Raadsvoorstel wijziging Algemene Plaatselijke Verordening 2021_2 def
Tekst van het document
F.
Artikel 76 en de toelichting op dit artikel komen te luiden: Artikel 76. Neerzetten van fietsen en dergelijke. 1. Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan, indien daarmee hinder of gevaar voor het verkeer ontstaat of als daardoor anderszins overlast veroorzaakt kan worden. 2. Het is verboden fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen. 3. Het is verboden fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud zijn of die in een verwaarloosde toestand verkeren op de weg te laten staan. 4. Het is verboden op of aan de weg een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen of voor een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. Toelichting Het eerste lid verbiedt het neerzetten van fietsen wanneer daardoor hinder of gevaar ontstaat ten aanzien van het overige verkeer of als daardoor overlast kan ontstaan. De overlast is niet alleen gericht tegen een verkeersdeelnemer.
Op grond van het tweede lid kan het college plaatsen aanwijzen, waar het verboden is fietsen te stallen buiten de aanwezige stallingsvoorzieningen. Reden voor een dergelijke aanwijzing kan o.a. gelegen zijn het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente en/of het voorkomen van overlast. Het college heeft delen van de stad aangewezen als een gebied in de zin van het tweede lid. Het vierde lid verbiedt het neerzetten van fietsen en bromfietsen tegen panden, terwijl de eigenaar heeft aangegeven dat dit niet gewenst is of waardoor de toegang tot het gebouw wordt gehinderd. Dit geeft vaak aanleiding tot klachten.
G. De toelichting op artikel 83 komt te luiden: Een van de oorzaken van overlast van duiven of watervogels is het grote voedselaanbod dat voor deze vogels beschikbaar is. Dit aanbod wordt nog vergroot doordat burgers deze vogels regelmatig voederen. Het
raad 2021_1218 definitief
21
gevolg hiervan is de toename van het aantal vogels in een bepaald gebied en een verstoring van het biologisch evenwicht in dat gebied met alle gevolgen van dien. H. Artikel 111 komt te luiden: Artikel 111. Natuurlijke behoefte doen Het is verboden binnen de bebouwde kom op of aan de weg zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.
I.
Artikel 116 komt te luiden: Artikel 116. Begripsomschrijvingen. In deze afdeling wordt verstaan onder: a. weg: de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; b. voertuigen: alle voertuigen met uitzondering van: 1. treinen en trams; 2. fietsen en bromfietsen; 3. invalidenvoertuigen in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; 4. kruiwagens, kinderwagens en dergelijke kleine voertuigen, rolstoelen; c. deelvoertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van personenauto's, die op een openbare plaats ter beschikking worden gesteld om, al dan niet tegen betaling of anderszins met commerciële doeleinden, herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruikt te worden op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke en rechtspersonen en/of een of meerdere aanbieder(s).
Artikel II Deze verordening treedt in werking daags na haar bekendmaking.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 november 2021.
de griffier,
voorzitter,