Bijlage Bp Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Status: vastgesteld
Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):
vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPGRAVENDIJK5-VG01
Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Inhoudsopgave Vaststellingsbesluit Vaststellingsbesluit
2
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
9
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
3
Inhoudsopgave Toelichting Toelichting
11
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer
13 13 13 14 16 16
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan 2.1 Bestaande situatie 2.2 Toekomstige situatie
17 17 17
Hoofdstuk 3 Beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
19 19 20 25
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Water
29 29 29 30
4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13
31 33 34 35 35 37 38 39 39 40
Erfgoed Flora en fauna Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai Luchtkwaliteit Bedrijven en milieuzonering Geur Externe veiligheid Verkeer en parkeren Kabels en leidingen MER-toets
Hoofdstuk 5 Juridische plantoelichting 5.1 Juridische aspecten 5.2 Handhaving
43 43 44
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Financiële uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
47 47 47
Hoofdstuk 7 Procedure en overleg 7.1 Procedurestappen 7.2 Vooroverleg 7.3 Zienswijzen
49 49 49 49
4
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
5
Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting Bijlagen bij toelichting
51
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
52
Bijlage 2
Bodemonderzoek
67
Bijlage 3
Watertoets
110
Bijlage 4
Quickscan flora/fauna
116
Bijlage 5
Reactienota zienswijzen
148
6
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
7
Inhoudsopgave Regels Regels
155
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
157 157 162
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4
163 163 166 171 173
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
175 175 176 177 178 179
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
181 181 182
Bijlagen bij regels Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan Bijlage 2 Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie
8
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
183 184 186
Vaststellingsbesluit
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
9
Toelichting
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
11
12
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen behorende bij de Gravendijk 5 te Albergen, gelegen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. Initiatiefnemer is voornemens de bestaande woning te verplaatsen naar het perceel, aangrenzend aan de huidige woonbestemming. Het betreffen gronden ten zuiden van de bestaande woning. Met het verplaatsen van de woning wil de initiatiefnemer een goed woon- en leefklimaat garanderen, dit mede vanwege de situering van de bebouwing aan de noordzijde en de open vergezichten aan de zuidzijde. De huidige woning staat nu gepositioneerd gericht op de Gravendijk. De nieuwe locatie van de woning bevindt zich aan de achterzijde van de aldaar aanwezige schuren. Met het verplaatsen van de woning ontstaat een eenduidig erfensemble, hebben de bewoners uitzicht op het Albergse essenlandschap en zijn bewoners beter afgeschermd tegen eventuele overlast afkomstig van de nabijgelegen bedrijvigheid en verkeerswegen. Met het planvoornemen wordt ook de mogelijkheid gecreëerd om het bestaande erf van een kwaliteitsimpuls te voorzien, waarbij de woning overgaat in het omliggende landschap. Gelet op de situering, kadastrale situatie dan wel het recht van overpad heeft in het voorstadium overleg met omwonenden plaatsgevonden.
Dit vanwege een foutieve kadastrale situering ter plaatse van gronden binnen het bestemmingsplan dan wel het delen van een toegangsweg in de beoogde situatie wat buiten het plangebied is gesitueerd. De nieuwe woonlocatie is in het vigerende bestemmingsplan bestemd met de bestemming 'Agrarisch - 1', de oude woonlocatie is bestemd met 'Wonen'. Om de ontwikkeling mogelijk te maken worden de vigerende bestemmingen van de oude en de nieuwe woonlocatie met elkaar uitgeruild. Hierbij blijft het totaaloppervlakte wat betreftde bestemming 'Wonen' ongewijzigd. Om de gewenste ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan toont aan dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en voldoet aan het Rijks-, provinciale- en gemeentelijk beleid.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt aan de Gravendijk 5 te Albergen, gelegen in buitengebied van de gemeente Tubbergen. Het plangebied ligt ten westen van de kern Albergen en ten oosten van de kern Almelo. Het plangebied staat kadastraal bekend als gemeente Tubbergen, sectie H met perceelnummers 5828, 7072 en 7073. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de omliggende kernen weergegeven. Hierbij is het plangebied met een blauwe ster aangeduid. In figuur 1.2 is een uitsnede weergegeven ten opzichte van de nabije omgeving, waarbij het plangebied met een blauwe omlijning is afgekaderd.
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
13
Figuur 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de omliggende kernen (Bron Qgis)
Figuur 1.2: Ligging en begrenzing plangebied
1.3 Vigerend bestemmingsplan Bestemmingsplan(nen) Voorliggend 14
plangebied
ligt
binnen
het
bestemmingsplan
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
''Tubbergen Buitengebied
2016''
en het
bestemmingsplan ''Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan''. Deze bestemmingsplannen zijn respectievelijk op 23 mei 2016 en 15 december 2020 door de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen vastgesteld. Tubbergen Buitengebied 2016 Middels dit bestemmingsplan zijn de bestemmingen voor het plangebied vastgelegd. In onderstaande figuur 1.3 is een uitsnede weergegeven van het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016". Ter plaatse het plangebied is zowel de enkelbestemming 'Agrarisch -1', de enkelbestemming 'Wonen' als de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie -3' en 'Waarde - Archeologie 4' van toepassing. Voor de gronden ter plaatse van de huidige woonlocatie en de opstallen geldt de enkelbestemming 'Wonen'. De gronden met deze bestemming zijn bestemd voor onder andere woonhuizen en bijbehorende bouwwerken met ook de daarbij behorende tuinen, erven en terreinen. In het plangebied is bij deze bestemming geen bouwvlak of functieaanduiding(en) van toepassing. Ter plaatse van de beoogde nieuwe woonlocatie geldt de enkelbestemming 'Agrarisch - 1'. De gronden met deze bestemming zijn voornamelijk bestemd ten behoeve van agrarisch gebruik en het wonen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering met de daarbij behorende erven. Het zuidwestelijke deel van het plangebied is bestemd met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'.
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Hierbij geldt dat voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld plaatsvinden, bij aanvraag omgevingsvergunning moeten worden aangetoond dat mogelijke aanwezige archeologische waarden niet worden geschaad. In het plangebied is bij deze bestemming geen bouwvlak of functieaanduiding van toepassing. Voor het gehele plangebied geldt de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor het behoud van de archeologische waarden. Hierbij geldt dat voor bouwwerken waarbij grondroerende werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m2 en dieper dan 0,40 meter onder het maaiveld plaatsvinden, bij aanvraag omgevingsvergunning, moet worden aangetoond dat mogelijke aanwezige archeologische waarden niet worden geschaad. In het plangebied is bij deze bestemming geen bouwvlak of functieaanduiding van toepassing.
Figuur 1.3: Uitsnede bestemmingsplan 'Tubbergen Buitengebied' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl) Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan Middels dit bestemmingsplan zijn wijzigingen doorgevoerd die van toepassing zijn op het bestemmingsplan bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
15
"Tubbergen Buitengebied 2016". Voor de enkelbestemming 'Wonen' zijn enkele wijzigingen doorgevoerd met betrekking tot vrijstaande bijbehorende bouwwerken, het strijdig gebruik en kleinschalig kamperen. Alle wijzigingen zijn niet direct van toepassing voor onderhavig planvoornemen. Er wordt in eerste instantie namelijk geen vrijstaand bijbehorend bouwwerk gerealiseerd, ook zijn er geen plannen voor nevenfuncties. Voor de bestemming 'Agrarisch - 1' is de mogelijkheid toegevoegd voor het eventueel realiseren van capaciteit voor kleinschalige duurzame energiewinning, en zijn er enkele bouwregels en gebruiksregels aangepast. Allen zijn niet direct van toepassing op onderhavig plan. De nieuwe vormgegeven regels van het bestemmingsplan "Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan" zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Strijdigheid De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een woning op gronden die zijn bestemd als 'Agrarisch-1'. Deze bestemming voorziet niet in bouw- dan wel gebruiksmogelijkheden om een reguliere woning toe te staan. Om ter plaatse van deze gronden een reguliere woning te kunnen realiseren, dient het bestaande bestemmingsvlak 'Wonen' te worden verplaatst.
Het bestemmingsvlak voor de gronden bestemd als 'Wonen' staan één woning toe, de gronden ter plaatse van de huidige woonbestemming worden daarom gedeeltelijk gewijzigd naar 'Agrarisch-1', waarbij feitelijk een uitruil plaatsvindt. Om na sloop de bouwmogelijkheden conform de beoogde situatie vast te leggen en het perceel landschappelijk te borgen dient een bestemmingsplanherziening te worden opgesteld.
1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen" bestaat uit de volgende stukken: toelichting; bijlagen bij de toelichting; verbeelding (tek.no. NL.IMRO.0183.BUIBPGRAVENDIJK5-VG01) regels; bijlagen bij de regels. De verbeelding en de regels vormen samen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan en moeten in samenhang 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels gekoppeld teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de omschrijving, motivering en verantwoording van het bestemmingsplan.
1.5 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie van het plangebied en de omgeving beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het ruimtelijk beleidskader van het Rijk, de provincie en de gemeente uiteengezet. Hoofdstuk 4 gaat over de omgevingsaspecten die voor dit plangebied relevant zijn. In hoofdstuk 5 wordt een toelichting gegeven op de regels van de diverse bestemmingen. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan en tot slot in hoofdstuk 7 wordt de procedure beschreven.
16
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Hoofdstuk 2
Beschrijving van het plan
2.1 Bestaande situatie Het plangebied ligt aan de Gravendijk 5 te Albergen, ten oosten van de kern Almelo, ten zuiden van de kern Mariaparochie en ten westen van de kern Albergen. Ter plaatse van het plangebied, omgeven door enkele wegen dan wel verschillende functies vinden zowel sloop- danwel bouwwerkzaamheden plaats. Hieronder zal nader op de bestaande situatie van het plangebied worden ingegaan, waarbij vervolgens in 2.2 Toekomstige situatie op de gewenste situatie wordt ingegaan. 2.1.1
Plangebied
Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Gravendijk. Hierbij bevindt de vrijstaande woning zich aan de noordzijde binnen het plangebied, waarbij eveneens één van de twee ontsluitingen aanwezig is. Naast erfverharding ten behoeve van de ontsluiting wordt de woning omgeven door een tuin naast dat aan de noordwestzijde van het plangebied een kleine schapenweide aanwezig is. Dit betreft een onbewerkt stuk grasland omheind met een hekwerk. Achter de woning en het woonerf bevindt zich een drietal schuren, twee ruime schuren en één kleine en enige verharding. Aan de westzijde is eveneens een ontsluiting aanwezig. Deze ontsluiting is in gebruik voor het bereiken van de bijgebouwen dan wel het bereiken van de woning op nr. 7. In het verleden hebben deze gronden tot de woning op nr. 5 behoord. Echter, aangezien de toegangsweg met name in gebruik is ten behoeve van de woning op nr 7. is in het verleden kadastraal geregeld dat deze gronden bij de woning op nr. 7 behoren. De gronden ten zuiden van de bebouwing zijn in gebruik als agrarisch grasland. Aan de noordzijde van de Gravendijk bevindt zich het Landhotel 't Elshuys, waarbij in het verlengde meerdere bedrijfsbestemmingen en woonbestemmingen zijn gesitueerd.. Aan de westzijde grenst het plangebied aan een kleine verharde weg. Deze weg dient als inrit voor de nabijgelegen woonbestemming.
Aan de oostzijde en de zuidzijde wordt het plangebied begrenst door een sloot. In het verlengde van deze gronden liggen agrarische gronden. Met de huidige erfopzet hebben de bewoners niet direct toegang tot de achterliggende schuren, de ingang van deze schuren bevindt zich namelijk aan de westzijde. Onderstaande figuur 2.1 toont het vooraanzicht, gezien vanaf de Gravendijk, van de bestaande situatie weer.
Figuur 2.1: Straatbeeld huidige situatie (Bron: Google Maps)
2.2 Toekomstige situatie Beoogde inrichting plangebied Het planvoornemen betreft het planologisch mogelijk maken van een verplaatsing van de woning. De bestaande woning wordt gesloopt en er wordt een nieuwe vervangende woning gerealiseerd, De kleinschaligheid en de compactheid van het erf blijft in de nieuwe situatie behouden. De nieuwe woning wordt gerealiseerd aan de achterzijde van de schuren, waardoor ook een directe toegang tot de schuren wordt verkregen. De schuren worden eveneens gerenoveerd en gaan dienen als tuinschuur en opslagschuur. De schuren worden voorzien van Zweeds rabat en/of een andersoortig materiaal. Het uiteindelijke materiaal wordt gekozen in overleg met de welstand. In het verlengde van het woonerf wordt een nieuwe houtwal aangeplant, ook worden er enkele bomen geplant rondom het erf. Het erf krijgt een groen karakter, geheel passend bij het groene karakter van het buitengebied. Het voorerf wordt landschappelijk ingericht. Ter plaatse van de voormalige tuin en woning wordt een weiland bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
17
aangelegd. De verharding van het voormalige erf wordt ook verwijderd. De nieuwe begrenzing aan de Gravendijk wordt gemarkeerd door een nieuw aan te leggen houtopstand. Op onderstaande figuur is ook te zien dat het hekwerk aan de voorkant van het erf wordt verwijderd, hiermee ontstaat een eenduidig en groen vooraanzicht. Een dergelijk aanzicht past ook beter bij de verblijfsfunctie in de vorm van 't Landhotel Elshuys. Door de voorgenomen ontwikkeling ontstaat een landschapsgerichte erfopzet in plaats van een op de weg georienteerde structuur. Hierdoor komen de waarden van het buitengebied beter tot haar recht in combinatie met de beoogde woonfunctie. Hierbij moet gedacht worden aan rust, vergezichten en een omgeving omgeven door groen. Hierdoor wordt de ligging van het plangebied, in het buitengebied versterkt waarbij een kwaliteitsverbetering plaatsvindt in het buitengebied. Daarnaast resulteert de voorgenomen ontwikkeling in een zelfstandig erf. Door de beoogde bomenrij aan de oostzijde zal er een passende afscherming plaatsvinden met de ten oosten gelegen open gronden naast dat de doodlopende weg resulteert in een splitsing tussen nr. 5 en nr. 7. Hierbij vindt een kadastrale splitsing plaats waarbij de weg in de beoogde situatie bij de woning op nr. 7 zal gaan behoren. Ontsluiting en parkeren Het nieuwe erf is met een inrit verbonden aan de westelijk aangrenzende weg.
Via deze weg kan het bestemmingsverkeer van de woning ontsloten worden op de Gravendijk. De verkeersgeneratie blijft ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situatie, idem voor de parkeerbehoefte. Gelet op de inrichting dienen drie parkeerplaatsen op eigen terrein te worden gerealiseerd. Hierbij zijn ruimvoldoende mogelijkheden aanwezig.
Figuur 2.2: Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan (Bron: N+L Landschapsontwerpers)
18
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Hoofdstuk 3
Beleid
3.1 Rijksbeleid 3.1.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee moet ingespeeld worden op de grote uitdagingen die te wachten staan. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste op regionaal niveau worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Duurzaam economisch groeipotentieel. Sterke en gezonde steden en regio's. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren.
In sommige gevallen moeten belangen worden afgewogen en scherper keuzes worden gemaakt. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In voorliggende situatie is er sprake van een lokale ontwikkeling waarmee geen Rijksbelangen zijn gemoeid. Er is dan ook geen sprake van strijd met het Rijksbeleid zoals verwoord in de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft richtlijnen voor de inhoud van bestemmingsplannen voor zover het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang. Deze vorm van normstelling sluit aan op de vroegere planologische kernbeslissingen (pkb's) met concrete beleidsbeslissingen en beslissingen van wezenlijk belang die ook van betekenis waren voor de lagere overheden. De normering uit het Barro werkt zoveel mogelijk direct door op het niveau van de lokale besluitvorming. Bij besluitvorming over bestemmingsplannen moeten de regels worden gerespecteerd. Het merendeel van de regels legt beperkingen op, daarin is een gradatie te onderkennen. Deze zijn geformuleerd als een 'ja-mits', een 'ja, voor zover', een 'nee-tenzij', een 'nee-als' of een stringente 'nee' bepaling. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Het Barro bevat geen regels die van toepassing zijn voor het onderhavige plan. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan.
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
19
3.1.3
Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of er sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). In voorliggend plan is niet sprake van een stedelijke ontwikkeling, maar gaat om het enkel om de sloop van een woning en de nieuwbouw van een woning. Per saldo worden geen extra woningen mogelijk gemaakt maar enkel een verplaatsing van een bestaand woonrecht. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie In voorliggend plan wordt enkel een woning verplaatst en wordt het erf landschappelijk ingericht. Gelet op de jurisprudentie welke de omvang van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' heeft bepaald, wordt gesteld dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling in een uitruil van bestemmingen waarbij per saldo geen toename plaatsvindt.
De ladder vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1
Omgevingsvisie Overijssel
In de Omgevingsvisie schetsen Provinciale Staten hun visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie. Het vizier is daarbij gericht op 2030. Zij geven aan wat volgens hen de ambities en doelstellingen van provinciaal belang zijn en hoe zij Gedeputeerde Staten opdragen deze te realiseren. Het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving staat primair in dienst van de sociaaleconomische ontwikkeling van Overijssel. Dit betekent dat de provincie ruimte wil bieden voor de ontwikkeling van werkgelegenheid en hoogwaardige woonmilieus tot stand willen brengen. Dynamiek ziet de provincie als een kans om de ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid te versterken. Dit wordt gedaan door in te zetten op een evenwichtige afweging van beleidsambities waaronder waterveiligheid, een gezond milieu en goede volksgezondheid. Daarnaast wordt ook gestuurd op het versterken van de waardevolle en karakteristieke kenmerken van het landschap. Om de omgevingsvisie tot uitvoering te brengen bevat deze een uitvoeringsmodel. In dat model staan de stappen 'of', 'waar' en 'hoe' centraal. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing. Soms is deze sturing normstellend, maar meestal is de sturing richtinggevend of inspirerend. 3.2.2
Omgevingsverordening Overijssel
Op 1-1-2024 is de Omgevingsverordening Overijssel 2024 in werking getreden. De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die ruimtelijke onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de 20
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Omgevingsvisie juridisch geborgd is. De Omgevingsverordening richt zich dan ook - net zo breed als de Omgevingsvisie Overijssel - uitsluitend op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. Dit betekent dat regels worden gesteld op het gebied van de ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in de verordening. Waar mogelijk zijn afwijkingsmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Voorliggend plan is getoetst aan de relevante beleidsregels uit de provinciale verordening en worden in de navolgende hoofdstukken beschreven. 3.2.2.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus. Aan de hand van de drie niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling passend is binnen het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. In navolgende afbeelding wordt het uitvoeringsmodel weergegeven.
Figuur 3.1: Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel
De betreffende niveaus worden hierna toegelicht waarbij het plan wordt getoetst aan het betreffende niveau uit het uitvoeringsmodel. 3.2.2.2 Generieke beleidskeuzes (of) Generieke beleidskeuzes vloeien voort uit keuzes van EU, Rijk of provincie. Het zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Als deze beleidskeuzes het gevolg zijn van provinciale keuzes zijn ze verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Bij de afwegingen in de eerste fase 'generieke beleidskeuzes' zijn met name artikelen 4.5 en 4.9 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik. Hieropvolgend wordt aan de artikelen getoetst. 4.5 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik) Lid 1. Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut.
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
21
Toetsing van het initiatief aan artikel 4.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Het initiatief voorziet in het verplaatsen van een bestaande woning waarbij enerzijds agrarische gronden worden omgezet in een woonbestemming en anderzijds de woonbestemming wordt omgezet naar agrarische gronden. Hierbij vindt geen extra belasting op de Groene Omgeving plaats. Daarnaast kan wegens de landschappelijke inpassing geconcludeerd worden dat er een verbetering plaatsvindt ten opzichte van de huidige situatie. Met het verplaatsen van de woning ontstaat een eenduidig en geconcentreerd erfensemble, waarbij de kleinschaligheid en compactheid van het erf behouden blijft. Geconcludeerd wordt dat het initiatief niet strijdig is met het in het artikel bepaalde. Artikel 4.9 (Ruimtelijke kwaliteit) Lid 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (of-, waar- en hoe benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3.
In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 4. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is beruikt bij de ruimtelijke inpassen van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 4.9 van de Omgevingsverordening Overijssel De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een nieuwe landschappelijke inpassing van de gronden. Hierbij zal wegens de landschappelijke inpassing een passend woonerf worden gerealiseerd. Tevens dient te worden opgemerkt dat er sprake is van een zeer kleinschalige ontwikkeling waarbij de belasting gering is, maar wel wordt aangesloten op de gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.2.4 wordt nader op de gebiedskenmerken ingegaan. Op dit punt wordt geconcludeerd dat het initiatief niet strijdig is met bovenstaand artikel. Voor de gehele inpassing wordt verwezen naar Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan.
3.2.2.3 Ontwikkelingsperspectieven (waar) Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. De ontwikkelingsperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst. Voor het voorliggende plan is het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' van toepassing. Hierna wordt nader op dit ontwikkelingsperspectief ingegaan. 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid.
De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing aan het ontwikkelingsperspectief In voorliggende situatie voorziet in het verplaatsen van een woning. Middels enkele landschappelijke inpassingen worden de gebiedskenmerken zowel behouden dan wel versterkt. Hierbij wordt geen extra functie toegevoegd maar enkel een passende verplaatsing van een bestaande functie en gebruik. Gelet op de voorgenomen ontwikkeling vindt een kwalitatieve meerwaarde plaats aangezien er een nieuwe woningg op een passende Gelet op de kleinschaligheid van het voornemen wordt geconcludeerd dat het voornemen in overeenstemming is met de ontwikkelingsperspectieven.
22
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
3.2.2.4 Gebiedskenmerken (hoe) Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De kwaliteitsopgaven en –voorwaarden op basis van gebiedskenmerken kunnen te maken hebben met landschappelijke -inpassing, infrastructuur,- milieuaspecten, bodemaspecten, cultuurhistorie, toeristische en recreatieve aantrekkingskracht, natuur, water, etc. De gebiedskenmerken zijn over het algemeen richtinggevend of inspirerend. De provincie onderscheidt de volgende vier lagen: 1. Natuurlijke laag. 2. Laag van het agrarisch cultuurlandschap. 3. Stedelijke laag. 4. Lust en leisurelaag. Gelet op de ligging van het plangebied in combinatie met het voornemen wordt de 'Stedelijke Laag' en de 'Lust en leisurelaag;' buiten beschouwing gehouden. Dit aangezien er geen gebiedskenmerken van de 'Stedelijke Laag' van toepassing is naast dat het voornemen geen toename oplevert wat betreft het kunstlicht. Hierna wordt nader op de 'Natuurlijke Laag' en de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' ingegaan. Natuurlijke laag De natuurlijke laag is de laag van de bodem, het reliëf, het watersysteem en de natuur die zich hier ‘van nature’ op vestigt. Deze natuurlijke laag is het resultaat van de wisselwerking tussen abiotische (fysische) en biotische factoren en processen.
Zo zorgden ijs-, wind- en waterstromen in Overijssel voor het ontstaan van een afwisselend landschap van stuwwallen, dekzandgronden, beekdalen en natte laagtes en bepaalden de stroomsnelheden van IJssel, Vecht, Regge of Dinkel waar het fijne (komgronden) en waar het grovere sediment (oeverwallen) werd afgezet. En ontwikkelde veen zich daar, waar het water maar moeilijk weg kon. Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkeling op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in de stad en dorp. Het plangebied ligt binnen het gebiedskenmerk 'Dekzandvlakte en ruggen'. In figuur 3.2 is een uitsnede van de Omgevingsvisie opgenomen. Hierna wordt nader op het gebiedskenmerk ingegaan.
Figuur 3.2: Uitsnede 'Natuurlijke laag'(Bron: ruimtelijkeplannen.nl) 'Dekzandvlakte en ruggen'
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
23
De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk, door de wind gevormd, zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/nat gebied. Als ontwikkelingen plaats vinden, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en het watersysteem. Beiden zijn tevens uitgangspunt bij (her)inrichting. Bij ontwikkelingen is de (strekkingsrichting) van het landschap, gevormd door afwisseling van beekdalen en ruggen, het uitgangspunt. Toetsing aan de gebiedskenmerken van de natuurlijke laag De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het verplaatsen van een bestaande woning, ook wordt het plangebied opnieuw landschappelijk ingepast. Ter plaatse van de huidige woning wordt een weiland gerealiseerd met een nieuwe landschappelijke inpassing. Met de landschapsmaatregelen wordt ingezet op beplanting dat past bij de voormalige natuurlijke ondergrond. Tevens is het reliëf ter plaatse, gedurende de bewerking door de jaren heen reeds gewijzigd en is deze zichtbaarheid verdwenen. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Natuurlijke laag'.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap De tweede laag beschrijft het palet van agrarische cultuurlandschappen met hun dragende structuren en nederzettingsvormen. Deze laag is het resultaat van de wisselwerking tussen verschillen in de natuurlijke ondergrond en de manier waarop gebieden in cultuur werden, en worden, gebracht. Door de eeuwen heen is een geschakeerd patroon van akkers, weiden, hooiland en bebouwing (hoeven, kernen en dorpen) gegroeid. Vanouds kennen de nederzettingen een sterke ruimtelijke en functionele relatie met het omliggende landschap. Het agrarisch cultuurlandschap is bij uitstek een gebruikslandschap. Bij de ontwikkeling ervan hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we het agrarisch cultuurlandschap in de loop van de tijd gaan waarderen. Het heeft als ‘consumptielandschap’ voor bewoners, recreanten en toeristen nieuwe betekenis gekregen. Veel mensen hechten aan de rust, de ruimte, de mogelijkheden om te fietsen, wandelen, etc. En aan de kwaliteit: vooral de herkenbaarheid, de contrasten en de afwisseling van verschillende landschapstypen worden gewaardeerd. De landschappelijke structuren zijn belangrijke dragers van de biodiversiteit. In figuur 3.3 is een uitsnede van de Omgevingsvisiekaart Overijssel weergegeven. Het plangebied ligt binnen het gebiedskenmerk 'Oude Hoevenlandschap'.
Figuur 3.3: Uitsnede 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
24
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
'Oude Hoevenlandschap' Het oude hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen 'bezet' waren en een volgende generatie boeren nieuwe ontwikkelingsruimte zocht. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat dezelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaatsvinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' De voorgenomen ontwikkeling heeft een positieve invloed op het voormalige essen- en oude hoevenlandschap'. Dit aangezien er een passend woonperceel wordt verkregen. Tevens zal het plangebied conform de bijbehorende gebiedskenmerken, zichtbaar in Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan worden ingericht. Er wordt gesteld dat de gewenste ontwikkeling in overeenstemming is met de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap'.
3.2.2.5 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de in het voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling niet strijdig is met de uitgangspunten van het provinciale beleid. Het initiatief is in overeenstemming met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en het in de Omgevingsverordening Overijssel verankerde beleid.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1
Omgevingsvisie Tubbergen
De gemeenteraad van de gemeente Tubbergen heeft op 16 maart 2021 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' vastgesteld. Deze visie gaat over de toekomst van de leefomgeving van de gemeente Tubbergen, waarbij wordt ingegaan op diverse thema's (o.a. leefbaarheid, gezondheid, veiligheid en duurzaamheid). De visie geeft aan hoe de gemeente Tubbergen en samenleving willen sturen. Wat moet er behouden worden, wat moet er versterkt worden en wat moet er worden ontwikkeld. De omgevingsvisie 'MijnOmgevingsvisie Tubbergen' gaat uit van vier kernprincipes. Dit zijn manieren van werken: werkwijzen die altijd gelden. De vier principes zijn: 1. We doen het samen. 2. We geven het goede voorbeeld. 3. We wentelen niet af op volgende generaties. 4. We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. De gemeente Tubbergen wil een economisch sterk buitengebied met veel verschillende functies, waarin alle bewoners en gebruikers aan hun trekken komen. Het Twentse landschap is een uniek coulisselandschap met houtwallen, singels, essen, ontginningen, natuurgebieden en landgoederen. Dit landschap draagt in grote mate bij aan de identiteit van de streek. De houtwallen en singels vormen verbindingen van natuurgebied naar natuurgebied die voor veel planten en dieren belangrijk zijn. Kortom zowel mensen als dieren voelen zich hier thuis.
Het is voor iedereen belangrijk om een sterk en mooi buitengebied te behouden. In het buitengebied van Tubbergen komen veel verschillende functies voor die allemaal ruimte nodig hebben. Zoals landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en ook wonen. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Dit zijn bijvoorbeeld de hernieuwbare opwekking van energie en de vraag naar voldoende waterberging. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom het uitgangspunt: de goede functies op de goede plek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een buitengebied met een mooie balans tussen het landgebruik, de leefbaarheid en de kwaliteit van landschap, bodem, water en lucht. Dat maakt het buitengebied sterker en is gunstig voor de leefbaarheid. Dit wordt gedaan samen met de inwoners, partners en de gebruikers. De speerpunten voor het buitengebied zijn; toekomstgerichte agrarische sector waarbij duurzamere landbouw wordt gestimuleerd; goede staat van landschap en biodiversiteit waarbij de gemeente samenwerking zoekt met de landbouw; bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
25
kwalitatief toerisme waarbij groei mogelijk is met respect voor landschap en natuur. Daarnaast is wat betreft wonen het volgende van belang; De gemeente werkt aan de juiste woning op de juiste plek. Dat gebeurt door; het opstellen van de Woonvisie waarin voor de komende jaren een doorkijk gemaakt wordt naar de behoefte en de mogelijkheden op het gebied van wonen. Hierbij wordt de link gelegd naar de ontwikkelingen in het Sociaal Domein; het opstellen van het meerjaren woningbouwprogramma met inbreng vanuit de kernen; de verbinding te leggen met de provinciale woonagenda; het maken van lokaal beleid zoals de nota inbreidingslocatie Toetsing van het initiatief aan mijnOmgevingsvisie Toets Het plangebied is op de Waardenkaart aangeduid met het kernmerk 'lichtgroen - gericht op ontwikkeling door lage waarde en hoge dynamiek'. De omgevingsvisiekaart geeft het volgende weer; Waarden: open met vergezichten; efficiënt agrarisch landschap; kavelsloten; wegen met bomenrijen moderne erfopzet Speel in op: de schaal van het landschap; het agrarische karakter; gemengde functies; bouwwijze en inrichting die in de directe omgeving gebruikelijk is; opgeruimd landschap; geclusterde bebouwing; heldere structuren; verbeteren van de biodiversiteit; vasthouden van water. In voorliggende situatie wordt een woning gesloopt en vindt herbouw op een nieuwe locatie plaats.
Ook wordt het erf voorzien van een kwaliteitsimpuls in de vorm van onderhoud en versterking en wordt het plangebied landschappelijk ingericht. Met de situering van de nieuwe woning ontstaat een heldere erfstructuur en is de bebouwing meer geclusterd ten opzichte van de bestaande situatie. Aan de noordzijde van het erf wordt een nieuwe houtopstand aangeplant. Met het realiseren van de houtopstand wordt aangesloten bij de gebiedswaarde, namelijk wegen met bomenrijen. Als gevolg van de ontwikkeling wordt ook gesteld dat het plangebied meer wordt opgeruimd. Aan de voorkant van het erf wordt namelijk een eenduidig weiland gerealiseerd, waarbij het bestaande hekwerk wordt verwijderd en de discrepantie tussen de bestaande tuin en het naastgelegen grasland wordt opgeheven. Tenslotte wordt ook gesteld dat met de ontwikkeling de biodiversiteit in het plangebied toeneemt. Het plangebied wordt landschappelijk opnieuw ingericht en er wordt een diversiteit aan groen aangeplant, waaronder bomen in de vorm van Linden, Eiken en Beuken. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met mijnOmgevingsvisie Tubbergen en een positieve bijdrage levert aan de omgeving. 3.3.2
Buitengebied met kwaliteit
Het buitengebied van Tubbergen kenmerkt zich door een mix van functies als landbouw, natuur, toerisme en bedrijvigheid, recreatie en wonen. Al deze functies vragen om ruimte. Daarnaast vragen nieuwe functies om ruimte. Al deze functies leggen samen veel druk op het buitengebied. Daarom wordt ook voor de toepassing van de beleidsregel het uitgangspunt gehanteerd; de goede functies op de goede pek. Combinaties van functies zullen nodig zijn, om alles aan bod te laten komen. De gemeente Tubbergen streeft naar een aantrekkelijk en vitaal buitengebied waar een goede balans is tussen landgebruik, ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en economische activiteiten. Om dit te kunnen bereiken beschikt de gemeente over diverse beleidsregelingen zoals bijvoorbeeld Rood voor Rood, Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving, Schuur voor Schuur en het VAB+ beleid. Alle beleidsregelingen hebben de afgelopen jaren op hun eigen wijze een bijdrage geleverd aan een aantrekkelijk en vitaal buitengebied en de doelstellingen van deze regelingen sluiten nog prima aan bij de speerpunten voor het buitengebied zoals geformuleerd in mijnOmgevingsvisie Tubbergen. 26
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Doelstelling Het doel van deze beleidsregel is meervoudig. Enerzijds is deze beleidsregeling bedoeld om de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied in stand te houden en te verbeteren. Anderzijds is het doel van deze beleidsregeling om (economische) ontwikkelingen in het buitengebied mogelijk te maken om zo een bijdrage te leveren aan een vitaal en leefbaar buitengebied. Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Ter plaatse van het plangebied is reeds een woonbestemming van toepassing, waarbij wegens het verplaatsen van een woning en nieuwe landschappelijke inrichting een kwaliteitsverbetering ter plaatse plaatsvindt, passend bij de gebiedskenmerken. Hierbij zal de totale omvang van de woonbestemming ongewijzigd blijven, maar wel passend worden neergelegd waarbinnen de bebouwing wordt gerealiseerd. Per saldo neemt het oppervlakte aan woonbestemming niet toe, naast dat er geen sloopmeters benodigd zijn, aangezien binnen de woonbestemming reeds een woning mogelijk is. Gelet op de kleinschaligheid van het voornemen en het beoogde resultaat wordt gesteld dat er sprake is van overeenstemming met het beleidsstuk Buitengebied met kwaliteit. 3.3.3
Nota omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016
De Nota Omgevingskwaliteit Dinkelland en Tubbergen 2016 bevat het welstandsbeleid voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen. In de nota is het grondgebied opgedeeld in deelgebieden voor de kernen en het buitengebied. Voor elk deelgebied is een waarderingsblad en een ambitiekaart gemaakt. Ieder blad bestaat uit een kaartje van het gebied, een toelichting, en een weergave van de beoogde omgevingskwaliteit dat bij de welstandstoets voor de omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) van toepassing is. Het welstandsbeleid van de gemeentes bestaan uit drie niveaus van omgevingskwaliteit: Basis omgeving Midden omgeving Bijzondere omgeving Het niveau dat van toepassing is geldt voor de algemeen heersende karakteristiek van een gebied. De waarde is dus door de bestaande omgeving bepaald. Het komt voor dat binnen een gebied een gebouw of complex ligt dat zich door de bijzondere kwaliteit onderscheidt. Deze wordt apart genoemd. De welstandsbeoordeling in deze gebieden is gericht op het behouden en versterken van de basiskwaliteiten van de gebieden. Bij de welstandsbeoordeling wordt vooral gekeken of het bouwplan bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving (van hoofdvorm tot materiaal en detail). Afhankelijk van het soort bouwwerk komen de volgende beoordelingsmodellen voor: ‘Ambtelijk’: alleen kleine bouwwerken van- en voor de voorgevel worden getoetst.
Deze toets vindt ambtelijk plaats. Bouwplannen achter de voorgevel zijn toetsvrij. 'Stadsbouwmeester’: de stadsbouwmeester toetst. ‘Q-team’: het Q-team beoordeelt en kan daarbij in overleg treden met de initiatiefnemer en/of ontwerper. Doorwerking op het plan en conclusie Het plangebied ligt in 'Buitengebied - Niveau basis' dat is aangeduid met de licht groene kleur. Hiervoor dient een basisinspanning te worden gedaan zoals nader onderbouwd in Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan waarbij rekening wordt gehouden bij de structuur uit de omgeving. Met de landschappelijke inpassing wordt voorzien in de benodigde basisinspanning. Het plan ligt in lijn met de Nota omgevingskwaliteit. 3.3.4
Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente'
De gemeente Dinkelland heeft de beleidsnota 'De casco-benadering in Noordoost-Twente' vastgesteld. Het Nationaal Landschap Noordoost Twente is een gebied met zeldzame en unieke landschapskwaliteiten. Het is een gebied met stuwwallen, bronnen, beken en fraaie cultuurlandschappen. Kernkwaliteit is het waardevolle cultuurlandschap met een variatie in open en een kleinschalig besloten landschap. Schaalvergroting in de grondgebonden landbouw staat op gespannen voet met deze kleinschaligheid. Het verdwijnen van landschapselementen op perceelsgrenzen tast het kleinschalige groene karakter aan en leidt tot een afname van landschapsdiversiteit. De gemeente Dinkelland heeft samen met de provincie Overijssel en de gemeenten Tubbergen, Losser en Oldenzaal de ambitie uitgesproken om de tendens van schaalvergroting in de grondgebonden landbouw zodanig vorm te geven dat deze niet ten koste gaat van de kwaliteit van het landschap. Om vorm en inhoud te geven aan deze ambitie is een generieke methode ontwikkeld: de casco benadering. Voor de gemeente is de casco-benadering te gebruiken als beoordelingskader voor ingrepen in het landschap. Aan de hand van de casco-kaart kan bezien worden of landschappelijke structuren deel uitmaken van het casco.
Op basis van de casco-kaart kan vastgesteld worden of het landschapselement tot het casco behoort of niet; bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
27
daaruit volgen drie mogelijk aanvragen op basis van het casco, dit zijn: 1. Regulier casco: het te verwijderen element is geen casco en de initiatiefnemer compenseert op een lijn uit de cascokaart. 2. Afwijking van de compensatie: het te verwijderen element is geen casco, maar de initiatiefnemer wil compenseren op een andere plek dan aangegeven op de cascokaart. 3. Afwijking van het casco: het te verwijderen element behoort tot het casco en het te compenseren element ligt of op de cascokaart, zo niet dan is de een aanvraag een combinatie met situatie 2 (afwijking compensatie). Doorwerking op het plan en conclusie In voorliggende situatie wordt enkel een bestaande woning gesloopt en nieuwgebouwd waarbij vervolgens middels een landschappelijke inpassing een passend erf overblijft. Hierbij vindt geen ontwikkeling plaats binnen de zone die vanuit de Nota 'De casco benadering in Noordoost-Twente' is aangeduid. Op basis van vorenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen in overeenstemming is met het casco-beleid.
28
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.
4.2 Bodem 4.2.1
Algemeen
Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. 4.2.2
Onderzoek
Dumea heeft in oktober 2023 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder wordt op de samenvatting en conclusie van het bodemonderzoek ingegaan. Voor de gehele rapportage wordt verwezen naar Bijlage 2 Bodemonderzoek. Op een locatie gelegen aan de Gravendijk 5 te Albergen, kadastraal bekend gemeente: Tubbergen, Sectie: H, nummer(s): 5828 is op 21 september 2023 een verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 uitgevoerd. De locatie betreft een woning met enkele schuren. De onderzoekslocatie bestaat uit een perceel landbouwgrond. De initiatiefnemer is voornemens de bestemming te wijzigen en een woning te realiseren. In het bovengrondmengmonster BM1 en in het ondergrondmengmonster OM1 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 zijn lichte verhogingen kobalt en barium aangetroffen, alsmede een matige verhoging nikkel. Naar aanleiding van deze verhoging is de bestaande peilbuis opnieuw bemonsterd. Uit het analysecertificaat van het her-monster Pb1wm2 blijkt dat er een lichte verhoging nikkel is aangetroffen in het grondwater. Zware metalen worden vaker verhoogd aangetroffen in het grondwater en kunnen van nature verhoogd voorkomen. Tevens kunnen zware metalen in concentratie sterk fluctueren. Nader onderzoek naar de verhoging nikkel wordt niet zinvol geacht.
Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem volstaat.. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht..
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
29
4.3 Water 4.3.1
Algemeen
Een belangrijk instrument om waterbelangen in ruimtelijke plannen te waarborgen is de watertoets, die sinds 1 november 2003 wettelijk is verankerd. Initiatiefnemers zijn verplicht in ruimtelijke plannen een beschrijving op te nemen van de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het doel van de wettelijk verplichte watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.3.1.1 Beleid De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. De waterkwaliteit van alle oppervlaktewateren in een stroomgebied moeten vanaf 2015 aan bepaalde eisen voldoen. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de NOVI en het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen. Het algemeen bestuur van het waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 22 december 2021 het 'Waterbeheerprogramma 2022-2027' vastgesteld.
Het Waterbeheerprogramma 2022-2027 laat zien welke resultaten het waterschap op strategisch en tactisch niveau in zes jaar wil behalen. In het Waterbeheerprogramma wordt aangegeven welke maatregelen en voorzieningen daarvoor getroffen worden en wanneer. De maatregelen in het programma zijn een aanvulling op en uitwerking van maatregelen die al in de waterprogramma’s van het Rijk en de regio zijn opgenomen. Dit Waterbeheerprogramma geeft aan wat de inhoudelijke strategie is om de doelen van het waterschap te verwezenlijken. Deze strategie volgt uit de waarden die het waterschap centraal zet. Deze zijn gericht op het: het centraal zetten van de leefomgeving; zo veel mogelijk zoeken naar samenwerking met partners in het beheergebied van het waterschap, en; het streven naar optimale participatie. 4.3.2
Onderzoek
4.3.2.1 Algemeen Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater en lozingen op het oppervlaktewater). 4.3.2.2 Watertoetsproces Watersysteem In het waterbeheer van de 21e eeuw worden duurzame, veerkrachtige watersystemen nagestreefd. Dit betekent concreet dat droge perioden worden doorstaan zonder droogteschade, vissterfte en stank, en dat in natte perioden geen overlast optreedt door hoge grondwaterstanden of inundaties vanuit oppervlaktewateren. Problemen worden niet afgewenteld op andere gebieden of latere generaties.
Het principe 'eerst vasthouden, dan bergen, dan pas afvoeren' is hierbij leidend. Rijk, provincies en gemeenten hebben in het Nationaal Bestuursakkoord Water doelen vastgelegd voor het op orde brengen van het watersysteem. Afvalwaterketen Het zoveel mogelijk scheiden van vuil en schoon water is belangrijk voor het bereiken van een goede waterkwaliteit. Door te voorkomen dat grote hoeveelheden relatief schoon hemelwater door rioolstelsels worden afgevoerd, neemt het aantal overstorten van verontreinigd rioolwater op oppervlaktewater af en neemt de 30
bestemmingsplan Buitengebied, Gravendijk 5, Albergen
doelmatigheid van de rioolwaterzuivering toe. Hierdoor verbetert zowel de kwaliteit van oppervlaktewateren waarop overstorten plaatsvinden als de kwaliteit van het effluent ontvangende oppervlaktewater. Indien het schone hemelwater door middel van infiltratie in het gebied wordt vastgehouden alvorens het wordt afgevoerd naar oppervlaktewater, draagt dit bovendien bij aan de duurzaamheid van het watersysteem. Vandaar dat het principe 'eerst schoonhouden, dan scheiden, dan pas zuiveren' een belangrijk uitgangspunt is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Als het hemelwater niet wordt aangekoppeld of wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel is oppervlakkige afvoer en infiltreren in de bodem uitgangspunt. Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Wateraspecten plangebied Waterhuishouding Het voornemen loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De plandelen bevinden zich niet binnen een beschermingszone of herinrichtingszone langs een waterloop, primair watergebied, invloedszone zuiveringstechnisch werk of een retentiecompensatiegebied.