CConstaterende datTubbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.8. Koopstromenonderzoek Oost Nederland 2019.pdf

Raadscommissie 1 februari 2022, gemeente TubbergenBij agendapunt: 6: Visie op hoofdlijnen Centrum Tubbergen18.293 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

41 van 84

33%

3.7

Ontwikkeling koopstromen

Figuur 3.22 laat op basis van de resultaten uit voorgaande paragrafen zien hoe het koopgedrag in Oost-Nederland zich de afgelopen jaren ontwikkelde. Uit de figuur blijkt in de eerste plaats de afname van de niet-dagelijkse koopkrachtbinding. Ook laat de grafiek zien dat anno 2019 een kleiner deel van de bestedingen afvloeit naar andere gemeenten. Zowel de afgenomen binding als de afgenomen afvloeiing naar andere gemeenten, kwamen ten gunstige van het internet. Ook in de dagelijkse sector nam de oriëntatie op andere gemeenten af. Ook hier kwam de afgenomen oriëntatie op winkelgebieden buiten de eigen gemeente ten gunste van het internet.

Niet dagelijks 2015

56%

Niet dagelijks 2019

26%

49%

22%

7%

7%

11%

21%

Dagelijks 2015

87%

9%

3%

Dagelijks 2019

87%

7%

2%

0%

10%

Eigen gemeente

20%

30%

40%

Elders Oost-Nederland

50%

60%

Overig Nederland

70%

80%

Duitsland

90%

100%

Online

Figuur 3.22 Ontwikkeling koopstromen dagelijks en niet-dagelijks (2015-2019)

3.8

Samenvattend

De koopkrachtbinding per gemeente in de dagelijkse sector nam iets toe terwijl de binding in de niet-dagelijkse sector afnam. Beide zijn het hoogst in sterk stedelijke gemeenten en kernen met een groot aantal inwoners. De koopkrachtbinding in de niet-dagelijkse sector neemt ook toe met winkeldichtheid (aantal verkooppunten ten opzichte van het aantal inwoners). De koopkrachtbinding in de dagelijkse sector nam vooral toe in de niet stedelijke gemeenten. In een aantal gemeenten levert toevloeiing uit andere gemeenten en het randgebied een aanzienlijke bijdrage aan het draagvlak van de winkels. Dit geldt in elk geval voor de dagelijkse sector in de niet stedelijke gemeenten. Daarnaast profiteert een aantal gemeenten behoorlijk van toeristische bestedingen. Het aandeel toevloeiing in de niet-dagelijkse sector hangt deels samen met de winkeldichtheid in het gebied. De koopkrachtafvloeiing naar Duitsland is beperkt. Als men aankopen doet in Duitsland is dat vaak mode. Andersom geldt dat een aantal Nederlandse grensgemeenten onder Duitsers vooral populair is voor modeaankopen. In een aantal andere grensgemeenten is het juist de dagelijkse sector die wel vaart bij bestedingen van Duitsers. Duitse consumenten geven samen per saldo een stuk meer uit in Oost-Nederland dan inwoners van Oost-Nederland in Duitsland doen.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

42 van 84

De afvloeiing naar het internet in Oost-Nederland steeg sterk (al ligt ze in alle branches lager dan in de Randstad). De inwoners van de stedelijke gebieden kopen vaker boodschappen online dan inwoners van meer landelijke gemeenten. De toegenomen oriëntatie op het internet ging in de niet-dagelijkse sector zowel ten koste van de bestedingen in de eigen gemeente als van de bestedingen die afvloeien naar andere gemeenten. In de modebranche hangt het online aandeel samen met de winkeldichtheid van de modebranche in de betreffende gemeente. De pure webwinkels zijn veruit het populairst voor modeaankopen, maar er zijn ook gemeenten waar lokale winkels een aanzienlijk online aandeel hebben. Een aardig deel van de online modebestellingen wordt (deels) geretourneerd. Oudere inwoners van Oost-Nederland kopen veel minder vaak online mode dan jongeren.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

43 van 84

Koopgedrag

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

44 van 84

4

Koopgedrag

In dit hoofdstuk komen verschillende aspecten van het koopgedrag aan bod: bezoekmotieven, vervoermiddel, verblijfsduur, bezoekdag en waardering 22. Aan het eind van het hoofdstuk kijken we naar combinatiebezoek en leefstijlensegmentatie.

4.1

Bezoekmotieven

Voor de dagelijkse boodschappen kiezen de meeste consumenten in Oost-Nederland voor het winkelgebied dat het dichtst bij huis ligt. Voor de aankoop van mode laat de consument zich vooral leiden door omvang en kwaliteit van het winkelaanbod en de aanwezigheid van specifieke winkels (zie figuur 4.1). Misschien niet verrassend maar wel interessant: voor Duitse bezoekers (niet in de figuur) zijn openingstijden van de winkels (29%)23 en de sfeer en uitstraling van de winkelgebieden (20%) beduidend sterkere bezoekmotieven dan voor Nederlandse bezoekers. Dichtst bij huis

39% 42% 27%

Kwaliteit winkelaanbod

36% 35%

25%

Omvang winkelaanbod Bereikbaarheid per auto

19%

43% 42%

25% 36%

24%

Bepaalde winkel(s)

34%

Parkeermogelijkheden

13%

Bereikbaarheid per fiets

12%

Openingstijden winkels

23%

3%

7%

11% 12%

8%

Sfeer/uitstraling aankooplocatie

boodschappen 28%

12%

6%

Bereikbaarheid te voet

46%

23% 21% 21% 20% 19%

Prijsniveau winkelaanbod

70%

10%

mode woninginrichting/dhz /elektronica

17%

6% 9% 4% 5% 8% 7% 5% 4% 6% 5% 4% 2% 1% 0% 1% 1% 3% 1%

Combinatie met een ander bezoekdoel Anders, namelijk Parkeertarief Dichtst bij werk Combinatie met tanken Bereikbaarheid per openbaar vervoer 0%

10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80%

Figuur 4.1 Motieven voor winkelgebiedskeuze naar laatste aankoop

22 23

Deze aspecten staan gedetailleerder in de factsheets voor winkelgebieden en in de online tool (zie www.kso2019.nl). Duitsland kent vooral in het weekend meer beperkte winkelopeningstijden.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

45 van 84

4.2

Vervoermiddel

Voor alle type winkelgebieden is de auto het belangrijkste vervoermiddel (zie figuur 4.2). Vanzelfsprekend is het auto-aandeel bij de grootschalige locaties het hoogst gevolgd door de centrumlocaties. Hoe groter de centrumlocatie, hoe groter het aandeel bezoekers dat er met de auto naartoe gaat. Ten opzichte van 2015 bleef het autogebruik nagenoeg gelijk. Het gebruik van het openbaar vervoer is in Oost-Nederland beperkt – zeker als we dat vergelijken met de Randstad. Bij de grootste kernwinkelgebieden is het aandeel OV 3%.

13%

centrumlocatie

tot 5.000 m2

10%

5.000-10.000 m2 10.000-20.000 m2

56%

33%

12%

37%

16%

tot 2.500 m2

ondersteunend

61%

31%

12%

20.000-40.000 m2

60%

28%

12%

vanaf 40.000 m2

15%

2.500-5.000 m2

17%

5.000-10.000 m2 11%

10.000-20.000 m2

grootschalig

26%

2%

tot 20.000 m2

0%

vanaf 40.000 m2 0%

45%

Te voet Fiets

48%

Auto 32%

33%

35%

51%

49%

50%

14%

1%

20.000-40.000 m2

32%

53%

82%

14%

84%

7%

91%

20%

40%

60%

80%

100%

Figuur 4.2 Aandeel te voet, fiets en auto per type winkelgebied

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

46 van 84

4.3

Verblijfsduur

Consumenten uit Oost-Nederland verblijven gemiddeld vaak (70%) niet langer dan een uur in het winkelgebied van hun keuze (figuur 4.3). Dagelijkse boodschappen doet men 9 van de 10 keer binnen een uur. Voor modeaankopen verblijven de consumenten in het Oost-Nederland het langst in een winkelgebied. Ruim een derde verblijft daarvoor 1 tot 2 uur in een winkelgebied en 20% meer dan 2 uur. De overige 45% verblijft voor modeaankopen niet langer dan een uur in het winkelgebied. Duitsers verblijven logischerwijs langer. Bijna een derde van hen brengt gemiddeld zelfs 2-4 uur door in de winkelgebieden in Oost-Nederland. Zowel voor de dagelijkse boodschappen, voor modeaankopen als voor het kopen van woninginrichting, doe-het-zelfartikelen of elektronica is de verblijftijd van Duitsers beduidend langer. Onder zowel Nederlanders al Duitsers is de gemiddelde verblijfsduur het langst in de kernwinkelgebieden gevolgd door de grootschalige concentraties.

5%

24%

Oost-Nederland

centraal 2%

35%

23%

10% 14%

ondersteunend 1% 0% 4%

27%

grootschalig

23%

6%

0%

23%

centraal

15-30 minuten

1-2 uur 26%

8%

Duitsland

0-15 minuten

40%

30-60 minuten

2% 2%

25% 25%

ondersteunend 12%

3% 8%

grootschalig 5%

10%

2-4 uur

38%

Meer dan 4 uur

4%

0%

45%

33%

7%

28%

11%

51%

14%

20%

30%

40%

50%

60%

Figuur 4.3 Verblijfsduur naar herkomst consument

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

47 van 84

4.4

Winkeldagen

Zaterdag is volgens de respondenten nog steeds de dag dat ze het meest besteden in winkels, zeker voor de aankoop van mode. Ten opzichte van 2015 heeft de zondag aan populariteit gewonnen (met wel veel variatie tussen gemeenten van 0% tot 15% bij zowel boodschappen en mode). Voor Duitse consumenten is zaterdag veruit de belangrijkste dag om een winkelgebied in Oost-Nederland te bezoeken. Maar ook de zondag is bij hen een stuk populairder dan onder Nederlandse consumenten uit Oost-Nederland. Dit geldt zowel voor modeaankopen als voor boodschappen (figuur 4.4).

32%

booschappen

maandag t/m woensdag

15% 35%

donderdag en vrijdag

21% 27%

zaterdag

38% 7%

zondag

25%

maandag t/m woensdag

Duitsland

15% 33%

donderdag en vrijdag

mode

Oost-Nederland

17%

13% 45%

zaterdag

47% 5%

zondag

24%

0%

10%

20%

30%

40%

50%

Figuur 4.4 Bestedingsverdeling over de dagen naar herkomst consument

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

48 van 84

4.5

Waardering

Consumenten waarderen de winkelgebieden in Oost-Nederland gemiddeld met een 7,8 als ‘totaaloordeel’ (figuur 4.5). Vooral de bereikbaarheid van de winkelgebieden doet het goed (auto en fiets). De OV-bereikbaarheid blijft daarbij achter. Relatief lagere waardering is er voor de aanwezigheid van groen in de winkelgebieden en voor de aanwezigheid van faciliteiten (een toilet, wifi, kluisjes et cetera). Cijfers die zijn te vergelijken met 2015 liggen in 2019 gemiddeld gelijk of iets hoger. In de Randstad was het gemiddelde totaaloordeel in 2018 een 7,7.

7,9 7,9 7,8

Totaal oordeel 7,4 7,5 7,4

Omvang winkelaanbod

7,8 7,9 7,7

Kwaliteit winkelaanbod

7,4

Sfeer en uitstraling

7,7

7,4 6,5

Aanbod van horeca

7,5

6,7

Veiligheid

7,8 7,9 7,7

Netheid (schoonmaak/onderhoud)

7,8 7,9 7,8 6,2

Faciliteiten (bijvoorbeeld wc, wifi, afhaalpunt, kluisjes)

6,1

Aanwezigheid van groen

Boodschappen Mode Woninginrichting/dhz/elektronica

6,5 6,4 6,5 6,4 7,3

Algemene kwaliteit van de verblijfsruimte

7,3

7,5

8,0 7,9 8,0

Bereikbaarheid per auto

8,8

Bereikbaarheid per fiets

8,4 8,4

Parkeermogelijkheden auto

7,8 7,6 7,8

Stallingsmogelijkheden fiets

7,7 7,8 7,8 6,7

Bereikbaarheid per openbaar vervoer

6,5

5,0

6,0

6,9

7,0

8,0

9,0

Figuur 4.5 Waardering winkelgebied naar type aankoop

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

49 van 84

4.6

Combinatiebezoek

Veel consumenten combineren hun modeaankopen in een winkelgebied met het bezoek aan andere voorzieningen in dat winkelgebied. Zo bezoekt ruim 30% tevens de supermarkt en gaan bijna evenzoveel consumenten ergens iets drinken of naar een lunchroom. Een op de tien consumenten combineert het doen van modeaankopen met het bezoek aan een culturele voorziening. Combinatiebezoek is sterk afhankelijk van het type winkelgebied dat men bezoekt. De kernwinkelgebieden kennen de meest diverse combinaties. En hoe groter het kernwinkelgebied, hoe groter de leisurefunctie.

58%

6%

tot 5.000 m2 2%

centrumlocatie

46%

8% 8% 6%

5.000-10.000 m2

44%

12% 12%

10.000-20.000 m2 7%

25% 22%

20.000-40.000 m2 9%

22%

vanaf 40.000 m2 13%

39%

37% 36%

6%

ondersteunend

tot 2.500 m2

Supermarkt

4%

5.000-10.000 m2

10%

52% 14%

24% 22%

tot 20.000 m2 4% 6% 4%

vanaf 40.000 m2

7% 6%

0%

Cultuur

8% 9% 9%

20.000-40.000 m2

Drinken Lunchroom

67%

10.000-20.000 m2

grootschalig

76%

15% 12% 11%

2.500-5.000 m2

39%

24% 11% 18% 15%

20%

40%

60%

80%

Figuur 4.6 Combinatiebezoek modeaankopen naar type winkelgebied

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

50 van 84

Leefstijlen nader toegelicht Wie zijn de bezoekers uit Duitsland die de winkelgebieden in Oost-Nederland bezoeken? Om hier meer inzicht in te krijgen kijken we exploratief naar hun demografische kenmerken en hun leefstijlen volgens het DISC-marketing model. Het model maakt onderscheid naar in totaal acht doelgroepen (zie figuur 4.7). Naast de vier groepen Rood, Geel, Groen en Blauw, die de kwadranten van het model definiëren zijn er ‘mengvormen Oranje, Lime, Aqua en Paars.

Figuur 4.7 DISC-marketing model Het kleurenprofiel van de consumenten uit Duitsland, die de winkelgebieden in OostNederland bezoeken, wijkt duidelijk af van het profiel van de Nederlandse bezoekers (figuur 4.8).

Figuur 4.8 Profielen Nederlandse en Duitse bezoekers winkelgebieden Oost-Nederland.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

51 van 84

Leefstijlen nader toegelicht (vervolg) De Duitse bezoekers hebben relatief vaker een oranje, geel of lime leefstijl profiel (index boven de 100), en duidelijk minder vaak een paars of rood leefstijlprofiel (index onder de 100). Consumenten met een oranje, geel of lime leefstijl profiel, samen goed voor 47% van de Duitse bezoekers, beschrijft het model als trendy en eigentijdse consumenten die graag voor de gezelligheid een middagje gaan winkelen. Zij bezoeken dan graag boetiekjes en de populaire ketens als H&M, Zara of Berschka, maar zien het winkelen vooral ook als leuke vrijetijdsbesteding. Een bezoek aan een koffiebar of lunchroom hoort daar zeker ook bij. De doelgroepen aqua, blauw en paars treffen we minder vaak onder de Duitse bezoekers. Deze klantgroepen zijn vooral merk en service georiënteerd. Bij hun aankopen kiezen zij eerder voor vaste en vertrouwde adressen. Voor de winkelgebieden betekent dit dat een gezellige binnenstad met een ontspannen sfeer de belangrijkste troeven zijn om de bezoekers uit Duitsland te blijven binden. Voor de doelgroepen oranje, geel en lime speelt het budget ook duidelijk mee als zij een middag gaan winkelen. Voordelige parkeertarieven (dagkaart) en combi deals zijn dan ook populair bij deze klantgroepen.

4.7

Samenvattend

Bij de keuze voor een winkelgebied voor boodschappen is nabijheid een belangrijk motief. Bij de keuze voor een winkelgebied voor modeaankopen vormt het winkelaanbod zelf (omvang, kwaliteit, specifieke winkels) het belangrijkste bezoekmotief. Voor alle type winkelgebieden is de auto veruit het belangrijkste vervoermiddel. De autobereikbaarheid van de winkelgebieden in Oost-Nederland krijgt een hoge waardering. Van het OV maakt men relatief weinig gebruik. Veruit de meeste bezoeken aan een winkelgebied in Oost-Nederland duren niet langer dan een uur. Duitsers verblijven voor alle type aankopen een stuk langer in de Nederlandse winkelgebieden. Zowel bij Duitse als bij Nederlandse consumenten is de verblijfsduur in de kernwinkelgebieden het langst. Ofschoon de zondag groeit als winkeldag (niet overal overigens), is de zaterdag nog steeds een prominente winkeldag. Men waardeert de winkelgebieden in OostNederland gemiddeld met een 7,8. De bereikbaarheid van de winkelgebieden (met zowel fiets als auto) scoort hierbij het hoogst. In de grotere kernwinkelgebieden waardeert men het horecaaanbod goed. Winkelbezoek combineert men hier dan ook zeer geregeld met een bezoek aan een horecagelegenheid.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

52 van 84

Bezoek leisure

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

53 van 84

5 Leisurestromen 5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk geven we een inkijk in de ruimtelijke oriëntatie op het gebied van leisure (horeca, cultuur en ontspanning). Stromen waarbij ook sprake is van binding en toevloeiing.

5.2

Oriëntatie vrijetijdsbesteding

Figuur 5.1 laat zien in hoeverre de inwoners van Oost-Nederland voor hun vrijetijdsbesteding op hun eigen gemeente zijn georiënteerd. De respondenten gaven hierbij aan waar ze voor het laatst deze voorzieningen bezochten. Gemiddeld genomen zijn de inwoners van Zwolle, Winterswijk, Assen en Enschede voor deze activiteiten het sterkst op hun eigen gemeente georiënteerd. Iets drinken en uit eten gaan doet men meestal in de eigen gemeente (gemiddeld respectievelijk 49% en 46%). Voor het bezoek van een attractie of museum is men veel vaker op een plaats buiten de eigen gemeente aangewezen. Voor een bezoek aan de bioscoop of een theater blijven de inwoners van de stedelijke gebieden vaak in hun eigen gemeente. De meer landelijke gemeenten beschikken meestal niet over deze voorzieningen. Over het algemeen geldt: hoe stedelijker een gemeente, hoe sterker de inwoners in hun vrijetijdsbesteding georiënteerd zijn op hun eigen gemeente. 65% 60%

drinken

44% 37% 61% 56%

eten

41% 37% 51% 45%

sportschool

41% 33% 42% 36% 37%

evenement

sterk stedelijk

32%

matig stedelijk

67% 40%

bios

weinig stedelijk

13% 3%

niet stedelijk 42% 33%

theater

15% 3% 12% 10% 11% 10%

attractie

17% 7% 8% 5%

museum

0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

70%

80%

Figuur 5.1 Oriëntatie eigen gemeente horeca en leisurevoorzieningen

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

54 van 84

Hoewel de inwoners van niet stedelijke gemeenten het minst vaak in hun eigen gemeente uit eten gaan (37% versus 46% gemiddeld), trekken deze gemeenten hiervoor wel de meeste bezoekers van buiten (44% versus 36% gemiddeld). Figuur 5.2 laat per gemeente zien welk deel van de consumenten dat de laatste keer in de betreffende gemeenten uit eten is geweest, van buiten de die gemeente komt. De gemeente Tubbergen scoort hierop het hoogst. De restaurants in deze gemeente hebben hiermee een belangrijke recreatieve functie. Dit geldt eveneens voor de restaurants in de gemeenten Elburg, Ommen en Borger-Odoorn. Doetinchem, Zwolle en Enschede zijn de grootste bovenlokale trekkers voor bioscoopbezoek (meer dan 60% toevloeiing).

Figuur 5.2 Toevloeiing ‘uit eten gaan’ per gemeente

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

55 van 84

5.3

Aanbod horeca en detailhandel

De niet stedelijke gemeenten hebben gemiddeld ook de hoogste horecadichtheid (aantal verkooppunten horeca ten opzichte van het aantal inwoners). Binnen deze categorie is de horecadichtheid het hoogst in respectievelijk Dinkelland, Aa En Hunze, Ommen en Tubbergen. Steenwijkerland is de gemeente met de hoogste horecadichtheid in Oost-Nederland.

Winkeldichtheid (detailhandel/10.000 inwoners)

90

Winterswijk 80 Meppel Hardenberg

70 Rijssen-Holten Hoogeveen

Twenterand Berkelland Borne Aalten

60

Zwartewaterland Oldebroek Raalte Dalfsen Heerde

50

Staphorst Dronten

40

Hof Van Twente

Zeewolde

Elburg

Kampen

Almelo Assen Haaksbergen

Wierden

Voorst Oude IJsselstreek

Zutphen Doetinchem Emmen Hattem Oldenzaal Ommen Oost Gelre

Deventer Hengelo Tubbergen Zwolle Enschede

Dinkelland

Steenwijkerland

Coevorden

Losser Hellendoorn

Olst-Wijhe

Harderwijk

Bronckhorst Lochem

De Wolden

Tynaarlo Apeldoorn

Aa En Hunze

Borger-Odoorn

Midden-Drenthe 30 10

15

20

25

30

35

40

Horecadichtheid (horeca/10.000 inwoners)

Figuur 5.3 Horecadichtheid versus winkeldichtheid In absolute zin is veruit het meeste horeca-aanbod te vinden in de kernwinkelgebieden (ruim 90% van het totale horeca-aanbod in een Oost-Nederlands winkelgebied). De grootste toename van het horeca-aanbod vond de afgelopen jaren overigens in de ondersteunende winkelgebieden plaats (+8%)24. Het aandeel horeca in winkelgebieden is het grootst in de centrale winkelgebieden. Tegenover 100 winkels staan in deze winkelgebieden gemiddeld 35 horecagelegenheden. Het aandeel is het grootst in de kleine kernwinkelgebieden waarbij het centrum van De Lutte, het centrum van Ruinen en het centrum van Overdinkel het meest in het oog springen. Na de kleine kernwinkelgebieden zijn het de grootste kernwinkelgebieden met de meeste horecavestigingen ten opzichte van het aantal detailhandelsvestigingen. Binnen deze categorie voert het centrum van Apeldoorn de ranglijst aan. De mate waarin consumenten het horeca-aanbod in de winkelgebieden waarderen, verschilt sterk per type winkelgebied. De horeca in de grootste kernwinkelgebieden kan met een rapportcijfer 8 op de hoogste waardering rekenen terwijl het horeca-aanbod in de kleinere

24

Grootschalige concentraties zijn in deze analyse vanwege het beperkte aanbod in absolute zin, buiten beschouwing gelaten.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

56 van 84

kernwinkelgebieden niet verder komt dan een rapportcijfer 6. De winkelgebieden met de hoogste horecawaardering zijn het centrum van Elburg en het centrum van Westerbork (beide scoren gemiddeld een 9).

5.4

Samenvattend

Uit eten gaan en iets drinken doet men overwegend in de eigen gemeente. Hoewel de inwoners van niet stedelijke gemeenten het minst vaak in hun eigen gemeente uit eten gaan, trekken deze gemeenten hiervoor wel de meeste bezoekers van buiten. Hoewel de groei van horeca de afgelopen vier jaar het sterkst was in de ondersteunende winkelgebieden, beschikken de kernwinkelgebieden nog altijd over de meeste horecagelegenheden in verhouding tot het winkelaanbod. De horeca in de kernwinkelgebieden wordt ook veruit het beste beoordeeld door de consument.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

57 van 84

Functioneren detailhandel

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

58 van 84

6

Functioneren detailhandel

In dit hoofdstuk gaan we in op het economisch functioneren van de detailhandel in OostNederland. We laten zien waar bestedingen landden en wat de geschatte vloerproductiviteit (bestedingen per vierkante meter) is. Tevens gaan we in op de verzorgingsfunctie van de gemeenten. Aan het eind van het hoofdstuk vergelijken we exploratief de geschatte bestedingen op basis van de koopstromen met omzetgegevens van het CBS en gaan we in op de werkgelegenheid in de winkelgebieden.

6.1

Bestedingen bij winkels

6.1.1 Dagelijkse bestedingen In 2019 bedroeg de consumentenomzet bij de dagelijkse (gevestigde) detailhandel in OostNederland een kleine € 6,8 miljard. Dit betreft een toename van 6% ten opzichte van 201525. De groei van de dagelijkse consumentenomzet in Oost-Nederland is iets lager dan de groei van de consumentenbestedingen in deze sector (+9% - zie paragraaf 2.3). Dit heeft o.a. te maken met het feit dat een deel van groeiende consumentenbestedingen ten gunste is gekomen van het online kanaal. De dagelijkse omzet die de detailhandel in de gemeenten realiseert, ligt veelal redelijk in lijn met de bevolkingsomvang van de gemeente. Het is dan ook de detailhandel in Enschede, Apeldoorn en Zwolle die de hoogste omzet en het grootste marktaandeel binnen Oost-Nederland realiseert26. De verschuiving in gemeentelijke marktaandelen tussen 2015 en 2019 is in deze sector beperkt. Wel valt een aantal gemeenten op met een dalend marktaandeel waarbij Emmen het meest in het oog springt. Emmen is dan ook een van de gemeenten die met een krimpende bevolking te maken heeft.

25

Bij de procentuele ontwikkeling van de consumentenomzet gaat het om de omzet exclusief toerisme en alleen voor de gemeenten die ook in 2015 aan het koopstromenonderzoek hebben deelgenomen. 26 Het betreft hier het marktaandeel van de dagelijkse detailhandel in de gemeenten die ook in 2015 aan het onderzoek deelnamen.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

59 van 84

sterk stedelijk matig stedelijk weinig stedelijk niet stedelijk

Enschede Apeldoorn Zwolle Deventer Hengelo Almelo Assen Zutphen Harderwijk Hoogeveen Kampen Rijssen-Holten Oldenzaal Meppel Haaksbergen Borne Emmen Hardenberg Coevorden Berkelland Steenwijkerland Dronten Raalte Twenterand Tynaarlo Hof van Twente Lochem Hellendoorn Dalfsen Elburg Voorst Wierden Oldebroek Zeewolde Losser Zwartewaterland Heerde Hattem Dinkelland Midden-Drenthe Bronckhorst Aa en Hunze Borger-Odoorn Tubbergen De Wolden Staphorst Ommen Olst-Wijhe

0%

2019 2015

1%

2%

3%

4%

5%

6%

7%

8%

9%

Figuur 6.1 Marktaandeel gemeenten dagelijkse consumentenomzet (2015 en 2019) 6.1.2 Vloerproductiviteit dagelijks De dagelijkse winkels in Oost-Nederland realiseerden een vloerproductiviteit van afgerond € 7.30027. Landelijk bedroeg in 2018 de gemiddelde vloerproductiviteit (inclusief btw) in de dagelijkse sector € 8.364 waarmee deze hoger ligt dan in Oost-Nederland gemiddeld28. Het is een gebruikelijk beeld dat minder centraal gelegen regio’s een lagere vloerproductiviteit realiseren dan grote centraal gelegen regio’s in ons land (Randstad) waar over het algemeen de exploitatiekosten ook hoger liggen.

27 28

Gecorrigeerd voor bestedingen op de warenmarkt conform landelijke omzetkengetallen. Bron: Omzetkengetallen voor ruimtelijk-economisch onderzoek. Retail Insiders, 2018 (bewerking I&O Research).

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

60 van 84

6.1.3 Niet-dagelijkse bestedingen In 2019 bedroeg de consumentenomzet bij de niet-dagelijkse (gevestigde) detailhandel in OostNederland ruim € 5,6 miljard. Dit betreft een afname van 12% ten opzichte van 201529. De daling van de consumentenomzet is in absolute zin vrijwel even groot als de toename van de online bestedingen in de niet-dagelijkse sector in Oost-Nederland (die de afgelopen vier jaar bijna verdubbelde).

niet stedelijk

weinig stedelijk

matig stedelijk

sterk stedelijk

De gemeenten Enschede en Apeldoorn zijn de grootste trekkers in de niet-dagelijkse sector gevolgd door Zwolle, Deventer en Emmen. Wel zagen Deventer en Emmen beiden hun nietdagelijkse marktaandeel slinken. De enige gemeente waar sprake is van een behoorlijke toename van het niet-dagelijkse marktaandeel, is Enschede30. Enschede Zwolle Apeldoorn Hengelo Deventer Assen Almelo Zutphen Harderwijk Hoogeveen Meppel Rijssen-Holten Kampen Oldenzaal Haaksbergen Borne Emmen Hardenberg Twenterand Raalte Steenwijkerland Coevorden Dronten Hellendoorn Berkelland Wierden Voorst Dalfsen Lochem Elburg Hof van Twente Oldebroek Tynaarlo Losser Zeewolde Zwartewaterland Heerde Hattem Dinkelland Bronckhorst Midden-Drenthe Borger-Odoorn Ommen Staphorst De Wolden Tubbergen Aa en Hunze Olst-Wijhe

0%

2019 2015

2%

4%

6%

8%

10%

12%

Figuur 6.2 Marktaandeel gemeenten niet-dagelijkse consumentenomzet (2015 en 2019)

29

Bij de procentuele ontwikkeling van de consumentenomzet gaat het om de omzet exclusief toerisme en alleen voor de gemeenten die ook in 2015 aan het koopstromenonderzoek hebben deelgenomen. 30 Het betreft hier het marktaandeel van de niet-dagelijkse detailhandel in de gemeenten die ook in 2015 aan het onderzoek deelnamen.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

61 van 84

Hoewel het grootste deel van de online bestedingen terechtkomt bij de pure webwinkels, komt een deel ook ten goede aan de webactiviteiten van gevestigde winkeliers. Ofschoon we deze bestedingen niet meerekenen in de consumentenomzet (toonbankbestedingen), dragen ze naar verwachting wel bij aan het draagvlak en de instandhouding van deze winkels en winkelformules in de winkelgebieden. 6.1.4 Vloerproductiviteit niet-dagelijks De niet-dagelijkse winkels in Oost-Nederland realiseerden een vloerproductiviteit van gemiddeld € 1.59031. Landelijk bedroeg in 2018 de gemiddelde vloerproductiviteit (inclusief btw) in deze sector € 1.970 en ligt hiermee hoger dan in Oost-Nederland32. Ook hierbij geldt de nuance dat meer decentraal gelegen regio’s over het algemeen een lagere vloerproductiviteit realiseren dan de centraal gelegen regio’s in ons land. 6.1.5 Vloerproductiviteit gemeenten De gemeenten Staphors en Dinkelland realiseren de hoogste vloerproductiviteit in de dagelijkse sector gevolgd door Aalten, Oldenzaal en Tynaarlo. In de niet-dagelijkse sector ligt de vloerproductiviteit het hoogst in Enschede en Zwolle gevolgd door Hengelo, Harderwijk en Deventer.

Figuur 6.3 Vloerproductiviteit dagelijks per gemeente

Figuur 6.4 Vloerproductiviteit niet-dagelijks per gemeente

31

Gecorrigeerd voor bestedingen op de warenmarkt conform landelijke omzetkengetallen. Bron: Omzetkengetallen voor ruimtelijk-economisch onderzoek. Retail Insiders, 2018 (bewerking I&O Research). Gecorrigeerd voor bestedingen op markten en in keukenwinkels (te laagfrequent). 32

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

62 van 84

6.2

Verzorgingsfunctie

De consumentenomzet (dat wat men in absolute zin in de detailhandel besteedt) afgezet tegen de bevolkingsomvang van een gemeente is een maat voor de aantrekkingskracht van het winkelaanbod. Gemeenten die hier hoog op scoren, hebben veelal een relatief sterke bovenlokale functie. Gemeenten die hier laag op scoren hebben over het algemeen primair een lokale functie. Figuur 6.5 laat zien dat de verzorgingsfunctie van de gemeenten in de niet-dagelijkse sector toeneemt naarmate een gemeente meer stedelijk is. In de dagelijkse sector maakt de stedelijkheidsgraad vrijwel geen verschil voor de verzorgingsfunctie. Niet stedelijke gemeenten kunnen met hun dagelijkse winkelaanbod eenzelfde lokale of bovenlokale functie vervullen als stedelijke gemeenten. Om deze reden gaan we alleen in op de niet-dagelijkse verzorgingsfunctie die de gemeenten vervullen. € 3.500 € 3.000 € 2.500 € 2.000

Dagelijks

€ 1.500

Niet-dagelijks

€ 1.000 € 500 €niet stedelijk

weinig stedelijk

matig stedelijk

sterk stedelijk

totaal

Figuur 6.5 Consumentenomzet per inwoner naar stedelijkheid gemeente

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

63 van 84

In figuur 6.6 staat de verzorgingsindex van individuele gemeenten afgezet tegen het gemiddelde van hun stedelijkheidsklasse. Een aantal gemeenten steekt er in ‘positieve’ zin bovenuit. In de eerste plaats is dit de gemeente Dinkelland (waarschijnlijk door het eerdergenoemde grootschalige tuincentrum). Daarnaast scoort de gemeente Emmen goed. Deze score is te danken aan de autonome trekkracht van het winkelaanbod zonder dat hier een specifieke branchering of schaalgrootte aan ten grondslag ligt. Ook de Achterhoekse gemeenten Winterswijk en Doetinchem realiseren met hun hoge verzorgingsindex deze autonome trekkracht. Bij de meest stedelijke gemeenten in Oost-Nederland laten vooral Zwolle en Hengelo een hoge verzorgingsindex zien. De relatief hoge score van Hengelo is te danken aan de aantrekkingskracht van het grootschalige winkelaanbod in deze gemeente. 180 160 140 120 100 80 60

20

Zwolle Hengelo Zutphen Enschede Assen Apeldoorn Deventer Harderwijk Almelo Winterswijk Doetinchem Meppel Oldenzaal Rijssen-Holten Hoogeveen Haaksbergen Kampen Borne Emmen Wierden Twenterand Hardenberg Aalten Voorst Raalte Hellendoorn Elburg Dalfsen Coevorden Dronten Steenwijkerland Oldebroek Oost Gelre Oude Ijsselstreek Berkelland Losser Lochem Hattem Zeewolde Hof van Twente Tynaarlo Zwartewaterland Heerde Dinkelland Ommen Staphorst Midden-Drenthe Tubbergen Bronckhorst De Wolden Olst-Wijhe Aa en Hunze Borger-Odoorn

40

sterk stedelijk

matig stedelijk

weinig stedelijk

niet stedelijk

Figuur 6.6 Index niet-dagelijkse consumentenomzet per inwoner (gemiddelde stedelijkheidsklasse = 100)

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

64 van 84

Enschede Zwolle Assen Zutphen Deventer Harderwijk Almelo Apeldoorn Hengelo Winterswijk Doetinchem Meppel Rijssen-Holten Hoogeveen Borne Oldenzaal Haaksbergen Kampen Wierden Emmen Voorst Hardenberg Raalte Hattem Coevorden Hellendoorn Aalten Dronten Oost Gelre Dalfsen Steenwijkerland Twenterand Elburg Oude IJsselstreek Berkelland Tynaarlo Lochem Hof van Twente Zeewolde Oldebroek Losser Heerde Zwartewaterland Dinkelland Ommen De Wolden Midden-Drenthe Staphorst Olst-Wijhe Tubbergen Bronckhorst Borger-Odoorn Aa en Hunze

-

Hengelo Zutphen Zwolle Assen Harderwijk Almelo Deventer Apeldoorn Enschede Oldenzaal Meppel Doetinchem Winterswijk Hoogeveen Rijssen-Holten Haaksbergen Kampen Borne Twenterand Emmen Elburg Hardenberg Dalfsen Aalten Oude IJsselstreek Oldebroek Coevorden Dronten Wierden Hellendoorn Zwartewaterland Raalte Berkelland Steenwijkerland Voorst Hattem Hof van Twente Losser Lochem Oost Gelre Zeewolde Tynaarlo Heerde Staphorst Tubbergen Ommen Bronckhorst Olst-Wijhe Midden-Drenthe Dinkelland De Wolden Aa en Hunze Borger-Odoorn

Als we de verzorgingsindex specificeren naar branche (figuur 6.7 tot en met figuur 6.10) blijkt dat Hengelo hoog scoort op doe-het-zelf en wonen maar juist laag op mode. In Zwolle maar ook in Enschede heeft de modebranche juist een hoge verzorgingsindex. Dit geldt ook voor de weinig stedelijke gemeenten Wierden en Emmen. Deze gemeenten vervullen met hun mode-aanbod een relatief sterke bovenlokale trekkracht. De gemeenten Twenterand en Staphorst hebben deze sterke trekkracht met de woonbranche. 300

250

200

150

100

50

sterk stedelijk

sterk stedelijk matig stedelijk

matig stedelijk

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019 weinig stedelijk

weinig stedelijk niet stedelijk

Figuur 6.7 Verzorgingsindex mode

350

300

250

200

150

100

50

niet stedelijk

Figuur 6.8 Verzorgingsindex wonen

65 van 84

Hengelo Zutphen Zwolle Assen Deventer Almelo Harderwijk Apeldoorn Enschede Meppel Doetinchem Rijssen-Holten Oldenzaal Winterswijk Haaksbergen Hoogeveen Kampen Borne Aalten Elburg Twenterand Raalte Zeewolde Oude IJsselstreek Steenwijkerland Berkelland Dronten Emmen Coevorden Oost Gelre Dalfsen Hardenberg Hellendoorn Lochem Hof van Twente Tynaarlo Heerde Oldebroek Zwartewaterland Losser Voorst Hattem Wierden Tubbergen Ommen Staphorst Midden-Drenthe Olst-Wijhe Bronckhorst Aa en Hunze De Wolden Dinkelland Borger-Odoorn

-

Assen Zwolle Almelo Enschede Apeldoorn Deventer Harderwijk Hengelo Zutphen Oldenzaal Winterswijk Meppel Hoogeveen Haaksbergen Doetinchem Rijssen-Holten Kampen Borne Losser Lochem Aalten Voorst Elburg Emmen Raalte Oude IJsselstreek Steenwijkerland Twenterand Zeewolde Oldebroek Hardenberg Oost Gelre Hof van Twente Tynaarlo Heerde Coevorden Dalfsen Hellendoorn Dronten Berkelland Hattem Zwartewaterland Wierden Dinkelland Bronckhorst Tubbergen Midden-Drenthe Staphorst Aa en Hunze Ommen De Wolden Olst-Wijhe Borger-Odoorn

160

140

120

100

80

60

40

20

sterk stedelijk

sterk stedelijk matig stedelijk

matig stedelijk

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019 weinig stedelijk

weinig stedelijk

niet stedelijk

Figuur 6.9 Verzorgingsindex DHZ

500

450

400

350

300

250

200

150

100

50

Figuur 6.10 Verzorgingsindex tuin en plant niet stedelijk

66 van 84

6.3

Bestedingen bij winkelgebieden

Figuur 6.11 en 6.12 tonen de marktaandelen van de verschillende typen winkelgebieden in de dagelijkse en niet-dagelijkse sector en de ontwikkeling daarvan tussen 2015 en 2019 33. De grootste kernwinkelgebieden zagen hun marktaandeel in zowel de dagelijkse als de nietdagelijkse sector afnemen. Het verloren marktaandeel in de dagelijkse sector kwam vooral ten gunste van de ondersteunende winkelgebieden die allemaal – van klein tot groot – hun marktaandeel in de dagelijkse sector zagen toenemen. In de niet-dagelijkse sector zijn het vooral de grootste ondersteunende winkelgebieden die terrein wonnen. Het gaat hier bijvoorbeeld om winkelgebieden zoals Diezerpoort in Zwolle, Miro Center in Enschede en Zwolle-Zuid. In absolute zin blijft het niet-dagelijkse marktaandeel van de ondersteunende winkelgebieden beperkt. De grootste kernwinkelgebieden blijven veruit de grootste trekker voor niet-dagelijkse aankopen. De marktpositie van de grootschalige concentraties bleef de afgelopen vier jaar redelijk constant. tot 5.000 m2

centraal

5.000-10.000 m2 10.000-20.000 m2 20.000-40.000 m2

grootschalig

ondersteunend

vanaf 40.000 m2 tot 2.500 m2 Dagelijks 2015

2.500-5.000 m2

Dagelijks 2019

5.000-10.000 m2 10.000-20.000 m2 tot 20.000 m2 20.000-40.000 m2 vanaf 40.000 m2 0%

5%

10%

15%

20%

25%

30%

Figuur 6.11 Ontwikkeling dagelijks marktaandeel naar type winkelgebied (2015-2019)

33

In verband met vergelijkbaarheid betreft het hier de ontwikkeling van de consumentenomzet exclusief toerisme in de winkelgebieden die ook in 2015 aan het onderzoek deelnamen.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

67 van 84

tot 5.000 m2

centraal

5.000-10.000 m2 10.000-20.000 m2 20.000-40.000 m2

grootschalig

ondersteunend

vanaf 40.000 m2 tot 2.500 m2 Niet-dagelijks 2015

2.500-5.000 m2

Niet-dagelijks 2019

5.000-10.000 m2 10.000-20.000 m2 tot 20.000 m2 20.000-40.000 m2 vanaf 40.000 m2 0%

10%

20%

30%

40%

50%

Figuur 6.12 Ontwikkeling niet-dagelijks marktaandeel naar type winkelgebied (2015-2019)

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

68 van 84

6.4

Positie winkelgebieden

Tabel 6.1 toont de ‘ranglijst’ van kernwinkelgebieden met de grootste consumentenomzet voor niet-dagelijkse aankopen. Het centrum van Enschede is voor niet-dagelijkse aankopen de grootste trekker gevolgd door het centrum van Zwolle. De tabel laat zien dat van vrijwel alle grote kernwinkelgebieden het marktaandeel afnam. Dit marktaandeel kwam volledig ten gunste van de grotere ondersteunende winkelgebieden. Zij zagen hun marktaandeel in de niet-dagelijkse sector tussen 2015 en 2019 fors toenemen. Tabel 6.1 Top 20 centrale winkelgebieden naar consumentenomzet niet-dagelijks Rangorde 2019 1

Consumentenomzet niet-dagelijks 2019 € 289,5 mln.

Winkelgebied Centrum Enschede35

Marktaandeel 201934

Marktaandeel 2015

5,7%

4,7%

2

Centrum Zwolle

€

253,6 mln.

5,0%

5,9%

3

Centrum Apeldoorn

€

153,8 mln.

3,0%

3,6%

4

Centrum Emmen

€

141,9 mln.

2,8%

3,3%

5

Centrum Doetinchem

€

140,7 mln.

n.v.t.

n.v.t.

6

Centrum Assen

€

126,4 mln.

2,5%

3,4%

7

Centrum Deventer36

€

118,5 mln.

2,3%

2,7%

8

Centrum Hoogeveen

€

85,3 mln.

1,7%

2,1%

9

Centrum Winterswijk

€

76,8 mln.

n.v.t.

n.v.t.

10

Centrum Zutphen

€

75,0 mln.

1,5%

1,5%

11

Centrum Almelo

€

71,3 mln.

1,4%

1,5%

12

Centrum Meppel

€

67,9 mln.

1,3%

1,7%

13

Centrum Hengelo OV

€

63,4 mln.

1,2%

1,9%

14

Centrum Rijssen

1,2%

1,3%

€

62,8 mln.

15

37

Centrum Harderwijk

€

60,3 mln.

1,2%

1,3%

16

Centrum Hardenberg

€

44,3 mln.

0,9%

0,9%

17

Centrum Raalte

€

43,7 mln.

0,9%

0,8%

18

Centrum Kampen

€

43,6 mln.

0,9%

1,1%

19

Centrum Dronten

€

40,4 mln.

0,8%

0,9%

20

Centrum Nijverdal

€

33,4 mln.

0,7%

0,7%

In de dagelijkse sector is Zwolle-Zuid de grootste trekker (tabel 6.2) op de voet gevolgd door Anklaar in Apeldoorn38. Op enige afstand volgen AA-landen en Stadshagen in Zwolle. Zwolle beschikt dus over een drietal forse wijkcentra.

34

Met het oog op vergelijkbaarheid zijn alleen de marktaandelen opgenomen van de gemeenten die ook in 2015 aan het koopstromenonderzoek deelnamen. 35 De consumentenomzet van centrum Enschede is gecorrigeerd voor het relatief hoge aandeel bestedingen dat hier op de warenmarkt terecht komt. 36 Inclusief De Boreel. 37 In 2015 nog inclusief de Bleek. 38 Dit winkelcentrum is begin oktober 2019 heropend wat medebepalend kan zijn voor de hoge bestedingen.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

69 van 84

Tabel 6.2 Grootste ondersteunende winkelgebieden naar consumentenomzet dagelijks Winkelgebied

Consumentenomzet dagelijks

Marktaandeel 201939

Marktaandeel 2015

1

Zwolle-Zuid

€ 74,7 mln.

1,2%

1,1%

2

Anklaar, Apeldoorn

€ 71,2 mln.

1,1%

0,8%

3

AA-landen, Zwolle

€ 56,6 mln.

0,9%

1,0%

4

Stadshagen, Zwolle

€ 55,7 mln.

0,9%

0,8%

5

Miro Center, Enschede

€ 54,0 mln.

0,9%

0,8%

6

Keizerslanden, Deventer

€ 48,0 mln.

0,8%

0,9%

7

Flora Colmschate, Deventer

€ 47,8 mln.

0,8%

0,7%

8

De Eglantier, Apeldoorn

€ 43,9 mln.

0,7%

0,7%

9

Winkelcentrum Zuid, Enschede

€ 43,3 mln.

0,7%

0,7%

Hasselo, Hengelo

€ 43,0 mln.

0,7%

0,8%

10

Tabel 6.3 laat per regio de niet-dagelijkse marktaandelen van de vijf belangrijkste winkelgebieden in deze sector zien. Hoewel er overwegend centrumgebieden in de top vijf staan, komt hierin ook de regionale dominantie van een aantal grootschalige concentraties terug waarbij Plein Westermaat in Hengelo het meest in het oog springt. Tabel 6.3 Regionale marktaandelen niet-dagelijks (top 5 per regio) Regio en winkelgebied

Regionaal marktaandeel

Regio en winkelgebied

Regionaal marktaandeel

Achterhoek Centrum Doetinchem Centrum Winterswijk Centrum Zutphen Pollaan Zutphen Centrum Lichtenvoorde

25% 14% 14% 5% 4%

Salland Centrum Deventer40 Centrum Rijssen Centrum Raalte Snipperling Deventer Centrum Nijverdal

33% 18% 12% 12% 10%

Drenthe Centrum Emmen Centrum Assen Centrum Hoogeveen Centrum Meppel Borgstee Assen

22% 19% 13% 10% 5%

Twente Centrum Enschede Plein Westermaat Hengelo Centrum Almelo Centrum Hengelo OV Woonboulevard Almelo

27% 16% 7% 6% 4%

Flevoland Centrum Dronten Centrum Zeewolde Centrum Biddinghuizen Centrum Swifterbant

64% 29% 6% 1%

Vechtdal Centrum Zwolle Centrum Hardenberg Zwolle-Zuid Woonboulevard Zwolle Centrum Dedemsvaart

53% 9% 6% 6% 4%

IJsseldelta Centrum Kampen Centrum Steenwijk Steenwijkerdiep Hanzewijk Kampen Het Schar Steenwijk

57% 38% 2% 2% 0%

Veluwe Centrum Apeldoorn Centrum Harderwijk Centrum Twello De Eglantier Apeldoorn Woonboulevard Apeldoorn

49% 19% 7% 5% 4%

39

Met het oog op vergelijkbaarheid zijn alleen de marktaandelen opgenomen van de gemeenten die ook in 2015 aan het koopstromenonderzoek hebben deelgenomen. 40 Inclusief De Boreel.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

70 van 84

6.5

CBS-omzetdata

Om de resultaten van het koopstromenonderzoek over consumentenomzet in winkelgebieden te ijken, vergeleken we de consumentenomzet van een aantal winkelgebieden met omzetcijfers van het CBS41. Hiervoor bakenden we 39 winkelgebieden in Oost-Nederland zo goed mogelijk af op basis van 6-positiepostcodegebieden. De CBS-cijfers betreffen omzetgegevens die het CBS op bedrijfsniveau op kwartaalbasis beschikbaar heeft. Deze bedrijfsgegevens zijn toegerekend of verdeeld naar postcodegebieden op basis van het aantal werkzame personen. Het betreft de omzet over 2015-2018 en bestaat uit SBI 47: Detailhandel (niet in auto’s), met uitzondering van SBI 473: Benzinestations, SBI 47525: Winkels in keukens, SBI 4773: Apotheken en SBI 4791: Detailhandel via internet. De omzet is de opbrengst uit verkoop van goederen en diensten aan derden. De omzet omvat zowel de opbrengst uit de hoofdactiviteit als uit nevenactiviteiten. Derden zijn consumenten en bedrijven buiten het (Nederlandse deel van het) eigen concernverband. De omzet is exclusief btw en toeristenbelasting (voor zover van toepassing). Voor bedrijven met meerdere vestigingen is daarbij de landelijke bedrijfsomzet over de vestigingen verdeeld naar rato van het aantal werkzame personen per vestiging.

Bron: CBS Het verschil in methodiek (bedrijfsgegevens versus berekening op basis van enquêteresultaten in combinatie met landelijke kengetallen) betekent dat er ook verschillende gegevens in beeld komen. Tabel 6.4 toont de belangrijkste verschillen42. Tabel 6.4 Belangrijkste verschillen CBS en KSO CBS

KSO

Jaar BTW

2018 Exclusief btw

2019 Inclusief btw

Grondslag omzet

Bedrijfsgegevens: • Inclusief multichannel • Inclusief levering aan bedrijven

Toonbankbestedingen: • Exclusief multichannel • Exclusief levering aan bedrijven

Gebiedsafbakening

6-positiepostcode

Beleving van de consument

In figuur 6.1343 staat het resultaat van de vergelijking. Er is sprake van een stevige correlatie tussen de resultaten van beide onderzoeksmethodes. Hoewel enkele winkelgebieden een (beperkte) afwijking laten zien, is daar veelal een verklaring voor (gebiedsafbakening44 of bijvoorbeeld het aandeel online- of zakelijke omzet dat de bedrijven realiseren). Maar het verschil kan ook de werkelijke omzetontwikkeling tussen 2018 en 2019 illustreren.

41

https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/12/i-o-research-2020. Een aantal van deze verschillen valt deels ‘tegen elkaar weg’. Zo bedraagt het btw-percentage in de detailhandel gemiddeld 14,8% terwijl het aandeel zakelijke omzet en multichannel in de detailhandel gemiddeld 18% bedraagt (Bron: Retail Insiders, 2018). 43 De consumentenomzet van centrum Enschede is gecorrigeerd voor het relatief hoge aandeel bestedingen dat hier op de warenmarkt terecht komt. 44 Denk hierbij aan een supermarkt die net buiten het kernwinkelgebied is gevestigd en die de consument wel tot het centrum ‘rekent’. 42

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

71 van 84

400

350

Centrum Enschede

300

Omzet KSO 2019 (* € mln.)

Centrum Zwolle

250

Centrum Hardenberg Centrum Nijverdal

200

Centrum Raalte

Centrum Klazienaveen Zwolle-Zuid Centrum Harderwijk

150

Centrum Winterswijk

Centrum Dronten Centrum Borne Centrum Lichtenvoorde Flora Colmschate

Centrum Eibergen Centrum Wierden

50 Centrum Ommen Centrum Coevorden Centrum Goor Centrum Elburg Centrum Zuidlaren 0

0

Centrum Assen Centrum Apeldoorn

Centrum Deventer Centrum Zutphen Centrum Hoogeveen Centrum Meppel

Centrum Haaksbergen

100

Centrum Emmen

Centrum Doetinchem

50

Centrum Oldenzaal Centrum Zeewolde Centrum Kampen Centrum Dedemsvaart Centrum Lochem Centrum Steenwijk Winkelcentrum Zuid

100

Centrum Rijssen Centrum Hengelo OV Centrum Almelo

150 Omzet CBS 2018 (* € mln.)

200

250

300

Figuur 6.13 Omzet CBS 2018 versus omzet koopstromenonderzoek 2019 N.B. Wanneer we de CBS-gegevens 2015 vergelijken met de consumentenomzet van de winkelgebieden die ook meedraaiden in het koopstromenonderzoek 2015, blijkt dat de ‘everyday’ methode de online afvloeiing onderschat en offline omzet (hierdoor) overschat. De nieuwe methode in dit rapport vangt de verschuiving tussen online en offline beter op. Zoals elders ook aangegeven bemoeilijkt dit een zuivere vergelijking tussen 2015 en 2019.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

72 van 84

6.6

Werkgelegenheid

6.6.1 Werkgelegenheidsontwikkeling In de winkelgebieden in Oost-Nederland bleef het aantal banen in de detailhandel tussen 2015 en 2019 per saldo gelijk terwijl het aantal banen in de horeca met 13% toenam. Terwijl in de meeste typen winkelgebieden het aantal banen in de detailhandel iets toenam, nam deze in de grootste kernwinkelgebieden af. In totaal telt de detailhandel in Oost-Nederland 98.250 banen tegenover 39.170 in de horeca. 6.6.2 Banen per winkelgebied In winkelgebieden met veel werkgelegenheid in de detailhandel is meestal ook veel werkgelegenheid in de horeca (zie tabel 6.5), al zijn er ook uitzonderingen op die regel zoals het centrum van Assen, Emmen, Hoogeveen en vooral Rijssen. Andersom geldt dat er ook winkelgebieden zijn waar juist relatief veel werkgelegenheid in de horeca is. Voorbeelden hiervan zijn het centrum van Harderwijk en Kampen. In het centrum van Harderwijk maar ook in het centrum van Enschede telt de horeca bijna evenveel banen als de detailhandel. Tabel 6.5 Top 10 winkelgebieden met meeste banen detailhandel en horeca (2019) Winkelgebied

Banen detailhandel

Positie

Banen horeca

Positie

2.110

1

1.919

1

Centrum Zwolle

1.933

2

1.432

2

Centrum Assen

1.472

3

443

11

Centrum Apeldoorn

1.449

4

1.211

3

Centrum Deventer

1.390

5

951

4

Centrum Emmen

1.223

6

438

12

Centrum Zutphen

1.074

7

577

8

Centrum Enschede

Centrum Doetinchem

1.038

8

709

6

Centrum Hoogeveen

1.036

9

306

15

Centrum Rijssen

1.013

10

185

20

Centrum Hengelo OV

992

11

809

5

Centrum Almelo

804

16

497

9

Centrum Harderwijk

635

23

594

7

Centrum Kampen

625

26

449

10

6.6.3 Banen versus consumentenomzet Het aantal banen vormt een goede indicator voor het functioneren van de detailhandel, zo illustreren de figuren 6.14 en 6.1545. Hierin is het aantal banen in de detailhandel afgezet tegen de consumentenomzet in deze sector46. Op gemeenteniveau is er sprake van een zeer sterke correlatie. Dit illustreert tevens dat er nauwelijks variatie is in arbeidsproductiviteit tussen de verschillende (typen) gemeenten (bijvoorbeeld qua ligging of stedelijkheidsgraad). Ook op het

45

De consumentenomzet van centrum Enschede is gecorrigeerd voor het relatief hoge aandeel bestedingen dat hier op de warenmarkt terecht komt. 46 Vanwege het ontbreken van goede landelijke kengetallen die aansluiten bij de methodiek van het koopstromenonderzoek, is het niet mogelijk om de consumentenomzet van de horeca in de winkelgebieden te berekenen.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

73 van 84

niveau van winkelgebieden is de samenhang tussen het aantal banen en de consumentenomzet zeer sterk. Ook hier is er dus vrijwel geen verschil in arbeidsproductiviteit tussen verschillende typen winkelgebieden. Wel is er een aantal individuele winkelgebieden dat in positieve of negatieve zin afwijkt van de trendlijn en dus een relatief hoge of lage arbeidsproductiviteit heeft. € 400.000.000

€ 1.200.000.000

€ 350.000.000

€ 1.000.000.000

€ 300.000.000 € 800.000.000

€ 250.000.000

€ 600.000.000

€ 200.000.000 € 150.000.000

€ 400.000.000

€ 100.000.000 € 200.000.000

€ 50.000.000

€-

1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000

Figuur 6.14 Werkgelegenheid (in banen) en omzet gemeenten

6.7

€0

500

1.000

1.500

2.000

2.500

Figuur 6.15 Werkgelegenheid (in banen) en omzet winkelgebieden

Samenvattend

Terwijl de bestedingen in de dagelijkse sector bij fysieke winkels de afgelopen vier jaar toenamen, daalden die in de niet-dagelijkse sector. Deze daling is voor een belangrijk deel te wijten aan de toegenomen online bestedingen. Ook vond er een verschuiving van koopstromen tússen winkelgebieden plaats. De grootste kernwinkelgebieden verloren dagelijks marktaandeel aan de ondersteunende winkelgebieden. In de niet-dagelijkse sector leverden de grootste kernwinkelgebieden vooral marktaandeel in aan de grootste wijk- en stadsdeelcentra. In absolute zin zijn de grote kernwinkelgebieden nog altijd veruit de grootste trekker voor nietdagelijkse aankopen. De stedelijke gemeenten hebben met hun niet-dagelijkse winkelaanbod de grootste verzorgingsfunctie (consumentenomzet detailhandel ten opzichte van het aantal inwoners). In sommige gemeenten bepaalt de aard van winkelaanbod (branche, schaalgrootte) dit in belangrijke mate. Andere gemeenten hebben met hun niet-dagelijkse winkelaanbod een meer autonome sterke verzorgingsfunctie. Het centrum van Enschede heeft in Oost-Nederland het grootste marktaandeel in de nietdagelijkse sector, gevolgd door Zwolle. In de dagelijkse sector is Zwolle-Zuid de grootste trekker. De omzetcijfers uit het koopstromenonderzoek vertonen een sterke samenhang met omzetcijfers van het CBS.

De werkgelegenheid bij de detailhandel in Oost-Nederland bleef de afgelopen vier jaar per saldo gelijk. Het aantal banen in de horeca nam fors toe. Er is een sterke samenhang tussen het aantal banen en de consumentenomzet die de detailhandel in de gemeenten en winkelgebieden realiseert.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

74 van 84

Reflectie en opgaven

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

75 van 84

7

Reflectie en opgaven

Een nieuwe realiteit Dit koopstromenonderzoek maakt het door de vernieuwde en gevalideerde methodiek mogelijk om scherper en meer in (landelijk) perspectief te kijken naar het functioneren van de detailhandel in Oost-Nederland en de opgaven die daar de komende periode liggen. Wat de beeldvorming helpt is dat de uitkomsten van 2019 passen in de trend die we in 2015 zagen: ruimtelijke (fysieke) koopstromen nemen af (met uitzondering van toevloeiing vanuit Duitsland en/of toeristische bestedingen in winkels). In 2015 ging dat ten koste van de afvloeiing naar middelgrote centrale winkelgebieden, nu raakt het - op een enkele uitzondering na - ook de grote centrale winkelgebieden (binnensteden). De grootschalige concentraties leverden een klein deel van hun marktpositie in aan andere typen winkelgebieden, wat een interessant licht werpt op de verschillende initiatieven in OostNederland gericht op uitbreiding van het aanbod op deze locaties. De grote ondersteunende winkelgebieden konden juist rekenen op een groeiende belangstelling van de consument. Grote winkels met royale parkeerruimte gericht op gemak en comfort zijn in trek en lijken in bepaalde opzichten ook een stukje van de niet-dagelijkse functie van de kernwinkelgebieden over te nemen.

Voor de detailhandel in Oost-Nederland vertalen zich de ontwikkelingen naar een lager(re) vloerproductiviteit, stabiliserende leegstand en stabiliserende werkgelegenheid. Natuurlijk komt een deel van de online afvloeiing ook de lokale detailhandel ten goede maar dat compenseert (nog) niet overal voldoende de afgenomen bestedingen.

Waar gaat het naar toe Oost-Nederland kent de komende jaren op een aantal gemeenten na geen sterk stuwende demografische groei. Naar verwachting neemt in de helft van de gemeenten de bevolkingsomvang de komende vijf jaar af. Het aantal 65-plussers neemt in deze periode naar verwachting met 10% toe47. Ook aan de toeristische toevloeiing en de toevloeiing uit Duitsland zitten grenzen, al waren de verwachtingen in 2018 positief 48. Bovendien is de verwachting dat de online markt de komende jaren nog enigszins doorgroeit doordat nieuwe cohorten makkelijker online kopen. Daarnaast zitten er nog ‘harde’ plannen in de pijplijn om aanbod toe te voegen. Denk daarbij aan grootschalige bouwmarkten al dan niet gecombineerd met een tuincentrum. Aan de rand van het onderzoeksgebied in Zevenaar, komt bovendien een factory outlet.

Waar liggen opgaven Hoewel er op veel plekken werd gesneden in het winkelaanbod, ligt er in Oost-Nederland nog een (grote) opgave in het compacter maken van de kernwinkelgebieden. Een deel van de winkeliers kan een dalende vloerproductiviteit deels compenseren door een dalende huur en door eigen online activiteiten. Naar verwachting zal dit niet voor alle ondernemers soelaas bieden. Bovendien is de functie van de winkels zelf aan het veranderen. Ze fungeren steeds meer als

47 48

Bron: CBS/PBL, 2019. https://www.nbtc.nl/nl/home/visie-strategie/perspectief-2030.htm.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

76 van 84

ontmoetingsplek, servicepunt of als uithangbord voor de formule. Een plek waar de consument komt om producten te zien, te voelen en uit te proberen. Of om online bestellingen af te halen of te retourneren. Alleen de grootste kernwinkelgebieden lijken een duidelijke leisurefunctie te vervullen. Dit zijn de winkelgebieden waar de consumenten nog naartoe gaan om een dagje te winkelen. Veel andere kernwinkelgebieden lijken in toenemende mate te concurreren met het internet en met de grotere ondersteunende winkelgebieden die voorzien in de behoefte aan gemak en comfort. In deze nieuwe realiteit moeten winkelgebieden vanuit hun eigen karakter en aansluitend op hun eigen specifieke doelgroep een positie kiezen. In veel gevallen zal dat bescheidener van omvang zijn dan 10 jaar geleden en nog meer dan voorheen geënt zijn op kwaliteit en onderscheidend vermogen. Waar het ene winkelgebied zich kan profileren op functionaliteit (bereikbaarheid, parkeren, gemak en comfort) liggen de kansen voor een ander winkelgebied in onderscheidend winkelaanbod waarmee zij een specifieke doelgroep weten aan te spreken. Voor weer andere gebieden is het juist de recreatieve kant van de markt waar de perspectieven liggen. Denk hierbij aan de kleinere kernwinkelgebieden in toeristische regio’s.

De toekomstbestendigheid van winkelgebieden hangt af van de mate waarin zij zich weten aan te passen en in te spelen op veranderend consumentgedrag en de specifieke lokale en regionale omstandigheden van waaruit zij acteren. Dit vraagt om samenwerking, creativiteit en doorzettingsvermogen, waarbij realisme en uniciteit misschien wel het beste credo is. De oproep tot samenwerking en afstemming geldt natuurlijk ook voor overheden (al dan niet in regionaal verband) en marktpartijen.

Corona Ten tijde van het verschijnen van deze publicatie wacht de weerbaarheid van de detailhandel, horeca en andere consumentensectoren een zware beproeving en misschien wel een totaal nieuwe realiteit. Al in de eerste week na de aangekondigde coronamaatregelen (tussen 9 maart en 15 maart) halveerde het aantal passanten in de Nederlandse binnensteden49. Terwijl de wijkcentra (als gevolg van hamstergedrag) juist konden rekenen op een grotere bezoekersstroom. De ING becijferde dat het aantal pintransacties bij de detailhandel op 27 maart jl. 35% lager lag dan een jaar eerder. Bij kleding- en schoenenzaken lag het aantal pintransacties zelfs 81% lager dan dezelfde dag een jaar geleden. Hoewel een deel van de winkels en horecazaken deze crisis mogelijk niet te boven komt, komen anderen er uiteindelijk wellicht juist sterker uit. De situatie doet een beroep op de flexibiliteit, creativiteit en innovativiteit van het ondernemerschap. Ondernemers worden gedwongen om na te denken over andere businessmodellen en manieren om de klant te bereiken. Marketing, samenwerking, aan huis bezorging en online verkoop staan deze tijd meer dan ooit op het prioriteitenlijstje van menig ondernemer. Waar voorheen de aandacht misschien iets te vaak uitging naar ‘business as usual’ dwingt deze crisis ondernemers om te innoveren.

Voor veel Nederlanders is het internet een onderdeel van de oplossing om thuis te (over)leven en thuis werken mogelijk te maken. Thuiswinkel.org meldt dat er sprake is van een forse groei aan

49

Bron: Locatus.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

77 van 84

(web)winkels die hun producten via social media en/of platforms (zoals bol.com en Marktplaats) aan consumenten presenteren. Maar ook Zalando biedt fysieke retailers een online platform. Deze online samenwerking biedt de platforms, webwinkels en fysieke winkels nieuwe mogelijkheden. De verwachting is dat deze ontwikkeling de transitie naar online versnelt én versterkt (waarbij zowel de online oriëntatie van consumenten als de aandacht van ondernemers voor het online kanaal toeneemt) en de online markt hiermee structureel terrein wint. Als de veranderingen inderdaad structureel van aard blijken te zijn zal dit onmiskenbaar de positie van de winkelgebieden - ook die in Oost-Nederland - beïnvloeden. Het zal naar verwachting de functieverandering van vooral kernwinkelgebieden (waarbij het minder om ‘kopen’ gaat) en de opgave voor het compacter maken van deze gebieden (met minder winkelmeters) versterken.

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

78 van 84

Bijlagen

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

79 van 84

A

Benchmarkindeling

A.1

Gemeenten onderzoeksgebied naar stedelijkheidsgraad

Niet stedelijk

Weinig stedelijk

Matig stedelijk

Sterk stedelijk

Aa en Hunze

Aalten

Borne

Almelo

Borger-Odoorn

Berkelland

Doetinchem

Apeldoorn

Bronckhorst

Coevorden

Haaksbergen

Assen

De Wolden

Dalfsen

Hoogeveen

Deventer

Dinkelland

Dronten

Kampen

Enschede

Midden-Drenthe

Elburg

Meppel

Harderwijk

Olst-Wijhe

Emmen

Oldenzaal

Hengelo

Ommen

Hardenberg

Rijssen-Holten

Zutphen

Staphorst

Hattem

Winterswijk

Zwolle

Tubbergen

Heerde

Zeer sterk stedelijk

Hellendoorn Hof van Twente Lochem Losser Oldebroek Oost Gelre Oude IJsselstreek Raalte Steenwijkerland Twenterand Tynaarlo Voorst Wierden Zeewolde Zwartewaterland

A.2

Gemeenten onderzoeksgebied naar (toeristische) regio

(Toeristische) regio en gemeenten Achterhoek

Drenthe

Flevoland

Salland

Twente

Aalten

Aa en Hunze

Dronten

Deventer

Almelo

Berkelland

Assen

Zeewolde

Hellendoorn

Borne

Bronckhorst

Borger-Odoorn

Olst-Wijhe

Dinkelland

Doetinchem

Coevorden

IJsseldelta

Raalte

Enschede

Lochem

De Wolden

Kampen

Rijssen-Holten

Haaksbergen

Oost Gelre

Emmen

Steenwijkerland

Oude IJsselstreek

Hoogeveen

Zwartewaterland

Winterswijk

Meppel

Zutphen

Midden-Drenthe Tynaarlo

Hengelo Veluwe

Hof van Twente

Apeldoorn

Losser

Vechtdal

Elburg

Oldenzaal

Dalfsen Hardenberg Ommen

Harderwijk Hattem Heerde

Tubbergen Twenterand Wierden

Staphorst

Oldebroek

Zwolle

Voorst

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

80 van 84

A.3

Kernen onderzoekgebied naar inwoneraantal

< 5.000

5.000-10.000

10.000-20.000

20.000-50.000

> 50.000

De Lutte

Bathmen

Aalten

Borne

Almelo

De Wijk

Biddinghuizen

Beilen

Doetinchem

Apeldoorn

Diepenveen

Borculo

Coevorden

Dronten

Assen

Geesteren (Ov.)

Delden

Dalfsen

Haaksbergen

Deventer

Gendringen

Dinxperlo

Dedemsvaart

Harderwijk

Emmen

Lemelerveld

Enter

Denekamp

Hoogeveen

Enschede

Ootmarsum

Groenlo

Eibergen

Kampen

Hengelo (Ov.)

Overdinkel

Heino

Elburg

Meppel

Zwolle

Ruinen

Hellendoorn

Genemuiden

Nijverdal

Terborg

Hengelo (Gld.)

Goor

Oldenzaal

Weerselo

Holten

Hardenberg

Rijssen

Westerbork

Markelo

Hattem

Winterswijk

Neede

Heerde

Zeewolde

Nieuwleusen

IJsselmuiden

Zutphen

Oldebroek

Klazienaveen

Olst

Lichtenvoorde

Ruurlo

Lochem

Schalkhaar

Losser

Swifterbant

Ommen

't Harde

Raalte

Tubbergen

Staphorst

Vorden

Steenwijk

Vroomshoop

Twello

Wapenveld

Ulft

Warnsveld

Vriezenveen

Wijhe

Wezep

Zelhem

Wierden

Zuidwolde (Dr.)

Zuidlaren

Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019

81 van 84

A.4

Winkelgebieden onderzoekgebied naar functie en omvang

Tabel A.4.1 Centrumlocaties Een centrumlocatie of kernwinkelgebied is een winkelgebied dat centraal in de betreffende woonplaats ligt. Dit varieert van dorpskernen tot binnensteden. Centrumlocatie tot 5.000 m2

Centrumlocatie 5.000-10.000 m2

Centrumlocatie 10.000-20.000 m2

Centrumlocatie 20.000-40.000 m2

Centrumlocatie vanaf 40.000 m2

Centrum Annen

Centrum Borculo

Centrum Aalten

Centrum Borne

Centrum Almelo

Centrum Biddinghuizen

Centrum De Wijk

Centrum Beilen

Centrum Dedemsvaart

Centrum Apeldoorn

Centrum De Lutte

Centrum Dinxperlo

Centrum Coevorden

Centrum Dronten

Centrum Assen

Centrum Geesteren

Centrum Gaanderen

Centrum Dalfsen

Centrum Haaksbergen

Centrum Deventer

Centrum Lemelerveld

Centrum Gendringen

Centrum Delden

Centrum Hardenberg

Centrum Doetinchem

Centrum Overdinkel

Centrum Gieten

Centrum Denekamp

Centrum Harderwijk

Centrum Emmen

Centrum Rolde

Centrum Hattem

Centrum Eibergen

Centrum Kampen

Centrum Enschede

Centrum Ruinen

Centrum Heino

Centrum Enter

Centrum Klazienaveen

Centrum Hengelo

Centrum Swifterbant

Centrum Holten

Centrum Goor

Centrum Lichtenvoorde

Centrum Hoogeveen

Centrum Nieuwleusen

Centrum Heerde

Centrum Nijverdal

Centrum Meppel

Centrum Oldebroek

Centrum Hengelo Gld.

Centrum Oldenzaal

Centrum Zutphen

Centrum Olst

Centrum Lochem

Centrum Raalte

Centrum Zwolle

Centrum Staphorst

Centrum Losser

Centrum Rijssen

Centrum Terborg

Centrum Neede

Centrum Steenwijk

Centrum Vorden

Centrum Ommen

Centrum Winterswijk

Centrum Vroomshoop

Centrum Ruurlo

Centrum Westerbork

Centrum Tubbergen

Centrum Wijhe

Centrum Twello

Centrum Zelhem

Centrum Ulft

Centrum Zuidwolde

Centrum Varsseveld Centrum Vesting Elburg Centrum Vriezenveen Centrum Wierden Centrum Zeewolde Centrum Zuidlaren

Tabel A.4.2 Grootschalige concentraties Een grootschalige concentratie betreft een winkelgebied van vijf of meer winkels met een gemiddeld winkelverkoopvloeroppervlak per winkel van minimaal 500 m². Het aanbod moet voor minimaal 50% doelgericht zijn (zoals tuinartikelen, bruin- en witgoed, doe-het-zelf of wonen) Grootschalig tot 20.000 m2

Grootschalig 20.000-40.000 m2

Grootschalig vanaf 40.000 m2

Blankenstein Meppel

Borgstee, Assen

Bargermeer Nijbracht, Emmen

Budgetcenter Spaansland, Enschede

Europalaan Winterswijk

Plein Westermaat, Hengelo

Havenstraat Doetinchem

Gerritsenweg, Zutphen

Runshopping Centre Snipperling, Deventer

Meubelboulevard Emmen

Pollaan, Zutphen

Woonboulevard Oldenzaal

Slijpsteen, Enschede

Woonboulevard Almelo

Westermaat Zuid, Hengelo

Woonboulevard Zwolle

Woonboulevard Apeldoorn

Woonplein Enschede (Schuttersveld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://bestuur.tubbergen.nl/api/v1/meetings/778/documents/15068