Vragen en Antwoorden definitief PPN 2026
Tekst van het document
1
nr. vraag
Pag.
70
72
65
3
/
D66
PP
Vraag
Antwoord:
GL
hoe goed of slecht wordt de subsidieregeling klimaatbestendig Tilburg inmiddels door inwoners of bedrijven gevonden voor subsidieaanvragen voor groene daken en gevels? Zijn daar cijfers van op basis van de vorige jaren (aantallen aanvragers, aantallen vergroende m2)?
Er wordt goed gebruik gemaakt van de subsidieregeling. De regeling is het afgelopen jaar in vergelijking tot 2023 meer gebruikt door bedrijven en ook de getroffen maatregelen per bedrijf zijn groter geworden. In 2024 hebben 16 bedrijven de subsidie aangevraagd tegenover 10 in 2023. Opvallend hierbij is dat ook grotere bedrijven de regeling hebben weten te vinden. Deze bedrijven hebben in totaal €445.736,00 subsidie verleend gekregen tegenover €94.818,00 in 2023. Particulieren maakten in 2024 iets minder gebruik van de regeling dan in 2023. Dat gaat om 191 aanvragen tegenover 237 in 2023 voor vergelijkbare maatregelen. Het aantal aanvragen (bedrijven + particulieren) is weliswaar licht gedaald, maar het resultaat in oppervlakte (m2) en inhoud (kuub) is zeer sterk gestegen.
LT
Blz. 3 bij “In afwachting op duidelijkheid over het financieel kader Jeugdzorg gaan we er in ons financieel beeld vanuit dat de effecten voor jeugdzorg vanaf 2028 en verder € 0 zijn”: dat lijkt, gelet op de verdere tekst, optimistisch. Waar is die inschatting reëel op gebaseerd?
Vanaf 2028 brengen we, conform het begrotingsadvies vanuit de VNG, de baten door middel van een stelpost Van Ark in balans met de structureel en reëel geraamde budgetbijstellingen voor de jeugdhulp. Hiermee hanteren we het uitgangspunt dat jeugdzorg op € 0 uitkomt voor de jaren 2028 en verder. Dit uitgangspunt kiezen we vanwege de grote onduidelijkheid over de financiële middelen die we vanaf 2028 voor Jeugdzorg krijgen. Door de effecten op € 0 te zetten zeggen we enerzijds dat we niet weten hoe de baten en lasten zich gaan ontwikkelen en anderzijds dat we ervan uitgaan dat het Rijk gemeenten structureel voldoende compenseert om taken op een goede manier in te vullen. In het bedrag van € 0 zitten dus geen aannames ten aanzien van de ontwikkeling van aantallen in de jeugdzorg in 2028 en verder. In onze begrotingssystematiek is het ook niet gebruikelijk om hier meerjarig inschattingen van te maken.
a. We missen nog de ouderen en GGoud in de nota. Wat wordt daar op geïnvesteerd?
Veel maatregelen en middelen die reeds structureel in de Programmabegroting zijn opgenomen hebben ook betrekking op ouderen. Ditzelfde geldt ook voor de genoemde impulsen, zoals bijvoorbeeld de buurtontmoetingsplekken en overige informele initiatieven. Het programma GGoud is opgezet om – in het licht van de opgave dubbele vergrijzing – versnellingen aan te jagen en mogelijk te maken. Het programma heeft een looptijd voor de periode 2023 t/m 2026. Vanuit het programma zijn ook de nodige maatregelen geborgd: recent bij de Programmabegroting 2025 dementieconsulenten en de verhuiskostenregeling. Een afweging voor het vervolg op GGoud vanaf 2027 is volgend jaar onderwerp bij de voorbereiding van de Programmabegroting 2027.
2
nr. vraag 66
68
Pag.
Vraag Er wordt gesproken over het onderhoud van openbare toiletten maar wat wordt er gedaan met de investering voor nieuwe openbare toiletten, meer MIVA toiletten en toiletten op evenementen? De uitvoering van onze eerdere motie komt niet terug. Waar kunnen we dat terugzien?
Antwoord:
/
PP D66
/
D66
In de Perspectiefnota wordt gesproken over de grote woningbouwopgave. Bij de behandeling van de Jaarstukken 2024 is vanuit het college aangegeven dat er sprake is van een gebrek aan capaciteit op de vergunningverlening. Wat is er nodig aan capaciteit om onze woningbouwopgave daadwerkelijk te realiseren en zijn er plannen om in deze capaciteit te voorzien?
Om de realisatie van de woningbouwopgave op tempo te houden is onder andere over de volle breedte van de keten Stedelijke Ontwikkeling en vervolgens de keten Vergunningverlening extra inzet nodig. We zijn ook afhankelijk van de capaciteit bij ketenpartners en externe factoren. Wij brengen ten behoeve van afweging bij de programmabegroting meer precies in beeld waar gerichte versterking nodig is
Het college vindt het belangrijk dat er voldoende openbare toiletten zijn. De focus lag de afgelopen jaren op verbetering en uitbreiding van toiletvoorzieningen in de stad binnenstad, vooral voor de doelgroep mensen met hoge nood en mensen met een handicap. Dit is zodanig gebeurd dat binnen de afstanden volgens de richtlijn van de maag darm leverstichting een openbare toiletvoorziening in het centrumgebied beschikbaar is. Ondanks verschillende toegevoegde voorzieningen in de afgelopen jaren, vindt het college dat de komende tijd er nog een verdere uitbreiding van het aantal toiletvoorzieningen nodig is. De prioriteit van het college ligt hierbij op een nieuw integraal toegankelijk openbaar toilet bij het Stadhuisplein. Daarnaast zetten we in op een mix van openbare en opengestelde (MIVA) toiletten en toiletten in publieke gebouwen. We geloven in deze krachtige combinatie om tot een goed netwerk van toiletvoorzieningen te komen. Ook nemen we de behoefte aan integraal toegankelijke toiletvoorzieningen standaard mee in nieuwe ontwikkelingen van publieke gebouwen, parkeergarages en fietsenstallingen die in eigendom van de gemeente zijn. Daarnaast staan we open voor nieuwe particuliere initiatieven in gebieden waar momenteel nog onvoldoende dekking is. Binnenkort volgt een raadsbrief met daarin de stappen die het college op korte en lange termijn zal nemen.
3
nr. vraag 28
Pag. 10
PP GL
Vraag Extra inzet op digitalisering langs vijf pijlers. Is ethische commissie hierin opgenomen en wat is de stand van zaken van die vijf pijlers, per pijler?
Antwoord: DIT: Zowel ambtelijk als bestuurlijk worden er gesprekken gevoerd om Tilburg te laten aansluiten bij een nog te vormen Brabantse commissie digitale ethiek, wat valt onder de pijler Data & Ethiek. Bij het maken van keuzes over data en AI
nemen wij de ethische aspecten mee.
Andere activiteiten die met de door de raad beschikbaar gestelde middelen voor digitalisering zijn opgepakt, zijn onder andere: Klantgedreven dienstverlening: • Met het neerzetten van een werkend platform (digitale infrastructuur) is een actieve bijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling en professionalisering van Common Ground (landelijke informatiekundige visie). Innovatie & wendbaarheid: • Wij organiseren, met toonaangevende sprekers, het innovatie-event en het digital future-event, bewustwording in de organisatie over de impact van digitalisering op maatschappelijke vraagstukken en draagvlak voor het inzetten van innovatieve, digitale technologie. • Samen met het Sportbedrijf wordt een digitale sportvloer gerealiseerd Digitale inclusie: • Voor de gebieden Tilburg-Zuid en in Kenniskwartier zijn 3D digital-twins werkend gemaakt. • Voor de kermis 2025 zullen bezoekersstromen m.b.v. een digital twin crowdmanagement worden gemonitord • De onderzoeksresultaten ten aanzien van de digitale inclusie zijn meegenomen in het opstellen van kaders die de basis vormen voor digitale inclusie in de beleidsnota Digitalisering. Data & Ethiek: • Het landelijke algoritmeregister is gevuld. • We hebben met uw raad richting gegeven aan het ontwikkelen van een ethisch waardenkader. • Intern wordt een digitaal platform uitgerold om de datageletterdheid van de organisatie te vergroten.
63
10
D66
Wat wordt bedoeld met de structurele extra inzet voor stad en dorpen om gemeentelijk betrouwbaar te zijn?
Op 1 februari is het interne programma ‘betrouwbare overheid’ gestart. Het programma biedt een overkoepelende structuur voor de interne aspecten van de belangrijke pijlers voor een duurzame en betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners: 1. Wet Open Overheid 2. Informatie & Privacy 3. Integriteit 4. Veilige publieke taak 5. Dienstverlening Onderliggende doelstellingen zijn: betrouwbare processen en ketens, zorgvuldige en rechtmatige behandeling van gegevens, professioneel ambtelijk vakmanschap, versterking van integriteit onder medewerkers en een versterkte veilige publieke taak. De structurele extra inzet betreft extra capaciteit voor coördinatie op Veilige Publieke Taak en Integriteit (aan de slag met casuïstiek en preventie) en voor onderzoekskosten van integriteitsonderzoeken.
4
nr. vraag 69
Pag. 10
PP D66
Vraag Er wordt gesproken over de extra inzet op digitalisering sinds de start van deze periode. Kan het college duiden wat er tot nu toe gedaan is met het geld en hoeveel er nog in de pot zit. Is dat voldoende voor de ambities? Strookt dat met de ambitie op weerbaarheid en het toegenomen risico op (digitale) verstoringen? (vraag 1) (KB)
Antwoord: DIT: Activiteiten die met de door de raad beschikbaar gestelde middelen voor digitalisering zijn opgepakt, zijn onder andere: Klantgedreven dienstverlening: • Met het neerzetten van een werkend platform (digitale infrastructuur) is een actieve bijdrage geleverd aan de verdere ontwikkeling en professionalisering van Common Ground (landelijke informatiekundige visie). Innovatie & wendbaarheid: • Wij organiseren, met toonaangevende sprekers, het innovatie-event en het digital future-event, bewustwording in de organisatie over de impact van digitalisering op maatschappelijke vraagstukken en draagvlak voor het inzetten van innovatieve, digitale technologie. • Samen met het Sportbedrijf wordt een digitale sportvloer gerealiseerd Digitale inclusie: • Voor de gebieden Tilburg-Zuid en in Kenniskwartier zijn 3D digital-twins werkend gemaakt. • Voor de kermis 2025 zullen bezoekersstromen m.b.v. een digital twin crowdmanagement worden gemonitord • De onderzoeksresultaten ten aanzien van de digitale inclusie zijn meegenomen in het opstellen van kaders die de basis vormen voor digitale inclusie in de beleidsnota Digitalisering. Data & Ethiek: • Het landelijke algoritmeregister is gevuld. • We hebben met uw raad richting gegeven aan het ontwikkelen van een ethisch waardenkader. • Intern wordt een digitaal platform uitgerold om de datageletterdheid van de organisatie te vergroten.
Over of er nog voldoende middelen zijn voor de ambities: We zien een continue intensivering van gebruik van digitale oplossingen in de samenleving, voor de stad & dorpen die vragen om structurele inzet op digitalisering. Met de incidentele middelen die voor de bestuursperiode 2023 – 2026 beschikbaar zijn gesteld, hebben we de nodige intensivering op digitalisering kunnen waarmaken (€ 1,5 mln. per jaar). Na een analyse op hoe we hierop structureel verder kunnen bouwen hebben we € 0,8 mln. structureel nodig.
Weerbaarheid en verstoringen De extra inzet voor de pijlers van digitalisering staan los van de noodzakelijke ambities om de weerbaarheid te vergroten in het kader informatieveiligheid. Middelen die hiervoor worden ingezet zijn structureel en worden steeds bijgesteld waar nodig.
3
11
PvdD
“Overig: Er worden middelen gereserveerd voor (…) en de Dierenopvang Hart van Brabant.” a. Deze opsomming lijkt niet te kloppen – graag een toelichting. b. Met welk doel worden middelen gereserveerd voor de Dierenopvang Hart van Brabant? c. Kunt u aangeven hoe hoog dit zal zijn? Wordt dat bedrag specifiek geoormerkt voor de dierenopvang of wordt dit een algemener potje waar de opvang een nog nader te bepalen deel van krijgt? Worden er op andere manieren middelen besteed aan dierenwelzijn, die onder een ander kopje vallen? Zo ja, kan dit geduid worden?
b. De genoemde impulsen worden in de Programmabegroting 2026 nader uitgewerkt. c. De middelen voor de Dierenopvang worden gereserveerd met het oog op uitdagingen, zoals de toenemende complexiteit van de opgenomen dieren, de afname aan vrijwilligers en ook de toenemende behoefte aan begeleiding voor de medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt d. Het bedrag wordt specifiek geoormerkt voor de dierenopvang. e. In de programmabegroting is reeds structureel budget opgenomen voor dierenwelzijn waaronder de Dierenopvang, konijnenherberg, vogelasiel, kinderboerderijen en dierenbescherming (TNR).
5
nr. vraag 4
29
Pag. 11
11
PP
Vraag Hoe komt het dat er geen incidentele impulsen voor de Duurzame Stad worden voorgesteld?
GL
Programma Welkom in Tilburg onzeker. Kan er iets meer worden gezegd over onzekerheid en hoe dat zich verhoudt met plannen van Tilburg? Kunnen daar meerdere scenario's van worden uitgewerkt?
PvdD
Antwoord: In de Perspectiefnota zijn alleen impulsen opgenomen als aanvullend budget nodig is om onze doelstellingen te realiseren en hiervoor binnen de bestaande begroting geen dekking aanwezig is. In dit geval is voor de Duurzame stad geen aanvullend incidenteel budget nodig. Dit komt onder andere doordat voor bijvoorbeeld klimaat en energietransitie in de bestaande begroting al incidentele middelen beschikbaar zijn vanuit het Klimaatfonds. Daarnaast zijn bij de start van deze bestuursperiode structurele middelen in de begroting opgenomen voor vergroening, zoals voor het programma 013 parken. Deze onzekerheid is drieledig: 1) Het normbedrag voor de Oekraïne opvang is verlaagd per januari 2025 (besluit november 2024) waardoor deze niet meer kostendekkend is. Het is echter mogelijk om te declareren op basis van werkelijke kosten. Het is op dit moment onduidelijk hoeveel kosten we vergoed krijgen onder deze regeling. De uitkomst hiervan is bepalend voor de vraag in hoeverre de reserve voor de komende jaren nog voldoende dekking biedt. 2) De continuering van de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB). Deze regeling bepaalt dat vluchtelingen uit Oekraïne in alle EU-lidstaten tijdelijk recht op opvang, medische zorg, werk en onderwijs hebben, maar deze regeling loopt af per 4 maart 2026. Hiermee loopt ook de financiering aan de gemeenten af.
Hoe hier vervolg aan wordt gegeven door de Europese Unie is nog onduidelijk. 3) Het Rijk heeft meerdere wetwijzigingen aangekondigd (o.a. schrappen spreidingswet, schrappen taakstelling huisvesting, verbod op voorrang sociale huur voor statushouders) die grote inhoudelijke en financiële gevolgen zouden hebben. Deze onzekerheden (verder versterkt door de val van het kabinet) maken dat het op dit moment (nog) niet mogelijk is om scenario’s uit te werken.
30
11
GL
ADA- hoe wordt het bedrag van 0.5 exact ingezet? In hoeverre wordt daarbij rekening gehouden met de resultaten van de jaarlijkse monitor discriminatie?
31
11
GL
Het investeren in de borging van buurtontmoetingsplekken: betekent dit iets voor het verruimen van de openingstijden van de MFA's/wijkcentra?
We zetten deze middelen in voor extra formatie om werkzaamheden die voortkomen uit de ADA te kunnen uitvoeren, om partijen in de sectoren te kunnen ondersteunen en te trainen om discriminatie te bestrijden en inclusiever te worden en voor de opzet en continuïteit van de op te richten klankbordgroep ADA. De cijfers van de monitor geven slechts een beperkt beeld van wat er echt aan de hand is, dat verklaart ook ons proces met inwoners voor de totstandkoming van de ADA voor een zo effectief mogelijke inzet. Met deze incidentele impuls kunnen we komende jaren subsidie verlenen aan buurtontmoetingsplekken en informele initiatieven met impact op gemeenschapskracht. Een deel van dit budget zetten we in om incidentele ondersteuning te kunnen bieden bij opstart- en beheervraagstukken van initiatieven in de wijken. We willen tevens de meest dringende knelpunten en tekorten aan beheerinzet bij wijkcentra/MFA's verlichten. Hierbij bezien wij ook waar de mogelijkheden (en behoeften) zijn voor verruiming van openingstijden.
6
nr. vraag 32
11
PP GL
Vraag Voor het uitvoeren van projecten is er 1,2 miljoen nodig voor gemengd wonen? Welke twee projecten zijn dit? En hoe wordt deze ingezet, cofinanciering, FTE's in organisatie, andere manieren?
Antwoord: Er zijn op dit moment vier gemengd wonen projecten locaties actief en twee in voorbereiding. De actieve locaties zijn High Lane aan de St. Ceciliastraat, Kompas op Zuid aan de Ringbaan Zuid, Schutsboomhof en Bloemkwartier aan de Dr. Bloemenlaan. In voorbereiding is een complex op Laarveld-Oost en een complex aan de Bijsterveldenlaan. De middelen zijn nodig om de samenwerking tussen corporatie, zorg en welzijn te faciliteren met name voor de financiering van de community builder. De middelen worden verstrekt via subsidie aan Contour de Twern en Siem, we onderzoeken of dit ook in de toekomst de beste manier van financieren is.
33
11
GL
Voor het versterken van culturele basisvoorzieningen is 1 miljoen gerekend. Wat kunnen we hiervan doen? Is dit voor meerdere projecten of alleen de Hall of Fame?
49
11
D66
Ik lees: “Er wordt incidenteel extra ingezet op weerbare samenleving en betrouwbare overheid ten behoeve van procesoptimalisaties en informatiehuishouding.” Vraag: Wat wordt hiermee bedoeld/ wat staat hier?
64
11
D66
Kopje overige (Inclusieve stad): kan daar een overzicht van komen waarin de aparte onderdelen worden opgesplitst qua investeringen? Dus wat wordt de investering voor Blauwe Maan of Toegankelijk Tilburg? Betreft deze laatste extra capaciteit?
Voor dat bedrag versterken we, Hall of Fame, Het Natuurmuseum, De Nieuwe Vorst en Factorium/CiST. De middelen zijn bedoeld inzake de podia om te helpen bij gestegen (structurele) kosten. In het kader van Factorium/Cist worden de middelen ingezet om de educatieve functies van Factorium en CiST beter te integreren en te positioneren. Op 1 februari is het interne programma ‘betrouwbare overheid’ gestart. Het programma biedt een overkoepelende structuur voor de interne aspecten van de belangrijke pijlers voor een duurzame en betrouwbare dienstverlening aan onze inwoners: 1. Wet Open Overheid 2. Informatie & Privacy 3. Integriteit 4. Veilige publieke taak 5. Dienstverlening Onderliggende doelstellingen zijn: betrouwbare processen en ketens, zorgvuldige en rechtmatige behandeling van gegevens, professioneler ambtelijk vakmanschap, versterking van integriteit onder medewerkers en een versterkte veilige publieke taak. Deze incidentele extra inzet betreft extra capaciteit ten behoeve van het realiseren van de doelstellingen: betrouwbare processen en ketens + zorgvuldige en rechtmatige behandeling van gegevens. In de Perspectiefnota schetsen wij op hoofdlijnen de beleidsmatige en financiële keuzes die voor 2026 en verder gewenst zijn. Deze hoofdlijnen werken wij richting Programmabegroting 2026 concreet uit. De verdere concrete uitwerking volgt daarom in de Programmabegroting 2026.
67
Pag.
11
D66
Waarom wordt Welkom in Tilburg niet structureel gefinancierd?
Voor Toegankelijk Tilburg betreft het middelen om de nood te lenigen met extra capaciteit zodat zij de toegenomen vraag van de gemeente aankunnen en zo te kunnen blijven adviseren op toegankelijkheid voor projecten en onderhoud in de publieke ruimte.
Gelet op de onzekerheid die er is op dit dossier kiezen we niet voor een structurele dekking, maar kiest het college voor de aanpak dat we doen wat nodig is, passend bij de waarde van onze inclusieve en gastvrije stad.
7
nr. vraag 5
Pag. 2
PP GL
Vraag Hoe is Tilburg voorbereid op een crisissituatie of oorlog?
42
2
D66
50
2
D66
Ik lees: “Een stevige inzet op het lokaal versterken van de weerbaarheid van onze samenleving tegen ontwrichtende activiteiten van buitenaf, variërend van (digitale) verstoringen tot handelsconflicten en oorlogsdreiging is noodzakelijk.” Vraag: Op welke wijze wordt hier invulling aan gegeven? Gebeurt dit via een programmatische aanpak of ad hoc? Toekomstvisie Tilburg 2050 is nu afgerond maar wat komt nu hierna? Hoe voorkomen we dat dit in een la verdwijnt? En waar zien we dat terug in deze perspectiefnota?
51
2
D66
Er staat dat het gemeentebestuur vorm wil geven aan brede welvaart met een doordachte investeringsstrategie. Waar komt dit vandaan?
Antwoord: Tilburg is onderdeel van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. De deelnemende gemeenten, de brandweer, geneeskundige hulpverleningsorganisatie en politie hebben een gezamenlijk crisisplan waarin beschreven staat op welke manier we voorbereid zijn op rampen en crisis en hoe we handelen bij calamiteit. Het crisisplan is gebaseerd op een regionaal risicoprofiel waarin staat welke risico's er zijn, hoe groot de kans is dat er daadwerkelijk een ramp of crisis voordoet en wat de impact daarvan is. In de landelijke publiekscampagne ‘Denk vooruit’ wordt ook toegelicht welke maatregelen burgers kunnen treffen om voorbereid te zijn op langdurige uitval van bijvoorbeeld elektriciteit, drinkwater of internet. De afspraak is dat alle gemeenten werken aan een lokaal passend overzicht van noodsteunpunten. In Tilburg hebben we een inventarisatie gemaakt van mogelijke noodsteunpunten. We zijn ons als organisatie aan het voorbereiden en willen hier via een programmatische aanpak invulling aan geven. In het najaar zullen we de raad hierover informeren. Zie verder het antwoord op vraag 5.
Binnenkort (30 juni 2025) worden de resultaten van de visie Tilburg 2050 aangeboden aan de Raad. Twee lijnen gaan er lopen: 1; Met organisaties in de stad vormen we de alliantie 013: een overkoepelend netwerk met als doel het pad naar brede welvaart in 2050 te definiëren, in (deel)coalities uit te voeren, prestaties te monitoren en verbeteringen door te voeren. 2; Binnen onze organisatie: implementeren van Brede Welvaart in onze (besluitvormings)processen en het opstellen van kaderstellende beleidsnota's waarin het concept Brede Welvaart verder geoperationaliseerd wordt. Te denken valt aan de Omgevingsvisie Tilburg 2050 (fysiek domein) en de Economische strategie (fysiek domein). Naast maatregelen voor het komende begrotingsjaar worden in de Perspectiefnota wordt voor de langere termijn investeringsstrategieën gepresenteerd voor zowel het fysieke als het sociale domein. Als college zijn we van mening dat we ook voor de langere termijn een houdbaar financieel perspectief moeten bieden dat ons enerzijds in staat stelt om het tempo van de stedelijke ontwikkeling te continueren en anderzijds om op termijn te komen tot een evenwichtig sociaal domein.
8
nr. vraag 1
Pag. 2&5
PP PvdD
Vraag “bouwen aan een duurzame en leefbare stad met vele extra woningen, die bestand is tegen klimaatverandering en bijdraagt aan het versterken van de biodiversiteit en de noodzakelijke energietransitie” & “Een complex aan stedelijke opgaven om de stedelijke ecologie, sociale samenhang en economische structuur in samenhang met elkaar te versterken.” a. Welke rol speelt het minimaliseren van het gebruik van bestrijdingsmiddelen hierin? b. In hoeverre is het nieuw aangeplante groen in de gemeente biologisch gekweekt? c. Welke bezwaren zouden er zijn om al het groen in de gemeente enkel van biologische kweek te laten zijn?
Antwoord:
Het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt nauw verbonden aan de ontwikkeling van de wijkzorgteams. Echter, het omgaan met onveiligheidsvraagstukken zoals huiselijk geweld, uithuisplaatsingen en escalerende echtscheidingen vraagt ook om specifieke expertise om dit goed in verbinding te brengen met de ontwikkeling van de wijkzorgteams. Het laten opgaan van het Toekomstscenario in de wijkzorgteam als onderdeel van de pedagogische basis doet onvoldoende recht aan dit complexe onderwerp. Dan dienen we het verschil bij te leggen vanuit algemene middelen tussen loon- en prijscompensatie vanuit contractuele verplichtingen aan aanbieders en hetgeen we via het gemeentefonds voor gecompenseerd worden. Verschillen in % lopen snel op bij een budget van circa € 90 mln. aan regionale jeugdhulp
93
29
D66
Vraag 29, pagina 6, “Zo zullen we in 2026 bijvoorbeeld bezien hoe we omgaan met het wegvallen van de Rijksfinanciering voor het Toekomstscenario Kind en Gezin.” Vraag: Kan dit onderdeel worden van de wijkzorgteams als onderdeel van de pedagogische basis?
6
3
GL
Wat zijn de effecten in Tilburg wanneer we geen passende compensatie kunnen ontvangen vanuit het rijk voor de loon- en prijsontwikkeling in de jeugdzorg. Wat zijn de financiële lasten hiervan?
A) Er zijn talloze vormen van bestrijdingsmiddelen en ook het doel waarvoor ze worden ingezet varieert. Zo zijn er insecticiden gericht op de bestrijding van insecten, fungiciden voor de bestrijding van schimmels en herbiciden voor de bestrijding van onkruid. De meeste van deze middelen zijn niet selectief: bestrijdingsmiddelen zoals insecticiden en herbiciden doden niet alleen de beoogde plagen, maar ook andere nuttige insecten. Een voorbeeld is glyfosaat, een veelgebruikte herbicide tegen onkruid. Glyfosaat is ook schadelijk voor onder andere regenwormen, amfibieën, vogels, insecten en mensen. Zo is wetenschappelijk aangetoond dat het middel schadelijk is voor bijen. Het verstoort de navigatie van bijen en maakt ze kwetsbaarder voor ziekten. Bestrijdingsmiddelen hebben dus een negatieve impact op de biodiversiteit. Al zijn bestrijdingsmiddelen slechts een van de oorzaken van de achteruitgang van de biodiversiteit. En wordt de impact van bestrijdingsmiddelen op het de biodiversiteit nog steeds verder onderzocht. B) Er zijn geen gerichte beleidskeuzes gemaakt met betrekking tot het volledig inkopen van biologisch gekweekt plantmateriaal. Vanuit de discipline ecologie wordt dat echter wel altijd geadviseerd.
Momenteel is in het basisbestek geborgd dat bij de levering van bomen een document moet worden overlegd, waarin de bepalingen van het ‘On the way to PlanetProof’-certificatieschema worden nageleefd. Dat zijn bepalingen voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen ten aanzien van plantaardige producten. Op deze manier wordt plantmateriaal duurzamer ingekocht. Hoewel we dus (nog) niet strikt biologisch inkopen, sturen we wel bewust op plantmateriaal dat beter is voor het milieu en de biodiversiteit. Er vinden intern en met de boomkwekerijsector gesprekken plaats om de stap naar (meer) biologisch te onderzoeken. C) Hoewel de markt groeiende is en daarmee ook het aanbod aan biologisch plantmateriaal, bieden veel kwekers nog geen of slechts zeer beperkt biologisch gekweekt plantmateriaal aan. Daar is namelijk nog minder vraag naar vanuit de markt. Inzetten op volledig biologische kweek, beperkt het aanbod van planten als ook de diversiteit van het assortiment. Deze beperking leidt weer tot minder biodiversiteit en minder toepassingsmogelijkheden ten aanzien van groeivorm en ziekteresistentie.
9
nr. vraag 7
8
Pag.
Vraag Kunnen er nog wijzingen plaatsvinden bij de verwachte besparingen vanuit het Rijk in de jeugdzorg?
Antwoord:
3
PP GL
3
GL
Er wordt gesteld dat het uitgangspunt voor het financieel beeld van de effecten van de jeugdzorg op 0 euro uitkomt. Welk uitgangspunt is hierbij genomen voor de instroom van de jeugdzorg. Is dat gelijk aan de huidige instroom of wordt er geschat dat de inloop terug zal dringen?
Voor de budgettering van Jeugdhulp volgen we steeds de regionale begroting voor de Jeugdhulp vanuit de regio Hart van Brabant. Bij de samenstelling van de begroting 2026 hanteert de regio een gecombineerde indexpercentage voor zowel prijs als volume. Voor 2026 is dat percentage vastgesteld op 5,36%. Daarmee wordt op regionaal niveau rekening gehouden met een stabiel volume voor 2025/2026. Aan de kostenkant is de bijbehorende budgetbijstelling meegenomen als structurele post in het meerjaren financieel beeld Perspectiefnota 2026. Aan de inkomstenkant wordt rekening gehouden met de compensatie vanuit de Voorjaarsnota rondom het advies van de deskundigencommissie Van Ark. Voor Tilburg betekent dit (afgerond) € 20 mln. in 2026 en 2027. Vanaf 2028 brengen we, conform het begrotingsadvies vanuit de VNG, de baten door middel van een stelpost Van Ark in balans met de structureel en reëel geraamde budgetbijstellingen voor de jeugdhulp. Hiermee hanteren we het uitgangspunt dat jeugdzorg op € 0 uitkomt voor de jaren 2028 en verder. Dit uitgangspunt kiezen we vanwege de grote onduidelijkheid over de financiële middelen die we vanaf 2028 voor Jeugdzorg krijgen.
Door de effecten op € 0 te zetten zeggen we enerzijds dat we niet weten hoe de baten en lasten zich gaan ontwikkelen en anderzijds dat we ervan uitgaan dat het Rijk gemeenten structureel voldoende compenseert om taken op een goede manier in te vullen. In het bedrag van € 0 zitten dus geen aannames ten aanzien van de ontwikkeling van aantallen in de jeugdzorg in 2028 en verder. In onze begrotingssystematiek is het ook niet gebruikelijk om hier meerjarig inschattingen van te maken.
Wijzigingen kunnen altijd plaatsvinden. De komende jaren worden benut om nadere afspraken te maken over het structurele financiële kader voor Jeugdzorg. Hiervoor brengt de commissie Van Ark begin 2027 een nieuw advies uit. In afwachting op duidelijkheid over het financieel kader Jeugdzorg gaan we er in ons financieel beeld van uit dat de effecten voor jeugdhulp vanaf 2028 en verder € 0 zijn. Dit is in lijn met het begrotingsadvies van de VNG.
10
nr. vraag 9
Pag.
Vraag Waarom wordt ervoor gekozen om de compensatie van het rijk (met terugwerkende kracht) over te hevelen naar de sociale basis ipv te investeren in de jeugdzorg zelf?
Antwoord:
3
PP GL
41
3
VVD
43
3
D66
Het is onduidelijk waar deze vraag precies op doelt. Mogelijk op de onzekerheden en onvoorspelbaarheid van Rijksbeleid waarop paragraaf 2 (blz.2) van de perspectiefnota in gaat. De ophef en onzekerheid over de voorgestelde huurbevriezing uit de voorjaarsnota, is niet langer aan de orde. Dit voorstel is op 3 juni 2025 door de minister ingetrokken. De raad heeft de bevoegdheid om extra geld beschikbaar te stellen (budgetrecht). Als het niet lukt om wettelijke taken met de middelen die we daarvoor van het Rijk ontvangen uit te voeren, dan doet het college primair via de perspectiefnota, begroting en tussenrapportage een onderbouwd voorstel aan de raad om aanvullende gemeentelijke middelen beschikbaar te stellen.
44
3
D66
71
3
LT
De voorjaarsnota 2025 heeft landelijk voor de nodige ophef gezorgd over de druk op de woningbouwopgave. Hebben we al zicht op de mogelijke gevolgen hiervan voor de gemeente Tilburg? Wat betekent dit concreet voor de plannen en ambities? Ik lees: “Daar waar wij een wettelijke taak hebben, is het uitgangspunt dat wij die taak uitvoeren met het geld dat wij daarvoor van het Rijk krijgen. Slechts in uitzonderingsgevallen wijken wij hiervan -gemotiveerdaf.” Vraag: Op welke wijze is voor de raad inzichtelijk bij welke uitzonderingsgevallen hier sprake van is? En hoe wordt de raad hierin meegenomen? Ik lees: “In het financieel beeld houden we rekening met overige herijkingen oplopend naar € 4,6 miljoen in 2029 als gevolg van autonome ontwikkelingen die de gemeentelijke budgetten raken.” Vraag: In de tabel op pagina 4 staat voor de overige herijkingen 2026 voor het jaar 2029 4.0 mln. Waarin zit dit verschil? bij “Daar waar wij een wettelijke taak hebben, is het uitgangspunt dat wij die taak uitvoeren met het geld dat wij daarvoor van het Rijk krijgen. Slechts in uitzonderingsgevallen wijken wij hiervan -gemotiveerdaf.”: welke recente voorbeelden zijn daarvan te noemen en hoe groot waren de afwijkingen?
73
3
LT
Blz. 3 bij “Op basis hiervan houden wij rekening met een eerste stap van € 3,5 miljoen vanaf 2027 en een tweede stap van € 3,5 miljoen vanaf 2028.”: wil dat zeggen dat die bedragen worden ingeboekt als reëel te verwachten extra baten?
We willen de komende periode nog meer inzetten op preventie en op de beweging naar minder (lange) individuele ondersteuning en meer ervaren ondersteuning in het samenleven met elkaar. We vertalen die praktisch in de beweging van individuele gespecialiseerde zorg naar laagdrempelige en vaker collectieve ondersteuning en zorg vanuit vaste wijkzorgteams en sociale basis. Om dit te realiseren moeten we (voor)investeren in de sociale basis en wijkzorgteams voordat de zorgvraag (Jeugd/Wmo) kan worden omgebogen/verlegt. Dit vraagt om een eenmalig investeringsbudget. Wanneer in het najaar 2025 duidelijk wordt wat de compensatie wordt, willen we deze daarvoor inzetten.
De herijkingen lopen zoals in de tabel is weergegeven op tot een bedrag van € 4,0 miljoen. In de toelichting had ditzelfde bedrag moeten staan. Abusievelijk is hier een verkeerd bedrag van € 4,6 miljoen opgenomen.
Onder andere voor jeugdzorg en onderwijshuisvesting zijn de middelen die we vanuit het Rijk ontvangen ontoereikend om de gemeentelijke lasten voor deze taken af te dekken. Voor deze taken zijn in voorgaande begrotingen op meerdere momenten aanvullende middelen opgenomen om deze taken op het door de raad gewenste niveau uit te voeren. De exacte omvang van de afwijking tussen lasten en baten is niet of zeer lastig te bepalen. Dit komt doordat we in onze begroting in basis geen koppeling maken tussen de baten en lasten voor wettelijke taken. Inkomsten die we vanuit het Rijk ontvangen voegen we toe aan de algemene middelen, waarvoor de raad in de integrale afweging bepaalt waar deze middelen aan worden besteed. Wij gaan er inderdaad vanuit dat we deze inkomsten in die jaren als extra baten kunnen verwachten.
11
nr. vraag 34
Pag. 4
PP VVD
Vraag Wat is de huidige omvang van het aantal ondernemers in Tilburg dat hinder ondervindt van netcongestie (zowel afname als terug levering) en wat is de gemiddelde wachttijd voor Tilburgse ondernemers voor een verzwaring of nieuwe aansluiting van elektra (meer dan 3 x 80A)?
Antwoord: Netbeheerder Enexis heeft op ons verzoek een benadering opgesteld van het aantal ondernemers in de gemeente Tilburg dat op de wachtlijst staat vanwege netcongestie. Daarbij is onderscheid gemaakt naar de vier hoofdverdeelstations (HS/MS-stations) die (deels) Tilburg bedienen: Tilburg Centrum (TBC), Tilburg West (TBW), Tilburg Noord (TBN) en Tilburg Zuid (TBZ). De stations TBC en TBW bedienen uitsluitend gebieden binnen de gemeente Tilburg. Voor TBN en TBZ is een inschatting gemaakt op basis van het aandeel Tilburgs bedrijventerrein in hectares binnen het totale verzorgingsgebied. Voor de gemeente Tilburg geldt op basis van deze benadering per 6 juni 2025: Aantal unieke verzoeken in de wachtrij o Afnamecapaciteit: circa 250 ondernemers o Teruglevercapaciteit: circa 170 ondernemers Veel ondernemers staan op beide wachtlijsten, waardoor dubbeltellingen voorkomen. Gemiddelde wachttijd De exacte wachttijd voor een verzwaring of nieuwe aansluiting is moeilijk te bepalen, omdat deze afhankelijk is van meerdere factoren, zoals de locatie, het type aansluiting en de voortgang van netuitbreidingen. In algemene zin is de wachttijd gekoppeld aan de geplande uitbreidingen van de betreffende HS/MS-stations. De verwachte uitbreidingsmomenten hiervan zijn opgenomen in de Tilburgse aanpak netcongestie (pagina 5).
Daarbij geldt dat ook de onderliggende middenspanningsinfrastructuur tijdig moet worden versterkt om daadwerkelijk ruimte te creëren voor nieuwe aansluitingen. De realisatie van netuitbreidingen is sterk afhankelijk van verschillende externe factoren, wat de planning complex en genuanceerd maakt. Tot slot is het relevant te vermelden dat het ACM-kader (pagina 14) van toepassing is. Dit kader bepaalt welke typen aansluitingen prioriteit krijgen bij uitbreiding van het elektriciteitsnet. Toelichting De genoemde getallen zijn gebaseerd op data van de capaciteitskaart en een inschatting van Enexis van het aandeel van Tilburg binnen de totale wachtrij van de betreffende stations. De cijfers geven een indicatie van de impact van netcongestie op het Tilburgse bedrijfsleven, maar vormen geen exact cijfermatig totaal.
35
4
VVD
Wat zijn per heden en voor 2026 de verwachtingen voor beschikbaarheid van waterdruk en capaciteit in Tilburgse zones met grotere waterafname?
Deze vragen kan de gemeente niet beantwoorden, maar horen aan Brabant Water gesteld te worden. Brabant Water beheert het waterleidingnet en kan aangeven hoe het gesteld is met het waterverbruik (en eventuele te verwachte problemen daarbij).
12
nr. vraag 40
Pag. 4
PP VVD
74
4
LT
75
4
LT
Vraag Het college geeft aan te willen blijven aansluiten bij rijksmultipliers, terwijl deze subsidies vaak gepaard gaan met strikte bestedingsregels en bureaucratische verantwoordingseisen die gemeentelijke ruimte beperken. Op welke wijze weegt het college het risico af dat deze rijksmiddelen onze lokale beleidsvrijheid en grote doelstellingen – zoals woningbouw, participatie of duurzame groei – juist belemmeren in plaats van versterken?” Blz. 4 bij het financieel beeld over de jeugdzorg: de startpositie wordt voor elk jaar als “voordeel” genoemd. Hoe verhoudt zich dat tot de verder negatieve verwachtingen over de financiering van de jeugdzorg?
Antwoord: Er wordt zorgvuldig afgewogen of rijksbijdragen voldoende bijdragen aan lokale doelen, zoals woningbouw en duurzame groei, en of de bijbehorende voorwaarden aanvaardbaar zijn. Subsidies die gepaard gaan met disproportionele inzet of te veel inperken op de lokale beleidsruimte worden waar nodig niet benut. Tegelijkertijd kunnen rijksmiddelen essentieel zijn om investeringen mogelijk te maken en vormen zij vaak een waardevolle katalysator voor het realiseren van gemeentelijke ambities.
De Rijksfinanciering van de Nationale woningbouwopgave heeft een incidenteel en wisselvallig karaktergericht op ondersteuning van één project, één gebied of één geïsoleerd beleidsdoel. Van generieke of structurele subsidiëring is geen sprake.”: is iets meer beeld te geven van de ambitie stedelijke ontwikkeling in relatie tot de benodigde Rijksfinanciering, bijvoorbeeld met een “best case” en “worst case”- scenario?
Stedelijke ontwikkeling is een complex samenspel van lange doorlooptijden, forse investeringen en onderlinge afhankelijkheden – van woningbouw en mobiliteit tot energievoorziening en maatschappelijke infrastructuur. De benodigde investeringen zijn omvangrijk en gespreid over de tijd, terwijl Rijksfinanciering vaak incidenteel, projectgericht en wisselend van aard is. Dit zorgt voor spanning tussen de lange adem die stedelijke ontwikkeling vraagt en de beperkte voorspelbaarheid van rijksbijdragen.
De voordelen Jeugdhulp die gepresenteerd worden in de tabel van het meerjaren financieel beeld bij de Perspectiefnota betreft de compensatie die de gemeente Tilburg via de algemene uitkering (via de meicirculaire) ontvangt als uitkomst van de bij de Voorjaarsnota gepresenteerde uitkomsten en (gedeeltelijke) overname van het advies van de commissie Van Ark rondom de hervormingsagenda Jeugdzorg.
In plaats van te werken met vaste scenario’s, ontstaat de invulling van de ambitie en planning in de praktijk via een geleidelijk en adaptief proces. Daarbij worden keuzes steeds opnieuw afgewogen op basis van de beschikbaarheid van rijksmiddelen en de voortgang in de uitvoering. Extra rijksbijdragen maken het mogelijk om op te schalen, te versnellen of projecten eerder te starten.
13
nr. vraag 89
Pag.
2
5
PP FvD
4-5 6-8 en 9
PvdD
Vraag Jeugdzorg Pagina 4-5: “Saldo effecten jeugd 2028 = € 0” (zonder inhoudelijke onderbouwing) Pagina 6-8: Strategische keuze voor wijkzorgteams en ombuigen van zorgvraag Pagina 9: Financiering en juridische kaders voor SLT’s en overgangsstructuur 1. Op basis van welke rekenkundige en inhoudelijke onderbouwing wordt in de Perspectiefnota uitgegaan van een “nul-effect” in de jeugdzorgkosten vanaf 2028? 2. Is er een scenarioanalyse uitgevoerd waarbij wél rekening wordt gehouden met aanhoudende of oplopende zorgvraag bij jeugd? 3. Wat is per 1 juli 2025 de gemiddelde wachttijd voor toegang tot specialistische jeugdhulp in Tilburg? Graag uitgesplitst naar leeftijdscategorie en type hulp. 4. Hoe wordt het effect van de beweging van individuele zorg naar wijkgerichte preventie gemeten en geëvalueerd? 5. Kan het college toezeggen dat ouders en jongeren recht behouden op alternatieve of individuele zorg wanneer collectieve oplossingen tekortschieten?
Antwoord: Vraag 1 & 2: Voor de budgettering van Jeugdhulp volgen we steeds de regionale begroting voor de Jeugdhulp vanuit de regio Hart van Brabant. Bij de samenstelling van de begroting 2026 hanteert de regio een gecombineerde indexpercentage voor zowel prijs als volume. Voor 2026 is dat percentage vastgesteld op 5,36%. Daarmee wordt op regionaal niveau rekening gehouden met een stabiel volume voor 2025/2026. Meerjarig budgetteert de regio de uitgaven voor de regionale Jeugdhulp ongewijzigd (vanaf 2026 en verder). Aan de kostenkant is de bijbehorende budgetbijstelling meegenomen als structurele post in het meerjaren financieel beeld (t/m 2028) Perspectiefnota 2026. Aan de inkomstenkant wordt rekening gehouden met de compensatie vanuit de Voorjaarsnota rondom het advies van de deskundigencommissie Van Ark. Voor Tilburg betekent dit (afgerond) € 20 mln. in 2026 en 2027. Vanaf 2028 brengen we, conform het begrotingsadvies vanuit de VNG, de baten door middel van een stelpost Van Ark in balans met de structureel en reëel geraamde budgetbijstellingen voor de jeugdhulp. Hiermee hanteren we het uitgangspunt dat jeugdzorg op € 0 (nul effect) uitkomt voor de jaren 2028 en verder. Dit uitgangspunt kiezen we vanwege de grote onduidelijkheid over de financiële middelen die we vanaf 2028 voor Jeugdzorg krijgen.
Door de effecten op € 0 te zetten zeggen we enerzijds dat we niet weten hoe de baten en lasten zich gaan ontwikkelen en anderzijds dat we ervan uitgaan dat het Rijk gemeenten structureel voldoende compenseert om taken op een goede manier in te vullen. In het bedrag van € 0 zitten dus geen aannames ten aanzien van de ontwikkeling van aantallen in de jeugdzorg in 2028 en verder. In onze begrotingssystematiek is het ook niet gebruikelijk om hier meerjarig inschattingen van te maken.
“De komende jaren willen we de Tilburgse ondernemers stimuleren en ondersteunen in hun innovatie- en clustervorming. We zetten in op versterking van de economische structuur om meer toegevoegde waarde en duurzaam verdienvermogen te creëren ten behoeve van Brede Welvaart.” a. Worden in principe alle ondernemers gestimuleerd en ondersteund in innovatie- en clustervorming, of worden daarin keuzes gemaakt? b. Indien er keuzes worden gemaakt, waarop zijn die gebaseerd? c. Is de houdbaarheid van bepaalde sectoren, i.v.m. o.a. de ambities op het vlak van duurzaamheid en circulaire economie, een reden om al dan niet ondernemers te stimuleren en ondersteunen in innovatie- en clustervorming? M.a.w.: kan, kort door de bocht, ook gezegd worden: “voor deze sector is eigenlijk geen toekomst meer”? Graag een toelichting.
De focus van ons economisch beleid ligt in de komende jaren op het stimuleren van meer toegevoegde waarde door alle sectoren heen. We zetten met ons beleid in om een diversiteit aan economische activiteiten te borgen die de dynamiek, de weerbaarheid en de wendbaarheid van de economie vergroten. We koesteren daarbij de diversiteit en vitaliteit van ons mkb bedrijfsleven. We willen selectief zijn in welke ondernemers we ondersteunen en ruimte geven in het geval van nieuwe ontwikkellocaties. We houden de deur gesloten voor zuivere (‘stand alone’) distributiecentra en meer in het algemeen voor bedrijven met alleen laagbetaalde banen en nul-uren contracten. In de Economische strategie Tilburg 2050 (in wording) geven wij hier verder invulling aan. Wij streven ernaar dit beleidsdocument direct na de zomer aan de gemeenteraad ter besluitvorming aan te bieden.
14
nr. vraag 11
12
Pag. 5
PP GL
Vraag Hoofdlijn 1: Wat moet er geregeld/veranderd worden om de nieuwe 'actieve' financiering mogelijk te maken, bijvoorbeeld aan het meerjarenprogramma openbare ruimte of het rioleringsplan?
5
GL
Hoe worden incidentele Rijksmiddelen vertaald naar de nieuwe meerjarige (structurele) systematiek?
Antwoord: Om actieve financiering mogelijk te maken, wordt onderzocht hoe investeringen in gebiedsontwikkeling (zoals groen, openbare ruimte of mobiliteit) deels gedekt kunnen worden uit bestaande meerjarenprogramma’s, zoals het MJP Openbare Ruimte of het Programma Water en Riolering. Dit vraagt om betere koppeling tussen investeringsbehoefte en beschikbare ruimte binnen deze programma’s. Daarbij onderzoeken we of het mogelijk is om kosten m.b.t. riolering en waterberging in grondexploitaties en investeringsprojecten te dekken vanuit het programma Water en Riolering. We kijken ook naar de planning van onderhoud in het MJP om deze in te kunnen zetten als dekking voor vernieuwingsinvesteringen in de openbare ruimte en infrastructuur. Volgens de verslaggevingsrichtlijnen (BBV) moeten specifieke rijksbijdragen in mindering worden gebracht op de te activeren investering. Dit verlaagt de boekwaarde van het project en daarmee ook de jaarlijkse kapitaallasten (rente en afschrijving) in de exploitatie. Een aandachtspunt daarbij is dat hierdoor in de toekomst minder structurele middelen beschikbaar zijn voor onderhoud en vervanging, omdat er lagere lasten ‘vrijvallen’ aan het einde van de afschrijvingstermijn. Tegelijkertijd vergroten incidentele Rijksmiddelen het totale investeringsvolume van Tilburg.
Ze maken het mogelijk om projecten eerder te realiseren dan wanneer alleen eigen financiële ruimte beschikbaar is. Daarmee versnellen ze de uitvoering en maken ze een grotere ambitie mogelijk.
13
5
GL
Hoofdlijn 3 Groeikader: Groeikader wordt enigzins uitgelegd, maar graag meer beeld bij schetsen met voorbeelden uit Rotterdam en/of Utrecht.
Het is wenselijk dat rijksbijdragen voor structurele opgaven niet incidenteel, maar via een structurele bijdrage in het gemeentefonds worden verstrekt. Dit sluit beter aan op de aard en looptijd van gemeentelijke investeringsopgaven en is onderdeel van de lopende lobby richting het Rijk, onder meer via de G40 en de VNG. Een groeikader betekent dat een deel van de structurele groei van de inkomsten –m.n. de algemene uitkering en OZB – wordt gereserveerd voor investeringen die samenhangen met de groei van de stad. Het gaat daarbij om het anticiperen op te verwachten groei en de daarmee samenhangende groei van inkomsten en dit vervolgens begroten, monitoren en waar nodig bijsturen. In Rotterdam wordt bijvoorbeeld 1/3 van de groei van de algemene middelen structureel ingezet voor nieuwe investeringen. Ook Utrecht werkt met zo’n groeikader, waarbij extra inkomsten uit gemeentefonds en OZB worden bestemd voor uitgaven en investeringen gerelateerd aan stadsuitbreiding. In de praktijk bleek echter dat deze koppeling steeds zwaarder drukte op de begroting, terwijl de inkomsten uit het gemeentefonds achterbleven. Daarom kiest Utrecht ervoor dit groeikader te actualiseren en voor 2026 om dit groeikader los te koppelen van het gemeentefonds en de investeringsopgave voortaan als onderdeel van de integrale afweging in de voorjaarsnota te beschouwen.
Tilburg verkent momenteel vergelijkbare systematieken, maar houdt rekening met de lessen van Utrecht: het borgen van bestuurlijke prioritering en financiële houdbaarheid bij groei-investeringen blijft essentieel.
15
nr. vraag 36
Pag. 5
PP VVD
Vraag Wordt er gemonitord hoeveel aanvragen voor bedrijfshuisvesting of uitbreiding worden afgewezen of vertraagd door ruimtelijke of juridische belemmeringen? Is dit overzicht beschikbaar voor de raad?
Antwoord: De aanvragen voor bedrijfshuisvesting of uitbreiding worden niet apart gemonitord en er is daardoor geen overzicht beschikbaar. Er kan wel een overzicht samengesteld worden van alle afgewezen aanvragen, hierin zitten dan ook de aanvragen voor bedrijfshuisvesting of uitbreiding bij. Een overzicht van vertraagde (buiten de wettelijke termijn) verleende vergunningen is samen te stellen maar daarbij is het niet mogelijk om aan te geven of dit veroorzaakt wordt door een ruimtelijke of juridische of nog andere belemmering. Ook hierbij geldt dat het een totaaloverzicht is en niet apart voor bedrijfshuisvesting of uitbreiding.
37
5
VVD
Hoeveel middelen uit het FSO zijn structureel en incidenteel geoormerkt voor de Oostflank tot en met 2030?
45
5
D66
Ik lees: “We kijken hierbij hoe de groei van de stad deels financieel vertaald kan worden.” Vraag: zijn er al concrete denkrichtingen over hoe de financiële vertaling van de groei van de stad kan leiden tot meer ruimte in de exploitatie? Kunnen er voorbeelden worden gegeven?
Het FSO dekt alleen de incidentele investeringen, dat geldt ook voor de Oostflank. Er is een bedrag van € 5,8 miljoen opgenomen voor WVG (Wet Voorkeursrecht Gemeenten) voor stationlocaties Udenhout. In de PB 2026 wordt een voorstel gedaan voor de inzet van middelen voor 2026 en 2027 Ja, er zijn denkrichtingen over hoe de groei van de stad financieel kan worden vertaald naar meer ruimte in de exploitatie. De belangrijkste gedachte is dat de groei van de stad op termijn leidt tot een stijging van de structurele inkomsten, met name via de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de OZB-opbrengsten. De algemene uitkering groeit mee met het BBP, maar de verdeling daarvan gebeurt via het verdeelmodel van het gemeentefonds. Als Tilburg sneller groeit dan andere gemeenten – bijvoorbeeld in inwonersaantal, aantal woningen of centrumfunctie – krijgt de gemeente ook een groter aandeel in deze groei. Dit levert structureel extra middelen op. Daarnaast zorgt uitbreiding van het aantal woningen en bedrijfsruimten voor een hogere opbrengst uit de onroerendezaakbelasting (OZB). Ook dat is een structurele inkomstenbron die meegroeit met de stad. Door deze extra inkomsten ontstaat op termijn meer ruimte in de exploitatie om bijvoorbeeld kapitaallasten van investeringen te dekken.
In de huidige financiële strategie wordt daarom onderzocht of – en hoe – een deel van deze verwachte groei structureel kan worden gereserveerd voor investeringen in stedelijke ontwikkeling.
16
nr. vraag 46
76
77
Pag. 5
PP D66
Vraag Stedelijke ontwikkeling Ik lees: “Het uitgangspunt van deze nieuwe financiële strategie is dat een deel van de opgave niet meer vanuit het vermogen maar vanuit onze staande begroting gefinancierd moet worden.” Vraag: Op basis waarvan wordt bepaald of een opgave binnen het ruimtelijk domein vanuit het vermogen of vanuit de staande begroting wordt gefinancierd?
Antwoord: Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden investeringen binnen het ruimtelijk domein afhankelijk van hun karakter op verschillende manieren bekostigd. Tekorten in grondexploitaties moeten volgens het BBV incidenteel worden afgedekt, bijvoorbeeld via een voorziening. Voor investeringen buiten de grondexploitatie geldt dat deze via de begroting worden verwerkt door middel van kapitaallasten (rente en afschrijving). De dekking van deze kapitaallasten kan op twee manieren: structureel vanuit de staande begroting of incidenteel vanuit het vermogen, zoals een reserve. Het uitgangspunt is dat investeringen met meerjarig nut bij voorkeur via de begroting worden gefinancierd. Dit zorgt ervoor dat na afloop van de afschrijvingstermijn de vrijkomende ruimte weer beschikbaar is voor vervangingsinvesteringen. Tegelijk legt dit wel beslag op de structurele financiële ruimte. Als de structurele ruimte niet toereikend is, kan worden gekozen voor dekking vanuit het vermogen of voor ombuigingen in de begroting, zoals bezuinigingen of het verhogen van inkomsten. Deze afweging wordt per investering gemaakt, waarbij wordt gekeken naar het structurele effect op de begroting en de beschikbaarheid van reserves.
5
LT
Blz. 5 schetst de dekking van de bouwopgaaf vanuit (1) het fonds stedelijke ontwikkeling, (2) het positief jaarlijks rekeningresultaat via de Reserve Incidentele Opgaven (RIO) en (3) incidentele begrotingsruimte. Dus, zo is dat te begrijpen (?), door inzet van vermogen. Hoe verhoudt zich dit tot de tekst verderop dat het doel is dat voor elke euro investering het Rijk een euro levert?
Het Rijk erkent dat de woningbouwopgave niet volledig door gemeenten zelf kan worden bekostigd en hanteert daarom als uitgangspunt dat het ongeveer 50% van de publieke onrendabele kosten wil bijdragen. Er is een lange traditie van Rijksbijdragen aan stedelijke ontwikkeling, zoals het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV), de Woningbouwimpuls en de nieuwe Realisatiestimulans. Vanuit het vertrouwen dat het Rijk ook in de toekomst zal bijdragen, wordt actief gelobbyd, onder meer via de VNG en G40. Om de betaalbaarheid en het tempo van de stedelijke ontwikkeling te kunnen waarmaken, is de 50% cofinanciering van rijk en provincie cruciaal.
5
LT
Blz. 5 onder nr. 3: graag meer uitleg over die “staande praktijk in onder meer Rotterdam en Utrecht”.
Om in aanmerking te komen voor deze middelen is cofinanciering vanuit de gemeente vereist. Die realiseren we enerzijds via de inzet van ons vermogen, zoals het Fonds Stedelijke Ontwikkeling en de Reserve Incidentele Opgaven, en anderzijds via de nieuwe financiële strategie, waarbij investeringen deels structureel vanuit de staande begroting worden bekostigd. zie het antwoord bij vraag 13
17
nr. vraag 78
94
Pag. 5
PP LT
Vraag Blz. 5 onder 4 bij “Rekeningresultaat; Ondanks onze ambitie om zo scherp als mogelijk reëel te ramen is de kans op een positief rekeningresultaat groot. Dat zit opgesloten in ons systeem van lasten en baten.” Hoe is dat te begrijpen? Is dat vanwege de al jaren bestaande onvoldoende realisatiekracht waarmee geld wordt overgehouden, of om een andere reden?
Antwoord: In het systeem van lasten en baten rekenen we lasten en baten toe aan het jaar waar ze betrekking op hebben. Als het Rijk aan het eind van het jaar bij de decembercirculaire middelen aan ons overmaakt, dan hebben wij in dat jaar geen tijd meer om deze middelen in datzelfde jaar uit te geven. Dit heeft dan per definitie een positief effect op het rekeningresultaat. Terechte opmerking dat realisatiekracht ook invloed op het rekeningresultaat kan hebben. Ook de accountant ziet dit als aandachtspunt en constateert dat de beperkte capaciteit bij gemeenten en samenwerkingspartners knelpunten in de uitvoering geeft. We streven als gemeente naar versterking van de realisatiekracht. Daarnaast kijken we ook naar de manier waarop we budgetten en kredieten realistisch in onze begroting zetten. Primair om ervoor te zorgen dat we onze doelstellingen realiseren. Secundair om het jaarrekeningresultaat zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de begroting.
5
CDA
Wat is de omvang van de Essent reserve geweest in de afgelopen drie jaar?
Zie onderstaande tabel.
95
5
CDA
96
5
CDA
Wat is de actuele omvang van de reserve Essent en hoe ontwikkelt deze zich naar verwachting in de komende tien jaar bij het voorgestelde gebruik van maximaal €10 miljoen per jaar voor het Fonds Stedelijke Ontwikkeling? Worden er ook andere uitgaven uit deze reserve gefinancierd? Zo ja, welke?
31-12-2024
31-12-2023
31-12-2022
244,0 miljoen 244,2 miljoen 245,7 miljoen De actuele omvang is € 244 miljoen. Er worden de komende jaren geen andere lasten uit de reserve gedekt. Dat betekent dat met een jaarlijkse onttrekking van € 10 miljoen voor het fonds Stedelijke ontwikkeling de reserve over 10 jaar € 144 miljoen groot is. Zie antwoord op vraag 95.
18
92
5 en 11
FvD
Onderwijs Pagina 6-8: Verbinding onderwijs en wijkzorgteams (pedagogische basis, LEA) Pagina 10-11: Incidentele middelen voor schoolontbijt en talentontwikkeling Geen cijfers over thuiszitters, prestaties of leerachterstanden 1. Hoeveel jongeren vallen in Tilburg anno 2025 buiten het reguliere of speciale onderwijs (thuiszitters)? Hoe ontwikkelt dit aantal zich t.o.v. 2020? 2. Welke prestatie-indicatoren zijn gekoppeld aan projecten onder de Lokaal Educatieve Agenda (LEA)? 3. Op welke manier worden wijkzorgteams en scholen concreet aan elkaar verbonden in de praktijk? 4. Welke budgetten worden structureel ingezet voor versterking van de pedagogische basis binnen het onderwijs? 5. Hoe wordt gegarandeerd dat jeugdigen met leeren zorgvragen niet tussen wal en schip raken?
1. Alle projecten die onder de LEA gesubsidieerd worden werken met een impactgerichte manier van aanvragen. Dit houdt in dat alle projecten in hun verantwoording laten zien wat de impact van de interventie(s) is geweest. In de LEA zijn per cluster in de bijlage richtinggevende indicatoren opgenomen waaraan de projecten moeten bijdragen. 2. De ontwikkeling van SLT (Stevige Lokale Teams) wordt verbonden aan de ontwikkeling van het versterken van de sociaal pedagogische basis. De concrete uitwerking moet nog vorm krijgen. Tijdens de bestuurlijke LEA bijeenkomst van april 2025 is een eerste stap gezet om de verbinding te leggen. 3. Op dit moment is het versterken van de sociaal pedagogische basis nog in ontwikkeling, dat nog definitief bepaald moet worden welke structurele financiering noodzakelijk is. 4. We zetten vanuit gezamenlijkheid in op een dekkend netwerk met expertise in de wijk en de kinderopvang/school vanuit nabijheid van het kind. Latere toevoeging op bovenstaand antwoord: 1. In onze jaarverslagen communiceren we de aantallen thuiszitters op peildatum 15 juni. We rapporteren de aantallen thuiszitters sinds het schooljaar 2021-2022 op eenduidige wijze zodat een vergelijk mogelijk is. De cijfers over 2025 zijn pas op 15-6-2025 beschikbaar en worden, zoals elk jaar opgenomen in het Jaarverslag Team Leerplicht/ Doorstroompunt Midden-Brabant.
(Zie Jaarverslagen - Leerplicht - Doorstroompunt Midden-Brabant.) Hieronder maken we een vergelijk tussen 2024 en 2022. (De meest uit elkaar liggende jaren waarover we cijfers beschikbaar hebben.) Aantallen Tilburg peildatum 15-06-2024 Absoluut verzuim: 110 Vrijstelling 5 onder a: 33 Langdurig relatief verzuim: 11 Langdurig geoorloofd verzuim: 111 Totaal: 265 Aantallen Tilburg peildatum 15-06-2022 Absoluut verzuim: 91 Vrijstelling 5 onder a: 29 Langdurig relatief verzuim: 6 Langdurig geoorloofd verzuim: 31 Totaal: 157 Uitleg:
Absoluut verzuim: niet ingeschreven op een school en geen vrijstelling Vrijstellingen 5 onder a: een vrijstelling op grond van medische redenen Langdurig relatief verzuim: langer dan 4 weken aaneengesloten met ongeldige reden afwezig Langdurig geoorloofd verzuim: langer dan 4 weken aaneengesloten met geldige reden afwezig
Het aantal thuiszitters dat bekend wordt bij Leerplicht neemt toe. De toename kan voor een groot deel worden verklaard door een stijging in de registratie van de langdurige afwezigheid om een geldige reden
19
nr. vraag
Pag.
PP
Vraag
Antwoord: (langdurig geoorloofd verzuim). Doordat de doelgroep die thuiszit beter in beeld wordt gebracht, kunnen gerichter acties worden ondernomen op de oorzaken van het thuiszitten. De gemeentelijke woonlasten bestaan uit onroerend zaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing en rioolheffing. In bijlage 1 van de Perspectiefnota is voor deze woonlasten aangegeven welke uitgangspunten wij voornemens zijn voor de tariefsontwikkeling 2026 te hanteren. Voor de OZB gaat het dan alleen om indexatie van het huidige tarief. Voor afvalstoffen- en rioolheffing gaan we uit van 100% kostendekkendheid. Dat betekent dat naast indexatie van het tarief ook de ontwikkeling van de kosten voor afval en riool impact heeft op de hoogte van het tarief. De gemeente is hierin niet primair aan zet. Het is aan organisaties om om te gaan met schaarste aan personeel. Zij zullen oplossingen moeten zoeken in innovaties. Zoals het creëren van nieuwe functies in het sociaal- en zorgdomein, combinatie van functies tussen zorg en welzijn, zorgen voor een grotere inzet van zij-instromers en de inzet van (zorg) technologie. Daarnaast kan er winst behaald worden in het (gezamenlijk) opleiden van nieuw en bestaand personeel.
Samenwerking tussen zorginstanties en onderwijsinstellingen biedt kansen om de krachten te bundelen om samen nieuw personeel binnen te halen, personeel te scholen, interne opleidingen te certificeren, personeel vast te houden en breed in te zetten, interessante stageplekken en mogelijkheden voor zij-instromers te creëren.
10
6
GL
Hoofdlijn 7: We houden vast aan afspraken over Woonlasten. Is dat dus alleen indexeren ? Wen gaat het hier alleen om gemeentelijke belastingen?
14
6
GL
Er zijn steeds minder arbeidskrachten in de zorg om alle uitdagingen aan te vliegen: Welke stappen zet de gemeente om deze tekorten tegen te gaan?
15
6
GL
Kan de gemeente voldoende respijtzorg leveren voor het stijgend aantal mantelzorgers?
Respijtzorg heeft verschillende vormen; een vrijwilliger die de zorgvrager tijdelijk ondersteunt zodat de mantelzorger even geen zorg hoeft te bieden, tijdelijke logeervoorzieningen als de mantelzorger bv zelf zorg nodig heeft, formele en informele dagopvang waar de zorgvrager kan worden opgevangen zodat de mantelzorger de handen vrij heeft voor andere zaken. We proberen vooral maatwerk te leveren; waar is de mantelzorger mee geholpen? Een oplossing kan ook zijn dat het netwerk van de mantelzorger wordt gevraagd de mantelzorger wat te ontlasten, bijvoorbeeld door te koken voor hen, de boodschappen kan doen of de administratie kan oppakken. Dit zijn allemaal vormen van respijtzorg. Met al deze vormen van ondersteuning bieden wij respijtzorg die afgestemd is op de wens en behoefte van de mantelzorger.