CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b Ootmarsumseweg 182 Albergen Motivering Bijlagen (1).pdf

Gemeenteraad Tubbergen 17 maart 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 8: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22b Ootmarsumseweg 182 Albergen22.425 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Om te voorkomen dat bezette vogelnesten negatief beïnvloed worden, dient gewerkt te worden buiten de voortplantingsperiode of dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden zodat de aanwezigheid van een bezet vogelnesten uitgesloten kan worden. Omdat nesten van huismussen het gehele jaar beschermd zijn dient een ontheffing aangevraagd te worden om de nestplaats van huismussen te mogen beschadigen en te vernielen. Om vast te stellen of huismussen daadwerkelijk onder de dakpannen van het restaurant nestelen, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling ‘beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen’. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën.

Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. 3De lijst met soorten waarvoor een vrijstelling geldt in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling, is per 1-12-2019 aangepast. Egel en kleine

marterachtigen vallen vanaf die datum niet meer onder de vrijstellingsregeling van de provincie Overijssel.

23

Vleermuizen en hun vaste verblijfplaatsen zijn beschermd en mogen alleen met een ontheffing negatief beïnvloed worden. Als gevolg van het slopen van het restaurant en bedrijfswoning wordt mogelijk een vleermuis verstoord of gedood en een vaste rust- en voortplantingsplaats verstoord, beschadigd en vernield. Er dient een aanvullend onderzoek conform het vleermuisprotocol uitgevoerd te worden om de functie van de bedrijfswoning en het restaurant vast te kunnen stellen. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden in de periode half mei-half september (half oktober). Op basis van nader onderzoek kunnen de wettelijke consequenties bepaald worden. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties.

24

Bijlagen Bijlage 1. De natuurkalender (indicatie voor het uitvoeren van werkzaamheden het kader van de zorgplicht) Bijlage 2. Toelichting Wet natuurbescherming Bijlage 3. Fotobijlage Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Bijlage 5. Jaarrond beschermde nesten:

25

Bijlage 2 Toelichting Wet Natuurbescherming Drie beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn (het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn) en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Alle vogels (ruim 700 soorten), zijn beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: -

-

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Soortenbescherming en het ‘nee, tenzij principe’ De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Ook voor de andere soorten, die niet op grond van de Vogel- of Habitatrichtlijn maar vanuit nationaal oogpunt beschermd worden, geldt dat de verbodsbepalingen zien op het individu, maar of ontheffing verleend kan worden, wordt afgewogen tegen het effect van de ingreep op het populatieniveau van de soort. Zorgplicht voor dieren en planten Of dier- en plantensoorten nu wettelijk beschermd zijn of niet, iedereen moet voldoende rekening houden met in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. De wet erkent daarmee de intrinsieke waarde van in het wild levende soorten. De Memorie van Toelichting zegt het zo: “De zorgplicht houdt in dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving.

Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. In (veel) gevallen kunt u gebruik maken van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgesteld voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Er zijn verschillende vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Een bekende en reeds in de praktijk toegepaste vorm van vrijstelling is die van de gedragscode. In de Wet natuurbescherming zijn voor beschermde soorten ook andere vormen van vrijstelling geïntroduceerd, zoals door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Overigens is ook een vrijstelling in de vorm van een ministeriële regeling mogelijk. Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. 26

Gedragscodes die zijn opgesteld onder de Flora- en faunawet kunnen worden uitgebreid ten aanzien van soorten die op grond van de Wet natuurbescherming beschermd worden maar dat op grond van de Flora- en faunawet nog niet waren. Goedkeuring van een gedragscode op grond van de Flora- en faunawet blijft ook onder de Wet natuurbescherming geldig, voor de duur van de goedkeuring. Daarna dient de gedragscode voor goedkeuring getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming.

Welke soorten zijn beschermd? De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Ten eerste worden alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Ten tweede worden soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. 3. Tenslotte is er een beschermingsregime voor ‘andere soorten’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

27

Vrijgestelde soorten In afwijking van de verboden in artikel 3.10, eerste lid, van de Wet is het toegestaan om van de onderstaande soorten de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of te vernielen wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat. Het opzettelijk ‘doden’ van onderstaande soorten is niet toegestaan. De vrijstelling is van kracht wanneer de handeling verband houdt met de volgende activiteiten: -

de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; het bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer.

Lijst met soorten waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt als gevolg van handelingen die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd.

28

29

Bijlage 3. Fotobijlage

30

31

Bijlage 4. Geraadpleegde bronnen: Internet: https://www.verspreidingsatlas.nl https://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/ https://www.regelink.net/kenniscentrum/beschermde-soorten-wet-natuurbescherming/ http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol (vleermuisprotocol) https://calculator.aerius.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl https://pdokviewer.pdok.nl/ https://www.ndff.nl/

32

Bijlage 5. Jaarrond beschermde nesten

33

Postadres Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde

Telefoon 0850-509852

Info Info@natuurbankoverijssel.nl www.natuurbankoverijssel.nl

Bank NL48 RABO 0121 5795 73 BTW -ID NL001388212B56

Ad Fontem t.a.v. Y. Yildirim per e-mail y.yildirim@ad-fontem.nl Datum: Ons kenmerk: Betreft: Auteur:

22-5-2024 4778A Oplegnotitie toets aan actuele wet- en regelgeving flora en fauna Ootmarsumseweg 182 te Albergen P.Leemreise

Inleiding Er zijn plannen om acht starterswoningen te realiseren aan de Ootmarsumseweg 182 te Albergen. Om deze nieuwbouw te realiseren dient alle aanwezige bebouwing in het plangebied gesloopt te worden. Tevens wordt alle aanwezige beplanting en het buitenterras verwijderd. De starterswoningen worden d.m.v. een nieuw aan te leggen verharde weg in verbinding gebracht met de Weemselerweg. Rondom de nieuwe woningen worden parkeerplaatsen aangelegd. Het plangebied wordt nadien landschappelijk ingepast, middels aanplant van hagen, loofbomen en erfbeplanting. De bestemming van het plangebied wordt gewijzigd van ‘’Horeca’’ naar ‘’Wonen’’. Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is Natuurbank Overijssel in 2022 gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. De bevindingen van het onderzoek en de beoordeling van de voorgenomen activiteiten aan de Wet natuurbescherming zijn gerapporteerd in rapport 4778 van Natuurbank Overijssel (gepubliceerd 2022). Per 1-1-2024 is de Wet natuurbescherming echter vervangen door de Omgevingswet.

Initiatiefnemer heeft Natuurbank Overijssel gevraagd de bevindingen van het veldbiologisch onderzoek uit 2024 te toetsen aan de verbodsbepalingen voor beschermde soorten en gebieden zoals opgenomen in de Omgevingswet. Voor een beschrijving van het plangebied, voorgenomen activiteiten, onderzoeksmethode en bevindingen, wordt verwezen naar rapport 4778 van Natuurbank Overijssel. Toetsingkader Omgevingswet; Natura 2000 Het gebiedsbeschermingsdeel van de Omgevingswet heeft als doel het beschermen van Natura 2000gebieden (Vogelrichtlijn- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland. Projecten die significante gevolgen voor deze gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel – zonder vergunning – niet toegestaan. Ook het vaststellen van plannen zoals een bestemmingsplan of een inpassingsplan is niet toegestaan, indien het betreffende plan significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie). De eerste stap in de toetsing is vaak een voor toets. Als significante gevolgen in de voor toets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een Omgevingsvergunning noodzakelijk.

Omgevingswet; Soortenbescherming In de Omgevingswet (Bal; Besluit activiteit leefomgeving) is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de wet zijn lijsten opgenomen met beschermde soorten. In de Omgevingswet worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld:

Soorten Vogelrichtlijn (Artikel 11.37 t/m Artikel 11.40 Bal): 1. Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. 2. Het verbod geldt niet, als: a. het verrichten van die activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de artikelen 9, eerste en tweede lid, en 13 van de vogelrichtlijn; of b. de activiteit uitvoering geeft aan: 1°.een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°.een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. 3.

Het verbod op het opzettelijk storen van vogels, bedoeld in het eerste lid, onder d, geldt niet, als het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de vogelsoort. Soorten Habitatrichtlijn (Artikel 11.46 t/m Artikel 11.48 Bal); Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b. het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. Andere Soorten (Artikel 11.54 Bal) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a.

het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder B. Het verbod geldt niet als: a. het gaat om het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis, of om het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden;

b. het verrichten van de activiteit op grond van een andere wet is toegestaan en is voldaan aan de eisen die zijn opgenomen artikel 8.74l van het Besluit kwaliteit leefomgeving; of c. de activiteit deel uitmaakt van: 1°.een instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of artikel 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn; of 2°.een passende maatregel als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid hebben om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen. Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld dient bij overtreding van de verbodsbepalingen uit de Ow een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit te worden aangevraagd. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen Omgevingsvergunning flora en fauna activiteit nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de Omgevingswet. Er is dan geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit nodig.

4.4 Specifieke zorgplicht Een flora- en fauna-activiteit kan nadelig zijn voor bijvoorbeeld natuurbescherming. Iemand die dat weet of kan weten, moet zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (artikel 11.27, Bal). De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten. Het Bal geeft aan waaruit de specifieke zorgplicht in ieder geval bestaat. Dat is hierna toegelicht.

Het is niet geheel duidelijk wat de consequenties zijn van een effect van een activiteit op soorten die vermeld staan op de Rode Lijst, evenals het toetsen van het effect van een activiteit op ‘trekvogels’. Voor flora- en fauna-activiteiten houdt deze plicht in ieder geval in dat:

a. voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid van die locatie van: 1° van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten, genoemd in bijlage I bij de vogelrichtlijn, en niet in die bijlage genoemde, geregeld in Nederland voorkomende trekvogelsoorten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van die richtlijn; 2° van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de habitatrichtlijn; 3° dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX of in de rode lijsten, bedoeld in artikel 2.19, vijfde lid, onder a, onder 3°, van de wet; en 4° voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats; b. als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; c. als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun foerageerplaatsen, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten; d.

alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen; e. tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen Nieuw is de zorgplicht voor het aantasten van belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats van vogels en soorten van de Rode lijst. Voor activiteiten die leiden tot overtreding van een verbodsbepaling dient een Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit verkregen te worden (dit heette in de Wet natuurbescherming een ontheffing). Indien sprake is van het aantasten van belangrijk leefgebied of natuurlijke habit van een Rode lijstsoort, dient een document opgesteld te worden. Dit zal vergelijkbaar zijn met een ecologisch werkprotocol (EWP). In een EWP wordt beschreven op welke wijze een negatief effect op beschermde soorten, soorten van de Rode Lijst en belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats voorkomen kan worden, of hoe dit hersteld kan worden. Ook wordt een monitoringsplicht ingevoerd tijdens en na de uitvoering van de werkzaamheden, indien maatregelen getroffen worden.

Dit geldt alleen voor belangrijke leefgebieden en natuurlijke habitats. 4.5 Beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland In het Besluit kwaliteit leefomgeving is het ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal, en gemeentelijk niveau vastgesteld, waarin onder andere de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)/Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is verankerd. De EHS werd officieel geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan en is daarna opgenomen in de Nota Ruimte, welke inmiddels vervangen is door de Nationale omgevingsvisie (NOVI). Kaderstellende regels te n aanzien van o.a. NNN/EHS zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Bij geplande ingrepen die binnen het NNN/EHS vallen moet het belang van de natuurbescherming worden afgewogen tegen andere belangen, indien de voorgenomen ingreep negatief uitwerkt op de aanwezige natuurwaarden. De kern van de afweging vormt het 'nee, tenzij'-principe. Dit wil zeggen dat schadelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er andere belangen zijn die de ingreep rechtvaardigen. In dat geval zijn compenserende maatregelen voorgeschreven. Concrete beleidsregels ten aanzien van de NNN in Overijssel zijn opgenomen in de vigerende provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Overijssel.

Wettelijke consequenties De wettelijke consequenties ten aanzien van soort- en gebiedsbescherming zijn identiek aan de consequenties, zoals vastgesteld voor de Wet natuurbescherming. Deze zijn: • Werkzaamheden afstemmen op de voortplantingsperiode van vogels;

• • • •

Geen beschermde amfibieën of zoogdieren doden; Nader onderzoek naar functie restaurant voor huismussen; Nader onderzoek naar functie restaurant en bedrijfswoning voor vleermuizen; Stikstofberekening uitvoeren;

Conclusie Zoals geconcludeerd in het rapport uit 2022, dient aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar huismussen en vleermuizen om het effect van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde dieren volledig in beeld te kunnen brengen. Dit onderzoek wordt in 2024 uitgevoerd en is naar verwachting in september 2024 afgerond. De Omgevingswet leidt niet tot andere conclusies t.a.v. wet- en regelgeving voor de bescherming van soort- en gebieden.

P.Leemreise ecoloog

AERIUS Calculator 2024.0.1 stikstofberekening OOTMARSUMSEWEG 182 ALBERGEN

Plangegevens Naam

AERIUS-berekening

Plantype

AERIUS Calculator 2024.0.1

Status

Definitief

Datum

7 februari 2025

Projectnummer

22AF006

Opsteller

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW Borne

074 255 7020 info@ad-fontem.nl www.ad-fontem.nl

Y. Yildirim LLB

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Contactpersoon

01

INLEIDING

1

02

AERIUS CALCULATOR 2024.0.1

3

03

TOETSING ONTWIKKELING

4

03.1 Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebied

4

03.2 Methode

5

03.3 Uitgangspunten

6

03.4 Conclusie

14

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Inhoudsopgave

AERIUS BEREKENING

01 INLEIDING

Voor de locatie ‘Ootmarsumseweg 182’ in Albergen is een plan ontwikkeld. De ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van twee vrijstaande woningen en de verbouwing van een voormalig horecapand naar twee 2-onder-1-kap woningen, waarbij de bijbehorende bouwwerken van het voormalige horecapand gesloopt worden en door nieuwe bijbehorende bouwwerken vervangen worden.

De nieuwbouw woningen zullen geen gasaansluiting krijgen, de woningen in het voormalige horecapand wel aangezien die al aanwezig is.

In figuur 1 de globale ligging van het plangebied aan de Ootmarsumseweg 182 in Albergen weergegeven. In figuur 2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven. In figuur 3 is een

Figuur 1: globale ligging van het projectgebied (bron: Kadastralekaart.com) Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling vindt mogelijk een toename plaats in de uitstoot van stikstof en ammoniak, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Middels de voorliggende AERIUSberekening wordt onderzocht of die toename leidt tot de verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden.

01

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

situatietekening opgenomen voor de beoogde situatie van het plangebied.

AERIUS BEREKENING

Figuur 3: situatietekening beoogde situatie plangebied (bron: Building Design Architecten)

02

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Figuur 2: begrenzing van het projectgebied (bron: PDOK viewer)

AERIUS BEREKENING

02 AERIUS CALCULATOR 2024.0.1

De overheid mag geen activiteiten toestaan die nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden veroorzaken. Dit is vastgelegd in artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn (Hrl).

Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo’n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied. Gelet op de conclusies van de beoordeling geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten.

Zoals in artikel 6, derde lid, van de Hrl te lezen is, wordt er een onderscheid gemaakt tussen plannen en projecten.

Om voor plannen/ projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 1 oktober 2024 is de laatste versie van de AERIUS Calculator gelanceerd, de AERIUS Calculator 2024.

De AERIUS Calculator 2024 berekent zowel de stikstof- als ammoniakdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden. Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof/ammoniak en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft een eerste inzicht in de uitvoerbaarheid van het plan voor wat betreft stikstof

03

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

en ammoniak.

AERIUS BEREKENING

03 TOETSING ONTWIKKELING

03.1

Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebied

Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 6,5 km afstand ten noordoosten van het plangebied, dit betreft het Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek. Naast dit Natura 2000-gebied zijn er ook andere Natura 2000gebieden aanwezig op grotere afstand van het plangebied, zoals bijvoorbeeld Lemselermaten en Achter de Voort, Agelerbroek & Voltherbroek op circa 7,5 km afstand en Engbertsdijksvenen op circa 10 km afstand. Opgemerkt wordt dat de AERIUS Calculator alle Natura 2000-gebieden automatisch in de AERIUS-berekening meeneemt, die zich binnen de afstand van 25 km vanaf het projectgebied bevinden.

Figuur 4: globale ligging projectgebied t.o.v. dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator 2024.0.1) Buitenlandse Natura 2000-gebieden moeten ook meegenomen worden in de AERUS-berekening. Dit

gebieden op te nemen.

04

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

kan worden gedaan door handmatig rekenpunten ter hoogte van de buitenlandse Natura 2000-

AERIUS BEREKENING

03.2 Methode

03.2.1 Beoogde Situatie Om de emissie/depositie van NOx en/of NH3, als gevolg van de beoogde situatie te berekenen wordt in de voorliggende AERIUS-berekening een onderscheid gemaakt in de aanleg- en gebruiksfase:

Aanlegfase Er kunnen in de aanlegfase op twee mogelijke manieren stikstof en ammoniak vrijkomen: 1.

Inzet werkmateriaal: betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het uitvoeren van de beoogde werkzaamheden, zoals bouwrijp maken van gronden, bouwen van de nieuwe woningen etc.;

2.

Verkeersbewegingen naar het projectgebied: dit betreft de verkeersbewegingen van- en naar het projectgebied c.q. de bouwplaats. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van de weg. Bij voorliggende ontwikkeling ligt het meest nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebied op circa 6,5 km afstand van het projectgebied. Verkeersbewegingen van en naar het projectgebied dienen derhalve meegenomen te worden.

Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase kan er op twee mogelijke manieren stikstof vrijkomen: 1.

Gebruik van de woningen: uitgegaan wordt dat de nieuwbouw woningen geen gasaansluiting zullen krijgen. Hierdoor vindt er geen uitstoot van stikstof of ammoniak plaats, als gevolg van het verwarmen, het koken en/of verwarmen van tapwater in de nieuwe woningen. De woningen die in het voormalige horecapand gerealiseerd worden zullen de bestaande gasaansluiting behouden, waardoor wel een uitstoot van stikstof of ammoniak plaats kan vinden. Dit wordt meegenomen in de berekening.

2.

Verkeersbewegingen gebruiksfase: dit betreft de verkeersbewegingen van- en naar de woningen. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 km van

afstand. Dit betekent dat de verkeersbewegingen in de berekening meegenomen dienen te worden.

Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het 05

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

de weg. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied is gelegen op circa 6,5 km

AERIUS BEREKENING

aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.

03.3 Uitgangspunten

03.3.1 Aanlegfase 03.3.1.1

Algemeen

Het aantal draaiuren van een mobiel werktuig is berekend op basis van het aantal dagen dat een werktuig naar verwachting op de bouwplaats staat. Het brandstofverbruik is berekend aan de hand van de formule die in de ‘instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’ is opgenomen voor mobiele werkvoertuigen. Die formule luidt als volgt: B = P max * 0,095 + 0,54 * D.

Wat betreft de mobiele werktuigen is in de voorliggende berekening uitgegaan van op fossiele brandstoffen aangedreven mobiele werktuigen met een stageklasse van minimaal STAGE IV. Bij mobiele werktuigen vanaf STAGE IV is het mogelijk om AdBlue toe te passen, waarmee de uitstoot van stikstof en ammoniak beperkt wordt. Dit draagt bij aan het verwezenlijken van de doelstelling van de overheid om nadelige effecten voor de natuur bij bouwprojecten zo veel mogelijk te beperken.

De hoeveelheid AdBlue verbruik is beperkt tot maximaal 6% van het brandstofverbruik, e.e.a. op basis van de resultaten van het onderzoek van de TNO (Ligterink et al 2021), waaruit gebleken is dat het AdBlue verbruik maximaal 6% van het dieselverbruik mag bedragen.

Verder is bij het maken van de berekeningen telkens worst-case naar boven afgerond. Voor het berekenen van het AdBlue verbruik daarentegen is worst-case naar beneden afgerond. Door gebruik te maken van deze uitgangspunten is er een defensieve inschatting gemaakt van het te verwachten inzet

06

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

aan werkmateriaal in de aanlegfase, wat in de praktijk mogelijk lager zal uitvallen.

AERIUS BEREKENING

03.3.1.2

Voorbereidingsfase

Type werkvoertuig

Stageklasse

Vermogen (in kW)

Draaiuren

Brandstofver bruik (in liters/jaar)

Ad Blue (max 6%)

Emissie NOx (in kg/jaar)

Emissie NH3 (in kg/jaar)

Sloopkraan

Stage-IV

200

40

781,60

46,90

4,8

0,2

Shovel

Stage-IV

150

9

133,11

7,99

1,2

<0,1

Graafmachine

Stage-IV

150

13

192,27

11,54

1,3

<0,1

Shovel

Stage-IV

150

13

192,27

11,54

1,3

<0,1

Trilplaat

Stage-IV

10

12

17,88

-

0,4

0,0

Toelichting In de voorbereidingsfase worden de bijbehorende bouwwerken binnen het plangebied gesloopt. Daarnaast moeten er graafwerkzaamheden plaatsvinden voor het afgraven van een bouwput. De grond die vrijkomt zal moeten worden afgevoerd of hergebruikt. In de berekening gaan we ervan uit dat alles wordt afgevoerd.

Voor het slopen van de bijbehorende bouwwerken wordt rekening gehouden met een sloopkraan. Naar verwachting kunnen de aanwezige bouwwerken binnen een week wel gesloopt worden. Het zijn immers geen hele grote gebouwen. Ervan uitgaande dat de sloopkraan maximaal wordt belast binnen deze week, bedraagt het aantal draaiuren maximaal 40 (berekening: 8*5).

Voor het opruimen van het puinafval wordt rekening gehouden met een shovel. Het te slopen oppervlak bedraagt circa 600 m². Bijbehorende bouwwerken mogen 3 meter hoog gebouwd worden. Dat komt neer op 1.800 m³ aan bebouwing. Hiervan wordt aangenomen dat maximaal 30% puinafval betreft. Dit komt neer op 540 m³ (berekening: 1.800*30%).

Om het puinafval af te voeren wordt rekening gehouden met sloopcontainers met een inhoud van 10 m³.

Wat betreft de inzet voor de shovel wordt uitgegaan dat een container met puinafval binnen 10 minuten geladen kan worden. Dit komt derhalve neer op 9 draaiuren voor de shovel (berekening: 54*10/60).

Voor het afgraven van een bouwput wordt rekening gehouden met een graafmachine. De nieuwe bebouwing heeft een oppervlak van circa 450 m² en bestaat uit twee vrijstaande woningen,

07

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Er zijn maximaal 54 sloopcontainers nodig om 540 m³ aan puinafval te vervoeren (berekening: 540/10).

AERIUS BEREKENING

bijbehorende bouwwerken voor de te realiseren woningen in het voormalige horecapand en een carport. Voor de woningen in het voormalige horecapand hoeft er geen bouwput te worden afgegraven. Dit is namelijk binnen de bestaande bebouwing.

Ervan uitgaande dat de bouwput op 0,8 meter diep komt te liggen, komt er 360 m³ aan grond vrij (berekening: 450*0,8). Een kraanbak heeft een gemiddelde inhoud van 0,7 m³ en een kraanbeweging duurt ongeveer 1,5 minuut. Dit komt neer op afgerond 13 uur (berekening: (360/0,7) *1,5/60) voor de graafmachine.

Voor het afvoeren van grond wordt rekening gehouden met grondcontainers met een inhoud van 10 m³. Er zijn maximaal 36 grondcontainers nodig om 360 m³ aan grond te vervoeren (berekening: 360/10). Wat betreft de shovel om grond af te voeren, wordt worst-case net als bij de graafmachine gerekend met 13 draaiuren.

Tot slot wordt rekening gehouden met de inzet van eventuele overige werktuigen, zoals een trilstamper of trilplaat, voor het aanstampen van grond. Ervan uitgaande dat in een uur een terrein van maximaal 50 m² kan worden aangestampt, komt dit bij een terrein van 600 m² neer op 12 draaiuren (berekening: 600/50).

03.3.1.3

Realisatiefase

Type werkvoertuig

Stageklasse

Vermogen (in kW)

Draaiuren

Brandstofver bruik (in liters/jaar)

Ad Blue (max 6%)

Emissie NOx (in kg/jaar)

Emissie NH3 (in kg/jaar)

Betonpomp

Zware utiliteitsvoertuigen

-

10

-

-

8,0

<0,1

Hijskraan

Zware utiliteitsvoertuigen

-

-

-

64,0

0,5

Minigraafmachine

Stage-IV

60

20

124,80

7,49

1,0

<0,1

Heftruck

Stage-IV

60

20

124,80

7,49

1,0

<0,1

Wanneer de gronden bouwrijp zijn gemaakt, kunnen de funderingen aangelegd worden en de nieuwbouw woningen gebouwd worden. Wat betreft de woningen in het voormalige horecapand is er geen nieuwe fundering nodig. Het pand wordt inpandig verbouwd.

Voor het storten van beton wordt rekening gehouden met een betonpomp. De hoeveelheid beton dat nodig is, is momenteel nog niet bekend. De nieuwbouw woningen hebben een oppervlak van ongeveer 08

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Toelichting

AERIUS BEREKENING

100 m² per woning. Ervan uitgaande dat de woningen een 2 verdiepingen boven de begane grond zullen hebben, bedraagt het vloeroppervlak per woning 300 m². In totaal dus 600 m² voor 2 woningen. Aangenomen wordt dat een betonlaag van maximaal een halve meter voldoende is voor de vloeren. Dit komt neer op 300 m³ (berekening: 600*0,5). Wat betreft de betonpomp wordt uitgegaan van een stortcapaciteit van 72 m³ per uur. Dit komt neer op afgerond 5 draaiuren. Om eventuele verwerkingstijd mee te nemen wordt uitgegaan van de dubbele hoeveelheid van het aantal uren, te weten: maximaal 10 draaiuren. Wat betreft het brengen van beton met betonwagens zijn er maximaal 50 betonwagens nodig (berekening: 300/6). Hierbij is uitgegaan van een capaciteit van 6 m³ per betonwagen.

Voor het plaatsen van de spant-, wand- en dakconstructie van de woningen en overige bebouwing wordt rekening gehouden met een hijskraan. Het is niet bekend hoelang de hijskraan ingezet moet worden. Uitgegaan wordt dat de hijskraan maximaal 8 weken beschikbaar is gedurende de realisatiefase (4 weken per woning). Dit komt neer op maximaal 320 draaiuren bij het volledig belasten van de hijskraan gedurende de realisatiefase (berekening: 8*5*8). Voor de woningen in het voormalige horecapand hoeft er geen hijskraan te worden ingezet.

Voor het afbouwen van de woningen en overige bebouwing wordt uitgegaan dat dit met name met de hand kan worden uitgevoerd. Het is mogelijk om rondom de woningen steigers te plaatsen. Dan kunnen de bouwvakkers overal goed bij en is er bijvoorbeeld geen hoogwerker nodig. Wat betreft de woningen in het voormalige horecapand kunnen ook de werkzaamheden met de hand worden uitgevoerd. Naar binnen rijden met een werktuig is sowieso geen optie.

Tijdens de realisatiefase is het wel denkbaar dat er een keer een mini-graafmachine en/of heftruck ingezet moet worden, zoals bijvoorbeeld voor kleine graafwerkzaamheden, tilwerk en het uitladen van vrachtwagens. Hiervoor wordt maximaal 20 draaiuren per werkvoertuig uitgetrokken.

Tot slot moet er aan- en afvoer plaatsvinden van diverse benodigdheden op de bouwplaats tijdens de realisatiefase. Anders kan er niet gebouwd worden. Er is al rekening gehouden met betonwagens voor het brengen van beton. Dit zijn maximaal 50. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de aanvoer van bouwmaterialen, steigers, bouwelementen, constructies en dergelijke. Hiervoor wordt ook

09

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

gerekend met maximaal 50 vrachtwagens.

AERIUS BEREKENING

03.3.1.4

Afrondingsfase

Type werkvoertuig

Stageklasse

Vermogen (in kW)

Draaiuren

Brandstofver bruik (in liters/jaar)

Ad Blue (max 6%)

Emissie NOx (in kg/jaar)

Emissie NH3 (in kg/jaar)

Graafmachine

Stage-IV

150

3

44,37

2,66

0.6

<0,1

Shovel

Stage-IV

150

3

44,37

2,66

0.6

<0,1

Trilplaat

Stage-IV

10

5

7,45

-

0.2

0.0

Toelichting Tot slot worden er parkeerplaatsen en ontsluiting aangelegd en een carport gerealiseerd. De gronden, die verhard moeten worden ten behoeve van parkeerplaatsen en ontsluiting, hebben een gezamenlijke oppervlakte van circa 231 m². De carport heeft een oppervlak van circa 42 m².

Ervan uitgaande dat voor de verharding klinkers gebruikt zullen worden, moeten de gronden eerst enigszins afgegraven worden. Hiervoor wordt rekening gehouden met een graafmachine. Klinkers hebben ongeveer een diepte van maximaal 15 centimeter. Volledigheidshalve wordt uitgegaan van een uit te graven diepte van 25 centimeter, zodat eventueel ook ophoogzand kan worden aangebracht. Door de gronden 25 centimeter diep af te graven leidt dit tot afgrond 58 m³ grond (berekening: 231*0,25).

Een kraanbak heeft een minimale inhoud van 0,7 m³. Dit zorgt voor afgerond 83 scheppen (berekening: 58/0,7). Een graafbeweging duurt gemiddeld 1,5 minuut. Dit komt neer op afgerond 3 uren (berekening: 83*1,5/60) voor de graafmachine.

Voor het afvoeren van grond wordt rekening gehouden met een shovel en grondcontainers. Ervan uitgaande dat er een container wordt geplaatst met een inhoud van circa 10 m³, zijn er maximaal afgerond 6 containers benodigd (berekening: 58/10). Wat betreft de inzet voor de shovel wordt worstcase gerekend met 3 draaiuren, net als bij de graafmachine.

Voor de carport is naar verwachting geen fundering vereist. Ook is naar verwachting geen zwaar

plek.

De oppervlakte aan klinkers binnen het plangebied bedraagt maximaal 231 m². Op een pallet past circa 8 m² aan klinkers. Een vrachtwagen kan circa 30 pallets vervoeren. Er is dus maximaal 1 vrachtwagen benodigd om de klinkers te brengen (berekening: 231/8/30).

10

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

werkvoertuig nodig. Geacht wordt dat de carport eenvoudig in elkaar gezet kan worden op de gewenste

AERIUS BEREKENING

Tot slot wordt rekening gehouden met de inzet van eventuele overige werktuigen, zoals een trilstamper of trilplaat, voor het aanstampen van grond. Ervan uitgaande dat in een uur een terrein van maximaal 50 m² kan worden aangestampt, komt dit bij een terrein van 231 m² neer op maximaal afgerond 5 draaiuren (berekening: 231/50).

03.3.1.5

Bouwverkeer

Voor het bouwverkeer tijdens de aanlegfase van en naar het plangebied is een onderscheid gemaakt tussen lichtverkeer en zwaar verkeer.

Licht verkeer (verkeersgeneratie vaklieden) De totale duur van de aanlegfase duurt naar verwachting een half jaar. Binnen deze periode komen wordt rekening gehouden met dagelijks maximaal 10 voertuigen (auto’s en busjes) tegelijk op de bouwplaats. Uitgaande van een doorlooptijd van een jaar en een werkbare periode van 120 werkdagen (berekening: (52-4) *5/2), komt dit neer op 1.200 voertuigen (berekening: 120*10) tijdens de aanlegfase. Dit komt neer op 2.400 verkeersbewegingen aan licht verkeer (berekening: 1.200*2).

Zwaar vrachtverkeer (o.a. aanleveren bouwmateriaal) In de gehele aanlegfase is rekening gehouden met 197 vrachtwagens (90 vrachtwagens in de voorbereidingsfase + 100 vrachtwagens in de realisatiefase + 7 vrachtwagens in de afrondingsfase). Ook is rekening gehouden met de inzet van diverse mobiele werkvoertuigen. Deze zullen éénmalig naar het projectgebied moeten worden gebracht en weer opgehaald moeten worden. Er is rekening gehouden met 7 verschillende mobiele werktuigen en 2 zware utiliteitsvoertuigen. Geacht wordt dat hiervoor 18 extra vrachtwagens voor nodig zijn (heen- en terugreis).

In totaal komt het aantal vrachtwagens in de aanlegfase op 215 vrachtwagens (berekening: 197+18). Dit komt neer op 430 zware verkeersbewegingen (berekening: 215*2) tijdens de gehele aanlegfase.

Logischerwijs vindt de ontsluiting van het bouwverkeer plaats via de Ootmarsumseweg in westelijke of oostelijke richting. De lijnbron voor het modelleren van het wegverkeer is over deze weg opgenomen. Gezien er twee mogelijke richtingen aanwezig zijn, zijn de verkeersbewegingen evenredig over beide richtingen verdeeld (50%/50%). Daarbij is rekening gehouden met het bereiken van de

daarnaast rekening gehouden met manoeuvrerende bewegingen op de bouwplaats, door op de bouwplaats een verschil te maken in het type lijnbron (normale verkeersbron/stagnerende verkeersbron).

11

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

verkeersbewegingen in het heersende verkeersbeeld door de lijnbron voldoende lang te maken en is

AERIUS BEREKENING

Om het stationair gedraai van de motors mee te nemen, wordt een separate bron opgenomen conform de instructie ‘gegevensinvoer voor AERIUS-calculator 2024’, waarin kengetallen zijn opgenomen voor het stationair draaien van zwaar verkeer. Voor zwaar verkeer gaat de instructie voor het jaar 2025 uit van afgerond 92,48 NOx gram/uur en 0,90 NH3 gram/uur. Er is hierboven rekening gehouden met 74 zware verkeersvoertuigen. Hiervan uitgaande en een tijd van gemiddeld 10 minuten voor het stationair draaien, komt dit afgerond neer op de volgende emissies: -

NOx = 3,32 kg/j (berekening: 215*10/60*92,5/1.000)

-

NH3 = 0,03 kg/j (berekening: 215*10/60*0,90/1.000).

Tot slot is rekening gehouden met de koude start van motoren van zowel lichte als zware voertuigen. Hiervoor is de handreiking ‘Koude start’ geraadpleegd. Het aantal lichte voertuigen in de aanlegfase bedraagt in totaal 1.200 en het aantal zware voertuigen 215. Geacht wordt dat lichte voertuigen met een warme motor op de bouwplaats arriveren, maar in ieder geval 1x per dag met een koude motor vertrekken naar huis, wanneer een werkdag erop zit. Dit komt neer op 1.200 koude starts tijdens de gehele aanlegfase (berekening: 1.200*1). Zware voertuigen komen naar verwachting al met een warme motor en zullen weer met een warme motor vertrekken, aangezien de motors stationair draaien tijdens het laden/lossen. Bovendien koelen dergelijke motors niet zo snel af, als ze een keer worden uitgezet.

03.3.2 Gebruiksfase 03.3.2.1

Verkeersbewegingen van en naar het plangebied

Om de verkeersgeneratie als gevolg van het plan te bepalen wordt aangesloten bij de verkeerskencijfers van de CROW publicatie 744 (september 2024). Voor de berekening van de verkeersgeneratie wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: •

stedelijkheidsgraad: niet stedelijk, rest bebouwde kom;

•

woningtype: koop, huis, twee 2-onder-1-kap woningen en twee vrijstaande woningen.

Voor de 2-onder-1-kap woningen geldt een maximale verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal per woning. Voor twee woningen komt dit neer op een verkeersgeneratie van afgerond 17 verkeersbewegingen (berekening: 8,2*2) per etmaal. Voor vrijstaande woningen geldt een maximale

neer op een verkeersgeneratie van afgerond 18 verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 8,6*2). In totaal bedraagt het aantal dagelijkse verkeersbewegingen als gevolg van het gebruik van de woningen 35 per etmaal.

12

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

verkeersgeneratie van 8,6 verkeersbewegingen per etmaal per woning. Voor twee woningen komt dit

AERIUS BEREKENING

Omdat het gebruik van de woningen tot huishoudelijk afval zal leiden, dat door een vuilniswagen opgehaald dient te worden, is in de voorliggende AERIUS-berekening rekening gehouden met een aandeel vrachtverkeer. Volgens de CROW uitgave is dat maximaal 2% van het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase. Dit zijn 0,7 zware verkeersbewegingen per etmaal (berekening: 0,02*35).

Logischerwijs vindt de ontsluiting van het bestemmingsverkeer plaats via de Ootmarsumseweg in westelijke of oostelijke richting. De lijnbron voor het modelleren van het wegverkeer is over deze weg opgenomen. Gezien er twee mogelijke richtingen aanwezig zijn, zijn de verkeersbewegingen evenredig over beide richtingen verdeeld (50%/50%). Daarbij is rekening gehouden met het bereiken van de verkeersbewegingen in het heersende verkeersbeeld door de lijnbron voldoende lang te maken en is daarnaast rekening gehouden met manoeuvrerende bewegingen van de zware verkeersbewegingen ter plaatse van de woningen, door op het plangebied een verschil te maken in het type lijnbron (normale verkeersbron/stagnerende verkeersbron).

Een vuilniswagen laat de motor vaak aanstaan tijdens het ophalen van vuilnis. Om het stationair gedraai van de motors mee te nemen, wordt een separate bron opgenomen conform de instructie ‘gegevensinvoer voor AERIUS-calculator 2024’, waarin kengetallen zijn opgenomen voor het stationair draaien van zwaar verkeer. Voor zwaar verkeer gaat de instructie voor het jaar 2026 uit van afgerond 91,1 NOx gram/uur en 0,90 NH3 gram/uur. Er is hierboven rekening gehouden met 0,7 zware verkeersbeweging per etmaal. Op jaarbasis zijn dit afgerond 256 zware verkeersbewegingen (berekening: 0,7*365). Dit zijn 128 zware voertuigen (berekening: 256/2). Hiervan uitgaande en een tijd van gemiddeld 10 minuten voor het stationair draaien, komt dit afgerond neer op de volgende emissies: -

NOx = 1,95 kg/j (berekening: 128*10/60*91,1/1.000)

-

NH3 = 0,02 kg/j (berekening: 128*10/60*0,90/1.000)

Tot slot is rekening gehouden met de koude start van motoren. Hiervoor is de handreiking ‘Koude start’ geraadpleegd. De vuistregel is dat per woning minimaal twee keer per dag een koude start plaatsvindt. Voor 4 woningen komt dit neer op 8x een koude start per dag.

Zoals reeds beschreven komen vuilniswagens al met een warme motor en zetten ze de motor niet af.

13

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

Hierdoor vindt geen koude start plaats.

AERIUS BEREKENING

03.4 Conclusie

03.4.1 Rekenresultaten De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2024.0.1. Voor de aanlegfase is gerekend voor het rekenjaar 2025, omdat uitgegaan wordt dat het plan in dit jaar wordt uitgevoerd. Voor de gebruiksfase is gerekend voor het rekenjaar 2026, omdat de woningen hooguit dan pas bewoonbaar zullen zijn. Zo moet er nog een procedure doorlopen worden en gebouwd worden, waarna de bebouwing pas in gebruik genomen kan worden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit. Als bijlage bij deze rapportage behoort het AERIUS analysebestand (pdf) met rekenresultaten (bronnen, rekenpunten en resultaten) van de aanleg- en gebruiksfase van de beoogde situatie.

Aanlegfase De totale NOx-emissie bedraagt in totaal 89,4 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 1,0 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.

Gebruiksfase De totale NOx-emissie bedraagt 3,9 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,2 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.

03.4.2 Conclusie Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling komt er zowel NOx als NH3 vrij. Door uitvoering van de voorliggende AERIUS-berekening is aangetoond dat dit niet leidt tot een meetbare depositie van NOx of NH3 in Natura 2000-gebied dat gevoelig is voor stikstof en ammoniak. In de aanleg- en gebruiksfase ligt de emissie dan ook niet hoger dan 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van de berekende emissie, tijdens de aanleg- en gebruiksfase, vindt er dan ook géén meetbare verhoging van de depositie NOx of NH3 plaats in Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling leidt niet tot een verslechtering van de milieukwaliteit van Natura 2000-gebieden. Er hoeft geen nader onderzoek

De AERIUS Calculator 2024.0.1 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura-2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen. Het aspect stikstofdepositie vormt geen belemmering voor de uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling.

14

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

uitgevoerd te worden.

Ad Fontem ruimtelijk advies

074 255 7020

Stationsstraat 37

info@ad-fontem.nl

157622 LW Borne

www.ad-fontem.nl

A D FONTEM RU IMTE L IJK A DV IE S

AERIUS BEREKENING

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Ad Fontem Stationsstraat 37, 7622 LW Borne 22AF006 Ootmarsumseweg 182 Albergen Aanlegfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RpnwVznCk6Xk 07 februari 2025, 12:13 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RpnwVznCk6Xk (07 februari 2025)

2025 -

1,0 kg/j

89,4 kg/j

2/8

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Voorbereidingsfase 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Realisatiefase 3 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Afrondingsfase 7 Anders... | Anders... | Emissies stationair draaien laden/lossen 8 Verkeer | Koude start: overig | Koude start  Verkeersnetwerk

RpnwVznCk6Xk (07 februari 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,3 kg/j 0,6 kg/j 21,7 g/j 30,0 g/j 53,4 g/j 15,4 g/j

9,2 kg/j 74,0 kg/j 1,3 kg/j 3,3 kg/j 0,3 kg/j 1,2 kg/j

3/8

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RpnwVznCk6Xk (07 februari 2025)

4/8

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Er zijn geen resultaten voor deze weergave.

RpnwVznCk6Xk (07 februari 2025)

5/8

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2025 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Voorbereidingsfase X:249049,31 Y:488220,86 0,20 ha

Stageklasse

Sloopkraan Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Shovel

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

782 l/j 133 l/j

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

192 l/j

Shovel

192 l/j

Trilplaat 2

Draaiuren AdBlue verbruik

40 u/j

46 l/j

9 u/j

7 l/j

NOₓ

13 u/j

11 l/j

NOₓ NH₃

13 u/j

11 l/j

NOₓ NH₃

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: 18 l/j nee

Realisatiefase X:249049,31 Y:488220,86 0,20 ha

NOₓ

NH₃

12 u/j

NOₓ NH₃

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Stof Emissie

NH₃

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

9,2 kg/j 0,3 kg/j

NOₓ NH₃

74,0 kg/j 0,6 kg/j

Naam

Stageklasse

Betonpomp

Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel

Hijskraan

Zware utiliteitsvoertuigen (meer dan 6L cilinderinhoud) op diesel

320 u/j

Minigraafmachine

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 125 l/j ja

20 u/j

7 l/j

NH₃ 58,8 g/j NOₓ 64,0 kg/j NH₃ 0,5 kg/j NOₓ 1,0 kg/j

Heftruck (60 kW) Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: 125 l/j ja

20 u/j

7 l/j

NH₃ 30,0 g/j NOₓ 1,0 kg/j

RpnwVznCk6Xk (07 februari 2025)

Brandstof­verbruik

4,8 kg/j 0,2 kg/j 1,2 kg/j 31,9 g/j 1,3 kg/j 46,1 g/j 1,3 kg/j 46,1 g/j 0,4 kg/j 0,0 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

40 u/j

Stof Emissie

NOₓ 8,0 kg/j

NH₃ 30,0 g/j

6/8

Projectberekening

3

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Afrondingsfase X:249049,31 Y:488220,86 0,20 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Shovel Trilplaat

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

Brandstof­verbruik

45 l/j

1,3 kg/j 21,7 g/j

Draaiuren AdBlue verbruik

3 u/j

2 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

45 l/j

Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: 8 l/j nee

3 u/j

2 l/j

NOₓ NH₃

5 u/j

NOₓ NH₃

0,6 kg/j 10,8 g/j 0,6 kg/j 10,8 g/j 0,2 kg/j 0,0 kg/j

4 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersbewegingen (westelijke richting) Links Rechts NOₓ 0,3 kg/j Locatie X:248975,56 Y:488235,1 Type scherm - NO₂ 85,8 g/j Lengte 245,37 m Hoogte - NH₃ 3,9 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

1,2 /jaar 0,0 /jaar 215,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

1,2 /jaar 0,0 /jaar 215,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

5 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Verkeersbewegingen (oostelijke richting) Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j Locatie X:249194,13 Y:488286,8 Type scherm - NO₂ 98,5 g/j Lengte 281,90 m Hoogte - NH₃ 4,5 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

RpnwVznCk6Xk (07 februari 2025)

7/8

Projectberekening

6 Verkeer | Rijdend verkeer Naam Manoeuvrerende bewegingen op de bouwplaats Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j Locatie X:249055,07 Y:488223,43 Type scherm - - NO₂ 0,1 kg/j Lengte 215,26 m Hoogte - - NH₃ 6,9 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (doorstromend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

7

Anders... | Anders...

8

Verkeer | Koude start: overig

Naam

Emissies stationair Uittreedhoogte draaien Warmteinhoud laden/lossen Locatie X:249061,6 Y:488226,53 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Naam Locatie

Type voertuig

Koude start X:249068,57 Y:488225,78

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

0,0 m 0,000 MW

0,0 /jaar 0,0 /jaar 430,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

3,3 kg/j 30,0 g/j

NOₓ NH₃

0,3 kg/j 53,4 g/j

Koude starts

1.200,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar 0,0 /jaar

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2024.0.1_20241009_75e59949f9 Database versie 2024_75e59949f9_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RpnwVznCk6Xk (07 februari 2025)

8/8

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Ad Fontem Stationsstraat 37, 7622 LW Borne 22AF006 Ootmarsumseweg 182 Albergen Gebruiksfase

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RzXhQEThdRFJ 07 februari 2025, 13:23 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RzXhQEThdRFJ (07 februari 2025)

2026 -

0,2 kg/j

3,9 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 4 5 

Anders... | Anders... | Emissies stationair draaien laden/lossen Verkeer | Koude start: overig | Koude start Verkeersnetwerk

RzXhQEThdRFJ (07 februari 2025)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

20,0 g/j 0,1 kg/j 46,1 g/j

2,0 kg/j 0,8 kg/j 1,2 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RzXhQEThdRFJ (07 februari 2025)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1407/documents/27233