CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 23 april 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren en Vriezenveenseweg 40 Geesteren27.805 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging.

28

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn: toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij we samenwerking zoeken met de landbouw; kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Toets Op grond van de waardenkaart geldt voor het plangebied aan de Langeveenseweg 133 de waarde 'gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek', zie figuur 3.8.

Figuur 3.8: Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie Tubbergen (bron: gemeente Tubbbergen). Voor de gebieden die zijn aangewezen als 'gericht op beperkte ontwikkeling door gemiddelde waarde en dynamiek' gelden de volgende waarden: afwisseling van openheid en beslotenheid; landschap met historisch herkenbare vormen van percelen, wegen en paden en een verspreid bebouwingspatroon; veel variatie in beplanting en grondgebruik; recreatieve belevingswaarde. Bij nieuwe ontwikkelingen dient ingespeeld te worden op: de schaal van het landschap en het afwisselende karakter; behoud van natuurwaarden en cultuurhistorie; versterken van de biodiversiteit; vasthouden van water; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; belevingswaarde gericht op recreatie. De initiatiefnemer is voornemens om de agrarische bedrijfsactiviteiten op het perceel af te schalen, waarbij enkele nog de varkenshouderij wordt doorgezet. Als gevolg van de afschaling wordt 1.190 m2 aan agrarische bebouwing gesloopt en in het kader van de Beleidsnota Buitengebied met kwaliteit ingezet voor de vergroting van de oppervlakte aan bijgebouwen elders binnen de gemeente Tubbergen (Vriezenveenseweg 40 te Geesteren) en Dinkelland (Almelosestraat 75 te Agelo).

Door middel van dit bestemmingsplan wordt de sloop van 1.190 m2 aan landschapsontsierende bebouwing juridisch-planologisch geborgd, de oppervlakte kan derhalve na de sloop niet herbouwd worden. De melk- en rundveetak wordt als gevolg van de sloop beëindigd. Aangezien de initiatiefnemer de varkenshouderijactiviteiten wenst door te zetten wenst de initiatiefnemer een bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

29

werktuigenberging met een oppervlakte van 105 m2 aan één van de te behouden schuren (schuur F, zie figuur 2.1 en 2.2) te realiseren. Om de voorgenomen ontwikkeling landschappelijk in te passen is een landschapsplan opgesteld, zie Bijlage 1. Bij het landschapsplan zijn de geldende gebiedskenmerken als uitgangspunt genomen. Aangezien er op het erf zowel gewoond als gewerkt wordt, is het van belang om de verschillende deelgebieden op het erf functioneel te ontwerpen. Om die reden zijn er deelgebieden ontworpen die in het landschapsplan en paragraaf 2.2 zijn beschreven. De deelgebieden vormen samen met de bebouwing een landschappelijk ensemble. De beplantingen fungeren als verbindende elementen die de deelgebieden met elkaar verbind. De beplanting zal voornamelijk bestaan uit soorten die van oorsprong voorkomen in de streek en passen in het Twentse landschap. Hiermee wordt behoud van waardevolle landschapselementen nagestreefd. Voor het plangebied Vriezenveenseweg 40 geldt de waarde 'kernen met woon- en centrumfunctie'. In figuur 3.9 is een uitsnede van de waardenkaart weergegeven.

Figuur 3.9: Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie Tubbergen (bron: gemeente Tubbbergen). Voor de kernen met woon- en centrumfunctie gelden de volgende waarden: kernen met kleinschalige woonbebouwing aan de randen en dichtere en soms ook middelhoge bebouwing in het hart; kernen met belangrijke voorzieningen zoals winkels, horeca, sportvoorzieningen, zorg, pinmogelijkheden; aanwezigheid van ontmoetingsplekken in het bijzonder in de omgeving van voorzieningen; (verbindingen met) de groene omgeving; in veel gevallen een kerk als belangrijk gebouw in het silhouet van de kern; tevens is er op enkele plekken karakteristieke bebouwing aanwezig. Bij nieuwe ontwikkelingen dient ingespeeld te worden op: de opzet van dorpen met compacte bebouwing en ontmoetingsplekken in het dorpshart en lagere woonbebouwing aan de randen; behoud van (het zicht op) de kerk en de beleefbaarheid van karakteristieke bebouwing; mogelijkheden om te ontmoeten; concentratie van de publieksgerichte functies; voldoende vestigingsmogelijkheden voor bedrijven en ondernemers passend binnen het aanbod van de kern; de verbindingen met de groene omgeving; vasthouden van water. In de kernen met woon- en centrumfunctie ziet de gemeente Tubbergen onder andere graag een aantrekkelijke groene omgeving, vasthouden van water en veel variatie in beplanting.

Het plangebied aan de Vriezenveenseweg 40 bevindt zich aan de rand van de kern in de overgangszone naar het 30

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

buitengebied. Het bouwplan maakt de realisatie van in totaal 507,5 m2 aan bijgebouwen mogelijk op een fors perceel. De ontwikkeling wordt voorzien van een goede landschappelijke inpassing waarbij rekening wordt gehouden met de gebiedskenmerken. Om aansluiting bij het jong ontginningslandschap te behouden is het van belang om de openheid te waarderen. Belangrijk hierbij is om de doorzichten vanuit het jong ontginningslandschap te koesten en de leesbaarheid van het landschapstype te behouden. Zo worden er struweelbosjes aan de Oostzijde aangeplant, maar met zichtlijnen naar het open landschap.Diverse solitaire bomen worden er aangeplant. Ook wordt er een fruitgaard aangeplant met Oud Hollandse rassen. Verder bestaat het gekozen beplantingsmateriaal uit voornamelijk autochtoon inheemse soorten. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Tubbergen. 3.3.2

Beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit'

Het buitengebied kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen, al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op ons buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van deze beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Dinkelland streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikte de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in MijnOmgevingsvisie Tubbergen.

De afgelopen jaren is echter ook geconstateerd dat het ruimtelijk beleid voor het buitengebied op onderdelen onnodig ingewikkeld is geworden en is zowel vanuit aanvragers en hun adviseurs als gemeente de wens geuit voor eenvoudiger en overzichtelijker beleid voor het buitengebied. In de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' zijn de eerdergenoemde beleidsregels en de beleidsregels ten aanzien van plattelandswoningen en nieuwe landgoederen vervat in één vereenvoudigde regeling die mede vanwege de opgaven in het buitengebied op onderdelen geactualiseerd en aangevuld is. Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Reikweidte De beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' is uitsluitend van toepassing op het buitengebied van de gemeente en de regels en voorwaarden uit deze notitie zijn een nadere gemeentelijke uitwerking van het provinciaal beleid waaronder artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de Omgevingsverordening Overijssel.

Deze beleidsregel is niet van toepassing op de planologische mogelijkheden die de geldende bestemmingsplannen/ het omgevingsplan bij recht of met toepassing van een binnenplanse afwijking/ binnenplanse omgevingsplanactiviteit biedt. Ook is deze beleidsregel niet van toepassing op o.a. de uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen en bestaande woningbouwlocaties die binnen of direct grenzend aan de bebouwde kom zijn gelegen en richting het buitengebied worden uitgebreid en op zonne- en windparken. Afhankelijk van de wijze waarop een ontwikkeling juridisch-planologisch geborgd moet worden, moet voor de toepassing van deze beleidsregel een procedure herziening bestemmingsplan/ omgevings-plan of een buitenplanse afwijking/omgevingsplanactiviteit worden doorlopen. Algemene randvoorwaarden Voor elke ontwikkeling in het buitengebied gelden bepaalde algemene randvoorwaarden waar aan voldaan moet worden. Naast dat voldaan moet worden aan het van toepassing zijnde Rijks- en provinciaal beleid en de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, betreffen dit bijvoorbeeld randvoorwaarden die zijn opgesteld met het oog op ‘een goede ruimtelijke ordening’ of een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ ingeval de Omgevingswet inwerking is getreden.

Daarnaast moet bij de toepassing van deze beleidsregel in elk geval voldaan worden aan de algemene randvoorwaarden: bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

31

1. Elke ontwikkeling moet per saldo leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 2. Bij elke ontwikkeling hoort een basisinspanning in de vorm van een goede ruimtelijke en landschappelijke inpassing: vorm en situering van gebouwen en erfbeplanting (uiteengezet in locatie, sortiment, aantallen, plantmaat en indien van toepassing plantverband/ onderlinge afstand); 3. De geboden ontwikkelingsruimte dient in balans te zijn met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit; 4. De ontwikkeling dient naar aard en omvang passend te zijn op de locatie en de gebiedskenmerken van het type landschap; 5. De bestaande infrastructuur moet in principe toereikend zijn voor de nieuwe activiteit, er mag geen sprake zijn van een onevenredige toename van verkeer. Indien een aanpassing van de infrastructuur benodigd en aanvaardbaar is, komen de kosten hiervoor voor rekening van aanvrager; 6. Parkeren dient op eigen erf plaats te vinden; 7. De ontwikkeling mag niet leiden tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat; 8. Er mag geen onevenredige afbreuk worden gedaan aan de in de omgeving aanwezige functies en waarden; 9. Er mag gaan onevenredige afbreuk worden gedaan aan de belangen van derden; 10. Indien dit nodig wordt geacht, kan een bedrijfsplan worden gevraagd ter onderbouwing van een verzoek; 11.

In het bestemmingsplan/ het omgevingsplan/ de omgevingsvergunning worden verplichtingen opgenomen voor de aanleg en instandhouding van de verplichte landschappelijke inpassing. Daarnaast worden in een overeenkomst aanvullende voorwaarden opgenomen die van belang zijn voor de gemeentelijke juridische borging; 12. Een gecombineerde toepassing van de in deze beleidsregel opgenomen onderdelen is mogelijk, mits hierbij voldaan wordt aan de daarbij behorende voorwaarden; 13. Vergunningen die niet meer actueel zijn of die nog niet zijn benut, kunnen niet ingezet worden ter compensatie voor (extra) ontwikkelingsruimte en worden onherroepelijk ingetrokken. Sloopverhouding (Artikel 3.2 uitbreiden vrijstaande bijbehorende bouwwerken bij woning) Voor het uitbreiden van bij een woning toegelaten vrijstaande bijbehorende bouwwerken binnen de functie ‘Wonen’, gelden de volgende voorwaarden: 1. Extra m2 bebouwing wordt uitsluitend toegestaan indien elders binnen de gemeente Dinkelland of Tubbergen landschap ontsierende gebouwen worden gesloopt. Hierbij geldt de volgende bouw-/sloopverhouding:

2. Alleen legaal opgerichte gebouwen kunnen worden ingezet, of aangetoond moet worden dat de gebouwen voor 1998 aanwezig waren; 3. Landschap ontsierende veldschuren komen ook in aanmerking voor deze regeling; 4. Gebouwen moeten in het geheel worden gesloopt, inclusief funderingen en eventuele (mest)kelders; 5. Alleen volledige gebouwen kunnen worden ingezet en niet gedeeltes van gebouwen en/of (grotendeels) ingestorte gebouwen. De gemeente bepaalt of een niet-volledig gebouw kan worden ingezet voor deze regeling; 6. Karakteristieke en/of cultuurhistorisch waardevolle gebouwen kunnen niet worden ingezet voor sloop; 7. De planologische bouwmogelijkheden op alle betrokken locaties worden aangepast aan de nieuwe situatie. Dit betekent onder andere dat de resterende bebouwing na sloop op de slooplocatie(s) beschouwd wordt als de maximaal toegestane oppervlakte aan bebouwing op het betreffende perceel. Toets Door middel van dit bestemmingsplan wordt de afschaling van het agrarisch bedrijf aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren mogelijk gemaakt. Er wordt 1.190 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt en in het kader van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' ingezet voor de vergroting van de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken elders binnen de gemeenten Tubbergen en Dinkelland.

De initiatiefnemer is voornemens om alle schuren op het perceel (met uitzondering van de schuren aangeduid met F en G in figuur 3.10) te slopen. De schuren A, B en E zijn allen voorzien van asbesthoudende daken. De initiatiefnemer wenst de schuren F en G te behouden om de varkenshouderij door te kunnen zetten.

32

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Figuur 3.10: Situatietekening agrarisch erf Langeveenseweg 133 Geesteren (bron: Building Design Architectuur) Om op grond van artikel 3.2 van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' extra bijbehorende bouwwerken te bouwen hebben de eigenaren van het perceel aan de Almelosestraat 75 te Agelo (gemeente Dinkelland) en de Vriezenveenseweg 40 te Geesteren de sloopmeters aangekocht. De initiatiefnemer van de Almelosestraat 75 te Agelo (gemeente Dinkelland) heeft schuren A en B met een oppervlakte van 119 m2 en 556 m2 (gezamenlijk 675 m2) aangekocht om aan de Almelosestraat 75 extra bebouwing mogelijk te maken. Aangezien de bouwlocatie zich in de gemeente Dinkelland bevindt zal daarvoor een separate bestemmingsplanprocedure voor doorlopen worden. De initiatiefnemer voor die bouwlocatie beschikt namelijk ook over 132 m2 aan sloopmeters van de Vlijertsdijk 1 in Deurningen (gemeente Dinkelland). De eigenaar van het perceel Vriezenveenseweg 40 te Geesteren heeft schuur E aangekocht met een oppervlakte van 515 m2 om op het perceel Vriezenveenseweg 40 extra bijbehorende bouwwerken mogelijk te maken. De eigenaar van de Vriezenveenseweg 40 is voornemens om de bijbehorende bouwwerken op het perceel te herpositioneren en extra bijbehorende bouwwerken (meer dan de toegestane 200 m2) mogelijk te maken.

De gezamenlijke oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken bedraagt als gevolg van het plan 507,5 m2. Daarmee neemt de oppervlakte toe met 307,5 m2 ten opzichte van de toegastane 200 m2. Deze verruiming is mogelijk aangezien de sloop van 515 m2 recht geeft op de bouw van 307,5 m2 aan extra bijgebouwmogelijheden conform de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit'. Daarnaast gelden op grond van de beleidsnota ook algemene randvoorwaarden die op alle ontwikkelingen van toepassing zijn. Ten aanzien daarvan geldt het volgende. Voor de slooplocatie en de bouwlocaties is/wordt een landschapsplan opgesteld waarin de ruimtelijke kwaliteitsverbetering wordt aangetoond. Het landschapsplan voor dit bestemmingsplan is opgenomen in Bijlage 1 (slooplocatie) en Bijlage 2 (bouwlocatie). Op basis van de landschapsplannen kan geconcludeerd worden dat de geboden ontwikkelingsruimte in balans is met de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. De investering in de ruimtelijke kwaliteit (onder andere de aanplant en instandhouding van de landschapselementen) is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan geborgd. In hoofdstuk 4 van dit bestemmingsplan is het plan getoetst aan de geldende omgevingsaspecten.

Daarin wordt onder andere aangetoond dat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden en dat het plan geen afbreuk doet aan belangen van derden. Immers, in paragraaf 4.2 en 4.3 is aangetoond dat de aanwezige (agrarische) bedrijvigheid in de omgeving niet wordt belemmerd als gevolg van het plan. Tevens is in paragraaf 4.11 aangetoond dat het plan niet leidt tot een toename aan verkeersbewegingen en dat het parkeren op eigen terrein wordt opgevangen. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het plan voldoet aan de voorwaarden van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit'.

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

33

3.3.3

Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'

De gemeente Tubbergen heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Tubbergen heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart (figuur 3.7) kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.

Figuur 3.7: Fragment casco-kaart Langeveenseweg 133 (bron: www.overijssel.nl/cascokaart)

34

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Figuur 3.8: Fragment casco-kaart Vriezenveenseweg 40 (bron: www.overijssel.nl/cascokaart) Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Toets Het plan voor de sloop van agrarische bebouwing raakt geen van de bestaande elementen op de casco-kaart. Eveens raakt de uitbreiding van een bestaande schuur door de werktuigenberging geen bestaande elementen uit de casco-kaart. De bestaande waardevolle landschapselementen blijven behouden en worden waar mogelijk versterkt. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de belangrijke landschapselementen aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren. De sloop van bestaande bijgebouwen en de herbouw van nieuwe bijgebouwen op het perceel Vriezenveenseweg 40 raakt tevens geen bestaande elementen op de casco-kaart.

Hoewel de bestaande beplanting aan de rand van het plangebied is aangemerkt als onderdeel van het casco vinden geen ingrepen in deze landschapselementen plaats. Het plan heeft geen nadelige gevolgen voor de belangrijke landschapselementen aan de Vriezenveenseweg 40 te Geesteren.

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

35

36

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving staan van het verrichte onderzoek naar de voor het plan relevante feiten en de af te wegen belangen (Algemene wet bestuursrecht, artikel 3.2). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de geldende wet- en regelgeving die op voorliggend plan en plangebied van toepassing zijn. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden daarom de resultaten van het onderzoek naar o.a. de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen voor zover relevant de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, verkeer, water en vormvrije m.e.r-beoordeling.

4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Op 1 april 2011 is het huidige Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Op 7 juli 2017 zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd binnen dit besluit om de m.e.r.-procedure eenduidiger en overzichtelijker te maken, alsmede het aspect milieueffectrapportage explicieter te behandelen in aanvragen. Dit besluit heeft tot doel het vaststellen van mogelijke, ernstig nadelige milieugevolgen ten gevolge van een activiteit binnen de aanvraag. Binnen het Besluit milieueffectrapportage zijn een tweetal mogelijkheden opgenomen hoe om te gaan met dit besluit bij een aanvraag. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd, maar onder de gestelde drempelwaarden blijft, volstaat een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Wanneer de beoogde activiteit in de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage wordt benoemd en bovendien de gestelde drempelwaarden overstijgt, is de betreffende aanvraag m.e.r.-plichtig. Op dat moment zal een m.e.r.-rapportage op moeten worden gesteld. Toets Middels het voorliggende bestemmingsplan wordt de afschaling van een agrarisch bedrijf aan de Langeveenseweg 133 juridisch-planologisch geborgd en worden extra bijgebouwen gerealiseerd op het perceel Vriezenveenseweg 40 te Geesteren middels de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit'.

Concreet wordt aan de Langeveenseweg 133 in Geesteren 1.190 m2 aan agrarische bebouwing gesloopt. Om de varkenshouderijtak door te kunnen zetten blijven twee bestaande varkensschuren behouden, waarbij een schuur wordt uitgebreid met een werktuigenberging met een oppervlakte van 105 m2. Door middel van dit bestemmingsplan wordt juridisch-planologisch geborgd dat de te slopen bebouwing niet herbouwd kan worden aan de Langeveenseweg 133. In het kader van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit' worden in ruil voor de sloop van bebouwing aan de Langeveenseweg extra bijgebouwen mogelijk gemaakt op het perceel Vriezenveenseweg 40 te Geesteren. Concreet wordt in ruil voor de sloop van 515 m2 aan landschapsontsierende bebouwing 307,5 m2 aan extra bijgebouwmogelijkheden geboden waardoor de totale oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel Vriezenveenseweg 40 te Geesteren 507,5 m2 bedraagt. Er is geen sprake van een activiteit die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig is. Om te beoordelen of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage dient beoordeeld te worden of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject'. Het begrip 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet gedefinieerd.

Of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' hangt af van de concrete omstandigheden van het geval. Onder andere de aard en de omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling spelen daarbij een rol. Of de ontwikkeling per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kan hebben, is daarbij niet relevant. Gelet op de uitspraak van de Raad van State van 31 januari 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:348) lijken de volgende aspecten relevant voor de vraag of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject: de aard en omvang van de ontwikkeling; de vormgeving en opzet; de schaalgrootte; de ligging; de voorgenomen functie(wijziging), en; de vraag of sprake is van een bestaand of van een te realiseren bouwwerk. Op basis van het geldende bestemmingsplan is reeds een (intensieve) veehouderij toegestaan. Op het perceel bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

37

zijn in de huidige situatie de volgende stallen aanwezig: een voormalige calamiteitenstal met een oppervlakte van 119 m2; een stal voor het houden van zoogkoeien (RAV A.2100) en enkele paarden met een oppervlakte van 556 m2; Een schuur voor het houden van vleesvee (RAV A 6.100) met een oppervlakte van 515 m2; Twee varkensschuren voor het houden van vleesvarkens met een oppervlakte van respectievelijk 282 m2 en 1.476 m2. Tot slot zijn alle schuren voorzien van een drijfmestopslag. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt aan de Langeveenseweg 133 1.190 m2 aan landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Daarnaast wordt een werktuigenberging met een oppervlakte van 105 m2 gerealiseerd. In de werktuigenberging wordt geen vee gehouden. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling wordt het agrarisch bedrijf afgeschaald, waarbij de melk- en rundveetak beëindigd wordt. De bestaande varkenshouderij wordt in de reeds daarvoor bestemde schuren doorgezet en heeft een oppervlakte van 1.863 m2 inclusief nieuwe werktuigenberging. Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat het plan geen betrekking heeft op een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in het Besluit m.e.r.. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het milieu.

Ten aanzien van herpositionering en uitbreiding van de oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel aan de Vriezenveenseweg 40 te Geesteren wordt opgemerkt dat het plan enkel de oppervlakte aan bijgebouwen verruimd met een oppervlakte van 307,5 m2. In de vrijstaande bijgebouwen is het niet toegestaan om te wonen. De bijgebouwen worden enkel gebruikt voor het privé gebruik ten behoeve van de woning en voor het hobbymatig stallen van paarden, zoals in de huidige situatie reeds ook aanwezig is. De nieuwe bijgebouwen worden op een passende wijze in het landschap opgenomen. De ruimtelijke uitstraling/de verandering die de ontwikkeling per saldo op de omgeving heeft is daardoor beperkt. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan geen betrekking heeft op een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in het Besluit m.e.r.. De ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op het milieu.

4.2 Milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/buitengebied' dan wel 'gemengd gebied'. In figuur 4.1 zijn de richtafstanden weergegeven.

38

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Figuur 4.1: Richtafstanden VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering Toets Bij het realiseren van een nieuwe bestemming dient gekeken te worden of die nieuwe functie past in de omgeving (externe werking) en of de omgeving de nieuwe functie toelaat (interne werking). Hieronder wordt het plan getoetst aan het aspect bedrijven en milieuzonering. Langeveenseweg 133 Geesteren Het plangebied Langeveenseweg 133 is gelegen in het buitengebied van de Geesteren. In de nabije omgeving van het plangebied zijn overwegend agrarische weidegronden en woningen aanwezig. Het plangebied is derhalve gelegen in het omgevingstype 'rustig buitengebied'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Het plan heeft betrekking op een bestaand agrarisch bedrijf. Binnen het bouwperceel/bouwvlak waarbinnen reeds agrarische bedrijfsactiviteiten (intensieve veehouderij) zijn toegestaan wordt 1.190 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Er blijft 1.758 m2 aan bestaande varkensschuren behouden voor de varkenshouderij. Daarnaast wordt een werktuigenberging van 105 m2 gerealiseerd binnen het bestaande bouwvlak achter een bestaande schuur.

Het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt als gevolg van het plan niet aangetast. Doordat de agrarische bedrijfsactiviteiten worden afgeschaald vindt er zelfs een verbetering plaats. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In onderhavig plan is er sprake van het slopen van agrarisch bedrijfsgebouwen en een beperkte uitbreiding van een bestaande schuur. De bestemming blijft ongewijzigd, enkel de bebouwingsmogelijkheden worden begrenst. Het voornemen heeft geen negatief effect op omliggende bedrijven of functies. Een nadere toetsing voor milieuzonering is dan ook niet noodzakelijk. Er blijft sprake van een goed woon- en leefklimaat. Vriezenveenseweg 40 Geesteren Het plangebied Vriezenveenseweg 40 is gelegen aan de rand van de kern Geesteren in de overgangszone naar het buitengebied. In de omgeving van het plangebied is een kleinschalig industrieterrein aanwezig en is een sportcomplex aanwezig. Op basis daarvan wordt gesteld dat het plangebied is gelegen in het gebiedstype 'gemengd gebied'. Externe werking Bij de externe werking gaat het om de vraag of de realisatie van onderhavig plan leidt tot hinder of belemmeringen voor de omgeving. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast.

Het plan heeft betrekking op de herpositionering en uitbreiding van de bijgebouwen op het perceel ten behoeve van de woonfunctie en het stallen van enkele paarden die hobbymatig worden gehouden. De woonfunctie kan niet worden aangemerkt als een milieubelastende functie. Ten aanzien van het stallen van de paarden geldt dat ook het hobbymatig houden van paarden aan afstandseisen zijn gebonden ten aanzien van woningen van derden. Voor een paardenhouderij geldt in gemengd gebied een afstand van 30 meter. De afstand van de paardenstal tot de meest dichtbijgelegen woning van een derde bedraagt ten minste 145 meter (Breemhaarsweg 12) waardoor geconcludeerd kan worden dat het plan niet leidt tot een negatief effect op het bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

39

woon- en leefklimaat van die woning. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. Het plan voorziet in de herpositionering en uitbreiding van de oppervlakte aan vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Het is niet toegestaan om in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk te wonen. Daardoor worden er geen nieuwe milieugevoelige functies mogelijk gemaakt, waardoor geconcludeerd kan worden dat bestaande functies in de omgeving niet worden beperkt in de bedrijfsvoering. Op basis van bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het aspect 'bedrijven en milieuzonering' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.3 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningverlening als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen; ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, binnen een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 3 odour units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14 odour units per kubieke meter lucht.

Toets Langeveenseweg 133 Geesteren Het plan heeft betrekking op een bestaand agrarisch bedrijf aan de Langeveenseweg 133. Binnen het bouwperceel/bouwvlak waarbinnen reeds agrarische bedrijfsactiviteiten (intensieve veehouderij) zijn toegestaan wordt 1.190 m2 aan agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. De te slopen bebouwing betreft een voormalige calamiteitenstal, een stal voor het houden van zoogkoeien (RAV A.2100) en enkele paarden en een schuur voor het houden van vleesvee (RAV A 6.100). Daarmee komt de melkveehouderij- en rundveetak te vervallen. De bestaande twee varkensschuren (schuur F: RAV D 3.100 en schuur G: RAV D 3.2.7.21) blijven behouden en de varkenshouderijtak wordt doorgezet. Aangezien de varkenshouderijtak op grond van het geldende bestemmingsplan reeds is toegestaan en er geen nieuwe varkensschuren worden gerealiseerd vormt het aspect 'geur' geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Vriezenveenseweg 40 Geesteren Aan de Vriezenveenseweg 40 worden de bijgebouwen geherpositioneerd en wordt de oppervlakte aan bijgebouwen uitgebreid. De bijgebouwen worden gebruikt voor de woonfunctie en voor het stallen van enkele paarden die hobbymatig worden gehouden. De afstand van de paardenstal tot de dichtstbijzijnde woning van een derde bedraagt minimaal 145 meter.

Derhalve wordt geconcludeerd dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.4 Bodem Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient in de daarvoor aangewezen gevallen een bodemonderzoek te worden verricht. Artikel 3.1.6 van het Bro bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat een eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of de (financiële) uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het opstellen of wijzigen van het bestemmingsplan of een planologische afwijking. Als er verontreiniging aanwezig is moet bepaald (nader onderzoek) worden of het een geval is in de zin de Wbb of een diffuse verontreiniging. In de exploitatieopzet moeten de saneringskosten en de verwerkingskosten voor diffuus verontreinigde grond worden opgenomen. 40

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Toets Langeveenseweg 133 Geesteren Als gevolg van de sloop van de agrarische bebouwing heeft Kruse Milieu BV een vooronderzoek conform norm NEN 5725 uitgevoerd voor de locatie aan de Langeveenseweg 133 in Geesteren. De aanleiding voor het vooronderzoek is de voorgenomen sloop van de schuren in het kader van de beleidsnota 'Buitengebied met kwaliteit'. Het vooronderzoek dient om inzicht te krijgen in hoeverre verontreinigingen kunnen zijn ontstaan door huidige en/of voormalige (bedrijfs)activiteiten en of dat er mogelijk sprake is van een (historische) verontreiniging. Het doel van het vooronderzoek is het opstellen van een hypothese over de bodemkwaliteit (aanleiding A uit norm NEN 5725). Het vooronderzoek is als Bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Hieronder worden de resultaten weergegeven. Het besluitvormingsgebied betreft het deel van het erf met de 3 te slopen varkensschuren. De schuren zijn momenteel niet meer in gebruik. Het erf is grotendeels verhard met klinkers en deels verhard met beton. Uit de historische topografische kaarten blijkt dat het besluitvormingsgebied vanaf circa 1935 in gebruik is als landbouwgrond. Hiervoor betrof het met name veen en heide. De boerderij is sinds 1938 aanwezig. De te slopen schuren zijn gebouwd in 1973, 1976 en 1978. De schuren ten noorden van het besluitvormingsgebied zijn gebouwd in 1992 en 2004.

Voor zover bekend is er op het erf of in de directe omgeving hiervan niet eerder een bodemonderzoek uitgevoerd. Op basis van de Regionale bodemkwaliteitskaart Twente (Witteveen+ Bos, maart 2018) en de Twentse Bodemkwaliteitskaart PFAS (Tauw bv, mei 2020) wordt verwacht dat de boven- en ondergrond voldoen aan de klasse AW2000. Op de daken van de 3 te slopen schuren zijn asbesthoudende golfplaten aanwezig. Binnen het besluitvormingsgebied is sprake van 5 asbestverdachte druppelzones. De toplaag ter plekke van de druppelzones wordt als verdacht beschouwd voor asbest. Onder de overkapping heeft vanaf 2004 een bovengrondse dieseltank gestaan met een inhoud van 1200 liter. Tevens was hier olieopslag aanwezig (2 vaten van 60 liter). De bovengrond en het grondwater ter plekke van de voormalige tanklocatie worden als verdacht beschouwd voor brandstofcomponenten. Door de eigenaar is aangegeven dat de tank al meer dan 15 jaar geleden is verwijderd. Tot 1997 bevond de bovengrondse dieseltank zich in de voormalige machineberging. In 2000 is de schuur verbouwd en is ter plekke van de voormalige tanklocatie een mestkelder aanwezig. De oorspronkelijke bodem is verwijderd waardoor er geen sprake meer is van een verdachte locatie. Van 1997 tot 2004 bevond de bovengrondse dieseltank zich in de berging ten noorden van de boerderij.

Deze voormalige tanklocatie valt buiten het besluitvormingsgebied. Verder is er geen informatie waaruit blijkt dat de bodem mogelijk verontreinigd is. Het overige deel van het besluitvormingsgebied kan als onverdacht worden beschouwd. Als gevolg van het plan wordt de bestemming niet gewijzigd naar een milieugevoelige functie. Daarnaast wordt als gevolg van de sloop van de bebouwing de maximum oppervlakte aan bedrijfsgebouwen juridisch planologisch verankerd. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Vriezenveenseweg 40 Geesteren Aan de Vriezenveenseweg 40 te Geesteren worden enkele bijgebouwen gesloopt en vervangen door nieuwe bijgebouwen. De gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel wordt tevens verruimd. De vrijstaande bijgebouwen worden gebruikt ten behoeve van het privé gebruik van de woonfunctie en voor de stalling van paarden die hobbymatig worden gehouden. Het gebruik van vrijstaande bijbehorende bouwwerken voor permanente bewoning en voor het uitoefenen van een aan huis verbonden beroep is niet toegestaan. Derhalve worden er geen nieuwe gebouwen gebouwd waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (langer dan 2 uur) mensen verblijven. Het uitvoeren van een bodemonderzoek is derhalve in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk. Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

41

4.5 Geluid In het kader van de Wet geluidhinder moet er bij de voorbereiding van een bestemmingsplan, c.q. een ontheffing op grond van de Wro, een onderzoek worden gedaan naar de geluidsbelasting op de gevels van geluidsgevoelige objecten, voor zover deze geluidsgevoelige objecten zijn gelegen binnen een zonering van een industrieterrein, wegen en/of spoorwegen. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige functies: Woningen. Onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal). Ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken, medische kleuterdagverblijven, etc. Enerzijds betekent dit dat (geluids-)eisen worden gesteld aan de nieuwe milieubelastende functies, anderzijds betekent dit eveneens dat beperkingen worden opgelegd aan de nieuwe milieugevoelige functies. Toets Langeveenseweg 133 Geesteren Aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren wordt 1.190 m2 aan agrarische bebouwing gesloopt en wordt een bestaande agrarische schuur over een oppervlakte van 105 m2 uitgebreid met een werktuigenberging. Er wordt geen nieuw geluidsgevoelig object mogelijk gemaakt waardoor een toetsing aan de Wet geluidhinder achterwege kan blijven.

Vriezenveenseweg 40 Geesteren Het plangebied aan de Vriezenveenseweg 40 te Geesteren ligt binnen de geluidszone van de Vriezenveenseweg waarvoor een maximumsnelheid geldt van 80 km per uur. Op grond van de Wet geluidhinder wordt een woning aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Door middel van het plan wordt geen nieuwe woning mogelijk gemaakt. Het plan voorziet enkel in de herpositionering en uitbreiding van vrijstaande bijbehorende bouwwerken. Het is niet toegestaan om in een vrijstaand bijbehorend bouwwerk (permanent) te wonen. Derhalve voorziet het plan niet in het toevoegen van een nieuw geluidsgevoelig object. Voor wat betreft de bestaande woning geldt op grond van artikel 76, lid 3 Wet geluidhinder dat bij een vaststelling van een bestemmingsplan c.q. wijzigingsplan bestaande geluidsgevoelige bestemmingen gelegen in de zone van bestaande wegen niet getoetst hoeven te worden. Het aspect 'geluid' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.

4.6 Luchtkwaliteit Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m² bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

42

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Toets Langeveenseweg 133 Geesteren In de 'Handreiking fijnstof en veehouderijen' (VROM, mei 2010) is een vuistregel opgenomen waarmee bepaald kan worden of bij een uitbreiding van een veehouderij sprake is van NIBM (zie onderstaande tabel, gebaseerd op de 3% NIBM grens).

Figuur 4.2: tabel NIBM bij uitbreiding van een veehouderij Onderhavig plan voorziet in de sloop van 1.190 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen en de bouw van een werktuigenberging met een oppervlakte van 105 m2. Er is geen sprake van uitbreiding van een bestaande veehouderij. Immers, de bestaande veehouderij wordt juist afgeschaald. De melkvee- en rundveetak wordt gestopt en enkel de varkenshouderij wordt doorgezet (RAV D 3.100 en RAV D 3.2.7.21). Het aantal vleesvarkens neemt als gevolg van dit bestemmingsplan niet toe. Daarnaast neemt de emissie van de melk- en rundveetak als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling af. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het plan niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is zelfs sprake van een afname van de luchtverontreiniging. Vriezenveenseweg 40 Geesteren Gelet op de aard en omvang van het project aan de Vriezenveenseweg 40, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals hierboven zijn beschreven, kan worden gesteld dat voorliggend plan voor de realisatie van extra bijgebouwen 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Tevens kan de realisatie van nieuwe bijgebouwen niet aangemerkt worden als de realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen de zone van een Rijks- of provinciale weg. Het aspect 'luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.7 Externe veiligheid Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het daarbij om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit; Voor vervoer gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. Op transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb) van toepassing. Naast de bovengenoemde wetgeving zijn tevens de volgende AMvB's, Ministeriële Regelingen en/of circulaires van toepassing op de externe veiligheid: Activiteitenbesluit milieubeheer.

In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

43

opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations. Voor windturbines geldt het plaatsgebonden risico als risiconorm. Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations. De circulaire is van toepassing bij een besluit ten aanzien van een LPG-tankstation onder werking van het Bevi, dat het mogelijk maakt dat er (meer) personen in de omgeving van een LPG-tankstation aanwezig kunnen zijn. De effecten van bepaalde ongevalsscenario's staan centraal. Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten. Deze beleidsregels geven een overzicht van de over de weg vervoerde gevaarlijke stoffen. Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico.

Plaatsgebonden risico (PR): Risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als een kans per jaar dat een persoon onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR): Cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen de inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. In het BEVI zijn de risiconormen wettelijk vastgelegd. Deze normen zijn niet effectgericht maar gebaseerd op een kansberekening. Tevens geven de risiconormen alleen de kans weer om als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen te overlijden. Gezondheidsschade en de kans op verwonding of materiële schade zijn daarin niet meegenomen. Er is in het BEVI geen harde norm voor het groepsrisico vastgesteld. Voor het groepsrisico geldt geen norm maar slechts een oriënterende waarde. Er is sprake van een verantwoordingsplicht in geval van een toename van het groepsrisico. Toets Door middel van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten in het kader van externe veiligheid mogelijk gemaakt.

Het plan voorziet enkel in de juridisch-planologische borging van de sloop van 1.190 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen en de bouw van 105 m2 aan werktuigenberging aan de Langeveenseweg 133 te Geesteren. Aan de Vriezenveenseweg 40 worden enkel nieuwe bijgebouwen gerealiseerd en wordt het bestemmingsvlak 'Wonen' gewijzigd. Er wordt geen risicovolle inrichting of nieuw kwetsbaar object gerealiseerd waardoor geconcludeerd kan worden dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van dit plan. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving met betrekking tot externe veiligheid.

4.8 Water Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). Waterbeleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Aan alle oppervlaktewateren in een stroomgebied worden kwaliteitsdoelen gesteld die in 2015 moeten worden bereikt. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Nationaal Water Programma 2022-2027 (inclusief de stroomgebiedbeheerplannen). Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het Waterschap Vechtstromen heeft de beleidskaders van rijk en provincie nader uitgewerkt in het Waterbeheerprogramma 2022-2027.

Het staat de komende jaren voor grote uitdagingen en blijft werken aan voldoende water (niet te veel, niet te weinig), omgaan met klimaatverandering, voldoen aan de eisen voor waterkwaliteit, de biodiversiteit versterken en daarnaast wordt gewerkt aan duurzame energie en circulair grondstoffengebruik.

44

bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren En Vriezenveenseweg 40 Geesteren

In de Watervisie 2050 heeft het waterschap de opgaven beschreven. Daarin wordt geschetst hoe het watersysteem er in 2050 moet uitzien om goed toegerust te zijn voor alle uitdagingen. Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vloeit rechtstreeks voort uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma beschrijft hoe het waterschap de komende zes jaar werkt aan het realiseren van het gewenste waterbeheersysteem. Hieronder wordt de Watervisie 2050 en het Waterbeheerprogramma 2022-2027 beschreven. Watervisie 2050 Het Waterschap Vechtstromen heeft op 14 april 2021 de Watervisie 2050 vastgesteld. In deze Watervisie staat de drie belangrijkste opgaven waaraan Vechtstromen volgens zeven hoofdlijnen wil werken met partners en inwoners. De drie belangrijkste opgaves zijn: de toenemende droogte en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering; de waterkwaliteit die onder druk staat: de transitie naar een duurzame ontwikkeling. De Watervisie zal worden doorvertaald naar een Waterbeheerprogramma waarin wordt bepaald hoe het Waterschap in de periode 2022-2027 gaat werken aan haar opgaves. In het beheerprogramma zal het beleid en de maatregelen worden opgenomen. Waterbeheerprogramma 2022-2027 Het waterbeheerprogramma 2022-2027 is op 15 december 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van Vechtstromen.

Het waterbeheerprogramma gaat in op alle aspecten van het watersysteembeheer (met uitzondering van het rioleringsbeheer en de drinkwaterzorg). Voor partners en ingezetenen verschaft het programma inzicht in de wijze waarop het waterschap omgaat met het water in het beheergebied. Het waterbeheerprogramma volgt inhoudelijk op de Watervisie 2050, die op 14 april 2021 door het algemeen bestuur is vastgesteld. Het waterbeheerprogramma beschrijft welke maatregelen Vechtstromen wil nemen in de planperiode 2022-2027 om te werken aan de ambities uit de Watervisie. Het waterbeheerprogramma sluit aan bij plannen van andere partijen zoals het Nationale waterplan (Nationaal Water Programma 2022-2027), het Stroomgebiedsbeheerplan Rijndelta en de Omgevingsvisie van de provincies Overijssel en Drenthe. Belangrijk uitgangspunt van het Waterbeheerprogramma is de verandering van het klimaat. De weersomstandigheden zijn steeds minder vaak gemiddeld. Dat merken we de laatste twee decennia steeds duidelijker. De winters worden natter en in de zomer zijn er langere hete en droge perioden en vallen de buien steeds meer lokaal. Deze zomerbuien hebben vaker een zeer hoge intensiteit, wat leidt tot hoge afvoerpieken en overstromingen. Het watersysteem is nog niet goed toegerust op die verandering.

Het is nu nog vooral ingericht op basis van gemiddelden - de normale beheersituatie enerzijds en het voorkomen van wateroverlast anderzijds - en niet op langdurige droge periodes en incidentele hoosbuien. Dit betekent dat het watersysteem aangepast moet worden. Daarbij heeft het waterschap de ambitie om te komen tot een klimaatrobuust watersysteem in 2050: een systeem dat zowel in kwantitatief als kwalitatief opzicht tegen een stootje kan en goed is toegerust op veranderingen en grotere weersextremen. Overeenkomstig de Watervisie 2050 heeft het waterschap de volgende hoofdlijnen aangegeven waar de komende jaren aan gewerkt wordt: Als gevolg van de klimaatverandering wil het waterschap zorgen voor meer balans tussen 'droge voeten' en het beperken van wateroverlast. Dat betekent dat water het leidende principe is voor het inrichten van de leefomgeving in plaats van andersom: water volgend aan de inrichting. Er wordt meer aandacht gegeven aan het vasthouden van water in de bodem. Regenwater wordt niet als afvalwater beschouwd, maar als bouwsteen in de ontwikkeling van een robuust watersysteem. Watertoetsproces Op 29 september 2022 is via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets verricht voor de Langeveenseweg 133, zie Bijlage 4. Op grond van de watertoets geldt de normale procedure, aangezien er op het perceel agrarische activiteiten worden gericht.

De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn in de huidige situatie reeds toegestaan. Als gevolg van het plan wordt de bestaande varkenshouderijtak doorgezet en wordt de melk- en rundveetak beëindigd. De agrarische bedrijfsgebouwen van de melk- en rundveetak worden gesloopt. Op de locatie Langeveenseweg 133 is geen drukriolering aanwezig en het vuilwater wordt afgevoerd op een IBA (septic tank). Het regenwater wordt niet op aangesloten. De verharde oppervlakte neemt op het perceel Langeveenseweg 133 niet toe aangezien er een forse bebouwde bestemmingsplan Buitengebied, Langeveenseweg 133 Geesteren E n Vriezenveenseweg 40 Geesteren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1111/documents/23848