Bijlage toelichting bp Hondebrink, Mariaparochie.pdf
Tekst van het document
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 8 van 23
Tabel 2: Analysepakket per monster. Monster
Analysepakket
Codering (meng)monster Deellocatie A
Bovengrond (1x)
Standaard pakket
A - BG
Grondwater (1x)
Standaard pakket
PB A1 Deellocatie B
Bovengrond (1x)
Standaard pakket
B - BG Deellocatie C
Bovengrond (1x)
Standaard pakket
C - BG Deellocatie D
Ondergrond (1x)
Standaard pakket
D - OG
Grondwater (1x)
Standaard pakket
PB D1
Grondwater (2x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen
2501 en 2502
Deellocatie E Bovengrond (3x)
E - BG I E - BG II E - BG III
Minerale olie Deellocatie F
Bovengrond (2x) Ondergrond (3x)
Minerale olie en PAK (10)
F - BG I F - BG II F - OG I F - OG II F - OG III
Grondwater (1x)
Standaard pakket en PAK
B
Deellocatie G Bovengrond (1x)
Minerale olie
Bovengrond (1x)
Vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen
Grondwater (1x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, MTBE en ETBE
Kruse Milieu BV
G - BG I
Project: 20024010
Nader te bepalen G1
Pagina 9 van 23
Vervolg tabel 2: Analysepakket per monster. Monster
Analysepakket
Codering (meng)monster Deellocatie H
Bovengrond (2x) Ondergrond (3x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen en MTBE
H - BG I H - BG II H - OG I H - OG II H - OG III
Grondwater (2x)
Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, MTBE en ETBE
A PB1
Deellocatie I Ondergrond (1x)
Standaard pakket
I - OG
Grondwater (1x)
Standaard pakket
I1 Deellocatie J
Bovengrond (1x)
Standaard pakket
J - BG
Grondwater (1x)
Standaard pakket
J1 Deellocatie K
Bovengrond (1x)
Standaard pakket
K - BG I
Bovengrond (1x)
Vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen
Nader te bepalen
Grondwater (1x)
Standaard pakket
K1 Deellocatie L
Grondwater (1x)
Standaard pakket
L1 Overig terreindeel
Bovengrond (2x) Ondergrond (2x)
Standaard pakket
BG I BG II OG I OG II
Grondwater (1x)
Standaard pakket
1
Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats.
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 10 van 23
3.3 Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.
tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.
De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in de kamerbrief “Aanpassing tijdelijke Handelingskader PFAS” van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat d.d. 29 november 2019 en sinds 5 maart 2020 de door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 11 van 23
3.4 Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.
Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 12 van 23
4
Resultaten 4.1 Algemeen
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. 4.2 Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in april 2020 uitgevoerd door de heren R. Veltmaat, N. Pepping en J. Hartman (certificaatnummer K44441/08). De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend. De veldwerkzaamheden zijn geassisteerd door de heer L. Haverkort. Er zijn op 16, 20 en 21 april 2020 in totaal 65 grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor. Zeven diepe boringen zijn afgewerkt tot peilbuis. Vijf bestaande peilbuizen zijn herbemonsterd. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat tot maximaal 3.0 meter diepte is overwegend zeer fijn tot matig fijn zand aangetroffen. In de ondergrond zijn leem-, veen-, roest- en/of oerhoudende lagen aangetroffen.
Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen (zie tabel 3). Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter plekke van deellocaties E, I en J zijn waarnemingen gedaan, die duiden op een verontreiniging met minerale olie. Ter plekke van de deellocaties A, B, C, F, G, H, K, L en M zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Boring F6 is gestaakt op een hard onbekend voorwerp. Tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming Deellocatie D
D1
0.70 - 1.00
Sporen baksteen Deellocatie E
E2
0.08 - 0.60
Zwakke olie/water-reactie
E3
0.08 - 0.50
Matige olie/water-reactie
E4
0.08 - 0.25
Zwakke olie/water-reactie Deellocatie I
I1
Kruse Milieu BV
0.08 - 1.00 1.00 - 1.50
Zwakke olie/water-reactie Zwakke olie/water-reactie, zwakke oliegeur
Project: 20024010
Pagina 13 van 23
Vervolg tabel 3: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Monsterpunt
Diepte (m-mv) Waarneming Deellocatie J
J1
0.13 - 0.40 0.40 - 0.80
Sterke olie/water-reactie, matige oliegeur Matige olie/water-reactie, matige oliegeur
J6
0.12 - 0.60
Zwakke oliegeur Overig terrein
7
0.15 - 0.25
Volledig baksteen (restant vloer)
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de monsterpunten zijn onderstaande (meng)monsters geanalyseerd, zoals in tabel 4 staat omschreven. Zintuiglijk schoon ophoogzand wordt niet of slechts beperkt opgenomen in een mengmonster. De bovengrond mengmonsters worden met name samengesteld uit monsters van de (oorspronkelijke) bovengrond. Tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
Deellocatie A
A - BG
A1 A2 A3 A4 A5
0.21 - 0.71 0.15 - 0.60 0.12 - 0.60 0.40 - 0.80 0.15 - 0.65
Standaard pakket
Deellocatie B B - BG
B1 B2 B3
0.13 - 0.63 0.35 - 0.60 0.14 - 0 .60
Standaard pakket
Deellocatie C C - BG
C1 en C2 C3 C4
0.15 - 0.65 0.16 - 0.66 0.16 - 0.60
Standaard pakket
Deellocatie D D - OG
D1 D2
1.40 - 1.90 1.10 - 1.60
Standaard pakket
Deellocatie E E - BG I (zintuiglijk schoon)
E1 E5
0.08 - 0.50 0.08 - 0.30
Minerale olie
E - BG II (zwak oliehoudend)
E2 E4
0. 08 - 0.58 0.08 - 0.25
Minerale olie
E - BG III (matig oliehoudend)
E3
0.08 - 0.50
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Minerale olie
Pagina 14 van 23
Vervolg tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Traject (diepte in m-mv)
Analyse
Deellocatie F F - OG I (tank)
F1 en F3
0.70 - 1.20 1.10 -1.40
Minerale olie + PAK
F - OG II (tank)
F2
1.10 -1.40
Minerale olie + PAK
F - OG II (leiding)
F4
0.80 - 1.20 1.20 - 1.70
Minerale olie + PAK
F - BG I (afzuigpunt)
F5
0.08 - 0.50
Minerale olie + PAK
F - BG II (ontluchting)
F6
0.08 - 0.50
Minerale olie + PAK
Deellocatie G G - BG I
G1 en G2 G3 en G4
0.07 - 0.57 0.08 - 0.58
Minerale olie
G - BG II
G1
0.30 - 0.50
BTEXN
Deellocatie H H - OG I (tank)
H1
1.00 -1.20
Min. olie + BTEXN + MTBE
H - OG II (tank)
H2
1.00 -1.20
Min. olie + BTEXN + MTBE
H - OG III (tank)
H4
1.50 -1.70
Min. olie + BTEXN + MTBE
H - BG I (ontluchting)
H6
0.20 - 0.40
Min. olie + BTEXN + MTBE
H - BG II (vulpunten)
H5
0.30 - 0.50
Min. olie + BTEXN + MTBE
Deellocatie I I - OG
I1
1.00 - 1.50
Standaard pakket
Deellocatie J
J - BG
J2 J3 F4 J5
0.14 - 0.64 0.30 - 0.80 0.40 - 0.90 0.40 - 0.70
Standaard pakket
Boring J1 (0.4-0.8)
J1
0.13 - 0.40
Minerale olie
Boring J1 (0.8-1.2)
J1
0.80 - 1.20
Minerale olie
Boring J6 (0.12-0.6)
J6
0.12 - 0.60
Minerale olie
Deellocatie K K - BG I
K2 K3 K4
0.13 - 0.63 0.12 - 0.60 0.14 - 0.64
Standaard pakket
K - BG II
K1
0.25 - 0.45
BTEXN
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 15 van 23
Vervolg tabel 4: Samenstelling (meng)monsters. (Meng)monster
Boringnummer
Analyse
Traject (diepte in m-mv)
Overig terrein 1 4 en 5 7 8 9 11
0.50 - 0.80 0 - 0.50 0.25 - 0.75 0.07 - 0.57 0.13 - 0.50 0.0.8 - 0.40
Standaard pakket
BG II
3 12 13 14 15 16
0.30 - 0.80 0.25 - 0.70 0.30 - 0.60 0.40 - 0.80 0.30 - 0.50 0.35 - 0.60
Standaard pakket
OG I
1 3 en 4 A5 B1 K1
0.80 - 1.30 0.90 - 1.40 1.10 - 1.60 1.40 - 1.60 1.20 - 1.70
Standaard pakket
OG II (kruipruimte)
2 10
1.20 - 1.60 1.10 -1.40
Standaard pakket
BG I
De boringen A1, D1, G1, I1, J1, K1 en 1 zijn doorgezet tot maximaal 3.00 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 23 en 28 april 2020 is het grondwater bemonsterd, waaronder uit bestaande peilbuizen 2501, 2502 (deellocatie D), B (deellocatie F), A en PB1 (deellocatie H). Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
A1
1.90 - 2.90
1.10
6.9
378
99
Goed
D1
1.90 - 2.90
1.12
7.0
310
9.22
Goed
2501
1.30 - 1.50
1.05
6.9
538
8.95
Goed
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 16 van 23
Vervolg tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis
Filterstelling (m-mv)
Grondwaterstand (m-mv)
pH (-)
EC (μS/cm)
Troebelheid (NTU)
Toestroming
2502
2.00 - 3.00
1.15
7.1
677
6.95
Goed
B
onbekend
1.05
7.2
200
8.26
Goed
G1
1.90 - 2.90
1.10
6.9
256
30
Goed
A
onbekend
1.05
7.2
322
9.38
Goed
PB1
0.50 - 1.50
0.95
7.1
145
6.96
Goed
J1
2.00 - 3.00
1.16
7.0
572
18
Goed
K1
1.90 - 2.90
1.16
7.2
814
32
Goed
1
2.00 - 3.00
1.11
7.2
668
21
Goed
pH-waarden tussen 5.5 en 7.5, EC-waarden tussen 100 en 1000 μS/cm en een NTU-waarde <10 worden als normaal beschouwd. In het grondwater in de peilbuizen A1, G1, J1, K1 en 1 is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en aben adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3 Resultaten chemische analyses vaste bodem In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit betekent dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).
Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grondmonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond- en interventiewaarden. In de bovengrond B - BG, C - BG, E - BG II, E - BG III, Boring J1 (0.4-0.8) en in het grondwater A1, D1, 2501, 2502, J1, K1 en 1 en 21 zijn enkele zeer lichte tot sterke verontreinigingen aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. De bovengrond A - BG, E - BG I, F - BG I, F- BG II, G - BG, H - BG I, H - BG II, J - BG, Boring J1 (0.8-1.2), Boring J6 (0.12-0.6), K - BG, BG I, BG II, de ondergrond D - OG, F- OG I, F- OG II, F- OG III, H - OG I, H - OG II, H - OG III, I - OG, OG I en OG II en in het grondwater G1, A, PB1 zijn niet verontreinigd.
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 17 van 23
Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. of μg/l). Monster
Component
Achtergrond-1 of Streefwaarde
Interventiewaarde
140 * 68 *
50 65
625 800
0.0305 *
0.02
1.0
425 *
190
5000
Gemeten concentratie
GSSD
Deellocatie A Peilbuis A1
Barium Zink
140 68 Deellocatie B
Bovengrond, B - BG
PCB
0.0061
Deellocatie C Bovengrond, C - BG
Minerale olie
85 Deellocatie D
Peilbuis D1
Barium
91
91 *
50
625
Peilbuis 2501
Xylenen Minerale olie
0.82 61
0.82 * 61 *
0.2 50
70 600
Peilbuis 2502
Minerale olie
66
66 *
50
600
Deellocatie E Bovengrond, E - BG II
Minerale olie
40
200 *
190
5000
Bovengrond, E - BG III
Minerale olie
1600
8000 *
190
5000
70 * 230 *
50 65
625 800
150 * 110 * 0.026 *
50 65 0.01
625 800 70
Deellocatie F Peilbuis B
Barium Zink
70 230 Deellocatie I
Peilbuis I1
Barium Zink Naftaleen
150 110 0.026
Deellocatie J Boring J1 (0.4-0.8)
Minerale olie
3000
15000 ***
190
5000
Peilbuis J1
Barium Xylenen
68 1.2
68 * 1.27
50 0.2
625 70
220 *
50
625
92 *
50
625
92 * 85 *
50 65
625 800
Deellocatie K Peilbuis K1
Barium
220 Deellocatie L
Peilbuis L1
Barium
92 Overig terrein
Peilbuis 1 1
Barium Zink
92 85
AW2000
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 18 van 23
In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4 Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Deellocaties A, B, C, D, F, G, H, I, K en M De huidige en voormalige bedrijfsactiviteiten op deze deellocaties hebben geen aantoonbare of slechts een zeer geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Van de sterke verontreinigingen die in het verleden bij de SP+OBAS (deellocatie D) zijn aangetoond, resteren nu nog slechts (zeer) lichte verontreinigingen met minerale oliecomponenten in het grondwater, die van beperkte omvang zijn. Omdat de deellocaties A (werkplaats), B (werkplaats), C (werkplaats), E (olievlekken), J (stalling), G (tankplaats), H (ondergrondse tankinstallatie) en I (SP+OBAS) nog in gebruik zijn, zal na beëindiging van deze activiteiten alsnog de eindsituatie te worden vastgelegd. Ter plekke van deellocatie I is zintuiglijk olie waargenomen; analytisch wordt dit niet bevestigd.
Geadviseerd wordt de zintuiglijk verontreinigde grond te saneren en af te voeren naar een erkend acceptant. Deellocatie E De lekverliezen van olie op de klinkerverharding heeft plaatselijk de bovengrond verontreinigd. Ter plekke van boring E3 is de toplaag onder de klinkerverharding sterk verontreinigd met minerale olie. De omvang van de olieverontreiniging bij boring E3 beperkt zich vermoedelijk tot de omvang van de vlek op de klinkerverharding tot op een diepte van 0.5 m-mv (1-2 m3). Bij de overige olievlekken is de bovengrond niet aantoonbaar verontreinigd. Geadviseerd wordt de bovengrond ter plekke van de olievlekken te saneren en af te voeren naar een erkend acceptant. Deellocatie J Ter plekke van boring J1 is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetoond in de bodemlaag van 0.13 tot 0.4 m-mv. De bodemlaag vanaf 0.8 m-mv is niet verontreinigd met minerale olie. De horizontale verspreiding van de olieverontreiniging is niet in kaart gebracht, maar wordt op basis van de veldwaarnemingen en resultaten van de overige boringen in de omgeving gering geacht. Een nader bodemonderzoek geeft meer inzicht in de omvang van de olieverontreiniging. Geadviseerd de verontreinigde laag te saneren en af te voeren naar een erkend acceptant. Het grondwater in peilbuis J1 is licht verontreinigd met xylenen.
Dit licht verhoogde gehalte kan in verband worden gebracht met de (voormalige) bedrijfsactiviteiten. Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater van peilbuis J1 is vermoedelijk van nature aanwezig. Deellocatie K De verontreiniging met minerale oliecomponenten, die in het verleden (Kruse Milieu BV, 2009) is aangetoond bij het riool in de Slagenweg, is niet aantoonbaar aanwezig binnen de onderzoekslocatie. Het licht verhoogde bariumgehalte in het grondwater van peilbuis K1 is vermoedelijk van nature aanwezig.
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 19 van 23
Overig terrein De bovengrond (BG I en BG II) en de ondergrond (OG I en OG II) zijn niet verontreinigd. Het grondwater in peilbuis 1 is zeer licht verontreinigd met barium en zink. De licht verhoogde metaalgehalten zijn vermoedelijk van nature aanwezig. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is nader onderzoek niet noodzakelijk.
Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 20 van 23
5
Samenvatting, conclusie en aanbevelingen
Algemeen In opdracht van de Stanly Investments BV is in een verkennend bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terrein ter grootte van circa 6963 m² aan de Almeloseweg 182-182a te Mariaparochie. Het verkennend bodemonderzoek is verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: werkplaats (480 m2); - Deellocatie B: voormalige spuitinrichting (90 m2); - Deellocatie C: voormalige plaatbewerking (280 m2); - Deellocatie D: slibvangput met olie/benzine-afscheider (SP+OBAS) (15 m2); - Deellocatie E: olievlekken op klinkerverharding (< 100 m2); - Deellocatie F: ondergrondse afgewerkte olietank, 20000 liter; - Deellocatie G: tankplaats (150 m2); - Deellocatie H: ondergrondse tankinstallatie (60000 liter) met ontluchting en vulpunten; - Deellocatie I: SP + OBAS (15 m2); - Deellocatie J: voormalige buitenopslag autowrakken (950 m2); - Deellocatie K: spuitcabine met verfopslag (120 m2); - Deellocatie L: grondwaterverontreiniging riolering Slagenweg (<10 m2); - Deellocatie M: waterput (2 m2); - Overig terreindeel, weilanden (6963 m2). Resultaten veldwerk In totaal zijn 65 grondboringen verricht. Er zijn 7 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis. Tevens zijn 5 bestaande peilbuizen herbemonsterd. Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand. Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Er zijn visueel geen asbesthoudende materialen waargenomen.
Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 1.00 meter min maaiveld. Conclusies en aanbevelingen Ter plekke van deellocaties E en J zijn verontreinigingen aangetroffen, die als gevolg van de (voormalige) bedrijfsactiviteiten zijn ontstaan. Om deze terreindelen geschikt te maken voor toekomstig gebruik, is sanering noodzakelijk. Omdat de deellocaties A (werkplaats), B (werkplaats), C (werkplaats), E (olievlekken), J (stalling), G (tankplaats), H (ondergrondse tankinstallatie) en I (SP+OBAS) nog in gebruik zijn, zal na beëindiging van deze activiteiten alsnog de eindsituatie te worden vastgelegd. Ter plekke van deellocatie I is zintuiglijk olie waargenomen; analytisch wordt dit niet bevestigd. Geadviseerd wordt de zintuiglijk verontreinigde grond te saneren en af te voeren naar een erkend acceptant. Het saneren van de sterk verontreinigde grond mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag (gemeente Tubbergen) dient te worden goedgekeurd. Slotconclusie Na sanering van de verontreinigingen ter plekke van deellocaties E, I en J zijn er geen milieutechnische bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren.
De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Omdat de deellocaties A (werkplaats), B (werkplaats), C (werkplaats), E (olievlekken), J (stalling), G (tankplaats), H (ondergrondse tankinstallatie) en I (SP+OBAS) nog in gebruik zijn, zal na beëindiging van deze activiteiten alsnog de eindsituatie te worden vastgelegd. Kruse Milieu BV
Project: 20024010
Pagina 21 van 23