CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage toelichting bp Hondebrink, Mariaparochie.pdf

Commissie Omgeving en Economie 10 januari 2023, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: Bestemmingsplan ''Hondebrink, Mariaparochie''30.866 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

49

om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking.

De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van bijvoorbeeld parkeren. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Het plan kent de bestemmingen Groen, Verkeer en Wonen. Groen Alle structurele en begeleidende groen is in dit bestemmingsplan bestemd als 'Groen'. Deze bestemming is onder andere bedoeld voor groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, kunstwerken en kunstobjecten, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van (hemel)water, in- en uitritten, Speelvoorzieningen zijn overal binnen de bestemming 'Groen' toegestaan. Verkeer Alle gronden waar sprake is van een doorgaande verkeersroute of waar sprake is van een openbaar gebied met een verblijf- en verplaatsingsfunctie voor verkeer zijn bestemd tot 'Verkeer'. Naast wegen, straten en paden worden binnen deze bestemming onder andere parkeervoorzieningen, straatmeubilair, kunstwerken, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van (hemel)water en speelvoorzieningen toegestaan.

50

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

Wonen Alle woonpercelen zijn bestemd als 'Wonen'. Deze bestemming is hoofdzakelijk bedoeld voor het wonen. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor speelvoorzieningen, groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van afvoer, (tijdelijke)berging en infiltratie van hemelwater, parkeervoorzieningen, wegen en paden en tuinen, erven en terreinen. Er zijn gebruiks en/of afwijkingsregels opgenomen in het kader van de uitoefening van een aan-huis-verbonden-beroep of bedrijf, inwoning en bed en breakfast. Omdat de bestemming 'Wonen' de meest voorkomende bestemming binnen het plangebied is, worden de bouwregels binnen deze bestemming kort nader toegelicht. Qua bouwregels is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken geen gebouwen zijnde. Hoofdgebouwen Hoofdgebouwen moeten worden opgericht binnen een bouwvlak. De op de verbeelding weergegeven aanduidingen voor de goot- en bouwhoogte dienen in acht te worden genomen. Er zijn op de verbeelding maxima opgenomen voor het aantal toegestane wooneenheden. Daarnaast is onder meer bepaald dat de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens ten minste 3 meter dient te bedragen. Dit mag 0 meter zijn aan de zijde waar dit noodzakelijk is voor aaneengebouwde of twee aaneengebouwde woningen.

Bijbehorende bouwwerken Bijbehorende bouwwerken mogen binnen het gehele bestemmingsvlak worden opgericht. Ook hiervoor geldt een maximale maatvoering voor wat betreft goot- en bouwhoogte. Daarnaast is buiten het bouwvlak een maximale oppervlaktemaat bepaald en dient een afstand van 2 meter tot de zijdelingse perceelsgrens in acht te worden genomen. Tevens is bepaald dat bijbehorende bouwwerken ten minste 1 meter achter de naar de weg gekeerde gevel of het verlengde daarvan te worden gebouwd. Daarnaast is voor erkers, luifels, balkons en ingangspartijen een uitzondering gemaakt op het voorgaande. Voor hoekpercelen is een aanvullende regeling opgenomen, omdat in dat geval veelal sprake is van twee naar de weg gekeerde gevels. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen het gehele bestemmingsvlak worden bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan. Hierbij is onderscheid gemaakt in erf- en terreinafscheidingen, kunstwerken of speeltoestellen en overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Voor de voorgevel mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen maximaal 1 meter bedragen en achter de voorgevel maximaal 2 meter. De bouwhoogte van kunstwerken of speeltoestellen mag ten hoogste 5 meter bedragen en de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag maximaal 3 meter bedragen.

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

51

52

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

53

54

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel Conform het door de provincie Overijssel gehanteerde beleid is het plan voor vooroverleg verzonden aan de provincie. Waterschap Vechtstromen Het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. Met het doorlopen die digitale toets en met het uitwerken van een waterhuishoudkundig plan is de conclusie dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 19 oktober 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

55

56

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

57

Bijlage 1

58

inrichtingsplan

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

32 30

De

5

vit Kie

28

26

3

1

15 it

inr

11

40

24

0

50

13

15

10

22

00

55 00

tr 4m r = mt 8 gte oo te = oth og go kho no

9

20

0

00

it

12

10

30

0

00

v Kie

it inr

208.11 m2

30

tr 4m r = mt 8 gte oo te = oth og go kho no

KAVEL 15

it

inr

18

De

18

12

10

16

KAVEL 16

KAVEL 14

217.35 m2

322.18 m2

KAVEL 13

ge

316.10 m2 00

55

00

10

tr 6m e = 0 mtr t g o 1 ho goot oogte = nokh

1065 0

00

00 20 00

00

0

30

inrit

5000

00

25

52

50

3500

0

27

4000

37

35

it

.b.

n.t

90 77 65

35

0

60

00

ch re

00

g no ooth kh oo oo gt gt e = e = 6 10 mt m r tr

25

it inr

00 45

rit

KAVEL 9

0 10

it

23

inr

244.10 m2

00

0

KAVEL 2

00

413.73 m2 00

35

50 tr 6m r = 0 mt gte 1 oo e = oth gt go khoo no

185.89 m2

00

20

tr m 4 mtr = 8 te og te = o h g ot oo go okh n

it

30

194.70 m2

00

0

67

10

10

KAVEL 5

10

0

181.18 m2

00

64

8-

35

10

00

25

tr 6m r = 0 mt gte 1 oo e = oth gt go khoo no

KAVEL 6

00

50

inr

12

0

KAVEL 7

00

10

23

10

14

tr m 4 mtr = 8 te og te = o h g ot oo go okh n

38

123.40 m2

KAVEL 4

00

KAVEL 8

g no oot kh ho oo og gt te e = = 6 10 m m tr tr

2

d

249.56 m2

m

pa

KAVEL 3

6

er

0

in

38

18

ov

0

.9

an

09

tv

65

0

63

10

44

ch

10

514.65 m2 10

KAVEL 10 re

KAVEL 1

it

rit

inr

234.72 m2

rit in

g no oot kh ho oo og gt te e = = 6 10 m 2 m tr 185.96 m tr g no oot kh ho oo og gt te e = = 6 10 m 2 m tr 117.90 m tr

0

18

10

KAVEL 19

in

g no oot kh ho oo og gt te e = = 6 10 m m tr tr

5

10

00

0 23 10

ov

er

pa

d

00

tv

an

00

20

270.57 m2

16

236.23 m2

40

40

KAVEL 11

KAVEL 18

51

2

e

fm ia

d

wa

00

g tin

inr

rit

it

in

70

2 10

inr

70

30

20

m

tr 4m r = mt 8 gte oo te = oth og go kho no

8.03 m2

6 8.9

2000

249.66 m

rui

it

2

m

inrit

inr

tr 6m r = 0 mt gte 1 oo e = oth gt go khoo no

KAVEL 12

4

di) len pe l. wa s c or vo 2 (=in te

tr 4m r = mt 8 gte oo te = oth og go kho no

tr 6m r = 0 mt gte 1 oo e = oth gt go khoo no

6

38.73 m2

0

14

10

g no ooth kh oo oo gt gt e = e = 6 10 mt m r tr

10

1065

8

it

80

inr

38

0

00

it

40

20

7050

15

inr

00

50

00

KAVEL 17

tr 6m te = 0 mtr g o o 1 h goot oogte = nokh

eg nw

40

10

Sla

282.62 m2

00

12

30

tr 4m r = mt 8 gte oo te = oth og go kho no

14

61

6

4-

it

inr

182a

2

572.35 m2

m

Al

s

elo

g

e ew

it

inr

a

sta

be

e nd

3

4

18 6

18

a

8 18

o

w

Straat: Almelesoweg - Slagenweg Plaats: Mariaparochie Kadastrale gemeentenaam: Tubbergen Burgerlijke gemeentenaam: Tubbergen Sectie: I Nummer: 4427, 4437, 4595

LEGENDA

PARKEERPLAATSEN PLAN HONDENBRINK

= haag hoog

aantal

norm

totaal

= haag laag

rijwoning

4

2

8

= boom

2^1 kap

12

2,2

26,4

vrijstaand

3

2,3

6,9

z

41,3 PARKEERPLAATSEN OP EIGEN ERF

9.49

aantal

norm

totaal

oprit minimaal 10,0 m¹ diep

9

1,3

11,7

oprit minimaal 4,5 m¹ breed

8

1,8

14,4

ALMELOSEWEG - SLAGENWEG TE MARIAPAROCHIE

26,1 1.40

PARKEERPLAATSEN IN OPENBARE RUIMTE

4.80

1:200

Opdrachtgever: V.O.F. Het Pakhuis

Formaat:

A0

Aanspreekpunt: DOL

totaal

VUILNISAUTO meters Width Track Lock to Lock Time Steering Angle

Schaal:

: 2.49 : 2.49 : 6.0 : 46.4

langsparkeren

6

haaksparkeren

10 15

Stationsstraat 37 7622 LW Borne T. 074-2659966 www.buildingdesign.nl info@buildingdesign.nl

Onderdeel: Situatie

Getekend:

Datum:

Werknr.

09-10-2020

(26,1 + 16 = 42,1) VOLDOET Gewijzigd: d: 04-02-2021 e: 05-02-2021 f: 30-04-2021 g: 09-07-2021

Blad:

WM

20-099 S1g © BUILDING DESIGN ARCHITECTUUR

Bijlage 2

60

groenplan

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

GROENPLAN

5 it inr

24

MARIAPAROCHIE - DE BRINK

22 5

20

Doorsnede A

it inr

18

Schaal 1: 150

it inr

tr 4m r = mt gte 8 oo te = oth og go kho no

Doorsnede A"

16 tr 4m r = mt gte 8 oo te = oth og go kho no

14 12

S la

10

5

ge

Wandelpad

nw

4

Haag

Haag

eg

r 6 mt gte = 10 mtr o o h goot oogte = nokh

6

1 Particuliere tuin

Rijweg

Parkeervak Gazon

Wadi - gazon

Parkeervak

A it inr

4

6

Rijweg

Particuliere tuin

5 it inr

5

6

5

3

9 inrit

5 2

2 inr it

tr 4m r = mt gte 8 oo te = oth og go kho no

8

5 2 g no ooth kh oo oo gt gt e = e= 6 10 mt mt r r

it inr

in rit

inr it

5

g no ooth kh oo oo gt gt e = e= 6 10 mt mt r r

5

3

5

tr m 4 mtr = 8 e gt e = o ho gt ot oo go okh n

6

LEGENDA 1

Bomengroep nieuw, Tilia cordata 'Greenspire'

2

Bomengroep nieuw, Ulmus 'New Horizon'

3

Solitaire bomen, Magnolia 'Kobus'

4

Lage sierheesters

5

Lage haag, enkele rij

6

Wintergroene erfafscheiding

7

Gazon

8

Nieuwe wadi

9

Ruimte voor spelen

5 4

tr m 4 mtr = 8 e gt e = o ho gt ot oo go okh n

it inr

8-

4

in rit

tr 6 mmtr = gte 10 oo e = oth gt go khoo no

12

A"

5

tr 6 mmtr = gte 10 oo e = oth gt go khoo no

14

5

it inr

tr m tr 6 m = 10 te = og e ho gt ot oo go okh n tr m tr 6 m = 10 te = og e ho gt ot oo go okh n tr m tr 6 m = 10 te = og e ho gt ot oo go okh n

18

5

7 in rit

20

it inr

tr 6 mmtr = gte 10 oo e = oth gt go khoo no

it inr

5

in rit

5

16

tr 4m r = mt gte 8 oo te = oth og go kho no

tr 6 mmtr = gte 10 oo e = oth gt go khoo no

5

1

inrit

6

5

10

4

-6

it inr

it inr

2

Al

m

e lo

s

e ew

g Project

Groenplan Almeloseweg - Slagenweg Planlocatie

Mariaparochie Getekend door

Niels Borgerink

5

Laatste gewijzigd op

05-02-2022 Datum

26-09-2021 Paginaformaat

A1 liggend Schaal

1 : 200

Bezoekadres/Postadres: Ootmarsumsestraat 133 7634 PN Tilligte Contact: Telefoon: (0541) 725 005 Mobiel: (06) - 531 988 54 E-mail: info@borgerinkgroendesign.nl w w w . b o r g e ri n k g r o e n d e sig n . nl

Bijlage 3

62

aanmeldnotitie

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

Aan: Gemeente Tubbergen XXXXXXXXXXXXXXXXXXXX Postbus 30 7650 AA TUBBERGEN

Betreft:

Borne, 18 oktober 2021 Ons kenmerk: 20AF074 Bijlagen: 3

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling woningbouw Hondebrink Mariaparochie

Geachte heer XXXXXXXXXXXX, Zoals bij u bekend zijn wij bezig met het opstellen van een bestemmingsplan voor de woningbouwontwikkeling in Mariaparochie. Hierbij zal het aantal woningen per saldo toenemen. Sinds 2017 is een aanmeldnotitie nodig wanneer er sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Dit geldt voor alle ruimtelijke ontwikkelingen die voorkomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. maar onder de drempelwaarden blijven (en daarmee niet planMER-plichtig zijn). Het heeft niet alleen betrekking op een bestemmingsplan, maar ook op bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een buitenplanse afwijking. Er is geen ondergrens wat betreft het plan zelf, dus ook bij het ontwikkelen van een klein ruimtelijk plan is een aanmeldnotitie nodig. Kenmerken van het betreffende project Ten zuidoosten van de bestaande woonwijk Leuvinksveld in Mariaparochie ligt het beoogde projectgebied voor de plannen van initiatiefnemers. De locatie betreft op dit moment een bedrijfsperceel (Almeloseweg 182 in Mariaparochie) en werd tot voor kort benut door meerdere autobedrijven en een tankstation met LPG. Op deze locatie heeft laatste eigenaar, familie Hondebrink, jarenlang een autobedrijf uitgeoefend, sinds het staken van de eigen activiteiten is het bedrijfsperceel verhuurd geweest.

Het plan bestaat om het terrein aan de Almeloseweg 182 in Mariaparochie te herontwikkelen naar een gemengd woningbouwplan voor in totaal 19 woningen. Het huidige stedenbouwkundige programma bestaat uit planvorming voor in totaal 12 dubbele woningen, 4 rijwoningen en 3 vrijstaande woningen. De ontwikkeling gaat daarnaast vergezeld van ruimte voor infrastructuur, groenvoorzieningen en parkeergelegenheid. Tevens is het de bedoeling dat de huidige bedrijfswoning op het perceel wordt omgezet naar een reguliere woning. Het stedenbouwkundig plan is weergegeven in figuur 1, waar de kavelindeling, infrastructuur en groen/waterberging is weergegeven.

Ad Fontem Juridisch Bouwadvies BV Stationsstraat 37  7622 LW Borne  T 074 255 70 20  IBAN NL92RABO 0331 6534 27  BIC RABONL2U KvK Veluwe-Twente 08140851  Btw nr. NL 8151.28.939.B01  info@ad-fontem.nl  www.ad-fontem.nl

Figuur 1: Toekomstige situatie plan Hondebrink (bron: Building Design Architectuur) Rondom de woonpercelen zijn groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen beoogd in combinatie met waterhuishoudkundige voorzieningen. Daarmee is de bedoeling de ontwikkeling op een kwalitatief goede wijze in te passen en voldoende rekening te houden met de omgeving in de dorpsrand van Mariaparochie. Plaats van het project De betreffende grond is opgedeeld in drie percelen, kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 4595, 4437 en 4427. Kenmerken van de potentiële effecten Zoals is aangegeven maakt het plan de realisatie van extra woningen mogelijk. Voor wat betreft de potentiele milieueffecten van de planontwikkeling zijn de volgende aspecten van belang/relevant. Gelet op het feit dat voor de nieuwe woningen flexibele bouwmogelijkheden zijn opgenomen geldt dat in onderstaande milieueffecten gerekend wordt met de meest kwetsbare/meest milieubelastende kenmerken. Verkeerseffecten en luchtkwaliteit Voor het plangebied binnen de gemeente Tubbergen gelden de volgende uitgangspunten: stedelijkheidsgraad: 'niet stedelijk'; -2-

-

zone: 'rest bebouwde kom'.

Verkeergeneratie Het plangebied wordt in de gewenste situatie met name ontsloten via de Slagenweg en deels via de Almeloseweg. De Slagenweg is als 30 km/u zone aangeduid en fungeert ook als ontsluiting voor de bestaande wijk het Leuvinksveld. De intensiteiten en snelheidsregime zorgt ervoor dat de Slagenweg als meest veilige ontsluiting kan dienen. Als gevolg van de plannen zullen verkeersbewegingen toenemen. Op basis van de CROW-uitgave 'toekomstbestendig parkeren' is het aantal extra te verwachten verkeersbewegingen als gevolg van 19 extra woningen binnen het plangebied berekend. Deze komt op basis van het huidig woningbouwprogramma uit op 148 extra bewegingen. De Almeloseweg betreft de gebiedsontsluitingsweg voor Harbrinkhoek en Mariaparochie richting Tubbergen en Almelo. Deze weg is voldoende berekend om de verkeersgeneratie van 148 verkeersbewegingen vanuit het plangebied (worst-case) te kunnen verwerken. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen:  Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen);  Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als wordt uitgegaan van een worst-case scenario, waarbij de verkeersgeneratie van de extra woning én de verkeersgeneratie in het vigerende bestemmingsplan, kan het aantal verkeersbewegingen op 148 per dag worden gesteld. Er zal in beperkte mate sprake zijn van vrachtverkeer in het plangebied, waardoor het percentage vrachtverkeer op 0% gezet is.

-3-

Uit deze berekening volgt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is. Er is geen nader onderzoek nodig. Uit de jaarlijkse rapportage van de luchtkwaliteit blijkt bovendien dat er, in de omgeving van het plangebied, langs wegen geen overschrijdingen van de grenswaarden aan de orde zijn. Een overschrijding van de grenswaarden is ook in de toekomst niet te verwachten. Aanvullend onderzoek naar de luchtkwaliteit is derhalve niet nodig. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Water Op 13 oktober 2021 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht. Op grond van de watertoets geldt de ‘normale procedure’. Een waterhuishoudingsplan is opgesteld om een goede waterhuishouding voor het plan en de directe omgeving te garanderen. Het waterschap heeft op voorhand geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Geluid Voor het aspect geluid wordt gekeken naar de externe werking en gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. De beoogde functie 'wonen' betreft geen milieubelastende functie voor de omgeving. Er is derhalve geen sprake van belangwekkende consequenties voor wat betreft het aspect geluid op de omgeving.

Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. Woningbouw betreft geen functie als gevolg waarvan bodemverontreiniging verwacht wordt. Voor de ontwikkeling is wel gekeken naar de bodemkwaliteit middels onderzoek van Kruse Milieu uit Geesteren. In totaal zijn 65 grondboringen verricht. Er zijn 7 diepe boringen afgewerkt tot peilbuis. Tevens zijn 5 bestaande peilbuizen herbemonsterd.

Gebleken is dat de bodem voornamelijk bestaat uit matig fijn zand. Zintuiglijk zijn plaatselijk bodemvreemde materialen waargenomen. Er zijn visueel geen asbesthoudende materialen waargenomen. Het freatische grondwater is aangetroffen op gemiddeld 1.00 meter min maaiveld. Conclusies en aanbevelingen Ter plekke van deellocaties E en J zijn verontreinigingen aangetroffen, die als gevolg van de (voormalige) bedrijfsactiviteiten zijn ontstaan. Om deze terreindelen geschikt te maken voor toekomstig gebruik, is sanering noodzakelijk. Omdat de deellocaties A (werkplaats), B (werkplaats), C (werkplaats), E (olievlekken), J (stalling), G (tankplaats), H (ondergrondse tankinstallatie) en I (SP+OBAS) nog in gebruik zijn, zal na beëindiging van deze activiteiten alsnog de eindsituatie te worden vastgelegd. Ter plekke van deellocatie I is zintuiglijk olie waargenomen; analytisch wordt dit niet bevestigd. Geadviseerd wordt de zintuiglijk verontreinigde grond te saneren en af te voeren naar een erkend acceptant.

-4-

Het saneren van de sterk verontreinigde grond mag alleen door erkende bedrijven worden uitgevoerd. Voorafgaande aan een sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld, dat door het bevoegd gezag (gemeente Tubbergen) dient te worden goedgekeurd. Na sanering van de verontreinigingen ter plekke van deellocaties E, I en J zijn er geen milieutechnische bezwaren tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en herontwikkeling, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na sanering, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Omdat de deellocaties A (werkplaats), B (werkplaats), C (werkplaats), E (olievlekken), J (stalling), G (tankplaats), H (ondergrondse tankinstallatie) en I (SP+OBAS) nog in gebruik zijn, zal na beëindiging van deze activiteiten alsnog de eindsituatie te worden vastgelegd. Met inachtneming van vorenstaande vormt bodem geen belemmering voor de plannen. Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Het plangebied is door Natuurbank Overijssel op 23 maart 2021 onderzocht op de (potentiële) aanwezigheid van beschermde planten, dieren en beschermde nesten, holen, vaste rust- en voortplantingslocaties. Ook is onderzocht of de voorgenomen activiteiten een negatief effect hebben op beschermd (natuur)gebied, zoals Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde dieren. Mogelijk nestelen er jaarlijks vogels in de te slopen bebouwing. Beschermde amfibieën, grondgebonden zoogdieren of vleermuizen bezetten geen vaste rust-of voortplantingsplaats in het plangebied Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet verstoord, beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten.

Indien de bebouwing gesloopt wordt en de beplanting verwijderd wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten wordt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor beschermde dieren niet aangetast. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van soort- of gebiedsbescherming. Stikstofdepositie Als gevolg van de realisatie en het gebruik van de woningen aan de Almeloseweg 182 in Mariaparochie komt er NOx vrij. Door uitvoering van de AERIUS berekening is aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof of ammoniak. In zowel de aanleg- als gebruiksfase ligt de emissie niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. De AERIUS Calculator 2020 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. De Wet natuurbescherming vormt voor het aspect stikstof en ammoniak geen belemmering voor uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling.

Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden.

-5-

Externe veiligheid Binnen het plangebied worden geen risicobronnen opgericht aangezien er enkel sprake zal zijn van woningbouw. Woningen betreffen geen objecten die relevant zijn als risicobronnen inzake externe veiligheid. De ontwikkeling heeft dan ook geen negatieve effecten als het gaat om dit aspect. Het project is in overeenstemming met de wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid. Resumerend Voor het overige zorgt de woningbouwontwikkeling op locatie Hondebrink in Mariaparochie niet voor significant negatieve milieueffecten. De milieueffecten van de voorgenomen ontwikkeling zijn beperkt te noemen. Wij vertrouw erop u hiermee van dienst te zijn geweest.

Hoogachtend,

Ad Fontem BV, M.F.J. ter Horst, MSc *De in dit document vermelde personen zijn akkoord met de openbaring van zijn of haar persoonsgegevens in het kader van de AVGprivacy wetgeving.

Bijlagen: Quickscan natuurwaarden Stikstofdepositie onderzoek Verkennend bodemonderzoek

-6-

Bijlage 4

besluit op aanmeldnotitie

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

69

Ad Fontem B.V. M.F.J. ter Horst, MSc Stationsstraat 37 7622 LW BORNE

Inlichtingen bij Fysieke leefomgeving M.Y. Rutjes

Uw kenmerk 20AF074

Zaaknummer ZT-2021-001510 Documentnummer DT-2021-0023806

Onderwerp Besluit aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling woningbouw Hondebrink Mariaparochie

Bijlagen: Verzenddatum 19 november 2021

Geachte heer Ter Horst, Op 18 oktober 2021 hebben wij van u een vormvrije m.e.r.-beoordelingsnotitie ontvangen voor de beoordeling van de m.e.r.-plicht (vormvrij) in het kader van het Besluit milieueffectrapportage. Voornoemde beoordelingsnotitie is ingediend ter voorbereiding op wijzigen van de bestemming van locatie van het perceel Almeloseweg 182 in Mariaparochie. In dit plan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die mogelijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. In dit besluit wordt beoordeeld of voor het plan, vanwege het mogelijk maken van activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Besluit Wij besluiten dat er geen milieueffectrapport nodig is voor de voorbereiding van het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening voor het realiseren van 19 grondgebonden woningen op het perceel Almeloseweg 182 in Mariaparochie. Het huidige stedenbouwkundige programma bestaat uit planvorming voor in totaal 12 dubbele woningen, 4 rijwoningen en 3 vrijstaande woningen. Tevens wordt de huidige bedrijfswoning op het perceel gewijzigd naar een reguliere woning. Deze ontwikkeling gaat vergezeld met ruimte voor infrastructuur, groenvoorzieningen en parkeergelegenheid.

Het stedenbouwkundig plan is weergegeven in figuur 1 in de aanmeldnotitie, waar de verkaveling, infrastructuur, groen en waterberging is weergegeven. De betreffende grond is opgedeeld in drie percelen, kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 4595, 4437 en 4427. Het perceel werd tot voor kort gebruikt door meerdere autobedrijven en een tankstation met LPG. Dit plan heeft betrekking op de activiteiten die zijn genoemd in de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. onderdeel D categori . : D , z ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De in kolom 2 genoemde drempelwaarden worden niet overschreden. Het bestemmingsplan wordt genoemd in zowel ko D, . . Kenmerken project Bij de kenmerken van het project zijn de volgende criteria in ogenschouw genomen: - de omvang en het ontwerp van het gehele project; - de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;

Gemeente Tubbergen | Postbus 30, 7650 AA Tubbergen | bezoekadres: Raadhuisplein 1, Tubbergen e-mail: gemeente@tubbergen.nl | internet: www.tubbergen.nl | tel: (0546) 628000 | fax: (0546) 628111 BNG 28.50.08.382 | BTW NL0021.72.859.B01 | IBAN NL48BNGH0285008382 | BIC BNGHNL2G

-

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; z . D z A m.e.r.-beoordeling woningbouw Hondebrink Mariaparochie, met als kenmerk 20AF074 en datum 18 oktober 2021. Locatie van het project Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: - het bestaande grondgebruik; - de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; - het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met speciale aandacht voor de typen aangewezen in de m.e.r.-richtlijn. D z A m.e.r.-beoordeling woningbouw Hondebrink Mariaparochie, met als kenmerk 20AF074 en datum 18 oktober 2021.

Soort en kenmerken van het potentiële effect Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet in aanmerking worden genomen, in samenhang met de onder de punten 1 en 2 uiteengezette criteria en met inachtneming van: - de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; - de aard van het effect; - het grensoverschrijdend karakter van het effect; - de waarschijnlijkheid van het effect; - de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; - de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; - de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. D z A m.e.r.-beoordeling woningbouw Hondebrink Mariaparochie, met als kenmerk 20AF074 en datum 18 oktober 2021. Conclusie Op basis van bovengenoemde beoordeling van kenmerken en locatie van het project en de kernmerken van het potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Het opstellen van een milieueffectrapportage is niet nodig. Procedure De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.17 Wet milieubeheer juncto artikel 2, lid 5 van het Besluit milieueffectrapportage van de Wet milieubeheer (hierna: Wm).

Rechtsmiddelen Dit besluit moet worden aangemerkt als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht en is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te breiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Wel kan eenieder te zijner tijd gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure voor het vaststellen van het plan ingevolge de Wet ruimtelijke ordening. Dit besluit wordt niet gepubliceerd. Bijlagen De volgende documenten maken onderdeel uit van onderhavig besluit: - Quickscan natuurwaardenonderzoek t.b.v. woningbouw op het adres Almeloseweg 182 Mariaparochie, projectnummer 3306 en versie 1.0, datum 8-7-2021; - AERIUS CALCULATOR 2020 stikstofberekening, 19 woningen Almeloseweg 182 Mariaparochie, projectnummer 20AF074, datum 21 mei 2021;

2

-

Verkennend bodemonderzoek Almeloseweg 182-182a Mariaparochie, projectcode 20024010, datum 25 mei 2020.

Heeft u vragen? Dan horen wij graag van u. U kunt contact opnemen met M.Y. Rutjes van het organisatieonderdeel Fysieke leefomgeving via 0546-628000 of gemeente@tubbergen.nl. Wilt u dan het zaaknummer vermelden? Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders, teamcoach Fysieke leefomgeving

G.J.A. Kleijssen

3

Bijlage 5 verkennend bodemonderzoek

bestemmingsplan Hondebrink, Mariaparochie

73

VERKENNEND BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 Almeloseweg 182-182a - Mariaparochie

Opdrachtgever: Stanly Investments BV Locatie: Almeloseweg 182-182a 7614 LB Mariaparochie Mei 2020

Kruse Milieu BV Bezoekadres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

Postadres: Postbus 51 7650 AB Tubbergen

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Tel: 0546 - 63 96 63

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Rapport Verkennend Bodemonderzoek conform NEN 5740 Almeloseweg 182-182a - Mariaparochie

Opdrachtgever: Stanly Investments BV Kemerinkstraat 6 7615 NZ Harbrinkhoek Locatie: Almeloseweg 182-182a 7614 LB Mariaparochie Projectcode: 20024010 Rapportagedatum: 25 mei 2020 Auteur: ing. J.L. Kienstra

Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Historische gegevens Geologie en geohydrologie

2 2 3 5

3.1 3.2 3.3 3.4

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Chemische analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

6 6 8 11 12

4.1 4.2 4.3 4.4

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten chemische analyses vaste bodem Bespreking resultaten chemische analyses

13 13 13 17 19

5

Samenvatting, conclusie en aanbevelingen

21

6

Literatuur en bronvermelding

23

2

3

4

Bijlagen I Topografische kaart Boorplan verkennend bodemonderzoek Geofox, mei 1995 Boorplan verkennend bodemonderzoek Geofox, juli 1996 Boorplan indicatief bodemonderzoek Geofox, juli 1996 Boorplan nader bodemonderzoek MOBT, augustus 1997 Ontgravingstekening bodemsanering MOBT, januari 1998 Boorplan actualiserend bodemonderzoek Geofox, april 2007 Boorplan verkennend en nader bodemonderzoek Kruse milieu BV, oktober 2009 Boorplan Meetrapport Tauw, augustus 2010 2 Boorplannen verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, mei 2020 II Boorprofielen en legenda III Resultaten chemische analyses en toetsingstabellen IV Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 20024010

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend bodemonderzoek, dat in opdracht van Stanly Investments BV op de locatie aan de Almeloseweg 182-182a in Mariaparochie door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen aankoop, bestemmingsplanwijziging en de geplande woningbouw. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat binnen de onderzoekslocatie 13 verdachte deellocaties aanwezig zijn. Het overige deel van de onderzoekslocatie wordt beschouwd als onverdacht. De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5725, “Bodem.

Leidraad bij het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek”, NNI Delft, oktober 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrond-, norm- en de streefwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in april 2020 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever.

In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 20024010

Pagina 1 van 23

2

Locatiegegevens 2.1 Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Almeloseweg 182-182a, binnen de bebouwde kom van Mariaparochie. Het centrale punt van het te onderzoeken terrein heeft de RD-coördinaten x = 244.971 en y = 488.977. Het perceel is kadastraal bekend als: gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 4427, 4437 en 4595. De oppervlakte van deze percelen bedraagt 6963 m2. De Almeloseweg is ten zuiden van de onderzoekslocatie gelegen en de Slagenweg ten oosten van de onderzoekslocatie. Bebouwing en verharding Binnen de locatie bevindt zich een garagebedrijf (Hondebrink) met een tankstation. Het pand wordt momenteel gebruikt door diverse kleine auto onderhoudsbedrijven en autohandelaren. Op het zuidwestelijke terreindeel bevindt zich een woning. De inpandige vloeren zijn van (vloeistofdicht) beton. Op het noordelijke en westelijke terrein bevindt zich een overkapping voor het stallen van caravans en campers. De verhardingslagen van de tankplaats (deellocatie G) en bij de vulpunten (deellocatie H) zijn vloeistofdicht. Het onbebouwde terrein is grotendeels verhard met klinkers en deels met Stelconplaten. De onverharde terreindelen zijn braakliggend, begroeid met gras of zijn in gebruik als tuin. Onderzoekslocatie Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de voorgenomen aankoop, bestemmingsplanwijziging en de geplande woningbouw, waardoor inzicht in de bodemkwaliteit is gewenst.

Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: werkplaats (480 m2); - Deellocatie B: voormalige spuitinrichting (90 m2); - Deellocatie C: voormalige plaatbewerking (280 m2); - Deellocatie D: slibvangput met olie/benzine-afscheider (SP+OBAS) (15 m2); - Deellocatie E: olievlekken op klinkerverharding (< 100 m2); - Deellocatie F: ondergrondse afgewerkte olietank, 20000 liter; - Deellocatie G: tankplaats (150 m2); - Deellocatie H: ondergrondse tankinstallatie (60000 liter) met ontluchting en vulpunten; - Deellocatie I: SP + OBAS (15 m2); - Deellocatie J: voormalige buitenopslag autowrakken (950 m2); - Deellocatie K: spuitcabine met verfopslag (120 m2); - Deellocatie L: grondwaterverontreiniging riolering Slagenweg (<10 m2); - Deellocatie M: waterput (2 m2); - Overig terreindeel (6963 m2).

In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen en tekeningen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Geofox, mei 1995; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Geofox, juli 1996; - Boorplan indicatief bodemonderzoek Geofox, juli 1996; - Boorplan nader bodemonderzoek MOBT, augustus 1997; - Ontgravingstekening bodemsanering MOBT, januari 1998; - Boorplan actualiserend bodemonderzoek Geofox, april 2007; - Boorplan verkennend en nader bodemonderzoek Kruse milieu BV, oktober 2009; - Boorplan Meetrapport Tauw, augustus 2010; - 2 Boorplannen verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, mei 2020.

Kruse Milieu BV

Project: 20024010

Pagina 2 van 23

2.2 Historische gegevens Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever en de eigenaar. De heer P. Haverkort van Kruse Milieu BV heeft bij de gemeente Tubbergen een archiefonderzoek verricht en heeft de locatie bezocht. De volgende informatie is verzameld: - Het huidige bedrijfspand dateert van 1982 en is eind jaren ’80 uitgebreid. De vloeren in het bedrijfspand waren gecoat om bodemverontreinigingen te voorkomen (Geofox, juli 1996). De woning dateert van 1960. De overkapping aan de noord- en westzijde van het terrein dateert van circa 2002. Op de historische topografische kaart van 1964 is reeds bebouwing zichtbaar ten oosten van de woning. - De oudste Hinderwetvergunning dateert van oktober 1980 voor het in werking hebben van een herstelinrichting voor motorvoertuigen en een spuitinrichting. Sinds deze periode was een werkplaats (met bovengrondse olieopslag, deellocatie A), een spuitinrichting (deellocatie B), spuitcabine met verfopslag (deellocatie K) en de plaatwerkerij (deellocatie C) in gebruik. Ook het tankstation dateert van dezelfde periode. In 1982 bleek uit een controle dat er autowrakken werden opgeslagen (deellocatie J). Deze opslag heeft tot 1996 plaatsgevonden. Tot 2008 werden nog kleinschalig autowrakken gestald en gedemonteerd.

Vanaf 2007 is sprake van verhuur van ruimtes aan diverse kleine garagebedrijven (P&S auto’s en autoschade Ahmet) en een autohandelaar (G. van Buul). - Voor zover bekend is het te onderzoeken terrein in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Er zijn geen asbesthoudende toepassing zichtbaar aan de buitenzijde van het pand. De onderzoekslocatie is niet gelegen aan een asbestweg. - Er zijn diverse bodemonderzoeken en een bodemsanering van de locatie bekend. Verkennend bodemonderzoek op een tankstation, Almeloseweg 182 te Mariaparochie, Geofox, projectnummer 4472 d.d. mei 1995 Aanleiding voor het bodemonderzoek is het vastleggen van de nulsituatie. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: Met name in het grondwater bij het tankcluster (peilbuis 11) zijn sterke verontreinigingen met vluchtige aromaten aangetoond (geen minerale olie). Bij het pompeiland en de vulpunten zijn lichte verontreinigingen minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Nader onderzoek werd geadviseerd. Verkennend bodemonderzoek, Almeloseweg 182 te Mariaparochie, Geofox, projectnummer 44721a/TB/BV d.d. 19 juli 1996 Aanleiding voor het bodemonderzoek is de voorgenomen uitbreiding van het pand (hetgeen niet heeft plaatsgevonden).

Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: De boven- en ondergrond zijn niet verontreinigd. Het grondwater is licht verontreinigd met chroom, zink en xylenen. Indicatief bodemonderzoek, Almeloseweg 182 te Mariaparochie, Geofox, projectnummer 44721b/TB/BV d.d. 19 juli 1996 Dit onderzoek betreft een aanvullend bodemonderzoek bij de SP+OBAS aan de noordzijde van het pand (deellocatie D in onderhavig onderzoek). Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: het grondwater in peilbuis 13 is sterk verontreinigd met minerale olie en xylenen. De overige parameters zijn maximaal licht verhoogd aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 20024010

Pagina 3 van 23

Nader bodemonderzoek, Almeloseweg 182 te Mariaparochie, MOBT, rapport 970701 d.d. augustus 1997 Aanleiding voor het bodemonderzoek is het in kaart brengen van de bodemverontreiniging, die is vastgesteld in 1995 door Geofox. Het voornemen is om het tankstation opnieuw in te richten. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: De verspreiding van de grondwaterverontreiniging is in horizontale richting in voldoende mate afgeperkt. De verticale afperking heeft niet in voldoende mate plaatsgevonden; geschat werd dat de maximale diepte van de grondwaterverontreiniging zich op 3.0 m-mv bevindt. De verticale verspreiding van de grondverontreiniging bij het pompeiland is in voldoende mate afgeperkt. De horizontale verspreiding van de grondverontreiniging heeft niet in voldoende mate plaatsgevonden, maar verwacht werd dat deze niet groter is dan de vlek die op de klinkerverharding zichtbaar was. Evaluatierapport bodemsanering, Almeloseweg 182 te Mariaparochie, MOBT, rapport 970701 d.d. januari 1998 Er is totaal 42.52 ton verontreinigde grond afgevoerd naar BION Overijssel. De grondsanering heeft in voldoende mate plaatsgevonden; de gehele verontreiniging is verwijderd. Ook de grondwatersanering heeft in voldoende mate plaatsgevonden; er zijn slechts lichte verontreinigingen in het grondwater achtergebleven.

Actualiserend bodemonderzoek, Almeloseweg 182 te Mariaparochie, Geofox, kenmerk 20070395 d.d. 25 april 1997 Het actualiserend bodemonderzoek heeft plaatsgevonden bij de SP+OBAS aan de noordzijde van het pand (deellocatie D in onderhavig onderzoek). Waar in 1996 een sterke grondwaterverontreiniging is vastgesteld. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: In grondmonster M101B (0.95-1.1) is een sterke olieverontreiniging aangetroffen en lichte verontreinigingen met ethylbenzeen en xylenen. Monster M101D (1.9-2.3) is niet verontreinigd met minerale oliecomponenten. Het grondwater in peilbuis 13 is licht verontreinigd met minerale olie en xylenen (in 1996 sterk verontreinigd met olie en xylenen). Er is mogelijk sprake van een drijflaag. Nader onderzoek werd geadviseerd. Verkennend en nader bodemonderzoek, Slagenweg te Mariaparochie, Kruse Milieu BV, projectcode 09037018 d.d. 29 oktober 2009 Aanleiding voor het bodemonderzoek was een geconstateerde lekkage van het riool. Het onderzoek heeft plaatsgevonden ten noordoosten van de onderhavige onderzoekslocatie. Zintuiglijk zijn waarnemingen gedaan, die duiden op een verontreiniging met minerale oliecomponenten. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: Peilbuis 1 licht verontreinigd met barium, vluchtige aromaten en VOCl en matig verontreinigd met minerale olie.

Het matig verhoogde oliegehalte gaf aanleiding voor een nader grondwateronderzoek. Uit de resultaten van het nader bodemonderzoek bleek het volgende: Boring 4 (1.4-1.7): sterk verontreinigd met minerale olie. Peilbuis 4: licht verontreinigd met ethylbenzeen, minerale olie en VOCl. Het gehalte xylenen overschrijdt de interventiewaarde. Peilbuis 7 is licht verontreinigd met xylenen en naftaleen. In Boring 4 (2.0-2.4), Boring 7 + 9, Boring 8 (1.8-2.3), Boring 10 (1.1-1.5), Boring 11 (1.21.7), peilbuizen 5, 6, 8 en 9 zijn geen minerale oliecomponenten en/of vluchtige chloorkoolwaterstoffen aangetoond. Meetrapport, Almeloseweg 182 te Mariaparochie, Tauw, OV-code OV018300228 d.d. 25 augustus 2010 Doel van dit onderzoek was om te bepalen of de verontreiniging bij de SP+OBAS (deellocatie D in onderhavig onderzoek) spoedeisend is. Peilbuis 13 is herplaatst (peilbuis 2501) en er is een snijdende peilbuis geplaatst ten behoeve van het vaststellen van een drijflaag (peilbuis 2502). Alleen het grondwater uit peilbuis 2501 is geanalyseerd. Uit de resultaten van dit onderzoek bleek het volgende: Kruse Milieu BV

Project: 20024010

Pagina 4 van 23

Boring 2501 (1.3-1.5) is niet verontreinigd met minerale oliecomponenten. Er is geen drijflaag vastgesteld. Het grondwater in peilbuis 2501 is licht verontreinigd met xylenen, naftaleen en minerale olie. 2.3 Geologie en geohydrologie Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 20 meter boven NAP. - De deklaag bestaat uit kwartair zand, een door de wind afgezet dekzandpakket, dat behoort tot de formatie van Twente. Deze laag is ter plaatse minder dan 10 meter dik, mogelijk zelfs slechts enkele meters. Op geringe afstand in noordelijke richting dagzoomt het tertiair plaatselijk. Het doorlatend vermogen ter plekke van de onderzoekslocatie is ongeveer 100 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1.0 meter onder het maaiveld. Het freatische grondwater stroomt in westelijke richting onder invloed van afstroming vanaf de Tubberger Esch met een gering verhang. - In de directe omgeving bevindt zich geen waterwingebied of oppervlaktewater van enige betekenis.

Kruse Milieu BV

Project: 20024010

Pagina 5 van 23

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1 Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5707 + C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017; - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5897+C2, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017.

Het verkennend bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: werkplaats (480 m2); - Deellocatie B: voormalige spuitinrichting (90 m2); - Deellocatie C: voormalige plaatbewerking (280 m2); - Deellocatie D: slibvangput met olie/benzine-afscheider (SP+OBAS) (15 m2); - Deellocatie E: olievlekken op klinkerverharding (< 100 m2); - Deellocatie F: ondergrondse afgewerkte olietank, 20000 liter; - Deellocatie G: tankplaats (150 m2); - Deellocatie H: ondergrondse tankinstallatie (60000 liter) met ontluchting en vulpunten; - Deellocatie I: SP + OBAS (15 m2); - Deellocatie J: voormalige buitenopslag autowrakken (950 m2); - Deellocatie K: spuitcabine met verfopslag (120 m2); - Deellocatie L: grondwaterverontreiniging riolering Slagenweg (<10 m2); - Deellocatie M: waterput (2 m2); - Overig terreindeel, weilanden (6963 m2). Deellocaties A, B, C, D, I, J en K De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). De boven- of ondergrond en het grondwater zijn verdacht ten aanzien van met name minerale oliecomponenten. Om een zo goed mogelijk beeld te vormen van de gemiddelde bodemkwaliteit worden de monsters van deellocatie A, B, C, D, I, J en K geanalyseerd op het standaard pakket.

De bovengrond van deellocatie K (spuitcabine) wordt aanvullend onderzocht op vluchtige aromaten (BTEXN), in verband met het mogelijke gebruik van oplosmiddelen op basis van vluchtige aromaten. Het grondwateronderzoek bij deellocatie B wordt gecombineerd met deellocatie D. Het grondwateronderzoek bij deellocatie C wordt gecombineerd met deellocatie J. De 2 bestaande peilbuizen 2501 en 2502 (Tauw, 2010) worden herbemonsterd en geanalyseerd op minerale olie, vluchtige aromaten en naftaleen. De boringen A5 en B1 worden nabij deellocatie D inpandig geplaatst; deze boringen worden verdiept doorgezet, zodat inzicht wordt verkregen in de bodemkwaliteit van de ondergrond ten zuiden van deellocatie D. Indien analytisch geen verontreinigingen met minerale oliecomponenten in de ondergrond worden aangetoond bij deellocatie D en er zintuiglijk waarnemingen gedaan, die duiden op een verontreiniging met minerale olie dan wordt de ondergrond van boringen A5 en B1 niet aanvullend geanalyseerd. De monsters worden in dat geval eventueel opgenomen in de mengmonsters van de ondergrond in het onderzoek op het overig terrein.

Kruse Milieu BV

Project: 20024010

Pagina 6 van 23

Deellocatie E (olievlekken) De onderzoeksstrategie ter plekke van de olievlekken op de klinkerverharding is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Per olievlek (met een oppervlakte van maximaal 2 m2) wordt een boring verricht tot 1.0 meter diepte. Er worden minimaal 3 minerale olieanalyses van de bovengrond verricht ter onderbouwing van de zintuiglijke waarnemingen. Er worden alleen peilbuizen geplaatst als er een vermoeden is dat de olieverontreiniging in contact staat met het grondwater. Deellocatie F (ondergrondse afgewerkte olietank) De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.4: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO). De bovengrond (afzuigpunt en ontluchting) of ondergrond (tank en leiding) en het grondwater zijn verdacht ten aanzien van minerale oliecomponenten en PAK. Voor het grondwateronderzoek wordt gebruik gemaakt van de bestaande peilbuis B. Deellocatie G (tankplaats) De onderzoeksstrategie op deze deellocaties is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP).

De bovengrond en het grondwater zijn verdacht ten aanzien van met name minerale oliecomponenten. De bovengrond van deellocatie G wordt aanvullend onderzocht op vluchtige aromaten (BTEXN). Deellocatie H (ondergrondse tankinstallatie) De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.4: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meer ondergrondse opslagtanks (VEP-OO). De bovengrond (vulpunten en ontluchting), de ondergrond (tanks/leidingen) en het grondwater zijn verdacht ten aanzien van minerale oliecomponenten en MTBE. Het tankcluster ligt minder dan 10 meter afstand van het pompeiland. Voor het grondwateronderzoek wordt gebruik gemaakt van de bestaande peilbuizen PB1 en A. Deellocatie L (grondwaterverontreiniging riolering Slagenweg) Om inzicht te krijgen in de actuele grondwaterkwaliteit nabij de riolering bij de Slagenweg wordt een peilbuis geplaatst. Indien zintuiglijk geen waarnemingen worden gedaan, die duiden op een verontreiniging dan wordt alleen het grondwater geanalyseerd op het standaard pakket. Deellocatie M (waterput) Hoewel de waterput niet als verdacht wordt beschouwd, wordt ter bevestiging naast de put een diepe boring verricht. Wanneer zintuiglijk geen aanwijzingen zijn voor een bodemverontreiniging, dan worden er geen analyses verricht.

Overig terrein De hypothese "onverdachte locatie" uit norm NEN 5740 (niet-lijnvormige locatie, ONV-NL) wordt voor het overige deel van de locatie gehanteerd. Deze hypothese gaat ervan uit dat op een locatie geen of slechts licht verhoogde gehalten worden gemeten. In de normen NEN 5740 zijn voor niet verdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht. Indien tijdens het veldwerk blijkt dat de bodem puinhoudend is, worden de puinhoudende boringen tot 0.5 meter diepte conform NEN 5707 vervangen door inspectiegaten. Aangezien puinhoudende grond per definitie asbestverdacht is, dient in voorkomende gevallen asbestonderzoek plaats te vinden. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op en in de bodem. Kruse Milieu BV

Project: 20024010

Pagina 7 van 23

In tabel 1 is de onderzoeksstrategie per deellocatie weergegeven. Tabel 1: Onderzoeksstrategie. Deellocatie

Oppervlakte of inhoud

A B C D E F G H I J K L M Overig terrein Totaal

480 m2 90 m2 280 m2 15 m2 < 5 m2 20 m3 150 m2 60 m2 15 m2 950 m2 120 m2 < 10 m2 2 m2 6963 m2 -

Boringen of gaten tot 0.5 m-mv 12 12

Boringen tot 1.0 m-mv

Boringen tot 2.0 m-mv

Peilbuis

3 2 4 5 2 3 2 5 3 29

1 1 1 1 4 4 1 1 3 17

1 3 1 1 2 1 1 1 1 1 11

Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897 + C2 van toepassing: “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. 3.2

Chemische analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratoria voor analyses conform de AS3000-protocollen. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. Eventuele asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 4. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 onderzocht. In tabel 2 is weergegeven welke analyses worden uitgevoerd. Het standaard pakket grond bestaat uit de volgende parameters: zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof. Het standaard pakket grondwater bestaat uit de volgende parameters: Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket). Van elk grondwatermonster wordt mede bepaald: de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en een troebelheidsmeting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/925/documents/17572