Bijlage Langeveen, Hardenbergerweg 201.pdf
Tekst van het document
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden Geplande herinrichting bijzonderheden: -
december ’22
Hardenbergerweg 201 Langeveen Tubbergen Zie bijlage 1 X = 245,533 Y= 497,864 Gemeente Tubbergen, percelen sectie A nummers 6007 en 7926 Niet nagegaan. Ca. 790 m2
De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Hardenbergerweg 201 te Langeveen. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning met losstaande garage. Een deel van de locatie is verhard met bestrating. Ten noorden van de woning bevindt zich een met asfalt verharde oprit. Het overige deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een dubbele woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De bestaande woning op de onderzoekslocatie dateert uit 1962, de garage dateert uit 1975. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is deels bebouwd en deels verhard met bestrating en asfaltverharding. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans" en deels “onbekende trefkans”. De nieuwbouw van een dubbele woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte deel van de locatie zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1965 is op de locatie bebouwing te herkennen. Voordien is op de locatie niet eerder bebouwing te herkennen.
Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning met losstaande garage. Een deel van de locatie is verhard met bestrating. Ten noorden van de woning bevindt zich een met asfalt verharde oprit. Het overige deel van de locatie is als tuin in gebruik. Toekomstig De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een dubbele woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1904 is in basis van de omgeving van de locatie reeds enige bebouwing te topografische herkennen. kaarten, Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid / Topotijdreis) gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoekslocatie bevinden toekomstig zich woningen. Noordzijde: naastgelegen woning; Oostzijde: Hardenbergerweg en tegenover woning; gelegen agrarische grond; Zuidzijde: naastgelegen woning; Westzijde: naastgelegen woning.
december ’22
Geen.
Geen.
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft het onbebouwde deel van de locatie gelegen aan de Hardenbergerweg 201 te Langeveen. Op de locatie bevindt zich een bestaande vrijstaande woning met losstaande garage. Een deel van de locatie is verhard met bestrating. Ten noorden van de woning bevindt zich een met asfalt verharde oprit. Het overige deel van de locatie is als tuin in gebruik. De opdrachtgever is voornemens om op de locatie de nieuwbouw van een dubbele woning te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Op basis van de topografische kaarten vanaf rond 1965 is op de locatie voor het eerst bebouwing te herkennen. Op de locatie is geruime tijd een woning aanwezig. Het onbebouwde deel van de locatie is als tuin in gebruik geweest.
Bouwvergunning
Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. T.b.v. de bestaande bebouwing zijn bouwvergunningen verleend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De onderzoekslocatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel vermeld onder: ● fa. Tijhuis, supermarkten en dergelijke winkels met een algemeen assortiment voedings- en genotmiddelen Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. De daken van de bestaande gebouwen zijn onverdacht voor de aanwezigheid van asbesthoudende dakbedekking (zie figuur 1).
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
figuur 1: asbestdakenkaart provincie Overijssel De aanwezigheid van asbesthoudend materiaal elders in de bestaande bebouwing is niet uit te sluiten (niet onderzocht). Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend.
december ’22
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
Ophogingen/dempingen/stortingen
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen / sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht.
De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Hoewel PFAS diffuus verspreid in de bodem in Nederland voorkomt, en op veel plaatsen in gehalten boven de detectielimiet wordt aangetroffen, is op basis van het vooronderzoek geen informatie verkregen over de eventuele aanwezigheid van PFAS en GenX op de locatie. Ter plaatse zijn geen bronlocaties bekend. Bij evt. toekomstig grondverzet wordt geadviseerd alsnog onderzoek naar deze parameters uit te voeren. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. In de directe omgeving van de locatie bevinden zich voornamelijk woningen. Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
december ’22
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
Omgeving <25 m
► verkennend verkennend bodemonderzoek d.d. 30-04-2004, ref. Kruse, 14014810 conclusies: BG niet verontreinigd OG niet verontreinigd GW licht verontreinigd met barium Hypothese dient verworpen te worden ► Hardenbergerweg 202, verkennend bodemonderzoek d.d. 01-10-2007, ref. Terra Agribusiness conclusies: zw: - bg: Cu>S og: - gw: Cr>S formeel hypothese verwerpen; lichte verontreiniging in bg en gw; geen aanleiding voor uitvoeren vervolg onderzoek
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
► Niet bekend.
►De locatie bevindt zich in de zone wonen.
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 10-12 m+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen. december ’22
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Tubbergen, percelen sectie A nummers 6007 en 7926 Niet nagegaan.
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek. 2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie vanaf rond 1965 bebouwing aanwezig is. Op de locatie is geruime tijd een woning aanwezig. Het onbebouwde deel van de locatie is als tuin in gebruik geweest. Er is geen informatie omtrent evt. (voormalige) (bedrijfs)matige activiteiten op de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). Er is geen informatie over (voormalige) potentieel verdachte deellocaties (bronnen), (voormalige) bodembedreigende activiteiten of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten t.p.v. de onderzoekslocatie (t.p.v. het onderzoeksgebied). De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor onverdachte locaties (ONV-NL) (literatuur 1).
december ’22
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 790 m2)
mogelijke verontreiniging grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
december ’22
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. In tabel 9 zijn de uitvoeringaspecten opgenomen. tabel 9: uitvoeringsaspecten onderdeel:
uitgevoerd door:
datum:
bijzonderheden:
uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters (protocol 2001)
dhr. H. van Kuik 01-11-2022 (erkend en geregistreerd) 02-11-2022 dhr. A.D.M. van Wuykhuyse (erkend en geregistreerd)
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
nemen van grondwatermonsters (protocol 2002)
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
11-11-2022
geen bijzonderheden t.a.v. de uitvoering
locatie-inspectie
dhr. H. van Kuik (erkend en geregistreerd)
01-11-2022
geen bijzonderheden
Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 10. tabel 10: veldwerkprogramma Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
7
ca.0.5
3 t/m 9
1
ca.2.0
2
1
ca.5.5
1
2
Onderzoekslocatie (ca. 790 m ) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0.5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich een blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
december ’22
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 11 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 11: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-5.5
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand
zwak siltig zwak siltig, grind
bruin/grijs grijs/beige/bruin
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 12. tabel 12: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1
4.5-5.5
3.96
5
6.6
EGV geleidingsvermogen µS/cm 280
troebelheid (NTU) 12
In het genomen grondwatermonster is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook is de peilbuis zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt, zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waardes voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen.
december ’22
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke zouden kunnen duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
december ’22
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van SGS. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor SGS is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonster, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode grond
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke waarnemingen
analysepakket
MM1
1 t/m 9
0.0-0.5
-
NEN-grond(*)+AS3000
MM2
1+2
0.9-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
1
4.5-5.5
-
NEN-grondwater(**) +AS3000
grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
december ’22
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0.5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
december ’22
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
22-M10550-Hardenbergerw eg 201 Langeveen
Certificaat
13764328
Toetsing
12-Beoordeling kw aliteit van grond volgens Wbb
Toetsversie
Toetsversie 3.0.0, toetskader WBB, SIKB versie 13.3.0, toetsingsdatum : 30-11-2022 - 17:00
Parameters
Toetsing
13764328-001
13764328-002
MM1MM1, 01: 40-50, 02: 0-40, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: MM2MM2, 0-50, 07: 01:0-50, 100-150, 08: 0-50, 01: 150-200, 09: 0-50 02: 90-140, 02: 150-200 Grond (AS3000)
Grond (AS3000)
Voldoet aan Achtergrondw aarde Analyse
Eenheid
AW
T
I
SR
monster voorbehandeling
Ja
droge stof
89.7
%
BT
BC
Voldoet aan Achtergrondw aarde BI
SR
BT
BC
BI
Ja 89.7
96.7
96.7
gew icht artefacten g
<1
<1
aard van de artefacten -
Geen
organische stof%(gloeiverlies)
4.4
4.4
0.2
0.2
<2
<2
<2
<2
Geen
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
METALEN +
barium
mg/kg
920
<20
54.2
--
<20
54.2
--
cadmium
mg/kg
0.6
6.8
13
<0.2
0.217
<=AW
0
<0.2
0.241
<=AW
0
kobalt
mg/kg
15
102
190
<1.5
3.69
<=AW
0
<1.5
3.69
<=AW
0
koper
mg/kg
40
115
190
5.1
9.75
<=AW
0
<5
7.24
<=AW
0
kw ik°
mg/kg
0.15
18
36
<0.05
0.0493
<=AW
0
<0.05
0.0503
<=AW
0
lood
mg/kg
50
290
530
12
18.1
<=AW
0
<10
11
<=AW
0
molybdeen
mg/kg
1.5
96
190
<0.5
0.35
<=AW
0
<0.5
0.35
<=AW
0
nikkel
mg/kg
35
68
100
<3
6.12
<=AW
0
<3
6.12
<=AW
0
zink
mg/kg
140
430
720
<20
31.3
<=AW
0
<20
33.2
<=AW
0
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen
mg/kg
<0.01
0.007
<0.01
0.007
21
40
0.647
0.647
<=AW
0
0.07
0.07
<=AW
0
20
510
1000
4.9
11.1
<=AW
-
4.9
24.5
<=AW
-
190
2595
5000
60
136
<=AW
0
<20
70
<=AW
0
pak-totaal (10 van mg/kg VROM) (0.71.5 factor)
POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 ug/kg factor)
MINERALE OLIE totaal olie C10 -mg/kg C40 Ve rk laring k olom m e n SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard b odem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing geb ruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
ST
SGS toetsings resultaat (door SGS b erekend)
SC
SGS toetsings conclusie (door SGS b epaald)
AW
Achtergrondwaarde (door SGS b eheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS b erekend en b eheerd maar niet meer b eschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS b eheerd)
RBK
Tab el 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
BI
SGS b erekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
Ve rk laring toe ts ings oorde le n Geen toetsoordeel mogelijk --
Heeft geen normwaarde, zorgplicht van toepassing
---
Streefwaarde ontb reekt, zorgplicht van toepassing
#
Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat
<=AW
Kleiner dan of gelijk aan de achtergrondwaarde
<=S
Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde
>S
Groter dan de streefwaarde
>I
Groter dan interventiewaarde
>(ind)I
INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden
^
Enkele parameters ontb reken in de som
*
Het gehalte is groter dan de streefwaarde/achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS b eheerd)
**
Het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef/achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS b eheerd)
***
Het gehalte is groter dan de interventiewaarde (de toetsingswaarden zijn door SGS b eheerd)
Kle ur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
> streefwaarde
december ’22
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
interpretatie onderzoeksresultaten grond In tabel 15 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van de onderzochte mengmonsters. tabel 15: samenvatting toetsresultaten per mengmonster Mengmonster Boringen MM1 1 t/m 9
Diepte 0.0-0.5
Zintuiglijk
-
>AW -
>T -
>I -
Indicatieve toetsing Bbk* Achtergrondwaarde*
MM2
1+2
0.9-2.0
>AW
overschrijding achtergrondwaarde (bodemindex =<0,5)
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.9-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter vanuit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000). Op basis van de circulaire bodemsanering 2009 zijn de toetsingswaarden voor barium (zware metalen) tijdelijk ingetrokken. Indien er op een locatie sprake is van een antropogene bron kan het gemeten gehalte barium indicatief worden getoetst aan de voormalige interventiewaarde.
december ’22
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater
In tabel 16 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 16: gemeten gehaltes (µg/l) in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project
22-M 10550-Har de nbe r ge r w e g 201 Lange ve e n
Certif icaat
13769119
Toetsing
13-Be oor de ling k w alite it van gr ondw ate r volge ns Wbb
Toetsversie
Toe ts ve r s ie 2.0.0, toe ts k ade r WBB, SIKB ve r s ie 13.3.0, toe ts ings datum : 30-11-2022 - 17:20
Parameters
Toetsing
13769119-001 PbPb, 01-Pb1: 450-550 Grondw ater (A S3000) V oldoe t aan Str e e fw aar de
Analys e
Ee nhe id
S
T
I
SR
BT
BC
BI
barium
ug/l
50
338
625
22
22
<=S
-
cadmium
ug/l
0.4
3.2
6
<0.2
0.14
<=S
-
kobalt
ug/l
20
60
100
<2
1.4
<=S
-
koper
ug/l
15
45
75
5.0
5
<=S
-
kw ik
ug/l
0.05
0.18
0.3
<0.05
0.035
<=S
-
lood
ug/l
15
45
75
<2
1.4
<=S
-
molybdeen
ug/l
5
152
300
<2
1.4
<=S
-
nikkel
ug/l
15
45
75
<3
2.1
<=S
-
zink
ug/l
65
432
800
39
39
<=S
-
M ETALEN
V LUCHTIGE AROM ATEN benzeen
ug/l
0.2
15
30
<0.2
0.14
<=S
-
tolueen
ug/l
7
504
1000
<0.2
0.14
<=S
-
ethylbenzeen
ug/l
4
77
150
<0.2
0.14
<=S
-
xylenen (0.7 f actor) ug/l
0.2
35
70
0.21
0.21
<=S
-
styreen
ug/l
6
153
300
<0.2
0.14
<=S
-
naf taleen
ug/l
0.01
35
70
<0.02
0.014
<=S
-
GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan ug/l
7
454
900
<0.2
0.14
<=S
-
1,2-dichloorethaan ug/l
7
204
400
<0.2
0.14
<=S
-
1,1-dichlooretheen ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
<0.1
0.07
trans-1,2-dichlooretheen ug/l som (cis,trans)ug/l 1,2- dichloorethenen 0.01 (0.7 f actor) 10
20
0.14
0.14
<=S
-
dichloormethaan ug/l
1000
<0.2
0.14
<=S
-
<0.2
0.14
<0.2
0.14
0.01
500
1,1-dichloorpropaan ug/l 1,2-dichloorpropaan ug/l 1,3-dichloorpropaan ug/l
<0.2
0.14
som dichloorpropanen ug/l (0.7 f actor) 0.8
40
80
0.42
0.42
<=S
-
tetrachlooretheen ug/l
0.01
20
40
<0.1
0.07
<=S
-
tetrachloormethaan ug/l
0.01
5.0
10
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,1-trichloorethaan ug/l
0.01
150
300
<0.1
0.07
<=S
-
1,1,2-trichloorethaan ug/l
0.01
65
130
<0.1
0.07
<=S
-
trichlooretheenug/l
24
262
500
<0.2
0.14
<=S
-
chlorof orm
ug/l
6
203
400
<0.2
0.14
<=S
-
vinylchloride
ug/l
0.01
2.5
5
<0.2
0.14
<=S
-
630
<0.2
0.14
---
600
<50
35
<=S
tribroommethaan ug/l
M INERALE OLIE totaal olie C10 -ug/l C40
50
325
-
Verklaring kolom m en SR
Resultaat op het analyserapport
BT
Berekend toetsresultaat (omgerekend naar standaard bodem). Bij organische stof en lutum staan de voor de toetsing gebruikte waarden.
BC
Toetsoordeel
SR
Streefwaarde (door SGS beheerd)
T
Tussenwaarde (door SGS berekend en beheerd maar niet meer beschreven in de wetgeving)
I
Interventie waarde (door SGS beheerd)
RBK
Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).
BI
SGS berekende BodemIndex waarde: =(BT - (S of AW) ) / (I - (S of AW) )
<=S
Kleiner dan of gelijk aan de streefwaarde
>S
Groter dan de streefwaarde
>I
Groter dan interventiewaarde
>(ind)I
INEV (Indicatieve interventiewaarde) wordt overschreden
^
Enkele parameters ontbreken in de som
Kleur inform atie Rood
> Interventiewaarde
Oranje
>= Tussenwaarde (BI ligt tussen 0.5 en 1)
Blauw
> streefwaarde
december ’22
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
interpretatie resultaten grondwater In tabel 17 staat een samenvatting weergegeven van de toetsresultaten van het onderzochte grondwatermonster. tabel 17: samenvatting toetsresultaten per grondwatermonster Grondwatermonster
Diepte filter Zintuiglijk
1 (peilbuis)
4.5-5.5
-
>S
>T
>I
-
-
-
Legenda >S
overschrijding streefwaarde (bodemindex <=0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
peilbuis 1 (4.5-5.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
Opmerking: Wanneer het gehalte van een parameter beneden de rapportagegrens van AS3000 ligt mag er, conform de Wijziging Regeling Bodemkwaliteit (Stc. 122, 27 juni 2008), voor de betreffende parameter van uit worden gegaan dat deze voldoet aan de achtergrondwaarde (AW2000), e.e.a. geldt voor de gecorrigeerde som 1,2dichlooretheen, gecorrigeerde som dichloorpropaan en som xylenen.
december ’22
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in tabel 18. tabel 18: samenvatting toetsingsresultaten Mengmonster Boringen grond
Diepte
Zintuiglijk
>AW of >S
>T
>I
Indicatieve toetsing Bbk*
MM1
0.0-0.5
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
1+2 grondwater
0.9-2.0
-
-
-
-
Achtergrondwaarde*
Pb1
2.3-3.3
-
-
-
-
n.v.t.
1 t/m 9
MM2
1
Legenda >AW / >S
overschrijding achtergrondwaarde of streefwaarde (bodemindex =<0,5)
>T
overschrijding tussenwaarde (criteria voor nader onderzoek, bodemindex >0,5)
>I
overschrijding interventiewaarde (bodemindex >1)
Bbk
besluit bodemkwaliteit
*= beoordeling is excl. onderzoek naar PFAS-verbindingen, onderzoek naar deze verbindingen is vanaf 8 juli 2019 verplicht bij beoordeling van hergebruiksmogelijkheden van de grond
grond bovengrond (0.0-0.5 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. ondergrond (0.9-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM2 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. grondwater peilbuis 1 (4.5-5.5 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de streefwaarde en/of detectiewaarde.
december ’22
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. In tabel 19 is de hypothese en de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld aan de hand van de onderzoeksresultaten. tabel 19: toetsing hypothese Locatie
Hypothese
Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese?
Nader onderzoek?
Hardenbergerweg 201, Langeveen
onverdacht
ja, geen verhoogde gehalten aangetoond
nee, onderzoeksinspanning voldoende
nee, er zijn geen matig tot sterk verhoogde gehalten in de bodem gemeten.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat zowel in de onderzochte grondmonsters als in het grondwatermonster zijn geen verhoogde gehalten zijn gemeten t.o.v. de achtergrondwaarde resp. streefwaarde. Opgemerkt wordt dat de conclusies betrekking hebben op de chemische gesteldheid van de bodem (excl. asbest). Een asbestonderzoek in grond of puin conform de NEN 5707+C2 resp. NEN 5897+C2 maakt geen onderdeel uit van de scope van onderhavig onderzoek. Op basis van dit onderzoek dat volgens NEN-5740-A1 is uitgevoerd kan geen uitspraak worden gedaan omtrent de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal in de bodem of puin. Indien een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Afwijkingen t.o.v. normen en protocollen Er hebben bij de uitvoering van werkzaamheden geen afwijkingen plaatsgevonden t.o.v. de geldende protocollen 2001, 2002 en/of overige geldende analysemethoden.
december ’22
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
Aanbevelingen Indien de grond ontgraven gaat worden, bijvoorbeeld ten behoeve van bouwwerkzaamheden, is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Middels het Besluit is het mogelijk om door het lokaal bevoegd gezag lokale maximale bodemgebruikswaarden vast te stellen, of om deze bodemgebruikswaarden te conformeren aan de maximale waarden uit het (landelijke) generieke model. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. De mogelijkheden hiertoe kunnen worden vastgesteld na overleg met de betrokken overheidsinstanties. Volledige duidelijkheid omtrent de bodemkwaliteitsklasse van vrijkomende grond wordt pas verkregen op basis van een partijkeuring conform het Besluit Bodemkwaliteit. Opgemerkt dient te worden dat de vertaalslag van verkennend bodemonderzoek naar hergebruik van grond volgens het Besluit Bodemkwaliteit, veelal, niet mogelijk is. In de meeste gevallen zijn aanvullende gegevens noodzakelijk, het bevoegd gezag (de gemeente waarin de grond wordt toegepast) kan hier uitsluitsel over geven. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Milieu een tijdelijk handelingskader vastgesteld voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. Vanaf 8 juli 2019 is het verplicht om onderzoek naar de stofgroep PFAS uit te voeren bij o.a.
partijkeuringen in het kader van afvoer van grond. In dit verkennend bodemonderzoek is geen onderzoek uitgevoerd naar PFAS stoffen in de bodem. De in dit onderzoek opgenomen indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit is excl. onderzoek naar PFAS-stoffen, onderzoek naar deze verbindingen is bij definitieve beoordeling van evt. hergebruiksmogelijkheden van evt. af te voeren grond alsnog nodig. Indien het noodzakelijk is dat er grond afgevoerd moet worden van de locatie zal er een melding grondverzet gedaan moeten worden via het landelijk meldpunt: www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Opgemerkt wordt dat evt. afvoer van grond met de bodemkwaliteitsklasse “wonen”, “industrie” en “niet toepasbare grond” meer kosten met zich meebrengt dan de afvoer van schone grond “achtergrondwaarde”. Wanneer grond binnen het plangebied wordt ontgraven dient voorkomen te worden dat grond met een verschillende/afwijkende milieuhygiënische kwaliteit met elkaar wordt vermengd. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwaterkwaliteit de lozingsnormen overschrijdt.
december ’22
24
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
Algemeen/opmerkingen/betrouwbaarheid/uitsluitingen Het onderhavige onderzoek heeft betrekking gehad op het onbebouwde deel van de locatie aan Harderbergerweg 210 te Langeveen (zie bijlage 2). Op basis van het onderhavige onderzoek kan alleen een uitspraak worden gedaan omtrent de bodemkwaliteit van het onderzochte terreindeel, zie bijlage 2. Op basis van het onderhavige onderzoek kan geen uitspraak worden gedaan: omtrent de bodemkwaliteit van niet onderzochte terreindelen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van bekende verdachte terreindelen die buiten het plangebied zijn gelegen, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet bekende verdachte terreindelen, de bodemkwaliteit onder gebouwen en/of gesloten verharding, de milieuhygiënische bodemkwaliteit van niet verkende bodemlagen, de milieuhygiënische kwaliteit van het diepere grondwater etc. Daarnaast kan op basis van dit onderzoek geen uitspraak worden gedaan omtrent de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem/puin. Indien echter een formele uitspraak over het voorkomen van asbest in de bodem gewenst is dient een asbestonderzoek uit gevoerd te worden conform de NEN 5707+C2 of NEN 5897+C2. Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin.
In algemene zin wordt opgemerkt dat bij analyse van mengmonsters de gehalten in de individuele deelmonsters van een mengmonster zowel hoger als lager kunnen zijn dan de aangetoonde gehalten in het betreffende mengmonster. Er kan in gevallen waarbij sprake is van ruime overschrijdingen van de achtergrondwaarde, gemeten in een mengmonster, niet worden uitgesloten dat individuele deelmonsters gehalten boven de tussen- of interventiewaarde bevatten. T.a.v. historische (bodem) informatie van de locatie wordt opgemerkt dat de geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Voor het verkrijgen van historische informatie is Sigma Bouw & Milieu afhankelijk van deze bronnen, waardoor Sigma Bouw & Milieu niet kan instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie. Het kan voorkomen dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving en methoden. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het, conform de geldende richtlijnen, steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem d.m.v.
een representatief geacht aantal monsters, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is om garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Een verkennend bodemonderzoek geeft nooit volledige zekerheid omtrent de toestand van de bodem ter plaatse van een locatie. Het onderzoek dient geïnterpreteerd worden als een inschatting van de verontreinigingssituatie op een bepaald moment. Het is echter op basis van dit onderzoek nooit uit te sluiten dat er lokaal afwijkingen in de bodem voorkomen. Het kan op basis van dit onderzoek niet uitgesloten worden dat zich op de locatie verontreiniging bevindt welke in dit onderzoek niet is aangetroffen/ontdekt. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek is dan ook indicatief en een momentopname. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Eventuele toekomstige activiteiten, calamiteiten, sloopwerkzaamheden, bouwrijp maken en/of aanvoer van grond van elders, kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden. Tijdens werkzaamheden in de bodem dient men alert te blijven op waarneembare bijzonderheden, die kunnen duiden op eventuele verontreinigingen Het onderzoek is gebaseerd op informatie van derden en het verrichten van een beperkt aantal boringen en analyses, conform de geldende richtlijnen.
Hierdoor is het mogelijk dat niet alle informatie is verkregen, dan wel dat niet alle afwijkingen in de bodem zijn geconstateerd. Sigma Bouw & Milieu aanvaardt derhalve op generlei wijze aansprakelijkheid voor de gevolgen/schade dan wel enige andere indirecte incidentele of gevolgschade welke voortvloeien uit beslissingen welke worden genomen op basis van de onderzoeksresultaten van het onderhavige onderzoek als in de praktijk blijkt dat de verontreinigingssituatie anders is dan in dit onderzoek vermeld.
december ’22
25
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
6
LITERTUURLIJST 1. Bodemonderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek volgens de Nederlandse norm, NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). 2. Boringen zijn geplaatst volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie). 3. Grondmonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2001 (vigerende versie), grondwatermonsters zijn genomen volgens de eisen uit het SIKB-protocol 2002 (vigerende versie). 4. De conservering van monsters in het veld is uitgevoerd volgens de eisen uit de SIKBprotocollen 2001 en 2002 (vigerende versie). 5. Regeling Bodemkwaliteit” (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of
www.rwsleefomgeving.nl) 6. Circulaire Bodemsanering (zie vigerende versies op www.wetten.overheid.nl of www.rwsleefomgeving.nl) 7. Classificatie van onverharde grondmonsters, NEN 5104, september 1989. 8. Geologische overzichtskaarten van Nederland, Rijks Geologische Dienst, 1995. 9. Grondwaterstromingsstelsels in Nederland, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 1989. 10. Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader bodemonderzoek, NEN 5725, (oktober 2017). 11. Bodem-Monsterneming van grondwater, NEN 5744, (NNI maart 2011). 12. NEN 5707+C2; Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond; uitgifte december 2017.
december ’22
26
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Harderbergerweg 210 te Langeveen
7
COLOFON
opdrachtgever project omvang rapport datum projectleider
: : : : :
Auteur Ing. A.D.M. van Wuykhuyse
december ’22
BJZ.nu Harderbergerweg 210 te Langeveen 27 blz. 02 december 2022 ing. A.D.M. van Wuykhuyse
Paraaf
Gecontroleerd door H. Kroon
Paraaf
Datum
Status
02 december 2022
definitief
27
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT IJij B ax F
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
BIJLAGE 1 TOPOGRAFISCH OVERZICHT (HISTORISCH) IJij B ax F
1990
1970
1950
1920
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
1880
1850
Sigma Geo- & Milieutechniek Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 http://www.sigma-bm.nl email: info@sigma-bm.nl
01
Pb 1
t egel / cm t ov m aaiveld
0
0 -4
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an
1
50
-40
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
2
-50
100
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal beige, grijs, edelm an
3
-60
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, m at ig hum eus, neut raal bruin, grijs, edelm an
150
-100
4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal beige, geel, edelm an
200
-150
zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, licht grijs, edelm an 250
300
350
400
-400
zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, neut raal grijs, edelm an 450
450
500
550
550 t ype dat um boorm eest er
-550
p e ilb u is m e t 1 f ilt e r 0 1 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
H a r d e n b e r g e r w e g 2 0 1 La n g e ve e n 2 2 -M 1 0 5 5 0 N EN 5 1 0 4
02
klinker / cm t ov m aaiveld
0 1
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, beige, edelm an
2
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, licht grijs, edelm an
0
-40 50
-50
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, zwak hum eus, donker bruin, edelm an
100
-80 3
zand, m at ig grof, zwak silt ig, m at ig grindig, neut raal beige, grijs, edelm an -140
150 4
zand, m at ig grof, zwak silt ig, st erk grindig, licht grijs, edelm an
200 t ype dat um boorm eest er
-200
g r on d b or in g 0 1 -1 1 -2 0 2 2 ve ld w e r k e r
03
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 2 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
04
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 2 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
H a r d e n b e r g e r w e g 2 0 1 La n g e ve e n 2 2 -M 1 0 5 5 0 N EN 5 1 0 4
05
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
-50
g r on d b or in g 0 2 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
06
gras / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 0 2 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
07
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1
-50
g r on d b or in g 0 2 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
08
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 2 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
H a r d e n b e r g e r w e g 2 0 1 La n g e ve e n 2 2 -M 1 0 5 5 0 N EN 5 1 0 4
09
t uin / cm t ov m aaiveld
0 1 50 t ype dat um boorm eest er
0
zand, m at ig fijn, zwak silt ig, neut raal bruin, grijs, edelm an -50
g r on d b or in g 0 2 -1 1 -2 0 2 2 V e ld w e r k e r
bodem profielen BIJLAGE 3 : BOORPROFIELEN onderzoek project code get ekend conform
H a r d e n b e r g e r w e g 2 0 1 La n g e ve e n 2 2 -M 1 0 5 5 0 N EN 5 1 0 4
PEILBUIS
BORIN G
OLIE OP W ATER REACTIE
num m er
bodem m onst er, geroerd
Geen casing
Zwak
Mat ig
St erk
Uit erst
bodem laag
GEUR IN TEN SITEIT
bent oniet
grondwat erst and t ijdens boren
bodem m onst er, ongeroerd
filt ergrind
Geen Zeer zwak
Zwak
Mat ig
St erk
bodem laag filt ert raject grondwat erst and
links= cm -m aaiveld recht s= cm + NAP
GRON D SOORTEN
M ATE V AN BIJM EN GIN G
GRIND, grindig (G,g)
zwak - (0-5%)
ZAND, zandig (Z,z)
m at ig - (5-15%)
LEEM, silt ig (L,s)
st erk - (15-50%)
KLEI, kleiig (K,k)
uit erst - (> 50%)
VEEN, hum eus (V,h)
slib
V ERH ARD IN GEN
GRAD ATIE Z AN D
asfalt , bet on, klinkers, t egels st elconplaat , ondoordringbare laag
uf = uit erst fijn (63-105 um ) zf = zeer fijn (105-150 um ) m f = m at ig fijn (150-210 um ) m g = m at ig grof (210-300 um ) zg = zeer grof (300-420 um ) ug = uit erst grof (420-2000 um )
OV ERIG
GRAD ATIE GRIN D
bodem vreem de best andsdelen aanwezig
f = fijn (2-5.6 m m ) m g = m at ig grof (5.6-16 m m ) zg = zeer grof (16-63 m m )
wat er
BESCH RIJV IN G BOD EM LAAG pid = fot o ionisat ie det ect or bv = bodem vocht ow = olie op wat er
Zeer st erk
onderzoek
onderzoek
onderzoek
onderzoek
BIJLAGE 4 ANALYSECERTIFICATEN
SGS Environmental Analytics Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Phileas Foggstraat 153 7825 AW EMMEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer
Blad 1 van 7
: Hardenbergerweg 201 Langeveen : 22-M10550 : 13764328, versienummer: 1.
Rotterdam, 11-11-2022
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 22M10550. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics, gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 7 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 1 september 2022 is SGS Environmental Analytics B.V. gefuseerd met SGS Nederland B.V. en handelt onder de naam SGS Environmental Analytics. Alle erkenningen van SGS Environmental Analytics B.V.
blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Nederland B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director
SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 2 van 7
Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Projectnaam Hardenbergerweg 201 Langeveen Projectnummer 22-M10550 Rapportnummer 13764328 - 1
Orderdatum 03-11-2022 Startdatum 04-11-2022 Rapportagedatum 11-11-2022
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 MM1, 01: 40-50, 02: 0-40, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50 MM2 MM2, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 90-140, 02: 150-200
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 89.7 <1 geen
Ja 96.7 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
4.4
0.2
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
<2
<2
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
<20 <0.2 <1.5 5.1 <0.05 12 <0.5 <3 <20
<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.04 1) antraceen mg/kgds S 0.02 fluoranteen mg/kgds S 0.16 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.07 chryseen mg/kgds S 0.08 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.07 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.08 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.06 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.06 2) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 0.647 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 2) 4.9
002
<0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 <0.01 2) 0.07
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 2) 4.9
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 3 van 7
Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Projectnaam Hardenbergerweg 201 Langeveen Projectnummer 22-M10550 Rapportnummer 13764328 - 1
Orderdatum 03-11-2022 Startdatum 04-11-2022 Rapportagedatum 11-11-2022
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 MM1, 01: 40-50, 02: 0-40, 03: 0-50, 04: 0-50, 05: 0-50, 06: 0-50, 07: 0-50, 08: 0-50, 09: 0-50 MM2 MM2, 01: 100-150, 01: 150-200, 02: 90-140, 02: 150-200
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
001
S
<5 6 16 34 60
002
<5 <5 <5 <5 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028.
SGS Environmental Analytics – Vestiging van SGS Nederland BV, Malledijk 18 - P.O. Box 200, NL-3200 AE Spijkenisse - Nederland. Al onze werkzaamheden worden uitgevoerd onder de algemene voorwaarden gedeponeerd bij de kamer van koophandel te Rotterdam inschrijving handelsregister : 24226722.
Blad 4 van 7
Analyserapport Sigma Geo- & Milieutechniek B.V. Bodem-Sigma Projectnaam Hardenbergerweg 201 Langeveen Projectnummer 22-M10550 Rapportnummer 13764328 - 1