CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Vragen en antwoorden Jaarstukken 2025 griffie 20260527 gesorteerd op pag. nr jaarstukken

Raadsvergadering 1 juni 2026, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Jaarstukken 2025 (besluitvorming)13.258 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarbij past een kanttekening want we zien ook dat het aantal onderzoeken Jeugd en daarmee de druk op de gespecialiseerd Jeugdhulp Jeugd toeneemt. De problematiek binnen Plein-013 zorgt er potentieel voor dat de druk op de Toegang verder toeneemt. Via een integrale aanpak op Jeugd, waar de Toegang een belangrijk onderdeel van uitmaakt, proberen we deze ontwikkeling om te buigen.

18

36

62

50 Plus

Wat is kenmerkend voor de 2 inclusieve speeltuinen?

Op basis van de LEMON-monitor zien we een overwegend stabiel beeld, met op enkele onderdelen zelfs een lichte verbetering in de beoordeling van de leefomgeving. Zo blijven de veiligheidsgevoelens overdag stabiel en relatief hoog (circa een 8-). De veiligheidsbeleving in de avond laat wel een lichte afname zien, maar blijft binnen een smalle bandbreedte. Dit beeld duidt er niet op dat de leefomgeving significant verslechtert, maar eerder dat ontwikkelingen geleidelijk en beperkt doorwerken in de perceptie van inwoners. Het bouwen aan de kwaliteit van de leefomgeving is bovendien een traject van de lange adem. Investeringen en ingrepen – zoals herinrichting, aanpak van panden of onderhoudswerkzaamheden – hebben vaak pas op termijn effect op de ervaren kwaliteit. Sterker nog, in de uitvoeringsfase kunnen deze juist tijdelijk leiden tot overlast, onrust en een afname van het veiligheidsgevoel. Daarnaast wordt de beleving van veiligheid, overlast en leefomgeving niet alleen bepaald door fysieke ingrepen, maar ook door sociale factoren en incidenten, die een sterke invloed kunnen hebben op hoe inwoners hun omgeving ervaren. De speelplek Breukelentuin in Gesworen Hoek en de speelplek aan de Salesianenstraat in Het Zand zijn in 2025 ingericht als inclusieve speelplek. Dit betekent dat deze speelplekken toegankelijk zijn voor alle kinderen en hun ouders, ongeacht hun beperking.

De richtlijnen van het Samenspeelnetwerk, de samenspeelbril, worden hierbij gevolgd: Samenspeelbril 100-70-50 • 100% welkom: iedereen voelt zich welkom • 70% van de speelaanleidingen bereikbaar voor iedereen • 50% van de speelaanleidingen gericht op ontmoeting en samen spelen De Breukelentuin is een grote speelplek met een toegankelijke padenstructuur, met veel groen. Er zijn speelelementen langs of over het pad en een zandtafel aan de rand van het zandwaterelement zodat deze ook toegankelijk is voor rolstoelen of kinderen met een looprek. De diverse nieuwe speeltoestellen met een kunstgras valondergrond zijn toegankelijk voor minder validen. Ook zijn er diverse bankjes en een jeu de boulesbaan, zodat het een echte ontmoetingsplek is voor jong en oud in de buurt.

82

12

64

VVD

Meer werkzaamheden sleufherstel a.g.v. energietransitie: Normaal zijn de kosten en baten in balans, nu niet. Waar komt dit door. De uitleg is niet helemaal duidelijk

Aan de Salesianenstraat is een groene speelplek midden in de wijk die veel gebruikt wordt, door jong en oud (jeu de boules voor senioren). In het groen wordt goed gespeeld door de kinderen. De speeltuin heeft een goed bereikbaar pad en de diverse nieuwe toegankelijke speeltoestellen met kunstgras zijn hierop aangesloten, waardoor ze bespeelbaar zijn voor ieder kind. De bankjes en picknicktafel zorgen tevens voor ontmoeting. De nutsbedrijven zijn volop aan de slag voor de energietransitie en we zien dan ook een toename van het aantal werkzaamheden sleufherstel. Dit heeft impact op onze stad. Daarom is er in 2025 fors meer toezicht ingezet, om ervoor te zorgen dat de verkeersveiligheid als gevolg van de werkzaamheden aan het middenspannings en laagspanningsnetwerk in de stad gegarandeerd blijft. Ook vraagt het beoordelen en verlenen van de vergunningen meer capaciteit dan begroot. Door deze verhoging van de kosten, waren de kosten en baten niet in balans, zoals in

NR. VRAAG

PAG.

PP

VRAAG

71

66

GL/PvdA

Er wordt gesproken over een afronding van een onderzoek naar PFAS. Klopt het dat de raad tot op heden niet is geinformeerd over dit onderzoek en de uitkomsten? Gaat dat nog gebeuren?

37

69

50 Plus

Het verbinden van een aantal blauwe aders is niet gerealiseerd. Welke risico’s lopen we hiermee?

72

69

GL/PvdA

62

7

GL/PvdA

Kan aangegeven worden of en wanneer de besluitvorming rondom Kleurkeur bij onderhoud gaat plaatsvinden? Kan er meer duidelijkheid geven over wanneer de raad wordt geinformeerd over het post-65 erfgoed onderzoek? Idem, de nieuwe erfgoedverordening.

ANTWOORD: andere jaren het geval was. Omdat we verwachten dat deze trend zich de komende jaren voort blijft zetten, doen we onderzoek naar de hoogte van het tarief. De brede inventarisatie naar potentiële PFAS-bronnen is binnen onze gemeente in mei 2026 afgerond. Op basis van deze inventarisatie is een verdiepingsonderzoek geadviseerd. Hiervoor gaan we onder andere bodem- en grondwateranalyses uitvoeren. Vanuit het rijk hebben we hiervoor financiële middelen ontvangen. We informeren de raad in de loop van 2027 over de resultaten van dit verdiepingsonderzoek. We lopen hiermee niet zozeer een risico, maar wel een kans mis om schoon en vuil water te scheiden. Zolang het waterpark in Pauwels niet is gerealiseerd, leidt het niet verbinden van blauwe aders niet tot een groot risico op wateroverlast. De keuze of we eventueel met kleurkeur gaan werken wordt uiterlijk eind 2026 gemaakt. Deze keuze nemen we namelijk mee in de aanbesteding van onze nieuwe onderhoudscontracten. Post65-erfgoed: Het post65-erfgoed onderzoek bestaat uit twee fasen. Fase 1, de gezamenlijke inventarisatie en waardering van erfgoed na 1965, is afgerond. Fase 2, de uitwerking van de daadwerkelijke bescherming, wordt dit jaar in gang gezet. In 2027 wijzen we een aantal objecten aan als monument.

Erfgoedverordening: Om continuïteit in de bescherming van erfgoed te borgen, moeten de bepalingen uit de monumentenverordening die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, in het Omgevingsplan worden opgenomen. In de Roadmap Omgevingsplan is beschreven dat erfgoed als thematische wijziging is geprioriteerd. Dit betekent dat de aanpak van verordeningen starten vanaf 2027 in de transitiefase naar een definitief Omgevingsplan.

13

98

7

LT

Wanneer is de volledige renovatie draaibrug Prinsenhoeven afgerond en blijft tijdens de renovatie de Piushaven wel bereikbaar over water, met name voor bezoekers (plezierjachten)?

38

71

50 Plus

39

71

50 Plus

6

72

FvD

Welke stappen moeten nog genomen worden om in 2030 op 450 ton CO2 uit te komen? (in 2023 847 ton) Streefwaarde 7000 ton in 2030 maar in 2023 al 3913 ton klopt dit? Risico op wateroverlast is gebaseerd op 100*: Vervolgens: *) T100 is een klimaatbui met een kans van voorkomen van 1% per jaar op een bepaalde plaats; is opgebouwd op basis van de statistiek 2014. Welke statistiek is dat? Is er geen recentere data dan 2014?

7

72

FvD

73

72

GL/PvdA

60

73

CDA

De planning is nu dat de renovatie in 2028 plaatsvindt. Als we starten met de werkzaamheden na het vaarseizoen zal de renovatie mogelijk begin 2029 klaar zijn. Bij een renovatie is er altijd een vorm van overlast, maar in het uitvoeringscontract gaan we kijken hoe de overlast zoveel mogelijk kan worden beperkt. Denk hierbij aan het uitvoeren van de belemmerende werkzaamheden buiten het vaarseizoen of het compleet uithijsen van de brug voor renovatie. We streven altijd naar een zo goed mogelijke bereikbaarheid. Met het huidige beleid, inclusief het op 24 maart 2026 vastgestelde CO₂-maatregelenpakket, kunnen deze doelstellingen worden gerealiseerd. Randvoorwaarde is dat het landelijk beleid eveneens op koers blijft. De CO2-uitstoot van de gemeentelijke organisatie bedraagt in 2023 3.913 ton CO2. Daarmee ligt de uitstoot onder de vastgestelde streefwaarde van 7.000 ton CO2 in 2030. We werken aan een herijking van de doelen en indicatoren voor de groenblauwe leefomgeving. Onderdeel hiervan is de indicator voor wateroverlast. Het waterketenmodel is inmiddels opgeleverd. En het aantal risicopanden is in beeld, maar vraagt interpretatie en finetuning voordat een nieuwe indicator in de begroting kan worden opgenomen. De uitwerking van het huidige Programma Water en Riolering (PWR) is gebaseerd op de KNMI-klimaatscenario's uit 2023.

In de praktijk werken we dus met het klimaatscenario 2023.

“Hittestress: Afstand tot koelteplekken****: ****) Gemeten op het heetste moment van de dag, rekening houdend met de zonstand in de zomer.” Hoezo is afstand gerelateerd aan het tijdstip waarop deze wordt gemeten? Al verschillende jaarstukken op rij wordt aangegeven dat er nog geen indicator is voor droogte maar deze ontwikkeld gaat worden. Wanneer gaat deze indicator er zijn?

Hittestress wordt in de berekening van koelteplekken en schaduw op looproutes bepaald op het heetste moment van de dag, rekening houdend met de zonstand in de zomer. De afstand wordt gerelateerd door een cirkel om koelteplekken te trekken. Het is dus niet zo dat afstand gerelateerd is aan het tijdstip, maar aan het bepalen van de hittestress.

Waarom komen energiehubs in Green Deals niet van de grond? Draagvlak van welke partijen wordt niet ervaren?

Ondernemers ontberen een concreet en uitvoerbaar perspectief op realisatie. Een energiehub vraagt openheid over energiedata, toekomstige energiebehoefte en afspraken over sturing, verrekening, risico’s en aansprakelijkheid. Dit is

Bij de vaststelling van het Programma Water en Riolering (PWR) 2024-2027 is een indicator opgenomen. Deze blijkt echter moeilijk meetbaar. We werken aan een herijking van de doelen en indicatoren voor de groenblauwe leefomgeving, ook voor droogte. De overgang naar de nieuwe inrichting van de begroting is een geschikt moment om de indicatoren te herzien.

NR. VRAAG

14

PAG.

PP

115

73

CDA

83

73

VVD

66

75

GL/PvdA

84

75

VVD

102

76

LT

40

80

50 Plus

95

80

D66

96

80

D66

VRAAG

Waarom komen energiehubs in Green Deals niet van de grond? Draagvlak van welke partijen wordt niet ervaren? Bij wat kan beter: wordt aangegeven dat de WUP's bij 2 wijken ipv 4 gestart is. Wat is hier de oorzaak van? Gaat het om recourses intern of juist extern of zijn er andere oorzaken.

Is er meer duiding / uitleg te geven mbt de overheveling van het budget Regionale Energie- en Klimaatstrategie (REKS)? Klimaat, Wat heeft het gekost – financiën: er valt te lezen dat bij de gewijzigde begroting de lasten van 16 miljoen naar 33 miljoen gaat. In de jaarstukken eindigt dit op 17 miljoen. Wat is de verklaring voor de verhoging en de uiteindelijke lagere opbrengst.

“Minder geschreven uren op veld klimaat” Hierin is een groot voordeel te zien, maar dat geld is ondergebracht bij een andere post. Hoeveel is er dan wél uitgegeven aan klimaat- en milieuadviseurs? Waarom zijn die op een andere post geschreven als hier voldoende budget was? Criminaliteit is per saldo toegenomen. Zijn daar oorzaken voor aan te wijzen?

Is de afname van het aantal meldingen overlast dak- en thuislozen te relateren aan de extra inzet, bijv rondom de opvang? ‘Dit resulteert in een enorme toename van het aantal bodemzaken, dat onder de Omgevingswet onder het bevoegd gezag van de gemeente valt. ’ Zijn exacte cijfers bekend over de bodemzaken die door drugsafval zijn toegenomen? Is deze toename met de jaren een stijgende trend of onverwacht?

ANTWOORD: voor veel ondernemers nog een brug te ver. Bovendien zijn de benodigde contractvormen van netbeheerder Enexis in de praktijk nog onvoldoende werkbaar. De gemeente richt zich op dit moment op het identificeren, ondersteunen en verbinden van kansrijke individuele- en kleinschalige collectieve oplossingen. Zie antwoord vraag 60 (zelfde vraag).

Dit heeft verschillende oorzaken. De voorbereiding van een wijkaanpak is erg belangrijk. We hebben gemerkt dat een zorgvuldige voorbereiding met maatschappelijke partners en vrijwilligers in de wijken meer tijd en inspanning vraagt dan oorspronkelijk gepland. We verwachten dat de voorbereiding komende jaren makkelijker wordt omdat er in de stad meer bekendheid ontstaat met de wijkaanpak en omdat we leren van de eerste trajecten. Aanvullend merken we op dat hoewel we in minder wijken zijn gestart we investeren in grotere wijken, waardoor we uiteindelijk zelfs meer huishoudens dan begroot een handelingsperspectief bieden. Tilburg ontvangt de middelen van REKS als kassier voor de regio en moet deze doorzetten naar de Regio Hart van Brabant. De middelen voor 2025 zijn echter per abuis niet tijdig doorbelast naar de regio en worden in 2026 alsnog overgemaakt. Het budget wordt overgeheveld om de uitbetaling te kunnen afdekken. De stijging van de lasten in de gewijzigde begroting (van €16 mln naar €33 mln) wordt vooral verklaard door het doorschuiven en toevoegen van middelen gedurende het jaar.  Overloop 2024 → 2025 (+ €12 mln): met name door doorgeschoven subsidies en projectmiddelen (o.a. Klimaatfonds, CDOKE, Lokale Aanpak Isolatie, Energiearmoede).  Tussenrapportage 2025 (+ €5 mln): extra middelen, o.a.

voor subsidie energiehubs en aanvullende Rijksbijdragen (CDOKE en isolatiemiddelen).  Najaarsbijstelling (- €1 mln): deel van het budget is doorgeschoven naar 2026 en verder. Uiteindelijk komt de realisatie in de jaarrekening uit op €15,9 mln, waardoor €17,7 mln niet is besteed in 2025. De toelichtingen op de restantbudgetten (o.a. Lokale Aanpak Isolatie en CDOKE) zijn opgenomen in de jaarrekening. Deze worden in 2026 en verder op basis van bestedingsplannen ingezet; aan deze plannen wordt momenteel gewerkt. In 2025 is een gedeelte van de beschikbare vacatureruimte voor milieuadviseurs niet ingevuld en in plaats daarvan ingezet voor andere functietypen. Deze functies schrijven hun uren op taakveld 3.40 (‘Ruimte voor wonen, werken en mobiliteit’), waardoor de kosten niet op veld 2.30 (klimaat) zijn verantwoord ondanks beschikbaar budget. Binnen de organisatie bestaat geen aparte functiecategorie voor klimaatadviseurs. Wel zijn er in 2025 twee milieuadviseurs ingezet. We zien dat na een periode van afname in de afgelopen jaren, in het afgelopen jaar sprake is van een stijging van verschillende vormen van criminaliteit. Daarmee volgt Tilburg de landelijke trend, waarbij eveneens een toename zichtbaar is. Bij sommige delicten is de stijging in Tilburg iets sterker dan het landelijke gemiddelde.

Het is belangrijk om daarbij te benadrukken dat dit soort cijfers zich zelden in een rechte lijn ontwikkelen. Schommelingen van jaar tot jaar komen vaker voor en zijn niet altijd direct te herleiden tot één duidelijke oorzaak. Op basis van de huidige analyses kunnen we dan ook geen eenduidige, aanwijsbare reden geven voor de recente stijging. Hierbij moet aangetekend worden dat de landelijke criminaliteitscijfers al zo'n 20 jaar sterk aan het dalen zijn en praktisch gehalveerd zijn. Dat neemt niet weg dat we ontwikkelingen nauwlettend volgen. Waar sprake is van concentraties van delicten of duidelijke hotspots, grijpen we samen met onze partners gericht en passend in. Het aantal meldingen van overlast van dak- en thuislozen is op stedelijk niveau afgenomen, denk aan onder andere de Binnenstad, Oud Noord, Oud Zuid en West. We verwachten dat door de aanpassingen in het beleid rondom de opvang en de extra inzet op veiligheid we deze eerste positieve resultaten zien. Zoals ook in het Jaarverslag 2025 van de OMWB over de gemeente Tilburg is aangegeven (link) betreft het voor Tilburg een aantal bodemzaken (2) waarvan de sanering spoedeisend is. Dit zijn een paar van de laatst lopende spoedlocaties bodem binnen Tilburg. Deze nemen veel tijd in beslag qua repressieve handhaving. In de regio is dus vooral toename op drugsgebied, dit zien wij in Tilburg niet.

In Tilburg hadden we in 2025 geen bodemzaken rondom drugsdumpingen. Wij zien de druk hier niet op toenemen in de afgelopen jaren. geen toename van bodemzaken. Ook niet op het gebied van drugslabs- en dumpingen.

NR. VRAAG

PAG.

PP

VRAAG

ANTWOORD:

94

80 en 83

D66

De significante stijging in melding overlast van jongeren, ondanks de inzet van de gemeente, wordt verklaard door goed weer en hogere meldingsbereidheid. Kan desondanks meer inzicht worden gegeven in de effectiviteit van de huidige interventies? Wat zeggen de meldingscijfers over de doelmatigheid van de aanpak?

Veiligheidsresultaten kunnen zich uiten in kwalitatieve resultaten, zoals het voorkomen van escalaties, het vroegtijdig signaleren van problematiek en het gericht interveniëren bij specifieke groepen of locaties. Deze effecten zijn niet altijd direct zichtbaar in een daling van het totaal aantal meldingen. De inzet van de gemeente richt zich op meerdere niveaus:  Gebiedsniveau: bijvoorbeeld door extra inzet op hotspots en het stimuleren van meldingsbereidheid;  Groepsniveau: gericht op het beïnvloeden van groepsgedrag;  Individueel niveau: via persoonsgerichte aanpakken. De precieze doelmatigheid van op zichzelf staande interventies is lastig meetbaar. Wel zien we dat gerichte interventies op specifieke hotspotlocaties leiden tot lokale dalingen in meldingen en overlastdruk. Tegelijkertijd kan een toename van meldingen elders of in totaliteit (mede door hogere meldingsbereidheid) dit effect op stedelijk niveau maskeren.

103

80/82 en 6

LT

Overlast; het aantal meldingen is in 2025 met maar liefst 20 % gestegen! Hoe valt de opmerking op blz. 6 dan te verklaren dat ook op het gebied van veiligheid “op alle thema’s resultaat is geboekt”?

Het aantal overlastmeldingen zegt niets over het behalen van resultaten op het gebied van veiligheid. Hoewel op specifieke thema’s sprake is van een stijging van het aantal meldingen, worden er wel degelijk resultaten geboekt op het gebied van veiligheid. Deze resultaten laten zich echter niet één-op-één vertalen naar het aantal overlastmeldingen. Daarnaast is ook meer ingezet op het verhogen van de meldingsbereidheid. Dit heeft geresulteerd in meer meldingen, maar zorgt er ook voor dat we beter kunnen ingrijpen daar waar dit het meeste nodig is.

104

82

LT

Toezicht & Handhaving; vraagt “de uitbreiding van werktijden en werkzaamheden” niet gewoon om uitbreiding van inzetbare capaciteit? Op welke manier kan een deel van het positief resultaat in deze jaarrekening hiervoor ingezet kunnen worden?

74

83

GL/PvdA

De doorlooptijden bij Leerplicht-Doorstroompunt worden niet altijd gehaald. Wat is de huidige stand van zaken?

105

86

LT

15

9 Sociaal Jaarverslag

50 Plus

“een vacaturevoordeel binnen de afdeling Veiligheid & Wijken” levert 256.000 euro op. Is dit voordeel structureel en waarom zijn deze middelen niet ingezet voor uitbreiding capaciteit BOA’s? Hoeveel taken zijn te verklaren door overheveling van landelijke taken naar gemeente?

De uitbreiding van werktijden en werkzaamheden vraagt inderdaad om uitbreiding van inzetbare capaciteit. De raad heeft op vaste momenten de mogelijkheid om integraal af te wegen. Het eerstvolgende moment hiervoor is bij de Programmabegroting 2027. Extra inzet (capaciteit) op toezicht en handhaving vraagt om het structureel verhogen van het budget. Een éénmalige begrotingswijziging zet geen zoden aan de dijk, kost veel tijd en leidt niet tot kosteneffectieve inzet van handhaving op de langere termijn. De druk op de uitvoering bij Leerplicht–Doorstroompunt Midden-Brabant is nog steeds aanwezig. De toenemende complexiteit van casuïstiek, het groeiende aantal signalen en meldingen en de ontwikkelingen rondom de Wet van school naar duurzaam werk (WSDW) vragen veel capaciteit. Hierdoor worden doorlooptijden niet in alle situaties gehaald. Tegelijkertijd wordt ingezet op verdere verbetering van vroegsignalering, processen, samenwerking en afstemming met scholen en ketenpartners om problematiek eerder in beeld te krijgen en de uitvoering zo effectief mogelijk te organiseren. Dit betreft een incidenteel voordeel (afdelingsbreed) doordat medewerkers in de aanloopschaal zitten of lager in de periodieken zijn ingeschaald. Het werven en opleiden van een BOA kost tijd. Inzet van incidentele middelen voor tijdelijke inzet is niet efficiënt en effectief.

Het zijn vooral taken op de gebieden van Jeugdzorg (gemeenten zijn verantwoordelijk voor het organiseren én inkopen van jeugdhulp), Wmo (doel: mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis laten wonen), de Participatiewet (doel: inwoners zo veel mogelijk laten meedoen op de arbeidsmarkt) en daarnaast passend onderwijs, schuldhulpverlening en veiligheid en toezicht. In de Jaarstukken zelf wordt de Omgevingswet als vierde genoemd.

106

96

LT

Percentage detailhandel in de winkelstructuur (toename concentratie) geeft al jaren geen verbetering. Welke inzet/middelen zijn er in 2025 ingezet om hier resultaten in te behalen?

Het aantal m2s buiten de detailhandelsstructuur is wel degelijk gedaald. De reden dat dit in het percentage niet terug te zien is, is dat wij in de binnenstad, waar de detailhandel binnen de winkelstructuur valt, ook de nodige meters hebben weg bestemd, om tot herontwikkeling te komen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de Pieter Vreedestraat, het Koningsplein en de Schouwburgpromenade. Hierdoor is het percentage detailhandel buiten de winkelstructuur niet afgenomen, maar in absolute getallen is er wel sprake van een afname. Wij zetten wel in om de detailhandel buiten de structuur niet toe te laten nemen, bijvoorbeeld door bestemmingswijzigingen voor detailhandel buiten de structuur af te wijzen en situationeel weg te bestemmen zoals in geval van nieuwe woningbouwprojecten. Ten slotte leggen wij dit kalenderjaar een concreet voorstel voor om de planologische mogelijkheden voor bestaande detailhandelfuncties buiten de winkelstructuur terug te dringen. Hiervoor zijn onder de omgevingswet betere mogelijkheden dan onder de Wro. Vanzelfsprekend kunnen en zullen wij bestaande winkels buiten de winkelstructuur niet dwingen om te verhuizen of te stoppen.

15

NR. VRAAG

PAG.

PP

VRAAG

ANTWOORD:

41

97

50 Plus

Bezoekduur binnenstad neemt af van 63 naar 56 minuten hoe komt dat?

Punt 17 raadsvoorstel

CDA

Raadsbrief

FvD

We besluiten de voorwaarde voor toevoegen aan de reserves te wijzigen. Hierbij een tweetal vragen. 1. De wijzigingen van de voorwaarden voor toevoegingen aan de reserves vloeit voort uit de perspectiefnota. Op 21 november heeft de raad nieuwe voorwaarden voor toevoegen en onttrekken aan reserves. Waarom is deze wijziging niet meegenomen in dit voorstel? Welke noodzaak is er om deze wijziging alsnog door te voeren? Het college stelt in haar brief aan de raad: “Deze laten zien dat de gemeente Tilburg een gezond en solide financieel beleid voert.” In de Programmabegroting 2026 op blz 278 is echter het volgende te lezen: “Dat betekent dat we als gemeente meer geld uitgeven dan dat er binnenkomt”. Op blz 11 van de jaarstukken 2025: “De afname van vermogen en afname van de solvabiliteit is in lijn met het beeld wat we zien in de meerjarenbegroting”. Hoe verhoudt zich dat tot elkaar? Zie ook vraag 3. Het niveau van de vaste schulden is weliswaar minder gestegen dan begroot maar het betreft nog steeds een stijging. Zie blz 198 van de jaarstukken.

De bezoekersduur ligt iets lager dan in de twee voorafgaande jaren, maar is volgens het onderzoeksbureau in lijn met de langere cyclus, waarbij de bezoekduur soms wat stijgt en soms wat afneemt. Hoewel we het graag anders zien, is het geen zorgwekkende ontwikkeling. Bij de behandeling van de Programmabegroting 2025 is motie 24-137 ‘Criteria onttrekkingen reserves concretiseren’ aangenomen. Het raadsvoorstel voor de uitwerking van deze motie is op 18 november door het college vastgesteld. In de Perspectiefnota 2026 is de financiële strategie voor de langjarige voeding van de reserve Fonds Stedelijke Ontwikkeling vastgesteld en verwerkt in de Programmabegroting 2026. Deze twee processen zijn niet samengebracht, waardoor de effecten van de financiële strategie op de criteria voor reserves niet zijn meegenomen in de uitwerking van de motie. De effecten op de criteria voor de reserve Incidentele Opgaven en de reserve Fonds Stedelijke Ontwikkeling zijn daarom betrokken bij de besluitvorming over de Jaarstukken 2025.

117

1

11

16

De meeste doelen, ambities en activiteiten voor 2025 zijn behaald binnen de daarvoor beschikbaar gestelde middelen. Er is een positief rekeningresultaat gerealiseerd en we hebben de algemene reserve, de reserves Incidentele Opgaven en Fonds Stedelijke Ontwikkeling kunnen aanvullen. De opmerking in de raadsbrief over het voeren van een financieel gezond beleid ziet hierop. Daarnaast constateren we dat het ambitieniveau om te investeren in de stad een beroep doet op onze reserves en dat we meer middelen inzetten dan er structureel binnenkomen. Dit leidt tot een afname van de solvabiliteit. In het meerjarenbeeld zet deze ontwikkeling zich verder door en zal hierop worden gecorrigeerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17001354/1