CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage begroting 2025 Tubbergen.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 12 november 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 4: Begroting 2025 Gemeente Tubbergen35.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

€ 173

Bedrag per lediging grote bak

€ 10,60

Bedrag per lediging kleine bak

€ 6,50

Chipkaart lediging verzamelcontainer (bovengronds)

€ 0,85

Chipkaart lediging verzamelcontainer (ondergronds)

€ 1,20

22

De verhoging van het vastrecht met € 6 (van € 167 naar € 173) is vooral een bedrag van ongeveer € 7 een gevolg van de hogere lonen en prijzen, en voor een bedrag van ongeveer € 2 een gevolg van doorwerking van het nieuwe grondstoffenbeleidsplan. Deze totale stijging van € 9 wordt echter voor € 3 gecompenseerd door een lagere doorbelasting vanuit ROVA. Het blijkt namelijk dat we door het goede scheidingsgedrag van onze inwoners minder tonnages restafval aanleveren bij Twence wat leidt tot lagere kosten en dus tot een lagere doorbelasting vanuit ROVA. Met ingang van 1 januari 2024 heeft ROVA het boxenmodel ingevoerd. Dit is het financiële afrekenmodel tussen ROVA en haar gemeenten. Via dit model worden de verschillende typen dienstverlening verantwoord en in rekening gebracht. Het nieuwe boxenmodel kent een grotere transparantie qua kostenopbouw voor de dienstverlening die ROVA haar aandeelhoudende gemeenten biedt. Het financiële nadeel van het nieuwe boxenmodel is reeds vanaf 2024 structureel verwerkt in het tarief Afvalstoffenheffing. In de AvA van december 2023 van ROVA is echter besloten om de financiële afwikkeling van het nieuwe boxenmodel pas in z’n geheel in 2026 door te berekenen aan de gemeenten. Dat betekent in 2024 en 2025 een financieel voordeel voor de Voorziening Afval.

Voorgesteld wordt om voor het jaar 2025 in te stemmen met de verhoging van het vastrecht met € 6 per aansluiting.

De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Water en Rioleringsplan (WRP) 2025-2030. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van klimaatadaptie en grondwaterproblematiek.. De gestegen prijzen (de inflatie) en de hogere rente werken ook door binnen in de ramingen voor onderhoud en vervanging Riool. In totaliteit stijgen de kosten voor het jaar 2025 met ongeveer € 150.000. Dit betekent een stijging van de verschillende tarieven met 6,6%. Voor het belangrijkste tarief - het rioolrecht voor eigenaren betekent dit een stijging van 19,20 naar een bedrag van € 313. Voorgesteld wordt de hoogte van het rioolrecht voor het jaar 2025 te verhogen met een percentage van 6,6%.

Samenvattend ontstaat het volgende beeld van de verschillende tarieven en de lokale lastendruk voor het jaar 2025: Begroting 2025

2022

2023

2024

2025

verschil 20242025 in €

in %

OZB (woning € 345.000)

€ 323,00

€ 358,00

€ 388,00

€ 407,75

€ 19,75

5,1%

Rioolrecht eigenaar

€ 263,80

€ 263,80

€ 293,80

€ 313,00

€ 19,20

6,6%

€ 105,00

€ 133,00

€ 167,00

€ 173,00

€ 6,00

3,6%

Afval - vastrecht

23

- 4 ledigingen restafval (240 liter)

€ 42,40

€ 42,40

€ 42,40

€ 42,40

€ 0,00

0,0%

Totaal

€ 734,20

€ 797,20

€ 891,20

€ 936,15

€ 44,95

5,0%

€ 891,20

€ 936,15

€ 44,95

5,0%

€ -60,00

Lastenverlichting 2023 Totaal

€ 734,20

€ 737,20

Zoals uit vorenstaande tabel blijkt neemt de lokale lasten druk voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning (gemiddelde waarde € 345.000) toe met bijna € 45.

8. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de perspectiefnota 2025. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de perspectiefnota 2025 als vertrekpunt. Beschikbare algemene incidentele middelen - perspectiefnota 2025

€

- Weerstandcapaciteit ratio 1,35 (algemene reserve)

4.697.000

- Reserve coalitieakkoord 2022-2026

3.258.000

- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

1.717.500

Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen

9.672.500

Algemene reserve Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid en een aantal specifieke raadsbesluiten ontstaat het volgende beeld van de algemeen reserve: Stand perspectiefnota 2025

4.697.000

Saldo programmajournaal 2024

341.000

Saldo begroting 2025

374.000

Herziene stand

5.412.000

De berekening van de benodigde weerstandscapaciteit komt uit op een bedrag van € 3,4 miljoen. uitgaande van de vastgestelde ratio komt dit neer op een benodigd bedrag aan weerstandsvermogen van

24

€ 5.100.000. Voor een toelichting op de benodigde weerstandscapaciteit wordt verwezen naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing Uitgaande van de, in deze begroting bepaalde, weerstandscapaciteit en de daaraan gekoppelde ratio van 1,5 moet de stand van de algemene reserve ten minste € 5.100.000 zijn. Conform bestaande beleid wordt het meerdere (het zogenaamde surplus) “afgeroomd” en gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Voor dit jaar komt dat neer op een afroming van € 312.000. Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 312.000 “af te romen” en te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM) In het perspectiefnota 2025 is weergegeven dat de vrije ruimte in deze reserve € 1.717.500 bedraagt. Inmiddels zijn een aantal besluiten genomen wat maakt dat de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen op dit moment het volgende beeld laat zien: Stand perspectiefnota 2025

1.717.500

Bij: surplus algemene reserve

312.000

Af: integratie Heilig Hartschool in de Spil Fleringen

-411.000

Af: grondaankoop Harbrinkhoek

-55.000

Herziene stand

1.563.500

De onttrekking betreffende de integratie van de Heilig Hartschool in de Spil in Fleringen betreft een voorstel van het college aan de gemeenteraad wat ter behandeling voorligt in de raadsvergadering van oktober 2024. Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven mutaties op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Reserve Coalitieakkoord 2022-2026 Er hebben zich sinds het vaststellen van de perspectiefnota 2024 geen mutaties op deze reserve voorgedaan. De stand is en blijft dus € 3.258.000. Wel moet hierbij worden opgemerkt dat de reserve coalitieakkoord behoort tot 1 van de zoekrichtingen die nader worden uitgewerkt. Tijdens de zogenaamde "werksessie"" met de gemeenteraad In het voorjaar van 2025 komt deze reserve nadrukkelijk in beeld. Herziene stand algemene incidentele middelen Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op de genoemde reserves ontstaat het volgende beeld van de algemeen incidentele middelen:

25

Beschikbare algemene incidentele middelen - begroting 2025

€

- Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve)

5.100.000

- Reserve coalitieakkoord 2022-2026

3.258.000

- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

1.563.500

Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen

9.921.500

26

Inleiding ambitiebegroting Zoals reeds is aangegeven in de algemene inleiding heeft deze begroting het coalitieakkoord gemeente Tubbergen 2022-2026 met de naam "En noe, met mekaar, vedan!" als basis. Het zogenaamde ambitiedeel van deze begroting is gebaseerd op de volgende 5 opgaven uit dit coalitieakkoord: •

Leefbare kernen

•

Buitengebied in Balans

•

Leefomgeving van de toekomst

•

Positieve gezondheid

•

Toekomstbestendige gemeente Tubbergen en ambtelijke organisatie Noaberkracht

Deze 5 opgaven zijn in eerste instantie verder beschreven en uitgewerkt in actielijnen en doelen waarna op hoofdlijnen wordt aangegeven hoe we hier een bijdrage aan denken te gaan leveren. Per opgave wordt afgesloten met een financieel overzicht. In dit overzicht zijn ook de beschikbare werkbudgetten opgenomen. Deze behoeven wat algemene toelichting. Binnen het programmabureau wordt een bijdrage geleverd aan het behalen van maatschappelijke effecten. Hier wordt sturing gegeven aan bestuurlijke ambities, veranderopgaven en strategisch inspanningen. Dit komt samen in verschillende programma’s (ambities), waaraan werkbudget is gekoppeld. Het werkbudget wordt ingezet om (externe) advieskosten te dekken en (participatie)processen in de kernen te faciliteren. Daarnaast wordt het werkbudget ingezet voor bekostiging van evenementen, bijeenkomsten, sprekers (en alle bijkomende kosten die daarbij horen). Het werkbudget is in eerste aanleg niet bedoeld als uitvoeringsgeld om projecten zelf te bekostigen. Onder de 5 opgaven wordt indien mogelijk een nadere duiding en verdeling over de jaren gegeven. Dat is echter niet in alle gevallen op voorhand mogelijk om de simpele reden dat we ook afhankelijk zijn van initiatieven vanuit de samenleving en het tempo en enthousiasme waarmee deze initiatieven gaan spelen.

Het beschikbaar hebben van werkbudgetten is met name ook bedoeld om te slagvaardig te kunnen inspelen op de genoemde initiatieven. Om de raad toch op de hoogte van de besteding en bestemming van de werkbudgetten zeggen we toe dat in elk van de komende P&C-documenten (en met name het programmajournaal) verslag wordt gedaan van de bestemming en besteding van de werkbudgetten.

27

Programma Leefbare kernen Inleiding Leefbare kernen Leefbare kernen gaat over het wonen, werken en verblijven in onze kernen. Wij stimuleren kernen waar het aangenaam wonen is, waar bedrijvigheid is en waar mensen werk kunnen vinden. Ruimte voor jeugd en ontwikkeling van talent. Maar vooral ook kernen waar ruimte is om elkaar te ontmoeten en om samen te komen. Kernen met een veilige leefomgeving. We zien onze leefomgeving veranderen. Het wordt moeilijker om voorzieningen in stand te houden. Dit geldt voor winkels, horeca, kerken, kulturhusen, sportvoorzieningen en scholen. Aan de andere kant zien we initiatieven uit de kernen waarbij nieuwe plannen en combinaties van functies ontstaan. Dit maakt de kernen krachtiger. Van oudsher zijn onze inwoners gewend om de leefbaarheid van hun omgeving in eigen hand te nemen en te zorgen dat het er goed vertoeven is. Het versterken van de leefbaarheid van onze kernen wordt door inwoners en gemeente samen opgepakt. We realiseren ons dat het leefbaar houden van de kernen een doorlopende inspanning vraagt. In de huidige vier jaar zullen we vooral inzetten op de meerjarige woningbouwprogrammering, versterking van maatschappelijk vastgoed en het vitaal houden van verblijfsgebieden We vertalen onze ambities naar vier actielijnen: •

Wonen

•

Economie, arbeidsmarkt, 3O’s, Recreatie en vrijetijdseconomie

•

Ruimte en maatschappelijk vastgoed

•

Integrale veiligheid

Actielijn 1 Wonen: Perspectief op woningbouw Wij willen dat het aantal en het type woningen in onze kernen passen bij de vraag. Het uitgangspunt is daarbij dat inwoners voor hun woning zoveel mogelijk in hun eigen gemeente terecht kunnen. Ook is het belangrijk dat woningen voor elke doelgroep bereikbaar en toegankelijk zijn. Vanuit de gemeente willen we bouwen binnen de grenzen van een kern. In de meeste gevallen gaat het om plekken die verbeterd moeten worden of plekken waarvan de bestaande functie vervalt. Denk hierbij aan het verdwijnen van een bedrijf, het transformeren van bestaand vastgoed of het slopen van oude woningen. Als er binnen de kern geen plekken zijn om te bouwen, kijken we naar bouwmogelijkheden aan de rand van een kern. Inbreiding waar het kan, uitbreiding waar het moet. Kernen zijn verschillend in de behoefte aan woningen. Daarom blijven we in gesprek om te kijken wat bij elke kern past. We willen diversiteit in woningbouw. Het gaat hierbij om huur en koop voor verschillende doelgroepen, door elkaar heen gebouwd. We willen inzetten op een nog actiever grondbeleid en gaan de mogelijkheden hiervoor in beeld brengen. Er is verschil in hoeveel en welk soort woningen nu nodig en gewenst zijn en wat de vraag over 15 jaar is. Huidige knelpunten zijn bijvoorbeeld betaalbare woningen voor starters en woningen voor ouderen.

In onze Woonvisie kijken we op basis van onderzoek en gesprekken met alle betrokkenen vooruit op de vraag naar woningen. We proberen te sturen op het aanbod van woningen dat daarop aansluit. Hierbij houden we de behoefte op de lange termijn en de bestaande voorraad in het oog.

Ons doel Wij willen sturen op een meerjarige woningbouwprogrammering. Via ons grondbedrijf treden wij op als ontwikkelaar. Via ons ruimtelijk en planologisch instrumentarium faciliteren wij particuliere initiatiefnemers en projectontwikkelaars. Wij willen het grootste gedeelte van de geprognosticeerde woonbehoefte tot 2030 in de huidige bestuursperiode faciliteren. In 2026 kijken we terug op een woonbeleid dat uitvoeringsgericht is geweest, waarbij in elke kern nieuwe mogelijkheden voor woningbouw zijn ontstaan, passend bij de lokale behoefte.

28

Hoe leveren we een bijdrage aan Perspectief op woningbouw We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •

Aan het stuur zitten. We spannen ons via ons grondbedrijf in om nieuwe woningbouwplannen op de markt te brengen. We zijn proactief, verweven gronden op strategische locaties en zorgen voor een continue planvoorraad en beschikken over een meerjarenprogrammering woningbouw.

•

Faciliterend. We zijn gesprekspartner voor particuliere initiatiefnemers. We adviseren over de ontwikkelkansen van locaties en geven kaders mee voor welke doelgroepen ontwikkeld moet worden.

•

Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We participeren in ontwikkeltrajecten in de kernen toekomstbestendig te zijn. Indien vrijkomende locaties ontstaan, bijvoorbeeld door clustering van vastgoed, onderzoek wij hoe dergelijke locaties kunnen bijdragen aan het woonbeleid.

•

Financieren. Wij stimuleren de herontwikkeling van inbreidingslocaties, ook wanneer herontwikkeling financieel uitdagend is. Door middel van de stimuleringsregeling kunnen wij een bijdrage leveren aan het haalbaar maken van een herontwikkelingslocatie.

Actuele ontwikkelingen In 2025 zal de vraag naar woningen nog steeds groot zijn, waardoor wij onze inspanningen op het gebied van woningbouw actualiseren. Naast een continue woningbouwproductie leggen wij de nadruk op een solide volkshuisvestingsprogramma, waarmee wij de onbalans tussen vraag an aanbod willen minimaliseren. Onze volkshuisvestelijke opgaven gaan over beschikbaarheid, betaalbaarheid en kwaliteit. Aan de hand van deze elementen geven wij sturing aan onze opgaven: Beschikbaarheid: •

Actief grondbeleid zowel voor ontwikkelingen op de korte termijn als strategische aankopen voor langere termijn

•

Voor elke kern perspectief op woningbouw, door zowel gemeentelijke uitgifteplannen, als (particuliere) plannen

•

Kwantitatief woningbouwprogramma waarin we de regionaal afgestemde ruimte voor nieuwbouw maximaliseren

•

Opgave voor huisvesting statushouders onderdeel van meerjarenprogrammering woningbouw

•

Tijdelijke woonvormen op projectbasis

Betaalbaarheid: •

Sturen op de verdeling 30-40-30 (sociaal-betaalbaar-vrij) in nieuwe plannen

•

Versnelling op het realiseren van betaalbare woningen

•

Bij particuliere ontwikkelingen sturen op specifieke oppervlakte kavels en appartementen

•

Aanbestedingsvormen (tenders) waarbij op prijs de markt wordt uitgedaagd om te komen tot betaalbare woonvormen

•

Blijvend hanteren van regelingen zoals starterslening en verzilverlening

Kwaliteit: •

Afstemming met woningbouwstichting voor investeringsopgave sociale woningbouw

•

Woonruimteverdeling (toewerken naar regionale urgentieverordening)

•

Uitvoeringsagenda gestoeld op vastgesteld Woonzorgbeleid

•

Bouwen voor specifieke doelgroepen

29

Voorgaande opgaven zullen onderdeel worden het Volkshuisvestingsprogramma 2025-2028.

Actielijn 2

Economie, arbeidsmarkt, 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie

Het bieden van een economisch perspectief en werkgelegenheid heeft een nauwe relatie met voldoende ontwikkelruimte voor bedrijven en voor locaties waar bedrijven zich kunnen vestigen. Daarbij ligt de nadruk op het behouden en versterken van het lokale bedrijfsleven. Goede vestigingsmogelijkheden voor het bedrijfsleven betekent voldoende en passende bedrijventerreinen in de grote kernen. We geven lokale ondernemers in alle kernen de ruimte door in te zetten op maatwerk. Wij verbinden partijen aan elkaar en helpen met het vinden van de juiste routes. Centraal staan het behoud en de versterking van de bedrijvigheid, de werkgelegenheid en ons verdienvermogen. Er is een collectief belang voor het versterken van de brede economie in Tubbergen en in Twente. Twente in zijn geheel als aantrekkelijke en bereikbare regio voor wonen, werken en recreëren. Hierbij wordt ingezet op samenwerkingen met de ondernemers(verenigingen), verbindingen tussen de 3 O’s (ondernemers, onderwijs, overheid) en het collectieve belang van een brede welvaart. Hierbinnen is veel ruimte voor onze lokale arbeidsmarkt, vrijetijdseconomie en ontwikkeling van talent. Met betrekking tot vrijetijdseconomie zit er nog veel potentie in het economisch perspectief van de sector. Om dit te kunnen verzilveren, willen we blijvend inzetten op het verbeteren van de kwaliteit en de producten die worden geleverd.

Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een sterke economische sector. Wij willen dat ons bedrijfsleven participeert en profiteert van de ontwikkelingen in Noordoost Twente en de regio Twente. Wij verbinden partijen via ons netwerk binnen de 3O’s. Daarnaast herkennen wij in onze gemeente een sterke vorm van vrijetijdseconomie, waarbij wij inzetten op kwalitatief toerisme. In 2026 kijken we terug op: •

Nieuw gerealiseerde bedrijventerreinen in de grote kernen.

•

Een versterkt centrum van de kern Tubbergen (waarbij uitvoering is en wordt gegeven aan het centrumplan 2022).

•

Een goed onderhouden relatie met onze ondernemers inclusief perspectief op wat wij verstaan onder goed centrum/ondernemersmanagement.

•

Een bijdrage geleverd aan talentontwikkeling via de 3 O’s.

•

Een goede balans tussen de landschapskwaliteiten van ons gebied, de leef- en werkomgeving voor inwoners en de groeimogelijkheden van de toeristische sector;

•

Geboden mogelijkheden voor marktconforme en gebiedspassende bedrijvigheid;

•

Uitvoering van projecten en ideeën die gericht zijn op toerisme of dagrecreatie als aanvulling op het bestaande aanbod, gericht zijn op interessante doelgroepen of zorgen voor seizoenverlenging;

•

Ingerichte toeristisch interessante locaties in de kernen en in het buitengebied.

Hoe leveren we een bijdrage aan Economie, arbeidsmarkt en 3 O’s, recreatie en vrijetijdseconomie We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •

Ontwikkelen. We ontwikkelen nieuwe bedrijfsgronden zodat onze lokale ondernemers kunnen uitbreiden en nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen, ontplooien.

•

Verbinden. We zetten ons netwerk in om partijen binnen de regio met elkaar te verbinden.

•

Initiëren. We starten nieuwe projecten met het oog op de toegevoegde waarde voor ondernemers.

30

•

Participeren en stimuleren. We participeren in gebiedsprocessen en stimuleren de doorontwikkeling van centrumgebieden. Ook nemen we daarbij als gemeente een actieve ontwikkelende rol in.

Actuele ontwikkelingen Strategische visie Wij zijn voornemens om in 2025 een economische visie op te leveren. Met een economische visie bepalen we onze koers en ambities voor (idealiter) de periode tot 2030. De markt is onderhevig aan veranderingen en daarom is het belangrijk om vooruit te kijken. De economie van 2030 zal fundamenteel anders zijn dan die van vandaag. Door digitalisering, verduurzaming en innovatieve ontwikkelingen verandert onze omgeving. Daar bereiden we ons op voor. Met deze visie geven we een antwoord op deze ontwikkelingen en willen we bijdragen aan een bloeiende economie. In dit verband willen wij ook nadrukkelijk stilstaan bij wat ons lokaal bindt en wat lokale kernkwaliteiten zijn. Bedrijventerreinen Wat betreft ons economisch perspectief ligt de eerste behoefte bij het kunnen beschikken over nieuwe bedrijfsgronden. We verrichten inspanningen om in de 3 grote kernen nieuwe bedrijventerreinen te kunnen ontwikkelen. De behoefte aan nieuwe bedrijfsgronden is becijferd op basis van lokale (meerjarige) behoefte. Daarover zijn recentelijk in de regio afspraken gemaakt, zodat onze ruimtebehoefte ook in regionaal verband is afgestemd. Inhoudelijk zien wij een uitdaging om nieuwe bedrijvenconcepten planologisch geregeld te krijgen.

We zien dat ondernemers op het raakvlak van detailhandel en bedrijfsmatige activiteiten bedrijfsconcepten doorontwikkelen, waarbij het de vraag is waar dergelijke initiatieven moeten worden gehuisvest (in de centra of op bedrijventerreinen). We ambiëren maatwerk te kunnen leveren. Regionale samenwerking Op bestuurlijk niveau hebben wij in de regio verkend wat onze gezamenlijke ontwikkelkoers kan zijn. Wij zien gecombineerde opgaven waarbij stad en platteland elkaar versterken. Wij willen de kracht en kansen van onze regio benutten en daarbij willen wij de kenmerken en capaciteiten van onze gemeente nadrukkelijk(er) inzetten. Het doel is om gezamenlijk scherp te stellen hoe wij ondersteunend kunnen zijn aan sociaal-economische ontwikkelingen. Wij blijven in 2025 inzetten op regionale samenwerking. Recreatie en toerisme Jaarlijks genieten er veel dagrecreanten en toeristen van een vakantie of een dagje weg in Noordoost Twente. Het aantrekken en ontvangen van de toerist heeft o.a. economische, ecologische en sociale effecten op de gemeente en haar inwoners. Om de komende jaren weloverwogen keuzes te maken, slaan de gemeenten in Noordoost Twente de handen in een. We hebben de ambitie om het gebied als toeristische bestemming te ontwikkelen. We gaan voor een kwalitatieve en integrale aanpak en hebben oog voor diverse domeinen én de leefbaarheid.

Met het ambitiedocument Recratie & Toerisme geven we hier uitvoering aan en worden de volgende 4 lijnen neergezet: •

Beleving en drukte zijn in balans

•

Ons gebieds-DNA is het kostbaarste bezit

•

Het gebied heeft nog ontwikkelruimte voor diverse doelgroepen

•

(Blijven) samenwerken helpt de sector verder

Actielijn 3

Ruimte en maatschappelijke voorzieningen

Vanuit het perspectief van leefbaarheid is het van belang dat er in de kernen ruimte is om elkaar te ontmoeten. Maatschappelijk vastgoed (cultuur, sport, onderwijs) voorziet hierin, maar staat vaak onder druk door een moeizame exploitatie, verouderd vastgoed of kwetsbaarheden in bestuur of beheer. Er is een trend waarneembaar dat maatschappelijk vastgoed in kernen wordt geclusterd op één locatie om voldoende toekomstbestendig te zijn en kruisbestuiving (in zowel organisatie als bezoekers) te bewerkstelligen. Wanneer deze beweging vanuit de samenleving zelf komt, moedigen wij dat aan.

31

De bestaande initiatieven blijven we ondersteunen. Wij horen graag welke ideeën leven en welke opgaven men in de kernen wil aanpakken. Een breed draagvlak is een vereiste. Daarbij vinden wij het belangrijk dat het niet om de stenen zelf gaat, maar vooral om het maatschappelijk effect dat tot stand wordt gebracht als functies worden gecombineerd. Ten aanzien van het maatschappelijk vastgoed herkennen wij de opgaven rondom herbestemming van kerkelijk vastgoed. Als wij een vraag krijgen uit de dorpen, kunnen we het proces faciliteren. Hierbij vinden wij draagvlak in de kernen belangrijk.

Ons doel Wij willen een bijdrage leveren aan een robuust voorzieningenniveau. Wij zijn van mening dat maatschappelijk vastgoed duurzaam moet worden geëxploiteerd en dat kan het beste tot stand komen vanuit de kernen zelf. Wij dragen bij door te adviseren en processen te ondersteunen. In 2026 kijken we terug op: •

Kansrijke clustering van voorzieningen met een duurzaam perspectief op exploitatie en beheer.

•

Effectieve regeling verduurzaming vastgoed.

•

Een goede samenwerking in en met onze kernen bij vraagstukken waarbij onderwijs, cultuur, sport en aanpalende (commerciële) dienstverlening wordt gecombineerd.

Hoe leveren we een bijdrage aan Ruimte en maatschappelijke voorzieningen We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •

Faciliteren en inbrengen van kennis. Wij ondersteunen de kernen waarin processen tot stand komen om maatschappelijk vastgoed te vernieuwen en toekomstbestendig te maken. Wij participeren in projectgronden en brengen kennis in.

•

Subsidiëren en financieren. Wij leveren een financiële bijdrage aan het toekomstbestendig maken van maatschappelijk vastgoed. Enerzijds via subsidieregelingen. Anderzijds via investeringsbijdragen. De basis voor onze financiële steun is het maatschappelijk effect dat teweeg wordt gebracht met voorgenomen plannen en het profijt voor de inwoners dat hiermee in de kernen tot stand wordt gebracht.

Actuele ontwikkelingen De clustering van maatschappelijk vastgoed heeft de laatste jaren geleid tot verschillende plannen. Wij zijn voorstander van deze clustering zodat de toekomstbestendigheid van de kernen ten aanzien van het voorzieningenniveau kan worden geborgd. Naast het behalen van onze ambities op het gebied van maatschappelijk rendement, draagvlak en positieve gezondheid, moet ook de haalbaarheid en betaalbaarheid van deze initiatieven realistisch zijn. Onze werkwijze en toekomstperspectief zetten wij uiteen in ons "Strategisch accommodatiebeleid voor maatschappelijke voorzieningen", waarin wij ingaan op de volgende elementen: •

Sluitende definitie welke accommodatie vallen onder 'maatschappelijke voorzieningen

•

Rolneming private eigenaar, beheerder of stichting (als initiatiefnemer en verantwoordelijke)

•

Rolneming gemeente (duiding van partnership)

•

Mate waarin voorziening kan voldoen aan beleidsdoelen sociaal domein en vastgoedbeleid inclusief duurzaamheid

•

Waarde voorziening in relatie tot demografie, kansengelijkheid, toekomstwaarde

•

Realiteitsgehalte en doelmatigheid van de voorziening in relatie tot de investering

•

Investeringsraming en exploitatielast in relatie tot volhoudbaarheid

•

Verhouding gemeentelijke bijdrage tot externe financiering en zelfwerkzaamheid

32

•

Toekomstperspectief en verwachtingen inclusief meerjarenplanning

Actielijn 4

Integrale veiligheid

Tubbergen is al jarenlang een van de veiligste gemeentes van ons land. Dit willen we graag zo houden. Op het gebied van veiligheid spelen uiteenlopende vraagstukken, van woonoverlast en jeugdcriminaliteit tot verkeersveiligheid, huiselijk geweld en ondermijnende criminaliteit. Dit complexe terrein kent niet alleen veel vraagstukken, partijen en instrumenten, maar ook tal van verbindingen met ander gemeentelijk en regionaal beleid. We hebben de behoefte om focus aan te brengen in dit speelveld en de speerpunten in nieuw integraal veiligheidsbeleid met een uitvoeringsprogramma vorm te geven. Daarbij zien wij als gemeente een regierol. Wij zorgen voor afstemming met onze inwoners en (veiligheids)partners, zoals politie en het openbaar ministerie. Afhankelijk van het onderwerp worden ook andere partijen betrokken, zoals scholen, sociale (wijk)teams, ondernemers en de brandweer. Op het vlak van veiligheid is een verschuiving gaande naar andere criminaliteitsvormen, zoals ondermijning (inclusief zorgfraude) en cybercriminaliteit. Om te zorgen dat de gemeente Tubbergen hoog blijft scoren op het gebied van veiligheid, zal ook in de aankomende periode op het thema ondermijning worden ingezet. Naast de doorontwikkeling van de lokale aanpak ondermijning is een gemeentegrensoverschrijdende aanpak nodig. Wij willen als samenleving weerbaarder worden en onze inwoners daarover informeren.

Wij houden de voedingsbodem voor ondermijnende activiteiten zo klein mogelijk.

Ons doel Wij willen een van de veiligste gemeenten van Nederland blijven. Wij hebben vertrouwen in onze huidige aanpak en in de cultuur die onze inwoners in zich dragen. Wij willen de komende periode de nadruk leggen op een viertal overstijgende thema’s, gebaseerd op de laatste burgerpeiling veiligheid (2021). In 2026 kijken we terug op: •

Een meer integrale aanpak van veiligheidsvraagstukken.

•

Een strategisch meerjarenperspectief op het thema veiligheid.

•

Uitlijning van onze lokale inspanningen met regionale inspanningen.

Hoe leveren we een bijdrage aan Integrale veiligheid We willen als gemeente als volgt werken aan een het perspectief op woningbouw: •

Strategische agenda. Wij sturen op strategisch niveau. De uitkomsten van de burgerpeiling Veiligheid zijn leidend bij het vormen van onze strategische agenda. Wij zijn koersvast in het volgen van deze agenda en gebruiken onze koers om ook deze vraagstukken op andere overlegtafels te agenderen (veiligheidspartners).

•

Rollen en bevoegdheden. Wij geven inzicht in waar verantwoordelijkheden liggen. Welke bevoegdheden heeft de raad? Welke besluiten neemt de burgemeester? Wat is de verhouding tussen gemeentelijke taken, regionale taken en overstijgende verantwoordelijkheden (politie).

Actuele ontwikkelingen Het Integrale Veiligheidsplan (IVP) is door de raad vastgesteld. Het behouden van focus op de doelen van het IVP en het opstellen van uitvoeringsplannen behoort tot de basisbegroting onder het Programma Veiligheid.

Financiën Leefbare kernen Werkbudget leefbare kernen In de begroting 2023 is een bedrag van €400.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

33

We verwachten in 2024 nog uitgaven voor het “Volkshuisvestingprogramma” en “Samenwerking Uelsen”. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €75.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Werkbudget bedrijfsuitbreiding In de jaarstukken 2023 hebben we aangegeven een bedrag van €20.000 van het “werkbudget leefbare kernen” af te splitsen. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €1.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Stimuleringsregeling In de begroting 2023 is een bedrag van €600.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”. In de perspectiefnota 2024 is €200.000 van “Inbreiding voor uitbreiding” toegevoegd aan de Stimuleringsregeling. Totaal is daardoor €800.000 beschikbaar. In het financiële hoofdstuk van deze begroting is voorgesteld dit budget met €200.000 te verlagen. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €200.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Instellen fonds arbeidsmarkt/3O's In de begroting 2023 is een bedrag van €150.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

De te verwachten uitgaven over de gehele coalitieperiode betreft met name de doorontwikkeling van de Innovatiehub Tubbergen en “samenwerking onderwijs”. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €15.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

34

Evaluatie centrummanagement In de begroting 2023 is een bedrag van €100.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

We verwachten uitgaven over de gehele coalitieperiode voor de centrummanager. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €40.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Werkbudget recreatie en toerisme In de begroting 2023 is een bedrag van €280.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

We verwachten nog uitgaven voor de uitvoeringskosten voortkomend uit het ambitiedocument “Toerisme en Recreatie Tubbergen en Dinkelland”. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €100.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Werkbudget maatschappelijk vastgoed In de begroting 2023 is, voor de gehele coalitieperiode, een bedrag van €75.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

35

We verwachten nog uitgaven voor “binnensportaccommodaties NOT gemeentes”. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €30.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Centrumplein Geesteren In de begroting 2024 is een bedrag van €400.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

We stellen voor in de jaarschijf 2025 €300.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. Vitaal Geesteren (sport- en gezondheidscluster) In de begroting 2024 is een bedrag van €1.000.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

36

Voor de jaarschijf 2025 stellen we voor €1.000.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022– 2026”. MFA Langeveen In de begroting 2024 is een bedrag van €2.900.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

Voor de jaarschijf 2025 stellen we voor €2.900.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022– 2026”. Reutum gymzaal groot onderhoud In de begroting 2022 is een eerste budget van €85.000 beschikbaar gesteld voor de vervanging van de dakbedekking. In de begroting 2024 is €65.000 extra beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve Maatschappelijk Akkoord Tubbergen”. In het programmajournaal 2024 hebben we het totale budget gekoppeld aan de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

Voor de jaarschijf 2025 stellen we voor €150.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”. H Hartschool kulturhus “de Spil” Fleringen Voor het gebouw en de openbare ruimte hebben we in 2022 voor een bedrag van respectievelijk €1.150.000 (gebouw) en €80.000 (openbare ruimte) aan investeringen opgevoerd.

37

In de begroting 2024 is, de bijdrage in de investering onderwijshuisvesting, op basis van de definitieve kostenraming verhoogd met €300.000. In de jaarrekening 2024 gaat het restant van deze investering over naar 2025.

In de jaarrekening 2024 gaat het restant van deze investering over naar 2025.

38

Programma Buitengebied in Balans Inleiding Buitengebied in Balans Buitengebied in Balans gaat in essentie over de economische ontwikkelingen in het buitengebied, in samenhang met de leefbaarheid en behoud natuur. Tubbergen zet de komende jaren in op een realistische balans tussen een duurzame, toekomstgerichte agrarische sector, de kwaliteit van natuur, landschap en biodiversiteit en economische potenties van de toeristische sector. De optelsom van alle ontwikkelingen leidt de komende decennia tot een transitie van het landelijk gebied. Uiteindelijk laten we ons buitengebied er in alle opzichten sterker uit komen. We voorzien de ambitie met betrekking tot het buitengebied en de hieraan verbonden GGA-NOT (Gebiedsgerichte Aanpak Noordoost-Twente) van een dynamische agenda. Dit doen we in een samenspel met onze inwoners, onze partners en de gebruikers. Frequent leiden nieuwe inzichten en regelgeving tot aanvullingen en wijzigingen op deze agenda. Indien nodig worden deze ook financieel vertaald. We realiseren ons dat de transitie van het buitengebied vele jaren, en dus meerdere raadsperioden, in beslag zal nemen. In de huidige vier jaar zal vooral de veranderrichting worden bepaald en een start worden gemaakt met de concrete gebiedsprocessen. We vertalen onze ambities naar twee thema’s: • •

De agrarische sector Landschap en natuur

Actielijn 1 Agrarische sector: Perspectief bieden aan de agrarische sector De landbouw is een belangrijke economische drager in onze gemeente en verdient een langjarig toekomstperspectief. Wij willen de agrariërs in Tubbergen half staan. Dit doen we door als gebiedspartner de komende jaren een substantiële bijdrage te leveren voor de agrarische sector. Met in het bijzonder aandacht voor een economisch perspectief voor het buitengebied en de leefbaarheid in het algemeen. We betrekken hierbij ook de opgaven voor water, stikstof en klimaat. De toekomst van de agrarische sector en daarmee het landelijk gebied en de leefbaarheid wordt voor een aanzienlijk deel gestuurd en bepaald door Europese wet- en regelgeving. Op rijksniveau is dit uitgewerkt in het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Dit is door de provincie vertaald in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). Het kabinet investeert fors in de opgaven voor water, natuur en klimaat en in de verduurzaming van de landbouw. De keuzes en investeringen in de landbouw worden gekoppeld aan verduurzaming, kringlooplandbouw, nieuwe verdienmodellen en verbetering van de positie van de agrarisch ondernemer in de keten. Dit wordt per deelgebied verder uitgewerkt middels de Gebiedsgericht aanpak. Tubbergen maakt deel uit van de Gebiedsgerichte Aanpak Noordoost-Twente (GGA-NOT).

Waar nodig dragen we financieel bij aan processen en projecten. We willen als gemeente proactief zijn. Opgaven zelf oppakken, met de blik op de toekomst. Samen werken aan een leefbaar, gezond, duurzaam en toekomstbestendig Tubbergen waar het goed vertoeven is.

Ons doel We gaan als gebiedspartner een substantiële en zichtbare bijdrage leveren aan het bieden van een economisch perspectief voor de agrarische sector in het bijzonder en het buitengebied in zijn algemeenheid. Vanuit onze grondhouding om uit te gaan van de kracht in de samenleving, daar waar het kan samen te werken en daar waar de gemeente een verantwoordelijkheid heeft deze te nemen, staan wij in de gebiedsprocessen naast onze agrariërs. We leveren hierbij maatwerk en zijn hierbij realistisch en duidelijk. In 2026 hebben we de verkregen inzichten en de uitgewerkte plannen vanuit het NPLG omgezet in operationeel beleid gericht op de transitie van de agrarische sector. En in 2026 zijn er in deelgebieden zichtbare stappen gezet met betrekking tot zowel het perspectief voor de landbouw als de natuur-, klimaat-, en waterdoelen.

Hoe leveren we een bijdrage aan een toekomstbestendige agrarische sector We willen als gemeente als volgt werken aan een toekomstbestendige agrarische sector:

39

1. Aan het stuur zitten. We spannen ons maximaal in om daar waar mogelijk mee te sturen aan beleidskeuzes en uitvoeringsagenda’s. We zitten expliciet aan het stuur en bedienen de knoppen om invulling te geven aan de brede opgaven die er spelen in het buitengebied. We nemen deel aan elke relevante ‘tafel' waar we de belangen van onze inwoners kunnen behartigen. Daar waar relevant zetten we actief in op lobby. 2. De keukentafel. De keukentafel is voor ons de plek waar we het maatwerk willen leveren voor gezinsbedrijven. We zien hier een belangrijke faciliterende en stimulerende rol voor onze agroconsulent, de ervencoach, het onderwijs en andere erfbetreders. Aan de keukentafel gaat het ook over de sociaal maatschappelijke kant: de mentale gezondheid en ondersteuning van de agrariërs die in een moeilijke situatie terecht zijn gekomen. We zetten als gemeente extra in op een ‘ervencoaches-plus’ die bij de begeleiding ook dit aspect invullen. 3. Samenlevingsgericht werken met gebieden en doelgroepen. We bouwen aan duurzame relaties in een krachtenveld waar de belangen ver uit elkaar liggen. We zoeken voortdurend de dialoog met de Tubbergse samenleving, maatschappelijke partners en alle andere belanghebbenden. In het bijzonder hebben we aandacht voor de transitiekansen en het bieden van een perspectief. 4. Verdienmodellen ontwikkelen.

De landbouw is een belangrijke economische drager in onze gemeente. Als onderdeel van het toekomstperspectief van de gezinsbedrijven willen wij op bedrijfs- en erfniveau ondernemers, indien nodig via maatwerk, zoveel mogelijk ruimte geven om eigen, nieuwe verdienmodellen te ontwikkelen. We zien deze ontwikkeling voor zowel stoppende als blijvende ondernemers. In 2025 gaan we concreet onder meer de volgende projecten en initiatieven ontplooien en/of continueren Dat doen we vanuit ons werkbudget. •

(Voorlichtings)bijeenkomsten voor en met diverse doelgroepen, zoals met erfbetreders en erfcoaches en met jonge boeren.

•

Keukentafel gesprekken en bedrijfsbezoeken: geregeld worden werkbezoeken afgelegd, zowel ambtelijk als met de wethouder (keukentafel gesprekken).

•

‘Boeren met passie’: deze column is geregeld gevuld in Op en rond de essen.

•

Deelname Bermgras Lab (i.s.m. De Land Bouwers): in deze praktijkpilot wordt onderzocht hoe het restproduct ‘bermmaaisel’ kan dienen als extra organische stof voor de landbouw.

•

Inhuur en inzet erfcoaches t.b.v. grondeigenaren in het buitengebied.

•

Verkenning van een gebiedsproces ManderEsch (een bestaand koplopersproject onder het PPLG): in dit komen diverse opgaven samen. De impact van de uitvoering hiervan zal dermate groot zijn, dat het huidige grondgebruik onmogelijk zal worden. Met deze verkenning willen we kijken of er draagvlak is om de opgaven in samenhang op te pakken zodat er ook toekomst blijft voor de agrarische sector.

•

Deelname aan de proeftuin ‘Toekomstbestendige landbouw in beekdalen’ (ontstaan als proeftuin onder het PPLG): de beekdalen met een restopgave voor landbouw-emissies liggen bijna allemaal in Twente. Noordoost Twente kent de grootste stapeling van opgaven in combinatie met de hoogste melkveedichtheid. Met deze proeftuin willen we bekijken welke vorm van landbouw nog mogelijk is in deze gebieden.

Actuele ontwikkelingen Het nieuwe kabinet heeft een streep gezet door het Transitiefonds en besloten te stoppen met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Daarmee lijkt ook een einde te zijn gekomen aan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) en is de beschikbaarheid van langjarige middelen voor de transitie van het buitengebied beperkt geworden.

40

Dit zal betekenen dat het voor ons als gemeente en andere gebiedspartners lastiger wordt om de transitie breed en integraal te ondersteunen en de goede balans te bewaken tussen agrarisch landgebruik, de kwaliteit van onze natuur en landschap, recreatie en toerisme, de mogelijkheden voor andere economische activiteiten en de kwaliteit van de leef- en woonomgeving van onze inwoners. De mogelijkheden voor gebiedsprocessen en gebiedsgerichte aanpakken zullen verminderen. Onze gemeente is echter van mening dat de opgaven op het gebied van stikstof, natuur en klimaat voor ons buitengebied onverminderd groot blijven (vanwege onder meer Europese wet- en regelgeving). Daarnaast krijgen we hoe dan ook te maken met veel zogenaamde stoppers en een toename van sociaaleconomische en mentale problematiek op menig agrarisch erf. Om die redenen willen we niet stil blijven zitten. We willen blijven werken aan onze relaties, onze agrariërs zo goed mogelijk informeren en ondersteunen, in gesprek blijven met de verschillende stakeholders in het gebied, onze belangen en zorgen op zo veel mogelijk de relevante tafels inbrengen en kansen pakken waar die zich aandienen. We blijven actief samenwerken met onze gebiedspartners onder meer in het gebiedsteam NoordoostTwente, als dit kan blijven bestaan.

Met hen zoeken we naar kansen en initiatieven in het gebied die een integrale bijdrage kunnen leveren aan de verschillende opgaven. Deze stimuleren we. Agrariërs die gaan stoppen of in transitie willen gaan, begeleiden we zo goed mogelijk. In alle situaties zoeken we naar een balans tussen een toekomstbestendige agrarische sector, de leefbaarheid van het gebied en een hoogwaardig landschap en natuur.

Actielijn 2 Landschap en natuur De Gebiedsgerichte Aanpak (GGA) NOT geldt ook voor het ontwikkelen van landschap en de natuur. We willen de landschapskwaliteiten van Noordoost-Twente en dus ook van Tubbergen behouden en ontwikkelen. We maken ons sterk voor het behoud van ons veelzijdige cultuurlandschap, de natuur en de biodiversiteit. We conformeren ons aan de Europese doelen: het in goede staat van instandhouding brengen, hebben en houden van de huidige Natura 2000 gebieden. Dit doen we in afstemming met onze eigen wensen en inzichten.

Ons doel We dragen als gebiedspartner bij aan het versterken en uitbreiden van de kwantiteit en kwaliteit van landschapsversterkende elementen. Dat doen we in het kader van en relatie tot het totale transitieproces. Met verdienmodellen voor grondeigenaren als voorwaarde biedt vergroting van kwaliteit en kwantiteit van natuur, landschap en biodiversiteit een bijdrage aan toekomstperspectief.

Hoe leveren we een bijdrage aan landschap en natuur We willen als gemeente als volgt werken aan de borging van de kwaliteiten van landschap en natuur: 1. Huidige Natura 2000. We werken samen met onze partners en belanghebbenden aan de realisatie van de huidige Natura 2000 opgaven in onze gemeente 2. Agrariërs onderhouden het landschap. We onderzoeken of de agrariërs een rol in het landschapsbeheer kunnen vervullen en werken daarbij actief samen met onze gebiedspartners (project Twente Bloeit). 3. Inpassen energieprojecten. We werken samen met diverse partijen aan hoge kwaliteit van ontwerp, aanleg en beheer van de landschappelijke inpassing van energieprojecten. Aan deze landschappelijke inpasbaarheid stellen we hoge eisen. In 2025 willen we vanuit ons werkbudget expertise inhuren bij Landschap Overijssel om grondeigenaren te kunnen adviseren over inrichting en beheer van landgoederen, landschapselementen en erven, om zo ons kenmerkende landschap en natuur te behouden en te versterken en kansen voor verbetering van biodiversiteit te creëren. Daarnaast willen in 2025 vanuit ons werkbudget (al dan niet samen met het KGO) een aantal projecten en initiatieven continueren die ook in 2024 hebben gelopen, zoals:

41

•

Boomdeeldagen, i.s.m. Landschap Overijssel en de provincie: hierdoor worden inwoners gestimuleerd meer bomen te planten en wordt zodoende gewerkt aan meer biodiversiteit en kennisvergroting.

•

Deelname aan Bosplantsoen project van Stichting Behoud Twents Landschap: door de aanleg van singels, wallen en beplanting wordt de kwaliteit van ons landschap verbeterd.

•

Poject struweelhagen: particuliere grondeigenaren worden gestimuleerd tot de aanleg van struweelhagen ten behoeve van de vergroting van de biodiversiteit en de verbetering van de kwaliteit van het landschap.

•

Twente Bloeit, in samenwerking met gebiedspartijen.

4. Deelname aan een langjarig onderzoek naar de betekenis van landgoederen voor ons buitengebied, i.s.m. Landschap Overijssel en het OPG (vereniging Overijssels Particulier Grondbezit). 5. Natura2000: continuering participatie projectgroep. •

Ondersteuning (inhoudelijk, regeltechnisch, financieel) van dorpsraden, werkgroepen, stichtingen en vrijwilligers in projecten en initiatieven die bijdragen aan verbetering van natuur, landschap en biodiversiteit

•

Continuering van de deelname aan Groenblauwe diensten. Hiertoe is akkoord gegeven met de Perspectiefnota 2025 met de volgende tekst: “De Stichting Groene Blauwe Diensten Overijssel beheert voor de gemeente Dinkelland het fonds met gelden voor langjarige beheervergoedingen voor aanleg, beheer en onderhoud van landschapselementen. Het fonds is in het verleden gevuld met geld afkomstig van gemeenten en provincie. Beheercontracten worden afgesloten conform de dienstenbundel Noordoost Twente, voor een langjarige periode (21 jaar). Het fonds draagt bij aan de ambities en opgaven voor landschapsherstel- en behoud, vergroting van biodiversiteit en natuurwaarde. Ook draagt het bij aan verdienmodellen voor grondeigenaren en indirect aan de ruimtelijke kwaliteit van ons buitengebied. Naast het beheer van de fondsen verzorgt de stichting ook advisering en scholing aan hun contractanten/deelnemers. Met een eenmalige extra storting vanuit de gemeente kunnen we voldoen aan onze verplichtingen en toezeggingen, kan de bestaande wachtlijst worden weggewerkt en kunnen de verwachte aanvragen over de periode januari 2025 -juli 2025 worden opgevangen. Vanaf medio 2025 zou naar verwachting, een vervolg van financiering van ecosysteemdiensten (beheer van landschap als maatschappelijke dienst) door de provincie plaatsvinden”. Hoe dit eruit komt te zien of dit gaat gebeuren, is nog onhelder.

Naast deze activiteiten, blijven we actief in veel nationale, provinciale en regionale overleggen waar we de belangen van onze gemeente en inwoners behartigen en, indien mogelijk, een voortrekkersrol spelen.

Actuele ontwikkelingen Het nieuwe kabinet heeft een streep gezet door het Transitiefonds en besloten te stoppen met het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Daarmee lijkt ook een einde te zijn gekomen aan het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG) en de beschikbaarheid van langjarige middelen voor de transitie van het buitengebied. Het nieuwe kabinet ziet de agrarische sector als belangrijk voor onze voedselvoorziening, natuur, landschap en cultuur. Natuur lijkt daarmee ondergeschikt te zijn aan landbouw. Voor ecosysteemdiensten en agrarisch natuurbeheer wil het kabinet langjarige vergoedingen mogelijk maken. Hoe dit eruit komt te zien, is op dit moment nog onhelder. Dit alles zal betekenen dat het voor ons als gemeente en andere gebiedspartners lastiger wordt om de transitie integraal te ondersteunen en de goede balans te bewaken tussen agrarisch landgebruik, de kwaliteit van onze natuur en landschap, recreatie en toerisme, de mogelijkheden voor andere economische activiteiten en de kwaliteit van de leef- en woonomgeving van onze inwoners. De ruimte voor integrale gebiedsprocessen en gebiedsgerichte aanpakken zal kleiner worden. In 2024 is de Natuur Herstel Wet in Brussel aangenomen. Deze wordt nu vertaald naar nationale wetgeving. Het is dus nog niet helder wat dit voor ons als gemeente gaat betekenen.

Onze betrokkenheid bij Natura2000 projecten vindt plaats vanuit onze reguliere taken.

42

Financiën Buitengebied in Balans Werkbudget buitengebied in balans (Samengevoegd met “Ervencoach ++”) In de begroting 2023 is een bedrag van €300.000 beschikbaar gesteld en gestort in de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

Dit werkbudget is nauw verweven met : Ervencoach ++”. Beide budgetten zijn samengevoegd in het “Werkbudget buitengebied in balans”. We verwachten uitgaven voor voor “boerinnendagen”, “erfcoaches”, “onderzoek naar onze landgoederen”, “tijdelijke uitbreiding Buitengebied in balans”, het project “Twente Bloeit”, de subsidieregeling bedrijfsplannen “Mander Es”, column Boeren met Passie”, “geografische werkzaamheden”, “boomdeeldagen” en “advisering landschap”. We stellen voor in de jaarschijf 2025 €100.000 te putten uit de “Reserve College akkoord 2022–2026”.

43

Programma Leefomgeving van de toekomst Inleiding Leefomgeving van de toekomst Wij willen een leefomgeving die ook voor onze komende generaties duurzaam, veilig en gezond is. De bodem, het water en de lucht, de natuur, gebouwen en wegen en paden zijn allemaal onderdeel van onze leefomgeving. Door klimaatverandering komt onze leefomgeving onder druk te staan. We zullen ons moeten aanpassen aan veranderende weersomstandigheden zoals hitte, droogte en het vaker voorkomen van hevige neerslag. Ook willen we anders omgaan met energie en grondstoffen. Aan de hand van de energietransitie - waaronder ook de warmtetransitie valt- en de circulaire economie willen we het verbruik van grondstoffen terugdringen en het hergebruik van grondstoffen stimuleren. Het moet anders. Hoe dat moet, onderzoeken we vooral proactief en samen; de gemeente met haar inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Als Noordoost-Twentse gemeenten bundelen we de krachten in het samenwerkingsverband de Energie van Noordoost Twente. Wij haken aan bij de landelijke doelstelling dat in 2030 55% minder CO² uitstoot moet zijn en 50% van de energie duurzaam moet zijn opgewekt. Dat is ambitieus en hiervoor moeten de komende jaren de nodige inspanningen geleverd worden. Trias Energetica: eerst besparen, dan opwekken We hanteren in alle inspanningen het principe van de Trias Energetica: 1.

Beperken van het energieverbruik door verspilling tegen te gaan. Energie die niet verbruikt wordt, hoeft ook niet opgewekt te worden. We zetten daarom maximaal in op besparen. Door onze eigen gebouwen te verduurzamen, maar ook door inwoners en bedrijven te faciliteren en te stimuleren in het nemen van energiebesparende maatregelen en het ondersteunen van initiatieven. 2. Gebruik maken van energie uit duurzame bronnen (zoals zon, wind, water). We beperken we ons tot de opgave die minimaal noodzakelijk is vanuit de RES, met een maximale inzet op zon op dak. We zetten in op een sterke lobby om ruimte te creëren voor alternatieven voor windenergie binnen de opgave van de Regionale Energie Strategie (RES). We faciliteren en stimuleren we gebouweigenaren om hun warmtevraag duurzaam op te wekken, bijvoorbeeld aan de hand van (hybride) warmtepompen. Voor de productie van warmte willen we ook gebruik maken van het potentieel aan biogas en/of groengas in Tubbergen. De ontwikkelingen binnen het thema duurzaamheid gaan razendsnel. Nieuwe technieken, zoals bijvoorbeeld waterstof of geothermie zijn in opkomst. We volgen de ontwikkelingen en zullen inspringen en bijsturen op kansen die zich via nieuwe ontwikkelingen en technieken (bijvoorbeeld waterstof of geothermie) voordoen. 3.

Zo efficiënt mogelijk gebruik van (fossiele) energiebronnen om in de resterende energiebehoefte te voorzien; Sommige woningen zijn lastiger te verduurzamen dan anderen. Ook zullen er bedrijven blijven die behoefte hebben aan gas voor hun productieprocessen. Biogas en/of groengas kunnen oplossingen bieden voor deze gebouwen. Echter moeten we er rekening mee houden dat we nog lange tijd fossiele energiebronnen nodig hebben; deze zullen dan zo efficiënt mogelijk worden ingezet.

44

Samen aan de slag De energietransitie is een forse opgave waar we gezamenlijk – inwoners, ondernemers én overheid - voor aan de lat staan. We nemen hierbij als gemeente een proactieve houding in en nemen inwoners en ondernemers mee in de opgave die er ligt. We faciliteren en ondersteunen initiatieven die een bijdrage leveren aan het verduurzamen van de gemeente. Hierbij bewaken we de integraliteit en houden we ook de samenhang met andere beleidsterreinen (landelijk gebied, sociaal domein, volkshuisvesting) in beeld en benutten kansen die zich voordoen. Energie van Noordoost Twente We staan als Noordoost-Twentse gemeenten allemaal voor dezelfde (forse) opgave in de energietransitie. Door krachtenbundeling, kennisdeling en coördinatie in de opgaven waar we gezamenlijk voor staan, bereiken we meer dan iedere gemeente voor zich zou doen. Een aantal jaren geleden is hiervoor het samenwerkingsverband Energie van Noordoost Twente opgestart. Deze samenwerking bouwen we de komende periode verder uit. Klimaatvisie De leefomgeving van de toekomst gaat verder dan alleen de energietransitie. Met de ondertekening van het klimaatakkoord hebben we ons gecommitteerd aan de bredere opgave om uiteindelijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. Naast elektriciteit en warmte gaat het om thema's als klimaatadaptatie, circulaire economie, infrastructuur en mobiliteit, natuur en landschap en de landbouw.

Daartoe gaan we de heldere keuzes maken: wat zijn we verplicht om te doen, waar ligt onze extra ambitie, wat is onze rol? Daarbij kijken we vanuit een integrale visie en context en leggen waar mogelijk verbindingen met thema’s en vraagstukken in de andere programma’s.

45

Actielijnen Het programma Leefomgeving van de Toekomst kent een dynamische agenda. Jaarlijks leiden nieuwe inzichten tot aanvullingen en wijzigingen. De uitkomsten uit de visie en uitvoeringsagenda kunnen leiden tot aanpassing en aanvulling van de actielijnen. Binnen het programma worden drie actielijnen geformuleerd. •

Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen & werken

•

Opwek - Duurzame energievoorziening

•

Mobiliteit & (maatschappelijk verantwoord) Inkopen

Actielijn 1 werken

Verduurzamen - Op weg naar energieneutraal en aardgasvrij wonen en

In 2030 zijn twee miljoen Nederlandse woningen van het aardgas af. In 2050 verwarmt, kookt of doucht geen enkel huishouden meer met aardgas. We stappen over op duurzame warmte. Dit is afgesproken in het Nederlandse Klimaatakkoord. Ook bedrijven maken deze ommezwaai, met als doel dat Nederland in 2050 klimaatneutraal is. Gemeenten in Nederland, zo ook gemeente Tubbergen, hebben een grote rol in de overstap naar duurzame warmte. Om de opgave te laten slagen, werken we samen met inwoners aan haalbare en betaalbare oplossingen. We zetten daarbij ook maximaal in op het nemen van energiebesparende maatregelen.

Ons doel •

In 2050 wonen en werken we energieneutraal en aardgasvrij. In 2030 willen we de eerste stappen hebben gezet richting aardgasvrije wijken.

•

Geen uitstoot van broeikasgassen vanuit bedrijven in de gemeente Tubbergen in 2050.

46

Hoe leveren we een bijdrage aan Verduurzamen – Op weg naar aardgasvrij wonen en werken We werken met de volgende pijlers om ons doel te bereiken: 1. Bewustwording en informatievoorziening: Creëren van meer bewustzijn, besef van urgentie en draagvlak voor de warmtetransitie door gerichte communicatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Het energieloket is de basis van onze informatievoorziening. Daarnaast werken we actief samen met lokale groepen (zoals energiecoöperaties) om de kennis actiever en vooral persoonlijker bij de inwoners en ondernemers onder de aandacht te brengen. 2. Advies en afweging: Er komt veel op onze inwoners, ondernemers en instellingen af. De stap om daadwerkelijk te verduurzamen is voor velen ingewikkeld: welke keuzes kun/moet je maken, wat kost het en wat levert het op? We willen inwoners en ondernemers adviseren en ontzorgen in het proces naar haalbare en betaalbare oplossingen in het verduurzamen van hun woning. We bieden verschillende instrumenten en een stappenplan, passend bij de eigen specifieke woning en situatie. De instrumenten kunnen op wijkniveau worden ingezet en gemeentebreed. Speciale aandacht is er voor het terugdringen van energiearmoede en het nemen van maatregelen voor de doelgroep die dit het meeste treft. 3.

Uitvoering en buurtgerichte aanpak (wijkuitvoeringsplannen): We zetten samen met inwoners en ondernemers het proces in de wijken in (of voort) om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen en waar nodig intensiveren we dit. Daarbij kijken we hoe we slim een buurtgerichte aanpak kunnen combineren met individueel gerichte maatregelen voor alle woningeigenaren in de gemeente. 4. Herijken ambitie en rolbepaling: Op basis van kennis en ervaring uit de afgelopen jaren herijken we de warmtevisie naar een warmteprogramma en aanpak om bestaande woningen/gebouwen van het aardgas af te halen. 5. Faciliteren en stimuleren bij verduurzamen bedrijven en bedrijventerreinen: We willen ondernemers stimuleren en faciliteren om hun bedrijven te verduurzamen. Ook stimuleren wij duurzame initiatieven waardoor schaalvergroting en/of een gezamenlijke aanpak mogelijk is.

Actuele ontwikkelingen Warmtetransitie: Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en Warmteprogramma Op 30 juni 2023 is het wetvoorstel Wgiw aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze geeft gemeenten de bevoegdheden om de regie over de lokale warmtetransitie te pakken. Met de Wgiw wordt een verplichting aan B&W opgelegd om een warmteprogramma voor de hele gemeente vast te stellen gericht op verduurzaming van bestaande gebouwen. Het is de juridische vertaling van de warmtevisie waarin de gemeente per gebied de potentieel beschikbare duurzame warmtealternatieven in beeld per gebied het tijdspad van verduurzaming met de bijbehorende maatregelen en (financiële) consequenties. Voor dit moment zijn deze nog niet te overzien en mede ook afhankelijk van de middelen en kaders vanuit het Rijk. Het warmteprogramma moet op 1 juli 2026 zijn vastgesteld.

Actielijn 2

Opwek - Duurzame energievoorziening

In Nederland hebben we als doel om in 2030 met zon en wind op land 35 TWh aan elektriciteit op te wekken. Binnen de RES Twente hebben de partners een gezamenlijk doel van 1,5 TWh gesteld voor de opwek van elektriciteit op basis van wind- en zonne-energie. In de gemeente Tubbergen werken wij samen met de gemeenten Dinkelland, Losser en Oldenzaal om onze doelstellingen te bereiken. In de RES Twente 1.0 is afgesproken dat deze gemeenten samen 225 GWh aan duurzame energie willen opwekken in 2030. In het energiegebied Almelo Tubbergen Twenterand (ATT) is een gezamenlijke opgave voor wind van 120 - 180 GWh afgesproken, waarvan maximaal 40 GWh voor Tubbergen (2 windturbines). Voor het zoekgebied bij Langeveen is eveneens een maximum afgesproken van 40 GWh (2 windturbines).

47

Ons doel In 2030 willen we 50% van onze elektriciteit duurzaam opwekken. Wij zetten maximaal in op zon op dak, windenergie, biogas en nieuwe technieken voor energieopwekking.

Hoe leveren we een bijdrage aan Opwek - Duurzame energievoorziening We werken met de volgende pijlers om ons doel te bereiken: 1. Maatschappelijke acceptatie. Creëren van verdergaand bewustzijn onder onze inwoners over de opgave in de energietransitie. Dit doen we door inwoners meer eigenaar te laten zijn van zowel het probleem als de oplossing. Eigenaarschap van inwoners bereik je niet vanzelf. Goede voorlichting (vergroten van kennis, delen van kennis, voorbeelden en ervaringen), betrekken van inwoners bij processen en projecten en het creëren van handvatten om gedrag te veranderen en inwoners te ontzorgen, zijn noodzakelijk. 2. Bronnen voor opwek van energie. We zetten allereerst volop in op zoveel mogelijk zon op dak. Windenergie willen we toestaan binnen de door de gemeenteraad vastgestelde eigen kaders. Daarnaast richten we ons op inzet van biogas. We willen de potentie van biogas in Noordoost Twente optimaal benutten door in te zetten op een coöperatieve samenwerking met boeren. We onderzoeken de mogelijkheden van waterstof en benutten waar mogelijk de kansen. We volgen nieuwe ontwikkelingen en technieken op de voet en stellen onze acties bij als zich reële kansen voordoen. 3. Lokale initiatieven in the lead. We faciliteren en ondersteunen kansrijke lokale duurzame initiatieven ten behoeve van opwek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1146/documents/24800