CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage BP Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen toelichting en regels.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 26 maart 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 9: Bestemmingsplan Buitengebied, Kloosteresweg 7 en 9 Tubbergen31.712 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, PCB, PAK (10), organische stof, lutum en droge stof

Bovengrond (4x)

Asbest en droge stof

Grondwater (2x)

Zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb en Zn), minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, styreen en gechloreerde koolwaterstoffen (oplosmiddelen standaardpakket), zuurgraad (pH), elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting

Deellocatie A Voormalige bovengrondse dieseltank (circa 15 m2) Bovengrond (A - BG)

Minerale olie, organische stof en droge stof

Grondwater (PB A1)

Minerale olie, vluchtige aromaten (BTEX), naftaleen, pH, EC en troebelheid.

Deellocaties B en C: Druppelzones (circa 25 m2 en 20 m2) Bovengrond (2x)

Asbest

Algemene opmerkingen - Op de grondmengmonsters wordt standaard een florisilbehandeling uitgevoerd om verstoring van de analyse op minerale olie door natuurlijke humuszuren tegen te gaan. - De zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en troebelheidsmeting, van het grondwater worden in het veld gemeten. Filtratie van het grondwater voor de metalenanalyse vindt eveneens in het veld plaats. Toetsing chemische analyses De resultaten van de chemische analyses uit het bodemonderzoek worden beoordeeld aan de hand van de gecorrigeerde achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor verontreinigingen in de bodem uit de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 en tabel 1 van bijlage B, Regeling bodemkwaliteit van het ministerie van I&M. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit (Staatsblad, 22 november 2012). De interventiewaarden voor grond en grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering. De toetsing aan de eisen in de Wet Bodembescherming en de Circulaire Bodemsanering is beoogd om te beoordelen of er sprake is van een ernstig gevaar voor de volksgezondheid en/of het milieu.

Hierbij worden de volgende waarden onderscheiden: achtergrondwaarde (AW) voor grond: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van de grond; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; streefwaarde (S) voor grondwater: het niveau waarbij sprake is van een duurzame kwaliteit van het grondwater; bij overschrijding wordt gesproken van een lichte verontreiniging; interventiewaarde bodem (I): het niveau waarbij de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier ernstig verminderd zijn of ernstig bedreigd worden; bij overschrijding wordt gesproken van een sterke verontreiniging; Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 7 van 21

tussenwaarde (T): Gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde, dus (A+I)/2 (grond) of (S+I)/2 (grondwater). Wanneer bij een verkennend onderzoek een component met concentratie boven deze waarde wordt gevonden is in principe een nader onderzoek nodig. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de Interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. Het toetsingsresultaat is overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan AW of S; * concentratie groter dan AW of S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I. *** concentratie groter dan I. Een locatie wordt als verontreinigd beschouwd als de GSSD groter is dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. Voor een aantal stoffen kan de rapportagegrens bepalend zijn voor de achtergrondwaarde of streefwaarde.

De locatie wordt niet verontreinigd verklaard als geen van de onderzochte stoffen in de bodem aanwezig is met een concentratie hoger dan de achtergrondwaarde of streefwaarde. De resultaten van de eventuele PFAS-analyses worden getoetst aan de achtergrondwaarden in de landbodem genoemd in het “Tijdelijk Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” (geactualiseerde versie december 2021) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, alsmede aan de 20 juli 2021 (aangepaste) door het RIVM afgeleide INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) voor de stoffen PFOS, PFOA en GenX in grond en grondwater. Toetsing asbestanalyses De resultaten van de asbestanalyses worden getoetst aan de wetgeving inzake asbest in bodem en puin welke door de ministeries van SZW en I&M is vastgesteld. In het beleid is voor asbest een restconcentratienorm en een interventiewaarde opgenomen. De restconcentratienorm beschrijft de concentratie asbest, waaronder hergebruik nog is toegestaan. De interventiewaarde beschrijft de concentratie asbest in bodem, waarboven in principe gesaneerd dient te worden. Voor asbest is de restconcentratienorm gelijk aan de interventiewaarde en deze waarde bedraagt 100 mg/kg gewogen asbest. De gewogen concentratie asbest is gelijk aan de concentratie serpentijnasbest, vermeerderd met 10 maal de concentratie amfiboolasbest.

Voor puinverhardingen dient de asbestconcentratie te worden getoetst aan de normen uit het Besluit Asbestwegen Wet Milieugevaarlijke Stoffen (WMS). Hierin wordt tevens een restconcentratie van 100 mg/kg gewogen asbest genoemd. Bij boringen <0.35 meter diameter: indien in het opgeboorde materiaal uit minimaal één boring binnen een (deel)locatie asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek verplicht. Indien in de boringen binnen een (deel)locatie geen asbest wordt aangetroffen, dan is aanvullend asbestonderzoek niet verplicht. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een (deel)locatie is hiervoor bepalend. Bij een nader asbestonderzoek wordt getoetst aan de interventiewaarde. Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 8 van 21

Alleen indien in het verkennend bodemonderzoek de onderzoeksintensiteit (hoeveelheid geïnspecteerde grond in de gaten en het aantal analyses) op hetzelfde niveau zit als het nader asbestonderzoek, dan is een directe toetsing aan de interventiewaarde mogelijk. Indien overschrijding van de restconcentratienorm plaatsvindt, dan dienen werkzaamheden met de betreffende bodem/puinverharding plaats te vinden onder asbestcondities. Bij asbestconcentraties lager dan de restconcentratienorm zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk bij be- en verwerking van de grond of puinverharding.

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 9 van 21

4

Resultaten Algemeen

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de veldwerkzaamheden en de analyseresultaten. De uitgevoerde veldwerkzaamheden en waarnemingen, de samenstelling van de mengmonsters en de grondwatergegevens worden beschreven in paragraaf 4.2. De resultaten van de chemische analyses worden weergegeven in paragraaf 4.3 en in paragraaf 4.4 worden de resultaten besproken. De resultaten van de asbestanalyses worden weergegeven in paragraaf 4.5 en besproken in paragraaf 4.6. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn in maart en april 2023 uitgevoerd door de heren J. Hartman en N. Pepping. Deze veldwerkers zijn conform BRL SIKB2000 gecertificeerd en erkend (certificaatnummer K44441/09) en geassisteerd door de heer L. Haverkort. Herontwikkelingsterrein Op 31 maart en 6 en 7 april 2023 zijn, na maaiveldinspectie, in totaal 26 inspectiegaten gegraven (handmatig met een schop: inspectiegaten 1 tot en met 26), waarvan 7 gaten zijn verdiept tot maximaal 2.0 m-mv. Twee diepe boringen zijn afgewerkt met een peilbuis (PB 1 en PB 2). Inspectiegat 198 is op 0.40 m-mv gestaakt op betond en inspectiegat 24 is op 0.65 m-mv waarschijnlijk gestaakt op asfalt. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank Er zijn op 24 maart 2023 in totaal 3 boringen verricht, waarvan één boring is doorgezet tot 3.30 m-mv en is afgewerkt met een peilbuis (PB A1).

Er is zintuiglijk minerale olie waargenomen in de bodem van boring A1 (0.10 - 0.80 m-mv, matige oliegeur, geen olie/water-reactie). Deellocaties B en C: Druppelzones B en C Op 12 april 2023 zijn in totaal 7 inspectiegaten tot 0.5 m-mv in de druppelzones gegraven. Ter plekke van inspectiegat B2 is een asbestverdachte golfplaat op het maaiveld aangetroffen. Deze kleine stukjes asbestverdacht materiaal is door de veldwerkers afgevoerd onder asbestcondities. Inspectiegat B4 is op 0.30 m-mv gestaakt op puin. Opgemerkt dient te worden dat het maaiveld, vanwege de aanwezigheid van de opgeslagen materialen, beton, klinkers, tegels, asfaltgranulaat, gras, bomen en struiken niet goed geïnspecteerd kon worden. Er is sprake van een indicatieve maaiveldinspectie. Eventuele kleine asbestverdachte fragmenten kunnen hierdoor niet zijn opgemerkt. De weersomstandigheden tijdens de inspectie waren goed (goed zicht, geen neerslag). Door de veldwerker zijn, met uitzondering van het asbestverdachte materiaal op het maaiveld ter plekke van inspectiegat B2, visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. De situering van de monsterpunten is weergegeven op de situatieschets van bijlage I. Tijdens de boorwerkzaamheden is de bodemopbouw beschreven en is de grond zintuiglijk beoordeeld op eventuele aanwezigheid van verontreinigingen.

De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage II. De bodemopbouw bestaat globaal uit matig tot uiterst fijn, zwak siltig zand met vanaf circa 0.5 m-mv een sterk zandige leemlaag. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen. Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen en asbestverdachte materialen aangetroffen in de bodem. Deze zijn in tabel 3 weergegeven.

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 10 van 21

Tabel 3: Weergave aangetroffen (bodemvreemde) materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Herontwikkelingsterrein

1

0.30 - 0.70

Matig puinhoudend en zwak asbesthoudend (126.4 gram golfplaat) Sporen puin

2

0.15 - 0.55

Sporen puin

3

0.13 - 0.50

Zwak asfalthoudend

4

0.13 - 0.43

Sterk puinhoudend en zwak asfalthoudend

5

0.15 - 0.61

Uiterst puinhoudend, zwak ballast- en baksteenhoudend en sporen asbest (51.8 gram golfplaat)

6

0.20 - 0.45

Sporen puin

7

0.15 - 0.45 0.45 - 0.55

Sporen puin en kolengruis en zwak slakkenhoudend Sporen puin en slakken

8

0.20 - 0.30

Sporen puin en zwak slakken- en kolengruishoudend

9

0.15 - 0.30 0.30 - 0.80

Zwak puinhoudend, sterk slakkenhoudend en sporen kolengruis Sporen puin

10

0.13 - 0.50

Sporen puin

11

0.17 - 0.55

Sporen puin

13

0 - 0.30

Matig puinhoudend

14

0.12 - 0.45

Uiterst puinhoudend (geen bodem)

15

0.12 - 0.50 0.50 - 0.80

Sporen puin en kolengruis en zwak slakkenhoudend Sporen puin en kolengruis

16

0.13 - 1.00

Sporen puin en sintels

0 - 0.10 0.20 - 0.50 0.50 - 0.80

Asfaltgranulaat met puin (geen bodem >50% bodemvreemd) Sterk puinhoudend, sporen sintels, metaal, asfalt en asbest (7.2 gram golfplaat) Sterk puinhoudend

19

0.07 - 0.20 0.20 - 0.40

Matig puinhoudend Zwak puinhoudend

20

0.06 - 0.25

Uiterst puinhoudend (geen bodem >50% bodemvreemd)

21

0.15 - 0.50 0.50 - 0.65

Asfaltgranulaat met puin (geen bodem >50%) Sporen puin

22

0.30 - 0.85

Sterk puinhoudend, sporen kolengruis en matig asfalthoudend

17

0.10 - 0.30

0.05 - 0.40 0.40 - 1.00

Sterk puinhoudend, zwak asfalthoudend en sporen kolengruis Sporen puin en kolengruis

24

0.40 - 0.65

Sterk asfalthoudend en gestaakt op waarschijnlijk asfalt

25

0.10 - 0.30 0.30 - 0.70

Matig puinhoudend en sporen sintels Sporen puin

23

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 11 van 21

Vervolg tabel 3: Weergave aangetroffen (bodemvreemde) materialen. Monsterpunt

Diepte (m-mv)

Waarneming Herontwikkelingsterrein

26

0.07 - 0.30 0.30 - 0.50

Sporen puin Matig puin- en asfalthoudend (geen bodem, > 50% bodemvreemd materiaal)

Deellocaties A: Bovengrondse tank A1

0.10 - 0.80

Sporen puin en matige oliegeur

A2

0.10 - 0.40

Sporen puin

A3

0 - 0.80

Sporen puin Deellocaties B en C: Druppelzones

B1

0 - 0.10

Sporen puin

B2

0 - 0.10

Sporen puin en asbestgolfplaat (stukjes) op maaiveld

B3

0 - 0.35 0.35 - 0.50

Sporen puin Sterk puinhoudend

B4

0 - 0.30

Uiterst puinhoudend, sterk rubberhoudend en zwak metaalhoudend (gestaakt op puin)

C1

0 - 0.10

Sporen puin

C2

0 - 0.10

Sporen puin

C3

0 - 0.10

Sporen puin

Op basis van de zintuiglijke waarnemingen, bodemsamenstelling en/of geografische positie van de boringen zijn de mengmonsters samengesteld, zoals in tabel 4 staat omschreven. De oliehoudende bodemlaag van boring A1 en de asbesthoudende bodemlagen en materiaalverzamelmonsters in de gaten 1, 5 en 17 zijn aanvullend geanalyseerd. Tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Herontwikkelingsterrein BG I (sporen/zwak puin, slakken, kolengruis)

7 8 9 15

0.15 - 0.45 0.20 - 0.30 0.15 - 0.30 0.12 - 0.50

NEN5740standaardpakket

BG II (matig/sporen puin)

1 9 13 17

0.10 - 0.30 0.30 - 0.40 0 - 0.30 0.50 - 0.80

NEN5740standaardpakket

BG III (sterk/matig puin, zwak/matig asfalt, sporen sintels, kolengruis)

4sterk puin 17 22 25

0.13 - 0.43 0.20 - 0.50 0.30 - 0.80 0.10 - 0.30

NEN5740standaardpakket

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 12 van 21

Vervolg tabel 4: Samenstelling mengmonsters. (Meng)monster

Boringnummer

Traject (diepte in m-mv)

Analyse

Herontwikkelingsterrein BG IV (sporen puin)

10 11 21 25

0.13 - 0.50 0.17 - 0.55 0.50 - 0.65 0.30 - 0.70

NEN5740standaardpakket

OG I (zintuiglijk schoon, zandig leem)

1 2 4 5 5

1.20 - 1.70 0.80 - 1.20 1.05 - 1.50 1.00 - 1.50 1.50 - 1.90

NEN5740standaardpakket

OG II Zintuiglijk schoon zand)

1 3 3 4 6 7 7

0.70 - 1.20 1.00 - 1.25 1.25 - 1.50 0.75 - 1.05 1.00 - 1.50 0.55 - 1.00 1.20 - 1.60

NEN5740standaardpakket

FF - Gat 1

1

0.10 - 0.30

Asbest

MVM - Gat 1

1

0.10 - 0.30

Asbest

MM FF - Gat 5+17

5 17

0.15 - 0.61 0.20 - 0.50

Asbest

MVM - Gat 5

5

0.15 - 0.61

Asbest

MVM - Gat 17

17

0.20 - 0.50

Asbest

MM FF - 01 (sporen/zwak puin)

7 8 9 15 16

0.15 - 0.55 0.20 - 0.30 0.15 - 0.50 0.12 - 0.50 0.13 - 0.50

Asbest

MM FF - 02 (sporen puin)

2 25 26

0.15 - 0.55 0.50 - 0.70 0.07 - 0.30

Asbest

MM FF - 03 (matig puin)

19 25 26

0.07 - 0.20 of 0.40 0.10 - 0.30 0.07 - 0.30

Asbest

MM FF - 04 (sterk puin)

22 23

0.30 - 0.80 0.05 - 0.40

Asbest

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank A - BG

A2 A3

0.10 - 0.40 0 - 0.50

Minerale olie

Boring A1-1

A1

0.10 - 0.50

Minerale olie

Deellocaties B en C: Druppelzones MM FF - B

B1, B2 en B3

0 - 0.1

Asbest

MM FF - C

C1, C2 en C3

0 - 0.1

Asbest

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 13 van 21

De boringen 1, 2 en A1 zijn doorgezet tot circa 3.50 m-mv, 3.10 m-mv en 2.30 m-mv. Wanneer het grondwater werd bereikt, werd een zuigerboor gebruikt om een PVC-peilbuis te kunnen plaatsen. Een peilbuis bestaat normaliter uit een filter met een lengte van 1.0 meter, gekoppeld aan een blinde stijgbuis. Ter hoogte van het filter, met een diameter van 28 x 32 mm, is filtergrind in het boorgat gestort. Rondom het filter is een filterkous aangebracht. Er is bentoniet in het boorgat gestort om directe indringing van hemelwater in het filter tegen te gaan. De rest van het boorgat is opgevuld met het oorspronkelijke bodemmateriaal. Vervolgens zijn de peilbuizen doorgepompt. Op 5 en 6 april 2023 zijn de peilbuizen bemonsterd. Het voorpompen en bemonsteren heeft conform NEN5744 plaatsgevonden met een laag debiet (tussen 100 en 500 ml/min). Er is op toegezien dat de grondwaterstand tijdens het voorpompen niet meer dan 50 cm is gedaald en dat er is bemonsterd met hetzelfde (of lager) debiet) als waarmee is voorgepompt (bemonstering maximaal 200 ml/min in verband met vluchtige stoffen). De grondwatergegevens staan weergegeven in tabel 5. Tabel 5: Weergave gegevens grondwater. Peilbuis

Filterstelling (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH (-)

EC (μS/cm)

Troebelheid (NTU)

Toestroming

PB 1

2.10 - 3.10

0.73

6.95

1027

53

Goed

PB 2

2.50 - 3.50

1.50

6.4

1340

241

Goed

PB A1

2.30 - 3.30

0.71

6.92

1053

283

Goed

De waarden voor de pH worden als normaal beschouwd. De waarden voor de EC worden als verhoogd beschouwd. In de grondwatermonsters zijn een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt waardoor aangenomen wordt dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak heeft (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen. Resultaten en toetsing van de chemische analyses In algemene zin dient opgemerkt te worden dat indien de analyses van de grondmonsters zijn uitgevoerd op mengmonsters, dit kan betekenen dat de gehaltes hoger kunnen zijn in de individuele monsters. De analyseresultaten en de toetsingstabellen zijn weergegeven in bijlage III. Bij de toetsing van de analyseresultaten aan de landelijke achtergrondwaarden en de interventiewaarden worden deze eerst omgerekend naar een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD).

Bij de toetsing van de grondresultaten wordt daarbij gebruik gemaakt van de gemeten percentages lutum en organische stof in de grond(meng)monsters. De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn volgens BoToVa getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden. In de bovengrond (BG I, BG II, BG III, A-BG en Boring A1) en in het grondwater (PB 1, PB 2 en PB A1) zijn licht tot sterk verhoogde concentraties aangetoond. Deze zijn weergegeven in tabel 6. In de bovengrond (BG IV) en in de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 14 van 21

Tabel 6: Verhoogde concentraties (mg/kg d.s. en μg/l). Monster

Component

Gemeten concentratie

GSSD

Achtergrondwaarde1 of streefwaarde

Interventiewaarde

Herontwikkelingsterrein BG I

Minerale olie PAK

81 14

405 * 13.8 *

190 1.5

5000 40

BG II

Minerale olie PAK

93 14

344 * 14.4 *

190 1.5

5000 40

BG III

Minerale olie PAK

58 3.3

290 * 3.33 *

190 1.5

5000 40

PB 1

Barium Minerale olie

190 84

190 * 84 *

50 50

625 500

PB 2

Barium Zink

150 84

150 * 84 *

50 65

625 800

Deellocatie A: Voormalige bovengrondse dieseltank

1 2

A - BG

Minerale olie

620

459 *

190

5000

Boring A1

Minerale olie

6470

21567 ***

190

5000

PB A1

Naftaleen 2 Minerale olie

< 0.20 95

0.14 * 95 *

0.01 50

70 80

AW2000 Rapportagegrens is verhoogd door matrix-effecten

In de vierde kolom van tabel 6 wordt het toetsingsresultaat overeenkomstig BoToVa als volgt aangeduid: concentratie kleiner of gelijk aan S; * concentratie groter dan S en kleiner of gelijk aan T; ** concentratie groter dan T en kleiner of gelijk aan I; *** concentratie groter dan I.

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 15 van 21

Bespreking resultaten chemische analyses Zoals in de vorige paragraaf is weergegeven, zijn er enkele lichte verontreinigingen aangetoond. In deze paragraaf worden mogelijke verklaringen gegeven voor de analyseresultaten. Herontwikkelingsterrein Bovengrond - BG I, BG II en BG III - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. De gemeten minerale oliegehalten zijn lager dan de vastgestelde waarde voor minerale olie in het “Twents beleid veur oale groond” (minerale olie < 100 mg/kg d.s.) en valt onder de klasse ‘altijd toepasbaar’. De (zeer) licht verhoogde gehalten houden mogelijk verband met lekverliezen van voertuigen. Een oorzaak wordt tevens gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin, sintels, slakken, kolengruis, asfalt). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Bovengrond - BG I, BG II en BG III - PAK Zoals reeds beschreven in paragraaf 3.1, zijn verontreinigingen in de grond met PAK niet ongebruikelijk op locaties, waar al tientallen jaren sprake is geweest van bebouwing (en bewoning). Oorzaak voor de (zeer) licht verhoogde gehalten wordt gezocht in de waargenomen bodemvreemde materialen (puin, sintels, slakken, kolengruis, asfalt). Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk.

Grondwater - PB 1 en PB 2 - Barium, zink en minerale olie De (zeer) licht verhoogde gehalten aan barium en zink in het grondwater zijn waarschijnlijk te wijten aan plaatselijk (natuurlijk) verhoogde achtergrondwaarden. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen waargenomen, wat duidt op de natuurlijke aanwezigheid van metalen in de bodem. Het (zeer) licht verhoogde gehalte aan minerale olie houdt mogelijk verband met het aangetroffen (zeer) licht verhoogde minerale oliegehalte in de bovengrond. Aangezien de tussenwaarden niet worden overschreden, is het uitvoeren van een nader onderzoek niet noodzakelijk. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse tanklocatie Bovengrond - A-BG en Boring A1 (0.1 - 0.5 m-mv) - Minerale olie Minerale olie is een bestanddeel van olieproducten en brandstoffen. De oorzaak voor de verhoogde gehalten in de bovengrond wordt gezocht in mogelijke morsverliezen tijdens het tanken. Het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie in de bovengrond van boring A1 geeft aanleiding voor een nader bodemonderzoek. Deze verontreiniging dient gesaneerd te worden, omdat de zorgplicht van toepassing is. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein is sanering van de sterke verontreiniging met minerale olie noodzakelijk. Een nader bodemonderzoek ter plekke wordt geadviseerd om de omvang van de verontreiniging in kaart te brengen.

Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan de sanering dient een saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Grondwater - PB A1 - Naftaleen en minerale olie Naftaleen is een PAK. De (zeer) licht verhoogde gehalten aan naftaleen en minerale olie houden mogelijk verband met de licht tot sterke verontreiniging in de bovengrond met minerale olie. Aangezien de gemeten gehalten de tussenwaarden niet overschrijden, is het uitvoeren van aanvullend onderzoek niet noodzakelijk. Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 16 van 21

Resultaten asbestanalyses In bijlage IV zijn de analyserapporten en de concentratieberekeningen van het asbestonderzoek opgenomen. In enkele mengmonsters van de fijne fractie en materiaalverzamelmonsters is asbest aangetoond. De gewogen asbestgehalten zijn in tabel 7 weergegeven. Tabel 7: Gewogen asbestconcentratie (mg/kg droge stof). Component

Gewogen asbestconcentratie

Toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek

MM FF - 01

Asbest

n.a.

50

MM FF - 02

Asbest

n.a.

50

MM FF - 03

Asbest

n.a.

50

MM FF - 04

Asbest

5.7

50

Gat 1 (0.1 - 0.3 m-mv)

Asbest

1293

50

Gat 5 (0.15 - 0.61 m-mv)

Asbest

109

50

Gat 17 (0.2 - 0.5 m-mv)

Asbest

47

50

MM FF - B

Asbest

7.2 *

50

MM FF - C

Asbest

18 *

50

Monster

* bevat asbestverdachte vezels

In de derde kolom van tabel 7 wordt de volgende codering toegepast: n.a. : Geen asbest aangetoond. Normaal : Het gehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Onderstreept : Overschrijding van de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Bespreking resultaten asbestanalyses Zoals in paragraaf 4.5 is weergegeven, is er in de mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 geen asbest aangetoond. Mengmonster MM FF - 04, MM FF - B en MM FF - C bevatten asbest, maar zijn de gewogen asbestgehalten zijn lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In druppelzone B en C zijn losse asbestvezels aangetroffen in de fijne fractie kleiner dan 0.5 mm. Om de aanwezigheid van respirabele vezels vast te stellen c.q. uit te sluiten dienen de mengmonsters MM FF - B en MM FF - C aanvullend worden geanalyseerd met behulp van een elektronenmicroscoop (SEM). Gat 1 en gat 5 bevatten asbest; de gewogen asbestgehalten zijn hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde. Een nader asbestonderzoek geeft inzicht in de mate van verontreiniging. Gat 17 bevat asbest; het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek.

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 17 van 21

5

Samenvatting, conclusies en aanbevelingen

Algemeen In opdracht van de heer Tassche is in een verkennend (asbest)bodemonderzoek de bodem onderzocht op een terreindeel ter grootte van circa 11180 m² aan de Kloosteresweg 7 in Tubbergen. De onderzoekslocatie is deels bebouwd en geheel verhard. De aanleiding van dit onderzoek is de geplande herontwikkeling van het terrein (sloop bebouwing en nieuwbouw 2 woningen) en de bestemmingsplanwijziging. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN5725 “Aanleiding A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek”. Uit de resultaten van dit vooronderzoek is gebleken dat er een bovengrondse brandstoftank en twee druppelzones op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Deze worden beschouwd als verdachte deellocaties. De bovengrond wordt beschouwd als verdacht voor de aanwezigheid van zware metalen, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater worden beschouwd als onverdacht voor chemische componenten. Resultaten veldwerk In totaal zijn er in totaal 33 inspectiegaten gegraven en 3 boringen verricht, waarvan 3 diepe boringen zijn afgewerkt met een peilbuis (PB 1, PB 2 en PB A1). Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig tot uiterst fijn, zwak siltig zand met vanaf circa 0.5 m-mv een sterk zandige leemlaag. In de boven- en ondergrond zijn roest- en oerhoudende lagen aangetroffen.

Er zijn plaatselijk bodemvreemde materialen en asbestverdachte materialen aangetroffen in de bodem (puin, sintels, slakken, kolengruis, asfalt). Door de veldwerkers zijn, met uitzondering van het asbestverdachte materiaal op het maaiveld ter plekke van inspectiegat B2, visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld. Het grondwater in de peilbuizen is gemiddeld aangetroffen op 0.98 meter min maaiveld. Resultaten analyses Op basis van de resultaten van de analyses kan het volgende worden geconcludeerd: Herontwikkelingsterrein (11180 m2) - de bovengrond (BG I) is licht verontreinigd met minerale olie en PAK; - de bovengrond (BG II) is (zeer) licht verontreinigd met minerale olie en PAK; - de bovengrond (BG III) is (zeer) licht verontreinigd met minerale olie en PAK; - de ondergrond (OG I) is niet verontreinigd; - de ondergrond (OG II) is niet verontreinigd; - het grondwater (PB 1) is (zeer) licht verontreinigd met barium en minerale olie; - het grondwater (PB 2) is (zeer) licht verontreinigd met barium en zink; - gat 1 (0.1 - 0.3 m-mv) is sterk verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde; - gat 5 (0.15 - 0.61 m-mv) is sterk verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde; - gat

17 (0.2 - 0.5 m-mv) is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek; - mengmonster MM FF - 01 is niet verontreinigd met asbest; - mengmonster MM FF - 02 is niet verontreinigd met asbest; - mengmonster MM FF - 03 is niet verontreinigd met asbest; - mengmonster MM FF - 04 is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Deellocatie A: Voormalige bovengrondse tanklocatie (circa 15 m2) - de bovengrond (A - BG) is licht verontreinigd met minerale olie; - de bovengrond (boring A1 (0.1 - 0.5 m-mv)) is sterk verontreinigd met minerale olie; - het grondwater (PB A1) is (zeer) licht verontreinigd met naftaleen en minerale olie. Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 18 van 21

De voormalige bovengrondse tanklocatie heeft een aantoonbare negatieve invloed gehad op de bodemkwaliteit. Deellocaties B en C: Druppelzones (circa 25 m2 en 20 m2) - mengmonster MM FF - B is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er zijn respirabele vezels aangetroffen; - mengmonster MM FF - C is verontreinigd met asbest: het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er zijn respirabele vezels aangetroffen. Hypothese De hypothese "verdacht" ter plekke van het te ontwikkelen terrein en de voormalig bovengrondse tanklocatie kan worden aangenomen, aangezien er overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden zijn aangetoond. De hypothese "verdacht" voor de aanwezigheid van asbest ter plekke van het erf en de druppelzones B en C dient te worden aangenomen, aangezien er asbest is aangetoond. Conclusies en aanbevelingen In de bovengrond (BG I, BG II, BG III, A-BG en Boring A1) en in het grondwater (PB 1, PB 2 en PB A1) zijn licht tot sterk verhoogde concentraties aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4. In de bovengrond (BG IV) en in de ondergrond (OG I en OG II) zijn geen verhoogde gehalten gemeten.

Het sterk verhoogde gehalte aan minerale olie in de bovengrond van boring A1 geeft aanleiding voor een nader bodemonderzoek. Deze verontreiniging dient gesaneerd te worden, omdat de zorgplicht van toepassing is. In het kader van de voorgenomen herontwikkeling van het terrein is sanering van de sterke verontreiniging met minerale olie noodzakelijk. Een nader bodemonderzoek ter plekke wordt geadviseerd om de omvang van de verontreiniging in kaart te brengen. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag. Voorafgaande aan de sanering dient een saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een sanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Asbest - In de mengmonsters MM FF - 01, MM FF - 02, MM FF - 03 is geen asbest aangetoond. - De mengmonster MM FF - 04, MM FF - B en MM FF - C bevatten asbest, maar zijn de gewogen asbestgehalten lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. In druppelzone B en C zijn losse asbestvezels aangetroffen. - Gat 1 en gat 5 bevatten asbest; de gewogen asbestgehalte zijn hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en de interventiewaarde. Een nader asbestonderzoek geeft inzicht in de mate van verontreiniging.

- Gat 17 bevat asbest; het gewogen asbestgehalte is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er dient voorkomen te worden dat er vermenging ontstaat met de schone grond. De sterk met asbest verontreinigde grond mag niet worden verminderd of verplaatst zonder toestemming van het bevoegd gezag.

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 19 van 21

Voorafgaande aan de sanering dient een saneringsplan opgesteld te worden en goedgekeurd te worden door het bevoegd gezag. Een asbestsanering mag alleen door hiervoor erkende bedrijven worden uitgevoerd. Slotconclusie Uit milieukundig oogpunt is er, na saneringen, geen bezwaar tegen de geplande herontwikkeling, aangezien de overige vastgestelde verontreinigingen geen risico's voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt, na saneringen, geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin). Standaard slotopmerkingen Het volgende dient opgemerkt te worden: gezien het verkennende karakter van dit onderzoek is het, ondanks de zorgvuldigheid waarmee het is uitgevoerd, altijd mogelijk dat eventueel lokaal voorkomende verontreinigingen niet zijn ontdekt. Hoewel voldaan wordt aan de geldende weten regelgeving, wordt tijdens een verkennend of nader bodemonderzoek een beperkt aantal boringen, inspectiegaten of inspectiesleuven verricht. Vermeld dient tevens te worden dat op basis van voorliggend onderzoek geen conclusies kunnen worden getrokken omtrent de bodemkwaliteit van andere terreindelen of aangrenzende percelen. Tenslotte dient in acht genomen te worden dat elk bodemonderzoek een momentopname is.

Eventuele toekomstige calamiteiten (bijvoorbeeld brand of morsing van bodemvreemde vloeistoffen), sloopwerkzaamheden of bouwrijp maken en aanvoer van grond van elders kunnen de bodemkwaliteit (sterk) beïnvloeden.

Kruse Milieu BV

Project: 23021416

Pagina 20 van 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1106/documents/23615