CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ruimtelijke Onderbouwing.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 20 januari 2026, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Aanvragen (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen voor de realisatie van een tijdelijk zonneveld Oude Hoevenweg 146 Geesteren.12.688 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Zonnetuin Recreatiepark De Oude Venen

Geesteren Gemeente Tubbergen

Projectnummer: 3986. 01 Datum: 10 juli 2025

,

Ruimtelijke onderbouwing

3

4

Inhoudsopgave

Ruimtelijke onderbouwing

3

Hoofdstuk 1

6

1. 1 1. 2 1. 3 1. 4

Aanleiding Besluitgebied Vigerende planologische situatie Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2. 1 2. 2

Bestaande en toekomstige situatie

Bestaande situatie Toekomstige situatie

Hoofdstuk 3 3. 1 3. 2

Inleiding

Uitvoerbaarheid

Toetsing aan beleidskader Omgevingsaspecten

Hoofdstuk 4

Conclusie

6 6 7 8 9 9 11 15 15 30 41

5

Hoofdstuk 1 1. 1

Inleiding

Aanleiding

Het voornemen bestaat om camping Het Berkenven te herontwikkelen tot recreatiepark De Oude Venen. Voor de energievoorziening van de beoogde 180 recreatiewoningen bestaat de wens om een zonnetuin aan te leggen. Er is onvoldoende capaciteit op het bestaande net , waardoor het park afhankelijk is van eigen energieopwekking. Het voornemen is om eigen duurzame energie op te wekken door middel van een zonnetuin. Naast de zonnetuin is ruimte waar dagrecreatie wordt gerealiseerd. Tevens worden twee containers geplaatst ten behoeve van accu's voor energieopslag en een daarbij behorend transformatorstation (hierna te noemen 'de containers'). Het voornemen bestaat om de functies tijdelijk te gebruiken (maximaal 25 jaar). De gewenste locatie van de zonnetuin , dagrecreatie en containers zijn op basis van het geldende bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' (en bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan') bestemd als 'Agrarisch – 1' en 'Groen'. Op basis van deze bestemmingen is de beoogde ontwikkeling niet toegestaan.

Omdat het overgangsrecht van de Omgevingswet van toepassing is op dit project wordt er getoetst aan de hand van de Wabo. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) biedt de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om , ondanks de strijdigheid met het bestemmingsplan , een omgevingsvergunning te verlenen voor de ontwikkeling. Hierbij wordt als voorwaarde gesteld dat de betreffende activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en dat de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing toont aan dat het initiatief hieraan voldoet.

1. 2

Besluitgebied

Het besluitgebied is gelegen in het noordwesten van de gemeente Tubbergen nabij het dorp De Pollen en op circa 4 km ten noordwesten van de kern Geesteren. Het besluitgebied ligt ten zuiden van en aangrenzend aan (de te herontwikkelen) camping Het Berkenven. Deze camping is gelegen aan de Oude Hoevenweg. Het besluitgebied ligt op circa 160 meter ten zuidoosten van het Natura 2000-gebied

Engbertsdijksvenen. Het besluitgebied grenst aan agrarische gronden en in de omgeving zijn enkele woningen gelegen. Aan de zuidzijde van besluitgebied ligt het Geesters stroomkanaal. De locatie heeft een oppervlakte van circa 24, ha. Op

de navolgende

afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het besluitgebied begrenzing van het besluitgebied wordt verwezen naar Bijlage 1.

weergegeven. Voor de exacte

6

Globale ligging besluitgebied

Globale begrenzing besluitgebied

1. 3

Vigerende planologische situatie

Voor het besluitgebied geldt het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' , vastgesteld op 23 mei 2016 , en 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan' , vastgesteld op 15 december 2020. Op de navolgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016 ' weergegeven. Het besluitgebied is aangeduid met een rode belijning.

7

Uitsnede geldend bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'

Op grond van het vigerende bestemmingsplan geldt ter plaatse van het besluitgebied de bestemming 'Agrarisch - 1'. De gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor agrarisch gebruik. Een klein deel van het besluitgebied is bestemd als 'Groen'. Deze gronden zijn bestemd voor afschermende beplanting en bebossing. Daarnaast geldt voor het besluitgebied de bestemming 'Waarde - Archeologie 4' en gebiedsaanduiding 'Overige zone - vestigingsgebied voor boom- en sierteelt'. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud en de bescherming van te verwachten archeologische waarden in de bodem. Voor het oprichten van een bouwwerk groter dan respectievelijk 5. 000 m² dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnetuin , dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag en een daarbij behorend transformatorstation. De zonnetuin is op basis van de regels uit de bestemmingen 'Agrarisch -1' en 'Groen' niet toegestaan. Om de ontwikkeling alsnog mogelijk te maken moet door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tubbergen op basis van artikel 2.1 , lid 1 onder c in combinatie met artikel 2.12 , lid 1 sub a onder 3 van de Wabo , een omgevingsvergunning worden verleend.

1. 4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in Hoofdstuk 2 ingegaan op de bestaande en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op de uitvoerbaarheid van het initiatief. Bij de uitvoerbaarheid wordt ingegaan op toetsing aan het beleidskader (Rijksbeleid , Provinciaal beleid en gemeentelijk beleid) , omgevingsaspecten , economische aspecten en participatie.

Hoofdstuk 4 bevat in het kort alle bevindingen en vat het document samen van het betreffende initiatief. De essentie wordt in het kort besproken en het plan wordt toegelicht. In de Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing

zijn diverse bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing

opgenomen.

8

Hoofdstuk 2 2. 1

Bestaande en toekomstige situatie

Bestaande situatie

Het besluitgebied is in de huidige situatie in gebruik ten behoeve

van agrarische activiteiten. Het landschap rond het besluitgebied kenmerkt zich door andere agrarische gronden , stukjes groen en kleinschalige verkaveling. Direct ten noorden van het besluitgebied is de te herontwikkelen camping Het Berkenven aanwezig. De navolgende afbeeldingen geven een impressie van de huidige situatie in het besluitgebied.

Luchtfoto huidige situatie besluitgebied

9

Huidige situatie agrarische gronden (gezien vanuit het noorden)

10

Huidige situatie agrarische gronden (gezien vanuit het zuiden)

2. 2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemers zijn voornemens om aan de zuidzijde van het recreatiepark een zonnetuin te realiseren. De zonnetuin dient als primaire stroomvoorziening van het recreatiepark. De zonnetuin bestaat uit frames met zonnepanelen (oppervlakte maximaal 117 , ha) die landschappelijk worden ingepast. Het landschappelijk inpassingsplan is als Bijlage 2 bijgevoegd. Aan weerszijde van de zonnetuin worden houtsingels langs de kavelgrens aangeplant , waardoor de zonnepanelen aan het zicht worden onttrokken. Tussen de panelen is ruimte voor wilde bloemenmengsel met een extensief maaibeleid. Dit heeft een positief effect op de biodiversiteit. Ten zuiden van de zonnepanelen wordt een dagrecreatieterrein aangelegd (oppervlakte circa 07, ha). Dit dagrecreatieterrein behoort tot het vakantiepark en is niet bedoeld voor derden. Het dagrecreatieterrein kan worden gebruikt voor spelen ,

picknicken en een moes- en/of pluktuin. De navolgende afbeelding betreft een uitsnede van het inrichtingsplan voor de zonnetuin. Het volledige inrichtingsplan is opgenomen als Bijlage 3.

11

Toekomstige locatie zonnetuin

12

Ter visualisatie is navolgende afbeelding toegevoegd als referentiebeeld voor het toekomstige zonnetuin.

Referentiebeeld zonnetuin met ecologisch bloemenmengsel en maaibeheer

Doorsnede zonnetuin

De zonnepanelen worden op palen geplaatst. De zonnepanelen hebben een hoogte van maximaal 2 m boven maaiveld. De zonnepanelen worden onder een hoek geplaatst voor een efficiënte opwekking. De hoek is echter zo laag mogelijk gehouden vanuit landschappelijk oogpunt. Aan de noordwestzijde zijn twee 20-voet containers (afmeting 606 , m x 244 , m en 259 , m hoog) beoogd ten behoeve van de accu's energie containers voor opslag. Nabij de komt het transformatorstation te staan. De genoemde bouwwerken worden met een groene afscherming het terrein geplaatst. Vanaf de Zielakkersweg zullen de containers nauwelijks waarneembaar zijn. Op navolgende afbeelding is een impressie van de toekomstige situatie van de containers met groene afscherming weergegeven.

13

Impressie toekomstige situatie ter plaatse van de containers

De zonnetuin wordt gerealiseerd ten behoeve van duurzame energieopwekking van het recreatiepark. Er is geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie , maar alleen opwekking ten behoeve van de eigen energievoorziening. Deze eigen energievoorziening is ook noodzakelijk omdat er geen capaciteit is om het recreatiepark aan te sluiten op het energienet. Terugleveren aan het energienet is niet mogelijk en dit wordt ook door netbeheerder Enexis onderschreven. Er komen geen zonnepanelen op de recreatiewoningen. Het oppervlak aan daken is niet groot genoeg om te voorzien in de gehele energievoorziening van het park. Deze zou slechts kunnen voorzien in een fractie van het vermogen dat nodig is. De zonnetuin is daarom sowieso nodig. Als de panelen op de daken van de recreatiewoningen zou worden geplaatst , dan kan de oppervlakte van de zonnetuin kleiner worden. Deze minimalisering is echter zo gering dat dit niet opweegt tegen het toepassen van een groen dak op de recreatiewoningen. Wanneer zonnepanelen zouden worden toegepast op de daken , dan zou er geen groen dak meer kunnen worden toegepast. Om die reden is er gekozen om voorkeur te geven aan de ruimtelijke kwaliteit van de recreatiewoningen (groene en duurzame uitstraling) , in plaats van het toepassen van

zonnepanelen op de daken.

14

Hoofdstuk 3

Uitvoerbaarheid

Toetsing aan beleidskader

3. 1

Navolgend wordt getoetst aan de voor onderhavig initiatief relevante beleidskaders. 3. 1. 1

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Onderdeel van de Omgevingswet is een visie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Met de NOVI neemt het Rijk het voortouw voor een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Nederland. De NOVI richt zich op de volgende vier prioriteiten die onderling veel met elkaar te maken hebben en gevolgen hebben voor het inrichten van de fysieke leefomgeving: Ruimte maken voor de klimaatverandering en energietransitie; De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden;

Steden en regio's sterker en leefbaarder maken; Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. In de NOVI staan de keuzes op nationaal niveau , maar in veel gevallen ligt de verantwoordelijkheid bij gemeenten en/of provincies. Op basis van drie uitgangspunten helpt de NOVI bij het wegen van belangen en het maken van keuzes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. De nationale belangen zijn geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het gaat bijvoorbeeld om rijksvaarwegen , defensie , ecologische hoofdstructuur , erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde , hoofdwegen en hoofdspoorwegen , elektriciteitsvoorziening , buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en primaire waterkeringen. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen , wordt met het Barro bijgedragen

versnelling van bestuurlijke drukte. aan

de besluitvorming

bij ruimtelijke

ontwikkelingen

en

vermindering

van

de

Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 3.1.6 , lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik , met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Met de ladder worden

eisen gesteld aan de motivering van onder meer bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De toelichting bij een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling , en , indien die ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied , een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Toetsing rijksbeleid Het initiatief draagt bij aan de prioriteiten van de NOVI door ruimte te geven aan de energietransitie en het combineren van verschillende functies in het besluitgebied. De NOVI benoemt echter wel dat de aanleg van zonnetuinen in het landschap zoveel mogelijk moet

15

worden beperkt , en dat er eerst zoveel mogelijk zonnepanelen op daken en gevels moeten worden gerealiseerd. Aan de andere kant ligt de focus op een duurzaam economisch groeipotentieel , waarbij Nederland toewerkt naar een duurzame economie. Hierin spelen duurzame energiebronnen een belangrijke rol. De aanleg van dit zonnetuin zal bijdragen aan de toevoeging van duurzame energiebronnen. Er komen geen zonnepanelen op de recreatiewoningen. Het oppervlak aan daken is niet groot genoeg om te voorzien in de gehele energievoorziening van het park. Deze zou slechts kunnen voorzien in een fractie van het vermogen dat nodig is. De zonnetuin is daarom sowieso nodig. Als de panelen op de daken van de recreatiewoningen zou worden geplaatst , dan kan de oppervlakte van de zonnetuin kleiner worden. Deze minimalisering is echter zo gering dat dit niet opweegt tegen het toepassen van een groen dak op de recreatiewoningen. Wanneer zonnepanelen zouden worden toegepast op de daken , dan zou er geen groen dak meer kunnen worden toegepast. Om die reden is er gekozen om voorkeur te geven aan de ruimtelijke kwaliteit van de recreatiewoningen (groene en duurzame uitstraling) , in plaats van het toepassen van zonnepanelen op de daken. De zonnetuin wordt zodanig ingericht dat deze zonder schade toe te brengen aan het landschap en de flora en fauna , eenvoudig weer verwijderd kan worden.

Wat onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan is in het Bro opgenomen. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein , of van

kantoren , detailhandel , woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Voorliggend initiatief voorziet in de realisatie van een zonnetuin , dagrecreatie en containers buiten bestaand stedelijk gebied. Dit plan wordt dus niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling. Om die reden is de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing. Met de ontwikkeling zijn geen overige nationale belangen gemoeid. 3. 1. 2

Provinciaal beleid

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken kleur' is op 12 april 2017 vastgesteld door Provinciale Staten en is vanaf 1 mei 2017 van kracht. De provinciale Omgevingsvisie wordt elk jaar bijgewerkt. Dat gebeurt met de jaarlijkse Actualisatie. Het gaat om alle eerder vastgestelde beleidswijzigingen die nog moeten worden doorvertaald in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. Duurzaamheid , ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid , het realiseren van een duurzame energiehuishouding , het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte ,

bestaande bebouwing en infrastructuur. Ten

aanzien

ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde , belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang , waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem , het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken , zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon- , werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. van

De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken , die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden , versterkt en ontwikkeld moeten worden , is daarbij een instrument om te sturen op

16

ruimtelijke kwaliteit. Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie , evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel , zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijvoorbeeld herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel 2017. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel De opgaven , kansen , beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel 2017 geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken , bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus , te weten:

generieke beleidskeuzes; ontwikkelingsperspectieven; gebiedskenmerken.

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel 2017

Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel

17

mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid , randvoorwaarden voor externe veiligheid , grondwaterbeschermingsgebieden , bescherming van de ondergrond intensieve (aardkundige en archeologische waarden) , landbouwontwikkelingsgebieden voor veehouderij , begrenzing van Nationale Landschappen , Natura 2000-gebieden , Ecologische Hoofdstructuur en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend. Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag , is de vraag waar de ontwikkeling past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes Deze ontwikkelingsperspectieven. ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend.

Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen

binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de

nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied , conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik , is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Hoe - Gebiedskenmerken Nieuwe

ruimtelijke opgaven wil de provincie verbinden met bestaande gebiedskenmerken. De gebiedskenmerken spelen zo een belangrijke rol bij de vraag hoe de ontwikkeling invulling kan krijgen. Onder gebiedskenmerken wordt verstaan: de ruimtelijke kenmerken van een gebied of een gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Er worden vier lagen onderscheiden: Natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem , het reliëf , het watersysteem en de natuur die zich hier 'van nature' op vestigt. In de natuurlijke laag worden gebiedstypen onderscheiden. Voor het besluitgebied

geldt gebiedstype: 'Hoogveengebieden'. Laag van het agrarische cultuurlandschap De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden – en worden – gebracht. In de laag van het agrarisch cultuurlandschap worden een aantal gebiedstypen onderscheiden. Voor het

besluitgebied geldt gebiedstype: 'Veenkoloniaal landschap'. Stedelijke laag De stedelijke laag is de laag van de steden , dorpen , verspreide bebouwing , wegen , spoorwegen en waterwegen. Het gaat in deze laag om de dynamiek van de steden en de grote infrastructurele verbindingen , maar ook om de rust van de dorpen en de landelijke wegen en paden. In de stedelijke laag worden gebiedstypen onderscheiden. Voor het besluitgebied gelden de gebiedstypen: 'Informele trage netwerk' en 'Verspreide bebouwing'. Laag van de beleving In de laag van de beleving komen de natuurlijke , functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit , identiteit en tijdsdiepte , van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving In de laag

18

van de

beleving worden gebiedstypen onderscheiden. Voor het besluitgebied geldt geen gebiedstype. Het recreatiepark is aangeduid als 'Gebieden voor verblijfsrecreatie'. De ambitie is de verblijfsrecreatie sterker te verbinden met de kwaliteiten van de omgeving en deel uit te laten maken van het hele recreatieve netwerk. Het aanbod wordt hierdoor specifieker en sterker verbonden met de Overijsselse kenmerken. Tegelijkertijd kan de kracht van de sector dan beter worden benut om de kwaliteit van de omgeving te versterken. Toetsing provinciaal beleid Generieke beleidskeuzes (of) Artikel 4. 5 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. In artikel 4. 5 is opgenomen dat omgevingsplannen alleen extra ruimtebeslag maken voor stedelijke functies in de Groene Omgeving mogelijk aansluitend op bestaand bebouwd gebied. Hiervoor dient aannemelijk gemaakt te worden dat:

deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied; de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en transformatie; mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnetuin ten behoeve van de duurzame energieopwekking van een recreatiepark. De zonnetuin kan niet worden gerealiseerd in bestaand bebouwd gebied gezien de locatie van het recreatiepark. Er is geen bestaande bebouwing aanwezig rondom het besluitgebied waarbij de zonnetuin goed landschappelijk kan worden ingepast. Tevens is er geen ruimte beschikbaar voor herstructurering en transformatie gezien het recreatiepark zelf al geherstructureerd wordt. De aangemerkte locatie is de meest geschikte locatie voor de zonnetuin. Deze kan landschappelijk worden ingepast met veel groen en een dagrecreatieterrein als ondergeschikte functie aan het recreatiepark , hierdoor is er sprake van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. er voor

Artikel 4. 8 ontwikkelen met ruimtelijke kwaliteit In artikel 4. 8 is opgenomen

dat ruimtelijke plannen alleen nieuwe ontwikkelingen mogelijk mogen maken als die de ruimtelijke kwaliteit versterken. ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnetuin ten behoeve van de duurzame energieopwekking van een recreatiepark. Er is geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie , maar alleen opwekking ten behoeve van de eigen energievoorziening. Daarnaast wordt een dagrecreatieterrein gerealiseerd. De zonnetuin en het dagrecreatieterrein worden landschappelijk ingepast , waarbij de bestaande waarden en structuren uit de omgeving zijn gebruikt. De aanwezige en omliggende houtsingels worden doorgetrokken en/of aangeheeld. De bestaande kavelstructuur is in het ontwerp behouden en af te lezen in het landschap. Tussen de panelen is ruimte voor wilde bloemenmengsel met een extensief maaibeleid. Dit heeft een positief effect op de biodiversiteit. Met het initiatief is sprake van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De voorgenomen

Artikel 4. 11 kwaliteitsimpuls Groene Omgeving In artikel 4. 11 is opgenomen dat omgevingsplannen alleen nieuwvestiging en grootschalige uitbreiding van bestaande functies toestaan in de Groene Omgeving indien:

daarvoor sociaaleconomische of maatschappelijke redenen voor zijn; het verlies aan ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen in versterking van de ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; c. in het geval de nieuwvestiging of een grootschalige uitbreiding plaatsvindt op gronden binnen het ontwikkelingsperspectief Ondernemen met Natuur en Water de compensatie bedoeld in onderdeel b gericht is op de versterking van de kwaliteit van natuur , water en landschap. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een aan het recreatiepark ondergeschikt a.

b.

19

dagrecreatieterrein en een zonnetuin ten behoeve van de duurzame energieopwekking van het recreatiepark zelf. Het meest zuidelijke deel van het besluitgebied ligt binnen het Natuur ontwikkelingsperspectief 'Ondernemen met en Water'. Voor de duurzame energieopwekking van energie wordt er gekozen voor een zonnetuin. De zonnetuin

draagt bij aan de sociaaleconomische belangen van het recreatiepark door de duurzame opwekking van energie. Het initiatief wordt landschappelijk ingepast (zie Bijlage 2). Door de realisatie van het initiatief is er geen sprake van het verlies van ecologische of landschappelijke waarden , omdat er divers groen en beplanting wordt gerealiseerd welke passend is voor de omgeving. Hierdoor is er in voldoende mate gecompenseerd door investeringen die bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit. De landschappelijke inpassing zorgt voor een versterking van de kwaliteit van natuur , water en landschap. Artikel 4. 55 nieuwe ontwikkelingen in Nationaal Landschap Noordoost-Twente In artikel 4. 55 wordt aangegeven

dat een omgevingsplan alleen voorziet in nieuwe ontwikkelingen binnen het nationaal Landschap Noordoost-Twente als de nieuwe ontwikkeling bijdraagt aan het behoud of de ontwikkeling van de kernkwaliteiten van dat landschap. De kernkwaliteiten van dat nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn: het samenhangend complex van beken , essen , kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in de realisatie van een zonnetuin ten behoeve van de duurzame energieopwekking voor het recreatiepark zelf. Het initiatief voorziet in de ontwikkeling van het groene karakter van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente door de realisatie van divers groen dat passend is voor de omgeving. Tevens voorziet de voorgenomen ontwikkeling in het behoud van het samenhangend complex van beken , essen , kampen en moderne ontginningen met de grote mate van kleinschaligheid. Hierom voldoet de voorgenomen ontwikkeling aan het eerst lid van artikel 4. 55 van de Omgevingsverordening van Overijssel. Artikel 4. 106 instructieregel zonnevelden In artikel 4. 106 wordt aangegeven dat tijdelijke zelfstandige opstellingen van zonnepanelen (zoals een zonnetuin) in de Groene Omgeving zijn toegestaan op de volgende locaties:

onbebouwde gedeelten van bouwpercelen van (agrarische) bedrijven , voor zover deze gronden zijn voor de (agrarische) bedrijfsvoering , tot een maximumoppervlak van 2 ha aan zonnepanelen en mits goed ingepast in het landschap; op gronden in stads- en dorpsranden , tot een maximumoppervlak van 2 ha aan zonnepanelen en mits goed ingepast in het landschap; langs hoofdinfrastructuur , mits de ontwikkeling past in een samenhangend ontwerp voor het gehele tracé en in afstemming met de wegbeheerder; op het water van zandwinplassen , mits dit verenigbaar is met de natuur- en recreatiedoelen van deze plassen; op geluidswallen en boven bestaande verhardingen , zoals parkeerterreinen , mits goed ingepast in het landschap; in de vorm van kleinschalige installaties op erven van woningen , mits goed ingepast in het landschap. In afwijking van het voorgaande kan een omgevingsplan de zelfstandige opstelling van zonnepanelen toestaan voor zover het gaat om concrete initiatieven waarvoor het bevoegd gezag vóór 13 oktober 2023 met een positief principebesluit schriftelijk verklaard heeft dat medewerking verleend zal worden aan het initiatief en mits verzekerd is dat het project uiterlijk 1 januari 2030 gerealiseerd zal zijn. op

niet nodig

De zelfstandige opstelling van zonnepanelen

wordt uitsluitend toegestaan in de vorm van tijdelijk (mede)gebruik van gronden en als: de maatschappelijke meerwaarde is aangetoond; het verlies van ecologische of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd

20

door investeringen in ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; en de zelfstandige opstelling van zonnepanelen plaatsvindt op gronden binnen het Natuur Water is compensatie ontwikkelingsperspectief Ondernemen met en , de gericht op de versterking van de kwaliteit van natuur , water en landschap. Een ruimtelijk plan voor een dergelijk initiatief moet een onderbouwing van de maatschappelijke meerwaarde bevatten , die ingaat op: de mate waarin sprake is van meervoudig ruimtegebruik; maatregelen die getroffen worden om de impact op de omgeving te beperken of te compenseren; de mate waarin wordt aangesloten op de gebiedskenmerken die van toepassing zijn op de locatie zelf en de omgeving; en de bijdrage die geleverd wordt aan maatschappelijke doelen. Bij voorliggende ontwikkeling is sprake van een concreet initiatief waarvoor door het college van burgemeester en wethouders reeds voor 13 oktober 2023 een positief principebesluit is afgegeven (te weten 5 december 2022). Het initiatief heeft betrekking op een tijdelijke zonnetuin. De zonnetuin wordt zodanig ingericht dat deze zonder schade toe te brengen aan het landschap en de flora en fauna , eenvoudig weer verwijderd kan worden. Er is geen sprake van bedrijfsmatige exploitatie , maar alleen opwekking ten behoeve van de eigen energievoorziening.

Deze eigen energievoorziening is ook noodzakelijk , omdat er geen capaciteit is om het recreatiepark aan te sluiten op het energienet. Het initiatief hangt samen met de herontwikkeling van het recreatiepark. Zonder de energievoorziening kan het recreatiepark ook niet worden herontwikkeld. De herontwikkeling van het recreatiepark zal voor een kwaliteitsimpuls zorgen. Er komen geen zonnepanelen op de recreatiewoningen. Het oppervlak aan daken is niet groot genoeg om te voorzien in de gehele energievoorziening van het park. Deze zou slechts kunnen voorzien in een fractie van het vermogen dat nodig is. De zonnetuin is daarom sowieso nodig. Als de panelen op de daken van de recreatiewoningen zou worden geplaatst , dan kan de oppervlakte van de zonnetuin kleiner worden. Deze minimalisering is echter zo gering dat dit niet opweegt tegen het toepassen van een groen dak op de recreatiewoningen. Wanneer zonnepanelen zouden worden toegepast op de daken , dan zou er geen groen dak meer kunnen worden toegepast. Om die reden is er gekozen om voorkeur te geven aan de ruimtelijke kwaliteit van de recreatiewoningen (groene en duurzame uitstraling) , in plaats van het toepassen van zonnepanelen op de daken. De zonnetuin wordt zodanig ingericht dat deze zonder schade toe te brengen aan het landschap en de flora en fauna , eenvoudig weer

verwijderd kan worden. De zonnetuin wordt landschappelijk ingepast , waarbij de bestaande waarden en structuren uit de omgeving zijn gebruikt. De aanwezige en omliggende houtsingels worden doorgetrokken en/of aangeheeld. De bestaande kavelstructuur is in het ontwerp behouden en af te lezen in het landschap. Tussen de panelen is ruimte voor wilde bloemenmengsel met een extensief maaibeleid. Dit heeft een positief effect op de biodiversiteit. Met het initiatief is sprake van een versterking van de ruimtelijke kwaliteit. De aanleg van dit zonnetuin zal daarnaast bijdragen aan de toevoeging van duurzame energiebronnen. De uitvoering van het landschapsplan zal als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning.

Gebiedsspecifieke beleidskeuzes (of) Het besluitgebied is gelegen in het gebiedstype 'Nationaal Landschap Noordoost-Twente'. Dit is in navolgende afbeelding weergegeven , waarbij het besluitgebied met een zwart kader is weergegeven.

21

Uitsnede laag gebiedsspecifieke beleidskeuzes (of)

De kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Noordoost-Twente zijn:

het samenhangend complex van beken , essen , kampen en moderne ontginningen; de grote mate van kleinschaligheid; het groene karakter. In het Nationaal Landschap Noordoost-Twente geldt , met uitzondering van de zoekgebieden , een beperking voor nieuwe windturbines. Voor het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Daarbij zijn de bestaande waarden en structuren uit de omgeving gebruikt. De aanwezige en omliggende houtsingels worden doorgetrokken en/of aangeheeld. De bestaande kavelstructuur is in het ontwerp behouden en af te lezen in het landschap.

Ontwikkelingsperspectieven (waar) Het grootste deel van het besluitgebied behoort tot het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen , waarbij het besluitgebied met zwart kader is weergegeven.

22

Uitsnede perspectievenkaart

Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij , akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur , recreatie , wonen en andere bedrijvigheid. De realisatie van een zonnetuin , dat landschappelijk wordt ingepast , past binnen de beleidsuitgangspunten van het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Aan de zuidzijde van het besluitgebied geldt het ontwikkelingsperspectief 'Zone Ondernemen met Natuur en Water'. Het ontwikkelingsperspectief Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur- , water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die , naast biodiversiteit , betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken , biedt de provincie ruimte aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. Binnen de Zone ONW buiten het natuurnetwerk is ruimte voor economische dragers die in harmonie met de natuur- , water- en landschappelijke kwaliteiten plaats kunnen vinden.

De provincie ziet kansen voor bijzondere functiecombinaties zoals landbouw en natuur , specifieke vormen van verblijfsrecreatie , nieuwe landgoederen en wonen en werken met versterking van natuur- en/of waterkwaliteit. Aan de zuidzijde van het projectgebied is naast de zonnetuin een dagrecreatieterrein voorzien ten behoeve van het recreatiepark. Deze functie sluit goed aan bij ambitie van de provincie om functies als recreatie en natuur- en landschapontwikkeling te combineren.

Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag , laag van het agrarisch-cultuurlandschap ,

stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Navolgend wordt ingegaan op de relevante gebiedskenmerken. Natuurlijke laag Het besluitgebied is gelegen in het gebiedstype 'Hoogveengebieden'. Dit is in navolgende afbeelding weergegeven , waarbij het besluitgebied met een zwart kader is weergegeven.

23

Uitsnede natuurlijke laag

Voor deze laag geldt de ambitie om de hoogveenrestanten in stand te houden en op een aantal plekken het hoogveen opnieuw tot groei te brengen. Het open natte karakter is hierbij een belangrijke kwaliteit. De inzet is op de randen tussen de hoogveenrestanten en de hoogveenontginningsgebieden de hoogveenontginningsgebieden landschappelijk leesbaar te maken als ontgonnen deel van het oorspronkelijk veenlandschap. Zo ontstaat een samenhangend en leesbaar landschap in de

hoogveengebieden en een overgang naar heide en schaalgraslanden eromheen. Voor het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. Daarbij zijn de bestaande waarden en structuren uit de omgeving gebruikt. De aanwezige en omliggende houtsingels worden

doorgetrokken en/of aangeheeld. Laag van het agrarisch cultuurlandschap Het besluitgebied

is gelegen

in het gebiedstype

'Veenkoloniaal landschap'. Dit is in navolgende afbeelding weergegeven , waarbij het besluitgebied met een zwart kader is weergegeven.

Uitsnede laag van het agrarisch cultuurlandschap

24

Voor deze

laag geldt de ambitie om de aantrekkelijkheid , de leefbaarheid en kwaliteit van de veenkoloniale landschappen te versterken. De opgave is aan de grote maat , de vergezichten en de schoonheid van de moderne landbouw , nieuwe , op leefbaarheid en economische veerkracht gerichte , ontwikkelingen te koppelen. Daarmee kan tevens het contrast tussen de grote open ruimtes en verdichte zones (linten en kanaaldorpen) worden versterkt. Ruimtelijke aanknopingspunten hiervoor zijn ondermeer de relicten van het hoogveen , de formele kanalen en wijkenstructuur met mooie bruggen , royale laanbeplantingen en daaraan de soms landgoedachtige buitens , villa's en herenboerderijen. De ambitie is verder de landschappelijke kwaliteiten voor weidevogels in stand te houden en te versterken , waaronder de aanwezige openheid en hoog waterpeil. Aandacht voor bijzondere architectuur en vormgeving van nieuwe bruggen en kunstwerken gegeven vorm aan de identiteit van het gebied. De maat en schaal van het veenkoloniaal landschap biedt kansen voor de ontwikkeling van grote clusters windturbines. Hierbij wordt de beschikbare ruimte optimaal benut en rekening gehouden met toekomstige clusters. De ontwikkeling van grote clusters windturbines kan een impuls geven aan de kwaliteit van dit landschap. Voor het initiatief is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld.

Daarbij zijn de bestaande waarden en structuren uit de omgeving gebruikt. De aanwezige en omliggende houtsingels worden doorgetrokken en/of aangeheeld. De bestaande kavelstructuur is in het ontwerp behouden en af te lezen in het landschap.

Conclusie De ontwikkeling is in lijn met de uitgangspunten van het provinciaal beleid. 3. 1. 3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' In de gemeente Tubbergen werken inwoners en gemeente binnen Mijn Dorp 2030 al een aantal jaren samen aan het leefbaar houden van de kernen. Deze manier van werken past goed in de werkwijze die met de invoering van de Omgevingswet voor de fysieke leefomgeving steeds belangrijker wordt. De eerste stap hierbij is het opstellen van de Omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én het buitengebied , over gezondheid , veiligheid en duurzaamheid. Het gaat over wat we willen behouden , versterken en ontwikkelen. De

omgevingsvisie is opgedeeld in een stappenplan. MijnOmgevingsvisie gaat in op:

waardenkaart , speerpunten , kernprincipes

en

in

het

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart). Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt , als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen , leven , ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies , zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's.

Buitengebied in balans toekomstgerichte agrarische sector; goede staat van natuur en landschap; kwalitatief toerisme.

25

Leefbare kernen voldoende voorzieningen; aantrekkelijk wonen; ruimte voor ondernemen; leefbare openbare ruimte. Leefomgeving van de toekomst energieneutraal in 2050; duurzaam beheer; gezonde leefomgeving veilige leefomgeving. Voor voorliggend initiatief zijn de speerpunten 'kwalitatief toerisme' en 'energieneutraal in 2050' van belang. Kwalitatief toerisme De gemeente wil werken aan kwalitatief toerisme door middel van toerismespreiding en het behouden van een vitaal verblijfsaanbod. Dit doet de gemeente door:

goede balans te bewaken tussen de landschapskwaliteiten van ons gebied , de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector; mogelijkheden te bieden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid; projecten en ideeën te verwelkomen gericht op toerisme of dagrecreatie als ze een aanvulling zijn op het bestaande aanbod , gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoensverlenging; toeristisch interessante locaties in te richten in zowel de kernen als in het buitengebied. Energieneutraal in 2050 een

De gemeente Tubbergen wil in 2050 energieneutraal zijn. Energieneutraal betekent dat er evenveel energie duurzaam opgewekt wordt als dat er gebruikt wordt. Zo wordt de verandering van het klimaat beperkt. Iedereen is daarbij nodig. De stappen die moeten worden genomen om energieneutraal te worden , heet de energietransitie. Dit wordt gedaan door:

zoveel mogelijk energie te besparen , de energie die we gebruiken uit duurzame bronnen te halen. Voorbeelden van duurzame energie zijn zonne-energie , windenergie , energie uit omgevingswarmte (bodem , lucht of water) en energie uit biomassa (bijvoorbeeld snoeihout en mest) , als er nog traditionele energiebronnen worden gebruikt (zoals aardgas) , dit zo slim en schoon mogelijk te doen. Waardenkaart Voor voorliggend initiatief is tevens getoetst aan de waardenkaart behorende bij de omgevingsvisie. De kleur op de waardenkaart geeft een indicatie van de ontwikkelruimte weer. Het laat zien met welke waarden initiatiefnemers rekening mee moeten houden en op in kunnen spelen. Het zorgt ervoor dat er

goed gesprek op gang komt over het initiatief. Of een initiatief daadwerkelijk gerealiseerd kan worden , is afhankelijk van de invulling van het initiatief , de samenhang met de omgeving en de geldende kaders. Hieronder is een uitsnede van de waardenkaart weergegeven. Het besluitgebied is hierin omlijnd met zwarte belijning. een

26

Uitsnede waardekaart Omgevingsvisie Tubbergen

Het besluitgebied ligt in middelgroen landschap: In de gebieden met de tussenkleur groen zijn waarden aanwezig voor modern , agrarisch gebruik alsmede landschapswaarden die van belang zijn voor natuur , beleving en recreatie. De waarden van dit gebied zijn:

afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historisch herkenbare vormen van percelen , wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; veel variatie in beplanting en grondgebruik; recreatieve belevingswaarde. Om deze redenen moet er worden ingespeeld op: de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; vasthouden van water; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op recreatie. Voorliggend initiatief speelt in op het behouden van natuurwaarden en cultuurhistorie door het aanleggen van nieuw groen en het behouden van cultuurhistorische lijnen. Daarnaast wordt er ingespeeld op de versterking van de biodiversiteit door de realisatie van groen dat passend is bij de omgeving. Daarbij heeft de huidige agrarische functie een lage natuurwaarde en daarom zal de landschappelijke inrichting van de zonnetuin een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Ook wordt er aan de hand van het dagrecreatieterrein een bijdrage geleverd aan de belevingswaarde gericht op recreatie.

Buitengebied met kwaliteit In 2023 is door de gemeente Tubbergen het Ruimtelijk beleid 'Buitengebied met kwaliteit' vastgesteld. Het buitengebied kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw , natuur , toerisme en bedrijvigheid , recreatie en wonen , al deze functies vragen om ruimte. Al deze functies leggen samen

27

veel druk

het buitengebied. Daarom wordt voor de toepassing van deze beleidsregel het de goede functies op de goede plek. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. op

uitgangspunt gehanteerd:

In paragraaf 1. 3 van het beleidsdocument is opgenomenen dat de beleidsregels niet van toepassing zijn op o. a. zonne- en windparken.

Ontwikkelingsmogelijkheden grootschalige zonnevelden in Noordoost-Twente Het besef groeit dat de manier waarop de gemeente op dit moment voorziet in de energiebehoefte risico's met zich meebrengt voor onze toekomst. Hierbij denkt de gemeente aan het veranderende klimaat , schaarste aan fossiele brandstoffen en afhankelijkheid van andere landen. Dit maakt dat ook de Noordoost Twentse (NOT) gemeenten willen bijdragen aan de energietransitie. De energietransitie houdt in dat de gemeente geen gebruik meer maken van fossiele brandstoffen , zoals aardgas , kolen en benzine , maar energie willen halen uit hernieuwbare bronnen zoals de zon , wind , biomassa en uit de ondergrond. Daarnaast ziet de gemeente in de energietransitie kansen voor de lokale economie en de

leefbaarheid van onze kernen. Binnen Noordoost Twente wordt samengewerkt aan de energietransitie. Daarvoor heeft de gemeente het doel om in 2023 20% duurzame opwekking (elektriciteit en warmte samen) te realiseren in aansluiting op de ambitie van de provincie Overijssel. Hiervoor hebben de vier gemeenten op 15 november 2016 het ambitiedocument ondertekend.

Kleinschalige veldopstellingen In artikel 1. 4 staat dat bij kleinschalige initiatieven voor een veldopstelling , die alleen voorzien in de eigen energiebehoefte van de initiatiefnemer , kan het college van Burgemeester en Wethouders besluiten medewerking te verlenen , wanneer er geen mogelijkheden zijn om de aanwezige daken te beleggen met zonnevelden. Daarvoor zijn de richtlijnen die in deze notitie staan beschreven niet direct van toepassing. In dat geval is het reguliere gemeentelijke ruimtelijke toetsingskader van toepassing. Casco benadering Noordoost-Twente De gemeente Tubbergen hanteert , vooral ter bescherming van het bestaande landschap , het casco beleid. Door het casco beleid is het mogelijk om via een kaart te achterhalen of een ontwikkeling wel of niet in strijd is met elementen welke tot de casco behoren. Elementen als onderdeel uitmakend van de casco zijn in principe niet te verwijderen (groene lijnen/vlakken op de kaart) of dienen minstens gecompenseerd te worden. De casco-kaart ter plaatse van het besluitgebied geeft het volgende beeld , hierin is het besluitgebied aangeduid met zwarte belijning. Het besluitgebied heeft geen casco elementen.

28

Uitsnede casco-kaart

Bindend adviesrecht gemeenteraad De gemeenteraad heeft gevallen aangewezen waarvoor een bindend advies van de gemeenteraad is vereist. Dit is onder meer het geval bij zonnevelden , voorzover deze groter zijn dan 50 m.2 In voorliggend geval is sprake van een zonneveld met een grotere omvang. Om die reden is het advies van de gemeenteraad vereist.

Toetsing gemeentelijk beleid realisatie van de zonnetuin , de containers en het dagrecreatierrein is onderdeel van de herontwikkeling van camping Het Berkenven tot Recreatiepark De Oude Venen. De herontwikkeling van het recreatiepark zal voor een kwaliteitsimpuls ter plaatse zorgen en voor een verbetering van het toeristisch-recreatieve aanbod in de gemeente Tubbergen. De zonnetuin wordt aangelegd om te kunnen voorzien in de eigen energievoorziening. De zonnetuin draagt daarmee bij aan het doel om in 2050 energieneutraal te zijn. Het initiatief wordt landschappelijk ingepast , waarbij de bestaande waarden en structuren uit de omgeving zijn gebruikt. De aanwezige en omliggende houtsingels worden doorgetrokken en/of aangeheeld. De bestaande kavelstructuur is in het ontwerp behouden en af te lezen in het landschap. Tussen de panelen is ruimte voor wilde bloemenmengsel met een extensief maaibeleid. Dit heeft een positief effect op de biodiversiteit. De

Wat betreft de Ontwikkelingsmogelijkheden grootschalige zonnevelden in Noordoost-Twente , gaat het bij voorliggend initiatief om de energiebehoefte van het recreatiepark zelf. Er komen geen zonnepanelen op de recreatiewoningen. Het oppervlak aan daken is niet groot genoeg om te voorzien in de gehele energievoorziening van het park. Deze zou slechts kunnen voorzien in een fractie van het vermogen dat nodig is. De zonnetuin is daarom sowieso nodig. Als de panelen op de daken van de recreatiewoningen zou worden geplaatst , dan kan de oppervlakte van de zonnetuin kleiner worden. Deze minimalisering is echter zo gering dat dit niet opweegt tegen het toepassen van een groen dak op de recreatiewoningen. Wanneer zonnepanelen zouden worden toegepast op de daken , dan zou er geen groen dak meer kunnen worden toegepast. Om die reden is er gekozen om voorkeur te geven aan de

29

ruimtelijke kwaliteit van de recreatiewoningen (groene en duurzame uitstraling) , in plaats van het toepassen van zonnepanelen op de daken. De zonnetuin wordt zodanig ingericht dat deze zonder schade toe te brengen aan het landschap en de flora en fauna , eenvoudig weer verwijderd kan worden. De casco elementen (uit het Casco-beleid) rondom het besluitgebied zullen worden behouden en versterkt door de inpassing van het initiatief. De ontwikkeling heeft dus geen negatieve gevolgen voor bestaande casco elementen , maar voorziet juist in een versterking van het aanwezige landschappelijke raamwerk. Daarmee geeft de planvorming goede invulling aan de doelstellingen van het Casco-beleid. De ontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van het gemeentelijk beleid.

3. 2

Omgevingsaspecten

Ten behoeve van het initiatief moet de uitvoerbaarheid van het plan worden aangetoond. Het al dan niet voldoen aan verschillende randvoorwaarden en uitgangspunten is bepalend voor de vraag of het initiatief ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hierbij moet worden gedacht aan onder meer milieuaspecten als geluid , bodem en hinder van bedrijven , water , externe veiligheid , archeologie en economische haalbaarheid. De beoogde ontwikkeling is op deze aspecten getoetst. In dit hoofdstuk is aangegeven wat hiervan de resultaten zijn. 3. 2. 1

Milieu-effectrapportage

Algemeen Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (verder: Besluit m. e. r. ). De activiteiten zijn onderverdeeld in: 1.

activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de

bijlage bij Besluit m. e. r. ); 2.

activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m. e. r. ). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het ruimtelijk plan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m. e. r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt , geldt een m. e. r. -plicht. Wanneer het ruimtelijk plan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m. e. r. geldt een m. e. r. -beoordelingsplicht. Een m. e. r. -beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan

hebben voor het milieu. Gevolg van dat laatste is dat in een ruimtelijk plan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt , gemotiveerd moet worden of een m. e. r. -beoordeling nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m. e. r. -beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m. e. r. -beoordeling gehanteerd. Toetsing Uit de uitspraak van de Raad van State (ABRvS 14 augustus 2019 , ECLI:NL:RVS:2019:2770) blijkt dat een zonnetuin met bijbehorende accu's ten behoeve van energieopslag niet valt onder het Besluit milieueffectrapportage. Een zonnetuin wordt niet gezien als activiteit die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m. e. r. . Een zonnetuin is namelijk volgens de Raad van State geen:

landinrichtingsproject; geen stedelijk ontwikkelingsproject en ook; geen industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit , stoom en warm water. Een terrein voor dagrecreatie kan worden aangemerkt als " De aanleg , wijziging of uitbreiding van:

30

a.skihellingen , skiliften , kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen; b. jachthavens. c. vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen , d. permanente kampeer- en caravanterreinen , of e. themaparken. " als genoemd in onderdeel D. 10 van de bijlage van het Besluit m. e. r. . Bij de activiteit zijn drie relevante indicatieve drempelwaarden opgenomen , namelijk: 250. 000 bezoekers of meer per jaar; een oppervlakte van 25 hectare of meer; 100 ligplaatsen of meer of; een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. De locatie van de zonnetuin en dagrecreatieterrein heeft een oppervlakte van circa 24, hectare en ligt buiten een gevoelig gebied. De activiteit valt daarmee ruim beneden de gestelde drempelwaarde (oppervlakte van 25 hectare of meer) , waardoor geen sprake is van een directe m. e. r. -(beoordelings)plicht. Dit betekent concreet dat het bevoegd gezag zich ervan moet vergewissen of de activiteit , wanneer deze onder de drempelwaarden zit , daadwerkelijk geen belangrijke nadelige milieugevolgen kan hebben , waarbij het in het bijzonder moet worden nagegaan of sprake is van de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de Europese Richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling. Dit is de zogenaamde vormvrije m. e. r. -beoordeling.

Bij het bepalen van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu wordt , conform de Bijlage III van de Europese Richtlijn , ingegaan op de volgende onderdelen:

de kenmerken van het project; de plaats waar de activiteit wordt verricht; de kenmerken van het potentiële effect. De kenmerken van het project Het initiatief voorziet in de realisatie van een zonnetuin , dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag ten behoeve van een recreatiepark dat reeds planologisch mogelijk is. De plaats waar de activiteit wordt verricht Het besluitgebied is gelegen in het noordwesten van de gemeente Tubbergen nabij het dorp De Pollen en op circa 4 km ten noordwesten van de kern Geesteren. Het besluitgebied ligt ten zuiden van en aangrenzend aan (de te herontwikkelen) camping Het Berkenven. Deze camping is gelegen aan de Oude Hoevenweg. Het besluitgebied ligt op circa 160 m ten zuidoosten van het Natura 2000-gebied

Engbertsdijksvenen. De kenmerken van het potentiële effect De

omvang van het project ligt ver beneden de voor de m. e. r. -beoordeling gedefinieerde drempelwaarden. Het dagrecreatieterrein is ondergeschikt aan de functie van het reeds mogelijke recreatiepark en bedoeld voor gasten van het park. Zij kunnen hier bijvoorbeeld voetballen en picknicken. Het dagrecreatieterrein zal op zichzelf dus niet zorgen van een toename van het aantal personen op het recreatiepark.

Op grond van de kenmerken van het initiatief en de ligging , kan het initiatief in potentie invloed hebben op omliggende beschermde natuurgebieden. In paragraaf 3. 2. 10 wordt nader ingegaan op het aspect beschermde natuurgebieden in relatie tot het initiatief. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van een negatief effect. In de navolgende paragrafen van dit hoofdstuk is aangetoond dat voor deze ontwikkeling eveneens geen sprake is van negatieve effecten op overige milieu aspecten.

Conclusie Op grond van het voorgaande wordt geconcludeerd dat mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu als gevolg van de herontwikkeling van het besluitgebied kunnen worden uitgesloten. De omgevingsvergunning kan zonder m. e. r. (-beoordeling) worden verleend.

31

3. 2. 2

Bodem

Algemeen Op grond van artikel 3. 1. 6 van het Besluit ruimtelijke ordening dient bij elke ruimtelijke ontwikkeling aangetoond te worden dat de bodem en het grondwater geschikt zijn voor het beoogde gebruik. Hiertoe is het uitvoeren van een verkennend milieukundig bodemonderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek moet uitwijzen of de locatie mag worden aangewend voor de gewenste ontwikkeling.

Toetsing In de huidige situatie zijn de gronden agrarisch in gebruik. De gronden zullen in de toekomst in gebruik worden genomen als zonnetuin , dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag. Deze functie zonnetuin wordt niet als gevoeliger aangemerkt dan de bestaande functie. Dagrecreatie wordt wel beschouwd als een gevoeligere functie dan agrarisch gebruik. Op basis van de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart kan het besluitgebied als onverdacht worden aangemerkt (het is nooit bebouwd geweest). Met het oog op het voorgenomen (tijdelijke) gebruik voor een dagrecreatieterrein is geen

verder onderzoek noodzakelijk. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het initiatief. 3. 2. 3

Geluid

Algemeen De mate waarin het geluid , veroorzaakt door het wegverkeer en/of door industrie , onder andere het woonmilieu mag belasten , is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet volgens de Wgh worden aangetoond dat gevoelige functies , zoals een woning , een aanvaardbare geluidsbelasting hebben als gevolg van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen. Indien nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan , stelt de Wgh de verplichting akoestisch onderzoek te verrichten naar de geluidsbelasting ten gevolge van omliggende (spoor)wegen en industrieterreinen.

Toetsing In het besluitgebied wordt een zonnetuin , dagrecreatie en containers ten behoeve van accu's voor energieopslag gerealiseerd. Deze functies betreffen geen geluidgevoelig object/terrein. Een onderzoek

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1397/documents/26966