Bijlage Begroting 2023 Gemeente Tubbergen.pdf
Tekst van het document
Lasten 1.556
Baten 1.764
Saldo 208
63
-63
27
-27
1.646 1.646
1.764 1.764
117 117
Nieuw beleid uit het coalitieakkoord Het coalitieakkoord 2022-2026 heeft niet geleid tot nieuw beleid/intensivering van bestaand beleid binnen dit basisprogramma.
Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000 Programma Milieu
Rekening 2021 127
Begroting 2022 106
Begroting 2023 117
Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000 Programma Milieu
Begroting 2023 117
Begroting 2024 117
Begroting 2025 117
Begroting 2026 117
74
Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening Portefeuillehouder Wethouder Bekhuis
Algemeen Als gemeente is van het van groot belang dat de fysieke leefomgeving zodanig is ingericht dat een goed woon en leefklimaat is gegarandeerd. Het woningaanbod moet zowel een kwantitatieve en kwalitatieve behoefte van de samenleving. Er moet echter ook ruimte zijn voor bedrijvigheid. Een integrale blik op de fysieke leefomgeving is hiervoor een vereiste.
Kengetallen Binnen het programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening maken we gebruik van de volgende kengetallen: Woningvoorraad: 8.732 Gemiddeld bouwjaar woningvoorraad: 1980 Gemiddelde koopsom woningen: € 396.275
Actuele ontwikkelingen Wonen Wij zetten de werkzaamheden met betrekking tot het realiseren van de juiste aantallen en type woningen ook in 2023 voort. De basis hiervoor ligt in reeds vastgestelde Woonvisie 2021+. De werkzaamheden met betrekking tot de verschillende woningbouwplannen in de verschillende kernen worden voortgezet. Er worden nieuwe plannen opgestart waarbij we willen voorzien in de vraag naar koopwoningen en, in afstemming met de woningcorporatie, in de vraag naar huurwoningen. In 2023 wordt een woondeal gesloten met de provincie welke geënt is op de provinciale woonagenda; onze woonvisie sluit hierop aan. Omgevingswet Indien de Omgevingswet op 1 januari 2023 in werking treedt kan er nog niet gewerkt worden met wijzigingen van omgevingsplannen omdat de digitale ontsluiting nog niet gereed is. Initiatieven kunnen momenteel enkel middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gefaciliteerd worden. Dit zal de voorlopige werkwijze worden. Momenteel is nog niet duidelijk wanneer we kunnen werken met wijziging van omgevingsplannen.
Beleidsindicatoren De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set beleidsindicatoren.
75
Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/volkshuisvesting--ro-en-stadsvernieuwing - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.
76
Begroting 2023 - overzicht baten en lasten Programma Volkshuisvesting en ruimtelijke ordening * € 1000 Ruimtelijke ordening o.a. adviezen gemeentelijk kwaliteitsteam, bestemmingsplanwijzigingen op verzoek, basisregistratie grootschalige topografie, geo-informatie, MijnDorp2030 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen) grondexploitatie woningbouw Wonen en bouwen basisregistratie adressen en gebouwen, startersleningen, omgevingsvergunningen, toezicht/handhaving bouwen en slopen en woonwagenstandplaatsen en -huisvesting Begroot totaal saldo van baten en lasten (voor reserve mutaties) Mutaties reserves Mutaties reserves Begroot totaal resultaat (na reserve mutaties)
Lasten 752
Baten 56
Saldo -696
2.875
3.574
700
830
445
-385
4.457 700 700 5.157
4.076
-381 -700 -700 -1.081
4.076
Nieuw beleid uit het coalitieakkoord De ambities met betrekking tot volkshuisvesting zijn opgenomen in het programma “Leefbare Kernen”.
Meerjarig financieel beeld: terugkijken Bedragen x €1.000 Programma Volkshuisvesting & ruimtelijke ordening
Rekening 2021 -775
Begroting 2022 -986
Begroting 2023 -1.081
Begroting 2024 -1.080
Begroting 2025 -1.097
Begroting 2026 -1.115
Meerjarig financieel beeld: vooruitkijken Bedragen x €1.000 Programma Volkshuisvesting ruimtelijke ordening
&
Begroting 2023 -1.081
77
Paragrafen Lokale heffingen Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat zowel de begroting als de jaarrekening tenminste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 tenminste de volgende vijf sub paragrafen: Een overzicht van de geraamde inkomsten; Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt: o Hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden; o Wat de beleidsuitgangspunten zijn, die ten grondslag liggen aan deze berekeningen; o Hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. Een aanduiding van de lokale lastendruk; Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en – in aansluiting daarop – daarbij de tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald.
In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.
Overzicht belastingopbrengsten begroting 2023 Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Onroerendezaakbelastingen
4.252
4.392
4.892
Afvalstoffenheffing
1.119
1.241
1.493
Rioolheffingen
1.985
2.001
2.019
Toeristenbelasting
194
201
195
Forensenbelasting
51
51
36
Reclamebelasting
53
55
53
7.654
7.941
8.688
Totaal
Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2023 als volgt berekend: 1. De ozb-tarieven worden zodanig aangepast dat voor 2023 er een meeropbrengst van 10,9% (exclusief areaaluitbreiding) wordt gerealiseerd. De verhoging bestaat uit 9,9% indexcijfer CBS en 1% extra uit eerdere besluitvorming. Vanaf 2024 wordt uitgaan van 2% meeropbrengst bestaande uit 1% index CBS en 1% extra. 2. De tarieven afvalstoffenheffing bestaan uit een basistarief vermeerderd met een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer; De tarieven zijn voor 2023 t.o.v. van het jaar 2022 verhoogd met €28 naar €133.
78
3. De tarieven van de rioolheffingen zijn kostendekkend. Voor 2022 worden de tarieven niet verhoogd. 4. De tarieven voor de reclamebelasting zijn niet gewijzigd. 5. De tarieven voor de toeristenbelasting zijn niet gewijzigd. 6. De tarieven voor de forensenbelasting zijn niet gewijzigd. 7. De legestarieven zijn kostendekkend.
Onroerendezaakbelasting (ozb) Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: Een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, en Een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven van niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen. De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten: De waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente, en De gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar met als basis het inflatiecijfer van het CBS. De WOZ-waarde van woningen werd tot en met 2021 bepaald aan de hand van o.a. de bruto-inhoud van de woning. Met ingang van het jaar 2022 is landelijk besloten dit te wijzigen. Vanaf 2022 zijn de woningen gewaardeerd op basis van het aantal m² gebruiksoppervlakte. Opbrengsten onroerendezaakbelastingen (in €)
2022
2023
Woning eigenaar
2.566.000
2.859.000
Niet-woning eigenaar
1.162.000
1.294.000
Niet-woning gebruiker
664.000
740.000
4.392.000
4.892.000
Totale ozb-opbrengst (afgerond)
In de ramingen 2023 is rekening gehouden met 9,9% inflatiecorrectie (bron: CBS) + 1% verhoging.
Afvalstoffenheffing Deze belasting heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per container lediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van: Een container met een capaciteit van 240 liter, of Een container met een capaciteit van 140 liter, of Een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking. Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2022 is het basistarief t.o.v. van het jaar 2022 verhoogd met €28 naar €133.
79
Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €)
2023
Kosten taakveld(en)
1.549.000
Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen
341.000
Netto kosten taakveld
1.208.000
Toe te rekenen kosten
1.208.000
Overhead incl. (omslag)rente
61.000
Btw
230.000
Totale kosten
1.499.000
Opbrengst afvalstoffenheffing
1.493.000
Dekkingspercentage
99,6%
Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)
2022
2023
Basistarief (vast recht)
105,00
133,00
1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter
10,60
10.60
1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter
6,50
6,50
1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart met kleine opening
0,85
1,35
1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart met grote opening
1,80
2,70
Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)
2022
2023
Raming opbrengst basistarief (vast recht)
876.000
1.126.000
Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval
365.000
367.000
1.241.000
1.493.000
Totaal (afgerond)
Voorziening afvalstoffenheffing Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De stand van deze voorziening afval bedraagt per 1 januari 2023 €63.000.
Rioolheffingen In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 (GRP) dat eind 2018 is vastgesteld is ook de meerjarige ontwikkeling van het tarief aangegeven. Hierbij is uitdrukkelijk aangegeven dat de daadwerkelijk noodzakelijke verhoging afhankelijk is van de toekomstige investeringen als gevolg van de zogenaamde klimaatadaptie. In verband hiermee heeft de gemeente een klimaatatlas laten opstellen die als basis heeft gediend voor het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2021-2025. In het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2021-2025 is een maatregelenprogramma opgenomen welke in begin 2021 is vastgesteld door de gemeenteraad.
80
Berekening kostendekkende rioolheffing (in €)
2023
Kosten taakveld(en)
1.538.000
Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen
0
Netto kosten taakveld
1.538.000
Toe te rekenen kosten
1.538.000
Overhead incl. (omslag)rente
259.000
Btw
254.000
Totale kosten
2.051.000
Opbrengst rioolheffing
2.019.000
Dekkingspercentage
Tarieven rioolheffingen (in €)
98,5%
2022
2023
Rioolheffing eigenaar
189,30
189,30
Rioolheffing eigenaar (uitsluitend hemel-/grondwater)
61,80
61,80
Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)
74,50
74,50
Opbrengsten rioolheffingen
2022
2023
Raming rioolheffing eigenaren
1.359.000
1.391.000
Raming rioolheffing gebruikers
643.000
628.000
2.001.000
2.019.000
Totale raming rioolheffing (afgerond)
De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2023 € 1.857.000.
Reclamebelasting De belasting wordt geheven ter zake van vanaf de openbare weg zichtbare aankondigingen. Met de opbrengst van deze belasting wordt het ‘Ondernemingsfonds Tubbergen gevoed en op deze wijze komt de opbrengst weer op indirecte wijze ten goede aan de ondernemers. Tarieven reclamebelasting (in €)
2022
2023
Vast bedrag 1e vestiging
600
600
Vast bedrag 2e vestiging en per volgende vestiging elk
500
500
Opbrengst reclamebelasting
2022
2023
55.000
53.000
88 aanslagen x € 600
81
0 aanslagen x € 500
0
0
Raming (afgerond)
55.000
53.000
Toeristenbelasting Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden. Tarieven toeristenbelasting (prijs per persoon per nacht in €)
2022*
2023*
Tarief per persoon per overnachting
1,05
1,05
Tarief in eigen onderkomen op camping
0,70
0,70
Opbrengst toeristenbelasting (in €)
2022
2023
Raming toeristenbelasting (afgerond)
201.000
195.000
*Raming 2023 op basis van werkelijke opbrengst 2021.
Forensenbelasting Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. Tarieven forensenbelasting (in €)
2022
2023
Forensenbelasting ‘gehuurde grond’
105
105
Forensenbelasting op eigen grond
286
286
Opbrengst forensenbelasting
2022
2023
200 aanslagen x €105
35.000
21.000
51 aanslagen x €286
16.000
15.000
Raming (afgerond)
51.000
36.000
Lokale lastendruk Om een indruk te geven van de lastendruk ontwikkeling als gevolg van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen voor een huishouding zonder of met eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.
82
Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van de volgende uitgangspunten: Afvalstoffenheffing: vast tarief + gemiddeld 4 ledigingen restafvalcontainer 240 liter, en Rioolheffing: basistarief tot 301 m³ waterverbruik voor de gebruiker en - voor zover van toepassing - de eigenarenbelasting. De ontwikkeling van de lokale lastendruk in de gemeente Tubbergen is als volgt: Geen eigen woning* (in €)
2022
2023
verschil
Verschil in %
Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³ waterverbruik)
74,50
74,50
0,00
0
Afvalstoffenheffing: a. basistarief (vast recht) b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)
105,00 42,40
133,00 42,40
28,00
26.7
Totaal
221,90
249,90
28,00
12,62
Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning een gemiddelde woningwaarde van € 345.000 (schatting o.b.v. 2022). Bron: Waarderingskamer. Eigen woning (Gemiddelde woningwaarde: € 345.000) (bedragen in €)
2022
2023
Verschil
In %
OZB*
323,00
358,00
35,00
10,9
Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik): a. rioolheffing eigenaar b. rioolheffing gebruiker
189,30 74,50
189,30 74,50
0,00
0
Afvalstoffenheffing: a. basistarief (vast recht) b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)
105,00 42,40
133,00 42,40
28,00
26,7
n.v.t.
-/- 60,00
-/- 60
734,20
737,20
3,00
Eenmalige korting Totaal
0,41
*Rekening houdend met 9,9% inflatiecorrectie + 1% verhoging. Gezien de forse druk die de gestegen prijzen en dan met name energieprijzen al leggen op de huishoudens van onze inwoners is het college van mening dat een stijging van de lokale lasten voor het jaar 2023 zo beperkt mogelijk moet blijven. Vandaar dat we voorstellen om alle huishoudens die worden aangeslagen voor gemeentelijke woonlasten (ozb, riool, en afval) eenmalig gedeeltelijk te compenseren voor de hogere lokale lasten in 2022. Dat betekent dat de gemeentelijke aanslag voor het jaar 2023 wordt verlaagd met € 60. De totale lasten hiervan ramen we op € 500.000 en dekken we uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.
Kwijtscheldingsbeleid Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.
83
Tubbergen past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen: Afvalstoffenheffing Rioolheffing Onroerendezaakbelastingen Een aanvraag wordt getoetst op basis van inkomen en vermogen. Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert. Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Aanvragen: volledige afwijzing
16
20
15
Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing
1
5
5
Aanvragen: volledige toewijzing
123
125
130
Totaal
140
150
150
Kwijtscheldingsbedragen
2021
2022
2023
Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)
22.000
22.000
22.000
Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen
20.000
19.000
0
Verschil tussen werkelijke kwijtschelding en raming
2.000
3.000
0
Aantal kwijtscheldingsverzoeken
84
Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Tubbergen toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.
Risicobeheersing en weerstandsvermogen Op 15 december 2020 is door de raad de Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020 vastgesteld. Risicomanagement omvat alles wat we doen om risico’s, kansen en onzekerheden in beeld te brengen en te beheersen. Risicomanagement moet onze organisatie in staat stellen doelstellingen optimaal te realiseren. Dit impliceert prioriteiten stellen en sommige risico’s bewust accepteren. Daartoe is het noodzakelijk gedetailleerd inzicht te hebben in alle risico’s die samenhangen met alle gemeentelijke activiteiten en processen. De uitdaging is om binnen de organisatie het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij de realisatie van onze doelen als ook bij bestuurlijke besluitvorming Hierbij is een voortdurende balans tussen de systeemwereld en de leefwereld van groot belang. Hierin is de belangrijkste uitdaging binnen de organisatie dat we deze twee werelden samenbrengen in wat gemeenten doen, hoe zij dat doen en hoe ze hierin omgaan met de samenleving en de kracht van de samenleving en de inwoners benutten. Kortom: Nevenheid waar het kan, overheid waar het moet.
Integraal risicomanagement kan hierin bijdragen door het in balans brengen/houden van deze twee werelden en daardoor een verbetering te bewerkstelligen in geprofessionaliseerde sturing en een verbeterde borging en bestendiging van de organisatie te creëren. Met deze kadernota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement, met als doel het bewust en verantwoord omgaan met risico’s door een open en transparante manier van samenwerken. Integraal risicomanagement is de nieuwe manier van denken over risico’s, kansen en onzekerheden. Het doel van deze integrale aanpak is het vergroten van het risicobewustzijn van organisatie en bestuur, zodat een goede en verantwoorde balans ontstaat tussen risico’s nemen en risico’s beheersen. Het continu organiseren van aandacht voor en het gesprek over risico’s vormt de basis van deze aanpak. Door regelmatig het gesprek te voeren - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - over (strategische) risico’s, ontstaat een gezamenlijk beeld. Niet door te zenden, te vertellen en voor te lichten, maar door te delen, te bespreken en de dialoog aan te gaan. De risicodialoog is een open gesprek met als doel het gezamenlijk bepalen van een constructieve risico-aanpak. Het gesprek en de communicatie over risico’s is een essentieel onderdeel van integraal risicomanagement. Transparantie is hierbij het uitgangspunt.
Risico's kunnen financiële consequenties met zich meebrengen. De financiële gevolgen van de risico's worden periodiek tijdens de P&C-cyclus inzichtelijk gemaakt in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Naast financiële consequenties worden dan ook de impact van imagoschade en de impact op de realisatie van onze organisatiedoelstellingen gewogen. Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen: 1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel); 2. Benodigde weerstandscapaciteit; 3. Beschikbare weerstandscapaciteit; 4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit. Risicoprofiel en weerstandscapaciteit Risicoprofiel In onderstaande tabel worden de 10 risico’s gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.
85
Kans van optreden
Maximaal financieel gevolg
Aanpak implementatie decentralisatie (incl. Omgevingswet)
50 %
€ 1.000.000
11.6%
Algemene uitkering: Als gevolg van minder uitgaven door het Rijk bestaat de kans dat de omvang van het gemeentefonds naar beneden wordt bijgesteld met als gevolg dat de hoogte van de algemene uitkering voor de gemeenten lager is dan op grond van eerdere circulaires mocht worden aangenomen. Dit betekent een tegenvaller voor de gemeenten.
70 %
€ 500.000
8.0%
Grondexploitaties: Als gevolg van economische groei bestaat de kans op schaarste met als gevolg Kostenstijging bouw- en woonrijp maken (stijging > CBS index en voor een periode van 3 jaar)
60%
€500.000
7.0%
Grondexploitaties: Als gevolg van onvoorziene zaken bestaat de kans op extra kosten met als gevolg Tegenvallers bouw- en woonrijp maken (b.v. bodem)
50%
€500.000
5.8%
Datalek: Als gevolg van onjuist en onzorgvuldig handelen van medewerkers en/of systemen bestaat de kans op het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie aan onbevoegde partijen/individuen (Noaberkracht werken/privacy en informatiebeveiliging), waardoor en een boete of aansprakelijkstelling volt vanuit AP
30 %
€ 810.000
5.6%
Als gevolg van het verliezen van bezwaar- en beroepsprocedures inzake ruimtelijke (bestemmings)plannen bestaat de kans op overschrijden van termijnen en budgetten waardoor de gemeente extra kosten moet maken.
40 %
€ 500.000
4.7%
Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige cao)
50 %
€ 250.000
3.4%
Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB)
90 %
€ 150.000
3.1%
Doeluitkeringen/Subsidieverstrekkingen (Opzet): Het risico dat subsidievoorwaarden niet worden nageleefd en/of subsidies onrechtmatig worden gedeclareerd.
50 %
€ 250.000
2.9%
Dividenden: Als gevolg van tegenvallende jaarcijfers (resultaten) van een verbonden partij bestaat dat de kans dat het geraamde dividend in enig jaar niet (geheel) tot uitkering komt met als gevolg een financiële tegenvaller voor de gemeente.
30 %
€ 250.000
2.3%
Omschrijving
Invloed op WV
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd (Monte Carlo). Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van €3,0 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit). Beschikbare weerstandscapaciteit (in €) Weerstand
Capaciteit 2023
Algemene reserve
3.978.000
Totale weerstandscapaciteit
3.978.000
86
De geraamde stand van de algemene reserve per 1 januari 2023 bedraagt € 3.978.000 (zie staat van reserves). Het voordelige saldo van het begrotingsjaar 2023 uit deze begroting 2023 ten bedrage van € 739.000 is nog niet meegenomen in deze stand per 1 januari 2023. Doen we dat wel dan bedraagt de stand van de algemene reserve € 4.717.000. Deze stand merken we aan als beschikbare weerstandscapaciteit. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.
De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. beschikbare weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen
€4.717.000
=
= benodigde weerstandscapaciteit
=
1,57
€ 3.000.000
De door de raad vastgestelde ratio bedraagt 1,5 wat neerkomt op een benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit van € 4.500.000. Dit betekent dat er sprake is van een surplus op de algemene reserve van € 219.000. Dit surplus onttrekken we aan de algemene reserve en voegen we toe aan de Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen. Voor een nadere specificatie wordt verwezen naar het financiële hoofdstuk in deze begroting. De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio. Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
> 2.0
uitstekend
B
1.4 - 2.0
ruim voldoende
C
1.0 - 1.4
voldoende
D
0.8 - 1.0
matig
E
0.6 - 0.8
onvoldoende
F
< 0.6
ruim onvoldoende
De ratio valt dan in klasse B Dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen.
87
Ratio weerstandsvermogen Op de basis van de stand van de algemene reserve ontwikkelt bedraagt de ratio van de gemeente Tubbergen: 2023 Ratio
1,57
Kengetallen Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Tubbergen jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden ondersteuning bij de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Tubbergen goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen. We onderscheiden 5 kengetallen: 1a. netto schuldquote 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. solvabiliteitsratio 3. grondexploitatie 4. structurele exploitatieruimte 5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden 1a. Netto schuldquote Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie. (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
A
Vaste schulden
3.251
2.792
7.083
B
Netto vlottende schuld
1.803
4.306
4.306
C
Overlopende passiva
4.263
1.299
1.299
D
Financiële activa
2.398
1.406
1.310
E
Uitzettingen < 1 jaar
9.298
12.387
12.387
F
Liquide middelen
211
235
235
G
Overlopende activa
18
3.59
359
H
Totale baten
50.713
43.761
50.663
-5,1
-13,7
-3,2
Netto 100%
schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H
x
88
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden. (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
A
Vaste schulden
3.251
2.792
7.083
B
Netto vlottende schuld
1.803
4.306
4.306
C
Overlopende passiva
4.263
1.299
1.299
D
Financiële activa
775
773
775
E
Uitzettingen < 1 jaar
9.298
12.387
12.387
F
Liquide middelen
211
235
235
G
Overlopende activa
18
359
359
H
Totale baten
50.713
43.761
50.663
-1,9
-12,2
-2,1
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%
2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente. (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
A
Eigen vermogen
28.534
21.606
16.681
B
Balanstotaal
42.366
61.775
57.082
67,4
35,0
29,2
Solvabiliteit (A/B) x 100%
3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. (bedragen x 1.000) A
Niet in exploitatie genomen bouwgronden
B
Bouwgronden in exploitatie
C
Totale baten Grondexploitatie (A+B)/C x 100%
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
0
0
0
-20
690
-159
50.713
43.761
50.663
0,0
1,6
-0,3
89
4. Structurele exploitatieruimte Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid. (bedragen x € 1.000)
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
A
Totale structurele lasten
43.890
38.589
48.056
B
Totale structurele baten
44.264
39.892
48.612
C
Totale structurele toevoegingen aan de reserves
0
0
0
D
Totale structurele onttrekkingen aan de reserves
34
134
186
E
Totale baten
50.713
43.761
50.663
0,8
3,3
1,5
Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%
5. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Tubbergen heeft om zijn belastingen te verhogen. De ozb is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie. (bedragen in €)
Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
A
Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Tubbergen (uitgangspunt COELO-atlas)
334
323
358
B
Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
264
264
264
C
Afvalstoffenheffing voor een gezin
132
147
175
D
Eventuele heffingskorting
N.v.t.
n.v.t.
-60
E
Totale woonlasten (A+B+C+D)
730
732
737
F
Woonlasten landelijk gemiddelde
811
904
n.n.b.
Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%
90%
81%
n.n.b.
Totaal tabel kengetal en uitkomst Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Netto schuldquote
-5,1
-13,7
-3,2
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen
-1,9
-12,2
-2,1
Solvabiliteit
67,4
35,0
29,2
Kengetal Uitkomst (%)
90
Grondexploitatie
0,0
1,6
-0,3
Structurele exploitatieruimte
0,8
3,3
1,5
Belastingcapaciteit
90%
n.n.b.
n.n.b.
Onderhoud kapitaalgoederen De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen. Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor de kapitaalgoederen: Beheerplannen
Vaststelling door raad in jaar
Looptijd
Financiële vertaling in begroting
Uitgesteld onderhoud
Wegen
2016
n.v.t.
ja
nee
Riolering
2018
2024
ja
nee
Groen
2020
n.v.t.
ja
nee
Gebouwen MOP
2021
n.v.t.
ja
nee
91
Kaders en cijfers Kaders Wettelijk De relevante wettelijke kaders zijn: Gemeentewet: Waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de ‘Financiële verordening gemeente Tubbergen (2017)’. Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): Op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen. Burgerlijk Wetboek: Waarin opgenomen de gemeentelijke taak als ‘goed wegbeheerder’ om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid). Wet Milieubeheer: Waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan is voortgekomen. Kerncijfers Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kencijfers vermeld:
Wegen
Riolering
Aspect
Binnen de kom
Buiten de kom
Weglengte totaal
90 km
385 km
Oppervlakte elementenverharding
58,2 ha
12,2 ha
Oppervlakte asfaltverharding
21,4 ha
70,2 ha
Oppervlakte betonverharding
1,3 ha
39,3 ha
Oppervlakte overige
0,5 ha
53,9 ha
Aantal bruggen
3 st
38 st
Aantal duikers
12 st
1090 st
Gemengde hoofdriolering
65 km
(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering
41 km
Kolken
6650
Pompunits drukriolering buitengebied
424
Drukriolering buitengebied
150 km
Rioolgemalen
42
Persleidingen
6 km
IT riolen
11 km
Wadi’s
35
Bergbezinkbassins
12
92
Groen
Gebouwen
Externe overstorten
22
Beplantingsoppervlakte (natuurlijk)
7 ha
0,5 ha
Beplantingsoppervlakte (in cultuur)
8 ha
0,2 ha
Oppervlakte gazon
30 ha
1,6 ha
Aantal bomen
5.031 st
9.137 st
Schoolgebouwen (excl. Canisius)
13.796 m²
Sportaccommodaties
7.198 m²
Maatschappelijk/culturele functies
1.078 m²
Monumenten
266 m²
Eigen bedrijfsvoering
3.935 m²
Overige gebouwen
750 m²
93
Beleid en beheer Algemeen Het onderhoud van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit, is door de raad vastgesteld in 2010. Wegen Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties, en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald. Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 is het meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder aangegeven kwaliteit te gaan hanteren. Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in de tabel. Kwaliteitsniveau
Asfalt/beton
Elementen
A
B
C
D
Aanzien/uitstraling
Hoog
Standaard
Sober
Verloedering
Kapitaalvernietiging
Matig
Nihil
Groot
Zeer groot
Beheerbaarheid
Voldoende
Goed
Matig
Slecht
Veiligheid/Aansprakelijkheid
Veilig
Grotendeels veilig
Beperkt Veilig
Onveilig
Hinder/Overlast
Nauwelijks
Incidenteel
Regelmatig
Constant
Aanzien/uitstraling
Hoog
Standaard
Sober
Verloedering
Kapitaalvernietiging
Matig
Nihil
Matig
Groot
Beheerbaarheid
Voldoende
Goed
Matig
Slecht
Veiligheid/Aansprakelijkheid
Veilig
Grotendeels veilig
Beperkt Veilig
Heel onveilig
Hinder/Overlast
Nauwelijks
Incidenteel
Regelmatig
Constant
Gewenste kwaliteit Rijbanen
Bedrijventerrein
Buitengebied
Buitengebied Extensief
Fietspaden/ recreatief
Centra
Hotspot
Hoofdweg
Woongebied
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
Fietspad
C
Asfalt Voetpaden Overige Beton
Alle
C
C
C
C
94
Rijbanen
C
C
C
C
C
C
Fietspad
C
C
C
Elementen Voetpaden
C
Overige
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
C
Openbare verlichting Het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’ is in 2011 opgesteld en hierin zijn de uitgangspunten en keuzes voor het beleid beschreven. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol en ook houden we rekening met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling. Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zeven gemeenten. In totaal worden ca. 3.700 lichtpunten onderhouden. Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door ledverlichting. Riolering In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2018-2024) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering en op basis van analyse wordt het onderhoud bepaald. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden. Groen Binnen het beheer van groenvoorzieningen wordt onderscheid gemaakt in het beheer op basis van beeldkwaliteit (gazons, plantsoenen, hagen etc.) en op basis van frequentie (bomen, houtwallen, bermen, sloten). Voor het beheer op basis van beeldkwaliteit gebruiken we de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW.
Maandelijks nemen we een steekproef op basis van schouwen. Hierdoor checken we of de groenvoorzieningen voldoen aan de gestelde beeldkwaliteit. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht. Voor wat betreft het onderhoud op basis van beeldkwaliteit zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenste niveau met uitzondering van een aantal zogenaamde 'hotspots', die op beeldkwaliteit A worden onderhouden. Voor het onderhoud van groenvoorzieningen op basis van frequentie hanteren we een vast stramien van onderhoud o.b.v. beheerplannen. Voor bomen voeren we een wettelijke veiligheidsinspectie uit (boomveiligheidscontroles). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequentie nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn. In 2020 is het Kwaliteitsplan Openbaar Groen (KOG) vastgesteld. In dat KOG is onder meer opgenomen dat er meer aandacht komt voor leefbaarheid en biodiversiteit. Bij vervanging zal nadrukkelijker worden gekeken naar de mate van beheerbaarheid van de toegepaste soorten. Inrichtingsplannen worden zoveel mogelijk in samenspraak met buurt opgesteld. Gebouwen De directe taak betreft het beheer en (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen.
Daar waar het gaat om het energiegebruik en het dagelijks onderhoud is Noaberkracht verantwoordelijk. Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). De MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6). De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van 4 jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de reserve voor het groot onderhoud op peil gebracht. Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).
95
Beleidsplannen in ontwikkeling De CROW-CUR Aanbeveling 124:2019 voor ‘Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden’ is onlangs gepresenteerd. De berekeningsnormen voor gemeentelijke kunstwerken worden hiermee in bepaalde situaties verlicht waardoor de kans op afkeuring minder waarschijnlijk is geworden. In 20220 is een nieuwe inspectieronde gestart die mede input zal zijn voor de herberekening van de gemeentelijke kunstwerken.
96
Financiering Algemeen De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij 1 jaar. Kasgeldlimiet en korte financiering De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Een kasgeldlimiet van € 4,7 miljoen betekent dat Tubbergen in 2023 tot een bedrag van € 4,7 miljoen met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren. (bedragen x €1 mln.)
Kasgeldlimiet Begrotingstotaal 2023
55,2
Vastgesteld percentage
8,50%
Kasgeldlimiet
4,7
Renterisiconorm en lange financiering De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn. Renterisiconorm
(bedragen x €1 mln.)
Begrotingstotaal 2023
55,2
Vastgesteld percentage
20%
Renterisiconorm
11,0
Renterisico: herfinanciering + renteherziening
0,7
Ruimte
10,3
In 2023 is er voldoende ruimte binnen de renterisiconorm. Leningen Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2023: Leningen (opgenomen) Beginstand per 1 januari 2023 Bij:
nieuwe leningen t.b.v. investeringen
(bedragen x €1 mln.) 7,8 0
97
Af:
reguliere aflossingen
0,7
vervroegde aflossingen
0
Eindstand per 31 december 2023
7,1
Algemene ontwikkelingen Geldleningen In 2023 zullen geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2023 zijn € 0,7 miljoen en de rentelasten €51.151. Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren De gemeente Tubbergen heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden. Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. De rente voor langlopende geldleningen is op dit moment 2,65% (looptijd 15 jaar). Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Vorig jaar was het 1 maands rentetarief op een kasgeldlening nog negatief, deze periode is voorbij, er moet weer rente betaald worden. Het tarief ligt rond de 1%. Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie. Dit levert niets op, het rentepercentage is op dit moment 0. EMU-saldo Het EMU-saldo is in grote lijnen in de volgende tabel weergegeven: EMU-saldo (x € 1.000) voor
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
4.265
-598
-2.868
850
1.764
529
-1.048
10.870
-3.748
-308
-338
-337
1
Exploitatie bestemming
2
Mutatie (im)materiële vaste activa
3
Mutatie voorzieningen
-72
-381
547
-6
-39
-42
4
Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie)
-373
580
-849
-2.060
-158
901
5
Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
2.771
-12.429
2.276
3.211
2.221
1.135
EMU saldo
saldo
Jaarrekening 2021
98
Verbonden partijen Algemeen Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren. Op 25 februari 2019 heeft uw raad het Beleidskader verbonden partijen 2019 vastgesteld en kennisgenomen van de door ons college vastgestelde Spelregels bestuur en toezicht verbonden partijen. In het beleidskader zijn de volgende punten verder uitgewerkt: 1. Afwegingskader deelname verbonden partijen 2. Bestuurlijke rollen (eigenaar en opdrachtgever) 3. Toezicht op verbonden partijen 4. Informatievoorziening aan de raad Door het vaststellen van het Beleidskader verbonden partijen 2019 beschikt de gemeente over een afwegingskader voor toekomstige besluitvorming over toe- en uittreden bij verbonden partijen.
Daarnaast geeft dit beleidskader aan hoe de gemeente grip op verbonden partijen wil vormgeven en welke rollen de gemeente daarbij heeft. Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten - het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen. De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar wederom uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeenten Almelo, Hengelo en Enschede. De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie.
Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente. De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen. De verbonden partijen waarbij de gemeente Tubbergen betrokken is, worden hieronder beschreven. Gemeenschappelijke regelingen - Beschermd Wonen Vestigingsplaats De uitvoering is belegd bij centrumgemeente Almelo.
99
Activiteiten De regeling heeft tot doel om de gemeenschappelijke belangen van de deelnemers te behartigen op het gebied van Beschermd Wonen zoals bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Voor 2023 ontvangen de centrumgemeenten nog een uitkering van het Rijk. Pas vanaf 2024 is er sprake van de financiële decentralisatie en ontvangen alle gemeenten middelen voor beschermd wonen. Bestuurlijk belang De werkzaamheden die de centrumgemeente Almelo uitvoert zijn nader omschreven en vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met de deelnemers die partijen gezamenlijk overeenkomen. Voor de uitvoering van de bevoegdheden hebben de colleges mandaat verleend aan het college van de centrumgemeente. Beschermd Wonen behoort tot de portefeuille van wethouder Berning-Everlo. Financieel belang De financiële bepalingen die gelieerd zijn aan de centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen treden pas vanaf 2023 in werking. Risico’s Financieel belang – n.n.b. Risicoscore – n.n.b. Toezichtregime – n.n.b. Deelnemende partijen De centrumgemeenteregeling Beschermd Wonen is een samenwerkingsverband van 6 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling. Programma Sociaal domein - Crematoria Twente Vestigingsplaats Enschede Activiteiten Het OLCT is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging.
Deze taken zijn ondergebracht in Crematoria Twente / Oost- Nederland B.V. Bestuurlijk belang Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder Bekhuis-Groothuis). Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem per 20.000 inwoners (of een gedeelte daarvan) van de gemeente die hij vertegenwoordigt, met dien verstande dat geen der individuele gemeentes zo veel stemmen kan hebben, dat zij zelfstandig een meerderheid kan vormen. Financieel belang Eigen vermogen (EV) 1-1-2023: € 1.579.000; 31-12-2023: € 1.579.000 Vreemd vermogen (VV) 1-1-2023: € 0; 31-12-2023: € 0 Geraamd resultaat 2023: € 358.000 positief Risico’s Financieel belang - Klein Risicoscore - Groot Toezichtregime – Gemiddeld
100