CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Ontwerp ROB Geesteren, Delmaweg 8.pdf

Raadscommissie 10 mei 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Aanvraag van verklaring van geen bedenkingen voor het bouwen van een paardenstal Delmaweg 8 Geesteren28.520 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

gemeente

Tubbergen

Omgevingsvergunning

Geesteren, Delmaweg 8

Status: ontwerp

Geesteren, Delmaweg 8

Inhoudsopgave Ruimtelijke onderbouwing

5

Hoofdstuk 1

7

Inleiding

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Het plan

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

12

Hoofdstuk 3

Beleid

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid Overijssel

16

3.3

Gemeentelijk beleid

24

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

29

4.1

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

29

4.2

Milieuzonering

30

4.3

Geur

31

4.4

Bodem

32

4.5

Geluid

33

4.6

Luchtkwaliteit

33

4.7

Externe veiligheid

35

4.8

Water

36

4.9

Ecologie

37

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

38

4.11

Verkeer / parkeren

39

Hoofdstuk 5

Economische uitvoerbaarheid

41

Hoofdstuk 6

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

43

6.1

Vooroverleg

43

6.2

Zienswijzen

43

44

Bijlagen Bijlage 1

KGO plan

45

Bijlage 2

M.e.r.-beoordelingesbesluit

66

Bijlage 3

Rapport verkennend bodemonderzoek

88

Bijlage 4

Watertoets

132

Bijlage 5

Vergunning Wet natuurbescherming

135

Bijlage 6

AERIUS berekening

160

2

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

3

4

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

Ruimtelijke onderbouwing

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

5

6

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

Inleiding

Hoofdstuk 1.1 Aanleiding

en (hierna: initatiefnemers) zijn voornemens een volwaardige paardenhouderij te stichten op het perceel Delmaweg 8 te Geesteren met de mogelijkheid tot logiesfunctie ten behoeve van de paardenhouderij. Momenteel is het perceel voorzien van de bestemming ' Wonen Binnen de woonbestemming is het mogelijk om hobbymatig een aantal paarden te houden, maar de doelstelling van de initiatiefnemers is het uitbreiden naar een volwaardige paardenhouderij. Het bedrijfsmatig houden van paarden/een paardenhouderij, waar in dit geval sprake van is, past niet binnen deze woonbestemming. Er zijn reeds verschillende voorzieningen in het kader van het houden van paarden aanwezig (stallen, paardenbak en stapmolen) op het perceel. Het voornemen is om de paardenbak en stapmolen te verplaatsen. Daarnaast bestaat de wens om een een rijhal realiseren. De plannen passen niet binnen het geldende bestemmingsplan. In voorliggend geval kan van het

bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze afwijking van het bestemmingsplan dient gemotiveerd te worden met een ruimtelijke onderbouwing waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin. Door toepassing van de kwaliteitsimpuls groene omgeving (KGO) is het mogelijk de gewenste ontwikkeling uit te voeren.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Ligging

Het plangebied bestaat uit het erf aan de Delmaweg 8 in Geesteren. Het plangebied ligt op ca. 280 meter ten zuidwesten van Geesteren. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie K, perceelnummer 9447. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

N747

7678)

14.6 14.9 16.4

Manege

Geesteren

Loo esch berg

1

Poo/s hoek,

N DeKormel

þÿ %

Ruimzicht

"*L

dzicht

GEESTERSEVELDWEG

Brokerhoek

14.8

E 14.1 ©

17J

3

Geestersche Veld k

"I Figuur 1.1: Ligging plangebied (bron: Esri Nederland -

)

Begrenzing De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door het bestaande erf. Daarnaast worden agrarische omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

7

gronden die gelegen zijn aan de noord- en noordwestkant buiten het erf bij het projectgebied betrokken om de gewenste voorzieningen en ruimte te creeren (zie figuur 1.2). Zie het besluitgebied voor de exacte begrenzing van het projectgebied.

%

b

i

1

'

8

/r J /

_

12412/

/

o

Figuur 1.2: Begrenzing projectgebied (bron: Esri Nederland -

)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het projectgebied aan de Delmaweg 8 in Geesteren is het bestemmingsplan ' Tubbergen Buitengebied 2016 ' van toepassing. Op bepaalde onderdelen is het bestemmingsplan herzien door het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan In figuur 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van dit bestemmingsplan opgenomen.

8

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

± ± + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+ + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + + +

+

Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Aan het projectgebied is de bestemming 'Wonen' toegekend met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. De omliggende gronden zijn bestemd als 'Agrarisch - 1'. Gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken. Gronden met de bestemming 'Agrarisch-1' zijn bestemd voor het agrarisch gebruik en ter plaats van de aanduiding 'bouwvlak' voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf. De voor 'Waarde- Archeologie 4' bestemde gronden zjin mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Als er een ontwikkeling plaatsvindt (bouwen of grondroerende werkzaamheden) van meer dan 5000 m2 en dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld is er nader onderzoek naar archeologische waarden vereist. Daarnaast geldt er een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden.

Het geldende bestemmingsplan biedt op basis van de huidige bestemming geen mogelijkheden om een paardenhouderij te vestigen op de locatie. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken wordt afgeweken van het bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.4 Leeswijzer De toelichting van deze onderbouwing kent de volgende opbouw. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie en het te realiseren plan beschreven. Hoofdstuk 3 schetst het beleidskader. In hoofdstuk 4 wordt een toetsing verricht aan de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 6 wordt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid belicht.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

9

10

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

Hoofdstuk 2

Het plan

2.1 Huidige situatie Initatiefnemer exploiteert, onder de bedrijfsnaam , een paardenhouderij gericht op het opfokken, trainen en verkopen van dressuurpaarden. Hierbij wordt gericht op het kwalitatief hoogwaardige segment. Het bedrijf is in 2010 gestart en door de jaren heen gegroeid. Naast de twee initiatiefnemers zijn twee medewerkers in dienst en biedt het bedrijf stagemogelijkheden. In de huidige situatie worden enkele veulens (3/4) op het eigen bedrijf gefokt en er worden jonge paarden aangekocht (5/6 per jaar). In de huidige situatie is er aan de Delmaweg 8 in Geesteren sprake van een woonperceel. Op het perceel bevindt zich een woonhuis, een schuur voorzien van 7 paardenboxen en een voormalige kippenschuur die is omgebouwd voor de toekomstige paardenhouderij. Hierin bevinden zich paardenstallen (12 paardenboxen). Er is een all-weather buitenrijbak aanwezig (1.200 m ), evenals een stapmolen. Daarnaast zijn er nog een zeecontainer (met daarin 2 paardenboxen voor jonge paarden) en carport voor stalling van tractor en auto aanwezig (circa 65 m2). Het bedrijfsmatige gebruik van de paardenstallen en de paardrijbak is niet toegestaan. Op grond van de vigerende bestemming is enkel het hobbymatig houden van paarden toegestaan waarbij de paardrijbak gebruikt mag worden voor eigen gebruik. Tevens is de stapmolen op grond van het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan.

In figuur 2.1 is een aanzicht van het erf, gezien vanaf de Delmaweg, weergegeven.

Figuur

2.1: Huidige situatie Delmaweg 8 (bron: Google Maps). In de omgeving zijn meerdere woningen gelegen. Naast het perceel bevindt zich aan de Delmaweg 8a een woning. Daarnaast is ten noorden van het plangebied een transportbedrijf gesitueerd. De gronden rondom het perceel zijn als ' Agrarisch 1' aangemerkt. Het erf wordt ontsloten door de Delmaweg. Tegenover het perceel ligt de Achterpoolsweg. Deze weg (deels verhard, deels onverhard) geeft een aansluiting op de Haarbrinksweg. Figuur 2.2 geeft de huidige inrichting van het erf weer.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

11

-

iIUIIIIIII

luuW]

E

h Figuur 2.2: Huidige situatie erfinrichting Delmaweg 8 (bron: Building Design Architectuur).

2.2 Toekomstige situatie De afgelopen jaren is het bedrijf gegroeid. De aanwezige voorzieningen en accommodatie passen niet bij het beoogde marktsegment. Er is sprake van een verouderde accommodatie. Om een concurrerende bedrijfsvoering voor de toekomst te realiseren is het ontwikkelen en verbeteren van de accommodatie een vereiste.

In de toekomstige situatie zal jaarlijks gestart worden met 8 tot 10 veulens die tot 3-jarige leeftijd worden opgefokt en vervolgens worden getraind met als doel jaarlijks 5/6 paarden voor een goede prijs te kunnen verkopen. In de huidige situatie staan de jonge paarden tot 2,5 jaar bij derden in opfok. Tenslotte vindt er ook inkoop van paarden plaats (circa 20 stuks per jaar) die na beleren en/of extra training voor een hogere waarde worden verkocht. Circa 2,7 hectare grond is in eigendom bij de initiatiefnemer, waarvan 2,1 hectare is ingericht als grasland welke gebruikt wordt als uitloopweide. In de nieuwe situatie zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de bestaande voorzieningen en zal de bestaande woning gehandhaafd blijven. Op dit moment zijn reeds paardenstallen, een paardenbak en een stapmolen aanwezig. Deze zullen ook in de toekomstige situatie aanwezig zijn, zij het op een andere locatie op het erf. Daarnaast zal er een nieuwe paardenstal/rijhal met bijbehorende voorzieningen gerealiseerd worden van circa 1.662,5 m2. De zeecontainer en oude schuur zullen worden gebruikt voor opslag. De uitbreiding van de oppervlakte van het erf bedraagt circa 4.743 m2. Vanwege de omliggende percelen en gebouwen/woningen is een compacte opzet wenselijk en noodzakelijk. De agrarische gronden rondom het perceel worden gebruikt ten behoeve van het weiden van de paarden.

Daarnaast bieden deze gronden mogelijkheden om de nieuwe gebouwen landschappelijk in te passen. Figuur 2.3 geeft een weergave van de toekomstige situatie.

12

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

109000

v 8

1 1 1 i

1 I ■ 1S 1

/ I\ 11 -om"" "" A1 ‘4— 1 KC

•

Bl

1 /

/ /

/

/

/

/

/

/— /1 I r

/ /

/

l / /

G Ada 3 Ne,

Figuur 2.3: Toekomstige situatie (bron: Building Design Architectuur). In de nieuwe situatie zal, zoals aangegeven, de bestaande woning gehandhaafd blijven en behoort tot het bedrijf. Daarnaast zal er een nieuwe paardenstal gerealiseerd worden, aan de noordzijde op het perceel. De oppervlakte van de paardenstal/rijhal bedraagt circa 1662,5 m2, waarvan circa 762,5 m2 gebruikt wordt als rijhal. Op de verdieping van deze rijhal wordt tevens voorzien in een logiefunctie ten behoeve van de paardenhouderij met twee slaapkamers. Deze logiefunctie is bedoeld voor de overnachting van buitenlandse gasten ten behoeve van de presentatie van de paarden. De overige 900 m2 van het gebouw zal ingericht worden als paardenstallen, een groepshuisvesting voor jonge paarden, een kantine met bijbehorende voorzieningen, een opslagruimte en een appartement ten behoeve van klanten die hun paard komen trainen. De paardenbak en stapmolen zullen verplaatst worden en zullen nabij de rijhal gesitueerd worden. De rijhal/paardenstal met bijbehorende voorzieningen is noodzakelijk om de activiteiten van de paardenhouderij, het fokken en trainen van paarden, op goede wijze uit te kunnen voeren.

De aanwezigheid van de rijhal maakt het mogelijk om paarden jaarrond te berijden/trainen, onafhankelijk van weersomstandigheden, om (buitenlandse) gasten te kunnen ontvangen (logiefunctie) en paarden te kunnen presenteren. Aan de noordzijde wordt een nieuwe inrit gerealiseerd ten behoeve van de bedrijfsactiviteiten. De huidige inrit ten behoeve van de woning blijft bestaan. Parkeerplaatsen worden gerealiseerd evenwijdig aan de bestaande paardenstallen.

Op 23 mei 2019 is door de provincie Overijssel een vergunning verleend in het kader van de Wet natuurbescherming (kenmerk: 2019/0163229) voor de emissie van 160,10 kg ammoniak (NH3) per jaar, voor het houden van 19 volwassen paarden (3 jaar en ouder) en 31 paarden in opfok (jonger dan 3 jaar) (zie ook Bijlage 5). Het houden van 50 paarden is het maximaal planologisch toegestane aantal in de toekomstige situatie. Om de ontwikkeling mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Op en nabij het erf worden verschillende landschappelijke investeringen verricht. Deze maatregelen zijn opgenomen in een KGO-plan dat opgesteld is door N+L Landschapsontwerpers. De ruimtelijke kwaliteit van het erf en omliggende gronden wordt hierdoor versterkt. De ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast en de bestaande structuren zullen worden uitgebreid. Figuur 2.4 geeft een weergave van het toekomstige erf en landschappelijke inpassing.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

13

/ 15

Q Fragmgnt uil 1935 ttopotiydreis nI)

\ 0 &

V(o): — \ 2

)V(Z R)

N

Figuur 2.4: Landschappelijke inpassing Delmaweg 8 (bron: N+L Landschapsontwerpers) De voorgenomen ontwikkeling is op grond van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk, aangezien een paardenhouderij op grond van de geldende bestemming 'Wonen' niet is toegestaan. Daarnaast is de realisatie van de rijhal (met paardenstallen), paardenbak, mestbak en stapmolen op grond van de bouw- en gebruiksregels niet mogelijk. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken kan op grond van artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3o Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van het vigerende bestemmingsplan worden afgeweken teneinde het voornemen mogelijk te maken.

14

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

Hoofdstuk 3

Beleid

3.1 Rijksbeleid 3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kunnen we inspelen op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden.

Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: • Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio's; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte;

Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de vestiging van een paardenhouderij aan de Delmaweg 8 te Geesteren. Daarmee is de vierde pijler "toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied" relevant. In de Novi wordt voor het landelijk gebied aangegeven dat een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied vraagt om een verantwoorde herinrichting van het landelijk gebied en een verbetering van de milieukwaliteit. Bij ontwikkelingen in het landelijk gebied moet cultureel erfgoed en unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten behouden en versterkt worden. Waar mogelijk en gewenst dienen nieuwe kwaliteiten toegevoegd te worden.

Voor een landelijk gebied dat zich toekomstbestendig kan ontwikkelen, is nodig dat de bereikbaarheid, de economische kracht en de beschikbaarheid van voorzieningen ook voldoende worden meegenomen in het Nationaal Programma Landelijk gebied.

Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt door toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving op grond van artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 3o Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van het vigerende bestemmingsplan afgeweken teneinde een paardenhouderij aan de Delmaweg 8 te Geesteren mogelijk te maken. Daarmee wordt een nieuwe economische drager aan het plangebied toegevoegd. De paardenhouderij wordt landschappelijk ingepast door robuuste landschapselementen en nieuwe groenstructureren. Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Nationale Omgevingsvisie.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

15

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

Artikel 3.1.6, leden 2 t/m 4 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijven voor dat van een nieuwe 'stedelijke ontwikkeling' die in een ruimtelijk plan wordt mogelijk gemaakt moet worden aangetoond dat er sprake is van een behoefte. De toelichting bij het ruimtelijk plan bevat daartoe een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het ruimtelijk plan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, bevat een toelichting tevens een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dit wordt de 'Ladder Duurzame Verstedelijking' genoemd. De beschrijving van de behoefte aan de betreffende, 'stedelijke ontwikkeling', moet inzichtelijk maken of, in relatie tot het bestaande aanbod, concreet behoefte bestaat aan de desbetreffende ontwikkeling. Die behoefte moet dan worden afgewogen tegen het bestaande aanbod, waarbij moet worden gemotiveerd dat rekening is gehouden met het voorkomen van leegstand. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent en de verantwoordelijkheid draagt voor de ruimtelijke afweging met betrekking tot die ontwikkeling.

Onderhavig plan De 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is toepassing bij 'nieuwe stedelijke ontwikkelingen' (3.1.6 Bro). Onderhavige onderbouwing heeft betrekking op een paardenhouderij (agrarisch bedrijf). Deze functie is, gelet op de definitie, niet aan te merken als een 'stedelijke ontwikkeling'. Nadere toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking hoeft dan ook niet plaats te vinden.

Op basis van de uitspraak van de Raad van State van 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921) geldt dat ook wanneer de Ladder niet van toepassing is gemotiveerd moet worden dat de ontwikkeling voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en dat de ontwikkeling uitvoerbaar is. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

3.2 Provinciaal beleid Overijssel 3.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie Overijssel geeft de provinciale visie op de fysieke leefomgeving van Overijssel weer. Hierin worden onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur aangehaald in samenhang voor een duurzame ontwikkeling van de leefomgeving. De Omgevingsvisie is onder andere een structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening.

Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De ambities in het kader van duurzaamheid zijn: klimaatbestendigheid, het realiseren van een duurzame energiehuishouding, het sluiten van kringlopen (circulaire economie) en het beter benutten van ruimte, bestaande bebouwing en infrastructuur.

Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit wordt ingezet op het vergroten van de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is daarbij van belang, waarbij een vitaal en samenhangend stelsel van gebieden met een hoge natuur- en waterkwaliteit wordt ontwikkeld. Ook de ontwikkeling van een continu en beleefbaar watersysteem, het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen en het contrast tussen dynamische en luwe gebieden versterken, zijn ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit. Het zorgvuldig inpassen van nieuwe initiatieven heeft als doel om de samenhang in en de identiteit van een gebied te versterken en nieuwe kwaliteiten te laten ontstaan. Een zichtbaar en beleefbaar landschap en het behouden en waar mogelijk verbreden van het bestaande aanbod aan woon-, werk- en mixmilieu's betreffen ruimtelijke kwaliteitsambities. De ambitie van de provincie Overijssel is dat elk project bijdraagt aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de leefomgeving en dat nieuwe initiatieven worden verbonden met bestaande kwaliteiten. De Catalogus Gebiedskenmerken, die per gebiedstype beschrijft welke kwaliteiten behouden, versterkt en ontwikkeld moeten worden, is daarbij een instrument om te sturen op ruimtelijke kwaliteit.

Ten aanzien van sociale kwaliteit is het koesteren en het gebruik maken van 'noaberschap' de ambitie, evenals het stimuleren van culturele identiteit van de provincie Overijssel, zowel lokaal als regionaal. Duurzame ontwikkeling van cultureel erfgoed (bijv. herbestemmen/hergebruik monumenten en karakteristieke bebouwing) hoort hier bij. Het realiseren van sociale kwaliteit wordt gedaan door het actief betrekken van bewoners bij projecten en het bieden van ruimte aan initiatieven van onderop.

16

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

3.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren.

Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel van de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 3.2.3

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving.

Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten:

• generieke beleidskeuzes; • ontwikkelingsperspectieven; • gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hieronder nader toegelicht. Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een behoefte aan een bepaalde voorziening. Ook wordt in deze fase het zgn. principe van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik gehanteerd. Hierin komt er kort gezegd op neer dat eerst bestaand bebouwd gebied wordt benut, voordat er uitbreiding in de groene omgeving kan plaatsvinden.

Andere generieke beleidskeuzes betreffen de reserveringen voor waterveiligheid, randvoorwaarden voor externe veiligheid, grondwaterbeschermingsgebieden, bescherming van de ondergrond (aardkundige en archeologische waarden), landbouwontwikkelingsgebieden voor intensieve veehouderij, begrenzing van Nationale Landschappen, Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland en verbindingszones enzovoorts. De generieke beleidskeuzes zijn veelal normstellend en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

Ontwikkelingsperspectieven

Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelingsperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven.

Gebiedskenmerken

Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en lust- en leisurelaag) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt.

Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

17

,d, sociale kwali centrale beleidsambities woonomgeving

economie en vestigingsklimaat

natuur

(binnen)-steden

mobiliteit

regionaal waterbeheer

energie

ondergrond

en landschap

veiligheid en gezondheid

generieke beleidskeuzes

waar

ontwikkelingsperspectieven

hoe

gebiedskenmerken laag van de beleving stedelijke laag

laag van de agrarische cultuurlandschappen natuurlijke laag

Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Actualisatie Omgevingsvisie Overijssel 2018/2019 (bron: provincie Overijssel). Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan de Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. Generieke beleidskeuzes

Zoals gezegd zijn generieke beleidskeuzes keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn.

Bij voorliggend plan zijn de artikelen 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en 2.1.7 (Kwaliteitsimpuls agro en food). Artikel 2.1.3 Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

1.

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; b. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. 2. Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: a. dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; b. dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In het kader van onderhavig plan is lid 2 relevant.

Op grond van de Omgevingsverordening wordt onder een bestaand erf verstaan: bestaande en/of als zodanig bestemde bouwvlakken ten behoeve van woningen, voorzieningen en bedrijven in de Groene Omgeving, daarbij inbegrepen de bouwvlakken voor dergelijke functies die voorzien zijn in voorontwerp-bestemmingsplannen (..).

In de huidige situatie is het projectgebied reeds in gebruik als paardenhouderij. Hiertoe zijn een schuur voorzien 18

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

van 7 paardenboxen en een voormalige kippenschuur, die is omgebouwd voor de paardenhouderij, aanwezig. Hierin bevinden zich 12 paardenboxen. Daarnaast is er nog een zeecontainer (met daarin 2 paardenboxen voor jonge paarden) aanwezig. Ook is er een all-weather buitenrijbak aanwezig, evenals een stapmolen. Dat betekent dat het erf in de huidige situatie reeds optimaal benut wordt voor het houden van paarden, zij het wel in een beperkte omvang. Echter, het plangebied is voorzien van de bestemming ' Wonen Daarom is er geen sprake van een bestaand agrarisch erf, aangezien het niet als zodanig (paardenhouderij) is bestemd. Op grond van artikel 2.1.3, lid 2, sub a mag een bestemmingsplan uitsluitend voorzien in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk gemaakt is dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is.

Momenteel worden er (meetpunt 12 november 2021) in een straal van zo'n 15 km rond het projectgebied drie erven te koop aangeboden welke ingericht is als paardenhouderij of als zodanig ingericht kunnen worden, maar is verplaatsing naar dit erf in redelijkheid niet te verlangen van initiatiefnemers. wordt een zeer exclusief en luxe paardensport object aangeboden. De locatie is ingericht als paardenhouderij en beschikt over een groot aantal voorzieningen voor het houden en trainen van paarden. Gelet op de aangeboden verkoopprijs en de investeringen die reeds aan de Delmaweg 8 zijn verricht is een algehele verplaatsing van het bedrijf vanuit financieel oogpunt niet verantwoord en haalbaar.

wordt een paardenhouderij (landgoed) aangeboden op zeer korte afstand van een groot Natura 2000-gebied. wordt een agrarische bedrijfsperceel aangeboden waar een nieuw te bouwen paardenhouderijbedrijf mogelijk is. Vanwege de reeds gedane investeringen in het plangebied is de locatie aan de Delmaweg 8 te Geesteren rees ingericht ten behoeve van het houden van paarden en zijn de noodzakelijke voorzieningen ten behoeve van het fokken en trainen van paarden reeds aanwezig. Derhalve kan gesteld worden dat een algehele verplaatsing van het bedrijf in redelijkheid niet mogelijk en verantwoord is. 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit In artikel 2.1.5 van de verordening is bepaald dat in de toelichting op bestemmingsplannen (c.q. ruimtelijke plannen) wordt onderbouwd dat nieuwe ontwikkelingen die door middel van het plan mogelijk worden gemaakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken en op welke wijze toepassing is gegeven aan het uitvoeringsmodel die in de Omgevingsvisie is neergelegd. Daarnaast dient gemotiveerd te worden dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief. Er is sprake van de uitbreiding van een paardenhouderij op een locatie in het buitengebied van de gemeente Tubbergen.

Een dergelijke functie is bij uitstek passend in het buitengebied en past binnen de ontwikkelingsperspectieven ' Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' en ' Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' (zie verderop in deze paragraaf). Daarnaast is een erfinrichtingsplan/ andschapsplan opgesteld en zal er in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving geïnvesteerd worden in het landschap. Derhalve kan geconcludeerd worden dat het plan een bijdrage levert aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse.

2.1.7 Kwaliteitsimpuls agro en food In artikel 2.1.7, lid 1 van de verordening is bepaald dat bedrijfsontwikkeling en nieuwvestiging van agrarische bedrijven uitsluitend mag worden toegestaan op bestaande agrarische bouwpercelen of op voormalige agrarische bouwpercelen.

In dit geval is sprake van een voormalig agrarisch bouwperceel. Voorheen (en vastgelegd in het destijds ld d b st i l Buit bi d, d l d het b t i l b it bi d d t 2006

ld)

was er sprake van een agrarisch bouwperceel. De oppervlakte van het agrarisch bouwperceel destijds was groter dan de oppervlakte van het huidige woonerf. Kennelijk is de bij de omzetting naar de woonbestemming de vorm en oppervlakte van het erf aangepast. In figuur 3.2 is een uitsnede van het destijds geldende bestemmingsplan, met daarop het agrarisch bouwperceel aangeduid, opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met lid 1.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

19

A g rarisch bouw p

Delm aw eg 8 en 8

Figuur 3.2: Uitsnede voorheen geldend bestemmingsplan ' Buitengebied

In lid 5 is het volgende opgenomen: In afwijking van het gestelde in lid 1 en onverminderd artikel 2.1.5 kan ten behoeve van bedrijfsontwikkeling van een agrarisch bedrijf een bestaand of voormalig agrarisch bouwperceel grootschalig worden aangepast en/of uitgebreid als: a. b.

c.

is onderbouwd dat het in redelijkheid niet mogelijk is om het bestaande agrarische bouwperceel voor de

beoogde bedrijfsontwikkeling geschikt te maken; het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate gecompenseerd zal worden door investeringen in de versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving; aannemelijk is gemaakt dat er een kwaliteitswinst wordt geboekt op het gebied van duurzaamheid en sociale kwaliteit.

Ad. a) Zoals reeds beschreven wordt het voormalige agrarische erf in de huidige situatie reeds optimaal benut voor het houden van paarden. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken is uitbreiding van het bestaande erf noodzakelijk. De ontwikkeling vindt plaats binnen de grenzen van het voormalig agrarisch bouwperceel zoals figuur 3.2 dat toont. Het erf wordt daarbij op compacte wijze vormgegeven. De omvang van het erf is in de toekomstige situatie aanzienlijk kleiner dan de omvang van het voormalige agrarisch bouwperceel zoals dat in het destijds geldende bestemmingsplan Buitengebied was opgenomen. Ad. b) De beoogde ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt door de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Op en nabij het erf worden ter plaatse verschillende landschappelijke investeringen verricht. Deze maatregelen zijn opgenomen in een KGO-plan welke is opgenomen als Bijlage 1 bij deze onderbouwing. De ruimtelijke kwaliteit van het erf en omliggende gronden wordt hierdoor versterkt. Ad. c) Op het dak van de te realiseren rijhal zullen zonnepanelen geplaatst worden. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de energietransitie en productie van hernieuwbare energie.

Sociale kwaliteit kan worden gedefinieerd als ' de mate waarin burgers in staat zijn om deel te nemen aan het sociale en economische leven, onder condities die hun welbevinden en individuele potenties stimuleren

Tubbergen profileert zich nadrukkelijk als paardengemeente. Het jaar rond worden verschillende paardensportevenementen georganiseerd zoals , , en . Het is met name he op de hippische wereldkaart heeft gezet en waar met zijn internationale netwerk ook zijn bijdrage aan levert. Het bedrijf heeft daarmee ook een sterke sociale binding met Geesteren als paardendorp en Tubbergen als paardengemeente. 20

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

Onder de sociale kwaliteit wordt tevens aangegeven dat gedacht moet worden aan een vroegtijdig dialoog met omwonenden over bedrijfsontwikkeling. De initiatiefnemer heeft de omwonenden reeds meermaals geïnformeerd ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling. De omwonenden hebben destijds aangegeven geen bezwaren te hebben tegen de voorgenomen ontwikkeling. Vanwege het gegeven dat het perceel aan de Delmaweg 8 te Geesteren reeds geschikt is gemaakt voor het uitoefenen van de paardenhouderij is de buurt van mening dat er feitelijk niet veel veranderd als gevolg van de afwijking van het bestemmingsplan teneinde de paardenhouderij planologisch mogelijk te maken. Zoals reeds beschreven wordt de beoogde ontwikkeling mogelijk gemaakt door de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. In het kader hiervan vindt een basisinspanning plaats waarbij er maatregelen genomen op en nabij het perceel (basisinspanning). Een resterend bedrag wordt geïnvesteerd in maatregelen elders. 20% van dit resterende bedrag wordt ter beschikking gesteld aan Paardensportvereniging Sint Joris te Geesteren. Het bedrag blijft drie jaar lang beschikbaar voor de bouw van een (invaliden) toiletgroep, nieuwe hindernissen of hekjes voor de dressuurbaan. Het restbedrag wordt gestort in het gemeentelijk groenfonds voor investeringen in het landschap en/of de ruimtelijke kwaliteit in zijn algemeenheid.

Hiermee kan de identiteit en recreatieve aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de gemeente Tubbergen versterkt worden.

Op de paardenhouderij zijn, naast de initiatiefnemers, twee medewerkers in dienst. Daarnaast biedt het bedrijf stagemogelijkheden. Stal is een erkend stagebedrijf waar jaarlijks meerdere stagiares hun stage doorlopen. Het bedrijf levert daarmee ook in een bijdrage in mate waarin burgers in staat zijn om deel te nemen aan het economische leven en het stimuleren van individuele potenties.

Gelet op vorenstaande kan geconcludeerd worden dat als gevolg van onderhavig plan een kwaliteitswinst wordt geboekt zowel op het gebied van duurzaamheid alsmede op het gebied van sociale kwaliteit.

Ontwikkelingsperspectieven De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. In dit geval zijn uitsluitend de ontwikkelingsperspectieven voor de landelijke omgeving van belang. In figuur 3.2 is een fragment van de kaart van de ontwikkelingsperspectieven behorende bij de Omgevingsvisie weergegeven.

X

gevonden op deze locatie Ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap - Ontwikkelingsp

O

Ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap - Ontwikkelingsp

Figuur 3.2: Fragment ontwikkelingsperspectievenkaart, Omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

21

Het plangebied kent twee ontwikkelingsperspectieven, te weten 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' en 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap'. Het ontwikkelingsperspectief 'wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, worden verbonden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief 'agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden.

Onder verduurzaming wordt verstaan: realisatie van de waterkwaliteitsdoelen, gezondheid en welzijn van mens en dier, bijdrage aan de energietransitie, klimaatbestendigheid en ketenoptimalisatie, en ontwikkelen met aandacht voor - en waar mogelijk in dialoog met - omwonenden. De ontwikkelingen op het perceel passen in beide ontwikkelingsperspectieven. Ter plaatse wordt een paardenhouderij, dat kan worden aangemerkt als een agrarische functie, gevestigd op een bestaand bebouwd erf. Er wordt rekening gehouden met de omliggende (gevoelige) functies. Het erf wordt zo compact mogelijk opgezet, waarbij benodigde afstand tot woonpercelen in acht wordt genomen. De ontwikkeling zal landschappelijk ingepast worden én er zal een kwaliteitsimpuls in de groene omgeving plaats vinden.

Door de vestiging van de paardenhouderij, de realisatie van een rijhal en het creeëren van een zo optimaal mogelijke inrichting en indeling van het erf krijgt de paardenhouderij een verbeterde concurrentiepositie. Door middel van het creeëren van optimale voorzieningen zal ook een goede gezondheid en welzijn van de paarden worden behaald. Er wordt zo veel mogelijk gebruik gemaakt van het bestaande erf. Vanwege de te beperkte ruimte om alle benodigde voorzieningen zoals een paardenbak en stapmolen te realiseren, evenals een rijhal wordt het erf vergroot. Met de ontwikkeling worden andere agrarische bedrijven in de omgeving niet belemmerd. De gronden rondom het perceel zijn in eigendom van initiatiefnemer en zullen ook agrarisch in gebruik blijven. De bestaande infrastructuur geeft tenslotte een goede bereikbaarheid van het perceel. De verkeersstromen behorend bij de nieuwe functie kunnen over de huidige weg worden afgewikkeld.

Vanuit de ontwikkelingsperspectieven zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van het plan. Gebiedskenmerken

Natuurlijke laag De natuurlijke laag geeft aan het gebied het kenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen' (zie figuur 3.3, rood omkaderd).

gevonden op deze locatie

□ 22

Dekzandvlakte en ruggen - Gebiedskenmerken Natuurlijke laag (Hoe

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

Figuur 3.3: Natuurlijke laag, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) De kenmerken zijn dat er in deze gebieden grote verschillen zijn tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie van de provincie Overijssel is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. De norm bij ontwikkelingen in dit gebied is dat dekzandvlakten en ruggen een beschermde bestemmingsregeling krijgen. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkings)- richting van het landschap, gevormd door de afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt.

Figuur 2.4 (paragraaf 2.2) geeft de landschappelijke inpassing weer van het hele plan. Er is gekozen voor een open inrichting voor de weilanden die rond de percelen liggen, gezien de zichtlijnen in het ontginningslandschap die aanwezig zijn. Er vindt wel aanplant plaats, maar dit is aan de noordzijde van het plangebied. Aanplant van landschapselementen vindt daarnaast plaats op en rondom het erf, om het erf een passende uitstraling conform de gebiedkenmerken te geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van inheemse soorten. De landschappelijke inpassing heeft daarbij ook de functie om een scheiding tussen het perceel en omwonenden (en percelen) te creeren. Laag van het agrarisch cultuurlandschap De laag van het agrarisch cultuurlandschap kent het kenmerk 'Jong heide- en broekontginningslandschap' aan het gebied toe. In figuur 3.4 is een fragment van de betreffende kaart weergegeven.

gevonden op deze locatie Jong heide- en broekontginningslandschap - Gebiedskenmerken Laag van het agrarisch cultuu

Figuur 3.4: Laag van het agrarische cultuurlandschap, omgevingsvisie Overijssel (bron: provincie Overijssel) Kenmerkend voor het jonge heide- en broekontginningslandschap waren oorspronkelijk de grote oppervlakte aan - voormalige - natte en droge heidegronden. Deze waren functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal. In de stal bemeste plaggen dienden als structuur verbeteraar en bemesting voor de akker gronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. De ontwikkeling doet geen afbreuk aan de kenmerken van het jonge heide- en broekontginningslandschap. Er is sprake van de uitbreiding van het erf aan de noord- en noordwestzijde. Het erf wordt aan de noordzijde uitgebreid tot aan de situering van de bestaande paardenbak. Met het voornemen wordt de rechtlijnige landschappelijke structuur intact gehouden. Hiermee wordt er recht gedaan aan de bestaande structuren en opbouw van het landschap. Het onderhavige plan is daarmee passend binnen het gebiedskenmerk.

Stedelijke laag & laag van de beleving De 'Stedelijke laag' en de 'Laag van de beleving' hebben binnen het plangebied geen specifieke kenmerken en blijven daarom verder buiten beschouwing.

Conclusie

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

23

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende plan besloten planologische wijziging volledig in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1

MijnOmgevingsvisie Tubbergen

De gemeenteraad van Tubbergen heeft MijnOmgevingsvisie Tubbergen vastgesteld op 16 maart 2021. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Dinkelland, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Dinkelland en de samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld.

MijnOmgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. De kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. De vier kernprincipes zijn: 1. We doen het samen; de gemeente met haar inwoners, instellingen en ondernemers; 2. We geven het goede voorbeeld; wat we belangrijk vinden, laten we zien in de praktijk; 3. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt; 4. We wentelen geen problemen af op volgende generaties.

In het buitengebied komen veel functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Daarbij valt te denken aan landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Al die functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom is het uitgangspunt van de visie: de goede functies op de goede plek. Gestreefd wordt naar een buitengebied met een mooie balans tussen landgebruik, leefbaarheid en kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht.

Daarbij wordt gewerkt aan speerpunten. Voor het 'Buitengebied in balans' zijn dat: • Toekomstgerichte agrarische sector; • Goede staat van natuur en landschap; • Kwalitatief toerisme. In figuur 3.5 is een fragment van de Waardenkaart opgenomen.

Gericht op ontwkikkeling door lage waarde en hoge dynamiek

Figuur 3.5: Visiekaart Structuurvisie Tubbergen (bron: gemeente Tubbergen) Toets

Op grond van MijnOmgevingsvisie Tubbergen valt het projectgebied aan de Delmaweg 8 onder de aanduiding 'Gericht beperkte ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek'. Hier wordt aangegeven om in te spelen op onder andere de schaal van het landschap, het agrarische karakter, gemengde functies, bouwwijze en inrichting 24

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

die in de directe omgeving gebruikelijk is en geclusterde bebouwing. De gemeente Tubbergen ziet in deze gebieden graag combinaties van functies met kleinschalige detailhandel, zichtbaarheid en toegankelijkheid van waardevolle gebieden op het gebied van landschap, cultuurhistorie en natuur en veel variatie in beplanting.

Als gevolg van het plan wordt een paardenhouderij mogelijk gemaakt in het buitengebied van Geesteren. In de omgeving van het plangebied zijn enkele verspreid liggen agrarische bedrijven, een loon- en grondverzetbedrijf, een bronbemalingsbedrijf en woningen aanwezig. De omgeving van het plangebied wordt derhalve gekenmerkt door verschillende functies. Gezien deze verscheidenheid aan functies kan geconcludeerd worden dat de paardenhouderij bijdraagt aan de functiemening in de omgeving. Ten aanzien van het landschap geldt dat het perceel is gelegen in het jonge heideontginningslandschap. De primaire functie van het jonge heideontginningslandschap is landbouw, ook in de toekomst. De jonge heideontginningen liggen op de hogere delen van de voormalige heidevelden en hebben een open, grootschalig en rationeel karakter met verspreid langs de wegen gelegen boerderijen. Oorspronkelijk lag de bebouwing alleen langs de randen van de heidevelden, aan de hoofdwegen. Soms zijn er nog enkele heiderestanten te vinden met een ven, omzoomd door bos. Voor de toekomst is het beeld dat het gebied zijn agrarische karakter behoudt, maar ook ruimte biedt aan fiets- en wandelroutes, dagrecreatie en natuurbeleving in de randen.

Gestreefd wordt naar het versterken en ontwikkelen van robuuste landschappelijke structuren die het rechtlijnige en grootschalige karakter van dit landschapstype ondersteunen en versterken. De paardenhouderij wordt door toepassing van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving mogelijk gemaakt. Als gevolg van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving wordt het plan landschappelijk ingepast en wordt een bijdrage geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit door de aanleg van robuuste landschapselementen en nieuwe groenstructuren. Geconcludeerd kan worden dat het voornemen past binnen MijnOmgevingsvisie Tubbergen. 3.3.2

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving gemeente Tubbergen

Zoals reeds aan bod is gekomen in paragraaf 3.2.1 zijn de Omgevingsvisie Overijssel en de Omgevingsverordening Overijssel op 3 juli 2013 vastgesteld. De Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving maakt hier onderdeel van uit. Op basis van het provinciaal beleid ten aanzien van dit instrument is het mogelijk om op gemeentelijk niveau beleidskaders vast te stellen. De gemeente Tubbergen heeft op 8 oktober 2013 het beleidskader 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' vastgesteld.

Het beleidskader dient als toetsingskader voor de gemeente om aangevraagde ontwikkelingen in het landelijke gebied te kunnen beoordelen op basis van de kwaliteitsimpuls. Tegelijkertijd biedt het beleidskader aanvragers handvatten om hun aanvraag vorm te geven in combinatie met de kwaliteitsimpuls. Het kader streeft na om dit nieuwe instrument zoveel mogelijk te objectiveren en eenduidig toe te passen. Voor voorliggend plan is een KGO-plan opgesteld.

Toets

Als hoofdregel voor de toepassing van KGO geldt dat de waardestijging die het bedrijf ondervindt als gevolg van de realisatie van de ontwikkelingsplannen geïnvesteerd moet worden in de ruimtelijke kwaliteit. Aan de hand van de gemeentelijke beleidsnota is bepaald welk bedrag gehanteerd moet worden voor de waardebepaling en welk bedrag dus in de ruimtelijke kwaliteit moet worden geïnvesteerd. De waardestijging die het bedrijf ondervindt wordt bepaald aan de hand van het wijzigen van de bestemming. Onderhavig plan wordt mogelijk gemaakt door middel van een projectafwijkingsbesluit waarbij de huidige bestemming niet wijzigt. Bij het bepalen van de hoogte van de kwaliteitsimpuls voor de groene omgeving wordt uitgegaan van de waardevermeerdering van de gronden die door de planologische verandering zal ontstaan. Om de hoogte van de kwaliteitsimpuls te berekenen is de waardevermeerdering en afwaardering berekend op basis van de planologische wijziging van het gebruik van de gronden.

Door N+L Landschapsontwerpers is een KGO-plan opgesteld, waarin niet alleen de basisinspanning is opgenomen, maar waarin ook de extra investering in de ruimtelijke kwaliteit is vertaald. Dit plan is als Bijlage 1 bij deze onderbouwing opgenomen. Hieruit blijkt dat de benodigde investeringen worden gedaan; er vindt een basisinspanning plaats, er worden maatregelen genomen op en nabij het bedrijfsperceel. Tenslote wordt ook een bepaald bedrag geïnvesteerd in maatregelen elders. Hoewel er nadrukkelijk gezocht is naar mogelijkheden voor een ruimtelijke investering zijn deze slechts ten dele gevonden. 20% van het totaalbedrag wordt ter beschikking gesteld voor Paardensportvereniging Sint Joris te Geesteren (€ 2.897,31). Het restbedrag (€ 6.944,22) wordt gestort in het gemeentelijk groenfonds voor investeringen in het landschap en/of de ruimtelijke kwaliteit in zijn algemeenheid.

Conform het KGO-beleid is de gemeente met initiatiefnemer een overeenkomst aangegaan om de uitvoering van de kwaliteitsimpuls te borgen. De maatregelen die uitgevoerd dienen te worden zullen verankerd worden in de vergunning.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

25

3.3.3

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap.

Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.4) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

-

*

•g Y2 Cascokaart

CASCO

Geen onderdeel Casco Onderdeel Casco

Casco nieuwe vlakken

CASCO I Geen onderdeel Casco Onderdeel Casco |

Ci n d e rd e e I C a s o o, g rot e r d a n IJ ,5 h a.

Agrarisch □

Ag ra risc h bouwblo k

Figuur 3.6: Fragment casco-kaart (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn:

Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets 1.

Figuur 3.6 toont aan dat er vier casco onderdelen aanwezig zijn op of rondom de locatie. De twee onderdelen die van toepassing kunnen zijn bevinden zich direct op het erf. De casco elementen blijven behouden. Er zal wel één boom geveld worden in verband met de vitaliteit van de boom. De cascolijn zelf blijft daarbij behouden. 26

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

Daarnaast zullen er in het nieuwe landschappelijke inpassingsplan, meerdere houtsingels en bosjes toegevoegd worden aan het perceel. De ontwikkeling doet daarmee geen afbreuk aan de landschappelijke kwaliteiten en de groenstructuur wordt op juist versterkt door het aanbrengen van nieuwe houtsingels en bosjes met inheemse soorten. Het voornemen doet daarom geen afbreuk aan de doelstelling van het casco-beleid.

3.3.4

Nota verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018

De gemeenten Dinkelland, Losser, Oldenzaal en Tubbergen hebben in 2014 een gezamenlijke beleidsnota "Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente” opgesteld. Met de gezamenlijke nota voor Noordoost Twente in 2014 zijn de ruimtelijke kaders in heel Noordoost Twente grotendeels gelijk getrokken en is het beleid in de vier gemeenten op elkaar afgestemd. Om adequaat te kunnen inspelen op trends in ontwikkelingen in de sector is het van belang om te beschikken over actuele beleidskaders. Dit om in beeld te brengen hoe de verblijfsrecreatieve sector zich ontwikkelt en waar kansen liggen om de vitaliteit van de sector te versterken. De vier Noordoost Twentse gemeenten hebben samen met de sector (Koninklijke Horeca Nederland en de Recron) een verdiepingsslag gemaakt met het onderzoek 'Verblijfsrecreatie in Noordoost Twente. Onderzoek naar de vitaliteit van de sector’ (juni 2015). De uitkomsten van deze verdiepingsslag zijn verwerkt in de Nota verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018. De Nota verblijfsrecreatie in Noordoost Twente 2018 is op 6 oktober 2018 in werking getreden.

Noordoost Twente maakt met haar vier gemeenten deel uit van de regio Twente en heeft de toerist landschappelijk veel te bieden. Het unieke landschap is een grote trekpleister voor recreanten. Niet alleen de verblijfssector en de horeca profiteren van bezoekers aan de regio, maar ook een breed scala aan andere sectoren profiteren mee. Van detailhandel tot bouwondernemingen en van maakindustrie tot musea. De vrijetijdssector zorgt onder andere voor nieuwe investeringen, culturele uitwisselingen en een betere infrastructuur. Een gezond, divers en onderscheidend, toekomst- en vraaggericht (verblijfs)recreatief product is dan ook van groot belang voor de regio. Goede en kansrijke initiatieven die van toegevoegde waarde zijn voor het huidige verblijfsrecreatieve product worden daar waar mogelijk aangemoedigd. Op grond van de analyse die is uitgevoerd kunnen de volgende conclusies worden getrokken: De vrijetijdssector - in dit geval specifiek verblijfsrecreatie - is van groot economisch belang voor de regio Noordoost Twente. Een breed scala aan functies profiteert mee van een gezond, divers en onderscheidend, toekomst- en vraaggericht (verblijfs)recreatief product. • In Noordoost Twente is sprake van de 'verblijfsrecreatieparadox’. Er is een overaanbodsituatie ontstaan, waardoor de markt verzadigd is. Dit is met name het geval in de kampeersector.

Het aanbod is in het laatste decennium sterker gegroeid dan de vraag. Met als resultaat teruglopende bezettingen, marges die onder druk staan en wisselend toekomstperspectief. Om de sector vitaal te houden is vernieuwing en innovatie nodig binnen de sector. • In een relatief verzadigde markt is het daarom van belang om te kijken naar de toegevoegde waarde van een initiatief; het moet niet 'meer van hetzelfde’ zijn, bijdragen aan diversificatie van het aanbod en/of beter inspringen op de wensen vanuit de markt. De markt vraagt om vernieuwend en luxe aanbod, waarbij beleving en authenticiteit centraal staan. In de Nota verblijfsrecreatie wordt per verblijfsvorm definities en uitgangspunten voor toekomstige ontwikkelingen weergegeven. In de Nota verblijfsrecreatie wordt ingegaan op de volgende vormen van verblijfsrecreatie:

•

• reguliere kampeerterreinen; • kleinschalige kampeerterreinen; • paalkampeerterrein; • bed & breakfast; • plattelandskamers; • bungalows/recreatiewoning op recreatieterreinen; • vakantiebungalows/recreatiewoningen buiten vakantieparken; • hotels; • trekkershutten; • campervoorzieningen; • groepsaccommodaties. Toets Middels onderhavig plan wordt een logiefunctie mogelijk gemaakt in de nieuwe rijhal. Deze logiefunctie staat ten dienste van de paardenhouderij en biedt de mogelijkheid aan buitenlandse gasten/klanten van de paardenhouderij om te overnachten. Aangezien de regio Noordoost Twente kampt met een overaanbod aan verblijfsrecreatie zal de logiesfunctie uitsluitend gebruikt worden ten behoeve van de overnachting van gasten van de paardenhouderij en derhalve niet voor recreatief nachtverblijf.

omgevingsvergunning Geesteren, Delmaweg 8

27

Aangezien de logiefunctie niet wordt gebruikt ten behoeve van recreatief nachtverblijf kan geconcludeerd worden dat de realisatie van de logiefunctie ten behoeve van de paardenhouderij geen negatieve effecten heeft op de verblijfsrecreatieve mogelijkheden in Noordoost Twente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/878/documents/16152