Raadsvoorstel Belastingverordeningen 2026
Tekst van het document
In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 5 van overeenkomstige toepassing is. 6. Indien op grond van deze verordening meer dan één tarief kan worden toegepast, wordt het tarief dat het hoogste bedrag tot uitkomst geeft, gehanteerd. 7. In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt voor de berekening van de precariobelasting: a. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een weektarief, maar geen dagtarief is opgenomen, een gedeelte van een week gelijkgesteld met een week; b. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp wel een maandtarief, maar geen dag- of weektarief is opgenomen, een gedeelte van een maand gelijkgesteld met een maand. 8. Indien in de tarieventabel voor een voorwerp een dagtarief, weektarief of maandtarief is opgenomen en het belastingtijdvak een langere periode dan een dag, onderscheidenlijk een week of een maand omvat, gelden deze tarieven per dag, onderscheidenlijk week of maand van het belastingtijdvak. 9. Belastingbedragen van minder dan € 200,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen precariobelasting aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 7 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a.
Voorwerpen of werken, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst, een concessie of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; b. Voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; c. Het gebruik van de openbare gemeentegrond en het hebben van voorwerpen onder, op of boven openbare gemeentegrond, voor zover reeds uit andere hoofde, anders dan reclamebelasting, een vergoeding is verschuldigd; d. Voorwerpen die ten dienste van het wegverkeer of de openbare ruimte zijn geplaatst en waarmee in hoofdzaak een algemeen belang wordt gediend, zoals algemene bewegwijzeringen, waarschuwingsborden, brievenbussen en afvalbakken; e. Vervallen; f. Voorwerpen van de beheerder van het gas- en elektriciteitsnetwerk; g. Buizen, kabels en draden ten behoeve van aansluitingen voor gas, elektriciteit, water, riolering, telefoon of televisie, welke rechtstreeks aansluiten op buizen, kabels of draden van de gemeente, nuts- en telecombedrijven; h. Voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doelen en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling; i. Gesaneerde olietank waarvoor een saneringsbewijs is afgegeven; j.
Voorwerpen ten behoeve van zogenaamde Warmte Koude Opslagsystemen, waarbij grondwater wordt gebruikt voor het verwarmen en koelen van gebouwen; k. Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor straat-/buurt- en wijkactiviteiten, die al dan niet zijn gesubsidieerd door Verrijk je Wijk/Stad en georganiseerd zijn voor en/of door de bewoners ter
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
l.
bevordering van de sociale cohesie en leefbaarheid; Het gebruik van de openbare gemeentegrond voor evenementen vermeld op de Evenementenkalender.
26
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
27
Artikel 8 Wijze van heffing 1. De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. 2. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak of, zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van voorwerpen een aanvang neemt. Artikel 9 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). 3. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het tweede lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid.
Tenzij de termijnen genoemd in het eerste lid inmiddels zijn verstreken, dan is het gehele openstaande bedrag direct invorderbaar. 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel 10 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. De 'Verordening precariobelasting 2025' van 14 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening precariobelasting 2026'.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2025 de griffier,
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Kaart terrassengebied
Binnen markering: TRA Buiten markering: TRB
28
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
29
De tarieventabel als bedoeld in artikel 2 van de 'Verordening precariobelasting 2026' Hoofdstuk 1 Bouwmaterialen en dergelijke Nr. 15
Code 40 door materialen, grond, puin, keten, loodsen, schaftwagens, containers, werktuigen, stellingen of steigers en dergelijke ingenomen openbare grond ten dienste van enig bouw-, onderhouds- of sloopwerk, alsmede voor de opslag van bouwmaterialen, per m² ingenomen grondoppervlak per maand:
€
4,20
€
28,80
Reclameborden openbare grond reclameborden op openbare grond, waarbij de oppervlakte van elk tot reclame dienende zijde van het bord bij elkaar wordt geteld per m² per maand:
€
4,80
Tijdelijke sandwich- of driehoeksbord rond lichtmast reclameborden op openbare grond bevestigd aan lichtmasten voor aankondigingen van circusachtige evenementen en dergelijke per vlak per week:
€
5,90
€
8,15
€
14,30
€
14,30
€
14,30
€ €
41,45 27,05
€
2,55
Hoofdstuk 2 Leidingen, kabels en buizen N.V.T.
Hoofdstuk 3 Benzine-/olietanks 30
146
Benzine-/olietanks benzine, olie of gastanks, per m³ per jaar:
Hoofdstuk 4 Aankondigingsborden, reclame, uitstallingen 40
41
42
171
172
240
44
250
45
251
46
252
Uitstalling een uitstalling van goederen op openbare grond voor panden per m² per maand: Reclame-uitingen lichtbak, lichtreclame, letterlichtreclame, lantaarn met opschrift of reclame, reclamebord, uithangbord, uithangteken, letterreclame, letteropschriften, van reclame voorziene luifels, gevelreclameborden en dergelijke voorwerpen, waarbij de oppervlakte van elk tot reclamedienende zijde van het voorwerp bij elkaar wordt geteld: per ½ m² per jaar: Reclamevlaggen reclamevlaggen per stuk per jaar: Lampen, spots lampen, spots, Neon, LED, TL buizen en dergelijke per stuk per jaar:
Hoofdstuk 5 Terrassen 50
51
52
TR
131
132
Terrassen stoelen, tafels, banken, tochtschermen, bloem of plantenbakken en dergelijke terrassen: in het gebied, op de bij deze tarieventabel behorende tekening aangeduid als gebied a. TRA: per m² per jaar: b. TRB: per m² per jaar: Terrasuitbreidingen gebied A/B terrassen en uitbreidingen van de onder 50 genoemde terrassen ter gelegenheid van openbare feestelijkheden, muziekuitvoeringen, kermis en dergelijke evenementen per m² per dag: Horecafunctie het innemen van een vaste plaats op openbare grond ten behoeve van het uitoefenen van
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
een horecafunctie per m² per jaar: 60
30
€
75,70
€
203,80
€ € € €
3,95 7,00 9,20 11,10
€ € € €
3,00 5,50 7,85 8,70
€ € € €
1,90 3,50 4,55 5,50
€ € € €
1,50 2,70 3,90 4,35
€ €
1,45 1,45
€ €
1,45 1,45
Hoofdstuk 6 Kermissen, staanplaatsen, kramen, tenten e.d. KI
61 P
62 E
Kermisinrichtingen bij evenementen voor het hebben en exploiteren van kermisinrichtingen, welke anders dan tijdens een van de kermissen als genoemd in de Verordening vaststelling plaatsen en tijden kermis 2018 op de openbare grond worden geplaatst, per dag waarop het evenement plaatsvindt: Per grondplaats per dag: Staanplaatsen en luifels het innemen van staanplaatsen waarvoor op grond van artikel 2 van de Staanplaatsenverordening 1997 vergunning is vereist, in het gebied op de bij de tarieventabel behorende tekening aangeduid, per m²: 1. gebied A staanplaatsen en luifels a. PAA voor een dag per week: b. PAB voor twee dagen per week: c. PAC voor drie dagen per week: d. PAD voor vier of meer dagen per week: 2. gebied B staanplaatsen en luifels a. PBA voor een dag per week: b. PBB voor twee dagen per week: c. PBC voor drie dagen per week: d. PBD voor vier of meer dagen per week: Voor kleppen, luifels of soortgelijke uitsteeksels aan een verkooppunt, per m²: 3. gebied A kleppen en luifels a. PCA voor een dag per week: b. PCB voor twee dagen per week: c. PCC voor drie dagen per week: d. PCD voor vier of meer dagen per week: 4. gebied B kleppen en luifels a. PCE voor een dag per week: b. PCF voor twee dagen per week: c. PCG voor drie dagen per week: d. PCH voor vier of meer dagen per week: 5.
op de voormalige marktterreinen Burgemeester van de Mortelplein, Tongerloplein en Pater van den Elsenplein, voor zover de staanplaats wordt ingenomen op een dinsdag: a. tot 12.00 uur b. na 12.00 uur 6. op het voormalige marktterrein bij winkelcentrum Eikenbosch, voor zover de staanplaats wordt ingenomen op een donderdag: a. tot 12.00 uur b. na 12.00 uur Kramen, staanplaatsen en dergelijke het innemen van een staanplaats of het uitstallen van goederen waarvoor op grond van artikel 2 van de Staanplaatsenverordening 1997 vergunning vereist is, zulks als onderdeel van een evenement als bedoeld in artikel 26 van de Algemene Plaatselijke Verordening, per m², per dag waarop het evenement plaatsvindt: Kramen, staanplaats, verkoopwagen, grondplaats en bar (EA1 tot en met EA5)
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
63 EV
70
A. bij wielerrondes, braderieën, georganiseerd door of namens een winkeliersvereniging, markten dan wel beurzen georganiseerd ten behoeve van de gevestigde - ambulante handel, evenementen gericht op omzetverhoging van een specifiek winkelgebied: Kramen, staanplaats, verkoopwagen, grondplaats en bar (EB1 tot en met EB5) B. bij alle evenementen, niet onder A vallende: Tenten (circussen, evenementen en dergelijke) voor het hebben van één of meer tenten op de openbare grond geplaatst ten behoeve van het houden van circusvoorstellingen, een beurs dan wel soortgelijke voor het publiek toegankelijke activiteiten. EVL (tenten op 't Laar) op het evenemententerrein ‘t Laar, per m² per week: EVO (tenten elders) op andere plaatsen, per m² per week:
31
€
3,05
€
2,20
€
0,15
€
0,35
Lucht- of lichtroosters en dergelijke Lucht- en lichtroosters, lichtopeningen, luiken, kelderingangen, kelderlichten of lichtramen, stortgaten en dergelijke, per stuk per jaar:
€
28,80
Rails en dergelijke rails en dergelijke met uitzondering van die voor openbare middelen van personenvervoer per m¹ per jaar:
€
11,00
€
28,00
€
28,80
€
96,05
€
11,50
€
2,35
€
96,05
€
1,05
Hoofdstuk 7 Overige 60
71 100 72 110 73 111 76 162 78 190 79 270
81 160 82 280
Putten of bakken wel-, zak-, zink-, vergaar- of vulputten of -bakken per stuk per jaar: Elektrakasten en dergelijke elektrakasten en aansluitputten ten behoeve van elektra, niet in eigendom toebehorende aan Essent NV en aansluitputten voor water en dergelijke per stuk per jaar: Opvangsluis winkelwagens opvangsluis voor winkelwagens op openbare grond per m² per jaar: Zonnescherm/markies zonneschermen of markiezen aan panden, al dan niet voorzien van reclame, hieronder niet begrepen woningen per meter per jaar: Verkoop-/kantoorruimte en dergelijke (tijdelijk) tijdelijke verkoop- en/of kantoorruimte en andere soortgelijke opstallen op openbare grond, voor zover niet vallend onder nummer 61 en 62, per m² per week: Verkoop en speel- of andere toestellen Automatische verkoop-/speeltoestellen, fotoboxen, krantenkisten, uitstalkasten en dergelijke waar tegen betaling gebruik van kan worden gemaakt, per stuk per jaar: Gemeentewerken (voor openbare dienst) voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor zover hiervoor niet in een rubriek ondergebracht (restbepaling) per m² per dag:
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
32
Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening precariobelasting 2026' Tarieven De tarieven voor 2026 zijn bepaald door indexering van de tarieven 2025 met 2,86%. Kosten en opbrengsten (x € 1.000) Omschrijving
Rekening Begroting Begroting 2024
2025
Kosten taakveld(en) incl. omslagrente
210
Inkomsten taakveld(en) incl. omslagrente
45
Netto kosten taakveld
2026
235
239
165
235
239
Overhead incl. omslagrente
41
66
68
BTW
11
18
17
Totale kosten
217
318
323
Opbrengst heffingen
939
974
1.00.2
Saldo
723
655
679
Toe te rekenen kosten:
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
33
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Binnenstad 2026. Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; f. onroerende zaak: de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. g. WOZ-waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen het gebied genaamd 'Binnenstad' en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart.
Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt binnen het in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebied een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 2.
Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren.
34
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
3.
35
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. De belasting wordt geheven van elke onroerende zaak met een aankondiging van meer dan 0,25 m². 2. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt bij een vastgestelde WOZ-waarde:
3.
4.
5.
6. 7.
8.
a.
tot
€ 50.000
€ 345,10
b.
van
€ 50.000
tot
€ 200.000
€ 402,60
c.
van
€ 200.000
tot
€ 400.000
€ 442,50
d.
van
€ 400.000
tot
€ 600.000
€ 517,70
e.
van
€ 600.000
tot
€ 800.000
€ 575,30
f.
van
€ 800.000
tot
€ 1.000.000
€ 632,70
g.
van
€ 1.000.000
tot
€ 1.200.000
€ 690,20
h.
van
€ 1.200.000
tot
€ 1.400.000
€ 747,90
i.
van
€ 1.400.000
tot
€ 1.600.000
€ 805,30
j. k.
van van
€ 1.600.000 € 1.800.000
tot tot
€ 1.800.000 € 2.000.000
€ 862,80 € 920,30
l.
vanaf
€ 2.000.000
€ 1.035,40
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden, bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is.
Indien er sprake is van deelgebruik van één onroerende zaak en er voor deze delen, volgens de wet WOZ, geen waarde wordt toegekend, is elke belastingplichtige een tarief verschuldigd zoals vermeld in artikel 8, lid 2a, € 345,10.
Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
b.
c. d.
e.
f. g. h. i.
j.
36
moet worden gedoogd; door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering
van delen van zodanig onroerende zaken die dienen als woning; openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak.
Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 11 Termijnen van betaling 1.
2. 3.
4.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, tenzij de termijnen genoemd in het eerste lid inmiddels verstreken zijn. Dan is het gehele openstaande bedrag direct opeisbaar.
Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking; 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026; 3. De 'Verordening reclamebelasting Binnenstad 2025 van 14 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan; 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Binnenstad 2026'. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2025
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
de griffier, In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
Kaart gebied Binnenstad
37
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
38
Memorie van toelichting behorende bij de ‘Verordening reclamebelasting Binnenstad 2026 Tarieven De tarieven 2026 zijn door indexering gestegen met 4,23% ten opzichte van 2025. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan het Ondernemersfonds Binnenstad Tilburg. Het ondernemersfonds is een initiatief van de samenwerkende partijen in de binnenstad, te weten: Binnenstad Management Tilburg (B.M.T.), Winkeliersvereniging Binnenstad Tilburg (W.B.T.) en Stichting Horeca Concentratiegebied Tilburg (H.C.G.). Kosten en opbrengsten (x € 1.000)(afgerond naar boven)
Totale kosten Totale opbrengsten Saldo
Rekening 2024 282 282 0
Begroting 2025 298 298 0
Begroting 2026 311 311 0
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
39
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Linten 2026. Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen de hierna genoemde gebieden en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten: 1. Gebied C (Korvel); 2. Gebied D (de Besterd). Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de in artikel 2 van deze verordeningen aangegeven gebieden, een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1.
De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 2. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
3.
40
In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt bij een vastgesteld aantal vierkante meters van: a. meer dan 0,25 in het gebied C € 482,70 b. meer dan 0,25 in het gebied D € 482,70 2. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. 3. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan.
In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; g. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; h.
openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; i. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; j. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
41
Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). 4. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, tenzij de termijnen genoemd in het eerste lid inmiddels verstreken zijn. Dan is het gehele openstaande bedrag direct opeisbaar.
Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. De 'Verordening reclamebelasting Linten 2025 van 14 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Linten 2026'.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2025 de griffier,
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Kaart gebied Korvel
42
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Kaart gebied Besterd
43
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
44
Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening reclamebelasting Linten 2026' Tarieven De tarieven 2026 zijn door indexering met 4,23% gestegen ten opzichte van 2025. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan de Stichting de Tilburgse Linten. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)(afgerond naar boven) Rekening 2024 Totale kosten 93 Totale opbrengsten 93 Saldo 0
Begroting 2025 91 91 0
Begroting 2026 95 95 0
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
45
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Bedrijventerreinen 2026'. Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; f. onroerende zaak: de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. g. WOZ-waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. h. deelgebruik: de situatie waarbij een of meerdere niet-zelfstandige gedeelten van één onroerende zaak in gebruik zijn gegeven. Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen de hierna genoemde bedrijventerreinen en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaarten. 1. Het Laar 2.
Kanaalzone Noord 3. Kanaalzone Zuid 4. Katsbogten 5. Kraaiven 6. Kreitenmolen 7. Loven 8. Vossenberg Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen de in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebieden, een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
3.
46
het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant.
Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 2. Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. 3. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren.
Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. De belasting wordt geheven van elke belastingplichtige met een openbare aankondiging. 2. Het tarief van de reclamebelasting bedraagt bij een vastgestelde WOZ-waarde per object per bedrijventerrein:
WOZ-waarde
Bedrijventerrein
Deelgebruik geen WOZwaarde
tot € 250.000
€ 250.000 tot € 1.000.000
vanaf € 1.000.000
Het Laar
€
157,30
€
314,60
€
629,10
€
1.258,30
Kanaalzone Noord
€
157,30
€
314,60
€
629,10
€
1.258,30
Kanaalzone Zuid
€
157,30
€
314,60
€
629,10
€
1.258,30
Katsbogten
€
157,30
€
314,60
€
629,10
€
1.258,30
Kraaiven
€
157,30
€
314,60
€
629,10
€
1.258,30
Kreitenmolen
€
125,00
€
250,00
€
500,00
€
1.000,00
Loven
€
157,30
€
314,60
€
629,10
€
1.258,30
Vossenberg
€
157,30
€
314,60
€
629,10
€
1.258,30
3.
4.
Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken. Indien er sprake is van deelgebruik van één onroerende zaak en er voor deze delen, volgens de wet WOZ, geen waarde wordt toegekend, is elke belastingplichtige een tarief verschuldigd zoals vermeld in artikel 8, lid 2 (Deelgebruik, geen WOZ-waarde).
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
5.
6.
47
Indien de vastgestelde WOZ-waarde voor het betreffende jaar naar beneden wordt bijgesteld, wordt de aanslag ambtshalve verminderd indien de lagere WOZ-waarde leidt tot een lager belastingbedrag voor de reclamebelasting. Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen die door (semi) overheden of cultureel-maatschappelijke instellingen zijn aangebracht of geplaatst en die betrekking hebben op door hen georganiseerde tijdelijke activiteiten met een cultureel, maatschappelijk, charitatief of ideëel belang; f. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; g. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; h. openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; i.
openbare aankondigingen die zijn aangebracht op scholen of zorginstellingen, die betrekking hebben op de functie van het gebouw en waarbij de oppervlakte van de openbare aankondiging kleiner of gelijk is dan 0,25m²; j. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; k. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel 11 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. 3.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet 24e en het einde van de maand). 4. Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid tenzij de termijnen
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
48
genoemd in het eerste lid inmiddels zijn verstreken dan is het gehele openstaande bedrag direct invorderbaar. Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. De 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2025' van 14 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2026'.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2025 de griffier,
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Kaarten Bedrijventerreinen
Het Laar
Kanaalzone-Noord
49
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Kanaalzone-Zuid
50
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Katsbogten
51
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Kraaiven
52
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Kreitenmolen
53
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Loven
54
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
Vossenberg
55
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
56
Memorie van toelichting behorende bij de 'Verordening reclamebelasting Bedrijventerreinen 2026' Tarieven De tarieven 2026 zijn op verzoek van Stichting TOF op zeven bedrijventerreinen met 4,23% gestegen ten opzichte van 2025. Deze methodiek wordt niet toegepast voor het bedrijventerrein Kreitenmolen. Voor 2026 is met stichting TOF een tarief van € 157,30 overeengekomen inzake "Deelgebruik - geen WOZwaarde"(artikel 8, lid 2) voor de bedrijventerreinen Het Laar, Kanaalzone Noord, Kanaalzone Zuid, Katsbogten, Kraaiven, Loven & Vossenberg. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan Stichting TOF. Kosten en opbrengsten (x € 1.000)(afgerond naar boven)
Totale kosten Totale opbrengsten Saldo
Rekening 2024 690 690 0
Begroting 2024 627 627 0
Begroting 2025 652 652 0
Begroting 2026 680 680 0
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
57
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van reclamebelasting Spoorzone 2026’. Artikel 1 Definities 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt, voor zover niet anders is bepaald, verstaan onder: a. jaar: een kalenderjaar; b. maand: een kalendermaand; c. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg, mag hebben; d. exploitant: een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zijn beroep of bedrijf maakt van het ten behoeve van derden tegen vergoeding aanbrengen van openbare aankondigingen op door hem daartoe beschikbaar gestelde oppervlakten; e. openbare weg: de weg als bedoeld in hoofdstuk II van de Wegenwet; f. onroerende zaak: de onroerende zaak zoals bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. g. WOZ-waarde: de op voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het kalenderjaar. Artikel 2 Gebiedsomschrijving De verordening is van toepassing binnen het gebied genaamd ‘Spoorzone’ en zoals aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart.
Artikel 3 Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt binnen het in artikel 2 van deze verordening aangegeven gebied een directe belasting geheven ter zake van het hebben van een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel 4 Belastingplicht 1. De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondigingen worden aangetroffen. 2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen, zichtbaar vanaf de openbare weg de reclamebelasting geheven van degene aan wie de vergunning is verleend. 3. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de reclamebelasting ter zake van openbare aankondigingen die door tussenkomst van een exploitant zijn aangebracht, geheven van die exploitant. Artikel 5 Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 6 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1. De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het belastingtijdvak, of zo dit later is, op het tijdstip waarop het hebben van een openbare aankondiging een aanvang neemt. 2.
Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht aanvangt in de loop van het kalenderjaar, bedraagt de belasting zoveel twaalfden van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
3.
58
aanvang van de belastingplicht nog volle maanden van het kalenderjaar resteren. In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
Artikel 7 Ontheffing Indien het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar en de belastingplicht eindigt voor het verstrijken van het belastingtijdvak, wordt op verzoek van belastingplichtige ontheffing verleent over zoveel twaalfde gedeelten van het over een jaar verschuldigde bedrag als er na het tijdstip van beëindiging van de belastingplicht nog volle kalendermaanden van het belastingtijdvak resteren. Artikel 8 Tarief en berekening van de belasting 1. De belasting wordt geheven van elke onroerende zaak met een aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. 2. De belasting als bedoeld in artikel 3 bedraagt bij een vastgesteld aantal vierkante meters per unit: - tot 50m2 € 489,20 - vanaf 50 m2 € 815,20 3. Indien er sprake is van meerdere openbare aankondigingen worden, bij de berekening van de belasting, de oppervlakten van deze afzonderlijke aankondigingen bij elkaar opgeteld en gerekend als één openbare aankondiging. 4. De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen worden gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om het voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 5.
Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg, wordt voor de berekening van de reclamebelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval bestaat aanspraak op ontheffing, waarbij artikel 7 van overeenkomstige toepassing is. Artikel 9 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor: a. het hebben van openbare aankondigingen, waarvan de aanwezigheid ingevolge wettelijk voorschrift moet worden gedoogd; b. door de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB of een overeenkomstig lichaam aangebrachte of geplaatste openbare aankondigingen uitsluitend ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer of ten dienste van openbare ruimten; c. openbare aankondigingen, die uitsluitend het openbaar belang dienen; d. openbare aankondigingen, die door publiekrechtelijke rechtspersonen zijn aangebracht of geplaatst, indien en voor zover de openbare aankondiging geschiedt ter uitvoering van de aan dit orgaan opgedragen publiekrechtelijke taak; e. openbare aankondigingen waarvoor op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds betaling aan de gemeente moet geschieden; f. losse, niet permanent aanwezige openbare aankondigingen, die direct verplaatst kunnen worden; g.
openbare aankondigingen binnen het inwendig gedeelte van een bedrijf of een gedeelte daarvan, welke niet zijn gericht op het zichtbaar zijn vanaf de openbare weg; h. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanig onroerende zaken die dienen als woning; i. openbare aankondigingen betrekking hebbend op openbare verkoping, verkoop of verhuur van een onroerende zaak, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke aanwezigheid van de te verkopen dan wel te verhuren zaak. Artikel 10 Wijze van heffing De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
59
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
60
Artikel 11 Termijnen van betaling 1.
2. 3.
4.
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 12 gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt tussen de 24e en het einde van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later (eveneens tussen de 24e en het einde van de maand). Indien de verschuldigde bedragen als genoemd in het derde lid tweemaal achtereen niet kunnen worden geïncasseerd, vervalt voor het betreffende aanslagbiljet de mogelijkheid tot automatische betalingsincasso en gelden de betaaltermijnen zoals genoemd in het eerste lid, tenzij de termijnen genoemd in het eerste lid inmiddels verstreken zijn. Dan is het gehele openstaande bedrag direct opeisbaar.
Artikel 12 Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 13 Inwerkingtreding, overgangsrecht en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. De 'Verordening reclamebelasting Spoorzone 2025' van 14 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening reclamebelasting Spoorzone 2026’.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2025 de griffier,
In overeenstemming met het ondertekeningsmandaat raadsstukken worden raadsbesluiten alleen door de griffier ondertekend.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
61
Gebiedsafbakening Spoorzone Het doelgebied wordt omsloten door de Burgemeester Brokxlaan (Noord en Zuid). De Gasthuisring (Oostkant). De Spoorlaan van de Gasthuisring tot aan de Willem II passage (Noordkant) en het NS-plein tot de Burgemeester Brokxlaan (Westkant).
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
62
Memorie van toelichting behorende bij de ‘Verordening reclamebelasting Spoorzone 2026' Tarieven De tarieven 2026 zijn door indexering gestegen met 4,23% ten opzichte van 2025. Kosten en opbrengsten De opbrengst van de reclamebelasting wordt, na aftrek van de door de gemeente gemaakte kosten, overgemaakt aan het Ondernemersfonds Binnenstad Tilburg. Het ondernemersfonds is een initiatief van de samenwerkende partijen in de binnenstad, te weten: Binnenstad Management Tilburg (B.M.T.), Winkeliersvereniging Binnenstad Tilburg (W.B.T.) en Stichting Horeca Concentratiegebied Tilburg (H.C.G.). Kosten en opbrengsten (x € 1.000)(afgerond naar boven)
Totale kosten Totale opbrengsten Saldo
Rekening 2024 17 17 0
Begroting 2025 56 56 0
Begroting 2026 58 58 0
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
63
Raadsbesluit De raad van de gemeente Tilburg; -
gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen de 'Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026'. Artikel 1 Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel 2 Belastingplicht 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 1. 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1. Artikel 3 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: 1. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen; 2. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers; 3.
van degene die verblijft in het Ronald McDonald Huis Tilburg. 4. degene die als arbeidsmigrant tijdelijk werkzaam is binnen het grondgebied van Tilburg en in een speciaal onderkomen verblijft voor arbeidsmigranten. Artikel 4 Maatstaf van heffing 1. De belasting wordt geheven over de vergoeding die voor het verblijf in rekening wordt gebracht en daarbij niet inbegrepen de toeristenbelasting. 2. Indien omzetbelasting verschuldigd is, wordt als vergoeding aangemerkt het bedrag dat als verschuldigd wegens het houden van verblijf met overnachten aan de heffing van omzetbelasting is onderworpen. Artikel 5 Belastingtarief 1. De belasting bedraagt 3,5% van de verblijfsvergoeding zoals bedoeld in artikel 4. 2. Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen toeristenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.
Raadsvoorstel.belastingverordeningen.2026.met.verordeningen
64
Artikel 8 Termijnen van betaling 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 dient de aanslag te worden betaald in één termijn welke termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijn. Artikel 9 Kwijtschelding Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel 10 Aanmeldingsplicht De belastingplichtige zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat deze voor de eerste maal na het in werking treden van de verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren zoals bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2026. 3. De 'Verordening toeristenbelasting 2025' van 14 november 2024 wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 4. Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening toeristenbelasting 2026'.