CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek Bijlagen bij de motivering Bijlage 16 Second opinion waterhui

Gemeenteraad Tubbergen 30 juni 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 13: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek16.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 4.3: Globale bodemopbouw (DINOloket) Tabel 4.2: Regionale bodemopbouw Diepte (m-mv) 0–1 1 – 11 11 – 18 18 – 31

Formatie Van Boxtel Van Drente Van Oosterhout Van Breda

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

Samenstelling Midden en fijn zand Grof en midden zand Midden en fijn zand Zandige klei en klei

Geohydrologische eenheid Deklaag Eerste watervoerend pakket Eerste watervoerend pakket Eerste scheidende laag

11 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Lokale bodemopbouw In het kader van de herontwikkeling is door Geofoxx in april 2021 een geohydrologisch onderzoek op de locatie uitgevoerd. De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 2. Uit de profielbeschrijvingen van de grondboringen volgt dat op vrijwel de gehele locatie de bovenste halve meter bestaat uit matig fijn zand met matig siltige en matig humeuse bijmenging. Op de diepte van 0,5 tot 1,5 m-mv bestaat de bodem uit matig fijn zand met een matig siltige bijmenging. In het veldonderzoek van Geofoxx zijn in enkele boringen zwak tot matig roesthoudende lagen aangetroffen vanaf circa 0,0 tot 1,40 m. Bij het verrichten van de veldwerkzaamheden door Geofoxx is grondwater aangetroffen in de bodem op circa 0,5 tot 0,8 m-mv. Tabel 4.3: Lokale bodemopbouw Diepte (m-mv)

Bodemsamenstelling

Opmerkingen

0 – 0,5

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus

Donkerbruin

0,5 – 2,5

Zand, matig fijn, matig siltig

Licht grijsbeige, lokaal grindig

4.4

Doorlatendheid

Onverzadigde zone: Om een indruk te krijgen van de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone is in vier boringen een doorlatendheidsproef uitgevoerd. De proeven zijn verricht verspreid uitgevoerd over het terrein, voornamelijk in de onderliggende zandlaag. De doorlatendheid van de onverzadigde bodemlagen is bepaald met behulp van de Falling head-methode, ook wel omgekeerde Hooghoudmethode genoemd. Bij de Falling head-methode wordt de grondwaterspiegel eenmalig verhoogd waarna de daling van de grondwaterspiegel wordt gemeten. De metingen worden uitgevoerd om een indicatie te verkrijgen van de mogelijkheden voor de infiltratie van hemelwater in de bodem. De doorlatendheidsproeven zijn uitgevoerd in de onverzadigde zone (boven de grondwaterstand) in de zandlagen.

Figuur 4.4: Falling-Head

Tabel 4.4: Gemeten doorlatendheid onverzadigde zone (m/dag) Boorpunt

Filtertraject (m-mv) H04 0,4 – 0,9 H05 0,4 – 0,9 H06 0,4 – 0,9 H07 0,4 – 0,9 Gemiddelde doorlatendheid

Samenstelling bodem Zand, matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, matig siltig Zand, matig fijn, matig siltig Zand, zeer fijn, matig siltig en leem, matig zand, matig humeus

K-waarde (m/dag) 21,2 2,0 8,9 0,5 8,2

De resultaten van de doorlatendheidsmetingen in de onverzadigde zone laten een grote spreiding zien in k-waarde. De slechte doorlatendheid in boorpunt H07 is te verklaren door de leemlaag van 0,55 tot 0,7 m-mv. Verzadigde zone: In de peilbuizen op het terrein is een doorlatendheidsmeting (constant flow-head test volgens module C2510 uit leidraad Riolering 2011) uitgevoerd voor het vaststellen van de doorlatendheid in de verzadigde zone. De resultaten zijn weergegeven in de onderstaande tabel.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

12 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Tabel 4.5: Gemeten doorlatendheid verzadigde zone (m/dag) Peilbuis

Filtertraject (m-mv)

H01 1,1 – 2,1 H02 1,44 – 2,44 Gemiddelde doorlatendheid

4.5

Samenstelling bodem Zand, matig fijn, zwak siltig Zand, matig fijn, matig tot sterk siltig, zwak grindig

K-waarde (m/dag) 0,6 0,3 0,5

Grondwater

Om een volledig beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden op het plangebied, zijn diverse bronnen geraadpleegd.

11 m+NAP

Regionale grondwaterstroming De grondwaterstroming in het eerste watervoerend pakket is globaal westelijk gericht (figuur 4.5).

Figuur 4.5: Grondwaterstroming m NAP (Grondwatertools; isohypsen 1e watervoerend pakket) DINOloket Bij het DINOloket van TNO zijn langdurige meetgegevens bekend van grondwaterstanden in de omgeving van het plangebied. In de onderstaande tabel zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

13 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Tabel 4.6: grondwatergegevens DINOloket Meetpunt

Z-hoogte

(naam)

(m+NAP)

B28E0182 B28E0183 B28E0162

Meetperiode

GHG

GG

GLG

(m+NAP)

(m-mv)

(m+NAP)

(m-mv)

(m+NAP)

(m-mv)

11,2

1983-1987

9,8

1,3

9,5

1,7

9,1

2,0

11,0

1987-2006

9,6

1,4

9,3

1,6

9,1

1,9

12,5

1952-1989

12,1

0,5

11,5

1,1

11,0

1,6

De peilbuis nr. B28E0182 is gelegen op circa 1.200 m afstand en peilbuis nr. B28E0183 op circa 1.500 m richting het westen vanaf de projectlocatie. Peilbuis nr. B28E0162 is op circa 900 meter richting het zuidoosten vanaf de projectlocatie gelegen. Figuur 4.6 toont de locaties van de peilbuizen van DINOloket ten opzichte van de planlocatie.

Figuur 4.6: Locatiepeilbuizen DINOloket (TNO) Grondwatermeetnet Twente De peilbuizen uit het grondwatermeetnet Twente (in beheer bij Eijkelkamp) hebben formeel een te korte meetperiode (< 8 jaar) om de GHG en GLG te bepalen, echter zijn deze door de korte afstand tot de projectlocatie relevant en geven deze een goed beeld van de (lokale) situatie. Op figuur 4.7 zijn de locaties van de peilbuizen weergegeven met betrekking tot de projectlocatie.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

14 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

pb13.02 13

15

12 pb13.03

pb13.05 Figuur 4.7: Locatie peilbuizen Grondwatermeetnet Twente In de onderstaande tabel zijn de berekende statistieken van de meetwaarden weergegeven. Opgemerkt dient te worden dat het om verkorte meetperioden gaat, en de statistieken derhalve indicatief zijn (behoudens peilbuis 13,05 en peilbuis 13,03). Tabel 4.7: Grondwaterstanden grondwatermeetnet Twente Meetpunt

15 13 12 Pb13,02 Pb13,05 Pb13,03

Hoogte Peilbuis m+NAP 12,85 12,5 11,6 11,0 11,5 11,3

Meetperiode

GHG

2017-2024 2017-2024 2017-2024 2017-2024 2010-2021 2011-2024

m+NAP 11,9 11,2 10,7 10,3 10,9 10,5

GG m-mv 1,0 1,3 0,9 0,7 0,6 0,8

m+NAP 11,3 10,6 10,2 9,8 10,3 10,0

GLG m-mv 1,6 1,9 1,4 1,2 1,2 1,3

m+NAP 10,7 10,0 9,7 9,4 9,7 9,5

m-mv 2,2 2,5 1,9 1,6 1,8 1,8

De grondwaterstanden ter plaatse van het plangebied fluctueren gedurende het jaar gemiddeld tussen 11,1 (GHG) en 9,8 m NAP (GLG), resulterend in een gemiddelde jaarlijkse fluctuatie van circa 1,3 m. Lokale grondwatermetingen Door Geofoxx zijn in het kader van het bodemonderzoek drie peilbuizen op het terrein geplaatst bemonsterd (april 2020, 20200327_a1RAP). Tevens is tijdens het veldwerk in april 2021 de grondwaterstand aangetroffen tijdens de boringen. De gemeten waterstanden tijdens het veldwerk zijn weergegeven in tabel 4.8. De aangetroffen grondwaterstanden van april 2020 liggen vermoedelijk tussen de GG en GLG situatie in, door de extreme droge zomers van 2019 en 2020. In 2021 is het grondwaterniveau weer voor een groot deel aangevuld, wat de hogere grondwaterstanden verklaart in de navolgende tabel.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

15 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Tabel 4.8: Grondwatermetingen (Geofoxx april 2020 en veldwerk 2021) Meetpunt

Filterdiepte (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

Meetdatum

07

1,50 – 2,50

2,03

17-04-2020

09 21 H01 H02 H03

1,10 – 2,10 1,70 – 2,70 1,10 – 2,10 1,30 – 2,30 -

1,64 2,24 0,50 0,83 0,90

14-04-2020 17-04-2020 06-04-2021 06-04-2021 21-04-2021

H05 H06 H08 H09

-

0,85 0.85 0,90 0,70

21-04-2021 21-04-2021 22-04-2021 22-04-2021

4.6

Oppervlaktewater

Nabij het plangebied zijn verschillende wateren aanwezig. Het gaat om de AV05297 en AV05298 aan de noord- en zuidzijde van het plangebied. De beek aan de zuidzijde heeft een bodemhoogte bovenstrooms van circa 10,0 m+NAP, een talud van 1:1,5 aan beide zijden, en een bodemhoogte benedenstrooms van 9,7 m+NAP (nabij AV07514). De beek aan de noordzijde van Dannenkamp fase 4 heeft een bodemhoogte bovenstrooms van circa 10,4 m+NAP en een benedenstroomse bodemhoogte van 9,9 m+NAP. De bodembreedte is 0,75 m en een talud van 1:1 aan beide zijden. Door Geofoxx is ingemeten op welke hoogte de waterspeeltuin afwatert op de watergang van het waterschap (AV05297), dit is op circa 10,3 m NAP (b.o.b. hoogte van de duiker).

Figuur 4.8-1: Legger oppervlaktewateren nabij plangebied

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

16 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Direct aan de noordzijde van het plangebied is in de huidige situatie een sloot aanwezig. De sloot heeft voor zover bij Geofoxx bekend, geen eenduidige afvoermogelijkheid. De sloot heeft een bodemhoogte van circa 11 tot 10,5 m NAP. De sloot is weergegeven in figuur 4.8-2. Aan de oostzijde van het plangebied is eveneens een sloot aanwezig, gelegen paralell aan de Walboersweg. Figuur 4.8-2: Sloot noordzijde planlocatie, gezien richting het westen. 4.7

Riolering

De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling en afvoer van afvalwater en daarmee de aanleg, het onderhoud en het beheer van het hoofdrioolstelsel. Het vuilwaterriool kan worden aangesloten op het bestaande stelstel ter plaatse van De Klaproos inspectieput HH148.

Figuur 4.9: Riolering (DWA) met b.o.b. hoogten in m NAP.

4.8

Natuurgebieden

Het plangebied bevindt zich in Nationaal Landschap Noord-Oost Twente. Rondom het plangebied liggen geen natuurgebieden welke zijn aangewezen als onderdeel van de EHS (Ecologische Hoofdstructuur) en/of Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) (zie figuur 4.10). Er zijn geen Natura-2000 gebieden aanwezig in de directe omgeving.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

17 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Figuur 4.10: Beschermde Natura 2000 en EHS nabij de onderzoekslocatie.

4.9

Grondwaterbeschermingsgebied

De locatie is niet gelegen in een waterwingebied, grondwaterbeschermingsgebied, boringsvrije zone danwel een intrekgebied.

4.10

Klimaatatlas Twente

Op basis van de klimaatatlas Twente blijkt dat bij extreme neerslag (70 mm, T=100) ter plaatse van het huidig plangebied tot max 0,25 m water aan de oppervlakte aanwezig is. Behalve in het noorden van het huidige plangebied daar is vanaf 0,25 m water aan de oppervlakte aanwezig. Op de tekeningen van het plangebied staat hier een groene strook. Opgemerkt dient te worden dat ondanks “water op maaiveld aanwezig is”, het plangebied geen waterbergende functie heeft ten tijde van extreme neerslag. De groenstrook tussen de Klaproos en sloot aan de noordzijde van het plangebied, waar meer dan 0,25 m water aan de oppervlakte aanwezig is, is een tijd geleden opgehoogd tot het straatniveau van de Klaproos. Er zal derhalve geen (overvloedig) water in deze strook meer voorkomen. In figuur 4.11 is de situatie weergegeven welke ontstaat bij 70 mm neerslag.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

18 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Figuur 4.11: Klimaatatlas Twente, waterhoogte bij 70 mm neerslag

4.11

Vastgestelde geohydrologische situatie

Bodemopbouw In de eerste 0,5 m van de bodem is ook een matig humeuse bijmenging aanwezig (bouwvoor). De diepere bodemopbouw bestaat hoofdzakelijk uit matig fijn zand met matig siltige bijmenging. Lokaal komen grindige lagen voor, of zijn leemlaagjes aanwezig in de bodem. Hoogteligging Het maaiveld is in het midden van het plangebied circa 11,6 m+NAP. In noordelijke richting loopt de maaiveldhoogte af tot circa 11,0 m+NAP. In zuidelijke richting behoudt het maaiveld een hoogte van circa 11,6 m+NAP. Grondwaterniveau De grondwaterstanden ter plaatse van het plangebied fluctueren gedurende het jaar gemiddeld tussen 11,1 (GHG) en 9,8 m NAP (GLG), resulterend in een gemiddelde jaarlijkse fluctuatie van circa 1,3 m. Doorlatendheid De doorlatendheid van de bodem is “(lokaal) slecht tot zeer goed”, van 0,5 tot 21,2 m/dag. De beperkte doorlatendheid wordt enkel lokaal aangetroffen waar eveneens leemlagen aanwezig zijn. Gemiddeld kan worden geconcludeerd dat de zandige bodem overwegend goed doorlatend is (8 m/dag), waarbij deze lokaal kan afwijken ter plaatse van leemlagen.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

19 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Waterhuishoudkundige inrichting Nabij het plangebied zijn verschillende wateren aanwezig. De beek aan de noordzijde van Dannenkamp fase 4 heeft een bodemhoogte bovenstrooms van circa 10,4 m+NAP en een benedenstroomse bodemhoogte van 9,9 m+NAP. De bodembreedte is 0,75 m en een talud van 1:1 aan beide zijden. Door Geofoxx is ingemeten op welke hoogte de waterspeeltuin afwatert op de watergang van het waterschap (AV05297), dit is op circa 10,3 m NAP (b.o.b. hoogte van de duiker). Het vuilwaterriool kan worden aangesloten op het bestaande stelstel ter plaatse van de weg de Klaproos bij inspectieput HH148. Op deze locatie is eveneens het pompgemaal gesitueerd voor de afvoer van het vuilwater van de overige straten in eerdere fases van plangebied Dannenkamp.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

20 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

5

Toekomstige situatie waterhuishouding

5.1

Algemeen

In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden voor het verwerken van hemelwater binnen de plangrenzen bekeken.

5.2

Infiltratiemogelijkheden algemeen

De mogelijkheid voor het infiltreren van hemelwater in de bodem is onder ander afhankelijk van de bodemopbouw, de doorlatendheid van de bodem en de heersende grondwaterstanden. In figuur 5.1 is schematisch de afweging tussen het wel of niet infiltreren van hemelwater in de bodem en de keuze voor een bepaalde infiltratietechniek weergegeven. Het betreft een algemene beslismethodiek. Infiltratiesysteem

- Doorbreken van

-

eventuele aanwezige slecht doorlatende lagen verlagen gws ophogen terrein

nee

GHG > 0,7 m-mv t.p.v. voorziening

ja

nee

k > 9 m/dag

ja

nee

Afvoer naar oppervlaktewater infiltratie niet zonder meer mogelijk k > 2 m/dag

ja

- diepploegen -

open verharding

grondverbetering grondvervanging ophogen terrein

Infiltratie: - veld - put * - koffer / - krat - riool - greppel

nee

k > 0,4 m/dag

ja

wadi

nee Afvoer naar oppervlaktewater

gws: GHG: m-mv: k: *

grondwaterstand gemiddeld hoogste grondwaterstand meter beneden het maaiveld doorlatendheid van de bodem voor een infiltratieput moet de grondwaterstand lager zijn dan 1,5 m-mv

Figuur 5.1: Mogelijkheden voor infiltratie van hemelwater (bron: Hemelwater binnen perceelgrens, SBR/ISSO, publicatie 70_1, mei 2002). Gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) De GHG is als eerste criterium toegepast bij de afweging tussen het infiltreren in de bodem, het bergen van het hemelwater, óf het afvoeren van hemelwater naar elders. Indien de GHG op de locatie hoger is dan 0,7 meter beneden maaiveld is infiltratie niet zonder meer mogelijk en blijven de volgende mogelijkheden over:  bufferen en hergebruik van het hemelwater op de locatie;  het nemen van maatregelen ter verbetering van de geohydrologische omstandigheden;  het ophogen van de locatie;

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

21 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

het afvoeren van hemelwater naar oppervlaktewater.

Doorlatendheid (k-waarde) Indien de doorlatendheid van de bodem groter is dan 9 m/dag kunnen in principe alle typen infiltratievoorzieningen worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de onverzadigde zone kleiner is dan 9 m/dag, maar groter dan 2 m/dag, kunnen infiltratietechnieken als een infiltratieveld, -koffer, -riool en –greppel goed worden toegepast. Indien de doorlatendheid van de bodem tussen de 2 en 0,4 m/dag ligt, kan het hemelwater met behulp van een wadi in de bodem worden geïnfiltreerd. In geval van een doorlatendheid van minder dan 0,4 m/dag is het infiltreren van hemelwater niet goed mogelijk.

5.3

Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie

Op basis van de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden uitgegaan van de situatie zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 5.1: Infiltratiepotentie GHG m+NAP 11,1

Plangebied

GG m+NAP 10,4

GLG m+NAP 9,8

k-waarde m/dag 8

Op basis van de GHG en de doorlatendheid is infiltratie op de locatie overal mogelijk middels wadi’s. Voor dieper gelegen infiltratievoorzieningen is de locatie ‘van nature’ niet geschikt. 5.4

Berging hemelwater

Op basis van het Gemeentelijk Riool Plan (GRP) kan worden uitgegaan van een minimale berging van 40 mm (uitbreidingslocatie), minus 3 mm inloopverlies (= 37 mm) op basis van het verhard oppervlak. Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Op basis van de bergingseis van het waterschap dient 91 mm water niet voor overlast te zorgen. Het water mag hierbij op maaiveld blijven staan, echter dient het gehele plan voor hulpdiensten begaanbaar te blijven en mag geen water in de woningen optreden. Voor het aandeel verhard oppervlak op particulier terrein is een inschatting gemaakt (zie HO 2.2.) Tabel 5.2: Berging

Verharding Bebouwing Totaal:

Verhard oppervlak afgerond (m2) 5.870 5.100 10.970

Bergingseis (mm)

Berging afgerond (m3)

Bergingseis (mm)

Berging afgerond (m3)

37 37

220 185 405

91 91

534 470 1.004

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

22 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

5.5

Ontwerp watersysteem

De planontwikkeling heeft een toename van verhard oppervlak met 11.030 m2 tot gevolg. Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. In het planontwerp is voorzien in de realisatie van een wadi aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied. Hierdoor ontstaat voldoende bergingscapaciteit voor de nieuwe bebouwing. Overstort naar sloot parallel langs Klimop

Aansluiting DWA (rood) op pompgemaal (rood)

Bestaande Aansluiting (noord) DWA en nieuwe (zuidwestelijk) (rood) op gelegen pompgemaal sloot (rood) (rood)

Bestaande sloot handhaven Aanbrengen wadistructuur langs Walboersweg en sloot

Inrit met grasbeton (groen) Drainage onder de wadi’s (oranje)

Wadi’s (blauw)

Verbinding wadi’s middels duikers (paars)

Nieuwe sloot met onderhoudspad

Overstort naar sloot parallel langs Almeloseweg

Figuur 5.2: Watersysteem planlocatie Navolgend wordt per watersysteemonderdeel een korte uitwerking gegeven. Door de opdrachtgever is tevens een ontwerptekening ter beschikking gesteld (bijlage 1).

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

23 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

5.5.1

Verhard oppervlak en afstroming

Hemelwater dat afstroomt op openbaar terrein kan doordat de verharding grotendeels op afschot wordt gelegd, naar de wadi’s worden geleid. De centrale en westelijke noord-zuid geörienteerde wegen worden met een holprofiel aangelegd zonder eenduidige molgoot in het midden. Dit zorgt ervoor dat de straten dezelfde estetische uitstraling hebben als de straten in de nabijgelegen straten zoals de Klaproos. Daarnaast zorgt het weglaten van de molgoot voor veiligheid en een betere begaanbaarheid van de straat. De straten aan de oost-, zuid- en noordzijde van het plangebied worden op één oor gelegd waardoor het water vanaf de kavels direct naar de wadi’s wordt geleid. Eventuele welputten (overstort van hemelwater vanuit particulier terrein) worden op de erfgrens – bovengronds aangebracht. Indien er voor wordt gekozen een overstort aan te brengen in de voortuin, en geen gebruik te maken van oppervlakkige afstroming, wordt aanbevolen een bladscheider aan te brengen in de regenpijp teneinde ten allen tijde een afvoermogelijkheid te behouden bij verstopping. Dimensionering straatprofiel: Om na te gaan of het straatprofiel in voldoende mate het water kan afvoeren in de richting van de wadi’s, wordt de capaciteit berekend ter plaatse van kavel 32 (centraal zuid).

Dit is het punt waar het meeste water toestroomt richting de straat, dit punt wordt derhalve als maatgevend beschouwd voor het gehele plangebied. De kavels aan de centrale zuidzijde worden het meest representatief geacht voor deze worst-case benadering. Indien sprake is van een holle weg wordt 2,5% afschot van de weg gehanteerd in de breedte (dwarsafschot/ verkanting). Een holle weg dient minimaal 0,8% afschot te hebben (lengteafschot). Het vrijkomende hemelwater van de kavels en de verharding komt neer op circa 3.050 m2 verhard oppervlak. De lengte van de rijbaan is circa 70 meter. Het straatpeil aan het begin van de holle weg (centraal) is gelegen op 12,4 m+NAP. Met een verhang van 0,8% is het afschot over het traject 0,55 m. Hierbij komt de overgang naar de groenstrook met wadi op circa 11,85 m+NAP te liggen. Uit berekeningen blijkt dat bij een holle weg met een lengteafschot van 0,8% en een breedteafschot van 2,5% een waterstroom van totaal 2,5 m breed ontstaat op moment dat 60 l/ha/sec wordt afgevoerd. Hieruit mag worden aangenomen dat het straatprofiel voldoet aan de afwateringseisen. De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 3, hierbij is uitgegaan van een molgoot. In de praktijk is sprake van een straat met een hol wegprofiel. Een hoeveelheid van 60 l/sec/ha komt overeen met een bui van 20 mm/uur.

Opgemerkt dient te worden dat deze neerslagintensiteit gemiddeld 1x per 5 jaar wordt overschreden. Gezien de gekozen bouwpeilen en afschot in de wegen zal dit op particulier terrein niet tot wateroverlast leiden.

5.5.2

Wadi

Bij de dimensionering van de wadi dienen de volgende uitgangspunten van kracht te zijn:  De wadi mag een maximale waterstand van 30 cm bevatten met een minimale wake van het waterpeil van 10 cm;  De wadi moet in 24 uur weer leeg zijn doormiddel van infiltreren danwel vertraagd afvoeren;  Het talud mag een maximaal verhang bevatten van 1:5;  Wadi’s dienen ten allen tijde voorzien te zijn van een overstort en eventueel drainage om de infiltratiecapaciteit te bevorderen.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

24 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Wadi zuidelijk in plangebied De wadi zuidelijk in het plangebied heeft een oppervlakte (maaiveld) van circa 1.850 m2. Met een maximale waterstand van 30 cm en een verhang voor de taluds van 1:5 komt dit uit op een berging van circa 462 m3. De insteek van de wadi is gelegen op circa 11,8 m+NAP. Hierbij komt de bodem van de wadi op 11,3 m+NAP te liggen. Onder de wadi is een drain aanwezig op circa 0,4 meter beneden de bodem. Deze zorgt ervoor dat water voldoende snel infiltreert zodat beheer en onderhoud mogelijk is en stilstaand water wordt tegengegaan. In extreme gevallen kan tot 11,8 m+NAP waterhoogte ontstaan in de wadi. In dat geval is circa 832 m3 waterberging aanwezig in deze wadi. Overtollig water kan worden overgestort op een HWA leiding richting de Almeloseweg. De sloot welke gelegen is aan de zuidzijde gelegen is, staat niet in verbinding met de wadi. Wadi’s oostelijk in plangebied De wadi’s aan de oostzijde van het plangebied hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 700 m2. Met een maximale waterstand van 30 cm en een verhang voor de taluds van 1:5 komt dit uit op een berging van circa 140 m3. De insteek van de wadi is berekend op circa 11,8 m+NAP. Hierbij komt de bodem van de wadi op 11,3 m+NAP te liggen (in lijn met de zuidelijke wadi). Onder de wadi is een drain aanwezig op circa 0,4 meter beneden de bodem.

Deze zorgt ervoor dat water voldoende snel infiltreert zodat beheer en onderhoud mogelijk is en stilstaand water wordt tegengegaan. Door het smalle profiel van enkele oostelijk gelegen wadi’s, bestaan deze mogelijk enkel uit taluds (geen vlakke wadibodem). De wadi’s dienen een minimale diepte van 11,5 m NAP te hebben, zodat ervoor gezorgd dat water tussen de noordelijke en zuidelijke wadi’s verdeeld kan worden. Tussen de wadi’s aan de oostzijde worden twee inritten met grasbeton aangebracht. Eventueel kan deze verharding verlaagd worden aangebracht zodat water zich oppervlakkig kan verdelen tussen de wadi’s. Wadi noordelijk in plangebied Aan de noordzijde van het plangebied is in de huidige situatie een sloot aanwezig. Op deze locatie dient een langgerekte wadi te worden gerealiseerd, zodat het water vanaf de verharding aan de noodzijde kan afstromen. De bodem van de noordelijke wadi komt op 11,3 m+NAP met een insteek op circa 11,8 m+NAP. Middels een duiker met inloophoogte van 11,3 m+NAP wordt deze wadi verbonden met het overig wadisysteem. Aan de westzijde van de wadi dient een laagte aanwezig te zijn, op 11,6 tot 11,8 m NAP, zodat water bij waterstanden van > 0,3 m kan overstorten op de sloot parallel aan de straat “Klimop”. De overstort dient te worden voorzien van graskeien (of vergelijkbare voorzieningen) om erosie van de onderliggende bodem te voorkomen.

De wadi heeft een inhoud van circa 150 m3 (uitgaande van taluds van 1:5 en een minimale bodembreedte). Bij waterstanden tot 0,5 m hoog is de capaciteit circa 270 m3. Bergingscapaciteit Totaal bieden de oostelijke- en zuidelijke wadi’s een capaciteit van 750 m3 bij een waterhoogte van 30 cm. Er is voldoende volume om de benodigde berging op te vangen. Bij waterstanden tot 11,8 m NAP (circa 0,5 m waterhoogte) ontstaat een bergingscapaciteit van circa 1.380 m3. De maximale waterpeilen zijn gedimensioneerd op een peil van 11,6 m NAP (40 mm neerslag), tot 11,8 m NAP in extreme situaties (91 mm neerslag). Duikers en drainage De wadi’s worden met elkaar verbonden middels duikers. Deze hebben tussen de zuidelijke-, oostelijke- en noordelijke wadi een in- en uitstroomhoogte van 11,3 m+NAP. De duikers worden op de bodem van de wadi aangebracht, waardoor het water eerst overstort op de andere wadi’s, voordat het overstort op de slokop. De duikers worden uitgevoerd met een

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

25 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

diameter van 315 mm. Aangezien de wadi’s met hun inhoud kunnen zorgen voor berging bij piekafvoeren, mag worden aangenomen dat deze diameter qua capaciteit ruim voldoende is. Onder de wadibodem is een drain aanwezig met een doorsnede van 110 mm. Het peil in deze drain wordt middels een stuwput tot 11,1 m+NAP (GHG) gestuwd, zodat niet onnodig veel water uit het gebied wordt onttrokken. Op deze manier wordt eveneens voorkomen dat de wadi’s (plaatselijke infiltratie van water) leidt tot verhoogde grondwaterstanden t.o.v. de GHG. De drainage kan uitstromen ter plaatse van de overstortlocaties aan de zuidoost- en noordwest zijde van de het plangebied.

5.5.3

DWA riool

Het DWA riool wordt uitgevoerd als PVC riool met een diameter van 315 mm en start met een b.o.b. hoogte van 9,47 m+NAP aan de noordzijde van het plangebied. Het vuilwaterriool wordt aangesloten op de bestaande riolering wat reeds in de straat ‘Klaproos’ gelegen is, hiervoor dient de huidige uitlegger van inspectieput HH148 te worden verlaagd van 10,55 m+NAP naar 9,47 m+NAP. Het vuilwaterriool stroomt af op een pompgemaal gelegen in de Klaproos. Binnen het plangebied worden 40 woningen gerealiseerd, welke worden aangesloten op een riool met een diameter van 315 mm. Opgemerkt dient te worden dat de riolering rondom het pompgemaal is uitgevoerd met een diameter van 250 mm. Deze wordt vervangen door een grotere diameter. Toetsing buisvulling Het vuil uit het gehele plangebied stroomt af in noordelijke richting. De toetsing van het stelsel vindt derhalve geheel benedenstrooms plaats ter hoogte van de weg noordoostelijk het plangebied. Totaal stroomt het water van 40 huishoudens door het stelsel afkomstig van Dannenkamp 5 (ten zuiden van put HH148). Uitgaande van een gemiddelde van 3 inwoners per woning komt het aantal gebruikers van dit riool op 120. De afvalwaterproductie per inwoner op 125 l/dag gesteld, met een maximale afvoer van 12,5 l/inw/uur. De totale hoeveelheid huishoudelijk afvalwater komt daarmee op 15 m3/dag, met een maximum van 1,5 m3/uur.

De buisvulling van een leiding met een diameter van Ø315 mm en een bodemverhang van 1:315 bij een verhouding debiet van circa 1,5 m3/uur bedraagt de waterdiepte maximaal 6% van de buisdiameter. Dit is ruim acceptabel.

Figuur 5:4: Buisvulling bij 1,6 m3 / uur afvoer

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

26 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

5.5.4

Oppervlaktewater en sloten

Aansluiting watersysteem op sloot nabij De Klaver De wadi wordt middels een duiker aangesloten op de noordelijke wadi parallel aan de Klaproos. Deze wadi wordt gebruikt om water uit het plangebied af te voeren naar de waterspeeltuin westelijk van de Klaver, indien meer dan 90 mm neerslag valt en de wadi’s volledig vol zijn. Het water zal door de waterspeeltuin in noordelijke richting worden afgevoerd, waar het uiteindelijk uitstroomt in de watergang van het Waterschap. In de onderstaande figuur is de bestaande waterspeeltuin met bodemhoogten weergegeven. Het plangebied ligt ten zuiden van de weergegeven wadi. Duiker; 10,3 m NAP

Waterpeeltuin; 10,28 tot 10,5 m NAP

Duiker; 11,1 m NAP Verlagen naar 10,9 m NAP

Waterpeeltuin; 10,4 tot 10,6 m NAP

Figuur 5.5: Sloot-/ b.o.b. hoogten in m NAP. Ten zuiden van de waterspeeltuin is in de huidige situatie een dam aanwezig in de sloot. Aanbevolen wordt deze in combinatie met het bouwrijp maken van het terrein te voorzien van een duiker, danwel te verwijderen. Op deze manier worden voldoende mogelijkheden gecreëerd om water af te laten stromen vanuit het plangebied. Tevens wordt geadviseerd om de bestaande duiker centraal in de waterspeeltuin te verlagen tot 10,9 m NAP zodat water in de nieuwe sloot, gelegen aan de zuidzijde van het plangebied, eveneens onder vrij verval kan afwateren richting het noorden.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

27 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Afwatering vanuit zuidelijke wadi / zuidelijk plangebied Aan de zuidzijde van het plangebied, nabij de Almeloseweg 180, zijn de aangrenzende percelen lager gelegen. Hierdoor kan overtollig water nu, maar ook in de toekomst, in geval van calamiteiten of > 91 mm neerslag oppervlakkig richting dit perceel gaan afstromen. De huidige situatie met het hoogteprofiel en in geval van extreme neerslag is weergegeven in de onderstaande figuren.

Figuur 5.6: boven: AHN kaart met hoogtes in huidige situatie en afstroomrichting. Onder: Waterdiepte bij 70 mm neerslag in de huidige situatie, met kwetsbaarheid van de panden 5. Om wateroverlast op de zuidelijk gelegen percelen tegen te gaan is worden de volgende maatregelen genomen: Onder de wadi wordt een drainage aangelegd welke ervoor zorgt dat de wadi sneller leegloopt en water infiltreert de bodem in. Dit ondanks dat is vastgesteld dat de ondergrond van nature al goed en voldoende doorlatend is; Grondwaterstanden welke van nature voorkomen boven 11,1 m NAP worden afgetopt door de drainage; Water dat in de zuidelijke wadi verzameld wordt, zal meteen richting de oostelijke en westelijke wadi’s geleid kunnen worden. Hierdoor wordt tegen gegaan dat 5

Klimaatmonitor Twente

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

28 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

-

-

-

water eerst tot een hoogte van 30 cm verzameld wordt, voordat het naar andere wadi’s kan overstorten. Water wordt hierdoor evenrediger verdeeld over het gehele plan; De wadi’s worden voorzien van flauwe lange taluds. Ondermijning door dieren of calamiteiten worden hierdoor niet verwacht. Daarnaast kan sprake zijn van tot 50 cm water in de wadi zonder dat wateroverlast optreedt. Voor het verwerken van de normbuien is maximaal 30 cm water in de wadi benodigd. Dat maakt de dimensionering van de wadi klimaat-robuust; Water kan in de huidige situatie vrij kan afstromen richting de zuidelijke aangrenzende percelen. Door de ontwikkeling (waarbij het water geborgen wordt en nadien naar het noorden wordt geleid) zal juist minder afstromend water richting de aangrenzende percelen aan de zuidzijde geleid worden; Indien er toch water afgevoerd moet worden vanuit de zuidzijde van het plangebied, kan dit middels de nieuwe sloot, welke water (afzonderlijk van de wadi’s) kan afwateren naar het noorden. Deze sloot heeft een eigen afvoerfunctie; De bestaande sloot langs de Walboersweg handhaven en voorzien van een eigen afvoermogelijkheid naar de sloot langs de Almeloseweg.

De sloten welke wordt gerealiseerd/ behouden zijn ingetekend in navolgende figuur. Deze sloot zal in geval van calamiteiten ervoor zorgen dat geen water afstroomt naar de zuidelijk gelegen aangrenzende percelen. De sloot vanuit de zuidzijde kan worden aangebracht op een bodempeil van 11,1 m+NAP en afwateren in noordwestelijke richting (onder vrij verval, met vervolgens bodempeilen tot 10,9 m+NAP).

Bestaande Aansluiting (noord) DWA en nieuwe (zuidwestelijk) (rood) op gelegen pompgemaal sloot (rood) (rood)

Bestaande sloot langs Walboersweg

Wadi’s (blauw)

Drainage onder de wadi’s (oranje) Verbinding wadi’s middels duikers (paars)

Nieuwe sloot met onderhoudspad

Overstort naar sloot parallel langs Almeloseweg

Figuur 5.7: Sloten binnen plangebied t.b.v. afvoer water

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

29 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

6

Bouw- en woonrijp maken

6.1

Voorstel vloerpeilen

Op basis van de (toekomstige) maaiveldhoogtes, gemeten grondwaterstanden en vloerpeilen van omliggende bebouwing is een voorstel gedaan voor de te hanteren vloerpeilen voor de bebouwing. Deze peilen zijn afgestemd op de ontwateringseisen en civieltechnische randvoorwaarden welke het inrichtingsplan stelt.

Figuur 6.1: aanlegpeilen gemiddeld straatniveau (rood) en vloerpeilen (zwart) in m NAP Op basis van de bovenstaande vloerpeilen is het mogelijk om te bouwen met kruipruimten. In bijlage 1 is een tekening opgenomen met maaiveldhoogtes en voorgestelde vloerpeilen voor de bebouwing. Op basis van de bovenstaande vloerpeilen en toekomstige inrichting van het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om aan te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

30 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

6.2

Aandachtspunten bouwrijp maken

Tuinen In de tuinen moet grond worden verwerkt die geschikt is om vegetatie te laten groeien en voldoende doorlatend is om regenwater voldoende snel te laten wegzakken. De bestaande bodem wordt voldoende doorlatend geacht. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan het voorkomen dat verslemping van de bodem optreedt met wateroverlast (plasvorming) in de nieuwe situatie. Het is ter overweging van de bewoners de tuinen te spitten na uitvoering van de (bouw)werkzaamheden. Aanbevolen wordt om de diepte af te stemmen op de dikte van de humeuse zandlaag (0,5 m in de huidige situatie). Bebouwing: Indien onder de te realiseren woningen kruipruimten aanwezig zijn, dienen deze bij voorkeur ondiep te zijn (< 1 m t.o.v. vloerpeil). Op deze manier wordt (grond)wateroverlast zoveel mogelijk voorkomen. Bij diepere kruipruimten dient de bodem voorzien te zijn van goed doorlatend zand. Op deze manier kan water ten tijde van de bouw en ontwikkeling van de woonwijk infiltreren in de bodem en kan in later stadium eventueel water in de kruipruimte in de bodem kan infiltreren. Infiltratievoorzieningen: De bodem van de wadi’s moet een zodanige samenstelling hebben dat hierop vegetatie kan groeien en het water voldoende snel kan wegzakken. De samenstelling van de wadibodem moet daarom voldoen aan:    

Doorlatendheid bodem > 0,5 m/dag; Humusgehalte 3-5% ; Lutumgehalte <1% ; M50-getal 200-300 µm.

Extreme situaties: Opgemerkt dient te worden dat de wadi’s ten opzichte van de straatpeilen 0,5 m of dieper gelegen zijn. Er is derhalve geen water op straat te verwachten op moment dat 90 mm water afstroomt vanaf het verhard oppervlak. Het plangebied is daarmee nog toegankelijk voor hulpdiensten. Het hemelwater stroomt af naar het laagste punt. De ontwerphoogtes in het plan zijn zo gekozen dat het laagste punt op de randen van het plangebied liggen. Overtollig regenwater zal in dat geval afstromen naar de sloten, welke afwateren richting de noordoostzijde van het plangebied.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

31 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

7

Samenvatting en conclusie

In opdracht van gemeente Tubbergen heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie ‘Dannenkamp V’ te Harbrinkhoek. De aanleiding wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en het op te stellen omgevingsplan. Medio 2022 is men gestart met de planprocedure. In verband met de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Resultaten Binnen het plangebied zal het hemelwater en vuilwater (droogweerafvoer) gescheiden worden afgevoerd. Hierbij is gekozen om het hemelwater over het maaiveld en via natuurlijk afschot te laten afstromen naar een wadi’s aan de oost- en zuidzijde van het plangebied. Door de ontwikkeling is binnen het plangebied in het openbaar gebied straks circa 11.030 m2 verharding aanwezig. In lijn met de beringseis van de gemeente (37 mm) is binnen het plangebied 408 m3 bergingscapaciteit benodigd. Totaal bieden wadi’s tot een waterhoogte van 0,3 m een capaciteit van 750 m3. Daarmee is ruimte overcapaciteit aanwezig in het plangebied op basis van een bergingseis van 40 mm. Op basis van de regels van Waterschap Vechtstromen mag bij extreme neerslag tot 91 mm geen extreme overlast optreden.

Bij waterpeilen tot 0,5 m in de wadi’s is 1.380 m3 waterberging aanwezig, waarmee ook ruim aan deze eis wordt voldaan. Indien het watersysteem overbelast raakt, zal overstort plaatsvinden op het omliggend watersysteem aan de zuidoost (richting de Almeloseweg) en noordwest (waterspeeltuin Klaver) van plangebied. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt eveneens een sloot aangebracht om in geval van calamiteiten water richting de sloot langs plan Dannenkamp 4 (waterspeeltuin) te kunnen leiden. Aanbevolen wordt om hiervoor enkele aanpassingen te doen in de bestaande sloot parallel aan de Klaver (zie HO 5.5.4). In tabel 6.1 zijn de vloerpeilen opgenomen. Op basis van de toekomstige inrichting van het plangebied is er voldoende ruimte aanwezig om deze te sluiten op de bestaande peilen op aangrenzende percelen, echter wordt aanbevolen om bij de verdere (civiele) uitwerking van het plan aandacht te hebben voor mogelijkheden voor afstromend hemelwater, buiten het plangebied. Advies:  Geaviveerd wordt de wadi’s op een bodemhoogte van 11,3 m+NAP aan te brengen, waarbij normaliter waterhoogten tot 11,6 m+NAP ontstaan en in extreme gevallen tot 11,8 m+NAP;  Alle wadi’s dienen onderling met elkaar verbonden te zijn zodat water eerst evenredig wordt verdeeld tussen de wadi’s. Dit kan bijvoorbeeld met roosterputten

Disclaimer Het onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd met behulp van de voor het onderzoek gangbare technieken, inzichten en methodes. Bij het uitvoeren van onderzoek streven wij optimale representativiteit na. Het blijft mogelijk dat er plaatselijk afwijkingen voorkomen. Deze afwijkingen komen door het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek niet aan het licht. Geofoxx is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit bovengenoemde aspecten.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

32 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

een fractie boven de bodem van de wadi (11,3 m+NAP) aan te brengen welke verbonden worden met duikers; Nabij de overstortlocaties vanuit de wadi kan op een hoogte van 11,6 m+NAP een kleine uitstroomput aangebracht worden. Op een hoogte van 11,7/ 11,8 m+NAP dient een robuuste uitstroomvoorziening te worden aangebracht welke bij extreme neerslag het water naar het omliggend hemelwaterstelsel overstort. Dit kan ook oppervlakkig door een laagte aan te brengen in het talud van de wadi, en deze te verstevigen met grasbeton of zandsteen. Aan de zuidzijde van het plangebied wordt een sloot aangebracht. Deze sloot zal in geval van calamiteiten ervoor zorgen dat geen water afstroomt naar de zuidelijk gelegen aangrenzende percelen. De sloot kan worden aangebracht op een bodempeil van 11,1 m+NAP en afwateren in noordwestelijke richting (onder vrij verval, met vervolgens bodempeilen tot 10,9 m+NAP). De sloot staat niet in verbinding met het watersysteem binnen plangebied Dannenkamp 5; Onder de wadi moet een drain aangebracht worden (b.o.b. 10,8 m+NAP) welke ervoor zorgt dat de wadi’s weer snel genoeg droogvallen. De drain dient middels stuwputten ingeregeld te worden zodat geen grondwater wordt onttrokken beneden 11,1 m+NAP. De drain dient te worden voorzien van voldoende doorspuitputten zodat onderhoud uitgevoerd kan worden.

Watertoets De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de normale procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben invloed op de waterhuishouding. De watertoestprocedure (het Wateradvies) is bijgevoegd in de bijlagen.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

33 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Bijlage 1: Situatietekeningen

projectnummer

datum

20210031/RREK

maart ’25

Bijlagen

Stroomrichting watergang

H. A1.

D.

A2. A2.

I. A1.

Wadi 601m2

2.

Speelveld.

1.

Aml.

F1

1.

C.

Aml.

H.

2. m vr i jhodu en

F3

C.

C.

7.

F3

2.

D.

Wadi 263m2

Onde

F2

rhou dspa d3

F1

F1

F1 Grasb

eton

F2

F2

2. 2. 2.

F2 F1 CaF. CaF. CaF.

6.

beto

5.

F1

H.

vrijho

3. Aml. AmlAml. .

F3

7.

F3

Aml. Aml. Aml.

F2

F2 F2

F1

F1

F3

F1

I.

3.

F2

I. F2

I. Wadi 1850 m2

F1

H. 7.

Wadi 368m2

Onde

F3

F3

E.

d 3m

F3

4.

dspa

3.

CcR.CcR.

Aml. Aml. Aml.

BdN. BdN. BdN.

rhou

CcR.

F2

uden

F3

F3

n

F2

E. B.

Gras

Wadi 67m2

Waterga ng

Ruimte v

G.

1,5m1

Struweel 2

rijhoude

m1

n i.v.m. h

Onderho

G. udspad 3

m1

F3

I.

I.

H.

Locatie MSR Enexis Uitstroom voorziening

aag bure

n 1m1

7.

N

PROJECT

Uitbreiding Dannenkamp

OPDRACHTGEVER

Noaberkracht, gemeente Tubbergen Raadhuisplein 1, 7650 AA Tubbergen

TUUULK.NL

ONDERDEEL

Groenplan uitbreiding Dannenkamp, Harbrinkhoek

GETEKEND

(Ing.) R. Heerdink

DATUM

FORMAAT

SCHAAL

VERSIE

15/01/2025

A1

1 : 500

1e versie

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Bijlage 2: Boorstaten

projectnummer

datum

20210031/RREK

maart ’25

Bijlagen

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Bijlage 3: Berekening goten

projectnummer

datum

20210031/RREK

maart ’25

Bijlagen

Holle weg; berekenen waterbreedte Invoer ligging plangebied Oppervlak Ligging Afvoer

3050 vlak gebied

m2 60 l/s/ha

18,30

l/sec

Breedte waterstroom Diepte Breedteafschot Lengteafschot Wandruwheid

2,4 0,030 2,5 0,8 0,005

m m % % m (normaal 5 mm)

afvoer

18,37

l/s

Toets

voldoet

0,305 ha

Dimensionering goot

chezy 30,26234 m^0,5/s nat opp 0,048 m2 hydrau stra 0,02 m V 0,382792 m/s

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Bijlage 4: Doorlatendheidsproeven

projectnummer

datum

20210031/RREK

maart ’25

Bijlagen

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Bijlage 5: De watertoets

projectnummer

datum

20210031/RREK

maart ’25

Bijlagen

Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 11-03-2022

Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .

VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.

Normale procedure

OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE

11-03-2022, 10:50

P agina 1 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.

Gaat het om een ruimtelijk plan dat uits luitend een functiewijziging van bes taande bebouwing inhoudt? nee

2.

Worden in het plan meer dan 10 wooneenheden gerealis eerd? ja

3.

bargerveen nee

4.

beekhers tel nee

5.

grondwaterbes _en_s tiltegebied nee

6.

ruimtevoorvecht nee

7.

verbods zone diepe boringen nee

8.

zoekgebied nee

9.

primaire watergebieden nee

10.

RWZ I nee

11.

s trokenkaart nee

11-03-2022, 10:50

P agina 2 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets 12.

pers leidingen nee

13.

rioolgemalen nee

14.

keurzone nee

15.

gewijzigd klimaat nee

16.

huidig klimaat nee

11-03-2022, 10:50

P agina 3 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets DETAILS 1.

Normale procedure Op bas is van uw locatie en gegeven antwoorden blijkt dat u waters chaps belangen raakt.

Wat moet ik doen? "datum dos s iercode Geachte heer/mevrouw , U heeft het Waters chap Vechts tromen geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (www.dewatertoets .nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van het watertoets proces moet worden doorlopen. Watertoets proces : Op grond van artikel 12 uit het bes luit op de ruimtelijke ordening moeten ruimtelijke plannen zijn voorzien van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Bij het watertoets proces gaat het om het hele proces van vroegtijdig meedenken, informeren, advis eren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de waterhuis houdkundige as pecten in ruimtelijke plannen en bes luiten. Waters chap Vechts tromen kijkt wat de invloed van het plan op de waterhuis houding is en geeft een wateradvies . Daarbij toets t het waters chap het plan aan het voorkeurs beleid dat is geformuleerd. Voor het verdere proces is het van belang om de RO advis eur van het waters chap te betrekken bij het plan. Wij verzoeken u ons te informeren over de wijze waarop het plan verder zal worden voorbereid. Daarvoor kunt u contact opnemen met de, voor des betreffende gemeente, aangewezen RO advis eur.

Ben van Veenen b.van.veenen@vechts tromen.nl gemeente Hardenberg gemeente Los s er gemeente Ommen Frits Huttenhuis f.huttenhuis @vechts tromen.nl gemeente Borne gemeente Coevorden gemeente Hellendoorn gemeente Oldenzaal Els Boerrigter e.boerrigter@vechts tromen.nl gemeente Dinkelland gemeente Ens chede gemeente Tubbergen

11-03-2022, 10:50

P agina 4 van 5

https://dewatertoets.nl

Digitale Watertoets Heral Hes s elink h.hes s elink@vechts tromen.nl gemeente Almelo gemeente Rijs s en-Holten gemeente Wierden Henry Legtenberg h.legtenberg@vechts tromen.nl gemeente Borger-Odoorn gemeente De Wolden gemeente Emmen gemeente Hoogeveen gemeente Midden-Drenthe gemeente Twenterand Wim Geerdink w.geerdink@vechts tromen.nl gemeente Berkelland gemeente Haaks bergen gemeente Hengelo gemeente Hof van Twente Telefonis ch bereikbaar via mailverzoek of algemeen telefoonnr. 088-2203333. Algemene info: In de procedurebepalingen van de Wro voor het bes temmings plan is opgenomen dat de kennis geving wordt toegezonden aan de ins tanties die bij het overleg zijn betrokken. De terinzagelegging van het bes temmings plan kunt u zenden aan kennis gevingwro@vechts tromen.nl. Copyright Digitale watertoets - http://www.dewatertoets .nl//. Dit document is gegenereerd via de webs ite http://www.dewatertoets .nl//. Het document mag alleen worden gebruikt ten behoeve van het plan, dat in dit document is oms chreven. De informatie in dit document is houdbaar tot maximaal 1 jaar, gerekend vanaf de genoemde datum in dit document."

Waar moet ik op letten? Achtergrondinformatie

11-03-2022, 10:50

P agina 5 van 5

https://dewatertoets.nl

geofoxx.nl

Bijlage 2 – Omschrijving bodemsamenstelling Almeloseweg 180

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Documentreferentie NL25-648800269-150556

23/24

Over grondsoorten almeloseweg 180 Dit document geeft enig inzicht in grondsoorten van perceel 4430, Almeloseweg 180. Ook worden enige opmerkingen gemaakt over het naastliggende perceel 7070.

A Dunne laag zwart zand (10 a 15 cm) daarna zeer compact fijn wit zand. B “Normale” zandgrond waarschijnlijk goed te vergelijken met het zand zoals gesondeerd in plan Dannenkamp5. C fijn (wit) zand met weinig humus. D zelfde grondsoort als A, maar opgehoogd met zand uit de kuil die gegraven is voor het zwembad. Het zuidelijke deel van deze ophoging bestaat uit zand van andere oorsprong. E overgangszone tussen grondsoort B en A De ophoging die is aangegeven met “D” is gemaakt om in het natte periodes enigszins droge voeten te houden.

Perceel 7070 Dit perceel was tot voor ongeveer 70 jaar woeste grond. Er gold een soort allemansrecht. Aan de oostelijke kant bevonden zich diverse kuilen waar (al dan niet met medeweten van de eigenaar) zand gewonnen was. De ontginning is gedaan door een ploeg mensen met schoppen en kruiwagens. Ook is er gebruik gemaakt van smalspoor met kiepwagens om grotere hoeveelheden zand te verplaatsen. Dit perceel is waarschijnlijk laag geweest naast de zone aangegeven met D en waarschijnlijk is de grondsoort daar vergelijkbaar geweest met de grondsoort van zone A. Het perceel is hoog geweest naast zone C. Dit is zo omdat er ter hoogte van C een abrupt hoogteverschil is met mijn perceel. Bovendien kan ik mij herinneren dat daar in de buurt struikheide groeide. Deze heide groeit op hoge, droge, arme grond.

Achtergrond Ik ben 80 jaar geleden geboren op het adres Almeloseweg 180 en woon nog steeds daar. Gedurende mijn hele leven heb ik overal gegraven en daarbij aan den lijve het verschil in grondsoorten kunnen ervaren. Het perceel 7070 was als kind mijn speelterrein (en dat van de buurkinderen).

Bijlage 3 – Locatieaanduiding boorprofielen Dannenkamp 5 Geofoxx

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Documentreferentie NL25-648800269-150556

24/24

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1430/documents/27725