CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting met bijlagen-b001

Raadsvergadering 20 november 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan Binnenstad 2010, 12e herz (Pieter Vreedeplein)33.876 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

GEMEENTE TILBURG Afdeling Ruimte

BESTEMMINGSPLAN Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein) Toelichting met bijlagen

Ontwerp: Vastgesteld: Onherroepelijk: Code: NL.IMRO.0855.BSP2023012-b001

11 juli 2023

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling 1.2 Het plangebied 1.3 Voorgaande plannen

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied en project

2 2 2 3

5

2.1 Beschrijving plangebied 2.2 Beschrijving projectgebied en -profiel

5 5

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader

7

3.1 Inleiding 3.2 Rijk en provincie 3.3 Rijk 3.3.1 Nationale Omgevingsvisie 3.3.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.3.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.4 Provincie 3.4.1 Brabantse omgevingsvisie 3.4.2 Interim omgevingsverordening 3.5 Gemeente 3.5.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 3.5.2 Overige gemeenteliijke structuurvisies

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders

7 7 7 7 7 8 9 9 10 10 10 12

17

4.1 Inleiding 17 4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 17 4.2.1 Hoogbouw 17 4.2.2 Gebiedsprofiel 17 4.2.3 Projectprofiel 19 4.2.4 Windklimaat 21 4.2.5 Bezonningsstudies 22 4.2.6 Welstand 26 4.3 Archeologie, cultuurhistorie en monumentenzorg 27 4.4 Volkshuisvesting 29 4.4.1 Woonvisie,Woningmarktonderzoek, Kwalitatief Woningbehoefteonderzoek en update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2021 29 4.5 Groen en speelruimte 29 4.5.1 Bomenbeleid Tilburg 29 4.5.2 Nota Groen 30 4.5.3 Nota biodiversiteit 30 4.5.4 Agenda groen in de stad 31 4.5.5 Stadsnatuurkaart 2040 31 4.5.6 Uitvoeringsagenda Klimaatadaptatie Koel Tilburg 31 4.5.7 Nota Ruimte voor Buitenspelen 32 4.6 Kantoren 32 4.6.1 Nota Ruimte voor kantoren 32 4.6.2 Maatregelen in bestemmingsplan 33 4.7 Detailhandel 33 4.7.1 Visie detailhandel 33 4.8 Horeca 35 4.8.1 Algemeen 35 4.8.2 Horeca-categorieën 35 4.9 Verkeer en parkeren 37

Hoofdstuk 5 Milieuparagraaf

42

5.1 Inleiding 5.2 M.e.r.-beoordeling 5.3 Milieuhinder bedrijven 5.4 Externe veiligheid 5.5 Vuurwerk 5.6 Geluid 5.7 Lucht 5.8 Geur 5.9 Bodem 5.9.1 Algemeen 5.9.2 Verkennend bodemonderzoek 5.10 Natuur en ecologie 5.10.1 Flora en Fauna 5.10.2 Gebiedsbescherming 5.10.3 Soortenbescherming 5.10.4 Algemene zorgplicht 5.10.5 Conclusie

42 42 42 43 45 45 47 48 48 49 49 50 50 50 50 50 50

Hoofdstuk 6 Wateraspecten

51

6.1 Algemeen 6.2 Waterbeleid 6.3 Duurzaam watersysteem 6.4 Watertoets

51 51 52 53

Hoofdstuk 7 Opzet planregels

54

7.1 Inleiding 7.2 Hoofdstuk 1 van de regels: Inleidende regels 7.3 Hoofdstuk 2 van de regels: Bestemmingsregels 7.3.1 Bestemmingen 7.3.2 Bestemmingsregels 7.4 Hoofdstuk 3 van de regels: Algemene regels 7.5 Hoofdstuk 4 van de regels: Overgangs- en slotregels

Hoofdstuk 8 Uitvoerbaarheid 8.1 Uitvoerbaarheid

54 54 54 54 54 55 55

56 56

Hoofdstuk 9 Omgevingsdialoog en overleg

57

9.1 Kennisgeving ex artikel 1.3.1 Bro 9.2 Burgerparticipatie en omgevingsdialoog 9.3 Zienswijzen

57 57 57

Toelichting

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

1

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding tot planontwikkeling Er is een verzoek om herziening van het bestemmingsplan ingediend voor de realisatie van een woongebouw met commerciële functies in de plint (eerste twee bovengrondse verdiepingen), geprojecteerd aan het Pieter Vreedeplein in de binnenstad van Tilburg.

Figuur: Ligging plangebied in Tilburg Op 6 april 2020 heeft de raad het bestemmingsplan ‘Binnenstad 2020, 9e herziening (woongebouw Pieter Vreedeplein)'vastgesteld. Dit plan zag op realisatie van een woontoren aan het Pieter Vreedeplein, met daarin commerciële voorzieningen op de eerste twee verdiepingen en 130 vrije sector huurappartementen in een woontoren van maximaal 63,5m hoog. Op 17 mei 2023 heeft de Raad van State dit bestemmingsplan in de einduitspraak hierover vernietigd. De Raad van State concludeerde dat de gemeenteraad, bij het beoordelen van het aspect ‘bezonning’, met haar gedragslijn van meten (conform de Haagse Norm) structureel af had geweken van de gemeentelijke Handreiking Hoogbouw (mei 2017). Hierin staat namelijk dat gemeten wordt conform de Haagse bezonningsregel. Dit gegeven is volgens de Raad van State in strijd met het rechtzekerheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Om de ontwikkeling aan het Pieter Vreedeplein alsnog mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan nodig. Samen met een herziening van het bestemmingsplan is ook een omgevingsvergunning voor het realiseren van het woongebouw aangevraagd. Daarbij is verzocht om een gecoördineerde procedure.

Dit betekent dat de procedure voor het bestemmingsplan gelijk oploopt met de aanvraag van de omgevingsvergunning: beide ontwerp‐ en vaststellingsbesluiten moeten gelijktijdig ter visie worden gelegd en eventueel bezwaar en beroep wordt in één gerechtelijke procedure behandeld. Met deze toelichting wordt een basis gegeven voor de bestemmingsplanherziening waarmee medewerking kan worden verleend aan het initiatief. De toelichting geeft aan waarom de beoogde ontwikkeling past binnen de visie op het gebied. Er wordt nader ingegaan op de wijze waarop het initiatief aansluit op de plaatselijke situatie en het beleid dat de gemeente voorstaat. Tevens worden de (stedenbouwkundige) richtlijnen en randvoorwaarden welke aan de basis van de planontwikkeling hebben gestaan in de toelichting verwoord. De toelichting geeft ook de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken weer.

1.2 Het plangebied Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

2

Het plangebied betreft een braakliggend terrein, gelegen aan het Pieter Vreedeplein. Het plangebied wordt globaal begrensd door het Pieter Vreedeplein in het noorden, het pand/perceel Pieter Vreedeplein 8 en de achterzijde van een aantal op de Heuvel geprojecteerde percelen in het oosten, de achterzijde van een aantal op de Heuvelstraat geprojecteerde percelen, alsmede een aantal panden met adressen Pieter Vreedeplein 10‐10a, 11‐11b en 12‐12a in het zuiden, en de achterzijde van de winkelpanden aan de nieuwe winkelstraat Frederikstraat in het westen.

Afbeelding met omcirkeld plangebied

1.3 Voorgaande plannen Dit bestemmingsplan is een partiële herziening van het bestemmingsplan 'Binnenstad 2010', dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 20 december 2010. Daarnaast zijn de partiële herzieningen 'Tilburg, Parkeerregeling 2017' en 'Tilburg, Terrasregels 2019' van toepassing.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

3

Uitsnede bestemmingsplan 'Binnenstad 2010', plangebied rood omlijnd

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

4

Hoofdstuk 2 Beschrijving plangebied en project 2.1 Beschrijving plangebied De binnenstad van Tilburg heeft min of meer een rechthoekige vorm en wordt begrensd door de Spoorlaan, de Heuvelring, de Paleisring/Schouwburgring en de Noordhoekring. Deze vormen samen het CityRing‐stelsel, dat als hoofdontsluitingstructuur voor het verkeer van de binnenstad dient. De interne ruimtelijke hoofdstructuur van de binnenstad wordt grofweg bepaald door een netwerk van oost‐west en noord‐zuid lopende straten. Dit netwerk is een samenspel van middeleeuwse organisch gegroeide straten en relatief oude en relatief jonge ontworpen straten. Het planmatige netwerk wordt verstoord door de lijn Noordstraat ‐ Nieuwlandstraat en door de Heuvelstraat, die een meer organische vorm hebben. Een duidelijk netwerk vormt het stedenbouwkundige raamwerk van het gebied. Binnen deze structuur is een herkenbare ruimtelijk en functionele hiërarchie ontstaan. Onderhavig plangebied dat voorheen in gebruik was als expeditieterrein, grenst aan het relatief nieuwe Pieter Vreedeplein, dat een parkeerterrein heeft vervangen. Het Pieter Vreedeplein wordt gekenmerkt door diverse markeringspunten die samen een intiem plein omsluiten. Er is sprake van een hoge mate van functiemenging. De westzijde wordt gedomineerd door winkels, de bebouwing aan de oostzijde zorgt ook daar voor markering ter hoogte van de Heuvel.

Boven de winkels bevinden zich woningen. Een ondergrondse parkeergarage zorgt voor een autovrij plein. De zuidelijke wand in de verlenging van de Tuinstraat is een contrast met de grootstedelijke ontwikkeling van het Pieter Vreedeplein. Hier zijn nog veel historische panden aanwezig en als zodanig herkenbaar. Temidden van deze historische structuur is onderhavig plangebied gelegen. Ten westen van het plangebied is ten behoeve van de verbinding Emmapassage ‐ Pieter Vreedeplein een nieuwe, middels een zwevende overkapping overdekte, winkelstraat gerealiseerd; de Frederikstraat. Dit noordelijke deel van die verbinding legt de verbinding tussen de Heuvelstraat en het Pieter Vreedeplein. Daarmee vormt het een van de belangrijke noordelijke entrees van het Kernwinkelgebied. Die entree wordt gesitueerd op de locatie van het voormalige V&D pand. Een klein deel van het pand is gesloopt ten behoeve van de Verbinding. Het warenhuis Koopman heeft op dit moment zijn entree aan de verbinding. Ook bij de aansluiting op de Heuvelstraat zijn aan de verbinding voordeuren van winkelpanden gesitueerd. Deze aansluiting is zo goed mogelijk ingepast in het bestaande straatbeeld: een herkenbare opening, die is overbouwd om zich te voegen in de bestaande pandenstructuur.

2.2 Beschrijving projectgebied en -profiel Onderhavige ontwikkeling maakt onderdeel uit van een groter geheel: de Verbinding Emmapassage ‐ Pieter Vreedestraat Tilburg. Tussen het Pieter Vreedeplein en de Emmapassage is een nieuwe verbinding aangelegd. Langs de nieuwe verbinding zijn nieuwe winkels met daarboven woningen gebouwd. Ook worden twee woongebouwen gebouwd; het onderhavige aan het Pieter Vreedeplein en één op het huidige Hendrikhof langs de nieuwe verbinding, de Weverij. Het toevoegen van woningen in de binnenstad draagt bij aan de gewenste levendigheid, dynamiek, leefbaarheid en sociale veiligheid. Daarnaast krijgt de binnenstad een meer urbaan karakter door de hoogteaccenten. Voor het toevoegen van de woningen is een stedenbouwkundige analyse uitgevoerd naar de gewenste locaties voor hoogbouw. De zoekgebieden zijn vervolgens aangegeven in het stedenbouwkundig plan 'Verbinding Emmapassage ‐ Pieter Vreedestraat Tilburg', dat als bijlage 1 aan deze toelichting is gehecht.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

5

Afbeelding ladderstructuur en nieuwe verbinding Kernwinkelgebied Tilburg In het stedenbouwkundig plan wordt nog uitgegaan van een woongebouw met een hoogte van circa 50 meter. Inmiddels is er echter nieuw hoogbouwbeleid vastgesteld. Op basis van dat beleid is het aanvaardbaar een hoger woongebouw te realiseren. Dit plan gaat dan ook uit van een woongebouw van maximaal 63,5 meter hoog. In paragraaf 4.2.1 wordt deze keuze nader toegelicht.

Impressie stedenbouwkundige massa Met de realisatie van de gehele nieuwe verbinding wordt het Kernwinkelgebied compacter, functioneler en beter herkenbaar.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

6

Hoofdstuk 3 Ruimtelijk beleidskader 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een korte weergave van het bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde ruimtelijke beleidskader.

3.2 Rijk en provincie Volgens de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord‐Brabant is het plan gelegen in stedelijk gebied. Er spelen geen provinciale of rijksbelangen. Derhalve wordt het ruimtelijk beleidskader op provinciaal en rijksniveau enkel op hoofdlijnen besproken.

3.3 Rijk 3.3.1 Nationale Omgevingsvisie De nationale omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen we staan, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke keuzes we maken en welke richting we meegeven aan decentrale keuzes. Die keuzes hangen samen met de toekomstbeelden van de fysieke leefomgeving, de maatschappelijke opgaven en economische kansen die daarbij horen. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie om de grote opgaven aan te pakken. Om samen ons land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. De NOVI is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met provincies en gemeenten, waterschappen, maatschappelijk partijen en burers.

3.3.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 17 december 2011 is de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte gedeeltelijk in werking getreden. Deze nieuwe AMvB Ruimte heeft de eerdere ontwerp AMvB Ruimte 2009 vervangen. Juridisch wordt de AMvB Ruimte aangeduid als Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is op 1 oktober 2012 geactualiseerd en is vanaf die datum geheel in werking getreden. Met de inwerkingtreding van het Barro naast het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), is de juridische verankering van de uitgangspunten uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte compleet. In het Barro zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Het Barro is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ontwerp AMvB Ruimte die eind 2009 is aangeboden en deels uit nieuwe onderwerpen. Per onderwerp worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen.

Het besluit bepaalt tevens: "Voor zover dit besluit strekt tot aanpassing van een bestemmingsplan dat van kracht is, stelt de gemeenteraad uiterlijk binnen drie jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit een bestemmingsplan vast met inachtneming van dit besluit." Volgens de toelichting bij dit artikel geldt als hoofdregel, dat de regels van het Barro alleen van toepassing zijn wanneer na inwerkingtreding van het Barro een nieuw bestemmingsplan voor het eerst nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt binnen de aangegeven projectgebieden. Alleen wanneer het Barro expliciet een aanpassing van bestemmingsplannen vergt, omdat een reeds bestaand bestemmingsplan binnen een of meerdere van de projectgebieden is gelegen, dan moet dat binnen drie jaar gebeuren. Het Barro draagt bij aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen van nationaal belang en "vermindering van de bestuurlijke drukte". Belemmeringen die de realisatie van de genoemde projecten zouden kunnen frustreren of vertragen worden door het Barro op voorhand onmogelijk gemaakt.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

7

Daar staat tegenover dat de regelgeving voor lagere overheden weer wat ingewikkelder is geworden. Gemeenten die een bestemmingsplan opstellen dat raakvlakken heeft met een of meerdere belangen van de projecten in het Barro, zullen nauwkeurig de regelgeving van het Barro moeten controleren. Het Barro vormt daarmee een nieuwe, dwingende checklist bij de opstelling van bestemmingsplannen. In het Barro zijn de projecten van nationaal belang beschreven. Deze projecten zijn in beeld gebracht in de bij het Barro behorende kaarten. De voorliggende planlocatie is niet in één van de aangewezen projectgebieden van nationaal belang gelegen. Hiermee zijn de bepalingen uit het Barro niet van toepassing op de planlocatie en is geen sprake van strijdigheid met nationale belangen.

3.3.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op grond van art. 3.1.6 Bro zijn provincies en gemeenten verplicht om in de toelichting van een ruimtelijke besluit de zogenoemde 'ladder voor duurzame verstedelijking' op te nemen wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt Art. 1.1.1. Bro definieert stedelijke ontwikkeling als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Overheden dienen op grond van art. 3.1.6 Bro bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen standaard te motiveren dat er behoefte bestaat aan de ontwikkeling. In de eerste plaats geschiedt dat door de behoefte aan de desbetreffende stedelijke ontwikkeling te onderbouwen. Uitgangspunt is vervolgens dat, met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling daarentegen voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dan moet dat eveneens worden gemotiveerd in de plantoelichting. Het is toegestaan om de motivering van de behoeft aan en de locatie van een nieuwe stedelijke ontwikkeling door te schuiven naar een eventueel uitwerkings‐ of wijzigingsplan.

Dit bestemmingsplan omvat een nieuwe stedelijke ontwikkeling, waarbinnen ruimte wordt geboden aan zowel woningen als commerciële functies. Gemeente Tilburg heeft in regionaal verband de gezamenlijke ontwikkelingsbehoefte bepaald. Als meerdere locaties aangewezen worden om in die behoefte te voorzien, is het aan de regio om de behoefte te verdelen over die locaties. Als de regionale behoefte voldoende is om een beoogde locatie te ondersteunen en in regionaal verband tevens deze locatie wordt geselecteerd om in de behoefte te voorzien, kan dit afdoende motivering vormen in de toelichting bij het bestemmingsplan. De regionale behoefte is afgestemd in het Regionaal Ruimtelijk Overleg (RRO) waaraan ook de provincie deelneemt. Wonen en duurzame verstedelijking Het plan voorziet de bouw van maximaal 130 middeldure huur‐/koopwoningen in de Tilburgse binnenstad en past ruimschoots binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context (ingevolge artikel 3.1.6. Bro). De gemeente heeft dit project opgenomen in haar bouwopgave zodat de afspraken met de regio kunnen worden nagekomen. Verder is een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid opgenomen waarmee het onder voorwaarden mogelijk is dit aantal met 10% te verhogen tot maximaal 143 woningen. Ook met dit aantal is het project passend binnen de gemeentelijke bouwopgave.

De gemeente Tilburg maakt samen met acht andere gemeenten deel uit van de regio Hart van Brabant. In regionaal verband worden met de provincie Noord‐Brabant afspraken gemaakt over de kwantitatieve woningbouwopgave voor een periode van 10 jaar. Dit op basis van de door de provinciale bevolkings‐ en woningbehoefteprognose. In de periode 2020‐2030 moet Tilburg volgens de actuele prognoses van de provincie (september 2020) met 14.000 woningen groeien. Hiermee wordt voorzien in de natuurlijke groei, de huishoudenverdunning en in de groei door migratie. De netto bouwopgave tot 2030 bedraagt daarmee meer dan 1400 woningen per jaar aangezien we ook onttrekkingen moeten compenseren. In de stedelijke ontwikkelstrategie waar momenteel aan gewerkt wordt zal de concrete opgave nader geduid worden. Het plan tot het bouwen van 130 woningen aan het Pieter Vreedeplein past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst (ingevolge artikel 3.1.6 Bro). Meer informatie over de kwalitatieve woningbouwopgave staat in paragraaf 4.4 Volkshuisvesting.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

8

Commerciële functies Ingevolge het voorgaande bestemmingsplan 'Binnenstad 2010' is ter plaatse de bestemming 'Centrum‐Binnenstad' geprojecteerd ingevolge waarvan commerciële functies, waaronder o.a. detailhandel al rechtstreeks zijn toegestaan. In de regels van voorliggend bestemmingsplan worden commerciële functies beperkt tot een maximum bruto vloeroppervlak van 301m². Ingevolge vaste rechtspraak is voor wat betreft de op de eerste twee bovengrondse verdiepingen toegestane commerciële functies dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 Bro. Conclusie Gelet op het voorgaande kan worden geconcludeerd dat onderhavig plan past binnen de kaders van het RRO Midden‐Brabant, waarmee de (regionale) behoefte is aangetoond en toepassing is gegeven aan art. 3.1.6 Bro.

3.4 Provincie 3.4.1 Brabantse omgevingsvisie Op 14 december 2018 is de Omgevingsvisie Noord‐Brabant in werking getreden. De basisopgave van de Brabantse Omgevingsvisie is: “Werken aan veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit”. Voor 2030 is het doel om voor alle aspecten te voldoen aan de wettelijke normen. Brabant heeft dan een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit. Voor 2050 is het doel om een goed leefomgevingskwaliteit te hebben door op alle aspecten beter te presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald. De visie noemt een vijftal hoofdopgaven: 1. De basis op orde: veiligheid, gezondheid en omgevingskwaliteit zijn van essentieel belang om goed te kunnen wonen, werken en leven in Brabant. 2. Brabantse energietransitie: om Brabant op termijn energieneutraal te maken moeten we minder energie gebruiken en meer duurzame energie op gaan wekken. 3. Slimme netwerkstad: de manier waarop we ons verplaatsen verandert en we stellen andere eisen aan steden. Dit heeft gevolgen voor het netwerk van steden en dorpen. 4. Klimaatproof Brabant: als gevolg van klimaatverandering krijgen we meer extremen in temperatuur en neerslag. Hoe gaan we deze gevolgen aanpakken ? 5. Concurrerende, duurzame economie: Brabant wil top kennis‐ en innovatieregio blijven, waarbij de omslag naar een circulaire economie nodig is en digitalisering steeds belangrijker wordt.

Daarna volgt een doorvertaling in een Omgevingsverordening en programma’s. Om straks als de Omgevingswet in werking treedt (volgens de huidige planning op 1‐1‐2024) echt klaar te zijn, wordt er eerst een interim omgevingsverordening gemaakt. In deze interim omgevingsverordening worden de bestaande regels over de fysieke leefomgeving al zoveel mogelijk in één verordening onder gebracht. De interim omgevingsverordening is op 25 oktober 2019 vastgesteld en wordt hierna besproken. Deze interim omgevingsverordening is relatief beleidsarm. Elk van de vijf hoofdopgaven van de Brabantse Omgevingsvisie zijn uitgewerkt in specifieke aandachtspunten. Voor de beoogde ontwikkeling kunnen de volgende aandachtspunten een rol spelen: ‐ De provincie gaat uit van meervoudig en zorgvuldig ruimtegebruik. Door een integrale benadering wordt de claim op de schaarse ruimte zo beperkt mogelijk gehouden. ‐ De provincie streeft naar een stedelijk netwerk dat de gezondheid en het leefklimaat van de Brabanders versterkt. Dat betekent dat de provincie aandacht heeft voor de milieukwaliteit en een aantrekkelijke en bereikbare groene omgeving en voorzieningenstructuur. Nabijheid en menging van wonen, werken, voorzieningen, parken en natuur draagt niet alleen bij aan gezondheid, maar nodigt ook uit tot sociale contacten en draagt daardoor bij aan de sociale cohesie binnen steden en dorpen.

‐ De provincie zet in op het vergroten van nabijheid als strategie om groei van de (auto)mobiliteit te beperken. Nabijheid en functiemenging van wonen, werken en voorzieningen dragen bij aan de ontwikkeling van nieuwe (en vernieuwing van) economische activiteiten. Het woongebouw wordt met een hoogte van maximaal 63,5 meter onderdeel van de skyline van Tilburg. Doordat de ontwikkeling is gelegen in de binnenstad van Tilburg, is deze goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het woongebouw markeert het kernwinkelgebied en vormt een stedenbouwkundig geheel met de

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

9

overige hoogbouw in directe omgeving. Daarnaast is het woongebouw goed zichtbaar vanaf het station. Daarmee is deze ontwikkeling van groot belang voor de entree van de binnenstad vanaf onder andere het station. Bovendien is het plan gelegen aan een van de nieuwe looproutes, die de binnenstad in noord‐zuidrichting zal doorkruisen vanaf de Spoorlaan via het Pieter Vreedeplein tot aan de Emma Winkelpassage. Door de toevoeging van 130 appartementen op deze plek wordt bijgedragen aan functiemening op de schaarse ruimte in de binnenstad. Gelet op het voorgaande past de voorgenomen ontwikkeling binnen het beleid in de Brabantse omgevingsvisie, mits voldaan wordt aan de afspraken uit het RRO en de ladder voor duurzame verstedelijking. In paragraaf 3.3.3 is reeds ingegaan op de regionale afspraken voor wonen en commerciele functies in relatie tot de ladder voor duurzame verstedelijking.

3.4.2 Interim omgevingsverordening De provincie heeft een Interim omgevingsverordening vastgesteld (25 oktober 2019, in werking 5 november 2019) waarin de bestaande regels m.b.t de fysieke leefomgeving zijn samengevoegd. In de Interim omgevingsverordening zijn de bestaande regels samengevoegd van de Provinciale milieuverordening, Verordening natuurbescherming, Verordening Ontgrondingen, Verordening ruimte, Verordening water en de Verordening wegen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels van de genoemde verordeningen zijn gehandhaafd met het huidige beschermingsniveau en dat er in beginsel geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen wijzigingen doorgevoerd gebaseerd op eerder vastgesteld beleid, zoals de Brabantse omgevingsvisie. De 'definitieve' omgevingsverordening, vastgesteld op 11 maart 2022 wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. De Omgevingsverordening bevat omgevingswaarden, algemene regels (rechtstreeks geldende regels) en instructieregels (regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van b.v. bestemmingsplannen en besluiten). Specifiek voor het plangebied geldt dat het gelegen is binnen de aanduidingen 'stedelijk gebied' en 'concentratiegebied'.

Dit brengt met zich mee dat de ontwikkeling moet passen binnen de regionale afspraken en dat het om een duurzame stedelijke ontwikkeling moet gaan. In paragraaf 3.3 is reeds ingegaan op de regionale afspraken met betrekking tot woningbouw in relatie tot voorliggend plan. Voor wat betreft duurzame stedelijke ontwikkelingen, stelt de Interim omgevingsverordening dat een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: <0000> een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving bevordert; <0000> zorgvuldig ruimtegebruik bevordert, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; <0000> optimaal invulling geeft aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; <0000> rekening houdt met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; <0000> optimaal invulling geeft aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; <0000> bijdraagt aan een duurzame, concurrerende economie. In hoofdstuk 4 van deze plantoelichting worden bovenstaande aandachtspunten voor het voorliggend plan nader onderbouwd.

3.5 Gemeente 3.5.1 Omgevingsvisie Tilburg 2040 Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in balans. People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel verschillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woonmilieus passen bij de leefstijl van de mensen. Planet: We gaan voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een steeds prominentere rol in de stad. De

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

10

grote natuurgebieden om de stad zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de veerkracht van de natuur. Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt: op aangenaam werk en op een fijne woon‐en leefomgeving. Om antwoord te geven op de vraag hoe we dit gewenste toekomstbeeld samen met burgers en partners in de stad voor elkaar kunnen krijgen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 een strategie met drie sporen: <0000> de Brabantstrategie <0000> de Regiostrategie <0000> de Stadsstrategie Brabantstrategie: Tilburg kiest voor de kracht van stedelijke samenwerking Samen met de andere Brabantse steden wil Tilburg de kracht van het stedelijk netwerk BrabantStad versterken. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen in de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn, ook de groene omgeving en religieus en historisch erfgoed zijn belangrijke factoren.

Bereikbaar: goede verbindingen (weg, water, rail én digitaal) met de andere Brabantse steden zijn essentieel voor een sterk stedelijk netwerk. Concurrerend: En duurzame concurrentiekracht kent in Tilburg twee belangrijke pijlers, namelijk kennis & creativiteit en smart industries. Concreet richt de Brabantstrategie zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. De vier stedelijke knooppunten: <0000> Binnenstad van de 21e eeuw <0000> Tilburg University Campus: kennisontwikkeling en -toepassing <0000> Modern Industrieel Cluster Vossenberg-Loven <0000> Modern Industrieel Cluster Midden-Brabant De drie stadsregionale parken zijn: <0000> Stadsregionaal park Moerenburg -Koningshoeven <0000> Stadsregionaal park Stadsbos013 <0000> Stadsregionaal park Noord De regiostrategie: de kracht van Tilburg als centrumstad Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant. Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan.

De regiostrategie richt zich op drie stedelijke knooppunten en twee regionale ecologische verbindingszones ten westen en oosten van de stad. De drie stedelijke knooppunten zijn: <0000> Bedrijvenpark Zuid <0000> Zorgcluster Leijpark <0000> Duurzaam energielandschap Noord De twee ecologische verbindingszones: <0000> Aan de oostzijde bestaat de verbinding uit ecologische stapstenen in het bestaande landschap en agrarisch productiegebied. <0000> Aan de westzijde van de stad bestaat de verbinding uit een fijnmazig netwerk van ecologische verbindingszones langs wegen en waterlopen. De stadsstrategie: leefbaarheid met oog voor de menselijke maat

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

11

De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Hoofdpunten van de stadsstrategie zijn: <0000> Ruimte voor zelf-en samenredzaamheid in wijken en buurten <0000> Basis op orde: wijken zijn schoon, heel en veilig <0000> Vitale wijkeconomie: dynamiek en ondernemerschap in de wijk <0000> Brandpunten in wijken zorgen voor dynamiek, ontmoeting en sociale binding. <0000> Differentiatie in woonmilieus: aansluiten bij de leefstijlen van bewoners <0000> Cultureel erfgoed: het verhaal van Tilburg centraal <0000> Groen en water in de stad: toegankelijk en zichtbaar <0000> Goede bereikbaarheid van wijken en buurten borgen <0000> Betere verbinding stad en buitengebied: groene inprikkers <0000> Economische vitaliteit van het landschap behouden en versterken Functie van de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie Tilburg 2040 is een koers‐ en inspiratiedocument. Het is een kompas voor investeringen in het fysieke domein. Een uitnodiging aan de stad om samen te werken aan de ontwikkeling van een stad waar het fijn wonen, werken, leven en recreëren is. De visie biedt burgers en bedrijven ruimte om initiatief te ontplooien en reikt de gemeente handvatten aan om haar strategie af te stemmen op het geschetste toekomstperspectief.

De Omgevingsvisie Tilburg 2040 geeft ook richting aan de inzet van de gemeente; in welke onderdelen de gemeente haar geld, tijd en bestuurskracht investeert. En welke prioriteiten daarbij gelden. De binnenstad van de 21e eeuw Voor de binnenstad is de Brabantstrategie van toepassing. Deze strategie richt zich op vier stedelijke knooppunten en drie stadsregionale parken. Een van de stedelijke knooppunten is de binnenstad, meer specifiek de 'Binnenstad van de 21e eeuw'. De binnenstad van de 21e eeuw komt tot stand doordat de huidige binnenstad en de spoorzone in steeds grotere mate een geheel worden. Deze versmelting biedt grote kansen om een aantrekkelijkere binnenstad te realiseren voor bewoners, bezoekers, bedrijven en instellingen, waarbij ruimte wordt geboden voor (kennisintensieve) bedrijvigheid, onderwijs, cultuur, ontmoeting, wonen, horeca en evenementen. De huidige binnenstad kent een aantal karakteristieke identiteiten. Een daarvan is de aanwezigheid van een oude lintenstructuur, waarvan onder andere de Heuvelstraat deel uitmaakt. Aan deze linten is aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw een nieuw stadscentrum ontstaan, met een kenmerkend patroon aan nieuwe straten. De binnenstad herbergt nog een groot aantal gebouwen uit die periode. Vanwege de cultuurhistorische waarde is de huidige binnenstad aangewezen als een beschermd stadsgezicht.

Waardevolle elementen dienen zoveel mogelijk behouden te blijven en als kwaliteit en inspiratiebron voor nieuw ontwikkelingen te dienen. De centrumfunctie van de Binnenstad van de 21e eeuw dient te worden versterkt en daarnaast dient deze een en uitstraling te hebben die specifieke doelgroepen aantrekt, zoals kenniswerkers en commerciële dienstverleners. De binnenstad is daardoor nog aantrekkelijker voor bewoners, bezoekers en ondernemers geworden. Het hoogstedelijke, hippe en creatieve woonmilieu, met publieksgerichte voorzieningen en aandacht voor lifestyle, zullen ervoor zorgen dat studenten en een jonge, hoogopgeleide beroepsbevolking worden aangetrokken en behouden blijven. Dat is belangrijk voor economische groei. Onderhavig planvoornemen draagt bij aan de doelstellingen van de Binnenstad van de 21e eeuw. Het plan zorgt voor een versterking van de centrumfunctie. De toevoeging van een woongebouw draagt bij aan het creëren van een hoogstedelijk woonmilieu met publieksgerichte voorzieningen.

3.5.2 Overige gemeenteliijke structuurvisies 3.5.2.1 Structuurvisie linten oude stad De Structuurvisie linten is vastgesteld omdat de huidige bestemmingsplannen onvoldoende de gewenste kwaliteit in de linten te sturen. Naast ruimtelijke aspecten (o.a. hoogte/ breedte nieuwbouw) is ook de eenzijdige gerichtheid van ontwikkelaars op appartementen een punt van zorg. Er wordt (te) kolossaal (in hoogte en breedte) gebouwd, winkels verdwijnen, er is steeds meer leegstand, historische panden worden gesloopt en er is een gebrek aan kwaliteit van de openbare ruimte. Kortom, de linten gaan in zijn

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

12

algemeenheid in sfeer en functie achteruit en de roep om meer bijsturing wordt steeds luider. Algemene wens is te komen tot een introductie van een nieuwe manier van omgaan met de linten (dit gaat niet alleen om het bouwen, maar ook om de contacten met bewoners, ondernemers, de inrichting openbare ruimte etc.). Deze manier moet meer bijdragen en beter aansluiten op het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost. De linten zijn erg belangrijk voor de economie van Tilburg. Circa 10% van de werkgelegenheid en 21% van het aantal winkels (met 17% van de winkelvloeroppervlakte) bevinden zich in de linten. De goede bereikbaarheid, de sterke menging van functies en de aanwezigheid van bekende winkels zijn sterke punten. In de structuurvisie wordt een onderscheid gemaakt tussen bedrijvige en rustige linten: 1. bedrijvige linten: Bedrijvige linten kenmerken zich door relatief veel doorgaand verkeer met veel bedrijven en winkels (meer dan 20%). Samen met de ringbanen vormen de 'bedrijvige linten' het huidige ontsluitingssysteem voor auto's in de Oude Stad; 2. rustige linten: In deze linten ligt het accent op de functie wonen (min. 80 %). De bedrijvigheid is hier ondergeschikt.

Doelen De doelen met betrekking tot rustige en bedrijvige linten in de Oude Stad zijn de volgende: <0000> bescherming van de historische structuur en het erfgoed, alsmede aandacht voor de historische uitstraling van de linten: naast behoud van de meest waardevolle beeldbepalende ensembles kan de historie in de linten als randvoorwaarde, inspiratiebron of referentie voor nieuwe ontwikkelingen benut worden; <0000> vergroten van de herkenbaarheid van de linten en hun identiteit (openbare ruimte en verkeer; <0000> introductie van een nieuwe manier van bouwen die meer bijdraagt aan het karakter en de sfeer van de linten en die een aantal problemen waar de linten nu mee kampen oplost; <0000> behoud en stimulering van de dynamiek van de bedrijvige linten: onder dynamiek wordt verstaan de combinatie van doorgaand verkeer en de aanwezigheid van een aanzienlijke hoeveelheid winkels en bedrijven (meer dan 20%); <0000> behoud en bevordering van de diversiteit van het wonen aan de linten met respect voor de historische perceelsgewijze bouwwijze van woningen en door beperking van de mogelijkheden van appartementenbouw. Visie en uitvoeringsprogramma De visie op de linten volgt de drie thema's ruimtelijke ordening (met de subthema's detailhandel/bedrijvigheid, wonen, cultuurhistorie en stedenbouw), openbare ruimte en samenwerking met partijen op de linten.

Ruimtelijke ordening: I Detailhandel/bedrijvigheid <0000> versterken dynamiek en levendigheid in de linten <0000> de linten economisch vitaal houden (o.a. ondernemersklimaat op peil houden) ‐ maatregelen detailhandel/bedrijvigheid <0000> De dynamiek concentreren in bedrijvige linten <0000> Stimuleren de broedplaatsfunctie in bedrijvig linten <0000> Investeren in samenwerking tussen overheid en ondernemers II Wonen <0000> behouden en versterken van de diversiteit in bebouwing en bewoning <0000> beperken van appartementenbouw <0000> historisch karakter van de linten als woonkwaliteit behouden ‐ maatregelen wonen <0000> Aanpassing van de functie wonen in bestemmingsplannen <0000> Aanpassing van richtlijnen bouwbreedte en bouwhoogte (K1,'korrel overig') <0000> Stimuleren van nieuwe woonvormen III Cultuurhistorie

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

13

<0000> <0000> <0000>

inzet erfgoed (objecten en structuur) als randvoorwaarde voor beheer en ontwikkeling meer zorg voor historische bebouwing en de kenmerkende korrelgrootte behoud van ensembles

‐ maatregelen cultuurhistorie <0000> Planologisch vastleggen van cultuurhistorische ensembles <0000> Formaliseren in de systematiek van de beheerbestemmingsplannen <0000> Visie linten effectueren binnen specifieke planologische mogelijkheden <0000> Stimuleren van hergebruik van waardevolle ensembles en monumenten <0000> Investeren in uitstraling en communicatie van/over de linten IV Stedenbouw <0000> zorgvuldiger omgaan met de linten door aandacht voor: <0000> de korrel, maat en schaal van de bebouwing <0000> aanwijzing van ensembles <0000> aandacht voor de overgang van de linten naar de buurt <0000> benadrukken van het verschil tussen monofunctionele woongebieden achter de linten en rustige en bedrijvige linten door een andere manier van bouwen (bijv. grotere diversiteit of meer stedelijke woningtypes aan de bedrijvige linten) <0000> aandacht voor diversiteit in de linten ‐ maatregelen stedenbouw <0000> Beperking van de bouwbreedte en bouwhoogte <0000> Niet alleen kijken naar de bebouwingswand, maar naar de volledige diepte van het perceel <0000> Ondergronds parkeren is niet verplicht. Het is wel verplicht om parkeerplaatsen mee te verkopen.

<0000> Door het beschermen van ensembles verwanding (= te lange en brede gebouwen) tegengaan V Openbare ruimte <0000> behouden en versterken van de herkenbaarheid en continuïteit van de linten <0000> investeren in de kwaliteit, uitstraling en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte ‐ maatregelen openbare ruimte <0000> Afstemmen van evt. hogere eisen in de bedrijvige linten met beheer en onderhoud bedrijvige linten <0000> Groen waar het kan <0000> Meer aandacht voor het verblijfskarakter <0000> Efficiënter omgaan met parkeren <0000> Toepassen van principeprofielen voor rustige en bedrijvige linten <0000> Bij herinrichting linten aansluiten op het Meerjarenprogramma VI Samenwerking <0000> het collectief belang van de linten benadrukken en uitdragen <0000> bedrijvigheid op bedrijvige linten vitaal houden <0000> gezamenlijke laagdrempelige projecten opzetten ‐ maatregelen samenwerking <0000> Voortzetten lintenmanagement op de Korvelseweg en Besterdring

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

14

Structuurvisie Linten oude stad: bedrijvige en rustige linten Onderhavig plangebied is aangeduid als een 'rustig lint' in de Binnenstad, maar wordt direct omgeven door bedrijvige linten. In de Structuurvisie Linten in de Oude Stad is aangegeven dat de Binnenstad een bijzondere plek inneemt binnen de structuurvisie. Dit omdat er voor de Tilburgse Binnenstad al specifiek diverse nota's van toepassing zijn en die bovendien in het bestemmingsplan 'Binnenstad 2010' duidelijk en helder zijn vastgelegd. Daarnaast is aangegeven dat er specifiek voor de Binnenstad diverse processen spelen die in dit deel van de stad dominanter en belangrijker zijn dan de Structuurvisie Linten in de Oude Stad. Het gaat dan om bijvoorbeeld de keuze van de winkelstructuur, de keuze voor dwaalgebied en de keuze voor de Cityring voor een betere ontsluiting van de stad. Ook 'winkelrondje Emmapassage', waar onderhavig bestemmingsplan ook onderdeel van uitmaakt en een bijdrage aan levert, is in die context specifiek benoemd.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

15

Uitsnede Structuurvisie Linten oude stad (plangebied blauw omcirkeld) In het nieuwe woongebouw worden commerciële functies toegestaan met woningen op de verdiepingen. Het accent blijft daarmee liggen op de functie wonen. Er is sprake van een kwaliteitsslag, waarmee de vitaliteit van het lint en de leefbaarheid van de binnenstad wordt behouden. 3.5.2.2 Binnenstad van de 21e eeuw Op 11 juli 2017 stelde het college van B &W de economisch‐ruimtelijke visie voor de binnenstad van de 21e eeuw vast. De titel is: "Tilburg Next, de binnenstad van Tilburg is klaar voor de 21ste eeuw." De Binnenstad van de 21e eeuw is een samenvoeging van de huidige Binnenstad en de Spoorzone. Het kernwinkelgebied is één van de deelgebieden en vormt de kapstok voor de ontwikkelingen in het gebied. De binnenstadsvisie geeft antwoord op de vraag: "Hoe krijgen we het voor elkaar om een dynamische, aantrekkelijke en toekomstgerichte binnenstad te realiseren?" In deze visie wordt geconstateerd dat de binnenstad populair is om te wonen, te werken en te recreëren (winkelen, evenementen etc.). De binnenstad moet opnieuw worden uitgevonden om aan meer functies ruimte te bieden. Zo is er naast de ontwikkeling van een toekomstbestendig Kernwinkelgebied behoefte aan aantrekkelijke woonmilieus voor uiteenlopende doelgroepen. Dit gebeurt al in aanpalende gebieden, zoals de Spoorzone en de Piushaven.

Tilburg bindt de jonge en startende inwoner al aan de Binnenstad, maar zal gefaseerd ook ruimte bieden voor hogere doelgroepen, zoals de NexT‐generation (25+). Deze 'nieuwe middenklasse' kan worden gebonden met "intensieve laagbouw en comfortabele, moderne stadsappartementen, wonen met werken aan huis, wonen boven winkels of vernieuwende woonconcepten." Onderhavig plan draagt bij aan een toekomstbestendig Kernwinkelgebied en een aantrekkelijk woonmilieu voor diverse doelgroepen. Het plan past dan ook binnen de kaders van 'Binnenstad van de 21e eeuw'.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

16

Hoofdstuk 4 Thematische beleidskaders 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van de bij het opstellen van dit bestemmingsplan van kracht zijnde beleidskaders ten aanzien van de in relatie tot het plan relevante thema´s. Daar waar nodig, wordt dieper ingegaan op de keuzes die in het plan zijn gemaakt op basis van deze kaders. Aan de onderwerpen Milieu en Water zijn aparte hoofdstukken gewijd.

4.2 Stedenbouwkundige aspecten en welstand 4.2.1 Hoogbouw Het gemeentelijke hoogbouwbeleid is opgenomen in de Handreiking Hoogbouw die op 11 september 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad. Op 3 oktober 2023 wordt in de Raad de reparatie "Handreiking Hoogbouw 2017 ‐ reparatie juni 2023 behandeld". Met deze reparatie wordt het hoogbouwbeleid in overeenstemming gebracht met ons beleidsdoel en werkwijze, namelijk dat we ten aanzien van het bepalen van voldoende bezonning de Haagse bezonningsnorm hanteren, in plaats van de Haagse bezonningsregel (zie voor meer hierover paragraaf 4.2.5 schaduwwerking). Onder hoogbouw worden gebouwen hoger dan 15 meter verstaan. Gemeente Tilburg wil hoogbouw realiseren op die locaties waar het een meerwaarde oplevert voor de stad, in programmatische én in ruimtelijke zin. Hoogbouw kan positief bijdragen aan de 'leesbaarheid van de stad' door de oriëntatie en herkenbaarheid te vergroten en bij te dragen aan de identiteit van de stad. Hoogbouw kan bijdragen aan de verbetering van de openbare ruimte en zorgt voor het zuinig omgaan met ruimte. Met hoogbouw kan namelijk verdichting worden mogelijk gemaakt, waardoor de levendigheid in de stad en draagvlak voor stedelijke voorzieningen verbeterd kan worden. Maatschappelijke en economische ontwikkelingen bepalen mede op welke locaties hoogbouw gewenst is.

De dynamiek van deze ontwikkelingen vraagt om maatwerk. Daar wil gemeente Tilburg op inspelen met een flexibeler en tegelijkertijd stringenter hoogbouwbeleid dan het voorgaande beleid. De Handreiking Hoogbouw (2017) voorziet in een algehele actualisering van het hoogbouwbeleid uit 2007. Het hoogbouwbeleid van 2007 ging nog uit van een kaartbeeld van de stad waarop was aangegeven waar hoogbouw 'gewenst', 'af te wegen' respectievelijk 'ongewenst' was. Het kaartbeeld leidde in de praktijk tot een aantal neveneffecten, zoals speculatie en overaanbod, beperkte sturingsmogelijkheden binnen de gebieden waar hoogbouw 'gewenst' was, weinig mogelijkheden om in te spelen op nieuwe gewenste ontwikkelingen. Daarom is in de Handreiking Hoogbouw (2017) geen vast kaartbeeld opgenomen, maar de plicht om bij elk hoogbouwinitiatief een stedenbouwkundige analyse uit te voeren (dynamisch kaartbeeld), de programmatische behoefte aan te tonen en een belangenafweging te maken. In het Stedenbouwkundig Plan zijn twee zoekgebieden voor woongebouwen weergegeven. Het nieuwe hoogbouwbeleid laat een blauwdruk met hoogtes en locaties van hoogbouw los en eist daarvoor in de plaats een gedegen stedenbouwkundige analyse van het deel van de stad waarin de specifieke hoogbouwbehoefte speelt. Die stedenbouwkundige analyse c.q. het hoogbouwlandschap is even verderop beschreven.

Het plan voldoet daarmee aan het Stedenbouwkundig Plan (de twee zoekgebieden) en het Hoogbouwbeleid (stedenbouwkundige analyse). In de onderstaande paragrafen gebiedsprofiel en projectprofiel wordt een motivering van het hoogbouwinitiatief gegeven vanuit de in de Handreiking Hoogbouw (2017) en de actualisatie Handreiking Hoogbouw (2023) genoemde stedelijke en gebiedsgerichte criteria.

4.2.2 Gebiedsprofiel Onderhavig plan voorziet in een woongebouw aan het Pieter Vreedeplein. De hoogbouw in onderhavig plan is motiveerbaar en inpasbaar. Het hoogbouwlandschap van Tilburg wordt momenteel gedomineerd door de oost‐west as tussen Interpolis en Universiteit en een aantal knooppunten met hoogbouw, zoals de Kempenbaan met het Cenakel en omgeving

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

17

en de zuidwestelijk stadsentree bij Het Laar. Halverwege de genoemde as staat de Stadsheer, een hoog woongebouw. Deze hoogbouw heeft een afmeting van circa 100 meter of meer. Daaronder is een niveau ontstaan (en nog in planning) van hoge gebouwen van maximaal ca 70 m. TTS2 nabij het Van Gend &Loos‐terrein, alsmede geplande gebouwen in de Spoorzone zijn daarvan voorbeelden. Deze gebouwen staan op de tweede lijn van de oost‐west as. Daaronder (in hoogte, maar ook ten zuiden daarvan) zijn projecten gerealiseerd als de Stadswachter aan de Piusstraat, Julianastaete aan de Heuvelring, de Heuvelse kerk, Stadskantoor 1, de Katterug etc. Voornoemde bebouwing is geconcentreerd rondom het Kernwinkelgebied. Deze gegroeide opbouw van het hoogbouwlandschap biedt aanknopingspunten voor onderhavig plan, dat een nieuw accent in de Verbinding zal vormen.

Verbeelding doorsnede omgeving Het beoogde woongebouw wordt ‐ evenals het woongebouw aan het Hendrikhof ‐ een echte blikvanger in het Kernwinkelgebied. Doordat de ontwikkeling is gelegen in de binnenstad van Tilburg, is deze goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Het woongebouw markeert het kernwinkelgebied en vormt een stedenbouwkundig geheel met de overige hoogbouw in directe omgeving en completeert daarmee de eerder beschreven opbouw van de stad. Cultuurhistorische waarden De hoogbouw is opgebouwd uit drie elementen, die elk een eigen verhouding met de omgeving hebben. Het eerste element is de basislaag, die met de vorm en massa en ook met de architectonische taal refereert aan de bestaande, deels historische, stadslaag. Het tweede element is het middendeel. Het middendeel springt naar achteren in en staat daarmee los van de basislaag, waardoor de toren niet rechtstreeks op de grond staat. Dit middendeel refereert met de hoogte aan het middensegment van de buurtoren. Het derde en laatste element is de kroon. Dit element is verdraaid ten opzichte van het middendeel en respecteert daarmee het zicht op de Heuvelse kerk. De zuidzijde van dit element krijgt een kleinschalige gevelindeling, waarmee het refereert aan de kleinschaligere opbouw aan de Heuvelstraat, van waaruit dit deel zichtbaar is.

Door het volume van het gebouw op het niveau van de plint, het middendeel en de kroon te laten corresponderen met de schalen die zijn terug te vinden in zijn directe omgeving, zal een gebouw ontstaan dat onderdeel uitmaakt van het (historische) stadslandschap. a. Ruimtelijke oriëntatie: De bijdrage van het project aan de ruimtelijke oriëntatie van Tilburg speelt op gebiedsniveau en minder op stadsniveau. Daarmee past de hoogte in het in de huidige opbouw van de stad, die 3 niveaus kent: gebouwen die de skyline bepalen (ca 100 m en meer), gebouwen die specifieke gebieden aankondigen en/of markeren (ca 70 m) en gebouwen die lager zijn (gemiddeld ca 50 m). De laatste categorie bevat gebouwen die zich meer voegen in het stedelijk weefsel als meer locale accenten kunnen worden gelezen. Het woongebouw aan het Pieter Vreedeplein voldoet door zijn hoogte en vorm, die specifiek op de directe omgeving reageert, aan die criteria. b. Silhouet/skyline: Vanwege deze herkenbare inbedding in de het stedelijk weefsel is de bijdrage van het woongebouw aan de skyline van de stad van minder betekenis. Het gebouw heeft vooral een relatie met de bestaande woontoren

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

18

op het Pieter Vreedeplein en de Heuvelse kerk. Hoogte, richting en vormgeving zijn daarop specifiek aangepast, o.a. om het zicht vanuit de bestaande woontoren zo min mogelijk te beperken. c. Inpassing in de omgeving: Het woongebouw heeft een driedeling gekregen als reactie op de directe omgeving. De plint van 4 lagen is een voortzetting van de Frederikstraat en de zuidelijke pleinwand. Daarboven wordt de toren terug liggend ten opzichte van deze wanden gebouwd. Daardoor wordt de schaal van de commerciële plinten c.q. de naastliggende gebouwen vml. Hudsons Bay en mango, niet onderbroken en wordt de afstand tot de bestaande toren vergroot. Het bovenste gedeelte reageert op de schaalsprong van de bestaande woontoren door een verdraaiing. Daarnaast zorgt deze driedeling voor meer relatie met de schaal van de bebouwing in de directe omgeving. d. Draagvlak en functiemenging: De verbinding tussen de Emmapassage en het Pieter Vreedeplein is een essentiële ingreep om het kernwinkelgebied van Tilburg commercieel aantrekkelijker en kwalitatief hoogwaardiger te maken. De doelstelling is om boven deze nieuwe winkelstraten woningen te bouwen. Daarmee kan het draagvlak worden gehaald dat nodig is om de ontwikkelingen haalbaar te maken en de winkelstraten voldoende dynamisch en sociaal veilig te maken.

Het benodigde woonprogramma kan uitsluitend worden gerealiseerd als ook op 2 locaties hoogbouw wordt toegevoegd. Het begin en het einde van de nieuwe winkel‐as, nabij de Emmapassage en het Pieter Vreedeplein, zijn daarvoor de best inpasbare plekken.

4.2.3 Projectprofiel Bij het inpassen van het beoogde woongebouw wordt rekening gehouden met de bouwregimes van de bestaande stad. Dit wordt mede gedaan door middel van setback in het ontwerp. Het gebouw bestaat uit drie verschillende volumes. Een plint van vier verdiepingen een middendeel van zeven verdiepingen en een kroon van negen verdiepingen. De drie bouwdelen krijgen elk een façade met een eigen identiteit door in de verschillende delen de nadruk van de horizontale gevelelementen naar de verticale gevelelementen te verleggen. De plint van vier verdiepingen sluit aan op de bouwhoogte van naastgelegen gebouwen. Vanaf de vierde verdieping maakt de gevel van het gebouw een sprong naar achteren. Hierdoor ontstaat afstand tussen het bestaande en het nieuwe woongebouw. De schaal van de aan weerszijden gelegen panden wordt niet onderbroken.

Het volume van de vierde tot en met de tiende verdieping loopt op tot een hoogte van circa 36,5 meter. Hierna verspringt de noordgevel wederom naar achteren. Het bovenste gedeelte draait ten opzichte van het

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

19

middendeel. Op deze manier ontstaat er een correlatie met het bestaande woongebouw, waarbij specifiek rekening is gehouden met het zicht vanuit die appartementen. De kroon is vanuit meerdere plekken in de stad goed te zien. De façade aan de zijde van het Pieter Vreedeplein correspondeert met de grote schaal van de bestaande bebouwing. Aan de andere kant is de gevel met een kleinere maat verdeeld. Dit bewerkstelligt een sterkere relatie met de kenmerkende kleinere schaal van achterliggende straten van het centrum. 1. Windhinder: Zie hieronder in paragraaf 4.2.4. 2. Schaduwwerking: Zie hieronder in paragraaf 4.2.5. 3. Uitzicht: Er is uitvoerig onderzoek gedaan naar de effecten van het woongebouw op de directe omgeving. Daaruit zijn de vorm en verdraaiing naar voren gekomen. 4. Privacy: In standaard woonsituaties wordt vaak een minimum afstand van 20 meter gehanteerd als goede maat tussen (achter)gevels van woningen. In de Handreiking Hoogbouw wordt een maat van 25 meter genoemd als maat waarbinnen gezichtstrekken herkenbaar zijn. Tussen gevels is, zeker in een stedelijke omgeving, een kleinere maat niet ongebruikelijk. Die maat hangt echter sterk af van de programmatische opgave en de beschikbare ruimte. In stedelijke gebieden wordt die maat om die redenen niet altijd gehaald.

In een dynamische omgeving, zoals de Binnenstad van Tilburg, is een kleinere maat aanvaardbaar als er minder ruimte is en als er in het ontwerp en/of de plattegronden van de woningen zoveel mogelijk rekening is gehouden met de kleinere afstand. In dit geval is de maat overal groter (minimaal 25 meter), zie afbeelding hieronder.

5. Schaalsprong: Het woongebouw is het hoogste gebouw in de directe omgeving. Om de effecten daarvan te minimaliseren is gekozen voor een terugliggende opbouw boven de bestaande winkelplinten van het middeldeel en een verdraaiing van het bovenste gedeelte. Op die wijze ontstaat een toren die niet alleen eenarchitectonisceh toegevoegde waarde in het stadsbeeld heeft, maar ook een herkenbare en daardoor minder confronterende schaal heeft ten opzichte van die omgeving.

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

20

6. Plint/ openbare ruimte/ openbaar groen: De plint van het woongebouw is een continuering van de bestaande commerciële plinten van de Frederikstraat en de zuidelijk wand van het Pieter Vreedeplein. Deze plint wordt ok met winkelfncties ingevuld. In dei zin draagt de ontwikkeling bij aan het gewenste winkelmilieu. Ten behoeve van bevoorrading en het stallen van fietsen is een onderdoorgang gemaakt aan het Pieter Vreedeplein. Deze noodzakelijke logistieke voorzieningen liggen op eigen terrein en zullen de openbare ruimte zo min mogelijk belasten.

4.2.4 Windklimaat Hogere bebouwing zorgt voor veranderingen in windstromen die al dan niet hinderlijk kunnen zijn in de openbare ruimte. Om de effecten van windhinder als gevolg van het woongebouw in beeld te brengen, is er een Kwalitatief Windhinderonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 2 bij deze toelichting gevoegd. Het lokale windklimaat wordt op windhinder beoordeeld door de kans op overschrijding van de 5,0 m/s‐grens (NEN 8100). De overschrijdingskans wordt uitgedrukt in procenten van het aantal uren per jaar. In de onderstaande tabel is deze standaardbeoordeling weergegeven.

Twee situaties zijn onderzocht: De geprojecteerde situatie met hoogbouw en bomen; De huidige planologisch toegestane situatie (conform het bestemmingsplan): een 15 meter hoog gebouw met een footprint als de hoogbouw, met bomen. Voorts is het risico op 'windgevaar' beoordeeld aan de hand van onderstaande tabel. Hiermee wordt bedoeld dusdanig hoge windsnelheden waarbij mensen ernstige problemen ondervinden tijdens het lopen en waarbij een windvlaag mensen kan doen vallen.

Alle situaties met een overschrijdingskans groter dan 0,30% van de tijd zijn gevaarlijk en moeten vermeden worden. Een 'beperkt risico' is slechts acceptabel bij niet windhindergevoelig gebruik, dat wil zegen in doorloopgebieden of voor plekken waar geen activiteit zal plaatsvinden (geen entrees, loop of fietsroutes). Voor de activiteiten slenteren en langdurig zitten is een beperkt risico op gevaar niet acceptabel. Beoordeling windklimaat - straatniveau De beoordeling van het windklimaat in de geprojecteerde situatie rondom de hoogbouw op straatniveau is als volgt: <0000> Op het Pieter Vreedeplein wordt een goed windklimaat voor zitten verwacht <0000> In het winkelgebied rondom de nieuwbouw bestaat een goed windklimaat voor slenteren en zitten, met uitzondering van de directe omgeving van de hoek schuin tegenover ingang van de passage. Zowel in de

Binnenstad 2010, 12e herziening (Pieter Vreedeplein)

21

<0000> <0000>

planologische als geprojecteerde situatie is het windklimaat voor slenteren daar in een beperkt gebied matig. Het windklimaat voor doorlopen blijft goed. Het binnenterrein ten zuiden en ten oosten van het gebouw is goed geschikt als een doorloopgebied. De resultaten laten zien dat er op straatniveau geen significant risico op windgevaar bestaat in de omgeving van de geprojecteerde hoogbouw.

Windklimaat hoog gelegen buitenruimtes Het resultaat van het geprojecteerde gebouw op het windklimaat nabij de tegenoverliggende hoogbouw is gunstig nabij de zuidoosthoek van dat gebouw. Daar neemt over de gemiddelde windsnelheid af. Langs de gevel die uitkijkt op het Pieter Vreedeplein neemt de windsnelheid bij ongunstige zuidwesten wind toe. In beide situaties (geprojecteerde en planologisch) zijn de loggia’s alleen geschikt voor de activiteit ‘zitten’ in het gebied direct achter de afscherming en/of bij gunstige windcondities. Aanbevelingen In het algemeen is het niet te voorkomen dat het plaatsen van een hoog gebouw op een aantal locaties tot een verandering van het windklimaat leidt. Het is gebruikelijk om een slecht windklimaat zoveel mogelijk te voorkomen, maar een matig windklimaat als ‘acceptabel’ te beschouwen. De omgeving van de hoek schuin tegenover ingang van de passage Zowel in de planologische als geprojecteerde situatie is het windklimaat voor slenteren in de directe omgeving van de hoek matig. Gezien de geringe omvang van dit ‘matige’ gebied, de beperkte mate van hinder en de afstand tot gebouwentrees is sprake van een situatie die uit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar is. Personen hebben bovendien de mogelijkheid beschutting te zoeken onder de arcade. Het binnenterrein ten zuiden van het gebouw Dit terrein is niet openbaar toegankelijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13496549/1