Vragen en Antwoorden definitief PPN 2026
Tekst van het document
20
nr. vraag 16
17
79
Pag. 6
6
6
PP GL
GL
LT
Vraag In welke sectoren speelt groot arbeidstekort zich nog meer af, buiten zorg om? Hoe hoog is de bijdrage van arbeidsmigranten daarin in Tilburg?
Eenzaamheid- kan er inzichtelijk worden gemaakt om welke doelgroepen het gaat? (leeftijd, herkomst, gender) en wat de stand van zaken is rondom eenzaamheid in TIlburg, in cijfers?
Blz. 6 eerste regel “Planjarenbenadering en risicoreservering; Door een deel van de opgave via kapitaallasten in de exploitatie op te nemen neemt de druk op het FSO af.”: is dat te begrijpen als “We krijgen meer schulden en navenant minder onttrekkingen aan ons vermogen.”?
Antwoord: Op basis van cijfers CBS 1e kwartaal 2025 (ook vergeleken met de trend in 2024) zijn er de meeste vacatures/spanning waarneembaar in de sectoren: Zorg, Detailhandel, Specialistische zakelijke dienstverlening, Groothandel, Onderwijs, Verhuur en overige zakelijke dienstverlening, Financiële dienstverlening en onroerend goed, Vervoer en opslag, Horeca, Bouwnijverheid en Welzijn. Arbeidsmigranten zijn veelal geregistreerd onder de noemer ‘uitzendbureau’ dus iets van zakelijke dienstverlening, wat dus een vertekend beeld geeft in de sector cijfers want ze werken elders dan de sector waar ze op geregistreerd staan. Ook gebruikt het CBS een andere aanduiding in de registratie dan terug te vinden is in veel arbeidsmarktcijfers (SBI-codes) Op basis van eerdere onderzoeken van de provincie en cijfers ABU/CBSmeta data kan er met zekerheid worden gesteld dat in Tilburg/MiddenBrabant arbeidsmigranten vooral werkzaam zijn in de logistiek, opslag, groothandel, voedingsindustrie, agrarische sector, bouw, techniek (industrie) en toeleverende bedrijven. Vanaf de start van de Coalitie tegen Eenzaamheid Tilburg is specifiek ingezet op de doelgroep ouderen en jongeren. Het landelijke programma richtte zich in de vorige kabinetsperiode op eenzaamheid onder ouderen, maar pakt in de vervolgaanpak 2022 - 2025 eenzaamheid in het algemeen op.
Als gemeente Tilburg volgen we die lijn en blijven we die lijn na 2025 volgen. De netwerkcoördinator van de Coalitie tegen Eenzaamheid Tilburg zorgt voor de verbinding tussen de coalitiepartners. Door de verbinding van de partners worden bewoners bereikt en wordt meer impact in de stad gemaakt. Uit de Corona Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2022 blijkt dat in de gemeente Tilburg 49,4% van de volwassenen zich eenzaam voelt (landelijk 49%). Uit de Gezondheidsmonitor Jongvolwassenen 2024 blijkt dat in de gemeente Tilburg 62,4% van de jongvolwassenen tussen 16 en 25 jaar zich eenzaam voelt (landelijk 56,7%). Volgens de Gezondheidsmonitor Jeugd 2023 voelt 28,9% van de jongeren uit klas 2 en klas 4 van de middelbare school zich eenzaam (landelijk 29,4%). Het is niet vanzelfsprekend dat minder onttrekkingen aan het vermogen (reserves) automatisch leiden tot meer schulden. In de praktijk geldt dat ook bij inzet van vermogen – bijvoorbeeld via het FSO – vaak alsnog geld moet worden geleend. Dat komt doordat dit vermogen al vastligt aan de activazijde van de balans, voornamelijk in materiële vaste activa, en dus niet direct beschikbaar is als liquiditeit. De onttrekking uit de reserve dekt dan weliswaar het boekhoudkundig resultaat, maar verbetert de kaspositie niet.
Bij dekking via kapitaallasten blijft het vermogen in stand, en worden de lasten van de investering (rente en afschrijving) structureel in de begroting opgenomen. Dit legt weliswaar druk op de begrotingsruimte, maar zorgt voor een stabielere financiële strategie: investeringen worden over hun levensduur bekostigd en de vrijvallende kapitaallasten aan het einde van de afschrijvingstermijn creëren opnieuw ruimte voor vervangingsinvesteringen
21
nr. vraag 80
Pag. 6
PP LT
Vraag Blz. 6 bij “a. Welke kosten van de gebiedsontwikkeling we opnemen in een grondexploitatie en welke in beginsel (nog) niet (optimaliseren grondexploitaties)”: Is dat te verduidelijken, misschien met een enkele voorbeeld?
Antwoord: In een grondexploitatie staan kostenposten als: verwerving van bestaande bebouwing, sloop, sanering, bodemonderzoek, bouwrijp maken, inrichting van openbaar gebied, het verleggen van kabels en leidingen, riolering, gemeentelijke apparaatskosten, bijdragen voor bovenwijkse voorzieningen, inschatting van planschade en tijdelijk beheer. Als inkomsten staan er, bij een gemeentelijke grondexploitatie, de opbrengsten van grondverkopen en eventuele subsidies. Er zitten niet in: kosten en opbrengsten van het vastgoed, bijvoorbeeld woningbouw, parkeergarages. Dat wordt door marktpartijen gerealiseerd of als onderdeel van een private vastgoedexploitatie. We onderzoeken of bijvoorbeeld kosten van de aanleg van nieuwe riolering in gebiedsontwikkelingen uit de grondexploitatiekosten gehaald kunnen worden en via kapitaallasten (rioolheffing) gedekt kunnen worden.
81
6
LT
Blz. 6 midden bij “….dat we vanuit een realistisch uitvoeringsprogramma in ons MeerJaren Programma openbare ruime (MJP) voor het jaar 2025 en 2026 een aftopping van onze kredieten hebben doorgevoerd.”: voor en tot welk bedrag?
Het budget MJP 2025 was € 98 miljoen en is verlaagd naar € 70 miljoen, het budget 2026 was € 93 miljoen en is verlaagd naar € 85 miljoen.
90
6-8 en 9
FvD
WMO Pagina 6-8: Overgang naar wijkzorgteams als nieuwe structuur voor laagdrempelige ondersteuning Pagina 9: Geen specifieke cijfers over afgewezen aanvragen of niet-digitale toegang 1. Wat gebeurt er met inwoners die via het wijkzorgteam geen passende ondersteuning ontvangen – blijft maatwerk dan gegarandeerd? 2. Welke indicatoren hanteert de gemeente voor “laagdrempelige en nabije ondersteuning”? 3. Wordt de keuzevrijheid van ouderen wettelijk geborgd bij de overgang naar wijkzorgteams? 4. Hoeveel ouderen hebben de afgelopen 12 maanden een aanvraag voor huishoudelijke hulp gedaan die (gedeeltelijk) is afgewezen? 5. Wordt er een alternatief beschikbaar gesteld voor ouderen die geen gebruik kunnen maken van digitale kanalen?
1. Het blijft mogelijk om maatwerk in te zetten. Er wordt altijd gezocht naar een passende en toereikende oplossing voor de inwoner. Er blijft dus ook sprake van passende ondersteuning. (zie ook het antwoord bij vraag 60) 2. Laagdrempelig en nabij betekent zonder complexe indicatiestelling en wachtlijsten. 3. Uw vraag is niet duidelijk. De wijkzorgteams zullen bestaan uit professionals van meerdere organisaties zodat er een passende match mogelijk is. De keuzevrijheid voor cliënten is wettelijk al binnen de Wmo geregeld maar gaat over de leveringsvorm en niet over het pallet aan (voorliggende) voorzieningen. 4. Dit kunnen wij op korte termijn niet aanleveren. We onderzoeken momenteel – naar aanleiding van uw vraag – of Toegang Tilburg deze informatie vanuit haar systemen op kan leveren. Zodra we hier mee informatie over hebben komen er we bij u op terug. 5. We zetten zowel in op het vergroten van digitale als fysieke toegankelijkheid voor alle inwoners. Latere toevoeging antwoord bij punt 4. Hierboven: In de afgelopen 12 maanden zijn 76 aanvragen voor huishoudelijke hulp afgewezen. Dit zijn niet alleen aanvragen van ouderen.
18
7
GL
In het ouderenbeleid wordt ingezet op bewustwording van een tekort aan zorg en het afhankelijk worden van het eigen netwerk. In de PPN staat dat deze krapte ook voor andere doelgroepen speelt. Welke stappen zet de gemeente om hier bewustwording voor te creëren?
Momenteel zijn hier geen stappen in gezet. In het kader van de beweging van normaliseren en de vorming van de Stevige Lokale Teams zal de bewustwording breed ten aanzien van óók de krapte in zorgaanbod en ondersteuning ook een uit te werken onderwerp zijn.
22
nr. vraag 19
Pag. 7
PP GL
Vraag Wordt de maatschappelijke waarde van sport en cultuur ook omgezet in het verruimen van middelen voor inwoners om hieraan deel te nemen ten behoeve van de sociale basis?
Antwoord: Er zijn op dit moment al veel mogelijkheden voor inwoners om deel te nemen aan sport en cultuur ten behoeve van het versterken van de persoonlijke sociale basis. Op het gebied van sport en cultuur hebben we mogelijkheden voor inwoners om hun talenten te ontdekken en te ontwikkelen. Daarnaast bieden onze cultuurinstellingen een rijk aanbod aan voorstellingen en activiteiten, en biedt de meedoenregeling op het gebied van sport en cultuur vele mogelijkheden voor zowel actieve als passieve participatie.
20
7
GL
Voor het investeren in de pedagogische basis wordt er om cofinanciering gevraagd, bij welke partners?
21
7
GL
beweging van individuele gespecialiseerde zorg naar laagdrempelige en collectieve zorg en ondersteuning: Het ondersteuningsaanbod moet juridisch rechtmatig gemaakt worden en een duidelijk ondersteuningsaanbod komen. Wordt er in deze gevallen niet ingezet op maatwerk?
Het gaat om de partners die onderdeel zijn van de pedagogische basis. In eerste instantie denken we hierbij aan onze kinderopvang en onderwijspartners. Voor het project op het voortgezet onderwijs van “Jong en Weerbaar” zijn we al in een verder gevorderd stadium met afspraken en werken we de details van de cofinanciering uit met de onderwijsbestuurders (OMO, Yonder, SOVOT en RooiPannen, OCLeijpark en Biezonderwijs) Het inzetten op juridisch rechtmatige sturing heeft te maken het met borgen van rechtsbescherming voor onze inwoners en duidelijkheid van waar men af en aan is. In de verordeningen jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning in onze gemeente wordt uiteengezet op welke manier inwoners hun hulpvraag kenbaar kunnen maken, hoe het vervolgproces loopt en wat hun rechten daarin zijn. Binnen deze context is er voldoende ruimte voor maatwerk: de wetten in het sociaal domein vragen ook van het college dat zij passend en toereikend aanbod realiseren voor onze inwoners. Dit blijft onverminderd het uitgangspunt, ook in 2026 en daarna.
27
7
GL
Wat wordt bedoeld met het inzetten op het betrouwbaarder zijn als gemeente en op welke wijze wordt hierop ingezet?
38
7
VVD
Wat zijn de financiële consequenties als de cofinanciering van het Rijk voor gebiedsontwikkelingen achterblijft?
Op 1 februari is het interne programma ‘betrouwbare overheid’ gestart. Het programma biedt een overkoepelende structuur voor de interne aspecten van de belangrijke pijlers voor een duurzame en betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners: 1. Wet Open Overheid 2. Informatie & Privacy 3. Integriteit 4. Veilige publieke taak 5. Dienstverlening Onderliggende doelstellingen zijn: betrouwbare processen en ketens, zorgvuldige en rechtmatige behandeling van gegevens, professioneler ambtelijk vakmanschap, versterking van integriteit onder medewerkers en een versterkte veilige publieke taak. Wanneer de cofinanciering van het Rijk achterblijft, komen investeringen volledig voor rekening van de gemeente. De betaalbaarheid en het tempo van de stedelijke ontwikkeling zijn dan niet meer houdbaar. Pogingen om dit binnen de gemeentelijke middelen op te vangen, zullen leiden tot forse druk op de financiële ruimte en onvermijdelijk tot vertraging in de uitvoering en mogelijke afschaling van de ambities.
23
nr. vraag 39
Pag. 7
PP VVD
Vraag Er is onzekerheid over de juridische haalbaarheid om in de jeugdzorg de gewenste beweging van individueel naar collectief te maken. Graag meer toelichting over de (juridische) beperkingen en mogelijke oplossingen vanuit landelijke wetgeving en de stand van zaken rondom deze wetgeving.
Antwoord: De gemeente heeft op grond van de Jeugdwet een jeugdhulpplicht. Dit houdt in de gemeente verplicht is om jeugdhulp te bieden in situaties waar kinderen, jongeren en ouders dit nodig hebben. In de jeugdwet is niet duidelijk welke ondersteuning wel of niet onder de jeugdhulpplicht valt. In de Hervormingsagenda Jeugd is opgenomen dat het Rijk zou komen met een afbakening van de reikwijdte van de Jeugdwet. Tot op heden blijft een afbakening vanuit het Rijk uit. Met de regionale lobby, maar door de VNG wordt erop ingezet dat het Rijk hier haar verantwoordelijkheid pakt.
52
7
D66
Er wordt gesproken over wijkzorgteams, de toegang, nabijteams, gebiedsteams en er wordt een nieuw jargon geïntroduceerd met stevige lokale teams. Wat is het verschil, waar zit de overlap? Gaan we ook iets niet meer doen?
We hebben het over dezelfde teams, als gesproken wordt van wijkzorgteams in de Tilburgse Perspectiefnota en van stevige lokale teams in de landelijke Hervormingsagenda jeugd. Dat zijn in Tilburg de huidige wijkteams van Toegang Tilburg die ontwikkelen naar wijkteams waarin veel meer dan nu de focus ligt op directe nabije hulp, informele steun en het versterken van het netwerk. Zo nodig wordt verwezen naar aanvullende (specialistische) ondersteuning. Hierin worden ook (regionale) keuzes gemaakt wat we niet meer doen en niet meer inkopen aan zorg en ondersteuning. De strategische gebiedsteams zijn teams onder regie van de gemeentelijk gebiedsmanager en bestaande uit partners uit dat gebied in de breedte van sociaal en ruimtelijk domein. Toegang Tilburg neemt daar ook aan deel. Zo maken zij ook deel uit van de Dichtbijteams, met onder andere de woningbouwcorporaties. Dergelijke samenwerkingen met partners blijft van belang in de ontwikkeling naar stevige lokale teams.
53
7
D66
Kunnen we inzicht krijgen in welke ontmoetingsplekken er zijn en welke erbij gaan komen, is daar een overzicht van?
54
7
D66
Wijkzorgteams, wat wordt de taak van welke partner binnen deze teams? Onderwijs, gemeente en zorg?
55
7
D66
Waarom noemen we het wijkzorgteams? Zijn ze niet voor preventie?
In de raadsbrief Huiskamers - ontmoetingsplekken' d.d. 20 mei 2025 is ingegaan op deze vraag en aangegeven dat er veel beweging is bij de categorie informele ontmoetingsinitiatieven. Hierbij werd verwezen naar de raadsbrief van december 2023 hierover en hebben we ook de hierbij opgestelde inventarisatie op kaart meegestuurd. De meest recente inventarisatie van buurtontmoetingsplekken en een beeld van toekomstige behoefte is opgenomen in de Bouwsteen Ruimte voor maatschappelijke voorzieningen, waarover u eind deze maand wordt geïnformeerd. We ontwikkelen vanuit de huidige wijkteams van Toegang Tilburg door naar wijkteams die meer zelf direct praktische hulp bieden, informele steun en netwerk versterken en minder doorverwijzen. De werktitel is stevige lokale teams vanuit de hervormingsagenda jeugd en in de Perspectiefnota wordt daarbij gesproken van wijkzorgteams. De uiteindelijke naam bepalen we naar aanleiding van het ontwerp dat eind dit jaar / begin volgend jaar gereed is. Wie welke taak heeft in deze teams volgt uit dit ontwerp. De werktitel is stevige lokale teams vanuit de Hervormingsagenda jeugd. In de Perspectiefnota wordt daarbij gesproken van wijkzorgteams. De uiteindelijke naam bepalen we naar aanleiding van het ontwerp van deze teams dat eind dit jaar / begin volgend jaar gereed is.
Waar inderdaad de focus ligt op preventie, direct aansluiten met praktische hulp, het versterken van het eigen netwerk en steun van elkaar, in de wijk.
24
nr. vraag 56
Pag. 7
PP D66
Vraag Wat wordt verstaan onder de pedagogische basis binnen het onderwijs? En wat is de taak van de gemeente hierin? Zijn de schoolbesturen hierbij betrokken en aangehaakt?
57
7
D66
58
7
D66
59
7
D66
Korten op de LEA: ten koste van wat gaat dit? En hoe kijken de schoolbesturen hiernaar? De kop van de tabel op blz.7 geeft 2025, 2026, 2027 en 2028 aan. Klopt dat? Waarop is gebaseerd dat het ombuigen van de zorgvraag Jeugd en WMO in 4 jaar tijd van 0 naar minstens 12,5 miljoen gaat zijn?
Antwoord: Onder de pedagogische basis verstaan we alles wat bijdraagt aan het opgroeien, het opvoeden en de ontwikkeling van jeugdigen. De kinderopvang en het onderwijs zijn de plek waar jeugdigen komen en daarom een belangrijke plek in de sociaal pedagogische basis. Voor jeugdigen is het randvoorwaardelijk om een ondersteunende omgeving te hebben (de pedagogische basis), om te kunnen ontwikkelen. De gemeente heeft een belangrijke preventieve taak om te voorkomen dat jeugdigen uitvallen of (veel) individuele zorg nodig hebben. In het bestuurlijk overleg Lokaal Educatie Agenda met de schoolbesturen en de kinderopvang is eind 2024 afgesproken dat de prioriteit in de resterende looptijd naar het cluster Welzijn gaat, waar de sociaal pedagogische basis onderdeel van is. Er is geen sprake van korten op de LEA. Het gaat om ander prioriteren. Deze prioritering is afgesproken in het bestuurlijk LEA overleg eind 2024. Nee, dit klopt niet. Hier had 2026 t/m 2029 moeten staan. De ombuiging van de zorgvraag binnen de Jeugdhulp is onderdeel van de hervormingsagenda. Daarin staat opgenomen dat jeugdigen en hun ouders voor jeugdhulp laagdrempelig en dicht bij huis terecht moeten kunnen. We willen dit onder meer bereiken door in te zetten op stevige lokale teams met voldoende kennis en expertise en verbinding met specialistische hulp.
Teams die met ouders en jeugdigen kijken naar wat echt nodig is. Die niet alleen toegang verlenen, maar zelf lichte hulp verstrekken, gericht op het versterken van het gewone leven en de veerkracht van gezinnen en jongeren. De tabel in de Perspectiefnota visualiseert de transformatiebeweging waarbij de bedragen indicatief, richtinggevend en in bandbreedtes zijn. Vanuit de hervormingsagenda hebben we bij de Perspectiefnota bij de jeugdhulp (segment 3 en 4) gerekend met een ombuigingsfactor van 40%. Dit als uitkomst van een professioneel oordeel van zorgaanbieders, Toegang en partners vanuit de sociale basis. Bij Wmo zijn we uitgegaan van een lager percentage (op termijn 7,5%) omdat met de nieuwe inkoop (2023) al forse stappen gezet zijn in de transformatie. In uitwerking naar de begroting (2026) gaan we steeds per begroting(jaar) de transformatiebeweging specificeren en verwerken in de begroting aan de hand van concrete inzichten en aannames.
25
nr. vraag 82
Pag. 7
PP LT
Vraag Blz. 7 bij de “Financiële strategie transformatie sociaal domein”: de tekst gaat uit van een “majeure beweging die richting de begroting nader uitgewerkt wordt”. Moet het bijbehorende staatje zo begrepen worden dat uit de investeringsreserve circa 13 miljoen euro wordt voorgefinancierd en dat gerekend wordt op middelen vanuit met name het Rijk om die reserve weer aan te vullen?
Antwoord:
De financiële strategie binnen het sociaal domein bestaat uit het structureel terugbrengen van het gebruik van individuele specialistische zorg, door deze zorg op te vangen binnen onder andere de sociale basis. De inzet binnen de sociale basis kan op die manier op langere termijn structureel bekostigd worden met het geld dat niet meer uitgegeven wordt aan individueel specialistische zorg. Om de sociale basis hiervoor voldoende te versterken, is een voorinvestering nodig. Hierop hebben we de afgelopen jaren overigens al ingezet. Deze inzet en de nog benodigde voorinvestering is en wordt incidenteel gefinancierd middels de investeringsreserve sociaal domein.
De tabel in de Perspectiefnota visualiseert de transformatiebeweging waarbij de bedragen indicatief, richtinggevend en in bandbreedtes zijn. In uitwerking naar de begroting (2026) gaan we steeds per begroting(jaar) de transformatiebeweging specificeren en verwerken in de begroting aan de hand van concrete inzichten en aannames.
Op basis van de bedragen in de tabel wordt in een bandbreedte en over een tijdsperiode van 4 jaar een beroep gedaan op de investeringsreserve (11,5 - 15,5). Indien Rijk gemeenten (incidenteel) gaat compenseren voor de tekorten jeugdzorg over de jaren 2023 en 2024 worden deze middelen gestort in de investeringsreserve om de voorfinanciering van de transformatie te bekostigen. 83
7
LT
Idem: en hoe is naar verwachting grosso modo die uitwerking richting de begroting?
De tabel in de Perspectiefnota visualiseert de transformatiebeweging waarbij de bedragen indicatief, richtinggevend en in bandbreedtes zijn. In uitwerking naar de begroting (2026) gaan we steeds per begroting(jaar) de transformatiebeweging specificeren en verwerken in de begroting aan de hand van concrete inzichten en aannames.
84
7
LT
Blz. 7 bij “Voorwaarde om de beweging van individuele gespecialiseerde zorg naar laagdrempelige en collectieve zorg en ondersteuning te kunnen maken, is dat we ook juridisch rechtmatig op deze beweging kunnen sturen. Bijvoorbeeld door in de verordening op te nemen welke route je per ondersteuningsaanbod gelopen moet hebben voordat een inwoner voor een ‘doorverwijzing’ naar individuele gespecialiseerde zorg in aanmerking komt.”: in hoeverre is al getoetst of je met een lokale verordening landelijke regelgeving over doorverwijzingen kunt wijzigen?
Het is niet mogelijk om landelijke wetgeving te wijzigen met met een verordening. Wel kan, als er ruimte is binnen de wetgeving, richting worden gegeven met een verordening én nadere regels. Zie ook vraag 39.
26
nr. vraag 22
23
Pag. 8
8
PP GL
GL
Vraag Hebben we als gemeente voldoende arbeidskracht (kunnen we die aantrekken) om in alle wijken van de wijkteams volwaardige wijkzorgteams te maken? En trekken we hiervoor medewerkers aan die we eerst bij de partners hadden?
Hoofdlijn 5: is Wendbare Economie, naast de bestaande sectoren, denken we dan ook aan nieuwe sectoren en kunnen sectoren ook afvallen ?
Antwoord: Het is nog niet volledig uitgekristalliseerd welke hulp er precies naar de toekomstige wijkteams komt; daar zit immers een afhankelijkheid van de regionale samenwerking. Ergens in 2025 wordt duidelijk welke hulp regionaal wordt ingekocht en welke hulp lokaal georganiseerd moet worden. Wat wel duidelijk is, is dat er meer hulp door gemeenten zelf geboden c.q. georganiseerd zal gaan moeten worden. Pas daarna kan uw vraag beantwoord worden of er voldoende arbeidskracht is om de teams te vullen en waar deze medewerkers vandaan komen. Zodra we hier lokaal mee aan de slag kunnen, is dit een belangrijk punt van aandacht. Economische ontwikkeling is een dynamisch proces waarin sectoren
groeien en krimpen. We zetten ons beleid in om een diversiteit aan economische activiteiten te borgen die de dynamiek, de weerbaarheid en de wendbaarheid van de economie vergroten. We koesteren daarbij de diversiteit en vitaliteit van ons mkb bedrijfsleven. We willen selectief zijn in welke ondernemers we ondersteunen en ruimte geven in het geval van nieuwe ontwikkellocaties. We houden de deur gesloten voor zuivere (‘stand alone’) distributiecentra en meer in het algemeen voor bedrijven met alleen laagbetaalde banen en nul-uren contracten. In de Economische strategie Tilburg 2050 (in wording) geven wij hier verder invulling aan. Wij streven ernaar dit beleidsdocument direct na de zomer aan de gemeenteraad ter besluitvorming aan te bieden.
27
24
8
GL
Kan er specifiek gemaakt worden op welke vormen van preventie we gaan inzetten om thuiszitters/VSV/jeugdhulp te voorkomen?
We zetten op verschillende manieren preventie in, dat begint al vanaf -9 maanden, en brengen preventie specifiek naar de voorkant: gericht op het voorkomen, vroegtijdig signaleren én het tegengaan van escalatie. Vanuit kinderopvang en het onderwijs investeren we als gemeente Tilburg gericht in het versterken van de sociaalpedagogische basis. De inzet en de vorm van preventie sluiten we aan bij de behoefte en ontwikkeling van de jeugdige en de ouders. Om schooluitval te voorkomen investeren we op een doorlopende leerlijn om weerbaarheid en veerkracht te versterken, maar zetten we ook expertise in op scholen om eerder te signaleren en te ondersteunen. De inzet van basispreventieteams op primair onderwijs en het project Jong en Weerbaar is hier een voorbeeld van. Mocht er toch sprake zijn van schooluitval, dan hebben we de expertise van de tussenvoorziening Track 013, gericht op de terugkeer van jongeren in het regulier onderwijs. Deze expertise en inzichten worden ook gebruikt binnen het regulier onderwijs om uitval aan de voorkant te voorkomen. De aanpak Voortijdig schoolverlaters (VSV; jongvolwassenen van 18-23 jaar zonder schoolinschrijving en zonder startkwalificatie) vraagt om maatwerk. Dat wordt geboden door doorstroomcoaches. Die begeleiden de jongvolwassenen naar een (nieuwe) school, werk, dagbesteding of zorg.
Ze werken samen met de klantregisseurs van Werk & Inkomen, schuldhulpverlening en het jongerenwerk van Mainframe, Tavenu en RNewt. Tijdens het traject worden beroepskeuze-, capaciteiten- en/of interessetests gemaakt. Ook kan een jongvolwassene uit de regio Midden-Brabant deelnemen aan een groepstraining, zoals Boost013 of Boost Impact. Deelname is voor jongvolwassenen tot 27 jaar gratis. Voor oud voortijdig schoolverlaters (oud vsv) zetten we een outreachende aanpak in. Een oud voortijdig schoolverlater is een (jong)volwassene van 18 tot 23 jaar, die vóór 1 oktober van het lopende schooljaar is uitgevallen, geen startkwalificatie heeft en geen schoolinschrijving heeft. Vaak zijn dit jongeren die zich niet hebben ingeschreven voor een vervolgopleiding, maar zijn gaan werken. Waar veel regio’s in Nederland deze groep enkel monitoren, is in de regio Midden-Brabant de keuze gemaakt om op deze groep juist een outreachende aanpak in te zetten. Doorstroomcoaches houden contact met de oud vsv’ers, leggen huisbezoeken af en doen een passend begeleidingsaanbod. Tot de leeftijd van 23 jaar worden voortijdig schoolverlaters (vsv en oud vsv) jaarlijks gemonitord.
Zolang een (jong)volwassene geen opleiding volgt of startkwalificatie heeft behaald, wordt deze persoon elk jaar opnieuw benaderd door team Doorstroompunt voor begeleiding richting onderwijs, werk, dagbesteding of zorg/hulpverlening. Een (jong)volwassene die nu geen begeleiding wil, kan daar een jaar later heel anders over denken. Veel oud vsv’ers stromen uit richting werk. Er is genoeg vraag op de arbeidsmarkt en jongeren vinden gemakkelijk werk. De doorstroomcoaches proberen jongeren te stimuleren om een BBLopleiding te starten in combinatie met werk, zodat zij toch een
28
nr. vraag
Pag.
PP
Vraag
Antwoord: startkwalificatie halen en een stevigere positie krijgen op de arbeidsmarkt. De overstap van het praktijkonderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs, vmbo (basisberoepsgerichte leerweg) en de entreeopleiding naar een mbo-opleiding of de arbeidsmarkt, is voor een (jong)volwassene niet altijd makkelijk. Het onderwijs, de arbeidsmarkt, de gemeente en de hulpverlening werken samen om deze ‘jongeren in een kwetsbare positie’ (JIKP) te begeleiden. De betrokken partijen hebben de jongeren in beeld en maken duidelijke afspraken om ervoor te zorgen dat de overstap naar vervolgonderwijs, arbeidsmarkt, inkomensondersteuning en/of zorg soepel verloopt. Een aantal doorstroomcoaches richt zich specifiek op de begeleiding van deze doelgroep. Voor meer informatie zie de website van Leerplicht Doorstroompunt Midden Brabant: https://www.leerplichtdoorstroompuntmiddenbrabant.nl/
47
8
D66
Ik lees: “Wij zien op dit moment geen mogelijkheid om volledige -in de kern structurele kosten (!)- nu ook structureel te dekken.” Vraag: Waarom is die mogelijkheid er op dit moment niet? Wordt die mogelijkheid richting de toekomst wel gezien? Over welke structurele kosten hebben we het hier? Wat is de omvang? (Hoofdlijn 1 - Verstevigen van de sociale basis)
De financiële strategie binnen het sociaal domein bestaat uit het structureel terugbrengen van het gebruik van individuele specialistische zorg, door deze zorg op te vangen binnen onder andere de sociale basis. De inzet binnen de sociale basis kan op die manier op langere termijn structureel bekostigd worden met het geld dat niet meer uitgegeven wordt aan individueel specialistische zorg. Om de sociale basis hiervoor voldoende te versterken, is een voorinvestering nodig. Hierop hebben we de afgelopen jaren overigens al ingezet. Deze inzet en de nog benodigde voorinvestering is en wordt incidenteel gefinancierd middels de investeringsreserve sociaal domein. De mogelijkheid om de kosten structureel te dekken wordt dus zeker gezien en is zelfs belangrijk punt van de financiële strategie. Het is dus zeker de bedoeling informele ontmoetingsplekken structureel te blijven ondersteunen omdat we de waarde inzien. Het is ook een bewegend veld waar initiatieven op komen en soms weer gaan.
61
8
D66
Wat wordt verstaan onder de cofinanciering vanuit het onderwijs?
85
8
LT
Blz. 8 bij nr. 3 : “Verstevigen pedagogische basis en ondersteuningsstructuur onderwijs” staat over het voorkomen van schooluitval en de noodzaak tot jeugdhulp: “We doen dit gebiedsgericht en op zo’n manier dat het aansluit bij de ontwikkeling van de jeugdigen en de ouders.” Wat en hoe?
Zowel het onderwijs als de kinderopvang is onderdeel van de pedagogische basis en daarmee hebben we een gezamenlijk opgave en dragen we dus ook gezamenlijk de verantwoordelijkheid voor het financieren hiervan. Dit kan dus zowel in uren als in middelen. We willen overal een sterke(re) pedagogische basis maar de invulling hiervan kan verschillen per wijk en zelfs per school. Daarom is er altijd sprake van maatwerk. Daarnaast weten we dat de behoefte van ondersteuning en inzet niet voor elke leeftijdsgroep en type kind/leerling/ouder hetzelfde is en daarom sluiten we aan op de ontwikkeling en behoefte van jeugdigen en hun ouders.
29
nr. vraag 86
Pag. 8
PP LT
Vraag Blz. 8 bij 4, laatste regel “Voor de versteviging van de pedagogische basis in het onderwijs werken we samen met het onderwijs waarbij we uitgaan van cofinanciering voor de inzet.”: aan welke bedragen, van wie en aan welke verhouding in die cofinanciering wordt gedacht?
Antwoord: Het gaat om de partners die onderdeel zijn van de pedagogische basis. In eerste instantie denken we hierbij aan onze kinderopvang en onderwijspartners. De cofinanciering kan zowel in uren als in middelen. De bedragen en de verhouding hangt af van de interventie en bepalen we samen met onze partners. Voor het project jong en weerbaar zijn we de cofinanciering met de VO schoolbesturen op dit moment al aan het uitwerken.
25
9
GL
Fixi meldingen: hoe lang duurt het gemiddeld voordat een melding wordt opgepakt en afgesloten?
Een melding wordt binnen 1 werkdag doorgezet naar de verantwoordelijke afdeling. De gemiddelde doorlooptijd van een melding in 2024 was 5,32 dagen. Zie voor meer informatie bijlage II van de jaarstukken 2024, onderdeel Centraal Meldpunt (pagina 217).
26
9
GL
Wanneer wordt gesproken over toegankelijkheid voor alle inwoners, betreft het dan ook een fysiek inlooppunt in de wijken?
Ja, dit betreft ook een fysiek inlooppunt in de wijken. In de wijken hebben wij de volgende fysieke “inlooppunten”: De decentrale stadswinkels, wijkcentra, MFA’s, bibliotheken, etc. Er wordt in algemene zin bij al onze openbaar toegankelijke gebouwen gekeken naar de fysieke toegankelijkheid. Er zijn verder geen plannen voor meer/ andere fysieke inlooppunten. Een aantal voorbeelden: “In Tilburg vinden we het belangrijk dat iedereen mee kan doen. Toch blijkt dat niet iedereen de juiste informatie of hulp weet te vinden. Daarom is er Aat: een laagdrempelig en vertrouwd aanspreekpunt, gewoon bij u in de buurt. Of u al langer in de gemeente Tilburg woont of pas net: wij zorgen dat u weer vooruit kunt.” Voor meer informatie zie: Antwoord en Advies Tilburg - Gemeente Tilburg. Voor hulp bij vragen over de digitale overheid zit er in elke bibliotheekvestiging in Tilburg een Informatiepunt Digitale Overheid. Voor meer informatie zie: Tilburgse bibliotheken helpen bij vragen over het digitaal regelen van overheidszaken • Tilburgers.nl • Onderwijs Voor hulp bij de administratie biedt ContourdeTwern thuisadministratie aan. Thuisadministratie is gratis voor alle bewoners van de gemeente Tilburg. Vrijwilligers bieden ondersteuning aan huis en bij spreekuren op diverse wijkcentra. Thuisadministratie Tilburg | Hulp bij problemen met je administratie.
48
9
D66
Ik lees: “We doen dat door ruimte te maken voor experimenten in werkplaatsen.” Vraag: Wat wordt hiermee bedoeld/ wat staat hier?
In het gebiedsgericht werken lopen we in de praktijk tegen zowel inhoudelijke vraagstukken als systeemvragen aan. De aanleiding voor een werkplaats kan een opgave zijn in een gebied waarbij we constateren dat de huidige manier van werken ineffectief is. De werkplaats is een experimentele manier om aan de slag te gaan met deze vraagstukken mét steun vanuit de organisaties om zaken anders op te pakken. In een werkplaats werken we samen om een experiment te ontwikkelen, implementeren, uit te proberen en effecten te monitoren.
30
nr. vraag 62
Pag. 9
PP D66
62
9
D66
87
9
LT
88
9
LT
Vraag Waarom staat alliantie 013 bij wijkgericht werken en niet bij de brede welvaart? Of is dit niet hetzelfde als de alliantie 013 binnen Tilburg 2050?
Antwoord: VEW: Vanuit de transitieopgave gebiedsgericht werken versterken we de samenwerking met de Kernalliantie NPLV (gebieden Noord en West) en streven we op gemeentelijk niveau naar aansluiting en afstemming met de partners van de Alliantie 013 (binnen Tilburg 2050). Door het gebiedsgericht werken goed met deze gremia te verbinden versterken we elkaar en de beweging naar een breed welvarend Tilburg. Waarom staat alliantie 013 bij wijkgericht werken en Vanuit de transitieopgave gebiedsgericht werken versterken we de niet bij de brede welvaart? Of is dit niet hetzelfde als de samenwerking met de Kernalliantie NPLV (gebieden Noord en West) en alliantie 013 binnen Tilburg 2050? streven we op gemeentelijk niveau naar aansluiting met de partners van de Alliantie 013 (binnen Tilburg 2050). Door het gebiedsgericht werken goed met deze gremia te verbinden versterken we elkaar en de beweging. Inzake gebiedsgericht werken: Tweede alinea: is deze De alinea is bedoeld als weergave van ambities. alinea bedoeld als de weergave van ambities of als een weergave van reële cijfers, gebaseerd op indicatoren? Blz. 9 inzake 8. UITWERKING MAATREGELEN NAAR DE 1. Met andere fondsen bedoelen we bijvoorbeeld de reserves die bij STEDEN IN DE PROGRAMMABEGROTING: de start van deze bestuursperiode zijn gevormd (Preventie, Bij “.
De incidentele middelen in 2026 en 2027 dekken gezondheid en kansengelijkheid, Talentontwikkeling, Topsportfonds, etc.), maar ook al langer bestaande we primair vanuit bestaande fondsen/reserves en bestemmingsreserves als het fonds stedelijke ontwikkeling, secundair vanuit de reserve incidentele opgaven investeringsfonds sociaal domein en het investeringsfonds (RIO).”: welke andere fondsen behalve het RIO zijn dat klimaat. ? 2. Het gaat hier om een totaalbedrag van ongeveer € 1,7 miljoen. Blz. 11 onder Inclusieve stad, laatste bullet (“Overig”): is hiervan een getalsmatig overzicht respectievelijk een schatting te geven?
3. De concrete investeringen voor de stedelijke ontwikkeling werken wij in lijn met voorgaande jaren uit in de programmabegroting.
Blz. 11 “• Investeringen in Kenniskwartier (met daarbinnen Westermarkt, Sportcampus universiteit), Spoorzone en Stappegoor.”: een getalsmatige benadering ontbreekt. Wat is hiervan de reden? 91
9 10 en 11
FvD
Bestaanszekerheid Pagina 10-11: Tijdelijke impulsen (o.a. schoolontbijt), inzet medewerkers bestaanszekerheid Pagina 9: Vermelding subsidieplafond bestaanszekerheid, geen structurele indicator 1. Waarom kiest het college in de perspectiefnota voor tijdelijke impulsen (zoals ontbijtprogramma’s) in plaats van structurele armoedemaatregelen? 2. Wat is de reden dat er geen minimamonitor wordt bijgehouden waarin inzichtelijk is hoeveel Tilburgers onder de armoedegrens leven? 3. Hoeveel Tilburgse huishoudens hebben zich in 2023 en 2024 aangemeld voor schuldhulpverlening? 4. Worden minima automatisch geïnformeerd over regelingen waarvoor zij in aanmerking komen? 5. Is het college bereid om een vaste armoedeindicator op te nemen in toekomstige begrotingen?
1. 2.
3. 4.
5.
Tamara de Loof In de bestaanszekerheidsmonitor staat hoeveel huishoudens een inkomen hebben tot 120 % van het bestaansminimum omdat een groot deel van deze groep ondersteuning nodig heeft om rond te kunnen komen. We hanteren deze 120 % als armoedegrens. Ook huishoudens met een wat hoger inkomen kunnen in bestaansonzekerheid leven. Deze huishoudens ondersteunen we op maat. In 2023 hebben zich 3387 inwoners en in 2024 hebben zich 3813 inwoners gemeld bij Schuldhulpverlening met geldzorgen. Alle huishoudens met een inkomen tot 120 % die we kennen, hebben een boekje ontvangen met onze regelingen en voorzieningen. Mensen die nieuw een uitkering ontvangen, krijgen naast de uitkering ook het boekje en verder verspreiden we het boekje op veel plaatsen in de stad waar we verwachten dat minima komen. De informatie is ook te vinden op onze website. In de begroting zijn armoede-indicatoren opgenomen, zoals het aantal huishoudens dat moeite heeft om rond te komen. Deze indicatoren nemen we ook op in toekomstige begrotingen.
31
nr. vraag 60
Pag. eind 7
PP D66
Vraag beweging van individuele gespecialiseerde zorg naar laagdrempelige en collectieve zorg en ondersteuning Kan er een totaaloverzicht komen van voorbeelden en haalbaarheid voor het juridisch rechtmatig sturen op deze beweging?
Antwoord: Het inzetten op juridisch rechtmatige sturing heeft te maken het met borgen van rechtsbescherming voor onze inwoners en duidelijkheid van waar men af en aan is. In de verordeningen jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning in onze gemeente wordt uiteengezet op welke manier inwoners hun hulpvraag kenbaar kunnen maken, hoe het vervolgproces loopt en wat hun rechten daarin zijn. Het juridisch rechtmatig sturen gebeurt dus o.a. middels het schrijven van verordeningen en daarin de mogelijkheden te creëren om de transformatie binnen het sociaal domein te maken, controleren van plannen van aanpak die leiden tot het eventueel toekennen van maatwerkvoorzieningen en accountmanagement op wettelijke doorlooptijden.