CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 19 april 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 12: Bestemmingsplan Rood voor Rood 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse27.205 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan

RVR 4 Locaties, Albergen, Geesteren En Vasse

Status: vastgesteld

Status: Datum: IMRO-Code: Auteur(s):

vastgesteld NL.IMRO.0183.BUIBPRVR4ALGEVA-VG01

RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Inhoudsopgave Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidig planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 8 8 9 13

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Ootmarsumseweg 184 2.2 Monnikenbraakweg 8 2.3 Delmaweg 13 2.4 Beekzijdeweg 31

15 15 15 16 17

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 Inleiding 3.2 Gewenste situatie en ruimtelijke kwaliteit 3.3 Verkeer en parkeren

19 19 19 21

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid

23 23 24

4.3

30

Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Geluid 5.2 Bodemkwaliteit 5.3 Luchtkwaliteit 5.4 Externe veiligheid 5.5 Milieuzonering 5.6 Geur 5.7 Ecologie 5.8 Archeologie & cultuurhistorie 5.9 Besluit milieueffectrapportage

39 39 40 40 41 43 45 47 50 50

Hoofdstuk 6 Wateraspecten 6.1 Vigerend beleid 6.2 Waterparagraaf

53 53 53

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding 7.2 Opzet van de regels 7.3 Verantwoording van de regels

55 55 55 56

Hoofdstuk 8

59

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 9 Vooroverleg 9.1 Vooroverleg

2

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

61 61

Bijlagen bij de toelichting

63

Bijlage 1

Ruimtelijk kwaliteitsplan

64

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

99

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek Ootmarsumseweg 184

123

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek Monnikenbraakweg 8

236

Bijlage 5

Verkennend bodemonderzoek Delmaweg 13

367

Bijlage 6

Verkennend bodemonderzoek Beekzijdeweg 31

443

Bijlage 7

Quickscan natuurwaardenonderzoek

493

Bijlage 8

Watertoetsresultaat Ootmarsumseweg 184

540

Bijlage 9

Watertoetsresultaat Monnikenbraakweg 8

547

Bijlage 10

Watertoetsresultaat Delmaweg 13

554

Bijlage 11

Watertoetsresultaat Beekzijdeweg 31

561

Regels

569

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

571 571 578

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch - 1 Wonen Leiding - Riool Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4

579 579 582 588 590 592

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene Regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels

595 595 596 597 598 599 600 601

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

603 603 604

Bijlagen bij regels

605

Bijlage 1

Erfinrichtingsplan Ootmarsumseweg 184

606

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan Monnikenbraakweg 8

608

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 3

Bijlage 3

Erfinrichtingsplan Delmaweg 13

610

Bijlage 4

Erfinrichtingsplan Beekzijdeweg 31

612

Bijlage 5

Ondergeschikte tweede tak of een deeltijdfunctie

614

Bijlage 6

Quickscan natuurwaardenonderzoek

616

Bijlage 7

Lijst van toegestane evenementen

663

4

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Toelichting

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 5

6

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het voornemen is om aan de Ootmarsumseweg 184 en Monnikenbraakweg 8 te Albergen, de Delmaweg 13 te Geesteren en de Beekzijdeweg 31 te Vasse (allen in de gemeente Tubbergen) landschapsontsierende bebouwing te slopen. Concreet gaat het om de sloop van 960 m² aan de Ootmarsumseweg 184, 861 m² aan de Monnikenbraakweg 8, 560 m² aan de Delmaweg 13 en 810 m² aan de Beekzijdeweg 31. Het totale gezamenlijke sloopoppervlak bedraagt hiermee 3.191 m². Van dit sloopoppervlak wordt 960 m² aan de Ootmarsumseweg 184, 861 m² aan de Monnikenbraakweg 8, 560 m² aan de Delmaweg 13 en 664 m² aan de Beekzijdeweg 31 ingezet in het kader van de Rood voor Rood-regeling. Het totale gezamenlijke sloopoppervlak dat wordt ingezet in het kader van de Rood voor Rood-regeling bedraagt hiermee 3.045 m². Ter compensatie van de sloop van 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing wordt het bouwrecht op een compensatiewoning met bijgebouw verkregen. Het voornemen is om ter plaatse van de slooplocaties aan de Ootmarsumseweg 184, Monnikenbraakweg 8 en Delmaweg 13 een compensatiewoning te realiseren. Het restant van de sloopmeters aan de Beekzijdeweg 31 (146 m²) wordt ingezet om het toegestane oppervlak aan bijgebouwen bij de woning te maximeren op 200 m².

Van het restant van de sloopmeters dat in het kader van de Rood voor Rood-regeling wordt ingezet (45 m²) wordt de helft ingezet om het toegestane oppervlak aan bijgebouwen bij de woning aan de Ootmarsumseweg 184 te verhogen. Als onderdeel van deze Rood voor Rood ontwikkeling worden de bestaande (voormalige agrarische) woningen herbouwd aan de Ootmarsumseweg 184, Monnikenbraakweg 8 en Delmaweg 13. De gemeente Tubbergen heeft besloten om onder voorwaarden medewerking te verlenen aan deze ontwikkeling. Samenvattend bestaat de voorgenomen ontwikkeling uit: Ootmarsumseweg 184 in Albergen de sloop van 906 m² landschapsontsierende bebouwing; de sloop en herbouw van de bestaande woning, inclusief nieuw bijgebouw; de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw in het kader van de Rood voor Rood-regeling; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel. Monnikenbraakweg 8 in Albergen de sloop van 861 m² landschapsontsierende bebouwing; de sloop en herbouw van de bestaande woning, inclusief nieuw bijgebouw; de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw in het kader van de Rood voor Rood-regeling; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel.

Delmaweg 13 in Geesteren de sloop van 560 m² landschapsontsierende bebouwing; de sloop en herbouw van de bestaande woning, inclusief nieuw bijgebouw; de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw in het kader van de Rood voor Rood-regeling; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel. Beekzijdeweg 31 in Vasse de sloop van 810 m² landschapsontsierende bebouwing; de realisatie van een nieuw bijgebouw van circa 146 m², waarmee het totale oppervlakte aan bijgebouwen uitkomt op 200 m²; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan. Een bestemmingsplanherziening is noodzakelijk om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken. bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 7

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een passend juridisch-planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Daarbij wordt aangetoond dat het gewenste plan vanuit ruimtelijk en planologisch oogpunt verantwoord is en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied bestaat uit vier deelgebieden in het buitengebied van de gemeente Tubbergen. In afbeelding 1.1 is de ligging van de vier plandelen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen weergegeven. Voor de exacte ligging en begrenzing van de plandelen wordt verwezen naar de verbeelding bij dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1.1 Ligging van de deelgebieden (Bron: PDOK)

1.3 De bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan "RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (NL.IMRO.0183.BUIBPRVR4ALGEVA-VG01) en een renvooi; regels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

8

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

1.4 Huidig planologisch regime 1.4.1

Algemeen

De plandelen liggen binnen de begrenzing van de bestemmingsplannen “Tubbergen Buitengebied 2016”, “Tubbergen Buitengebied 2016 Veegplan” en "Facetbestemmingsplan parkeren Tubbergen" van de gemeente Tubbergen, die op respectievelijk 23 mei 2016, 15 december 2020 en 28 mei 2018 zijn vastgesteld door de gemeenteraad. Hierna wordt nader ingegaan op de huidige planologische situatie ter plaatse van de individuele plandelen.

1.4.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

1.4.2.1 Ootmarsumseweg 184 In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan voor de Ootmarsumseweg 184 weergegeven. De geldende bestemmingen worden aansluitend kort toegelicht.

Afbeelding 1.2 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen) De locatie beschikt op basis van het geldende bestemmingsplan over de enkelbestemming 'Agrarisch - 1' met bouwvlak. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 4'. Tot slot is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – radarverstoringsgebied' van toepassing. De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het agrarisch gebruik, de uitoefening van een agrarisch bedrijf binnen een bouwvlak en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Ter plaatse mogen binnen het bouwvlak gebouwen worden gebruikt ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. De voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² is in beginsel een omgevingsvergunning vereist. De voor 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim. Ter plaatse zijn uitsluitend bouwwerken toegestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 115 m ten opzichte van NAP. bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 9

1.4.2.2 Monnikenbraakweg 8 In afbeelding 1.3 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan voor de Monnikenbraakweg 8 weergegeven. De geldende bestemmingen worden aansluitend kort toegelicht.

Afbeelding 1.3 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen)

De locatie beschikt op basis van het geldende bestemmingsplan over de enkelbestemming 'Agrarisch Paardenhouderij' met bouwvlak. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 4' en 'Leiding - Riool'. Tot slot is de gebiedsaanduiding 'vrijwaringszone – radarverstoringsgebied' van toepassing. De voor 'Agrarisch - Paardenhouderij' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor bedrijfsgebouwen en overkappingen ten behoeve van gebruiksgerichte paardenhouderijen, al dan niet in combinatie met een agrarische bedrijfsvoering en ondergeschikte manege-activiteiten. De voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² is in beginsel een omgevingsvergunning vereist. De voor 'Leiding - Riool' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een strook ten behoeve van een rioolpersleiding en het onderhoud en beheer daarvan, met de daarbij behorende bouwwerken. In beginsel mogen hier geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd. De voor 'vrijwaringszone - radarverstoringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het vrijhouden van een goed radarbeeld van het luchtruim.

Ter plaatse zijn uitsluitend bouwwerken toegestaan met een bouwhoogte van ten hoogste 115 m ten opzichte van NAP. 1.4.2.3 Delmaweg 13 In afbeelding 1.4 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan voor de Delmaweg 13 weergegeven. De geldende bestemmingen worden aansluitend kort toegelicht.

10

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Afbeelding 1.4 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen)

De locatie beschikt op basis van het geldende bestemmingsplan over de enkelbestemming 'Agrarisch - 1' met bouwvlak. Daarnaast gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 3' en 'Waarde – Archeologie 4'. De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het agrarisch gebruik, de uitoefening van een agrarisch bedrijf binnen een bouwvlak en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, natuurlijke, geomorfologische en cultuurhistorische waarden. Ter plaatse mogen binnen het bouwvlak gebouwen worden gebruikt ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering. De voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² is in beginsel een omgevingsvergunning vereist. De voor 'Waarde – Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 5.000 m² is in beginsel een omgevingsvergunning vereist. 1.4.2.4 Beekzijdeweg 31 In afbeelding 1.5 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan voor de Beekzijdeweg 31 weergegeven. De geldende bestemmingen worden aansluitend kort toegelicht.

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 11

Afbeelding 1.5 Uitsnede verbeelding geldend bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijke Plannen)

De locatie beschikt op basis van het geldende bestemmingsplan over de enkelbestemming 'Wonen' met de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding – monument'. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Tot slot zijn de gebiedsaanduidingen 'overige zone – geen boom- en sierteelt toegestaan' en 'reconstructiewetzone – extensiveringsgebied' van toepassing. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor woonhuizen en bijbehorende bouwwerken. De voor 'specifieke bouwaanduiding - monument' aangeduide gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van monumenten. De voor 'Waarde – Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud van de archeologische waarden. Voor werkzaamheden over een oppervlakte groter dan 2.500 m² is in beginsel een omgevingsvergunning vereist. De voor 'overige zone - geen boom- en sierteelt toegestaan' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het tegengaan van het gebruik van de gronden ten behoeve van sierteelt, boomteelt, houtteelt of overige opgaande teeltvormen, niet zijnde boom- en sierteelt binnen de bouwpercelen.

De voor 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' aangeduide gronden zijn mede bestemd voor het toelaten van verschillende functies naast elkaar, waarbij het bevorderen van de ontwikkeling van landschaps- en natuurwaarden, de realisatie van milieudoelen, en - waar mogelijk - van recreatief gebruik bovengeschikt is aan andere belangen. De intensieve veehouderij wordt beëindigd en/of verplaatst. Overige functies kunnen zich in deze gebieden ontwikkelen, mits er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ontwikkeling van natuur, landschap en wonen. 1.4.3

Strijdigheid

Het realiseren van een extra (compensatie)woning aan de Ootmarsumseweg 184, Monnikenbraakweg 8 en Delmaweg 13, en de gewenste uitbreiding van het oppervlak aan bijgebouwen bij de woning aan de Beekzijdeweg 31 is niet in overeenstemming met de gebruiks- en bouwregels van het geldende bestemmingsplan. Om de volledige ontwikkeling mogelijk te maken dient het bestemmingsplan herzien te worden. Met voorliggend bestemmingsplan wordt een passend juridisch-planologisch kader vastgelegd en wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

12

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat een omschrijving van de gewenste ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Overijssel en de gemeente Tubbergen beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsthema's de revue en hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstukken 7 en 8 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid. Tot slot gaat hoofdstuk 9 in op het vooroverleg.

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 13

14

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit vier deelgebieden. Dit hoofdstuk gaat per deelgebied in op het landschap, de omgeving en de huidige situatie ter plaatse.

2.1 Ootmarsumseweg 184 Deelgebied Ootmarsumseweg 184 bestaat uit een voormalig agrarisch bedrijfsperceel met bijbehorende agrarische bedrijfsgebouwen en cultuurgronden. Het deelgebied ligt circa 400 meter ten oosten van de kern Albergen. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit verspreid gelegen woonpercelen en agrarische bedrijfspercelen in agrarisch gebied. De bebouwing binnen het deelgebied bestaat uit een woning met enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De overige agrarische cultuurgronden zijn ingericht als weiland en tuin. Afbeelding 2.1 toont een weergave van de huidige situatie.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie Ootmarsumseweg 184 (Bron: PDOK)

2.2 Monnikenbraakweg 8 Deelgebied Monnikenbraakweg 8 bestaat uit een voormalige paardenhouderij met bijbehorende agrarische bedrijfsgebouwen en cultuurgronden. Het deelgebied ligt circa 900 meter ten noordoosten van de kern Albergen. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit verspreid gelegen woonpercelen en agrarische bedrijfspercelen in agrarisch gebied. De bebouwing binnen het deelgebied bestaat uit een woning met enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De overige agrarische cultuurgronden zijn ingericht als weiland en tuin. Afbeelding 2.2 toont een weergave van de huidige situatie.

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 15

Afbeelding 2.2 Luchtfoto huidige situatie Monnikenbraakweg 8 (Bron: PDOK)

2.3 Delmaweg 13 Deelgebied Delmaweg 13 bestaat uit een voormalig agrarisch bedrijfsperceel met bijbehorende agrarische bedrijfsgebouwen en cultuurgronden. Het deelgebied ligt circa 1,1 kilometer ten zuidwesten van de kern Geesteren. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit verspreid gelegen woonpercelen en agrarische bedrijfspercelen in agrarisch gebied. De bebouwing binnen het deelgebied bestaat uit een woning met enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen. De overige agrarische cultuurgronden zijn ingericht als weiland en tuin. Afbeelding 2.3 toont een weergave van de huidige situatie.

16

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Afbeelding 2.3 Luchtfoto huidige situatie Delmaweg 13 (Bron: PDOK)

2.4 Beekzijdeweg 31 Deelgebied Beekzijdeweg 31 bestaat uit een woonperceel met bijbehorende (voormalige agrarische bedrijfs-)bebouwing. Het deelgebied ligt circa 900 meter ten zuiden van de kern Vasse. De ruimtelijk-functionele structuur van de omgeving bestaat met name uit bosgebied met verspreid gelegen woonpercelen en agrarische bedrijfspercelen. De bebouwing binnen het deelgebied bestaat uit een woning met enkele voormalige agrarische bedrijfsgebouwen die momenteel dienst doen als bijgebouwen bij de woning. De overige gronden zijn als tuin en groen ingericht. Afbeelding 2.4 toont een weergave van de huidige situatie.

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 17

Afbeelding 2.4 Luchtfoto huidige situatie Beekzijdeweg 31 (Bron: PDOK)

18

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

3.1 Inleiding Zoals reeds in de aanleiding beschreven betreft voorliggende ontwikkeling een Rood voor Rood ontwikkeling waarbij op vier locaties landschapsontsierende bebouwing wordt gesloopt en op drie locaties een extra woning wordt gerealiseerd. Samenvattend bestaat de voorgenomen ontwikkeling uit: Ootmarsumseweg 184 in Albergen de sloop van 906 m² landschapsontsierende bebouwing; de sloop en herbouw van de bestaande woning, inclusief nieuw bijgebouw; de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw in het kader van de Rood voor Rood-regeling; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel. Monnikenbraakweg 8 in Albergen de sloop van 861 m² landschapsontsierende bebouwing; de sloop en herbouw van de bestaande woning, inclusief nieuw bijgebouw; de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw in het kader van de Rood voor Rood-regeling; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel. Delmaweg 13 in Geesteren de sloop van 560 m² landschapsontsierende bebouwing; de sloop en herbouw van de bestaande woning, inclusief nieuw bijgebouw; de realisatie van een compensatiewoning met bijgebouw in het kader van de Rood voor Rood-regeling; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel.

Beekzijdeweg 31 in Vasse de sloop van 810 m² landschapsontsierende bebouwing; de realisatie van een nieuw bijgebouw van circa 146 m², waarmee het totale oppervlakte aan bijgebouwen uitkomt op 200 m²; de landschappelijke inpassing van het nieuwe woonperceel. Van het overschot aan Rood voor Rood sloopmeters (45 m²) wordt op basis van de Rood voor Rood-regeling de helft (22 m²) ingezet om het toegestane oppervlak aan bijgebouwen bij de bestaande woning aan de ootmarsumseweg 184 uit te breiden.

3.2 Gewenste situatie en ruimtelijke kwaliteit Ten behoeve van voorliggende ontwikkeling heeft N+L Landschapsontwerpers een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld. In dit ruimtelijke kwaliteitsplan wordt per plandeel de gewenste situatie beschreven en in beeld gebracht. Daarnaast wordt duidelijk gemaakt hoe de nieuwe woonerven in het omliggende landschap worden ingepast, rekening houdend met de landschappelijke kenmerken van de omgeving en het vigerende beleid. De volgende afbeeldingen tonen per locatie een uitsnede uit het ruimtelijk kwaliteitsplan. Op deze wijze wordt de ontwikkeling per locatie in beeld gebracht. Voor de bijbehorende onderbouwing wordt verwezen naar het volledige ruimtelijk kwaliteitsplan dat als Bijlage 1 bij deze plantoelichting is gevoegd.

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 19

Afbeelding 3.1 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan plandeel Ootmarsumseweg 184 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

Afbeelding 3.2 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan plandeel Monnikenbraakweg 4 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

20

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Afbeelding 3.3 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan plandeel Delmaweg 13 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

Afbeelding 3.4 Uitsnede ruimtelijk kwaliteitsplan plandeel Beekzijdeweg 31 (Bron: N+L Landschapsontwerpers)

3.3 Verkeer en parkeren Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie die ontstaat als gevolg van een nieuwe ontwikkeling. Ter plaatse van de deelgebieden aan de Ootmarsumseweg 184, Monnikenbraakweg 8 en Delmaweg 13, waar bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 21

een compensatiewoning wordt toegevoegd, is sprake van een feitelijke toename van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. vanuit planologisch oogpunt is sprake van een theorethische afname van de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie. Dit vanwege het wegbestemmen van de agrarische bestemmingen ter plaatse. Het parkeren ten behoeve van de compensatiewoningen en de te behouden woningen vindt bij elke van deze plandelen plaats op eigen terrein. Gelet op de omvang van de verschillende woonpercelen is er voldoende ruimte om in de benodigde parkeerplekken te voorzien. De woonpercelen worden veilig op de omliggende wegen ontsloten, waarbij onder andere gebruik wordt gemaakt van de bestaande in- en uitritten. Hiervoor wordt ook verwezen naar de afbeeldingen in de vorige paragraaf en het ruimtelijk kwaliteitsplan dat als Bijlage 1 bij deze plantoelichting is opgenomen. De bestaande wegenstructuur rondom de verschillende plandelen zijn zodanig ingericht dat de verkeersgeneratie in de toekomstige situatie eenvoudig en veilig kan worden afgewikkeld. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat er vanuit verkeerskundig oogpunt geen bezwaren zijn tegen de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

22

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald in de verbeelding en in de regels.

4.1 Rijksbeleid 4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 23

gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. 4.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

4.1.2.1 Algemeen De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ 4.1.2.2 Toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Wat de “Ladder voor duurzame verstedelijking” betreft is onder andere een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van belang. Hierin is uitgesproken dat met de realisatie van 11 woningen niet voorzien wordt in een woningbouwlocatie of andere stedelijk ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (ABRS 16 september 2015, 201501297/1/R4). Voorliggend bestemmingsplan voorziet planologisch gezien in de toevoeging van drie woningen en per saldo een afname van het oppervlak aan bijgebouwen op alle locaties gezamenlijk. Mede gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Geconcludeerd wordt dat in het kader van voorliggend voornemen geen verdere toetsing aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” benodigd is. 4.1.3

Conclusie toetsing aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet in de weg staat.

4.2 Provinciaal beleid Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en de daarbij behorende Omgevingsverordening Overijssel.

24

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

4.2.1

Omgevingsvisie Overijssel

De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maatschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit. Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2

Omgevingsverordening Overijssel

De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving: een ontwikkelingsgerichte aanpak

De provincie wil ontwikkelingen in de Groene omgeving samen laten gaan met een impuls in kwaliteit. Daarom is de 'Kwaliteitsimpuls Groene omgeving' ontwikkelt als een eenduidige bundeling van diverse bestaande regelingen als rood voor rood, rood voor groen, vab's, landgoederen etc. Deze regelingen blijven daarin overigens wel herkenbaar. Er is een eenvoudige werkwijze ontwikkeld om principes van ontwikkelingsplanologie toepasbaar te maken voor sociaaleconomische ontwikkelingen in de Groene omgeving. De basis ligt in de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik, de ontwikkelingsperspectieven en 'Catalogus Gebiedskenmerken'. Ontwikkelingen in de Groene omgeving worden als volgt benaderd: Er wordt ruimte voor sociaaleconomische ontwikkeling geboden als deze ontwikkeling vanuit zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik verantwoord is en in het ontwikkelingsperspectief ter plekke past en volgens de 'Catalogus Gebiedskenmerken' wordt uitgevoerd. Aan de geboden ontwikkelruimte worden dus voorwaarden verbonden om ruimtelijke kwaliteit te handhaven danwel in voorkomende gevallen de gewenste ruimtelijke kwaliteit te kunnen realiseren. Het gaat hierbij in alle gevallen in ieder geval om een goede ruimtelijke inpassing van de ontwikkeling. Eén en ander moet nader worden onderbouwd in een bij het ruimtelijk plan behorende toelichting. 4.2.4

Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

De opgaven, kansen, beleidsambities en ruimtelijke kwaliteitsambities voor de provincie zijn in de Omgevingsvisie Overijssel geschetst in ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Om de ambities van de provincie waar te maken, bevat de Omgevingsvisie een uitvoeringsmodel. Dit model is gebaseerd op drie niveaus, te weten: 1. Of - generieke beleidskeuzes; 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven; 3. Hoe - gebiedskenmerken. Deze begrippen worden hierna nader toegelicht. bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 25

4.2.4.1 Of - Generieke beleidskeuzes Generieke beleidskeuzes zijn keuzes die bepalend zijn voor de vraag of ontwikkelingen nodig dan wel mogelijk zijn. In deze fase wordt beoordeeld of er sprake is van een maatschappelijke opgave. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Andere generieke beleidskeuzes betreffen het voorkomen van overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantoorlocaties. Ook wordt in deze fase de zogenaamde Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking gehanteerd. Deze Overijsselse ladder geeft een nadere invulling aan de vraag hoe de behoefte moet worden bepaald, zowel in de stedelijke als in de groene omgeving, en op welke wijze de regionale afstemming vorm gegeven moet worden. Integraliteit, toekomstbestendigheid, concentratiebeleid, (boven)regionale afstemming en zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik zijn beleidskeuzes die invulling geven aan de Overijsselse ladder voor duurzame verstedelijking. Voor specifieke gebieden in Overijssel geldt dat niet alle initiatieven mogelijk zijn.

Dit heeft te maken met zwaarwegende publieke belangen, Gebiedsspecifieke beleidskeuzes om de zwaarwegende publieke belangen te borgen, zijn: reservering voor waterveiligheid en beperking wateroverlast, drinkwater/grondwaterbeschermingsgebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de Nationale Landschappen en het provinciaal routenetwerk transport gevaarlijke stoffen. 4.2.4.2 Waar - Ontwikkelingsperspectieven Als uit de beoordeling in het kader van de generieke beleidskeuzes blijkt dat de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling aanvaardbaar is, vindt een toets plaats aan de ontwikkelingsperspectieven. In de Omgevingsvisie is een spectrum van zes ontwikkelperspectieven beschreven voor de groene en stedelijke omgeving. Met dit spectrum geeft de provincie ruimte voor het realiseren van de in de visie beschreven beleids- en kwaliteitsambities. De ontwikkelperspectieven geven richting aan wat waar ontwikkeld zou kunnen worden. Daar waar generieke beleidskeuzes een geografische begrenzing hebben, zijn ze consistent doorvertaald in de ontwikkelingsperspectieven. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend en bieden de nodige flexibiliteit voor de toekomst.

4.2.4.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het is de vraag 'hoe' een ontwikkeling invulling krijgt. Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Afbeelding 4.1 geeft dit schematisch weer.

26

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 4.2.5

Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel

Indien het concrete initiatief wordt getoetst aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld. 4.2.5.1 Of- Generieke beleidskeuzes Bij de afwegingen in de eerste fase 'Of- generieke beleidskeuzes' blijkt dat met name de artikelen 2.1.3, lid 1 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit), 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) en artikel 2.2.2 (Realisatie nieuwe woningen) van de Omgevingsverordening Overijssel van belang zijn. Hierna wordt nader op de artikelen ingegaan. Artikel 2.1.3, lid 1

Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik

Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Door het toepassen van de Rood voor Rood-regeling, neemt de hoeveelheid landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied van de gemeente Tubbergen af en worden er drie compensatiewoningen met bijgebouwen op daarvoor geschikte locaties gerealiseerd. Per saldo is geen sprake van extra ruimtebeslag door bouwen en verharden in de groene omgeving, maar juist van een afname. Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening is gehouden met het gestelde in artikel 2.1.3 lid 1. Artikel 2.1.5

Ruimtelijke kwaliteit

In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 27

binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt op basis van de Rood voor Rood-regeling van de gemeente Tubbergen. De Rood-voor-rood-regeling betreft een specifieke uitwerking van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving gericht op de afbraak van landschapsontsierende bebouwing in het buitengebied.

In de hierop volgende paragrafen, en met name in het ruimtelijk kwaliteitsplan dat als Bijlage 1 is opgenomen bij deze plantoelichting, blijkt dat de ontwikkeling bijdraagt aan versterking van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken, hoe toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel, dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het geldende ontwikkelingsperspectief en op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering en de Catalogus Gebiedskenmerken. Op deze plaats wordt de ontwikkeling past binnen het gestelde in artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de omgevingsverordening. Artikel 2.2.2

Realisatie nieuwe woningen

Bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wabo, voorzien uitsluitend in de mogelijkheid tot het realiseren van nieuwe woningen als de behoefte daaraan is aangetoond door middel van actueel onderzoek woningbouw. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.2.2 van de Omgevingsverordening Voorliggende ontwikkeling betreft onder andere de realisatie van drie compensatiewoningen op basis van het Rood voor Rood beleid van de gemeente Tubbergen. De compensatiewoningen voldoen aan de kwalitatieve behoefte in de markt en worden gebouwd voor de lokale behoefte. Zoals uit paragraaf 4.3.2 blijkt is er in de gemeente Tubbergen nog ruimte voor het toevoegen van extra woningen. Voor de drie compensatiewoningen is op basis van de principebesluiten voor deze ontwikkeling ruimte in de woningbouwprogrammering gereserveerd. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming is met artikel 2.2.2 uit de Omgevingsverordening Overijssel. Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.5.2 Waar- Ontwikkelingsperspectieven Ter plaatse van alle plandelen geldt het ontwikkelingsperspectief 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'.

In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen.

28

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap' Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Toetsing van het initiatief aan de 'Ontwikkelingsperspectieven' De realisatie van de compensatiewoningen met bijgebouwen bij bestaande te herbouwen woningen is passend binnen het mixlandschap. Ter plaatse is namelijk ruimte voor een verscheidenheid aan functies, waaronder nieuwe woonfuncties. Voorliggende ontwikkeling is vanuit functioneel en ruimtelijk oogpunt passend.

Voorliggend initiatief gaat uit van het slopen van landschapsontsierende bebouwing, daarnaast worden de betrokken woonpercelen landschappelijk ingepast. Het initiatief draagt dan ook bij aan het behoud en de versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen in het landelijk gebied. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling in overeenstemming is met het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief.

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 29

4.2.5.3 Hoe - Gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De 'Stedelijke laag' wordt in dit geval buiten beschouwing gelaten, aangezien voor de betrokken locaties geen specifieke eigenschappen vanuit deze laag gelden. Hierna wordt per plandeel een opsomming gegeven van de ter plaatse geldende gebiedskenmerken.

1.

Ootmarsumseweg 184

Ter plaatse van het plandeel Ootmarsumseweg 184 gelden de volgende gebiedskenmerken: 'Dekzandvlakte en ruggen' (natuurlijke laag); 'Jong heide- en broekontginningslandschap' (laag van het agrarisch cultuurlandchap); 'Donkerte' (laag van de beleving). 2.

Monnikenbraakweg 8

Ter plaatse van het plandeel Monnikenbraakweg 8 gelden de volgende gebiedskenmerken: 'Dekzandvlakte en ruggen' (natuurlijke laag); 'Jong heide- en broekontginningslandschap' (laag van het agrarisch cultuurlandchap). 3.

Delmaweg 13

Ter plaatse van het plandeel Delmaweg 13 gelden de volgende gebiedskenmerken: 'Dekzandvlakte en ruggen' (natuurlijke laag); 'Jong heide- en broekontginningslandschap' (laag van het agrarisch cultuurlandchap). 4.

Beekzijdeweg 31

Ter plaatse van het plandeel Beekzijdeweg 31 gelden de volgende gebiedskenmerken: 'Stuwwallen' en 'Beekdalen en natte laagtes' (natuurlijke laag); 'Maten en flierenlandschap' (laag van het agrarisch cultuurlandchap); 'Donkerte' (laag van de beleving). In het ruimtelijke kwaliteitsplan dat als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting wordt de ligging van de plandelen binnen de hierboven genoemde gebiedskenmerken in beeld gebracht en nader toegelicht. Bij de uitwerking van de landschappelijke inpassing van de verschillende plandelen is nadrukkelijk rekening gehouden met de geldende gebiedskenmerken en de hieruit voortvloeiende aandachtspunten. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar Bijlage 1. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat voorliggende ontwikkeling in overeenstemming is met de geldende gebiedskenmerken. 4.2.6

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd kan worden dat de in dit voorliggende bestemmingsplan besloten ruimtelijke ontwikkeling in overeenstemming is met het provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3 Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste beleidsdocumenten die van toepassing zijn op de voorgenomen ontwikkeling worden hierna behandeld.

30

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

4.3.1

Mijn omgevingsvisie Tubbergen

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Tubbergen beschikt over een omgevingsvisie. MijnOmgevingsvisie Tubbergen gaat over de toekomst van de leefomgeving; de visie van samenleving én gemeente. Hierin bouwt men verder op de basis die al in proces van MijnDorp gelegd is. De visie gaat namelijk over leefbaarheid van de kernen én over het buitengebied , gezondheid, veiligheid en duurzaamheid. De visie geeft aan hoe de gemeente, samenleving en gemeenteraad, willen sturen; wat men wil behouden, versterken en ontwikkelen. Door inbreng van de samenleving is MijnOmgevingsvisie van ons allemaal!

MijnOmgevingsvisie gaat in op: 1. 2. 3. 4.

de uitdagingen die op de gemeente afkomen (het verhaal achter de speerpunten); hoe men daarop kan inspelen (speerpunten); hoe plannen die bewoners of ondernemers inbrengen worden afgewogen (stappenplan); welke waarden daarbij belangrijk zijn (waardenkaart).

Mijn Omgevingsvisie gaat uit van vier kernprincipes. Kernprincipes zijn manieren van werken; werkwijzen die altijd gelden. Als keuzes worden gemaakt, als plannen worden gemaakt en gewoon als we wonen, leven, ondernemen of verblijven past men de kernprincipes toe. De vier kernprincipes zijn: We doen het samen; We geven het goed voorbeeld; We wentelen niet af op volgende generaties; We combineren zoveel mogelijk functies, zodat de beschikbare ruimte optimaal wordt gebruikt. 4.3.1.2 Speerpunten In de omgevingsvisie zijn speerpunten opgenomen op verschillende thema's. In voorliggend geval is gezien de ontwikkeling met name het thema 'Aantrekkelijk wonen' van belang. Aantrekkelijk wonen De gemeente werkt aan de juiste woning op de juiste plek. Dat gebeurt door: het opstellen van de Woonvisie waarin voor de komende jaren een doorkijk gemaakt wordt naar de behoefte en de mogelijkheden op gebied van wonen. Hierbij wordt de link gelegd naar de ontwikkelingen in het Sociaal Domein; het opstellen van het meerjaren woningbouwprogramma met inbreng vanuit de kernen; de verbinding te leggen met de provinciale woonagenda; het maken van lokaal beleid zoals de nota inbreidingslocaties. Betaalbaar wonen in je eigen gemeente De gemeente wil dat het aantal en de soort woningen in een kern passen bij de vraag. Inwoners moeten voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen.

Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Inbreiden voor uitbreiden Vanuit de gemeente bestaat de wens om binnen de grenzen van een kern bouwen. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het sluiten van een kerk of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijkt de gemeente naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom gaat de gemeente samen met kernen in gesprek om te kijken wat bij elk dorp past. Kijken naar de toekomst Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen. In onze woonvisie kijken we op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. De gemeente probeert erop te sturen dat het aanbod van woningen daarop aansluit. Hierbij wordt de behoeften op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog gehouden. bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse 31

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de structuurvisie Tubbergen In voorliggend geval worden op basis van de gemeentelijke beleidslijn Rood voor Rood, drie compensatiewoningen toegestaan op drie verschillende locaties in het buitengebied van Tubbergen (zie ook paragraaf 4.3.2 van deze toelichting). Deze bouwrechten zijn verkregen als gevolg van het slopen van landschapsontsierende bebouwing ter plaatse van vier locaties. In de regels van voorliggend bestemmingsplan zijn de herbouwmogelijkheden van de landschapsontsierende bebouwing komen te vervallen. Met het voornemen worden de nieuwe woonerven landschappelijk ingepast met een positieve impuls in de ruimtelijke kwaliteit tot gevolg. Voorgenomen ontwikkeling is in lijn met 'Mijn omgevingsvisie Tubbergen'. 4.3.2

Beleidsnotitie Rood voor Rood met gesloten beurs 2014

4.3.2.1 Algemeen De 'Beleidsnotitie Rood voor Rood met gesloten beurs 2014' van de gemeente Tubbergen is op 15 december 2014 vastgesteld. Het hoofddoel is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijke gebied. De realisatie van dit doel vindt plaats door de sloop van landschapsontsierende (agrarische) bedrijfsgebouwen en door overige verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt het plan getoetst aan de van belang zijnde voorwaarden van het inhoudelijk kader. 4.3.2.2 Toetsing van het initiatief aan het inhoudelijk kader 'Beleidsnotitie Rood voor Rood' Relatie sloop en bouwkavel Ter compensatie van onder andere de sloop van minimaal 1.000 m2 aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing kunnen onder voorwaarden één (of meer) bouwkavels voor een woning worden toegekend. In dit geval wordt in het kader van de Rood voor Rood-regeling 3.045 m² gesloopt. Als er een veelvoud van de sloopnorm wordt gesloopt kan, uitsluitend wanneer dit voor het afdekken van de sloopkosten en 30% gecorrigeerde vervangingswaarde noodzakelijk is, een extra bouwkavel voor een woning worden verkregen. Hier is in voorliggend geval sprake van. Dit is aangetoond door middel van sloopoffertes en taxaties. Hiermee ontstaat de mogelijkheid tot de realisatie van maximaal drie compensatiewoningen.

Voor wat betreft de maatvoering van de nieuwe bebouwing wordt aangesloten bij het bestemmingsplan 'Buitengebied 2016' van de gemeente Tubbergen. Zo bedraagt de inhoud van de woning en de daar bijbehorende aangebouwde bijbehorende bouwwerken, niet zijnde overkappingen, ten hoogste 1.000 m³. Bij een woning is in principe maximaal 100 m² aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan. In voorliggend geval wordt hier voor de percelen aan de Ootmarsumseweg 184 en Beekzijdeweg 31 van afgeweken. Ter plaatse is in de nieuwe situatie respectievelijk maximaal 122 en 200 m² toegestaan. Dit wordt qua omvang en uitstraling van de bebouwing en de percelen acceptabel gevonden, mede gezien het overschot aan sloopmeters. De omvang van de compensatiekavels voldoet, met circa 1.200 m², aan het maximum van 1.200 m2. De hiervoor genoemde uitgangspunten zijn doorvertaald op de verbeelding en in de regels van dit bestemmingsplan. Te behouden bijgebouwen In principe geldt dat alle landschapsontsierende bebouwing gesloopt dient te worden. In bepaalde situaties kan hiervan worden afgeweken. Bijvoorbeeld als er sprake is van een geschikte vervolgfunctie voor een gebouw. Het gebouw kan dan behouden blijven. Voorwaarde is wel dat er sprake is van een aanzienlijke verbetering in de ruimtelijke kwaliteit door substantiële sloop op de slooplocatie.

In voorliggend geval wordt alle landschapsontsierende bebouwing gesloopt. Situering bouwkavel en gebiedsdifferentiatie Uitgangspunt is het terugbouwen op de slooplocatie. Hieronder wordt verstaan dat de bouwkavel op de slooplocatie wordt gesitueerd. De compensatiewoningen worden in alle gevallen binnen of in directe aansluiting op de slooplocaties gesitueerd. Hiermee wordt voldaan aan het uitgangspunt van terugbouwen op de slooplocatie. De bouwkavel voor een compensatiewoning mag geen onevenredige aantasting van agrarische en andere belangen in de omgeving veroorzaken. Voorkomen moet worden dat de toekenning van een bouwkavel voor een woning ten koste gaat van het functioneren en de ontwikkelingsmogelijkheden van agrarische bedrijven in de omgeving. 32

bestemmingsplan RVR 4 locaties, Albergen, Geesteren en Vasse

Van aantasting is geen sprake. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 5.5 en 5.6 van dit bestemmingsplan. Tegenprestatie/ compensatie De kwalitatieve inpassing in het landschap dient niet alleen architectonisch, maar ook landschappelijke door middel van een erfinrichtingsplan gewaarborgd te zijn. Het ruimtelijk kwaliteitsplan ten behoeve van voorliggend initiatief is opgenomen in Bijlage 1 van deze toelichting. In dit geval bestaat de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit uit het slopen van landschapsontsierende bebouwing en het landschappelijk inpassen van het plangebied. In Bijlage 1 wordt nader ingegaan op de landschappelijke inpassing van de locatie. Beeldkwaliteit De kwaliteit van de compensatiewoningen dient, conform het Rood voor Rood beleid, gewaarborgd te zijn door een beeldkwaliteitsplan (architectonisch). Gelijktijdig met het bestemmingsplan zal het Rood voor Rood beeldkwaliteitsplan vastgesteld worden. 4.3.3

Woonvisie 2021+

4.3.3.1 Algemeen Het woonbeleid van de gemeente Tubbergen voor de komende jaren is weergegeven in de 'Woonvisie 2021+'. De afgelopen jaren hebben aangetoond dat de woningmarkt zeer dynamisch is. De woonvisie beschrijft daarom de gemeentelijke koers voor de komende jaren, maar er wordt volgende flexibiliteit gehouden om tussentijds bij te sturen, mochten de ontwikkelingen op de woningmarkt daarom vragen. 4.3.3.2 Woningbouw om te voorzien in de vraag 4.3.3.2.1 Platteland in trek; toenemend aantal vestigers De komende jaren wil de gemeente voldoende woningen bouwen om te voorzien in de verwachte vraag. Om dat te bewerkstelligen is het ten eerste zaak om goed inzicht te hebben in die verwachte woningvraag. De afgelopen vijf jaar is het aantal huishoudens in Tubbergen gegroeid met ongeveer +300. Deze groei is mede tot stand gekomen door een positief binnenlands migratiesaldo. Er vestigden zich meer mensen in Tubbergen vanuit andere gemeenten, dan er vertrokken. In de jaren voor 2016 was er nog sprake van een vertrekoverschot. Het zijn vooral jongeren tussen 15 en 25 jaar die de gemeente verlaten. Dat komt voor een belangrijk deel vanwege werk of studie elders. Maar voor een deel van de vertrekkende jongeren speelt het woningaanbod mee.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/794/documents/15597