CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bp Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen.pdf

Raadscommissie 11 januari 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Ootmarsumseweg 161 en Kemnaweg 15, Albergen27.592 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

F

O

H

voor zien van boompalen en gietrand. Soort betreft zomereik (3x).

B D

Nieuw aan te planten bomen dragen bij aan de herkenning van het landschap. Aanplant in de maat 14-16 (st amomtrek in cm) en elk

N

B

Q

gelijke verhouding . Tot ale aanplant 380 stuks over 6 plantrijen. J:

bomen.

D

J

L:

Nieuw aan te planten solitaire boom ter inpassing van het erf. Aanplant in de maat 14-16 (stamomtrek in centimeters) en elk voor

I

zien van twee boompalen en gietrand. Soort: zomerlinde of walnoot.

H

M:

Gazon/gras.

N:

Erf(verharding). Grotendeels met gebakken dikformaten.

O:

Nieuw te bouwen bijgebouw bij bestaande woning Kemnaweg 15. Door de sloop van de schuur is een betere erfindeling mogelijk.

P:

Best aande woning .

Q:

Best aande haag te verlengen met 16 meter voorlangs het nieuw te bouwen bijgebouw. Aanplant met Fagus of Carpinus in de maat 8010 0 (hoogte in centimeters) met 5 stuks per meter.

Nieuwe situatie, niet op schaal. (Bron: N+L Landschapsontwerpers) Project:

Rood voor rood

Getekend:

N. Hannink

St atus:

DO

Adres:

Ootmarsumseweg 161

Datum:

25-05-2021

Aant al pag .:

1

Woonplaats:

Albergen

Gecontroleerd:

-

Formaat:

A3

Schaal:

1:10 0 0

Noord:

Tekening is noordgericht

nl-landschap.nl

15

5. Financiële onderbouwing Vanuit het rood voor rood beleid 2014 van de gemeente Tubbergen bestaat de mogelijkheid voor herstructurering door middel van Rood voor Rood, waarbij in ruil voor de sloop van schuren en andere investeringen in de ruimtelijke kwaliteit een woning gebouwd mag worden. Er moet daarvoor een aanzienlijke reductie van het bouwoppervlak en bouwvolume plaats vinden en er moet geïnvesteerd worden de ruimtelijke kwaliteit. Dit moet blijken uit het ruimtelijke kwaliteitsplan. Als uitgangspositie geldt de waarde van de bouwkavel waarbij de huidige waarde van de ondergrond in mindering mag worden gebracht. Daarnaast mag 30 % van de gecorrigeerde vervangingswaarde en de sloopkosten á € 25,-- per m2 worden afgetrokken. In het geval van asbest mogen kosten separaat opgevoerd worden. In dit geval is er uitgegaan van een offerte voor het saneren van asbest. De kostenpost voor asbest is verwerkt in de tabel. In dit geval betekent dat de investering in de ruimtelijke kwaliteit € 38.470,00 is (zie tabel rechterpagina). Voor de investering mogen de kosten van de taxatie worden afgetrokken. De kosten voor het opstellen van het Rood voor Rood plan alsmede de kosten voor de noodzakelijke onderzoeken mogen ook worden afgetrokken tot een maximum van € 25.000,--. De onderzoekskosten, inclusief taxatiekosten, bedragen in dit geval € 13.755,--.

De kosten voor het kwaliteitsteam en de kosten die door de gemeente in rekening worden gebracht voor de rood voor rood overeenkomst mogen evenwel worden afgetrokken. Ten einde mogen investeringen in de ruimtelijke

16

kwaliteit als het landschappelijk inpassen van een erf mee worden gerekend als investering in de ruimtelijke kwaliteit. De kostenpost voor maatregelen voor de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit bedraagt € 42.452,--. Op de rechterpagina is een kostenbegroting opgenomen. Gesteld kan worden dat het te investeren bedrag de gevraagde investering overschrijdt. Er wordt voldaan aan de voorwaarden vanuit het rood voor rood beleid.

Links: berekening investering rood voor rood. Rechts: investering / landschappelijke maatregelen Ootmarsumseweg. (Bron: N+L Landschapsontwerpers/Arkink Groen)

17

l a n d s c h a p s o n t w e r p e r s

Oldenzaalseweg 38 • 7651 KC Tubbergen • info@nl-landschaps.nl • www.nl-landschap.nl

Bijlage 2 Verkennend en afperkend (asbest)bodemonderzoek

bestemmingsplan Buitengebied, Ootmarsumseweg 161 en Kemnaw eg 15, Albergen

65

RAPPORT VERKENNEND EN AFPERKEND (ASBEST)BODEMONDERZOEK conform NEN 5740 en NEN 5707 Ootmarsumseweg 161 - Albergen

Opdrachtgever: Ad Fontem Locatie: Ootmarsumseweg 161 7665 RX Albergen Maart 2021

Kruse Milieu BV Adres: Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren Tel: 0546 - 63 96 63

Internet: info@krusegroep.nl www.krusegroep.nl

KvK: 06068751 BTW-nr: NL 8019.25.125.B01

Bankgegevens: ABN AMRO: NL34ABNA0501538739

Rapport Verkennend en Afperkend (asbest)bodemonderzoek conform NEN 5740 en NEN 5707 Ootmarsumseweg 161 - Albergen

Opdrachtgever: Ad Fontem Stationsstraat 37 7622 LW Borne Locatie: Ootmarsumseweg 161 7665 RX Albergen Projectcode: 20074016 Rapportagedatum: 25 maart 2021 Auteur: Mevr. ing. H. Stevelink Kruse Milieu BV

INHOUD Pagina 1

Inleiding

1

2.1 2.2 2.3

Locatiegegevens Beschrijving huidige situatie Vooronderzoek Bodemsamenstelling en geohydrologie

2 2 2 3

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Uitvoering bodemonderzoek Onderzoeksstrategie Veldwerkzaamheden Analyses Toetsing chemische analyses Toetsing asbestanalyses

4 4 5 6 7 8

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6

Resultaten Algemeen Veldwerkzaamheden Resultaten en toetsing van de chemische analyses Bespreking resultaten chemische analyses Resultaten van de asbestanalyses Bespreking resultaten asbestanalyses

9 9 9 13 14 15 15

5.1 5.2 5.3 5.4

Afperkend asbestonderzoek (druppelzone) Onderzoeksstrategie afperkend asbestonderzoek Veldwerkzaamheden afperkend asbestonderzoek Resultaten afperkend asbestonderzoek Bespreking resultaten asbestanalyses

17 17 17 18 18

6

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

20

7

Literatuur en bronvermelding

23

2

3

4

5

Bijlagen I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Geofox, 1996 Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2021 II Boorstaten Legenda boorstaten III Resultaten chemische analyses Toetsing chemische analyses IV Resultaten asbestanalyses en concentratieberekening V Informatie gemeente Tubbergen VI Verklaring van enkele gebruikte termen en afkortingen

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

1

Inleiding

Dit rapport beschrijft het verkennend en afperkend (asbest)bodemonderzoek, dat in opdracht van Ad Fontem op enkele terreindelen aan de Ootmarsumseweg 161 in Albergen door Kruse Milieu BV is uitgevoerd. De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw in het kader van het ‘rood voor rood regeling’. Het bodemonderzoek is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning. Hiervoor dient de milieukundige kwaliteit van de bodem bekend te zijn. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat op de locatie enkele verdachte deellocaties aanwezig zijn. Er bevindt zich een voormalige tanklocatie op de onderzoekslocatie en er zijn vijf asbestverdachte druppelzones aanwezig. Deze locaties zijn als verdachte deellocaties beschouwd. De bovengrond van de locatie is verdacht voor de aanwezigheid van asbest en chemische componenten. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor chemische componenten.

De onderzoeksopzet gaat uit van: - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016. De doelstelling van het onderzoek op een onverdachte locatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater. De doelstelling van het onderzoek op de verdachte deellocatie is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaatsen aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigende stoffen in de grond en het freatisch grondwater respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden overschrijden.

De doelstelling van het onderzoek op de asbestverdachte locaties is vast te stellen of de vooronderstelde verontreinigingskernen ook daadwerkelijk op de vermoede plaats aanwezig zijn en in hoeverre de verontreinigde stoffen in de grond de normwaarden overschrijden. Het veldwerk is uitgevoerd in januari en maart 2021 conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Hierbij wordt verklaard dat Kruse Milieu BV financieel en juridisch onafhankelijk is van de opdrachtgever. In dit rapport worden de resultaten besproken van het veld- en het laboratoriumonderzoek. De gemeten gehalten in de grond worden vergeleken met de achtergrondwaarden (AW 2000) en de interventiewaarden om vast te stellen of er al dan niet verontreinigingen aanwezig zijn. De in het grondwater gemeten gehalten worden vergeleken met de streef- en interventiewaarden. Tevens worden de resultaten met betrekking tot asbest vergeleken met de wetgeving inzake asbest in bodem en puin, welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 1 van 23

2

Locatiegegevens 2.1

Beschrijving huidige situatie

Algemeen De onderzoekslocatie is gelegen aan de Ootmarsumseweg 161, in het noordelijke deel van de bebouwde kom van Albergen. Het te onderzoeken deel van het terrein heeft de RD-coördinaten x = 248.617 en y = 488.307 en is kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie I, nummers 6648, 6916 (ged.) en 6918 (ged.). De Ootmarsumseweg bevindt zich ten zuidzuidoosten van de onderzoekslocatie en de Kemnaweg bevindt zich ten westen. Bebouwing en verharding Op het terrein is een voormalig agrarisch bedrijf aanwezig met (leeg staande) schuren. In de schuren en ten zuidwesten van de stal (uit 1998) zijn kelders aanwezig (mestopslag). De schuren, met uitzondering van de kapschuur, zijn voorzien van betonvloeren. Rondom de gebouwen bestaat de verharding uit tegels en klinkers. Ten zuiden van de schuren zijn bomen en struiken aanwezig. Ten noordwesten van de schuren is een weiland en het zuidoostelijke deel van het terrein is in gebruik als tuin (gras). Onderzoekslocatie In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de aanvraag van de omgevingsvergunning ten behoeve van de geplande nieuwbouw van een woning dient onderzoek te worden uitgevoerd naar de bodemkwaliteit. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard met klinkers, tegels en beton. De onderzoekslocatie omvat circa 4950 m².

Het verkennend (asbest)bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank (25 m2); - Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone (15 m2); - Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone (15 m2); - Deellocatie D: asbestverdacht druppelzone (35 m2); - Deellocatie E: asbestverdacht druppelzone ( 25 m2); - Deellocatie F: asbestverdacht druppelzone ( 15 m2); - Overig te herontwikkelen terreindeel (circa 4950 m²). In bijlage I is de regionale ligging van de locatie weergegeven en zijn de volgende boorplannen opgenomen: - Boorplan verkennend bodemonderzoek Geofox BV, juni 1996; - Boorplan verkennend bodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2021. 2.2

Vooronderzoek

Het vroegere gebruik van het terrein is van belang, omdat bronnen van verontreiniging aanwezig geweest kunnen zijn. Er is navraag gedaan bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente Tubbergen. De volgende informatie is verzameld: - De onderzoekslocatie heeft al jaren de huidige (agrarische) bestemming. De schuren dateren van 1940, 1960, 1975 en 1998. De compensatiewoning met bijgebouw wordt in het noordelijke deel van de onderzoekslocatie geplaatst. De exacte locatie is nog niet bekend. - Voor het agrarische bedrijf is in 1972 een Hinderwet vergunning en in 1995 een milieuvergunning verleend. In 1998 is de vergunning voor het agrarische bedrijf ingetrokken. - In het oostelijke deel van de meest noordoostelijk gelegen schuur (garage) heeft een bovengrondse dieseltank van 1200 liter in een lekbak gestaan (deellocatie A). Voor zover bekend is er verder op de onderzoekslocatie nooit sprake geweest van opslag in tanks van chemicaliën of brandstoffen, zoals huisbrandolie of diesel. - Voor zover bekend is de onderzoekslocatie nooit gebruikt voor werkzaamheden of (bedrijfs)activiteiten, die verontreinigend kunnen zijn. Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 2 van 23

- Voor zover bekend is het te onderzoeken terreindeel in het verleden niet opgehoogd en hebben er geen dempingen van lager gelegen delen of sloten plaatsgevonden. - Op drie (meest westelijk gelegen) schuren zijn asbestverdachte golfplaten aanwezig. Er is sprake van een druppelzone wanneer hemelwater via asbestverdachte dakplaten afwatert op onverhard terrein. De asbestverdachte druppelzones (deelllocaties B, C, D, E en F) zijn weergegeven op het boorplan (zie bijlage I). De overige daken wateren af op verharding. Verder bevindt zich voor zover bekend geen asbesthoudende beschoeiingen of sloopafval direct naast of op de onderzoekslocatie. Tevens is de locatie niet gelegen aan een asbestweg. - Er is eerder een bodemonderzoek uitgevoerd op het terrein. Deze wordt hieronder nader toegelicht. Geofox BV, verkennend bodemonderzoek Ootmarsumseweg 161 in Albergen, d.d. 3 juni 1996 met projectnummer 53190/WB/bv De aanleiding van het bodemonderzoek was de geplande nieuwbouw van een woning. Uit de resultaten van het onderzoek bleek het volgende: In de bodem is tot circa 1.1 m-mv sporen baksteenpuin aangetroffen. In de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan PAK aangetoond. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan arseen, cadmium, chroom, koper, nikkel , zink en sporen van fenolen aangetoond. 2.3

Bodemsamenstelling en geohydrologie

Op basis van literatuurstudie is de onderstaande regionale geohydrologische situatie afgeleid: - Het maaiveld bevindt zich ongeveer 21 meter boven NAP. - De deklaag ontbreekt ter plekke (een door de wind afgezet dekzandpakket van kwartair zand dat behoort tot de formatie van Twente). - Tot circa 10 meter diepte is een gestuwde afzetting aanwezig. Een complexe eenheid welke bestaat uit matig tot grof zand met weinig klei, zandige klei en sporen veen. - Verwacht wordt dat grondwater over de gestuwde ondergrond, die kleihoudend is, stroomt. Vermoedelijk is er slechts een zeer dunne bodemlaag grondwaterhoudend. - Vanaf circa 10 meter diepte is klei eenheid aanwezig van de formaties van Breda, Rupel en Van Dongen. Het doorlatend vermogen ter plekke van de onderzoekslocatie is hoger dan 1000 m²/dag. - De grondwaterspiegel bevindt zich ongeveer 1.0 meter onder het maaiveld. - Op circa 1.3 kilometer stroomt ten zuiden van de onderzoekslocatie het Kanaal AlmeloNordhorn. - De onderzoekslocatie ligt niet in of bij een waterwin- of grondwaterbeschermingsgebied. - De invloed van het kanaal op de grondwaterstand en -richting is bij ons bureau onbekend.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 3 van 23

3

Uitvoering bodemonderzoek 3.1

Onderzoeksstrategie

De onderzoeksopzet gaat uit van - NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond” NNI Delft, januari 2009; - de aanvulling NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016; - NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017. De onderzoeksstrategie alsmede het boorplan zijn goedgekeurd door de Omgevingsdienst Twente en de gemeente Tubbergen In de normen NEN 5740 en NEN 5707 zijn voor onverdachte en verdachte locaties richtlijnen gegeven voor een systematisch veldonderzoek, de bemonsteringsstrategie en de uit te voeren analyses. De gekozen onderzoeksstrategie is voldoende intensief voor het verkrijgen van inzicht in de bodemkwaliteit ten behoeve van de omgevingsvergunning, bestemmingsplanwijziging of eigendomsoverdracht.

Het verkennend bodemonderzoek wordt verricht op de volgende terreindelen: - Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank (25 m2); - Deellocatie B: asbestverdachte druppelzone (15 m2); - Deellocatie C: asbestverdachte druppelzone (15 m2); - Deellocatie D: asbestverdacht druppelzone (35 m2); - Deellocatie E: asbestverdacht druppelzone ( 25 m2); - Deellocatie F: asbestverdacht druppelzone ( 15 m2); - Overig te herontwikkelen terreindeel (circa 4950 m²). Overig te herontwikkelen terreindeel Op basis van de beschikbare informatie omtrent het historisch en huidig gebruik van de locatie, wordt de bovengrond als verdacht beschouwd. De hypothese "verdachte locatie" uit norm NEN 5740 (niet-lijnvormige locatie, VED-HE) en asbestverdacht uit norm NEN 5707 (verdacht, heterogeen verdeeld, VED-HE) wordt gebruikt. Beide strategieën worden gecombineerd. De boringen tot 0.5 meter diepte worden vervangen door inspectiegaten. Tijdens het veldwerk kan de bodem onder het beton minder goed beoordeeld worden, waardoor de resultaten van het asbestonderzoek onder het beton als indicatief dienen te worden beschouwd. Tijdens het veldwerk zal visueel worden gelet op de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal op het maaiveld en in de bodem. De hypothese önverdachte locatie” uit de norm NEN 5740 (nietlijnvormige locatie, ONV-NL) wordt voor de ondergrond en het grondwater gebruikt.

Deellocatie A - voormalige bovengrondse dieseltank De onderzoeksstrategie ter plekke van de voormalige dieseltank is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). De bovengrond is verdacht ten aanzien van minerale olie en het grondwater is verdacht ten aanzien van minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX) en naftaleen. De boringen worden gecodeerd als A1 tot en met A3.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 4 van 23

Deellocaties B, C, D, E en F - Druppelzones: De onderzoeksstrategie op deze deellocatie is gebaseerd op de strategie voor nader asbestonderzoek uit de norm NEN 5707 (bepalen gemiddelde gehalte per Ruimtelijke Eenheid). Voor een oppervlakte van een druppelzone tussen 10 en 100 m2 dienen 2 sleuven te worden gegraven. De druppelzones zijn allen kleiner dan 100 m2 . Vanwege de kleinschaligheid van de deellocaties en de beperkte ruimte wordt elke inspectiesleuf vervangen door 2 inspectiegaten. De inspectiegaten worden handmatig gegraven met een schop. De toplaag van 0 tot 0.1 m-mv wordt bemonsterd en geanalyseerd. Bij percentages bodemvreemd materiaal van meer dan 50% is er geen sprake van bodem. Eventuele funderingslagen (asfalt- en puingranulaat) vallen buiten de scope van dit onderzoek. Het opgeboorde materiaal wordt wel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. In geval er sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal/puin is norm NEN 5897+C2 van toepassing, “Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat” NNI Delft, december 2017. Bij het verkennend bodemonderzoek worden de volgende uitgangspunten in acht genomen: - in door mensen bewoonde gebieden kunnen door jarenlang gebruik van de grond verhoogde gehalten aan PAK en/of zware metalen voorkomen. Deze worden over het algemeen aangeduid als lokale achtergrondwaarden.

Deze gehalten zijn vaak gerelateerd aan het voorkomen van puin- en/of kooldeeltjes in de bodem - in humeuze of veenhoudende bodems worden regelmatig verhoogde gehalten minerale olie waargenomen. Deze gehalten worden veroorzaakt door humuszuren en overig organisch materiaal, dat van nature aanwezig is en door een florisilbehandeling niet geheel wordt verwijderd. Tijdens chemische analyses worden deze verbindingen gedetecteerd als de zware fractie van minerale olie (C27 tot C40). Bij veenbodems betreft het gehalten van 50 tot 100 mg/kg droge stof; bij humeuze bodemlagen gaat het om bijdrages van 10 tot 50 mg/kg droge stof. Deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden - in het grondwater kunnen van nature verhoogde gehalten aan zware metalen en fenolen voorkomen. Deze worden doorgaans aangeduid als natuurlijke achtergrondwaarden. Een voorbeeld wordt gevormd door (sterk) verhoogde arseengehalten in gebieden, die zeer ijzerrijk zijn. Door kwel kunnen bij hoge grondwaterstanden eveneens verhoogde gehalten aan arseen in de grond ontstaan. Ook deze gehalten kunnen worden beschouwd als natuurlijke achtergrondwaarden. 3.2

Veldwerkzaamheden

Bij de boringen en monsternemingen is gewerkt volgens de geldende NEN- en NPRvoorschriften, alsmede conform BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001, 2002 en 2018, waarvoor Kruse Milieu BV is gecertificeerd. Overig te herontwikkelen terreindeel Op een terreindeel met een oppervlakte van circa 4950 m² worden in totaal 18 inspectiegaten verricht met een lengte en een breedte van minimaal 0.3 meter (er wordt doorgeboord tot op de ondergrond (ongeroerde bodem) met een maximum diepte van 2.0 meter minus maaiveld). Ter plekke van het beton worden de gaten vervangen door boringen van 120 mm doorsnede. Het opgegraven materiaal wordt uitgezeefd over 20 mm en visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. De gaten worden handmatig met een schop gegraven. De inspectiegaten worden over het te onderzoeken terreindeel verdeeld. Vier inspectiegaten worden met behulp van een Edelmanboor doorgezet in de ondergrond tot maximaal 2.0 m-mv of de grondwaterspiegel. Voor het meten van het grondwaterpeil en het nemen van grondwatermonsters op de locatie wordt één diepe boring overeenkomstig NEN 5766 afgewerkt tot peilbuis (PB 1).

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 5 van 23

Deellocatie A - voormalige bovengrondse dieseltank De onderzoeksstrategie ter plekke van de voormalige dieseltank is gebaseerd op norm NEN 5740, paragraaf 5.3: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). De boringen worden gecodeerd als A1 tot en met A3. Deellocaties B, C, D, E en F: Asbestverdachte druppelzone In elke druppelzone worden ten behoeve van het asbestonderzoek, 4 gaten verricht in de toplaag van de druppelzone. Het aantal inspectiegaten komt overeen met een nader asbestonderzoek. Het asbestgehalte wordt getoetst aan de interventiewaarde. De gaten worden handmatig met een schop gegraven en worden gecodeerd als B1, B2, B3, B4 en C1, C2, C3, C4 en D1, D2, D3, D4 en E1, E2, E3, E4 en F1, F2, F3 en F4. Van iedere monsterpunt wordt de samenstelling van de bodem beschreven volgens NEN 5104. Het opgeboorde materiaal wordt tevens beoordeeld door zintuiglijke waarneming op verontreinigingskenmerken zoals afwijkende geur en/of kleur. 3.3

Analyses

De chemische analyses worden uitgevoerd door Eurofins Analytico BV te Barneveld, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor analyses conform de AS3000-protocollen. De asbestmonsters worden onderzocht door Eurofins Omegam in Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. Voor het uitvoeren van deze analyses worden in een verkennend onderzoek van deze omvang 12 grond(meng)monsters samengesteld (waarvan 8 mengmonsters van de fijne fractie) en er worden 2 grondwatermonsters genomen. De samenstelling van de mengmonsters vindt plaats op basis van de zintuiglijke waarnemingen, de bodemopbouw en/of posities van de boringen. De samenstelling van de mengmonsters staat vermeld in paragraaf 4.2 in tabel 3. De monsters worden volgens de voorschriften uit NEN 5740 en NEN 5707 onderzocht. In tabel 1 is weergegeven welke chemische analyses worden uitgevoerd. Tabel 2: Analysepakket per monster. Monster

Analysepakket

Codering (meng)monster

Overig te herontwikkelen terreindeel Bovengrond (3x) Ondergrond (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

BG I, BG II, BG III en OG

Grondwater (1x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

PB 1

Bovengrond (3x)

Asbest en droge stof

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

MM FF - 01 MM FF - 02 MM FF - 03

Pagina 6 van 23

Vervolg tabel 2: Analysepakket per monster. Monster

Analysepakket

Codering (meng)monster Deellocatie A

Bovengrond (1x)

Minerale olie, organische stof en droge stof

A - BG

Grondwater (1x)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

PB A1

Deellocaties B, C, D, E en F

Toplaag (5x)

Asbest en droge stof

B - MM FF C - MM FF D - MM FF E - MM FF F - MM FF

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. 3.4

Toetsing chemische analyses

De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu. Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 7 van 23

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie 2 juli 2020) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de sinds 15 januari 2020 door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. 3.5

Toetsing asbestanalyses

De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest. Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities.

Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding. Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 8 van 23

4

Resultaten 4.1

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses zijn weergegeven in paragraaf 4.5 en worden in paragraaf 4.6 besproken. 4.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden zijn in januari 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman, R. Veltmaat en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Overig te herontwikkelen terreindeel Er is op 11 januari 2021, ten behoeve van het plaatsen van de peilbuis, een boring verricht met behulp van een Edelmanboor. Boring 1 is vervolgens met een zuigerboor doorgezet in de diepere ondergrond, waarna deze is afgewerkt tot peilbuis (peilbuis 1). Er zijn geen grondmonsters genomen uit boring 1 in verband met de conserveringstermijn van enkele te onderzoeken parameters. Boring 1 is op een later tijdstip opnieuw geplaatst voor het nemen van grondmonsters (1A). Op 25 januari 2021 zijn er in totaal 18 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 1A tot en met 18). De gaten 1A, 2, 3 en 4 zijn met behulp van een Edelmanboor verdiept tot circa 2.0 m-mv of tot het grondwaterniveau. De boringen 3, 7 en 12 zijn betonboringen. Deellocatie A - voormalige bovengrondse dieseltank Op 11 januari 2021 zijn 3 boringen verricht, waarvan 1 diepe boring tot 2.5 meter diepte welke is afgewerkt met een peilbuis (PB A1). Deellocaties B, C, D, E en F - Druppelzones Op 11 en 25 januari 2021 zijn in totaal 20 inspectiegaten in de druppelzones van de deellocatie B, C, D, E en F gegraven. Inspectiegat D1 is op 0.2 m-mv gestaakt op puin.

Inspectiegat E1 is op 0.6 m-mv gestaakt op een hard voorwerp. De inspectiegaten E2 en E3 zijn op 0.25 m-mv gestaakt in de puinlaag. In inspectiegat C4 (0.1 - 0.3 m-mv) en inspectiegat E2 (0.1 - 0.25 mmv) is een laag met grof puin aangetroffen. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van tegels, klinkers, beton en gras, niet (goed) geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 9 van 23

De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie is globaal matig fijn zand met klei in de ondergrond. Ter plekke van boring 1 en 1A is in de ondergrond (1.1-2.0 m-mv) een sliblaag aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen, deze zijn weergegeven in tabel 2. Door de veldwerkers zijn op het maaiveld van druppelzone F (F1, F3 en F4) asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. In de bodem is visueel geen asbest aangetroffen. Tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming Overig te herontwikkelen terreindeel

1 en 1A

0.7 - 1.1

Sporen baksteen

2

0.07 - 0.6

Sporen baksteen

3

0.07 - 0.35

Sporen puin

6

0 - 1.0

Sporen puin

8

0.25 - 0.6

Sporen puin

9

0.2 - 0.6

Zwak puinhoudend

10

0 - 0.9

Sporen puin

11

0 - 1.2

Sporen puin

12

0.07 - 0.25

Zwak puinhoudend

14

0.25 - 0.6

Sporen baksteen

16

0.07 - 0.5

Sporen baksteen

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank A2

0.1 - 0.6

Matige oliegeur en matige olie/water-reactie

Deellocatie B: Asbestverdachte druppelzone B1

0 - 0.5

Sporen baksteen

B2

0 - 0.5

Sporen baksteen

B3

0 - 0.5

Sporen baksteen

B4

0 - 0.5

Sporen baksteen

Deellocatie C: Asbestverdachte druppelzone C1

0 - 0.1 0.1 - 0.3

Zwak baksteenhoudend Sporen baksteen

C2

0 - 0.1 0.1 - 0.5

Zwak puinhoudend Sporen puin

C3

0 - 0.5

Zwak puinhoudend

C4

0 - 0.1 0.3 - 0.5

Zwak puinhoudend Zwak puinhoudend

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 10 van 23

Vervolg tabel 2: Weergave bodemvreemde materialen en zintuiglijke waarnemingen. Boring

Diepte (mmv)

Waarneming

Deellocatie D: Asbestverdachte druppelzone D1

0 - 0.1 0.1 - 0.2

Zwak puinhoudend Sterk puinhoudend, gestaakt op puin

D2

0 - 0.1 0.1 - 0.5

Zwak puinhoudend Sterk puinhoudend

D3

0 - 0.5

Sporen baksteen

D4

0 - 0.5

Sporen baksteen

Deellocatie E: Asbestverdachte druppelzone E1

0 - 0.1 0.1 - 0.6

Sterk puinhoudend Zwak puinhoudend, gestaakt op onbekend hard voorwerp

E2

0 - 0.1 0.1 - 0.25

Sterk puinhoudend Grof puin, volledig gestaakt

E3

0 - 0.1 0.1 - 0.25

Sterk puinhoudend Grof puin, volledig gestaakt

E4

0 - 0.3 0.3 - 0.5

Sterk puinhoudend Zwak puinhoudend Deellocatie F

F1

0 - 0.1 0.1 - 0.3

Zwak puinhoudend en matig metaalhoudend met zwerfasbest op maaiveld Zwak puinhoudend

F2

0 - 0.5

Zwak puinhoudend

F3

0 - 0.5

Zwak puinhoudend met zwerfasbest op maaiveld

F4

0 - 0.1 0.1 - 0.5

Zwak puinhoudend, veel puin en zwerfasbest op maaiveld Zwak puinhoudend

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 3 staat omschreven.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 11 van 23

Tabel 3: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m mv)

Analyse

Overig te herontwikkelen terreindeel BG I (sporen puin)

2 6, 10 en 11

0.07 - 0.57 0 - 0.5

Standaard pakket

BG II (sporen tot zwak puin)

8 en 14 9 16

0.25 - 0.6 0.2 - 0.6 0.07 - 0.5

Standaard pakket

BG III (visueel schoon)

3 5 13 18

0.35 - 0.85 0 - 0.5 0.2 - 0.5 0 - 0.3

Standaard pakket

OG

2 2 3 4

0.6 - 1.0 1.0 - 1.3 0.85 - 1.0 1.1 - 1.2

Standaard pakket

6, 10 en 11 8 9

0 - 0.5 0.25 - 0.6 0.2 - 0.6

Asbest

2 3 12 14 16

0.07 - 0.57 0.07 - 0.35 0.07 - 0.25 0.25 - 0.6 0.07 - 0.5

Asbest

4, 5 en 15 17 en 18

0 - 0.5 0 - 0.3

Asbest

0.1 - 0.6

Minerale olie

0 - 0.10

Asbest

0 - 0.10

Asbest

0 - 0.10

Asbest

0 - 0.10

Asbest

0 - 0.10

Asbest

MM FF - 01

MM FF - 02

MM FF - 03

Deellocatie A A - BG

A2 Deellocatie B

MM FF - B

B1, B2, B3 en B4 Deellocatie C

MM FF - C

C1, C2, C3 en C4 Deellocatie D

MM FF - D

D1, D2, D3 en D4 Deellocatie E

MM FF - E

E1, E2, E3 en E4 Deellocatie F

MM FF - F

Kruse Milieu BV

F1, F2, F3 en F4

Project: 20074016

Pagina 12 van 23

Boring 1 en A1 zijn doorgezet tot circa 2.5 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 25 januari 2021 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN 5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet als waarmee is voorgepompt. De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 4. Tabel 4: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

1

1.50 - 2.50

0.60

6.0

570

310

Slecht, niet belucht

A1

1.50 - 2.50

0.25

5.7

250

160

Slecht, niet belucht

De waarden voor de pH en de EC worden normaal geacht. In de grondwatermonsters is een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuis heeft voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. 4.3

Resultaten en toetsing van de chemische analyses

In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I en A-BG), de ondergrond (OG) en in het grondwater (PB 1) zijn enkele van de onderzochte stoffen in licht verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 5. In de bovengrond (BG II en BG III) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 13 van 23

Tabel 5: Verhoogde concentraties (mg/kg droge stof of μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of Streefwaarde

Interventiewaarde

Overig te herontwikkelen terreindeel BG I

Zink

82

169.6 *

140

720

OG

Molybdeen

2.4

2.4 *

1.5

190

Peilbuis 1

Barium Zink

270 160

270 * 160 *

50 65

625 800

Deellocatie A: voormalige bovengronds dieseltank A - BG 1

Minerale olie

270

587 *

190

5000

AW2000

In de vierde kolom van tabel 5 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I. 4.4

Bespreking resultaten chemische analyses

Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Overig te herontwikkelen terreindeel Boven- en ondergrond - BG I en OG - Zink en molybdeen Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met metalen niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing en bewoning. Oorzaak voor de zeer licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen in de bovengrond (sporen puin). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht. Grondwater - PB 1 - Barium en zink De licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater is waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk natuurlijk verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. In een eerder bodemonderzoek is eveneens zink in een licht verhoogd gehalte in de bodem aangetroffen (Geofox BV, juni 1996). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, wordt het uitvoeren van nader onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank Bovengrond - A - BG - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. De oorzaak voor het licht verhoogde gehalte wordt gezocht in mogelijke morsverliezen tijdens het tanken. Aangezien het gemeten gehalte de tussenwaarde niet overschrijdt, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. De voormalig bovengrondse dieseltank heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit: in de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn geen verontreinigingen met minerale olie componenten aangetoond. Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 14 van 23

4.5

Resultaten van de asbestanalyses

In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekening van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie van MM FF - 03, MM FF - C, MM FF - D, MM FF - E en MM FF - F is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 6 weergegeven. Tabel 6: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Inspectiegat

Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

Interventiewaarde

MM FF - 01

Asbest

n.a.

50

100

MM FF - 02

Asbest

n.a.

50

100

MM FF - 03

Asbest

19

50

100

MM FF - B

Asbest

n.a.

50

100

Asbest

55 54,2 52,4 51,1 50,8

50

100

Asbest

3.5

50

100

Asbest

73 46,5 47,9 49,9 56,8

50

100

200

50

100

MM FF - C * Gat C1 Gat C2 Gat C3 Gat C4 MM FF - D * MM FF - E * Gat E1 Gat E2 Gat E3 Gat E4 MM FF - F *

Asbest

* Toetsing aan interventiewaarde

In de derde kolom van tabel 6 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Vet : Overschrijding van de interventiewaarde. 4.6

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is in de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 03, MM FF - C, MM FF - D, MM FF - E en MM FF - F asbest aangetoond. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - B is geen asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte in MM FF - 03 is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De gewogen asbestgehalten in de druppelzones MM FF - C (Gat C1, C2, C3 en C4), MM FF - D en in MM FF - E (gaten E1, E2, E3 en E4) zijn lager dan de interventiewaarde: er is geen nader asbestonderzoek noodzakelijk.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 15 van 23

Het gewogen asbestgehalte in de druppelzone MM FF - F is hoger dan de interventiewaarde. De toplaag ter plekke van druppelzone F op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie is sterk verontreinigd met asbest. Op het maaiveld zijn kleine stukjes zwerfasbest gevonden (vlakke plaat). De asbestverontreiniging is niet te relateren aan de druppelzone. Het afperkend asbestonderzoek is noodzakelijk om de omvang van deze asbestverontreiniging in kaart te brengen. Het afperkend asbestonderzoek is beschreven in hoofdstuk 5.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 16 van 23

5

Afperkend asbestonderzoek (druppelzone)

De toplaag ter plekke van druppelzone F op het zuidelijke deel van de onderzoekslocatie is sterk verontreinigd met asbest. In het kader van de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw is sanering van deze druppelzone noodzakelijk. Het afperkend asbestonderzoek is noodzakelijk om de omvang van deze asbestverontreiniging in kaart te brengen. 5.1

Onderzoeksstrategie afperkend asbestonderzoek

Op het maaiveld ter plekke van druppelzone F zijn kleine stukjes zwerfasbest gevonden. Ten behoeve van de vertikale afperking worden aan de zuidzijde van druppelzone F in totaal 4 inspectiegaten gegraven tot 0.5 meter diepte en doorgeboord tot 1.0 m-mv (gecodeerd als gat F11 tot en met F14). Er wordt 1 mengmonster van de fijne fractie van de zintuiglijk schone ondergrond geanalyseerd op asbest. Ten behoeve van de horizontale afperking worden 4 inspectiegaten tot 0.5 meter diepte gegraven (gecodeerd als gat F15 tot en met F18). Er wordt 1 mengmonster van de fijne fractie van de zintuiglijk schone toplaag geanalyseerd op asbest. De asbestanalyses worden verricht door Eurofins Omegam te Amsterdam, een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium voor vezelonderzoek. 5.2

Veldwerkzaamheden afperkend asbestonderzoek

De veldwerkzaamheden zijn op 1 maart 2021 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. De veldwerkers zijn conform BRL SIKB 2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/08). Er in totaal 8 inspectiegaten tot 1.0 m-mv verricht met behulp van een schop. Op het maaiveld ter plekke van de inspectiegaten F11, F12, F13 en F14 is zwerfasbest aangetroffen. Het maaiveld was vrij van obstakels en begroeiing en was goed te inspecteren (inspectieefficiëntie: 90-100%). De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw bestaat globaal uit zeer fijn tot matig fijn zand met vanaf circa 0.9 m-mv klei. In de boven- en ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen. Deze zijn in tabel 7 opgenomen. Door de veldwerkers zijn visueel geen asbestverdachte materialen in de bodem waargenomen.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 17 van 23

Tabel 8: Weergave bodemvreemde materialen. Boring

Diepte (m-mv) Waarneming

F11

0 - 0.1 0.1 - 0.3

Zwak puinhoudend en matig metaalhoudend Zwak puinhoudend

F12

0 - 0.1 0.1 - 0.3

Zwak puinhoudend en sterk metaalhoudend Zwak puinhoudend

F13

0 - 0.1 0.1 - 0.3

Zwak puinhoudend en sterk metaalhoudend Zwak puinhoudend

F14

0 - 0.1 0.1 - 0.3

Zwak puinhoudend en sterk metaalhoudend Zwak puinhoudend

F15

0 - 0.15

Sporen metaal

F16

0 - 0.15

Sterk metaalhoudend

F17

0 - 0.15

Sporen metaal

F18

0 - 0.15

Sterk metaalhoudend

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen is het (meng)monster samengesteld, zoals in tabel 8 staat omschreven. Tabel 8: Samenstelling (meng)monster. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m -mv)

Analyse

F - Vert. afp

F11, F12, F13 e F14

0.5 - 0.9

Asbest

F - Hor. afp

F15, F16, F17 en F18

0 - 0.15

Asbest

5.3

Resultaten afperkend asbestonderzoek

In bijlage IV is het analyserapport van het asbestonderzoek opgenomen. In de mengmonsters van de fijne fractie van zowel de verticale afperking (F - Vert.afp.) als de horizontale afperking (F - Hor.afp.) is geen asbest aangetoond. 5.4

Bespreking resultaten asbestanalyses

Zoals in paragraaf 5.2 is weergegeven, is in de mengmonsters van de fijne fractie van de vertikale afperking (F - Vert.afp.) als de horizontale afperking (F - Hor.afp.) geen asbest aangetoond. Druppelzone F is sterk verontreinigd met asbest. De asbestverontreiniging is niet te relateren aan de druppelzone. Ter plekke van de druppelzone F werd asbesthoudende vlakke plaat opgeslagen. Ter plekke van druppelzone F is een sterke asbestverontreiniging aanwezig met een omvang van circa 15 x 1.5 x 0.5 = circa 12 m3. Sanering van de sterk asbesthoudende toplaag is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw. In de visueel schone bodem direct onder en naast deze toplaag zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met deze schone grond. Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 18 van 23

Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (provincie Overijssel). Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding of saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 19 van 23

6

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van Ad Fontem is in een verkennend en afperkend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 4950 m² aan Ootmarsumseweg 161 in Albergen. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en grotendeels verhard (klinkers, tegels en beton). De aanleiding van dit onderzoek is de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw van een woning met bijgebouw in het kader van het ‘rood voor rood regeling’. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat op de locatie enkele verdachte deellocaties aanwezig zijn. Er bevindt zich een voormalige tanklocatie op de onderzoekslocatie en er zijn vijf asbestverdachte druppelzones aanwezig. Deze locaties zijn als verdachte deellocaties beschouwd. De bovengrond van de locatie is verdacht voor de aanwezigheid van asbest en chemische componenten. De ondergrond en het grondwater zijn onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er 4 boringen en 38 inspectiegaten gegraven, waarvan 2 tot 2.50 meter diepte, welke zijn afgewerkt tot peilbuizen. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn tot zeer fijn zand met klei in de ondergrond. Ter plekke van boring 1 en 1A is in de ondergrond (1.1-2.0 m-mv) een sliblaag aangetroffen. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen.

Er zijn bodemvreemde materialen waargenomen (puin, metaal en baksteen). In de boring A2 (0.1 - 0.6 m-mv) is een matige oliegeur en een matige olie/waterreactie aangetroffen. Door de veldwerkers is op het maaiveld ter plekke van druppelzone F zwerfasbest aangetroffen. In de bodem is visueel geen asbest aangetroffen. Het freatische grondwater is in de peilbuis gemiddeld aangetroffen op circa 0.42 meter min maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Overig te herontwikkelen terreindeel - de bovengrond (BG I) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG II) is niet verontreinigd; - de bovengrond (BG III) is zeer licht verontreinigd met zink; - de ondergrond (OG) is zeer licht verontreinigd met molybdeen; - het grondwater (PB 1) is licht verontreinigd met barium en zink. Deellocatie A: voormalige bovengrondse dieseltank - de bovengrond (A -BG) is licht verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is niet verontreinigd. De voormalig bovengrondse dieseltank heeft een geringe negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit: in de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. In het grondwater zijn geen verontreinigingen met minerale olie componenten aangetoond.

Resultaten asbestanalyses Op basis van de resultaten van de asbestanalyses kan het volgende worden geconcludeerd: Overig te herontwikkelen terreindeel - De mengmonsters MM FF - 01 en MM FF - 02 bevatten geen asbest; - Het mengmonster MM FF - 03 bevat asbest; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 20 van 23

Deellocaties B, C, D, E en F - Het mengmonster MM FF - B bevat geen asbest; - De mengmonsters MM FF - C, MM FF - D en MM FF - E bevatten asbest; de gewogen asbestgehalten zijn lager dan de interventiewaarde; - Het mengmonster MM FF - F bevat asbest; het gehalte is hoger dan de interventiewaarde. Afperkend asbestonderzoek - Het mengmonster F - Hor.afp. bevat geen asbest; - Het mengmonster F - Vert.afp. bevat geen asbest. Hypothese De hypothese “verdachte locatie” ter plekke van de bovengrond van de onderzoekslocatie en ter plekke van de voormalige bovengrondse dieseltank kan worden aangenomen, aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “onverdachte locatie” ter plekke van de ondergrond en het grondwater dient te worden verworpen, aangezien er enkele overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese “verdacht voor de aanwezigheid van asbest” ter plekke van de bovengrond van de onderzoekslocatie kan worden aangenomen, aangezien de bodem plaatselijk asbesthoudend is. De hypothese “verdacht voor de aanwezigheid van asbest” ter plekke van de druppelzone B dient te worden verworpen, aangezien er geen asbest is aangetoond. De hypothese “verdacht voor de aanwezigheid van asbest” ter plekke van de druppelzones C, D, E en F kan worden aangenomen, aangezien de bodem ter plekke asbesthoudend is.

Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I en A-BG), de ondergrond (OG) en in het grondwater (PB 1) zijn verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG II en BG III) en in het grondwater (PB A1) zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is er geen reden om een nader onderzoek uit te voeren. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 03, MM FF - C, MM FF - D, MM FF - E en MM FF - F asbest aangetoond. In de mengmonsters van de fijne fractie MM FF - 01, MM FF - 02 en MM FF - B is geen asbest aangetoond. Het gewogen asbestgehalte in MM FF - 03 is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. De gewogen asbestgehalten in de druppelzones MM FF - C (Gat C1, C2, C3 en C4), MM FF - D en in MM FF - E (gaten E1, E2, E3 en E4) zijn lager dan de interventiewaarde: er is geen nader asbestonderzoek noodzakelijk. Druppelzone F is sterk verontreinigd met asbest. De asbestverontreiniging is niet te relateren aan de druppelzone. Ter plekke van de druppelzone F werd asbesthoudende vlakke plaat opgeslagen. Ter plekke van druppelzone F is een sterke asbestverontreiniging aanwezig met een omvang van circa 15 x 1.5 x 0.5 = circa 12 m3.

Sanering van de sterk asbesthoudende toplaag is noodzakelijk in het kader van de bestemmingsplanwijziging en de geplande nieuwbouw. Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 21 van 23

In de visueel schone bodem direct onder en naast deze toplaag zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met deze schone grond. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag (provincie Overijssel). Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding of saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is, na sanering van de asbestverontreiniging ter plekke van deellocatie F, geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en nieuwbouwplannen, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt na sanering geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt.

Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is. Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 22 van 23

7

Literatuur en bronvermelding

Informatie van de gemeente Tubbergen Geofox BV, verkennend bodemonderzoek Ootmarsumseweg 161 in Albergen, d.d. 3 juni 1996 met projectnummer 53190/WB/bv NEN 5725, “Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek”, NNI Delft, oktober 2017 NEN 5740, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, januari 2009 NEN 5740/A1, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond”, NNI Delft, februari 2016 NEN 5707+C2, “Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond”, NNI Delft, december 2017 De kamerbrief “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, 8 juli 2019 De kamerbrief “Aanpassing tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie”, Ministerie van I en W, geactualiseerde versie 2 juli 2020 Document “Indicatieve niveaus voor ernstige bodem- en grondwaterverontreinigingen (INEV’s) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX, RIVM, 15 januari 2020 Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Ministerie van I&M Topografische kaarten, Topografische Dienst Kadaster Grondwaterkaart van Nederland, TNO Grondwater en Geo-Energie, Delft Archief

Kruse Milieu BV www.bodemloket.nl www.ahn.nl www.topotijdreis.nl www.dinoloket.nl

Kruse Milieu BV

Project: 20074016

Pagina 23 van 23

Bijlage I Regionale ligging locatie Boorplan verkennend bodemonderzoek Geofox BV, juni 1996 Boorplan verkennend en nader asbestbodemonderzoek Kruse Milieu BV, maart 2021

Ootmarsumseweg 161 in Albergen

Kruse Milieu BV Kaartmateriaal: Topografische dienst Kadaster

Topografische kaart Projectnummer: 20074016 Schaal: 1:25000 Bijlage: I Kaartblad: 28 E

Ad Fontem Ootmarsumseweg 161 7665 RX Albergen

E2

Verkennend en afperkend (asbest)bodemonderzoek F15 F1 F11

weiland t fal as

weiland

F16

weiland

11

kapschuur F2 F12 F3 F13

F17

groen

F18 15

17 18

B1

groen

weiland tuin

1A

13

1

naw eg

16

Detail afperkend asbestonderzoek Schaal: 1:250

B2 B3 B4 A3

vml. dieseltank

A2

C1

F4 F14

tuin

161

A1

C2

weiland

groen

14

Ke m

C3 D1

4

2

C4

D2 7

12 D3 15

6

E1

D4

tuin

3

8

E2 E3

F1

tuin

E4

11

groen

10

F2

braak

5

9

F3 F4

g we se um ars

= Onderzoekslocatie = Boring tot 0.5 meter diepte = Inspectiegat 30x30x50 cm = Boring tot 1.0 meter diepte = Boring tot 1.5/2.0 meter diepte = Peilbuis

tm Oo

Detail nader asbestonderzoek

0

Kruse Milieu BV

163 157

159-159A

25

Huyerenseweg 33 7678 SC Geesteren

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/773/documents/14877