CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Perspectiefnota Tubbergen 2026.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 8 juli 2025, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Perspectiefnota 2026 Tubbergen10.435 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Perspectiefnota 2026 Gemeente Tubbergen

Inhoudsopgave Inleiding ................................................................................................................................. 3 Financieel perspectief............................................................................................................ 4 Meerjarig saldo begroting 2025 .......................................................................................... 4 Mutaties bestaand beleid ................................................................................................... 5 Intensiveringen .................................................................................................................12 Stap 2 - op weg naar een sluitende meerjarenbegroting ...................................................15 Herzien meerjarig saldo na maatregelen ..............................................................................22 Reserves ..............................................................................................................................23 Perspectief Lokale Lasten ....................................................................................................26

2

Inleiding Voor u ligt de perspectiefnota 2026 van de gemeente Tubbergen. De focus in deze perspectiefnota ligt volledig op het financiële perspectief en dan vooral op het toewerken naar een gezond financieel meerjarig perspectief. In de begroting 2025 hebben we daartoe een eerste aanzet (stap 1) gegeven en ook een doorkijk gegeven naar de volgende stappen. Stap 1 die is uitgewerkt en opgenomen in de begroting 2025 heeft ervoor gezorgd dat we een reëel en structureel sluitende begroting 2025 hebben. De stappen 2 en 3 richten zich achtereenvolgens op het reel en structureel sluitend maken van de meerjarenbegroting en het zoeken naar (financiële) ruimte voor nieuwe ambities, nieuw beleid en intensiveringen van beleid. In de begroting 2025 is eveneens aangegeven dat de raad in het voortraject wordt betrokken bij de verdere uitwerking van deze beide stappen. Om hier invulling aan te geven zijn de afgelopen maanden de volgende raadsbijeenkomsten gehouden: • 3 februari 2025 -> informeren van de raadsleden over de meest recente financiële stand van zaken waarbij ook de lijnen van het college zijn weergegeven voor wat betreft: o De intensiveringen waar geen structurele ruimte voor is o Het sluitend maken van de meerjarenbegroting (stap 2) o De (totstandkoming van de) notitie beïnvloedbare kosten •

26 maart 2025 -> informeren van de raadsleden over: o Financiële problematiek Stichting Sport & Recreatie Tubbergen (zwembad De Vlaskoel) en mogelijke toekomstscenario’s en de lijn van het college o Scenario’s centrumontwikkeling en de lijn van het college

Voordat de verschillende geschetste lijnen door het college worden omgezet in concrete voorstellen als onderdeel van de perspectiefnota heeft het college de raad de gelegenheid gegeven te reageren. Uit de reacties die vanuit een aantal fracties zijn binnengekomen blijkt instemming met de lijnen die het college heeft gepresenteerd tijdens de beide raadsbijeenkomsten. Als onderdeel van deze reacties zijn ook een aantal aanvullende suggesties gedaan om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting. Hier hebben wij kennis van genomen. Mochten de indienende fracties deze aanvullende suggesties uitgewerkt willen zien dan zullen zij dat tijdens de behandeling van de perspectiefnota 2026 moeten inbrengen. Op deze manier denken wij recht te doen aan de gegeven reactie waarbij we ook ruimte geven aan de overige fracties om hun mening te geven. Zoals aangegeven ligt de focus in deze perspectiefnota volledig op het financiële perspectief en dan vooral op het toewerken naar een gezond financieel meerjarig perspectief. Slechts een aantal majeure ontwikkelingen zoals de (financiële) problematiek SSRT, toekomst Twenteboard, inzet dorpsondersteuners, civiele kunstwerken hebben een plek gekregen in deze perspectiefnota. Dat wil uiteraard niet zeggen dat er geen andere ontwikkelingen zijn waar het college graag mee aan de slag zou willen.

Enerzijds biedt de financiële positie hier op dit moment geen dan wel onvoldoende ruimte voor en anderzijds is het college zich er ook van bewust dat deze perspectiefnota 2026 en later de begroting 2026 de laatste van de huidige raadsperiode is. Enige terughoudendheid voor wat betreft het opstarten van nieuwe projecten en inspanningen past daar volgens het college wel bij. In het overdrachtsdocument naar de nieuwe raadsperiode komt het college uiteraard wel met een overzicht van trends en ontwikkelingen die spelen en die wellicht gevolgen hebben voor de gemeente Tubbergen.

3

Financieel perspectief In dit hoofdstuk geven we het verloop en de opbouw van het financieel perspectief weer. In samenvattende zin ziet het verloop en de opbouw van het financieel perspectief en daarmee ook de opbouw van dit hoofdstuk er als volgt uit: Herzien meerjarig saldo Tubbergen begroting 2025 Totaal mutaties bestaand beleid Totaal intensiveringen Totaal maatregelen Herzien meerjarig saldo Tubbergen na maatregelen

2025 0 338 232 570

2026 -1.404 752 667 15

2027 -1.127 643 947 462

2028 -1.215 -245 1.283 -178

2029 -1.009 -242 1.283 31

In het vervolg van dit hoofdstuk worden de verschillende onderdelen die leiden tot het uiteindelijke herziene meerjarige saldo (na maatregelen) benoemd en toegelicht.

Meerjarig saldo begroting 2025 Voor deze perspectief nemen we het herziene meerjarige saldo van het laatst vastgestelde document als vertrekpunt. Dat is in dit geval de begroting 2025. Herzien meerjarig saldo Tubbergen begroting Herzien meerjarig saldo Tubbergen begroting 2025 Storting in algemene reserve Herzien meerjarig saldo Tubbergen begroting 2025

2025 374 -374 0

2026 -1.404

2027 -1.127

2028 -1.215

2029 -1.009

-1.404

-1.127

-1.215

-1.009

In het herziene meerjarige saldo uit de begroting 2025 zijn de maatregelen vanuit stap 1 – sluitend maken van de jaarschijf 2025 verwerkt. De uitwerking van de stappen 2 en 3 waartoe bij de begroting 2025 is besloten hebben we een plek gegeven in deze perspectiefnota in de paragraaf met de naam “stap 2 – op weg naar een sluitende meerjarenbegroting”.

4

Mutaties bestaand beleid In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Mutaties bestaand beleid Septembercirculaire 2024 - hogere algemene uitkering - te ramen (stel)posten - te ramen taakmutaties Decembercirculaire 2024 - aanpassen volume acress Voorjaarsnota 2025 Rijk - extra geld jeugd - correctie geld jeugd vanuit aanvullende post Beleidsplan Civiele kunstwerken 2025-2029 Leges Sociaal Domein - jeugd - WMO - huishoudelijke ondersteuning Noaberkracht - doorwerking nieuwe CAO - regulier - doorwerking nieuwe CAO - overig - inzet stelpost looncompensatie en doorbelastingen - aanpassing prijsgevoelige budgetten aan indexering - inzet stelpost prijscompensatie - veilig en weerbaar tegen digitale dreigingen Migratie en Inburgering - uitbreiding formatie voor 2 jaar - inzet vanuit Noaberkracht - dekking vanuit rijksvergoeding en gereserveerde middelen Verbonden partijen - Samen Twente - kerntaken - Samen Twente - loon- en prijs - VRT - ODT - Recreatieschap - Stadsbank - Stelpost loon-en prijscompensatie verbonden partijen Dividenden - BNG - Twence - OLCT - Enexis - CSV Noodzakelijk onderhoud en beveiliging gemeentehuis Tubbergen - kosten - ontrekking aan reserve grootonderhoud Onderuitputting Kapitaallasten Overige

kleine(re) verschillen Totaal mutaties bestaand beleid

2025

2026

2027

2028

2029

89 -214 -36

589 -749 -30

517 -830 -19

491 -918 -16

494 -999 -18

62

82

137

192

246

371 0 25

851 76 7 25

841 71 7 25

0 80 7 25

0 115 7 25

-250 104

-250 104

-250 104

-250 104

-250 104

-330

0

-655 -14 669 -75 75 -19

-655 -14 669 -75 75 -39

-655 -14 669 -75 75 -39

-655 -14 669 -75 75 -39

-76 76

-130 130

-54 54

-20 -44 1 -57 -6 -11 160

-35 -44 1 -30 -6 -12 160

-35 -44 1 -30 -6 -13 160

-35 -44 1 -30 -6 -20 160

10

10

10

10

33 752

35 643

36 -245

37 -242

330

39

-3

35 32 11 11 2 -225 225 30 30 338

Septembercirculaire 2024 Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De septembercirculaire bevat informatie over de actualisatie van het accres (de ontwikkeling) op basis van de Miljoenennota. De algemene uitkering zoals die blijkt uit september- en de decembercirculaire nemen we mee in de perspectiefnota en de algemene uitkering volgens de meicirculaire is de 5

basis voor de begroting. Deze bestendige gedragslijn is afgestemd en akkoord bevonden door onze toezichthouder, de provincie Overijssel. De hoogte en omvang van de algemene uitkering uit de septembercirculaire 2024 laat het volgende meerjarige verloop zien: gemeente Tubbergen stand mei circulaire 2024 stand september circulaire 2024 Saldo

2025 38.923 39.012 89

2026 37.382 37.971 589

2027 38.353 38.870 517

2028 39.342 39.833 491

2029 40.518 41.012 494

Uit de septembercirculaire 2024 blijkt een hogere algemene uitkering uit het gemeentefonds. Deze hogere algemene uitkering wordt naast een aantal positieve bijstellingen van de (hoeveelheids)maatstaven en het aanpassen van de loon- en prijscompensatie vooral veroorzaakt door het schrappen van de taakstelling op de jeugdzorg. Ook zijn de aangekondigde gelden ter dekking van de extra kosten voor demografie Wmo vanaf het jaar 2026 aan het gemeentefonds toegevoegd en is een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarnaast is in de meicirculaire 2024 ook de integratie uitkering participatie naar boven bijgesteld en zijn een aantal zogenaamde taakmutaties verwerkt. Deze hogere algemene uitkering is naast een aantal taakmutaties vooral een gevolg van compensatie voor loon- en prijsaanpassingen. Voor de jaren tot en met 2026 bepaalt de Centraal Plan Bureau (CPB) raming van de loonvoet sector overheid, de index voor materiële overheidsconsumptie en overheidsinvesteringen de index voor loon- en prijsontwikkeling. Vanaf 2027 volgt de indexatie voor inflatie de prijs bbp van het lopend jaar. In de septembercirculaire 2024 zijn de LPO accressen voor de jaren 2025 tot en met 2029 bijgewerkt. Voor de gevolgen van loon- en prijsontwikkeling en een aantal aanpassingen ramen we stelposten.

Te ramen stelposten te ramen (stel)posten - indexatie WMO demografie - afboeken stelpost vergoeding jeugd - openbare bibliotheken - stelpost looncompensatie - stelpost prijscompensatie - participatie Totaal te ramen (stel)posten

2025

-100 -40 -55 -19 -214

2026 -60 -415 -100 -70 -85 -19 -749

2027 -123 -415 -175 -100 -17 -830

2028 -187 -424 -175 -115 -17 -918

2029 -254 -424 -175 -130 -16 -999

Indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 heeft het Rijk een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Hiervan is reeds melding gemaakt in de perspectiefnota 2025. Het kabinet heeft deze middelen inmiddels overgeheveld naar het gemeentefonds. Voor Tubbergen gaat het om een bedrag van € 60.000 in 2026 oplopend naar een structureel bedrag van € 254.000 vanaf 2029. Voor deze bedragen ramen we vooralsnog en stelpost. De mogelijke inzet van deze stelposten betrekken we bij het opstellen van de komende jaarbegrotingen. 6

Besparingsverlies Jeugd Het kabinet Rutte IV had besloten om te besparen op de jeugdzorg, oplopend tot een besparing van € 511 miljoen in 2027. Het kabinet Schoof kiest ervoor om deze besparing te laten vervallen en het bedrag weer toe te voegen aan het gemeentefonds. Omdat hiervoor een stelpost was opgenomen kan deze nu vervallen. Openbare bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Daarna zal een wettelijke zorgplicht voor gemeenten worden ingevoerd ten aanzien van de openbare bibliotheek. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Hiervoor is in 2025 en 2026 in totaal een bedrag van € 59,3 miljoen beschikbaar. Dit bedrag wordt over alle gemeenten verdeeld op basis van een bedrag van € 2,95 per inwoner. Voor kleinere gemeenten waar het bedrag per inwoner leidt tot een bedrag lager dan € 100.000 wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000. We ramen hiervoor een stelpost.

Participatie Bij de Voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om gemeenten te compenseren voor de bijzondere verhoging van het wettelijk minimumloon voor medewerkers in de Wet Sociale werkvoorziening (Wsw). Dit betreft een meerjarige reeks die toegevoegd wordt aan het Wswonderdeel in deze integratie-uitkering. De bedragen in de reeks lopen af met de afbouw van de Wsw tot 2048 en worden naar rato verdeeld via het verdeelmodel Integratie Uitkering (IU) Participatie. Dit alles betekent voor de gemeente Tubbergen met ingang van het jaar 2024 een hogere uitkering participatie. Conform bestaand beleid voegen wij deze hogere uitkering met ingang van het jaar 2024 toe aan de raming voor participatie / sociale werkvoorziening. Taakmutaties De taakmutaties die in de septembercirculaire 2024 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Tubbergen zijn: te ramen taakmutaties Kinderopvang SMI Wet op de lijkbezorging Wet betaalbare huur Bijstand jongerennorm Totaal te ramen taakmutaties

2025 -4 -32 -36

2026 -4 -4 -27 5 -30

2027 -5 -4 -15 5 -19

2028 -5 -4 -12 5 -16

2029 -9 -4 -10 5 -18

Kinderopvang Sociaal Medische Indicatie SMI De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Door verschillende ontwikkelingen is de SMI budgettair steeds meer onder druk komen te staan. Om dit te kunnen ondervangen, wordt het SMI budget in een aantal stappen verhoogd. Dit komt neer op een bedrag van € 4.000 in 2025 oplopend naar een structureel bedrag van € 9.000 vanaf 2029. Dit bedrag is functioneel geraamd op het product Kinderopvang SMI.

7

Wet op de lijkbezorging De inwerkingtreding van het wetsvoorstel van de modernisering van de Wet op de lijkbezorging (Wlb) is voorzien op 1 januari 2026. Ten behoeve van de financiering van de beoogde wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer is voor de periode 2026-2031 jaarlijks € 3,2 miljoen naar de algemene uitkering overgeheveld. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een bedrag van € 4.000 per jaar. Dit bedrag is functioneel geraamd op het product Lijkschouwing en uitvaarten. Wet Betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: • De maximale huurprijzen die gelden op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS). • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. De financiering bestaat uit een incidentele bijdrage van circa € 5,5 miljoen in 2024 voor de eenmalige kosten die gemeenten maken bij de implementatie van het wetsvoorstel.

Daarnaast ontvangen gemeenten een bijdrage voor het ontvangen en behandelen van meldingen en de handhaving op deze meldingen. Voor deze werkzaamheden ontvangen gemeenten vanaf 2024 een structurele bijdrage van circa € 6,5 miljoen per jaar. Vanwege de piekperiode in de eerste jaren na inwerkingtreding van de wet is er een aanvullende incidentele bijdrage beschikbaar. De incidentele middelen worden in de periode 2024-2028 uitgekeerd op basis van inschattingen van de piek. Daarmee wordt er zorg voor gedragen dat de gemeenten die naar verwachting veel meldingen zullen ontvangen, hiervoor ook gecompenseerd worden. De bedragen, die door de jaren heen fluctueren worden toegevoegd aan de begroting van Noaberkracht omdat de werkzaamheden in het kader van handhaving en toezicht van daaruit worden verricht voor de gemeente Tubbergen. Bijstand jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen. Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten.

Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een korting op de algemene uitkering van structureel € 5.000 vanaf 2026. Deze korting brengen wij in mindering op het budget bijzondere bijstand. Samenvatting Septembercirculaire 2024 Hogere algemeen uitkering Totaal te ramen (stel)posten Totaal te ramen taakmutaties Totaal

2025 89 -214 -36 -161

2026 589 -749 -30 -190

2027 517 -830 -19 -332

2028 491 -918 -16 -443

2029 494 -999 -18 -523

Decembercirculaire In de decembercirculaire is voor het accres een gecorrigeerde raming op basis van de revisie van het CBS opgenomen. Dit betreft feitelijk een correctie op de septembercirculaire 2024. 8

Voorjaarsnota 2025 Rijk Op vrijdag 18 april jl. heeft het kabinet zijn Voorjaarsnota bekend gemaakt. De inhoud van de Voorjaarsnota is van groot belang voor de financiële positie van gemeenten vanwege het ravijnjaar 2026 waarin gemeenten € 2,4 miljard minder ontvangen uit het gemeentefonds dan in 2025. Daarnaast zorgen de gestegen kosten aan de Jeugdzorg voor grote gaten in de begrotingen van gemeenten. De gemeenten hebben dan ook, voordat de Voorjaarsnota bekend werd, gedreigd om een juridische zaak aan te spannen tegen het Rijk vanwege de tekorten op de Jeugdzorg. Het positieve nieuws van de Voorjaarsnota is dat het Rijk budget heeft gevonden om de gemeenten enigszins tegemoet te komen. Het slechte nieuws is dat dit de gemeenten voorlopig alleen lijkt te helpen voor de jaren 2025, 2026 en 2027. Vanaf 2028 gaat het Rijk ervan uit dat gemeenten aanzienlijke besparingen op de Jeugdzorg kunnen realiseren en daarom worden gemeenten fors gekort vanaf 2028. Het zogenaamde “ravijnjaar” wordt dus niet opgelost maar verschoven van 2026 naar 2028. De exacte financiële gevolgen van de Voorjaarsnota van het Rijk worden door het Rijk verwerkt in de meicirculaire 2025 van het gemeentefonds. Deze circulaire nemen wij niet mee bij het opstellen van de perspectiefnota 2026 maar betrekken we bij het opstellen van de begroting 2026.

Gezien de impact van de besluitvorming op het gebied van jeugd kiezen we ervoor om het onderdeel uit de voorjaarsnota 2025 van het rijk wat betrekking heeft op jeugd wel mee te nemen in de perspectiefnota 2026. Hiervoor nemen we de tabel uit de voorjaarsnota 2025 van het Rijk als uitgangspunt.

Zoals uit de tabel blijkt en hiervoor al is gesteld wordt het zogenaamde “ravijnjaar” niet opgelost maar verschoven van 2026 naar 2028. Het ravijn wordt zelfs nog een beetje dieper in 2028. Onder de mutaties bestaand beleid hebben we de extra bijdragen over de jaren 2025, 2026 en 2027 uit deze tabel meegenomen. Uiteraard hebben we daarbij rekening gehouden met de verschillende (stel)posten die we op grond van de hervormingsagenda jeugd al hadden opgenomen in onze meerjarenbegroting. Daarnaast nemen we ook de correctie op de rijksvergoeding voor jeugd via de aanvullende post (bij het rijk) mee. Voor wat betreft de doorwerking vanaf het jaar 2028 wachten we de meicirculaire 2025 af. Beleidsplan Civiele Kunstwerken 2025-2029 In de raadsvergadering van 15 april 2025 is het beleidsplan Civiele Kunstwerken 2025-2029 vastgesteld. Vooruitlopend hierop hadden we in eerdere P&C documenten al aanvullende ramingen opgenomen. Dit is zeer verstandig gebleken aangezien de meerjarig noodzakelijke lasten ten bedrage van € 173.000 nu opgevangen kunnen worden binnen de beschikbare ramingen. De raming blijkt zelfs € 7.000 te ruim.

9

Leges De werkelijke meerjarige legesopbrengsten blijken al een aantal jaar boven de raming te liggen. Wij stellen voor de raming daarop aan te passen. Dit levert een structurele meeropbrengst op van € 25.000 per jaar. Sociaal Domein jeugd Uit analyse bij de jaarrekening 2024 blijkt dat het aantal cliënten en daarmee ook de kosten op de twee duurste vormen van individuele ondersteuning jeugdzorg gestegen is in de tweede helft van het jaar. De verwachting is dat deze stijging (voor een deel) structureel is. Het budget voor individuele ondersteuning jeugdzorg wordt daarom structureel naar boven bijgesteld. Daarnaast bleek in de jaarrekening 2024 dat het aantal cliënten in bijzondere situaties (spoedhulp, GGZ crisis en Landelijke Transitie Arrangement - LTA) gestegen is. De verwachting is dat ook deze stijging (voor een deel) structureel is wat maakt dat ook deze budgetten naar boven moeten worden bijgesteld. Al met al een toename van de kosten voor jeugdzorg van € 250.000. Sociaal Domein Wmo In 2024 is het budget voor huishoudelijke ondersteuning structureel verhoogd op basis van de toen gemaakte prognose. De prognose blijkt achteraf niet juist, de stijging van de kosten heeft zich niet doorgezet in de tweede helft van het jaar 2024. Voor de jaren vanaf 2025 kan de raming weer wat naar beneden worden bijgesteld wat een voordeel oplevert van € 104.000.

Noaberkracht Het bestuur van Noaberkracht heeft de begroting 2026 van Noaberkracht vastgesteld en aangeboden aan de gemeente. Het college zal deze begroting 2026 doorgeleiden naar de raadsvergadering van juli 2025 waar de gemeenteraad de mogelijkheid heeft om eventuele zienswijzen in te dienen De financiële consequenties van deze begroting 2025 zijn doorvertaald in het meerjarige perspectief van de gemeente Tubbergen. Meest in het oog springend zijn de kosten van de nieuwe CAO voor het ambtelijk personeel en het aanpassen van een aantal reguliere kostenposten binnen Noaberkracht die hoger uitpakken als gevolg van de inflatie. Deze (doorbelaste) kosten dekken wij uit onze stelposten. Wel zijn er extra middelen benodigd vanuit de gemeenten om te voldoen aan de wettelijke plicht op het gebied van digitale dreigingen. In de begroting van 2024 van Noaberkracht is voor Digitale weerbaarheid een structurele post opgenomen die groeit van € 25.000 in 2024 tot € 60.000 in 2026 en de jaren daarna. Dit budget blijkt niet voldoende om te voldoen aan de wettelijke plicht om de veiligheid structureel te borgen. De inschatting is dat er uiteindelijk structureel zeker € 150.000,- nodig is. Hiervoor doet het bestuur van Noaberkracht een beroep op de beide deelnemende gemeenten. Migratie en inburgering Gemeenten stonden en staan voor forse uitdagingen op het gebied van migratie en inburgering.

Zowel beleidsmatig als uitvoerend en dan met name in de begeleiding. Beleidsmatig om te komen tot een eigen visie die uiteraard aansluit bij de wettelijke plicht maar ook om invulling te kunnen geven aan deze taak en te anticiperen op toekomstige ontwikkelingen. Hiervoor is 1 Fte aan extra beleidscapaciteit benodigd. In uitvoerende en dan met name in begeleidende zin hebben we op dit moment te maken met aantallen inburgeraars en statushouders waarop onze capaciteit niet berekend is. Hiervoor is 2 Fte aan extra capaciteit consulenten nodig. 10

Migratie en inburgering maakt een steeds groter onderdeel uit van de wettelijke taken van beide gemeenten. De omvang is evenwel op dit moment niet exact te duiden vandaar dat wordt voorgesteld om de geschetste formatie-uitbreiding in eerste instantie voor een periode van 2 jaar door te voeren. Dit betekent een kostenpost voor Noaberkracht van € 297.000 per jaar met een aandeel van Tubbergen daarin van € 130.000 per jaar. Dekking hiervoor kan gevonden worden in de verschillende budgetten voor migratie en inburgering waarover de gemeente beschikt. Verbonden partijen De begrotingen 2026 van de verschillende verbonden partijen zijn binnen en worden in gebundelde vorm voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraad. Behandeling in de gemeenteraad staat gepland voor de raadsvergadering van juni 2025. De financiële effecten van deze begrotingen nemen we in meerjarig perspectief mee in deze perspectiefnota 2026. Dividenden De Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) en de Algemene Leden Vergadering (ALV) van een aantal van de coöperaties, en vennootschappen waarin wij deelnemen hebben de jaarrekeningen 2024 vastgesteld. Hieruit blijkt een totaal hoger dividend van € 91.000 dan waarmee we in onze begroting 2025 rekening hadden gehouden. Het Openbaar Lichaam Crematoria Twente ziet zelfs kans het dividend in structurele zin met een bedrag van € 10.000 naar boven bij te stellen.

Noodzakelijk onderhoud en beveiliging gemeentehuis Tubbergen Uit verschillende inspecties blijkt dat een aantal installaties verouderd zijn en aan vervanging toe zijn. Daarnaast blijkt uit het “Beveiligingsplan gemeentehuis Tubbergen” dat de beveiliging niet geheel voldoet aan de veranderende samenleving en de toenemende agressie en aan de veranderende wet- en regelgeving op het gebied van de gegevensbescherming. Dit vraagt een investering van € 225.000 die kan worden gedekt uit de reserve groot onderhoud gemeentelijke gebouwen. Onderuitputting kapitaallasten Op grond van de werkelijke (investerings)cijfers uit de jaarverantwoording 2024 blijken licht lagere boekwaarden dan waarmee we in de begroting 2025 rekening hadden gehouden. Hierdoor zijn de kapitaallasten (rente en afschrijving) in 2025 lager. Overige kleine(re) verschillen Het betreft hier meerdere kleine(re) verschillen. Voorgesteld wordt in te stemmen met de benoemde en toegelichte mutaties bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid Rekening houdend met de mutaties op basis van bestaand beleid uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo: Herzien meerjarig saldo Tubbergen begroting 2025 Totaal mutaties bestaand beleid Totaal intensiveringen Herzien meerjarig saldo Tubbergen na intensiveringen

11

2025 0 338 0 338

2026 -1.404 752 0 -652

2027 -1.127 643 0 -484

2028 -1.215 -245 0 -1.460

2029 -1.009 -242 0 -1.251

Uit het herziene meerjarige saldo na mutaties bestaand beleid blijkt over de jaren 2025,2026 en 2027 een lichte verbetering van het financiële perspectief. Dit wordt zoals eerder al is toegelicht vooral veroorzaakt door de extra middelen jeugd die het Rijk heeft opgenomen in de voorjaarsnota. Het totaal van de besluitvorming uit deze voorjaarsnota van het Rijk heeft in financiële zin echter een incidenteel karakter. Het ravijnjaar wordt dus niet opgelost of verminderd maar vooral verschoven. Dat zien we duidelijk in 2028. Dat betekent dat we de stappen 2 en 3 waartoe we hebben besloten in de begroting 2025 onverkort moeten uitwerken en uitvoeren. Voordat we verder en dieper ingaan op de verdere uitwerking van deze beide stappen willen wij u eerst meenemen in een aantal onderwerpen die niet meerjarig in onze meerjarenbegroting zijn opgenomen. Wij hechten eraan u te informeren over deze onderwerpen en komen ook met voorstellen hoe wij willen omgaan met deze onderwerpen. Gezien de meerjarige financiële positie hebben onze voorstellen vooral een incidenteel karakter vandaar dat wij de volgende paragraaf “incidentele intensiveringen” hebben genoemd.

Intensiveringen Zoals wij in de vorige paragraaf hebben aangegeven willen wij u meenemen in een aantal onderwerpen die niet meerjarig in onze meerjarenbegroting zijn opgenomen. Het betreft hier de volgende onderwerpen: • Twente Board • Dorpsondersteuners • (financiële problematiek) Stichting Sport en Recreatie Tubbergen Twente Board De Twentse gemeenten werken in de Twenteboard samen om te komen tot sociaaleconomische structuurversterking, samen met het onderwijs en het bedrijfsleven. Bij aanvang (in 2021) is de intentie afgesproken om langjarig hierin te investeren als Twentse gemeenten. De gemeente heeft de dekking van deze gemeentelijke bijdrage geregeld tot en met 2026. Vanaf het jaar 2027 is er dus geen dekking voor de gemeentelijke bijdrage aan Twenteboard. Twenteboard financiert de uitvoeringsorganisatie Twente Board Development en de Agenda van Twente (tot en met 2027). Gedurende de looptijd van deze agenda worden projecten die bijdragen aan de regionale economische structuurversterking gesubsidieerd. Doordat we deze middelen als Twentse gemeenten bijeen hebben gelegd, hebben we ook twee Regiodeals (van € 30 miljoen en € 25 miljoen) met de Rijksoverheid kunnen sluiten, voor dergelijk Rijksgeld is immers cofinanciering vereist. De bijdrage per gemeente is dus vrij hoog, maar het levert de regionale economie dus ook veel op.

Gezien de looptijd van de Agenda van Twente (tot en met 2027) en de vereiste cofinanciering om in aanmerking te komen voor rijksgeld stellen we voor om de gemeentelijke bijdrage aan de Twente Board in ieder geval tot 2027 te continueren. De kosten hiervan ten bedrage van € 225.000 kunnen we dekken uit de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM). De besluitvorming over mogelijke verdere financiering van de Twente Board (structureel dan wel incidenteel) laten we over aan het nieuwe college en de nieuwe raad voor de komende 12

bestuursperiode. Uiteraard nemen we het onderwerp Twente Board op in het overdrachtsdocument dat we als huidig college na de verkiezingen in maart 2026 aanbieden aan alle nieuwe raadsleden. Voorgesteld wordt in te stemmen met het verlengen van de financiering van de Twente Board voor het jaar 2027 en het hiervoor benodigde bedrag van € 225.000 ten laste te brengen van de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen Dorpsondersteuners In 2024 zijn vier kernen gestart met de dorpsondersteuner. Het betreft hier een pilot voor een periode van twee jaar gefinancierd met incidenteel beschikbare middelen. Een structureel vervolg vraagt € 200.000 voor loonkosten, opleidings- en ondersteuningskosten en activiteitengeld. Een uitbreiding naar alle kernen van de gemeente Tubbergen vraagt aanvullend € 260.000 structurele middelen per jaar. Gezien de financiële positie van de gemeente Tubbergen is een dergelijke intensivering op dit moment niet mogelijk. Wel blijkt de dorpsondersteuner in een behoefte te voorzien en een belangrijke plek in het ondersteuningsnetwerk in te vullen. We zien door het toevoegen van de dorpsondersteuners ook een mogelijke en gedeeltelijke overlap met bestaande inzet ontstaan.

Dit biedt wellicht kansen om te komen tot een herijking van het ondersteuningsnetwerk waardoor er ook financiële ruimte zou kunnen ontstaan om de dorpsondersteuners te voorzien van structurele dekking. Om dit alles scherp te krijgen en ook afhankelijkheden en verbanden in beeld te brengen is echter nog wel wat extra tijd nodig. Vandaar dat wij voorstellen om een extra incidenteel bedrag van € 260.000 in de vorm van een transformatiebudget beschikbaar te stellen voor de dorpsondersteuners. Hiermee kunnen we de pilot dorpsondersteuners zowel in tijd als ook in omvang (Uitbreiding naar de kernen) op incidentele basis verlengen. Hiermee doen we de nodige extra ervaringscijfers op die noodzakelijk zijn om een besluit te kunnen nemen over het structureel voortzetten (en financieren) van de dorpsondersteuners. In het kader van de zoekrichting “herijking ondersteuningsnetwerk” die in de volgende paragraaf aan de orde komt doen we al wel een eerste suggestie. Voorgesteld wordt in te stemmen met het beschikbaar stellen van een transformatiebudget dorpsondersteuners voor een bedrag van € 260.000 en dit bedrag te dekken uit de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. (financiële problematiek) Stichting Sport en Recreatie Tubbergen Stichting Sport & Recreatie Tubbergen (SSRT) zit financieel in zwaar weer.

Door met name hoge energielasten en stijgende personeelskosten is het resultaat 2023 uiteindelijk € 422.000 negatief geworden. Dit heeft een liquiditeitstekort en een negatief eigen vermogen tot gevolg. Bovendien is de huidige budgetsubsidie ontoereikend om meerjarig de exploitatielasten te dekken. Om sluiting van het zwembad te voorkomen, is er een reparatie van het eigen vermogen nodig van € 425.000. De bijgestelde meerjarenbegroting laat daarnaast een structureel tekort zien van € 250.000. Daarom is gevraagd de jaarlijkse budgetsubsidie te verhogen. Tijdens de raadsbijeenkomst van 26 maart is uitvoerig ingegaan op het ontstaan van de (financiële) tekorten en heeft het college ook een aantal scenario’s laten zien hoe om zou kunnen worden gegaan met de ontstane situatie. Deze scenario’s variëren in financiële zin van het stoppen van de budgetsubsidie, subsidiëren op het huidige niveau tot aan het extra subsidiëren. Daarnaast is op 26 maart 2025 ook kort ingegaan op mogelijke alternatieven voor de (huidige) organisatievorm. 13

Alvorens de voorkeur uit te spreken voor 1 van de scenario’s heeft het college de volgende inhoudelijke afwegingslijn ten aanzien van het zwembad uitgesproken: • Toekomstbestendige zwemvoorziening in de gemeente Tubbergen • Gevarieerd pakket van zwem- en recreatiemogelijkheden • Belangrijke voorziening voor zwemdoelgroepen en verenigingen: baby’s/peuters, zwemlessen, ouderen, zorg en medisch en sporters • Maatschappelijke voorziening met duurzame voorbeeldfunctie Met deze lijn als uitgangspunt heeft het college op 26 maart 2025 de voorkeur uitgesproken voor scenario 3 wat in grote lijnen neerkomt op het volgende: • Eenmalige reparatie eigen vermogen • Structurele verhoging budgetsubsidie • Verdere verduurzaming sport complex Gezien de financiële omvang van de problematiek, een aantal nog nader uit te zoeken zaken maar vooral ook de verantwoordelijkheid van de SSRT zelf heeft het college op 26 maart 2025 aangegeven in eerste instantie te willen gaan voor een gedeeltelijke invulling van scenario 3 met ook een rol voor de SSRT zelf.

Dit komt neer op het volgende: • Eenmalige reparatie eigen vermogen voor een bedrag van € 425.000 • Eenmalige extra budgetsubsidie 2025 voor een bedrag van € 250.000 • SSRT komt met een verbeterplan Het doel van het verbeterplan is vooral om mogelijkheden in beeld te brengen om het meerjarige tekort naar beneden te brengen maar wel toe te werken naar een toekomstbestendige exploitatie van de zwemvoorziening in Tubbergen. Dit verbeterplan willen wij betrekken bij het opstellen van de gemeentebegroting 2026 om op dat moment de afweging te kunnen maken over mogelijke structurele verhoging van de budgetsubsidie. Parallel aan dit tijdspad wordt ook gewerkt aan een duurzaamheidsplan. Gezien de energiebehoefte bij een zwembad willen we namelijk ook goed in beeld hebben of en waar hier nog eventuele verbeteringen en (besparings)mogelijkheden zitten. Dit tijdspad betekent dat we over het jaar 2025 moeten komen met een tijdelijke (financiële) oplossing voor het zwembad. Vandaar dat we kiezen voor het aanzuiveren van het eigen vermogen voor een bedrag van € 425.000 en een eenmalige extra budgetsubsidie over het jaar 2025 ten bedrage van € 250.000. Beide bedragen (tezamen een bedrag van € 675.000) onttrekken we aan de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Het eenmalig beschikbaar te stellen bedrag van € 675.000 betalen we uiteraard niet in 1 keer uit.

Het naleven van de afspraken over het verbeterplan maar ook de kwaliteit van het verbeterplan zijn hierbij voor ons belangrijke ijkpunten. Voorgesteld wordt in te stemmen met een tijdelijke (financiële) oplossing voor het zwembad en daarvoor een eenmalig bedrag voor beschikbaar te stellen aan SSRT van € 675.000 en dit bedrag te dekken uit de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. In de paragraaf “incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves” brengen we in beeld wat de gevolgen zijn van de verschillende, hiervoor benoemde onttrekkingen voor de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM).

14

Stap 2 op weg naar een sluitende meerjarenbegroting Om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting (stap 2) hebben we in de begroting 2025 een aantal zoekrichtingen benoemd. Tevens hebben we in de begroting 2025 aangegeven dat we u als raad in het voortraject betrekken bij het uitwerken van deze zoekrichtingen naar concrete maatregelen. Dit hebben we middels een tweetal raadsbijeenkomsten op 3 februari 2025 en 26 maart 2025 gedaan. In deze paragraaf treft u de uiteindelijke uitwerking van de zoekrichtingen naar concrete maatregelen en voorstellen aan. Dit doen we in de volgende drie blokken: • Maatregelen per basisprogramma • Maatregelen inkomsten • Maatregelen Noaberkracht Maatregelen per basisprogramma Maatregelen per basisprogramma Bestuur en middelen Twentebrede zienswijze verbonden partijen Onderwijs Leerlingenvervoer - persoonlijk vervoersplan Cultuur en Recreatie Muziekonderwijs inzet middelen versterken lokaal bibliotheekstelsel Sociaal Domein Herijken ondersteuningsnetwerk - structurele inzet dorpsondersteuners - overlap met inzet SWTD -> verlagen subsidie - overige overlap Algemene taakstelling op WMO Stelpost indexatie WMO demografie - inzetten - helft reserveren Compensatie ziektekosten minima Herijking preventiebudget voorliggend veld - taakstellende besparing Totaal maatregelen basisprogramma's

2025

2026

2027

2028

2029

60

60

60

60

60

100

100

45 100

90 100

90 100

-100 100

-200 200

50

100

-300 300 50 150

-300 300 50 150

60 -30

123 -60 65

187 -90 65

187 -90 65

72 312

72 505

72 684

72 684

72 232

Twentebrede zienswijze verbonden partijen De uitwerking van deze zienswijze is door de verschillende verbonden partijen opgenomen in hun kaderbrieven en daarna verwerkt in de begrotingen 2026 van deze verbonden partijen. Deze begrotingen 2026 van de verbonden partijen zijn inmiddels in gebundelde vorm via het college aangeboden aan de gemeenteraad. Behandeling in de gemeenteraad staat gepland voor de raadsvergadering van juni 2025. De financiële effecten van deze begrotingen hebben we in deze perspectiefnota 2026 meegenomen onder de mutaties bestaand beleid. Van de verbonden partijen is het de VeiligheidsRegio Twente (VRT) gelukt om de gevolgen van de loon-en prijsontwikkeling op te vangen binnen hun eigen begroting en zodoende invulling te geven aan de Twentebrede zienswijze. Dit levert, uitgaande van onze beschikbare stelpost, een voordeel op van € 45.000. Leerlingenvervoer – persoonlijk vervoersplan Dit zijn plannen op maat om een leerling te leren zelfstandig naar school te gaan en niet afhankelijk te zijn van georganiseerd leerlingenvervoer. De belangrijkste reden is dat kinderen geleidelijk worden geleerd om zelfstandig te reizen. Deze zelfstandigheid vergroot hun eigenwaarde waardoor ze (mentaal) sterker worden en meer durven ondernemen. Daarnaast 15

levert dit ook een kostenbesparing op. Om kinderen en ouders hierin te ondersteunen kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van een openbaar vervoer pas of een E-bike. Project loopt inmiddels – eerste ervaringen zijn dermate positief dat de bezuiniging realistisch lijkt. Muziekonderwijs Voor het muziekonderwijs lopen nog twee subsidies. Eén subsidie gaat richting Muziekfederatie Tubbergen, dat is een subsidie die jaarlijks €75.000 bedraagt, waarvan docenten worden ingehuurd van Kaliber Kunsten School voor verschillende verenigingen. De subsidie zorgt ervoor dat kinderen tegen een lager tarief muziekonderwijs (muziekles) kunnen volgen. De tweede subsidie gaat ook richting Muziekfederatie Tubbergen (hierna MFT), maar gaat om de HAFABRA (verzamelnaam voor harmonieorkesten, fanfareorkesten en brassbands). Dit is een jaarlijkse subsidie van €44.400 waarin er een stimulans is voor bijvoorbeeld het afleggen van examens. Hierin zit ook een verdeelsleutel richting muziekverenigingen. De HAFABRA subsidie richt zich meer op het doen van examens en de inzet van orkesten hiervoor. Het voorstel is om in 2027 een bedrag van €45.000 te besparen op muziekonderwijs. In 2028 wordt dit bedrag verhoogd naar €90.000. Dit betekent dat er in 2025 en 2026 geen afbouw is aan de subsidie voor muziekonderwijs.

Bibliotheekwerk Via de septembercirculaire 2024 is opgenomen dat gemeenten extra geld ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Voor het uitvoeren van deze taak zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen. In de periode tussen de specifieke uitkering en de invoering van de wettelijke zorgplicht ontvangen de gemeenten een decentralisatie-uitkering, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Voor kleinere gemeenten wordt de uitkering aangevuld tot € 100.000. We ontvangen dit geld via de algemene uitkering dus het betreft een algemeen dekkingsmiddel. Met de huidige middelen voldoet de bibliotheek op dit moment aan de functie zoals hiervoor omschreven. Daarnaast is het vanaf 2027 niet helder welk bedrag de gemeente Tubbergen precies gaat ontvangen van het Rijk. Er vindt wel een onderzoek plaats om de organisatie verder te versterken door de samenwerking met onder andere de bibliotheekorganisaties van Dinkelland en Borne te intensiveren. Het niet verstrekken van de extra gelden door het Rijk treft dus niet direct de huidige opzet. In de aanvraag voor bibliotheken 2025 is nog geen rekening gehouden met de €100.000 aan extra gelden.

Vooralsnog gaat het college uit van de lijn dat de versterking van het lokale bibliotheekstelsel rekening houdend met de wettelijke zorgplicht opgevangen kan worden binnen de bestaande subsidie aan de bibliotheek. Herijken ondersteuningsnetwerk Het hoofddoel is om een gebiedsgericht samenwerkende mix aan functies te realiseren, welke op basis van samenlevingsgericht werken inspeelt op de wensen en behoeften van inwoners en organisaties. Daarvoor gaan we het huidige ondersteuningsnetwerk in kaart te brengen en waar nodig verbeteren door bijvoorbeeld overlap weg te nemen. We stellen daarbij de inwoner centraal. Tijdens de eerste uitwerkingen blijkt dat door het (structureel) toevoegen van de dorpsondersteuners een (grote) overlap ontstaat met de activiteiten van de Stichting Welzijn 16

Tubbergen Dinkelland (SWTD) en de activiteiten van de buurtmannen en -vrouwen. Het bepalen van de exacte overlap en de verdere uitwerking van de dorpsondersteuners heeft toch nog wel een aantal haken en ogen en vergt nog wel het nodige uitzoekwerk. Uitgangspunt van het college is wel dat mochten er door de ontstane overlap middelen kunnen worden vrijgespeeld deze in eerste instantie worden aangewend ter structurele dekking van de dorpsondersteuners. Wetende dat dit de nodige tijd gaat kosten heeft het college in deze perspectiefnota voorgesteld een zogenaamd transformatiebudget beschikbaar te stellen van € 260.000 de inzet van de dorpsondersteuners te kunnen continueren in afwachting van structurele dekking vanuit de overlap. Dit transformatiebudget zetten we, samen met een nog resterend werkbudget van € 230.000 in om vanaf 2025 toe te werken naar het structureel inzetten van dorpsondersteuners in 6 kernen. De verlaging van de subsidie aan SWTD vanaf het jaar 2026 gebruiken we eveneens ter structurele dekking van de dorpsondersteuners. Daarnaast gaan we er vanuit dat de verdere herijking van het ondersteuningsnetwerk vanaf het jaar 2028 een structureel voordeel voor de algemene middelen oplevert van € 50.000.

Algemene Taakstelling Wmo Gezien de omvang van het budget van Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zijn wij van mening dat het mogelijk moet zijn een algemene taakstelling te realiseren die oploopt van € 50.000 in 2026 naar een structureel bedrag van € 150.000 vanaf 2028. Maatregelen waarbij we hier onder andere aan denken zijn: • Inzet huishoudcoach - op vrijwillige basis een huishoudcoach adviezen laten geven over het zelfstandig blijven uitvoeren van het huishouden. Als de huishoudcoach constateert dat huishoudelijke taken echt overgenomen moeten worden, kan er maatwerk ingezet worden. • Inzet ergotherapie - voorliggend op de Wmo Huishoudelijke Ondersteuning (HO). Ergotherapeuten kunnen onderzoeken hoe inwoners zo veel mogelijk zelfstandig kunnen blijven doen. • Bewustwording van inwoners: Werk aan verwachtingenmanagement van inwoners over wat ze van de overheid kunnen verwachten en wat van inwoners zelf wordt verwacht aan eigen initiatief en het realiseren van eigen oplossingen, ook financieel. • Kwaliteitsverbetering: Door gedurende een korte periode (1/2 jaar) externe juridische toetsing toe te passen tijdens het indicatieproces, is er mogelijk winst te behalen. Consulenten worden bewust gemaakt van een scherpere indicatiestelling.

Stelpost indexatie Wmo demografie Met de VNG is afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is bij Voorjaarsnota 2024 op de Aanvullende Post een jaarlijkse tranche van € 75 miljoen vanaf 2026 oplopend tot € 300 miljoen in 2029 gereserveerd voor een aanvullende indexering voor demografie. Hiervan is reeds melding gemaakt in de perspectiefnota 2025. Het kabinet heeft deze middelen inmiddels overgeheveld naar het gemeentefonds. Voor Tubbergen gaat het om een bedrag van € 60.000 in 2026 oplopend naar en structureel bedrag van € 254.000 vanaf 2029. Voor deze bedragen ramen we vooralsnog een stelpost. De mogelijke inzet van deze stelposten betrekken we bij het opstellen van de komende jaarbegrotingen. Door nu een deel van de stelpost in te zetten lopen we een risico omdat we niet weten of en in hoeverre de kosten van de vergrijzing binnen de Wmo al zijn verwerkt in onze meerjarenbegroting of nog aanstaande zijn. 17

Compensatie ziektekosten minima-Eigen Bijdrage (EB) Centraal Administratie Kantoor (CAK) Niet langer uitsluiten van de minima voor het betalen van de eigen bijdrage (hierna EB) voor de jaren 2026 en verder. Net als alle andere cliënten met een Wmo-voorziening gaan zij ook de EB betalen voor een Wmo voorziening. In de verordening worden minima al niet langer uitgesloten. Het niet innen van de EB CAK voor de minima is dus eigenlijk onrechtmatig. Indien de minima, die een vergoeding willen voor de EB, dan moeten ze zich verplicht verzekeren via de collectieve zorgverzekering van Menzis. Er zijn geen andere zorgverzekeraars die de EB van de Wmo vergoeden. De collectieve zorgverzekering van Menzis wordt als voorliggend gezien. De EB CAK wordt in alle pakketten van de collectieve zorgverzekering van Menzis vergoed. De inwoner heeft dus nog wel keuze in welk pakket hij/zij afneemt. De minima cliënten hebben een zogeheten ‘dubbel’ voordeel als zij naast de kwijtschelding, ook een garantpakket met aanvullende verzekering hebben. De gemeente ontvangt dan niet de EB van de cliënten en betaalt daarnaast ook nog mee aan het garantpakket waar de EB in vergoed wordt. Herijking preventiebudget voorliggend veld Er is gekeken naar het niet langer uitvoeren en anders organiseren van een aantal onderdelen binnen het preventiebudget.

Het gaat hierbij om € 20.000 voor het project (Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG). Het doel van dit project is inzetten op preventie ter voorkoming van overgewicht. De aanpak, kansrijke omgeving voor de jeugd, is vergelijkbaar aan het project Opgroeien in een Kansrijke Omgeving. Tevens zit het ingebed in het gezondheidsbeleid. Om die redenen kunnen de extra middelen voor JOGG komen te vervallen. Dat geldt ook voor extra middelen voor mantelzorg ter hoogte van € 20.000 die in het preventiebudget zijn opgenomen. De hieraan gekoppelde taken dienen dan te worden meegenomen in de opdracht aan de welzijnsstichting op het gebied van mantelzorg. Tot slot kan er gesleuteld worden aan de middelen voor preventie in het onderwijs. Deze worden momenteel op basis van een jaarlijkse subsidie aan het onderwijs verstrekt. Door nadrukkelijker in te zetten op partnerschap en in gesprek te gaan met scholen kan op basis van inhoudelijke plannen een eventuele subsidie worden verstrekt. Door uit te gaan van een tiental scholen en een budget van € 2000 per school kan het beschikbare budget voor dit onderdeel worden teruggebracht van € 52.000 naar € 20.000. In totaal resulteert het anders organiseren van JOGG, mantelzorg en preventie in het onderwijs in een mogelijke besparing van € 72.000.

Voorgesteld wordt in te stemmen met de uitwerking van de maatregelen basisprogramma’s en de financiële effecten daarvan taakstellend te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

18

Maatregelen inkomsten Maatregelen inkomsten OZB naar landelijk gemiddelde -> 4% Toeristenbelasting - toegroeien naar NOT niveau - correctie 30% index - Meerjarig indexeren -> cpi Totaal maatregelen inkomsten

2025

0

2026 220

2027 220

2028 220

2029 220

60 -55

60 -55

130 -55

130 -55

225

225

295

295

Onroerende Zaak Belasting OZB naar landelijk gemiddelde Uit de laatst vastgestelde atlas van de lokale lasten (over het jaar 2024) blijkt dat de gemeente Tubbergen met de lokale lastendruk ongeveer 4% beneden het landelijk gemiddelde zit. 1% extra OZB verhoging levert ongeveer € 55.000 oplevert. Toegroeien naar het landelijk gemiddelde door middel van het verhogen van de OZB tarieven zou dus een extra inkomst opleveren van € 220.000. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is een gemeentelijke belasting die wordt geheven op overnachtingen van toeristen in een gemeente. Net als veel andere gemeenten staat de gemeente Tubbergen vanaf 2026 voor een financiële opgave. In aanloop naar de begrotingsbehandeling voor dat jaar – met besluitvorming gepland in november 2025 – worden verschillende opties onderzocht om bij te dragen. Zo ook de toeristenbelasting. De gemeente Tubbergen kent momenteel twee tarieven aan toeristenbelasting: • Het standaard tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,05; • In afwijking van het eerste lid bedraagt het belastingtarief voor personen die verblijven in mobiele kampeeronderkomens, groepsaccommodaties of niet-beroepsmatig verhuurde ruimten per persoon per overnachting € 0,70. • Deze tarieven zijn de laatste jaren niet aangepast, ook niet aan de inflatiecijfers.

Het voorstel is om de tarieven voor de toeristenbelasting de komende jaren als volgt aan te passen: 2026 en 2027 • Het standaard bedrag voor een overnachting bedraagt 1,50 per persoon per nacht. Het tarief geldt voor alle vormen van accommodaties met uitzondering van: • Groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen op een recreatieterrein en bungalows op een recreatieterrein: € 1,20 per persoon per nacht • Vaste en mobiele kampeermiddelen: € 0,90 per persoon per nacht 2028 en 2029 • Het standaard bedrag voor een overnachting bedraagt 2,- per persoon per nacht. Het tarief geldt voor alle vormen van accommodaties met uitzondering van: • Groepsaccommodaties, kampeerboerderijen, recreatiewoningen op een recreatieterrein en bungalows op een recreatieterrein: € 1,50 per persoon per nacht • Vaste en mobiele kampeermiddelen: € 1,- per persoon per nacht 2030 (en verder) • Het standaard bedrag voor een overnachting bedraagt 2,- per persoon per nacht. Het tarief geldt voor alle vormen van accommodaties met uitzondering van: • Vaste en mobiele kampeermiddelen: € 1,- per persoon per nacht

19

Dit levert een meeropbrengst op van € 60.000 voor de jaren 2026 en 2027, een meeropbrengst van € 130.000 voor de jaren 2028 en 2029 en vanaf het jaar 2030 een structurele meeropbrengst van € 160.000. De eerder overeengekomen inflatiecorrectie van 30% vanaf het jaar 2016 voor een bedrag van € 55.000 hadden we al ingeboekt en moeten we dus nu corrigeren. Voorgesteld wordt in te stemmen met de extra opbrengsten vanuit inkomstenmaatregelen en deze op te nemen in het herziene meerjarige saldo.

de

Maatregelen Noaberkracht Maatregelen Noaberkracht Noaberkracht - versnelling organisatieontwikkeling - eenmalige investering in versnelling organisatieontwikkeling € 1 miljoen - dekking via RIBAM - opbrengst organisatieontwikkeling € 700.000 (totaal € 1,1 miljoen) Totaal maatregelen Noaberkracht

2025

2026

2027

2028

2029

-435 435 0 0

130 130

217 217

304 304

304 304

Maatregelen Noaberkracht / Versnelling organisatieontwikkeling Het bestuur en de directie van Noaberkracht wil extra inzetten op een versnelling van de organisatieontwikkeling. Deze extra inzet zal gaan lopen via de bestaande 4 ambitielijnen en de drie aangegeven bestuurlijke aandachtspunten met specifieke aandacht voor de volgende onderwerpen: • Data gedreven sturen • Verbeteren en vereenvoudigen Planning&Control cyclus • Artificial Intelligence (AI) • Procesoptimalisatie • Digitalisering en automatisering Deze versnelling en de daarmee gepaard gaande extra inzet vraagt een investering aan de voorkant van € 1 miljoen (voor Tubbergen een eenmalig bedrag van € 435.000) om op termijn een voordeel te kunnen inboeken van € 1,1 miljoen. Om de effecten en de efficiencyvoordelen van de aangegeven extra inzet op de benoemde onderwerpen te kunnen realiseren zal uiteraard gebruik worden gemaakt van de strategische personeelsplanning met als uitgangspunt dat op een zorgvuldige manier met het personeel wordt omgegaan. In de begroting 2025 was als onderdeel van stap 1 – het sluitend maken van de begroting 2025 – al een taakstelling betreffende Noaberkracht opgenomen van € 400.000 (voor Tubbergen € 175.000).

De aanvulling in deze perspectiefnota betreft dus de ophoging van € 700.000 (voor Tubbergen € 304.000) naar het structurele niveau van de taakstelling van € 1,1 miljoen (voor Tubbergen € 479.000). Specificatie taakstelling Noaberkracht Verdeling over de jaren stap 1 ophoging voor de stappen 2 en 3 Totaal

2025 200 200

2026 300 300 600

2027 400 500 900

2028 400 700 1.100

Voorgesteld wordt in te stemmen met de taakstelling Noaberkracht en een aanvullende opbrengst van € 304.000 (aandeel Tubbergen in totaal van € 700.000) in te boeken en op te nemen in het herziene meerjarige saldo.

20

Voorgesteld wordt om een eenmalig bedrag van € 435.000 (aandeel Tubbergen in totaal van € 1 miljoen) beschikbaar te stellen om de versnelling van de organisatieontwikkeling binnen Noaberkracht mogelijk te maken en dit bedrag te dekken uit de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Samenvatting maatregelen Alle voorgestelde maatregelen laten in totaliteit het volgende beeld zien: Totaal maatregelen Totaal maatregelen basisprogramma's Totaal maatregelen inkomsten Totaal maatregelen Noaberkracht Totaal

21

2025 232 232

2026 312 225 130 667

2027 505 225 217 947

2028 684 295 304 1.283

2029 684 295 304 1.283

Herzien meerjarig saldo na maatregelen Rekening houdend met het doorvoeren van de maatregelen uit de vorige paragraaf ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

Herzien meerjarig saldo Tubbergen begroting 2025 Totaal mutaties bestaand beleid Totaal intensiveringen Totaal maatregelen Herzien meerjarig saldo Tubbergen na maatregelen

2025 0 338 232 570

2026 -1.404 752 667 15

2027 -1.127 643 947 462

2028 -1.215 -245 1.283 -178

2029 -1.009 -242 1.283 31

Puur cijfermatig wijst een eerste blik op het herziene meerjarige saldo uit dat er sprake is van een sluitende meerjarenbegroting. Ook blijkt heel duidelijk dat het zogenaamde “ravijnjaar" door de extra incidentele middelen van het rijk is verschoven van 2026 naar 2028. Ook kunnen we concluderen dat de opzet van de zogenaamde oplossing volgens stap 2 – sluitend maken van de meerjarenbegroting is gelukt. We hebben immers een op termijn sluitende meerjarenbegroting. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat alle maatregelen voor de volle omvang zijn ingeboekt en er dus vanuit wordt gegaan dat deze ook worden gerealiseerd. Voor het jaar 2026 kennen we op basis van de huidige inzichten een klein positief saldo. Het is zaak dit (kleine) positieve saldo vast te houden als opstap naar een reëel en materieel sluitende jaarschijf 2026 van de gemeentebegroting 2026. Belangrijk om te weten is dat de provincie als toezichthouder bij een sluitende begroting 2026 namelijk niet verder kijkt naar meerjarige saldi. Dat zou betekenen dat we met deze cijfers keurig binnen de gestelde kaders en regels blijven en dus naar verwachting onder het reguliere (repressieve) toezicht blijven vallen. Dit betekent echter ook dat er op basis van de huidige inzichten nog steeds geen (financiële) ruimte lijkt te ontstaan voor nieuwe ambities, nieuw beleid of intensiveringen van beleid.

Al met al komt het erop neer dat we de komende tijd scherp moeten blijven op het daadwerkelijk invullen en realiseren van de taakstellingen en zeer terughoudend moeten omgaan met het honoreren van nieuw beleid c.a. Dit is feitelijk alleen mogelijk als daar dekking via bestaand beleid tegenover staat (nieuw voor oud). Tot slot zien we ook een voordelig saldo over het jaar 2025. Feitelijk de uitkomst van de eerste financiële tussenrapportage over het jaar 2025. Dit voordeel heeft een incidenteel karakter want wordt grotendeels veroorzaakt door de extra middelen vanuit de voorjaarsnota van het rijk, de hogere dividenden en een voordeel vanuit de jaarverantwoording 2024 van de VRT. Conform de bestendige gedragslijn wordt dit voordeel over het jaar 2025 van € 580.000 gestort in de algemene reserve. Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo na maatregelen en het voordelige saldo over de jaarschijf 2025 ten bedrage van € 570.000 te storten in de algemene reserve.

22

Reserves Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de begroting 2025. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de begroting 2025 als vertrekpunt. Beschikbare algemene incidentele middelen - begroting 2025 - Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve) - Reserve coalitieakkoord 2022-2026 - Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen

€ 5.100.000 3.258.000 1.563.500 9.921.500

Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid en een aantal specifieke mutaties ontstaat het volgende beeld van de algemene reserve: Algemene reserve Stand volgens begroting 2025 Af: saldo jaarverantwoording 2024 Bij: voordelige resultaten grondexploitaties 2024 Bij voordelig saldo jaarschijf 2025 Herziene stand algemene reserve

€ 5.100.000 -302.000 739.000 570.000 6.107.000

Het saldo uit de jaarverantwoording 2024 alsmede ook de voordelige resultaten grondexploitaties over het jaar 2024 maken onderdeel uit van de besluitvorming over de jaarverantwoording 2024 en worden op grond van bestaand beleid verrekend met de algemene reserve. Het voordelige saldo van de jaarschijf 2025 betreft de jaarschijf 2025 uit deze perspectiefnota. Ook dit soort saldi worden op grond van bestaand beleid verrekend met de algemene reserve. De herziene stand van de algemene reserve van € 6.107.000 komt overeen met een ratio van 1,8 waar werken met een streefwaarde van 1,5. Conform bestaand beleid wordt het meerdere (het zogenaamde surplus) “afgeroomd” en gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Voor dit jaar komt dat neer op een afroming van € 1.007.000. Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 1.007.000 “af te romen” en te storten in de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Reserve coalitieakkoord 2022-2026 In de begroting 2025 is ook de reserve coalitieakkoord als zoekrichting benoemd. Dit betekent dat we deze reserve nog kritischer dan eerdere jaren “onder de loep hebben genomen”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1290/documents/26103