Bijlage 2 - Evaluatie armoedebeleid gemeente Tubbergen 2018 versie 1.3.pdf
Tekst van het document
Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker een minimuminkomen dan gemiddeld; ruim de helft (53 procent) van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 120 procent Wsm (gemiddeld is het aandeel minima 6,5 procent). In 2015 was dit aandeel 43 procent. Door de komst van statushouders sinds 2015 is deze groep in veel gemeenten een stuk groter (geworden). Langdurige minima Een derde belangrijke doelgroep zijn de huishoudens die al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm hebben. In de gemeente Tubbergen behoort 82 procent (435 huishoudens) van alle minimahuishoudens tot de langdurige minima. Het aantal en aandeel langdurige minima is ten opzichte van 2015 fors gestegen; in 2015 waren 137 huishoudens (42 procent) langdurig minima.
29
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Concentratie minimahuishoudens in woonplaats Tubbergen In de woonplaats Tubbergen wonen relatief meer minimahuishoudens en minimakinderen dan in de andere woonplaatsen in de gemeente Tubbergen. In de woonplaats Tubbergen is 9 procent van alle huishoudens minima. Multi-problematiek Minimahuishoudens maken meer gebruik van de Wmo, schulddienstverlening en Jeugdwet dan huishouden die geen minimuminkomen hebben.
5.2. Gebruik minimaregelingen In deze paragraaf wordt het huidig gebruik en het bereik van de verschillende regelingen beschreven. Tevens wordt er gekeken naar de ontwikkelingen ten opzichte van 2015. Daarna komen de niet-gebruikers aan bod en kijken we hoe goed de doelgroep wordt bereikt. Bereik regelingen
*De individuele studietoeslag is in bovenstaand figuur niet meegenomen, omdat het gebruik te laag is.
In 2018 is het gebruik en bereik van de kwijtschelding hoger dan in 2015. In 2018 hebben 110 huishoudens kwijtschelding voor de gemeentelijke heffingen gekregen, een bereik van 61 procent van de doelgroep (2015: 74 huishoudens, 35 procent). Gemiddeld ligt het bereik van de kwijtschelding tussen 70 en 75 procent bij andere gemeenten. Het bereik van de kwijtschelding is in de gemeente Tubbergen aanzienlijk gestegen, maar ligt nog wel onder het gemiddelde wat we bij andere gemeenten zien. Deze stijging komt door een verandering in de werkwijze. Voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen worden de bijstandsgerechtigden aangeschreven. Hierdoor is het bereik vergroot; Het bereik van de bijzondere bijstand is ten opzichte van 2015 gedaald van 24 procent naar 15 procent. Het aantal huishoudens dat gebruik heeft gemaakt van de bijzondere bijstand is nagenoeg gelijk gebleven, maar de doelgroep is aanzienlijk groter geworden. In 2018 hebben 77 huishoudens gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand; samen hebben zij 635 verstrekkingen gekregen via de bijzondere bijstand; De individuele inkomenstoeslag kent een bereik van 60 procent in 2018. Dat is een aanzienlijke stijging ten opzichte van 2015. Het aantal gebruikers is gestegen van 38 naar 62 huishoudens. Gemiddeld is het bereik bij andere gemeenten 55 à 60 procent.
Het bereik van de gemeente Tubbergen ligt in lijn met dit gemiddelde; Het gebruik van de collectieve zorgverzekering is in de periode 2015 – 2018 aanzienlijk gestegen van 140 huishoudens in 2015 naar 395 huishoudens in 2018. Ook bij andere gemeenten zien we een stijging van het gebruik en bereik van de collectieve 30
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
zorgverzekering. Het bereik ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bereik in andere gemeenten (35 à 40 procent). Vanaf 1 januari 2016 is in de gemeente een campagne gevoerd voor de collectieve zorgverzekering. Dit verklaart de stijging van het gebruik en bereik; In 2018 hebben 33 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling Maatschappelijke participatie, een bereik van 6 procent van de doelgroep. Ten opzichte van 2015 is het gebruik licht gestegen, maar omdat de doelgroep ook is gestegen is het bereik nagenoeg gelijk gebleven. Het bereik van 6 procent ligt ver onder het bereik bij andere gemeenten, daar zien we een bereik tussen 40 en 50 procent voor een participatieregeling voor volwassenen; In 2018 hebben 132 kinderen gebruikgemaakt van het Kindpakket, 88 procent van de doelgroep. Dat ligt aanzienlijk hoger dan het bereik van een kindregeling in andere gemeenten (meestal rond 60 procent); In de analyseperiode hebben 88 kinderen gebruikgemaakt van Stichting Leergeld. Dit is een bereik van 70 procent van de doelgroep. Dit ligt boven het gemiddelde bereik van 50 à 60 procent bij veel andere gemeenten.
Niet-gebruikers Er zijn 33 huishoudens die van geen enkele regeling gebruik maken. Dit zijn met name alleenstaanden, bijstandsgerechtigden, huishoudens tussen 45 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd en huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Hoe goed wordt de doelgroep bereikt? Uit het bereik van de minimaregelingen blijkt in hoeverre de doelgroep wordt bereikt. Het bereik van verschillende regelingen is ten opzichte van 2015 gestegen. Dit houdt in dat de doelgroep beter wordt bereikt dan in 2015. Daarnaast is het bereik van bijvoorbeeld de collectieve zorgverzekering en het Kindpakket hoger dan het gemiddelde bereik van veel andere gemeenten. Het hoge bereik van de collectieve zorgverzekering kan worden verklaard door de promotiecampagne die de gemeente Tubbergen heeft gevoerd. 6 procent van alle minimahuishoudens heeft geen gebruikgemaakt van een regeling.
5.3. Gebruik Wmo, schulddienstverlening en Jeugdwet In deze paragraaf worden de stapelingseffecten in het gebruik van de diverse voorzieningen beschreven. Minimahuishoudens maken vaker gebruik van de Wmo, schulddienstverlening en Jeugdwet dan niet-minima (huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm): 55 procent van de minima heeft gebruik gemaakt van een of meerdere Wmo-voorzieningen, 6,6 procent zit in een schulddienstverleningstraject en 52 procent van de minimahuishoudens met kinderen krijgt hulp vanuit de Jeugdwet. Bij huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm zijn de cijfers als volgt: 12 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, 0,3 procent zit in een schulddienstverleningstraject en 14 procent van de huishoudens met kinderen krijgt hulp vanuit de Jeugdwet.
5.4. Aanbevelingen In bijlage 5 staat een aantal kenmerken per doelgroep weergegeven. Daarnaast is per minimaregeling het aantal gebruikers per doelgroep benoemd. Dit geeft een duidelijk beeld van de doelgroepen. AOW’ers De groep ouderen is een kwetsbare groep die in de periode 2015 – 2018 aanzienlijk is gegroeid. Er dient hier echter wel een kanttekening bij te worden geplaatst. Doordat de gemeente Tubbergen vanaf 1 januari 2016 een campagne heeft gevoerd voor de collectieve zorgverzekering, is het bereik van deze regeling fors gestegen. Het zijn voornamelijk AOW’ers die door deze campagne gebruik zijn gaan maken van de collectieve zorgverzekering en
31
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
daardoor in beeld zijn gekomen bij de gemeente als zijnde minima, waar ze eerder nog niet bij de gemeente in beeld waren. Dit neemt niet weg dat dit een grote groep is waar aandacht voor nodig is. Deze groep AOW’ers zullen geen inkomensverbetering meer krijgen. Hiervoor zal dus een ander beleid voor moeten worden gemaakt dan voor huishoudens die nog perspectief op een inkomensverbetering hebben. De gemeente zou de groep AOW’ers kunnen ondersteunen in het onderhouden en/of opbouwen van een netwerk, zodat ze niet in een sociaal isolement terecht komen naarmate ze ouder worden. Daarnaast is hulp in de zorg(kosten) van belang. Verhogen bereik Maatschappelijke participatie In de gemeente Tubbergen is er een minimaregeling voor volwassenen: Maatschappelijke participatie. Echter, het bereik van deze regeling is relatief laag. Slechts 6 procent van de doelgroep heeft in 2018 gebruikgemaakt van de regeling. De gemeente zou kunnen onderzoeken waarom dit bereik laag is. Dit zou namelijk verschillende redenen kunnen hebben: Is de regeling te weinig bekend onder de doelgroep? Uit de enquête blijkt dat een kwart van de respondenten bekend is met de regeling; driekwart van de respondenten kent de regeling dus niet. De gemeente zou door middel van folders en/ of flyers de bekendheid kunnen vergroten.
Daarnaast kan met behulp van verenigingen, scholen en/ of andere ontmoetingsplekken de doelgroep worden gewezen op de mogelijkheden van deze regeling; Is het aanvragen van de regeling (te) moeilijk? Of krijgen de inwoners genoeg mogelijkheden om de regeling aan te vragen? Op de website van Stichting Welzijn Tubbergen Dinkelland (SWTD) staat dat inwoners deze regeling kunnen aanvragen op woensdagochtend tussen 10 uur en 12 uur. Wellicht is het voor een deel van de doelgroep niet mogelijk in dit korte tijdsinterval een aanvraag te doen; Is het aanbod/ het pakket niet aantrekkelijk (genoeg)? Is de bijdrage (het bedrag) waar ze gebruik van kunnen maken niet aantrekkelijk (genoeg)? Het bereik van de meeste overige minimaregelingen is gestegen ten opzichte van 2015. De kwijtschelding had in 2015 nog een bereik van 35 procent, dat is in 2018 gestegen naar 61 procent. Ook bij de collectieve zorgverzekering is het bereik gestegen van 43 procent in 2015 naar 75 procent in 2018. Bij deze twee regelingen is goed het effect te zien van een verandering in de werkwijze en het voeren van een campagne. Bereiken doelgroep huishoudens niet-westerse migratieachtergrond Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker dan gemiddeld een inkomen tot 120 procent Wsm; 53 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een minimuminkomen.
Deze groep is in de periode 2015 – 2018 gegroeid; in 2015 was dit aandeel 43 procent. Bij veel andere gemeenten zien we dat ongeveer 30 procent van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond een minimuminkomen heeft. In 2018 groeit 65 procent van de kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond op in een minimahuishouden. Ook dit aandeel is in de periode 2015 – 2018 groter geworden (2015: 43 procent). Doordat de groep minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond en de groep kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond die opgroeit in een minimahuishouden groter geworden is raden wij aan om (meer) aandacht te besteden aan deze groep. Dit kan door te onderzoeken of deze groep wel in voldoende mate en op de juiste manier wordt benaderd. Het kan zijn dat er een taalbarrière is die de hulpverlening bemoeilijkt. Of er is een cultuurverschil waardoor de sociale teams moeizaam achter de voordeur komen en minder goed kunnen ondersteunen in de problematieken. Hierdoor kan het zijn dat deze groep tussen wal en schip valt. We adviseren de gemeente Tubbergen om nader te analyseren hoe deze groep geholpen kan worden en wat ze nodig hebben.
32
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Huishoudens met thuiswonende kinderen 84 huishoudens met kinderen hebben een inkomen tot 120 procent Wsm. Hierbij gaat het om 173 kinderen. Het aantal kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden is gestegen. Om deze huishoudens te ondersteunen zou de gemeente meer in kunnen zetten op het bereik van de kindregelingen (Stichting Leergeld en het Kindpakket). Dit zou kunnen door de regelingen meer onder de aandacht te brengen. Tevens zou er gekeken kunnen worden of deze doelgroep geholpen kan worden om passend werk te vinden. Zodat ze uit de minimadoelgroep komen. Verder zou er ingezet kunnen worden op vroegsignalering. Hiermee wordt voorkomen dat huishoudens in de minimadoelgroep terecht komen. Wellicht kan het project ‘Vroeg er op af’ worden geïntensiveerd.
33
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
6. Enquête: Kenmerken respondenten In dit hoofdstuk staat een aantal kenmerken van de respondenten. Ruim de helft van de respondenten is ouder dan 66 jaar en daarnaast is 51 procent alleenstaand Meer dan de helft van de respondenten is ouder dan 66 jaar en nog eens 30 procent is tussen 46 en 66 jaar oud. Slechts 4 procent van de respondenten is jonger dan 26 jaar. De helft van de respondenten woont alleen en 15 procent heeft thuiswonende kinderen. Onder “anders” is bijvoorbeeld wonend bij ouders of (volwassen) kinderen of in een zorginstelling ingevuld. Leeftijd en woonsituatie van respondenten (N=183 & 181)
Leeftijd
Woonsituatie Ik woon alleen
4% 11%
18 t/m 26 jaar
9%
Ik woon met kinderen
9% 27 t/m 45 jaar
55%
30%
51%
25%
46 t/m 65 jaar 66 jaar of ouder
Ik woon samen (zonder kinderen) Ik woon smaen en met kinderen
6%
Anders, namelijk:
Ruim een kwart van de respondenten heeft een uitkering van de gemeente en ruim twee derde heeft een chronische ziekte, beperking of handicap. Figuur 6.1.2. Uitkering gemeente en chronische ziekte, beperking of handicap (N=183 & 167)
Uitkering gemeente 4%
Chronische ziekte, beperking of handicap
9% 29%
Ja
28%
Ja
Nee
Nee
N.v.t 68%
62%
34
N.v.t.
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
7. Enquête: Regelingen In dit hoofdstuk komen de minimaregelingen aan bod. We gaan onder andere in op de bekendheid en het gebruik, de aanvraagprocedure en het effect van de regelingen. De collectieve zorgverzekering is het meest bekend onder de respondenten De collectieve zorgverzekering is veruit de meest bekende minimaregeling: driekwart van de respondenten maakt er al gebruik van en nog eens 7 procent geeft aan de regeling te kennen (maar maakt er geen gebruik van). Het contrast met de overige regelingen is groot: de bijzondere bijstand, die op de tweede plaats staat qua bekendheid en gebruik, is bij 36 procent van de respondenten bekend. Voor sommige regelingen geldt een zeer specifieke doelgroep, zoals de individuele studietoeslag, of een beperkt gebruik, zoals de witgoedregeling 4. Dit verklaart waarom van deze regelingen weinig gebruik wordt gemaakt, respectievelijk 5 en 4 procent. Echter regelingen als maatschappelijke participatie en kwijtschelding van de gemeentelijke belastingen, beide met een flinke doelgroep, zijn met 20 procent en 34 procent niet goed bekend bij een grote groep respondenten. 141 respondenten maken niet van alle regelingen gebruik. De voornaamste reden die hiervoor gegeven wordt is dat ze sommige regelingen niet kennen (54 procent van de respondenten).
Daarnaast weet 40 procent niet hoe ze de regelingen moeten aanvragen en/ of vinden ze het aanvragen te moeilijk. Respondenten die van geen enkele regeling gebruikmaken (dat zijn er 21) geven deze zelfde redenen aan. Bekendheid en gebruik regelingen (N=132 -169)
Bekendheid regelingen Ja
Nee, maar ken ik wel
Collectieve zorgverzekering (Via Menzis)
Nee 75%
7%
Bijzondere bijstand
23%
13%
64%
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen
23%
11%
66%
Individuele studietoeslag 5%
29%
66%
Individuele inkomenstoeslag
15%
6%
79%
Maatschappelijke participatie
12%
8%
80%
Witgoedregeling 4%4%
18%
92%
4 De witgoedregeling is niet meer actief in de gemeente Tubbergen. Minima kunnen via de bijzondere
bijstand een aanvraag doen voor een vergoeding van de kosten.
35
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Reden geen gebruik van regelingen (N=141)
Reden geen gebruik Ik ken die regelingen niet
54%
Ik weet niet hoe ik de regelingen moet aanvragen
21%
Ik vind het aanvragen moeilijk
19%
Ik heb de regelingen niet nodig
14%
Ik heb moeite met lezen en schrijven
7%
Mijn inkomen is te hoog
6%
Ze passen niet bij wat ik nodig heb
6%
Ik wil niet dat men weet dat ik weinig geld heb
6%
Anders, namelijk:
8%
Vrienden/ kennissen, lokale kranten/ folders en medewerkers van de gemeente zijn belangrijke informatiebronnen Vrienden/ kennissen, lokale kranten/ folders en medewerkers van de gemeente zijn de voornaamste informatiebronnen als het gaat om het bekend raken met de minimaregelingen. Bij “anders” zijn antwoorden gegeven zoals vluchtelingewerk, kinderen en de zorgverzekeraar. Hoe kent u de regelingen? (N=154)
Bekend door… Dat weet ik niet meer Via vrienden of kennissen Uit de lokale krant of een folder Via een medewerker van de gemeente Via de lokale welzijnsstichting (SWTD) Via een hulpverlener Via de website van de gemeente Via de armoedecoördinator Mariska Jogems Via het sociaal team Wij in de Buurt Via een (sport)vereniging Anders, namelijk:
14% 24% 18% 15% 10% 10% 6% 4% 1% 1% 14%
Bijna een derde van de respondenten kan door de regelingen noodzakelijke medische zorg krijgen De regelingen helpen 31 procent van de respondenten de noodzakelijke medische zorg te krijgen. Maar ook helpen de regelingen bij het ontmoeten van andere mensen (22 procent van de respondenten) of het meedoen aan sportieve activiteiten (18 procent). De regelingen hebben minder effect op het werken of het zoeken naar werk en het eten van voldoende groente en fruit. Dit kan verklaard worden doordat de regelingen daar niet specifiek voor zijn bedoeld. De kleine groep respondenten die met de regelingen huishoudelijke apparaten kan kopen, komt voort uit het lage gebruik van de witgoedregeling. Bij “anders” zijn antwoorden gegeven zoals het betalen van zorgkosten en zorgverzekering en reiskosten.
36
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Effect van de regelingen (N=147)
De regelingen helpen mij om… De noodzakelijke medische zorg krijgen Andere mensen ontmoeten Meedoen aan sportieve activiteiten Rekeningen betalen Vrijwilligerswerk doen Kleren kopen Meedoen aan culturele activiteiten Werken of werk zoeken Voldoende groente en fruit eten Huishoudelijke apparaten kopen Anders, namelijk:
31% 22% 18% 16% 14% 12% 12% 8% 8% 8% 7%
Ontbrekende regelingen Een derde van de respondenten mist geen regelingen en nog eens 23 procent weet niet of zij iets missen. De overige groep geeft aan vooral regelingen voor reiskosten, zorgkosten, sporten en leuke activiteiten te missen. Bij “anders” zijn antwoorden gegeven zoals regelingen voor gemeentelijke belastingen, gezond eten, een laptop/computer en regelingen voor minima met een eigen huis. Figuur 7.1.5. Regelingen die respondenten missen (N=184)
Zijn er nog regelingen die u mist? Nee
34%
Weet ik niet
23%
Ja, voor reiskosten
19%
Ja, voor zorgkosten
19%
Ja, voor sporten (bijv. kleding, spullen)
17%
Ja, voor leuke activiteiten voor mijzelf
16%
Ja, voor cultuur (bijv. muziek)
9%
Ja, voor kosten i.v.m. (het zoeken naar) werk
7%
Anders, namelijk:
5%
Toelichting op de gegeven antwoorden Respondenten kregen de mogelijkheid om hun antwoorden toe te lichten. Hier werd met name genoemd dat zij niet zijn geattendeerd op de mogelijkheid van regelingen (8 respondenten), van welke regelingen zij (al) wel en niet gebruik maken (9 respondenten) en dat zij niet op de hoogte waren van de genoemde regelingen (6 respondenten).
37
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
8. Enquête: Kinderen 10 procent van de respondenten heeft thuiswonende kinderen Van alle respondenten heeft 10 procent (19 respondenten) thuiswonende kinderen. Thuiswonende kinderen (N=184)
Thuiswonende kinderen 10%
Ja Nee 90%
Kinderen kunnen door een laag inkomen niet altijd kleding/ spullen kopen die nodig zijn voor de (sport)vereniging of meedoen met activiteiten op school 8 respondenten kunnen niet altijd de kleding of spullen kopen die hun kind nodig heeft voor de (sport)vereniging. Dit kunnen bijvoorbeeld sportkleding zijn of schilderbenodigdheden. Het meedoen met activiteiten op school is voor de kinderen van 7 respondenten lastig in verband met hoge kosten. Enkele kinderen kunnen niet naar het ziekenhuis of hun verjaardag vieren omdat dat te duur is. Kinderen kunnen niet meedoen i.v.m. te hoge kosten (N=19)
Kinderen kunnen door hoge kosten niet… Kleding/ spullen kopen die nodig zijn voor de… Meedoen met activiteiten op school Voldoende kleding/schoenen kopen Lid worden van een (sport)vereniging Meedoen met hun vrienden Naar de tandarts of orthodontist Voldoende groente en fruit eten De juiste medicijnen krijgen Naar een kinderfeestje kunnen gaan Naar het ziekenhuis gaan Zijn/haar verjaardag vieren
42% 37% 26% 26% 21% 21% 16% 16% 16% 11% 11%
38
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Het grootste deel van de respondenten is bekend met alle kindregelingen 80 procent van de respondenten kent de vier kindregelingen en maakt hier ook gebruik van. 80 procent van de respondenten is bekend met Stichting Leergeld en maakt hier ook gebruik van en 75 procent kent en gebruikt het schoolpakket en meedoenpakket. Er zijn 3 respondenten die geen enkele kindregeling gebruiken. Kinderen die geen gebruikmaken van de regelingen, kunnen vaker niet mee doen, lid worden van een (sport)vereniging of voldoende kleding/ schoenen kopen omdat de kosten daarvoor te hoog zijn. Bekendheid en gebruik kindregelingen (N=15 – 16)
Bekendheid kindregelingen Ja
Nee, maar ik ken het wel
Stichting Leergeld
Nee
80%
20%
Schoolpakket
75%
25%
Meedoenpakket
74%
26%
Verjaardagsbox
67%
13%
20%
Door de kindregelingen kunnen kinderen lid worden van een (sport)vereniging Voor 10 van de 13 respondenten helpen de regelingen om ervoor te zorgen dat de kinderen lid kunnen worden van een (sport)vereniging. Ook helpen de regelingen om de verjaardag van een kind te vieren, mee te gaan op schoolkamp en noodzakelijke kleding te kopen. Effect kindregelingen (N=13)
Effect kindregelingen Lid worden van een (sport)vereniging
77%
Hun verjaardag vieren
62%
Meegaan op schoolreis of schoolkamp
54%
Noodzakelijke kleding kopen
54%
Schoolbenodigdheden kopen
46%
Zwemles volgen
39%
Meedoen aan activiteiten met ouderbijdrage…
31%
Meedoen met andere kinderen
23%
39
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Respondenten missen nog kindregelingen voor leuke activiteiten en schoolkosten 37 procent van de respondenten geeft aan dat zij een regeling missen voor leuke activiteiten voor hun kinderen en een derde mist een regeling voor schoolkosten. 16 procent zou graag een regeling zien voor het inrichten van de baby- en kinderkamer. Figuur 8.1.5. Kindregelingen die respondenten missen (N=19)
Mist u nog regelingen voor uw kinderen Nee
11%
Weet ik niet
32%
Ja, voor leuke activiteiten voor mijn kind(eren)
37%
Ja, voor schoolkosten
32%
Ja, voor inrichten van de baby- kinderkamer
16%
Ja, voor reiskosten
16%
Ja, voor kosten voor een baby
5%
40
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
9. Enquête: Medische kosten 64 procent van de respondenten heeft extra medische kosten Bijna twee derde (64 procent) van de respondenten heeft extra medische kosten die hij zelf moet betalen omdat deze kosten niet door de zorgverzekering worden vergoed. Dit zijn met name kosten voor medicijnen, kosten voor brillen/lenzen en kosten voor de tandarts/ orthodontist. Onder “anders” zijn antwoorden gegeven als gehoorapparaat, gebit en aangepaste schoenen/steunzolen. Twee derde van de respondenten die naast hun zorgverzekering ook nog extra medische kosten maken, betalen daar maandelijks niet meer dan € 50 aan. Een kwart betaalt maandelijks € 50 tot € 100 en 7 procent betaalt meer dan € 100 aan extra medische kosten. 54 procent van de respondenten heeft meer dan de helft van het eigen risico gebruikt en 13 procent heeft minder dan de helft gebruikt. Extra zorgkosten (N=184)
Extra medische kosten Nee
36%
Ja, voor bril/ lenzen
27%
Ja, voor medicijnen
27%
Ja, voor de tandarts/ orthodontist
19%
Ja, voor fysiotherapie Ja, voor alternatieve geneeswijzen
8% 3%
Anders, namelijk:
10%
Hoogte extra zorgkosten en gebruik eigen risico (N=87 & 169)
Gebruik eigen risico
Hoogte extra kosten € 0 tot € 25
7% 34%
25%
13%
€ 25 tot € 50
33% Meer dan de helft (meer dan € 192)
€ 50 tot € 100 34%
Minder dan de helft (minder dan € 192)
54%
€ 100 of meer
Dat weet ik niet
Ruim een kwart van de respondenten mijdt weleens de zorg omdat de kosten te hoog zijn 29 procent van de respondenten gaat weleens niet naar de huisarts, fysiotherapeut, tandarts of ziekenhuis omdat daarvoor de kosten te hoog zijn; 2 procent van de respondenten doet dat eigenlijk voortdurend. Iets minder dan de helft van de respondenten geeft aan dat ze hun medische kosten niet kunnen betalen. 37 procent geeft aan dat ze de medische kosten betalen, maar eigenlijk kunnen ze het niet betalen en 6 procent kan de kosten niet betalen en komt in de schulden als 41
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
ze de zorg wel krijgen. Een op de twintig respondenten kan de medische kosten niet betalen en stelt daarom de medische zorg uit. Zorgmijding en betalen medische kosten (N=170 & 156)
Zorgmijding 2%
Betalen medische kosten 6%
Nee, nooit
kan ik die kosten (uiteindelijk) wel betalen.
5%
betaal ik die kosten wel, maar eigenlijk kan ik ze niet betalen.
11% Ja, af en toe 16% Ja, regelmatig
36%
71% Ja, eigenlijk voortdurend
53%
kan ik die kosten niet betalen, waardoor ik in de schulden kom. kan ik die kosten niet betalen en stel ik de medische zorg uit.
42
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
10. Enquête: Financiële situatie De helft van de respondenten komt niet iedere maand rond 50 procent van de respondenten kan niet altijd maandelijks rondkomen. Hiervan kan 42 procent soms wel, soms niet rondkomen en 8 procent kan maandelijks niet rondkomen. De voornaamste redenen voor het niet rond kunnen komen zijn: veel dingen zijn duurder geworden, hoge vaste lasten en weinig inkomsten. Kunnen respondenten maandelijks rondkomen (N=167)
Kunt u iedere maand rondkomen van uw geld? 8%
Ja 50%
42%
Soms wel, soms niet Nee
Figuur 10.1.2. Redenen voor niet rond kunnen komen (N=84)
Waarom kunt u niet (altijd) goed rondkomen? Veel dingen zijn duurder geworden Hoge vaste lasten Weinig inkomsten Ik heb schulden Door een persoonlijke gebeurtenis Ik weet niet hoeveel ik elke maand binnen krijg… 5% Ik weet niet hoe ik mijn financiële administratie… 5% Ik geef mijn geld te makkelijk uit 4% Ik heb geen zin om mijn financiële… 2% Ik kan niet goed lezen en schrijven 1% Anders, namelijk: 4%
64% 52% 48% 19% 16%
15 procent van de respondenten voelt zich arm en bijna 40 procent maakt zich zorgen over de financiële situatie 15 procent van de respondenten geeft aan zich arm te voelen en 38 procent maakt zich zorgen over zijn financiële situatie. Ruim de helft (56 procent) van de respondenten geeft aan dat zij niet alles kunnen doen omdat ze er geen geld voor hebben.
43
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Figuur 10.1.3. Stellingen (N=141, 153 & 142)
Stellingen Ja
Nee
Ik voel me arm.
N.v.t.
15%
57%
Ik kan niet alles doen, omdat ik er geen geld voor heb.
28%
56%
Ik maak me zorgen over mijn financiële situatie.
38%
26% 42%
18% 20%
13 procent van de respondenten geeft aan dat zij schulden hebben 13 procent van de respondenten heeft schulden. Het grootste deel van hen, 9 respondenten, geeft aan dat zij geen hulp nodig hebben bij het oplossen van hun schulden. Zij lossen hun schulden zelf op. 10 procent krijgt hulp van de Stadsbank. Onder “anders” hebben respondenten aangegeven dat zij hulp hebben van een bewindvoerder, de Stadsbank en hulp van familie. Figuur 10.1.4. Hulp bij het oplossen van schulden (N=21)
Hulp bij schulden Nee, ik wil geen hulp
5%
Nee, ik los mijn problemen zelf op
43%
Ja, van de Stadsbank
10%
Ja, van een bewindvoerder
5%
Ja, van Maatschappelijk werk
5%
Ja, van familie of vrienden
5%
Anders, namelijk:
29%
44
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
11. Enquête: Tips Aan het einde van de vragenlijst hadden respondenten de mogelijkheid om tips te geven aan de gemeente. Tips die meerdere keren zijn genoemd: Meer duidelijkheid en bekendheid over de regelingen en begeleiding hierin (8 respondenten); Meer aandacht en/of regelingen voor (chronisch) zieken (3 respondenten); Meer persoonlijke aandacht, echt naar de mensen luisteren (3 respondenten); Vergoeding voor de extra kosten in de regiotaxi voor het onverwacht weg willen of een begeleider mee willen nemen naar het ziekenhuis.
“Ik ben tevreden met de hulp die wij krijgen en het geduld die de gemeente met ons
heeft. Top petje af!” “De regelingen zouden makkelijker en duidelijker moeten worden zonder dat veel mensen weten dat bepaalde mensen in moeilijke financiële situaties zitten, bijvoorbeeld door het mogelijk te maken om aanvragen online te kunnen indienen.” “Ga eens naar de mensen met een minima naartoe thuis praat gemakkelijker dan op het gemeentehuis, want daar staart iedereen je aan.” “Ik had graag eerder geweten over de aanvullende mogelijkheden.” “Ik zit net boven grens en val overal buiten, dus houd weinig over. Door ziekte zou het fijn zijn om een tegemoetkoming te kunnen krijgen bv. brillen en eigen risico ziekenfonds.” “De regio taxi betalen als je ze belt en extra betalen als iemand meerijdt naar het ziekenhuis wat belangrijk is. Soms 3 x in de week en dat paar keer achter elkaar is kostbaar. “Beter kenbaar maken bij mensen wat ze eventueel nodig hebben en ze dan toch wat verlichting geven.”
45
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
12. Panelgesprek In totaal zijn 17 personen van verschillende maatschappelijke organisaties, cliëntenraden en medewerkers van de gemeente aanwezig geweest bij een panelgesprek. Dit zijn personen die actief zijn binnen het sociaal domein en die werken met de doelgroep. Beeld van de doelgroep De beelden van de doelgroep die worden geschetst door de deelnemers verschillen nogal. Dit hangt mede af van of, en met welke doelgroep men in aanraking komt. Er zijn veel verschillende groepen: kinderen, ouderen, laagopgeleiden, mensen met psychische problemen, vluchtelingen. Bij de laatsten zitten soms ook hoogopgeleiden. Kracht, overleven en leven in het hier en nu zijn volgens hen de kernwoorden. Leven echt met de dag, want de toekomst is veel te moeilijk om over na te denken. Het gaat lang niet altijd over schulden, maar vaak over schaarste. Mensen die iets verdienen en daardoor juist allerlei toeslagen kwijtraken komen ze ook tegen. Niet mee kunnen doen, geen contact hebben met de samenleving. Vaak door de financiële situatie waar ze dan in terecht zijn gekomen. Schaarste, waardoor ze minder helder na kunnen denken en daardoor juist verkeerde keuzes maken. Ze kunnen niet anders dan in het hier en nu leven, omdat er ook weinig toekomstperspectief is.
Het beeld van een korte termijn perspectief bij de doelgroep, geen zicht op de toekomst hebben en daardoor weleens verkeerde beslissingen nemen, is herkenbaar voor vele deelnemers. Een groot deel van de doelgroep weet niet wat ze kunnen krijgen (onwetendheid bijvoorbeeld bij ouderen) en kan de consequenties ook niet overzien van het aanvragen van bepaalde regelingen. Ze missen het overzicht. Ze zien soms af van bepaalde regelingen omdat ze het te ingewikkeld vinden om bepaalde regelingen aan te vragen. Na enkele teleurstellingen haken ze dan ook vaak af. De regelingen en processen zijn ingewikkeld en je moet de mensen uit de doelgroep echt aan de hand nemen omdat ze niet in staat zijn om voor zichzelf op te komen is volgens een deel van de aanwezigen het beeld dat ze hebben van de doelgroep. Ook schaamte over de situatie waarin ze verkeren, het voor de buitenwereld willen verbergen en de daar bijkomende stress is een beeld dat een groot deel van de deelnemers noemt en herkent. Een enkeling vindt het kenmerkend voor een deel van de mensen uit de doelgroep dat ze wel vaak klagen, want ‘de buurvrouw heeft altijd iets meer’. Doet de gemeente genoeg, wat is nodig? Over het algemeen zijn de deelnemers het erover eens dat er al veel gebeurd is sinds in 2015 de gemeente er veel taken bij heeft gekregen.
Het is wel een leerproces geweest toen de gemeente alles op zijn bordje kreeg aldus verschillende aanwezigen. De meesten hebben de indruk dat ze nu op de goede weg zijn. Het is ook wel moeilijk om de doelgroep goed te bereiken. Soms willen de inwoners geen gebruik maken van regelingen volgens een van de deelnemers. Ze hoort weleens dat ze zeggen ‘Een ander heeft het harder nodig dan ik’. ‘Ik kan het wel zelf, heb het eerder ook nooit gebruikt.’ Ook de hele procedure die er achter zit kan ervoor zorgen dat mensen uit de doelgroep van de regeling afzien, want dan moeten ze wel met de billen bloot. Anderen onderschrijven dat de ingewikkelde procedures wel een belemmering vormen voor de doelgroep. Vermoedelijk omdat de taken ook wel zwaarder zijn geworden is haar indruk. Wat verschillende deelnemers wel missen is een soort noodfonds. Dit is een gemeenschappelijke taak voor gemeente en welzijnsinstellingen aldus verschillende deelnemers. Kinderen zijn qua regelingen al heel goed bedeeld in Dinkelland en Tubbergen, maar voor volwassenen is veel minder aldus een van de deelneemsters. Al is het vanuit preventie oogpunt dus wel belangrijk je te blijven richten op kinderen en die intensief te begeleiden om te voorkomen dat die ook in armoede blijven.
46
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Voor de adviesraad is het belangrijk dat ze informatie krijgen van de doelgroep (en de professionals) over waar de gaten liggen en wat er mist, zodat ze voorstellen kunnen doen aan de raad. Van ambtenaren ook informatie over wat er wel kan en wat niet. Zij als adviesraad stellen dan zelf prioriteiten en geven advies. Samenwerking/ afstemming De meeste deelnemers zijn goed te spreken over de samenwerking met de gemeente en de samenwerking tussen de instellingen. Termen als korte lijnen, laagdrempelig, elkaar weten te vinden en toegankelijk, klinken met enige regelmaat. Er is een laagdrempelige cultuur in beide gemeenten. De ambtenaren zijn goed benaderbaar en de gemeenten denken ook mee als het eens niet precies binnen de lijntjes past. Er is maatwerk en flexibiliteit als het nodig is. Over het algemeen hebben de meesten aardig in beeld wie wat doet. De samenwerking is goed, maar wel wordt opgemerkt dat het natuurlijk altijd beter kan. Zo zijn er altijd gevallen, waar alles langs elkaar heenloopt en mis gaat. Op dit moment is men ook bezig om te komen tot 1 loket voor de beide gemeenten. Een ontwikkeling die alle deelnemers zeer positief beoordelen en zeker ondersteunen. Ze weten elkaar al wel te vinden, maar als je fysiek bij elkaar zit is dat veel beter. Snel even overleggen, nog kortere lijnen.
Zo is het belangrijk dat men eraan blijft werken om elkaar toch nog iets beter weten te vinden en dat er vanuit de professionals ook meer sprake is van informatie terugkoppeling. Een medewerker van SHV mist bijvoorbeeld de checks, even kijken of persoon bij andere instelling bekend is en wat er al gebeurd is. Ook een medewerkster van de thuiszorg geeft aan dat, omdat je veel verschillende collega’s hebt, het weleens lastig is om de goede persoon te vinden als je iets wil weten. Wie is waar verantwoordelijk voor? Op welk moment breng je dat in? Het hebben van bepaalde checklists zou dan wel handig zijn. Wat wel beter kan is volgens de coördinatoren SHV de samenwerking met andere externe organisaties zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst. Die zijn veelal niet erg coöperatief en flexibel. Mist in dat opzicht medewerking en samenwerking van derden. Werkt het beleid/ is het beleid effectief? Bijna alle deelnemers zijn ervan overtuigd dat wat ze doen op de een of andere manier wel helpt. Wel plaatsen ze daar meteen de kanttekening bij dat ze zich afvragen of het wel voldoende is. Over de echte effectiviteit lopen de meningen enigszins uiteen. Vaak is het ook moeilijk te bepalen. Het merendeel spreekt van een effect op kort termijn. De termen dweilen en pleister op de wonden worden gebruikt.
Je helpt mensen even vooruit of om even een periode te overbruggen, maar er is constant iets wat terugkomt. Echt op weg helpen duurt dan ook veel langer. Ze zouden graag structurelere oplossingen zien. Bij de schuldhulpverlening hebben ze niet het idee dat ze de klanten te laat bereiken, maar wel laat. Mensen hebben schaamte en verbergen het heel lang voor de omgeving. Ook voor mensen uit de omgeving en leraren is het een lastig onderwerp te signaleren, aan te kaarten, en bespreekbaar te maken. Het huidig aanbod blijkt niet altijd toereikend voor de complexiteit van de problemen volgens sommige deelnemers. Ook als je alles aanvraagt wat aan te vragen valt, is dat nog niet voldoende voor bepaalde personen. Wel voldoende om even te overleven, even lucht te geven zodat ze weer meer energie hebben voor andere dingen. Hulp neemt letterlijk last weg. Er is vaak wel langere begeleiding nodig om weer echt iets op de rails te krijgen en mensen weer een stapje hoger op de participatieladder te krijgen. Volgens enkele deelnemers maakt een gebrek aan een netwerk waar ze op terug kunnen (of willen) vallen het ook wel lastig voor een effectief beleid. Schaamte speelt ook hier een belangrijke rol. Degenen die hulp moet vragen zitten in een andere situatie. Vaak wil men het verbergen. Mensen motiveren om gebruik te maken van een netwerk, als dat er is, is dus ook heel erg lastig.
Als het ouderen betreft spreekt het min of meer vanzelf dat die een kleiner netwerk hebben, dat ook nog eens bestaat uit mensen die moeilijk kunnen helpen. Er moet dan wel een beroep op vrijwilligers worden gedaan. 47
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Men is het erover eens dat preventie erg belangrijk is om effectief beleid te kunnen voeren. De vraag is alleen ‘Hoe kom je aan de voorkant?’. Mensen uitzicht bieden, mensen laten participeren aan de samenleving aldus een lid van de adviesraad. Volgens meerdere deelnemers hebben ze wel een actief beleid om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt te laten participeren. Het maakt daarbij wel uit of je met statushouders of alleenstaanden of ouderen te maken hebt. Samenwerking is daarvoor belangrijk, als ze voor één bepaalde regeling komen, kijken wat nog meer kan. Met de 1 loket-functie kan dat al wel sneller zo is de verwachting. Ook de wethouder wil dat ze daarom meer aan de voorkant van het proces komen te zitten. Ze noemt als voorbeeld om aan de voorkant te komen het project ‘vroeg eropaf’ dat vanaf september 2019 gaat lopen. De ‘Vaste lasten partners’ (Energiebedrijven, waterschappen, Zorgverzekeraars, woningstichting en gemeentelijke belastingen) zitten in het overleg en geven vanaf september signalen door aan de gemeente. Twee mensen bij de gemeente gaan dat volgen. Op de vraag tenslotte of ze iets van andere gemeenten zouden kunnen leren wordt een duidelijk antwoord gegeven. Ze hebben het idee dat andere gemeentes juist eerder iets van hun kunnen leren dan omgekeerd. Het merendeel van de aanwezigen is het hier mee eens.
Ontwikkelingen Over de ontwikkelingen in de toekomst zijn de meeste deelnemers iets minder positief. Het feit dat de problematiek onder de doelgroep in de toekomst groter en complexer wordt, wordt bijna unaniem onderkend, zeker ook als men kijkt naar schuldhulpverlening. Problematiek wordt steeds complexer, in de zin dat we het niet over 10 tot 20 duizend schuld hebben, maar over 80 duizend tot meer dan een ton schuld. De groep wordt ook steeds jonger, al vanaf 18 jaar steeds schrijnendere gevallen. Mede door maatregelen van de overheid hebben ze steeds minder te besteden. De psychische- en verslavingsproblematiek wordt ook steeds groter zo is de indruk bij verschillende deelnemers. Daarnaast neemt ook de vergrijzing toe en daarmee ook samenhangende problemen zoals dementie en eenzaamheid. Dit geldt met name voor de oudere doelgroep natuurlijk. De duurder wordende ziektekostenverzekeringen maken het er volgens velen ook niet beter op. Het algemene beeld in de samenleving (mede door sociale media) is dat mensen het goed hebben, met als gevolg dat mensen die het niet goed hebben dat steeds minder willen laten zien. Ze blijven wellicht langer uit beeld nog dan nu het geval is. Dat is natuurlijk lastiger in een kleine gemeente. Ze gaan soms niet naar een instelling omdat er iemand werkt die ze kennen en het dan bekend wordt.
De doelgroep heeft volgens het merendeel van de aanwezigen niet geprofiteerd van de oplevende economie van de laatste jaren. De armen worden juist armer, zoals ouderen met een klein pensioen. Bij een volgende recessie, die er volgens een van de deelnemers weer aan zit te komen, zullen er onder de doelgroep harde klappen vallen en zullen ze nog dieper in de problemen komen. Men heeft het dan wel over Noaberkracht maar volgens het merendeel van de deelnemers is er juist sprake van afnemende noabershap. Vroeger keken de buren bij elkaar om de hoek, maar nu is noaberschap veel minder vanzelfsprekend. Benadrukt wordt tot slot nog eens dat het belangrijk is om goed samen te werken en echt aan de voorkant te komen. Preventie is erg belangrijk, anders blijft het dweilen met de kraan open. 1 loket voor de twee gemeenten en de vroeg eropaf aanpak zijn stappen in de goede richting volgens de deelnemers.
48
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
13. Bevindingen enquête en panelgesprek In dit afsluitende hoofdstuk van de enquête en het panelgesprek worden de laatste twee onderzoeksvragen beantwoord.
Draagt het armoedebeleid op een samenhangende wijze bij aan de vermindering van armoede? In hoeverre sluit het armoedebeleid aan bij de behoeften van de mensen met een inkomen rond het sociaal minimum?
Draagt het armoedebeleid op een samenhangende wijze bij aan de vermindering van armoede? Door de regelingen kunnen minima (meer) participeren in de maatschappij. Door het armoedebeleid kunnen minima lid worden van een (sport)vereniging en andere mensen ontmoeten. Daarnaast kunnen minima door de regelingen hun rekeningen betalen en de noodzakelijke medische zorg krijgen die ze nodig hebben. Ook de kinderen uit minimahuishoudens kunnen door de regelingen lid worden van een (sport)vereniging en hun verjaardag vieren. Het armoedebeleid heeft met name effect voor de situatie op de korte termijn of om even een periode te overbruggen. In hoeverre sluit het armoedebeleid aan bij de behoeften van de mensen met een inkomen rond het sociaal minimum? Uit de enquête en het panelgesprek blijkt dat de minimaregelingen aansluiten bij de meeste behoeften van de inwoners met een inkomen rond het sociaal minimum; er zijn regelingen waardoor kinderen lid kunnen van een (sport)vereniging, hun eigen verjaardag kunnen vieren en mee kunnen op schoolreis of schoolkamp. Daarnaast is er een uitgebreide collectieve zorgverzekering; minima kunnen door de regelingen de noodzakelijke medische zorg krijgen die ze nodig hebben en er is een regeling voor langdurige minima. Wat mist is een regeling voor reiskosten en zorgkosten.
De inwoners missen voor hun kinderen nog een regeling om iets leuks te kunnen doen met de kinderen en een regeling voor schoolkosten. Opvallend is dat de collectieve zorgverzekering bij veel inwoners bekend is, en dat de bekendheid van de andere regelingen wat achter blijft. Na de collectieve zorgverzekering is de bijzondere bijstand de meest bekende regeling, en deze regeling is onder een derde van de inwoners bekend.
49
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor Bij dit onderzoek is gebruik gemaakt van registratiegegevens van de verschillende lokale en landelijke regelingen die de gemeente uitvoert. Daarbij gaat het om de volgende voorzieningen: Participatiewet, minimaregelingen en kwijtschelding gemeentelijke belastingen. Alle brongegevens zijn via encryptie versleuteld aangeleverd zodat ze niet te herleiden zijn tot individuele natuurlijke personen. Onderstaand beschrijven we de wijze waarop het onderzoeksbestand is aangemaakt. Stap 1 In de eerste bewerkingsstap wordt de informatie uit de genoemde registratiebronnen aan het actuele BRP-bestand (dat ook is versleuteld) gekoppeld. Op deze wijze wordt inzichtelijk welke personen gebruik maken of gebruik hebben gemaakt van welke voorziening. Stap 2 In stap 2 wordt aan de hand van de BRP een analysebestand op huishoudniveau gemaakt. We onderscheiden 4 huishoudtypes: alleenstaanden, eenoudergezinnen, meerpersoonshuishoudens met kinderen en meerpersoonshuishoudens zonder kinderen. De operationele definities van deze begrippen treft u verderop in deze verantwoording aan. Stap 3 Het feitelijke gebruik van voorzieningen in het jaar voorafgaand aan het peilmoment van de BRP wordt op huishoudniveau vastgesteld. Indien één persoon binnen het huishouden gebruik heeft gemaakt van een bepaalde voorziening, wordt dit toegerekend naar het hele huishouden.
Statistisch kader In tegenstelling tot wat gangbaar is bij sociaalwetenschappelijk onderzoek is dit rapport gebaseerd op gegevens van de totale bevolkingspopulatie. Dat betekent dat de vermelde aantallen en percentages niet getoetst hoeven te worden op statistische betrouwbaarheid en altijd de feitelijke situatie weergeven. Operationele definitie huishouden Het bepalen van het soort en type huishouden gebeurt aan de hand van gegevens uit de bevolkingsadministratie en wel op de volgende wijze: indien één persoon op een adres woont, is duidelijk dat er sprake is van een alleenstaande; personen op één adres waartussen geregistreerde ouder-kindrelaties of echtrelaties bestaan worden tot een gezamenlijk huishouden gerekend; indien er één meerderjarige op een adres woont met een ouder-kindrelatie tellen we een eenoudergezin; indien er meer meerderjarige op een adres wonen waarbij één meerderjarige ouder is en er een ouder-kindrelatie bestaat met de andere meerderjarige (en/of minderjarige) tellen we een eenoudergezin; als er vier of meer meerderjarigen op een adres wonen, gaan we ervan uit dat er meerdere huishoudens op dit adres gevestigd zijn; indien er drie meerderjarigen zonder echtrelatie op één adres wonen, kijken we naar de gemiddelde leeftijd. Ligt die onder de 27 jaar dan rekenen we iedere persoon als een afzonderlijk (studenten)huishouden.
Ligt deze boven de 27 jaar dan tellen we één meerpersoonshuishouden. als er minimaal 20 personen op een gezamenlijk adres wonen, registreren we een institutioneel huishouden, tenzij de gemiddelde leeftijd van alle bewoners hoger is dan de AOW-leeftijd. Iedere bewoner wordt dan als afzonderlijk huishouden meegeteld (gehuwden tellen als één huishouden).
50
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Zelfstandig huishouden Een zelfstandig huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien. Institutioneel huishouden Tot de institutionele huishoudens behoren adressen met minimaal 20 personen, waarbij de gemiddelde leeftijd jonger is dan de AOW-leeftijd. Hiertoe behoren bijvoorbeeld opvangcentra, penitentiaire inrichtingen, kindertehuizen en internaten. In de bevolkingsoverzichten in deze rapportage zijn deze personen meegeteld. In de hoofdstukken waar de inkomensverdeling in termen van huishoudens wordt besproken blijven zij buiten beschouwing. Besteedbaar inkomen (CBS) Besteedbaar inkomen is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (zoals alimentatie) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting. Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals AOW, Anw, WAO/WIA, studiefinanciering, kinderbijslag en huursubsidie). Inkomensbron In dit onderzoek worden de termen Participatiewet, AOW en ‘ander’ inkomen gebruikt. Voor de bijstandsgerechtigden is de inkomensbron direct vast te stellen. De AOW-inkomensgrondslag is bepaald op basis van de leeftijd van de huishoudoudste.
De AOW-gerechtigde huishoudens die tevens een aanvullende bijstandsuitkering ontvangen rekenen we eveneens tot deze categorie. Alle overige inkomens zijn vervolgens onder de noemer ‘ander’ inkomen gebracht. Wanneer het inkomen van een huishouden alleen bestaat uit AOW dan wordt het huishouden tot de minimapopulatie gerekend. Berekening van de duur van het minimuminkomen De duur van de periode waarin een huishouden op het minimuminkomen leeft, wordt berekend aan de hand van een combinatie van gegevens uit verschillende bronnen. Een sluitende definiëring in termen van een volledig onafgebroken periode is niet altijd mogelijk. Indien de periode tussen het gebruik van de ene regeling en de andere maximaal 30 dagen is, wordt dit daarom toch als aaneengesloten periode gezien. Wettelijk sociaal minimum Het wettelijk sociaal minimum is de actuele bijstandsnorm voor het betreffende huishoudtype. Deze normbedragen worden halfjaarlijks vastgesteld. Voor AOW-huishoudens is de netto AOWuitkering het normbedrag voor het wettelijke sociale minimum. Herkomst (CBS) Voor bepaling van herkomst wordt gekeken naar het geboorteland van de ouder(s). Iemand met een migratieachtergrond is iemand waarvan minimaal een van de ouders in het buitenland is geboren. Inwoners afkomstig uit Europa, Noord-Amerika, Australië, Japan en Indonesië worden als mensen met een westerse migratieachtergrond gezien.
Andere landen worden gezien als niet-westers.
51
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de bevolkingspopulatie, op 31 december van het desbetreffende jaar. Alle huishoudens Onderstaande tabel geeft het aantal inwoners en huishoudens weer. Tabel B2.1 Aantal huishoudens en inwoners Tubbergen5 Categorie 2015 2018 Aantal huishoudens 7.988 8.205 Aantal personen 21.066 21.252 Gemiddelde huishoudgrootte 2,6 2,6
Kenmerken Tabel B2.2 Kenmerken alle huishoudens 2015 en 2018 Categorie
2015
2018
Aantal
%
Aantal
%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
1.969 136 3.603 2.280 7.988
25% 2% 45% 28% 100%
2.067 137 3.792 2.209 8.205
25% 2% 46% 27% 100%
Leeftijdscategorie Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
145 1.767 3.508 2.568 7.988
2% 22% 44% 32% 100%
136 1.782 3.634 2.653 8.205
2% 22% 44% 32% 100%
7.440 465
93% 6%
7.642 451
93% 5%
83
1%
112
2%
7.988
100%
8.205
100%
2.410 1.580 1.296 668 297 492 429 359 457 7.988
30% 20% 16% 8% 4% 6% 5% 5% 6% 100%
2.429 1.625 1.353 687 302 514 443 370 482 8.205
30% 20% 17% 8% 4% 6% 5% 4% 6% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woonplaats Tubbergen Geesteren Albergen Harbrinkhoek – Mariaparochie Fleringen Reutum – Haarle Vasse – Hezingen Manderveen – Mander Langeveen Totaal
5 Alle gegevens in de tabellen in deze monitor zijn gebaseerd op gemeentelijke registratiegegevens, tenzij
anders aangegeven. Landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS.
52
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijlage 3. Kenmerken kinderen In deze bijlage staat een aantal kenmerken van de kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in de gemeente Tubbergen. Kenmerken Tabel B3.1 Kenmerken alle kinderen 2015 en 2018 2015 Categorie Aantal Aandeel Huishoudtype Eenoudergezin 328 5% Meerpers met kinderen 4.595 95% Totaal 4.833 100% Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woonplaats Tubbergen Geesteren Albergen Harbrinkhoek – Mariaparochie Fleringen Reutum – Haarle Vasse – Hezingen Manderveen – Mander Langeveen Totaal
2018 Aantal
Aandeel
238 4.311 4.549
5% 95% 100%
769 2.030 2.034 4.833
16% 42% 42% 100%
782 1.846 1.921 4.549
17% 41% 42% 100%
4.656 88
96% 2%
4.336 76
95% 2%
89
2%
137
3%
4.833
100%
4.549
100%
1.228 1.019 829 428 216 326 290 224 273 4.833
25% 21% 17% 9% 4% 7% 6% 5% 6% 100%
1.157 950 762 404 202 312 274 215 273 4.549
25% 21% 17% 9% 4% 7% 6% 5% 6% 100%
53
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijlage 4. Kenmerken minima tot 100% Wsm In deze bijlage geven we kenmerken weer van minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Tabel B4.1 Aantal huishoudens en inwoners Tubbergen Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100%
2015 Aantal 211
% 2,6%
2018 Aantal 180
% 2,2%
Overig Totaal
7.777 7.988
97,4% 100%
8.025 8.205
97,8% 100%
Kenmerken Tabel B4.2 Kenmerken minima tot 100% Wsm 2015 en 2018 Categorie
2015 Aantal
%
2018 Aantal
%
Inkomensbron Participatiewet AOW Overig inkomen Totaal
103 48 60 211
49% 23% 28% 100%
122 17 41 180
68% 9% 23% 100%
Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
113 17 46 35 211
54% 8% 22% 16% 100%
99 18 28 35 180
55% 10% 16% 19% 100%
Leeftijdscategorie 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal
71 92 48 211
33% 44% 23% 100%
64 99 17 180
36% 55% 9% 100%
153 24
73% 11%
121 13
67% 7%
34
16%
46
26%
211
100%
180
100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
54
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijlage 5. Kenmerken per doelgroep In deze bijlage geven we een aantal kenmerken weer per doelgroep. AOW’ers Tabel B5.1 Kenmerken AOW’ers, inkomen tot 120% Wsm Categorie
2018 Aantal
%
Huishoudtype Alleenstaand Meerpers zonder kinderen Totaal
160 111 271
59% 41% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal
249 22 271
92% 8% 100%
Woonplaats Tubbergen Geesteren Albergen Overige kerkdorpen Totaal
107 49 38 77 271
40% 18% 14% 28% 100%
Tabel B5.2 Gebruik regelingen onder AOW’ers, inkomen tot 120% Wsm Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Maatschappelijke participatie Wmo
Aantal huishoudens 14 11 258 202
55
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Huishoudens met kinderen Tabel B5.3 Kenmerken huishoudens met kinderen, inkomen tot 120% Wsm Categorie
2018 Aantal
%
Inkomensbron Participatiewet Ander inkomen Totaal
39 45 84
46% 54% 100%
Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal
30 54 84
36% 64% 100%
Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal
48 36 84
57% 43% 100%
Langdurigheid Tot en met 1 jaar 1 tot en met 3 jaar 3 jaar of langer Totaal
18 13 53 84
21% 16% 63% 100%
Woonplaats Tubbergen Geesteren Albergen Overige kerkdorpen Totaal
40 10 17 17 84
48% 12% 20% 20% 100%
Tabel B5.4 Gebruik regelingen onder huishoudens met kinderen, inkomen tot 120% Wsm Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Maatschappelijke participatie Stichting Leergeld Kindpakket Wmo
Aantal huishoudens 37 25 24 42 14 34 40 22
56
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijstandsgerechtigden Tabel B5.5 Kenmerken bijstandsgerechtigden, inkomen tot 120% Wsm Categorie Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal
2018 Aantal
%
65 14 18 25 122
53% 12% 15% 20% 100%
76 10
62% 8%
Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal
36
30%
122
100%
Langdurigheid Tot en met 1 jaar 1 en met 3 jaar 3 jaar of langer Totaal
13 23 86 122
11% 19% 70% 100%
Woonplaats Tubbergen Geesteren Albergen Overige kerkdorpen Totaal
46 21 23 32 122
38% 17% 19% 26% 100%
Tabel B5.6 Gebruik regelingen onder bijstandsgerechtigden, inkomen tot 120% Wsm Regeling Kwijtschelding Bijzondere bijstand Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering Maatschappelijke participatie Stichting Leergeld Kindpakket Wmo
Aantal huishoudens 58 45 52 51 20 18 24 27
57
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijlage 6. Afkortingen Tabel B6.1 Afkortingenlijst Afkorting AOW Algemene Ouderdomswet BRP Basisregistratie Personen CBS Centraal Bureau voor de Statistiek CPB Centraal Planbureau SHV Schuldhulpverlening VT Vakantietoeslag WIA Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsm Wettelijk sociaal minimum WSNP Wet schuldsanering natuurlijke personen WW Werkloosheidswet ZZP Zelfstandige zonder personeel
58
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
Bijlage 7. Vragenlijst REGELINGEN VOOR VOLWASSENEN 1. De gemeente heeft verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Maakt u (of iemand in uw gezin) gebruik van de regelingen? Nee, maar Ja Nee ken ik wel Bijzondere bijstand Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Individuele inkomenstoeslag Collectieve zorgverzekering (Via Menzis) Maatschappelijke participatie (vergoeding van € 150 per jaar) Individuele studietoeslag Witgoedregeling
2. Zijn er nog regelingen voor volwassenen die u mist? U mag meerdere antwoorden geven.
Ja, voor reiskosten Ja, voor zorgkosten Ja, voor sporten (bijv. kleding, spullen) Weet ik niet Anders, namelijk: ………………………………………
Ja, voor kosten i.v.m. (het zoeken naar) werk Ja, voor leuke activiteiten voor mijzelf Ja, voor cultuur (bijv. muziek) Nee
3. Waar helpen deze regelingen u bij? U mag meerdere antwoorden geven.
Meedoen aan sportieve activiteiten Andere mensen ontmoeten Vrijwilligerswerk doen Voldoende groente en fruit eten Rekeningen betalen Anders, namelijk: ………………………………………
Meedoen aan culturele activiteiten Werken of werk zoeken De noodzakelijke medische zorg krijgen Kleren kopen Huishoudelijke apparaten kopen
59
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
4. Als u sommige regelingen niet gebruikt, waarom is dat? U mag meerdere antwoorden geven.
Ik ken die regelingen niet Ik heb moeite met lezen en schrijven Mijn inkomen is te hoog Ze passen niet bij wat ik nodig heb Anders, namelijk: ………………………………………
Ik vind het aanvragen moeilijk Ik weet niet hoe ik de regelingen moet aanvragen Ik heb de regelingen niet nodig Ik wil niet dat men weet dat ik weinig geld heb
5. Hoe komt u aan informatie over het minimabeleid en de regelingen? U mag meerdere antwoorden geven.
Via de website van de gemeente
Via een medewerker van de gemeente Via de lokale welzijnsstichting (Stichting Welzijn
Via de armoedecoördinator Astrid Wessling Tubbergen Dinkelland) Via het sociaal team Wij in de Buurt Uit de lokale krant of een folder Via school Dat weet ik niet meer
Via vrienden of kennissen Via een (sport)vereniging Via een hulpverlener Anders, namelijk: …………………………………………………
6. Kunt u uw antwoorden toelichten? ………………………………………………………………………………………………………………………….……………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………………………….…………………………………………….
KINDEREN 7. Heeft u thuiswonende kinderen die jonger zijn dan 18 jaar?
Ja
Nee → ga naar vraag 13
8. Gezinnen met aan laag inkomen kunnen gebruikmaken van het Kindpakket, met daarin verschillende regelingen. Maakt uw kind (of kinderen) gebruik van deze regelingen? Nee, maar Ja ken ik wel
Meedoenpakket Schoolpakket Verjaardagsbox Stichting Leergeld
60
Nee
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
9. Zijn er nog regelingen die u mist voor uw kind(eren)? U mag meerdere antwoorden geven.
Ja, voor schoolkosten Ja, voor leuke activiteiten voor mijn
Ja, voor inrichten van de babykamer/ kinderkamer Ja, voor kosten voor een baby (bijv. luiers,
kind(eren)
babyvoeding etc.)
Ja, voor reiskosten Weet ik niet
Nee Anders, namelijk: ……………………….………………………..
10. Waar helpen deze regelingen uw kind(eren) bij? U mag meerdere antwoorden geven.
Lid worden van een (sport)vereniging Schoolbenodigdheden kopen
Meegaan op schoolreis of schoolkamp Meedoen aan andere activiteiten waarvoor een
(bijv. een schooltas)
ouderbijdrage nodig is
Hun verjaardag vieren Noodzakelijke kleding kopen
Zwemles volgen Meedoen met andere kinderen
11. Zijn er dingen die uw kind(eren) niet kan (kunnen) doen, omdat het te duur is? U mag meerdere antwoorden geven.
Meedoen met activiteiten op school Lid worden van een (sport)vereniging Kleding/ spullen kopen die nodig zijn voor
Naar het ziekenhuis gaan Meedoen met hun vrienden
de (sport)vereniging
Voldoende kleding/schoenen kopen
Voldoende groente en fruit eten De juiste medicijnen krijgen Naar een kinderfeestje kunnen gaan
Naar de tandarts of orthodontist Zijn/haar verjaardag vieren Anders namelijk: ……………………………………………………
12. Kunt u uw antwoorden toelichten? ………………………………………………………………………………………………………………………….……………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………………………….…………………………………………….
61
Gemeente Tubbergen
Versie 1.3
MEDISCHE KOSTEN 13. Heeft u (of iemand in uw gezin) medische kosten die u zelf moet betalen omdat ze niet door uw zorgverzekering worden vergoed? U mag meerdere antwoorden geven.
Ja, voor fysiotherapie Ja, voor de tandarts/ orthodontist Ja, voor alternatieve geneeswijzen Ja, voor bril/ lenzen Ja, voor medicijnen Nee → ga naar vraag 15 Anders, namelijk: ……………………………………… 14. Hoeveel extra zorgkosten (die niet door uw verzekering worden vergoed) heeft u ongeveer per maand?
€ 0 tot € 25
€ 25 tot € 50
€ 50 tot € 100
€ 100 of meer
15. Het eigen risico voor zorgkosten is € 385. Sommige kosten moet u (tot € 385) zelf betalen, voordat de verzekering uw kosten vergoedt. Welk deel van uw eigen risico heeft u in 2018 gebruikt? Vul deze vraag ook in als u een zorgverzekering heeft waarin uw eigen risico ook wordt vergoed. Minder dan de helft Meer dan de helft (minder dan € 192) (meer dan € 192) Dat weet ik niet
16. Komt het wel eens voor dat u geen medicijnen ophaalt of niet naar de tandarts, fysiotherapeut of het ziekenhuis gaat omdat het te duur is?
Nee, nooit
Ja, af en toe
Ja, regelmatig
17. Als u kijkt naar alle medische kosten, dan…
kan ik die kosten (uiteindelijk) wel betalen. betaal ik die kosten wel, maar eigenlijk kan ik ze niet betalen. kan ik die kosten niet betalen, waardoor ik in de schulden kom. kan ik die kosten niet betalen en stel ik de medische zorg uit.