Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren_Bijlagen bij de motivering
Tekst van het document
3 Bodemgebruik .......................................................................................................................................... 3 Uitgevoerde bodemonderzoeken ............................................................................................................. 3 Bodemopbouw en geohydrologie ............................................................................................................. 4 3 Hypothese en onderzoeksstrategie ............................................................................................................... 5 Hypothese ................................................................................................................................................ 5 Onderzoeksstrategie ................................................................................................................................ 5 4 Veldwerkzaamheden ....................................................................................................................................... 6 Opzet ........................................................................................................................................................ 6 Resultaten ................................................................................................................................................
7 5 Laboratoriumonderzoek ................................................................................................................................. 8 Analyseprogramma .................................................................................................................................. 8 Analyseresultaten ..................................................................................................................................... 9 5.2.1 Chemische parameters ........................................................................................................................ 9 5.2.2 Asbest ................................................................................................................................................ 10 Toetsing aan de gestelde hypothese ...................................................................................................... 10 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek .................................................................................... 11 6 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen .............................................................................................
12 Bijlagen: 1) Regionale ligging onderzoekslocatie 2) Situatietekening met onderzoekspunten 3) Bodemprofielbeschrijvingen 4) Analysecertificaten 5) Overschrijdingstabellen 6) Foto’s onderzoekslocatie Appendix Kader en verantwoording 218233/R02 1/13 1 INLEIDING In opdracht van Ter Steege Vastgoed Hardenberg B.V. is door Ortageo Noordoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd op het kadastrale perceel K 7219 in Geesteren (gemeente Tubbergen). Ter plaatse van het toegangspad is tevens een asbestonderzoek conform de NEN5707 uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop van de locatie. Daarnaast is het onderzoek de komende jaren geschikt voor een bestemmingsplanwijziging en/of een aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouw. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit om vast te stellen of er door een eventuele bodemverontreiniging consequenties zijn voor de voorgenomen transactie en of toekomstige heront- wikkeling. In dit rapport worden de resultaten van het vooronderzoek weergegeven in hoofdstuk 2. In hoofdstuk 3 zijn de hypothese en de onderzoekstrategie beschreven. De veldwerkzaamheden zijn in hoofdstuk 4 en het laboratorium- onderzoek is in hoofdstuk 5 beschreven. Het rapport wordt besloten met een samenvatting, de conclusies en de aanbevelingen (hoofdstuk 6).
In de appendix zijn de verschillende kaders van het onderzoek beschreven (waaronder wet-/regelgeving en toetsingskader) en is de verantwoording opgenomen. 218233/R02
5/13 3 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE Hypothese De locatie is ‘onverdacht’ voor een g rond- en/of grondwaterverontreiniging omdat uit het vooronderzoek geen concrete aanwijzingen zijn voortgekomen dat de bodem op de locatie s verontreinigd zal zijn met één of meer stoffen. Onderzoeksstrategie Op basis van de hypothese is de locatie conform NEN 5740 onderzocht volgens de strategie voor een ’onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS. Ter plaatse van het toegangspad (280 m2) bleek sprake van grond met een matige tot sterke puinbijmenging. Op deze strook is het onderzoek daarom uitgebreid met een asbestonderzoek conform de NEN -5707, strategie ‘verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ . Hiervoor is één extra proefgat (01A) gegraven. Tijdens de bemonstering van het grondwater bleek de bemonsteringsslang vettig aan te voelen, daardoor werd olie in het grondwater verwacht. Dit was echter niet waargenomen tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden en het plaatsen van de peilbuis. Er is tijdens die bemonstering een extra boring uitgevoerd en peilbuis geplaatst (nr. 9A) op 1,7 meter afstand van de oorspronkelijke peilbuis. Visueel werd hier geen olie waargenomen.
Deze peilbuis is na drie dagen wachttijd bemonsterd. Omdat dit grondwater alleen op minerale olie en aromaten is geanalyseerd, wordt niet verwacht dat deze kortere wachttijd consequenties heeft en is het geen kritieke afwijking van de NEN. 218233/R02
11/13 Toetsing aan de noodzaak tot nader onderzoek Behalve de sterke olieverontreiniging in het grondwater, zijn er geen verontreinigen aangetoond in gehalten boven de achtergrondwaarde en/of concentraties boven de interventiewaarde. Ook is geen asbest aangetoond in de puinhoudende bovengrond van het toegangspad. Er is geen aanleiding voor het uitvoeren van nader onderzoek. Wel overschrijd de concentratie olie in peilbuis 09 de interventiewaarde. Verwacht wordt dat de olieverontreiniging niet aanwezig was tijdens de uitvoering van het veldwerk en het plaatsen van d e peilbuis omdat dit niet is waargenomen, de grondlaag rond de grondwaterspiegel geen olie bevat en het grondwater in een nabij geplaatste peilbuis (nog) niet verontreinigd is. Vermoedelijk is de olie aangebracht na het plaatsen van de peilbuis. Hoewel in het grondwater een overschrijding van de interventiewaarde voor minerale olie is aangetoond en de troebelheid van het bemonsterde grondwater hoger was dan 10 NTU, wordt gezien de aard van de verontreiniging en bovenstaande argumentatie over de oorzaak niet verwacht dat de meting in relevante mate verstoord is door de aanwezigheid van vaste deeltjes in het grondwatermonster en wordt een herbemonstering niet zinvol geacht. Nader onderzoek is formeel niet nodig omdat op basis van bovenstaande zorgplicht van toepassing is.
218233/R02 12/13 6 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN In opdracht van Ter Steege Vastgoed Hardenberg B.V. is door Ortageo Noordoost B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd op het kadastrale perceel K 7219 in Geesteren (gemeente Tubbergen). Ter plaatse van het toegangspad is tevens een asbestonderzoek conform de NEN5707 uitgevoerd. Aanleiding en doel De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen aankoop van de locatie. Daarnaast is het onderzoek de komende jaren geschikt voor een bestemmingsplanwijziging en/of een aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouw. Het doel van het onderzoek is om door het bepalen van de actuele bodemkwaliteit om vast te stellen of er door een eventuele bodemverontreinigin g consequenties zijn voor de voorgenomen transactie en of toekomstige heront- wikkeling. Wettelijk kader Het onderzoek is uitgevoerd conform de vigerende NEN-normen en voldoet aan de geldende wet- en regelgeving betreffende de kwaliteit van de uitvoering van milieuhygiënisch bodemonderzoek. Strategie Op basis van de hypothese is de locatie conform NEN 5740 onderzocht volgens de strategie voor een ’onverdachte niet-lijnvormige locatie’ (ONV-NL). Omdat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS, is het laboratoriumonderzoek uitgebreid met PFAS.
Ter plaatse van het toegangspad (280 m 2) bleek sprake van grond met een matige tot sterke puinbijmenging. Op deze strook is het onderzoek daarom uitgebreid met een asbestonderzoek conform de NEN 5707, strategie ‘verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’. Hiervoor is één extra proefgat (01A) gegraven. Tijdens de bemonstering van het grondwater bleek de bemonsteringss lang vettig aan te voelen. Hierom werd olie in het grondwater verwacht. Dit was echter niet waargenomen tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden en het plaatsen van de peilbuis. Er is tijdens die bemonstering een extra boring uitgevoerd en peilbuis g eplaatst (nr. 9A) op 1,7 meter afstand van de oorspronkelijke peilbuis. Visueel werd hier geen olie waargenomen. Deze peilbuis is na drie dagen wachttijd bemonsterd. Omdat dit grondwater alleen op minerale olie en aromaten is geanalyseerd, wordt niet verwacht dat deze kortere wachttijd consequenties heeft en is het geen kritieke afwijking van de NEN. Resultaten en conclusies Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt het volgende: Toegangspad • Visueel is een matige tot sterke bijmenging met puin aangetro ffen. Er is geen asbestverdacht materiaal waargenomen. • De puinhoudende bovengrond is licht verontreinigd met PAK. Analytisch is geen asbest aangetoond.
De grond is indicatief geclassificeerd als klasse ‘industrie’ en heeft daardoor beperkte afzetmogelijkheden. Agrarisch perceel • Er zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. Wel is tijdens de bemonstering van de peilbuis een vettige substantie op de bemonsteringslang waargenomen. • In de bovengrond zijn lichte verontreinigingen aan koper aangetoond. Er zijn licht verhoogde gehalten aan PFAS aangetoond. De bovengrond is indicatief geclassificeerd als klasse ”industrie” en heeft daardoor beperkte afzetmogelijkheden. • In de ondergrond geen verontreinigende stoffen zijn aangetoond. Deze grond is indicatief geclassificeerd als “altijd toepasbaar”. • Het grondwater is licht verontreinigd met enkele zware metalen, naftaleen en sterk verontreinigd met minerale olie. Aromaten zijn niet aangetoond. 218233/R02 13/13 De concentratie olie in het grondwater overschrijdt de interventiewaarde. Verwacht wordt dat de olieverontreiniging niet aanwezig was tijdens de uitvoering van het veldwerk en het plaatsen van de peilbuis omdat dit niet is waargenomen, de grondlaag rond de grondwaterspiegel geen olie bevat en het grondwater in een nabij geplaatste peilbuis (nog) niet verontreinigd is. Vermoedelijk is de olie aangebracht na het plaatsen van de peilbuis. Nader onderzoek is formeel niet nodig omdat op basis van bovenstaande zorgplicht van toepassing is.
Aanbevelingen Het volgende wordt geadviseerd: • per omgaande verwijderen van de olieverontreiniging in de bodem. De verontreiniging is (na overleg) al wel gemeld bij bevoegd gezag (Omgevingsdienst). De grond moet worden afgevoerd naar een erkende verwerker en er moeten controleanalyses plaatsvinden om aan te tonen dat de olie is volledig is verwijderd. Hiervan moet een rapport voor het bevoegd gezag worden opgesteld waarin is opgenomen hoeveel grond is ontgraven en naar welke erkende verwerker deze is afgevoerd; • de bovengrond is licht veront reinigd met koper maar valt indicatief in de klasse ‘industrie’ bij toetsing aan het besluit bodemkwaliteit. Hier wordt vanuit de gemeenten verschillend mee omgegaan in het kader van bestemmingsplanwijzigingen. Geconcludeerd kan worden dat de locatie niet voldoet aan ‘wonen’ en dat ondanks de lichte verhogingen toch sanerende maatregelen nodig zijn. Wij adviseren dan ook om dit met de gemeente af te stemmen in het kader van de aankoop omdat de afvoer van grond met klasse ‘industrie’ beperkingen heeft en kosten met zich meebrengt. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassi ng. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’.
In het kader van kostenefficiëntie adviseren wij om vrijkomende grond zoveel mogelijk binnen de onderzoekslocatie te hergebruiken. 218233/R02 218233 BIJLAGE 1 Regionale ligging onderzoekslocatie
218233 BIJLAGE 2 Situatietekening met onderzoekspunten
218233 BIJLAGE 3 Bodemprofielbeschrijvingen 218233
218233 BIJLAGE 4 Analysecertificaten SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722. Analyserapport Blad 1 van 7 SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl Ortageo Noordoost Einsteinstraat 12a 7601 PR ALMELO Uw projectnaam : Langeveenseweg 67 Geesteren Uw projectnummer : 218233 SGS rapportnummer : 13778439, versienummer: 1. Rotterdam, 05-12-2022 Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 218233. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport.
SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V. blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn.
Blad 3 van 7 Analyserapport Ortageo Noordoost Projectnaam | Langeveenseweg 67 Geesteren | Orderdatum | 28-11-2022 Projectnummer | 218233 | Startdatum | 28-11-2022 Rapportnummer | 13778439 | - 1 | Rapportagedatum | 05-12-2022 Nummer | Monstersoort | Monsterspecificatie 001 | Grond (AS3000) | M2 002 | Grond (AS3000) | M5 Analyse | Eenheid | Q | 001 | 002 MINERALE OLIE <5 fractie C10-C12 | mg/kgds | <5 <5 fractie C12-C22 | mg/kgds | <5 7 fractie C22-C30 | mg/kgds | <5 8 fractie C30-C40 | mg/kgds | <5 <20 totaal olie C10 - C40 | mg/kgds | S | <20 De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722.
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722. Analyserapport Blad 1 van 4 SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl Ortageo Noordoost Einsteinstraat 12a 7601 PR ALMELO Uw projectnaam : Langeveenseweg 67 Geesteren Uw projectnummer : 218233 SGS rapportnummer : 13781995, versienummer: 1. Rotterdam, 04-12-2022 Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 218233. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever.
Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 4 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V. blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn.
Analysecertificaat asbest Opdracht Opdrachtgever | Ortageo Noordoost BV | Rapportnummer | V221102987 versie 1 Contactpersoon | Datum opdracht | 28-11-2022 Adres | Einsteinstraat 12a | Datum ontvangst | 28-11-2022 Postcode en plaats | 7601 PR Almelo | Datum rapportage | 05-12-2022 Projectcode | 218233 | Pagina | 2 van 2 Project omschrijving | Langeveenseweg 67 Geesteren Analyse | Fractie | Fractie | Fractie | Fractie | Fractie | Fractie | Fractie | Fractie > 20 mm | 8 - 20 mm | 4 - 8 mm | 2 - 4 mm | 1 - 2 mm | 0,5 - 1 mm | < 0,5 mm | Totaal Zeven (g) | 0 | 1337 | 561 | 263 | 445 | 1066 | 10414 | 14086 Afgezochte deel fractie (%) | 100 | 100 | 100 | 100 | 20 | 5 | ** Asbestcement Asbesth.materiaal (g) | 3,9460 | 0,0570 | 4,0030 Hechtgebonden | ja | ja Aantal deeltjes | 5 | 2 | 7 Percentage chrysotiel (%) | 12,5 | 12,5 Gewicht chrysotiel (mg) | 493,3 | 7,1 | 500,4 totaal per mineralogische groep Gehalte HG serpentijn (mg/kg ds) | 35,02 | 0,50 | 35,52 Gehalte serpentijn (mg/kg ds) | 35,02 | 0,50 | 35,52 Totaal Aantal deeltjes totaal (stuk) | 5 | 2 | 7 Gehalte HG t.o.v. totaal (mg/kg ds) | 35,02 | 0,50 | 35,52 Gehalte t.o.v. totaal (mg/kg ds) | 35,02 | 0,50 | 35,52 ** = Van de zeeffractie <0,5 mm is maximaal 10 gram kwalitatief beoordeeld en deze bevat geen asbestverdachte vezels. NHG = Niet hechtgebonden. HG = Hechtgebonden.
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722. Analyserapport Blad 1 van 6 SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl Ortageo Noordoost Einsteinstraat 12a 7601 PR ALMELO Uw projectnaam : Langeveenseweg 67 Geesteren Uw projectnummer : 218233 SGS rapportnummer : 13781993, versienummer: 1. Rotterdam, 06-12-2022 Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 218233. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever.
Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V. blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn.
Blad 2 van 6 Analyserapport Ortageo Noordoost Projectnaam | Langeveenseweg 67 Geesteren | Orderdatum | 02-12-2022 Projectnummer | 218233 | Startdatum | 02-12-2022 Rapportnummer | 13781993 | - | 1 | Rapportagedatum | 06-12-2022 Nummer | Monstersoort | Monsterspecificatie 001 | Grondwater | 09-1-1 (AS3000) 002 | Grondwater | 09a-1-1 (AS3000) Analyse | Eenheid | Q | 001 | 002 METALEN barium | µg/l | S | 100 cadmium | µg/l | S | 0.87 kobalt | µg/l | S | <2 koper | µg/l | S | 14 kwik | µg/l | S | <0.05 lood | µg/l | S | <2 molybdeen | µg/l | S | <2 nikkel | µg/l | S | 3.9 zink | µg/l | S | 300 VLUCHTIGE AROMATEN <0.2 benzeen | µg/l | S | <0.2 <0.2 tolueen | µg/l | S | <0.2 <0.2 ethylbenzeen | µg/l | S | <0.2 <0.1 o-xyleen | µg/l | S | <0.1 <0.2 p- en m-xyleen | µg/l | S | <0.2 1) | 0.21 | 1) xylenen (0.7 factor) | µg/l | S | 0.21 0.63 | 1) totaal BTEX (0.7 factor) | µg/l styreen | µg/l | S | <0.2 <0.02 naftaleen | µg/l | S | 0.02 GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan | µg/l | S | <0.2 1,2-dichloorethaan | µg/l | S | <0.2 1,1-dichlooretheen | µg/l | S | <0.1 cis-1,2-dichlooretheen | µg/l | S | <0.1 trans-1,2-dichlooretheen | µg/l | S | <0.1 1) som (cis,trans) 1,2- | µg/l | S | 0.14 dichloorethenen (0.7 factor) dichloormethaan | µg/l | S | <0.2 1,1-dichloorpropaan | µg/l | S | <0.2 1,2-dichloorpropaan | µg/l | S | <0.2 1,3-dichloorpropaan | µg/l | S | <0.2 1) som
dichloorpropanen (0.7 | µg/l | S | 0.42 factor) tetrachlooretheen | µg/l | S | <0.1 tetrachloormethaan | µg/l | S | <0.1 1,1,1-trichloorethaan | µg/l | S | <0.1 1,1,2-trichloorethaan | µg/l | S | <0.1 trichlooretheen | µg/l | S | <0.2 chloroform | µg/l | S | <0.2 vinylchloride | µg/l | S | <0.2 tribroommethaan | µg/l | S | <0.2 De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning. SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 6 Analyserapport Ortageo Noordoost Projectnaam | Langeveenseweg 67 Geesteren | Orderdatum | 02-12-2022 Projectnummer | 218233 | Startdatum | 02-12-2022 Rapportnummer | 13781993 | - 1 | Rapportagedatum | 06-12-2022 Monster beschrijvingen 001 | * | De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk. 002 | * | De monstervoorbehandeling en analyses zijn uitgevoerd conform Accreditatieschema AS3000, dit geldt alleen voor de analyses die worden gerapporteerd met het "S" kenmerk. Voetnoten 1 | De sommatie na verrekening van de 0.7 factor voor <-waarden volgens BoToVa. SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028. SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Sp jkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschr jving handelsregister : 24226722.
218233 BIJLAGE 5 Overschrijdingstabellen
218233 BIJLAGE 6 Foto's onderzoekslocatie 218233 1 Foto 1 Foto 2
218233 2 Foto 3 Foto 4
218233 3 Foto 5 Foto 6
218233 4 Foto 7
218233 APPENDIX Kader en verantwoording 218233 Appendix 1/4 KADER VAN HET ONDERZOEK In deze appendix wordt kort ingegaan op de verschillende kaders die van toepassing zijn op bodemonderzoek. NEN-normen Bij het bepalen van de onderzoeksstrategie en het vaststellen van het onderzoeksprogramma is uitgegaan van de volgende NEN-normen: • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (Nederlandse norm 5725: oktober 2017). • Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bo dem en grond ’ (Nederlandse norm 5740: januari 2009 en 5740:2009/A1: februari 2016). • Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (Nederlandse n orm 5707: augustus 2015 en 5707+C1/C2: december 2017). • Inspectie en monsterneming va n asbest in bouw - en sloopafval en recyclinggranulaat (Nederlandse n orm 5897: augustus 2015 en 5897+C1/C2: december 2017). Uitvoeringskader Het bodemonderzoek is uitgevoerd conform de wettelijke KWALIBO -regeling (Kwaliteitsborging bij bodem - intermediairs). Dit betekent dat het veldwerk is uitgevoerd onder erkenning op basis van BRL SIKB 2000 en de daarbij behorende protocollen 2001 (plaatsen handboringen en peilbuizen), 2002 (nemen van grondwatermonsters) en 2018 (locatie -inspectie en monsterneming van asb est in bodem) .
Monstername van het materiaal uit de inspectiesleuven in de halfverharding wordt uitgevoerd conform de geldende NEN -normen door een erkende medewerker, maar valt formeel niet onder protocol 2018. Waar tijdens het onderzoek is afgeweken van de normen en de protocollen, is dat vermeld in dit rapport. Eventuele monstername voor onderzoek naar PFAS is uitgevoerd conform specifieke eisen volgens veldwerkprotocol ‘’bemonstering PFAS-verbindingen in grond- en grondwater’’ vastgesteld door expertisecentrum PFAS (juli 2019). Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door een laboratorium dat is geaccredi teerd op basis van de criteria in NEN-EN-ISO/IEC 17025:2000 en op basis van AS3000. Op de analysecertificaten is aangegeven welke laboratoriumverrichtingen onder de genoemde accreditaties zijn uitgevoerd. In deze appendix is de verantwoording van het uitgevoerde onder zoek opgenomen, waaronder verwijzingen naar wet- en regelgeving en kwaliteitsborging. Reikwijdte van het onderzoek Het bodemonderzoek is alleen bedoeld om inzicht te krijgen in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van grond en/of grondwater op de onderzoekslocatie voor het beoogde doel. De uitvoering van de werkzaamheden door Ortageo vindt op zorgvuldige wijze plaats volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden bij onderzoek naar bodemverontreiniging.
Het bodemonderzoek beoogt een waarheidsgetrouw beeld te geven van de bodem - kwaliteit van de onderzoekslocatie op het moment van de monstername. Vanwege het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek waarbij de monstername op deels willekeurig b epaalde locaties plaatsvindt, kan niet worden uitgesloten dat binnen de onderzoekslocatie lokaal een verontreiniging afkomstig van een onbekende puntbron aanwezig is , die niet wordt aangetoond in dit onderzoek. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname betreft. De onderzoeksresultaten worden minder representatief voor de actuele bodemkwaliteit naarmate meer activiteiten op de locatie plaatsvinden en de verstreken periode sinds de uitvoering van het onderzoek langer wordt. Als grond van de locatie vrijkomt, moet er rekening mee worden gehouden dat deze niet zonder meer elders toepasbaar is. Op hergebruik van grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De toepassing van grond elders moet worden gemeld via het ‘meldpunt bodemkwaliteit’. Het bodemonderzoek is, mits anders aangegeven, niet van toepassing op puin - of andere lagen waarin de fractie aan bodemvreemd materiaal groter is dan 50%. Deze lagen betreffen formeel geen bodem en hierop is de Wet bodembescherming niet van toepassing.
Op basis van het gebiedsspecifiek beleid kunnen lokale maximale waarden (LMW) zijn vastgesteld die hoger liggen dan de generieke achtergrondwaarden. Deze waarden gelden voor homogene deelgebieden die zijn ingedeeld naar ontstaansgeschiedenis en gebruik. De l | okale maximale waarden kunnen, mits dit is vastgelegd in het gemeentelijk beleid, worden gebruikt in plaats van de generieke achtergrondwaarden bij de toetsing of sprake is van bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Tijdelijk handelingskader PFAS Op 8 juli 2019 is in een brief van het Ministerie Infrastructuur en Waterstaat (kenmerk IENW/BSK | -2019/131399) aangegeven dat te verzetten of toe te passen grond moet voldoen aan de eisen die het Ministerie stelt aan PFAS. Omdat in het Besluit | bodemkwaliteit nog geen toepassingsnormen voor PFAS zijn vastgelegd, zijn voorlopige toepassingsnormen vastgesteld in het geactualiseerd tijdelijk handelingskader (kenmerk | IENW/BSK-2021/335279, d.d. 13 december 2021). Vooruitlopend op de aanpassing van de | regelgeving, dient dit kader op basis van de zorgplicht al te worden gebruikt. Beoordelingskader saneringsnoodzaak Gevalsdefinitie Een | geval | van | bodemverontreiniging | wordt | gedefinieerd | als | een | verontreinigd | grondgebied, | waarbij | de geconstateerde verontreinigingen een technische, organisatorische en ruimtelijke samenhang vertonen.
Aan elk van deze drie criteria | moet worden voldaan om t | e spreken van één geval van bodemverontreiniging. Bodemverontreiniging ontstaan vanaf 1987 Als de bodemverontreiniging is ontstaan na 1 januari 1987 dan is conform de Wet bodembescherming sprake van een verontreiniging die valt onder de zorgplicht (art. 1 | 3 Wbb). De veroorzaker is verplicht de verontreiniging en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk | ongedaan te maken. Er | moet dus zo spoedig mogelijk een sanering te worden uitgevoerd, ongeacht de | ernst, omvang en risico's van de verontre | iniging. Bodemverontreiniging ontstaan vóór 1987 De saneringsparagraaf uit de Wet bodembescherming, van toepassing op bodemveront | reiniging die is ontstaan vóór 1 januari 1987, omschrijft de volgende uitgangspunten: • | Conform art. 28 Wbb moet degene die de | bodem wil gaan saneren of werkzaamheden wil gaan verrichten waardoor de verontreiniging van de bodem wordt verminderd of verplaatst, hiervan melding doen bij het bevoegd gezag | (art. 28 Wbb) .
Deze melding | hoeft niet, als redelijkerwijs kan | worden aangenomen dat de sanering of | de geplande activiteit | geen betrekking heeft op een | geval van ernstige bodemverontreiniging en tevens vaststaat: - | dat de betreffende hoeveelheid verontreinigde grond niet meer bedraagt dan 50 m | 3 en/of de hoeveelheid verontreinigd grondwater niet meer bedraagt dan 1.000 m | 3; - | dat uit de aard van de handelingen volgt dat de grond slechts tijdelijk wordt verplaatst en na verplaatsing in zijn geheel wordt teruggebracht. • | Er is sprake van een | ‘geval van ernstige bodemverontreiniging | ’ als in een bodemvolume van 25 m³ in de grond en/of 100 m³ in het grondwater het gemiddelde gehalte van een verontreinigde stof groter is dan de interventiewaarde voor grond respectievelijk grondwater. Voor een geval van ernst | ige bodemverontreiniging geldt een saneringsnoodzaak. • | In enkele specifieke situaties kan bij gehalten onder de interventiewaarden ook sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Dit geldt voor de zogenaamde gevoelige functies: - | moestuin/vo | lkstuin; - | plaatsen | waar | vluchtige | verbindingen | aanwezig | zijn | in | het | grondwater | in | combinatie | met | hoge grondwaterstanden en/of in de onverzadigde bodem onder bebouwing; - | plaatsen waar sprake is van gewasconsumptie en waar een verontreiniging met PCB in de con | tactzone aanwezig is. • | Of een geval van ernstige bodemverontreiniging met spoed moet worden gesaneerd is afhankelijk van de risico's. | Hiertoe | moet | een | risicobeoordeling | worden | uitgevoerd | waarbij | de | humane, | ecologische | en verspreidingsrisico's worden vastges | teld. Als sprake is van onaanvaardbare risico's moet de sanering met spoed worden uitgevoerd. Eventueel kunnen ook tijdelijke beveiligingsmaatregelen worden getroffen om de risico's te beheersen. 218233 | Appendix 3/4 218233 Appendix 4/4 Het bevoegd gezag Wbb stelt in een beschikking vast of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en, als dit het geval is, of de verontreiniging met spoed moet worden gesaneerd. Als sprake is van spoed, dan stelt het bevoegd gezag in de beschikking tevens de termijn vast waarbinnen met de sanering moet worden begonnen. Asbest Met betrekking tot asbest is het Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, protocol asbest van toepassing. Dit protocol asbest is opgenomen in de Circulaire bodemsanering.
Voor asbest geldt dat, ongeacht de omvang, er sprake is van een geval van ernstige bodem verontreiniging indien de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden. Indien een asbestverontreiniging is ontstaan na 1993 (opname zorgplichtartikel in de Wet bodembescherming) dient een bodemverontreiniging in principe, ongeacht mate, omvang en risico’s te worden gesaneerd. Indien een verontreiniging is ontstaan voor 1993 ( ‘historische verontreiniging’) wordt de saneringsnoodzaak en - spoedeisendheid volgens het Milieuhygiënisch Saneringscriterium bepaald. Volgens de Circulaire bodemsanering geldt voor asbest dat, bij grond met een gewogen gehalte aan asbest hoger dan de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. er, onafhankelijk van de omvang van de verontreiniging, sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Indien sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging (geen zorgplicht) worden vervolgens de volgende stappen van het protocol asbest uitgevoerd: • uitvoeren standaard risicobeoordeling via onder andere bodemgebruiksvorm, aanwezigheid van asbest in ‘leeflaag’, gehalte aan (niet) hechtgebonden asbest en vegetatie; • eventueel uitvoeren van een locatiespecifieke risicobeoordeling (bepaling respirabele vezels en/of bepaling asbestvezelconcentratie in binnen- en/of buitenlucht).
De Wet bodembescherming (Wbb) is niet van toepassing bij puin - of andere lagen waarin de fractie aan bodemvreemd materiaal groter is dan 50%. De Wbb is daarnaast per definitie niet van toepassing bij wegen: onder een weg wordt verstaan een weg, een pad of een erf, alsmede andere grond die bestemd is om door rij en ander verkeer gebruikt te worden. Het is sinds 1 januari 2000 , op basis van het B esluit asbestwegen milieubeheer, verboden om een asbesthoudende weg voorhanden te hebben. Wanneer er meer dan 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen) in een weg aanwezig is, is de eigenaar verplicht een melding te doen bij het Ministerie Infrastructuur en Milieu (I&M) en maatregelen te nemen die strekken tot het tegengaan van blootstelling van gebruikers van die weg aan asbest. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ziet toe op de handhaving van het Besluit asbestwegen milieubeheer. Het verbod geldt voor alle asbestwegen in Nederland. Uitgezonderd zijn: • een weg, waarvan de eigenaar heeft aangetoond dat de concentratie asbest in die weg lager is dan 100 mg/kg d.s. (gewogen); • een weg die voor 1 juli 1993 is aangebracht en waarvan het asbest is afgeschermd door een verharding die geen asbest bevat. Een weg wordt beschouwd als een object. Op het verwijderen van objecten is het Asbest-verwijderingsbesluit 2005 van toepassing.
In het Asbestverwijderingsbesluit 2005 wordt echter een asbestweg uitgezonderd van de asbest - inventarisatieplicht (artikel 4 lid 1c) en de verplichting een gecertificeerde asbestverwijderaar de werkzaamheden te laten uitvoeren. En geldt voor het verwijderen van de weg wel het sloopregi me uit het Arbeidsomstandigheden- besluit. VERANTWOORDING
Bijlage 15 Waterhuishoudkundig plan bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie G eesteren 717
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 2 / 25 2 Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2 .1 L o c a ti e g e ge v en s Het plangebied is gelegen aan de Langeveenseweg, ten noorden van Geesteren. Dit betreft in de huidige situatie een bedrijventerrein, met een bedrijfspand in het zuidelijk deel en braakliggende grond in het noordelijk deel. Het bedrijfspand betreft een voormalige textielfabriek van Ten Cate. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie K en nummer(s) 8685, 10479, 10482, 9748, 9749 en 6142. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt 34.400 m2. Ten zuiden van de locatie bevindt zich de Randweg met ten zuiden daarvan een recent ontwikkelde woonwijk. Aan de oostzijde van de locatie is de Langeveenseweg aanwezig, met ten oosten daarvan verschillende woonhuizen en agrarische percelen. Ook aan de noordzijde bevinden zich verschillende woonhuizen. Ten westen van de locatie bevindt zich de Heetkampweg, waarvan het zuidelijk deel verhard is en wat overgaat in een onverhard pad. Ten westen hiervan zijn agrarische percelen aanwezig.
Tabel 2.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie LTC-terrein Gemeente Tubbergen Waterschap Vechtstromen Huidig gebruik Bedrijventerrein (zuidelijk deel) en braakliggende grond (noordelijk deel) Oppervlakte onderzoekslocatie 3,44 ha Maaiveldhoogte 15,1 tot 15,6 m NAP Toekomstig gebruik Woningen 2 .2 G e we n s t e h e ri nr ic h tin g Op de locatie is een verkaveling in 61 verschillende kavels voorzien, waarbij 24 rijwoningen, 6 levensloopbestendige woningen, 18 twee-onder-een-kapwoningen en 13 vrijstaande woningen zullen worden gerealiseerd (zie figuur 2.1). Figuur 2.1: Onderzoekslocatie huidige- en nieuwe situatie (respectievelijk links en rechts).
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren Er is zowel een toegangsweg vanuit de Langeveenseweg als vanuit de Heetkampweg voorzien. Daarnaast is binnen de locatie ruimte voorzien voor groen, waterberging en een speelplek. Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst afnemen. Het toekomstig verhard oppervlak bestaat uit circa 6.000 m2 voor de toekomstige rijbaan, trottoirs en parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een toename van het verhard oppervlak met circa 8.100 m2. Dit is inclusief inritten en een parkeerplaats op particulier terrein. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven. Tabel 2.1: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) Situatie | Kavels | Globale | Oppervlak | Oppervlak | Totaal oppervlakte | bebouwd | verharding Voormalig | -- | 3,44 ha | 1,35 ha | 8.000 | 2,2 ha Toekomstig | 13 st. vrijstaand1 | 3,44 ha | 2.340 | 1,4 ha 24 st. 2-o.-1-kap/ levensloopbestendig2 | 3.360 24 st. rijwoningen3 | 2.400 Verharding4 | 6.000 Rijbaan en wegen5 Overige verharding6 1) | 180 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 2) | 140 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 3) | 100 m2 verhard inclusief bestrating/ oprit 4) | Wegen, parkeerplaatsen, trottoirs en wandelpaden.
2 .3 | O nderz oeksopz et 2.3.1 | Geohydrologisch onderzoek Eerst zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINOloket, Wateratlas Overijssel, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van; | het Actueel Hoogtebestand van Nederland 4 (AHN 4); | KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster; | de database DINOloket van TNO; | openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister; | openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel); | grondwatermeetnet Twente; | openbare legger waterschap Vechtstromen; | Verkennend bodemonderzoek Kadastraal perceel K2719 in Geesteren, gemeente Tubbergen, Ortageo B.V., 18 januari 2023, 218233/R02; | Verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 deel kadastraal perceel K10126 in Geesteren, gemeente Tubbergen, Ortageo B.V., 27 februari 2023, 218233/R02; | Rapport verkennend en nulsituatie bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Langeveenseweg 55 Geesteren, Kruse Groep, 28 juli 2016, 16029216; | Rapport eindsituatie bodemonderzoek
conform NEN 5740 Langeveenseweg Geesteren, Kruse Groep, 19 maart 2024, 24007722; | Resultaten monitoring grondwaterstanden Hutten fase 2, Vermolenweg te Geesteren, Geofoxx, 5 april 2017, 20150451_a1BRF. projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 3 / 25 Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 4 / 25 Veld- en laboratoriumonderzoek Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone van de bodem worden doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De k-waarde is van belang voor het bepalen van de infiltratiemogelijkheden op de locatie. In lijn met de leidraad riolering Module C2510 (Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage), met een GHG (gemiddeld hoge grondwaterstand <1,5 m-mv), worden vijf doorlatendheidsmetingen (falling head testen) uitgevoerd op verschillende dieptes van circa 0,5 tot 1,0 m-mv. Op basis van de bij de boringen vrijkomende grond wordt een gedetailleerde boorbeschrijving gemaakt (boorprofielen). Dit geeft inzicht in de bodemopbouw (samenstelling en doorlatendheid). De ligging van de boorpunten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1. Voor gedetailleerde boorstaten wordt verwezen naar bijlage 2.
Kwaliteitsborging De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen). 2.3.2 Digitale wateradvies In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van het digitale wateradvies. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het omgevingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen).
Afhankelijk van de uitkomsten van het digitale wateradvies, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van het wateradvies zijn opgenomen in onderhavige rapportage. Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 3 | Beleid In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Tubbergen en waterschap Vechtstromen. 3.1 | Waterschap Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 2022-2027, Waterschap Vechtstromen’. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt bestaat uit de Omgevingswet, het klimaat, algehele waterkwaliteit, duurzaamheid en beleving. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit: Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem).
Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie | - wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is - kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving. Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste het niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechtert (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn: | Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van s | chone worden gelegd; | Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd; | Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het | waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer | . Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen | 2: | Bergingseis (bergingsvijvers, waterlopen, straat en infiltratie | - en randvoorzieningen3): o | T=100 gebeurtenis maatgevend voor toetsing; o | Neerslagstatistiek volgens Stowa rapport nr.
19, 2019; o | Neerslag volgens huidige klimaat +10% (klimaat) o | 3 mm berging op straat, dak etc. o | Maatgevende bui-duur is 48 uur, neerslaghoeveelheid 122 mm. Deze waarde komt overeen met de neerslaghoeveelheid inclusief klimaatverandering volgens Stowa rapport nr 19; o | Maatgevende afvoer (lozingscapaciteit berging): 1,6 l/s, ha ofwel 28 mm bij bui-duur 48 uur; o | Dit betekent 91 mm waterberging voor het gebied dat is toegenomen in verhard oppervlak; | Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers; 2 Augustus 2020, afdeling ontwikkeling en advies, Waterschap Vechtstromen | ; 3 Bepaal de omvang en het type berging in bestaand stedelijk gebied in overleg met de gemeente | ; projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 5 / 25 Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 6 / 25 Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening; In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlakte- waterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud.
Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen; Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; Om afwenteling op de omgeving (o.a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 1,6 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v. het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3.2.
3 .2 G e me e n t el ij k be l ei d Hemelwater (HWA) De planontwikkeling heeft na realisatie een hoeveelheid verhard oppervlak van circa 1,3 ha tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk (verhard oppervlak >1.500 m2). Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop. Op basis van het Water en RioleringsPlan4 (WRP) 2025-2030 kan worden uitgegaan van een minimale berging 40 mm voor het verhard oppervlak. Bij extreme situaties mag geen waterschade ontstaan. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Bij een bui met T=100 (1x per 100 jaar) met 70 mm in 1 uur tijd, mag het water tot aan de entree en/of in de voortuinen staan, is de waterhoogte van doorgaande wegen minder dan 20 cm, is de waterdiepte in een groot deel van het gebied minder dan 20 cm en de maximale duur van water op straat is 120 minuten, water in gebouwen is niet toegestaan. Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.
4 In dit WRP 2025-2030 (Water en Riolerings Programma) geeft gemeente Tubbergen aan hoe ze invulling geeft aan de wettelijke gemeentelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater. Definitief 22 oktober 2024.
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 8 / 25 4 Geohydrologisch onderzoek 4 .1 M a a iv e l dh o o gt e Regionaal gezien wordt de omgeving gekenmerkt door de aanwezigheid van een stuwwal ten oosten van Geesteren, met een hoogte van circa 21 m NAP. Vanuit daar loopt het maaiveld globaal gezien af in noordwestelijke richting, zie figuur 4.1. Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m NAP in de omgeving van de onderzoekslocatie (AHN4). Rood = hoog, blauw = laag. Binnen de locatie is het maaiveld relatief vlak; binnen het grootste deel van de locatie varieert de hoogte tussen 15,1 en 15,6 m NAP. Rondom de voormalige bedrijfspanden is verharding aangebracht en is de maaiveldhoogte lokaal een fractie hoger, tot 15,7 m NAP. Ter plaatse van de te behouden bomen in de noordwesthoek van de locatie bedraagt de maaiveldhoogte 15,7 à 15,8 m NAP. De gemiddelde maaiveldhoogte bedraagt 15,3 m NAP, zie figuur 4.2. 21 m 14 m Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 15,4 15,3 | 15,3 16,0 | 15,5 15,1 15,7 15,5 15,6 14,3 15,7 15,5 Figuur 4.2: Maaiveldhoogte in m NAP ter plaatse van de onderzoekslocatie (AHN4). 4 .2 | B odemopbouw Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaalt de grondwaterstroming in een gebied.
De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. In figuur 4.3 en tabel 4.1 is de geohydrologische opbouw weergegeven (gebaseerd op het geohydrologische model van de DINOloket, REGIS v2.2). Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een deklaag aanwezig van circa 3 m dik, bestaande uit zeer tot matig fijn zand van de Boxtel Formatie. Hieronder is een pakket aanwezig van projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 9 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 4 .3 | D oor l atendheid Onverzadigde zone: Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k | -waarde) van de onverzadigde zone is in vijf boringen een doorlatendheidsproef uitgevoerd. De proeven zijn verricht verspreid uitgevoerd over het terrein ter plaatse van de aan te leggen wadi’s. | De doorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met behulp van de Falling head | -methode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling head | -methode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. De doorlatendheidsproeven zijn uitgevoerd in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) in de zandlagen.
Tabel 4.3: Gemeten doorlatendheid onverzadigde zone (m/dag) Boorpunt | Filtertraject (m-mv) | Samenstelling bodem | K-waarde (m/dag) FH01 | 0,45 – 0,95 | Zand matig fijn, zwak siltig | 6,0 FH02 | 0,50 – 1,00 | Zand matig fijn, zwak siltig | 6,0 FH03 | 0,40 – 0,90 | Zand matig fijn, matig siltig, zwak humeus | 5,6 FH04 | 0,40 – 0,90 | Zand matig fijn, zwak siltig, zwak grindig | 6,9 FH05 | 0,70 – 1,20 | Zand matig fijn, zwak siltig | 3,8 Gemiddelde doorlatendheid | 5,7 De peilbuizen liepen snel leeg; mogelijk was de bodem nog niet geheel verzadigd voordat de peilbuizen leeg waren. Mogelijk is de doorlatendheid daarom iets lager dan de waarden in bovenstaande tabel. Er kan worden uitgegaan van een doorlatendheid van minimaal 2 m/dag. 4 .4 | Grondwater Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden op het plangebied, zijn diverse bronnen geraadpleegd. Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal westelijk gericht, zie figuur 4.4. Figuur 4.4: Grondwaterstroming m NAP (Grondwatertools; isohypsen 1 e watervoerend pakket). Stroming is van hoog (rood) naar laag (blauw). projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 11 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren projectnummer datum 20250070/NASC oktober 2025 14 / 25 waarschijnlijk Noaberkracht de sloot onderhouden. Aan de zuidzijde van de Randweg is, als onderdeel van de woonwijk, een grote wadi aanwezig. 4 .6 R i ol er i ng De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Er is een vuilwaterriool aanwezig onder de Langeveenseweg, ten oosten van de locatie. Dit betreft een PVC Ø250 riool met een b.o.b. hoogte van 13,77 m NAP. Tevens is een vuilwaterriool aanwezig in De Potstal, ten zuiden van de locatie. Dit betreft eveneens een PVC Ø250 riool. Deze heeft een b.o.b. hoogte van 13,71 m NAP, afnemend tot 13,52 m NAP aan de westzijde. Figuur 4.8: Oppervlaktewater rondom de onderzoekslocatie. Figuur 4.7: Legger oppervlaktewateren nabij plangebied (rood omgeven).
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren 4 .9 | V astgestel de geohy dr ologische si tuatie Bodemopbouw Bij de eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op de locatie is de bodemopbouw vastgesteld. Uit de profielbeschrijvingen van de grondbori | ngen volgt dat tot een diepte van circa 3,0 m | - mv zeer fijn tot | matig grof zand aanwezig is | . De bovengrond is zwak | tot matig humeus. Lokaal is een maximaal 0,5 m dikke leemlaag aanwezig vanaf een diepte van circa 2,0 m | - mv. Hoogteligging Binnen de locatie is het maaiveld relatief vlak; binnen het grootste deel van de locatie varieert de hoogte tussen 15,1 en 15,6 m NAP. De gemiddelde maaiveldhoogte bedraagt 15,3 m NAP. Grondwaterniveau Voor de onderzoekslocatie zijn de volgende maatgevende grondwaterstanden | bepaald: | Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG): 14,6 m NAP (0,7 m | -mv) | Gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG): 13,6 m NAP (1,7 m | -mv) Doorlatendheid De doorlatendheid van de zandlagen is “goed”. | Er kan worden uitgegaan van een minimale doorlatendheid van 2 m/dag. Het terrein is | vanuit dat oogpunt van nature geschikt voor infiltratie middels wadi’s. Waterhuishoudkundige inrichting Zowel aan de westzijde van de Heetkampweg als aan de noordzijde van de Randweg zijn greppels aanwezig. Er is een vuilwater | riool aanwezig onder de Langeveenseweg, ten oosten van de locatie.
Dit betreft een PVC Ø250 riool met een b.o.b. hoogte van 13,77 m NAP. Tevens is een vuilwaterriool aanwezig in De Potstal, ten zuiden van de locatie. Dit betreft eveneens een PVC Ø250 riool. Deze heeft een b.o.b. hoogte van 13,71 m NAP | , afnemend tot 13,52 m NAP aan de westzijde | . projectnummer | datum 20250070/NASC | oktober 2025 | 16 / 25
Waterhuishoudkundig plan LTC-terrein te Geesteren | het afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater. Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechni | eken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendhe | id van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk. 5 .3 | I nfi ltr ati epotentie en geschi kthei d hemelwateri nfi ltratie Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan van de situatie zoals opgenomen in onders | taande tabel. Tabel 5.1: Infiltratiepotentie GHG | GLG | k-waarde m NAP | m NAP | m/dag Plangebied | 14,6 | 13,6 | 2 Op basis van de GHG en de doorlatendheid is infiltratie op de locatie mogelijk. Om hemelwater te infiltreren is op basis van de aangetroffen geohydrologische situatie infiltratie middels een wadi (eventueel in combinatie met drainage) of een zaksloot het m | eest geschikt.
5 .4 | B er gi ng hemel water Op basis van het Water en Rioleringsprogramma | 2025-2030 van de gemeente Tubbergen kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm voor het verhard oppervlak. Waterschap Vechtstromen gaat uit van een bergingseis van 91 mm voor het toegenomen verhard oppervlak. Aangezien bij onderhavige ontwikkeling sprake is van een afname van het verhard oppervlak, is deze bergingseis formeel niet van toepassing. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Aangezien op dit moment onbekend is hoe de particuliere terreinen worden ingedeeld, wordt enkel bergingscapaciteit gerealiseerd voor het openbaar terrein. Tabel 5.2: Berging Verhard oppervlak afgerond | Bergingseis | Berging afgerond (m2) | (mm) | (m3) Verharding | 6.000 | 40 | 240 Bebouwing | 8.100 | 40 | 325 Totaal: | 14.100 | 565 5 .5 | O ntwer p water systeem De planontwikkeling heeft een verhard oppervlak met circa 1,4 ha tot gevolg. Op basis van de bergingseisen van de gemeente zal circa 565 m3 water geborgen moeten worden in de openbare ruimte. Het hemelwater zal worden geborgen in een drietal wadi’s binnen de onderzoekslocatie. De inhoud van de wadi’s is ruim voldoende om het hemelwater te kunnen bergen. De wadi’s zijn met elkaar verbonden middels een duiker.