CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren.pdf

Commissie Omgeving en Economie 9 april 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 14: Bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren en Vriezenveenseweg 40 Geesteren27.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

45

oppervlakte wordt gesloopt. Derhalve zijn geen compenserende maatregelen nodig. Eventuele aanpassingen van de riolering op eigen terrein zijn, mocht dit noodzakelijk zijn, voor rekening van initiatiefnemer. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het aspect 'water' voor de Langeveenseweg 133 geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Op 13 januari 2023 is de digitale watertoets verricht voor de Vriezenveenseweg 40, zie Bijlage 5. Op grond van de watertoets geldt de korte procedure. Het waterschap heeft op voorhand geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het perceel Vriezenveenseweg 40 is aangesloten op de drukriolering, waarop het vuilwater wordt afgevoerd. Regenwater mag hier niet op worden aangesloten. Regenwater moet op eigen terrein worden opgevangen en wordt op eigen terrein afgevoerd naar de naastgelegen sloten. Indien de bestaande pompput als gevolg van het plan moet worden aangepast, dan komen de kosten voor rekening van de initiatiefnemer. Verwacht wordt dat een aanpassing aan de riolering niet noodzakelijk is. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het aspect 'water' voor de Vriezenveenseweg 40 geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Het aspect 'water' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.9 Ecologie Bij een ruimtelijk plan moeten de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot aanwezige natuurwaarden in beeld worden gebracht. Daarbij wordt ingegaan op de relatie van het plan met beschermde gebieden, beschermde soorten, en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De wettelijke kaders hiervoor worden gevormd door Europese richtlijnen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn), nationale regelgeving (Wet natuurbescherming) en provinciale regelgeving (NNN in provinciale verordening). Toetsing Natuurnetwerk Nederland Het plangebied Langeveenseweg 133 ligt op minimaal 2,81 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Het plangebied Vriezenveenseweg 40 ligt op minimaal 1,1 kilometer afstand van gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. In figuur 4.3 en 4.4 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven.

Figuur 4.3: Ligging plangebied Langeveenseweg 133 t.o.v. NNN (bron: Atlas van Overijssel)

46

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Figuur 4.4: Ligging plangebied Vriezenveenseweg 40 t.o.v. NNN (bron: Atlas van Overijssel) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland kent geen externe werking. Omdat het plangebied buiten het Natuurnetwerk Nederland ligt, hoeft voorgenomen initiatief niet getoetst te worden aan provinciaal beleid ten aanzien van Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000-gebied De Wet natuurbescherming regelt in hoofdstuk 2 de bescherming van Natura 2000-gebieden. Dit zijn speciale beschermingszones op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De minister wijst deze gebieden aan. Voor de Natura 2000-gebieden stelt de minister instandhoudingsdoelstellingen op voor: de leefgebieden van vogels; de natuurlijke habitats of habitats van soorten (art. 2.1 Wet natuurbescherming); De provincies stellen voor de Natura 2000-gebieden een beheerplan op (art. 2.3 Wet natuurbescherming). In het beheerplan staan maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de instandhoudingsdoelstellingen worden bereikt. Nederland past een vergunningenstelsel toe. Hierdoor is in ons land een zorgvuldige afweging gewaarborgd rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Vergunningen worden verleend door provincies of door het ministerie van LNV. Natura 2000-gebieden mogen geen significante schade ondervinden.

Dit houdt in dat bepaalde plannen en projecten, op zichzelf óf in combinatie met andere plannen en projecten, de natuurwaarden waarvoor de gebieden zijn aangewezen niet significant negatief mogen beïnvloeden. Elke ontwikkeling in of nabij een Natura 2000-gebied dient te worden onderworpen aan een 'voortoets'. Uit de voortoets moet blijken of kan worden uitgesloten dat de gewenste werkzaamheden/ontwikkelingen een (significant) negatief effect hebben (op zichzelf of in combinatie met andere plannen of projecten). Voor alle Natura 2000-gebieden dient een beheerplan te zijn opgesteld waaruit duidelijk wordt welke activiteiten wel en niet zonder vergunning mogelijk zijn in en nabij die gebieden. Het plangebied Langeveenseweg 133 behoort niet tot Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op minimaal 3,86 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Het meest nabij gelegen Natura 2000-gebied, is Engbertsdijksvenen. Het plangebied ligt daarnaast op minimaal 5,01 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek. Het plangebied Vriezenveenseweg 40 behoort eveneens niet tot het Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt op minimaal 4,02 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Engbertsdijksvenen en op 6 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied Springendal & Dal van de Mosbeek.

In figuur 4.5 en 4.6 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Natura 2000-gebied weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

47

Figuur 4.5: Ligging plangebied Langeveenseweg 133 t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: Atlas van Overijssel)

Figuur 4.6: Ligging plangebied Vriezenveenseweg 40 t.o.v. Natura 2000-gebied (bron: Atlas van Overijssel) Beoordeling uitvoering fysieke activiteiten Het plangebied is niet zichtbaar vanuit Natura 2000-gebied. Negatieve effecten, zoals geluid, licht en optische verstoring zijn daarom niet aan de orde. Ook zijn in het Natura 2000-gebied geen negatieve effecten, zoals trillingen waarneembaar. Met uitzondering van het aspect stikstof, kunnen negatieve effecten op Natura 2000-gebied uitgesloten worden. Beoordeling stikstof Volgens de Wet natuurbescherming is een vergunning nodig voor activiteiten die kunnen leiden tot schade aan Natura 2000-gebieden, bijvoorbeeld als gevolg van stikstofdepositie (uitstoot en neerslag van stikstof). Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000–gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Te veel stikstof is slecht voor planten die leven op voedselarme grond. Als deze planten verdwijnen, kan dat ook slecht zijn voor dieren die in dat gebied leven. Daarnaast leidt stikstof tot verzuring van de bodem. In sommige delen van de Natura 2000-gebieden is de hoeveelheid stikstof te hoog.

48

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOx (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 13 januari 2022 wordt de huidige AERIUS Calculator geactualiseerd. De belangrijkste verandering is de 'afkapgrens' van 25 km voor stikstofdepositie bij alle projecten. De aanleiding voor de nieuwe kapgrens is het eindrapport van het adviescollege 'Meten en berekenen Stikstof' (ook wel de 'Commissie Hordijk') en de uitspraak van de Raad van State over de A15 (begin 2021). Eventuele deposities voorbij deze afkapgrens worden niet in beeld gebracht.

De nieuwe afkapgrens van 25 km zal vooral voor grotere projecten consequenties hebben. Hoewel in de AERIUS 2020 ook een afkapgrens was opgenomen, gold deze slechts voor wegverkeer en was de afstand veel korter (5 km). Op 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. Deze wet regelt onder meer drie resultaatverplichtingen voor stikstofreductie: in 2025 moet minimaal 40% van het areaal van de stikstofgevoelige natuur in beschermde Natura-2000-gebieden een gezond stikstofniveau hebben; in 2030 minimaal de helft en in 2035 minimaal 74%. De wet geeft de opdracht voor een programma van maatregelen om die reductie te bereiken en de natuur te herstellen. Ook regelt de wet de tussentijdse monitoring en zo nodig bijsturing. Voor de zogeheten PAS melders en initiatiefnemers die onder het PAS vergunningvrij waren is in de wet bepaald dat zij alsnog gelegaliseerd worden. De wet maakt een gedeeltelijke vrijstelling mogelijk van de natuurvergunningplicht voor het aspect stikstof voor activiteiten van de bouwsector. Het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering werkt de stikstofwet verder uit, waaronder de bouwvrijstelling. De vrijstelling was van toepassing voor de bouw-, aanlegen sloopactiviteiten van projecten.

Op 2 november 2022 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de zaak Porthos echter de partiële vrijstelling van tafel geveegd. Dit betekent dat bij het maken van een stikstofberekening (AERIUS) voor de gebruiksfase van projecten, tevens de bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten van projecten meegenomen zullen moeten worden. Uitgangspunt van de stikstofdepositieberekening is dat een realistische/ representatieve inschatting wordt gegeven van de werkmethode en materieelinzet die in de aanlegfase benodigd zal zijn. Uit de rechtspraak van de Afdeling blijkt dat de inzet van het materieel “voldoende reëel en aannemelijk” moet zijn (vgl. AbRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960, r.o. 17.1). Er zijn de laatste jaren meerdere situaties doorgerekend waarbij de emissie is bepaald op basis van reële uitgangspunten, zoals ook gehanteerd in onderzoeken voor de bouwvrijstelling van kracht werd. Deze berekeningen zijn ook uitgevoerd voor sloopwerkzaamheden, heien en ontsluiting van een kleine woonwijk. Het plan aan de Langeveenseweg 133 heeft betrekking op de sloop van 1.190 m2 aan (voormalige) agrarische bedrijfsbebouwing en de uitbreiding van een werktuigenberging met een oppervlakte van 105 m2.

Op grond van vergelijkbare projecten waar de de sloop van een stal van 40 x 20 meter (gezamenlijk 800 m2) + kelders + erfverharding + één woning (gezamenlijk 5.800 m3) en de bouw van 2 woningen (750 m3) met 200 m3 aan schuren op een afstand van 1.250 m2 is doorgerekend, kan geconcludeerd worden dat dit niet leidt tot negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Aangezien het voorgenomen plan voor de Langeveenseweg 133 is gelegen op een afstand van ten minste 3,86 kilometer kan op basis van vergelijkbare projecten geconcludeerd worden dat de sloop van agrarische bebouwing en de kleinschalige uitbreiding van de werktuigenberging niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Daarnaast wordt de melkveetak als gevolg van het plan gestaakt. Hoewel de vleesvarkenshouderijtak behouden blijft (conform de geldende milieuvergunning) is er sprake van een afname van stikstofdepositie als gevolg van de afschaling van de agrarische bedrijfsactiviteiten. Het plan aan de Vriezenveenseweg 40 te Geesteren voorziet in de sloop van enkele bijgebouwen en de realisatie van nieuwe bijgebouwen.

Op grond van vergelijkbare projecten die zijn doorgerekend kan worden geconcludeerd dat bij de realisatie van drie vrijstaande woningen (600 m3) met bijgebouwen, inclusief bouwrijp maken en verharding/tuin op een afstand van 1.200 meter niet voorziet in een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Het plangebied Vriezenveenseweg 40 ligt op minimaal 4 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied. Het plan leidt derhalve niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

49

Soortenbescherming Langeveenseweg 133 Geesteren Om te onderzoeken of het voorgenomen plan voor de sloop van de agrarische bebouwing aan de Langeveenseweg 133 kan leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming is Natuurbank Overijssel gevraagd om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen. De resultaten zijn beschreven in de quickscan natuurwaarden (projectnummer 4207, d.d. 24 juni 2021) en opgenomen in Bijlage 6 bij de toelichting. Hieronder worden de resultaten weergegeven. In het kader van het natuurwaardenonderzoek is het plangebied op 7 juni 2022 tijdens de daglichtperiode (ochtend) bezocht. Het onderzoeksgebied is te voet onderzocht op de aanwezigheid en potentiële aanwezigheid van beschermde flora- en faunawaarden. De voorgenomen activiteiten worden gezien als 'ruimtelijke ontwikkeling'. Voor een aantal algemeen voorkomende en talrijke faunasoorten geldt in Overijssel een vrijstelling van de verbodsbepaling 'het opzettelijk beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats', als gevolg van werkzaamheden die in het kader van een ruimtelijke ontwikkeling worden uitgevoerd2.

Voor beschermde soorten die niet op deze vrijstellingslijst staan, is een ontheffing vereist of er dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode om ze te mogen verstoren en om opzettelijk de vaste rust- en voortplantingsplaats te mogen beschadigen en te vernielen. Voor het doden van beschermde diersoorten geldt geen vrijstelling van de verbodsbepalingen. Afhankelijk van de status van de beschermde soorten, kan soms ook gewerkt worden conform een door de Minister goedgekeurde, en op de situatie toepasbare, gedragscode. In het kader van de zorgplicht moet rekening worden gehouden met alle in het plangebied aanwezige planten en dieren en moet er gekozen worden voor een werkmethode en/of planning in de tijd, waardoor planten en dieren zo min mogelijk schade ondervinden als gevolg van de voorgenomen activiteiten. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde dieren. Het plangebied wordt door beschermde diersoorten hoofdzakelijk benut als foerageergebied, maar mogelijk nestelen er vogels, bezetten amfibieën er een (winter)rustplaats en bezetten beschermde grondgebonden zoogdieren er een vaste rust- of voortplantingsplaats.

Vleermuizen bezetten geen vaste rust- of verblijfplaats in het plangebied maar gebruiken het wel als foerageergebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de laurierstruiken verwijderd en de toegankelijke bebouwing gesloopt wordt tijdens de voortplantingsperiode, wordt geadviseerd vooraf een broedvogelscan uit te voeren om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te kunnen sluiten. Als gevolg van de voorgenomen activiteiten worden mogelijk beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën gedood en wordt mogelijk een vaste (winter)rust- en/of voortplantingsplaats van een beschermd grondgebonden zoogdier of amfibie beschadigd of vernield. Voor de beschermde grondgebonden zoogdieren amfibieënsoorten, die een vaste (winter)rust- en voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepaling 'beschadigen/vernielen van vaste rust- en voortplantingsplaatsen'. Er geldt geen vrijstelling voor het doden van beschermde grondgebonden zoogdieren en amfibieën.

Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden dienen ze weggejaagd te worden of weggevangen te worden (en elders losgelaten). Indien niet voorkomen kan worden dat een beschermd dier gedood wordt, dient een ontheffing aangevraagd te worden of dient gewerkt te worden volgens een goedgekeurde en toepasbare gedragscode. Door uitvoering van de voorgenomen activiteiten neemt de betekenis van het plangebied als foerageergebied voor vleermuizen af. Dit leidt echter niet tot wettelijke consequenties. Vriezenveenseweg 40 Geesteren Aan de Vriezenveenseweg 40 te Geesteren worden twee bestaande bijgebouwen gesloopt en worden nieuwe bijgebouwen gerealiseerd. De te slopen bebouwing betreft een paardenstal (kapschuurconstructie) en een overdekt terras die aan drie zijden is voorzien van een wand en volledig uit houten elementen bestaat. In Bijlage 7 is een fotoverslag van de te slopen bebouwing opgenomen. Voor wat betreft het houten overdekte terras wordt opgemerkt dat deze ongeschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen aangezien deze zeer sterk wordt beïnvloed door de weersinvloeden (o.a. wind, koude temperatuur etc.). De paardenstal/kapschuurconstructie beschikt hoofdzakelijk over gemetselde buitengevels met luchtspouw. Er zijn geen invliegopeningen zoals open stootvoegen of ventilatieopeningen die vleermuizen de kans bieden een verblijfplaats te bezetten.

Ook sluiten de daklijsten en de betimmering van het dakoverstek naadloos aan op de 50

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

buitengevels. Door de sloop van de bebouwing wordt geen vleermuis verstoord of gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingslocatie verstoord, beschadigd of vernield. Tevens geldt dat bij alle werkzaamheden de algemene zorgplicht van de Wet natuurbescherming in acht moet worden genomen. Conform artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming houdt de zorgplicht in dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, wordt geacht deze handelingen achterwege te laten. Indien het achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevraagd, worden maatregelen getroffen om de gevolgen te voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Het aspect 'ecologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.10

Archeologie en Cultuurhistorie

Nederland heeft in 1992 het verdrag van Malta ondertekend. Het verdrag van Malta heeft als doel het archeologisch erfgoed in de bodem beter te beschermen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar een reële verwachting bestaat dat er archeologische waarden aanwezig zijn dient er een archeologisch onderzoek uit te worden gevoerd, voordat er bodemingrepen plaatsvinden. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden ter vervanging van de Monumentenwet 1988. Een deel van de monumentenwet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Tot die tijd blijven deze onderdelen van de Monumentenwet 1988 gelden als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden.

Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Archeologie Op grond van het geldende bestemmingsplan geldt voor zowel het plangebied aan de Langeveenseweg 133 als de Vriezenveenseweg 40 de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. Voor bouwwerkzaamheden en grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld geldt dat een een archeologisch onderzoek moet plaatsvinden om aan te tonen : dat geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel dat de archeologische waarden door bouwactiviteiten niet worden verstoord. Toets De sloopwerkzaamheden aan de Langeveenseweg 133 hebben betrekking op een oppervlakte van 1.190 m2. Daarnaast wordt er een werktuigenberging gebouwd met een oppervlakte van 105 m2. Aan de Vriezenveenseweg 40 worden enkele bijgebouwen gesloopt, worden nieuwe bijgebouwen gerealiseerd en wordt de maximale oppervlakte aan bijgebouwen verruimd naar maximaal 507,5 m2.

Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat op beide plangebieden geen grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m2 en dieper dan 40 cm onder maaiveld plaatsvinden, waardoor het uitvoeren van een archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het aspect 'archeologie' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. De bescherming van cultuurhistorische elementen is vastgelegd in de Monumentenwet 1988 (die nog geldt als overgangsrecht binnen de Erfgoedwet). Deze wet is vooral gericht op het behouden van historische elementen voor latere generaties. Toets In het plangebied aan de Langeveenseweg 133 en Vriezenveenseweg 40 te Geesteren zijn geen gemeentelijke en/of rijksmonumenten aanwezig. Derhalve word geconcludeerd dat voorliggend plan geen negatieve gevolgen heeft voor het aspect 'cultuurhistorie'. bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

51

4.11

Verkeer / parkeren

Verkeer Het plangebied aan de Langeveenseweg 133 wordt ontsloten via de Langeveenseweg die het plangebied verbindt met de kern Geesteren en de Hardenbergerweg N343. Als gevolg van het plan worden de agrarische bedrijfsactiviteiten afgeschaald waardoor het aantal verkeersbewegingen afneemt. De grootste afname van het aantal verkeersbewegingen heeft betrekking op het halen en brengen van vee en veevoer. Het aspect 'verkeer' levert voor het perceel Langeveenseweg 133 geen belemmeringen op voor dit plan. Het plangebied aan de Vriezenveenseweg 40 wordt via een uitrit ontsloten op de Vriezenveenseweg. De Vriezenveenseweg verbindt de kern Geesteren met Vriezenveen en kent ter hoogte van het plangebied een maximum snelheid van 80 km per uur. Als gevolg van het plan worden de bijgebouwen op het perceel geherpositioneerd en wordt de oppervlakte van de bijgebouwen uitgebreid. De uitbreiding van de bijgebouwen leidt niet tot een toename van het aantal verkeersbewegingen van en naar het plangebied. De bijgebouwen worden gebruikt voor het privégebruik ten behoeve van de woonfunctie en voor het stallen van enkele paarden die hobbymatig worden gehouden. Het aspect 'verkeer' levert voor het perceel Vriezenveenseweg 40 geen belemmeringen op voor dit plan. Parkeren Het afschalen van het agrarisch bedrijf aan de Langeveenseweg 133 leidt niet tot een toename van de parkeerbehoefte.

De huidige parkeerbehoefte ten behoeve van de eigenaar van het perceel kan op eigen terrein worden opgevangen. Op het terrein is voldoende verharding nabij de bedrijfswoning aanwezig om te voorzien in de parkeerbehoefte, zie Bijlage 1. Voor de Vriezenveenseweg 40 geldt dat de oppervlakte aan bijgebouwen niet leidt tot een toename van de parkeerbehoefte. De bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van de woonfunctie. Tevens moet worden opgemerkt dat op het erf voldoende ruimte is om in de bestaande parkeerbehoefte te voorzien. Het aspect 'parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

52

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

5.1 Planopzet en systematiek De in Hoofdstuk 2 beschreven planopzet is juridisch-planologisch vertaald in een bestemmingsregeling, die bindend is voor overheid, bedrijven en burgers. Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding (plankaart) en regels en is voorzien van een toelichting. De regels en verbeelding (plankaart) vormen het juridisch bindende deel. Op de verbeelding worden de toegekende bestemmingen en aanduidingen visueel weergegeven. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De toelichting heeft zelf geen juridische bindende werking, maar moet worden beschouwd als handvat voor de uitleg en de onderbouwing van de opgenomen bestemmingen.

5.2 Toelichting op de regels 5.2.1

Opbouw

In deze paragraaf wordt de systematiek van de regels en de wijze waarop de regels gehanteerd dienen te worden, uiteengezet. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen. Voor de systematiek is aangesloten op de SVBP2012, zoals verplicht is sinds 1 juli 2013. Dit houdt onder meer in dat het plan IMRO-gecodeerd wordt opgeleverd. Navolgend wordt de opbouw, indeling en systematiek van de regels kort toegelicht. Inleidende regels Begrippen In deze bepaling zijn omschrijvingen gegeven van de in het bestemmingsplan gebruikte begrippen. Deze worden opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Begripsbepalingen zijn alleen nodig voor begrippen die gebruikt worden in de regels en die tot verwarring kunnen leiden of voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wijze van meten Om op een eenduidige manier afstanden, oppervlakten en inhoud van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bepalen wordt in de wijze van meten uitleg gegeven wat onder de diverse begrippen wordt verstaan. Ten aanzien van de wijze van meten op de verbeelding (plankaart) geldt steeds dat het hart van een lijn moet worden aangehouden. Bestemmingsregels De opbouw van de bestemmingen ziet er als volgt uit: bestemmingsomschrijving: De omschrijving van de doeleinden.

Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies; bouwregels: In de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd, wordt hier vastgelegd. Indien mogelijk wordt verwezen naar bouwvlakken en aanduidingen op de verbeelding (plankaart); afwijken van de bouwregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van de bouwregels ten aanzien van het oppervlak en de vorm van bijbehorende bouwwerken; specifieke gebruiksregels: In dit onderdeel is aangegeven welke vormen van gebruik in ieder geval zijn toegestaan dan wel strijdig zijn met de bestemming. Daarbij zijn niet alle mogelijke toegestane en strijdige gebruiksvormen genoemd, maar alleen die functies, waarvan het niet op voorhand duidelijk is. Het gaat hierbij in feite om een aanvulling/verduidelijking op de in de bestemmingsomschrijving genoemde functies; afwijken van de gebruiksregels: Bij een omgevingsvergunning kan onder voorwaarden worden afgeweken van het in de bestemmingsomschrijving beschreven gebruik van hoofdgebouwen; wijzigingsregels bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

53

In dit onderdeel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden gekoppeld aan de desbetreffende bestemming. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene regels Anti-dubbeltelregel: Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld; Algemene bouwregels: In dit artikel worden de algemene bouwregels voor het bouwen beschreven, onverminderd het bepaalde in de overige artikelen; Algemene gebruiksregels: Deze bepaling bevat een opsomming van strijdig gebruik van gronden en bouwwerken in algemene zin; Algemene aanduidingsregels: In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven; Algemene afwijkingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen.

De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Algemene wijzigingsregels: In deze bepaling is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven het plan te wijzigen. Het gaat hier om wijzigingsbevoegdheden met een algemene strekking. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven; Overige regels: Hier staan regels geformuleerd ten aanzien van het parkeren dat op eigen terrein moet plaatsvinden. Overgangs- en slotregels Overgangsrecht: Bouwwerken welke op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan bestaan (of waarvoor een bouwvergunning is aangevraagd) mogen blijven bestaan, ook al is er strijd met de bebouwingsregels. De overgangsbepaling houdt niet in dat het bestaand, illegaal opgerichte, bouwwerk legaal wordt, noch brengt het met zich mee dat voor een dergelijk bouwwerk alsnog een bouwvergunning kan worden verleend. Burgemeester en wethouders kunnen in beginsel dus nog gewoon gebruik maken van hun handhavingsbevoegdheid. Het overgangsrecht is opgenomen zoals opgenomen in artikel 3.2.1 Bro. Het gebruik van de grond en opstallen, dat afwijkt van de regels op het moment van inwerkingtreding van het plan mag eveneens worden voortgezet; Slotregel: Deze bepaling geeft aan op welke manier de regels kunnen worden aangehaald. 5.2.2

Bestemmingen

Naast de inleidende regels (begrippen en wijze van meten), algemene regels (zoals bouwregels, gebruiksregels en proceduregels) en de overgangs- en slotregels, zijn de volgende bestemmingen in dit plan opgenomen: Bestemmingen Agrarisch - 1 (Artikel 3) Overeenkomstig het geldende bestemmingsplan is het plangebied aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren bestemd als 'Agrarisch -1'. Gronden met deze bestemming zijn hoofdzakelijk bestemd voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf ter plaatse van het bouwvlak, waarbij uitsluitend ter plaatse van de aanduidingen "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied" tevens agrarische bedrijfsvoering in de vorm van intensieve veehouderij mag worden uitgeoefend. Tevens is het wonen ten behoeve van het agrarisch bedrijf toegestaan, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf, een vrij beroep, mantelzorg, mantelzorg en/of bed and breakfast. In de bouwregels is de maximale oppervlakte aan bedrijfsgebouwen specifiek bepaald door middel van een aanduiding op de verbeelding. Wonen (Artikel 4) 54

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

De burgerwoningen in het buitengebied zijn onder de bestemming 'Wonen' gebracht. De woonfunctie kan bij recht gecombineerd worden met een aan-huis-verbonden beroep of bedrijf. Ook bed and breakfast en bestaande kleinschalige kampeerterreinen zijn bij de woonfunctie toegestaan. Nieuwe kleinschalige kampeerterreinen zijn via een afwijking mogelijk. Overige bedrijfsmatige activiteiten bij de woonfunctie zijn specifiek aangeduid. De bouwregels zijn opgesplitst in bouwregels voor: Hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken; Vrijstaande bijbehorende bouwwerken; Andere bouwwerken. Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden onder meer de volgende bouwregels: als hoofdgebouw mag uitsluitend een woonhuis worden gebouwd; per bestemmingsvlak mag maximaal één woonhuis met één woning worden gebouwd; wanneer de aanduiding "maximum aantal aaneen te bouwen wooneenheden" op de verbeelding is aangebracht, mag per bestemmingsvlak het genoemde maximum aantal woonhuizen aaneengebouwd worden; de inhoud van een woning bedraagt maximaal 1.000 m³; de goothoogte van een hoofdgebouw bedraagt maximaal 4 meter; de bouwhoogte van een hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 9 meter; de bouwhoogte van een aangebouwd bouwwerk is ten minste 1 meter lager dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw. Bij woningen is het mogelijk om aangebouwde en vrijstaande bijbehorende bouwwerken te bouwen.

Voor het bouwen van vrijstaande bijbehorende bouwwerken geldt dat de gezamenlijke oppervlakte niet meer mag bedragen dan is aangegeven met de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)'. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3,5 meter. De bouwhoogte zal ten minste 1,00 meter lager zijn dan de bouwhoogte van het hoofdgebouw. De dakhelling zal ten hoogste 60° bedragen. Waarde - Archeologie 4 (Artikel 5) De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² en dieper dan 0,40 m onder het maaiveld plaatsvinden moet aanvullend archeologisch onderzoek uitgevoerd worden.

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

55

56

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerpbestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid, sub f van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten, waaronder leges en planschadekosten, komen voor rekening van de aanvrager. Hiermee is het kostenverhaal anderzins verzekerd en kan de raad op grond van artikel 6.12, lid 2 onder a besluiten geen exploitatieplan vast te stellen.

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

57

58

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat het bestuursorgaan, dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met instanties, zoals gemeenten, waterschappen, provinciale diensten en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Overijssel De provincie Overijssel heeft in juli 2016 een uitzonderingslijst opgesteld van categorieën bestemmingsplannen en projectbesluiten van lokale aard waarvoor vooroverleg niet noodzakelijk is. Het plan valt onder categorie B onder 1, waardoor vooroverleg niet nodig is. Waterschap Vechtstromen Op 29 september 2022 is het plan via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het waterschap Vechtstromen. De conclusie van die digitale toets is dat het waterschap een positief advies geeft. Hiermee is voldaan aan het verplichte vooroverleg.

7.2 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van 20 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Binnen deze periode kon een ieder zijn of haar zienswijze ten aanzien van dit bestemmingsplan kenbaar maken. Tijdens de termijn van de terinzagelegging zijn geen zienswijzen binnengekomen.

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

59

60

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Bijlagen bij de toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

61

Bijlage 1 Landschapsplan Langeveenseweg 133

62

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Plan Broenink Geesteren

Tuin- en landschapsarchitecten

Korte onderbouwing van een erftransformatie aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren

Versie 17-8-2022

BESTAND; BROENINK_06

INHOUDSOPGAVE

COLOFON

1. AANLEIDING 

3

2 HUIDIGE SITUATIE 

4

3 DE OPGAVE 

5

4 UITGANGSPUNT VOOR HET ONTWERP: 

5

5 ANALYSE LANDSCHAP 

6

6 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 

7

1 Het woongedeelte 7 2 Leefgedeelte 7 3 Werkgedeelte7 4 Verbinding tussen werk- en woongebied 7 5 Hoogstamboogaard met fruitbomen 8

7 HET ONTWERP 

8

8 BEPLANTINGSKEUZE 

8

Opdrachtgever, Ad Fontem

ONTWERP Ing. André Bijkerk, tuin- en landschapsarchitect BNT. Hengelosestraat 791 7521 PA Enschede T 053 4359956 E andre@bijkerkcs.eu www.bijkerkcs.eu en Marit Kamphuis landschapsontwerper i.o.

Tuin- en Landschapsarchitecten

Pagina 2

1. AANLEIDING

E D

C

Het plangebied ligt aan de Langeveenseweg 133, te Tubbergen. De sloop van drie schuren maakt het mogelijk om elders in Saasveld een nieuwe schuur te bouwen. De familie Broenink is voornemens om, in het kader van de regeling schuur voor schuur te slopen. Op de onderstaande figuur worden de te slopen schuren A, B, en C weergegeven. De gemeente Tubbergen stelt de eis dat na de sloop een passende landschappelijk inrichting ontstaat. In de volgende tekst wordt onderbouwd, hoe het terrein landschappelijk wordt ingepast.

B

A

Te slopen schuren A, B en C. Te handhaven schuren D en E

Tubbergen

Pagina 3

2 HUIDIGE SITUATIE Op het perceel van de familie Broenink zijn naast de woning een vijftal agrarische schuren gesitueerd en een klein stenen schuurtje. De heer Broenink heeft een kleine varkenshouderij die hij in de resterende opstallen mag voortzetten. Een gedeelte van het perceel is destijds verkocht aan derden. Op het verkochte stuk grond (achter en links van het huis) wordt mais geteeld.

Luchtfoto plangebied

Zijkant woning oost met schuurtje

Woning fam. Broenink

Achterzijde woning met zicht op te slopen schuren

Werkgedeelte, de meest linkse schuur wordt gesloopt.

Pagina 4

3 DE OPGAVE

Linker achterzijde van het erf

In de nieuwe situatie vormt zich na het slopen van de oude schuren, tussen de woning en de nieuwe schuren een open ruimte. In een eerder overleg met o.a. de gemeente werd gesteld dat door de afbraak van de schuren de samenhang tussen woning en de omgeving en de resterende schuren geen samenhang meer heeft. De open ruimte wordt in tweeën gedeeld. Dit vraagt om een nieuwe groene invulling. De groene invulling is gebaseerd op de criteria die gelden voor compensatie groen bij ‘rood voor rood’. In de toekomst wil de heer Broenink zijn agrarische werkzaamheden op kleine schaal in de resterende opstallen voortzetten. Op het terrein rond de woning geeft de familie de voorkeur aan langzaam groeiende beplanting die hanteerbaar en beheersbaar is. 4 UITGANGSPUNT VOOR HET ONTWERP:

Rechter achterzijde van het erf

Achterzijde van de woning gericht op het oosten

Rechterkant, voorzijde erf met zicht op de schuren

Analyse landschap De analyse van de geomorfologie geeft aan dat het gebied tot het pleistocene zandlandschap met woeste gronden behoort. Onder invloed van verschillende maatschappelijke en economische factoren zijn tussen 1850 en 1960 de heidevelden in Nederland ontgonnen . Het plangebied ligt cultuurhistorisch gezien tussen natte gronden richting het westen en drogere, hogere gronden “de oude bouwlanden” van het hoevenlandschap en het matenlandschap richting zuidoosten. De ‘woeste gronden’ waren de grote gezamenlijke heidevelden waar de schapen werden geweid en plaggen werden gestoken. In de achttiende en negentiende eeuw werden de akkers uitgebreid ten koste van de woeste gronden. Aan het einde van de negentiende eeuw kwam kunstmest op grote schaal beschikbaar. Mede hierdoor nam de ontginningen van de heidevelden een grote vlucht: de heidevelden waren niet meer nodig. Het heidelandschap werd gekenmerkt door dwergstruiken, in het bijzonder struikheide, dopheide, kraaiheide en bosbes. Bomen en struiken komen weinig voor of ontbraken geheel. De heidevelden op de zandgronden zijn uit bos ontstaan door menselijk handelen; dit in tegenstelling tot duinheide die van nature is ontstaan. De heide vormde eeuwenlang een essentieel onderdeel van het landbouwsysteem op de zandgronden.

Veel heidevelden en hoogvenen die vroeger grote aaneengesloten gebieden vormden bestaan tegenwoordig uit kleine, niet aaneengesloten gebieden.

Pagina 5

5 ANALYSE LANDSCHAP Na de ruilverkaveling in de jaren zestig zijn typerend voor het jonge ontginningsland de blokverkaveling, de rechte wegen, het open landschap en de nieuwe erven. Het landschapstype heideontginning geeft, in tegenstelling tot het omliggende kampenlandschap, geen specifieke aanleiding tot traditionele erfbeplanting of om grote essentiële houtwal structuren. De beleving en sfeer van de erven zoals ooit ontwikkeld voor heideontginning is eenvoudig met vooral een functionele opzet.

Historische kaart 1900 plangebied

Cultuurlandschap plangebied

Pagina 6

6 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

Werken

3

Boomgaard

4

5 2

Wonen

1

In het te ontwikkelen gebied wordt door de familie Broenink, gewoond, gewerkt en geleefd. Dit verschil in aspecten vraagt om een creatieve als functionele toepassing in het ontwerp. Van belang hierbij is het integreren van landschappelijk groen dat in een goede verhouding staat met de functionele leefomgeving. Om die reden zijn er deelgebieden ontworpen die hierna worden benoemd en beschreven. De deelgebieden vormen samen met de bebouwing een landschappelijk ensemble. De beplantingen fungeren als verbindende elementen die de deelgebieden met elkaar verbind. De beplanting zal voornamelijk bestaan uit soorten die van oorsprong voorkomen in de streek en passen in het Twentse landschap. Hiermee wordt behoud van waardevolle landschapselementen nagestreefd. 1 Het woongedeelte

Verbindingszone

Leven

Het woongedeelte vindt plaats voor en achter het huis. Het gebied wordt begrensd door de voortuin en een oprit die het huis bereikt. Naast de oprit staan een grote kastanjeboom en een eik. De oprit gaat over in verharding rondom het huis. De beplanting voor het huis heeft een sierwaarde en vormt de entree van de woning. Het woon- en werkgedeelte worden gescheiden door de oprit, de bomen en wat opgaande beplanting tussen de twee gebieden. 2 Leefgedeelte

Plattegrond plangebied met deelgebieden

Aan de zijkant van het huis vindt het verblijven plaats met de privé tuin aan de westelijke zijkant van het huis. Het bestaande struweel om de tuin vormt de erfgrens. Deze gaat over in een stuk gazon en sluit aan op de verharding rondom het huis. De beplanting zorgt hier voor privacy. 3 Werkgedeelte

Aan de oostelijke achter/ zijkant van het huis heeft de heer Broenink zijn veehouderij. Het werkgedeelte wordt bereikt via een extra oprit. De werkzaamheden vinden rondom de twee schuren plaats. Om het werkgedeelte te verbinden met de rest van het erf, worden naast de kleine schuur twee beukenbomen geplaatst, omringd door gazon. Daarnaast komt haaks op de schuren een opgaande strook beplanting van kleinfruit. Ook de achterzijde van het erf wordt begrensd met een strook van opgaand klein fruit beplanting. 4 Verbinding tussen werk- en woongebied

Er ontstaat een nieuwe ruimte aan de achterzijde van de kleine schuur en de overgang naar het woongedeelte. Deze ruimte zorgt voor een landschappelijke tweedeling. Pagina 7

Om het werk- en woongedeelte weer met elkaar te verbinden met beplanting die in het landschap past, zal een boomgaard worden geplant met verschillende soorten fruitbomen. Door de fruitbomen te plaatsen over de gehele lengte van de achterzijde het terrein met overlap van werk- en woon gedeelte worden de gebieden verbonden vindt er weer samenhang plaats. De verbinding wordt versterkt door de strook opgaande beplanting die evenwijdig aan de boomgaard loopt. 5 Hoogstamboogaard met fruitbomen

Aan de achterkant van het huis, vlakbij de erfgrens wordt een opgaande beplanting gevormd door hoogstamfruitbomen. De historische relatie tussen boomgaard en bebouwing is op veel plaatsen sterk verstoord of geheel verdwenen. Daarvoor is slechts in enkele gevallen een nieuwe, moderne boomgaard teruggekeerd. 7 HET ONTWERP Op de volgende pagina wordt het landschapsplan weergegeven, 0 -

8 BEPLANTINGSKEUZE Op de volgende pagina wordt een beplantingsassortiment beschreven voor de verschillende aan te brengen groene elementen De heestervakken maken onderdeel uit van de tuininrichting en worden in de sfeer van Boerenjasmijn, Hortensia, Heesterrozen e.d. ingevuld.

Pagina 8

te handhaven opstallen

Oppervlakte bijgebouwen: Te slopen A (8,5 x 14 m) 119,00 m2 B (24,4 x 22,8 m) 556,32 m2 C (53,7 x 9,6 m) 515,52 m2 Behouden D (21,7 x 13 m) 282,10 m2 E (83,54 x 17,66 m) 1475,32 m2

Aanwezige houtsingel

E

D

Walnoten 2 Beuken C

Boomgaard Boomgaard

contouren te slopen opstallen

Heesters

Hakhoutstruweel n.o.t.k.

B

A

prive tuin etc.

Plan Broenink Opdrachtgever: Project: Onderdeel: Schaal Formaat : Datum: Tekeningnaam:

R. Broenink erfreconstructie landschapsplan 1:500 A3 29-3-2022 aanvulling d.d. 28-03-2023 BROENINK_04.DWG

Pagina 9

Boomgaard, 7 st. hoogstam 16-18 mk. Pruimen Prunus d. Hauszwetsche Prunus d. Czar Appels Malus Elstar Malus d. James Grieve Peer Pyrus c. Gieser Wildeman, stoofpeer Walnoot Juglans regia ‘Broadview’ Kers Prunus a. Varikse Zwarte

NSW JUFFERBEEK INDELING GEBIEDEN Hakhoutstruweel GROEP1

15-8-2022

NR

ST NAAM

EIG

TYP

%

OPP

RYL

PA

DI

MAAT

10

25 Alnus glutinosa

-

-

15

44,06

33,89 1.30

0,59

13

20 Amelanchier lamarckii

-

-

10

29,37

22,59 1.30

0,59

60-80 bospl.

8

25 Corylus avellana

-

-

15

44,06

33,89 1.30

0,59

60-80 bospl.

60-80 bospl.

9

35 Frangula alnus

-

-

20

58,74

45,18 1.30

0,59

60-80 bospl.

11

20 Rhamnus catharcticus

-

-

10

29,37

22,59 1.30

0,59

60-80 bospl.

15

15 Rosa canina

-

-

8

23,5

18,07 1.30

0,59

60-80 bospl.

16

10 Rosa rubiginosa

-

-

5

14,69

11,3 1.30

0,59

60-80 bospl.

12

20 Salix aurita

-

-

12

35,24

27,11 1.30

0,59

60-80 bospl.

10 Ulmus laevis

-

11,3 1.30

0,59

60-80 bospl.

14

5

14,69 293,72 m2.

180 Overzicht voor 'GRP' = 1 (9 detailrecords) Eindtotaal

225,92

m1.

293,72 m2.

Bomen op het erf 1 Fagus sylvatica ‘Atropunicea’ 16-18 mk. 1 Fagus sylvatica 16-18 mk.

Pagina 10 maandag 15 augustus 2022

Pagina 1 van 1

Bijlage 2 Erfinrichtingsplan Vriezenveenseweg 40

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

73

Groenstructuren Om aanslui�ng bij het jong ontginngingslandschap te behouden is het van belang om de openheid te waarderen. Belangrijk hierbij is om de doorzichten vanuit het Jong Ontginningslandschap te koesteren en de leesbaarheid van het landschapstype te behouden.

1. Bestaande woning 2. Te slopen bijgebouwen 3. Nieuw te bouwen bijgebouw 4. Te verwijderen stapmolen 5. Te handhaven bijgebouwen

Zo worden er struweelbosjes aan de Oostzijde aangeplant, maar met zichtlijnen naar het open landschap.Diverse solitaire bomen worden er aangeplant. Ook wordt er een fruitgaard aangeplant met Oud Hollandse rassen. Verder bestaat het gekozen beplan�ngsmateriaal uit voornamelijk autochtoon inheemse soorten, gebaseerd op de aanwezige Veldpodzolgrond (Hn21) met grondwatertrap VI. (H 40-80 L >120)

Bestaande bomen Bestrating Gras Aanbrengen Beplanting/Border Bestaand bos en Houtsingel

Aanbrengen Boerenhaag: Beuk, meidoorn of veldesdoorn

4.

Aanbrengen beplanting: soorten:  Prunus avium - Zoete kers 5%  Tillia europaea - Zomerlinde 5%  Quercus robur - Zomereik 10%  Corylus avallana - Hazalaar 15%  Sorbus aucuparia - Lijsterbes 20%  Amelanchier lamarkii - Krent 20%  Frangula alnus - Vuilboom 20%  Lonicera periclymenum - Kamperfolie 5% - Maatvoering: 80-120cm, Wrtlg. Totaal 75 st.

C. D. C.

2.

D.

3.

a.

2.

5.

Aanbrengen Fruitbomen, Oud hollandse soorten: a. Prunus avium - Kers 2 st. b. Malus sylvestris - Appel 3 st. c. Pyrus communis - Peer 2 st. Maatvoering: Pot/container - Hoogstam

5.

A. c. b.

b.

a. a.

Aanbrengen nieuwe boom, soorten: a. Prunus avium - Zoete kers 1 st. b. Juglans regia - Walnoot, Okkernoot 1 st. c. Tillia europaea - Zomerlinde 2 st. d. Quercus robur - Zomereik 2 st. Maatvoering: stamomtrek: ø20-25 draadkluit

b.

c.

1.

B.

Jong ontginningslandschap De agrarische gronden met ruimtelijke groene kamers tussen de Breemhaarsweg, Vinckenweg en Vriezenveenseaan komt al voor op de topografische kaarten van omstreeks 1900. Deze groene kamers lagen aanvankelijk tussen heidelandschap omringd door houtsingels en bosschages. Ook het bosperceel van Hamberg is al rond 1905 zichtbaar. Het is een vrij open landschap die rond de jaren 1935 is ontgonnen.

PROJECT

OPDRACHTGEVER Building Design Het Spanjaard, Stationstraat 37 te Borne

TUUULK.NL zo n op

no

zo r

r

me

zo

me

er

zo

nd noord

west

oost zuid

zon win op ter

0

10

1:1000

20

30

Landschappelijke inpassing fam. Haarhuis

40

50m

ONDERDEEL

Landschapelijke inpassing

GETEKEND

(Ing). Rien Heerdink

DATUM

FORMAAT

SCHAAL

VERSIE

10/11/2022

A3

1 : 1000

4e versie

ond zon ter win

er

Bijlage 3

Vooronderzoek bodem

n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

75

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E

RAPPORT VOORONDERZOEK conform NEN 5725 Langeveenseweg 133 - Geesteren

Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Langeveenseweg 133 7678 VJ Geesteren April 2022

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Tel: 0546 - 63 96 63

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Vooronderzoek conform NEN 5725 Langeveenseweg 133 - Geesteren

Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Langeveenseweg 133 7678 VJ Geesteren Projectcode: 22016425 Rapportagedatum: 20 april 2022 Auteur: ing. J. Lammers Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2 2.1 2.2

Locatiegegevens Algemene gegevens Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2

3.1 3.2

Werkwijze Verzamelen van de historische en huidige gegevens Methodiek en beschikbare informatie

3 3 3

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Beschikbare informatie Historisch gebruik Milieudossiers Bodemdossiers Huidig gebruik van de locatie Toekomstig gebruik van de locatie

4 4 4 6 6 6

5

Conclusies

7

6

Voorstel bodemonderzoek

8

3

4

Bijlagen I II III IV

Luchtfoto met geografisch besluitvormingsgebied Historische topografische kaarten Fotoreportage terreininspectie Voorstel boorplan verkennend (asbest)bodemonderzoek

Kruse Milieu BV

Project: 22016425

1

Inleiding

In opdracht van Ad Fontem heeft Kruse Milieu BV een vooronderzoek conform norm NEN 5725 uitgevoerd voor de locatie aan de Langeveenseweg 133 in Geesteren. De aanleiding voor het vooronderzoek is de voorgenomen sloop van 3 schuren in het kader van de Rood voor Rood-regeling. Het vooronderzoek dient om inzicht te krijgen in hoeverre verontreinigingen kunnen zijn ontstaan door huidige en/of voormalige (bedrijfs)activiteiten en of dat er mogelijk sprake is van een (historische) verontreiniging. Het doel van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit (aanleiding A uit norm NEN 5725). Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens norm NEN 5725:2017, “Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017.

Kruse Milieu BV

Project: 22016425

pagina 1 van 8

2

Locatiegegevens 2.1

Algemene gegevens

De algemene gegevens van het te onderzoeken terreindeel zijn: Adres

: Langeveenseweg 133 7678 VJ Geesteren

Kadastrale registratie

: Gemeente Tubbergen, sectie A, nummer 8679 (gedeeltelijk).

Oppervlakte geografische besluitvormingsgebied

: circa 2.400 m2 (te slopen schuren)

Coördinaten RD-stelsel

: centrale punt

2.2

x = 246.55 en y = 495.43

Bodemsamenstelling en geohydrologie

De regionale geohydrologische situatie rond de locatie is als volgt: - Het terrein is circa 5 kilometer ten westen van de Stuwwal Ootmarsum gelegen. - Het maaiveld bevindt zich circa 16 meter boven NAP. - Tot circa 25 meter diepte bestaat de bodem uit matig fijn tot matig grof zand, behorende tot de formaties van Boxtel, Drente, Peize en Waalre en Oosterhout. De doorlatendheid van de lagen bedraagt circa 25 tot 250 m2/dag. Hieronder bevinden zich slecht doorlatende kleilagen behorende tot de formatie van Breda en de Rupel Formatie. - De grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1.0 tot 1.5 meter onder het maaiveld. De globale stromingsrichting van het freatisch grondwater wordt beïnvloed door afstroming vanaf de Tubberger Esch. De lokale stromingsrichting is (noord)westelijk gericht. - In de directe omgeving bevindt zich geen waterwingebied of oppervlaktewater van enige betekenis.

Kruse Milieu BV

Project: 22016425

pagina 2 van 8

3

Werkwijze 3.1

Verzamelen van de historische en huidige gegevens

Ten behoeve van het verzamelen van historische en huidige gegevens hebben de navolgende raadplegingen van bronnen plaatsgevonden: Tabel 1: Geraadpleegde bronnen vooronderzoek Bron

Specificatie

Relevante informatie

Eigenaar

Vroegere en huidige gebruik locatie

Ja

Locatiebezoek

Door medewerker Kruse Milieu BV

Ja

Gemeente Tubbergen

Milieuvergunningen en bodeminformatie

Ja

Kruse Milieu BV

Archief eerder uitgevoerde bodemonderzoeken

Nee

Omgevingsrapportage

https://overijssel.omgevingsrapportage.nl/

Nee

Google Maps

https://www.google.nl/maps

Ja

Topotijdreis

https://www.topotijdreis.nl/

Ja

BAG-viewer

https://bagviewer.kadaster.nl/

Ja

Perceelloep

https://perceelloep.nl/

Ja

Ruimtelijke plannen

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer/

Ja

Grondwatertools

https://www.grondwatertools.nl/gwsinbeeld/

Ja

DINOloket

https://www.dinoloket.nl/

Ja

AHN-viewer

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

Ja

Bodemkwaliteitskaart

Regionale Bodemkwaliteitskaart Twente, Witteveen+Bos, d.d. 23 maart 2018 Twente Bodemkwaliteitskaart PFAS, Tauw bv, d.d. 28 mei 2020

Ja

De aldus verkregen informatie is samengevat en geïnterpreteerd in hoofdstuk 4.

3.2

Methodiek en beschikbare informatie

Alleen informatie, die betrekking heeft op het geografisch besluitvormingsgebied (met een buffer van 25 meter), wordt in dit vooronderzoek behandeld. Het geografisch besluitvormingsgebied betreft de 3 te slopen schuren. In bijlage I is een luchtfoto opgenomen, waarop het geografisch besluitvormingsgebied is aangegeven.

Kruse Milieu BV

Project: 22016425

pagina 3 van 8

4

Beschikbare informatie

In dit hoofdstuk worden de verkregen resultaten en inzichten behandeld van informatie van de gemeente, opdrachtgever en historisch kaartmateriaal.

4.1

Historisch gebruik

Op de topografische kaarten is de huidige ligging van de Langeveenseweg vanaf circa 1850 al weergegeven. Het besluitvormingsgebied betreft met name veen en heide. Vanaf circa 1935 zijn het besluitvormingsgebied en het omliggende gebied in gebruik als landbouwgrond. Er zijn rondom de agrarische percelen houtwallen aanwezig. Op de topografische kaarten vanaf 1955 is op het erf bebouwing weergegeven. Uit de “Basisregistratie Adressen en Gebouwen” (BAG) blijkt dat de woning in 1938 is gebouwd. De overige bebouwing die op de topografische kaart is weergegeven, is niet meer aanwezig. Het besluitvormingsgebied is grotendeels in gebruik als landbouwgrond. Op de topografische kaart van 1976 is de schuur ten zuiden van de woning weergegeven. Uit de BAG blijkt dat deze schuur gebouwd is in 1961. De schuren ten westen en noorden van de woning zijn gebouwd in 1978 en 1973. De schuur ten noorden van het besluitvormingsgebied is gebouwd in 1992 en is weergegeven op de topografische kaarten vanaf 1997. De meest noordelijke stal is volgens de BAG gebouwd in 2011. Het oostelijke deel van de stal is echter al eerder gebouwd (voor 2007). Op luchtfoto’s is de zien dat in 2008 en 2010 de stal in westelijke richting is uitgebreid. De verharding op het noordelijke deel van het erf is in 2011 aangelegd. Het terreindeel tussen de woning en de te slopen schuren is grotendeels verhard in gebruik als erf.

Ten zuidoosten van de woning is het terrein grotendeels onverhard (tuin). De historische topografische kaarten en luchtfoto’s zijn weergeven in bijlage II.

4.2

Milieudossiers

Bij de gemeente Tubbergen zijn de (vervallen) Hinderwet- en milieuvergunningen ingezien. Op de locatie is al lange tijd een boerderij aanwezig. Hieronder worden de resultaten van het archiefonderzoek toegelicht. Hinderwetvergunning 1974 In 1973 zijn een Hinderwetvergunning aangevraagd voor de bestaande varkenshouderij en een vergunning voor het bouwen van een mestvarkensstal ten noorden van de boerderij. Uit de tekening bij de Hinderwetvergunning blijkt dat veel daken van de oudere stallen zijn voorzien van asbesthoudende golfplaten. Alleen de boerderij en de schuur ten westen hiervan zijn van dakpannen voorzien. Op de locatie zijn geen brandstoftanks aanwezig. Hinderwetvergunning 1992 In 1991 is een Hinderwetvergunning aangevraagd voor een rundvee- en mestvarkensbedrijf. In de schuur ten westen van de woning is in de machineberging een bovengrondse dieseltank met een inhoud van 1200 liter aanwezig. De schuur is gebouwd in 1978 en het dak is voorzien van asbesthoudende golfplaten. Op de tekening is aan de noordzijde van het erf de in 1992 gebouwde mestvarkensschuur weergegeven. Het dak van deze schuur is ook voorzien van asbesthoudende golfplaten.

Kruse Milieu BV

Project: 22016425

pagina 4 van 8

In 1993 is een melding gedaan voor het aanleggen van een mestbassin. Bij een milieucontrole van de gemeente Tubbergen op 22 april 1996 is gebleken dat het mestbassin niet gerealiseerd is. Tijdens de milieucontrole is gebleken dat langs de openbare weg puin is opgeslagen dat is vrijgekomen bij de verbouwing van een schuur. Uit de hercontrole (14 januari 1997) blijkt dat het puin is gebroken en als grondstof hergebruikt is. Milieuvergunning 1997 In 1997 is de bovengrondse dieseltank verplaatst naar de garage ten noorden van de boerderij. Tevens worden in de opvangbak 2 olievaten met een inhoud van 60 liter opgeslagen. Aan de noordzijde van het erf is een nieuwe mestvarkensschuur ingetekend, maar in werkelijkheid is deze schuur niet gebouwd. In 1998 is een wijziging ingediend voor de bouw van een grotere schuur, maar ook deze is niet gerealiseerd. Milieuvergunning 2000 De schuur ten westen van de boerderij is verbouwd tot mestvarkensstal. De voormalige machineberging, waar tot 1997 de bovengrondse dieseltank stond, is niet meer aanwezig en sindsdien onderkelderd. In 2004 is een verzoek ingediend voor het intrekken van de vergunning. Milieuvergunning 2004 De bovengrondse dieseltank met de opslag van 2 olievaten is in 2004 verplaatst naar de overkapping van de achterzijde van de schuur ten westen van de boerderij.

Aan de noordzijde van het erf is een nieuwe varkensschuur gepland, waarvan eerst alleen het meest oostelijke deel gebouwd is. Op luchtfoto’s is te zien dat het westelijke deel van deze schuur in 2008 is gebouwd. Het dak van de schuur is voorzien van stalen sandwichpanelen. Op 2 oktober 2007 zijn bij een milieucontrole door de gemeente Tubbergen geen tekortkomingen geconstateerd. Milieuvergunningen 2008 en 2010 In 2008 is een aanvraag ingediend voor het uitbreiden van de 2 meest noordelijke varkensschuren op het erf. De meest noordelijke schuur is in 2010 in westelijke richting uitgebreid. De uitbreiding van de andere schuur is niet gerealiseerd. In 2010 is nogmaals een aanvraag voor de uitbreiding van de schuur ingediend, maar deze is ook niet gerealiseerd. Omgevingsvergunning 2014, 2017 en 2020 In 2014 is een wijziging ingediend voor het wijzigen van de luchtwasser. Op de tekening die is bijgevoegd bij de aanvraag is ook de uitbreiding van de tweede schuur (milieuvergunning 2008 en 2010) aangegeven. De luchtwasser en de uitbreiding van de schuur zijn niet gerealiseerd. In 2017 is een aanvraag ingediend voor de bouw van een luchtwasser aan de achterzijde van de meest noordelijke schuur. De geplande uitbreiding van de tweede schuur is niet meer op de tekening weergegeven. De luchtwasser is niet gerealiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1107/documents/23742