CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Evaluatie armoedebeleid gemeente Tubbergen 2018 versie 1.3.pdf

Gemeenteraad Tubbergen 23 april 2024, gemeente TubbergenBij agendapunt: 20: Nota financiële gezondheid 2024-202818.949 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

EVALUATIE ARMOEDEBELEID 2018 GEMEENTE TUBBERGEN

Evaluatie armoedebeleid 2018 gemeente Tubbergen Onderzoek naar de omvang en samenstelling van de doelgroepen voor het gemeentelijke armoedebeleid en het gebruik van inkomensondersteunende regelingen in de gemeente Tubbergen.

Colofon Opdrachtgever Gemeente Tubbergen Datum November 2019 Auteurs Anne-Wil Hak Michelle Ellens Databewerking Johan Knol Geografische kaarten Pieter-Jan Karsijns Grafische ondersteuning Senne Trip KWIZ Stavangerweg 23 - 5 9723 JC Groningen 050 - 5252473 contact@kwiz.nl Uitgave Deze publicatie is een uitgave van KWIZ. Het overnemen van cijfers en/ of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ. 1

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Inhoudsopgave Inhoudsopgave .............................................................................................................................. 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 2 Grafische samenvatting ................................................................................................................. 4 Samenvatting................................................................................................................................. 6 1. Minima in beeld ....................................................................................................................... 11 2. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld ........................................................................................ 15 3. Minimaregelingen .................................................................................................................... 19 4. Wmo en schuldhulpverlening .................................................................................................. 27 5. Bevindingen Armoedemonitor ................................................................................................. 29 6. Enquête: Kenmerken respondenten ....................................................................................... 34 7.

Enquête: Regelingen ............................................................................................................... 35 8. Enquête: Kinderen ................................................................................................................... 38 9. Enquête: Medische kosten ...................................................................................................... 41 10. Enquête: Financiële situatie .................................................................................................. 43 11. Enquête: Tips ........................................................................................................................ 45 12. Panelgesprek ........................................................................................................................ 46 13. Bevindingen enquête en panelgesprek ................................................................................. 49 Bijlage 1. Methodiek Armoedemonitor ........................................................................................ 50 Bijlage 2. Bevolkingskarakteristieken .......................................................................................... 52 Bijlage 3. Kenmerken kinderen ................................................................................................... 53 Bijlage 4.

Kenmerken minima tot 100% Wsm ............................................................................. 54 Bijlage 5. Kenmerken per doelgroep ........................................................................................... 55 Bijlage 6. Afkortingen .................................................................................................................. 58 Bijlage 7. Vragenlijst .................................................................................................................... 59

1

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Inleiding In 2015 heeft KWIZ onderzoek gedaan naar de omvang en samenstelling van de doelgroep en het bereik van de minimaregelingen. In 2019 heeft de gemeente Tubbergen de wens uitgesproken om het armoedebeleid te evalueren. Opzet Armoedemonitor De Armoedemonitor beschrijft de doelgroep voor het lokale armoedebeleid aan de hand van een aantal kenmerken. Daarnaast brengt de monitor het gebruik en bereik van de verschillende minimaregelingen in beeld. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie per 31 december 2018 weer (peildatum minimapopulatie), op basis van het inkomen op het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de regelingen is gemeten over het jaar 2018. De cijfers worden (waar mogelijk) vergeleken met die van de Armoedemonitor 2015. Onderzoeksmethode Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door gebruik van diverse informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens, maken we een inschatting van het aantal minimahuishoudens op 31 december 2018. Daarvoor zijn registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO), minimaregelingen, collectieve zorgverzekering en kwijtschelding gemeentelijke belastingen.

Tevens zijn voor dit onderzoek de registraties van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), schulddienstverlening en wettelijke schuldsanering (WSNP) meegenomen. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. Omdat wij niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep die, doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan in deze Armoedemonitor wordt gerapporteerd. Wanneer we het in deze monitor hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de bovenstaande onderzoeksmethode; daarmee hebben we ongeveer 90 procent van de minimahuishoudens in de gemeente in beeld. De huishoudens die in beeld zijn op basis van bovenstaande methodiek beschouwen we als doelgroep voor het minimabeleid. De overige circa 10 procent maakt geen gebruik van het minimabeleid en ook niet van andere ondersteuning vanuit de Participatiewet waardoor ze niet als minima bekend zijn bij de gemeente.

Het is op basis van de onderzoeksmethodiek ook niet mogelijk om deze groep in beeld te krijgen. Het is mogelijk dat een deel van die groep ook geen gebruik wil maken van gemeentelijke ondersteuning. De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op de kenmerken van de oudste persoon in het huishouden. Methodiek enquête De doelgroep van het onderzoek bestaat uit inwoners van de gemeente Tubbergen die in 2018 een voorziening hadden vanuit de Participatiewet; een bijstandsuitkering en/ of gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand, kwijtschelding gemeentelijke belastingen, participatieregeling, individuele inkomenstoeslag en collectieve zorgverzekering. Dat zijn in totaal 5591 huishoudens. De vragenlijsten zijn verstuurd in juni 2019 en inwoners hadden de

1Er zijn 559 huishoudens aangeschreven voor de vragenlijst. Dit wijkt af van het aantal

minimahuishoudens (verschil 29 huishoudens) die tot de doelgroep behoren in de Armoedemonitor. Dit heeft te maken met de peildatum waarop de bestanden zijn samengesteld en daarnaast kunnen een aantal huishoudens niet worden gekoppeld, waardoor ze bij de Armoedemonitor uit beeld vallen.

2

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

mogelijkheid om deze online of op papier in te vullen. Na drie weken is een herinneringsbrief gestuurd met het verzoek de vragenlijst alsnog in te vullen indien men dat nog niet had gedaan. In de vragenlijst komen verschillende thema’s aan bod, zoals de minimaregelingen, medische kosten, financiële situatie en algemene vragen. Aan het einde van de vragenlijst konden respondenten tips aan de gemeente geven over het minimabeleid. Respons vragenlijst 184 respondenten hebben de vragenlijst ingevuld. Dat is 33 procent van de doelgroep van 559 huishoudens. Dit is voldoende (bij een betrouwbaarheidsniveau van 90 procent) om betrouwbare uitspraken over de gehele doelgroep te kunnen doen. Gemiddeld is de respons bij klanttevredenheidsonderzoeken onder deze doelgroep 25 procent bij andere onderzoeken die zijn uitgevoerd door KWIZ. Leeswijzer Na de samenvatting waarin de belangrijkste kenmerken van de minimapopulatie visueel worden weergegeven, worden de belangrijkste ontwikkelingen beschreven in de samenvattende analyse. In de daaropvolgende hoofdstukken wordt de minimapopulatie in kaart gebracht, evenals de overlap met de Wmo, schulddienstverlening en Jeugdwet. In hoofdstuk 5 worden de bevindingen uit de Armoedemonitor beschreven en worden de onderzoeksvragen beantwoord die betrekking hebben op de doelgroep, de regelingen en voorzieningen.

In hoofdstuk 6 tot en met 11 staan de uitkomsten van de enquête beschreven en in hoofdstuk 12 worden de uitkomsten van het panelgesprek weergegeven. In hoofdstuk 13 worden de onderzoeksvragen beantwoord die betrekking hebben op de bekendheid en gebruik van regelingen en de meningen van de inwoners en professionals. De bijlagen geven een aantal achterliggende cijfers weer. Alle landelijke cijfers zijn afkomstig van het CBS en vergelijking met andere gemeenten wordt gedaan op basis van ervaringscijfers van KWIZ. In bijlage 6 staat de vragenlijst onder de inwoners. Omdat niet iedere vraag uit de enquête door elke respondent is ingevuld geven we bij veel vragen het aandeel per antwoordcategorie weer. Dit is het aantal respondenten dat het antwoord gaf, afgezet tegen alle respondenten die de vraag hebben ingevuld. Daarvoor laten we iedereen die de vraag niet van toepassing vond (en als antwoord ‘gaat niet over mij’ heeft ingevuld) ook buiten beschouwing. Dit komt de leesbaarheid en inhoudelijke analyse ten goede. Bij de titel van de grafiek of tabel geven we weer hoeveel respondenten de vraag hebben beantwoord (N=..). Daarbij tellen de respondenten die de vraag niet van toepassing vonden dus niet mee. Wanneer er meerdere stellingen of vragen in een grafiek worden weergegeven, dan wordt er gekeken naar het laagste aantal respondenten (Nmin=..).

3

MINIMA IN TUBBERGEN Aantal minimahuishoudens

6%

van de huishoudens hebben een inkomen tot 120% van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm), dit zijn 530 huishoudens.

Inkomensbron

23%

26%

Inkomensbronnen van de minimahuishoudens in 2018.

324

530

2015

2018

Bijstand Aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering in 2018.

Bijstand

Bijstand AOW Overig

122

AOW

51%

Overig

Minimakinderen

4%

van alle kinderen tot 18 jaar groeien op in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm, dit zijn 173 kinderen.

2015

2018

104

173

Langdurig minima

82% 82% van alle minima heeft al 3 jaar of langer een minimuminkomen.

Woonplaatsen

Eenoudergezinnen

van alle huishoudens in de woonplaats Tubbergen heeft een inkomen tot 120% Wsm. Ook in Manderveen-Mander en Langeveen is het aandeel minima hoger dan gemiddeld in de gemeente.

van de eenoudergezinnen (op huishoudniveau) heeft een inkomen tot 120% Wsm. Kinderen in een eenoudergezin groeien bijna 8 keer zo vaak op in een minimahuishouden.

9%

22%

Minimaproblematiek

Niet-westerse achtergrond

Wmo-voorzieningen

53%

55% Schulddienstverlening 7%

van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een inkomen tot 120% Wsm.

Jeugdwet 52%

Minimaregelingen

35% 61%

24% 15%

45% 60%

43% 75%

7% 6%

Kwijtschelding

Bijzondere bijstand

Individuele inkomenstoeslag

Collectieve zorgverzekering

Maatschappelijke participatie

2015

88% Kindpakket

2018

*De individuele studietoeslag is in bovenstaand figuur niet meegenomen, omdat het gebruik te laag is.

70% Stichting Leergeld

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Samenvatting In deze samenvatting staat een aantal kenmerken van de minimapopulatie in 2018 (huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm). We vergelijken deze doelgroep van het minimabeleid met de doelgroep in 2015. Tevens geven we de belangrijkste bevindingen weer van de enquête en het panelgesprek.

S1. Armoedemonitor Ontwikkeling minimahuishoudens In 2018 heeft de gemeente 530 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dat is een forse stijging ten opzichte van 2015. Deze stijging heeft onder andere te maken met het feit dat het gebruik van de collectieve zorgverzekering is toegenomen, waardoor er meer huishoudens in beeld zijn. Deze 530 huishoudens vormen 6,5 procent van alle huishoudens in de gemeente. Dat ligt in lijn met het aandeel minima in andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners (gemiddeld 5 à 6 procent). Het aandeel minima met AOW is enorm gestegen (2015: 124 huishoudens; 2018: 271 huishoudens). Dit heeft te maken met het feit dat de gebruikers van de collectieve zorgverzekering voor een groot deel ouderen zijn. Het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering is nagenoeg gelijk gebleven. In 2018 zijn er 122 huishoudens met een bijstandsuitkering. Doelgroepen Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen; 22 procent van alle eenoudergezinnen in de gemeente heeft een inkomen tot 120 procent Wsm (30 huishoudens). Daarnaast zijn huishoudens ouder dan 45 jaar vaker minima dan huishoudens jonger dan 45 jaar. Naar herkomst zijn huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond oververtegenwoordigd onder minima; 53 procent van alle huishoudens met een dergelijke achtergrond heeft een inkomen tot 120 procent Wsm.

Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond is dat 6 procent. Tenslotte hebben huishoudens in woonplaats Tubbergen vaker dan gemiddeld een minimuminkomen. Deze verhoudingen komen overeen met die in 2015. Langdurige minima Het aandeel langdurige minima is ook enorm gestegen; in 2018 hadden 435 huishoudens (82 procent) al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm, in 2015 was dit 42 procent. Huishoudens met AOW en huishoudens zonder kinderen hebben vaker dan gemiddeld langdurig een minimuminkomen. In 2018 zijn 38 huishoudens ‘ingestroomd’ in de minimapopulatie, zij vormen 7 procent van de doelgroep. De stijging van de langdurige minima heeft te maken met de enorme toename van de gebruikersgroep voor de collectieve zorgverzekering, die met name uit AOW’ers bestaat en langer dan drie jaar op het minimum zitten. Bij veel andere gemeenten zien we ook een stijging van het aantal langdurige minima. Er is daarnaast relatief weinig nieuwe instroom. De instroom van het aantal en aandeel huishoudens tot de minimapopulatie is aanzienlijk gedaald van 44 procent (141 huishoudens) in 2015 naar 7 procent (38 huishoudens) in 2018. Tegelijkertijd komen de huishoudens die behoren tot de minimadoelgroep moeilijk uit de situatie en blijven langdurig een minimuminkomen houden.

6

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Minimakinderen In 2018 is het aantal minimakinderen tot 18 jaar dat bij de gemeente in beeld is, toegenomen van 104 naar 173. Het aandeel minimakinderen komt daarmee op 3,8 procent van alle kinderen in de gemeente. De toename van het aantal minimakinderen komt doordat de gemeente meer kinderen uit een huishoudens met een andere inkomensbron in beeld heeft. Kinderen in een eenoudergezin, kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond en kinderen in de woonplaats Tubbergen groeien vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere gezinnen. Van alle minimakinderen heeft 34 procent een indicatie voor de Jeugdwet, dat zijn in totaal 58 kinderen. Minimakinderen hebben vaker een indicatie voor de Jeugdwet dan kinderen die niet in een minimagezin opgroeien. Gemiddeld zien we bij andere gemeenten een overlap van 10 tot 20 procent tussen minimakinderen en de Jeugdwet. Bereik regelingen In onderstaand figuur staat het bereik per regeling in 2015 en 2018. Dit is het gebruik van de regeling, afgezet tegen de doelgroep.

*De individuele studietoeslag is in bovenstaand figuur niet meegenomen, omdat het gebruik te laag is.

In 2018 is het gebruik en bereik van de kwijtschelding hoger dan in 2015. In 2018 hebben 110 huishoudens kwijtschelding voor de gemeentelijke heffingen gekregen, een bereik van 61 procent van de doelgroep (2015: 74 huishoudens, 35 procent). Gemiddeld ligt het bereik van de kwijtschelding tussen 70 en 75 procent bij andere gemeenten. Het bereik van de kwijtschelding is in de gemeente Tubbergen aanzienlijk gestegen, maar ligt nog wel onder het gemiddelde wat we bij andere gemeenten zien. Deze stijging komt door een verandering in de werkwijze. Voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen worden de bijstandsgerechtigden aangeschreven. Hierdoor is het bereik vergroot; Het bereik van de bijzondere bijstand is ten opzichte van 2015 gedaald van 24 procent naar 15 procent. Het aantal huishoudens dat gebruik heeft gemaakt van de bijzondere bijstand is nagenoeg gelijk gebleven, maar de doelgroep is aanzienlijk groter geworden. In 2018 hebben 77 huishoudens gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand; samen hebben zij 635 verstrekkingen gekregen via de bijzondere bijstand; De individuele inkomenstoeslag kent een bereik van 60 procent in 2018. Dat is een aanzienlijke stijging ten opzichte van 2015. Het aantal gebruikers is gestegen van 38 naar 62 huishoudens. Gemiddeld is het bereik bij andere gemeenten 55 à 60 procent.

Het bereik van de gemeente Tubbergen ligt in lijn met dit gemiddelde; Het gebruik van de collectieve zorgverzekering is in de periode 2015 – 2018 aanzienlijk gestegen van 140 huishoudens in 2015 naar 395 huishoudens in 2018. Ook bij andere 7

Gemeente Tubbergen

 

Versie 1.3

gemeenten zien we een stijging van het gebruik en bereik van de collectieve zorgverzekering. Het bereik ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bereik in andere gemeenten (35 à 40 procent). Vanaf 1 januari 2016 is in de gemeente een campagne gevoerd voor de collectieve zorgverzekering. Dit verklaart de stijging van het gebruik en bereik; In 2018 hebben 33 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling Maatschappelijke participatie, een bereik van 6 procent van de doelgroep. Ten opzichte van 2015 is het gebruik licht gestegen, maar omdat de doelgroep ook is gestegen is het bereik nagenoeg gelijk gebleven. Het bereik van 6 procent ligt ver onder het bereik bij andere gemeenten, daar zien we een bereik tussen 40 en 50 procent voor een participatieregeling voor volwassenen; In 2018 hebben 132 kinderen gebruikgemaakt van het Kindpakket, 88 procent van de doelgroep. Dat ligt aanzienlijk hoger dan het bereik van een kindregeling in andere gemeenten (meestal rond 60 procent); In de analyseperiode hebben 88 kinderen gebruikgemaakt van Stichting Leergeld. Dit is een bereik van 70 procent van de doelgroep. Dit ligt boven het gemiddelde bereik van 50 à 60 procent bij veel andere gemeenten.

Niet-gebruikers Er zijn 33 huishoudens die van geen enkele regeling gebruik maken. Dit zijn met name alleenstaanden, bijstandsgerechtigden, huishoudens tussen 45 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd en huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Multi-problematiek Een deel van de minimahuishoudens heeft ook andere ondersteuningsvragen: 55 procent heeft een of meerdere Wmo-voorzieningen, 6,6 procent is in beeld bij schulddienstverlening en 52 procent van de minimagezinnen heeft een indicatie vanuit de Jeugdwet. Huishoudens in de gemeente die geen minimuminkomen hebben maken minder vaak gebruik van een of meer van deze voorzieningen. Bij andere gemeenten zien we een gemiddelde overlap van minima met Wmo van 20 à 25 procent, met SDV van 10 procent en met de Jeugdwet (op huishoudniveau) van 15 à 25 procent.

S2. Enquête en panelgesprek Bekendheid minimaregelingen De collectieve zorgverzekering is veruit de meest bekende minimaregeling: 82 procent van de respondenten kent de regeling en driekwart van de respondenten maakt ook gebruik van de collectieve zorgverzekering. Het contrast met de overige regelingen is groot. Na de collectieve zorgverzekering is de bijzondere bijstand het meest bekend; 36 procent van de respondenten is bekend met de bijzondere bijstand. De bekendheid van de minimaregelingen ligt vrij laag, met name als we de bekendheid van minimaregelingen vergelijken met andere gemeenten. Voor sommige regelingen geldt een specifieke doelgroep, zoals de individuele inkomenstoeslag of individuele studietoeslag. Dit verklaart de lage bekendheid. Echter regelingen als maatschappelijke participatie en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen, zijn niet goed bekend bij een grote groep respondenten. De bekendheid van deze regelingen zijn respectievelijk: 20 en 34 procent van de respondenten. De respondenten kennen de regelingen voornamelijk via vrienden of kennissen en de lokale krant of folder. Als tip geven respondenten dat ze graag een duidelijk overzicht willen met alle regelingen waar ze gebruik van kunnen maken. Voor een aantal respondenten is dit onduidelijk. De gemeente zou dit (beter) kunnen communiceren. Uit het panelgesprek komt naar voren dat

8

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

professionals een soort noodfonds missen. Hier kunnen minima tijdelijk gebruik van maken als ze in de problemen zijn gekomen. Effect minimaregelingen De regelingen zorgen ervoor dat de respondenten de noodzakelijke medische zorg kunnen krijgen, andere mensen kunnen ontmoeten en mee kunnen doen aan sportieve activiteiten. De regelingen hebben minder effect op werk of werk zoeken, voldoende groente en fruit eten en huishoudelijke apparaten kopen. Dit kan verklaard worden doordat de regelingen daar niet specifiek voor zijn bedoeld. Kindregelingen De kindregelingen zijn bij de doelgroep (huishoudens met kinderen) goed bekend. De verjaardagsbox en Stichting Leergeld zijn het meest bekend en het meedoenpakket is het minst bekend. Alsnog kent driekwart van de respondenten het meedoenpakket. Door de regelingen kunnen de kinderen van de respondenten lid worden van een (sport)vereniging, hun verjaardag vieren, meegaan op schoolreis of schoolkamp en de noodzakelijke kleding kopen. Toch geeft ruim een derde van de respondenten aan dat zij niet voldoende kleding en schoenen kunnen kopen voor hun kinderen en ruim een kwart geeft aan dat hun kind niet lid kan worden van een (sport)vereniging omdat de kosten daarvoor te hoog zijn. Een hoger bereik van de Kindregelingen kan ervoor zorgen dat meer kinderen mee kunnen doen.

Een aantal respondenten geeft aan nog een regeling te missen voor leuke activiteiten. Medische kosten 64 procent van de respondenten heeft extra medische kosten die niet door de zorgverzekering worden vergoed en die ze zelf moeten betalen. Dit zijn met name kosten voor billen/ lenzen, kosten voor medicijnen en kosten voor de tandarts/ orthodontist. Ruim een kwart van de respondenten gaat weleens niet naar de dokter of koopt geen medicijnen omdat de kosten daarvoor te hoog zijn, een op de tien respondenten mijdt regelmatig de medische zorg en 2 procent mijdt voortdurend de medische zorg. 5 procent van de respondenten stelt de medische zorg uit omdat ze de kosten niet kunnen betalen en 6 procent kan de medische kosten niet betalen, waardoor ze in de schulden komen. Een tip van de respondenten is om de reiskosten naar het ziekenhuis (of medische zorg) te vergoeden. Een andere tip die gegeven is, is om meer aandacht te hebben voor mensen met een (chronische) ziekte. Financiële situatie De helft van de respondenten kan niet altijd maandelijks rondkomen. Hiervan kan 42 procent soms wel, soms niet rondkomen en 8 procent kan maandelijks niet rondkomen. De voornaamste reden hiervoor is dat veel dingen duurder zijn geworden, hoge vaste lasten en weinig inkomsten.

Bijna 40 procent van de respondenten maakt zich zorgen over zijn financiële situatie en 56 procent kan niet alles doen, omdat er geen geld voor is. 13 procent van de respondenten heeft schulden. Van deze groep geeft 43 procent aan dat ze geen hulp nodig hebben bij het oplossen van deze schulden. Zij lossen hun schulden zelf op. 10 procent krijgt hulp van de Stadsbank.

S.3 Aanbevelingen Er zijn naar aanleiding van dit rapport twee aanbevelingen geformuleerd:  Onderzoek naar de regeling Maatschappelijke participatie: kennen de inwoners de regeling, past de regeling bij de behoeften van de inwoners etc.;  Bereiken van de doelgroep huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond. Dit is groep die in de periode 2015 – 2018 groter is geworden en oververtegenwoordigd is in de minimapopulatie. Wij adviseren de gemeente om onderzoek te doen hoe deze groep (beter) bereikt kan worden;  Stimuleer huishoudens met kinderen om werk te vinden. Er zijn 84 minimahuishoudens met kinderen en 173 minimakinderen in de gemeente Tubbergen. De groep minimakinderen is in de periode 2015 – 2018 gestegen. Wij adviseren de gemeente om 9

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

deze groep te ondersteunen door bijvoorbeeld het bereik van de kindregelingen te verhogen en stimuleren en ondersteunen om werk te vinden. Daarnaast adviseren wij de gemeente om in te zetten op vroegsignalering. Hiermee wordt voorkomen dat huishoudens minima worden. Dit kan door bijvoorbeeld het project ‘Vroeg er op af’ te intensiveren

10

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

1. Minima in beeld De gemeente Tubbergen hanteert voor het minimabeleid een bovengrens van 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum. In dit hoofdstuk beschrijven we de kenmerken en ontwikkelingen van deze doelgroep.

1.1. Ontwikkeling minimahuishoudens In de periode 2015 – 2018 is het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm dat de gemeente in beeld heeft gestegen van 324 naar 530 huishoudens. Deze huishoudens vormen 6,5 procent van alle huishoudens in de gemeente (in 2015 was dit 4,1 procent). Deze stijging heeft te maken met het feit dat het gebruik van de collectieve zorgverzekering enorm is toegenomen onder de AOW’ers. Hierdoor is de doelgroep die in beeld is voor de Armoedemonitor ook enorm gestegen. Dit heeft zijn effect op de verhoudingen, inkomensbron, leeftijd en huishoudtypes, zoals in de volgende paragrafen is te zien. De stijging van het aantal minimahuishoudens komt door een toename van het aantal minima met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm. Het aantal minima met een inkomen tot 100 procent Wsm is juist gedaald. Dit komt met name door een daling van het aantal AOW’ers met een inkomen tot 100 procent Wsm (2015: 48 huishoudens; 2018: 17 huishoudens). Het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering is gestegen, van 103 in 2015 naar 122 huishoudens in 2018. Het aantal AOW’ers met een inkomen tot 120 procent Wsm is gestegen (+ 147 huishoudens). Ook is het aantal minimahuishoudens dat de gemeente in beeld heeft met een andersoortig inkomen gestegen (+ 40 huishoudens). Tabel 1.1.1 Huishoudens naar inkomen in Tubbergen Inkomenspercentage t.o.v.

Wsm Tot 100% 100% tot 120% Subtotaal

2015 Aantal 211 113 324

% 2,6% 1,5% 4,1%

2018 Aantal 180 350 530

% 2,2% 4,3% 6,5%

Overig Totaal

7.664 7.988

95,9% 100%

7.675 8.205

93,5% 100%

Tabel 1.1.2 Inkomensbron minima, inkomen tot 120% Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

2015 Aantal % 103 32% 124 38% 97 30% 324 100%

11

2018 Aantal % 122 23% 271 51% 137 26% 530 100%

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

1.1.2. Stijging aantal AOW’ers en daling aandeel minimahuishoudens met thuiswonende kinderen Ruim de helft van de minimahuishoudens bestaat uit alleenstaanden en 16 procent heeft thuiswonende kinderen. Ten opzichte van 2015 is het aandeel minimahuishoudens met thuiswonende kinderen gedaald. 51 procent van de minimahuishoudens heeft de AOW-gerechtigde leeftijd en een derde is tussen de 45 jaar en de AOW-leeftijd. Naar herkomst heeft 83 procent een Nederlandse achtergrond, 11 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 6 procent een westerse migratieachtergrond. De verdeling naar herkomst wijkt af van de verdeling die we bij veel andere gemeenten zien. Daar zien we dat ongeveer 60 procent van de minimahuishoudens een Nederlandse achtergrond heeft en een kwart een niet-westerse migratieachtergrond. Tenslotte is het aantal minima het hoogst in Tubbergen. Gemiddeld gezien hebben eenoudergezinnen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker dan andere huishoudens een inkomen tot 120 procent Wsm. Hetzelfde geldt voor huishoudens in Tubbergen, Manderveen – Mander en Langeveen. Figuur 1.1.1. Aandeel (relatief) minimahuishoudens tot 120% per wijk

12

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat de verdeling naar diverse kenmerken. We vergelijken de minimapopulatie met alle huishoudens in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minima te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minima t.o.v. alle huish.’). Tabel 1.1.3 Kenmerken minima, inkomen tot 120% Aandeel Categorie

2015 Aantal

2018 %

Aantal

minima %

t.o.v. alle huish.

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

172 18 92 42 324

53% 6% 28% 13% 100%

286 30 160 54 530

54% 6% 30% 10% 100%

14% 22% 4% 2% 6%

Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

78 122 124 324

24% 38% 38% 100%

95 164 271 530

18% 31% 51% 100%

5% 5% 10% 6%

255 33

79% 10%

437 34

83% 6%

6% 8%

36

11%

59

11%

53%

324

100%

530

100%

6%

142 54 51 11 22 13 11 20 324

44% 17% 16% 3% 7% 4% 3% 6% 100%

221 91 81 27 27 23 26 34 530

42% 17% 15% 5% 5% 4% 5% 6% 100%

9% 6% 6% 4% 3% 5% 7% 7% 6%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal Woonplaatsen Tubbergen Geesteren Albergen Harbrinkhoek – Mariaparochie Reutum – Haarle - Fleringen Vasse – Hezingen Manderveen – Mander Langeveen Totaal

* leeswijzer: van de 530 minimahuishoudens is 54 procent (286 huishoudens) alleenstaand. Afgezet tegen alle alleenstaande huishoudens in de gemeente laat de laatste kolom zien dat 14 procent daarvan een minimuminkomen heeft. Onder eenoudergezinnen is dat 22 procent.

13

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

1.2. Ruim vier op de vijf minimahuishoudens is langdurig minima In 2018 behoorden 435 minimahuishoudens (82 procent) tot de langdurige minima. Dit zijn minima die drie jaar of langer zijn aangewezen op een inkomen tot 120 procent Wsm. In 2015 was 42 procent langdurig minima. Deze stijging heeft te maken met de enorme toename van de gebruikersgroep voor de collectieve zorgverzekering, die met name uit AOW’ers bestaat en langer dan drie jaar op het minimum zitten. Bij veel andere gemeenten zien we ook een stijging van het aantal langdurige minima. Er is daarnaast relatief weinig nieuwe instroom. De instroom van het aantal en aandeel huishoudens tot de minimapopulatie is aanzienlijk gedaald van 44 procent (141 huishoudens) in 2015 naar 7 procent (38 huishoudens) in 2018. Tegelijkertijd komen de huishoudens die behoren tot de minimadoelgroep moeilijk uit de situatie en blijven langdurig een minimuminkomen houden. AOW’ers en minima zonder kinderen zijn vaker dan gemiddeld langdurig aangewezen op een minimuminkomen. Huishoudens met een andersoortig inkomen, huishoudens jonger dan 45 jaar en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn het minst vaak langdurig op een minimuminkomen aangewezen. Tabel 1.2.1 Kenmerken langdurige minima, inkomen tot 120% Aandeel Categorie

2015 Aantal

2018 %

Aantal

langdurige %

minima t.o.v. alle minima

Duur op minimuminkomen Tot en met 1 jaar 1 tot en 3 jaar 3 jaar en langer Totaal

141 46 137 324

44% 14% 42% 100%

38 57 435 530

7% 11% 82% 100%

Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

61 53 23 137

44% 39% 17% 100%

86 263 86 435

20% 60% 20% 100%

70% 97% 63% 82%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

86 5 28 18 137

63% 4% 21% 13% 100%

247 14 135 39 435

57% 3% 31% 9% 100%

86% 47% 84% 72% 82%

Leeftijdscategorie 27 tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

30 54 53 137

22% 39% 39% 100%

54 118 263 435

12% 27% 61% 100%

57% 72% 97% 82%

100 15

73% 11%

359 32

83% 7%

82% 94%

22

16%

44

10%

75%

137

100%

435

1005

82%

Langdurige minima

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

14

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

2. Minimakinderen tot 18 jaar in beeld In dit hoofdstuk geven we het aantal kinderen tussen 0 en 18 jaar weer dat opgroeit in een minimahuishouden.

2.1. Stijging aantal minimakinderen In de periode 2015 – 2018 is het aantal minimakinderen dat bij de gemeente in beeld is toegenomen van 104 naar 173 kinderen. Het totaal aantal minimahuishoudens met kinderen is ook licht gestegen (60 in 2015; 84 in 2018). In totaal groeit 3,8 procent van alle kinderen in de gemeente op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Tegelijkertijd is het totaal aantal kinderen in de gemeente gedaald (- 284 kinderen). De stijging van het aantal minimakinderen komt door een toename van het aantal kinderen in een minimahuishouden met een overig inkomen (2015: 42 kinderen; 2018: 78 kinderen) en een bijstandsuitkering (2015: 62 kinderen; 2018: 95 kinderen). We zagen al eerder dat het aantal minimahuishoudens met een bijstandsuitkering ook is gestegen van 103 minimahuishoudens naar 122 minimahuishoudens met een bijstandsuitkering. Tabel 2.1.1 Aantal kinderen in (minima)huishoudens Inkomenspercentage t.o.v. Wsm Tot 100% 100 tot 120% Totaal tot 120%

2015 Aantal 90 14 104

% 1,9% 0,3% 2,2%

2018 Aantal 118 55 173

% 2,6% 1,2% 3,8%

Overig Totaal

4.729 4.833

97,8% 100%

4.376 4.549

96,2% 100%

Tabel 2.1.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens, inkomen tot 120% Inkomensbron Participatiewet Ander inkomen Totaal

2015 Aantal % 62 60% 42 40% 104 100%

2018 Aantal % 95 55% 78 45% 173 100%

2.2. Stijging aantal kinderen uit eenoudergezinnen en met een niet-westerse migratieachtergrond Kinderen in een eenoudergezin groeien bijna acht keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een gezin met twee ouders; 23 procent van alle kinderen in een eenoudergezin groeit op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Van alle kinderen met twee ouders is dat 3 procent. Het aandeel minimakinderen dat opgroeit in een eenoudergezin is gestegen van 26 procent in 2015 naar 32 procent in 2018 en het aandeel minimakinderen in een gezin met twee ouders is gedaald van 74 procent naar 68 procent. Ook kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond groeien vaker dan gemiddeld op in een minimahuishouden; 65 procent van de kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden. Het aantal minimakinderen met een niet-westerse migratieachtergrond is toegenomen van 38 kinderen in 2015 naar 89 kinderen in 2018. Tenslotte groeien de kinderen in de woonplaats Tubbergen vaker op in een minimahuishouden dan kinderen in andere woonplaatsen uit de gemeente Tubbergen.

15

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Figuur 2.2.1. Aandeel (relatief) kinderen in minimahuishoudens tot 120% per wijk

16

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Verdeling naar kenmerken In de volgende tabel staat een aantal kenmerken van kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. We vergelijken de minimakinderen met alle kinderen in de gemeente om zo per kenmerk het aandeel minimakinderen te kunnen weergeven (in de kolom ‘Aandeel minimakinderen.’). Tabel 2.2.2 Kenmerken minimakinderen, inkomen tot 120% Categorie

2015 Aantal

Aandeel

2018 %

Aantal

%

minima t.o.v. alle kinderen

Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal

27 77 104

26% 74% 100%

55 118 173

32% 68% 100%

23% 3% 4%

Leeftijdscategorie Tot 4 jaar 4 tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

18 48 38 104

17% 46% 37% 100%

25 79 69 173

14% 46% 40% 100%

3% 4% 4% 4%

56 10

54% 10%

75 9

43% 5%

2% 12%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

38

36%

89

52%

65%

104

100%

173

100%

4%

Woonplaats Tubbergen Geesteren Albergen Overige kerkdorpen Totaal

44 15 24 21 104

42% 14% 23% 21% 100%

84 23 37 29 173

49% 13% 21% 17% 100%

7% 2% 5% 2% 4%

17

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

2.3. Een op de drie minimakinderen heeft een indicatie voor de Jeugdwet en de helft van de minimahuishoudens heeft een kind in de Jeugdwet In 2018 hadden 397 kinderen een indicatie voor de Jeugdwet (JW). Dit betekent dat 9 procent van alle kinderen een indicatie voor de Jeugdwet had. Van deze 397 kinderen groeien 58 kinderen op in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm; 34 procent van alle minimakinderen. Iets minder dan de helft van de minimakinderen met een indicatie voor de Jeugdwet woont in een gezin met een bijstandsuitkering, 53 procent woont in een eenoudergezin en 60 procent heeft een Nederlandse achtergrond. De 58 minimakinderen zijn verdeeld over 44 huishoudens. Tabel 2.3.1 Aantal kinderen met indicatie Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie Kinderen tot 120% Overige kinderen Totaal

2018 Aantal Aandeel 58 339 397

15% 85% 100%

Aandeel kinderen in JW t.o.v. alle kinderen 34% 8% 9%

Tabel 2.3.2 Aantal huishoudens met indicatie Jeugdwet naar huishoudinkomen Categorie Huishoudens tot 120% Overige kinderen Totaal

2018 Aantal Aandeel 44 311 355

12% 88% 100%

Aandeel huishoudens in JW t.o.v. alle huishoudens 52% 14% 15%

Tabel 2.3.3 Kenmerken kinderen met indicatie Jeugdwet, inkomen tot 120% Categorie

2018 Aantal Aandeel

Inkomensbron Participatiewet Overig inkomen Totaal

26 32 58

45% 55% 100%

Huishoudtype Eenoudergezin Meerpers met kinderen Totaal

31 27 58

53% 47% 100%

Leeftijdscategorie Tot 12 jaar 12 tot 18 jaar Totaal

37 21 58

64% 36% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

35 23 58

60% 40% 100%

18

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

3. Minimaregelingen 3.1. Enkele beleidswijzigingen Vanaf december 2017 is het Kindpakket ingevoerd en vanaf 1 januari 2018 kunnen minima gebruikmaken van Stichting Leergeld.

3.2. Bereik minimaregelingen We starten met een samenvatting van het bereik van de verschillende regelingen: 

 

In 2018 is het gebruik en bereik van de kwijtschelding hoger dan in 2015. In 2018 hebben 110 huishoudens kwijtschelding voor de gemeentelijke heffingen gekregen, een bereik van 61 procent van de doelgroep (2015: 74 huishoudens, 35 procent). Gemiddeld ligt het bereik van de kwijtschelding tussen 70 en 75 procent bij andere gemeenten. Het bereik van de kwijtschelding is in de gemeente Tubbergen aanzienlijk gestegen, maar ligt nog wel onder het gemiddelde wat we bij andere gemeenten zien. Deze stijging komt door een verandering in de werkwijze. Voor de kwijtschelding gemeentelijke belastingen worden de bijstandsgerechtigden aangeschreven. Hierdoor is het bereik vergroot; Het bereik van de bijzondere bijstand is ten opzichte van 2015 gedaald van 24 procent naar 15 procent. Het aantal huishoudens dat gebruik heeft gemaakt van de bijzondere bijstand is nagenoeg gelijk gebleven, maar de doelgroep is aanzienlijk groter geworden. In 2018 hebben 77 huishoudens gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand; samen hebben zij 635 verstrekkingen gekregen via de bijzondere bijstand; De individuele inkomenstoeslag kent een bereik van 60 procent in 2018. Dat is een aanzienlijke stijging ten opzichte van 2015. Het aantal gebruikers is gestegen van 38 naar 62 huishoudens. Gemiddeld is het bereik bij andere gemeenten 55 à 60 procent.

Het bereik van de gemeente Tubbergen ligt in lijn met dit gemiddelde; Het gebruik van de collectieve zorgverzekering is in de periode 2015 – 2018 aanzienlijk gestegen van 140 huishoudens in 2015 naar 395 huishoudens in 2018. Ook bij andere gemeenten zien we een stijging van het gebruik en bereik van de collectieve zorgverzekering. Het bereik ligt aanzienlijk hoger dan het gemiddelde bereik in andere gemeenten (35 à 40 procent). Vanaf 1 januari 2016 is in de gemeente een campagne gevoerd voor de collectieve zorgverzekering. Dit verklaart de stijging van het gebruik en bereik; In 2018 hebben 33 huishoudens gebruikgemaakt van de regeling Maatschappelijke participatie, een bereik van 6 procent van de doelgroep. Ten opzichte van 2015 is het gebruik licht gestegen, maar omdat de doelgroep ook is gestegen is het bereik nagenoeg gelijk gebleven. Het bereik van 6 procent ligt ver onder het bereik bij andere gemeenten, daar zien we een bereik tussen 40 en 50 procent voor een participatieregeling voor volwassenen; In 2018 hebben 132 kinderen gebruikgemaakt van het Kindpakket, 88 procent van de doelgroep. Dat ligt aanzienlijk hoger dan het bereik van een kindregeling in andere gemeenten (meestal rond 60 procent); In de analyseperiode hebben 88 kinderen gebruikgemaakt van Stichting Leergeld. Dit is een bereik van 70 procent van de doelgroep.

Dit ligt boven het gemiddelde bereik van 50 à 60 procent bij veel andere gemeenten.

Kenmerken gebruikers regelingen Minima met een bijstandsuitkering, meerpersoonshuishoudens met thuiswonende kinderen en minima met een niet-westerse migratieachtergrond maken gemiddeld gezien vaker gebruik van regelingen dan andere huishoudens.

19

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Kenmerken niet-gebruikers Er zijn 33 huishoudens die van geen enkele regeling gebruik maken. Dit zijn met name alleenstaanden, bijstandsgerechtigden, huishoudens tussen de 45 en AOW-gerechtigde leeftijd en huishoudens met een Nederlandse achtergrond. Tabel 3.2.1 Gebruik en bereik regelingen 2015 en 2018 Regeling Kwijtschelding Doelgroep Gebruik Bereik

2015

2018

211 74 35%

180 110 61%

Bijzondere bijstand Doelgroep Gebruik Aantal verstrekkingen Bereik

324 79 769 24%

530 77 635 15%

Individuele inkomenstoeslag Doelgroep Gebruik Bereik

84 38 45%

103 62 60%

Collectieve zorgverzekering Doelgroep Gebruik Bereik

324 140 43%

530 395 75%

Maatschappelijke participatie Doelgroep Gebruik Bereik

324 22 7%

530 33 6%

Kindpakket Doelgroep Gebruik Bereik

-

150 132 88%

Stichting Leergeld Doelgroep kinderen Gebruik kinderen Bereik kinderen

-

126 88 70%

Meerpersoonshuishoudens met kinderen en huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de regelingen voor volwassenen Gemiddeld maken minima gebruik van 1,3 van de volgende vijf regelingen voor volwassenen2: kwijtschelding, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, collectieve zorgverzekering en maatschappelijke participatie. Dit zijn de inkomensondersteunende minimaregelingen waar iedereen (mits ze voldoen aan de inkomensgrenzen) gebruik van kan maken. Meerpersoonshuishoudens met kinderen, bijstandsgerechtigden en huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond maken gemiddeld gezien van meer regelingen gebruik. Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen, AOW’ers en huishoudens met een Nederlandse

2 Voor de cumulatieve berekening zijn alle huishoudens (mits voldaan wordt aan de inkomensgrenzen)

meegenomen.

20

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

achtergrond blijven wat achter in het gebruik van de regelingen, zoals in onderstaande figuur te zien is. Figuur 3.2.1. Gemiddeld gebruik vijf regelingen, inkomen tot 120% Alleenstaand Eenoudergezin Meerpersoons zonder kinderen Meerpersoons met kinderen

1,3 1,3 1,1 1,9

Participatiewet AOW Overig inkomen

1,8 1,1 1,2

Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd

1,5 1,6 1,4 1,1

Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond

1,1 1,3 2,3

Bijstandsgerechtigden maken gemiddeld van meer regelingen gebruik De gemeente kent zeven minimaregelingen. Naast de vijf regelingen waar iedereen (mits ze voldoen aan de inkomensnormen) gebruik van kan maken, is er een regelingen voor kinderen: Stichting Leergeld en Kindpakket. Onder het Kindpakket vallen: het meedoen pakket, schoolpakket en de verjaardagsbox. Gemiddeld maken minima van 2,5 van deze zeven regelingen gebruik3. Meerpersoonshuishoudens en bijstandsgerechtigden maken gemiddeld van meer regelingen gebruik en dat geldt ook voor minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond. Figuur 3.2.2. Gemiddeld gebruik zeven regelingen, inkomen tot 120% Eenoudergezin Meerpersoons met kinderen

2,4 2,6

Participatiewet AOW Overig inkomen

3,4 1,0 1,9

Tot 27 jaar 27 tot 45 jaar 45 jaar tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd

3,5 3,1 2,0 1,0

Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond

1,8 2,0 3,7

3 Voor de berekening van het cumulatief gebruik van alle regelingen (inclusief de kindregelingen), zijn

alleen de huishoudens met thuiswonende kinderen meegenomen. Zij kunnen immers alleen van de regelingen gebruikmaken.

21

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

3.3. Kenmerken gebruikers per regeling Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Huishoudens kunnen kwijtschelding aanvragen voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en Onroerende Zaak Belasting (OZB). De doelgroep bestaat uit huishoudens met een inkomen op of rond het voor dat huishoudtype geldende sociale minimum. In 2018 hebben 110 huishoudens kwijtschelding toegekend gekregen:  Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken het vaakst gebruik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen;  Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond maken vaker gebruik van de kwijtschelding dan huishoudens met een andere achtergrond. Bijzondere bijstand Het bijzondere bijstandsbeleid van de gemeente Tubbergen is erop gericht om mensen met een inkomen tot 120 procent Wsm die bijzondere noodzakelijke kosten hebben en deze niet zelf kunnen betalen, te ondersteunen. Bij een inkomen hoger dan 120 procent Wsm wordt draagkracht berekend. In 2018 hebben 77 huishoudens een verstrekking vanuit de bijzondere bijstand gekregen. In totaal zijn er in hetzelfde jaar 635 verstrekkingen vanuit de bijzondere bijstand geweest. Dit zijn voornamelijk verstrekkingen in het kader van bewindvoeringskosten, deze betreffen 38 procent (242 verstrekkingen).

De kenmerken van de huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de bijzondere bijstand zijn als volgt;  Bijstandsgerechtigden hebben vaker gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand dan huishoudens met een andere inkomensbron. Huishoudens met een AOW-uitkering blijven achter in het gebruik;  Huishoudens met thuiswonende kinderen maken vaker gebruik van de bijzondere bijstand dan huishoudens zonder kinderen;  Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben het vaakst gebruikgemaakt van de bijzondere bijstand. Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag is bedoeld als inkomensondersteuning voor mensen die langdurig afhankelijk zijn van een minimuminkomen. In de gemeente Tubbergen behoort iedereen tussen de 21 jaar en pensioengerechtigde leeftijd, die gedurende drie jaar een inkomen heeft tot 100 procent Wsm, tot de doelgroep. Verder geldt als voorwaarde voor toekenning dat er in de afgelopen drie jaar geen mogelijkheden waren voor inkomensverbetering.

Er hebben 62 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag:  Bijstandsgerechtigden hebben vaker gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag dan huishoudens met een andere inkomensbron;  Meerpersoonshuishoudens met kinderen hebben het vaakst gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag;  Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben vaker gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag dan huishoudens met een andere achtergrond. Collectieve zorgverzekering De gemeente biedt minima de mogelijkheid om deel te nemen aan de collectieve aanvullende zorgverzekering van Menzis. Ze krijgen korting op de premie en profiteren van extra vergoedingen voor zorgkosten. Bij de verzekeraar Menzis kunnen deelnemers kiezen uit drie aanvullende pakketten. Om deel te nemen aan de collectieve zorgverzekering mag het huishoudinkomen niet hoger zijn dan 130 procent Wsm. Er wordt geen vermogenstoets gedaan. In 2018 hebben in totaal 395 huishoudens (568 personen) gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering. In de volgende tabel wordt het gebruik per aanvullend pakket weergegeven.

22

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Tabel 3.3.1 Aantal gebruikers per pakket (op huishoudniveau) Pakket 2018 GarantVerzorgd 1 78 GarantVerzorgd 2 38 GarantVerzorgd 3 291 Totaal 407 Er zijn 12 huishoudens die van meerdere pakketten gebruik hebben gemaakt. Het merendeel heeft gebruikgemaakt van GarantVerzorgd 3. Dit is het aanvullende pakket waarbij ook het eigen risico is meeverzekerd. De kenmerken van de huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de collectieve zorgverzekering zijn als volgt:  Bijna alle AOW’ers hebben gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering. Het gebruik onder bijstandsgerechtigden blijft wat achter;  Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen maken het vaakst gebruik van de collectieve zorgverzekering. Huishoudens met kinderen maken aanzienlijk minder gebruik van de zorgverzekering;  Huishoudens met een Nederlandse achtergrond maken vaker gebruik van de collectieve zorgverzekering dan huishoudens met een andere achtergrond. Maatschappelijke participatie Via de regeling Maatschappelijke participatie kunnen minima uit de gemeente een bijdrage krijgen voor de kosten van sportieve, culturele of educatieve activiteiten. Bijvoorbeeld lidmaatschap van een vereniging, lidmaatschap voor de bibliotheek, abonnement op krant of tijdschrift of een bijdrage voor een culturele voorstelling. Huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm kunnen gebruikmaken van de regeling.

In 2018 hebben 132 kinderen gebruikgemaakt van het Kindpakket, zij behoren tot 56 huishoudens. 33 huishoudens hebben een bijdrage vanuit de regeling Maatschappelijke participatie gekregen:  Bijstandsgerechtigden hebben het vaakst gebruikgemaakt van de Maatschappelijke participatie;  Meerpersoonshuishoudens met kinderen maken vaker gebruik van de regeling dan andere huishoudtypen;  Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben het vaakst gebruikgemaakt van de regeling Maatschappelijke participatie. Kindpakket Minima met kinderen kunnen een tegemoetkoming krijgen voor kosten die zij maken zodat hun kind kan meedoen. Vanuit het Kindpakket kunnen kosten worden vergoed voor bijvoorbeeld lidmaatschap van een vereniging, kleding, uitstapjes of een verjaardag. Huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm kunnen gebruikmaken van het Kindpakket. In 2018 hebben 40 huishoudens gebruikgemaakt van het Kindpakket:  Kinderen uit huishoudens met een bijstandsuitkering maken vaker gebruik van het Kindpakket dan kinderen uit huishoudens met een andere inkomensbron;  Kinderen uit eenoudergezinnen hebben vaker gebruikgemaakt van het Kindpakket dan kinderen uit een meerpersoonshuishoudens;  Kinderen uit huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben het vaakst gebruikgemaakt van het Kindpakket.

Onder het Kindpakket vallen verschillende pakketten: meedoenpakket, schoolpakket en verjaardagsbox. Hieronder het aantal huishoudens dat van ieder pakket gebruik heeft gemaakt. Tabel 3.3.2 Gebruik per pakket van Kindpakket (op persoonsniveau) Pakket Meedoenpakket Schoolpakket Verjaardagsbox

2018 87 82 58

23

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Stichting Leergeld Stichting Leergeld richt zich, in samenwerking met de gemeente, lokale fondsen, het bedrijfsleven en particulieren, op kinderen van 4 tot 18 jaar uit gezinnen met een inkomen tot 130 procent Wsm. Door verstrekkingen in natura wordt ervoor gezorgd dat ook deze kinderen kunnen meedoen op school of in het verenigingsleven. In totaal hebben 88 kinderen gebruikgemaakt van Stichting Leergeld, zij wonen in 48 huishoudens. De kenmerken van de kinderen die gebruik hebben gemaakt van Stichting Leergeld zijn als volgt:  Kinderen uit een huishouden met een overig inkomen maken vaker gebruik van Stichting Leergeld dan kinderen uit een huishouden met een bijstandsuitkering;  Kinderen met twee ouders maken vaker gebruik van deze regeling dan kinderen uit een eenoudergezin. Al zijn de verschillen klein;  Kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond maken het vaakst gebruik van Stichting Leergeld.

3.4. Collectieve zorgverzekering Huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm kunnen gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering. In de gemeente Tubbergen behoren huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm tot de primaire minimadoelgroep. In deze Armoedemonitor wordt het gebruik en de doelgroep van de collectieve zorgverzekering gerapporteerd met een inkomensgrens tot 130 procent Wsm. In 2018 hebben 395 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering. Dit zijn alle huishoudens die gebruik mogen maken van de collectieve zorgverzekering; dus huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm. We kunnen het inkomen niet exact vaststellen. Er zal een deel van deze groep een inkomen hebben tussen 120 en 130 procent Wsm. Wat we uit ervaring kunnen stellen is dat het grootste deel van deze groep een inkomen heeft tot 120 procent Wsm. Twee derde van de huishoudens die in 2018 gebruik hebben gemaakt van de collectieve zorgverzekering heeft een AOW-uitkering en een op de vijf heeft een ander inkomen, zoals WW of werk. 55 procent is alleenstaand en een derde is een meerpersoonshuishouden zonder kinderen. Slechts 10 procent van alle huishoudens die gebruikmaakt van de collectieve zorgverzekering heeft thuiswonende kinderen. 84 procent van de 395 huishoudens heeft een Nederlandse achtergrond.

24

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Tabel 3.4.1 Kenmerken gebruikers collectieve zorgverzekering Categorie

2018 Aantal

%

Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal

51 258 86 395

13% 65% 22% 100%

Huishoudtype Alleenstaand Eenoudergezin Meerpers zonder kinderen Meerpers met kinderen Totaal

219 13 134 29 395

55% 3% 34% 7% 100%

Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar - AOW AOW Totaal

50 87 258 395

13% 22% 65% 100%

331 26

84% 7%

38

10%

395

100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Westerse migratieachtergrond Niet-westerse migratieachtergrond Totaal

Van deze 395 huishoudens hebben 92 huishoudens in 2018 alleen gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering en niet van een andere regeling. Uit de bestanden die voor dit onderzoek worden gebruikt, kan niet worden vastgesteld wat het exacte inkomen is. We kunnen vaststellen dat het inkomen van deze 92 huishoudens niet hoger is dan 130 procent Wsm, omdat ze anders de collectieve zorgverzekering niet mogen gebruiken. Uit ervaring kan worden gesteld dat het grootste deel van deze groep een inkomen heeft tot 120 procent Wsm en dat slechts een aantal huishoudens een inkomen tot 130 procent Wsm hebben. Als de groep die alleen gebruik heeft gemaakt van de collectieve zorgverzekering en verder geen andere regelingen heeft gebruikt wordt geanalyseerd, dan zien we eigenlijk eenzelfde verdeling als wanneer alle 395 huishoudens worden geanalyseerd. De grootste groep ontvangt een AOW-uitkering en 88 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Als we naar huishoudtype kijken, dan zijn het met name meerpersoonshuishoudens zonder kinderen (62 procent) die alleen van de collectieve zorgverzekering gebruik hebben gemaakt en verder geen andere regelingen.

25

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

Tabel 3.4.2 Kenmerken gebruikers van alleen de collectieve zorgverzekering Categorie

2018 Aantal

%

5 60 27 92

5% 65% 29% 100%

30 57

33% 62%

5

5%

92

100%

Leeftijdscategorie Tot AOW AOW Totaal

32 60 92

35% 65% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

81 11 92

88% 12% 100%

Inkomensbron Participatiewet AOW Ander inkomen Totaal Huishoudtype Alleenstaand Meerpers zonder kinderen Huishoudens met kinderen (eenoudergezin en meerpers met kinderen) Totaal

26

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

4. Wmo en schuldhulpverlening 4.1. Ruim de helft van de minimahuishoudens maakt gebruik van de Wmo In 2018 hebben 1.214 huishoudens gebruikgemaakt van een of meerdere Wmo-voorzieningen. Dat is iets minder dan het aantal huishoudens in 2015; 1.229 huishoudens. Van de 1.214 huishoudens heeft 23 procent (290 huishoudens) een minimuminkomen. Dat betekent dat ruim de helft (55 procent) van alle minimahuishoudens een Wmo-voorziening heeft. In 2015 was dit 42 procent van alle minima. Bij andere gemeenten zien we dat gemiddeld 20 à 25 procent van de minimahuishoudens gebruikmaakt van de Wmo, de overlap in de gemeente Tubbergen ligt daar dus ver boven. Gemiddeld gezien maken minima vaker gebruik van de Wmo dan inwoners met een hoger inkomen; 12 procent van de huishoudens met een inkomen hoger dan 120 procent Wsm maakt gebruik van de Wmo. Van de 290 minimahuishoudens met Wmo is twee derde alleenstaand en heeft 8 procent thuiswonende kinderen. 70 procent ontvangt AOW en 90 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Tabel 4.1.1 Inkomensverdeling Wmo-gebruikers Wmo Tot 120% Wsm Overige huishoudens Totaal

%

2018 Aantal

%

136

11%

290

24%

Aandeel Wmo t.o.v. alle huishoudens 55%

1.093

89%

924

76%

12%

1.229

100%

1.214

100%

15%

2015 Aantal

Tabel 4.1.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% met Wmo Categorie Inkomensbron Participatiewet AOW Overig Totaal

2015 Aantal

2018 %

Aantal

%

19 83 34 136

14% 61% 25% 100%

27 202 61 290

9% 70% 21% 100%

92 32

68% 23%

190 78

65% 27%

Huishoudtype Alleenstaand Meerpers zonder kinderen Huishoudens met thuiswonende kinderen Totaal

12

9%

22

8%

136

100%

290

100%

Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 tot AOW-leeftijd AOW-leeftijd Totaal

19 34 83 136

14% 25% 61% 100%

31 57 202 290

11% 20% 70% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

116 20 136

85% 15% 100%

261 29 290

90% 10% 100%

27

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

4.2. Bijna 7 procent van alle minimahuishoudens zit in een schulddienstverleningstraject Schulddienstverlening (SDV) is bedoeld voor inwoners die zelf hun problematische schulden niet meer kunnen oplossen. Het belangrijkste onderdeel van schulddienstverlening betreft een minnelijke schuldregeling door Stadsbank Oost Nederland. Wanneer een minnelijk traject niet mogelijk is, kan een aanvraag worden gedaan voor toelating tot de WSNP (het wettelijk traject). In 2018 kregen 55 huishoudens een vorm van schulddienstverlening. Dit aantal is nagenoeg gelijk gebleven aan het aantal huishoudens in 2015. Twee derde (64 procent) van de huishoudens heeft een inkomen tot 120 procent Wsm. Afgezet tegen alle minima betekent dit dat 6,6 procent van de minimahuishoudens een vorm van schulddienstverlening heeft gekregen. Bij andere gemeenten loopt dat aandeel uiteen van 10 tot 20 procent. 37 procent van de minimahuishoudens die een SDV-traject doorlopen heeft thuiswonende kinderen en 89 procent heeft een Nederlandse achtergrond. 37 procent ontvangt een bijstandsuitkering. Tabel 4.2.1 Inkomensverdeling SDV-gebruikers SDV Tot 120% Wsm Overige huishoudens Totaal

%

2018 Aantal

%

29

49%

35

64%

Aandeel SDV t.o.v. alle huish. 6,6%

30 59

51% 100%

20

36%

0,3%

55

100%

0,7%

2015 Aantal

Tabel 4.2.2 Kenmerken minimahuishoudens tot 120% met SDV Categorie

2015 %

Aantal

15 14 29

52% 48% 100%

13 22 35

37% 63% 100%

Huishoudtype Huishoudens zonder kinderen Huishoudens met kinderen Totaal

17 12 29

59% 41% 100%

22 13 35

63% 37% 100%

Leeftijdscategorie Tot 45 jaar 45 jaar en ouder Totaal

15 14 29

52% 48% 100%

12 23 35

34% 66% 100%

Herkomst Nederlandse achtergrond Migratieachtergrond Totaal

23 6 29

79% 21% 100%

31 4 35

89% 11% 100%

Inkomensbron Participatiewet Overig inkomen Totaal

Aantal

2018

28

%

Gemeente Tubbergen

Versie 1.3

5. Bevindingen Armoedemonitor In dit afsluitende hoofdstuk van de Armoedemonitor worden de onderzoeksvragen beantwoord en maken we een verbinding tussen de cijfers en het beleid. De onderzoeksvragen worden in willekeurige volgorde beantwoord.      

Wat is de huidige omvang en samenstelling van de klant- en doelgroep voor het armoedebeleid en de schulddienstverlening? En hoe heeft de doelgroep zich ten opzichte van 2015 ontwikkeld? Hoeveel kinderen groeien op in een minimahuishouden en hoe ziet die groep er uit? Hoe groot is het huidige gebruik en het bereik van de verschillende regelingen, tevens onderverdeeld naar diverse kernen in de gemeente? En hoe heeft het bereik zich ten opzichte van 2015 ontwikkeld? Hoe groot is de groep die geen gebruik maakt van de regelingen? Hoe goed wordt de doelgroep bereikt? Wat zijn de stapelingseffecten in het gebruik van de diverse regelingen?

5.1. Kenmerken doelgroep armoedebeleid In deze paragraaf wordt de huidige omvang en samenstelling van de klant- en doelgroep voor het armoedebeleid en de schulddienstverlening weergegeven. Tevens wordt het aantal kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden en de kenmerken van de groep beschreven. Waar mogelijk vergelijken we de aantallen en kenmerken met de doelgroep in 2015. Omvang doelgroep De totale doelgroep van het armoedebeleid in de gemeente Tubbergen bestaat uit 530 huishoudens. Dit zijn huishoudens met een inkomen lager of gelijk aan 120 procent van het wettelijk sociaal minimum. Deze huishoudens vormen 6,5 procent van alle huishoudens in de gemeente. Het aantal en aandeel minima is ten opzichte van 2015 fors gestegen (2015: 324 huishoudens; 4,1 procent). Kinderen in minimahuishoudens en eenoudergezinnen In totaal groeien 173 kinderen in de leeftijd tot 18 jaar op in een minimahuishouden. Dit is 3,8 procent van alle kinderen in de gemeente. In 2015 groeiden 104 kinderen (2,2 procent) op in een minimahuishouden. Kinderen in een eenoudergezin groeien bijna acht keer zo vaak op in een minimahuishouden als kinderen in een gezin met twee ouders; 23 procent tegenover 3 procent. Ook in gezinnen met een niet-westerse migratieachtergrond is het aandeel kinderen hoger dan gemiddeld; twee derde van de kinderen uit een dergelijk gezin groeit op in een minimahuishouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/1111/documents/23900