CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke Onderbouwing.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 20 januari 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Aanvragen (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een tijdelijk zonneveld Oude Hoevenweg 146 Geesteren.12.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

kan daarom achterwege blijven. Voor eventuele geluidshinder die vanuit de zonnetuin afkomstig is wordt verwezen naar paragraaf 3. 2. 6.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3. 2. 4

Luchtkwaliteit

Algemeen De Wet luchtkwaliteit (verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5 , titel 5. 2) is een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichts bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen , uitzonderlijke situaties daargelaten , bij andere stoffen niet voor.

Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio's om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen. Projecten die in

32

betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in het NSL in de provincies c. q. regio's waar overschrijdingen plaatsvinden. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Projecten die 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO 2 en PM 10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 12, ug/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o. a. woningen , kantoren , tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM. Zo staat een grenswaarde van 3% gelijk aan bijvoorbeeld de bouw van circa 1. 500 woningen met één ontsluitingsweg. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen , ook als het project 'niet

betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is significant is ten opzichte van een etmaal. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning , school of sportterrein. in

Gevoelige bestemmingen als scholen , kinderdagverblijven , bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming: substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden , waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico's optreden. Zodra een ontwikkeling zich voordoet , die met een afwijking van de gebruiks- en/of bouwregels of wijziging mogelijk kan worden gemaakt , wordt op dat moment het aspect luchtkwaliteit onderzocht aan de op dat moment geldende wet- en regelgeving en normen. Toetsing In het besluitgebied wordt een zonnetuin , dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag gerealiseerd. Ten opzichte van de huidige functie zal het aantal verkeersbewegingen niet toenemen. Daarmee zal er geen significante verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. In het besluitgebied is geen sprake van een significante blootstellingsduur. De functies betreffen eveneens geen gevoelige bestemmingen (functies) in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'.

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3. 2. 5

Geur

Algemeen Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt in eerste instantie het wettelijk kader bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor dierenverblijven van veehouderijen. De Wet geurhinder en veehouderij geeft hiervoor geurbelastings- en afstandsnormen in relatie met geurgevoelige objecten in de nabijheid van de (geprojecteerde) veehouderij. De

heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. De Wgv

Toetsing Het initiatief wordt niet aangemerkt als geurgevoelig object. Daarom kan verdere toetsing aan de Wet

geurhinder en veehouderij uitblijven.

33

Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3. 2. 6

Bedrijven en milieuzonering

Algemeen Indien door middel van een plan nieuwe , gevoelige functies mogelijk worden gemaakt , moet worden aangetoond dat een goed leefmilieu mogelijk kan worden gemaakt. Hierbij moet rekening worden gehouden met omliggende functies met een milieuzone. Anderzijds mogen omliggende bedrijven niet in hun ontwikkelingsmogelijkheden worden aangetast door de realisatie van nieuwe gevoelige functies. Wat betreft de aanbevolen afstanden tussen bedrijvigheid en gevoelige functies , zoals wonen , is de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten geraadpleegd. Hierin worden richtafstanden voor het omgevingstype 'gemengd gebied' als 'rustige

woonwijk' en 'rustig buitengebied' aanbevolen. Gemengde gebieden betreffen gebieden die langs hoofdinfrastructuur liggen en/of gebieden met matige tot sterke functiemenging. In een rustige woonwijk en het buitengebied komen vrijwel geen andere functies voor. Voor gemengde gebieden kunnen de richtafstanden worden verminderd. Toetsing Een

zonnetuin , dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag zijn geen gevoelige functies. Wel kan de zonnetuin en de dagrecreatie zorgen voor eventuele hinder op de omgeving. Om die reden wordt hierna in gegaan op eventuele hinder van het initiatief. Het besluitgebied ligt in een rustig buitengebied. Navolgend wordt ingegaan op beide functies. Zonnetuin

Geluid Een zonnetuin is een type A-inrichting volgens het Activiteitenbesluit. De inrichting zal daarom moeten voldoen aan de maximale geluidsniveaus en langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zoals benoemd in artikel 2. 17 van het Activiteitenbesluit. Daarbij geldt dat daarbij de best beschikbare technieken moeten worden toegepast. De zonnepanelen zelf produceren geen geluid. De bijbehorende transformatiestations , voor de omzetting naar elektriciteit , echter wel. Transformatoren zijn alleen actief als de zon schijnt en er elektriciteit wordt opgewekt. Daarom zullen deze 's nachts geen geluid produceren. Voor het bepalen

van

de richtafstand tot de transformator , moet er gekeken worden naar het van de transformatoren. De transformator zal een transformatievermogen

transformatievermogen hebben van maximaal 28, MVA.

Een zonnetuin wordt niet specifiek benoemd in de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering (2009)'. De inrichting is wel vergelijkbaar met een 'Electriciteitsdistributiebedrijven , met transformatorvermogen: - < 10 MVA'. De navolgende tabel laat zien hoe de functie wordt gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in

meters) aan voor deze functie: Geur Gevaar Functie Stof Geluid Electriciteitsdistributiebedrijf 0 0 30 0 De afstand van de toekomstige locatie van de transformator ten opzichte van de dichtstbijzijnde gevel van een woning (Oude Hoevenweg 142) is circa 250 m. Hiermee staat de transformator op voldoende afstand van de dichtstbijzijnde woning. Ook de afstand tot de nieuwe chalets en recreatiewoningen op

34

het recreatiepark is ruim groter dan 30 m. Gezien deze afstand en het feit dat het transformatievermogen van de zonnetuin lager ligt dan 10 MVA , vormt de zonnetuin geen belemmering voor omliggende gevoelige functies wat betreft eventuele

geluidshinder. Lichthinder Bij de aanwezigheid van zonnetuinen in de omgeving van wegen en woningen , kan er in theorie sprake zijn van lichtschittering voor weggebruikers of omwonenden. Hierbij moet onderzocht worden of er sprake is van invloed op de verkeersveiligheid of hinder die eventueel ontstaat voor de omwonden. Lichtschittering van moderne zonnepanelen is zeer beperkt. Alhoewel zonnepanelen onder bepaalde hoeken restlicht kunnen weerkaatsen , zijn deze zodanig ontworpen dat zij zoveel mogelijk zonlicht absorberen. In het geval van het beoogde zonnetuin zullen de panelen daarnaast grotendeels worden afgeschermd door bestaande en nieuwe begroeiing. Deze begroeiing bestaat uit bomen en struiken. Het zicht op de zonnetuin wordt hiermee beperkt , waardoor de eventuele lichthinder ook wordt voorkomen voor zowel

weggebruikers als omwonenden.

Elektromagnetische straling Bij de productie van stroom is er sprake van elektromagnetische straling in een elektromagnetisch veld. Rond elektrische leidingen , zoals hoogspanningsverbindingen , is sprake van Extreem Laag Frequente Elektromagnetische Velden (ELF-EMV). Voor de bekabeling van de zonnetuin , de omvormers en de transformatoren geldt dat sprake is van ELF-EMV. Langdurig contact met straling , bijvoorbeeld in de directe omgeving van transformatoren (binnen enkele meters) , moet worden vermeden. Uit onderzoek van het RIVM over

gezondheid en elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations is geconcludeerd dat de sterkte van de velden afneemt wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit dit onderzoek blijkt dat 04, µT (microtesla , jaargemiddelde) wordt bereikt op een afstand van 7 m van het transformatorstation. Dit wordt door de Rijksoverheid als grenswaarde aangenomen bij situaties van langdurige blootstelling. In het geval van de zonnetuin geldt dat binnen 7 m van de installaties geen personen verblijven. De dichtstbijzijnde woning staat op circa 250 meter van de transformator. Er bestaat geen aanleiding voor

nader onderzoek naar gezondheidseffecten. Dagrecreatie Dagrecreatie wordt niet specifiek genoemd

in de eerder genoemde

VNG-brochure. De functie zou echter gelijk kunnen worden gesteld aan de functie 'kampeerterreinen , vakantiecentra , e. d. (met keuken)'. Het maakt hier ook deel van uit. De navolgende tabel laat zien hoe de functie wordt gecategoriseerd op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Daarnaast geeft de tabel de minimaal aanbevolen richtafstanden (in

meters) aan voor deze functie: Functie kampeerterreinen , vakantiecentra , e. d. (met keuken)

Geur 30

Stof

Geluid

0

50

Gevaar 30

De afstand van het dagrecreatieterrein ten opzichte van de dichtstbijzijnde gevel van een woning (Vonderakkersweg 2) is circa 130 m. Hiermee staat is er voldoende afstand tussen het dagrecreatieterrein en de dichtstbijzijnde woning. Ook de afstand tot de nieuwe chalets en recreatiewoningen op het recreatiepark is ruim groter dan 50 m.

35

Conclusie Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het

initiatief. 3. 2. 7

Externe Veiligheid

Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven , maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen , zoals buisleidingen , spoor- , auto- , en waterwegen , ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) , de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR)

gehanteerd. Het plaatsgebonden

risico is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt , overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour -6 waarbinnen deze kans 1x10(één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een

risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen en Regeling externe veiligheid inrichtingen (Bevi en Revi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd.

Circulaire effectafstanden LPG-tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi

noodzakelijk. Transport van gevaarlijke stoffen (water , spoor , weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt en basisnet) , met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb en Revb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.

36

Toetsing De navolgende afbeelding bevat een fragment van de risicokaart Nederland. De globale ligging van het besluitgebied is aangeduid met een rode cirkel.

Uitsnede risicokaart Nederland

De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een nieuw kwetsbaar object. In de omgeving van het besluitgebied liggen daarnaast geen stationaire en/of mobiele bronnen. De accu's die zullen worden gebruikt voor de energieopslag van de zonnetuin zijn geen Bevi-inrichtingen. Nadere toetsing kan

daarom achterwege blijven. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3. 2. 8

Water

Algemeen Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e. d. ) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw , de Waterwet en het Nationaal Waterplan.

Beleid Het waterbeleid van Rijk en provincie is gericht op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde , duurzame watersystemen. Het besluitgebied ligt in het beheersgebied van het Waterschap Vechtstromen. Waterschappen hebben een speciale verantwoordelijkheid voor het water. Wettelijk vastgelegde taken zijn onder andere:

goede bescherming tegen hoogwater: Overstromingen , wateroverlast of droogte voorkomen of beperken. een goed functionerend regionaal watersysteem: Beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het water in de volle breedte. het zuiveren van afvalwater: afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties effectief en efficiënt behandelen. Het waterschap probeert niet alleen schadelijke stoffen uit het water te halen , ook is het een ambitie om van deze stoffen nieuwe producten te maken en nieuwe toepassingen te zoeken. een

37

In het waterbeheerplan wordt beschreven hoe het waterschap deze taken wil uitvoeren in de periode 2022-2027. Ook worden in het plan de benodigde maatregelen voorgesteld. Het waterbeheerplan geeft vooral de koers aan voor de komende jaren.

Situatie besluitgebied Op het grootste deel van de zonnetuin is sprake van panelen die op palen in het groen worden geplaatst. Het hemelwater kan via de zonnepanelen afstromen op het gras onder de panelen. Naast de zonnepanelen wordt beperkt verharding toegevoegd in de vorm van containers voor energieopslag

(batterijen) en een transformator. Ten oosten van het besluitgebied ligt een watergang dat in beheer is van het waterschap. Ook het Geesters Stroomkanaal ten zuiden van het besluitgebied is in het beheer van het waterschap. Het initiatief heeft geen negatief effect op deze watergangen. De watergangen blijven toegankelijk voor onderhoud. De zonnepanelen (en bomen) worden aangelegd op een afstand die groter is dan 5 m tot het talud van de watergang. Watertoets Het besluitgebied ligt in het beheersgebied van het waterschap Vechtstromen. Voor het doorlopen van de watertoets gebruikt dit waterschap de website www. dewatertoets. nl. http://www. dewatertoets. nl/ Het waterschap kijkt , op basis van de antwoorden die op de website worden ingevuld , of bij de ruimtelijke ontwikkeling voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft

wateradvies.

een

Op basis van de ingevulde

digitale watertoets wordt door het waterschap geconcludeerd dat de ontwikkeling waterschapsbelangen raakt. Hiervoor wordt de normale procedure in gang gezet. De watertoets is toegevoegd als Bijlage 4. Overleg reactie op een eerder ingediende digitale watertoets geeft het waterschap aan dat zij zonnepanelen niet als verhard oppervlak beschouwd als deze op een weiland of onbebouwde grond worden geplaatst. Een uitzondering hierop vormt de batterij unit. Op de plattegrond is te zien dat het veld naast een leggerwatergang is gepland. Dit betekent dat voor werkzaamheden binnen de keurzone van de watergang (doorgaans 5 meter vanaf de overgang van het talud naar het maaiveld , de zogenaamde insteek) een watervergunning moet worden aangevraagd. Het is niet toegestaan zonnepanelen te plaatsen in de keurzone. In een

Naar aanleiding van de reactie is aangegeven dat de zonnepanelen op een grotere afstand dan 5 m vanaf het talud van de watergang worden geplaatst.

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. 3. 2. 9

Archeologie en cultuurhistorie

Algemeen Op basis van artikel 3.1.6 , vijfde lid , onderdeel a , van het Bro moet bij ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst , hoe er wordt omgegaan met de aspecten archeologie en cultuurhistorie. De bescherming van archeologische waarden is verankerd in de Erfgoedwet. Het belangrijkste doel van deze wet is de bescherming van de aanwezige en de te verwachten archeologische waarden door het reguleren van bodemverstorende activiteiten.

Toetsing Archeologie Op grond van het vigerend bestemmingsplan geldt op het besluitgebied 'Waarde - Archeologie 4'. Voor het oprichten van een bouwwerk groter dan respectievelijk 5. 000 m² en dieper dan 040 , meter moet de aanvrager een archeologisch onderzoek overleggen , waarin de archeologische waarde van de gronden

38

waarop de aanvraag betrekking

heeft in voldoende mate is vastgesteld.

In dit geval worden de zonnepanelen op palen bevestigd , daarnaast worden er nog dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag gerealiseerd. De bodemingrepen beperken zich tot het aanbrengen van palen en beplanting en bodem. De oppervlakte van de verstoring is hierdoor zeer gering en blijft onder de 5. 000 m². Een archeologisch onderzoek is voor dit initiatief daarom niet

noodzakelijk. Cultuurhistorie Het besluitgebied betreft percelen die in de huidige situatie agrarisch in gebruik zijn. Er is geen bebouwing in het besluitgebied aanwezig. Er zijn in de omgeving van het besluitgebied geen monumenten of andere cultuurhistorische relevante elementen aanwezig. Het besluitgebied ligt in het Nationaal Landschap Noordoost-Twente. In paragraaf 3. 1. 2 is hier reeds nader op ingegaan. Het initiatief heeft geen negatieve gevolgen voor het aspect cultuurhistorie.

Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het

initiatief. 3. 2. 10

Flora en fauna

Algemeen Bij elke ruimtelijke ontwikkeling moet , in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) , in beeld worden gebracht of er sprake is van invloeden op natuurwaarden en beschermde soorten.

Toetsing Door Natuurbank Overijssel is in januari 2024 een quickscan natuurtoets uitgevoerd. De conclusies uit dit onderzoek worden hierna behandeld. Het onderzoek is als Bijlage 5 bijgevoegd.

Gebiedsbescherming besluitgebied behoort niet tot het Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000-gebied. Het besluitgebied ligt op 160 meter afstand van het Natura 2000-gebied Engbertsdijkvenen. Het besluitgebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten , zoals geluid , licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten , zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof , kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Het

Een negatief effect op Natura 2000-gebied als gevolg van de emissie van stikstofoxiden , kan niet op voorhand uitgesloten worden. Daarom is door C2 Engineers een voortoets stikstof (AERIUS-berekening) gedaan. Deze voortoets is bijgevoegd als Bijlage 6 bijgevoegd. Uit de voortoets stikstof zijn geen belemmeringen voor voorgenomen initiatief voort gekomen. Vanwege de ligging buiten het Natuurnetwerk Nederland , hoeft het initiatief niet getoetst te worden aan de beleidsregels voor de bescherming van het NNN , omdat de bescherming van het NNN geen externe werking kent.

Soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het onderzoeksgebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten , maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het onderzoeksgebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als

foerageergebied , maar mogelijk nestelen er vogels , bezetten amfibieën er een (winter)rust- of voortplantingsplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het besluitgebied , maar gebruiken het wel als foerageergebied. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een

39

beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën , die een vaste rust- en voortplantingsplaats in het onderzoeksgebied bezetten , geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën. Om te voorkomen dat beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood worden , dienen ze weggevangen te worden , of dient het werkterrein natuurvrij gemaakt te worden. Voor het natuurvrij maken van het werkterrein is geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit vereist. De betekenis van het onderzoeksgebied als foerageergebied is niet beschermd. Aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties. Indien er zorgvuldig gehandeld wordt , worden er geen beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibiën gedood en leidt tot uitvoering van de voorgenomen activiteiten niet tot overtreding van een verbodsbepaling. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden en er hoeft geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te mogen voeren in het kader van de Omgevingswet.

Conclusie Het aspect ecologie vormt geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief. 3. 2. 11

Verkeer

Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse.

Toetsing Verkeer De zonnetuin , dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag zorgen niet voor een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het besluitgebied. De zonnetuin en het dagrecreatieterrein worden ontsloten via het recreatiepark.

Parkeren Met het initiatief is geen sprake van een ontwikkeling met een parkeerbehoefte. Er is wel sprake van een uitbreiding van het recreatieterrein. Hierbij is geen extra parkeerbehoefte gemoeid aangezien de

bezoekers op het recreatiepark kunnen parkeren. Conclusie De aspecten verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor de uitvoering van het initiatief. 3. 2. 12

Economisch

Met het initiatief zijn geen kosten voor de gemeente gemoeid , anders dan kosten die op basis van de gemeentelijke legesverordening in rekening zullen worden gebracht. Daarnaast wordt met de initiatiefnemer een planschade overeenkomst gesloten , teneinde eventuele kosten voor de gemeente te kunnen verhalen op initiatiefnemer. Het initiatief betreft geen ontwikkeling die exploitatieplanplichtig is. 3. 2. 13

Participatie

Omwonenden zijn geïnformeerd middels een informatiemiddag in september 2023. Hierbij is informatie verstrekt over de zonnetuin. Er is toelichting gegeven door de ontwikkelaar , algemeen directeur en de procesmanager. De buurt gaf voornamelijk feedback over het recreatiepark en niet over de zonnetuin. Het verslag van de informatiemiddag is opgenomen in Bijlage 7.

40

Hoofdstuk 4

Conclusie

In voorgaande hoofdstukken is het beoogde initiatief van een zonnetuin , dagrecreatieterrein , twee containers ten behoeve van accu's voor energieopslag en een daarbij behorend transformatorstation besproken. Het voornemen bestaat om de functies tijdelijk te gebruiken (maximaal 25 jaar). In voorliggende ruimtelijke onderbouwing is een toets naar relevante beleids- , milieu- en omgevingsaspecten uitgevoerd. In dit hoofdstuk worden hier de voornaamste conclusies uit getrokken. De aanleg van de zonnetuin , een dagrecreatieterrein en containers is onderdeel van de herontwikkeling van camping Het Berkenven tot Recreatiepark De Oude Venen. De herontwikkeling van het recreatiepark zal voor een kwaliteitsimpuls ter plaatse zorgen en voor een verbetering van het toeristisch-recreatieve aanbod in de gemeente Tubbergen. De zonnetuin wordt gerealiseerd ten behoeve van duurzame energieopwekking van het recreatiepark. Er is geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie , maar alleen opwekking ten behoeve van de eigen energievoorziening. Deze eigen energievoorziening is ook noodzakelijk omdat er geen capaciteit is om het recreatiepark aan te sluiten op het energienet. Terugleveren aan het energienet is niet mogelijk. Het initiatief wordt landschappelijk ingepast , waarbij de bestaande waarden en structuren uit de omgeving zijn gebruikt.

De aanwezige en omliggende houtsingels worden doorgetrokken en/of aangeheeld. De bestaande kavelstructuur is in het ontwerp behouden en af te lezen in het landschap. Tussen de panelen is ruimte voor wilde bloemenmengsel met een extensief maaibeleid. Dit heeft een positief effect op de biodiversiteit. Het landschappelijke inpassingsplan zal als voorwaarde aan de omgevingsvergunning worden verbonden.

Verder blijkt uit de toetsing aan de verschillende milieu- en haalbaarheidsaspecten dat er voldaan wordt aan de wet- en regelgeving voor wat betreft de diverse aspecten en er geen nadelige effecten op de bestaande situatie in en in de omgeving van het besluitgebied te verwachten zijn. Er worden voorschriften verbonden aan de vergunning die zien op de landschappelijke inpassing en dat na afloop van de 25 jaar de bouwwerken worden verwijderd en het gebruik wordt gestaakt dan wel in overeenstemming zijn met het dan geldende planologisch regime.

41

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1397/documents/26966