CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren_Bijlagen bij de motivering

Gemeenteraad Tubbergen 22 september 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren173.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 17

Status: vastgesteld Bestemmingsplan TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC Locatie Geesteren Status: vastgesteld Datum: IMRO-Code: NL.IMRO.0183.TAMGKTENCATE-VG01 Auteur(s):

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren Inhoudsopgave Bijlagen bij de motivering | 3 Bijlage 1 Inrichtingsplan | 4 Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan | 6 Bijlage 3 Participatie | 15 Bijlage 4 M.e.r.-beoordeling | 44 Bijlage 5 Verkeersonderzoek | 56 Bijlage 6 AERIUS-berekening | 87 Bijlage 7 Natuurwaarden onderzoek | 119 Bijlage 8 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai | 169 Bijlage 9 Akoestisch onderzoek industrielawaa | 331 Bijlage 10 Geuronderzoek | 394 Bijlage 11 Rapport verkennend en nulsituatie bodemonderzoek Langeveenseweg 55 | 413 Bijlage 12 Langeveenseweg 55 Geesteren - rapport eindsituatie bodemonderzoek 538 Bijlage 13 Rapport verkennend bodemonderzoek weilandstrook 250m2 | 591 Bijlage 14 Rapport verkennend bodemonderzoek Langeveenseweg in Geesteren 647 Bijlage 15 Waterhuishoudkundig plan | 717 Bijlage 16 Nader onderzoek vleermuizen | 761 Bijlage 17 Reactienota zienswijzen | 773 2 | bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren Bijlagen bij de motivering bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie G eesteren 3 Bijlage 1 Inrichtingsplan 4 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren K6137 K6141 | Heetkampweg R=6.00 P | P P | P P K6142 | P K8401 P P P P P 9 1.80 9 | 6.00 8.22 K8685 15.65+ 1.80 | 5.00 P | 6.00 | 5.00 | 1.00 20.80 | 1.50 P | 3 | 15.65+ 15.65+ | 15.65+ | 15.65+ 3 | 15.40+ | 15.40+

15.40+ | 15.40+ R=10.80 P | P | R=1.00 P | R=12.10 | P | P P | P R=6.00 | HIWGHIWG 1.50 | 15.35+ 15.70+ | 15.25+ | 15.30+ 15.70+ | 15.30+ 15.70+ | 15.70+ 3.50 1.50 10479 Trafo | P | P P | P R=6.00 5.00 1.80 5.00 5 | 14.72 | 5.50 2.00 K10482 K9748 | 3.00 8 | 3.50 8 | 5 5.50 | 1.80 7.72 Ø30,800 K9749 K10481 15.30+ 15.70+ 4.00 P | P | R=6.00 P | P | P P P 4.00 K6722 6 K6730 6 | PUNT OP GE 10480 1.80 | 6.00 11.60 | 3.30 K10127 65-65a 67 8.50 | 8.00 | 7.00 6.50 | 6.50 | 15.46 4.00 15.43 R=6.00 K6915 Langeveenseweg g | bk bk K8422 K8420 K8423 K8424 K9637 56 K10207 9639 K9638 K7220 T:\Projecten\22304 Ter Steege - LTC locatie geesteren\4 Output\Tekeningen\Werkdoc\22304-D3-125 inrichtingsschets.dwg K 15.30 15.3915.45 15.36 | 15.38 | 15.47 | 15.44 15.38 | 15.38 15.41 | 15.43 K 15.26 15.50 15.55 15.36 15.41 | 15.40 15.23 15.35 K 15.27 15.23 15.24 15.29 15.29 15.28 15.21 15.34 | 15.39 15.41 | 15.40 15.53 | 15.47 | 15.36 15.31 | 15.38 15.40 15.40 | 15.30 15.40 15.60 15.59 15.37 15.63 15.50 15.33 15.29 15.25 14.63 14.34 14.1414.18 14.26 Bijlage 2 Beeldkwaliteitsplan 6 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren 17 BEELDKWALITEITSPLAN In februari 2020 is de Nota Omgevingskwaliteit Dinkel- land en Tubbergen Mensen maken de ruimte aangepast.

In deze nota wordt gestart met het aangeven dat de gemeente haar ‘bemoeienis’ zo veel mogelijk wil beperken en daarom duidelijke keuzes wil maken om ‘vrij te laten waar kan, en alleen sturen op omgevings- kwaliteit waar dit nodig en voor iedereen uitlegbaar is’. In de nota staan deelgebieden aangeduid. Voor ieder deelgebied wordt een niveau van omgevingskwaliteit geduid: 1. Basis omgeving 2. Midden omgeving 3. Bijzondere omgeving Voor de ontwikkellocatie LTC geldt dat het oostelijke deel, grenzend aan de Langeveenseweg, in het niveau ‘midden’ valt en het westelijke deel in ‘basis’. Voor het gehele gebied is gesteld dat er een beeldkwaliteitsplan moet worden opgesteld. De beeldkwaliteitsparagraaf wordt door de het Q-team gebruikt om de diverse woningbouwontwerpen te beoordelen. Woningen direct naast de ontwikkellocatie gelegen Excessenregeling Om een effectief instrument te hebben voor repres- sieve toetsing en om te kunnen optreden tegen ver- paupering is een excessenregeling opgenomen. Bij het toepassen van de excessenregeling wordt het criterium gehanteerd dat er sprake moet zijn van een buitenspo- righeid in het uiterlijk die ook voor niet-deskundigen evident is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Dergelijke bouwwerken zijn door de absolute wel- standsbodem gezakt.

In de volgende gevallen is sprake van ernstige mate van strijd met redelijke eisen van welstand (ofwel een exces): • het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; • armoedig materiaalgebruik; • toepassing van felle of contrasterende kleuren; • te opdringerige reclames en huisstijlaanduidingen; • een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebrui- kelijk is (zie daarvoor ook de gebiedsbeschrijvingen); • verwaarlozing en verval. • niet passende graffiti op de gevel bekladding anderszins; • het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving; Als sprake is van één of meerdere van de bovenge- noemde criteria levert dit een exces op. Wanneer het uiterlijk van een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de hierboven genoemde criteria, heeft het college de bevoegdheid een verplichting op te leggen om het uiterlijk zodanig aan te passen dat geen sprake meer is van een exces. Bij de afweging of er wel of geen gebruik zal worden gemaakt van de bevoegdheid zal de stadsbouwmeester verzocht worden het bouwwerk in een gemotiveerd advies te beoordelen op het uiterlijk, waarbij het advies gebaseerd wordt op de criteria genoemd in deze excessenregeling. 18 Noord Aansluiten op het dorp Met de woningbouwontwikkeling wordt het LTC- terrein een onderdeel van het dorp.

De dorpse sfeer wordt voortgezet in een stratenpatroon dat kort en wisselend is. Boomstructuren worden gehandhaafd en in het gebied aangevuld. De zuidelijk gelegen groenstructuur met wadi wordt in noordelijke richting voortgezet en vormt een centraal verbin- dend element tussen de nieuwe en bestaande buurten. 19 0m. 30m. 70m. 100m. Noord KAVEL - Rooilijnen De bebouwing wordt met een wisselende rooilijn op de kavel geplaatst. Op de kaart is een (globale) maat tussen de erfgrens en de voorgevel aangege- ven. De strekking is dat er een dorpse variatie wordt gerealiseerd. In het nog op te stellen Omgevingsplan worden de rooilijnen geborgd. 8 7 9 5 3,50 3,50 5 3,50 3,50 3,503,50 3,50 5 3 4 3,50 2,50 5 6,50 8,50 6,50 8 4 7 3 2,50 3,50 4,50 20 0m. 30m. 70m. 100m. Noord KAVEL - Overgang privé – openbaar De overgang van de openbare ruimte naar de kavels zal in de toekomst veel van de collectieve expressie gaan bepalen. De overgang wordt gemarkeerd door een (gemengde) haag van 1 meter hoog. Waar een zijtuin aan de openbare ruimte grenst wordt een (gemengde) haag van 2 meter hoog aangebracht. Deze hagen staan op uitgeefbaar gebied en worden door de eigenaren onder- houden. Rond merendeel van de parkeerplaatsen wordt een haag van 1 meter hoog aangebracht. Op de plekken aangegeven met een # wordt de haag uitgebreid met struiken en bos- schages.

De samenstelling van de haag en struiken wordt zodanig (divers) dat het bijdraagt aan het vergroten van de biodiversiteit. Lage haag op privéterrein Hoge haag of hekwerk met hedera op privéterrein Struiken en bosschage in openbaar gebied # # # #

21 0m. 30m. 70m. 100m. Noord BEBOUWING - Accenten Enkele gebouwen staan op een zeer zichtbare plek en zullen in hoge mate de identiteit van het gebied uitdragen. Bij de uitwerking van de architectuur wordt extra aandacht aan de gevelindeling, materialisatie en accenten besteed. Dit betreft de voorgevel en de zijgevel die grenst en zichtbaar is vanuit de openbare ruimte. 22 0m. 30m. 70m. 100m. Noord BEBOUWING - Goothoogte – nokrichting Geesteren wordt gekenmerkt door variatie en diversiteit. Op het LTC-terrein kan daaraan worden bijgedragen door te variëren in de goothoogte en de nokrichting. Op de kaart is een indicatie van nokrichtingen aangegeven. Hier kan bij de architectonische uitwerking (of het optimaal benutten van de capaciteit van zonnepanelen) met redenen van worden afgeweken, maar er moet een overall gevarieerd beeld ontstaan. Lage goot (3,00-4,00) Flexibele goot (3,00-6,00)

23 BEBOUWING - Materiaalgebruik De gebouwen worden hoofdzakelijk in baksteen opgetrokken. Voor de verschillende woningen kunnen verschillende steensoorten worden gekozen. De stenen hebben allemaal een enigszins generfd en onbezand uiterlijk en vallen in een donkerrode kleurrange met een donkere voeg. Bij de rijwoningen zullen enkele gevels anders worden uitgevoerd. Deze variatie kan in materiaalkeuze of in kleurstelling worden toegepast. Hierbij is het mogelijk om hout te gebruiken. De kappen van de woningen zijn gedekt met matte, gebakken pannen in de kleuren zwart, donkergrijs of oranje - rood (genuanceerd). Als natuurlijk materiaal kan riet worden toegepast. Ramen en kozijnen worden in wit of (licht)grijs uitge- voerd. In geval van biobased bouwen is een ruime mate van vrijstelling van toepassing. Referentie steensoort en -kleur Donkere dakbedekking, rood-range gevelstenen, lichte kozijnen

Bijlage 3 Participatie bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie G eesteren 15 Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Status: Definitief November 2025 Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 2 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 ONTWIKKELING ............................................................................ 3 HOOFDSTUK 2 PARTICIPATIETRAJECT .................................................................... 5 2.1 PARTICIPATIE .............................................................................................................................................. 5 2.2 PARTICIPATIEKADER ...................................................................................................................................... 5 2.3 PARTICIPATIEVORM ...................................................................................................................................... 7 2.4 RESULTATEN PARTICIPATIEMOMENT (BELANGEN, BEZWAREN EN IDEEËN) ................................................................ 8 2.4 HOE MENINGEN EN STANDPUNTEN ZIJN VERWERKT: EEN TOELICHTING.................................................................... 9 HOOFDSTUK 3 VERVOLGPROCES ........................................................................

11 BIJLAGEN ............................................................................................... 12 BIJLAGE 1 UITNODIGING ................................................................................................................................... 12 BIJLAGE 2 REACTIEFORMULIEREN ........................................................................................................................ 13 BIJLAGE 3 VERKAVELINGSPLAN ........................................................................................................................... 14 Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 3 HOOFDSTUK 1 ONTWIKKELING Aan de noordzijde van de kern Geesteren staat een fabriekscomplex van L. ten Cate (LTC). Ter Steege Vastgoed Hardenberg BV (initiatiefnemer) heeft de locatie aangekocht en is voornemens dit ter herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De wens bestaat om op de locatie 61 woningen te ontwikkelen. De grond staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie K, nummer 9749, 9748, 10479, 10482 en 8685. In afbeelding 1.1 is het projectgebied ten opzichte van de kern Geesteren weergegeven. Afbeelding 1.1 Ligging projectgebied (bron: plattekaart.nl, bewerkt) In afbeelding 1.2 is een overzicht van de beoogde situatie opgenomen per september 2025.

Op basis van het verkavelingsplan bestaat het woningbouwprogramma uit: • 12 rijwoningen, sociale huur; • 12 rijwoningen, koop; • 6 levensloopbestendige woningen; • 20 twee-onder-kapwoningen; • 11 vrijstaande woningen.

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 4 Afbeelding 1.2 Beoogde situatie (bron: BREEN stedenbouw) Voor de herontwikkeling is een aanpassing van het omgevingsplan noodzakelijk. In een brief van 4 december 2024 heeft de gemeente Tubbergen middels een principebesluit aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de ontwikkeling. Een van de voorwaarden in deze brief is dat de buurt actief wordt betrokken bij het plan. Dit participatierapport geeft inzicht in de wijze waarop de buurt bij het plan is betrokken en hoe dit proces is verlopen.

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 5 HOOFDSTUK 2 PARTICIPATIETRAJECT 2.1 Participatie Ruimtelijke ontwikkelingen hebben een aanzienlijke impact op de levenskwaliteit, het milieu en onze beleving van steden en dorpen. Het is daarom van cruciaal belang om burger s, belanghebbenden en gemeenschappen actief te betrekken bij het plannen en vormgeven van deze ontwikkelingen. Participatie biedt tal van voordelen: • Participatie stelt burgers in staat om hun stem te laten horen en bij te dragen aan beslissingen die van invloed zijn op hun leefomgeving. Dit draagt bij aan de legitimiteit van de besluitvorming en voorkomt dat besluiten top-down worden opgelegd. • Het betrekken van diverse perspectieven kan leiden tot innovatieve en creatieve oplossingen voor complexe stedelijke en ruimtelijke uitdagingen. Ruimtelijke ontwikkelingen hebben vaak uiteenlopende sociale, economische en ecologische gevolgen. Door participatie kunnen verschillende belanghebbenden hun perspectieven delen wat bijdraagt aan het nemen van evenwichtige beslissingen. Dit helpt bij het verminderen van negatieve gevolgen en het maximaliseren van positieve impact. • Burgers en gemeenschappen hebben vaak een diepgaand begrip van hun lokale omgeving en kunnen waardevolle inzichten verschaffen over hoe deze te behouden en te verbeteren.

Participatie maakt het mogelijk om duurzame ontwikkelingen te plannen en te streven naar een leefbare omgeving voor huidige en toekomstige generaties. Gemeenschappen kunnen nieuwe ideeën aandragen die anders over het hoofd zouden worden gezien. • Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen vaak conflicten veroorzaken als belanghebbenden zich niet gehoord voelen. Participatieprocessen bieden een platform om belangen, bezwaren, ideeën op een constructieve manier te uiten, waardoor conflicten worden verminderd. Dit zorgt ervoor dat zorgen en belangen in een vroeg stadium worden aangepakt, waardoor het besluitvormingsproces efficiënter wordt. Participatie geeft mensen het gevoel invloed te hebben op hun omgeving en de toekomst ervan, wat het vertrouwen in het bestuur vergroot en actieve betrokkenheid bij gemeenschapsaangelegenheden stimuleert. Kortom, participatie in ruimtelijke ontwikkelingen is van essentieel belang om eerlijke, duurzame en leefbare stedelijke en landelijke gebieden te creëren. Het vergroot de democratische legitimiteit van besluitvorming, bevordert betrokkenheid en draagt bij aan de leefbaarheid. In paragraaf 2.2 wordt uitgeweid over het gekozen participatiekader. 2.2 Participatiekader Ter ondersteuning van initiatiefnemers voor participatie heeft de gemeente Tubbergen de handreiking ‘Hoe betrekt u de buurt bij uw (bouw)plan’ opgesteld.

Middels een meetlat kan worden gecategoriseerd welke mate van participatie nodig is voor een plan. De meetlat is hieronder weergegeven. Het participatieniveau is ingevuld voordat de resultaten van het onderzoek ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan beschikbaar waren, omdat inwoners in een vroeg stadium bij het proces betrokken dienden te worden. Daarbij zijn aannames gedaan over het aspect verkeer, die inmiddels door onderzoek nader zijn onderbouwd en verduidelijkt. Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 6 Afbeelding 1.3 Meetlat participatie (bron: gemeente Tubbergen) Op basis van de meetlat wordt van de volgende uitgangspunten uitgegaan voor voorgenomen ontwikkeling: 1) Soort initiatief: 5 punten De ontwikkeling omvat meer dan 50 woningen. 2) Verkeer: 3 punten Op voorhand lijkt de Langeveenseweg in voldoende mate te zijn ingericht om het verkeer veilig af te kunnen wikkelen. De Heetkampweg is een wat smallere onverharde weg. Mogelijk dat hier aanpassingen nodig zijn ten behoeve van de verkeersafwikkeling. Het gaat dan met name op een verbreding van de weg zodat hier twee voertuigen elkaar kunnen passeren. De verkeersafwikkeling wordt in het kader van de planologische procedure onderzocht. Indien nodig worden aanpassingen meegenomen in het stedenbouwkundige plan.

3) Groen: 4 punten Met de ontwikkeling wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd met bijbehorend groen, paden, speelvoorzieningen en waterpartijen. Belangrijke groenstructuren worden ingepast. 4) Beleving: 4 punten Zoals reeds vermeldt wordt een nieuwe woonwijk gerealiseerd op de locatie van een oud fabriekspand. Hiermee veranderd de beleving van de omgeving. Op basis van vorenstaande betreft het een ontwikkeling met 16 punten. Dit betekent dat, gezien de aard en omvang van de ontwikkeling (zoals bepaald met het puntensysteem) de categorie ‘ gemiddelde participatie’ uit de handreiking het meest geschikt is. Dit houdt in dat: • Betrokkenen de mogelijkheid geven om mee te praten, betrokken zijn bij een gemiddeld participatieniveau: o Buren en direct omwonenden; o Mensen betrokken bij bedenken en uitvoeren van het plan, zoals architect of aannemer; o Buurtgenoten, wijkplatform; o Mogelijke gebruikers, huurders of kopers. • Rekening houden met de belangen van betrokkenen. d. Mogelijke participatievormen zijn een: informatieavond, discussiepanel, online enquête, social media, webinar en poll.

Het participatietraject moet worden gedocumenteerd, waarbij in ieder geval de volgende vragen worden beantwoord: • Wie heeft u betrokken, op welke manier en wanneer? • Welke belangen, bezwaren en ideeën hebben deze betrokkenen ingebracht? • Aan welke belangen, bezwaren, ideeën kan worden tegemoetgekomen en hoe?

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 7 • Aan welke belangen, bezwaren, ideeën kan niet worden tegemoetgekomen en waarom niet? • Welke overige afspraken zijn er met betrokkenen gemaakt? 2.3 Participatievorm Op de avond van 21 januari 2025 werd een inloopbijeenkomst georganiseerd voor de buurtbewoners en directe omwonenden van het project aan de Langeveenseweg. Daarnaast was Dorpsraad Geesteren ook uitgenodigd. Deze bijeenkomst vond plaats in zalencentrum Kottink en was uitsluitend toegankelijk voor genodigden. De uitnodiging voor deze avond is als bijlage 1 bij dit document gevoegd , het document is persoonlijk bezorgd. De volgende adressen waren uitgenodigd: • De Potstal 6; • De Potstal 4; • De Potstal 2; • De Bleek 24; • Langeveenseweg 45; • Langeveenseweg 50; • Langeveenseweg 52; • Langeveenseweg 54; • Langeveenseweg 56; • Langeveenseweg 56a; • Langeveenseweg 65; • Langeveenseweg 65a; • Langeveenseweg 67; • Langeveenseweg 69; • Langeveenseweg 71; • Langeveenseweg 73; • Langeveenseweg 75; • Langeveenseweg 77; • Langeveenseweg 79; • Langeveenseweg 81; • Langeveenseweg 83; • Langeveenseweg 89; • Langeveenseweg 89a. Genodigden konden zich per e-mail aanmelden. Tijdens de avond kregen de aanwezigen de kans om zich te informeren over het project en belangen, bezwaren, ideeën te delen.

Er waren zo’n 35 omwonenden aanwezig. Naast de omwonenden waren ook Ter Steege Vastgoed Hardenberg BV (initiatiefnemer), een vertegenwoordiger van BJZ.nu en BREEN stedenbouw aanwezig. Er waren geen vertegenwoordigers van de Dorpsraad Geesteren aanwezig. De aanwezigen arriveerden grotendeels rond hetzelfde tijdstip, sommigen zelfs iets eer der. Bij binnenkomst werden zij verwelkomd met koffie of thee. Vervolgens gaven de initiatiefnemer en BREEN Stedenbouw een introductie over het project. Hierna volgde er een centrale vragenronde. Daarna werden de deelnemers begeleid naar drie tafels, waar zij in groepen hun belangen, bezwaren en ideeën konden bespreken. Deze groepsgesprekken werden geleid door de initiatiefnemer, een vertegenwoordiger van BJZ.nu en BREEN Stedenbouw. In afbeelding 1.4 is een sfeerimpressie van de avond weergegeven. In verband met privacy overwegingen zijn herkenbare gezichten onherkenbaar gemaakt. De avond werd afgesloten met een centrale afsluiting. De aanwezigen kregen een flyer mee met hierop de concept verkaveling per januari 2025. Deze flyer is in bijlage 3 van dit rapport opgenomen.

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 8 Afbeelding 1.4 Sfeerimpressie participatie avond (bron: initiatiefnemer) De aanwezigen hadden de mogelijkheid om hun suggesties en vragen zowel mondeling als schriftelijk kenbaar te maken via een reactieformulier. Daarnaast konden omwonenden hun belangen, bezwaren, ideeën ook per e-mail doorgeven. Er is vermeld dat BJZ.nu notulen van de bijeenkomst heeft opgesteld. Tot slot wordt vermeld dat buren, direct omwonenden, buurgenoten en potentiële gebruik ers, huurders of kopers (ofwel overige belanghebbenden) zich via de website www.nieuwbouwgeesteren.nl konden aanmelden om op de hoogte te blijven en hun input te geven. 2.4 Resultaten participatiemoment (belangen, bezwaren en ideeën) Zoals eerder aangegeven, waren er circa 35 omwonenden aanwezig tijdens het participatiemoment. De deelnemers waren actief betrokken bij het project en gaven waardevolle input. In de volgende alinea’s worden de verzamelde belangen, bezwaren en ideeën gepresenteerd. Deze zijn samengesteld door de notulen te combineren met de ingevulde reactieformulieren en de observaties van de avond. De reactieformulieren zijn als bijlage 2 bij dit document toegevoegd. Hieronder worden de belangrijkste belangen, bezwaren en ideeën uiteengezet.

Diversiteit aan woningen Aanwezigen zijn positief over de diversiteit aan woningen, waarbij rekening is gehouden met allerlei soorten budgetten. Enkele aanwezigen benoemden dat zij verwachten dat er meer vraag zal zijn naar koop twee- onder-een-kappers en vrijstaande woningen, dan naar sociale huur en rijwoningen. Aanwezigen zagen zelfs kansen voor het betrekken van de noordzijde van het plangebied bij de ontwikkeling om een groter programma te kunnen realiseren. Verkeer en parkeren Met betrekking tot parkeren wordt vermeldt dat aanwezigen positief waren over het aantal parkeerplaatsen. Er is een wens om de parkeerplaatsen aan de rand van het plangebied te situeren om hinder van inschijnende koplampen te voorkomen. Met name zijn er zorgen geuit over de (huidige) verkeersveiligheid rondom de Randweg en Langeveenseweg. Bewoners ervaren deze wegen nu als een ‘racebaan’ en vinden ze onveilig en druk. Op het huidige verkavelingsplan is een oversteekpunt naar de kern Geesteren ingetekend, maar dit wordt als gevaarlijk beschouwd. Bewoners ervaren dat automobilisten zich hier vaak niet aan de snelheidslimieten houden. Vooral de kruising van de Langeveenseweg en Randweg wordt als onoverzichtelijk gezien . Het ontsluiten van woningen direct na deze kruising wordt daarom als risicovol beschouwd.

Specifiek willen bewoners van de Langeveenseweg niet de toegang tot het plan precies voor hun huis (wat nu wel het geval is). Omwonenden stellen voor om snelheidsbeperkende maatregelen te nemen of een alternatieve ontsluiting te overwegen, bijvoorbeeld door alleen de Heetkampsweg als primaire ontsluitingsroute in te richten.

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 9 Groen en beleving Aanwezigen laten zich positief uit over de beoogde speelvoorzieningen in h et plan en het behoud en toevoegen van bomen en groen. Meerdere aanwezigen gaven aan dat het onderhoud aan de huidige groenstrook aan de Randweg van slechte kwaliteit is. Overige belanghebbenden De resultaten van het participatiemoment zijn representatief voor de opmerkingen die zijn achtergelaten door overige belanghebbenden via de website www.nieuwbouwgeesteren.nl. Uit de enquêtes die zijn ingevuld op de website blijkt dat belanghebbenden een sterke voorkeur hebben voor vrijstaande kavels, levensloopbestendige woningen en betaalbare starterswoningen. Veel respondenten willen graag terugkeren naar Geesteren of binnen het dorp blijven wonen. Belangrijke aandachtsp unten zijn voldoende doorstroommogelijkheden, voldoende ruimte en privacy, en duurzame, energiezuinige bouwopties. Starters en jongvolwassenen benadrukken de noodzaak van betaalbare woningen, terwijl senioren op zoek zijn naar gelijkvloerse woningen met vrij uitzicht. Over het algemeen heerst veel enthousiasme over de ontwikkeling.

2.4 Hoe meningen en standpunten zijn verwerkt: een toelichting Hieronder wordt toegelicht hoe de geuite belangen, ideeën en opmerkingen zijn verwerkt in het plan en welke acties zijn ondernomen naar aanleiding van het participatiemoment. Het gepresenteerde verkavelingsplan was immers een concept. Dit sluit aan bij het doel van een gemiddelde participatiegraad, waarbij betrokkenen niet alleen worden geïnformeerd, maar ook de kans krijgen om mee te denken over het plan. Er wordt daarbij onderzocht of aanpassingen nodig zijn om het plan beter af te stemmen op de wensen en aandachtspunten uit de omgeving. Diversiteit aan woningen Aanwezigen zijn positief over de diversiteit aan woningen, waarbij rekening is gehouden met allerlei soorten budgetten. Over het algemeen heerst er enthousiasme over het concept programma van de ontwikkeling. Er zijn geen aanpassingen vereist. Verkeer en parkeren De meeste opmerkingen waren gestoeld op het aantal verkeersbewegingen en de ontsluitingen op de Langeveenseweg. De verkeersafwikkeling wordt zijn in het kader van de planologische procedure en exploitatieovereenkomst onderzocht. Dit onderzoek is als bijlage 6 bij de motivering van het TAM- omgevingsplan gevoegd. Dit onderzoek heeft de aspecten zoals parkeren, verkeersgeneratie, verkeersontsluiting, toedeling van het verkeer, verkeersbelasting en verkeersveiligheid beoordeeld.

Voor de volledige resultaten wordt verwezen naar bijlage 6 van de motivering va n het TAM-omgevingsplan. Wat betreft parkeren wordt benoemd dat de parkeersituatie ten opzichte van de situatie zoals weergegeven tijdens de inloopavond nog wel is veranderd. Er zijn parkeerplaatsen verplaatst naar de noordzijde van het plangebied om deze beter bereikbaar te maken voor de toekomstige bewoners. Er kan nog steeds in de parkeerbehoefte van het plan worden voorzien. Door parkeerplaatsen aan de rand te verwijderen, wordt ook het effect van inschijnende koplampen geminimaliseerd. Wat betreft de verkeersveiligheid in relatie tot de ontsluitingen aan de Langeveenseweg wordt vermeldt dat dit ook is meegenomen in het onderzoek. De aansluiting komt te liggen tussen het kruispuntplateau bij de Randweg en het wegvakplateau op de Langeveenseweg. Het kruispuntplateau heeft een beperkte hoogte en werkt vooral als waarschuwing. Het wegvakplateau remt de snelheid meer af. Het advies is om de aansluiting vorm te geven als een gelijkwaardig kruispuntplateau, zodat de voorrang duidelijk is. Omdat de afstand tot h et wegvakplateau maar ongeveer 50 meter is, zijn er twee opties: • het kruispuntplateau fysiek uitvoeren en het wegvakplateau verwijderen, of • het wegvakplateau behouden en het kruispuntplateau alleen visueel markeren.

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 10 Voor de ontsluiting op de Randweg (50 km/uur) wordt gebruikgemaakt van het bestaande kruispunt met de Heetkampweg. Dit kruispunt ligt in een bocht, maar vanaf de Heetkampweg is er goed zicht op verkeer op de Randweg. De bochten zijn echter ruim aangelegd vanwege vrachtverkeer in het verleden. Het advies is om de bochten te verkleinen, zodat het kruispunt compacter en overzichtelijker wordt. Hierbij kan ook de voorgestelde voetgangersverbinding met oversteek worden aangelegd. Bij verdere uitwerking moet reke ning worden gehouden met eisen voor toegankelijkheid, zoals doorloopbreedte en inritblokken. Resumerend wordt vanuit de verkeersveiligheid -met toepassing van de aanbevolen maatregelen voorzien in een acceptabele plansituatie. Groen en beleving Over het algemeen is er veel enthousiasme over de groenvoorziening en de belevingskwaliteit van de toekomstige woonwijk. Op basis hiervan zijn verder geen aanpassingen vereist. Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 11 HOOFDSTUK 3 VERVOLGPROCES Dit participatietraject concludeert dat de inloopavond succesvol heeft bijgedragen aan een dialoog tussen betrokken partijen.

De verzamelde inzichten van de aanwezige partijen bieden een waardevol begrip van diverse perspectieven, en actieve participatie heeft gezorgd voor een transparante uitwisseling van ideeën en een beter begrip van behoeften en verwachtingen. Daarnaast heeft het participatietraject inzicht gegeven in de zorgen van omwonenden over verkeersveiligheid. De identificatie van aandachtspunten en suggesties heeft waardevolle inzichten geboden die zijn meegenomen het ontwerpproces en in latere stappen van het project. De aanwezigen van het participatiemoment en andere belanghebbenden blijven geïnformeerd via de website www.nieuwbouwgeesteren.nl. Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 12 BIJLAGEN Bijlage 1 Uitnodiging

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 13 Bijlage 2 Reactieformulieren

Participatierapport Geesteren, Langeveenseweg (LTC locatie) Definitief BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 14 Bijlage 3 Verkavelingsplan LTC terrein Geesteren CONCEPT Verkavelingsplan Aan dit planbeeld kunnen geen rechten worden ontleend 0m. 20m. 40m. 100m. Noord 24 rijwoningen huur/koop 6 levensloopbestendige woningen 20 twee-onder-een-kapwoningen 11 vrijstaande woningen Voorlopig woonprogramma (61 woningen) 21 januari 2025 Bestaande situatie LTC Langeveenseweg Heetkampweg Heetkampweg Langeveenseweg www.nieuwbouwgeesteren.nl LTC terrein Geesteren CONCEPT Verkavelingsplan Aan dit planbeeld kunnen geen rechten worden ontleend 3D beeld - Studiospacious www.nieuwbouwgeesteren.nl 21 januari 2025 24 rijwoningen huur/koop 6 levensloopbestendige woningen 20 twee-onder-een-kapwoningen 11 vrijstaande woningen Voorlopig woonprogramma (61 woningen) LTC terrein Geesteren CONCEPT Verkavelingsplan 21 januari 2025 Aan dit planbeeld kunnen geen rechten worden ontleend 3D beeld - Studiospacious 24 rijwoningen huur/koop 6 levensloopbestendige woningen 20 twee-onder-een-kapwoningen 11 vrijstaande woningen Voorlopig woonprogramma (61 woningen) www.nieuwbouwgeesteren.nl LTC terrein Geesteren CONCEPT Verkavelingsplan Aan dit planbeeld kunnen geen rechten worden ontleend 3D beeld - Studiospacious www.nieuwbouwgeesteren.nl 21 januari 2025 24 rijwoningen huur/koop 6 levensloopbestendige woningen 20

twee-onder-een-kapwoningen 11 vrijstaande woningen Voorlopig woonprogramma (61 woningen) Bijlage 4 M.e.r.-beoordeling 44 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren M.e.r.-beoordeling LTC Locatie, Geesteren BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 1 NOTITIE 1. INLEIDING Voorliggende m.e.r-beoordeling heeft betrekking op de woningbouwontwikkeling LTC locatie, aan de Langeveenseweg in Geesteren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken, is een wijziging van het omgevingsplan vereist. Vanuit een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is een toets van de effecten van het plan op het milieu noodzakelijk. In dit document worden de milieueffecten van deze ontwikkeling beschouwd. Eerst wordt een nadere toelichting op de wetgeving omtrent de milieueffectrapportage gegeven. Milieueffectrapportage Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt het effect van een project op het milieu in beeld. De regelgeving voor de m.e.r. is te vinden in afdeling 16.4 van de Omgevingswet (Ow) en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (Ob). In afdeling 16.4 van de Omgevingswet wordt onderscheid gemaakt in de plan - mer(beoordeling), paragraaf 16.4.1, en de project-mer(beoordeling), paragraaf 16.4.2. Uit bijlage V van het Ob kan worden bepaald of een project mer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig is.

In deze bijlage is een tabel opgenomen met vier kolommen: • In kolom 1 staan de projecten opgesomd; • In kolom 2 zijn de gevallen genoemd waarin een project-mer verplicht is; • In kolom 3 staan de gevallen genoemd waarin de project-mer-beoordelingsplicht geldt; • Tot slot bevat kolom 4 de besluiten waarvoor dan de mer-verplichtingen gelden. Het gaat dan om besluiten waarmee de toestemming voor het project wordt verleend. Indien een plan (meestal een wijziging van het omgevingsplan) wordt opgesteld dat een kader vormt voor een project-mer-(beoordelings)plichtige projecten dan is een plan-mer aan de orde (artikel 16.36 lid 1 Ow). Ook is een plan-mer aan de orde als voor een plan of programma een passende beoordeling voor natuur moet worden opgesteld zoals bedoeld in artikel 16.36 lid 2 Ow. Als een plan wordt gemaakt voor een klein gebied op lokaal niveau of het plan maakt een kleine wijziging mogelijk, kan worden volstaan met een plan -mer- beoordeling (artikel 16.36 lid 3 Ow) als uit de beoordeling blijkt dat het plan geen aanzienlijke milieueffecten heeft. Bij een plan-mer-beoordeling oordeelt het bevoegd gezag of er sprake is van een aanzienlijke milieugevolgen aan de hand van de criteria van bijlage II bij de smb-richtlijn (artikel 16.35 lid 5 Ow). Hiervoor worden de volgende instanties en bestuursorganen geraadpleegd: a.

de bestuursorganen en instanties die op grond van een wettelijk voorschrift adviseren over de besluiten, bedoeld in artikel 16.43, eerste lid, waarvoor het plan of programma het kader vormt, en b. Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Onze Minister voor Natuur en Stikstof, Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of in plaats van de betrokken minister een door hem aangewezen bestuursorgaan. Onderwerp: M.e.r.-beoordeling LTC locatie, Geesteren Auteur: BJZ.nu Datum: September 2025 Status: Concept

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 2 Inhoudelijk mag de plan-mer-beoordeling echter gelijk zijn aan de project-mer-beoordeling (AbRS 19 mei 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1054). In dit geval is sprake van een wijziging van het omgevingsplan voor de realisatie van 61 woningen. De wijziging van het omgevingsplan is kaderstellend voor een project-mer-(beoordelings)plichtige activiteit, namelijk het stedelijk ontwikkelingsproject. Aangezien sprake is van een klein gebied op lokaal niveau, kan worden volstaan met een plan-mer-beoordeling. Voorliggende m.e.r.-beoordeling voorziet hierin. Inhoud en doel van de m.e.r.-beoordeling Inhoudelijk gaat de m.e.r.-beoordeling in op de mogelijke aanzienlijke milieueffecten als gevolg van het initiatief. Deze aanzienlijke milieueffecten worden beoordeeld aan de hand van de selectiecriteria opgesomd in Bijlage III van de EEG-richtlijn Milieueffectbeoordeling, die drie hoofdthema’s noemt: • De kenmerken van het project; • De plaats van het project (ligging en samenhang met andere activiteiten (cumulatie)); • De kenmerken van de potentiele nadelige effecten voor het milieu die het project kan hebben. Het doel van de notitie is om op objectieve wijze informatie over mogelijke, relevante milieugevolgen van het project te verzamelen en te presenteren. Betrokken partijen Bij het project zijn diverse partijen betrokken.

De ontwikkeling is een particulier initiatief. Voor het vaststellen van het wijzigingsbesluit is de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen het bevoegd gezag. Daarnaast worden de provincie Overijssel, het waterschap Vechtstromen en eventueel andere vooroverlegpartners gedurende het proces bij het project betrokken en zal het concept wijzigingsbesluit in het kader van vooroverleg naar deze partijen worden toegezonden. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het voorgenomen project beschreven. Daarbij komen aanleiding, achtergronden en uitgangspunten aan bod. Hoofdstuk 3 gaat in op de mogelijke milieueffecten van het project. In hoofdstuk 4 wordt bij wijze van samenvatting de beoordeling gedaan van de omstandigheden van het voorgenomen project. Hierin wordt tevens de conclusie van de m.e.r.-beoordeling beschreven. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 3 2. KENMERKEN VAN HET VOORGENOMEN PROJECT Dit hoofdstuk gaat in op de voorgenomen ontwikkeling, de projectlocatie en eventuele (samenhangende) ontwikkelingen in de omgeving waarmee rekening dient te worden gehouden. Voorgenomen ontwikkeling Aan de noordzijde van de kern Geesteren staat een fabriekscomplex van L. ten Cate (LTC). Ter Steege Vastgoed Hardenberg BV (initiatiefnemer) heeft de locatie aangekocht en is voornemens dit ter herontwikkelen ten behoeve van woningbouw. De wens bestaat om op de locatie 61 woningen te ontwikkelen.

Concreet bestaat het programma uit: • 12 rijwoningen, sociale huur; • 12 rijwoningen, koop; • 6 levensloopbestendige woningen; • 20 twee-onder-kapwoningen; • 11 vrijstaande woningen. Locatiekenmerken Het projectgebied ligt in het noorden van de kern van Geesteren. Het projectgebied wordt omsloten door de Langeveenseweg, Heetkampsweg en de Randweg. In afbeelding 1 is de ligging van het projectgebied indicatief weergegeven. Afbeelding 1: Ligging van het projectgebied (Bron: plattekaart.nl, bewerkt) Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Tijdens het slopen en bouw- en woonrijp maken van de gronden is grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zullen elektriciteit en water nodig zijn. De nieuw te bouwen woningen zullen gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De woningen zullen in de gebruiksfase leiden tot afvalstoffen (huisvuil, snoeiafval e.d.). Deze afvalstoffen zullen op de daarvoor van toepassing zijnde regelementen worden afgevoerd. Verontreiniging en hinder Tijdens de sloop- en aanlegfase zal sprake zijn van tijdelijke verkeers- en geluidhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied.

Vanwege de ligging is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten. Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. In de gebruiksfase zullen ten gevolge van de activiteiten geen aanzienlijke milieueffecten plaatsvinden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 4 Risico op ongevallen, specifiek met gevaarlijke stoffen of technologieën De beoogde ontwikkeling zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 5 3. BESCHRIJVING VAN DE MILIEUEFFECTEN Voor de m.e.r.-beoordeling zijn de mogelijk negatieve milieueffecten van het voorgenomen project relevant. Relevante milieuaspecten zijn verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water, ecologie, waaronder ook specifiek de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden In dit hoofdstuk worden de te verwachten (tijdelijke) effecten per aspect beschreven. Verder wordt ingegaan op tijdelijke hinder als gevolg van de ontwikkeling. Voor een aantal van deze aspecten zijn onderzoeken uitgevoerd. De conclusies van deze onderzoek en zijn samengevat in onderstaande alinea’s. Verkeer Op basis van het ruimtelijk programma is met behulp van CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers – basis voor parkeernormering (2024)’ is door Roelofs de te verwachten verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt voor een gemiddelde weekdag1. Met de CROW omrekenfactoren van 1,11 (woningen) is de verkeersgeneratie inzichtelijk gemaakt voor een gemiddelde werkdag.

De ontwikkeling leidt tot de volgende de te verwachten verkeersgeneratie: Afbeelding 1: Berekening verkeersgeneratie (Bron: Roelofs) De huidige (te vervallen verkeersgeneratie) is nagenoeg 0 mvt/werkdag, waarmee het planeffect uitkomt op een extra verkeersgeneratie van circa 490 mvt/werkdag. Uit het onderzoek van Roelofs blijkt dat het projectgebied beschikt over een goede ontsluitingsstructuur voor alle modaliteiten. De prognoses laten zien dat de verkeersintensiteiten op de Langeveenseweg en Randweg (variërend tussen circa 2.250 en 2.450 motorvoertuigen per werkdag) ruim binnen de gewenste capaciteitswaarden blijven, waardoor de verkeersafwikkeling op de ontsluitende wegen en kruispunten zonder knelpunten kan plaatsvinden. Het effect van het voorgenomen project op het aspect ‘verkeer’ wordt op laag ingeschaald. Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave bedrijven en milieuzonering, omdat ze in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. In voorliggend geval zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfuncties (leefgeluiden). Voor dergelijke geluiden gelden echter geen normen. Gelet op de afstand van het projectgebied ten opzichte van omliggende woningen zal dit verder niet voor belemmeringen zorgen.

Daarnaast zal de sloop- en aanlegfase (sloop van het voormalige fabriekspand en de bouw van de woningen) gepaard gaan met de productie van geluid. Deze geluidproductie is tijdelijk van aard en zal zoveel mogelijk worden beperkt. Geconcludeerd wordt dat het aspect geluid niet leidt tot mogelijk aanzienlijke milieueffecten. Luchtkwaliteit De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de instructieregels opgenomen in het Bkl. Ter bescherming van de gezondheid zijn voor het aspect luchtkwalitei t instructieregels opgenomen in paragraaf 5.1.4.1 Bkl. Volgens deze regels gelden zogeheten omgevingswaarden voor onder 1 Verkeersonderzoek herontwikkeling LTC-terrein Geesteren (Roelofs, juni 2025)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 6 andere de in de buitenlucht voorkomende stikstofdioxide (NO 2) en fijnstof (PM10). Een activiteit is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging; Mede door het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) is in de afgelopen jaren in Nederland de luchtkwaliteit aanzienlijk verbeterd. Vanwege deze verbetering is het NSL na de inwerkingtreding van de Omgevingswet dan ook komen te vervallen. De beoordeling van de luchtkwaliteit vindt niet overal plaats. Voor een activiteit die niet in betekende mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging, is geen toetsing aan de rijksomgevingswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof nodig. Uit artikel 5.53 en 5.54 Bkl volgt dat een project niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de toename van de concentratie NO 2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Er zijn twee mogelijkheden om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM -grens blijft: 1.

Motiveren dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze ‘standaardgevallen NIBM’ vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet wel onder een bepaalde omvang blijven conform artikel 5.54 Bkl. Valt een project binnen de genoemde categorie, maar niet binnen de gestelde grenzen? Het is dan mogelijk om alsnog via detailberekeningen aannemelijk te maken dat de 3%-grens niet wordt overschreden. 2. Op een andere manier aannemelijk maken dat een project de 3%-grens niet overschrijdt. Veelal kan een kwalitatieve berekening met de NIBM-tool op een eenvoudige en snelle manier inzichtelijk maken of een project in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Wanneer deze tool aangeeft dat er sprake is van een betekende mate, dan zijn aanvullende detailberekeningen nodig. Aandachtsgebieden (toevoegen indien van toepassing in de gemeente) Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) en/of fijnstof (PM10). De aandachtsgebieden staan in artikel 5.51 lid 2 Bkl. Gemeenten die onder agglomeraties vallen staan in artikel 2.38 Omgevingsregeling.

In enkele situaties moet de luchtkwaliteit altijd worden beoordeeld: • bij een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit’ • bij de aanleg van een tunnel langer dan 100 meter, of als een tunnel wijzigt en daarbij minimaal 100 meter toeneemt; • bij de aanleg van een autoweg of een autosnelweg. Beoordeling Ten behoeve van het voorgenomen project is met de NIBM-tool berekend of het niet-in-betekenende-mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. In de tool is enkel het aantal voertuigbewegingen in de toekomstige situatie ingevoerd. Aangezien het gaat om een woningbouwontwikkeling, is het aandeel vrachtverkeer beperkt; dit is op 3% gezet. Voor de overige invoergegevens wordt in de NIBM-tool uitgegaan van worst-case omstandigheden. In afbeelding 2 zijn de resultaten van deze worst-case berekening opgenomen. Afbeelding 2.: Uitsnede NIBM tool (Bron: InfoMil)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 7 Uit de berekening is gebleken dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt. Er is dan ook geen nader onderzoek noodzakelijk. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit is ‘laag’ als gevolg van de bijdrage. Water Het projectgebied ligt niet in een grondwaterbeschermings- of intrekgebied. Verder is er geen sprake van het dempen van bestaande watergangen en/of oppervlakte water. Binnen het projectgebied zal het hemelwater en vuilwater gescheiden worden afgevoerd. Het hemelwater wordt binnen het projectgebied opgevangen en vertraagd geïnfiltreerd in aan te leggen waterhuishoudkundige maatregelen, zoals een wadi. Het afvalwater wordt afgevoerd via het gemeentelijke rioleringsstelsel. Het effect van het voorgenomen project op de waterhuishouding wordt op ‘laag’ ingeschaald. Ecologie In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescher ming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Voor deze aspecten zijn diverse regels opgenomen in het Bkl. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa.

Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2.43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000 -gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden; 2. Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard; en 3. De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. In afdeling 8.6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning v oor Natura 2000-activiteiten. Dit is door middel van het aanvullingsspoor Natuur gebeurd. Beoordeling Het projectgebied ligt niet binnen of nabij een Natura 2000-gebied.

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Engbertsdijkvenen’ ligt op circa 4,0 kilometer afstand van het projectgebied. Gezien de afstand van het projectgebied tot Natura 2000 en de aard en omvang van voorliggend initiatief wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van direct significant negatieve effecten, zoals geluidshinder en lichthinde r. Wel is in het kader van Natura 2000 de stikstofdepositie van belang. Om de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor Natura 2000-gebieden in kaart te brengen is een AERIUS berekening uitgevoerd door BJZ.nu2. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Uit de rekenresultaten is gebleken dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant 2 AERIUS-berekening Geesteren, Langeveenseweg (Ten Cate Terrein) (BJZ.nu, oktober 2025) BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 8 negatief effect op Natura 2000-gebieden. De voortoets voor het plan voldoet, ten aanzien van de effecten van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden aan artikel 10.24, lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Het projectgebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Gezien het feit dat sprake is van een ontwikkeling buiten het NNN en gezien de aard en omvang van dit plan wordt geconcludeerd dat er met de voorgenomen ontwikkeling geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2.18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter, ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: • er soorten aanwezig zijn; en • welke soorten dat zijn. In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt bepaald wanneer een vergunning nodig is.

Om de wettelijke consequenties van de voorliggende in beeld te brengen, is door Natuurbank Overijssel een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd 3. Hieronder worden de belangrijkste onderzoeksresultaten samengevat benoemd: • Nader onderzoek naar de functie van de bebouwing voor gebouw bewonende vleermuizen uitvoeren; • Omgevingsvergunning voor het beschadigen/ vernielen van de voortplantings - of rustplaats van egel, wezel, bunzing en steenmarter aanvragen; • Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels (of broedvogelscan uitvoeren); • Geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën doden (zorgvuldig werken, wegvangen of werkterrein natuurvrij maken). Uit het nader onderzoek naar vleermuizen4 dat is uitgevoerd door Natuurbank Overijssel is gebleken dat bij het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden hoeft geen rekening gehouden te worden me t vleermuizen, verblijfplaatsen van vleermuizen, vliegroutes of essentieel foerageergebied. Er wordt een omgevingsvergunning met bijbehorend activiteitenplan voor het beschadigen/vernielen van de voortplantings- of rustplaats van egel, wezel, bunzing en steenmarter aangevraagd. Het effect van het voorgenomen project op de natuur wordt op ‘laag’ ingeschat, mits bovengenoemde acties worden uitgevoerd.

Cumulatie Cumulatie van effecten treedt op wanneer werkzaamheden in direct omliggende gebieden vergelijkbare effecten veroorzaken met de hierboven beschreven effecten en in dezelfde periode worden uitgevoerd. In voorliggend geval zijn in de directe omgeving geen ruimtelijke ontwikkelingen gaande die belangrijke milieueffecten met zich meebrengen. Cumulatie is daarom niet aan de orde. 3 Quickscan natuurwaarden Langeveenseweg 55, Geesteren (Natuurbank Overijssel, april 2025) 4 Nader onderzoek vleermuizen Langeveenseweg 55, Geesteren (Natuurbank Overijssel, oktober 2025) BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 9 4. CONCLUSIE Dit hoofdstuk dient als samenvatting van de conclusies van de hoofdstukken 2 en 3. In dit hoofdstuk wordt de voorgenomen activiteit aan onderstaande criteria getoetst en een eindafweging gemaakt. 1. De kenmerken van de activiteit; 2. De plaats van de activiteit; 3. De samenhang met andere activiteiten (cumulatie); 4. De kenmerken van de aanzienlijke milieueffecten die het project kan hebben. Kenmerken van de activiteit Het voorgenomen project betreft het realiseren van een woningbouwontwikkeling aan de rand van Tubbergen. Bij de kenmerken van de activiteit dient in het bijzonder in overweging te worden genoemd: • De omvang van het project; • Hinder.

Omvang Met een omvang van 61 woningen betreft het een ontwikkeling die ruim beneden de gevallen van de project m.e.r.-plicht blijft. Hinder Tijdens de uitvoering van het voorgenomen project kunnen flora en fauna hinder ondervinden van de (bouw)werkzaamheden. Geconstateerd is dat de hinder voor omwonenden slechts tijdelijk is. Uit het onderzoek naar stikstofdepositie is gebleken dat de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Plaats van de activiteit Het projectgebied ligt geheel binnen het grondgebied van de gemeente Tubbergen. Gezien de definitie uit de Bkl kan worden geconcludeerd dat het projectgebied onderdeel uitmaakt van het bestaand stedelijk gebied. De voorgenomen activiteit is niet gelegen in beschermd gebied in het kader van natuur , waardevolle groenstructuren in het gebied worden behouden. Samenhang met andere activiteiten ter plaatse Er vinden in de directe omgeving van het projectgebied geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waarmee rekening dient te worden gehouden.

Kenmerken van de aanzienlijke milieueffecten Voor de beoordeling van eventuele aanzienlijke milieueffecten van het voorgenomen project moet, daar waar opportuun, rekenschap worden gegeven aan de volgende zaken: ▪ Het bereik van het effect (geografische zone en de grootte van de getroffen bevolking); ▪ Het grensoverschrijdende karakter van het effect; ▪ De waarschijnlijkheid van het effect; ▪ De duur, frequentie en de onomkeerbaarheid van het effect. Uit hoofdstuk 3 is gebleken dat de ontwikkeling op de relevante milieuaspecten verkeer, geluid, luchtkwaliteit, water en stikstof geen belangrijke structurele nadelige en onomkeerbare milieugevolgen met zich meebrengt. De ontwikkeling gaat ten slotte gepaard met tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden, maar deze zullen na afronding volledig vervallen. Maatregelen ter vermindering van potentiële effecten (samenvattend) Milieueffecten van de ontwikkeling van het projectgebied kunnen niet geheel worden voorkomen. De mate waarin de milieueffecten optreden kan wel gemitigeerd worden. De milieueffecten zijn zodanig ingeschat dat maatregelen niet noodzakelijk worden geacht.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 10 Conclusie m.e.r.-beoordeling De m.e.r.-beoordeling maakt duidelijk dat de milieueffecten als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling beperkt zijn en dat er geen sprake is van een bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan -MER noodzakelijk maakt. Bijlage 5 Verkeersonderzoek 56 bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22o LTC locatie Geesteren NOTITIE NO01-C02-41003253-RTN 1 Verkeersonderzoek herontwikkeling LTC-terrein Geesteren NOTITIE Documentnr.: NO01-C02-41003253-RTN Projectnummer: 41003253 Status: Concept/02 Datum: 17 juni 2025 Opdrachtgever: BJZ.nu BIJLAGEN I. Uitgebreide resultaten wegvaktellingen 1. INLEIDING Ter Steege is voornemens om het voormalige L TC-terrein aan de Langeveens eweg in Geesteren te herontwikkelen met woningbouw . Roelofs Advies en Ontwerp BV is via BJZ.nu gevraagd een verkeersonderzoek uit te voeren voor de voorgenomen ontwikkeling. Voorliggende notitie bevat de resultaten van het verkeersonderzoek. In figuur 1.1 is het stedenbouwkundig plan van de ontwikkeling weergegeven. Het planvoornemen betreft de realisatie van 61 wooneenheden, bestaande uit 24 rijwoningen (12x koopwoning en 12x sociale huur), 18 twee -onder-een-kapwoningen, 6 levensloopbestendige woningen en 13 vrijstaande woningen (zelfbouw). Figuur 1.1 Impressie stedenbouwkundig plan LTC Geesteren

NOTITIE 2. | PARKEREN 2.1 | PARKEERBEHOEFTE Om het benodigd aantal parkeerplaatsen voor de planontwikkeling te berekenen is de werkwijze conform de beleidsnotitie “Bouwen & Parkeren 2018” van de gemeente Tubbergen gehanteerd (zie tabel 2.1). De gemeente hanteert het beleidsuitgangspunt dat voor | Tubbergen wordt uitgegaan van een gemiddelde parkeernorm voor de “rest bebouwde kom” uit CROW publicatie 317 in een “niet stedelijk” gebied. Het plangebied betreft alleen | de functie ‘wonen’. Dit betekent dat gecombineerd gebruik op basis van een combi-berekening | niet van toepassing is. De parkeerbehoefte betreft hiermee ook het benodigd aantal parkeerplaatsen, waarbij parkeerplaatsen bestemd voor bezoekersparkeren openbaar toegankelijk dienen te zijn. Uitgangspunt is dat de levensloopbestendige woningen onder de | parkeerfunctie ‘twee- onder-een-kapwoning’ | vallen. Uit | de | berekening | volgt | een | parkeerbehoefte | van | afgerond | 131 parkeerplaatsen.

Type woning | Aantal | Parkeernorm | Parkeerbehoefte Tussenwoning of rijtje | 24 | 2,0 | 48,0 Twee-onder-een-kapwoning | 24 | 2,2 | 52,8 Vrijstaand | 13 | 2,3 | 29,9 Totaal (afgerond) | 61 | - | 131 Tabel 2.1 | Parkeerbehoefte Langeveenseweg Geesteren (LTC | -terrein) 2.2 | INVULLING PARKEEROPGAVE Om de parkeeropgave van 131 parkeerplaatsen te faciliteren dient binnen acceptabele loopafstand (circa 100 meter voor woonfuncties) | voldoende parkeercapaciteit beschikbaar te zijn. Een deel van de parkeeropgave kan worden opgevangen op de parkeercapaciteit op eigen erf bij een deel van de woningen. De overige parkeeropgave (inclusief bezoekersparkeren) moet worden opgevangen in de openbare ruimte van het plangebied. Tabel 2.2 toont een overzicht van de parkeeropgave voor het plangebied. | Hierbij zijn de 11 woningen langs de Heetkampweg en 8 woningen langs de Langeveenseweg | op basis van acceptabele loopafstand en logische indeling als apart deelgebied meegenomen. Bij het bepalen van de parkeercapaciteit op eigen erf zijn de berekeningsaantallen conform d | e gemeentelijke beleidsnotitie toegepast.

| De 18 twee-onder-een kapwoningen en 6 levensloopbestendige woningen hebben hierbij een lange oprit met garage (berekeningsaantal 1,3), 8 rijtjeswoningen hebben een enkele oprit met garage (berekeningsaantal 1,0) en van de 13 vrijstaande woningen hebben 11 woningen een lange oprit met garage (berekeningsaantal 1,3), 1 woning een enkele garage met oprit (berekeningsaantal 1,0) en 1 woning een garage zonder oprit (berekeningsaantal 0,4). 2 | NO01-C02-41003253-RTN NOTITIE Deelgebied | aantal | parkeerbehoefte | capaciteit | restvraag | capaciteit | balans woningen | eigen erf | openbare | openbare | openbare ruimte | ruimte | ruimte Plan intern | 42 | 88,0 | 30,2 | 57,8 | 68 | +10,2 Heetkampweg | 11 | 24,7 | 14,3 | 10,4 | 4 | -6,4 Langeveenseweg | 8 | 18,0 | 10,4 | 7,6 | 4 | -3,6 Totaal | 61 | 130,7 | 54,9 | 75,8 | 76 | +0,2 Tabel 2.2 | Invulling parkeeropgave plangebied Uit de tabel volgt dat de parkeercapaciteit in het plangebied | als geheel | voldoet aan de minimale parkeereis. Kijkend op detailniveau naar de | deelgebieden volgt dat er bij de woningen langs de Heetkampweg en Langeveenseweg openbare parkeercapaciteit ontbreekt en er in het plangebied juist een overschot is. | Op basis van de acceptabele loopafstand is het parkeertekort in | deelgebieden ‘Heetkampweg’ en ‘Langeveenseweg | ’ op te lossen in het deelgebied ‘Plan intern’.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1438/documents/27938