Ruimt onderb Rielseweg 875 20240320 zonder bijl
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875 Gemeente Tilburg Definitief
colofon
projectnaam Ruimtelijke onderbouwing Rielseweg 875 datum 20 maart 2024 projectnummer P06275 opdrachtgever Demir Onroerende Zaken B.V. BRO projectleider TAu projectteam TAu, CVo bron kaft BRO
Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel +31 (0)411 850 400 info@bro.nl www.bro.nl
Inhoudsopgave 1
2
3
Inleiding
5
1.1 1.2 1.3 1.4
5 5 5 6
Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
Planbeschrijving
7
2.1 2.2 2.3
7 8 8
Huidige situatie Toekomstige ontwikkeling Landschappelijke inpassing en kwaliteitsberekening
Beleidskader
10
3.1
Rijksbeleid
10
3.1.1 3.1.2 3.1.3
10 10 10
3.2
3.3
Provinciaal beleid
10
3.2.1 3.2.2 3.2.3
10 11
4
Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, september 2018 (Provincie werkgroep Arbeidsmigratie)
Regionaal beleid 3.3.1
3.4
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit algemene ruimtelijke ordening (Barro) Ladder voor duurzame verstedelijking
Regionaal woonkader Hart van Brabant
4.2.2 4.2.3
4.3
4.5
4.6
4.7
4.8
13 4.9
16 16
16 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
18
4.4.1 4.4.2 4.4.3
18 18 19
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Geluid
19 Toetsingskader Onderzoek Conclusie
19 19 19
Bedrijven en milieuzonering
19
4.6.1 4.6.2 4.6.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
19 20 20
Verkeer en parkeren
20
4.7.1 4.7.2 4.7.3
20 20 20
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Luchtkwaliteit
21
4.8.1 4.8.2 4.8.3
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
21 21 21
Ecologie en stikstof
21 21 22 24
Gemeentelijke beleid
13
3.4.1 3.4.2
13
4.9.1 4.9.2 4.9.3
14
4.10 Geur
Omgevingsaspecten
16
4.10.1 4.10.2 4.10.3
4.1
Archeologie
16
4.11 Gezondheid
25
4.1.1 4.1.2 4.1.3
16 16 16
4.11.1 4.11.2 4.11.3
25 25 25
4.2
Omgevingsvisie Tilburg Beleidsnotitie uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten
Toetsingskader Onderzoek Conclusie
Bodem
16
4.2.1
16
Toetsingskader
Toetsingskader Onderzoek Conclusie Toetsingskader Onderzoek Conclusie Toetsingskader Onderzoek Conclusie
4.12 Vormvrije m.e.r.- beoordeling 4.12.1
Toetsingskader
5
16 17 18
Externe veiligheid
4.5.1 4.5.2 4.5.3
12 13
Water 4.3.1 4.3.2 4.3.3
4.4
Onderzoek Conclusie
6
Afweging van belangen
27
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
27 27 27 27 27 27
Algemeen Noodzaak Maatschappelijke impact Veiligheid Omgevingsdialoog Conclusie
Uitvoerbaarheid
29
6.1 6.2
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
29 29
6.2.1 6.2.2
29 29
6.3
Vooroverleg Omgevingsdialoog
Procedure
29
6.3.1 6.3.2
29 29
Tervisielegging Beroep / hoger beroep
Bijlage 1 - Ladderonderbouwing Bijlage 2 - Landschappelijke inpassing Bijlage 3 - Quickscan Flora & Fauna
24
Bijlage 4 - Rapportage vleermuisonderzoek
24 24 25
Bijlage 5 - Akoestisch onderzoek
26 26
Bijlage 6 - Watertoets Bijlage 7 - Externe veiligheid
Bijlage 8 - Verkennend bodemonderzoek en asbest Bijlage 9 - Stikstofnotitie Bijlage 10 - M.e.r. aanmeldnotitie Bijlage 11 - Rioleringsplan Bijlage 12 - Effectenonderzoek Natuurnetwerk Brabant
1
Inleiding
in overleg met de initiatiefnemer en de omgeving, daadwerkelijk te komen
1.1
Aanleiding
strijd met bestemmingsplan "Buitengebied Zuidwest". Op grond van dit be-
tot realisatie. Het initiatief is niet direct mogelijk, het plan is namelijk in stemmingsplan heeft het perceel de enkelbestemming ‘Horeca’ waarbin-
Initiatiefnemer is voornemens om op het nu nog onbebouwde gemeente
nen de gewenste functie (huisvesting van arbeidsmigranten) niet mogelijk
perceel (Rielseweg 875) huisvesting voor arbeidsmigranten te realiseren.
is.
Met de realisatie zullen er ongeveer 366 arbeidsmigranten gehuisvest kunnen worden. De bebouwing die wordt gerealiseerd zal voor een peri-
Er kan niet meegewerkt worden aan een kleine buitenplanse afwijking (ar-
ode van 10 jaar beschikbaar worden gesteld voor de huisvesting van ar-
tikel 2.12, lid 1 onder a sub 2 Wabo) aangezien het initiatief een stedelijk
beidsmigranten
ontwikkelingsproject betreft, zoals opgenomen in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage.
Tilburgse bedrijven hebben steeds vaker moeite om in de stad of regio
Om het initiatief mogelijk te maken is een buitenplanse afwijking nodig. Dit
voldoende en geschikte werknemers te vinden. Daarom huren zij arbeids-
betreft een omgevingsvergunning aanvraag via de uitgebreide procedure.
migranten in. De meeste arbeidsmigranten komen hier vooral om tijdelijk
Onderdeel van de omgevingsvergunningaanvraag is een ruimtelijke on-
te werken. Ze verblijven in Tilburg voor enkele maanden of langer. In de
derbouwing. Figuur 1: Globale ligging plangebied
gemeente zijn nu nog te weinig goede en grootschalige woonvoorzieningen. Daardoor ontstaan er soms ongewenste situaties in wijken en buur-
In een ‘goede ruimtelijke onderbouwing’ wordt uiteengezet waarom het ini-
ten voor zowel de arbeidsmigranten als hun omgeving. Maar ook is voor
tiatief vanuit ruimtelijk en milieuhygiënisch oogpunt passend is op de voor-
een groot aantal arbeidsmigranten helemaal nog geen verblijfsplek in de
gestelde locatie. Er wordt ingegaan op het vigerend ruimtelijk beleid, de
gemeente beschikbaar.
programmatische aspecten en de milieuwetgeving. Onderhavige onder-
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan “Buitengebied
bouwing voorziet hierin.
Zuidwest” (zie figuur 2). Op het perceel geldt de enkelbestemming ‘Ho-
De gemeente Tilburg heeft in haar nota ‘opgave huisvesting arbeidsmigranten en uitgangspunten (grootschalige) voorzieningen’ kaders vastgelegd om deze ontwikkelingen te faciliteren om zo aan de doelstelling te kunnen voldoen om vóór 2025 ca. 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten te huisvesten. Op dit moment zijn in totaal 10 locaties door het college aangewezen als kansrijke locaties. Eén van de kansrijke locaties betreft de Rielseweg 875. Het college beschrijft in haar collegebesluit dat de locatie Rielseweg vanwege een gunstige ligging ten opzichte van bedrijven en een goede bereikbaarheid als kansrijk wordt geacht voor een grootschalige voorziening voor huisvesting van arbeidsmigranten. De inzet van het college is dan ook op deze locatie,
1.2
Plangebied
Het plangebied betreft het onbebouwde perceel gelegen aan de Rielseweg 875 te Tilburg. Het plangebied grenst aan het bedrijventerrein Katsbogen en ligt nabij het dorp Riel. Riel maakt onderdeel uit van de gemeente Goirle. De ontwikkeling bevindt zich dus in het grensgebied van twee gemeentes. Hier zal nader in de ruimtelijke onderbouwing nog nader aandacht aan worden besteed, met name in hoofdstuk 5 waar wordt ingegaan op de belangenafweging. Het perceel staat kadastraal bekend als Tilburg, sectie E, nummers 2145, 2190, 2191 en 2139. In figuur 1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven.
1.3
Vigerend bestemmingsplan
reca’ en op een klein gedeelte van het plangebied geldt de enkelbestemming ‘Natuur’. Binnen het plangebied zijn ook de functieaanduidingen ‘bedrijfswoning’ en ‘horeca tot en met horecacategorie 3’ opgenomen. Hiernaast is op het deel van het plangebied waar de enkelbestemming ‘Natuur’ geldt ook de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ opgenomen. Ten noordoosten van het plangebied ligt een gasleiding met een dubbelbestemming ‘Leiding – Gas’. Ten slotte is voor het gehele gebied de functie aanduiding ‘reconstructiewetzone – extensiveringsgebied’ opgenomen. In figuur 2 is het vigerende bestemmingsplan weergegeven. Tevens geldt het bestemmingsplan ‘Tilburg, Parkeerregeling 2017’.
Op basis van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zuidwest’ is de realisa-
1.4
Leeswijzer
tie van het gebouw mogelijk, aangezien het gebouw binnen het bouwvlak is gepositioneerd. Wel wordt niet voldaan aan de maatvoeringen zoals be-
Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van
noemd in artikel 9.2. In de huidige situatie is een maximum bouwhoogte
het plan is opgenomen. De daaropvolgende hoofdstukken vormen de ver-
van 10 meter toegestaan. In het bestemmingsplan is wel een afwijkingsbe-
antwoording van de ontwikkeling die deze ruimtelijke motivering mogelijk
voegdheid opgenomen dat onder voorwaarden hiervan mag worden afge-
maakt. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeen-
weken tot maximaal 15 meter. Daar voldoet het plan aan.
telijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt inzicht gegeven in diverse omgevingsaspecten die van belang zijn voor voorliggende ruimtelijke moti-
Het beoogde gebruik, namelijk huisvesting van arbeidsmigranten, is echter
vering. In hoofdstuk 5 is afweging van belangen geschreven. In het laatste
niet passend binnen de huidige horeca bestemming. Er zal derhalve een
hoofdstuk komt de uitvoerbaarheid aan de orde.
juridisch-planologische procedure moeten worden doorlopen om het gewenste gebruik mogelijk te maken.
Figuur 2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan
2
Planbeschrijving
2.1
Huidige situatie
De voorgestelde ontwikkeling vindt plaats aan de Rielseweg 875 te Tilburg. Het betreft een onbebouwd perceel grenzend aan het bedrijventerrein ‘Katsbogen’. Dit bedrijventerrein is gelegen aan de zuidwestelijke kant van Tilburg en het bedrijventerrein ligt ten noordoosten van het dorp Riel. De planlocatie ligt nabij de gemeentegrens tussen Tilburg en Goirle. Het bedrijventerrein ‘Katsbogen’ is voornamelijk ingevuld met bedrijventerreinbestemmingen, maar rondom het plangebied zijn ook woon, natuur en recreatiebestemmingen aanwezig. Ten zuiden van het plangebied aan de andere zijde van de weg Rilliaerse Baan zijn agrarische gronden aanwezig. Het terrein is momenteel braakliggend. Op het terrein heeft voorheen een loods gestaan van Uitgaanscentrum Return. De bebouwing is in 2022 gesloopt. Aan de noordzijde van het terrein is een volkstuincomplex. In het ontwerp is rekening gehouden met de bereikbaarheid van de volkstuinen. In figuur 3 is een impressie weergegeven van de huidige situatie. Figuur 3: Impressie huidige situatie
2.2
Toekomstige ontwikkeling
de bestemming ‘Natuur’ wordt een natuur-recreatieve gebied aangelegd. De verharding zal beperkt blijven tot de sportvoorziening en voor een ge-
Beoogd wordt bebouwing te realiseren ten behoeve van het tijdelijk (10
deelte van het parkeerterrein (ca. 88 m2). Voor een verdere toelichting
jaar) huisvesten van arbeidsmigranten. Na deze periode van 10 jaar kan
verwijzen wij naar het landschappelijke inpassingsplan dat is opgenomen
de bebouwing ingezet worden om een andere functie te dienen. De be-
in de bijlage.
bouwing zal in het bestaande bouwvlak worden ingepast. Het gebouw zal 15 meter hoog worden met een uniforme gevel met begroeiing. Er zal bin-
Op basis van artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap van de interim-
nen het gebouw een patio worden gecreëerd. Elke bouwlaag zal ingevuld
omgevingsverordening dient er bij het mogelijk maken van een ruimtelijke
worden met wooneenheden. Iedere bewoner heeft een eigen slaapkamer.
ontwikkeling in het landelijk gebied gekeken worden naar een fysieke ver-
Daarnaast is er per 6 slaapkamers een gezamenlijke woonkamer met tv
betering van de landschappelijke kwaliteit. Voor het planvoornemen is een
en keuken aanwezig. In het plan is rekening gehouden met totaal 61
kwaliteitsberekening opgesteld, zie onderstaand tabel. Uit de kwaliteitsbe-
wooneenheden. In totaal zal de bebouwing geschikt zijn voor 366 arbeids-
rekening blijkt dat de waarde van de huidige situatie € 1.067.431 bedraagt.
migranten. De nieuwe bebouwing zal geheel gerealiseerd worden binnen
In de toekomstige situatie zal de waarde € 1.057.227 bedragen. Er is dus
het reeds bestaande bouwvlak.
geen sprake van een waardevermeerdering.
Het parkeren zal gedeeltelijk worden opgelost in de te realiseren (parkeer)kelder en op maaiveld. In de figuren 4, 5 en 6 zijn impressies van het toekomstige gebouw weergegeven.
2.3
Landschappelijke inpassing en kwaliteitsberekening
Het plangebied is gelegen binnen het landelijk gebied en groenblauwe mantel conform de provinciale interim-verordening. Voor ontwikkelingen binnen het landelijk gebied dient er een landschappelijk inpassingsplan te worden opgesteld, waarbij er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering. Voor het plan is een landschappelijke inpassing opgesteld. Rondom de planlocatie zal er een groen gebied worden aangelegd met verschillende bloemen, planten en bomen. Ter plaatse van de hoofdentree en het parkeerterrein zullen verschillende hagen, heesters, bomen en struweel worden aangelegd om daarmee de verharding te verzachten. Waar mogelijk zal gebruik worden gemaakt van halfverharding. In de achtertuin binnen
Figuur 4: Impressie toekomstige bebouwing
Figuur 6: Impressie toekomstige patio
Figuur 5: Impressie toekomstige bebouwing
3 3.1 3.1.1
Beleidskader
Doorwerking plangebied De voorgenomen ontwikkeling speelt zich af op lokaal niveau en heeft
ten woonachtig op de Rielseweg zullen hoofdzakelijk in Tilburg werk-
Rijksbeleid
geen relatie met het ruimtelijke ordeningsbeleid op nationaal niveau. Ge-
zaam zijn.
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In de nationale omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie aan
Carrière heeft met name klanten in Tilburg beoogd. De arbeidsmigran-
constateerd kan worden dat het initiatief niet conflicteert met het nationaal
ruimtelijk ordeningsbeleid. Het Barro heeft dan ook geen doorwerking bin-
Het ontwikkelen van de huisvesting van arbeidsmigranten past binnen het
nen dit plan.
provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid. Met deze ontwikkeling wordt
De huisvesting is voorzien voor een periode van 10 jaar.
deels aan de urgente huisvestingsbehoefte voldaan.
voor de toekomstige ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor urgente maatschappelijke opgaven die zowel lo-
3.1.3
Ladder voor duurzame verstedelijking
kaal als regionaal, nationaal en internationaal gelden zoals klimaatveran-
Er is door SWECO een ladderonderbouwing opgesteld voor de huisves-
Vraag
dering, de energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en wo-
ting van arbeidsmigranten op de Rielseweg 875 in Tilburg. De belangrijk-
De verwachting is dat er in 2030 circa 8.475- 9.975 short- en midstay ar-
ningbouw. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een perspectief om
ste conclusies worden in deze paragraaf vermeld, de gehele ladderonder-
beidsmigranten woonachtig zullen zijn in de gemeente Tilburg.
voort te bouwen op bestaande landschappen en historische steden. In de
bouwing is terug te vinden in de bijlage. Aanbod
NOVI zijn vier prioriteiten opgesteld:
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
Behoefte
Momenteel zijn er circa 5.800 tijdelijke huisvestingsplekken in de ge-
duurzaam economisch groeipotentieel;
De 366 geplande huisvestingsplekken in Tilburg passen ruimschoots bin-
meente Tilburg. Daarnaast is er een gepland aanbod van circa 1.690 tijde-
sterke en gezonde steden en regio's;
nen de geconstateerde behoefte van circa 985 tot 2.485 huisvestingsplek-
lijke huisvestingsplekken. Het huidige en geplande aanbod samen, exclu-
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
ken in de gemeente Tilburg in de periode tot 2030. Er is op basis van de
sief het onderhavig plan Rielseweg, vormt ruimte voor de huisvesting van
vereisten van de Ladder voldoende behoefte aangetoond, hiermee is
in totaal circa 7.490 arbeidsmigranten in Tilburg.
Doorwerking plangebied
sprake van een zorgvuldige ruimtelijke ordening. De behoefte is berekend
Onderhavig plangebied bevindt zich niet in de nationale hoofdstructuur en
en beargumenteerd op basis van het beleid, de vraag en het aanbod.
3.2
Provinciaal beleid
NOVI geen specifieke uitspraken gedaan met betrekking tot het voorlig-
Beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
gende plangebied.
Belangrijkste conclusie t.a.v. het beleid
Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie
De gemeente Tilburg wil de huisvesting faciliteren voor circa 3.600 tot
Noord-Brabant vastgesteld. Met deze omgevings-visie geeft de provincie
5.000 arbeidsmigranten. Dit is regionaal afgesproken. Het onderhavig
richting aan wat zij voor Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvat-
plan draagt hieraan bij.
ten voor haar handelen in de praktijk. De omgevingsvisie bevat de ambi-
Met de locatie Rielseweg 875-879 wordt een perceel met een voorma-
ties voor de Brabantse leefomgeving tot 2050. Daarnaast zijn mobilise-
lige horecafunctie benut.
rende tussendoelen opgesteld voor de periode tot 2030.
omvat geen ontwikkelingen van Rijksbelang. Daarnaast worden in het
3.1.2
Besluit algemene ruimtelijke ordening (Barro)
Omgevingsvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit
de NOVI die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke
Het complex wordt landschappelijk ingepast en het terrein heeft een
bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belan-
groene buitenruimte waar mogelijkheden zijn voor sport, samenkomst
De basisopgave van de omgevingsvisie is werken aan veiligheid, gezond-
gen vooraf.
en ontspanning.
heid en omgevingskwaliteit. Daarnaast zijn de volgende vier hoofdopga-
De slaapkamers zijn voor maximaal twee personen en ruim 75% van
ven geformuleerd:
de slaapkamers zijn voor eenpersoon.
Het plan voorziet in een beheerder die 24/7 aanwezig is.
Werken aan de Brabantse energietransitie;
Werken aan een klimaatproof Brabant;
Werken aan de slimme netwerkstad;
Doorwerking plangebied
Werken aan een concurrerende, duurzame economie.
De planlocatie ligt in het landelijk gebied in de groenblauwe mantel. De groenblauwe mantel heeft als de klimaatbestendigheid, de leefkwaliteit
De provincie heeft als doel voor 2030 dat Brabant een aanvaardbare leef-
een de rurale economische structuur te verbeteren. De artikelen 2.7, 2.8,
omgevingskwaliteit heeft doordat er wordt voldaan aan de wettelijke nor-
3.9, 3.68 en 3.73 zijn van toepassing.
men. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische land-
c.
het lozen van afstromend hemelwater van gebouwen op of in de bodem;
d. het lozen van afstromend hemelwater van verharde wegen op of in de bodem; e. het inrichten of hebben van een parkeerterrein; f.
het (laten) gebruiken van gronden voor een evenement;
g. het toepassen van grond of baggerspecie.
schappen zijn behouden en er is een breed draagvlak voor de nieuwe
Artikel 2.7: Verboden activiteiten Grondwaterbeschermingsgebied Lid 1: De volgende activiteiten of handelingen zijn in Grondwaterbescher-
energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.
mingsgebied verboden:
Lid 2: In afwijking van het eerste lid zijn werkzaamheden die worden uitge-
Doorwerking plangebied
een locatiegebonden milieubelastende activiteit als bedoeld in Artikel 2.9;
De ontwikkeling voorziet in een tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigran-
a. het bedrijfsmatig gebruik of aanwezig hebben van voor het grondwater
voerd ter controle van het grondwater voor de winning voor menselijke
ten. De Omgevingsvisie Noord-Brabant geeft hier geen concrete beleidslij-
schadelijke stoffen;
consumptie toegestaan. Afweging: de planlocatie is gelegen binnen een grondwaterbeschermings-
nen voor. Gezien de grote behoefte aan huisvesting van arbeidsmigranten
b. de toepassing van IBC-bouwstoffen;
gebied. De gewenste ontwikkeling is geen verboden activiteit op basis van
in de regio en de tijdelijkheid van de beoogde ontwikkeling voor 10 jaar,
c.
artikel 2.7. Indien er werkzaamheden worden verricht in de bodem op een
wordt de ontwikkeling passend geacht binnen het generiek beleid van de
d. opslag van dierlijke mest zonder bodembeschermende maatregelen;
diepte van drie meter of meer is er wel een meldingsplicht. De artikelen
Omgevingsvisie Noord-Brabant.
e. een begraafplaats of uitstrooiveld als bedoeld in de Wet op de lijkbe-
2.7 en 2.8 vormen geen belemmeringen de realisatie van het initiatief.
3.2.2
f.
de aanleg van een buisleiding;
zorging of een dierenbegraafplaats of uitstrooiveld voor dierlijke as; Interim omgevingsverordening Noord-Brabant
activiteiten waarvan de werking berust op het direct of indirect onttrek-
Artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap
Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening vastgesteld en
ken of toevoegen van warmte aan het grondwater, waaronder bo-
Een ruimtelijke ontwikkeling in ‘landelijk gebied’ gaat gepaard gaat met
op 1 oktober 2022 geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening
demenergiesystemen.
een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied
vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie
of de omgeving.
Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werk-
Lid 2: Als voor het grondwater schadelijke stof wordt aangemerkt een zeer
wijze van de Omgevingsvisie en de Omgevingswet. Daarom is er gekozen
zorgwekkende stof zoals vastgesteld door het RIVM.
om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot een interim Omgevingsverordening. Het is een
Afweging: In het kader van onderhavig plan zal dit plaatsvinden middels een landschappelijke inpassing. Binnen de rapportage omtrent de land-
Artikel 2.8: Meldingsplichtige activiteiten Grondwaterbeschermingsgebied Lid 1: De volgende activiteiten of handelingen zijn in Grondwaterbescher-
schappelijk inpassing in de separate bijlage is aangegeven op welke wijze
‘interim’ Omgevingsverordening om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de ‘definitieve’ omgevingsverordening gebaseerd op de Om-
mingsgebied toegestaan als wordt voldaan aan de bepalingen in Artikel
een kwaliteitsberekening gemaakt (zie hiertoe ook de uiteenzetting in pa-
gevingswet. De Interim Omgevingsverordening is gebaseerd op de hui-
2.10 tot en met Artikel 2.17:
ragraaf 2.3).
a. het bedrijfsmatig gebruik of aanwezig hebben van een potentieel
Artikel 3.68 Wonen in landelijk gebied
de verbetering van de landschappelijke kwaliteit zal plaatsvinden ook is er
dige wetgeving en moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen. Dat betekent dat nieuwe mogelijkheden uit de Omgevingswet en de voorwaarden voor een omgevingsverordening. De Interim Omgevingsverordening vervangt zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014.
schadelijke stof; b. het verrichten van werkzaamheden in de bodem op een diepte van drie meter of meer;
Afweging: In het kader van onderhavig plan is géén sprake van ‘wonen’, maar een logiesfunctie (zie hiertoe de uiteenzetting in paragraaf 2.2). De
personen binnen de huisvestings-voorziening hebben elders hun hoofd-
Afweging: het voornemen ziet op de huisvesting van arbeidsmigranten.
(over)gekwalificeerd voor het werk dat ze doen. Wat betreft de ver-
verblijf. Daarnaast geldt per arbeidsmigrant dat het niet zal gaan om huis-
Afweging: Volgens de Omgevingsvisie Tilburg 2040 ligt de planlocatie na-
blijfsduur van arbeidsmigranten worden drie varianten gehanteerd:
vesting gedurende een aaneengesloten periode van langer dan 6 maan-
bij het bedrijvenpark Zuid. Onderdeel van het bedrijvenpark Zuid is het be-
1. Kort verblijf of short stay (3-6 maanden);
den. De regels voor ‘wonen’ in het ‘Landelijk gebied’ conform de Interim
drijventerrein Katsbogen. Katsbogen is een goed functionerend bedrijven-
2. Middellang verblijf of mid stay (6 maanden tot 3 jaar);
omgevingsverordening Noord-Brabant zijn derhalve niet van toepassing
terrein met vooral logistieke bedrijven. Het initiatief voorziet in een logies-
3. Lang verblijf of long stay (langer dan 3 jaar).
op onderhavig initiatief.
functie, namelijk de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. De oor-
Naar schatting werken er momenteel circa 100.000 arbeidsmigranten
spronkelijke bebouwing is al gesloopt op de planlocatie, er is dus sprake
in de provincie Noord-Brabant. Om de economie draaiende te houden
Artikel 3.73 Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied
van een braakliggend terrein nabij het bedrijventerrein Katsbogen. Binnen
heeft Brabant deze arbeidsmigranten nodig. Ze verdienen een structu-
Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied kan voorzien in
de gemeente Tilburg is de planlocatie ook aangewezen als een kansrijke
rele plek in gemeentelijk en provinciaal beleid en dit vraagt om een in-
de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel
locatie om arbeidsmigranten te huisvesten. Voldoende huisvestiging voor
als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
arbeidsmigranten wordt essentieel geacht door de gemeente Tilburg. De
tegrale aanpak.
huisvestiging van arbeidsmigranten op de Rielseweg 875 in Tilburg is ook
primair bij gemeenten en werkgevers. De provincie heeft vooral een
logisch vanwege de fysieke nabijheid van verschillende logistieke bedrij-
stimulerende en aanjagende rol en zorgt voor goede randvoorwaar-
waarbij de volgende aspecten zijn betrokken:
ven waar de arbeidsmigranten werkzaam zullen zijn. Om de omgeving
den. Denk daarbij aan afstemming en verbetering van beleid en aan
1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies pas-
mee te nemen in de besluitvorming is er een omgevingsdialoog gehouden,
regelgeving die (planologisch) meer ruimte biedt. Ook kan de provin-
hierop zal nader ingegaan worden in hoofdstuk 5.
cie de gemeenten ondersteunen bij capaciteits- of kennisgebrek.
a. De vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied
sen in de omgeving; Afweging: zie afweging hoofdstuk 2 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspec-
Gelet op het bovenstaande is het initiatief in lijn met de ‘Interim omge-
vingsverordening Noord-Brabant’.
Kleinschalige oplossingen voor de huisvesting van arbeidsmigranten volstaan niet meer, er moet grootschaliger gedacht worden. Via klein-
ten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en
schalige huisvesting kan namelijk niet voldoende worden voorzien in Arbeidsmigratie in Noord-Brabant, september 2018 (Provincie werkgroep Arbeidsmigratie)
de kwantitatieve behoefte aan huisvesting. Omdat grootschalige huis-
3. hoe de vestiging bijdraagt aan het versterken van de omgevings-
Het maatschappelijke vraagstuk rondom arbeidsmigranten is complex en
sen woonwijken en bedrijventerreinen in beeld. Vooral voor kort ver-
kwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en
er zijn veel partijen bij betrokken. Daarom heeft de provincie het thema
blijf arbeidsmigranten is huisvesting dichtbij bedrijventerreinen ge-
leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Afweging: op de locatie is reeds de oorspronkelijk bebouwing ge-
vanuit meerdere invalshoeken benaderd en in kaart gebracht. Navolgend
wenst.
sloopt.
passing zijn op onderhavige ontwikkeling.
leegstand elders; Afweging: zie paragraaf 3.1.3
b. Er vindt geen splitsing plaats van het bouwperceel. Afweging: het bouwperceel wordt niet gesplitst. c.
De verantwoordelijkheid voor huisvesting van arbeidsmigranten ligt
3.2.3
worden de belangrijkste bevindingen en conclusies genoemd die van toe
Overtollige bebouwing wordt gesloopt. De oorspronkelijk bebouwing is reeds gesloopt.
vesting in wijken en dorpen weerstand oproept, komen gebieden tus-
In de rapportage worden tot slot enkele knelpunten genoemd. Met input van verschillende partijen uit het werkveld (PON, gemeenten, VNO
In de rapportage is de definitie van een arbeidsmigrant een buiten-
NCW, ZLTO, BrabantAdvies) is een overzicht gemaakt van ervaren
landse EU-burger die zich in Noord-Brabant vestigt om werk voor
knelpunten op het gebied van arbeidsmigratie. Voor drie punten geldt
laagopgeleiden te verrichten. De migrant is afkomstig uit Midden- of
dat alle vijf partijen dit als knelpunt naar voren hebben gebracht:
Oost-Europa en woont meestal tijdelijk in Nederland. Expats (kennis-
1. Er is een dringend kwantitatief tekort aan kwalitatief goede huis-
d. De vestiging heeft geen betrekking op:
werkers), grenswerkers en statushouders vallen vanwege hun afwij-
vesting, die aansluit op de behoefte van arbeidsmigranten. Woon-
e. een kantoor met baliefunctie;
kende karakteristieken en beleidsmatige benadering hier niet onder.
voorzieningen zijn niet altijd aantrekkelijk en humaan.
f.
lawaaisport;
g. mestbewerking.
De meeste arbeidsmigranten zijn jonger dan dertig jaar, fysiek sterk en zeer gemotiveerd om te werken. Vaak zijn arbeidsmigranten
2. Op gemeentelijk en regionaal niveau ontbreekt het aan visie, be-
per gemeente. Voor Tilburg is de opgave om in de periode 2016 tot 2025
Profit: Om ook in de toekomst sterk genoeg te zijn, wil Tilburg de kracht
leid en uniforme regels rond huisvesting. Gemeenten komen al-
ongeveer 3.600 tot 5.000 extra plaatsen te faciliteren. De vernomen tijde-
van BrabantStad benutten. Tilburg is een stad die mensen kansen biedt:
leen incidenteel op basis van signalen in actie.
lijke ontwikkeling ziet op het bieden van circa 366 verblijfplaatsen aan ar-
op aangenaam werk en op een fijne woon- en leefomgeving.
3. Het probleem wordt niet integraal aangevlogen. Integratie, huisvesting, economische baten en sociaal-maatschappelijke gevolgen worden niet in samenhang overwogen.
beidsmigranten, waardoor een deel van de behoefte in Tilburg wordt opgevuld. Zie ook de ladderonderbouwing in paragraaf 3.1.3.
3.4
Gemeentelijke beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Tilburg
de bestaande bebouwing ingericht voor het huisvesten van circa 366 arbeidsmigranten. De beoogde ontwikkeling past binnen de uitgangspunten
vastgesteld.
Regionaal beleid
maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. People, planet en profit zijn in
3.3.1
Regionaal woonkader Hart van Brabant
balans.
De samenwerkende gemeenten in Hart van Brabant hebben voor de regi-
Doorwerking plangebied realiseerd. Hiermee wordt zowel invulling gegeven aan het principe om prettige woonmilieus voor een verscheidenheid aan doelgroepen (waaronder arbeidsmigranten) te creëren, als het principe om mensen kansen te bieden binnen de arbeidsmarkt. Daarnaast wordt de beoogde ontwikkeling niet mogelijk gemaakt in één van de woonwerelden, aangezien het plangebied momenteel is gelegen naast het bedrijventerrein Katsbogten. De
onale afstemming een gezamenlijke woonvisie opgesteld. Een van de
People: Het is prettig wonen en werken in Tilburg, een stad met veel ver-
centrale thema’s in het regionale woonkader is de huisvesting van vergun-
schillende woonbuurten en verschillende soorten werklocaties. De woon-
ninghouders en arbeidsmigranten. Over de spreiding van huisvesting van
milieus passen bij de leefstijl van de mensen. Mensen voelen zich betrok-
arbeidsmigranten en verblijfsgerechtigden maken de regiogemeenten on-
ken bij hun stad, hun wijk, hun buurt en hun straat en geven er met hun
derling afspraken. Het streven is om te onderzoeken welke mogelijkheden
initiatieven betekenis aan. Of het nou gaat om wetenschappers, internatio-
er zijn om een deel van deze groepen te huisvesten in alternatieve voor-
nale kenniswerkers, arbeidsmigranten of andere nieuwkomers: allemaal
zieningen. Hierbij kan worden gedacht aan oplossingen binnen bestaand
vinden ze hun plek in Tilburg.
vastgoed en tijdelijke huisvestingsconcepten. Overigens geldt hierbij als randvoorwaarde dat de huisvesting voldoet aan elementaire kwaliteitsei-
Planet: Tilburg gaat voor een gezonde en leefbare stad, anticiperen op de
sen en niet moet leiden tot overlast gevende situaties.
effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. In het economisch systeem wordt herbruikbaarheid van producten
Doorwerking plangebied
en grondstoffen steeds belangrijker. Verder krijgen groen en water een
In 2017 heeft onderzoeksbureau Companen de verwachte groei van het
steeds prominentere rol in de stad. De grote natuurgebieden om de stad
aantal benodigde huisvestingsplaatsen voor arbeidsmigranten in de regio
zijn met elkaar verbonden. Dat versterkt het ecologisch systeem en de
Hart van Brabant in beeld gebracht. Binnen de regio is afgesproken om de
veerkracht van de natuur.
resultaten van dit onderzoek richtinggevend te laten zijn voor de opgave
den’ aan delen van haar gemeente gegeven.
Met onderhavig ontwikkeling wordt huisvesting voor arbeidsmigranten geDe Omgevingsvisie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de
3.3
gemeente Tilburg wil een prettig woon- en leefklimaat behouden in haar
Op 21 september 2015 heeft de Raad de Omgevingsvisie Tilburg 2040
van de provincie, aangezien er wordt voorzien in de acute behoefte naar goede huisvesting binnen de provincie.
gevingsvisie in kaart gebracht. Deze kaart is weergegeven in figuur 7. De gemeente. In de Omgevingsvisie heeft Tilburg verschillende ‘woon-werel-
Doorwerking plangebied Met de beoogde ontwikkeling wordt tijdelijk voor een periode van 10 jaar
Naast bovenstaande doelstellingen heeft de gemeente Tilburg haar Om-
gemeente heeft nieuwe beleidsuitgangspunten vastgesteld waarin naar voren is gekomen dat grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten binnen bedrijventerreinen mogelijk is. Bovendien is de beoogde locatie reeds als kansrijk aangemerkt door de gemeente ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten. Derhalve bestaan er gelet op de Omgevingsvisie Tilburg 2040 geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.
2. grootschalige logiesvoorzieningen mogelijk te maken en in het onder zoek daarnaar op voorhand geen enkele locatie uit te sluiten; 3. geactualiseerde uitgangspunten voor grootschalige
C. Leefklimaat arbeidsmigranten 1. Voor de huisvesting zijn minimaal de eisen van de Stichting Normering Flexwonen (SNF)-norm of gelijkwaardig van toepassing
logiesvoorzieningen vast te stellen, waarin door de raad gewenste
voor zover niet afwijkend van bepalingen in de uitgangspunten ge-
aanpassingen die zij hebben ingebracht met wensen en bedenkingen
noemd onder D. De norm kent de onderdelen ruimte en privacy,
zijn aangebracht;
sanitair, veiligheid en hygiëne, voorzieningen, informatievoorzie-
4. na vaststellen van de uitgangspunten de wenselijkheid van initiatieven
ning en overige eisen, en brandveiligheid.
voor grootschalige voorzieningen te beoordelen en de raad steeds
2. Privacy: per kamer zijn maximaal 2 personen gehuisvest.
acties te informeren over de keuzes en het proces dat past bij de ont
3. Op het terrein van de locatie moet, aangeboden door de exploitant
wikkeling van de locaties.
van het gebouw, zowel binnen maar ook buiten gelegenheid zijn voor samenkomst en ontspanning.
Onderstaand wordt ingegaan op de uitgangspunten waaraan getoetst zal worden.
4. De locatie beschikt over goede voorzieningen voor het wassen en drogen van kleding en beddengoed of de beheerder maakt dit op een andere manier voor alle gebruikers van het pand mogelijk.
A. Bezetting 1. In het logiesverblijf zullen arbeidsmigranten worden gehuisvest die Figuur 7: Kaart Woonwerelden
3.4.2
Beleidsnotitie uitgangspunten grootschalige huisvesting arbeidsmigranten
De gemeente Tilburg heeft in oktober 2018 een eerste besluit genomen over het onderwerp ‘huisvesting van arbeidsmigranten’. De concept uitgangspunten zijn voorafgaand aan de besluitvorming ingezien door de belanghebbende. In de periode 26 oktober 2018 tot 23 november 2018 zijn
hoofdzakelijk werkzaam zijn in Tilburg of de regio Hart van Brabant. richting niet geschikt voor personen onder de 18 jaar en daarmee
als opgenomen in de SNF norm dient ook informatie ter beschik-
is het ook niet toegestaan personen onder deze leeftijdgrens te
king te zijn over (de samenvatting van) cao voor uitzendkrachten,
huisvesten.
informatie over scholing, gezondheidszorg en sociale voorzienin-
3. De bezetting dient te worden bijgehouden in een nachtregister waarin minimaal opgenomen: personalia en contactgegevens, datum aanvang huisvesting, datum beëindiging huisvesting.
gens is in januari 2019 de gemeenteraad van Tilburg in de gelegenheid
tieve beleidsnotitie.
bewoners, bij voorkeur in de taal van de bewoners maar in ieder geval ook in de Nederlandse en Engelse taal. Naast de informatie
uitgangspunten. De reacties zijn verwerkt in de uitgangspunten. Vervol-
gen reacties vanuit de gemeenteraad zijn eveneens verwerkt in de defini-
1. Op de locatie biedt de huisvester voorlichting en informatie aan de
2. Grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten is qua aard en in-
belanghebbende in de mogelijkheid gesteld om een reactie te geven op de
gesteld om haar wensen en bedenkingen kenbaar te maken. De ontvan-
D. Verhuurderschap, kwaliteit en behoud van het gebouw
gen in de gemeente Tilburg. 2. De ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van het parkeerbeleid en in het pand of op eigen terrein is bovendien voldoende ruimte voor het stallen van (brom- en snor-) fietsen en containers
B. Exploitatie algemeen 1. Het betrokken uitzendbureau of het bedrijf dat de exploitatie voor haar rekening neemt dient te beschikken over het keurmark c.q. te
voor huishoudelijk afval ten behoeve van de bewoners van het pand. We voorkomen daarmee situaties in strijd met de Algemeen Plaatselijke verordening (APV) of de Afvalstoffenverordening.
zijn aangesloten bij ABU, NBBU, SNA of gelijkwaardig. Deze keurIn de collegenota behorende bij de uitgangspunten heeft het college be-
merken vertegenwoordigen kwaliteitseisen, onder andere op het
sloten om:
gebied van arbeidsvoorwaarden, afdracht van sociale premies,
1. op basis van de afspraken in de regio het faciliteren van huisvesting
veiligheid op de werkvloer en gedragsregels.
voor circa 3.600 tot 5.000 arbeidsmigranten als opgave vast te stellen;
E. Beheer van de locatie 1. Voor iedere locatie waarop deze uitgangspunten van toepassing zijn, dient een beheerder te worden aangewezen. Deze zorgt voor
het dagelijkse onderhoud van de huisvesting en is de contactpersoon voor bewoners, omgeving en instanties (waaronder gemeente).
met de omgeving. De initiatiefnemer dient zich te conformeren aan
Ad B. In het kader van de omgevingsvergunningaanvraag zal de initiatief-
de lijn die de gemeente uitzet.
nemer het keurmerk voor de exploitatie overleggen.
2. In afstemming met de gemeente en overige partijen stelt de eige-
2. Binnen het beheer valt onder andere het toezien op de veiligheid
naar/exploitant een plan op voor de momenten waarop tijdens de
Ad C. De huisvesting zal conform de eisen van de Stichting Normering
van de bewoners en bijhouden van adequate financiële en huur-
aanvraagprocedure overleg wordt gevoerd met de omgeving. De
Flexwonen (SNF) plaatsvinden. Per woonunit zal afhankelijk van de om-
administratie.
eigenaar/exploitant betrekt daarin de bedrijven die de arbeidsmi-
vang maximaal 6 personen worden gehuisvest. Er zal genoeg recreatie-
granten inhuren.
ruimte binnen en buiten de bestaande bebouwing worden gerealiseerd
3. In een logiesgebouw met een capaciteit voor de huisvesting van 100 personen of meer is minimaal 1 beheerder continu aanwezig.
3. In afstemming met de gemeente en overige betrokken partijen
voor de arbeidsmigranten, e.e.a. is weergegeven op de inrichtingsteke-
4. Het logiesgebouw beschikt over een huisreglement (Nederlands,
stelt de eigenaar tijdens de aanvraagprocedure een plan op voor
Engels en bij voorkeur ook in de taal van de bewoners) waaruit
de momenten waarop tijdens de exploitatieperiode (formeel en in-
blijkt hoe wordt omgegaan met overlast en verstoring van de
dien gewenst informeel) overleg wordt gevoerd. In het plan zijn in
Ad D. Op de locatie zal er bij aankomst voorlichting en informatie worden
openbare orde en veiligheid (maatregelen, aanpak, sancties). Ook
ieder geval opgenomen:
gegeven aan de arbeidsmigranten. Tevens zelf er op locatie een hand-
de onderwerpen drugsgebruik, alcoholgebruik, parkeren van voer-
ning.
eventuele maatwerkoplossingen ten aanzien van de locatie die in
boek met huis- en leefregels in de taal van herkomst van de arbeidsmi-
tuigen, geluidsoverlast en zwerfafval dienen minimaal in het regle-
overleg met de omgeving tot stand zijn gekomen en de afspraken die
granten aanwezig zijn. In dit handboek zal informatie beschikbaar zijn over
ment te worden opgenomen.
tussen partijen zijn gemaakt om deze te bewaken;
de cao voor uitzendkrachten, informatie over scholing, gezondheidszorg
de frequentie van afstemmingsmomenten met vertegenwoordigers
en sociale voorzieningen in de gemeente Tilburg. Binnen het plangebied
van de gemeente, omgeving, politie en andere relevante partijen.
zullen voldoende parkeerplaatsen aanwezig zijn voor de arbeidsmigran-
5. In het huisreglement is opgenomen wie namens de exploitant ver-
-
-
antwoordelijk is voor het houden van toezicht op dit reglement en hoe deze persoon altijd (24 uur per dag en 7 dagen per week) be-
ten, zie hiervoor paragraaf 4.7.
reikbaar is voor de huurders/gebruikers, omwonenden, politie
Doorwerking plangebied
en/of de gemeente Tilburg.
De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het tijdelijk bieden van verblijf-
Ad. E. Binnen het plangebied zal er 24/7 een beheerder aanwezig en be-
6. De locatie beschikt over een klachtenreglement waarin o.a. opge-
plaatsen voor arbeidsmigranten in nieuw te realiseren bebouwing aan de
reikbaar zijn. Deze zal fungeren als contactpersoon voor de arbeidsmi-
nomen: aanwezigheid, bereikbaarheid en beschikbaarheid (ook in
Rielseweg 875. Onderstaand wordt achtereenvolgens ingegaan op de uit-
granten, omgeving en de betrokken partijen. Zoals aangegeven zal er een
de vakantieperiode etc.) van een vast aanspreekpunt/beheerder
gangspunten die gelden voor een goede huisvesting voor arbeidsmigran-
handboek met huis- en leefregels in de taal van herkomst van de arbeids-
en een registratie van klachten en meldingen.
ten.
migranten aanwezig zijn. Ook is de locatie voorzien van een camerasys-
7. Indien gewenst/noodzakelijk zijn voor de locatie in aanvulling op deze zeven punten maatwerkoplossingen van toepassing.
teem. Dit om verstoring en overlast van de openbare orde en veiligheid te Ad A. De huisvesting zal worden ingezet voor personen ouder dan 18 jaar
voorkomen.
die hoofdzakelijk werkzaam zullen zijn binnen de gemeente Tilburg of de F. Omgeving
regio Hart van Brabant. Ter plaatse zal er een nachtregister bijgehouden
Ad F. De gemeente heeft de regie in het communicatietraject en de omge-
worden en er zal indien nodig toeristenbelasting worden betaald voor per-
vingsdialoog op locatieniveau. De gemeente heeft een projectleider aan-
tietraject en de omgevingsdialoog op locatieniveau. De gemeente
sonen die niet staan ingeschreven in de BRP. De arbeidsmigranten die
gesteld die verantwoordelijk is voor het proces en optreedt als intermediair
stelt voor iedere locatie een projectleider aan die verantwoordelijk
langer dan 4 maanden binnen het plangebied gehuisvest zijn, zullen zich
tussen de betrokken partijen. Ten behoeve van de beoogde huisvesting
is voor het proces en optreedt als intermediair tussen de betrok-
inschrijven in de BRP.
ter plaatse zijn een aantal informatiebijeenkomsten/klankbordbijeenkom-
1. De gemeente neemt de regie in het bepalen van het communica-
ken partijen. De gemeente maakt met de initiatiefnemer afspraken
sten gehouden met de omgeving. Hierop zal nadere worden ingegaan in
over de rol en inhoudelijke/financiële bijdrage in de communicatie
hoofdstuk 5.
4 4.1
Omgevingsaspecten
4.2
Bodem
Archeologie
4.2.1
Toetsingskader
eveneens analytisch niet verontreinigd. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "verdacht" dient te worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, bevestigd.
In het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder d) is bepaald dat voor de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden moet wor-
Gelet op de aard en mate van verontreiniging, bestaat er géén reden voor
De bescherming van archeologisch erfgoed in Nederland is vastgelegd in
den met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen
een nader onderzoek en bestaan er volgens Econsultancy met betrekking
de Erfgoedwet, die op 1 juli 2016 in werking is getreden. De Erfgoedwet is
dient te worden bepaald of de bodemkwaliteit voldoende is voor de be-
tot de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem géén belemmeringen voor
in de plaats gekomen van zes wetten en regelingen op het gebied van cul-
oogde functie en moet worden bepaald of nader onderzoek en eventueel
de bestemmingsplanwijziging en nieuwbouw op de onderzoekslocatie.
tureel erfgoed, waaronder de Monumentenwet 1988. Onderdelen van de
saneringen noodzakelijk zijn. In de Wet bodembescherming is bepaald dat
Monumentenwet die van toepassing waren op de fysieke leefomgeving
indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de
Verkennend onderzoek asbest in bodem NEN 5707
gaan naar de Omgevingswet die in 2021 van kracht wordt. Voor deze on-
beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan
Er zijn op het maaiveld geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
derdelen is daartoe in de Erfgoedwet voor de periode tot inwerkingtreding
worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren).
In de bodem zijn zintuiglijk in de fractie > 20 mm geen asbestverdachte
van de Omgevingswet een overgangsregeling opgenomen.
Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden ge-
materialen aangetroffen. Analytisch is in de fractie < 20 mm geen noe-
realiseerd. Om de bodemkwaliteit ter plaatse vast te leggen is een bodem-
menswaardig gehalte asbest aangetoond. Op basis van de onderzoeksre-
onderzoek noodzakelijk.
sultaten wordt gesteld dat er geen aanleiding bestaat tot het uitvoeren van
4.1.1
Toetsingskader
De basis van de bescherming van archeologisch erfgoed in de Erfgoedwet
een nader onderzoek asbest in bodem/puin. In geval van grondwerkzaam-
is het verdrag van Valletta (ook wel het verdrag van Malta). De bescherming heeft als doel om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk in situ, dus
4.2.2
Onderzoek
in de grond, te behouden. Dankzij het principe van “de verstoorder betaalt”
Er is door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek en een verken-
uit het verdrag van Valletta worden meer archeologische resten in situ be-
nend onderzoek naar asbest in de bodem uitgevoerd. De belangrijkste
houden.
conclusies van dit onderzoek worden vermeld in deze paragraaf. Het ge-
4.2.3
hele onderzoek is opgenomen in de bijlage.
Het aspect ‘bodem’ zorgt niet voor belemmeringen.
Op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem is geconclu-
4.3
Water
strategie "verdacht" (VED-HE-NL). Bij verdachte locaties luidt de onder-
4.3.1
Toetsingskader
zoekshypothese dat de bodem verontreinigd is.
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 lid 1 onder b
Indien ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden dient te worden beoordeeld of archeologische waarden in het geding raken.
heden op de locatie behoeven er ten aanzien van asbest geen specifieke maatregelen te worden getroffen. Conclusie
deerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de 4.1.2
Onderzoek
Op basis van de gemeentelijke archeologisch verwachtingskaart is het ge-
van het Bro) dient inzicht te worden gegeven in de gevolgen voor de wa-
bied gelegen in een gebied met onbekende archeologische waarden. Rondom het plangebied hebben verschillende ontwikkelingen plaatsge-
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn zand. De
terhuishouding, die samenhangen met de ruimtelijke ontwikkeling, die mo-
vonden waaruit is gebleken dat de verwachtingswaarde laag is. Een uitge-
bovengrond is bovendien plaatselijk matig humeus. Zintuiglijk blijkt de bo-
gelijk wordt gemaakt.
breid archeologisch onderzoek is niet noodzakelijk.
dem plaatselijk zwak tot sterk baksteenhoudend te zijn.
4.1.3
Verkennend bodemonderzoek NEN 5740
rijks-, provinciaal en wetenschapsbeleid, naar gemeentelijk beleid om sa-
De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met koper, lood, zink en
men de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de
Conclusie
Het aspect “archeologie” zorgt niet voor belemmeringen.
Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via
PAK. De ondergrond is analytisch niet verontreinigd. Het grondwater is
verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vast-
van grondwater en water uit sloten en andere watergangen. Iedereen die
4.3.2
gelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december
werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in en om waterlopen of dijken,
Er is door Econsultancy een waterparagraaf opgesteld. In deze paragraaf
2004) en zijn verder geïmplementeerd in het rijksbeleid. Dit om door sa-
heeft met de Keur te maken en moet een vergunning aanvragen. In som-
worden de belangrijkste conclusies vermeld. De gehele waterparagraaf is
menwerking van organen met de verschillende bevoegdheden tot een
mige gevallen volstaat een melding. De uitzonderingen staan beschreven
opgenomen in de bijlage.
duurzaam watersysteem te komen.
in de Algemene regels. Afhankelijk van de werkzaamheden in het oppervlaktewater kan een vergunning benodigd zijn.
Onderzoek
Waterbergingsopgave Ten opzichte van de huidige situatie zal ten aanzien van de ontwikkeling
Naast dit beleidskader is in het Provinciaal Milieu- en Waterplan NoordBrabant (2016 – 2021) ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van
Inrichtingen van waterhuishoudingen voor nieuw(her/ver)bouwplannen
het verhard oppervlak afnemen met 1.244 m2. Het verhard oppervlak in
lagere overheden op het gebied van water opgenomen. Het ‘PMWP’ staat
worden door het bevoegd gezag getoetst en gekeurd. De 'watertoets' is
de toekomstige situatie bedraagt circa 3.341 m2. Conform het beleid van
voor samenwerken aan Brabant waar iedereen prettig woont, werkt en
een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige
waterschap Brabantse Delta en gemeente Tilburg is ten aanzien van de
leeft in een veilige en gezonde leefomgeving. Door het inwerking treden
wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten.
ontwikkeling en het toekomstig verhard oppervlak een compenserende
van de omgevingswet wordt deze op korte termijn vervangen door de (in-
Voor grote planontwikkelingen (>2.000 m2) wordt naast de gemeente te-
berging benodigd van circa 200 m3 (3.341 m2 x 0,06 m). In de watertoets
terim) omgevingsverordening Noord-Brabant.
vens waterschap Brabantse Delta betrokken bij de plantoetsing en dient
is een uiteenzetting gegeven van de waterbergingsopgave. Hiernaar wordt
voldaan te worden aan de regels in de Keur.
dan ook verwezen. Hieronder de conclusies.
schappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land
De gemeente Tilburg heeft een Programma Water en Riolering, 2020-
Vanuit het initiatief is men voornemens om op het dak een vegetatie- of te
met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken
2023, waarin het beleid ten aanzien van vuil- en regenwater is vastgelegd
wel groendak aan te leggen met een 20-30mm sedummixmat, een 40mm
daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimte-
overeenkomstig met het beleid van het waterschap. Dit beleid is gericht op
daktuinsubstraat extensief, filterdoek en 25 mm drainageplaat. Het spons-
lijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te ha-
het waterrobuust en klimaatbestendig maken van Tilburg. Slimme inzet
werkende effect van dergelijke daken is het grootst bij kleine tot gemid-
len.
van groen en water in de stad zorgt voor koelteplekken in warme tijden en
delde regenbuien. Bij heftige en langdurige regenbuien wordt de eerste
draagt bij aan de gezondheid en het welzijn van de inwoners. Pleinen, par-
piek van de bui afgezwakt waarna na verzadiging van de substraat- en
Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap Brabantse Delta.
ken of plantsoenen worden ingezet voor (tijdelijke) wateropvang en dragen
drainagelaag vertraagd wordt afgevoerd. Met een begroeid dak van dit
De doelen van het waterschap voor de periode 2022-2027 staan beschre-
bij aan het verminderen van hittestress. Verharding wordt daar waar mo-
type kan in een toestand waarbij de maximale waterbergingscapaciteit is
ven in het Waterbeheerprogramma. Deze doelen zijn gericht op duur-
gelijk, zoals bij parkeerplaatsen en goten langs de weg, waterdoorlatend
bereikt ongeveer 30 mm/m2 regenwater tijdelijk vastgehouden worden. Op
zaamheid en het beperken van de gevolgen van de klimaatverandering.
aangelegd.
basis van een oppervlak van 1.615 m2 kan ca. 48 m3 worden geborgen.
neutraal bouwen, waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van
Om wateroverlast door extreme neerslag in de stad te verminderen wor-
Het restant van de waterbergings- c.q. compensatieopgave (200 m3 - 48
de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Vanwege dit principe wordt
den er blauwe aders in gericht die het overtollige hemelwater ondergronds
m3 = 152 m3) wordt geborgen door aan de zuid-/zuidwestzijde van de
bij uitbreiding van verhard oppervlak voor de omgang met hemelwater uit-
bergen en vervolgens naar waterparken buiten de stad afvoeren. In deze
planlocatie twee wadi’s aan te leggen. Een dergelijke voorziening is con-
gegaan van de voorkeursvolgorde infiltreren, bergen, afvoeren.
waterparken wordt het schone hemelwater geborgen en is het beschik-
troleerbaar en beheersbaar en kan tevens een zuiverende werking heb-
baar voor gebruik door landbouw, natuur en recreatie. Hemelwater wordt
ben. Om een wadi binnen de planlocatie toe te mogen passen dient deze
De drie Brabantse waterschappen De Dommel, Aa en Maas en Brabantse
van het gemengde rioolstelsel afgekoppeld en geïnfiltreerd waar dit kan.
te voldoen aan de eisen die worden gesteld vanuit de IOV. Voor de aanleg
Delta hebben hiervoor een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de
Bij nieuwbouw dient bij toename van verhard oppervlak een watercompen-
van de wadi’s is een IOV (start-)melding vereist.
Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren
satie te worden toegepast (rekening houden met een bui van 60 mm).
Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse water-
Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van water-
Hemelwater
4.3.3
In de toekomstige situatie zal het schone hemelwater (zogenaamde he-
Het aspect ‘water’ zorgt niet voor belemmeringen.
melwaterafvoer; HWA) niet op het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) worden aangesloten maar separaat worden verwerkt. Dit betekent dat bij de verdere planuitwerking water expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wordt genomen en dat hemelwater op een duurzame wijze wordt verwerkt. De ontwikkeling zal daarmee hydrologisch neutraal zijn. Keur Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden. Ten aanzien van het beoogde planvoornemen zal zeer waarschijnlijk voor de toename in verhard oppervlak een watervergunning moeten worden aangevraagd of geldt tenminste een meldingsplicht. Riolering Als gevolg van de ontwikkeling kan het aanbod van vuilwater mogelijkerwijs wijzigen. Bij de verdere planuitwerking zal een rioolplan worden opgesteld waarop duidelijk het verloop van het rioolsysteem is aangegeven. Voor het vuilwater systeem zal een gemaal op eigen terrein worden gerealiseerd en wordt een persleiding aangelegd naar het dichtstbij zijnde vrij verval vuilwaterriool in industrieterrein Katsbogten. Hierover wordt nog afstemming gezocht met de projectleider van gemeente Tilburg plaats. In de bijlage is een rioolplan opgesteld. Hiernaar wordt dan ook naar verwezen.
Op basis van de randvoorwaarden en uitgangspunten is de ontwikkeling in zowel ruimte als tijd waterneutraal uit te voeren. Er worden dan ook vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van het afwijken van het bestemmingsplan en de uitvoering van het plan.
Conclusie
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Toetsingskader
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen’ (Bevi), het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het ‘Besluit transportroutes externe veiligheid’ (Bevt), vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de risico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. De risico’s dienen te worden beoordeeld op 2, te weten
4.4.2
Onderzoek
Er is door Econsultancy een onderzoek uitgevoerd op het gebied van externe veiligheid. De belangrijkste conclusies worden in deze paragraaf vermeld. Het gehele onderzoek is opgenomen in de bijlage. Het onderzoek heeft als doel het bepalen of er sprake is van overschrijding van de wettelijke eisen zoals genoemd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Direct naast plangebied is een buisleiding gelegen. Uit de kwantitatieve risicoanalyse volgt dat het groepsrisico als gevolg van de buisleiding ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde, maar wel toeneemt. Het plaatsgebonden risico als gevolg van de buisleiding ter hoogte van het plangebied is lager dan 10-6/jaar en voldoet daarmee aan de grenswaarde. Echter aangezien de nieuwbouw deels binnen de 100%letaliteitszone is gelegen, is derhalve een volledige verantwoording van het groepsrisico gegeven.
het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het kader van de realisatie van de nieuwbouw aan de Rielseweg 875 te Over elke overschrijding van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico of
Tilburg is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid. In onderhavig
toename van het groepsrisico moet verantwoording worden afgelegd (de
onderzoek zijn de risico’s rondom het plangebied beschouwd en zijn de
zogeheten verantwoordingsplicht). Het betrokken bestuursorgaan moet, al
mogelijke scenario’s inzichtelijk gemaakt. Relevant voor het plangebied is
dan niet in verband met de totstandkoming van een besluit, expliciet aangeven hoe de diverse factoren (waaronder zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) zijn beoordeeld en eventuele in aanmerking komende maatregelen zijn afgewogen. Een belangrijk onderdeel van de verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer/ veiligheidsregio.
de rijksweg A58 en de hogedruk aardgastransportleiding Z-528-04. Direct naast plangebied is een buisleiding gelegen. Uit de kwantitatieve risicoanalyse volgt dat het groepsrisico als gevolg van de buisleiding in de huidige en toekomstige situatie ruim lager is dan 0,1 x de oriëntatiewaarde. Het plaatsgebonden risico als gevolg van de buisleiding ter hoogte van het plangebied is lager dan 10-6/jaar en voldoet daarmee aan de grens-
(Beperkt) kwetsbare objecten Er moet getoetst worden aan het Bevi en de richtlijnen voor vervoer van
waarde. Op grond van artikel 12 lid 3 onder b van het Bevb kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
gevaarlijke stoffen wanneer bij een ontwikkeling (beperkt) kwetsbare objecten worden toegestaan. Kwetsbare objecten zijn onder andere woningen en scholen. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder andere kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels, sporthallen, speeltuinen, kampeerterreinen en andere terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden.
Beperkte verantwoording groepsrisico Maatgevend scenario is een fakkelbrand door leidingfalen. De kans op leidingfalen is uiterst klein en doet zich in feite alleen voor wanneer op of rond de leiding werkzaamheden worden uitgevoerd. De kans op slachtoffers kan verder worden beperkt door bewoners vooraf te informeren over
aanstaande werkzaamheden, de mogelijke scenario’s en hoe hierop te
gen op het project. Er is door De Roever een akoestisch onderzoek uitge-
De VNG-publicatie: “Bedrijven en milieuzonering” (versie 2009), geeft in-
handelen. Voor het traject van de leiding ter hoogte van het plangebied
voerd. De belangrijkste conclusies worden vermeld in deze paragraaf, het
formatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van diverse bedrijfs-
zijn reeds risicomitigerende maatregelen getroffen in de vorm van striktere
gehele onderzoek is opgenomen in de bijlage.
activiteiten. Tevens geeft deze publicatie richtafstanden voor het ontwikke-
begeleiding van werkzaamheden bij bijvoorbeeld graafwerkzaamheden.
len van bedrijfsactiviteiten in relatie tot het lokale omgevingstype. De publi-
De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant dient in de gelegenheid ge-
Toetsing van het Bouwbesluit en woon- en leefklimaat
catie is een hulpmiddel bij de ruimtelijke inpassing van plannen en vormt
steld te worden om in verband met het groepsrisico advies uit te brengen
Benodigde gevelwering (wegverkeerslawaai)
op basis van vaste jurisprudentie een goed vertrekpunt voor deze beoor-