende golfplaten af op onverhard terrein. Hier is sprake van asbestverdachte druppelzones. Er is verder geen informatie beschikbaar, waaruit blijkt dat de bodem mogelijk verontreinigd is. De 40
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
onderzoekslocatie kan daarom, op de druppelzones na, als onverdacht worden beschouwd. Voor de druppelzones ter plaatse wordt de hypothese “verdacht” gebruikt. Geadviseerd wordt om de locatie te onderzoeken op de aanwezigheid van asbest. Resultaten verkennend asbestonderzoek Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - A, MM FF - B en MM FF - C is ter plaatse van de druppelzones A, B en C asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten in de mengmonsters zijn lager dan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. Er is dan ook geen saneringsnoodzaak. 5.2.2.3 Laagseweg 74 (slooplocatie) Voor de locatie aan de Laagseweg 74 is in december 2019 eveneens een vooronderzoek conform NEN 5725 uitgevoerd ter plaatse van de te wijzigen locatie (de slooplocatie). Zie hiervoor bijlage 7 bij deze toelichting. Vervolgens is in maart 2020 een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd, conform NEN 5797 (zie bijlage 8 bij deze toelichting). Resultaten vooronderzoek Op de daken van de te slopen stal en varkensstal liggen asbesthoudende golfplaten. Aan de noord- en/of zuidzijde van deze stallen watert het hemelwater via de asbesthoudende golfplaten af op onverhard terrein. Hier is sprake van een asbestverdachte druppelzone. Er is verder geen informatie beschikbaar, waaruit blijkt dat de bodem mogelijk verontreinigd is.
De onderzoekslocatie kan daarom, op de druppelzones na, als onverdacht worden beschouwd. Voor de druppelzones ter plaatse van de te slopen stallen wordt de hypothese “verdacht” gebruikt. Geadviseerd wordt om de locatie te onderzoeken op de aanwezigheid van asbest. Resultaten verkennend asbestonderzoek Visueel is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - A, MM FF - B en MM FF - C is ter plaatse van de druppelzones A, B en C asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten in de mengmonsters zijn lager dan de toetsingswaarde voor nader onderzoek. Er is geen saneringsnoodzaak. 5.2.3
Conclusie
Het aspect bodem vormt geen belemmering voor voorliggend initiatief.
5.3 Luchtkwaliteit 5.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In bijlage 2 van de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen); 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.
Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
41
woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2
Onderzoeksresultaten luchtkwaliteit
Verkeersbewegingen kunnen van invloed zijn op de luchtkwaliteit. Binnen voornemen wordt één functie, in de vorm van een compensatiewoning, toegevoegd in het buitengebied van Tubbergen. Dit zorgt, zoals beschreven in paragraaf 3.2 van deze toelichting, slechts voor een beperkte toename van verkeersbewegingen. Daarnaast komt binnen het voornemen een agrarisch bouwvlak in het buitengebied van Tubbergen permanent te vervallen (Voorboersweg 6). In de toekomst zijn hier dan ook niet langer agrarische bedrijfsactiviteiten toegestaan, waardoor tevens de bijbehorende verkeersbewegingen komen te vervallen. Per saldo is hierdoor naar verwachting sprake van een daling van het aantal verkeersbewegingen in het buitengebied van Tubbergen, hetgeen gunstig is voor de luchtkwaliteit ter plaatse. In paragraaf 5.3.1.1 is een lijst met categorieën van gevallen beschreven, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tevens wordt opgemerkt dat de nieuwe functie niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen. 5.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
5.4 Externe veiligheid 5.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het vervoer van gevaarlijke stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
42
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden- en het groepsrisico. 5.4.2
Beoordeling
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond de plangebieden. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot de locatie voor de compensatiewoning weergegeven.
Afbeelding 5.1 Uitsnede Risicokaart (Bron: Riscicokaart)
Ten zuiden van de nieuwe woonfunctie aan de Vinckenweg 18 bevinden zich een vuurwerkbewaarplaats (westelijke inrichting) en een autobedrijf met tankstation (vulpunt, LPG-reservoir en afleverinstallatie (oostelijke inrichting). Voor de vuurwerkbewaarplaats geldt dat maximaal 33 meter afstand moet worden gehouden, deels afhankelijk van de richting, en voor het autobedrijf met tankstation geldt dat maximaal 150 meter afstand moet worden gehouden. De nieuwe woonfunctie ligt, met minimaal 500 meter afstand van deze inrichtingen, op ruim voldoende afstand van beide reeds vermelde functies. Uit de inventarisatie blijkt dan ook dat de locatie voor de nieuwe woonfunctie: zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen 5.4.3
Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid. bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
43
5.5 Milieuzonering 5.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of een 'gemengd gebied'. Een 'rustige woonwijk' is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor en langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Ook in dit geval wordt er enkel gekeken naar de bouwlocatie, aangezien het slopen van leegstaande schuren geen negatieve gevolgen voor de omgeving met zich zal meebrengen. Het plangebied is gelegen in het buitengebied en aan te merken als het omgevingstype 'rustige woonwijk'.
De volgende tabel geeft de richtafstanden voor de verschillende omgevingstypes weer. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3
Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m
44
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
6
1.500 m
5.5.3
1.000 m
Beoordeling
Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking). 5.5.3.1 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In voorliggend geval wordt een compensatiewoning toegevoegd ter plaatse van agrarische grond. De functie 'wonen' betreft geen milieubelastende activiteit voor de omgeving. Van enige vorm van aantasting van het woonen leefklimaat van omwonenden is dan ook geenszins sprake. Uit onderstaande paragraaf blijkt daarnaast dat, als gevolg van de ontwikkeling, eveneens geen sprake is van hinder of belemmeringen voor de bedrijven in de omgeving. 5.5.3.2 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten.
In de directe nabijheid van de beoogde woonfunctie aan de Vinckenweg 18 bevinden zich hoofdzakelijk andere woonfuncties. Dit zijn, zoals reeds vermeld, geen milieubelastende activiteiten en deze vormen dan ook geen belemmering voor het voornemen. De beoogde woonfunctie vormt, om dezelfde reden, omgekeerd eveneens geen belemmering voor de bestaande omliggende woonfuncties. De dichtstbij gelegen milieubelastende activiteiten zijn de sportfuncties die zijn toegestaan aan de Vinckenweg 14. Op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' is ter plaatse van deze locatie maximaal milieucategorie 3.1 toegestaan. Voor dergelijke functies geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', een richtafstand van 50 meter (uitgaande van een 'rustige woonwijk'). Aan deze richtafstand wordt met 220 meter afstand van deze locatie tot de nieuwe woonfunctie ruimschoots voldaan. De sportfuncties vormen dan ook geen belemmering voor het voornemen en het voornemen vormt omgekeerd eveneens geen belemmering voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de sportfuncties. In de directe omgeving bevinden zich daarnaast verder geen andere milieubelastende functies. In voorliggend geval wordt ruimschoots aan de richtafstand voldaan.
Gezien de afstand tot omliggende milieubelastende functies wordt ervan uitgegaan dat ter plaatse van de nieuwe woonfunctie sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. De in de omgeving voorkomende bedrijven worden eveneens niet belemmerd door de in dit plan besloten ontwikkeling. Zekerheidshalve wordt daarnaast nog opgemerkt dat voor het milieugevoelige object (reguliere woning) aan de Voorboersweg 6 sprake is van een bestaande situatie, aangezien zich hier reeds een milieugevoelig object (bedrijfswoning) bevindt. 5.5.4
Conclusie
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
45
5.6 Geur 5.6.1
Algemeen
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odeur units per kubieke meter lucht. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten.
Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Dit wordt 'de omgekeerde werking' genoemd. 5.6.2
Situatie plangebied
In het kader van de toetsing aan de Wgv dient beoordeeld te worden of er sprake is van de realisatie van een 'geurgevoelig object'. Op grond van het bepaalde in artikel 1 van de Wgv is een geurgevoelig object als volgt gedefinieerd: gebouw bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruik. Binnen voorliggend voornemen wordt een nieuw geurgevoelig object toegestaan, namelijk de compensatiewoning aan de Vinckenweg 18. In de directe omgeving van deze locatie bevinden zich geen locaties voor agrarische bedrijven. De dichtstbijzijnde locatie is gelegen op circa 350 meter afstand, ten noorden van het nieuwe geurgevoelige object. Op basis van artikel 14 van de Wgv geldt een vaste afstand van 50 meter tot een (intensieve) veehouderij. Hieraan wordt ruimschoots voldaan. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf wordt niet in de bedrijfsvoering belemmerd als gevolg van de ontwikkeling. 5.6.3
Conclusie
Op basis van de Wgv en een goede ruimtelijke ordening zijn geen belemmeringen voor de realisatie van het plan.
5.7 Ecologie 5.7.1
Algemeen
Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuur Netwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.
46
bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
5.7.2
Gebiedsbescherming
5.7.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van de NNN geldt het 'nee, tenzij'- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. De ligging van het plangebied ten opzichte van de nabij gelegen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (aangegeven met de gekleurde sterren, zie paragraaf 1.2 voor de ligging per erf) is opgenomen in afbeelding 5.2.
Afbeelding 5.2 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden & NNN (Bron: Provincie Overijssel)
5.7.2.2 Natura 2000-gebieden In de Wet natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in nationale wetgeving verankerd. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het plangebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied (bruin gestreepte gebieden), zie afbeelding 5.2. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is, onder meer vanwege de sloop- en bouwwerkzaamheden, de landschapsmaatregelen en het toevoegen van een woonfunctie, inzicht in de te verwachten effecten op nabijgelegen Natura 2000-gebieden nodig. BJZ.nu heeft in het kader hiervan stikstofberekeningen uitgevoerd met behulp van de voorgeschreven rekentool AERIUS Calculator 2019A (zie bijlage 9 bij deze toelichting). De berekeningen worden in onderstaande tekst kort beschreven. AERIUS 2019A Om de stikstofdepositie van het voornemen op Natura 2000-gebieden te bepalen zijn twee berekeningen gemaakt, namelijk: een berekening van de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase (1) en als gevolg van de gebruiksfase (2). In de aanlegfase gaat het om de depositie als gevolg van de emissie afkomstig van onder meer voertuigen (bouwverkeer) en werktuigen.
Gebleken is dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is bestemmingsplan Rood voor rood Vinckenweg 18, Voorboersweg 6, Laagseweg 74
47
van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In de gebruiksfase gaat het om de depositie als gevolg van de emissie afkomstig van onder meer gasverbruik en voertuigen (gebruikersverkeer). De compensatiewoning wordt gasloos uitgevoerd en kent daarom geen gasverbruik. Als gevolg van de realisatie van de woning is daarnaast beperkt sprake van nieuwe verkeersbewegingen, zie ook paragraaf 3.2 van deze toelichting. Gebleken is dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling eveneens geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee eveneens geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Opgemerkt wordt daarnaast nog dat, als gevolg van het voornemen, de agrarische bedrijfsmogelijkheden aan de Voorboersweg 6 planologisch gezien permanent komen te vervallen. In de toekomst zijn hier dan planologisch gezien niet langer agrarische bedrijfsactiviteiten toegestaan en ook de verkeersbewegingen van het agrarische bedrijf vervallen. Dit zal, los van deze berekening, ten aanzien van de stikstofdepositie een positief effect hebben op het Natura 2000-gebied.