CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35 (8-9-2022) (1).pdf

Commissie Omgeving en Economie 4 oktober 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 7: Bestemmingsplan Buitengebied Beekzijdeweg 33 en 3525.748 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Een uitsnede van de archeologische verwachtingskaart is in afbeelding 5.3 weergegeven.

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

47

Afbeelding 5.3 Uitsnede gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidskaart (Bron: Gemeente Tubbergen)

5.8.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Beoordeling In dit geval gaat het om nieuwe functies op een historisch erf, waar enkele gebouwen als rijksmonument zijn aangewezen. De gemeente is daardoor bij bepaalde ingrepen verplicht om advies te vragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel erfgoed, die namens de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (RCE) adviseert. Voor de ingrepen zal een monumentenvergunning aangevraagd worden, die door de RCE zal worden getoetst. Overigens is in de plannen uitvoerig rekening gehouden met de rijksmonumentale waarde. De van belang zijnde monumentale aspecten blijven behouden. Uiteindelijk wordt door de ontwikkeling het monumentale landgoed toekomstbestendig behouden en krijgt het een duurzame vervolgfunctie, waarmee eventuele verpaupering voorkomen wordt. 5.8.3

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat er geen archeologisch onderzoek benodigd is en er sprake is van positieve effecten op de cultuurhistorische waarden. Door de nieuwe functie worden monumentale gebouwen namelijk toekomstbestendig behouden.

48

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

5.9 Besluit milieueffectrapportage 5.9.1

Kader

De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of bestemmingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r.. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 5.9.2

Artikel 2.8 lid 1 van de Wet Natuurbescherming

Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 100 meter afstand van het plangebied. Uit de stikstofberekening (paragraaf 5.6) is reeds gebleken dat er geen sprake is van negatieve effecten ten aanzien van het betreffende Natura 2000-gebied. Daarom is geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. 5.9.3

Drempelwaarden Besluit m.e.r.

In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en daarmee geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. In onderdeel D 11.2 van het besluit wordt de “aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen” genoemd. Indien geoordeeld wordt dat sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is mogelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk. Uit jurisprudentie volgt dat het antwoord op de vraag of sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aan de hand van aspecten als aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling gaat uit van een functieverandering van een monumentaal woonerf, waarbij inpandig verblijfsrecreatieve functies worden gerealiseerd. Het gaat om een (zeer) kleinschalige ontwikkeling waarbij het aantal verkeersbewegingen niet (onevenredig) toeneemt.

Verder is, voor zover in dit kader relevant, sprake van een functie die niet leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat ter plaatse van omliggende woningen of een beperking voor andere functies in de directe omgeving. Gelet op het vorenstaande en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in het Besluit m.e.r.. Tevens blijkt uit dit hoofdstuk en hoofdstuk 6 dat dit bestemmingsplan geen belangrijk nadelige milieugevolgen heeft, die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken.

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

49

5.9.4

Conclusie

Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

50

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

Hoofdstuk 6

Wateraspecten

6.1 Vigerend beleid 6.1.1

Europees beleid

De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2

Rijksbeleid

Het Rijksbeleid op het gebied van waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3

Provinciaal beleid

In de Omgevingsvisie Overijssel wordt ruim aandacht besteed aan de wateraspecten. De ambities zijn, naast de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water, gericht op de verbetering van de kwaliteit van de kleinere wateren, de veiligheid, de grondwaterbescherming, bestrijding van wateroverlast, de kwantiteit en kwaliteit van grond- en oppervlakte water en waterbeleving zowel in de groene ruimte als stedelijk gebied. 6.1.4

Waterschap Vechtstromen

Door de invoering van de Kaderrichtlijn Water is Nederland verdeeld in vijf deelstroomgebieden. Het deelstroomgebied Rijn-Oost wordt beheerd door de waterschappen Rijn en IJssel, Vechtstromen, Vallei en Veluwe, Drents Overijsselse Delta en Zuiderzeeland. Om te voldoen aan de eisen van de Kaderrichtlijn Water hebben deze waterschappen een Waterbeheerplan opgesteld. Het algemeen bestuur van waterschap Vechtstromen heeft in de vergadering van 7 oktober het 'Waterbeheerplan 2016-2021' vastgesteld. In het Waterbeheerplan is aangegeven hoe het waterschap zijn taken de komende jaren (2016 tot 2021) wil uitvoeren. In het plan zijn doelen en maatregelen gesteld voor de thema's waterveiligheid, voldoende water, schoon water en het zuiveren van afvalwater. Deze zijn gericht op: voorkomen of beperken van overstromingen, wateroverlast en droogte; beschermen en verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater en het zorgen voor een goed functionerend regionaal watersysteem; het effectief en efficiënt behandelen van afvalwater in de afvalwaterzuiveringsinstallaties.

6.2 Waterparagraaf 6.2.1

Algemeen

Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

51

waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsprocedure

Het waterschap Vechtstromen is geïnformeerd over het voornemen door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft geleid tot de 'normale procedure'. Het afvalwater wordt conform de huidige situatie afgevoerd via de gemeentelijke riolering. Het hemelwater wordt niet aangesloten op de riolering maar afgekoppeld. Op eigen terrein zullen er waterhuishoudkundige voorzieningen worden aangelegd, waardoor het hemelwater op eigen terrein zal infiltreren. Gezien de omvang van het erf en het groen wordt gesteld dat hier voldoende ruimte voor is. Het waterschap adviseert hiermee positief.

52

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

Hoofdstuk 7 Juridische aspecten en planverantwoording 7.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.2 Opzet van de regels 7.2.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.

7.2.2

Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: in de bouwregels worden voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bebouwingsregels geregeld (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Afwijken van de bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels. Specifieke gebruiksregels: in dit artikel is het strijdig gebruik geregeld en zijn de voorwaardelijke verplichtingen opgenomen; Afwijken van de gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven gebruiksmogelijkheden; bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

53

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: omgevingsvergunningenstelsel; Wijzigingsbevoegdheden: onder welke voorwaarden de bestemming mag worden gewijzigd. In paragraaf 7.3 worden de bestemmingen nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. 7.2.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 10) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Hierin wordt in het algemeen ingegaan op het strijdige gebruik en eventuele afwijkingen hiervan. Algemene aanduidingsregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven. Daar waar deze zijn opgenomen kunnen extra voorwaarden ten aanzien van bepaalde aspecten gelden. In dit geval is tevens een algemene aanduidingsregel opgenomen ter bescherming van de monumentale waarde van de rijksmonumenten. Algemene afwijkingsregels (Artikel 14) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 15) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om onderdelen van het bestemmingsplan te wijzigen.

Overige regels (Artikel 16) In dit artikel worden de overige regels beschreven. Hier staan regels ten aanzien van parkeren beschreven. Tevens is in dit artikel de voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opgenomen. Er is bewust gekozen om deze onder de overige regels te scharen, omdat de maatregelen binnen meerdere bestemmingen worden uitgevoerd. 7.2.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.3 Verantwoording van de regels 7.3.1

Bestemmingen

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Agrarisch - 2 (Artikel 3) De gronden rond het woonerf en ter plaatse van het parkeerterrein, behouden de agrarische bestemming. Het gaat om de gronden die mee dienen te worden genomen aangezien ter plaatse landschapsmaatregelen plaatsvinden en de gronden waar het parkeerterrein wordt gesitueerd. De voor 'Agrarisch - 2' aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor het agrarisch gebruik. Tevens is het uitvoeren van erfinrichtingsplannen, inpassingsplannen en/of landschapsplannen toegestaan. Voor het 54

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

parkeerterrein is een specifieke aanduiding opgenomen. Het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan. Er zijn uitsluitend andere bouwwerken toegestaan. Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen, waarin vormen van strijdig gebruik opgenomen zijn. Van deze regels kan op ondergeschikte punten af worden geweken. Er is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden. Specifiek is voor maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van het ruimtelijk kwaliteitsplan een uitzondering opgenomen. Op deze manier is het uitvoeren van het landschapsplan behorend bij dit bestemmingsplan zonder vergunning mogelijk. Bos - Natuur (Artikel 4) De gronden ter plaatse van het bestaande bos zijn conform huidige situatie bestemd met de bestemming Bos-Natuur. Deze gronden zijn met name bestemd voor natuur, bosbouw en houtproductie. Ook zijn ze bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarde. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Wel kan hier van afgeweken worden voor het bouwen van beheergebouwen. Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen, waarin vormen van strijdig gebruik opgenomen zijn. Van deze regels kan op ondergeschikte punten af worden geweken. Er is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden.

Specifiek is voor maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van het ruimtelijk kwaliteitsplan een uitzondering opgenomen. Op deze manier is het uitvoeren van het landschapsplan behorend bij dit bestemmingsplan zonder vergunning mogelijk. Water - 2 (Artikel 5) De gronden ter plaatse van de bestaande beek zijn bestemd met Water – 2. Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor beken, sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen voor de waterafvoer en het behoud van natuurlijke en landschappelijke waarden. Het bouwen van gebouwen is niet toegestaan. Er zijn enkel andere gebouwen toegestaan. Er zijn specifieke gebruiksregels opgenomen, waarin vormen van strijdig gebruik opgenomen zijn. Van deze regels kan op ondergeschikte punten af worden geweken. Er is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werken en werkzaamheden. Specifiek is voor maatregelen die worden uitgevoerd in het kader van het ruimtelijk kwaliteitsplan een uitzondering opgenomen. Op deze manier is het uitvoeren van het landschapsplan behorend bij dit bestemmingsplan zonder vergunning mogelijk. Wonen (Artikel 6) Deze bestemming is opgenomen ter plaatse van het bestaande erf, waarbij het bestaande erf enigszins is vergroot aan de noordzijde. Dit is gedaan aangezien ter plaatse een nieuw bijgebouw en verharding ten behoeve van erfontsluiting, behorend bij het woonerf, worden gerealiseerd.

Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor woonhuizen en verblijfsrecreatie. De verblijfsrecreatie vormt een vorm van maatwerk en is specifiek aangeduid. Tevens zijn aan de verblijfsrecreatie gerelateerde ondergeschikte detailhandel, horeca en dienstverlening toegestaan. De bouwregels maken onderscheid tussen regels voor hoofdgebouwen en aangebouwde bijbehorende bouwwerken, vrijstaande bijbehorende bouwwerken en andere bouwwerken. De regels zijn zoveel mogelijk overgenomen van het nu geldende bestemmingsplan. Specifiek is bepaald dat twee woonhuizen zijn toegestaan en dat als hoofdgebouwen ook gebouwen ten behoeve van verblijfsrecreatie gebouwd mogen worden. Qua maatvoering is voor zowel inhoud, bouw- en goothoogten als dakhelling opgenomen dat de bestaande maatvoeringen tevens toegestaan zijn, wanneer deze afwijken van de standaardbepalingen. Ten aanzien van de vrijstaande bijbehorende bouwwerken is belangrijk dat bepaald is dat maximaal de bestaande oppervlakte is toegestaan. Wel is specifiek bepaald dat het bouwen van een gebouw van 75 m2 ten behoeve van ruimte voor berging en opslag is toegestaan. Hiermee is het plan uitvoerbaar, waarbij er sprake is van het bouwen van één nieuw gebouw van maximaal 50 m2 en voor het overige gebruik maken van bestaande bebouwing. Van de bouwregels kan worden afgeweken op ondergeschikte punten.

In de specifieke gebruiksregels zijn vormen van strijdig gebruik opgenomen. Ook van de specifieke gebruiksregels kan onder voorwaarden afgeweken worden. Waarde - Archeologie 3 en Waarde - Archeologie 4 (Artikel 7 en Artikel 8) Met het oog op het behoud van de archeologische waarden van de gronden zijn de archeologische dubbelbestemmingen opgenomen, conform het geldende bestemmingsplan. Hier is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden nodig, wanneer de grond over een bepaalde oppervlakte en diepte wordt geroerd. bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

55

Waarde - Ecologie (Artikel 9) Deze bestemming is conform geldende situatie overgenomen ter plaatse van het NNN. Gronden met deze bestemming zijn, behalve de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, herstel en de ontwikkeling van de gronden ten behoeve van de instandhouding van het Natuurnetwerk Nederland. Er is een specifiek verbod voor boom- en sierteelt opgenomen.

56

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

Hoofdstuk 8 Economische uitvoerbaarheid Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Ten behoeve van deze ontwikkeling is een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

57

58

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

Hoofdstuk 9

Vooroverleg

9.1 Vooroverleg Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. 9.1.1

Het Rijk

In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat de gewenste ontwikkeling geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2

Provincie Overijssel

Het bestemmingsplan wordt in het kader van vooroverleg aan de provincie Overijssel voorgelegd. 9.1.3

Waterschap Vechtstromen

In het kader van de watertoets heeft een digitale watertoets plaatsgevonden via de website www.dewatertoets.nl. De uitkomsten van deze watertoets hebben geleid tot de 'normale procedure'. Het waterschap geeft in een reactie een positief wateradvies (zie paragraaf 6.2).

9.2 Inspraak Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In dit geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. Initiatiefnemer heeft daarnaast de plannen uitvoerig met de directe omwonenden besproken.

9.3 Zienswijzen Het plan heeft voor een periode van zes weken als ontwerp ter inzage gelegen. In deze periode is er één zienswijze ingediend. De behandeling van de zienswijze heeft geleid tot enkele aanpassingen. In de zienswijzennota, die is opgenomen als Bijlage 6, wordt hier nader op ingegaan. Het vooroverleg is hiermee positief afgerond.

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

59

60

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

Bijlagen toelichting

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

61

Bijlage 1

62

Landschapsvisie

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

Landschapsplan Landgoed Geerdink 9 april 2021, -

\

{D

*'a*,tHlh \hqbiln.*..in*

*

t

:4fi a,

*r -r.lS

"t

fC

tI

it I

.*t I

,

I t

t

tf, I

Buro Greet Bierema, Vriesburgerweg2O, S4T5 EK N ijeholtpade, greetbierema @ pla net. nl

2

Beekzijdeweg 33 Vasse

lnleiding Landschap, boerderij en erf zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar ook de

geschiedenis. Bij een bezoek aan het uitzonderlijke erf komen er zoveel vragen op, dat de beantwoording in verband met de herontwikkeling niet allemaal noodzakelijk zijn. Het is dus de kunst om

voor het landschapsplan de hoofdzakelijke hoofd- en bijzaken van elkaar te scheiden. De analyse van het erf vindt plaats door kaarten te bestuderen, in te kleuren en van

commentaar te voorzien. Het eerste deel van het plan bestaat uit een analyse met tekst en kaarten. Het tweede deel voornamelijk uit schetsen voor het erf. De topografische kaarten kwamen dikwijls tot stand nadat al enige tijd een wijziging had

plaatsgevonden. Daarom gaat het niet zozeer om het jaartal zelf maar om de wijziging op zich. Er zijn sinds L00 jaar enkele vaste punten te benoemen die ruimtelijk van belang zijn. Het jaartal 1905 staat bijvoorbeeld vast, omdat toen een nieuw voorhuis voor de boerderij is

gebouwd ter vervanging van de bovenkamer. Tevens verrees er een nieuwe stal naast het schuurgedeelte van de boerderij. Ook staat vast dat er een tweede bedrijfswoning in een schuur op het achtererf werd toegestaan en dat 23 jaar geleden het eigendom een landgoed werd, waardoor delen openbaar toegankelijk moeten zijn. Andere punten die van belang zijn

komen in dit rapport aan de orde.

3 De transformatie van het bedrijf is al vele jaren geleden geleidelÍjk aan ingezet. Het enkel op

de agrarisch bedrijfsvoering ingerichte boerderij met bijbehorend gebruik van de omgeving was reeds opgehouden toen het gezin Hóvels terugkeerde op de boerderij; het ouderlijk huis van zijn vrouw Ria GeerdinkJohannink. Jos Hóvels had een beroep buitenshuis. Een ligboxenstal werd niet nodig. Wijzigingen in de omgeving werden ondergeschikt uitgevoerd. Behoud en onderhoud stonden voorop, wat zeer goed passend is bij het aangewezen

monumentale erf met de monumenten. En nu dient zich een nieuwe ontwikkeling aan. Behoud van hun landgoed staat bij de familie nog steeds voorop. De nieuwe generatie wil terug keren of tijdelijk kunnen terugkeren naar het erf. Dat kan niet zonder de onbenutte ruimten in twee delen en de twee schuren zakelijk te benutten voor gasten. Het monumentale erf, de uitzonderlijke rust, donkerte en andere kwaliteiten van de omgeving zijn daarbij uitgangspunt. Aansluiten vanuit het specifieke erf op het landschap en het landgoed is daarom geheel logisch. Hoe doen we dat als de diverse familieleden en gasten op het erf te samen komen. Hoe past

dat bij de oude erfstructuur. Hoe kan de buitenruimte worden gebruikt, zonder elkaar in de weg te lopen. Er komen nieuwe functies bij die het erf nooit heeft gehad. Daar is voldoende ruimte voor nodig, wat het erf ook uit balans kan brengen. Zoals het behoud van privacy, parkeren, buiten zitten, sporten of aan yoga doen en wandelen naar alle richtingen. De nieuwe puzzelstukken liggen hierbij op tafel. Er is inmiddels een keuze gemaakt voor de invulling van de bestaande panden op het erf. Dit

gebeurt door de broers Joep en Vincent Hóvels in samenwerking met de architecten Martine Schipper en Hans Douwes. De erfstructuur wordt onderzocht om de relatie tussen binnen en buiten te vinden en vorm te geven. ln sterke wisseling met het omliggende landschap. Het erf is geen weergave van een bepaald tijdsmoment; er zijn juist verschillende tijdsperioden te onderscheiden. Deze worden gezocht om er inspiratie uit te halen en om daarmee de ontwikkeling te kunnen sturen, omdat er een nieuwe tijdslaag aankomt. Alhoewel het erf al in L379 wordt genoemd, begint dit verhaal in 1832. De kaart die te

vinden is op hisgis.nl laat ons zien hoe de gronden werden gebruikt en hoe de gebouwen op het erf stonden en bijna nog steeds staan. Vervolgens worden topografische kaarten gebruikt die te vinden zijn op topotijdreis.nl. Zoals geschreven bestaat het tweede deel van het landschapsplan uit schetsen. In die

schetsen zijn de karakteristieken en de genomen keuzes beschreven. Men zou kunnen zeggen dat de nieuwe organisatie op en van het erf de belangrijkste rol speelt. Na overleg, veldbezoek met en aanbevelingen gegeven door de gemeente op 26 maart 202L

over de nieuwe plannen en de nieuwe routes over het landgoed, is dit rapport afgesloten.

Greet Bierema, landschapsarchitect Buro Greet Bierema, Vriesburgerweg 20, 8475 EK Nijeholtpade, greetbierema@planet.nl

ln 1832 liggen de percelen die behoren bij erve Geerdink, de hooi- en zaailanden, aan weerszijden van een beek. Deze zijn geel over het wit en groen heen ingekleurd. Het erf maakt deel uit van een cluster of lint van erven nabij die beek; de erven Ensink, Masselink, Mensink, Teusink en Wengerink. Erve Geerdink ligt aan de oostzijde van dit cluster en daarna komt er een tijd geen bebouwing meer. Alle boerderijen hebben een bovenkamer en een onderschoer. Aan de noordzijde van het erf ligt het ruimste bosperceel van het cluster. In en aan de rand staan bijgebouwen. Het erf wordt ontsloten aan de westzijde en staat

daarom met de achter- en bedrijfszijde, wat toen gebruikelijk was, naar het westen gekeerd.

5 De topografische kaart uit 1903 laat beter zien hoe het padenpatroon was. Hieruit kunnen

we afleiden dat erve Geerdink op een belangrijk knooppunt ligt tussen Vasse en Ootmarsum. Aan de noordzijde van de boerderij is de driesprong. Tevens laat de kaart zien dat er sprake was van een splitsing in de beek (die hier naar het westen afstroomt) en dat het erf dus aan

de noord- en zuidzijde door een beek werd begrenst. Door de stuw kon men het water in de

weiden aan weerszijden van de beek inlaten: een middeleeuws patroon van vloeiweiden met hoogst waarschijnlijk kalkrijk water. Goed hooi kreeg men erdoor.

6 Bekijken we erve Geerdink nader rond 1903 dan zien we de gelijkwaardigheid van drie zandwegen, de dijkjes die nodig waren voor de grens van de bevloeiingen, de bruggen over de twee beken, de centrale positie van de boerderij met bovenkamer en onderschoer, twee

bijgebouwen langs de beek, een schuur aan de zuidzijde van de bijbehorende bolle enk en een pand ('t Oale Hoes) aan de rand van het bos, met de kaprichting evenwijdig aan de driehoek. De laatste twee gebouwen hebben de mogelijkheid om binnendoor te rijden; een

doorrit. Het erf heeft aan de oost en westzijde geen duidelijk begrenzing; men zou kunnen zeggen dat de invloed zich uitstrekte tussen de twee beken, de stuw en de openbare weg; de Beekzijdeweg. Deze periode blijkt het begin in te luiden van een nieuwe.

+r;it-

,,;r

r

*

I r'' \\\ll

I

, , ,1.,

o ', ,,

tutg Yet^ r P) t r tt' \\ \ (l t\ | |

#-'Lov

, ol lh"s

l1 t

r ar( r

f e8

boS

z-i cl,vt a F 'Voo r_ sevel vav le boer eler4'

= ÍÈt a,tuo'zaoht \Q,,cc...

rye"3

het (zn

CowtrlLbvL ouirsto wA

'..Ír'í,*,

'1 I

Tussen 1903 en 1935 hebben de volgende ontwikkelingen plaatsgevonden, die van invloed

waren voor het erf en het landschap. De boerderij is in totaal verbouwd en vernieuwd en kwam in 1905 gereed. Deze verbouwing zorgde ervoor dat de boerderij later als Rijksmonument is aangewezen. De bovenkamer werd een dwarshuis en er kwam een nieuwe schuur tegen de bestaande aan, zodat er een tweekapsschuur ontstond. Alle zijden van de boerderij kregen een opmerkelijke vormgeving, zeldzaam genoemd. De kenmerkende rode pannen en stenen werden vervangen door zwarte en bruine. Eén schuur langs de beek moest er voor wijken, de andere drie streekeigen bijgebouwen bleven behouden. Als gevolg van de toegenomen zichtbare rijkdom werd er een voortuin/siertuin aangelegd met onder anderen een rode beuk en een magnolia. En ook werd de toen nog licht meanderende beek verweven in die tuin met een kleine overtuin. Zoals de totale boerderij als eenheid werd vernieuwd, zo kreeg ook het totale erf solitaire parkbomen en werd langs het pad parallel aan de beek laanbeplanting aangebracht. Het wordt nog altijd als "laantje" benoemd. De

zichtas in de historisch route door het bos vanuit Ootmarsum kreeg een beëindiging op de voordeur in de nieuwe voorgevel. Waarschijnlijk is daarom de woning naar het noorden iets

uitgebreid. Het erf staat als het ware met één been in de omgeving, maar is met het andere verbonden met de wereld. Niet zo vreemd met een pastoor in de directe familie, die naar Rome reisde. ln de tweede plaats verdween de verbindingsroute met Vasse, maar kwam er een nieuw pad aan de westzijde van het erf bij. En in de derde plaats verdween het gebruik van vloeiweiden door de komst van kunstmest, waardoor één van de twee beken werd gedicht en de dijkjes geen functie meer hadden. Zo'n dijk bleef echter in stand aan de zuidzijde van de beek ter hoogte van het erf. Er is een rij eiken op aangeplant geplant, en ook langs de Beekzijdeweg. ln de vierde plaats is aan het landbouwbedrijf een hoogstamfruitboomgaard toegevoegd, net zo als bij de buren. Dit fruit was bestemd voor de markt en niet voor eigen gebruik. De Enk was er zeer geschikt voor. Het erf is een uitzonderlijke oase in het groen en expres niet meer gelijk aan de buren.

Étn

\ gDnÀ0 . {uitloougtoa I

.tI

itr T.

YLl

eil<e,^

tffm

B De volgende laag in de geschiedenis van het erf is te zien op dezê twee kaarten, uit de

perioden tussen 1980 en 2010. Of men toen alle beplanting op de kaarten wel goed heeft aangegeven is niet duidelijk, maar wel geldt dat ieder reliëf in de weilanden is vlakgeschoven. Het groene lint erven langs de beek wordt aan beiden zijden door grote vlakke ruimten omgeven. Het zicht op het achtererf met de markante achtergevelvan de

boerderij en de twee geflankeerde bijgebouwen is ontstaan. Er is aan het landschap in de noordelijke ruimte een gedenkingsboom als solitair toegevoegd. Op de kaart uit 20L0 is het oorspron kelij ke patroon met stippel lijn en on geveer ingetekend.

Btr t'* I

Ën*rdin Jsh nink r

t,

TJ

Geerdi To t I

i, I

ffi, ink

ffi

rIT de

1iad9

0 De nieuwe laag in de geschiedenis voor het erf ligt voor ons. Mensen van de wereld hebben

behoefte aan rust. Tevens neemt de belangstelling voor cultuurhistorie toe, en dat geldt voor zowelerfgoed als landschap.Ze komen samen. Transformatieplan Nieuwe ontsluiting en porkeren Het smalle 'laantje' is niet geheel geschikt om de toename in verkeer aan te kunnen. Het belast ook de twee aanwonende erven. Daarnaast komt de wens naar voren om het kruisen van privéverkeer en gastenverkeer te stroomlijnen. De oplossing is gevonden in een nieuwe

route. Deels zal deze de oude route naar Vasse volgen en daarmee de situering van de gebouwen op het erf weer duidelijk maken. Het uiterlijk van de route zal dezelfde zijn als de huidige landbouwontsluitingsroute. Voorheen werd er nooit geparkeerd op het erf, want alles stond onder dak. Nu staan er altijd enkele auto's informeel midden op het erf. Daarvoor is ruim voldoende bestrating aangebracht. Als alle gasten met de auto zouden komen dan

zijn 19 parkeerplaatsen noodzakelijk. Deze hoeveelheid brengt het erf uit balans. Ook het parkeren van privé-auto's midden op het erf is met de nieuwe functie niet gewenst. Onthaasten en het landschap beleven kan beginnen als de gasten hun auto op enige afstand parkeren en verder te voet gaan naar het erf. Alle mogelijkheden zijn de revue gepasseerd. De conclusie is om een landschappelijk ingepaste parkeerplaats aan te leggen aan de

noordzijde van het landgoed, in de haakse knik van de nieuwe route en daarmee In de oksel van bestaande beplanting. Nieuwe beplanting met streekeigen struiken moeten de auto's onzichtbaar laten zijn. Parkeren voor de bewoners op het erf wordt eveneens aan deze nieuwe route gekoppeld. Voor mindervaliden en personeel komen enkele parkeerplaatsen tussen de bomen aan de westzijde van de hooischuur. Erfinrichtingsplan Zo'n gaaf erf, dat vraagt om jongleren. De smalle beek, het dijkje langs de beek, de ruime voortuin met de parkbomen, het laantje, de vier parkbomen ( groene beuken) op het

achtererf, de huidige bestrating, de bospercelen, zichtassen en veel gras. Beukenhagen blijken nu semi-openbaar van privé te scheiden. Zelfs de betonplaat voor het mais naast t'Oale Hoes is bijzonder door zijn eenvoud met veel grind in het beton. Uiteindelijk zijn er zes wezenlijke keuzen in het ontwerp van het erf in het landgoed gemaakt: . De scheiding tussen openbaar en privé is niet diffuus, maar volkomen helder. De middelen

zijn daarvoor zo onopvallend mogelijk. Doorgaan op het bestaande patroon met beukenhagen binnen het erf en bladverliezende hagen aan de buitenrand van het erf, zoals

meidoorn, veldesdoorn of haagbeuk. Nieuw zijn de hekwerken en hekken. Ze hebben alleen als doel om de scheiding aan te geven. Dus zo sober mogelijk en niet hoog. Als het niet nodig is, kunnen hekken open staan. Er is nog geen keuze gemaakt voor het soort hek. . De bestrating tussen de boerderij en t' Oale Hoes wordt versmalt naar de breedte van het

oorspronkelijke zandpad. De twee nieuwe bermen worden weer ingezaaid met gras.

t, 1,./

__-_

tl

ï

; vasse

-.1

1' \

tu3 l"yr::iruqÍvoutr "^ï1['^i*

1

i

i

k't j!,int

Bre

*"*,;

\

ln

" o6t"l " zo parLee.rp'("afua^

\\

\.

\.\

\ï

o.d^k/ ,ïenlla:of^

+i

ï,

rt

t SlniVz*

ZI \ *on J l^4

t a

t\

tl Hierdoor komen er twee pleinruimten tot stand: het achtererf en het privéplein van de familie. De boerderij krijgt zijn groene zone rondom het gebouw terug. . De rand van het erf aan de noordzijde krijgt een nieuw aanzien, omdat hierin een nieuwe

functie komt met eigen opritten en parkeerplaatsen. Daar komt ook een werkschuur met bergplaats voor fietsen. Deze schuur heeft houten zwarte wanden en een grijs pannendak, om niet de aandacht te trekken in het beeld. Uitzicht blijft vanuit t'Oale Hoes mogelijk op de herdenkingsboom. De rand van het erf volgt ongeveer de oude route van de gedempte beek. De werkschuur valt daar ook binnen en staat verscholen in de bestaande beplanting, zodat het niet in de invloedsfeer van het voorerf komt. De twee beukenhagen aan weerszijden van de nieuwe route binnen het erf zorgen het gehele jaar door voor privacy, maar ook voor een "nieuw laantje" op het erf. . De beek stroomt langs het erf en behoudt aan weerszijden zijn bijzondere oevers. De

continulteit van de lange lijn is van belang, maar ook de kleine "vertuining" van de oevers van de beek ter hoogte van het voorhuis. Het dijkje aan de zuidzijde van de beek is cultuurhistorisch nadrukkelijk geen houtwal, maar een dijkje met vrijstaande bomen. Het grote voordeel hiervan is, dat het gewenste uitzicht op de grote weide mogelijk blijft. De dam in de beek, tussen de boerderij en de hooischuur is ruimtelijk eveneens van belang. Het geldt voor de lange zichtas, als voor de poort naar gebruik van de weide door gasten aan de zuid- en zonzijde van de beek. Hier ligt ook de mogelijkheid om een nieuw wandelpad als aansluiting op de paden in het bos te maken. het wordt een graspad parallel aan de sloot. . Aan de huidige beplanting rond het erf worden streekeigen struiken toegevoegd. De twee

grote 'kamers' aan weerszijden van het erf worden hiermee onderverdeelt. Die open 'kamers' worden door hoge beplanting begrenst en de relatief veel lagere struiken kunnen voor die onderverdeling van de ruimte zorgen. De struiken rond de nieuwe parkeerplaats worden voortgezet langs de route naar het erf. En ook tussen de sloot en het graspad aan de zuidzijde van het erf. De twee rijen met bladverliezende en besdragende struiken worden niet continu aangeplant, maar hebben hier en daar gaten in de rij. Hierdoor blijft er soms doorzicht. De afwisseling in struiken bestaat uit meidoorn, sleedoorn, kardinaalsmuts, Gelderse roos, vuilboom en hondsroos. Hulst komt niet in deze twee rijen voor, maar juist wel bij de parkeerplaats. Bomen worden ook niet aangeplant. ln de laagte nabij de beek en het erf van de buren en bij het voorerf van de boerderij worden struikwilgen toegevoegd. . Uitruil van grond zal plaats vinden nabij nummer 35. Hierdoor komt er in plaats van

tuinruimte ten noorden van nummer 35 meer ruimte aan de westzijde van het erf. Tussen die uitbreiding en het agrarisch perceel blijft een zone van 4 meter vrij. De tuinuitbreiding wordt in plaats van een beukenhaag nu begrenst door een bladverliezende haag. De ruimte voor de achtergevelvan de boerderij met de parkbomen blijft open, zodat het doorzicht vanaf de openbare weg op de monumentale boerderij blijft bestaan. . Tussen de zij-tuin van het voorerf en de ruimte naast de stal van de boerderij en de beek

komt een groene scheiding.

T

ïB

\o

tr 'fa I c-l Á

-^ar--l,t,+-;j?

r\.

\

t

oor

fi"iJ^j

It

, qr;fe,ef lh / ;il --

'f"

al,

,N

t3

.'l/

-{ /

(-.t

/

-\

)s:

/ ( t:-

\. \-

-/).*

ir,

/V ,/l

/l

/

,'l v

r/

t'

v

W'

t

tt

>l

v

t N

schaal 1:500

é;íTaX bi'arcwa bu,N" r rc

S

a,g

I

Zoz(

l(+

i^ vlor-'l s(e<'\í V

a,rt

oI e

6oeràe(7 a/i/ ,i I

,,,,ffi

tl I

' ,1,i,

--7 I

/ ( '\

\. \

E

/ {{

fr

-/).t

I

rl tl vV

.4r

/

I

/V,/l

/l

í

f

v v \J

v I

schaal 1:500

I,,*rIj

N

T

,

t5 'àuor ( t-+' í^ Àe' íc\uur, i,.- dL boc'l,rt vap' lL weJ

-{

á*TL ,

I

I I I

Wic'uurc

i . Qcttuu-r

I

,, t'r-s e,^ bos

à.1ë,1

; ot^. Vwl. beek ?

(t-.

-\

c^èà Í,-

---..

/

_ '.'í, #-'.-

)s:

?f )\

T}

/ -/\

l'1

.-\-

\ -,

tl /)',-

l/s I

I

v V tti I L

{

I

-ó'

^xvt' I

I

v

v

--, bocLtfr vaw dz-beeK

\

N

T de M srrlr,uur !,* d-L bXr"t-o-tt1 v1 h ?,|/(1^w \'d; aa/-, dz bex.K ybouvÀ

I

t(o

l*erte( /,erde

tu"1i"J

dhq(vuv &u

tanhris c'[,* l' tt n lfa* de oufo- $eo'lt

+ot t^/* 4.r+

u^ deEurc h\

I

-t I

|},'

,(--

qcï

t ?7 /)s: /

í-.r

' [^n

/

-\

/

t€ rn lt

/

Ff,

i, -/i=

I

v

/V,/l v

lr

vvi

//

schaal 1:500

it I

I

v

{ I' v

íu

l\

Yl

oe

-\

%

d$;^'

tl

tr- sc/t^dill pri,re - oPlr^ba^a.c h^n*

l+-

Sneu Sdrq,; dd^'( ?ft'w'* Wbnac w* pLoh^?), / l^orKurck

:.&(

*++'

,rt5/"

affi'"r

*,4wt'

(---. \\

(.r:.

/

/

í

7U

/

:.ii 'r -4

\t

ry>r \

/

.{

-$-

\

V

-4Á

tl

l)'r', {/

í

Èfe^.L

Zulv^àt"4 ,/ l6tufe1" /

/V /l

/

/t

//

I

v

/ru' v

T

I

l:5oo ,, -

b..oV WOt(

II

t

v ..!roer^r- Sd,wi.Aij

lJonLu,^ IreL schaaf

luk

,r

ll + vV È

v/'.e* dL

-+

3

)Sï /

;- >l

r.r .. -ïir:i: r- jy.t: j: ::

N

T

Bijlage 2

80

Landschapsplan

bestemmingsplan Buitengebied, Beekzijdeweg 33 en 35

LANDGOED GEERDINK

L A N D S C H A P S P L A N A L S A A N V U L L I N G O P H E T P L A N VA N B U RO G R E E T B I E R E M A

Landgoed Geerdink BV, definitief, 11 januari 2022

INHOUD

1. INLEIDING 2. NADERE VERKENNING 3. EERSTE BEVINDINGEN 4. INRICHTINGSPLAN LANDSCHAP & ERF 5. BEPLANTINGSPLAN

2

1. INLEIDING

3

Het landschapsplan van Buro Greet Bierema wordt in dit document een stap verder gebracht. De gedachtengang van het concept en de structuur van het erf blijven overeind. Door voortschrijdend inzicht en door aanvullende wensen van de opdrachtgever en gemeente is het plan op onderdelen aangevuld. Dit document geeft hier invulling aan. In het volgende hoofdstuk wordt een nadere verkenning gegeven van het landgoed en erf aan de hand van beeld en tekst. Dit in combinatie met het terreinbezoek legt de basis voor de eerste bevindingen. Deze zijn beschreven en verbeeld in hoofdstuk 3. De eerste bevindingen zijn vertaald in een handschets die is gecommuniceerd met opdrachtgever en gemeente. Handschetsen en referentiebeelden geven maat en richting voor de uitvoering. Dit is vervolgens uitgewerkt in een digitaal inrichtingsplan voor erf en landschap, te vinden in hoofdstuk 4. Topografische kaart met plangrens Landgoed Geerdink

Schets uit het landschapsplan van Buro Greet Bierema

Schetsen uit het landschapsplan van Buro Greet Bierema. Dit document dient als basis voor de verdere uitwerking van dit landschapsplan. Enkele interessante aanknopingspunten: het erfensemble met erfbos, kleine kamp, driesprong en centrum allen geflankeerd door de vloeiweides. Stuw en brug als elementen in dit beeklandschap. De fruitgaard van 1935 en verdwenen landschapselementen. Deze krijgen een plek in de verdere uitwerking van het landschapsplan.

4

Hoofdstuk 5 bestaat uit een beplantingsplan, dat een uitwerking is van het inrichtingsplan. In dit beplantingsplan wordt invulling gegeven aan oppervlaktes, aantallen en maten van ontwerpingrepen op het erf en in het landschap. Het beplantingsplan vormt de basis voor de KGO-berekening.

2. NADERE VERKENNING A L S A A N V U L L I N G O P H E T L A N D S C H A P S P L A N VA N B U RO G R E E T B I E R E M A

5

HISTORIE

Het landschapsplan Landgoed Geerdink door Buro Greet Bierema geeft een uitgebreide (historische) analyse van het landschap en erf. Deze analyse is onderdeel van de uitwerking van het landschapsplan.

6

GEOMORFOLOGIE

Stuwwal

Droogdal

Grondmoreneglooiing

Droogdal Gordeldekzandrug

Gordeldekzandrug Droogdal

Stuwwal

Het plangebied kent zijn onstaansgeschiedenis in de voorlaatste ijstijd (Saalien). Door het ijs is materiaal opgestuwd (stuwwal). Toen het ging smelten zijn de droogdalen ontstaan door erosie, hierin liggen vaak de hedendaagse beekdalen en beken. De grondmoreneglooiing zijn ontstaan toen het ijs zich terugtrok. Hier zit vaak (net als op de stuwwal) keileem in de bodem. De gordeldekzandruggen zijn door verstuiving in de laatste ijstijd ontstaan. Opvallend dus dat beide ijstijden hun sporen hebben nagelaten in dit gebied. Nog opvallender is dat er een droogdal ten zuiden van het erf loopt - deze afvoerende laagte is niet terug te zien op historische kaarten. Dit zou kunnen betekenen dat de beek door mensenhand is omgelegd. Dit droogdal kan een aanleiding zijn voor waterberging. (bron: maps.bodemdata.nl)

7

B O D E M K A A RT

Hoge enkeerdgrond

Laarpodzol

Beekeerdgrond

Laarpodzol

Haarpodzol

Midden door het Landgoed loopt van oost naar west een beekeerdgrond. Dit duidt op een voedselrijkere grond met fluctuerende waterstanden (beekdal). Geflankeerd lopen laarpodzolgronden, dit duidt op permanent of periodieke verzadiging van water (overstromings en infiltratievlaktes van de beek). Ten noorden liggen hoge zwarte enkeerdgronden (esgrond) en ten zuiden haarpodzolgronden (heidegrond). (bron: maps.bodemdata.nl)

8

LUCHTFOTO ZOMER 2019

Landgoed Geerdink in de tweede droge zomer op rij. De droogte geeft oude structuren prijs. In het noordelijke perceel zit onder het ‘platgeschoven’ landschap een vermoedelijke laagte met beek(bodem), te zien aan het donkergroene vlak met daarin kronkelige structuren. Doordat deze beekdalbodem vocht vasthoudt blijft het gras hier in droge tijden groener. (bron: topotijdreis.nll)

9

AHN

Het erve Geerdink ligt op een hogere plek langs de beek en wordt geflankeerd door lager liggende percelen (37 - 38 m NAP). Alles watert in westelijke richting af. Qua waterberging zijn beide percelen interessant vanwege hun ligging naast een beek en omringd door hogere gronden. (bron: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/)

10

L E G G E R WAT E R S C H A P V E C H T S T RO M E N

Plangebied heeft een stuw, dit punt kan een aanleiding zijn voor het inlaten van water in het noordelijke weiland (nader uit te werken met Waterschap). (bron: https://kaarten.vechtstromen.nl/openbaar/)

11

K L I M A ATAT L A S T W E N T E B U I 7 0 M M I N 1 U

Plangebied wat onder water staat na een bui van 70mm in 1u (gebeurt eens in de 100 jaar). Deze kaart geeft aan waar water zich ophoopt (donkerblauw is meer dan 25 centimeter). Hiermee geeft het inzicht waar water ook het langst blijft staan. Dit geeft aanleiding om deze plekken aan te merken als waterbergingsplekken, hier kan het water langer blijven staan en infiltreren in de bodem. Dit is gunstig voor de waterstanden in droge tijden. Maar heeft ook voordelen voor bodem, biodiversiteit en beleving. Interessant om te zien is dat in het zuidelijke perceel een kronkelige structuur te zien is in het droogdal. (bron: https://twn.klimaatatlas.net/)

12

K L I M A ATAT L A S T W E N T E B U I 1 6 0 M M I N 4 8 U

Plangebied wat onder water staat na een bui van 160mm in 48u. Opmerkelijk is dat het plangebied redelijk droog is. Dit zou kunnen komen door de hoge ligging (weinig aanvoer regenwater achterland). Het gebied watert snel af richting het westen door het hoogteverval. (bron: https://twn.klimaatatlas.net/)

13

N AT U U R N E T W E R K N E D E R L A N D E N N 2 0 0 0

Veel structuren zijn onderdeel van Natuur Netwerk Nederland (groen) of N2000 (rood omlijnd). (bron: https://twn.klimaatatlas.net/)

14

CASCO GEMEENTE TUBBERGEN

Onderlegger van landschapstypen, het gehele landgoed ligt in het ‘kampenlandschap’. (bron: https://www.geoportaaloverijssel.nl/)

15

CASCO GEMEENTE TUBBERGEN

Onderdelen van het Casco beleid. (bron: https://www.geoportaaloverijssel.nl/)

16

CASCO NIEUWE ELEMENTEN

Er ligt één element binnen het plangebied wat opgemerkt is als nieuw element (zwart omcirkeld). Hieraan wordt in dit plan invulling gegeven.

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/824/documents/16996