Bijlage TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Tekst van het document
Bestemmingsplan
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.TAMBUIKOTKAMPSWEG7VG01
TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit
5
Motivering
7
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Inleiding en aanduiding plangebied 1.2 Beoordelingskader en belangenafweging 1.3 Leeswijzer
9 9 10 11
Hoofdstuk 2 Toekomstige situatie 2.1 Huidige situatie en gewenste ontwikkeling 2.2 Gewenste ontwikkeling
13 13 14
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten 3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege
17 17 17
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders
19 19 30
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking
33 33
5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12
34 35 35 42 43 45 46 47 48 49 50
Besluit milieueffectrapportage Verkeersgeneratie, -afwikkeling en parkeren Gebiedsbescherming en soortenbescherming Luchtkwaliteit Geluid Geur Omgevingsveiligheid Trillingen Archeologie en cultuurhistorie Bodem Waterbelang
Hoofdstuk 6
Financiële uitvoerbaarheid
51
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting 7.1 Wijziging omgevingsplan 7.2 Artikelsgewijze toelichting
53 53 53
Bijlagen bij de toelichting
55
Bijlage 1
Quickscan Kotkampsweg 7
56
Bijlage 2
Participatieverslag
101
Bijlage 3
Aerius rapportage en berekeningen
105
Bijlage 4
Ruimtelijk kwaliteitsplan
142
Bijlage 5
Watertoets
159
2
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Regels
163
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3
Inleidende regels Begripsbepalingen Meet- en rekenbepalingen Toepassingsbereik
165 165 166 167
Hoofdstuk 2 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Functies en gebiedsaanwijzingen Agrarisch - 1 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4
169 169 175 177
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene ruimtelijke bouwregels Planologische gebruiksactiviteiten Regels parkeren Overige regels
179 179 180 181 182 183
Hoofdstuk 4 Artikel 12
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
185 185
Bijlagen bij de regels
187
Bijlage 1
Begripsbepalingen
188
Bijlage 2
Erfinrichtingsplan Kotkampsweg 7
201
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
3
4
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Vaststellingsbesluit
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
5
Motivering
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
7
8
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Inleiding en aanduiding plangebied Aan de Kotkampsweg 7 in Geesteren bevindt zich een agrarisch erf waar sprake is van het houden van dieren. De initiatiefnemer heeft besloten om deel te nemen aan de landelijke beëindigingsregeling veehouderij (LBV). Dit betekent dat de veehouderij wordt gestaakt. Als gevolg hiervan worden een deel van de agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. De initiatiefnemer wenst zijn bedrijf voort te zetten in de vorm van een akkerbouwbedrijf. Aangezien er geen combinatie is met rood voor rood, schuur voor schuur of andere ruimtelijke regeling en men het agrarisch bedrijf voortzet als volwaardig akkerbouwbedrijf blijven de agrarische bouwregels gelijk. Dit betekent dat er voor de terugbouw dan niet de sloop-/bouwverhouding geldt uit het beleid buitengebied met kwaliteit. Hiervoor blijft een deel van de bebouwing behouden, wordt een deel vergroot en wordt er een nieuwe loods en kleine schuur bijgebouwd. Met de ontwikkeling moet de veehouderij worden uitgesloten. De ontwikkeling kan mogelijk worden gemaakt door middel van het wijzigen van het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen. Met een TAM-IMRO omgevingsplan kan het omgevingsplan gewijzigd worden. Voorliggend TAM-IMRO omgevingsplan is opgesteld om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken.
Ligging plangebied Onderstaand is weergegeven waar de planlocatie Kotkampsweg 7 Geesteren is gelegen op grote schaal. Het is gelegen ten oosten van de kern Geesteren en ten noorden van Tubbergen.
Afbeelding 1.1: Topografische kaart, locatie Kotkampsweg 7 aangegeven met rood Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie B, perceelnummers 4153, 4155, 4356 en 4483. Het gebied met de kadastrale grenzen is onderstaand weergegeven.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
9
Afbeelding 1.2: Weergave van de kadastrale percelen (bron: kadastralekaart.com)
1.2 Beoordelingskader en belangenafweging Beoordelingskader De voorgenomen activiteit voldoet niet aan de regels van het omgevingsplan. Het initiatief kan alleen leiden tot een wijziging van het omgevingsplan als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Om dit te kunnen beoordelen moeten alle voor de fysieke leefomgeving en milieu relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader worden onderzocht en afgewogen. De taak om te voorzien in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties ligt primair bij de gemeente. De beleidsruimte van de gemeente wordt op verschillende manieren ingekaderd. De belangrijkste zijn de instructieregels van het Rijk en de provincie. Op basis van artikel 8.0b lid 1 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5 van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld.
Bij de beoordeling of wij een besluit willen nemen tot wijziging van het omgevingsplan is rekening gehouden met deze regels dan wel zijn de regels betrokken of in acht genomen. Daarnaast heeft de gemeente haar beleidsruimte ingevuld met beleidsregels voor de fysieke leefomgeving, zodat de wijziging van het omgevingsplan ook hieraan wordt getoetst. Het gaat hier om de omgevingsvisie en de andere beleidsdocumenten voor de verschillende specifieke onderdelen. De evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijze zijn afgewogen. De aanvrager wenst de gevraagde activiteiten te realiseren. De gemeente wenst de doelen uit haar beleid te verwezenlijken. De belangen van de omwonenden zijn gelegen in een goed woon- en leefklimaat. De 10
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
omliggende bedrijven hebben belang bij een ongehinderde bedrijfsvoering en een goed werkklimaat. Belangenafweging De raad heeft bij het bepalen om een besluit tot wijziging van het omgevingsplan vast te stellen beleidsruimte om te bepalen of een bepaalde ontwikkeling met de daarbij behorende functies en maatvoering vanuit het oogpunt van evenwichtige toedeling van functies aan locaties aanvaardbaar is. Een dergelijk besluit is immers in belangrijke mate afhankelijk van de inzichten die bij de gemeente bestaan over de wenselijk geachte ontwikkelingen in het projectgebied. Verder mag het project niet in strijd zijn met de instructie(regels)s van het Rijk en de provincie. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties brengt met zich mee dat alle in het geding zijnde (individuele) belangen die bij dit projectgebied aan de orde zijn op een zorgvuldige wijzen worden afgewogen. Ondanks dat het initiatief in strijd is met het omgevingsplan kan worden besloten tot wijziging van het omgevingsplan, omdat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Zoals uit de hierna opgenomen hoofdstukken blijkt draagt het initiatief bij aan de visie en beleid die de gemeente voor dit plangebied heeft en blijkt dat wordt voldaan de instructieregels van het Rijk en provincie. In de voorbereidingsfase heeft bestuurlijke afstemming plaatsgevonden.
Provincie en het waterschap zijn akkoord met het project. Verder is het project afgestemd met omwonenden en heeft initiatiefnemer daarvan een verslag overgelegd. Voorts zijn in hoofdstuk 5 de ruimtelijk relevante aspecten voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit afgewogen. Zienswijzen Het ontwerpbesluit tot wijziging van het omgevingsplan heeft voor periode van zes weken ter inzage gelegen. Het was voor eenieder mogelijk om tegen het ontwerpbesluit een zienswijze in te dienen. Er zijn geen zienswijzen ingediend.
Conclusie belangenafweging Gelet op alle aspecten die zijn afgewogen en de belangen van omwonenden, levert de wijziging van het omgevingsplan geen onaanvaardbare aantasting van deze belangen op. Het wijzigen van het omgevingsplan is evenwichtig en geschikt om het project te realiseren.
1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een omschrijving gegeven van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het voorgenomen plan getoetst aan het omgevingsplan van rechtswege en worden de strijdigheden in beeld gebracht. Hoofdstuk 4 omschrijft de toetsing van de ontwikkeling aan de visie en beleid voor het plangebied op rijks-, provinciaals en gemeentelijk niveau. Daarna wordt ingegaan op de resultaten van het (bestuurlijk) vooroverleg en het participatietraject. In hoofdstuk 5 wordt getoetst aan de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving waarbij eveneens wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten. In hoofdstuk 6 komt de financiële haalbaarheid van het initiatief aan de orde. Tot slot is in hoofdstuk 7 een toelichting op de planregels opgenomen.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
11
12
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Hoofdstuk 2
Toekomstige situatie
2.1 Huidige situatie en gewenste ontwikkeling 2.1.1
Historische context en bestaande situatie
Aan de Kotkampsweg 7 te Geesteren is sprake van een erf waarop zich een veehouderij bevind als agrarisch bedrijf. Het destijds kleinschalige erf is ontstaan aan de westzijde van de weg, langs de rand van een kamp. Het erf werd omringd door karakteristieke houtwallen. Vanaf eind jaren '50 breidde het erf zich uit en ontstond er ook bebouwing aan de oostzijde van de weg. Verder richting de kamp bouwen was niet logisch, aangezien daar de vruchtbare grond lag. Door de jaren heen is het erf uitgebreid door het toevoegen van schuren, die in een functionele opzet aan het erf werden toegevoegd. Ze hebben daarmee de rechtlijnige opzet van het naastgelegen, jongere heide ontginningslandschap aangehouden. De woning is nog duidelijk het hoofdgebouw op het erf met daarachter de schuren. Het erf bevindt zich op de overgang van het kampenlandschap naar het heide ontginningslandschap. Het erf is ontstaan aan de westzijde van de weg, aan de flank van een hoger gelegen kamp. In de loop der jaren zijn er ook aan de oostzijde van de weg schuren gebouwd, omdat het geen optie was om verder richting het westen, richting de kamp te bouwen. Het erf heeft zich in de loop der jaren uitgebreid, toen er meer vee en meer machines bijkwamen en is in oostelijke richting uitgebreid. Het erf is, ondanks het feit dat het aan twee kanten van de weg gelegen is, een compact geheel.
Op onderstaande afbeelding is een recente luchtfoto opgenomen van de planlocatie aan de Kotkampsweg 7 te Geesteren.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
13
Afbeelding 2.1: recente luchtfoto planlocatie Kotkampsweg (bron: PDOK.nl)
2.2 Gewenste ontwikkeling Aan de Kotkampsweg 7 hebben de initiatiefnemers besloten om deel te nemen aan de landelijke beëindigingsregeling veehouderij (LBV). Oftewel, de veehouderij op deze locatie wordt gestaakt en het bedrijf wordt voortgezet als akkerbouwbedrijf. Dit betekent dat veehouderij wordt uitgesloten. Een deel van de agrarische gebouwen zal worden gesloopt, een deel blijft behouden, een deel wordt vergroot, er wordt een nieuwe loods bijgebouwd ten behoeve van de machines en oogst van het akkerbouwbedrijf en er wordt een nieuw bijgebouw bij de woning gerealiseerd. De bestaande woning (A op tekening) blijft behouden, evenals enkele schuren (B). Andere schuren (C) worden gesloopt in het kader van de LBV-regeling. Twee schuren (B.1) aan de oostzijde van de weg worden vergroot zodat ze geschikt zijn om gebruikt te worden voor het akkerbouwbedrijf. Het vergroten levert bovendien een bijdrage aan de compactheid. Er is namelijk geen extra schuur nodig. Naast de woning wordt een nieuw bijgebouw gerealiseerd (D) en voor het akkerbouwbedrijf wordt een nieuwe loods (E) gebouwd. Deze loods zal gebruikt worden voor het stallen van machines en het opslaan van oogsten. Er wordt een nieuwe mestsilo (G) gerealiseerd en de kuilvoerplaten (H) worden verwijderd. Eén kuilvoerplaat zal verplaatst worden en gebruikt worden als opslagplaats voor oogst (I).
Hoewel de erfopzet grotendeels behouden blijft, is er in de nieuwe situatie sprake van een compacter geheel. Met name de oostzijde wordt behoorlijk ingeperkt. Bestaande houtopstanden blijven grotendeels behouden (J). Slechts één houtopstand wordt geveld (K op tekening). Deze is aangelegd als inpassing van de voormalige kuilvoerplaten. In de nieuwe situatie heeft het geen functie meer, waardoor het gebiedsvreemd is. Om de ruimtelijke kwaliteit rondom het erf te versterken wordt een nieuwe houtsingel (L) aangelegd die de bestaande groenstructuur versterkt. Aan de zuidzijde van het erf is een nieuwe bomenrij aangeplant met zomereiken (M). Daar waar kuilvoerplaten (H) of erfverharding worden verwijderd wordt het omgevormd naar gras of weiland. Tenslotte wordt rondom de nieuwe mestsilo (G) een houtsingel aangeplant (N) om het geheel in te passen.
Afbeelding 2.2: situatietekening gewenste situatie Kotkampsweg 7 Geesteren (N+L Landschapsontwerpers)
Ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit worden de volgende maatregelen genomen: Sloop van enkele (landschap ontsierende) schuren (C); Verwijderen van twee (landschap ontsierende) kuilvoerplaten (H); Behouden van bestaande houtopstanden (J); 14
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Aanplant van een nieuwe houtsingel met inheemse soorten, zoals eik, lijsterbes en veldesdoorn (L). Aanplant van nieuwe houtsingel met inheemse soorten (N) Met de voorgestelde maatregelen kan worden voldaan aan de gestelde eisen van de gemeente en provincie.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
15
16
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Hoofdstuk 3 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.1 Omschrijving gevraagde activiteiten Zoals in de aanleiding aangegeven passen de plannen van initiatiefnemer niet binnen het huidig planologisch kader. De wens is om de veehouderij te staken en het agrarische bedrijf voort te zetten als akkerbouwbedrijf. De activiteitaanduiding en het bouwvlak dienen hiervoor gewijzigd worden. Om deze redenen is een wijziging van het omgevingsplan gewenst.
3.2 Toetsing aan omgevingsplan van rechtswege 3.2.1
Strijdigheden met bestemmingsplan
Het geldend planologisch kader ter plaatse is het omgevingsplan van de gemeente Tubbergen met de onderdelen 'Tubbergen Buitengebied 2016' en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan' als voornaamste elementen. Binnen dit plan is het erf voorzien van de functie 'Agrarisch - 1' en 'Waarde – Archeologie 3'. Tevens is er een bouwvlak aanwezig. Het planvoornemen is om het bedrijf voort te zetten als akkerbouwbedrijf waarin enkele landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt, bebouwing wordt vergroot en nieuw gebouwd. Om mee te kunnen doen aan de LBV-regeling is het aanvragen van een wijziging van het omgevingsplan hierrvoor noodzakelijk.
Afbeelding 3.1: uitsnede verbeelding vanuit het omgevingsplan van rechtswege, Kotkampsweg 7 (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.2.2
Bruidsschat
De bruidsschat bevatten regels over onderwerpen die tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet in nationale regelgeving waren opgenomen (door het Rijk opgestelde regels). Onder de Omgevingswet worden deze door gemeenten geregeld. De bruidsschat maakt onderdeel uit van het tijdelijke bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
17
deel van het omgevingsplan. De bruidsschat bevat regels op het gebied van bouwen, milieubelastende activiteiten en overige activiteiten en is opgenomen in hoofdstuk 22 van de regels van het omgevingsplan. Het grootste gedeelte van deze regels is gericht op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit geldt bijvoorbeeld voor milieuregels (zoals regels over geurnormen en de afstand tot een geurgevoelig object). Voor dat deel van de regels geldt dat het mogelijk is om van het omgevingsplan af te wijken.
De bruidsschat bestaat uit de volgende onderdelen: begrippen (hoofdstuk 1) voorrangsbepalingen en overgangsrecht (afdeling 22.1) regels over bouwwerken, open erven en terreinen (afdeling 22.2) regels over milieubelastende activiteiten (afdeling 22.3) regels over aanleggen of wijzigen van wegen of spoorwegen zonder geluidproductieplafond (afdeling 22.4) regels over overige gemeentelijke omgevingsvergunningen (afdeling 22.5) De regels van afdeling 22.2 zijn rellevant voor onderhavig initiatief omdat deze betrekking hebben op het bouwen van bouwwerken. Met de in dit TAM-omgevingsplan opgestelde regels wordt aan de regels voldaan.
3.2.3
Gemeentelijke verordeningen
Voor zover sprake is van gemeentelijke verordeningen in het Omgevingsplan van rechtswege wordt aan deze verordeningen getoetst in Hoofdstuk 5 van deze onderbouwing.
18
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Hoofdstuk 4 Toetsing aan visie en beleid, vooroverleg en participatie 4.1 Visie en beleid voor het plangebied 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Beoordeling van het plan: De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een ontwikkeling van het erf aan de Kotkampsweg waarbij de veehouderij wordt gestaakt en het bedrijf wordt voortgezet als akkerbouwbedrijf. Met de voorgenomen plannen is er sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling. De totale verharding neemt namelijk af als gevolg van de ontwikkeling. Tevens resulteert het verwijderen van de kuilvoerplaten in meer ruimte voor een groene omgeving, en kan er om het erf meer water worden opgenomen door de grond.
De ontwikkeling voorziet in een toekomstbestendige ontwikkeling, waardoor er vanuit de NOVI geen belemmeringen zijn.
4.1.2
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel
Provinciale omgevingsvisie De omgevingsvisie is het overkoepelende provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Provinciale omgevingsverordening De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
19
daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan en/of passend is binnen de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt.
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:
1. generieke beleidskeuzes (OF); 2. ontwikkelingsperspectieven (WAAR); 3. gebiedskenmerken (HOE). Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht Generieke beleidskeuzes (OF) Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel 2024.
Ontwikkelingsperspectieven (WAAR) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.
Gebiedskenmerken (HOE) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.
20
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (bron: Provincie Overijssel)
Doorwerking plan: In voorliggende geval zijn in het kader van de generieke beleidskeuzes de volgende artikelen relevant: artikel 4.6 (toekomstbestendigheid) artikel 4.9 (onderbouwing ruimtelijke kwaliteit) artikel 4.55 (Nationaal landschap Noordoost-Twente) Onderstaand worden de beleidskeuzes benoemd en beoordeeld op welke wijze in het plan hiermee rekening is gehouden.
Artikel 4.6: Toekomstbestendigheid In omgevingsplannen worden alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt, anders dan voor tijdelijk gebruik, waarvan aannemelijk is dat die toekomstbestendig zijn en dus:
a. de mogelijkheden van toekomstige generaties om in hun behoeften te voorzien niet in gevaar brengen; b. duurzaam en evenwichtig bijdragen aan het welzijn van mensen, economische welvaart en het beheer van natuurlijke voorraden; en c. ook op lange termijn toegevoegde waarde hebben. Beoordeling van het plan: Voorliggend plan voorziet in de sloop van landschapsontsierende bebouwing, uitbreiding van bijgebouwen en het bouwen van een loods ten behoeve van het voortzetten van agrarische activiteiten in de vorm van akkerbouw. Met de voorgenomen ontwikkeling is er sprake van afname van verharding. Met de landschappelijke inpassing bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
21
worden de groenstructuren versterkt. Zo geeft het plan invulling aan de natuurlijke voorraden in het gebied en het welzijn van mensen. Daarnaast blijft dit gebied in gebruik als voedselvoorziening, waardoor het op lange termijn toegevoegde waarde heeft. Daarmee is sprake van toekomstbestendigheid passend binnen dit artikel van de omgevingsverordening. Geconcludeerd wordt dat de in dit plan besloten ontwikkeling voldoet aan dit artikel van de Omgevingsverordening.
Artikel 4.9: onderbouwing ruimtelijke kwaliteit Lid 1 Omgevingsplannen bevatten een onderbouwing waaruit blijkt dat nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit waarin: het uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) uit de Omgevingsvisie Overijssel wordt toegepast; wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat volgens de Omgevingsvisie Overijssel van toepassing is voor het gebied; en inzichtelijk gemaakt wordt hoe de vier-lagenbenadering van het uitvoeringsmodel is toegepast en de catalogus Gebiedskenmerken (bijlage VII) is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Beoordeling van het plan: Zoals blijkt uit de beschrijving in hoofdstuk 2 in combinatie met de verantwoording in dit hoofdstuk worden de erven landschappelijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken (zie verderop in deze paragraaf). Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit plan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met dit artikel.
Artikel 4.55: Nationaal landschap Noordoost-Twente Lid 1 Een omgevingsplan voorziet alleen in nieuwe ontwikkelingen binnen het Nationaal Landschap Noordoost-Twente als die nieuwe ontwikkelingen bijdragen aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. Lid 2 De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangend complex van beken, essen, kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Lid 3 Het omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat rekening is gehouden met het Ontwikkelperspectief Nationaal Landschap Noordoost-Twente en met bijlage IX van deze verordening (Nader uitgewerkte kernkwaliteiten Nationaal Landschap Noordoost-Twente) waarin de kernkwaliteiten nader zijn uitgewerkt.
Beoordeling van het plan: De plannen van de eigenaren doen geen afbreuk aan de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap Noordoost-Twente. Er wordt voldaan aan de randvoorwaarden voor ruimtelijke kwaliteit, daarmee wordt de ruimtelijke kwaliteit ook behouden met landschappelijke inpassing. Hiermee wordt een versterking bewerkstelligd van de kernkwaliteiten.
Ontwikkelingsperspectieven (waar) In de visie zijn drie ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en drie voor de stedelijke omgeving. Deze perspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. Het plangebied is aangemerkt als "Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap". Dat betekent dat diverse functies verweven moeten worden. Het belangrijkste landgebruik blijft melkveehouderij en akkerbouw, maar aan de andere kant is er ruimte voor landschap, natuur, milieubescherming, cultuurhistorie, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. In elk geval staat de ambitie, 22
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
"voortbouwen op kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen", voorop. De voorgenomen ontwikkeling past bij de gestelde ambitie.
Afbeelding 4.2: kaart ontwikkelingsperspectieven, planlocatie rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Met inachtneming hiervan voldoet het plan aan de toegekende ontwikkelingsperspectieven.
Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en -voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. 2. 3. 4.
Natuurlijke laag. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. Stedelijke laag. Laag van de beleving.
Natuurlijke laag De natuurlijke laag is aanvankelijk ontstaan zonder toedoen van de mens door onder andere invloeden van abiotische processen als de ijstijden, de wind en water. De locatie ligt in een dekzandgebied. Onder koude omstandigheden in de laatste ijstijd heeft de wind ervoor gezorgd dat geërodeerd zand werd afgezet. Onder meer ontstonden dekzandruggen en -kopjes. Er is in de omgeving van het plangebied daardoor sprake van hoogteverschillen. In de loop der jaren zijn de hoogteverschillen geërodeerd door de wind, soms juist weer versterkt door de wijze van agrarisch gebruik, maar uiteindelijk weer verminderd door de schaalvergroting in de landbouw. De hoogteverschillen zijn minder geworden, maar nog wel herkenbaar in de omgeving van de planlocatie.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
23
Afbeelding 4.3: uitsnede kaart natuurlijke laag Kotkampsweg, plangebied met rood aangeduid (bron: provincie Overijssel)
Laag van agrarisch cultuurlandschap Door menselijk ingrijpen in de natuurlijke omstandigheden ontstaat er een (agrarisch) cultuurlandschap. Het landschap werd functioneel ingericht waarbij men nooit heeft nagedacht over de schoonheid ervan. Nu waarderen wij juist de ingrepen van destijds. De eerste nederzettingen werden gesticht op de overgang van de stuwwallen en dekzandruggen naar de lagere gronden. Het plangebied is gelegen op de overgang van het kampenlandschap (oude hoevenlandschap) naar het jonge heide -en broekontginningslandschap. De heidegebieden waren functioneel verbonden met het oude hoevenlandschap. Het kampenlandschap kent een organische structuur die de vormen van het landschap volgt. Het landschap kent veel variatie op korte afstand: open, hoger gelegen kampen (zie hoogtekaart hiernaast), kleinschalige flanken met erven, kleinschalige natte laagtes met houtwallen, open heidevelden en ontginningen. We vinden er zware beplantingen, zoals eiken en houtwallen. Door ontwikkelingen in de landbouw, met als belangrijkste uitvinding die van kunstmest, konden de heidevelden ook gebruikt worden als akkergrond. De ontginning werd planmatig en grootschalig aangepakt wat zorgde voor relatief grote, open ruimtes. Erven lagen in blokken aan de weg en de wegen kennen een rechtlijnige structuur. Beplantingen vinden we hier terug in de vorm van lanen en bosjes.
De invloed van het ontginningslandschap zien we terug op de planlocatie en is te herkennen aan de openheid en rechtlijnige opzet van het erf.
24
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Afbeelding 4.4: uitsnede kaart laag van cultuurlandschap Kotkampsweg, plangebied met rood aangeduid (bron: provincie Overijssel) Stedelijke laag en laag van de beleving Voor de Kotkampsweg geldt geen kenmerk op basis van de stedelijke laag en de laag van de beleving en wordt daarom niet verder toegelicht. Beoordeling van de plannen: Met de toetsing aan genoemde lagen van de provincie Overijssel kan gesteld worden dat de voorgenomen plannen geen afbreuk doen aan de landschappelijke waarden. Hiermee is het plan volledig in overeenstemming met het provinciaal ruimtelijk beleid en regelgeving uit de Omgevingsverordening en Omgevingsvisie Overijssel.
4.1.3
MijnOmgevingsvisie Tubbergen
De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft in 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving voor het grondgebied van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. Die vier principes zijn: We doen het samen. We geven het goede voorbeeld. We wentelen niet af op volgende generaties. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Buitengebied in balans De gemeente Tubbergen wil een economische sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap van Tubbergen is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.
Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
25
behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Daarbij wordt gewerkt aan speerpunten. Voor het 'Buitengebied in balans' zijn dat: toekomstgerichte agrarische sector; goede staat van natuur en landschap; kwalitatief toerisme. Beoordeling van de plannen: Op grond van MijnOmgevingsvisie Tubbergen valt het plangebied Kotkampsweg onder 'Gericht op ontwikkeling'. Dit zijn landschappen die gericht zijn op ontwikkeling vanwege lage waarde en hoge dynamiek. De waarden omvatten voornamelijk open met vergezichten, efficiënt agrarisch landschap, kavelsloten, wegen met bomenrijen en moderne erfopzet. Er wordt ingespeeld op onder andere de schaal van het landschap, het agrarische karakter, verbeteren van biodiversiteit en erfkarakteristieken.
Daarnaast is het inspelen op gemengde functies, opgeruimd landschap, geclusterde bebouwing, heldere structuren en het vasthouden van water van belang voor ontwikkelingen.
Afbeelding 4.5: Waardenkaart van de Omgevingsvisie, plangebied Kotkampsweg met paars aangeduid (bron: Regelsopdekaart) Voor de ontwikkeling aan Kotkampsweg 7 geldt dat er sprake blijft van agrarische activiteiten. De veehouderij wordt gestaakt, maar de agrarische activiteiten worden voortgezet in de vorm van akkerbouw. De voorgenomen plannen wordt landschappelijk goed ingepast. De wijziging komt ten goede van de ruimtelijke kwaliteit, aangezien er verharding in de vorm van kuilvoerplaten worden verwijderd en op deze locaties er niet iets voor terug komt. De totale verharding neemt als gevolg van de plannen af. De ontwikkeling past in 'Gericht op ontwikkeling' als benoemd door de gemeente Tubbergen. 4.1.4
Casco benadering Noordoost Twente
In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van 26
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.
Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het 'kleinschalige groene karakter' van het landschap in totaliteit. De regels van de casco-benadering gelden niet voor: Punt elementen (zoals poelen en solitaire bomen); Lijn elementen (zoals stijlranden en zandwegen); Beplanting binnen bouwblokken/bebouwde kom; Boomgaarden; Bos groter dan 0,5 hectare. Voor bovenstaande elementen en het beheer van casco elementen geldt het reguliere beleid van elke afzonderlijke gemeente. De basis voor initiatieven is de cascokaart. Hierop staan drie typen elementen weergegeven, zie de navolgende tabel.
Landschapstype Elementen die tot het casco behoren Elementen die niet tot het casco behoren Te compenseren elementen
Opmerking Mogen in principe niet verplaatst worden Mogen verplaatst worden, als aan de regels van de casco-benadering wordt voldaan Locaties waar de initiatiefnemer de elementen heen kan verplaatsen
Aan de hand van de casco-kaart wordt beoordeeld of het landschapselement tot het casco behoort of niet. Uit de beoordeling hiervan volgen drie mogelijke opties: Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de casco-kaart. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de casco-kaart. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de casco-kaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Beoordeling van de plannen De gemeente Tubbergen hanteert, vooral ter bescherming van het bestaande landschap, het casco beleid. In de praktijk werkt de cascobenadering met het principe dat landschapselementen die tot het casco behoren niet verplaatst mogen worden. De landschapselementen buiten het casco mogen wel verplaatst worden, mits voldaan is aan de spelregels voor compensatie. De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen het uitgangspunt van de casco-benadering, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek). Samen bepalen zij de ontwikkelingsrichting voor het toekomstige landschap.
Via het cascobeleid is te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot het casco behoren en met welke bouwstenen wordt gewerkt. Bevindingen cascobeleid In bijlage 2 van de "Casco-benadering" in Noordoost-Twente" worden de bouwstenen per landschapstype en dynamiekklasse benoemd. De ontwikkeling valt binnen het kampenlandschap met een hoog dynamiek. Hierbij gelden de volgende richtlijnen: Gave bestaande groene elementen in de hoofdstructuur vormen het casco; bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
27
Oorspronkelijke kleinschalige structuur wordt vervangen door nieuwe structuur: een grootschalige onregelmatige blokverkaveling aansluitend op de gave onderdelen van de hoofdstructuur; nieuwe elementen worden gekoppeld aan beeklopen (versterking ecologische samenhang; EVZ); nieuwe elementen niet alleen lijnvormig, maar ook in de vorm van kleine hakhoutbosjes < 0.5 ha; Opgaande groene elementen niet zijnde het casco kunnen gebruikt worden om de nieuwe hoofdstructuur te versterken volgens de richtlijnen van het compensatiebeginsel; Eénmans-essen in het kampenlandschap worden opengehouden; de randen versterken en daarbij aansluiten op de geomorfologie; Gewenste kavelgrootte nieuwe kavels: 5-10 ha. Hierbij zijn gave bestaande groene elementen aangewezen als casco. Er wordt een singel geveld en verplaatst die 'slechts' is ingepast ten behoeve van de kuilvoerplaten en niet de hoofdstructuur versterkt, oftewel een secundaire structuur. De singel kan hiermee worden aangemerkt als niet casco-element gelet op voorgenoemde richtlijnen. Er geldt dat elementen die niet tot het casco behoren mogen worden verplaatst als aan de regels van de cascobenadering wordt voldaan. Compensatie De initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de indicatieve casco-kaart.
Hoe de compensatie wordt vormgegeven wordt in principe bepaald door het landschap waar de compensatie wordt gerealiseerd. De algemene uitgangspunten zijn: De te compenseren elementen kunnen in geheel Noordoost Twente worden ingezet (gemeente overstijgend); Voor het bepalen van de omvang van de compensatie wordt het jaar 2000 als ijkmoment genomen. Het element zoals dat zichtbaar is op de luchtfoto van het jaar 2000 bepaalt de lengte die wordt gecompenseerd, tenzij de initiatiefnemer kan aantonen dat (een deel van) het element na 2000 met toestemming van de gemeente is verwijderd; De maatvoering van het te verwijderen en te compenseren element moet vastgesteld worden via de 'Richtlijnen objectivering casco in Noordoost-Twente' (Landschap Overijssel, 2012). Binnen het casco beleid is het element gelegen in het kampenlandschap met een hoog dynamiek. De houtsingel valt volgens de "Richtlijnen_ objectivering_Casco_Noord-Oost_Twente" onder het elementtype 'houtige opslag' waarbij geldt dat deze bij verwijderen wordt meegeteld als te compenseren landschapselement als de bomen en evt. struiken (niet alleen struiken) vijf jaar of ouder zijn. Bij twijfel wordt de luchtfoto van 2000 geraadpleegd, indien op de luchtfoto duidelijk sprake is van houtige opslag of zelfs een landschapselement, is dit leidend voor de compensatieplicht.
De singel is ouder dan 5 jaar en dient gecompenseerd te worden met de minimale ondergrens van 3 meter. In het kampenlandschap geldt de compensatiefactor van 1,5. De huidige singel kent een breedte van circa 2,5 meter en 130 m2. Er zou dus 130 x 1,5 = 195 m2 moeten worden herplant. Echter, in de nieuwe situatie wordt de singel circa 5 meter breed en kent een oppervlakte van 195 m2 waarmee er extra kwaliteit aan het compensatie-element wordt gebracht vanwege de breedte. Er wordt ook nog een andere houtsingel aangeplant met een breedte tussen de 4 en 12 meter en een oppervlakte van 245 m2. Hiermee wordt er ruim voldaan de compensatiewaarde. Tevens wordt er voldaan aan de minimale ondergrens omdat beide houtsingels minimaal 3 meter breed zijn.
Kwaliteit element De bestaande houtsingel is 'slechts' ter inpassing van de kuilvoerplaten aangeplant. De ecologische waarde is momenteel voldoende, maar de landschappelijke waarde is lager omdat de groene 'kamer', kenmerkend voor het kampenlandschap, wordt doorbroken. Het voldoet niet aan de richtlijnen van de genoemde bouwsteen.
Conclusie Om de cultuurhistorische 'kamer' te herstellen, wordt er een nieuwe houtsingel aangeplant, passend bij de kenmerken van het kampenlandschap (de groene 'kamer' en erfomzoming). Het nieuwe element voldoet hiermee aan de genoemde ondergrens en aan de richtlijnen. De ontwikkeling versterkt de ecologische waarde doordat de nieuwe singel breder is dan de voormalige singel en grotendeels inheemse soorten worden aangeplant. Tevens wordt er een tweede singel aangeplant elders op het erf waarmee er zowel een landschappelijke als ecologische meerwaarde is, mede omdat de nieuwe mestsilo wordt ingepakt. Er kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling geen invloed heeft op de casco elementen en vice versa.
28
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Afbeelding 4.6: uitsnede Casco-kaart aan Kotkampsweg 7 (bron: provincie Overijssel) Geconcludeerd wordt dat er met de ontwikkeling volledig wordt voldaan aan de doelstellingen van het Casco-beleid. 4.1.5
Kapverordening
De Kapverordening is een gemeentelijke regelgeving die aan het gemeentebestuur een middel geeft om zijn landschapselementen- en bomenbeleid vorm te geven. Met deze bevoegdheid kan de gemeenteraad aan burgemeester en wethouders verzoeken om uitvoering te geven aan het gemeentelijk beleid. Het volgende artikel is relevant en daarom opgenomen; - artikel 4: Geen vergunning vereist
Artikel 4: geen vergunning vereist 1. het periodiek afzetten van hakhout; 2. het kappen bij wijze van dunning; 3. het vellen of doen vellen van kweekgoed en andere houtopstanden als bedoeld in de Wet Natuurbescherming artikel 4.1, aanhef en onder: - c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; - d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; - e. kweekgoed; - f. uit populieren of wilgen bestaande: 1. wegbeplantingen; 2. beplantingen langs waterwegen, en 3. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; tenzij deze zijn geknot; - h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
29
een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013. 4. het vellen of doen vellen van een houtopstand die moet worden geveld volgens een aanschrijving van burgemeester en wethouders of van een ander wettelijk bevoegd gezag; 5. het vellen of doen vellen van een houtopstand in het kader van noodkap; 6. het vellen of doen vellen van houtopstanden in die gevallen waarin bij een bestemmingsplan, omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald dat daarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b., van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; 7. het vellen of doen vellen van houtopstanden in die gevallen waar in een landschappelijk inpassingsplan, dat onderdeel uitmaakt van een bestemmingsplan, omgevingsplan of voorbereidingsbesluit, staat beschreven dat houtopstanden kunnen worden geveld; 8. het vellen of doen vellen van houtopstanden binnen de vastgestelde Natura2000 en/of Natuur Netwerk Nederland begrenzing, indien het vellen van deze houtopstanden benodigd is voor realisatie van provinciaal, landelijk of Europees vastgestelde natuurdoelstellingen. Beoordeling van de plannen In dit geval is er sprake van het kappen van een houtsingel zoals is aangegeven in de landschappelijke inpassing.
De landschappelijke inpassing en onderbouwing zoals bijgevoegd als Bijlage 4 is onderdeel van en voorwaarde voor dit TAM-omgevingsplan. Daarom is er geen vergunning benodigd voor de voorliggende ontwikkeling.
4.2 Voorbereidingsfase / Verkenningsfase met stakeholders In de voorfase is er sprake geweest van een principeverzoek waarop het college een principe-uitspraak heeft gedaan. 4.2.1
Provinciaal vooroverleg
De provincie Overijssel heeft de 'uitzonderingenlijst vooroverleg ruimtelijke initiatieven 2023' vastgesteld. In dit document is opgenomen welke ruimtelijke initiatieven/ontwikkelingen de provincie niet hoeft te zien zolang geen ander provinciaal beleid en/of andere provinciale belangen zoals NNN en grondwaterbescherming geraakt worden. Onder de uitzonderingenlijst valt 'agrarische bebouwing', waarin 'Kleinschalige agrarische bebouwing, zoals bijvoorbeeld een schuilgelegenheid of mestopslag, buiten het bouwperceel' zijn uitgezonderd van provinciaal vooroverleg. De ontwikkeling bestaat uit het saneren van vrijwel alle kuilvoerplaten en het slopen van landschapsontsierende bebouwing. Het agrarische bedrijf wordt in gebruik genomen als akkerbouwbedrijf in plaats van een veehouderij. Uit het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat een provinciaal vooroverleg is uitgesloten. 4.2.2
Vooroverleg Waterschap Vechtstromen
Op 21 augustus 2025 is de digitale watertoets voor de planlocatie uitgevoerd. De korte procedure van het waterschap Vechtstromen is hierbij van toepassing verklaard, waarbij geadviseerd is om de standaard uitgangspunten te hanteren bij het uitwerken van de waterparagraaf. Het aspect water is verder verwerkt in 5.12. Op basis hiervan is er vanuit het waterschap Vechtstromen geen belemmering voor het voornemen. 4.2.3
Participatie omgeving
De gemeenteraad heeft het beleid ‘Inwonersparticipatie’ vastgesteld en daarin is een ‘Checklist Aan de slag met inwonersparticipatie’ opgenomen. Beschrijving van de wijze van participatie, de keuze waarom voor deze wijze van participatie is gekozen en wat het resultaat hiervan is: Een overzicht van de participatiestappen en opgehaalde resultaten van de participatie met een beschrijving van welke onderdelen van het plan of welke alternatieven van een plan kunnen rekenen op draagvlak en waarvoor minder of geen draagvlak is; Een beschrijving wat is gedaan met de resultaten van de participatie. Heeft de inbrengen van participanten bijvoorbeeld geleid tot een aanpassing van uw plan en op welke manier?;
30
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Een beschrijving van de overwegingen wat wel en niet is meegenomen en de onderbouwing. Beoordeling van het plan De initiatiefnemer heeft bewoners gesproken van de verschillende adressen. Het volledige verslag is bijgevoegd als Bijlage 2. De onderstaande adressen zijn bezocht:
Er zijn geen bezwaren van de betreffende bewoners, wel werden enkele vragen gesteld. Als gevolg van de gesprekken zijn er geen aanpassingen aan het plan. Daarmee is voldaan aan het aspect participatie.
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
31
32
bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
Hoofdstuk 5 Aspecten fysieke leefomgeving en milieu Zoals blijkt uit hoofdstuk 1.2 geldt dat alleen een besluit tot wijziging van het omgevingsplan mogelijk is als er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4.2 lid 1 Ow). Voor de beoordeling van de wijziging van het omgevingsplan zijn op basis van artikel 8.0b lid 1 Bkl de volgende regels en instructies van toepassing: de instructieregels van hoofdstuk 5, met name afdeling 5.1 'Instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties' van het Bkl; de instructieregels uit de provinciale omgevingsverordening; eventuele andere instructies van het Rijk en provincie. In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties zijn niet alleen de in het Bkl geregelde milieu aspecten beoordeeld, maar zijn alle relevante aspecten van de fysieke leefomgeving en milieu beoordeeld, zoals bijvoorbeeld het effect van cumulatie. Voor zover relevant is er voor de aspecten fysieke leefomgeving en milieu ook getoetst aan het gemeentelijk beleid.
5.1 Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik van de fysieke leefomgeving en het tegengaan van leegstand van gebouwen. De instructieregel in artikel 5.129g van het Bkl verplicht om bij een wijziging van het omgevingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening te houden met de behoefte aan de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 5.129g lid 2 van het Bkl behelst een motiveringseis en vraagt om explicitering van gemaakte keuzes. Voor het maken en onderbouwen van die keuzes is zo nodig, op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb), onderzoek geboden waarbij de nodige kennis wordt vergaard omtrent de behoefte aan de in het project voorziene nieuwe stedelijke ontwikkeling. Met de uitkomsten daarvan dient in het omgevingsplan rekening te worden gehouden. Het bestuursorgaan heeft bij de toepassing van deze instructieregel beoordelingsvrijheid. Andere belangen dan het belang dat wordt gediend met de instructieregel kunnen de doorslag geven.
De ladder is geen blauwdruk voor een optimale ruimtelijke inpassing van alle nieuwe ontwikkelingen, maar bewerkstelligt dat de wens om in een nieuwe stedelijke ontwikkeling te voorzien aan de hand van het toetsingskader van dit artikellid nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor de ontwikkelingsbehoefte van een gebied en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Deze bepaling schrijft geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling (ABRS 23 april 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1421 en ABRS 28 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2579. De laddertoets is in ieder geval van toepassing op een stedelijk ontwikkeling of uitbreiding van o.a. bedrijventerrein, een woningbouwlocatie, kantoren, een detailhandelsvoorziening. De opsomming in het eerste lid is niet limitatief, ook andere dan de genoemde ontwikkelingen kunnen zich als een stedelijke ontwikkeling kwalificeren. Voorts geldt dat een stedelijke ontwikkeling voldoende substantieel dient te zijn om als nieuwe stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt. Of aan dit criterium wordt voldaan is in sterke mate afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.
Stedelijke ontwikkeling Voorgenomen ontwikkeling betreft het uitsluiten van veehouderij en het voortzetten van het agrarische bedrijf met akkerbouw. De omvang van het bedrijf neemt niet toe als gevolg van de ontwikkeling. Hiermee is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toepassing van de ladder is bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22y Buitengebied Kotkampsweg 7 Geesteren
33
niet vereist.
5.2 Besluit milieueffectrapportage Afdeling 16.4 van de Ow bevat de regelgeving over milieueffectrapportage. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. De regels voor de milieueffectrapportage (mer) staan in afdeling 16.4 van de Ow. De uitwerking ervan staat in hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Het gaat hier om de implementatie van 2 richtlijnen: de EU-richtlijn mer (mer-richtlijn): richtlijn over de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en private projecten. de EU-richtlijn voor strategische milieubeoordeling (smb-richtlijn): richtlijn over de beoordeling van de gevolgen voor het milieu van bepaalde plannen en programma's. De regels schrijven voor bepaalde plannen, programma's en projecten een zogenoemde milieubeoordeling voor. Deze mer-procedure gaat vooraf aan het nemen van een besluit over het vaststellen van het plan of het toestaan van een project. In een aantal situaties is het mogelijk om een plan-mer-beoordeling te doen in plaats van een milieueffectrapportage. Voor een plan-mer-plicht gelden de volgende eisen: De eerste eis is dat het moet gaan om een wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven plan of programma (artikel 16.34 lid 1 Ow). In de Omgevingswet is opgenomen dat een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing aan die vereisten voldoen.
De tweede eis is dat het plan of programma een kader vormt voor besluiten voor mer(beoordelings)plichtige projecten (artikel 16.36 Ow) of dat er een passende beoordeling voor een plan of programma nodig is. In kolom 1 van bijlage V bij het Omgevingsbesluit zijn de mer-(beoordelings)plichtige projecten opgenomen. De inhoud van een plan bepaalt mede de eventuele mer-plicht. In een aantal gevallen is het echter mogelijk om eerst een plan-mer- beoordeling te doen. Uit een plan-mer-beoordeling blijkt of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Als dat niet het geval is, kan een planmilieueffectrapportage achterwege blijven. Een plan-mer-beoordeling kan in de volgende twee situaties aan de orde zijn: