Bijlage 1.7. Corona-oplegger-koopstromen-Oost-Nederland-Overijssel_januari 2021.pdf
Tekst van het document
Rapport
Corona-oplegger
winkelgebieden Overijssel Uitgangssituatie, corona-impact en perspectief
Provincie Overijssel Januari 2021
www.ioresearch.nl
Colofon Projectomschrijving De corona-oplegger is een vervolgonderzoek op het Koopstromenonderzoek Oost-Nederland 2019 (KSO2019) en geeft een beeld van de verwachte impact van de coronacrisis op het functioneren van de (belangrijkste) winkelgebieden in de provincies Drenthe, Gelderland en Overijssel.
Datum 5 januari 2021
Opdrachtgevers Provincie Drenthe, Gelderland en Overijssel
Begeleidingscommissie André Cardoso Bronsema (provincie Drenthe) Frank Gruizinga (provincie Gelderland) Koen Docter (provincie Overijssel) Renske Graafland (provincie Overijssel)
Auteurs Anouk Smeltink-Mensen Hendrik Nijenhuis Ralf ten Hove Robert Nordeman Thijs Lenderink
Uitgave I&O Research Postbus 563 7500 AN Enschede
Rapportnummer 2020/224 Ondanks de zorgvuldige samenstelling van het rapport kunt u er geen rechten aan ontlenen. Het overnemen van delen van deze publicatie is toegestaan, bij voorkeur met bronvermelding.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
2 van 56
MANAGEMENTSAMENVATTING Deze ‘corona-oplegger’ is een vervolg op het Koopstromenonderzoek Oost-Nederland uit 2019 (KSO2019). Op verzoek van de provincies Drenthe, Gelderland en Overijssel kijken we terug op het consumentengedrag in het coronajaar 2020 en beschrijven we - modelmatig en gebaseerd op KSO2019 - de corona-impact op de winkelgebieden in de drie provincies en het perspectief van deze winkelgebieden voor de komende jaren.
Wat schreven we in KSO2019? In het KSO2019 concludeerden we dat de ruimtelijke (fysieke) koopstromen steeds verder afnemen (met uitzondering van toevloeiing vanuit Duitsland en/of toeristische bestedingen in winkels). Terwijl dat voorheen vooral de middelgrote kernwinkelgebieden raakte, constateerden we in 2019 (op een enkele uitzondering na) ook een verminderde kooporiëntatie op de grote centrale winkelgebieden (binnensteden). Consumenten kopen vaker vanuit huis (online) en dichter bij huis (er wordt minder ‘gewinkeld’). De grote ondersteunende winkelgebieden konden juist rekenen op een groeiende belangstelling van de consument. Grote winkels met royale parkeerruimte gericht op gemak en comfort bleken in trek en in bepaalde opzichten ook een stukje van de niet-dagelijkse functie van de kernwinkelgebieden over te nemen.
Fysieke koopstromen in coronatijd En eigenlijk is dit precies wat we sinds de uitbraak van de coronacrisis in versterkte mate zien gebeuren. Ontwikkelingen die daar tijdens crisis bij kwamen waren de afgenomen bestedingen aan mode en de sluiting van de horeca. Consumenten wilden tijdens de coronacrisis vooral snel en veilig winkelen. Dit veranderde koopgedrag van consumenten zien we terug in het bezoek aan kernwinkelgebieden. Kernwinkelgebieden met enerzijds veel horeca en modewinkels en anderzijds een grote afhankelijkheid van (buitenlands) toerisme, Duitse toevloeiing en consumenten die van verder weg komen, worden het zwaarst getroffen door de coronacrisis. Corona treft juist minder de (kleinere) winkelgebieden die meer gericht zijn op dagelijkse boodschappen en dichter bij huis zijn. Ook wijkcentra en grootschalige concentraties konden tijdens de coronacrisis rekenen op een grotere bezoekersstroom. De grootschalige locaties profiteerden van de omzetgroei in bouwmarkten, tuincentra en meubelzaken. Woonboulevards ondervinden waarschijnlijk wel de effecten van een mogelijk naderende recessieperiode. De ruimtelijk-economische positie van veel winkelgebieden (zoals we die in het KSO2019 vaststelden) is hiermee tijdens de crisis veranderd.
Online kanalen profiteren Sinds het uitbreken van de coronacrisis namen de totale detailhandelsbestedingen in vrijwel alle branches (met uitzondering van de kleding- en schoenenbranche) toe. De omzetgroei in de detailhandel vond vooral online plaats (webwinkels en multichannelers). Vrijwel alle nietdagelijkse producten kocht men ten tijde van de coronacrisis vaker online dan daarvoor. We verwachten dat deze toegenomen online oriëntatie na de coronacrisis deels beklijft. Ook boodschappen kocht men vaker online, al het online aandeel nog steeds beperkt.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
3 van 56
Onderzoekmodel: functioneren winkelgebieden Om een goed beeld te krijgen van de impact van de coronacrisis op het functioneren van de (belangrijkste) winkelgebieden in Oost-Nederland ontwikkelde I&O Research een model dat de gevolgen van de coronacrisis vanuit drie invalshoeken benadert. Het model geeft inzicht in de uitgangssituatie van winkelgebieden (vóórafgaand aan coronacrisis), de corona-impact op winkelgebieden en het perspectief van de winkelgebieden voor de komende jaren.
Corona-impact op kernwinkelgebieden Alle kernwinkelgebieden ondervinden in meer of mindere mate de gevolgen van de coronacrisis. De mate waarin is vooral afhankelijk van de functie, de doelgroep en de branchering van het winkelgebied. In de corona-risico-analyse die we uitvoerden zien we dat de grootste binnensteden in Oost-Nederland op dit moment de meeste impact van de coronacrisis ondervinden. Het zijn juist deze voorheen populaire locaties die de consument nu mijdt. Een deel van deze winkelgebieden stond er voor de crisis redelijk goed voor waarmee ze naar verwachting weerbaarder zijn dan winkelgebieden die voor de crisis al matig functioneerden. Bij deze laatste groep winkelgebieden liggen dan ook de grootste opgaves. Zeker als er ook andere minder gunstige vooruitzichten voor de komende jaren zijn (bijvoorbeeld als gevolg van bevolkingskrimp, een zwakke sociale uitgangspositie of vanwege de aanwezigheid van veel conjunctuurgevoelige branches). Daarnaast zijn vooral de winkelgebieden met veel mode- en horeca-aanbod kwetsbaar. De modebranche werd tijdens de crisis dubbel geraakt vanwege teruglopende bestedingen en de groei van het aandeel online. Bij de horeca zit het risico vooral bij de grote groep jonge ondernemingen die in de jaren voor de crisis startte.
Hoewel de populariteit van de horeca na de crisis naar verwachting onverminderd groot zal zijn, moet men in deze conjunctuurgevoelige sector wel rekening houden met de effecten van de mogelijke recessie. Hiermee blijft de horeca een kwetsbare sector. Maar ook voor andere – minder kwetsbare – winkelgebieden geldt dat de toonbankbestedingen – als gevolg van het toegenomen aandeel online – waarschijnlijk niet meer terugkomen op het niveau van voor de crisis. Dit geldt vooral voor de kernwinkelgebieden waar niet-dagelijkse branches een belangrijk onderdeel vormen van het winkelaanbod.
Profilering van winkelgebieden Behalve het werk maken van transformatie is het nu meer dan ooit van belang om ook te kijken waar winkelgebieden zich –in afgeslankte vorm - in regionaal verband juist in (kunnen) onderscheiden. Winkelgebieden moeten op basis van hun eigen specifieke winkelgebieds- en omgevingskenmerken beoordelen welke rol voor hen passend is binnen de regionale voorzieningenstructuur waarin ze opereren en de ontwikkelingen die daarin gaande zijn. Vooral voor winkelgebieden met een matige uitgangssituatie en een relatief grote corona-impact kan het zinvol zijn om te beoordelen in hoeverre er in regionaal perspectief ruimte is voor een meer onderscheidende functie of versterking van het huidige profiel. Het rapport geeft hiervoor een eerste aanzet.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
4 van 56
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ______________________________________________________________________________ 5 1 Inleiding ____________________________________________________________________________ 6 1.1 1.2 1.3 1.4
2
Consumentengedrag in coronatijd __________________________________________________ 9 2.1 2.1.1 2.1.2 2.1.3 2.2
3
Toename online oriëntatie ____________________________ 25 Verschuivingen tussen winkelgebieden ____________________ 27 Invloed corona op kooporiëntatie ________________________ 28
Overijssel _________________________________________________________________________33 5.1 5.2 5.3 5.4
6
Huidige stand en vooruitzichten ________________________ 18 Betekenis voor Oost-Nederland _________________________ 20
Impact coronacrisis op koopgedrag Oost-Nederland _______________________________25 4.1 4.2 4.3
5
Ontwikkelingen sinds maart 2020 ________________________ 9 Omzetontwikkeling ________________________________ 9 Bezoek aan winkelgebieden ___________________________ 12 Overige trends ___________________________________ 13 Vooruitzichten consumentengedrag ______________________ 15
De economie in coronatijd _________________________________________________________18 3.1 3.2
4
Achtergrond ____________________________________ 6 Toelichting onderzoekmodel __________________________ 6 Profilering kernwinkelgebieden __________________________7 Leeswijzer _____________________________________ 8
Inleiding ______________________________________ 33 Corona-impact kernwinkelgebieden ______________________ 35 Profielen kernwinkelgebieden __________________________ 38 Corona-impact overige winkelgebieden ____________________ 41
Conclusie _________________________________________________________________________43 6.1 6.2 6.3
Impact corona op koopstromen _________________________ 43 Directe en indirecte gevolgen coronacrisis ___________________ 43 Perspectief voor kernwinkelgebieden ______________________ 44
Bijlage A – Toelichting indicatoren onderzoekmodel ________________________________________46 Bijlage B – Scores corona-impact kernwinkelgebieden ______________________________________50 Bijlage C – Toelichting profielen kernwinkelgebieden _______________________________________52 Bijlage D – Profielscores kernwinkelgebieden _______________________________________________54
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
5 van 56
1
Inleiding
1.1
Achtergrond
In het voorjaar van 2020 presenteerde I&O Research de resultaten van het Koopstromenonderzoek Oost-Nederland (KSO2019 - veldwerk najaar 2019). Dit onderzoek liet zien waar consumenten in Overijssel, Drenthe en (een deel van) Gelderland toen boodschappen deden en winkelden, wat ze van winkelgebieden vonden en hoe die winkelgebieden presteerden. In maart 2020 diende corona zich aan. De horeca moest haar deuren sluiten en veel winkelgebieden met vooral niet-dagelijks aanbod kampten met historisch lage bezoekersaantallen. Hiermee is het functioneren van veel winkelgebieden in een geheel ander daglicht komen te staan. De provincies Drenthe, Gelderland en Overijssel vragen zich dan ook af welke impact de coronacrisis -en de economische gevolgen daarvan- heeft op het functioneren van de winkelgebieden in Oost-Nederland. Om deze vraag te beantwoorden stelde I&O Research in opdracht van de drie provincies voorliggende corona-oplegger op. Het doel van de corona-oplegger is om een beeld te schetsen van de verwachte impact van de coronacrisis op het functioneren van de (belangrijkste) winkelgebieden in de provincies Overijssel, Drenthe en Gelderland (in dit onderzoek: Oost-Nederland). Hierbij maken we onderscheid naar de impact van het veranderde consumentengedrag tijdens de coronacrisis en de invloed van de verwachte economische ontwikkeling op de winkelgebieden (crisiseffecten).
In het rapport staan de kernwinkelgebieden in Oost-Nederland centraal. Bij deze winkelgebieden zijn immers grote verschillen in de mate waarin ze impact ondervinden van de coronacrisis. De ondersteunende en grootschalige winkelgebieden daarentegen kregen sinds het begin van de coronacrisis vrijwel allemaal een positieve impuls.
1.2
Toelichting onderzoekmodel
Om een en ander in beeld te brengen, ontwikkelde I&O Research een onderzoekmodel waarin we (de gevolgen van) de coronacrisis vanuit drie invalshoeken benaderen. In de eerste plaats kijken we naar de situatie waarin de winkelgebieden zich voor de coronacrisis bevonden. De veronderstelling is dat winkelgebieden die er goed voorstonden beter kunnen herstellen van negatieve corona-effecten. Daarnaast laten we zien in hoeverre voor het veranderde consumentengedrag tijdens de coronacrisis de winkelgebieden beïnvloedt. . Vanuit de winkelgebieds- en omgevingskenmerken in combinatie met landelijke en regionale ontwikkelingen maakten we een vertaling (extrapolatie) naar de impact die de winkelgebieden daarvan op dit moment ondervinden. Ten slotte selecteerden we een aantal indicatoren die bepalend zijn voor het perspectief van de winkelgebieden in de komende jaren. We maken hierbij onderscheid naar economie (crisiseffecten), demografie en toekomstig koopgedrag. Een gunstig perspectief wil niet zeggen dat de bestedingen zullen toenemen. Het geeft aan in hoeverre in het gebied sprake is van gunstige of ongunstige omstandigheden die de verwachte vraagontwikkeling mede bepalen.1
1
Ruimtelijke ontwikkelingen (gericht op bijvoorbeeld infrastructuur of vastgoed) vallen buiten de scope van deze analyse. Uiteraard zijn deze ontwikkelingen in de praktijk wel mede bepalend voor het perspectief van de winkelgebieden.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
6 van 56
Figuur 1.1 laat zien welke indicatoren we in het model hebben verwerkt en bepalend zijn voor de positie van de kernwinkelgebieden op de drie genoemde invalshoeken. Een beschrijving van de indicatoren staat in bijlage A. De scores op de drie dimensies van alle kernwinkelgebieden in Oost-Nederland staan in bijlage B. Figuur 1.1 – Onderzoekmodel: Invalshoeken en onderliggende indicatoren
Uitgangssituatie
Corona-impact
Ontwikkeling draagvlak
Indicatoren
Indicatoren
Indicatoren
Vloerproductiviteit
Aandeel modebranche
Bevolkingsprognose
Leegstand
Aandeel horeca
Inkomensniveau
Regiofunctie
Aandeel levensmiddelen
Aandeel 65-plus
Trekkracht Duitsland
Schaalgrootte winkels
Toerisme
Omvang winkelgebied
Conjunctuurgevoeligheid winkelgebied
Waardering
Toevloeiing Duitsland
Door een integrale beschouwing van deze (corona)risico-indicatoren ontstaat een beeld waar de grootste risico’s en transformatieopgaves liggen. Op het moment dat een winkelgebied een ongunstig beeld laat zien, wil dit niet zeggen dat er geen toekomst is voor het winkelgebied. Andersom geldt ook dat winkelgebieden die relatief gunstig uit de analyse komen niet onaantastbaar zijn. Alle winkelgebieden hebben in meer of mindere mate te maken met het veranderde consumentengedrag. Veel van deze veranderingen werden voor de crisis al ingezet (zoals de toename van de online bestedingen, de populariteit van op gemak gerichte wijkcentra) maar versnellen en/of versterken nu.
1.3
Profilering kernwinkelgebieden
Behalve het werk maken van transformatie denken we dat het belangrijk is voor winkelgebieden te kijken waar ze zich in regionaal verband in kunnen onderscheiden (zij het in afgeslankte vorm). Winkelgebieden moeten op basis van hun eigen specifieke winkelgebieds- en omgevingskenmerken beoordelen welke rol voor hen passend is binnen de regionale voorzieningenstructuur waarin ze opereren en de ontwikkelingen die daarin gaande zijn. Deze benadering brachten we ook in KSO2019 onder de aandacht. Met de coronacrisis neemt de urgentie ervan alleen maar toe. Om hierin een eerste stap te zetten ontwikkelden wij een vijftal profielen voor winkelgebieden. De profielen stelden we vast op basis van een aantal winkelgebieds- en omgevingskenmerken. Figuur 1.2 toont de profielen en onderliggende kenmerken. In bijlage C van het rapport lichten we de profielen toe en laten we voor iedere regio zien in hoeverre de kernwinkelgebieden onderscheidend zijn op een of meerdere van deze profielen. Het laat tevens zien waar in regionaal verband gelegenheid is voor een sterkere of meer complementaire profilering. Zeker voor winkelgebieden waarvan de uitgangssituatie matig en de corona-impact groot is, biedt een dergelijke inhoudelijke beschouwing van de voorzieningenstructuur, aanknopingspunten. Het gaat hier om een denkrichting als opstap naar de toekomst.
Een gefundeerde onderbouwing en uitwerking vraagt uiteraard om maatwerk.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
7 van 56
Figuur 1.2 – Vijf profielen voor kernwinkelgebieden
Lokaal dagelijks Aanbod levensmiddelen
Veel zelfstandigen
Aanbod persoonlijke verzorging
Goede autobereikbaarheid
Aandeel 65-plus
Recreatief
Doelgerichte branches Grote winkels
Veel mode
Hoge binding dagelijks
1.4
Functioneel
Verzorgend
Compleet
Verkooppunten recreatief
Veel winkelmeters
Hotelbedden gemeente
Veel verkooppunten horeca
Banen toerisme
Veel cultuur
Leeswijzer
In het rapport gaan we achtereenvolgens in op (zie ook figuur 1.3): • de veranderingen in het consumentengedrag tijdens de coronacrisis en de invloed daarvan op winkelgebieden; • de economische ontwikkeling en vooruitzichten in Nederland; • de invloed die de coronacrisis heeft op de (toekomstige) koopstromen in Oost-Nederland; • wat bovenstaande ontwikkelingen betekenen voor de winkelgebieden in de provincie; • conclusies: de gevolgen en handelingsperspectieven voor de winkelgebieden; • in de bijlagen staan de toelichting op het onderzoekmodel en de achterliggende scores. Figuur 1.3 – Schema rapportopbouw (clickable) Managementsamenvatting 1. Inleiding
5. Resultaat
Input onderzoekmodel: 2. Ontwikkelingen consumentengedrag
Uitgangssituatie
3. Economische situatie en vooruitzichten
winkelgebieden provincie
4. Verandering koopstromen Oost-Nederland
Corona-impact
Perspectief 6. Conclusie Bijlagen: Bijlage A - Toelichting indicatoren onderzoekmodel Bijlage B - Scores corona-impact kernwinkelgebieden Bijlage C - Toelichting profielen kernwinkelgebieden Bijlage D - Profielscores kernwinkelgebieden
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
8 van 56
2
Consumentengedrag in coronatijd
2.1
Ontwikkelingen sinds maart 2020
Sinds de start van de coronacrisis in maart kwam een groot deel van de Nederlandse winkelgebieden voor een nog grotere uitdaging te staan dan ze al stonden. In KSO2019 rapporteerden we dat er in Oost-Nederland een (grote) opgave ligt in het compacter maken van de kernwinkelgebieden. De ontwikkelingen die daaraan ten grondslag liggen (zoals toenemende online bestedingen, een afnemende vrijetijdsfunctie van winkelgebieden en een toenemende populariteit van de op gemak gerichte ondersteunende winkelgebieden) kregen door de coronacrisis een impuls. In dit hoofdstuk laten we zien welke invloed de coronacrisis tussen maart en oktober van 2020 had op het koopgedrag van consumenten. De meest relevante ontwikkelingen nemen we mee in hoofdstuk 5 waar we ze vertalen naar de winkelgebieden in Oost-Nederland en de impact die ze daar naar verwachting zullen hebben. 2.1.1
Omzetontwikkeling
Detailhandel Sinds het uitbreken van de coronacrisis namen de detailhandelsbestedingen sterk toe. Dit geldt voor vrijwel alle branches met uitzondering van de kleding- en schoenenbranche waar de omzetten juist daalden (zie figuur 2.1). Vooral de bouwmarkten, tuincentra en meubelzaken zagen hun omzet – met name tijdens de intelligente lockdown waarin de tijdsbesteding van consumenten veranderde - sterk toenemen. Ook de supermarkten doen het goed. In de eerste periode deels vanwege hamstergedrag. Maar ook in het derde kwartaal – terwijl de horeca weer open was – bleef de omzet van supermarkten relatief hoog. De omzet van foodspeciaalzaken zoals slagerijen, groentezaken, kaaswinkels en slijterijen groeide overigens ook sterk in de corona-periode. Figuur 2.1 – Omzetontwikkeling detailhandel 2008-2020 (2008=100) 450 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2008 2009 2010
2011
2012
2013
2014
2015
2016
2017
2018 2019 1e kw. 2e kw. 3e kw. 2020 2020 2020
Detailhandel
Supermarkten
Woninginrichting
Bouwmarkten
Speelgoedwinkels
Kledingwinkels
Webwinkels Bron: CBS, bewerking I&O Research
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
9 van 56
Online omzet Hoewel de omzet in de detailhandel groeide, geldt hierbij wel de kanttekening dat die groei voor een belangrijk deel online plaatsvond. De totale detailhandelsomzet bestaat uit de omzet van gevestigde winkeliers, de omzet van webshops en de omzet van multichannelers (die zowel een fysiek als online verkoopkanaal hebben). Sinds het tweede kwartaal is zowel de omzet van webshops als van multichannelers sterk toegenomen. De omzet van de multichannelers nam de grootste vlucht, zo illustreert figuur 2.2. Hoewel de groei in het derde kwartaal 2020 afzwakte, lag de detailhandelsomzet nog altijd 9,2% hoger dan een jaar eerder. Figuur 2.2 – Omzet internetverkopen detailhandel 2014-2020 (2014 =100) 400 350 300 250 200 150 100 50 0 2014
2015
2016
Detailhandel
2017
2018
Multi-channel
2019
1e kw. 2020
2e kw. 2020
3e kw. 2020
Webwinkels
Bron: CBS
In het tweede kwartaal 2020 steeg het aantal online aankopen van producten met 52% ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In alle marktsegmenten (o.a. sport en recreatie, elektronica, huishoudelijke artikelen, kleding, telecom, speelgoed en media) nam het online aandeel toe. De online aankoop van diensten daalde juist met 35%.2
2
Bron: Thuiswinkelmarkt Monitor.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
10 van 56
Digitale zichtbaarheid De coronacrisis leert dat afhankelijkheid van alleen een fysieke winkel kwetsbaar is. Veel ondernemers maken op dit moment dan ook een digitaliseringsslag. De provincies Drenthe, Gelderland en Overijssel stellen hiervoor een subsidie beschikbaar. Meer informatie hierover is te vinden op de website van de provincies: • Subsidieregeling Drenthe • Subsidieregeling Gelderland • Subsidieregeling Overijssel
Horeca De horeca is een van de sectoren die het zwaarst door de coronacrisis is getroffen. De omzet in de horeca nam in het tweede kwartaal van 2020 met iets meer dan de helft af ten opzichte van het voorgaande kwartaal (zie figuur 2.3). Vooral in april heeft de horeca fors minder omgezet. In het derde kwartaal – toen de horeca haar deuren weer mocht openen – kreeg de omzet juist een enorme boost. Deze haalde echter nog niet het niveau van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Figuur 2.3 – Omzetontwikkeling horeca 2005-2020 140 120 100 80 60 40 20
3e kw. 2020
2e kw. 2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
Eet- en drinkgelegenheden
1e kw. 2020
Logiesverstrekking
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
0
Bron: CBS, bewerking I&O Research
Sinds het uitbreken van de coronacrisis moest de horeca twee keer haar deuren sluiten. Volgens de ING daalde bij de tweede sluiting (op 15 oktober) de omzet minder hard dan de eerste keer (op 16 maart), zo illustreert figuur 2.4. Waar cafés en restaurants op de eerste dag van de sluiting in maart zo'n 85% minder pinomzet draaiden dan normaal voor die tijd van het jaar, was dat op 15 oktober zo'n 65% minder. De ING ziet aan de online transacties dat er sindsdien meer wordt bezorgd en afgehaald. Ondernemers lijken nu beter in staat om hun businessmodel aan te passen aan de omstandigheden.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
11 van 56
Figuur 2.4 – Pinomzet horeca maart – oktober: Afwijking van normaal (o.b.v. 2016-2019)
Bron: ING
2.1.2 Bezoek aan winkelgebieden Het veranderde koopgedrag van consumenten zien we terug in het bezoek aan winkelgebieden. In de eerste week na de aangekondigde coronamaatregelen (tussen 9 maart en 15 maart) halveerde het aantal passanten in de Nederlandse binnensteden 3, terwijl de wijkcentra juist konden rekenen op een grotere bezoekersstroom. Vanaf half april herstelde de drukte in de binnensteden zich gedeeltelijk en in de zomer lagen de passantenaantallen op ongeveer 70% van wat ze voor corona waren (zie figuur 2.5). Sindsdien neemt het aantal passanten echter weer af tot een niveau van 35% t.o.v. de periode voor corona. Figuur 2.5 – Aantal bezoekers winkelstraten t.o.v. voor corona (17 maart 2020 = 100)
Bron: Locatus
3
Bron: Locatus.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
12 van 56
Normaal gesproken zouden bedrijven in deze omstandigheden hun deuren definitief moeten sluiten. Maar de steunmaatregelen van de overheid lijken hier een positief effect te hebben. Locatus registreerde tot nu wel een toenemende leegstand, maar deze stijging ging minder hard dan in 2019. In 2019 is de leegstand gemiddeld met een half procent per maand gestegen. In de eerste acht maanden van 2020 lag dit net iets lager: de leegstand steeg van 7,3% naar 7,6%. Ook het feit dat retailers vaak te maken hebben met langlopende huurcontracten kan deels verklaren waarom een sterke toename van de leegstand vooralsnog op zich laat wachten. Winkellocaties die sterk afhankelijk zijn van grote bezoekersstromen zoals toeristen, werknemers (kantoorlocaties), horecagasten en reizigers (OV-knooppunten) hebben het zwaar. Consumenten zijn minder op zoek naar beleving en willen vooral snel en veilig winkelen. Laagdrempelige winkels (goed bereikbaar, goed parkeren, beperkte wachttijden of aangepaste openingstijden) doen het goed.4 Ook uit de Corona Impact Analyse van Locatus (september 2020) blijkt dat de Nederlandse binnensteden – met enerzijds veel horeca en modewinkels en anderzijds een grotere afhankelijkheid van toerisme en consumenten die van verder weg komen - het zwaarst worden getroffen door de coronacrisis.
Corona treft juist minder de kleinere winkelgebieden - vooral als zo’n centrum is gericht op dagelijkse boodschappen. De woonboulevards doen het nu nog goed en hebben relatief weinig last van de directe effecten van corona. De woonboulevards hebben aan de andere kant ook het meest te vrezen van een mogelijke economische crisis. Er is dan ook een opvallende trendbreuk in binnensteden gaande: waar eerder vooral centrumgebieden in middelgrote steden en het midden- en kleinbedrijf het lastig hadden, staan nu de centra van grote steden en het grootwinkelbedrijf juist onder druk. Het zijn vooral de grote modeketens (met een beperkte toegevoegde waarde ten opzichte van het online kanaal) die hun aanwezigheid in deze grote binnensteden heroverwegen. Dit zijn de locaties met de hoogste huren maar tevens met de grootste omzetverliezen. Voor veel grote modeketens is het daarom niet meer rendabel om er te blijven.5 Het grootwinkelbedrijf verwacht dan ook dat door het veranderde consumentengedrag 20 tot 40% van de non-food winkels zal verdwijnen. Mkb’ers delen vergelijkbare zorgen. Bijna een op de vijf mkb’ers (19%) verwacht dat het noodzakelijk is om een of meerdere winkels te sluiten. Dat grote winkeliers een groter aantal sluitingen verwachten wordt deels verklaard door hun grotere overhead en lagere winstmarges, maar ook door een recente herontdekking van ‘lokaal’.6 2.1.3
Overige trends
Koop lokaal Tijdens de coronacrisis deed al gauw de beweging “koop lokaal” haar intrede. Gemeenten en winkeliersverenigingen riepen consumenten op in de eigen woonplaats te kopen. Uit de peiling die I&O Research in Oost-Nederland hield (zie ook hoofdstuk 4) bleek dat (binnen de fysieke koopstroom) de kooporiëntatie voor mode op grote binnensteden afnam terwijl de middelgrote winkelgebieden juist op een grotere kooporiëntatie konden rekenen. Voor deze winkelgebieden
4
Bron: RetailSonar. Bron: Retail postcorona – impactanalyse. Retailagenda, juni 2020. 6 Bron: Retail postcorona – impactanalyse. Retailagenda, juni 2020. 5
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
13 van 56
hoeven veel consumenten minder ver te reizen en ze bieden - tot op zekere hoogte - wel de branches waarvoor consumenten normaal gesproken gaan winkelen in een binnenstad.
Toerisme Uit het KSO2019 bleek dat in een deel van de Oost-Nederlandse (vooral Drentse) gemeenten, toeristen een belangrijke bijdrage leveren aan de detailhandelsbestedingen en de lokale economie in het algemeen. Voor deze gebieden spelen de ontwikkelingen in het recreatiegedrag dus ook een belangrijke rol. Na het uitbreken van de coronacrisis kwam de commerciële recreatie (horeca, verblijf, attracties e.d.) vrijwel volledig tot stilstand. Het CBS becijferde dat in het tweede kwartaal 2020 toeristische accommodaties 72% minder gasten ontvingen dan een jaar eerder. Ten opzichte van de landelijke ontwikkeling bleef de daling in de Oost-Nederlandse provincies beperkt, zo illustreert figuur 2.6. De coronacrisis trof vooral het toeristisch hart van Nederland (Noord-Holland en Amsterdam). In Friesland was de daling het kleinst. Ook werden verblijfsaccommodaties in steden (die vaak ook voor een belangrijk deel draaien op zakelijke bezoekers) harder getroffen dan die in de meer landelijke gebieden. 7 In de zomer was er sprake van gedeeltelijk herstel van het aantal overnachtingen in ons land. In Oost-Nederland lag in deze periode het aantal overnachtingen zelfs hoger dan in de zomermaanden van 2019. Alle drie provincies steken hierbij in positieve zin af tegen het landelijke beeld. Oost-Nederland profiteerde van het feit dat meer Nederlanders hun vakantie in eigen land doorbrachten.
Regio’s die voor een belangrijk deel afhankelijk zijn van buitenlandse verblijfsgasten (zoals Noord- en Zuid-Holland) bleven daar in de zomer last van houden. Het NBTC verwacht voor de toeristische sector als geheel pas herstel in 2024. Figuur 2.6 – Overnachtingen in 2020 t.o.v. dezelfde maand een jaar eerder 140 120 100 80 60 40 20 0 januari
februari
maart
Drenthe
april Gelderland
mei Overijssel
juni
juli
augustus
Nederland
Bron: CBS, bewerking I&O Research
7
Bron: CBS, bewerking I&O Research.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
14 van 56
Grensoverschrijdend koopgedrag Tijdens de lockdown in het voorjaar 2020 was grensverkeer voor winkelbezoek niet toegestaan. In de zomer profiteerden de grensgemeenten weer volop van de Duitse klandizie (in Nederland was in tegenstelling tot Duitsland een mondkapje toen nog niet verplicht). In oktober verklaarde Duitsland heel Nederland als risicogebied waarmee voor Duitse bezoekers aan Nederland een meld- en quarantaineplicht gold. Dit bracht het aantal Duitse bezoekers aan Nederlandse winkelgebieden weer stevig terug. Maar ook Nederlanders gingen minder de grens over voor aankopen bij winkels in Duitsland. Onder Nederlandse consumenten is Duitsland vooral populair voor modeaankopen. Mogelijk dat modewinkels in de Nederlandse grensstreek hiervan profiteerden. Onder Duitse consumenten is Oost-Nederland vooral populair voor de aankoop van boodschappen en tuinartikelen gevolgd door mode. Supermarkten en tuincentra, maar ook binnensteden die voor een belangrijk deel draaien op Duitse consumenten, moesten die omzet missen. Maar door het feit dat er normaal gesproken meer Duitse koopkracht toevloeit dan dat er vanuit Nederland afvloeit (zo bleek uit KSO2019), verwachten we dat winkels in de grensstreek per saldo een negatief effect ondervonden van de coronamaatregelen.
Maaltijdbezorging Behalve in de detailhandel nam ook in de horeca het bestellen en thuisbezorgen in 2020 een vlucht. Het aantal bestellingen bij Thuisbezorgd steeg het derde kwartaal 2020 met 32% ten opzichte van dezelfde periode in 2019. De omzet van de aangesloten bezorgrestaurants groeide met bijna 50%. Bij concurrent Deliveroo Nederland sloten zich sinds de lockdown van maart alleen al 950 nieuwe restaurants aan. Ook UberEats rukt nu op in Nederland. Evenals in de detailhandel zorgt de coronacrisis ook in deze branche voor een snelde verschuiving van offline naar online bestellingen.
2.2
Vooruitzichten consumentengedrag
De ontwikkeling van het consumentengedrag op de korte termijn hangt in de eerste plaats af van de virusontwikkeling en de maatregelen die de overheid neemt om verspreiding van het virus te voorkomen. De vraag is in hoeverre deze gedragsverandering op langere termijn standhoudt. In deze paragraaf laten we zien wat de verwachtingen daaromtrent zijn.
Meer online aankopen Onderzoek van I&O Research (mei 2020) liet zien dat steeds meer Nederlanders online kopen en dit ook in de toekomst van plan zijn te blijven doen. Onderstaande tabel laat per leeftijdsklasse zien welk deel van de bevolking verwacht in de toekomst spullen vaker online te gaan kopen dan voor de coronacrisis. In totaal geldt dit voor ruim een op de vijf Nederlanders. Dit aandeel is onder jongeren het hoogst terwijl 65-plussers het vaakst aangeven dit juist niet te doen. Dit beeldt komt overeen met de resultaten van de peiling die I&O Research in november in OostNederland hield (zie hoofdstuk 4).
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
15 van 56
Tabel 2.1 – Stelling: Ik verwacht in de toekomst spullen vaker online te gaan kopen dan voor de coronacrisis 18 tot 34 jaar
35 tot 49 jaar
50 tot 64 jaar
65 jaar e.o.
TOTAAL
(helemaal) mee eens
26%
22%
20%
18%
21%
neutraal
24%
28%
27%
32%
27%
(helemaal) mee oneens
48%
46%
49%
46%
47%
weet niet
3%
4%
5%
4%
4%
TOTAAL
100%
100%
100%
100%
100%
Bron: I&O Research
De ING voorziet een blijvende omzetgroei van de online retail. De bank verwacht voor 2020 dat multichannelers in totaal zo’n 35% meer omzet behalen. Voor pure webshops ligt die groei rond de 25%. Ter vergelijking: eind 2019 verwachtte ING dat de omzet van pure players in 2020 met 12% zou groeien. In 2021 zal de omzetgroei wat lager zijn dan in 2020, maar volgens de bank blijft deze nog steeds erg hoog.8
Omzetprognose detailhandel De Rabobank sprak onlangs een verwachting uit over de omzetontwikkeling in de verschillende branches. De Rabobank geeft aan dat de economische gevolgen van de coronacrisis verschillen van die bij een ‘reguliere’ conjuncturele dip omdat vooral het consumptiepatroon is veranderd. Consumenten gaven minder uit maar gaven het tegelijkertijd ook aan andere dingen uit. Dit kwam ten gunste van de bouwmarkten en ging ten koste van de bestedingen aan kleding en schoenen. Voor 2021 verwacht de Rabobank een omgekeerde beweging. In 2021 zullen de matige economische omstandigheden een negatieve invloed hebben, met name op bestedingen die de consument gemakkelijk kan uitstellen. Kleding en schoenen kunnen daarentegen groei laten zien vanaf een bijzonder lage basis. Daarmee zullen de consumenten in 2021 gedeeltelijk terugkeren naar hun vroegere bestedingspatronen. De verschuiving van offline naar online is al langer zichtbaar en versneld verder. In de horeca voorziet de bank nog geen volledig herstel in 2021.
Horeca
Detailhandel
Tabel 2.2 – Omzetprognose detailhandel (ontwikkeling t.o.v. voorgaand jaar) 2019
2020
2021
2021 (t.o.v. ’19)
Supermarkten
1%
8%
-2%
5%
Winkels in voedingsmiddelen
-2%
5%
-3%
3%
Winkels in consumentenelektronica
3%
11%
-9%
1%
Winkels in doe-het-zelfartikelen
7%
9%
-7%
2%
Winkels in meubels/woninginrichting
7%
18%
-3%
14%
Winkels in recreatieartikelen
-4%
9%
-10%
-1%
Winkels in kleding
-2%
-16%
11%
-7%
Winkels in schoenen en lederwaren
0%
-15%
5%
-11%
Drogisten
-1%
3%
4%
7%
Webwinkels
12%
27%
18%
50%
Hotels
4%
-48%
29%
-33%
Overige logiesverstrekking
-
-43%
78%
3%
Restaurants, andere eetgelegenheden
2%
-31%
23%
-16%
Cafés
-1%
-47%
31%
-31%
Bron: Rabobank
8
De ING benadrukt dat de onzekerheidsmarge van de ramingen door economische onzekerheid groter is dan gebruikelijk.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
16 van 56
Leegstand Met het teruggelopen bezoek aan winkelgebieden en de tijdelijke sluitingen van de horeca, is het onvermijdelijk dat ondernemingen in winkelgebieden definitief hun deuren moeten gaan sluiten. Op basis van de Corona Impact Analyse van Locatus maakte het bedrijf een doorrekening naar de verwachte leegstandsontwikkeling. Locatus verwacht dat tot april 2021 zo’n 30.000 retailers (zowel winkels, horeca als diensten) hun winkel op de huidige plek zullen sluiten. Die winkels zullen echter niet allemaal leeg komen te staan. Locatus geeft aan dat in het verleden tegenover sluitingen ongeveer 85% openingen stonden. Als we dat cijfer hanteren zou dat betekenen dat uiteindelijk 15% oftewel 5.000 panden daadwerkelijk extra leegkomen. Op dit moment staan 16.500 panden leeg. Of het herstel van de winkelgebieden te vergeleken is met vorige recessies weet Locatus nog niet. Maar het bureau verwacht dat eind 2021 zo’n 21.500 panden leegstaan, dat is een leegstandspercentage van 9,9%. Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht voor begin 2022 zelfs een toename van de winkelleegstand met 40% waarbij vooral de sterke binnensteden (op korte termijn) het hardst geraakt worden.9
9
Veerkracht op de proef gesteld. PBL, 4 december 2020.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
17 van 56
3
De economie in coronatijd
Hoewel de aandacht op dit moment vooral uitgaat naar de directe gevolgen van het coronavirus en het indammen van de verspreiding daarvan, krijgen we de komende jaren waarschijnlijk te maken met een periode van economische krimp. Ook dat zal bepaalde consumentenbranches niet onberoerd laten en komt boven op de directe gevolgen van de coronacrisis. In dit hoofdstuk schetsen we de economische ontwikkeling van Nederland ten tijde van de coronacrisis en de toekomstverwachting daaromtrent. Daarnaast kijken we naar het economisch belang van de retail, horeca en het toerisme in Oost-Nederland en naar de mate waarin deze sectoren gevoelig zijn voor conjuncturele schommelingen.
3.1
Huidige stand en vooruitzichten
Consumentenvertrouwen en koopbereidheid Met het uitbreken van de coronacrisis nam het consumentenvertrouwen een duikvlucht (zie figuur 3.1). Nog nooit waren consumenten zo negatief over de economische situatie als in april 2020. Ook de koopbereidheid verslechterde en daalde in april 2020 sterker dan ooit tevoren. Inmiddels zijn beide indicatoren enigszins gestabiliseerd. Figuur 3.1 - Ontwikkeling consumentenvertrouwen 2008-2020
Bron: CBS
Ondernemersvertrouwen Evenals onder consumenten kelderde het vertrouwen onder ondernemers. In het tweede kwartaal van 2020 bereikte het ondernemersvertrouwen het laagste niveau ooit gemeten. In de horecasector was het vertrouwen het laagst. In het derde kwartaal nam het ondernemersvertrouwen juist weer sterk toe.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
18 van 56
Met name in de detailhandel waren ondernemers overwegend positief gestemd, terwijl horecaondernemers nog altijd erg pessimistisch waren over hun situatie. Sinds april bleef de stemming met name bij logiesverstrekkers, restaurants en cafés en reisbureaus overwegend negatief.10 Het aantal ondernemers dat vertrouwt op minstens nog een jaar voortbestaan nam tussen juni en september 2020 in nagenoeg alle sectoren gestaag toe. In de meeste bedrijfstakken verwachtte meer dan de helft van de bedrijven in september 2020 minstens nog een jaar te bestaan. Alleen in de horeca was dit een minderheid van 43% van de ondernemers. Wel nam het vertrouwen in minstens nog een jaar voortbestaan tussen juni en september in de horeca het meest toe. In juni 2020 dacht nog maar een kwart van de bedrijven een jaar te kunnen overleven. 11 Verhoudingsgewijs namen dan ook veel horecaondernemers deel aan de verschillende steunmaatregelen van het rijk. In regio’s met een relatief hoog aandeel horecavestigingen zoals Zeeland, Limburg en Amsterdam werd dan ook relatief vaak een beroep gedaan op de regelingen.12 Winkels behoorden tot de grootste gebruikers van NOW-1 en -2 en van TOGS maar niet van TVL-1.13
Economische vooruitzichten Het CPB verwacht dat de Nederlandse arbeidsmarkt zich relatief snel zal herstellen van de coronacrisis. Het stelt dat de werkloosheid vijf jaar nodig heeft om terug te keren op het niveau van voor de crisis. Na een scherpe stijging in 2020-2021 (in de novemberraming gaat het CPB ervan uit dat de werkloosheid in 2021 boven de 6% uitkomt), komt de werkloosheid in de basisverkenning in 2025 weer in de buurt van de verwachting van voor de coronacrisis.14 De Nederlandse economie als geheel gaat een veel lastiger herstel tegemoet. Het CPB waarschuwt dat de economie blijvend is beschadigd door de coronacrisis. Doordat de crisis de innovatie een halt toeriep en ook investeringen grotendeels stillegde, lijkt een V-vormig herstel onwaarschijnlijk. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) verwacht zelfs een mondiale depressie vergelijkbaar met die van de jaren dertig van de vorige eeuw. De economische gevolgen van de coronacrisis variëren sterk per sector. Het CPB verwacht dat het aandeel bedrijven dat failliet gaat in 2020-2021 vooral toeneemt in de sectoren horeca (8,5%-punt stijging) en cultuur, sport en recreatie (12,6%-punt stijging). Een golf van faillissementen vormt een groot risico op een verdieping van de economische crisis.15
10
Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/cbs-cijfers-coronacrisis/wat-zijn-de-economische-gevolgen-van-coronaBron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/41/vertrouwen-op-voortbestaan-bedrijven-licht-toegenomen 12 Bron: https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/40/helft-bedrijven-in-limburg-gebruikt-financiele-regeling 13 NOW: Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid; TOGS: Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren. TVL: Tegemoetkoming Vaste Lasten (opvolger TOGS); 14 Bron: Actualisatie Middellangetermijnverkenning 2022-2025. CPB, september 2020. 15 Bron: De gevolgen van de coronacrisis voor Nederlandse bedrijven en banken. CPB, september 2020. 11
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
19 van 56
Ontwikkeling bestedingen Uit de kredietcrisis kunnen we leren op welke branches consumenten bezuinigen in een periode van economische tegenwind. We zien dan met name een terugloop van de bestedingen aan woninginrichting, horeca en recreatie & cultuur (zie figuur 3.2). Op het moment dat deze branches sterk vertegenwoordigd zijn in een gebied, zal de impact van economische krimp relatief groot zijn. Dit uit zich in afnemende bestedingen (en daarmee een toenemend risico op leegstand) en een dalende werkgelegenheid. Figuur 3.2 – Ontwikkeling consumptieve bestedingen door huishoudens 190 180 170 160 150 140 130 120 110 100
Totale consumptie huishoudens
Voeding en niet-alcoholische dranken
Kleding en schoeisel
Woninginrichting en huishouding
Recreatie en cultuur
Horeca
Bron: CBS
3.2
Betekenis voor Oost-Nederland
Afname van bestedingen in de branches horeca, recreatie en cultuur is daarom vooral merkbaar in de toeristische regio’s (zoals Drenthe en de Veluwe) en in de binnensteden met een omvangrijke vrijetijdssector (horeca, cultuur et cetera). Hierbij geldt de kanttekening dat de toeristische sector in Oost-Nederland naar verwachting de komende jaren blijft profiteren van het toegenomen binnenlandse toerisme. Mogelijk dat dit de schade als gevolg van een economische tegenwind kan beperken. De invloed van economische ontwikkelingen op de detailhandel, hangt vooral af van de (conjunctuurgevoeligheid van de) branchering en de doelgroepen waarop de winkels zich richten (al dan niet toeristisch). Winkelgebieden met veel aanbod gericht op luxe aankopen die mensen kunnen uitstellen (elektronica, woninginrichting etc.) zullen dit sterker voelen dan winkelgebieden die vooral gericht zijn op de mainstream aankopen en basisbehoeften van consumenten.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
20 van 56
Ontwikkeling banen detailhandel Figuur 3.3 toont de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de niet-dagelijkse detailhandel voor de drie provincies en voor Nederland als geheel. Wat opvalt is dat de werkgelegenheid al sinds 2008 afneemt. De invloed van conjuncturele schommelingen lijkt hierin beperkt. Zoals we in de vorige paragraaf zagen beïnvloeden conjuncturele schommelingen immers maar een beperkt aantal branches. Naar verwachting is het toenemende belang van online bestedingen (en schaalvergroting) de belangrijkste oorzaak van de afgenomen werkgelegenheid. Sinds 2008 daalde de werkgelegenheid in de niet-dagelijkse detailhandel met 14% en vervijfvoudigde het aantal webwinkels16. Gelderland en Overijssel volgen hierin de landelijke trend. De ontwikkeling van de Drentse werkgelegenheid in de niet-dagelijkse detailhandel vertoont sterkere schommelingen en oogt wat gevoeliger voor conjuncturele trends. Mogelijk dat de toeristische component van de bestedingen bij de Drentse detailhandel hierin een rol speelt. Figuur 3.3 – Ontwikkeling banen niet-dagelijkse detailhandel (1996-2019) 140 135 130 125 120 115 110 105 100 95 90
Drenthe
Gelderland
Overijssel
Nederland
Bron: LISA, bewerking I&O Research
In de dagelijkse sector volgt het aantal vestigingen en de werkgelegenheid grofweg de ontwikkeling van de bevolkingsomvang. Krimpgemeenten (zonder veel toevloeiing), moeten vanuit dat perspectief rekening houden met een afnemende vraag naar dagelijkse winkelvoorzieningen.
16
Bron: CBS. Tussen 2013 en 2018 verdubbelde het aantal werkzame personen in deze branche.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
21 van 56
Detailhandelsbanen: voorspeller voor detailhandelsomzet Uit het KSO2019 bleek dat het aantal detailhandelsbanen een goede voorspeller is voor de detailhandelsomzet in die gemeenten. Aanvankelijk veronderstelden we dat hiermee conjunctuur (wat zich veelal uit in banenontwikkeling) ook een goede voorspeller zou zijn voor de verwachte omzetontwikkeling van de detailhandel in de komende jaren. De werkgelegenheidsontwikkeling wordt echter vooral bepaald door brancheontwikkelingen (zoals schaalvergroting en toenemende online bestedingen). Het effect van conjuncturele (evenals demografische 17) schommelingen valt hierbij (voor de detailhandel als geheel) in het niet. Daar komt bij dat slechts enkele detailhandelsbranches (zoals woninginrichting) sterk reageren op economische schommelingen. In de corona-risico-analyse (hoofdstuk 5) kijken we daarom specifiek naar de aanwezigheid van deze branches. De conjunctuur als voorspeller voor de toekomstige ontwikkeling van de detailhandelsomzet in winkelgebieden laten we los.
Ontwikkeling banen horeca In tegenstelling tot de detailhandel zien we het aantal banen in de horeca (specifiek eet- en drinkgelegenheden) al jarenlang gestaag toenemen. Dit terwijl de bestedingen in deze sector sinds 1996 juist aan forse fluctuaties onderhevig waren (zie figuur 3.2 in het begin van deze paragraaf). Sinds 2013 (een periode waarin ook de economie jaarlijkse groeide) laten de bestedingen in de horeca een onafgebroken groei zien. In deze periode namen de bestedingen in deze sector met ruim een kwart toe. De werkgelegenheid in de horeca groeide in deze periode in een vergelijkbaar tempo (zie figuur 3.4). De provincie Drenthe laat ook bij de ontwikkeling van de werkgelegenheid in de horeca een aantal opvallende bewegingen zien waarin – tot op zekere hoogte – ook de conjuncturele fluctuaties zichtbaar zijn. Dit heeft mogelijk te maken met de grotere afhankelijkheid van toeristische bestedingen bij de Drentse horeca. Het is niet onwaarschijnlijk dat deze in periodes van economische tegenwind sterker teruglopen dan lokale bestedingen bij de horeca. Figuur 3.4 - Ontwikkeling banen horeca (1996-2019) 180 170 160 150 140 130 120 110 100
Drenthe
Gelderland
Overijssel
Nederland
Bron: LISA, bewerking I&O Research
17
Er is geen verband zichtbaar tussen bevolkingsontwikkeling en niet-dagelijkse werkgelegenheidsontwikkeling tussen 2008 en 2019.
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
22 van 56
Besteedbaar inkomen Behalve economische schommeling beïnvloedt ook het besteedbaar inkomen van de bevolking de (lokale) consumptieve bestedingen. Een laag gemiddeld besteedbaar inkomen in het verzorgingsgebied is relatief ongunstig voor (het perspectief van) winkelgebieden. Huishoudens met een laag inkomen zijn doorgaans een relatief groot deel van hun inkomen kwijt aan vaste lasten waardoor de vrije bestedingsruimte beperkt is. Gemeenten met veel lage inkomens zien dit als zodanig terug in de bestedingen in hun winkelgebieden (en dan vooral in de niet-dagelijkse sector). Het gemiddelde besteedbaar inkomen ligt in stedelijke gemeenten vaak lager dan in landelijke gemeenten. Dat beeld zien we ook in Oost-Nederland terug (zie figuur 3.5). In de gemeente Wageningen is het gemiddeld besteedbaar inkomen het laagst, gevolgd door Nijmegen en Enschede. Dit heeft natuurlijk ook te maken met de studentenpopulatie van deze steden. In de gemeente West-Betuwe, gevolgd door de gemeente Buren en Dinkelland, ligt het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden juist het hoogst. Figuur 3.5 – Gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden
Bron: CBS, 2018
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
23 van 56
Bevolkingsontwikkeling Ten slotte kunnen demografische ontwikkelingen (het perspectief van) winkelgebieden parten spelen. Een bevolkingsdaling leidt tot een afnemend bestedingspotentieel. Figuur 3.6 geeft de bevolkingsprognose voor de Oost-Nederlandse gemeenten voor 2020-2025 weer. Van de 88 gemeenten in Oost-Nederland kennen 29 gemeenten in 2025 een daling t.o.v. 2020. Per saldo blijft de bevolking van Oost-Nederland de komende jaren iets groeien. De groei vindt plaats in Overijssel en Gelderland. De provincie Drenthe heeft te maken met een afnemende bevolkingsomvang. Binnen Drenthe vindt de sterkste bevolkingsdaling de komende vijf jaar plaats in Noordenveld en Aa en Hunze. Maar ook binnen Gelderland heeft een aantal gemeenten te maken met relatief sterke bevolkingsdaling. Dit geldt vooral voor Doesburg en Bronckhorst. Figuur 3.6 – Bevolkingsprognose 2020-2025
Bron: ABF Research, 2020
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
24 van 56
4
Impact coronacrisis op koopgedrag Oost-Nederland
Dit hoofdstuk beschrijft de veranderingen in de ruimtelijke kooporiëntatie van inwoners van Oost-Nederland. De bevindingen zijn gebaseerd op een peiling die tussen 28 oktober tot 9 november 2020 is uitgevoerd onder 4.239 inwoners uit Oost-Nederland. Hierbij gaat het om hetzelfde onderzoeksgebied als bij het Koopstromenonderzoek Oost-Nederland, dat in het najaar van 2019 onder ruim 58.000 inwoners werd gehouden. De uitgangspunten van beide onderzoeken zijn gelijk18, waardoor het mogelijk is om de huidige ruimtelijke kooporiëntatie te vergelijken met de situatie voor corona (najaar 2019). Het eerste deel van het hoofdstuk beschrijft de veranderingen die in coronajaar 2020 plaatsvonden in de oriëntatie op de verschillende aankoopkanalen. Eerst is er aandacht voor de toegenomen oriëntatie op internet, vervolgens voor de veranderingen bij fysieke aankooplocaties. In het laatste deel staat de rol van corona bij deze ontwikkelingen centraal.
4.1
Toename online oriëntatie
Figuur 4.1 geeft per artikelgroep het aandeel inwoners van Oost-Nederland dat (sinds maart) zijn artikelen online kocht. De vergelijking tussen 2020 en een 2019 toont aan dat het aandeel online voor alle artikelgroepen is toegenomen. Voor boodschappen blijft men sterk gericht op fysieke aankooplocaties. Toch is het aandeel online verdubbeld (van 2% naar 4%). In 2019 kochten drie op de vier inwoners hun modeartikelen nog op een fysieke locatie (26% online), nu doet 41% dat via internet. Het aandeel online is het meest toegenomen bij elektronica: in 2019 kocht een derde die online, nu is dat meer dan de helft (53%). Ook bij media- en hobbyartikelen (50%) en sporten spelartikelen (36%) is het aandeel online nu een stuk hoger. Doe-het-zelfartikelen koopt men nog steeds hoofdzakelijk op fysieke locaties, maar ook hier is internet als aankooplocatie populairder geworden (verdubbeling van 4% naar 8%). Figuur 4.1 – Aandeel online, per artikelgroep (2019 en 2020)19 Waar kocht u de laatste keer …? 53%
Elektronica
35% 50%
Media- en hobbyartikelen
37% 41%
Modeartikelen
26% 36%
Sport- en spelartikelen
21%
Doe-het-zelf artikelen
8% 4%
Boodschappen
4% 2%
0%
2020 2019 15%
30%
45%
60%
18
De resultaten zijn gewogen naar herkomstgemeente, leeftijd en huishoudenssamenstelling. Het gaat in deze figuur over consumenten die sinds maart de betreffende artikelgroep gekocht hebben. Bij mode geldt dit voor 78% van de consumenten uit Oost-Nederland, 61% bij doe-het-zelf artikelen, 60% bij media- en hobbyartikelen, 40% bij elektronica en 37% bij sport- en spelartikelen. 19
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
25 van 56
Aan consumenten die hun modeartikelen op internet kochten is gevraagd of het aandeel online in de coronatijd toe nam of juist niet. Figuur 4.2 toont de leeftijdsverdeling ten aanzien van de online oriëntatie bij modeaankopen. Hier zien we dat de verschuiving naar online modeaankopen beperkter is naarmate de leeftijd toeneemt. Figuur 4.2 – Ontwikkeling aandeel online modeaankopen in coronatijd, naar leeftijdscategorie Koopt u nu gemiddeld een groter, even groot of kleiner deel van uw modeaankopen online dan vóór de coronacrisis? tot 35 jaar (n=232)
55%
35 tot 49 jaar (n=249)
56%
50 tot 64 jaar (n=371)
39%
51%
42%
TOTAAL 10%
4%
49%
10%
52% 0%
2%
43%
46%
65 jaar en ouder (n=259)
6%
20%
44%
30%
(veel) groter
40%
even groot
50%
60%
4%
70%
80%
90%
100%
(veel) kleiner
Vervolgens is aan de consumenten met toegenomen online oriëntatie voor modeaankopen gevraagd of men verwacht dat deze na de coronacrisis gehandhaafd blijft. Voor ongeveer de helft van hen is dat (waarschijnlijk) het geval. Figuur 4.3 toont aan dat het blijvend effect van online modeaankopen het grootst is bij de middelbare leeftijdsklassen. Met name 50- tot 65-jarigen zijn daar relatief vaak zeker van. Ouderen (65 jaar of ouder) verwachten naar verhouding het vaakst terug te keren naar hun oorspronkelijke koopgedrag. Figuur 4.3 – Vooruitzicht aandeel online modeaankopen, naar leeftijdscategorie Blijft u meer mode online kopen wanneer de coronacrisis is afgelopen? tot 35 jaar (n=130)
7%
35 tot 49 jaar (n=132)
9%
50 tot 64 jaar (n=166)
36%
52%
43%
16% 2%
65 jaar en ouder (n=101)
TOTAAL
37%
39%
9% 0%
ja, zeker
5%
44%
4%
42%
4%
43%
39% 20%
ja, waarschijnlijk
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
16%
46% 40%
60%
nee, waarschijnlijk niet
6% 80%
100%
nee, zeker niet
26 van 56
4.2
Verschuivingen tussen winkelgebieden
In de vorige paragraaf zagen we dat het aandeel inwoners van Oost-Nederland dat online koopt bij alle artikelgroepen is toegenomen. Ook binnen het deel dat hiervoor een fysieke aankooplocatie bezocht is er sprake van veranderde koopstromen. Figuur 4.4 laat zien dat er bij boodschappen en modeaankopen tussen 2019 en 2020 verschuivingen zijn opgetreden tussen verschillende typen winkelgebieden. Bij boodschappen hebben er slechts beperkte verschuivingen voorgedaan tussen verschillende type winkelgebieden. De relatief grootste verschuiving is dat inwoners van Oost-Nederland nu iets minder vaak boodschappen doen in grote centrumlocaties (vanaf 40.000 m²) dan voor corona (van 11% naar 7%). Ook voor middelgrote centra (tot 40.000 m²) is er sprake van een kleine afname. Deze verschuiving komt ten goede aan de drie categorieën kleine kernwinkelgebieden en ondersteunende winkelgebieden, die nog steeds het grootste ‘marktaandeel’ hebben (37%). Bij modeaankopen is er sprake van een sterke afname in het marktdeel van grote centrumlocaties, van 58% in 2019 naar 39% in 2020. Dat komt voor een groot deel ten goede aan het marktaandeel van middelgrote centrumlocaties, dat steeg van 21% naar 31%. Ook doet men meer modeaankopen in kernwinkelgebieden tussen 5.000 en 20.000 m².
Ook bij de vier overige niet dagelijkse artikelgroepen is het marktaandeel van de grootste centrumlocaties het meest afgenomen (niet in de figuur). Voor drie van de vier artikelgroepen kwam dat het meest ten goede van het marktaandeel van middelgrote centrumlocaties (20.000 tot 40.000 m²). Alleen voor doe-het-zelfartikelen gingen inwoners van Oost-Nederland in 2020 vooral meer naar grootschalige aankooplocaties. Figuur 4.4 – Verdeling van boodschappen en modeaankopen naar type winkelgebied (2019 en 2020) Waar heeft u de laatste keer boodschappen gedaan? 100%
2%
2%
80%
37%
35%
60%
40%
0%
6%
39% grootschalig
58% 11%
7%
ondersteunend
15%
centrum ≥ 40.000 m²
17%
31% 23%
20%
5%
21% 14%
11% 3% 2019 (n=31.702)
14% 11% 4%
2020 (n=1.991)
2019 (n=31.092)
Boodschappen
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
centrum 10.000-20.000 m²
21%
5%
centrum 20.000-40.000 m²
8% 1% 2020 (n=1.228)
centrum 5.000-10.000 m² centrum < 5.000 m²
Mode
27 van 56
Figuur 4.5 toont de veranderingen in de oriëntatie op grote centrumlocaties (vanaf 40.000 m²) bij modeaankopen per leeftijdscategorie. We zien dat ouderen (vanaf 65 jaar) deze gebieden het minst vermijden (26%). Figuur 4.5 – Ontwikkeling aandeel modeaankopen in coronatijd in centrumlocaties vanaf 40.000 m², naar leeftijdscategorie Doet u hier nu gemiddeld een groter, even groot of kleiner deel van uw modeaankopen dan vóór de coronacrisis? tot 35 jaar (n=53) 1%
67%
31%
35 tot 49 jaar (n=67)
10%
59%
32%
50 tot 64 jaar (n=140)
7%
62%
31%
65 jaar en ouder (n=156)
10%
TOTAAL
64%
7% 0%
62% 10%
20%
30%
(veel) groter
4.3
26%
40%
even groot
31% 50%
60%
70%
80%
90%
100%
(veel) kleiner
Invloed corona op kooporiëntatie
Aan inwoners van Oost-Nederland die een bepaalde aankooplocatie sinds corona meer of minder bezochten vroegen we in hoeverre dat het gevolg was van corona(maatregelen). Het blijkt dat corona voor een groot deel van invloed is op de hiervoor beschreven ontwikkelingen, maar niet geheel (zie figuur 4.6). Een kwart kocht overige artikelen om geheel andere redenen dan corona op een andere locatie. Bij boodschappen (14%) en mode (12%) is die groep beperkter. Figuur 4.6 – Invloed van corona op keuze aankooplocatie, per artikelgroep Is deze verandering het gevolg van (de maatregelen omtrent) het coronavirus? Boodschappen (n=1.191)
45%
41%
14%
Mode (n=1.191)
42%
46%
12%
Overige artikelen (n=866)
31% 0%
10% ja, geheel
45%
20%
30%
40%
ja, gedeeltelijk
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
50%
25% 60%
70%
80%
90%
100%
nee, geheel niet
28 van 56
Bezoekmoment en verblijfsduur Een op de drie inwoners van Oost-Nederland doet de boodschappen in coronatijd op een ander moment. In de meeste gevallen gaat men op een ander tijdstip. Bij het kopen van mode of overige artikelen kiest ongeveer een kwart voor een ander bezoekmoment dan normaal. Vier op tien inwoners van Oost-Nederland nemen in coronatijd minder tijd voor het doen van boodschappen dan normaal. Bij modeaankopen verblijft meer dan de helft minder lang op de locatie. Inwoners van Oost-Nederland die een bepaalde aankooplocatie meer bezochten vanwege corona is gevraagd wat daarvoor de redenen waren. Onder inwoners van Oost-Nederland die nu meer online kopen doet een ruime meerderheid dat vanwege het besmettingsrisico op fysieke locaties, zo illustreert figuur 4.7. In iets mindere mate wordt het gemak van online bestellen genoemd. Coronamaatregelen zijn vooral bij modeaankopen een reden om niet naar een fysieke locatie te gaan. Figuur 4.7 – Corona gerelateerde redenen om nu meer online te kopen, per artikelgroep vanwege besmettingsrisico op fysieke locaties
69% 66% 27% 30%
gemak (ben nu meer thuis) 19%
vanwege coronamaatregelen op fysieke locaties
14%
fysiek winkelen is nu minder aantrekkelijk
30%
1% 4% 3% 4%
anders 0%
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
41%
0% 4% 8%
minder te besteden
boodschappen (n=115)
82%
20%
mode (n=538)
40%
60%
80%
100%
overige artikelen (n=271)
29 van 56
Bezoekers die nu vaker op een bepaalde (fysieke) locatie komen doen dat vooral omdat het dichterbij huis is (zie figuur 4.8). Ongeveer een kwart gaat vaker naar een bepaalde locatie omdat het er minder druk is. Dat geldt ook voor de ruimte om afstand te houden. Daarnaast is het doelgerichter doen van boodschappen en modeaankopen een relatief veelgenoemde reden om voor een andere locatie te kiezen. Figuur 4.8 – Corona-gerelateerde redenen om fysieke aankooplocatie nu meer te bezoeken, per artikelgroep dichterbij huis
37%
niet/minder drukte op locatie
17%
19% 21% 23%
meer doelgericht
22% 19%
10%
51%
25% 26%
ruimte om afstand te houden
13% 9% 10%
hygiënemaatregelen advies om mondkapje te dragen
5% 2% 4%
ondersteunen lokale winkeliers
2% 3%
minder te besteden doe nu ander type aankopen
47%
1%
5%
4% 4%
0% 5% 9%
anders 0%
16% 10%
boodschappen (n=645)
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
28% 20%
mode (n=159)
30%
40%
50%
60%
overige artikelen (n=214)
30 van 56
Ten slotte toont figuur 4.9 de redenen waarom men bepaalde fysieke aankooplocaties nu juist minder bezoekt. Met name bij modeaankopen en overige artikelen vermijdt men bepaalde locaties vanwege het besmettingsrisico. Bij boodschappen is dat vooral specifiek de drukte op een locatie. Opvallend is dat het vooral bij boodschappen relatief veel voorkomt dat men nu meer online koopt. Voor ongeveer een op de vijf is een veranderd reispatroon de reden dat zij nu minder op bepaalde locaties komen. Figuur 4.9 – Corona gerelateerde redenen om fysieke aankooplocatie nu minder te bezoeken, per artikelgroep 27%
besmettingsrisico drukte op locatie
24% 24%
koop nu meer online
20% 19%
dichterbij huis / ander reispatroon
16% 16%
onvoldoende ruimte om afstand te houden
6%
5%
20%
9% 8%
8% 2% 4%
koop nu meer doelgericht
5% 2% 2%
koop nu minder mode
8%
winkelen is nu minder aantrekkelijk
2% 13% 13% 12%
anders 0%
Corona-oplegger winkelgebieden Overijssel
30%
15%
8%
onvoldoende hygiënemaatregelen
boodschappen (n=231)
47%
30%
7% 8% 8%
minder te besteden advies om mondkapje te dragen
42%
10%
mode (n=394)
20%
30%
40%
50%
overige artikelen (n=131)
31 van 56
Samenvatting hoofdstuk 2 t/m 4 (input onderzoekmodel) Tijdens de coronacrisis • • • • •