Bijlage Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Fietspad Manderveen Tubbergen
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBFIETSPADMT-VG01
Buitengebied, Fietspad Manderveen Tubbergen
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer
5 5 5 5 6 8
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Huidige situatie plangebied
9 9
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Gewenste ontwikkeling 3.2 Verkeer en parkeren
13 13 13
Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid
15 15 16 25
Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid
29 29
5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9
30 31 32 34 35 36 40 42
Bodemkwaliteit Luchtkwaliteit Externe veiligheid Milieuzonering Geur Ecologie Archeologie & cultuurhistorie Besluit milieueffectrapportage
Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf
45 45 45
Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels
47 47 47 48
Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen 8.2 Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72
49 49 49
Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg
51 51
2
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 3
4
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op twee ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Onderstaand wordt kort op de betreffende ontwikkelingen per locatie ingegaan. Fietsverbinding Manderveen-Tubbergen De gemeente Tubbergen werkt aan de realisatie van een fietspad tussen de kernen Manderveen en Tubbergen. Het pad komt te liggen langs de Manderveenseweg en bestaat uit een tweerichtingenfietspad dat vrijliggend wordt gerealiseerd. De aanleg van het fietspad betreft een lang gekoesterde wens van zowel de samenleving uit Manderveen als de gemeenteraad van Tubbergen. De aanleg van een vrijliggend fietspad is daarom opgenomen in het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen 2018-2019. Manderveenseweg 29/Denekamperweg 72 Aan de Manderveenseweg 29/Denekamperweg 72, bevindt zich een agrarisch bedrijfsperceel. Ter plaatse is een melkveehouderij aanwezig. Het voornemen bestaat om het bouwvlak van het agrarisch bedrijfsperceel te wijzigen om een aantal bestaande gebouwen binnen het bouwvlak te brengen. De gebouwen betreffen een tweede bedrijfswoning (Denekamperweg 72) met enkele bijgebouwen. De voorgenomen ontwikkelingen zijn op basis van het geldende bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016" niet toegestaan. In paragraaf 1.4 wordt hier nader op ingegaan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk.
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridisch-planologsiche kaders om het voornemen mogelijk te maken. In voorliggende toelichting wordt aangetoond dat het voornemen in overeenstemming is met 'een goede ruimtelijke ordening'.
1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied globaal aangegeven. De rode stippellijn in de linker afbeelding omvat het tracé van het fietspad. In de rechter afbeelding is het plangebied aan de Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 weergegeven middels een rode omlijning. Voor de concrete begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding.
Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied (Bron: ArcGIS)
1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBFIETSPADMT-VG01) en een renvooi; regels. bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 5
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4 Huidig planologisch regime Onderstaand wordt separaat ingegaan op het geldende planologisch regime ter plaatse van de gewenste fietsverbinding en de locatie Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72. 1.4.1
Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen
Binnen het plangebied van de gewenste fietsverbinding is sprake van diverse geldende bestemmingsplannen. Het voert te ver om alle geldende plannen en de daarin opgenomen bestemmingen uitgebreid toe te lichten. Daarom wordt hierna door middel van een tabel aangegeven wat de geldende plannen zijn die door voorliggend bestemmingsplan, voor zover de gronden onderdeel uitmaken van het plangebied, worden herzien. In de tabel zijn tevens de bestemmingen opgenomen welke geraakt worden per bestemmingsplan. Voor wat betreft het bestemmingsplan 'Kleine Kernen' wordt opgemerkt dat het gaat om het bestemmingsplan voor de kern Manderveen. Daarnaast zijn uitsnedes opgenomen van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' waarop het gewenste fietspad met een rode stippellijn is weergegeven.
Tabel 1.1 Geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied
6
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
Afbeelding 1.2 Uitsnedes bestemmingsplan 'Buitengebied Tubbergen 2016' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Na inwerkingtreding van het voorliggend bestemmingsplan zullen de hiervoor genoemde geldende plannen, voor zover onderdeel uitmakend van het plangebied, en de daarin opgenomen bestemmingen komen te vervallen en worden vervangen door de bestemmingen 'Verkeer' en 'Bos - Natuur'. De dubbelbestemmingen zijn hierin overeenkomstig de geldende bestemmingsplannen overgenomen. 1.4.2
Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72
De locatie Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' en het 'facetbestemmingsplan Parkeren Tubbergen'. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk op 13 mei 2016 en 28 mei 2018 door de gemeenteraad van Tubbergen vastgesteld. De bestemmingen van het bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' zijn in voorliggend geval het meest relevant. De gronden binnen de locatie aan de Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 zijn voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch - 1' met bouwvlak en de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan weergegeven, waarin het de locatie rood omlijnd is aangeduid.
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 7
Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplan 'Buitengebied Tubbergen 2016' ter plaatse van de locatie Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De gronden ter plaatse van de bestemming 'Agrarisch - 1' zijn hoofdzakelijk bedoeld voor het agrarisch gebruik en de uitoefening van een agrarisch bedrijf ter plaatse van een bouwvlak. Ook is het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering, met de daarbij behorende erven toegestaan, voorzover de gronden zijn voorzien van een bouwvlak. Het aantal bedrijfswoningen mag ten hoogste één per bouwvlak bedragen, tenzij het bestaande aantal meer bedraagt, in welk geval het aantal meer bedraagt, in welk geval het aantal bedrijfswoningen ten hoogste het bestaande aantal zal bedragen. De maatvoering van een gebouw of een overkapping moet tot slot voldoen aan de eisen die hiervoor worden gesteld. Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor het realiseren van bouwwerken, waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² en dieper dan 0,40 m benodigd zijn, moet archeologisch onderzoek worden uitgevoerd. Het gebruik van de gronden en gebouwen aan de Denekamperweg 72 als tweede bedrijfswoning met bijgebouwen is niet in overeenstemming met de gebruiks- en bouwregels van de bestemming 'Agrarisch - 1', omdat deze gronden niet zijn voorzien van een bouwvlak.
Het bestemmingsplan kent op basis van artikel 4.7.1 echter een wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf. Hiermee kan het bouwvlak zo worden aangepast, dat de gronden en gebouwen aan de Denekamperweg 72 binnen het bouwvlak komen te liggen. Om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid moet voldaan worden aan de voorwaarden zoals gesteld in het artikel. In paragraaf 4.3.4 is deze wijzigingsbevoegdheid nader verwoord en is het planvoornemen hieraan getoetst.
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In Hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In Hoofdstuk 7 en Hoofdstuk 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat Hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.
8
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
2.1 Huidige situatie plangebied 2.1.1
Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen
Het voorliggende plan heeft betrekking op een circa 3.300 meter lang fietspad wat langs de Manderveenseweg, vanaf de Hardenbergerweg tot aan de kern Manderveen gerealiseerd dient te worden. Het fietspad komt volledig in het buitengebied te liggen. Het tracé loopt grotendeels over agrarische cultuurgrond en ten dele over erven, tuinen, houtsingels en bos. In het zuidelijke deel van het plangebied wordt een beek overkluisd. In afbeelding 2.1 is via straatbeeldfoto's een impressie weergegeven van de huidige situatie van delen van het plangebied.
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 9
Afbeelding 2.1: Impressie huidige situatie plangebied (Bron: Google Maps)
10
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
De bovenste afbeelding geeft de locatie weer waar het fietspad aangesloten dient te worden op de Hardenbergerweg. De middelste afbeelding geeft de locatie weer vanaf de rontonde Manderveenseweg-Denekamperweg richting het noorden. De onderste afbeelding is genomen bij de kruising Pottersweg-Manderveenseweg richting het zuidwesten. 2.1.2
Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72
De locatie Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 ligt op de hoek Manderveenseweg - Denekamperweg in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. De locatie bevindt zich in een overwegend agrarisch landschap, waarin verspreid liggende agrarische erven en woonpercelen voor komen. De locatie betreft een agrarisch bedrijfsperceel en een aangrenzend stuk grond. Ter plaatse bevinden zich twee bedrijfswoningen met bijgebouwen, enkele veestallen, kuilvoerplaten en een vakwerkschuur. Tussen de gebouwen bevindt zich verharding. De overige gronden zijn onverhard en gedeeltelijk begroeid met bomen.
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 11
12
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
Hoofdstuk 3
Planbeschrijving
3.1 Gewenste ontwikkeling 3.1.1
Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen
In de gewenste situatie worden de gronden binnen het plangebied omgezet naar een fietspad. Hoewel voor de situering van het fietspad zoveel mogelijk rekening is gehouden met vitale en waardevolle landschapselementen moeten op verschillende plekken bomen en struiken gerooid worden om de aanleg van het fietspad mogelijk te maken. Daarnaast dienen mogelijk enkele duikers aangelegd te worden bij sloten. Het fietspad wordt 3 meter breed met daarbij aan beide zijden wisselende ruimten ten behoeve van schrikruimte en ruimte ten opzichte van sloten, wegen en bomen. Tussen de Hardenbergerweg en Denekamperweg zal het fietspad ten oosten van de Manderveenseweg gerealiseerd worden. Na de rotonde van de Manderveenseweg-Denekamperweg, wordt het fietspad aan de andere zijde van de weg (westelijk) gerealiseerd. De tekeningen met het ontwerp voor het fietspad zijn opgenomen in Bijlage 1 bij deze toelichting. 3.1.2
Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72
Voor de locatie Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 betreft de gewenste ontwikkeling de wijziging van het bouwvlak van het agrarische bedrijf. Dit om een aantal gebouwen binnen het bouwvlak te brengen. De gebouwen betreffen een tweede bedrijfswoning (Denekamperweg 72) met bijgebouwen. In afbeelding 3.1 is door middel van een rode stippellijn de vergroting van het bouwvlak indicatief weergegeven.
Afbeelding 3.1 Vergroting van het bouwvlak (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
3.2 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling.
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 13
3.2.1
Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen
In voorliggend geval zal het (brom)fietsverkeer dat nu gebruik maakt van de Manderveenseweg door de ontwikkeling gebruik gaan maken van het vrijliggend fietspad. Het vrijliggende fietspad draagt bij aan het subjectieve veiligheidsgevoel van fietsers en versterking van het fietsroutenetwerk. De verwachting is dan ook dat hierdoor het fietsgebruik wordt gestimuleerd en het aandeel autoverkeer wellicht verminderd. Ten aanzien van parkeren en openbaar vervoer voorziet dit bestemmingsplan in geen wijzigingen. 3.2.2
Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72
De ontwikkeling aan de Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 betreft enkel het in overeenstemming brengen van de planologische situatie met de feitelijke situatie. Door de uitbreiding van het bouwvlak wordt een bestaande bedrijfswoning met bijgebouwen binnen het agrarisch bouwvlak gepositioneerd. Er blijft daarbij sprake van één agrarisch bedrijf, zonder dat sprake is van een uitbreiding van dieraantallen. Wel is planologisch gezien sprake van een toename in verkeersbewegingen door het positief bestemmen van de tweede bedrijfswoning. Op basis van de cijfers van het CROW (Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381) brengt een vrijstaande koopwoning in het buitengebied van een niet stedelijke gemeente gemiddeld afgerond 9 verkeersbewegingen per weekdagetmaal met zich mee. Het plangebied wordt middels twee in- en uitritten ontsloten op de Manderveenseweg en de Denekamperweg. Deze wegen en andere omliggende straten kunnen deze zeer geringe toename van verkeersbewegingen veilig en eenvoudig afwikkelen. Ten aanzien van parkeren wordt opgemerkt dat gezien de ruime omvang van het perceel eenvoudig kan worden voldaan aan het voorzien in voldoende parkeerplaatsen.
14
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
Hoofdstuk 4
Beleidskader
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven.
4.1 Rijksbeleid 4.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 15
2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
In de SVIR wordt de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij dient de behoefte aan een stedelijke ontwikkeling te worden aangetoond. 4.1.3
Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten van het rijksbeleid
De in dit bestemmingsplan voorziene ontwikkeling raakt, gelet op de beperkte omvang en aard (aanleggen van een fietspad en uitbreiding van een bestaand agrarisch bouwvlak), geen rijksbelangen en er is geen sprake van enige vorm van belemmeringen met betrekking tot de doelen zoals genoemd in de Nationale Omgevingsvisie. Wat betreft de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij "nieuwe stedelijke ontwikkelingen" (3.1.6 Bro). Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Gelet op de voorgenomen ontwikkelingen wordt gesteld dat dit geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen betreffen. Daarbij wordt voor wat betreft de uitbreiding van het agrarisch bouwvlak opgemerkt dat een bestaande bedrijfswoning met bijgebouwen positief bestemd worden. Op het realiseren van woningen is de uitspraak ABRvS 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2921 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat het realiseren van 11 woningen niet wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Het positief bestemmen van 1 woning wordt dan ook niet worden gezien als stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is dan ook niet van toepassing.
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met rijksbeleid.
4.2 Provinciaal beleid In deze paragraaf wordt het voor deze ontwikkeling relevante provinciale beleid behandeld. Op 12 april 2017 hebben Provinciale Staten van Overijssel de nieuwe Omgevingsvisie Overijssel 2017 'Beken Kleur' en bijbehorende Omgevingsverordening Overijssel 2017 vastgesteld. Op 1 mei zijn de nieuwe Omgevingsvisie en Omgevingsverordening in werking getreden. 4.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
De omgevingsvisie is het centrale provinciale beleidsplan voor het fysieke beleidsplan voor het fysieke leefmilieu in Overijssel. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn vertaald in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Enkele centrale ambities van de provincie: goed en plezierig wonen, nu en in de toekomst door een passend en flexibel aanbod van woonmilieus (typen woningen en woonomgeving) die voorzien in de vraag (kwantitatief en kwalitatief); versterken complementariteit van bruisende steden en vitaal platteland als ruimtelijke, cultureel, sociaal en economisch samenhangend geheel. Dit door behoud en versterking van leefbaarheid en diversiteit van het landelijk gebied, stedelijke netwerken versterken, behoud en versterken van cultureel erfgoed als drager van identiteit; veilig, gezond en schoon kunnen wonen, werken, recreëren en reizen door te zorgen voor waterveiligheid, externe veiligheid en verkeersveiligheid; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan.
16
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
4.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 4.2.3
Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, etcetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven.
Afbeelding 4.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 17
4.2.3.1 Of- generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 4.2.3.2 Waar- ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn.
De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 4.2.3.3 Hoe- gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.
De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.3.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.3.4.1 Of - generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn een aantal artikelen van belang. Op deze artikelen zal hierna nader worden ingegaan. Artikel 2.1.3
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving voorzien uitsluitend in ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen anders dan de uitleg van steden en dorpen wanneer aannemelijk is gemaakt: dat (her)benutting van bestaande erven en/of bebouwing in de Groene Omgeving in redelijkheid niet mogelijk is; dat mogelijkheden voor combinatie van functies op bestaande erven optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "groene omgeving" nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. 18
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip "bestaand bebouwd gebied" nader gedefinieerd als: de gronden binnen steden en dorpen die benut kunnen worden voor stedelijke functies op grond van geldende bestemmingsplannen en op grond van voorontwerp-bestemmingsplannen voor zover de provinciale diensten daarover schriftelijk een positief advies hebben uitgebracht in het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik geeft Overijssel een nadere invulling van de Ladder voor duurzame verstedelijking zoals door het Rijk is opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Fietspad Manderveen - Tubbergen In het voorliggend geval is gekozen om een vrijliggend fietspad in de groene omgeving aan te leggen. De aanleg van het fietspad komt ten goede aan het subjectieve veiligheidsgevoel van fietsers, versterkt het Kernnet Fiets Overijssel (zie paragraaf 4.2.4) en stimuleert het fietsgebruik. Daarnaast betreft het een lang gekoesterde wens vanuit de samenleving van Manderveen. Op basis van dit maatschappelijke draagvlak kan worden geconcludeerd dat benutting van een klein deel van de groene omgeving voor het fietspad in redelijkheid is en daarom voldoende rekening is gehouden met de principes van zorgvuldig ruimtegebruik.
Tevens is bij de situering van het fietspad zoveel mogelijk rekening gehouden met vitale en waardevolle landschapselementen en vindt compensatie plaats door aanplant van nieuwe natuur op een aan NNN grenzend perceel van circa 1.750 m2 (zie paragraaf 5.7.2.3). Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het onderbrengen van bestaande bebouwing (een tweede bedrijfswoning met bijgebouwen) binnen een agrarisch bouwvlak. In aanleg is geen sprake van een toename van bebouwing. Er is dan ook geen sprake van een extra ruimtebeslag op de groene omgeving.
Artikel 2.7.3 Beschermingsregime (NNN) en 2.7.4 Afwijkingsmogelijkheden (NNN) Artikel 2.7.3 Beschermingsregime (NNN) Lid 1 Het beschermingsregime voor gebieden die op de kaart (als bedoeld in artikel 2.7.2 Werkingsgebied) zijn aangeduid als gebiedscategorie ‘Bestaand' wordt vastgelegd in een bestemmingsplan of in beheersverordening. Lid 2 Gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als ‘Bestaand' moeten een bestemming krijgen die uitsluitend is gericht op het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden. Lid 4 Bestemmingsplannen die betrekking hebben op gebieden die op de kaart als bedoeld in artikel 2.7.2 zijn aangeduid als NNN (voorheen EHS) wijzen geen bestemmingen aan of stellen geen regels die activiteiten mogelijk maken die leiden tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van die gebieden, of van de samenhang tussen die gebieden. 2.7.4 Afwijkingsmogelijkheden (NNN) Lid 5 De gemeenteraad is bevoegd om bij de vaststelling van een bestemingsplan voor relatief kleinschalige ontwikkelingen binnen het NNN af te wijken van het beschermingsregime zoals vastgelegd in artikel 2.7.3 mits is aangetoond en verzekerd dat deze wijziging: a. de wezenlijke kenmerken en waarden slechts in beperkte mate aantast, b.
per saldo gepaard gaat met een versterking van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN of een vergroting van de oppervlakte van het NNN, c. plaatsvindt na een zorgvuldige afweging van alternatieve locaties. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.7.3 en 2.7.4 van de Omgevingsverordening Overijssel Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen Het geplande tracé is deels aangewezen als 'Bestaand' gebied van het Natuurnetwerk Nederland. Hieraan zijn bepaalde voorwaarden verbonden (zie leden bovenstaand artikel 2.7.3 'Beschermingsregime'). Hiervan kan bij bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 19
een relatief kleinschalige ontwikkeling worden afgeweken, mits wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden (zie bovenstaand lid 5 van artikel 2.7.4 'Afwijkingsmogelijkheden'). Een toetsing van de voorwaarden uit lid 5 van artikel 2.7.4 vindt plaats in paragraaf 5.7.2.3. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze paragraaf. Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 De locatie Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 valt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland. Artikel 2.7.3 en 2.7.4 zijn dan ook niet van toepassing. 4.2.3.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven Het plangebied kent op basis van de ontwikkelingsperspectievenkaart van de provincie Overijssel de ontwikkelingsperspectieven 'Zone ondernemen met natuur en water', 'Agrarisch ondernemen in het grootschalige landschap' en 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. In afbeelding 4.2 is dit weergegeven, de fietsverbinding is met de rode stippellijn aangegeven. De locatie Manderveenseweg 29 Denekamperweg 72 is middels een rode ster aangegeven.
Afbeelding 4.2: Ontwikkelingsperspectief (Bron: Provincie Overijssel)
'Zone Ondernemen met Natuur en Water' Het ontwikkelingsperspectief Zone Ondernemen met Natuur en Water bestaat uit: het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waaronder de Nationale Parken en Natura 2000-(uitwerkings)gebieden; (landbouw)gebieden rond het NNN met potentie voor ontwikkeling van groen ondernemerschap en natuuren waterkwaliteit; het watersysteem. Het ontwikkelingsperspectief Zone Ondernemen met Natuur en Water (ONW) richt zich op het realiseren van een robuust en samenhangend netwerk van gebieden met natuur-, water- en landschappelijke kwaliteit. Het accent ligt op natuur die, naast biodiversiteit, betekenis heeft voor mensen en bijdraagt aan hun welzijn en welvaart. Om dit mogelijk te maken, wordt ruimte geboden aan de groeiende groep betrokken ondernemers en bewoners die zelf willen ondernemen met natuur en water. Binnen de Zone ONW buiten het natuurnetwerk is ruimte voor economische dragers die in harmonie met de natuur-, water- en landschappelijke kwaliteiten plaats kunnen vinden. De provincie ziet kansen voor bijzondere 20
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
functiecombinaties zoals landbouw en natuur, specifieke vormen van verblijfsrecreatie, nieuwe landgoederen en wonen en werken met versterking van natuur- en/of waterkwaliteit. 'Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap' Van de ruimtelijke kwaliteitsambities staat in dit ontwikkelingsperspectief de ambitie Voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen voorop. Daarnaast gelden – net als voor alle andere ontwikkelingsperspectieven – de ruimtelijke kwaliteitsambities: zichtbaar en beleefbaar mooi landschap sterke ruimtelijke identiteiten als merken voor Overijssel continu en beleefbaar watersysteem Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied.
Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. Toetsing aan de "Ontwikkelingsperspectieven" Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen Voorliggende ontwikkeling betreft de realisatie van een fietspad tussen Manderveen en Tubbergen. Het fietsverkeer dat nu gebruik maakt van de Manderveenseweg zal door de ontwikkeling gebruik gaan maken van het vrijliggende fietspad, waardoor bijgedragen wordt aan het veiligheidsgevoel van fietsers. Tevens draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van het fietsnetwerk in de gemeente. Voor de aanleg van het fietspad wordt aangesloten bij de bestaande weginfrastructuur. Het fietspad wordt namelijk naast de Manderveenseweg gerealiseerd. Waar het fietspad watergangen doorkruist wordt het fietspad onderlegd met een duiker. Het fietspad wordt dan ook in harmonie met natuur-, water en landschappelijke kwaliteiten aangelegd. Tevens worden de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw niet beperkt. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectieven.
Voor wat betreft het gedeelte van het fietspad dat wordt aangelegd in het Natuurnetwerk Nederland wordt opgemerkt dat in paragraaf 5.7 nader wordt ingegaan op de gevolgen van de realisatie van het fietspad voor het Natuurnetwerk Nederland. Daaruit blijkt dat geen significant negatieve effecten op zullen treden. Daarnaast worden compensatiemaatregelen getroffen. Op deze plek wordt kortheidshalve naar deze paragraaf verwezen. Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 De locatie is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Binnen dit ontwikkelingsperspectief mogen zich veel verschillende functies bevinden, deze zijn dan ook aanwezig. Dit is terug te zien in het plangebied en de directe omgeving hiervan, waar zich onder andere agrarische functies, natuur- en woonfuncties bevinden. In voorliggend geval betreft de ontwikkeling slechts het binnen een bouwvlak brengen van een aantal bestaande gebouwen. Dit betreft een functie welke passend is binnen het ontwikkelingsperspectief. Daarbij blijkt uit hoofdstuk 5 dat er geen sprake is van enige belemmeringen van het voornemen op omliggende functies. Het voorgenomen plan past binnen het ontwikkelingsperspectief.
4.2.3.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' en 'Laag van de beleving' worden in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor het plangebied geen specifieke eigenschappen vanuit deze lagen gelden Hierna wordt ingegaan op de relevante kenmerken ter plaatse van de ontwikkellocatie.
1. De 'Natuurlijke laag' Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 21
laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedkenmerkenkaart 'de Natuurlijke laag' aangeduid met de gebiedstypen 'dekzandvlakte en ruggen', 'beken' en 'beekdalen en natte laagtes'. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven. De fietsverbinding is met de rode stippellijn aangegeven. De locatie Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 is middels een rode ster aangegeven.
Afbeelding 4.3: Natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)
'Dekzandvlakte en ruggen' De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen.
'Beekdalen en natte laagtes' Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Beeld van de beken: zomers kleine stroom met droge geulen, ’s winters bredere stroomdraad met meestromende geulen. De dynamiek (water, wind) bepaalt de verschijningsvorm; de gedaante wisselt. De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het landschap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier.
22
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
Toetsing van het initiatief aan de 'Natuurlijke laag' Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen De aanleg van het fietspad tast de kernkwaliteiten van de natuurlijke laag in het gebied niet aan. Het fietspad wordt parallel aan Manderveenseweg aangelegd om eventuele impact op het landschap te beperken tot het minimale. Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 Als gevolg van voorliggend bestemmingsplan wordt een reeds decennia lang bestaande situatie planologisch geregeld. Er vinden daarbij geen fysieke ingrepen plaats. Er wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de waarneembaarheid van de natuurlijke laag.
In de volgende subparagraaf wordt nader ingegaan op het agrarische cultuurlandschap. Hier wordt geconcludeerd dat de 'Natuurlijke laag' geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.
2. De 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' In het agrarisch cultuurlandschap gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. Het plangebied is op gebiedskenmerkenkaart in de 'Laag van het agrarische cultuurlandschap' aangemerkt als de landschapstypen 'Jong heide- en broekontginningslandschap' en 'Oude hoevenlandschap'. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven. De fietsverbinding is met de rode stippellijn aangegeven. De locatie Manderveenseweg 29 Denekamperweg 72 is middels een rode ster aangegeven.
Afbeelding 4.4: Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)
'Jong heide- en broekontginningslandschap' De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht. bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 23
Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Daarnaast zijn vanaf 1750 vanuit de landgoederen en buitens ook veel van de voormalige heidegronden voor de jacht en houtproductie bebost. Dit heeft geresulteerd in grote en kleinere landbouwontginningslandschappen en in landschappen van grote boscomplexen en (nooit ontgonnen) heidevelden, zoals op de Sallandse Heuvelrug. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’- landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Ook sommige recente heringerichte agrarische landschappen worden tot deze categorie gerekend, omdat van het oorspronkelijke landschap niets meer terug te vinden is. De ambitie is de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden een stevige impuls te geven en soms een transformatie wanneer daar aanleiding toe is.
De dragende structuren worden gevormd door landschappelijk raamwerken van lanen, bosstroken en waterlopen, die de rechtlijnige ontginningsstructuren versterken. Binnen deze raamwerken is ruimte voor verdere ontwikkeling van bestaande erven en soms de vestiging van nieuwe erven, mits deze een stevige landschappelijke jas krijgen.
'Oude hoevenlandschap' Landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Essenlandschap in het klein met samenhangend systeem van es/kamp, erf op de flank, natte laagtes en – voormalige – heidevelden. Ordening vanuit de erven, die de ‘organische’ vormen van landschap volgt. Spinragstructuur vanuit de erven naar de omliggende gronden en tussen de erven. De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap: de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen.
Toetsing aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' Fietsverbinding Manderveen - Tubbergen Gezien de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling wordt het karakter van het landschap niet aangetast. Verder wordt het fietspad parallel aan de Manderveenseweg gesitueerd en sluit daarmee aan op de bestaande structuur. Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 De ontwikkeling aan de Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 heeft betrekking op een bestaand agrarisch erf. Ter plaatse is al decennia lang een erf aanwezig. De locatie is gelegen aan de rand van een kamp (individueel ontgonnen bouwland) zoals kenmerkend voor het oude hoevenlandschap. Boerenbedrijven vestigden zich in dit landschap gebruikelijk aan de flank van een kamp. Het binnen het bouwvlak brengen van bestaande bebouwing, behorende bij het agrarisch bedrijf, is dan ook passend op deze locatie. De voorgenomen ontwikkelingen zijn dan ook niet in strijd met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'. 4.2.4
Thematische beleidskeuzes: mobiliteit
Naast hetgene wat uit de ontwikkelingsperspectievenkaart naar voren komt, wordt in de Omgevingsvisie specifiek de ambitie en hoofdlijnen van beleid aangaande fietsverkeer beschreven in de thematische beleidskeuzes voor wat betreft het mobiliteitsbeleid. Hierin is aangegeven dat het vergroten van de rol , positie en het gebruik van de fiets de ambitie is van de provincie Overijssel. De provincie ziet de fiets als het meest duurzame en gezondste vervoermiddel. De fiets verdient daarmee de voorkeur op de directe verbindingen tot 15 kilometer, maar ook als voor- en na-transport van en naar opstappunten van het openbaar vervoersysteem. 24
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
De provincie wil het veilig gebruik van de fiets stimuleren door mensen te bewegen vaker de auto te laten staan en op de fiets te stappen. Waar nodig worden ontbrekende schakels in het netwerk van bovenlokale fietsverbindingen toegevoegd of de kwaliteit van bestaande fietsverbindingen verbeterd. Toetsing aan mobiliteitsbeleid Het tracé waarlangs het gewenste fietspad loopt is door de provincie Overijssel aangewezen als onderdeel van het 'Kernnet fiets'. Tevens is dit tracé aangemerkt als een 'subjectief onveilig tracé', zoals met de blauwe omlijning is aangegeven in afbeelding 4.5. Door het realiseren van een vrijliggend fietspad draagt bij aan zowel het versterken van het fietsroutenetwerk als het subjectieve veiligheidsgevoel van fietsers. Tevens is de verwachting dat het fietsgebruik gestimuleerd wordt en het aandeel autoverkeer afneemt. Daarmee sluit voorliggende ontwikkeling naadloos aan bij de ambities van de provincie op het gebied van mobiliteit.
Afbeelding 4.5: Tracé van gewenste fietspad maakt onderdeel uit van het 'Kernnet fiets' en is aangewezen als 'subjectief onveilig tracé' (Bron: Atlas van Overijssel) 4.2.5
Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkelingen in overeenstemming zijn met het provinciaal ruimtelijk beleid.
4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hierna behandeld. 4.3.1
Structuurvisie gemeente Tubbergen
4.3.1.1 Algemeen Op 14 maart 2016 is de Structuurvisie gemeente Tubbergen vastgesteld. In de structuurvisie wordt vooruitgekeken naar 2025, met een doorkijk naar 2030. Toekomstige ontwikkelingen zijn echter onzeker wat vraagt om flexibiliteit. Wanneer trends of ontwikkelingen daarom vragen, wordt de structuurvisie geactualiseerd. De structuurvisie is daarmee een levend en dynamisch document. De rode draad door de structuurvisie vormt de samenhang tussen de begrippen 'sociaal', 'vitaliteit' en 'ruimte'. De gemeente streeft naar een vitale samenleving met een goed woon- en leefklimaat, met voldoende (en juiste) woningen voor de inwoners en met goede mogelijkheden voor het starten van een bedrijf. Burgers en bedrijven krijgen de ruimte om samen met de gemeente te werken aan een duurzame samenleving met ruimtelijke kwaliteit. Dit is vertaald in drie hoofdkeuzes, namelijk: (1) vitale sociale infrastructuur, (2) economische dynamiek en vitaliteit en (3) ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Deze hoofdkeuzes zijn vervolgens uitgewerkt in thematische kaders op het gebied van Wonen, Werken, Voorzieningen, Recreatie en toerisme, Landschap en ruimtelijk karakter, Verkeer en infrastructuur, Milieu en bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen 25
duurzaamheid. Deze thematische kaders dragen bij aan het dichterbij brengen van de drie integrale hoofdkeuzen. Voor de ontwikkeling in het voorliggend geval zijn de thematische kaders op het gebied van Verkeer en infrastructuur het meest relevant. 4.3.1.2 Verkeer en infrastructuur De gemeente ziet een goed toegankelijke, duurzame en veilige infrastructuur van groot belang voor het goed kunnen wonen, ondernemen, leven en vermaken in Tubbergen. De maat en schaal van de kernen in de gemeente zijn toegesneden op het veelvuldig gebruik van de fiets, wat de gemeente ook stimuleert. Schoon en veilig zijn belangrijke uitgangspunten voor de woon- en leefomgeving. Op het gebied van verkeer en infrastructuur gaat het dan met name om veilige fietsroutes en veilige verkeerssituatie. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie van de gemeente Tubbergen Zoals aangegeven betreft de voorgenomen ontwikkeling de aanleg van een fietsverbinding tussen Manderveen en Tubbergen. Het fietsverkeer dat nu gebruik maakt van de Manderveenseweg, zal door de ontwikkeling gebruik gaan maken van het vrijliggende fietspad, waardoor het veiligheidsgevoel van de gebruikers wordt vergroot. Mede door deze veilige fietsverbinding zullen naar verwachting meer mensen in plaats van de auto, de fiets gebruiken als vervoersmiddel.
De ontwikkeling sluit dan ook goed aan op de thematische kaders op het gebied van Verkeer en infrastructuur zoals gesteld in de structuurvisie. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de Structuurvisie gemeente Tubbergen. 4.3.2
Strategisch Gemeentelijk Verkeer- en Vervoerplan voor Tubbergen
4.3.2.1 Algemeen In het Strategisch Gemeentelijk Verkeer- en Vervoersplan (GVVP) komen de aspecten aan de orde die belangrijk zijn voor een goede bereikbaarheid, een veilig verkeerssysteem, voor adequate parkeervoorzieningen en voor een duurzame wijze van mobiliteit. Het GVVP is het basisdocument voor het gemeentelijke mobiliteitsbeleid. Op grond van de doelstellingen, wensen, uitdagingen en knelpunten zijn afzonderlijke uitvoeringsplannen voor de vervoerswijzen fiets (en te voet), auto en openbaar vervoeren parkeren en schoolroutes- en omgeving opgesteld. In voorliggend geval is met name het uitvoeringsplan fiets (en te voet) van belang. Hieronder wordt hier nader op ingegaan.
4.3.2.2 Uitvoeringsplan fiets (en te voet) Voor het uitvoeringsplan fiets (en te voet) zijn de volgende maatregelen zijn opgesteld: het uitvoeren van een proef/pilot met bredere fietsvoorzieningen en deze vaker toepassen bij goede ervaringen; bij oversteekconcentraties op drukke wegen de aanleg van rustpunten (middengeleiders e.d.) in overweging nemen; uitvoeren van veiligheidsmaatregelen op fietsroutes of utilitaire fietspaden, zoals het aanbrengen van belijning of het verwijderen van onnodige paaltjes; belijning moet duidelijk en goed zijn (en blijven); het stimuleren van fietsgebruik, met maatregelen die het prettiger of veiliger maken om op de fiets te gaan (inclusief fietsparkeren); opzetten van trainingen voor oudere fietsers, met speciale aandacht voor de e-fiets; het faciliteren van initiatieven voor laadpunten voor fietsen, scootmobielen e.d. (alleen faciliteren, niet de aanleg, exploitatie e.d.); aandacht houden voor het onderhoud van fietspaden, het wegnemen van overhangende takken/begroeiing en obstakels (dit laatste ook bij fietspaden). 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan het GVVP De voorliggende ontwikkeling heeft als doel een veilige fietsverbinding te realiseren tussen Manderveen en Tubbergen. Het fietsverkeer dat nu gebruik maakt van de Manderveenseweg, zal door de ontwikkeling gebruik gaan maken van het vrijliggende fietspad.
De ontwikkeling vormt daarmee een maatregel die het prettiger en veiliger maakt om op de fiets te gaan. De ontwikkeling is daarmee ook in overeenstemming met het GVVP.
26
bestemmingsplan Buitengebied, Fietspad Manderveen - Tubbergen
4.3.3
Casco-benadering in Noordoost-Twente
4.3.3.1 Algemeen In het Ontwikkelingsperspectief voor het Nationale Landschap Noordoost-Twente hebben de hierbij betrokken partijen de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Zowel gemeenten als provincie hadden behoefte aan een praktisch concept om in de dagelijkse praktijk invulling te geven aan deze ambitie. Voor het bereiken van deze ambitie is het, het meest wenselijk om de belangen van initiatiefnemers die elementen willen verwijderen te koppelen aan grondeigenaren die bereid zijn nieuwe elementen te plaatsen om zo het landschap te versterken. Alle individuele aanvragen zullen dan uiteindelijk moeten leiden tot een beter functionerend en herkenbaar landschap. Om dit te bereiken is de casco-benadering ontwikkeld. Met de casco-benadering beschikken de provincie Overijssel en de deelnemende gemeenten van Noordoost-Twente over een generieke methode om vorm te geven aan de doelen voor het Nationaal Landschap: behoud en ontwikkeling van het landschap inclusief al haar functies. In relatie tot het provinciaal beleid is de cascobenadering een middel om invulling te geven aan het fenomeen 'ruimtelijke kwaliteit' en uitvoering aan de kwaliteitsagenda van de Omgevingsvisie van de provincie Overijssel.
4.3.3.2 Casco-benadering in de praktijk De landschapstypen van Noordoost-Twente vormen, samen met de ontwikkeling die deze landschappen hebben doorgemaakt (dynamiek), het uitgangspunt van de casco-benadering. Elk landschapstype heeft een eigen kenmerkende structuur van opgaande beplantingen. Deze structuur is het casco van het landschap. Het kan daarbij gaan om bomenrijen, houtwallen, houtsingels en (kleinere) bosjes. Het beleid is er op gericht om dit casco te versterken. Toepassing van de casco benadering leidt op termijn tot versterking van het ‘kleinschalige groene karakter’ van het landschap in totaliteit. Voor de realisatie van het fietspad zullen op enkele plekken landschapselementen die onderdeel uitmaken van het casco verwijderd moeten worden. In Bijlage 2 is aangegeven welke elementen verwijderd worden en op welke wijze compensatieaanplant zorgdraagt voor uiteindelijke versterking van het casco ter plekke. Uitvoering van de compensatieaanplant zal als ruimtelijke verplichting opgelegd worden. 4.3.4
Bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016'
Het geldende bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied 2016' bevat een wijzigingsbevoegdheid voor het vergroten van het bouwvlak van een agrarisch bedrijf. Hierbij dient voldaan te worden aan een aantal voorwaarden. De ontwikkeling aan de Manderveenseweg 29 - Denekamperweg 72 wordt mogelijk gemaakt op basis van deze wijzigingsbevoegdheid. Hierna wordt achtereenvolgens getoetst aan de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid. 4.3.4.1 Wijzigingsbevoegdheid artikel 4.7.1 Vergroten bouwvlak agrarisch bedrijf Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat aan een bouwvlak voor agrarische bedrijven grenzende gronden worden voorzien van de aanduiding “bouwvlak”, al dan niet met inbegrip van de aanduiding "intensieve veehouderij", of “specifieke vorm van agrarisch - bouwvlak sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf”, mits: a. de oppervlakte van het bouwvlak wordt vergroot tot ten hoogste 2,00 hectare, tenzij: 1. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - bouwvlak sierteelt- en/of boomkwekerijbedrijf”, in welk geval de oppervlakte van het bouwvlak wordt vergroot tot ten hoogste 1,50 hectare; 2. ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij" in het verwevingsgebied, in welk geval de oppervlakte van het bouwvlak wordt vergroot tot ten hoogste 1,50 hectare; 3.