CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek Bijlagen bij de motivering Bijlage 16 Second opinion waterhui

Gemeenteraad Tubbergen 30 juni 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 13: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22n Dannenkamp 5 Harbrinkhoek16.751 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

17-10-2025

Second opinion Waterhuishoudkundig plan Dannenkamp 5

Versie: D1 Auteur: Karl Schütt / Roy Dierx Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek Klant: Gemeente Tubbergen Projectleider: Siebe Houtsma

Inhoud Inhoud ................................................................................................................. 1 1

Inleiding .................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding....................................................................................... 2 1.2 Doel ................................................................................................ 2 1.3 Leeswijzer ...................................................................................... 2 1.4 Bronvermelding .............................................................................. 3

2

Achtergrondinformatie .............................................................................. 4 2.1 Relevant beleid, wet- en regelgeving ............................................. 4 2.1.1 Waterschap Vechtstromen ............................................... 4 2.1.2 Gemeente Tubbergen ....................................................... 4 2.2 Plangebied ..................................................................................... 5 2.2.1 Huidige situatie ................................................................. 5 2.2.2 Hoogteligging .................................................................... 5 2.2.3 Bodemopbouw .................................................................. 6 2.2.4 Oppervlaktewater .............................................................. 7 2.2.5 Grondwaterstand .............................................................. 8 2.3 Nieuwbouwontwikkeling Dannenkamp 5 ....................................... 8 2.3.1 Maaiveldhoogte................................................................. 9 2.3.2 Verharding ........................................................................ 9 2.3.3 Waterhuishouding ........................................................... 10

3

Beoordeling meetgegevens waterhuishoudkundig plan ........................ 12 3.1 Maaiveld ....................................................................................... 12 3.2 Bodemopbouw ............................................................................. 12 3.3 Infiltratiegeschiktheid .................................................................... 12 3.4 Grondwaterstand .......................................................................... 13

4

Beoordeling waterhuishoudkundig plan ................................................. 15 4.1 Waterhuishoudkundige maatregelen ........................................... 15 4.1.1 Ophoging plangebied ...................................................... 15 4.1.2 Wadi’s ............................................................................. 15 4.1.3 Greppel aan zuidzijde ..................................................... 17 4.1.4 Drainage ......................................................................... 18

5

Conclusie en aanbevelingen .................................................................. 19 5.1 Conclusie...................................................................................... 19 5.1.1 Betrouwbaarheid gegevens ............................................ 19 5.1.2 Maatregelen waterhuishoudkundig plan ......................... 19 5.2 Aanbevelingen.............................................................................. 20

Sweco

De Holle Bilt 22

Sweco Nederland B.V.

T +31 (0) 88 811 6600

NL 3732 HM De Bilt

Handelsregister 30129769

www.sweco.nl

Netherlands

Statutair gevestigd te De Bilt

Documentreferentie NL25-648800269-150556

1/24

1

Inleiding

17-10-2025 Versie D1

1.1

Aanleiding

Er zijn plannen voor de realisatie van nieuwe woningen ten zuidwesten van Harbrinkhoek. Het gaat om het woningbouwproject Dannenkamp 5 dat plaats zal vinden op een landbouwperceel, ingesloten tussen de Walboersweg en Klaproos. Inmiddels heeft Geofoxx een waterhuishoudkundig plan voor deze ontwikkeling opgesteld.

Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

In het waterhuishoudkundig plan worden enkele maatregelen voorgesteld voor de opvang en afvoer van hemelwater op het terrein. Er worden meerdere wadi’s aangelegd en er wordt een greppel gerealiseerd langs de zuidelijke en westelijke grens van het plangebied. Onder de wadi’s worden drains aangelegd ter bevordering van de infiltratie. Daarnaast zal het terrein opgehoogd worden voor de ontwateringsdiepte. De eigenaar van een perceel dat aan de zuidkant van het plangebied grenst, heeft zorgen over de effecten van de voorgestelde waterhuishoudkundige maatregelen in het plangebied op zijn perceel. De perceeleigenaar wil nagaan of het waterhuishoudkundig plan goed onderbouwd is en of (grond)wateroverlast op zijn perceel door toedoen van de maatregelen uitgesloten kan worden. Hij heeft zijn zorgen aangekaart bij gemeente Tubbergen. Samen hebben zij besloten om het waterhuishoudkundig plan te laten beoordelen door een onafhankelijk adviesbureau. Gemeente Tubbergen heeft Sweco gevraagd om een second opinion op het waterhuishoudkundig plan op te stellen.

1.2

Doel

Deze second opinion heeft als doel te inventariseren of het waterhuishoudkundig plan goed onderbouwd is en of er mogelijk (grond)wateroverlast op het perceel ten zuiden van het plangebied ontstaat door toedoen van de waterhuishoudkundige ingrepen. Er wordt daarbij gekeken of de gebruikte meetgegevens betrouwbaar en volledig zijn en of de voorgestelde waterhuishoudkundige ingrepen goed onderbouwd zijn op basis van deze gegevens.

1.3

Leeswijzer

Dit document bestaat uit de volgende hoofdstukken: • • • •

in hoofdstuk 2 wordt achtergrondinformatie gegeven over het relevant beleid, het plangebied en de toekomstige ontwikkelingen; in hoofdstuk 3 volgt een inventarisatie en beoordeling van de gebruikte (meet)gegevens in het waterhuishoudkundig plan; in hoofdstuk 4 volgt een inventarisatie en beoordeling van de voorgestelde waterhuishoudkundige ingrepen; in hoofdstuk 5 volgen de conclusie en aanbeveling op basis van de bevindingen tijdens dit onderzoek.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

2/24

1.4

Bronvermelding

[1] Waterhuishoudkundig plan Dannenkamp 5 te Harbrinkhoek, Geofoxx 2025. [2] Waterschapsverordening Waterschap Vechtstromen. [3] Water en Rioleringsprogramma 2025 - 2030 Gemeente Tubbergen. [4] Uitgangspunten Inrichting Openbare Ruimte Gemeente Tubbergen. [5] Algemeen Nederlands Hoogtebestand (AHN4). [6] BRO Bodemkaart. [7] Ondergrondgegevens Dinoloket. [8] Legger Waterschap Vechtstromen. [9] Cyclomedia. [10] Grondwaterstandsmetingen meetpunt Dannenkamp 5. [11] Kennisbank Stedelijk Water RIONED. [12] Aangeleverde tekening met locatie boorprofielen Dannenkamp 5, Geofoxx. [13] Klimaatatlas Twents waternet.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

3/24

2

Achtergrondinformatie

17-10-2025 Versie D1

2.1

Relevant beleid, wet- en regelgeving

In deze paragraaf volgt een samenvatting van het relevant beleid en de relevante wet- en regelgeving op waterhuishoudkundig vlak.

2.1.1

Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Waterschap Vechtstromen

Waterbeheerplan 2022 – 2027 In het waterbeheerplan 2022 – 2027 beschrijft het waterschap welke doelen gesteld worden voor de periode 2022 – 2027. Daarnaast wordt beschreven welke maatregelen getroffen worden om deze doelen te behalen. Daarbij wordt ingegaan op welke uitdagingen momenteel spelen (klimaatverandering, waterkwaliteit, biodiversiteit) en hoe daarmee wordt omgegaan.

Waterschapsverordening In de Waterschapsverordening staan de regels voor de bescherming van de waterkeringen, watergangen en het grondwater binnen het beheergebied van het waterschap [2]. Voor diverse activiteiten die het watersysteem raken, wordt beschreven aan welke voorwaarden de initiatiefnemer moet voldoen en of er een meldingsplicht geldt. Het doel van deze regels is om de nadelige effecten op het watersysteem te voorkomen.

Hydrologisch handboek 2020 In het hydrologisch handboek 2020 geeft het waterschap onder andere de uitgangspunten weer die van toepassing zijn op het stedelijk waterbeheer, waaronder de uitgangspunten voor het ontwerp van bergingsvoorzieningen.

2.1.2

Gemeente Tubbergen

Water en Rioleringsprogramma 2025 – 2030 In het Water en Rioleringsprogramma (WRP) geeft gemeente Tubbergen aan hoe invulling wordt gegeven aan de wettelijke watertaken op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater [3]. De gemeentelijke watertaken worden in het WRP vertaald naar beleidsregels. Daarnaast wordt aangegeven welke samenhang er is met andere beleidsterreinen, welke programmering wordt aangehouden in de planperiode, welke eisen worden gesteld op het vlak van beheer en hoe de rioolheffing wordt onderbouwd.

Uitgangspunten Inrichting Openbare Ruimte In de notitie ‘Uitgangspunten Inrichting Openbare Ruimte’ biedt de gemeente handvatten voor de inrichting van de openbare ruimte [4]. In dit document wordt onder andere ingegaan op de ontwerpeisen die gesteld worden voor de riolering en bergingsvoorzieningen.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

4/24

2.2

Plangebied

2.2.1

Huidige situatie

17-10-2025 Versie D1

Figuur 2.1 toont de locatie van het plangebied. Het plangebied heeft een grootte van in totaal 3,2 hectare. Momenteel bestaat het terrein uit landbouwgrond, gelegen aan de rand van de bebouwing. Aan de noordelijke en oostelijke kant grenst het plangebied aan bebouwd gebied. Aan de westelijke kant van het plangebied liggen enkele landbouwpercelen.

Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Op het perceel ten zuiden van het plangebied, waarover zorgen zijn geuit over mogelijke wateroverlast door toedoen van de ontwikkelingen, ligt een woning met schuur en een zwembad. Deze liggen tegen de perceelsgrens aan.

Figuur 2.1: Begrenzing nieuwbouwlocatie Dannenkamp 5 en perceel Almeloseweg 180.

2.2.2

Hoogteligging

Figuur 2.2 toont de hoogteligging in de omgeving van Dannenkamp 5 op basis van AHN4 [5]. De maaiveldhoogte loopt binnen de grenzen van het plangebied af in westelijke richting. Aan de oostelijke grens van het plangebied bij de Walboersweg ligt de maaiveldhoogte op ongeveer NAP +12,0 m. Aan de westelijke grens van het plangebied varieert de maaiveldhoogte tussen NAP +11,1 m en NAP +11,6 m. Op het perceel aan de Almeloseweg 180 ligt de maaiveldhoogte aan de noordkant hoger dan aan de zuidkant. Aan de noordkant, waar het perceel aan het plangebied van Dannenkamp 5 grenst, varieert de maaiveldhoogte tussen NAP +12,4 m en NAP +11,4 m. Aan de zuidkant van het perceel varieert de maaiveldhoogte tussen NAP +11,1 m en NAP +10,8 m.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

5/24

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Figuur 2.2: Maaiveldhoogte omgeving Dannenkamp 5 [5].

2.2.3

Bodemopbouw

Figuur 2.3 toont de grondsoorten in de omgeving van Dannenkamp 5 [6]. Lokaal is er sprake van twee grondsoorten, namelijk een veldpodzolgrond, bestaande uit leemarm en zwak lemig fijn zand, en een beekeerdgrond, bestaande uit lemig fijn zand.

Figuur 2.3: Grondsoorten in de omgeving van Dannenkamp 5 [6].

Documentreferentie NL25-648800269-150556

6/24

In bijlage 1 zijn de beschikbare boorprofielen uit het plangebied opgenomen. Deze zijn genomen tijdens een geohydrologisch onderzoek in 2021 [1]. Binnen het plangebied bestaat de eerste halve meter van de ondergrond uit matig fijn tot uiterst fijn zand. Daaronder wordt hoofdzakelijk matig fijn zand aangetroffen. In bijlage 2 is een beschrijving toegevoegd van de samenstelling van de ondergrond van het perceel Almeloseweg 180. Deze omschrijving is aangeleverd door de perceeleigenaar. Aan de westelijke en oostelijke kant van het perceel is de samenstelling van het zand volgens de perceeleigenaar grover dan aan de zuidelijke kant van het perceel. We gaan uit van deze informatie, maar adviseren om dit beeld wel via boringen te bevestigen.

2.2.4

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Oppervlaktewater

Figuur 2.4 toont het lokale oppervlaktewatersysteem rondom Dannenkamp 5 volgens de legger van Waterschap Vechtstromen. De watergangen in de omgeving van Dannenkamp 5 wateren onder vrij verval af op het Lateraalkanaal. Het waterpeil wordt benedenstrooms van Dannenkamp 5 gereguleerd door een stuw in het Lateraalkanaal (ST00508). Het zomerpeil is ingesteld op NAP +9,3 m en het winterpeil is NAP +9,0 m.

Figuur 2.4: Oppervlaktewatersysteem in de omgeving van Dannenkamp 5 [8]. De afvoerrichting is aangegeven met lichtblauwe peilen.

Ten noorden van het plangebied ligt een droogvallende watergang (AV05297) die zorgt voor de afwatering van het terrein rondom de nieuwbouwlocatie Dannenkamp 4, die inmiddels gerealiseerd is. Figuur 2.5 toont een foto van deze watergang. De bovenstroomse bodemhoogte van deze watergang (AV05297) is NAP +10,40 m en de benedenstroomse bodemhoogte NAP +9,92 m. De bodemhoogte ligt meer dan een halve meter hoger dan het benedenstroomse streefpeil (NAP +9,3 m). In figuur 2.5 is te zien dat de watergang in de zomer droogvalt en dat deze in de winter en het najaar afvoert vanwege de hogere grondwaterstanden.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

7/24

Daarnaast is in figuur 2.5 een foto van de waterspeeltuin te zien, die voor de afwatering van Dannenkamp 4 dient en afvoert op watergang AV05297. De waterspeeltuin staat gedurende het gehele jaar overwegend droog [9]. De bodemhoogte van de waterspeeltuin ligt rond NAP +10,5 m [5].

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Figuur 2.5: Boven: watergang AV05297 gedurende het najaar (links) en de zomer (rechts). Onder: waterspeeltuin Dannenkamp 4 [9]

2.2.5

Grondwaterstand

De grondwaterstand wordt in de omgeving van Dannenkamp 5 op diverse locaties gemeten [6], daarnaast zijn er binnen het plangebied van Dannenkamp 5 ook twee meetpunten ingericht [10]. Een van de twee meetpunten is meerdere jaren gemonitord (H02). Volgens de meting binnen het plangebied varieert de grondwaterstand tussen NAP +9,5 m en +11,5 m.

2.3

Nieuwbouwontwikkeling Dannenkamp 5

Figuur 2.6 toont de locatie van de nieuwbouwontwikkeling Dannenkamp 5. Daarnaast is de toekomstige inrichting te zien. Binnen het plangebied worden 40 verschillende kavels gerealiseerd.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

8/24

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Figuur 2.6: Locatie en inrichting Dannenkamp 5 [1].

2.3.1

Maaiveldhoogte

Het maaiveld binnen het plangebied wordt in de toekomst opgehoogd, zie figuur 2.7. Het terrein wordt ten opzichte van de huidige situatie 0,5 m tot 1,5 m opgehoogd. In de toekomstige ligt de maaiveldhoogte in het plangebied het hoogst in het centrale deel en loopt de maaiveldhoogte af richting de grenzen van het plangebied.

Figuur 2.7: Toekomstige maaiveldhoogte Dannenkamp 5 [1].

2.3.2

Verharding

Binnen het plangebied worden toegangswegen en voetpaden aangelegd. De rijbaan, trottoirs en parkeerplaatsen nemen samen 5.870 m 2 in [1]. Alle bebouwing neemt gezamenlijk 5.160 m2 in beslag (inclusief inritten en parkeerplaatsen op particulier terrein). De totale verharding in het plangebied is 11.030 m2 [1].

Documentreferentie NL25-648800269-150556

9/24

2.3.3

Waterhuishouding

17-10-2025

Figuur 2.8 toont het ontwerp van het watersysteem voor Dannenkamp 5. De verharding in het plangebied watert oppervlakkig af op de wadi’s aan de noordelijke, oostelijke en zuidelijke kant van het plangebied. Daar kan het hemelwater in de ondergrond infiltreren. Onder de wadi’s worden drains aangelegd.

Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Daarnaast worden greppels naast de wadi’s aangelegd voor de afwatering van overtollig hemelwater. Deze voeren af op de waterspeeltuin ten westen van de inmiddels gerealiseerde uitbreiding Dannenkamp 4.

Figuur 2.8: Ontwerp watersysteem Dannenkamp 5 [1].

Wadi’s Voor de inrichting van de wadi’s zijn de volgende uitgangspunten aangehouden: • • • • •

een maximale waterstand van 30 centimeter; een maximale ledigingstijd van 24 uur; een maximaal talud van 1:5; een noodoverlaat; drainage ter bevordering van de infiltratiecapaciteit.

De afmetingen van de wadi’s zijn te zien in tabel 2.1. De wadi’s worden met elkaar verbonden. Er komen in totaal twee overstorten (zie figuur 2.8). Tabel 2-1: Afmetingen wadi’s Dannenkamp 5 [1] Wadi Oppervlak BodemTalud(m2) hoogte insteek (mNAP) (mNAP) Wadi noord

450

11,3

11,8

11,6

11,1

Berging onder overstort (m3) 150

Wadi oost

700

11,3

11,8

11,6

11,1

140

Wadi zuid

1.850

11,3

11,8

11,6

11,1

462

Totaal

Documentreferentie NL25-648800269-150556

Overstort -niveau (mNAP)

Drainageniveau (mNAP)

752

10/24

Drainage Onder de wadi’s worden drains aangelegd. Deze komen op een diepte van ongeveer 0,4 m onder de bodem te liggen. De drains worden aangesloten op een stuwput, daarmee wordt een drainageniveau van 11,1 m + NAP gehanteerd (gelijk aan de veronderstelde GHG).

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Greppel De greppel aan de zuidkant van het plangebied krijgt een bodemhoogte van NAP +11,1 m (gelijk aan de veronderstelde GHG). De totale breedte is 1,5 m. De greppel voert pas af als de grondwaterstand boven de GHG uit stijgt. De greppel loopt langs de westelijke kant van het plangebied door richting de waterspeeltuin. De bodem-hoogte loopt daar af naar NAP +10,9 m.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

11/24

3

Beoordeling meetgegevens waterhuishoudkundig plan

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250

In dit hoofdstuk volgen een inventarisatie en beoordeling van de gebruikte meetgegevens in het waterhuishoudkundig plan voor Dannenkamp 5.

3.1

Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Maaiveld

Van het maaiveld is middels AHN3 een uitsnede gemaakt van de hoogte. Tevens is een doorsnede gepresenteerd van het maaiveld in west-oostelijke richting. Het plangebied is tijdens het veldonderzoek aan de noord- en oostzijde met GPS ingemeten, aan de zuidzijde ter plaatse van de Almeloseweg 180 is geen meting met GPS uitgevoerd ter verificatie. De ingemeten GPS waarden komen overeen met AHN3, om deze reden gaan we ervan uit dat de waarden van de AHN3 ook aan de zuidzijde ook overeen komen. De maaiveldhoogten in het waterhuishoudkundig plan zijn daarnaast in lijn met onze bevindingen in hoofdstuk 2 op basis van AHN4. Met de gebruikte online-gegevens (AHN3) aan de zuidzijde is het maaiveldverloop in het WHP dus voldoende inzichtelijk gemaakt.

3.2

Bodemopbouw

De bodemopbouw is bepaald op basis van Regis II.2 en de uitgevoerde boringen in het veldwerk. De boringen zijn globaal beschreven, de lokaal aanwezige zandhoudende siltlaag vlak beneden maaiveld ter plaatse van H07 komt in de beschrijving niet naar voren. De aanwezigheid hiervan had nadrukkelijker kunnen worden benoemd in de beschrijving van de bodemopbouw. Toch is dit een lokale laag, in andere boringen is deze laag niet aangetroffen. Het is uit de ontvangen stukken onbekend met welk bodemsamenstelling het gebied wordt opgehoogd.

3.3

Infiltratiegeschiktheid

Dannenkamp 5 heeft een oppervlak van circa 3 hectare. De wadi’s hebben een totale oppervlakte van circa 3.000 m2. Volgens de leidraad C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ dient in-situ het volgende onderzoek te worden uitgevoerd (richtlijn): • •

8 boringen tot 1 m – grondwaterstand, waarbij in 5 boringen een waterdoorlatendheidsmeting van de onverzadigde zone wordt uitgevoerd; 4 boringen tot 4 m – maaiveld, waarbij bij 2 boringen een waterdoorlatendheidsmeting van de verzadigde zone wordt uitgevoerd.

Door GeoFoxx zijn in totaal 9 boringen tot maximaal 2,5 m – maaiveld uitgevoerd en zijn 4 doorlatendheidsmetingen van de onverzadigde zone en 2 doorlatendheidsmetingen van de verzadigde zone verricht. Door GeoFoxx zijn in totaal 3 boringen en 1 doorlatendheidsmeting van de onverzadigde zone minder gemaakt dan opgenomen/geadviseerd in de Leidraad. Door GeoFoxx is een schematische situatietekening van de boorlocaties verstrekt (zie Bijlage 3). Deze tekening is gegeorefereerd en gekoppeld aan de ontwerptekening uit het waterhuishoudkundig plan. Opgemerkt wordt dat deze georeferentie enige onnauwkeurigheid kent door het gebruik van een schematische situatietekening. Dit heeft in de praktijk geen effect op de bruikbaarheid.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

12/24

Voor de (schematische) locatie van de boringen ter plaatse van de zuidelijke wadi wordt verwezen naar Figuur 3.1. Hieruit volgt dat de doorlatendheidsmetingen ter plaatse van de zuidelijke wadi zijn uitgevoerd aan de noordelijke rand en niet de volledige wadi dekken. Aangezien de doorlatendheidsmetingen niet de volledige wadi dekken én ten zuiden meer silthoudende afzettingen kunnen voorkomen, zie bijlage 1, wordt de onderzoeksintensiteit naar de infiltratiegeschiktheid onvoldoende geacht.

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Figuur 3.1: Boringen uit conceptueel boorplan gegeorefereerd [12].

3.4

Grondwaterstand

Door GeoFoxx zijn de grondwaterstandskarakteristieken afgeleid op basis van de peilbuizen van TNO en het Twentse Waternet. Door GeoFoxx [9] is in de periode van juli 2021 tot en met juli 2024 de grondwaterstand in een geplaatste peilbuis in boring H02 gemonitord (zie figuur 3.2). Deze monitoring is niet gebruikt voor de grondwateranalyse in het waterhuishoudkundig plan. De monitoringsperiode is te kort voor het officieel afleiden van de grondwaterkarakteristieken, hiervoor is een periode van minimaal 8 jaar nodig. Aangezien op een hoge frequentie over meerdere jaren is gemeten, kunnen echter wel concreet uitspraken gedaan worden over de grondwaterfluctuatie. De beschikbare gegevens van de gemonitorde peilbuis in boring H02 bevestigen de afgeleide grondwaterkarakteristieken op basis van onlinemeetgegevens van het Twentse meetnet. Tijdens het infiltratieonderzoek is in alle boorgaten een grondwaterstand gepeild. Deze metingen zijn niet getoetst aan de afgeleide grondwaterstanden op basis van TNO en het Twentse meetnet.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

13/24

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Figuur 3.2: Grondwaterstanden Twents waternet en monitoring GeoFoxx 2020-2026.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

14/24

4

Beoordeling waterhuishoudkundig plan

17-10-2025 Versie D1

4.1

Waterhuishoudkundige maatregelen

Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

4.1.1

Ophoging plangebied

Ten behoeve van de nieuwbouw en het behalen van een voldoende diepe ontwateringsdiepte en vorstvrije ligging van de fundering wordt het plangebied opgehoogd, het wegpeil komt op NAP +12,0 à +12,4 m te liggen en het vloerpeil op NAP +12,3 à NAP +12,7 m. Het plangebied komt hiermee hoger te liggen dan het zuidelijk gelegen perceel. In het waterhuishoudkundig plan is de GHG bepaald op NAP +11,1 m. In de uitgangspunten inrichting openbare ruimte van gemeente Tubbergen worden de volgende uitgangspunten gegeven voor ontwatering: • • • • •

woningen met kruipruimte woningen zonder kruipruimte tuinen en openbare groenvoorzieningen primaire wegen secundaire wegen + woonstraten

: 1,0 m – vloerpeil; : 0,7 m – vloerpeil; : 0,5 m – maaiveld; : 1,0 m – maaiveld; : 0,7 m – maaiveld.

Uitgaande van bovenstaande informatie, blijkt dat de ontwatering in het ontwerp voldoende is (1,2 m bij woningen en 0,9 m bij wegen). Er is een kleine marge bovenop de minimale ontwateringsdieptes. Onbekend is wat de samenstelling van het ophoogmateriaal is. Daarnaast dient zorg te worden gedragen dat er voldoende contact is tussen de opgebrachte en natuurlijke lagen, zodat het grondwater makkelijk kan infiltreren naar de diepere lagen en niet zal stagneren op een ontstane scheidende laag.

4.1.2

Wadi’s

Op basis van de gemeten grondwaterstand en doorlatendheid is gekozen om lokaal hemelwater op te vangen en te laten infiltreren via wadi’s. Deze wadi’s zijn aan de randen van het plangebied gepland met een ontwerppeil van NAP +11,3 m en toelaatbare waterhoogte (overstorthoogte) van NAP +11,6 m. Beneden de wadi’s wordt drainage aangelegd op een niveau van 11,1 m + NAP om het hemelwater te verspreiden en de leegloop van de wadi’s te bevorderen. Afhankelijk van de bodemopbouw die aangetroffen wordt aan de zuidzijde van de wadi, verdient het de aanbeveling om de drainage dieper aan te leggen zodat de sleuf/drainage volledig door de siltlaag snijdt en goed contact maakt met het onderliggende goed doorlatende zandpakket. In het geval van een lokaal slechter doorlatende ondergrond wordt grondverbetering aangeraden. Naast de drainage, worden voorzieningen getroffen zodat het water zich verdeelt over de andere wadi’s en niet accumuleert ter plaatse van de zuidelijke wadi. Alle wadi’s staan met elkaar in verbinding en werken daardoor als één geheel.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

15/24

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Figuur 4.1: Overloopfrequentie met inloopmodel [11].

De overloopfrequentie van de wadi’s is te berekenen met de inlooptabel van RIONED [11] op basis van het verhard afvoerend oppervlak, de berging in de wadi’s en de infiltratiecapaciteit van de wadi’s (zie figuur 4.1). Hieronder volgt een inschatting van de overloopfrequentie (tot aan overloopdrempel): • • • • • • •

De totale berging in de wadi’s onder de overstortdrempel is 752 m3; Het verhard afvoerend oppervlak op de wadi’s is 11.030 m2; De berging in mm ten opzichte van het verhard afvoerend oppervlak is 752 m3/11.030 m2 = 0,07 m (70 mm). De gemiddelde doorlatendheid van de ondergrond is ingeschat op 8,2 m / dag = 0,34 m/uur Voor het infiltrerend vermogen passen we een onzekerheidsfactor van 0,5 toe, de infiltratiecapaciteit is dan 0,34 m/uur x 0,5 = 0,17 m/uur = 170 mm/uur. Op basis van figuur 4.1 wordt de overstortfrequentie ingeschat op minder dan 0,04 x per jaar. Dat betekend dat de wadi’s minder vaak dan eens in de 25 jaar overstorten. De wadi zal in de praktijk dus vrijwel niet overstorten.

Bovenstaande bevindingen zijn in lijn met de uitspraken in het waterhuishoudkundig plan.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

16/24

De wadi’s zijn gedimensioneerd op een T100+10% bui, dat wil zeggen dat deze een bui met een herhalingstijd van 100 jaar moeten kunnen verwerken. De wadi’s worden dus vrijwel nauwelijks volledig gevuld en zijn ruim gedimensioneerd.

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

4.1.3

Greppel aan zuidzijde

Om grondwateroverlast aan de Almeloseweg 180 te voorkomen, wordt aan de zuidzijde van het plangebied een greppel voorzien met een bodemniveau gelijk aan de huidige GHG (NAP +11,1 m). De bodemhoogte wordt niet dieper dan de GHG aangelegd ter voorkoming van onnodige afvoer van grondwater. Momenteel is de maaiveldhoogte ten zuiden van de greppel NAP + 11,4 à NAP + 11,6 m. De toekomstige maaiveldhoogte rondom de greppel (onderhoudspad) wordt niet gegeven in het waterhuishoudkundig plan. De totale breedte is 1,5 m. Omdat de bodemhoogte van de greppel op de lokale GHG komt te liggen, wordt de grondwaterstand rondom de greppel afgetopt. Bij grondwaterstanden boven de GHG vindt, in tegenstelling tot nu, afvoer plaats via de greppel. Daardoor hebben de toekomstige grondwaterfluctuaties in het plangebied naar verwachting vrijwel geen invloed op de grondwaterstand op het perceel aan de Almeloseweg 180. De greppel staat niet in contact met het infiltratiesysteem van de projectlocatie (wadi’s), en voert dus alleen grondwater en lokaal afstromend hemelwater af: • •

Bij een grondwaterstand lager dan de GHG staat de greppel droog en infiltreert hemelwater in de greppel, dit is vergelijkbaar met neerslag dat op het maaiveld valt. Bij een grondwaterstand gelijk aan de huidige GHG of hoger zal de greppel een drainerende werking krijgen. Hierbij vangt de greppel grond- en hemelwater op, het water stroomt dan onder vrij verval af richting de waterspeeltuin. In situaties met water in de greppel kan tijdelijk infiltratie plaatsvinden via de taluds. Rondom de greppel kan dit tijdelijk voor een verhoogde grondwaterstand zorgen. Zodra de greppel weer droogvalt, is dit effect weg. Omdat de greppel op 6 m afstand van de perceelsgrens ligt en er sprake is van een goed doorlatende ondergrond, wordt echter niet verwacht dat de tijdelijke en beperkte verhoging tot aan perceelsgrens reikt.

Bij extreem natte omstandigheden zorgt de greppel voor een verbetering van de afvoer van hemelwater aan de zuidelijke perceelsgrens. In de huidige situatie stroomt het hemelwater daar af naar een lokale laagte (zie figuur 4.2). Door de aanleg van de greppel wordt het hemelwater richting het noordwesten van het plangebied geleid, daarnaast wordt een deel van het hemelwater opgevangen in de wadi’s. Wanneer de watergangen benedenstrooms van de greppel gevuld zijn, kan het water in de greppel alsnog afvoeren en overlopen naar de landbouwpercelen die lager gelegen zijn (< NAP 11,1 m, zie figuur 4.2).

Documentreferentie NL25-648800269-150556

17/24

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Figuur 4.2

4.1.4

Boven: Maaiveldhoogte huidige situatie [5], groen: lager dan bodemhoogte toekomstige greppel (NAP 11,1 m), rood: hoger dan bodemhoogte toekomstige greppel. Onder: waterdiepte bij extreme neerslag in huidige situatie (70 mm) [13]. De locatie van de toekomstige greppel is op beide afbeeldingen in geel aangegeven, in de onderste afbeelding is de afstroomrichting in de toekomstige situatie aangegeven met zwarte pijlen.

Drainage

Vanwege de mogelijk lokaal lagere doorlatendheid door de mogelijk aanwezige siltlagen die na ophoging op een diepte zijn gelegen van tenminste 1 m - maaiveld, is beneden de wadi een drainagebuis met een b.o.b. van NAP +10,8 m voorzien om de neerslag te verspreiden en de infiltratie te bevorderen. De drains onder de wadi worden aangesloten op een stuwput op een hoogte van 11,1 m + NAP. Het drainageniveau komt daardoor op de GHG te liggen, op deze manier zal het systeem de huidige grondwaterstand niet onnodig verlagen.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

18/24

5

Conclusie en aanbevelingen

17-10-2025 Versie D1

5.1

Conclusie

Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

5.1.1

Betrouwbaarheid gegevens

Onderstaande zaken worden geconcludeerd over de betrouwbaarheid van de gegevens, gebruikt in het waterhuishoudkundig plan voor Dannenkamp 5: • •

•

De maaiveldhoogtegegevens (AHN3 en gps metingen) zijn voldoende representatief ter beeldvorming van de huidige situatie en komen overeen met onze bevindingen op basis van het AHN4. De lokale bodemgesteldheid onder de wadi’s is grotendeels voldoende inzichtelijk gemaakt. Echter is het ontwerp van de meest zuidelijk gelegen wadi naar verloop van tijd aangepast, de boorprofielen liggen daardoor niet in deze wadi, maar aan de noordelijke rand van de wadi. Er is dus onvoldoende inzicht in de bodemsamenstelling op de locatie waar deze wadi wordt gerealiseerd. De gebruikte grondwaterstandsgegevens zijn voldoende betrouwbaar en representatief voor de huidige situatie. Recentelijk zijn van een bestaand meetpunt de nieuwe grondwaterstandsgegevens verstrekt. Op basis van de inzichten, verkregen uit dit meetpunt (H02), lijkt de lokale GHG in het waterhuishoudkundig plan voldoende nauwkeurig te zijn ingeschat.

5.1.2

Maatregelen waterhuishoudkundig plan

Onderstaande zaken worden geconstateerd over de maatregelen in het waterhuishoudkundig plan: •

•

•

•

De wadi’s zijn voldoende ruim gedimensioneerd (T100+10%) en zullen daardoor vrijwel nooit volledig worden gevuld. De gekozen bodemhoogte van de wadi’s is goed onderbouwd op basis van de grondwaterstandsgegevens en uitgangspunten. Door de aanleg van drainage onder de wadi’s, de gelijke bodemhoogten en onderlinge verbindingen worden de accumulatie van hemelwater en stagnatie van de infiltratie voldoende voorkomen in de meest zuidelijk gelegen wadi. De greppel aan de zuidelijke grens van het plangebied draagt bij aan een verbeterde afvoer bij normale en extreme weersomstandigheden en vermindert daardoor lokale wateroverlast. De bodemhoogte wordt aangelegd op de huidige GHG en is dus goed onderbouwd. Gezien de goede doorlatendheid van het plangebied, de stromingsrichting van het grondwater (richting het westen) en de ligging van de greppel, zal het hemelwater dat in de wadi’s infiltreert met name in westelijke richting stromen en een verwaarloosbare invloed hebben op de grondwaterstand ter plaatse van de Almeloseweg 180. Daarnaast topt de greppel tussen het plangebied en de Almeloseweg 180 hoge grondwaterstanden lokaal af, de bodem van de greppel wordt namelijk op de GHG aangelegd. De grondwaterstand op het perceel Almeloseweg 180 zal na daardoor niet hoger worden dan de grondwaterstand die in de huidige situatie zonder greppel op treedt.

Op basis van alle bevindingen wordt geconcludeerd dat het toekomstige systeem drainerend zal werken ter plaatse van de Almeloseweg 180 ten opzichte van de huidige situatie, daarnaast zal de afvoer van hemelwater verbeteren door de uit te voeren ingrepen.

Documentreferentie NL25-648800269-150556

19/24

5.2

Aanbevelingen

Op basis van deze notitie volgen de onderstaande aanbevelingen: • • •

Aanbevolen wordt om aan de zuidzijde van de zuidelijk gelegen wadi één doorlatendheidsmeting uit te voeren om de aangehouden bodemopbouw en doorlatendheid te verifiëren. Aanbevolen wordt om grondverbetering toe te passen bij de meest zuidelijk gelegen wadi en nevengelegen greppel als blijkt dat er een slecht doorlatende laag aanwezig is. Voor meer inzichten in de lokale grondwaterstandsdynamiek is het een optie om de grondwaterstand te monitoren bij de grens van het perceel aan Almeloseweg 180.

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Bijlagen: 1. Waterhuishoudkundig plan Dannenkamp 5 2. Omschrijving bodemsamenstelling Almeloseweg 180 3. Locatieaanduiding boorprofielen Dannenkamp 5 Geofoxx

Documentreferentie NL25-648800269-150556

20/24

Bijlage 1 – Waterhuishoudkundig plan Dannenkamp 5

17-10-2025 Versie D1 Projectnummer: 51031250 Onderwerp: Second opinion Harbrinkhoek

Documentreferentie NL25-648800269-150556

22/24

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek) Planontwikkeling percelen gemeente Tubbergen Dannenkamp 5 te Harbrinkhoek

Opdrachtgever Gemeente Tubbergen Raadhuisplein 1 7651 CV Tubbergen Adviesbureau Geofoxx Eektestraat 10-12 Postbus 221 7570 AE Oldenzaal 0541 - 58 55 44

Auteur De heer R.H. Rekveldt Paraaf:

Controle / vrijgave Mevrouw J. Leferink Paraaf:

Status Versie 6 Datum 4 april ’25 Projectnummer 20210031/RREK Documentkenmerk 20210031_b5RAP

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Inhoudsopgave 1

Inleiding

1

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet 2.1 Locatiegegevens 2.2 Gewenste herinrichting 2.3 Onderzoeksopzet

2 2 2 3

3

Beleid 3.1 Waterschap 3.2 Gemeentelijk beleid

5 5 6

4

Geohydrologisch onderzoek 4.1 Maaiveldhoogte 4.2 Geologie 4.3 Bodemopbouw 4.4 Doorlatendheid 4.5 Grondwater 4.6 Oppervlaktewater 4.7 Riolering 4.8 Natuurgebieden 4.9 Grondwaterbeschermingsgebied 4.10 Klimaatatlas Twente 4.11 Vastgestelde geohydrologische situatie

9 9 10 11 12 13 16 17 17 18 18 19

5

Toekomstige situatie waterhuishouding 5.1 Algemeen 5.2 Infiltratiemogelijkheden algemeen 5.3 Infiltratiepotentie en geschiktheid hemelwaterinfiltratie 5.4 Berging hemelwater 5.5 Ontwerp watersysteem

21 21 21 22 22 23

6

Bouw- en woonrijp maken 6.1 Voorstel vloerpeilen 6.2 Aandachtspunten bouwrijp maken

30 30 31

7

Samenvatting en conclusie

32

Bijlagen 1 Situatietekeningen 1.1 Boorpunten en veldproeven 1.2 Ontwerptekeningen 2 Boorstaten 3 Berekening goten 4 Doorlatendheidsproeven 5 De watertoets

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

-/-

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

1

Inleiding

In opdracht van gemeente Tubbergen heeft Geofoxx, als onafhankelijk adviesbureau1, een waterhuishoudkundig plan opgesteld inclusief geohydrologisch onderzoek uitgevoerd op de planlocatie ‘Dannenkamp V’ te Harbrinkhoek. De aanleiding wordt gevormd door de voorgenomen nieuwbouw op de locatie en de voorgenomen bestemmingsplanwijziging van de locatie. Medio 2022 is men gestart met de planprocedure. In verband met de bestemmingsplanwijziging en de geplande woningbouw is het nodig om de lokale waterhuishouding en de gevolgen van de herontwikkeling op de huidige waterhuishoudkundige situatie in kaart te brengen. Achtergrond Om water bij ruimtelijke ontwikkeling een prominentere rol te geven, is op grond van het besluit op de ruimtelijke ordening de watertoets verplicht gesteld. Dit komt er op neer dat bij elk ruimtelijk plan vooraf moet worden aangegeven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding en dat onderlinge afstemming plaatsvindt tussen ontwikkelaar en waterbeheerders (watertoetsproces). De doorvertaling van het watertoetsproces zal in het omgevingsplan worden opgenomen in de vorm van een waterparagraaf, waarin verantwoording wordt afgelegd over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder.

Watertoets(proces) De essentie van het watertoetsproces is een vroegtijdig contact tussen zogeheten initiatiefnemers en waterbeheerders. Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. De toets is verplicht voor ruimtelijke plannen waarin 'waterbelangen' spelen. In een waterparagraaf wordt door de initiatiefnemer uitgelegd hoe wordt omgegaan met de waterhuishouding binnen het plan (Bij grotere plannen wordt het opstellen van de waterparagraaf veelal voorafgegaan door een vooroverleg met waterschap, gemeente en/of Rijkswaterstaat). Het waterschap kijkt vervolgens of in het plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse (beoordeling waterparagraaf) en geeft een wateradvies. Het resultaat van het watertoetsproces is een tussen de initiatiefnemer en waterbeheerder afgestemde waterparagraaf in het ruimtelijk plan. Afhankelijk van de omvang van het plan alsmede relevante wateraspecten / -belangen komt het watertoetsproces in aanmerking voor de korte procedure dan wel normale procedure.

Doel Om goed onderbouwde en weloverwogen keuzes te kunnen maken bij het ontwerp van het plangebied is het raadzaam om inzicht te hebben in de grondwaterhuishouding (grondwaterstanden, fluctuaties en stromingsrichting) en bodemopbouw ter plaatse. De resultaten van het onderzoek kunnen gebruikt worden als input voor de in een latere fase op te stellen waterparagraaf. Tevens wordt de digitale watertoets reeds ingevuld, om te bepalen welke procedure doorlopen moet worden dan wel een wateradvies te verkrijgen. In het rapport komt het volgende aan de orde: het vooronderzoek en geohydrologisch onderzoek, de veldwerkzaamheden inclusief gemeten doorlatendheid, de vigerende regels voor de waterhuishouding bij ruimtelijke ontwikkeling en de interpretatie van de verzamelde gegevens, de conclusies en het advies. 1

De opdrachtgever en terreineigenaar zijn geen zuster- of moederbedrijf en komen niet uit de eigen organisatie zodat de onafhankelijkheid van het onderzoek is gewaarborgd.

Geofoxx is een handelsnaam van Geofox-Lexmond bv, statutair gevestigd te Oldenzaal en ingeschreven in het handelsregister onder nr. 06056452. Op alle opdrachten zijn de algemene voorwaarden van Geofox-Lexmond bv van toepassing. Deze voorwaarden zijn te vinden op geofoxx.nl.

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

2

Locatiegegevens en onderzoeksopzet

2.1

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie Dannenkamp is gelegen ten zuidwesten van Harbrinkhoek. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie G en nummer 6913 en 6914. De oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt circa 20.850 m². De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als landbouwgrond. Aan de noordzijde van het plangebied is een bebouwd gebied met woningen. Tabel 2.1: Overzicht topografische gegevens Topografische gegevens Locatie Gemeente Waterschap Huidig gebruik Oppervlakte onderzoekslocatie Maaiveldhoogte1 Toekomstig gebruik 1

Dannenkamp te Harbrinkhoek Tubbergen Vechtstromen Weiland Circa 20.850 m2 11,4 m+NAP Wonen

Gemiddelde maaiveldhoogte op basis van AHN.nl;

2.2

Gewenste herinrichting

Op de locatie is een verkaveling in 40 verschillende kavels voorzien (zie figuur 2.1). Aan de randen van het plangebied worden diverse voetpaden aangelegd welke zorgen voor een verbinding met de noordelijk gelegen bebouwing (Dannekamp 4). Aan de noordoost zijde is voorzien in een toegangsweg welke aansluit op de Klaproos. Aan de zuidoostzijde worden twee woonblokken gesitueerd, de exacte inrichting daarvan is vooralsnog onbekend.

Figuur 2.1: Onderzoekslocatie huidige- en nieuwe situatie (respectievelijk links en rechts). Gebaseerd op de tekening aangeleverd door de opdrachtgever zal het verhard oppervlakte in de toekomst toenemen. Dit bestaat uit circa 5.870 m2 voor de toekomstige rijbaan, trottoirs en parkeerplaatsen (verhardingen). Daarnaast zal de bebouwing zorgen voor een toename van het verhard oppervlak met circa 5.160 m2. Dit is inclusief inritten en een parkeerplaats op particulier terrein. In onderstaande tabel is de toekomstige verharding weergegeven.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

2 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Tabel 2.1: Oppervlaktes en kavelindeling (m2) Situatie

Kavels

Voormalig Toekomstig

-6 st. vrijstaande woningen1 12 st. 2 onder1-kappers2 14 st. meerkappers3 3 appartementengebouwen Totaal onverhard Totaal verhard 1 180 m2 verhard inclusief betrating/oprit 2 140 m2 verhard inclusief betrating/oprit 3 100 m2 verhard inclusief betrating/oprit

2.3

Onderzoeksopzet

2.3.1

Geohydrologisch onderzoek

Globale oppervlakte 20.850

Oppervlak Oppervlak verharding bebouwd 0 0 1080 5.870 (verkeer) 1680 1400 1500 9.830 (46%) 11.030 (54%)

Totaal 0 11.030

Eerst zal een bureaustudie worden uitgevoerd waarbij op basis van alle beschikbare openbare data (o.a. DINO-loket, Wateratlas Overijssel, Actueel Hoogtebestand Nederland) de lokale bodemopbouw en geohydrologie wordt beschreven. Omdat deze gegevens vaak van regionale aard zijn dienen deze te worden door vertaald naar de lokale situatie. Hiervoor zijn aan verschillende openbare bronnen gegevens ontleend omtrent de geohydrologie en waterhuishouding. De verzamelde gegevens zijn afkomstig van;  het Actueel Hoogtebestand van Nederland 3 (AHN 3);  KLIC-melding en relevante kadastrale kaarten van het Kadaster;  de database DINOloket van TNO;  Grondwaterstanden Twents Waternet (webscada.nl/twentswaternet/);  openbare datasets beschikbaar via het Nationaal Georegister;  openbare datasets van de Provincie Overijssel (Atlas van Overijssel);  Devri Infra, Dannenkamp fase 4, inrichtingsplan 13-11-2018;  Bodemonderzoek Geofoxx, 20200327_a1RAP, 30-04-2020;  Actualiserend bodemonderzoek conform NEN 5740 “Plangebied Dannenkamp IV” – Harbrinkhoek, Kruse Milieu BV, projectnummer 12016712, 01-05-2012. Veld- en laboratoriumonderzoek Op de locatie zijn al diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Hiermee is inzicht verkregen in de lokale bodemopbouw. Echter zijn er geen in situ doorlatendheidsmetingen gedaan om de doorlatendheid van de bodem te bepalen.

Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid (k-waarde) van de onverzadigde zone van de bodem worden doorlatendheidsmetingen uitgevoerd. De k-waarde is van belang voor het bepalen van de infiltratiemogelijkheden op de locatie. In lijn met de leidraad riolering Module C2510 (Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage), met een GHG (gemiddeld hoge grondwaterstand <1,5 m-mv), zijn 4 doorlatendheidsmetingen (falling head testen) uitgevoerd van circa 0,5 tot 1,0 m-mv. Op basis van de bij de boringen vrijkomende grond wordt een gedetailleerde boorbeschrijving gemaakt (boorprofielen). Dit geeft inzicht in de bodemopbouw (samenstelling en doorlatendheid). De ligging van de boorpunten is weergegeven op de situatietekeningen in bijlage 1. Voor gedetailleerde boorstaten wordt verwezen naar bijlage 2.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

3 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Kwaliteitsborging De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat conform de richtlijnen en kwaliteitseisen zoals genoemd in de Beoordelingsrichtlijn veldwerk voor milieuhygiënisch bodem en waterbodemonderzoek van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, nummer 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek" (kortweg: BRL SIKB 2000) en vigerend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen).

2.3.2

Digitale watertoets

In dit kader van de (verplichte) watertoets is het van belang om in de planvormingsfase na te denken over de waterhuishoudkundige aspecten op de locatie. Een eerste stap hierin is het doorlopen van de digitale watertoets. Met behulp hiervan kan worden bepaald welke wateraspecten er spelen en welke procedure op basis hiervan moet worden doorlopen. 

De Watertoets wordt aangevuld na afronding van de concept fase en inspraak van de opdrachtgever.

Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing van de ontwikkeling dient in de toelichting van het bestemmingsplan een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt een beschrijving gemaakt van onder andere de geohydrologische uitgangspunten, de beleidsmatige uitgangspunten van gemeente en waterschap, de benodigde bergingsopgave, infiltratiemogelijkheden en de toekomstige invulling van de waterhuishouding (op hoofdlijnen). Afhankelijk van de uitkomsten van de digitale watertoets, wordt de waterparagraaf in een later stadium geschreven. De resultaten van de digitale watertoets zijn opgenomen in onderhavige rapportage.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

4 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

3

Beleid

In de navolgende paragraaf is het huidige beleid ten aanzien van stedelijk waterbeheer beknopt toegelicht. Het stedelijk waterbeleid wordt ingevuld door de gemeente Tubbergen en waterschap Vechtstromen.

3.1

Waterschap

Het waterschap heeft een aantal normen en uitgangspunten opgenomen in het ‘Waterbeheerplan 2022-2027, Waterschap Vechtstromen’. De grootste opgaven waar het Waterschap mee te maken krijgt bestaat uit de Omgevingswet, het klimaat, algehele waterkwaliteit, duurzaamheid en beleving. Het algemene uitgangspunt van het waterschap Vechtstromen is dat het omliggende watersysteem niet extra belast wordt door de ontwikkelingen op de locatie. Er mag géén afwenteling op de omgeving (en in de tijd) plaatsvinden. Daartoe hanteert het waterschap de volgende twee tritsen voor waterkwantiteit en waterkwaliteit: Vasthouden – bergen – afvoeren De trits ‘vasthouden – bergen – afvoeren’ houdt in dat in eerste instantie getracht dient te worden het (gebiedseigen) water zo lang mogelijk – daar waar het valt – vast te houden (infiltratie in de bodem). Indien dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in laatste instantie - wanneer noch vasthouden, noch bergen afdoende is - kan overwogen worden het water zo traag mogelijk af te voeren naar de omgeving.

Schoon houden – scheiden – schoonmaken De trits ‘schoon houden – scheiden – schoonmaken’ omvat ten eerste het niet toelaten dat de waterkwaliteit verslechtert (schoon houden), vervolgens het scheiden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. De hydrologische ordeningsfuncties voor deze trits zijn:  Cascadering, waarbij vuile gebiedsfuncties benedenstrooms van schone worden gelegd;  Buffering, waarbij tussen schone en vuile gebiedsfuncties een bufferzone wordt aangelegd;  Differentiatie per stroomgebied, waarbij elk (deel)stroomgebied een richtinggevende functie krijgt. Onder deze bovengenoemde trits heeft het waterschap Vechtstromen een aantal specifieke uitgangspunten met betrekking tot het stedelijk waterbeheer. Deze zijn afkomstig uit het Hydraulisch handboek 2020 van waterschap Vechtstromen2:  Voor de dimensionering hanteert het waterschap een maatgevende langdurige bui die één keer in de 100 jaar (T=100+10%) op kan treden. Dit betreft een bui met een omvang van 101 mm in 48 uur (minus afvoer via oppervlaktewater à 28 mm, dient 74 mm geborgen te kunnen worden tot aan maaiveld.

Daarnaast dient de berging- en/of infiltratievoorziening een gezamenlijke minimale inhoud te hebben van 40 mm (op basis van een kortdurende piekbui T10+10%), waarbij het hemelwater middels een knijpconstructie vertraagd afvoert richting het oppervlaktewatersysteem;  Ondergrondse infiltratievoorzieningen moeten worden voorzien van een inspectiemogelijkheid en worden voorzien van blad- en zandvangers;  Het hemelwater wordt bij voorkeur zichtbaar afgevoerd naar de berging- en/of infiltratievoorziening;

2

Augustus 2020, afdeling ontwikkeling en advies, Waterschap Vechtstromen.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

5 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

3.2

In het kader van duurzaam bouwen en vanwege de beoogde grond- en oppervlaktewaterkwaliteit mogen geen uitlogende bouwmaterialen (zoals zink, koper, lood en PAK-houdende materialen) worden toegepast. Er zijn voldoende milieuvriendelijke alternatieven die vergelijkbaar zijn wat betreft uitstraling, gebruiksgemak, levensduur en onderhoud. Indien de uitlogende materialen toch worden toegepast, dienen ze jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen; Het waterschap is er voorstander van om zo min mogelijk schoon regenwater af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Nieuw aan te leggen gebieden dienen gescheiden gerioleerd te worden; (Actualisatie van) rioleringsberekeningen dienen conform de C2100-module (van de Leidraad Riolering) te worden uitgevoerd (inclusief de bepaling van verhard oppervlakte); Om afwenteling op de omgeving (o.a. piekafvoeren) te voorkomen mag de maximale afvoer vanuit het (nieuwe) stedelijk gebied niet toenemen ten opzichte van de oorspronkelijk in het onbebouwde gebied optredende agrarische afvoeren (hierna ook wel “maatgevende landelijke afvoer” genoemd). Hiervoor dient een maatgevende afvoernorm van 2,4 liter per seconde per hectare te worden gehanteerd; Het waterschap hanteert als toelaatbare stroomsnelheden in watergangen en duikers 0,5 m/s respectievelijk 1,0 m/s.

Ervan uitgaande dat deze optredende maxima van kortdurende aard zijn. Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat aan de uitstroomzijde van de duiker bodem- en eventueel ook oeverbeschermingsvoorzieningen getroffen moeten worden om uitspoeling te voorkomen; .

Het waterschap is geen voorstander van het creëren van nieuwe onderbemalingen t.b.v. het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte bij nieuwbouwprojecten. Om voldoende ontwateringsdiepte te bereiken, en toch aan te sluiten bij bestaande grond- en oppervlaktewaterpeilen kan overwogen worden het terrein integraal op te hogen, dan wel om over te gaan op selectief ophogen in combinatie met kruipruimteloos bouwen. Voor een overzicht van de gangbare ontwateringnormen wordt verwezen naar het gemeentelijk beleid, paragaaf 3.2.

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is afkomstig uit het Water en Riolerings Programma Tubbergen 2025-2030 en de uitgangspunten inrichting openbare ruimte3. De planontwikkeling heeft na realisatie een hoeveelheid verhard oppervlak van 10.030 m2 tot gevolg. Compenserende maatregelen zijn derhalve noodzakelijk (verhard oppervlak >1.500 m2). Hemelwater (HWA) Om te voldoen aan het voorkeursbeleid van de waterbeheerders, wordt hemelwater van verharding en bebouwing bij voorkeur bovengronds afgevoerd naar een infiltratievoorziening. Indien bovengrondse afvoer niet mogelijk of wenselijk is, dienen regenpijpen boven het maaiveld te worden voorzien van een bladvanger welke tevens kan dienen als noodoverloop.

3

Water en Riolerings Programma Tubbergen 2025-2030, Concept 21 juni 2024.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

6 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

Op basis van het Gemeentelijk Riool Plan (GRP) kan worden uitgegaan van een minimale statische berging van 40 mm (uitbreidingslocatie). Het te bergen hemelwater zal in de openbare ruimte geborgen moeten worden en waar mogelijk ook infiltreren. Ontwateringsdiepte In figuur 3.1 zijn de definities van ontwateringsdiepte en drooglegging weergegeven.

Figuur 3.1: Definities ontwateringsdiepte en drooglegging De ontwateringsdiepte is het verschil tussen maaiveldhoogte4 en grondwaterstand. Het uitgangspunt voor het stedelijk gebied is dat voldoende ontwateringsdiepte wordt gerealiseerd voor de gewenste functie. In tabel 3.1 zijn de ontwateringsdiepten weergegeven (de beoogde ontwateringsdiepte is geen vaste te garanderen grondwaterstand omdat de grondwaterstand een sterk dynamisch karakter heeft). Tabel 3.1: Gewenste ontwateringsdiepte per gebruiksfunctie Gebruiksfunctie

Gewenste ontwateringsdiepte (m)*

Woningen/gebouwen met kruipruimte 1,0 m t.o.v. vloerpeil Woningen/gebouwen zonder kruipruimte 0,5 m t.o.v. vloerpeil Wegen 0,7 m t.o.v. maaiveld Openbaar groen 0,5 m t.o.v. maaiveld *Op basis van overleg met gemeente Tubbergen op 30-4-2021 te Tubbergen.

Inrichting stedelijk water De belangrijkste- / meest relevante eisen van de gemeente voor inrichting van onderhavig plangebied zijn onderstaand overgenomen: Het plan mag in een extreme bui situatie niet leiden tot overlast op percelen of woningen / bedrijfspanden. Aan te houden bui T=100+10% jaar (66 mm); Infiltratie van hemelwater op de plek waar het valt is de meest logische keuze. Infiltratie kan het beste plaatsvinden via een graspassage. De doorworteling en het bodemleven houden de infiltratiecapaciteit op peil en zorgen voor afbraak en binding van diverse verontreinigingen; Bovengrondse afvoer van hemelwater heeft, voor zover nodig, de voorkeur boven riolering. Zichtbaarheid van het hemelwatersysteem biedt de beste garantie tegen foutieve aansluiting van afvalwater hierop. Daarnaast draagt zichtbaarheid bij aan bewustwording inzake waterbeheer; Wadi’s moeten worden toegepast bij in- en uitbreidingen als een centrale infiltratievoorziening nodig is. Een wadi is een doordachte groene voorziening en geeft retentie, zuivering, infiltratie en gedoseerde afvoer. Een goed ontworpen wadi biedt bovendien ruimtelijke kwaliteit, natuurontwikkeling en recreatief medegebruik; -

4

De maaiveldhoogte zelf heeft vrijwel geen directe invloed op de grondwaterstand (afhankelijk van een bepaalde drooglegging werkt de maaiveldhoogte, via het oppervlaktewaterpeil, wel door in de grondwaterstand). De maaiveldhoogte is wel van belang voor de ontwateringsdiepte.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

7 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

-

-

Voor het te ontwikkelen plangebied moet er een plan worden opgesteld voor inzameling en verwerking van afvalwater en hemelwater. In principe wordt de DWA-afvoer gescheiden te worden van de HWA-afvoer en wordt er geen gemengd systeem aangelegd; De droogweerafvoer baseren op 12 l/h per inwonerequivalent. De gemiddelde woningbezetting te stellen op 3 personen; De vuilwaterriolen dienen een minimale diameter van ø315 mm te hebben (indien minder dan 10 woningen worden aangesloten kan eventueel worden volstaan met ø250mm); huisaansluitingen “op klokstand 12”. De ontwerpgrondslag is een vullingsgraad van vijftig procent. Bij beginstrengen een verhang toepassen van 1:250. De overige strengen ontwerpen op schuifspanning (minimaal 1,5 N/m2).

Bouwperiode Bij de aanleg en het onderhoud van het gebouw en bestrating mag geen gebruik gemaakt worden van uitloogbare bouwmaterialen, chemische bestrijdingsmiddelen en dient het gebruik van strooizout te worden beperkt. Indien er toch uitlogende materialen worden toegepast, dient het desbetreffende materiaal jaarlijks gecoat te worden om diffuse verontreinigingen te voorkomen. Inrichting woonblokken De straatpeilen dienen bij de straatpeilen in de omgeving van het plangebied aan te sluiten. Rondom de bouwkavels is voldoende ruimte om hoogteverschillen met de omgeving op te vangen. Het vloerpeil van de bebouwing dient minimaal 0,2 tot 0,3 m boven de kruin van de weg gelegen te zijn, echter is dit eveneens afhankelijk van de inrichting van het straat tracé (drempels, type wegprofiel, afstand tot straat etc). In hoofdstuk 6.1 zal verder worden ingegaan op de vloerpeilen. Deze vloerpeilen zijn gebaseerd op de minimale drooglegging en benodigde straatpeilen.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

8 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

4

Geohydrologisch onderzoek

4.1

Maaiveldhoogte

Regionaal Het plangebied is gelegen ten zuiden van Dannenkamp fase 4, wat in hoogtekaart duidelijk te herkennen is aan het hoger gelegen maaiveldniveau. De hoogtes in de straat rondom Dannenkamp 4 zijn gelegen op 12 tot 12,5 m NAP. Met een gemiddeld maaiveldniveau van 11,4 m NAP is het plangebied circa 1 m lager gelegen. In westelijke richting loopt het maaiveld verder af tot maaiveldhoogtes van 10,5 m NAP rondom Mariaparochie. In oostelijke richting loopt het maaiveld op, tot circa 15 m NAP op enkele dekzandruggen rondom Harbrinkhoek.

Figuur 4.1: Globale maaiveldhoogte in m NAP onderzoekslocatie (AHN3). Lokaal Het maaiveld is in het midden van het plangebied op circa 11,6 m+NAP gelegen. In noordelijke richting loopt de maaiveldhoogte af tot circa 11,0 m+NAP. In zuidelijke richting behoudt het maaiveld een hoogte van circa 11,6 m+NAP. In het centraal oostelijke deel is het maaiveld circa 11,8 m+NAP. De noordwestelijke heeft een hoogte op het laagste punt van circa 11,2 m+NAP en de zuidwestelijke hoek een laagte van 11,4 m+NAP.

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

9 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

9. 11. 10.

8.

6.

7. 5.

11,1

3. 4.

11,4

2. 11,6

11,4

11,2

11,7

1.

Figuur 4.2: Hoogten projectgebied (AHN3 en GPS). Tabel 4.1: Inmetingen GPS Nummer 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11

Betreft Kruin Walboersweg Kruin Walboersweg Inrit weiland/ onderhavig plangebied vanuit Klaver Slootbodem Klaver Slootbodem Klaver Slootbodem Klaver Wandelpad groenstrook Wandelpad groenstrook Wadibodem Dannenkamp 4 Slootbodem, oostelijk van dammetje / inrit Slootbodem, westelijk van dammetje / inrit

Hoogte in m NAP 11,78 11,92 12,30 11,00 10,61 10,55 12,40 12,15 11,15 10,63 10,57

Ten noorden van het plangebied is een sloot aanwezig. Deze watert af in westelijke richting. Ten zuiden van de wadi, onderdeel van Dannenkamp 4, is een dam aanwezig in de sloot. Aan de westzijde van Dannekamp 4 is een waterspeeltuin gesitueerd, welke water afvoert in noordelijke richting naar een watergang van het waterschap. De waterspeeltuin heeft aan de zuidzijde een peil van 10,60 m NAP tot 10,30 m NAP aan de noordzijde (stuw).

4.2

Geologie

Harbrinkhoek ligt aan de zuidwestrand van de Tubbergen Esch (Stuwwal). Harbrinkhoek is daarmee overwegend laag gelegen, tussen de stuwwallen van Albergen en Tubbergen. Aan de rand van de stuwwal zijn rondom Harbrinkhoek enkele dekzandruggen aanwezig, waarop

projectnummer

datum

20210031/RREK

april ’25

10 / 33

Waterhuishoudkundig plan (incl. geohydrologisch onderzoek)

Dannenkamp te Harbrinkhoek

door de jarenlange landbouw vaak esgronden zijn ontstaan. Daarnaast zijn tussen de essen diverse beekdalen aanwezig welke hoofdzakelijk in westelijke richting afwateren.

4.3

Bodemopbouw

Regionale bodemopbouw De opeenvolging van slecht doorlatende lagen en goed doorlatende watervoerende pakketten bepaald de grondwaterstroming in een gebied. De opeenvolging wordt de geohydrologische opbouw genoemd. Tabel 4.2 geeft schematisch de globale geologische bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie, bepaald op basis van voorgaand onderzoek en boringen uit DINO-loket. De afzettingen zijn van met toenemende diepte (van jong naar oud) weergegeven. In figuur 4.3 is de globale bodemopbouw tevens weergegeven. Plangebied

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1430/documents/27725