CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden Programmabegroting 2025 - 2e ronde

Raadsvergadering 14 november 2024, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Programmabegroting 202542.988 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 1 van 71

Nr. vr. 117

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

5

VT

Zie vraag 178.

Theo Weterings

118

5

VT

Welke Uitvoeringstoetsen zijn er precies uitgevoerd op nieuwe beleidsvoorstellen in de programmabegroting 2025 naast het Integraal Veiligheidsplan? Ook gaan we aan de slag met het ontwikkelen van een Tilburg Alliantie. Hoe is deze tot stand gekomen?

Theo Weterings

178

6

ONS

De Tilburg Alliantie wordt een verbreed netwerk bestaande uit betrokken gemeentelijke partners en relevante stakeholders. Voor een (groot) gedeelte zal deze ook bestaan uit partijen die reeds met elkaar samenwerken binnen de Kernalliantie van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Enerzijds is de doelstelling om kennis en expertise welke is opgedaan binnen de NPLV wijken ook voor andere gebieden toepasbaar te laten zijn. Anderzijds wordt vanuit beelden die opgehaald zijn in het traject Tilburg 2050 een gezamenlijke stadsambitie zichtbaar waarvoor het belangrijk is dat betrokken- en relevante stadspartners zich hiervoor kunnen en willen inspannen. Er zijn op twaalf nieuwe beleidsvoorstellen in de programmabegroting 2025 uitvoeringstoetsen opgesteld. Onderstaand het overzicht: 1. Omgevingsmanagement Leger des Heils 2. Draaibrug Piushaven 3. Opvang complexe casuïstiek 4. Budget Kermis 5. Privacy Gegevensbescherming 6. Ontwikkeling Sparrenhof 7. Verstevigingsaanpak complexe zorg SIEM 8. Ontwikkeling zwembad Groene Wellen 9. Anti-discrimatieagenda 10. Invoering pilot BEST-tas (Boeken, Electronica, Speelgoed en Textiel) 11. Inzet Jaarwisseling 12. Klantgedreven dienstverlening

In dat kader hebben we een aantal uitvoeringstoetsen gedaan op een aantal nieuwe beleidsvoorstellen. De inzichten die deze toetsen hebben opgeleverd worden enerzijds betrokken bij de doorontwikkeling van het instrument en anderzijds op inhoud betrokken bij het in gang zetten van de uitvoering van het nieuwe beleid. Een voorbeeld van uitvoeringsgericht beleid is het Integraal veiligheidsplan dat zich richt op preventie en een gebiedsgerichte aanpak. Als betrouwbare overheid ondersteunen we de dienstverlening aan en participatie van inwoners goed. • •

Welke toetsen zijn gedaan en welke resultaten heeft dit opgeleverd? Wat is er nu verandert ten opzichte van het eerdere plan(nen)

Theo Weterings

Een uitvoeringstoets levert geen resultaat op zich, maar geeft inzicht of de opgaven uitvoerbaar zijn. Voor de uitgevoerde toetsten geldt het oordeel dat deze allen uitvoerbaar zijn. Een eerste voorzichtige ambtelijke reflectie laat hierbij zien dat de toetsen informatief van aard zijn. Meer scherpte vooraf in de haalbaarheid is zo beoogd. Met de totstandkoming van deze toetsen is er voldoende volume om een eerste evaluatie te organiseren, op basis waarvan het instrument doorontwikkeld wordt. Aangezien de toetsen als eindoordeel uitvoerbaar hebben, is er geen aanleiding geweest om plannen bij te stellen. In die zin zijn er derhalve geen veranderingen geweest. 119

7

VT

We blijven investeren in ontmoetingsplekken en initiatieven in de wijk die zich bewezen hebben. Nieuwe ontmoetingsplekken of bestaande? En wat valt er onder ontmoetingsplekken?

Dit heeft zowel betrekking op nieuwe als bestaande plekken. Bij de vraag of en hoe we faciliteren hanteren we de handreiking van het PON “Ontmoeting in Tilburg”. Onder ontmoetingsplekken verstaan we in dit verband plekken in gebouwen, die ruimte bieden aan ontmoeting en openbaar toegankelijk zijn. Het is een brede range van kleinschalige huiskamers tot ruimten voor ontmoeting in accommodaties met meerdere functies.

Evelien Kostermans

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Nr. vr. 120

Pagina 2 van 71

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

7, 27

VT

Hoe worden de successen van het Jongerenfonds geëvalueerd? Welke criteria bepalen het succes en welke verbeterpunten zijn tot nu toe geïdentificeerd?

Het Jongerenfonds is ontstaan vanuit de Europese ForwArt subsidie. Deze was volledig gericht op het stimuleren van culturele activiteiten in Tilburg-Noord. Uit de evaluatie bleek dat er behoefte was aan verbreding van thema’s naast cultuur. Daarnaast bleek een vereenvoudiging van het aanvraagproces wenselijk en uitbreiding naar Tilburg-West.

Evelien Kostermans

We hebben het Jongerenfonds gecontinueerd waarbij bovenstaande punten zijn meegenomen. Het Jongerenfonds is beschikbaar voor jongeren in Tilburg-Noord en West en kan voor meerdere thema’s/activiteiten worden aangevraagd. Er is zowel in Noord als West ondersteuning via R-Newt geregeld voor jongeren bij het aanvraagproces en de begeleiding tijdens de uitvoering. De kern van jongerenparticipatie is dat jongeren zelf regie hebben op het proces en hiervan leren. Deelname aan het Jongerenfonds draagt bij aan talentontwikkeling en het vergroten van het netwerk van de jongeren. Daarnaast meten we het effect op de maatschappij: dit doen we kwalitatief (we registreren het aantal aanvragen, de spreiding, het aantal bereikte jongeren door de activiteiten) en kwantitatief (hoe de deelnemers en aanvragers de activiteiten en het proces hebben ervaren). Ook wordt er in de huidige versie van het Jongerenfonds ingezet op extra verbinding met maatschappelijke partners in de wijk waardoor het netwerk van jongeren wordt vergroot en verduurzaming van activiteiten makkelijker is. De netwerkpartners worden tijdens de evaluatie ook bevraagd op hun bevindingen. 180

8

ONS

179

8

ONS

54

9

GL

181

9

ONS

In het kader van Effectief & Efficiënt werken kijken we daarom naar onze inzet als organisatie, het werk wat we doen in de regio, de stad en wijken en dorpen. Het in kaart brengen van de sociale basis en de benodigde subsidies sluit hier goed op aan. Een mogelijke besparing is een positief neveneffect van effectiever en efficiënter werken, maar geen opdracht op zich. Zaken die niet gemist kunnen worden in de wijk, mogen niet geschrapt worden. Hoe bepalen of meten we wat “niet gemist” kan worden? Om de genoemde sociale basis op orde te brengen, bekijken we in samenspraak met de gebiedsteams en 14 maatschappelijke organisaties (verenigd in de maatschappelijke ontwikkelingsmaatschappij MOM), wat elke wijk minimaal nodig heeft aan sociale basis infrastructuur. Wanneer de aard van de wijk en problematiek hierom vraagt, wordt hier bovenop een plus gedefinieerd Waarom hebben inwoners hierin geen stem Hoe kan de gemeente toewerken aan het ophogen van het aantal pleegouders/pleeggezinnen?

Brede afstemming tussen partners bij de overgang van kinderopvang naar primair onderwijs. Gebeurt dit dan niet of wat kan beter?

Binnen het Sociaal Domein wordt momenteel per wijk/gebied bekeken wat de Sociale Basis moet zijn in iedere wijk: het ’Humus-overleg’. Samen met onder meer de MOMpartners (Maatschappelijke Ontwikkelings Maatschappij) en de gebiedsteams wordt uitgewerkt welke activiteiten en inspanningen duurzaam onder de Sociale Basis moeten vallen. Per wijk wordt vervolgens door het gebiedsteam bekeken of er voor de desbetreffende wijk meer nodig is dan enkel de Sociale Basis, of er vanuit de gebiedsanalyse een ‘plus’ nodig is bovenop de nog vast te stellen Sociale Basis. De MOM-partners hebben het initiatief genomen met elkaar te onderzoeken welk gebied wat voor basisinfrastructuur nodig is en voor welk gebied een plus geldt. MOM-partners bereiden het traject voor dit onderzoek nu voor. De vraag op welke wijze inwoners betrokken worden, maakt daarvan onderdeel uit.

Evelien Kostermans Marcelle Hendrickx Yusuf Çelik Rik Grashoff

Evelien Kostermans Marcelle Hendrickx Yusuf Çelik Rik Grashoff

Het werven van pleeggezinnen is primair belegd in de opdracht die de Marcelle Hendrickx gecontracteerde pleegzorgaanbieders Sterk Huis, Vigere, Oosterpoort en William Schrikker Gezinsvormen met de nieuwe inkoop hebben meegekregen. Daarnaast loopt er een pilot kindgericht werven, onder de noemer ’n Tweede thuis dichtbij. Met deze pilot wordt getracht om voor jeugdigen pleeggezinnen te vinden binnen het (in)directe sociale netwerk van een kind. We zetten daarnaast in op het aantrekkelijker maken en goed begeleiden van deeltijd pleegzorg. De brede afstemming kinderopvang en primair onderwijs gebeurt nu ook en we voeren Rik Grashoff frequent het gesprek met de werkgroep kinderopvang primair onderwijs. vv. Marcelle Hendrickx We zijn toe aan het actualiseren van de resultaatafspraken tussen gemeente, onderwijs, kinderopvangpartners waartoe gesprekken plaatsvinden om de kwaliteit te versterken.

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 3 van 71

Nr. vr. 18

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

12

50PLUS

De leges omgevingsvergunning wordt 100% kostendekkend. Hoeveel % is dit hoger t.o.v. 2024 en om wat voor bedragen per vergunning gaat het?

Maarten van Asten

305

12 165 en 200

D66

“Het verhogen van kostendekkendheid van leges omgevingsvergunningen naar 100%.” - Welke impact voorziet het college op de betaalbaarheid van bouwprojecten, en is dit onderbouwd met berekeningen of een uitvoeringstoets? Zo ja, dan ontvangen we deze graag.

Het voorstel voor de ruimtescheppende maatregel is opgenomen op pagina 165 bovenaan. Daar is vermeld dat dit leidt tot een stijging van de leges van gemiddeld ruim 9% t.o.v. 2024. Hoogte van de leges hangen van meerdere factoren af maar ter illustratie twee rekenvoorbeeld op hoofdlijnen: *bij een bouwsom van € 500.000 stijgt het legesbedrag met ongeveer € 1.470; dat is 9,3%. *de leges voor omgevingsvergunningen kennen een maximumbedrag. Dit wordt bereikt bij een aanvraag met een bouwsom van ongeveer € 24,5 miljoen. Het maximum legesbedrag stijgt in 2025 met € 48.200,-; dat is 9,2% t.o.v. 2024. - Wij voorzien enige impact op de betaalbaarheid van bouwprojecten als gevolg van het verhogen van de kostendekkendheid van de leges omgevingsvergunningen. De leges bedragen momenteel ongeveer 3% van de bouwsom. Wij zullen de impact monitoren als onderdeel van de doorbouwstrategie en de raad hierover informeren via de P&C cyclus .

- Welke percentages hanteren omliggende en vergelijkbare steden? En indien deze lager zijn, welke impact voorziet het college dan op ons woningbouwprogramma en de aantrekkelijkheid van onze stad voor ontwikkelaars? Is dit onderbouwd met berekeningen of een uitvoeringstoets? Zo ja, dan ontvangen we deze graag.

-

Het Fonds preventie, gezondheid en kansengelijkheid is in het Akkoord Samen voor Elkaar opgenomen als één van de strategische fondsen om de strategische opgaven van het Akkoord te verwezenlijken, i.c. hier Tilburg Kansrijk. Met de Programmabegroting 2023 is het fonds ingesteld en zijn de bestedingsregels vastgesteld. In de bijlage ‘Reserves en Voorzieningen’ van de Programmabegroting 2025 wordt op pagina 57 en 58 een overzicht gegeven van de stand van zaken van de bestedingen uit het Fonds. Wat er na 2026 gebeurt betreft een politieke afweging en is onderdeel van het brede debat en integrale besluitvorming binnen het dat jaar betreffende begrotingsproces. De campagne is onderdeel van de het Actieplan mentale gezondheid voor alle jongeren. De middelen voor de campagne zijn meegenomen in de programmabegroting 2024. De campagne valt onder werkordernummer: 30009608 Fonds Preventie, gezondheid en kansengelijkheid. Er is voor 2025 €35.000 begroot.

19

13

50PLUS

Het Fonds preventie, gezondheid en kansengelijkheid loopt af in 2026. Waar wordt dit fonds specifiek voor ingezet en wat na 2026?

55

13

GL

Voor komend jaar is er ook nog geld gereserveerd voor de publiekscampagne mentale gezondheid voor alle jongeren. Dit komt niet terug in de begroting, hoe en onder welke nummer is dit ingeboekt voor 2025? Zit dit in het fonds preventie, gezondheid en Kansengelijkheid? Gelieve uitgebreid antwoord te geven.

Maarten van Asten

Voor een vergelijking met omliggende steden hebben we de conceptbegrotingen 2025 van enkele andere steden geraadpleegd voor wat betreft de kostendekkenheid van het onderdeel fysieke leefomgeving/omgevingsvergunningen (titel2). Hoewel hier ook andere onderwerpen dan alleen de omgevingsvergunning in zitten geeft dit wel een redelijk vergelijk omdat het onderdeel omgevingsvergunning het grootste deel hiervan uitmaakt. De gemeente Eindhoven heeft een kostendekkendheid van 99%, de gemeente Breda 95%, de gemeente Helmond 95% en de gemeente Roosendaal 69%. De gemeente Tilburg heeft een kostendekkendheid van 85% en zit daarmee onder de kostendekkendheid van de gemeenten Eindhoven, Breda en Helmond. Wij voorzien enige impact op het woningbouwprogramma en de aantrekkelijkheid van onze gemeente voor ontwikkelaars. Wij zullen de impact monitoren als onderdeel van de doorbouwstrategie en de raad hierover informeren via de P&C cyclus . Evelien Kostermans

Marcelle Hendrickx

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 4 van 71

Nr. vr. 121

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

13

VT

Het fonds voor stedelijke ontwikkeling heeft een aanzienlijke daling in middelen door geplande uitgaven. Wat is het verwachte effect van deze uitgaven op het toekomstig verdienvermogen van de stad?

Bas van der Pol

20

14

50PLUS

Tot welk niveau vindt het college het acceptabel dat het solvabiliteitsratio daalt?

De doelstelling van het Fonds Stedelijke Ontwikkeling is het stimuleren van kwalitatieve fysieke ontwikkeling, vernieuwing en revitalisering, zodanig dat het bijdraagt aan de grote opgaven in Tilburg. De in de begroting geplande onttrekkingen voor de grote integrale gebiedsontwikkelingen dragen bij aan deze doelstelling. Wij voorzien dat dit bijdraagt aan de realisatie van onder meer zo’n vierduizend woningen, nieuwe verbindingen in onze stad (onder andere voor lopen en fietsen), openbare ruimte, vergroening, ruimte voor sport en verblijven, ondernemerschap en parkeren. Met verdienvermogen wordt bedoeld dat Tilburg ook in de toekomst een aantrekkelijke, welvarende en gezonde stad blijft. Voldoende betaalbare, bereikbare en passende woningen zijn hiervoor een randvoorwaarde. Bijvoorbeeld om als samenleving voldoende draagkracht (inwoners) te hebben om voorzieningen (bijv. sport, horeca, cultuur) in stand te houden en voor bedrijven om voldoende geschikte mensen aan te kunnen trekken. Meer concreet zorgen meer inwoners voor de gemeente voor extra inkomsten vanuit onder andere OZB en het gemeentefonds. De raad heeft er in de nota financiële positie in onze beleving terecht voor gekozen om geen harde normen aan kengetallen te verbinden. Onderstaand de passage uit de nota die hierover gaat.

Dit maakt dat de beoordeling van wat acceptabel is vooral een politieke vraag is die in het gesprek over de financiële positie beantwoord moet worden. “Het stellen van absolute normen is weinig zinvol door de financiële dynamiek waarmee gemeenten inherent te maken hebben. Er zullen enerzijds altijd verschillen blijven bestaan tussen raming en realisatie en anderzijds doen er zich in de gemeentelijke financiën altijd onverwachte incidentele en/of structurele voor- en/of nadelen voor. Een voorbeeld hiervan zijn onverwachte mee- of tegenvallers vanuit het gemeentefonds. Of een grote subsidiebijdrage voor woningbouwontwikkeling die vooruit wordt ontvangen van het rijk en pas in de jaren daarna tot uitgaven leidt. Daarnaast is de constatering dat er geen eenduidige landelijke normering beschikbaar is. Een norm die ‘veilig’ voelt is vaak afhankelijk van persoonlijke en/of politieke voorkeuren. We koppelen daarentegen signaalwaarden aan de BBV-kengetallen. Met het toepassen van signaalwaarden worden geen harde conclusies verbonden aan de stand van een kengetal. Het ‘verspringen’ naar een andere categorie door het passeren van een signaalwaarde, leidt primair tot een verdere verdieping in het gesprek over de ontwikkeling van de financiële positie. Niet enkel ten aanzien van het specifieke kengetal maar juist ook in de samenhang met de ontwikkeling van de andere kengetallen.

De nadelen van absolute normering worden hiermee ondervangen. We passen de signaalwaarden van GTK/BDO/Findo toe. Deze signaalwaarden worden landelijk het meest toegepast en zijn het meest passend bij de financiële positie van Tilburg.

Maarten van Asten

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 5 van 71

Nr. vr. 122

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

14

VT

De gemeente voorziet een structureel tekort vanaf 2028. Welke concrete maatregelen zijn overwogen om dit tekort terug te dringen, en hoe worden deze prioriteiten afgestemd op de verwachte financiële bijdrage vanuit het Rijk?

Maarten van Asten

21

15

50PLUS

Efficiënt en effectief waarom nog niet in 2025 een besparing?

56

15

GL

Is er al een systematiek bekend op basis waarvan besloten zal worden welke functies er in het sociaal domein mogelijk wegvallen? Hoe wordt de raad hierbij betrokken?

123

15

VT

Er is een stelpost opgenomen voor besparingen in de jeugdzorg en de groeirem van de ambtelijke organisatie. Op welke wijze worden deze besparingen concreet ingevuld?

202

16

50PLUS

Rioolheffing waarom eenpersoonshuishoudens zelfde als meerpersoonshuishoudens?

22

18

50PLUS

Bij kerngegevens wordt uitgegaan van 65 jaar tot en met 79 jaar. Dacht dat was afgesproken dat de AOW leeftijd van 67 jaar zou worden ingevoerd? Hoeveel mensen zijn dat dan minder?

Zowel gemeenten als Rijk zijn van mening dat de middelen die gemeenten krijgen niet genoeg zijn om alle taken op te kunnen pakken. Om die reden start het Rijk in samenwerking met de VNG een viertal onderzoeken om de gevolgen van deze onbalans in beeld te brengen. Het doel hiervan is om taken en middelen weer in balans te krijgen. Dit kan zowel door meer middelen beschikbaar te stellen als door keuzes te maken in taken. Wij hebben in de Perspectiefnota 2025 aangegeven dat wij gezien deze discussie over taken en middelen in balans een tekort in de laatste jaarschijf 2028 van maximaal € 5 miljoen acceptabel vinden. Om die reden zijn geen maatregelen overwogen om dit tekort terug te dringen. Het betreft een uitgebreid onderzoek dat zorgvuldig opgepakt moet worden en dat dus ook de nodige doorlooptijd nodig zal hebben. De streefdatum is de inventarisatie uiterlijk 1 april 2025 zal zijn afgerond. Daarna moeten de acties nog uitgevoerd worden. Ook dat vraagt zorgvuldigheid. De verwachting is daarom niet dat dit al zal leiden tot besparingen in 2025 maar waar dat alsnog zorgvuldig kan zal natuurlijk niet gewacht worden tot 2026. Het gaat bij de stelpost effectief en efficiënt niet over wegvallende functies. We maken een inventarisatie van mogelijke dubbelingen. Die zijn mogelijk ontstaan doordat we op een andere manier zijn gaan inkopen.

De verwachting is dat we in sommige gevallen dezelfde taken kunnen laten uitvoeren voor minder kosten. Op de stelpost Jeugdzorg staan bedragen die we op basis van gemaakte afspraken nog moeten ontvangen van het Rijk. Op het moment dat het Rijk deze bedragen beschikbaar stelt, gebruiken we die inkomsten om de stelpost af te boeken. De invulling van de stelpost loopt dus via het gemeentefonds. Inmiddels is bij de Septembercirculaire 2024 het besparingsverlies op jeugd komen te vervallen en zijn deze middelen toegevoegd aan het gemeentefonds. Hierdoor is € 7,6 miljoen van de taakstelling van € 11,0 miljoen reeds ingevuld. De verwachting is dat de resterende openstaande taakstelling ad € 3,4 miljoen met de komende circulaires zal worden ingevuld. Voor de rem op de groei van de organisatie maken we gebruik van de input die de formatie & kostenbenchmark door Berenschot ons gaat geven – de resultaten daarvan verwachten we in het laatste kwartaal van 2024 te krijgen. Op basis daarvan zullen we concrete acties opstellen en uitvoeren. De rioolheffing van Tilburg is opgebouwd uit twee tarieven: een tarief voor het eigenarendeel (voor iedere eigenaar hetzelfde) en een gebruikersdeel dat wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanaf het perceel wordt afgevoerd. Hierbij wordt in een staffeling onderscheid gemaakt in naar hoeveelheid gebruik.

De Tilburgse rioolheffing kent geen onderscheid in eenpersoons- en meerpersoonhuishoudens. Zie vraag 9 bij de Programmabegroting 2024. Daar was gevraagd om voortaan de categorie 65-79 jaar op te nemen. Vandaar deze indeling bij PB2025. Het aantal 65- en 66- jarigen per 01-01-2024 bedraagt 4.801 en de prognose per 0101-2025 is 4.878.

Evelien Kostermans, Marcelle Hendrickx, Yusuf Celik, Rik Grashoff

Marcelle Hendrickx

Marcelle Hendrickx, Yusuf Celik

Maarten van Asten

Marcelle Hendrickx

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Nr. vr. 124

Pag.

PP

Vraag

25

VT

Welke maatregelen zijn er specifiek gericht op het verminderen van eenzaamheid onder jongeren (12-18 jaar)?

125

25

VT

126

25

VT

127

25

VT

23

26

50PLUS

24

26

50PLUS

Antwoord

In de coalitie tegen Eenzaamheid zijn een aantal partners aangesloten die specifiek activiteiten organiseren voor jongeren en jongvolwassenen; denk hierbij aan R-Newt, Avondje Uit en Brabant Maatjes. Zij werken ook goed samen in Tilburg. Vanuit de coalitie wordt deze samenwerking gestimuleerd en initiatieven kunnen worden ondersteund met subsidieregeling Eenzaamheid. Daarnaast wordt er ook stevig ingezet op versterken van Mentale Gezondheid vanuit het Actieplan mentale gezondheid en extra inzet van partners op het Voortgezet onderwijs vanuit het NPO (nationaal programma onderwijs) Welke specifieke indicatoren worden gehanteerd om eenzaamheid te meten en hoe Zie vraag 126. In de GGD monitor voor zowel volwassenen als jongeren worden worden deze jaarlijks bijgehouden? specifieke vragen gesteld omtrent eenzaamheid. Hoe vaak worden onderzoeken zoals de GGD Gezondheidsmonitor uitgevoerd om De GGD gezondheidsmonitor wordt per doelgroep 1 keer in de vier jaar afgenomen. eenzaamheidscijfers bij te houden? Hierin zitten vragen waarmee de onderzoekers van de GGD de ervaren eenzaamheid kunnen meten. Welk deel van het budget is specifiek toegekend aan het bestrijden van Verschillende partijen hebben als doelstelling ‘het kunnen meedoen van (kwetsbare) eenzaamheid, en hoe wordt dit verdeeld over de verschillende maatregelen? inwoners in de stad. Bijvoorbeeld Contourdetwern, Avondje Uit.

Zij ontvangen hiervoor een subsidie voor hun werkzaamheden vanuit de sociale basis (Maatschappelijk sociaal en veerkrachtig). Dat is de basis in de stad. Daarnaast zijn er tijdelijke middelen die worden ingezet op het thema Eenzaamheid vanuit GALA middelen (Gezond en Actief Leven Akkoord). Deze worden ingezet om de lokale coalitie vorm te geven, aandacht voor het thema te generen en activiteiten te organiseren (subsidieregeling Eenzaamheid). Vanuit de GALA middelen is er voor 2025 € 108.164 beschikbaar. Vooralsnog is er geen extra zicht op extra budget na 2025 voor Eenzaamheid. Vitaliteitsdagen worden steeds vaker in onze stad georganiseerd door georganiseerde Een vitaliteitsdag vraagt een aanzienlijke mate van voorbereiding en afstemming. Zo ouderenorganisaties. Op welke wijze kunnen we de ongeorganiseerde deze nam de organisatie van de vitaliteitsdag in het Wandelbos afgelopen september, vitaliteitsdagen aanbieden? georganiseerd door het Seniorennetwerk Tilburg, ongeveer vijf maanden in beslag. Dit komt doordat er op zo'n dag verschillende partijen aanwezig zijn om deelnemers te informeren over gezondheid, wat gecoördineerd moet worden. We onderzoeken momenteel hoe we het Seniorennetwerk kunnen ondersteunen bij de organisatie van toekomstige vitaliteitsdagen. Toch verwachten we dat dit ook in de toekomst een aanzienlijke tijdsinvestering zal vragen.

Andere organisaties of initiatiefnemers kunnen ook vitaliteitsdagen organiseren, mits zij de benodigde tijdsinvestering kunnen doen. De gemeente kan hierbij faciliteren, bijvoorbeeld via de subsidieregeling Kleine Initiatieven meer met elkaar 2024-2026. Waarom is voor kwetsbare groepen vanaf 55 jaar gekozen en niet bv 67 jaar? Bij Onze benadering 'voorbereiden op gezond en gelukkig oud worden’, richt zich met GGOUD name op de leeftijdsgroep vóór de overgang naar de nieuwe levensfase (pensioen). Het gesprek gaat over bewustwording en de dingen die je hiervoor ter voorbereiding kunt doen. Vandaar de benadering 55+.

Pagina 6 van 71

Portefeuillehouder Marcelle Hendrickx

Marcelle Hendrickx Marcelle Hendrickx

Marcelle Hendrickx

Marcelle Hendrickx

Marcelle Hendrickx

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Nr. vr. 270

Pagina 7 van 71

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

26

GL

“In het kader van drugspreventie intensiveren we de samenwerking tussen horeca, politie, handhaving en verslavingszorg onder het uitgangspunt: "drugs is niet normaal". We willen in 2025 zicht krijgen op hoe we een normverandering op het gebied van middelengebruik kunnen versnellen, te beginnen in het uitgaansleven omdat alcohol en drugs vaak hand in hand gaan.”

In onze uitgebreide aanpak gericht op middelengebruik zijn we ons zeer bewust van de verschillende doelgroepen waarmee we te maken hebben. Ondanks dat de meeste jongeren en volwassenen geen drugs gebruiken—een situatie die we graag zo willen houden—vinden we het essentieel om de norm te veranderen, zodat jongvolwassenen niet in de verleiding komen om drugs te gebruiken. Om dit te bereiken, hanteren we verschillende bewustwordingscampagnes, zoals “Drugs is niet normaal, om hulp vragen wel.” Deze campagnes zijn erop gericht om jongeren te informeren over de risico's van middelengebruik en hen aan te moedigen om hulp te zoeken indien nodig.

Marcelle Hendrickx

In hoeverre sluit deze repressieve aanpak, waarbij de gebruiker wordt gecriminaliseerd, aan bij de breed aangenomen motie ’1 2 3 4 pillen getest’ bij de Perspectiefnota die juist vraagt werk te maken van preventie in plaats van repressie, waarbij tevens uit onderzoek is gebleken dat dit laatste, louter informeren, niet werkt. Er moet namelijk sprake zijn van handelingsperspectief, zie ook: https://www.trimbos.nl/actueel/blogs/waarom-een-landelijkebewustwordingscampagne-over-drugs-geen-goed-idee-is/. Hoe wordt hiernaar gekeken en wordt de aangenomen motie nog uitgevoerd? Graag een uitgebreide toelichting geven.

Daarnaast hebben we te maken met een kleinere groep mensen die al gebruik maakt van drugs en niet van plan is om te stoppen. Voor deze doelgroep is het van cruciaal belang om een combinatie van repressie en preventie toe te passen. Dit omvat diverse acties en een pilot in samenwerking met het Trimbos-instituut en de horeca. Deze pilot genaamd STAD richt zich op het verbeteren van de samenwerking tussen de horeca en handhaving, waarbij we trainingen bieden aan horecapersoneel over het herkennen van en omgaan met problematisch gebruik. Dit zorgt ervoor dat we vroegtijdig kunnen ingrijpen en ondersteuning kunnen bieden aan gebruikers. Daarnaast hebben we de recent aangenomen motie voor de aanschaf van het FTIRapparaat (motie "1,2,3,4 pillen getest"). Dit apparaat stelt ons in staat om snel en accuraat de samenstelling van drugs te testen. Hierdoor kunnen we gebruikers direct informeren over de inhoud van hun middelen, wat bijdraagt aan hun veiligheid en het voorkomen van ernstige gezondheidsrisico’s. Daarnaast biedt het apparaat gelegenheid tot het monitoren van de drugsmarkt en het informeren/bevragen van jongvolwassenen die middelen gebruiken. Het gebruik van het FTIR-apparaat past dus goed binnen onze doelgroepgerichte strategie en draagt bij aan de monitoringsfunctie die we nastreven.

Wij erkennen de gelaagdheid van het probleem rondom middelengebruik, en daarom voeren we acties uit op verschillende niveaus en richten we ons op diverse doelgroepen. Het is ook belangrijk om te vermelden dat we nauw samenwerken met Trimbos, wat ons in staat stelt om wetenschappelijk onderbouwde interventies te ontwikkelen en implementeren. Dit zorgt ervoor dat onze aanpak effectief en evidence-based is. Bovendien werd onze Tilburgse aanpak recentelijk positief belicht in het nieuws: AD Steeds meer drugs in Utrechtse uitgaansleven. Dit onderstreept de noodzaak van een integrale aanpak in de strijd tegen middelengebruik—een uitdaging die iedere gemeente aangaat. Naast onze lokale maatregelen leggen we daarom ook nadruk op regionale samenwerking.

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Nr. vr. 90

Pagina 8 van 71

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

26

PvdD

“In 2025 willen we daarnaast meer inzicht krijgen in de mogelijkheden om een gezondere voedselomgeving te creëren.” a. Op welke manier zal naar deze inzichten op zoek worden gegaan; wie worden/zijn betrokken? b. Welke rol spelen de aanbevelingen in de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving hierin? c. Hoe vindt de besluitvorming plaats over het al dan niet implementeren van de nieuw gevonden mogelijkheden (of bestaande aanbevelingen uit de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving)?

1. We zien dat de voedselomgeving een steeds aanweziger onderwerp wordt voor een Marcelle Hendrickx gezonde leefomgeving. We willen daarom beter zicht krijgen op het probleem en op wat we voor Tilburg kunnen doen - de mogelijkheden om de voedselomgeving gezonder te maken. Daarom zijn we aangesloten bij de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving. Een mogelijke stap om verder inzicht te krijgen is het in kaart brengen van de voedselomgeving voor Tilburg, b.v. via een heatmap van de voedselomgeving en/of het verder in kaart brengen van de voedselomgeving in een specifieke straat/gebied. We onderzoeken of we in navolging van andere gemeenten ook zo'n heatmap kunnen maken. Dit biedt dan gespreksstof voor de analyse van de opgave en betekenis voor Tilburg. We betrekken daarbij onze partners zoals het onderwijs, de GGD, het JOGG en 013food. 2. Die spelen een belangrijke rol. In de City Deal zit veel kennis en ervaring met de dilemma's van een gezonde voedselomgeving en zitten we aan tafel met het Rijk om de landelijke kaders die nodig zijn voor een gezonde voedselomgeving mede te bepalen. Zie eerder antwoord. Zie ook: Tilburgse inzet en opbrengst bij de City Deal Gezonde en Duurzame Voedselomgeving >> 3.

De gezonde voedselomgeving wordt in principe onderdeel van het geactualiseerde uitvoeringsprogramma vanuit de beleidsnota positieve gezondheid (de te verlengen beleidsnota ligt in december eerst voor aan de raad). Daadwerkelijke maatregelen voor de gezonde voedselomgeving gaan over stimuleren (gezonde voedselroutines met JOGG, samenwerking met scholen, GGD, etc.) en faciliteren (via het stellen van normen via het omgevingsplan). Als we het wenselijk en mogelijk achten met maatregelen via het omgevingsplan aan de slag te gaan wordt dat via dat proces aangepakt, maar we zien daarbij noodzaak voor het voeren van een breed gesprek met onze stad en met de raad.

Portefeuillehouder

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 9 van 71

Nr. vr. 91

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

26

PvdD

“We verankeren inclusie breder in onze organisatie en leggen bijvoorbeeld sterker de link met onze projecten in de openbare ruimte ten aanzien van toegankelijkheid.” Op welke manier wordt deze link gelegd?

Rik Grashoff Evelien Kostermans

177

26

PvdD

“In 2025 worden alle bushaltes rookvrij gemaakt en maken we inzichtelijk welke doelgroepgerichte preventiemaatregelen nog meer genomen kunnen worden.” Geldt rookvrij in deze zin ook voor vapes en e-sigaret-ten? Zo nee, waarom niet?

128

26

VT

Wat wordt precies bedoeld met “cultuursensitieve stages”? Welke specifieke vaardigheden of kennis worden tijdens deze stages ontwikkeld, en hoe worden studenten voorbereid om deze sensitiviteit in de praktijk toe te passen?

Inclusief handelen is een verantwoordelijkheid vanuit iedere portefeuille. De link met onze projecten in de openbare ruimte heeft vooral te maken met het streven om die toegankelijk te maken en te houden voor mensen die door een fysieke of visuele beperking ernstig last kunnen ondervinden van obstakels. Een ontwerp van de openbare ruimte is meer dan de optelsom van afzonderlijke richtlijnen. Het is maatwerk. Richtlijnen, eisen en wensen moeten onderling worden afgewogen. In ons Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) hebben we opgenomen waar uitvoerders van projecten in de openbare ruimte rekening mee moeten houden. Hierin is expliciet als punt opgenomen: ‘Gebruik van de openbare ruimte door diverse doelgroepen. Denk daarbij ook aan mensen met een visuele of lichamelijke beperking’. Door hier rekening mee te houden in onze ontwerpen en de blik te houden op waar we hindernissen weg kunnen nemen, kan iedere Tilburger zich door de stad en dorpen bewegen en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Daarom zijn we ook met Toegankelijk Tilburg in gesprek om te komen tot goede procesafspraken rondom toegankelijkheid bij majeure projecten in de openbare ruimte. Een voorbeeld is onze Loopagenda waarbij we er ook rekening mee houden dat Tilburg begaanbaar is als je in een rolstoel zit of slechtziend bent.

Maar ook de manier waarop we tussentijds adviezen opvolgen van Toegankelijk Tilburg om plekken toegankelijker te maken. Andere voorbeelden zijn: speelplekken die specifiek toegankelijk/inclusief voor kinderen/hun ouders met een beperking zijn. Voor blinde en slechtziende mensen hebben we speciale drukknoppen bij verkeerslichten waar braille op staat, met rateltikkers die het geluid aanpassen. Ja, rookvrij geldt ook voor vapes en e-sigaretten omdat ze schadelijke stoffen bevatten die niet alleen de gebruiker, maar ook omstanders kunnen beïnvloeden. Daarnaast is het belangrijk om eenduidigheid te creëren voor onze inwoners. Als het gebruik van vapes in rookvrije zones wél toegestaan zou zijn, kan dat een verkeerd signaal afgeven, vooral aan jongeren. Dit zou het rookgedrag kunnen normaliseren, wat tegen de doelstelling van rookvrije omgevingen indruist: het ontmoedigen van roken in welke vorm dan ook. Cultuursensitieve stage is niet de juiste benaming. De bedoeling is dat dit een cultuursensitieve opdracht wordt. Deze opdracht wordt in samenwerking met Pharos ontwikkeld (is nog in concept).De bedoeling is dat alle 2e jaars studenten Verzorgende en Maatschappelijke Zorg deze opdracht meenemen naar hun stage. Om ook de bewustwording van de werkbegeleiders in de verschillende zorg- en welzijnsorganisaties hierin mee te nemen.

129

26

VT

Hoe wordt samengewerkt met verschillende culturele gemeenschappen om ervoor te zorgen dat de inhoud van de stages daadwerkelijk cultuursensitief en inclusief is? Zijn er bijvoorbeeld organisaties of adviesraden betrokken bij de opzet en uitvoering van deze stages?

Er wordt input opgehaald uit het samenlerend netwerk van OMMA waar professionals en vertegenwoordigers vanuit de verschillende doelgroepen zitten. De opdracht wordt in samenwerking met Pharos (https://www.pharos.nl/over-pharos/) ontwikkeld.

Yusuf Çelik

Marcelle Hendrickx Rik Grashoff

Yusuf Çelik

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 10 van 71

Nr. vr. 130

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

26

VT

We verankeren inclusie breder in onze organisatie en leggen bijvoorbeeld sterker de link met onze projecten in de openbare ruimte ten aanzien van toegankelijkheid. Wat bedoel je hiermee? En kan je voorbeelden opnoemen?

Evelien Kostermans

57

27

GL

Hoe komen de kinderen van ouders met een inkomen onder de 120% van het sociaal minimum in beeld voor de VVE? Hoe worden zei geïnformeerd over de rol van de gemeente in het wegnemen van de financiële drempels bij het kiezen voor kinderopvang?

Inclusief handelen is een verantwoordelijkheid vanuit iedere portefeuille. De link met onze projecten in de openbare ruimte heeft vooral te maken met het streven om die toegankelijk te maken en te houden voor mensen die door een fysieke of visuele beperking ernstig last kunnen ondervinden van obstakels. Een ontwerp van de openbare ruimte is meer dan de optelsom van afzonderlijke richtlijnen. Het is maatwerk. Richtlijnen, eisen en wensen moeten onderling worden afgewogen. In ons Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) hebben we opgenomen waar uitvoerders van projecten in de openbare ruimte rekening mee moeten houden. Hierin is expliciet als punt opgenomen: ‘Gebruik van de openbare ruimte door diverse doelgroepen. Denk daarbij ook aan mensen met een visuele of lichamelijke beperking’. Daarom zijn we ook met Toegankelijk Tilburg in gesprek om te komen tot goede procesafspraken rondom toegankelijkheid bij majeure projecten in de openbare ruimte. Door hier rekening mee te houden in onze ontwerpen en de blik te houden op waar we hindernissen weg kunnen nemen, kan iedere Tilburger zich door de stad en dorpen bewegen en deelnemen aan het maatschappelijk verkeer. Een voorbeeld is onze Loopagenda waarbij we er ook rekening mee houden dat Tilburg begaanbaar is als je in een rolstoel zit of slechtziend bent.

Maar ook de manier waarop we tussentijds adviezen opvolgen van Toegankelijk Tilburg om plekken toegankelijker te maken. Andere voorbeelden zijn: speelplekken die specifiek toegankelijk/inclusief voor kinderen/hun ouders met een beperking zijn. Voor blinde en slechtziende mensen hebben we speciale drukknoppen bij verkeerslichten waar braille op staat, met rateltikkers die het geluid aanpassen. De kinderen van deze doelgroep zijn al in beeld, aangezien de pilot sinds 01 april jl. succes in uitvoering is voor de ouders zonder kinderopvangtoeslag. Voor kinderen die op een later moment aansluiten en binnen de doelgroep vallen, hebben wij een gestructureerd informatieproces opgezet. Bij aanmelding worden ouders direct geïnformeerd door onze kinderopvangpartners. Zij voorzien de ouders van uitgebreide uitleg over de beschikbare voorzieningen en de rol van de gemeente in het wegnemen van financiële drempels voor kinderopvang. Daarnaast worden ouders verwezen naar communicatiedocumenten die hierover beschrijving geven. Ook zijn er diverse digitale middelen ingericht om ouders zo goed mogelijk te informeren. Onze website fungeert bijvoorbeeld als een punt van informatie. Hier kunnen ouders relevante details vinden als deelnamecriteria, financiële ondersteuning en andere gerelateerde zaken.

De kinderopvangpartners, onze andere partners zoals de GGD en wijzelf streven ernaar om zo volledig mogelijk te informeren en hopen hiermee eventuele vragen en zorgen afdoende weg te nemen.

Rik Grashoff vv. Marcelle Hendrickx

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Nr. vr. 92

Pagina 11 van 71

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

27

PvdD

“Wij tonen onder meer ambitie door te streven naar een halvering van het aantal kinderen dat in armoede leeft tegen 2030, in lijn met de Sustainable Development Goal 'Geen armoede' die door de Verenigde Naties is vastgesteld.” a. In Nederland neemt het aantal kinderen wat in armoede opgroeit toe (https://www.unicef.nl/nieuws/2023-03-09-zorgelijk-het-aantal-kinderen-dat-innederland-opgroeit-in-armoede-stijgt). Welke maatregelen neemt de gemeente om deze trend te doorbreken? b. Wanneer verwacht de gemeente 100% van alle kinderen uit de armoede te helpen?

a. In Tilburg zien we al een daling van kinderarmoede. Volgens de recent gepubliceerde Bestaanszekerheidsmonitor is het aantal kinderen in armoede sinds 2017 met circa 21% afgenomen. Hoewel de cijfers een daling laten zien, erkennen we dat veel gezinnen blijven worstelen. Zo profiteren bepaalde groepen niet van deze verbeteringen door stijgende kosten en vallen zij tussen wal en schip. Daarom zetten we in op een verfijnde monitoringsaanpak die niet alleen kijkt naar inkomensgrenzen, maar ook het bredere verhaal van bestaansonzekerheid in beeld brengt.

Evelien Kostermans

Verder ontwikkelen we diverse initiatieven om meer zicht te krijgen op wat ter ondersteuning van kwetsbare gezinnen nodig is, zoals de pilot ‘Gezin & Geld’ en de inzet van medewerkers Bestaanszekerheid, en verstrekken wij subsidies aan organisaties zoals Stichting Leergeld. Daarnaast stellen we regelingen beschikbaar, zoals de Meedoenregeling, om gezinnen verder te ondersteunen. De gemeente lobbyt ook actief voor rijksbeleid om kinderarmoede verder te verminderen.

131

27

VT

Hoe pakt de gemeente de schuldenproblematiek aan om te voorkomen dat inwoners langdurig in schulden blijven hangen?

26

28

50PLUS

CDT loopt contract af eind 2024. Wanneer wordt de raad daarbij betrokken?

25

28

50PLUS

Er komt een kunstgrasveld bij VCB in Biezenmortel. Welke type veld gaat dit worden gezien velden met Polymerische Infill na 2031 niet meer zijn toegestaan.

203

28

50PLUS

Wat zijn op dit moment de wachttijden bij de Tilburgse zwembaden voor zwemles?

b. Het volledig uitbannen van kinderarmoede is een langdurig proces dat afhankelijk is van diverse factoren, zoals economische omstandigheden en landelijke beleidsmaatregelen. Het is moeilijk om een tijdspad te geven voor het volledig helpen van alle kinderen uit de armoede, omdat dit een complexe uitdaging is. Op basis van onze ambitie blijven we ons inzetten voor de ondersteuning van alle gezinnen, met als doel zoveel mogelijk kinderen te helpen. Gemeente Tilburg zet in om middels vroegsignalering, waarbij data van vaste lastenpartners wordt gedeeld en inwoners outreachend worden benaderd. De schuld bedraagt dan nog maar 1 of enkele maanden achterstand, hoe eerder je er bij bent, hoe kleiner de schuld , hoe beter deze te beheersen en op te lossen. Samen met de inwoner wordt het inkomen op orde gebracht en de uitgaven bekeken, de ruimte die ontstaat, de aflossing wordt ingezet om de schulden af te lossen. Als de schulden dusdanig zijn dat dit niet mogelijk is, dan wordt er een schuldregeling ingezet, waarbij schuldeisers gevraagd wordt een gedeelte te kwijten. Medewerkers SHV pakken, als onderdeel van de Toegang, ook signalen op. Met ContourdeTwern is een project opgestart om te komen tot een nieuwe meerjarige subsidieovereenkomst vanaf 2026.

Hierin zullen we de huidige subsidierelatie met ContourdeTwern stroomlijnen en zullen we tevens invulling geven aan een hernieuwd strategisch partnerschap vanaf 2026. Voor 2025 verlenen we een éénjarige subsidie op basis van de afspraken die gelden tot en met 2024. In het tweede kwartaal van 2025 zal de raad nader geïnformeerd worden inzake het project met ContourdeTwern voor de periode 2026 ev. VC Biezenmortel is met haar geprivatiseerde sportaccommodatie zelf verantwoordelijk voor de realisatie van het kunstgrasveld. Met de club is afgesproken voor hetzelfde type kunstgrasveld te kiezen zoals die in de rest van de Gemeente Tilburg wordt toegepast. In dit geval is dat een mineraal ingevuld kunstgrasveld, waarbij (buiten zand) geen infill (zoals bijvoorbeeld rubber) meer aanwezig is. Gemiddeld 1 jaar.

Evelien Kostermans

Evelien Kostermans

Maarten van Asten

Maarten van Asten

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 12 van 71

Nr. vr. 191

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

28

LT

Intentie is om meer kinderen een zwemdiploma te laten halen. Vraag: is dit de bedoeling ónder schooltijd te laten plaatsvinden? Zo ja, om hoeveel onderwijstijd gaat dit en hoe zit dat dan met vervoer?

Maarten van Asten Rik Grashoff

132

28

VT

Wat zijn de concrete doelstellingen van de coalitie tegen eenzaamheid op korte en lange termijn? Welke resultaten worden in 2025 verwacht, en hoe wordt de voortgang van deze doelen gemeten?

Buiten de reguliere, particuliere zwemlessen van de Tilburgse zwemschool lopen er vanuit het Sportbedrijf enkele pilots om te voorkomen dat kinderen in groep 8 zonder zwemdiploma de basisschool verlaten. Deze pilots vinden na schooltijd plaats. Hoogstens is de reistijd onder schooltijd. Dit gebeurt dan in nauwe samenspraak met de betreffende school, ouders en gymleraar. De doelstellingen van de aanpak eenzaamheid zijn: - Doorbreken van het taboe op eenzaamheid. - Eenzaamheid zichtbaar en bespreekbaar maken en handelingsperspectief bieden. - Wat kan men zelf doen om eenzaamheid te voorkomen/verminderen en wat bieden de partners in de gemeente aan om daarbij te helpen. - Voorkomen van vereenzaming bij de Tilburgse inwoners. - Met specifieke aandacht voor mensen met een verhoogd risico op vereenzaming. - Voorkomen dat vereenzaming bij Tilburgse inwoners erger wordt. - Doen wat werkt, samen met partners van de Coalitie tegen Eenzaamheid Tilburg In 2024 heeft de focus gelegen op het versterken van de onderlinge verbinding van de verschillende partners met als doel het aanbod het aanbod beter te laten aansluiten. Dit doen we door o.a.

het opzetten van een platform voor professionals en relevante scholing/trainingen aan te bieden zodat Eenzaamheid beter wordt gezien en adequater kan worden gehandeld Voor 2025 ligt de focus op een communicatiestrategie op de inwoners zodat het inwoners veel makkelijker wordt om laagdrempelig te kunnen aansluiten. Dit doen we bijvoorbeeld door T-Helpt beter te vullen en te promoten. Zie vraag 124 voor jongeren en vraag 132 in zijn algemeenheid. Vanuit de coalitie zijn er tal van activiteiten georganiseerd in de week tegen Eenzaamheid. Hiervoor is een kalender opgesteld, dit loopt door in 2025.

Marcelle Hendrickx

133

28

VT

Welke activiteiten en interventies worden vanuit de coalitie georganiseerd om eenzaamheid te verminderen?

Marcelle Hendrickx

134

28

VT

Wat is de rol van de gemeente binnen de coalitie tegen eenzaamheid? Wordt er bijvoorbeeld ondersteuning geboden in de vorm van middelen, coördinatie, of beleidsafstemming?

De gemeente faciliteert de coalitie door het aanstellen van een coördinator, middelen voor activiteiten en een de subsidieregeling. Er is een kerngroep binnen de coalitie die de aanpak voor meerdere jaren gaan beschrijven, de gemeente is hier partner in.

Marcelle Hendrickx

137

28

VT

Welke methoden en technologieën gebruiken beweegcoaches om de betrokkenheid en vooruitgang van senioren te monitoren?

Maarten van Asten

138

28

VT

Op welke manier worden gegevens van deze beweegprogramma's geanalyseerd om te bepalen welke activiteiten het meeste effect hebben op de gezondheid van ouderen.

De beweegcoaches moeten nog beginnen (ze starten fasegewijs vanaf 2025). Zij zullen de spin in het web in de wijk zijn. Zij gaan niet alle activiteiten zelf geven, maar gaan ook het bestaande aanbod versterken, beter zichtbaar maken en ouderen doorverwijzen naar passend aanbod. Vanuit het gesprek met de doelgroep, met relevante wijkpartners en de terugkoppeling van beweegaanbieders (o.a. over het aantal deelnemers) zal op gebiedsniveau de voortgang worden gemonitord. GGDonderzoeken laten op diverse vlakken (mentale gezondheid, fysieke gezondheid, eenzaamheid, etc.) de vooruitgang zien. De beweegprogramma’s in de wijk worden gegeven door beweegprofessionals. Dit zijn geschoolde mensen, die vanuit hun opleiding kennis hebben van effectieve interventies. Bovendien worden er vanuit landelijke partners en het Sportbedrijf periodiek bijscholingen gegeven.

Maarten van Asten

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 13 van 71

Nr. vr. 139

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

28

VT

Welke milieuoverwegingen worden meegenomen bij de aanleg van kunstgrasvelden, en hoe worden microplastics of andere vervuilende stoffen geminimaliseerd?

Maarten van Asten

140

28

VT

Hoe worden de prestaties van deze kunstgrasvelden beoordeeld en onderhouden om langdurige bespeelbaarheid te garanderen.

141

28

VT

Welke technologieën en data-infrastructuur zijn nodig voor de organisatie van grote evenementen, zoals de Worldcup shorttrack, om de veiligheid en het publieksbeheer efficiënt te monitoren?

142

28

VT

Hoe worden de economische en sociale effecten van zulke evenementen geëvalueerd om de impact op de stad in kaart te brengen.

We kiezen voor natuurgras waar het kan en voor kunstgras als het moet. Kunstgrasvelden hebben een 3 tot 4 keer hogere bespeelbaarheid dan natuurgrasvelden waardoor met minder ruimtegebruik meer capaciteit beschikbaar komt. Alleen als er op geen andere manier voldoende speel- en trainingscapaciteit gerealiseerd kan worden, wordt een kunstgrassportveld aangelegd. We kiezen bij aanleg en renovatie voor de nieuwste generatie kunstgrasvelden waarbij (buiten zand) geen infill (zoals bijvoorbeeld rubber) meer aanwezig is. De bestaande kunstgrasvelden worden gerenoveerd als ze sporttechnisch niet meer voldoen. Tot die tijd worden op en rond de velden de zorgplichtmaatregelen in acht genomen. Zo zijn er bijvoorbeeld kantplanken en schoonlooproosters aanwezig. Deze maatregelen zijn erop gericht zoveel mogelijk infill (microplastics) binnen het veld te houden. Het onderhoud aan de kunstgrasvelden wordt door een ervaren groep medewerkers van het Sportbedrijf met specialistisch materieel uitgevoerd. De sporttechnische waarden van de velden worden periodiek gekeurd door een onafhankelijk onderzoeksinstituut. Dit hangt af van het type evenement. Bij veel evenementen zijn geen buitengewone maatregelen noodzakelijk. Dit is een verantwoordelijkheid van de organisator. Dat is bij grote evenementen, zoals bijvoorbeeld de worldcup shorttrack een derde partij.

Denk hierbij aan toegangscontrole, fouilleren, beveiliging etc. Zij dienen altijd een evenementenvergunning aan te vragen bij de gemeente Tilburg waarin deze aspecten en met name veiligheid behandeld en geregeld worden. NB in veel binnen accommodaties hangen camera's ter controle. Na ieder evenement vindt een financiële en inhoudelijke evaluatie plaats zoals vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst met de evenementen organisatie. Daarbij komen o.a. media exposure en bezoekersaantallen aan de orde en worden ook de side events geëvalueerd. Daarnaast moet de organisator een inhoudelijke en financiële verantwoording indienen m.b.t. de verstrekte subsidie. Bij de inhoudelijke verantwoording wordt o.a. ook gekeken naar het bereik van doelgroepen. Daarnaast gaan we een enquête houden onder ondernemers in de Binnenstad, dat ons inzicht geeft in hoeverre het gehele evenementenaanbod bijdraagt aan de economie. Ook onderzoeken we jaarlijks of Tilburgers positief zijn over het evenementenaanbod (via onderzoek markteffect).

135

28 en 31

VT

Welke duurzame technologieën worden overwogen voor de renovatie en uitbreiding van het IJssportcentrum, zoals isolatie of energie-efficiënte systemen?

Bij de uitbreiding van het IJssportcentrum worden extra kleedlokalen en facilitaire ruimten gerealiseerd. De ontwerpfase moet nog starten. Wel kan worden gesteld dat het ontwerp aansluiting zoekt bij het bestaande gebouw en installaties waaronder de aanwezige warmte koude opslag en de ontwikkeling naar een smart grid oplossing waarbij optimaal wordt voorzien in de stroombehoefte van de sportaccommodaties in Stappegoor.

Maarten van Asten Yusuf Çelik

136

28 en 31

VT

Tilburgers zijn in beweging Hoe worden de effecten van deze verduurzamingsmaatregelen gemeten en gerapporteerd, en welke KPI’s (key performance indicators) worden gehanteerd om de energie-efficiëntie van de faciliteit te evalueren.

Het zorgdragen voor energie-efficiëntie kan via een gebouwbeheersysteem (GBS). Dit is op dit moment maar in een aantal gebouwen aanwezig. We nemen bij roadmap 3.0 (naar een duurzame gebouwenexploitatie) een voorstel op om dit uit te breiden. Dat geldt ook voor de meetmethodiek. Voor CO2 besparing hebben we nu een KPI van – 2% per jaar. Voor circulariteit en klimaatadaptatie is er nog geen KPI. Deze worden eveneens betrokken bij roadmap 3.0. En dat geldt ook voor de te hanteren meetmethodiek. Roadmap 3.0 wordt naar verwachting rond de zomer 2025 aan de raad voorgelegd.

Maarten van Asten

Maarten van Asten

Maarten van Asten

Maarten van Asten

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 14 van 71

Nr. vr. 143

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

29 en 31

VT

Welke ontwerp- en bouwnormen worden gevolgd om te zorgen dat het nieuwe zwembad voldoet aan de eisen van toegankelijkheid en duurzaamheid?

Bij nieuwbouw van openbaar toegankelijke gemeentelijke gebouwen wordt voor toegankelijkheid de Integrale Toegankelijkheid standaard (ITS) gehanteerd. Tilburg heeft duurzaamheidsbeleid voor nieuwbouwontwikkelingen opgesteld: voor Natuurinclusief Bouwen (NIB) (vastgesteld in januari 2022), klimaatscores voor klimaatadaptief bouwen (vastgesteld op 20 maart 2023) en duurzaamheidsbeleid nieuwbouw- thema energie (door de raad vastgesteld op 22 mei 2023).

Maarten van Asten

144

29 en 31

VT

Welke technologieën voor waterbehandeling en energiebeheer zullen worden geïmplementeerd om het zwembad zo milieuvriendelijk mogelijk te maken.

Maarten van Asten

302

29

VVD

Indexering huur sportaccommodaties. Staat €281.000 voordelig, om hoeveel accommodaties gaat dit en welke indexatie % is gebruikt?

204

30

50PLUS

Heeft Verduurzaming Ireen Wustijsbaan en renovatie zwembad impact op Warmkoude net?

145

30, 31

VT

Wat zijn de belangrijkste redenen geweest om bepaalde budgetten te herzien? Hoe is bepaald welke programma’s meer of minder budget nodig hebben?

295

31

VVD

Het subsidieplafond voor bestaanszekerheid wordt met 350.000 euro structureel ingeboekt vanwege het positieve effect. Wat is het effect geweest de afgelopen jaren (bij voorkeur in cijfers) op het vroeg-signaleren, financiële rust en doorbreken van intergenerationele armoede?

Wij begrijpen, dat deze vraag betrekking heeft op de grootschalige renovatie van zwembad de Groene Wellen. Indien uw raad akkoord gaat met het voorstel zoals opgenomen in de begroting 2025 die voorligt, zal er worden gestart met het ontwerptraject. Dan zullen ook de uitgangspunten rondom de installaties worden gekozen. Tot op heden zijn hier nog geen keuzes gemaakt. Uiteraard zullen wij streven naar milieuvriendelijke keuzes in lijn met beleid van de gemeente met betrekking tot klimaat, ciculariteit en energiebesparend. Het gaat om 41 accommodaties. De gebouwenexploitatie wordt jaarlijks geactualiseerd op autonome en externe ontwikkelingen, zoals de gevolgen van prijsindexatie op de huuropbrengsten en exploitatielasten en op effecten van reeds genomen besluitvorming zoals mutaties in de gebouwenvoorraad. Komend jaar wordt rekening gehouden met een indexatie op de huur van 2,2% aangezien wij de CPI-index volgen. De indexatie van de interne huur komt als kostenverhoging ook terug op andere plekken in de begroting. Het onderhoud is geactualiseerd conform het actuele meerjarenonderhoudsplan en geïndexeerd met 4%. De actualisering van de gebouwenexploitatie is budgetneutraal voor taakveld Aantrekkelijke Leefomgeving.

Wanneer de technische specificaties verder uitgewerkt zijn voor de verduurzaming van de Ireen Wustbaan en de renovatie van het zwembad gaan we onderzoeken, of dit kansen biedt voor het warmte-koude net. Bijstelling van budgetten (herijkingen) vindt plaats wanneer verhogingen en verlagingen in lasten en baten binnen bestaand beleid aan de orde zijn veroorzaakt door externe factoren, die niet beïnvloedbaar zijn, en waarbij wij geen keuzemogelijkheid hebben en ook geen mogelijkheid tot uitstel. Het verhogen van het subsidieplafond heeft partners in staat gesteld om meer kwetsbare inwoners tijdig te bereiken en beter te ondersteunen. Zo steeg het aantal toegekende aanvragen bij Stichting Leergeld van 8.517 in 2022 naar 8.633 in 2023, en bij het Jeugdeducatiefonds van 20.900 naar 31.025. Deze inspanningen bevorderden kansengelijkheid en droegen bij aan het doorbreken van intergenerationele armoede. Ook op het gebied van financiële rust dragen gesubsidieerde partners, zoals Thuisadministratie, bij aan het versterken van de zelfredzaamheid van inwoners. Het aantal behandelde hulpvragen bij Thuisadministratie steeg bijvoorbeeld van 2.800 in 2022 naar 3.724 in 2023. Hierdoor zijn meer inwoners zelfstandiger geworden en kunnen zij beter deelnemen aan de maatschappij.

Vroegsignalering wordt voornamelijk uitgevoerd door het gemeentelijke team Schuldhulpverlening, zonder directe subsidiëring. Door te investeren in voorzieningen die inwoners als laagdrempeliger ervaren, zoals de Ruilwinkels, het Tilburgsondersteuningsfonds en Quiet, konden we deze plekken als vindplaats inzetten. Hierdoor konden we inwoners met kleine financiële problemen of hulpvragen vroegtijdig ondersteunen via de daar aanwezige diensten of Medewerkers Bestaanszekerheid, voordat deze problemen uitgroeiden tot problematische schulden.

Maarten van Asten Yusuf Celik

Maarten van Asten Yusuf Celik Maarten van Asten

Evelien Kostermans Maarten van Asten

TECHNISCHE EN INFORMATIEVE VRAGEN EN ANTWOORDEN PROGRAMMABEGROTING 2025

Pagina 15 van 71

Nr. vr. 1

Pag.

PP

Vraag

Antwoord

Portefeuillehouder

31

VVD

De dementieconsulenten, wiens inzet met dit voorstel structureel wordt gemaakt, zijn in dienst bij De Wever en staan derhalve niet op de formatie van de gemeente

Marcelle Hendrickx

146

32

VT

In voorstel 11 (inzet dementieconsulenten) zien we dat er geld wordt vrijgemaakt voor 1,72 fte structurele inzet. Dit zien we niet terug in de tabel formatieve gevolgen op pagina 17. Kan er uitleg gegeven worden waarom dit is? Welke specifieke programma’s zijn opgezet om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten?

Marcelle Hendrickx Evelien Kostermans

148

32

VT

Hoe wordt de impact van breedtesportevenementen op de lokale sportparticipatie gemeten, en welke data-inzichten worden daarbij benut.

147

32

VT

Welke logistieke en technische vereisten zijn nodig om de beachvelden geschikt te maken voor meerdere sporten (zoals handbal, korfbal, volleybal)?

205

33

50PLUS

58

33

GL

Waarom wordt er niet geinvesteerd in het DOC Dierenopvang? Zit deze er nog maar tijdelijk?? Welke zaken rondom het dierenwelzijn dienen nog geregeld te worden, waarvoor de 150.000 euro is gereserveerd?

Er zijn geen specifieke programma's ter vergroting zelfredzaamheid opgezet. De versterking van zelfredzaamheid is wél altijd een van de aandachtspunten en beoogde impact bij de programma's, subsidies en activiteiten die we binnen het gehele sociale domein doen. Organisatoren van breedtesportevenementen kunnen voor de organisatie van hun evenement subsidie aanvragen bij de gemeente. Afhankelijk van de hoogte van deze subsidie (conform ASV) dienen ze een inhoudelijke en/of financiële verantwoording in te dienen. Bij de inhoudelijke verantwoording wordt ook gekeken naar het bereik van doelgroepen. We kijken daarbij altijd naar een passend belasting van de zwaarte van de verantwoording t.o.v. de hoogte van het subsidiebedrag. Onderzoeken van organisaties als het Mulier Instituut of Kenniscentrum Sport en Bewegen laten zien dat het organiseren van een evenement an sich niet direct bijdraagt aan het verhogen van duurzame sportparticipatie. De activiteiten in aanloop naar het evenement en de nazorg na het evenement zijn belangrijk. Dat vraagt samenwerking met o.a. lokale sportaanbieders en/of beweegprofessionals. Vandaar dat wij o.a. met de collega’s van het Sportbedrijf en lokale sportverenigingen in veel gevallen activiteiten in aanloop naar deze evenementen organiseren. In de onderlaag van de beachvelden dienen voor deze takken van sport grondpotten aangelegd te worden.

De afmetingen van de speelvelden zijn niet hetzelfde. Om meerdere sporten te kunnen faciliteren moet daar bij de aanleg rekening mee worden gehouden. Zie de antwoorden op de vragen 94 t/m 97.

Yusuf Çelik

59

33

GL

Voor het extra halve hockeyveld van Were Di is budget gereserveerd. Daarbij wordt gesteld dat er rekening gehouden wordt met de natuur. Hoe ziet dat er in de praktijk uit? Ook zien we graag een grafische weergave waarin de huidige en toekomstige situatie van het terrein zichtbaar is waarbij ook de EVZ is opgenomen.

Het genoemde bedrag € 150.000 behoort bij het voorstel voor het doen van minimale investeringen aan het pand van de Dierenopvang Hart van Brabant. Het betreft hier met name investeringen ter verbetering van de hondenopvang; het verblijf en buitenruimte. Overigens hanteren we voor deze investering een afschrijvingstermijn van 10 jaar hetgeen resulteert in € 15.000 aan kapitaallasten per jaar. Zie verder ook de antwoorden op vragen 94 t/m 96. De uitbreiding van het halve naar een heel hockeyveld vindt plaats binnen de bestaande grenzen van het sportpark. Daarmee blijft het naastgelegen gebied met haar belangrijke ecologische waarden intact (incl. EVZ). De precieze invulling op het sportpark wordt met Were Di verder uitgewerkt.

192

33

LT

Investeringsbedrag voor de realisatie van de vaste biketriallocatie bedraagt €150.000. Vraag: is dit bedrag volledig ten behoeve van de beoogde realisatie (grondbewerking, aanleg obstakels, hek, toegang via hek TWC Pijnenburg, aanschaf trialfietsen) of zijn hierin ook “ambtelijke personeelskosten”, en zo ja, hoeveel, meegenomen?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14767058/1