CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

[OUD] Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Tilburg 2024

Raadsvergadering 20 november 2023, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Tilburg 202419.379 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

6. 7. 8.

Artikel 7.2 Opschorting betaling uit het persoonsgebonden budget Het college kan de Sociale Verzekeringsbank gemotiveerd verzoeken te beslissen tot een geheel of gedeeltelijke opschorting van ten hoogste dertien weken van betalingen uit het pgb als er ten aanzien van een cliënt een ernstig vermoeden is gerezen dat er sprake is van een omstandigheid als bedoeld in artikel 2.3.10, eerste lid, onder a, d of e van de wet. Artikel 7.3 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, het gebruik van maatwerkvoorzieningen en pgb's met het oog op de beoordeling van de kwaliteit en recht- en doelmatigheid daarvan. Artikel 7.4 Tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude Het college treft de nodige maatregelen om oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen tegen te gaan en fraude te bestrijden. Tot deze maatregelen behoren in ieder geval: a. Het college zoekt waar mogelijk de samenwerking met organisaties die zich ook bezighouden met het tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude op het terrein van de zorg of aanverwante terreinen; b.

Het college verricht zo nodig onderzoek bij zorgverleners van maatwerkvoorzieningen die een subsidie- of contractrelatie hebben met de gemeente Tilburg onderhouden of die ondersteuning verlenen op grond van een persoonsgebonden budget aan inwoners van de gemeente Tilburg; c. Het college maakt afspraken met aanbieders van voorzieningen over de facturatie, resultaatsturingen, accountantscontroles, zodat declaraties en uitbetalingen in overeenstemming zijn met de contractuele afspraken, de leveringsopdracht, de prestatieafspraken en de feitelijk geleverde prestaties; d. Het college controleert, al dan niet steekproefsgewijs, of de gemaakte afspraken zoals genoemd in het voorgaande lid worden nagekomen; e. Het college kan nadere regels stellen.

Hoofdstuk 8 Kwaliteit en Klachten Artikel 8.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen, door: a. het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt; b. het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg en ondersteuning en c. erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard; d. voor zover van toepassing, er op toe te zien dat de kwaliteit van de voorzieningen en de deskundigheid van beroepskrachten tenminste voldoen aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de in de toepasselijke sector erkende keurmerken.

2.

Het college kan nadere regels stellen over verdere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen (waaronder persoonsgebonden budgetten), eisen met betrekking tot deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.

3.

Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen

Artikel 8.2 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden 1. Ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4 van de wet en de eisen die gesteld worden aan de kwaliteit van de dienst stelt het college vast: a. een vaste prijs, die geldt voor een inschrijving als bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en het aangaan van een overeenkomst met derde; of b. een reële prijs die geldt als ondergrens voor: 1. een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde, en 2. de vaste prijs, bedoeld in onderdeel a. 2. Het college stelt de prijzen, bedoeld in het eerste lid, vast: a. overeenkomstig de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c van de wet, en b. rekening houdend met de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. 3. Het college baseert de vaste prijs of de reële prijs op de volgende kostprijselementen: a. de kosten van de beroepskracht; b. redelijke overheadkosten; c. kosten voor niet productieve uren van de beroepskrachten als gevolg van verlof, ziekte, scholing, werkoverleg; d. reis en opleidingskosten; e.

indexatie van de reële prijs voor het leveren van een dienst; f. overige kosten als gevolg van door de gemeente gestelde verplichtingen voor aanbieders waaronder rapportageverplichtingen en administratieve verplichtingen. 4. Het college kan het eerste lid, onderdeel b, buiten beschouwing laten indien bij de inschrijving aan de derde de eis wordt gesteld een reële prijs voor de dienst te hanteren die gebaseerd is op hetgeen gesteld is in het tweede en derde lid. Daarover legt het college verantwoording af aan de gemeenteraad. Artikel 8.3 Meldingsregeling calamiteiten en geweld 1. Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudende instantie aan. 2. Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudende instantie. 3. De toezichthoudende instantie, bedoeld in artikel 6.1 van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld. 4. Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening. Artikel 8.4 Klachtregeling 1.

Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien van alle voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders, en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en indien gewenst in overleg met de cliëntenraden.

Artikel 8.5 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning 1. Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor de gebruikers van belang zijn ten aanzien van voorzieningen. 2. Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders en een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en indien gewenst in overleg met de cliëntenraden.

Hoofdstuk 9 Inspraak Artikel 9.1 Betrekken van ingezetenen bij het beleid 1. Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning, overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend. 2. Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende maatschappelijke ondersteuning te doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen. 3. Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning. 4. Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.

Hoofdstuk 10 Privacy Artikel 10.1 Privacyprotocol Op de vastlegging en verwerking van persoonsgegevens op grond van deze verordening is het Privacyprotocol Toegang Tilburg van toepassing.

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt of mantelzorger afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 11.2 Voorwaarden Het college kan aan het verstrekken van een voorziening voorwaarden verbinden, die verband houden met de aard en het doel van een bepaalde voorziening. Artikel 11.3 Besluit en Beleidsregels Het college stelt een Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg en beleidsregels vast. Hierin neemt het nadere regels op over de uitvoering van deze verordening, over de omvang van verstrekkingen en over de omvang van de eigen bijdrage. Artikel 11.4 Indexering Het college kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende Besluit geldende bedragen indexeren. In deze verordening en in het Besluit Maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg is opgenomen voor welke bedragen dit geldt, welk prijsindexcijfer gehanteerd wordt en over welke periode van 12 maanden de index berekend wordt.

Artikel 11.5 Intrekking oude verordening en overgangsrecht 1. De Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023 wordt ingetrokken. 2. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken. 3.

4. 5.

6.

Meldingen die zijn gedaan vóór 1 januari 2024 onder de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening. Van het in lid 3 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken. Beslissing op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023, geschiedt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2023 die ten aanzien van de betreffende zaak zijn rechtskracht behoudt. Van het in lid 5 gestelde kan ten gunste van de cliënt worden afgeweken.

Artikel 11.6 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2024 (Verordening MO Tilburg 2024).

Toelichting op de verordening Artikelsgewijze toelichting op de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2024.

Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In de Wmo en het daarop gebaseerde Besluit is een groot aantal definities opgenomen. Voor de leesbaarheid is een selectie hiervan opgenomen in de begripsbepalingen van de verordening. Niet iedere bepaling behoeft toelichting. a. Algemeen gebruikelijke voorziening Het is niet de bedoeling dat de gemeentelijke overheid voorzieningen verstrekt, waarvan gelet op de omstandigheden van de cliënt, aannemelijk is te achten dat deze daarover, ook als hij of zij geen beperkingen had, zou (hebben kunnen) beschikken. Het college moet steeds onderzoeken of een voorziening ook algemeen gebruikelijk is voor de cliënt. De beoordeling of sprake is van een algemeen gebruikelijke voorziening voor de cliënt richt zich op het beantwoorden van de vraag of de cliënt over de voorziening zou (hebben kunnen) beschikken als hij geen beperkingen zou hebben gehad. Bij die beoordeling kunnen, zo blijkt uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep(december 2019), de volgende criteria een rol spelen. Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze: niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; daadwerkelijk beschikbaar is; een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau. e.

Bijdrage in de kosten Bijdrage in de kosten van een algemene of maatwerkvoorziening (m.u.v. onafhankelijke cliëntondersteuning). Voorheen werd dit eigen bijdrage of eigen aandeel genoemd. In hoofdstuk 5 wordt dit nader uitgewerkt. f. Budgetplan In het budgetplan beschrijft de cliënt, samen met de beoogd zorgverlener, hoe hij het persoonsgebonden budget wil besteden. De basis voor dit plan is het gesprek dat de cliënt heeft gehad met de Toegangsprofessional en het plan van Aanpak dat is opgesteld. In het plan van aanpak staat ook beschreven wat de cliënt met deze ondersteuning concreet moet bereiken. Het ingevulde budgetplan wordt beoordeeld door de Toegangsprofessional. g. College College van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg h. Gebruikelijke hulp/zorg Hulp of zorg die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. i.

Gesprek Het gesprek is het mondeling contact na een melding waarin het college met degene die maatschappelijke ondersteuning vraagt zijn gehele situatie inventariseert ten aanzien van zijn mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp/zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van voorliggende voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of maatwerkvoorzieningen zijn zelfredzaamheid of participatie te verbeteren of te voorkomen dat hij gebruik moet maken van beschermd wonen of opvang. m. Melding Iedereen kan zich melden met een hulpvraag. Door het melden maakt men de hulpvraag aan het college kenbaar. In vervolg op deze melding zal het college in samenspraak met de cliënt zo spoedig mogelijk een onderzoek (laten) instellen. Indien de ingezetene alleen informeert naar bijvoorbeeld de beschikbaarheid van

een algemene voorziening of kenbaar maakt gebruik te willen maken van een algemene voorziening, is er geen aanleiding om een onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid van de wet, in te stellen. q. Persoonlijk plan In het plan kan de cliënt, al dan niet tezamen met zijn persoonlijke netwerk, de omstandigheden zoals bedoeld in artikel 2.3.2 lid 2 onderdelen a tot en met e van de wet, en de maatschappelijke ondersteuning die door hem wordt gewenst beschrijven. Artikel 1.2 Doelgroep Deze verordening kent twee doelgroepen. Allereerst cliënten die in aanmerking komen voor een maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie. Om hiervoor in aanmerking te komen, dient de cliënt ingezetene te zijn van de gemeente Tilburg. We gaan hierbij uit van de inschrijving in de Basis registratie personen (Brp) en de concrete feiten en omstandigheden. Om voor een maatwerkvoorziening gericht op beschermd wonen in aanmerking te komen moet men in ieder geval ingezetene zijn van Nederland, maar niet per se van de gemeente Tilburg. Mantelzorgers kunnen voor vormen van ondersteuning in aanmerking komen, indien degene voor wie zij mantelzorger zijn ingezetene is van de gemeente Tilburg.

Hoofdstuk 2 Toegang Artikel 2.1 Melding en vooronderzoek In dit artikel is opgenomen dat een hulpvraag schriftelijk, elektronisch, mondeling of telefonisch bij het college kan worden gedaan. Dit kan zowel bij de gemeente als bij één van de partners van de gemeente die gezamenlijk de Tilburgse Toegang vormen. De melding kan door of namens de cliënt worden gedaan, wat betekent dat ook iemand uit de omgeving van de cliënt als vertegenwoordiger kan optreden. In lid 2 is opgenomen dat het college de ontvangst van de melding registreert (tijdstip van melding) en schriftelijk bevestigt. Tevens wordt de cliënt geïnformeerd over de vervolgprocedure en diens rechten en plichten, zoals het maken van een afspraak voor het gesprek, de mogelijkheid tot het indienen van een persoonlijk plan en de mogelijkheid gebruik te maken van onafhankelijke cliëntondersteuning. De cliënt mag zich tijdens het onderzoek laten bij bijstaan door iemand uit zijn eigen netwerk of een cliëntondersteuner. Het gebruik van een cliëntondersteuner is altijd gratis. In lid 3 is opgenomen dat in spoedeisende gevallen als bedoeld in artikel 2.3.3. van de wet het college na ontvangst van de melding een tijdelijke maatwerkvoorziening treft in afwachting van de uitkomst van het onderzoek. Met onverwijld bedoelen wij binnen maximaal 3 werkdagen.

In lid 5 is opgenomen dat het college alle gegevens verzamelt die door het onderzoek als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid van de wet, toegankelijk en van belang zijn over de cliënt en zijn situatie. Er wordt zo spoedig mogelijk een afspraak gemaakt voor een gesprek. Lid 6 bepaalt dat de cliënt voor het gesprek alle overige gegevens en bescheiden die naar oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen aan het college moet overhandigen. In ieder geval verstrekt de cliënt een identificatiedocument zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. In lid 7 is opgenomen dat de cliënt de mogelijkheid heeft een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid van de wet op stellen. In dit plan kan de cliënt aangeven op welke wijze hij vorm wil geven aan zijn persoonlijk arrangement om zelfredzaam te kunnen zijn en te participeren. Dit draagt bij aan de mate van eigen regie door de cliënt. Indien de cliënt zo'n persoonlijk plan wil indienen, dient hij dit uiterlijk 7 dagen na de melding te overhandigen aan het college. Artikel 2.2 Gesprek

In dit artikel is opgenomen dat het college in een gesprek onderzoek doet. Het onderzoek vormt de kern van de procedure. De wet beschrijft in artikel 2.3.2 vierde lid de zaken die tijdens het onderzoek aan bod moeten komen. In dit artikel wordt benadrukt dat een gesprek deel uitmaakt van het onderzoek en dat het past in het stelsel van deze Wmo dat daar de omgeving van de cliënt zoveel mogelijk bij betrokken wordt. Het gesprek wordt gevoerd namens het college door professionals. Het uitgangspunt hierbij is dat het (eerste) gesprek bij de cliënt thuis zal plaatsvinden. Op verzoek van de cliënt kan het gesprek ook op een andere locatie plaatsvinden. In lid 2 is opgenomen dat bij een aanvraag voor een persoonsgebonden budget waarbij er sprake is van een gemachtigde/vertegenwoordiger deze bij de aanvraag kan worden betrokken. Deze gemachtigde/vertegenwoordiger mag echter niet de (beoogd) zorgaanbieder zijn of medewerker van de (beoogd) zorgaanbieder zijn. Om het onderzoek behorende bij de Wmo goed te kunnen uitvoeren is het van belang eerst samen met de cliënt zelf en een eventuele (onafhankelijke) vertegenwoordiger te onderzoeken welke voorziening noodzakelijk is en of de cliënt en of deze vertegenwoordiger in voldoende mate in staat is de taken die horen bij het PGB te kunnen uitvoeren alvorens de (beoogd) zorgaanbieder hierbij te betrekken.

In lid 3 is opgenomen dat indien de cliënt een persoonlijk plan heeft overhandigd dit wordt betrokken bij het onderzoek. In lid 4 is bepaald dat het college de cliënt informeert over de gang van zaken tijdens het gesprek, dienst rechten en plichten, uitleg geeft over de vervolgprocedure en hem vraagt om toestemming te geven voor het verwerken van zijn persoonsgegevens. Lid 5 bepaalt dat voor het inwinnen van informatie bij derden (bijvoorbeeld hulp- of zorgverleners) een toestemmingsverklaring wordt ondertekend. Lid 6 bepaalt dat indien de cliënt genoegzaam bekend is het college met de cliënt kan besluiten af te zien van het onderzoek zoals bedoeld in de wet. De cliënt kan dan middels een aanvraagformulier een aanvraag indienen voor een maatwerkvoorziening. Artikel 2.3 Verslag van het onderzoek Het college draagt zorg voor een schriftelijke verslaglegging van het onderzoek (plan van aanpak) en verstrekt dit binnen 10 werkdagen aan de cliënt. Dit is een weergave van het onderzoek en gesprek en bevat de relevante informatie die is besproken tijdens het gesprek. In lid 3 is opgenomen dat de cliënt het verslag tekent voor gezien of akkoord. Indien hij uitsluitend tekent voor gezien kan hij daarbij tevens aangeven waarom hij niet akkoord is.

De cliënt draagt er zorg voor dat het getekende exemplaar binnen 10 werkdagen wordt geretourneerd aan de contactpersoon met wie hij het gesprek heeft gevoerd. Ondertekening (voor gezien dan wel akkoord) kan tevens plaatsvinden via een berichtgeving aan het college door cliënt per mail. In lid 5 is opgenomen dat indien de cliënt van mening is dat hij in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening hij dit kan aangeven op het door hem ondertekende verslag. Dit verslag dient dan tevens als aanvraag. Artikel 2.4 Aanvraag maatwerkvoorziening In de Wmo 2015 zijn de termijnen afwijkend geregeld ten opzichte van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Na ontvangst van de melding dient er binnen maximaal zes weken een onderzoek plaats te vinden. Een aanvraag voor een maatwerkvoorziening kan pas worden gedaan nadat het onderzoek is afgerond tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen zes weken na de melding. Na ontvangst van een aanvraag heeft het college twee weken de tijd om een beschikking af te geven. Indien er conform artikel 2.2 lid 6 wordt afgezien van een onderzoek kan de cliënt of zijn gemachtigde of (wettelijk) vertegenwoordiger een aanvraag schriftelijk indienen bij het college. Een aanvraag wordt ingediend door middel van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

Lid 3 bepaalt dat ook een ondertekend verslag van het onderzoek kan dienen als aanvraag indien de cliënt op het verslag heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor een maatwerkvoorziening. Artikel 2.5 Aanvraag maatwerkvoorziening begeleiding, dagbesteding en persoonlijke verzorging zorg in natura De Toegangsprofessional onderzoekt of er een noodzaak bestaat voor een maatwerkvoorziening voor begeleiding, dagbesteding of persoonlijke verzorging. Als uit het onderzoek blijkt dat hier een noodzaak voor bestaat, wordt de cliënt overgedragen aan de gecontracteerde partij (Siem (De Coalitie Wmo)) (begeleiding) of Kikmaat (dagbesteding))). De gecontracteerde partij bepaalt de aard en omvang van de benodigde begeleiding. Samen met de cliënt wordt gekeken welke aanbieder het beste bij de problematiek van de cliënt past. De uitkomsten van het onderzoek wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan. Deze vormt tevens de beschikking (er volgt geen separate beschikking meer). In het Besluit en de Beleidsregels kan het college deze procedure nader uitwerken. Artikel 2.6 Aanvraag maatwerkvoorziening Beschermd Wonen De Toegangsprofessional onderzoekt of er een noodzaak bestaat voor een maatwerkvoorziening voor Beschermd Wonen. Als uit het onderzoek blijkt dat hier een noodzaak voor bestaat, wordt de cliënt overgedragen aan de gecontracteerde partij (Siem (De Coalitie Wmo)).

De gecontracteerde partij bepaalt de aard en omvang van Beschermd Wonen. Samen met de cliënt wordt gekeken welke aanbieder het beste bij de problematiek van de cliënt past. De uitkomsten van het onderzoek wordt vastgelegd in een ondersteuningsplan. Deze vormt tevens de beschikking (er volgt geen separate beschikking meer). In het Besluit en de Beleidsregels kan het college deze procedure nader uitwerken. Artikel 2.7 Aanvraag persoonsgebonden budget Voor maatwerkvoorzieningen bestaat in beginsel de mogelijkheid om te kiezen tussen een voorziening in natura en een persoonsgebonden budget. Indien de cliënt kiest voor verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget, moet hij hiervoor een motivering kunnen geven, zoals bedoeld in artikel 2.3.6 tweede lid onder b van de wet. Door de motivatie-eis wordt geborgd dat duidelijk is dat het de beslissing van de aanvrager zelf is om een pgb aan te vragen. Ook moet hij vooraf inzicht geven in hoe de besteding van het persoonsgebonden budget voorziet in de vastgestelde ondersteuningsbehoefte. Mede door aan deze eisen te voldoen maakt de cliënt zich verantwoordelijk voor een passende besteding van het budget. Met sub c bedoelen we bij een materiele zaak bijvoorbeeld technische eisen van bijvoorbeeld een traplift of scootermobiel.

Bij een dienst gaan we uit van het budgetplan waarin staat opgenomen hoe, door wie en in welke vorm de dienst wordt verleend. Artikel 2.8 Aanvraag maatwerkvoorziening begeleiding, dagbesteding en persoonlijke verzorging in de vorm van persoonsgebonden budget Indien er een noodzaak bestaat voor een maatwerkvoorziening in de vorm van begeleiding, kan een cliënt hiervoor een persoonsgebonden budget ontvangen. Een belangrijke voorwaarde om hiervoor in aanmerking te komen is dat de cliënt of diens vertegenwoordiger voldoende in staat is om alle taken die horen bij een persoonsgebonden budget in voldoende mate kan uitvoeren. Dit wordt ook wel regievaardigheid genoemd. Daarnaast stellen we ook (kwaliteitseisen) aan de zorgverlener. Om de hoogte van het persoonsgebonden budget te kunnen bepalen is het nodig om weten wat de zorgomvang is (aard en omvang van de voorziening) en welke resultaten hiermee behaald moeten worden. De gecontracteerde partij voor Zorg in Natura (Siem (De Coalitie Wmo)) (begeleiding) of KikMaat (dagbesteding))) kan om een expertadvies worden gevraagd voor de bepaling hiervan (het aantal benodigde uren/dagdelen of etmalen). De cliënt en de (beoogd) zorgaanbieder maken vervolgens samen een budgetplan waarin wordt beschreven hoe ze het budget gaan besteden om de doelen te kunnen behalen.

De Toegangsprofessional beoordeelt of het ingediende plan voldoende is om de doelen te kunnen behalen. Artikel 2.9 Aanvraag maatwerkvoorziening Beschermd Wonen in de vorm van een persoonsgebonden budget Indien er een noodzaak bestaat voor een maatwerkvoorziening in de vorm van Beschermd Wonen, kan een cliënt hiervoor een persoonsgebonden budget ontvangen. Een belangrijke voorwaarde om hiervoor in

aanmerking te komen, is dat de cliënt of diens vertegenwoordiger voldoende in staat is om alle taken die horen bij een persoonsgebonden budget in voldoende mate kan uitvoeren. Dit wordt ook wel regievaardigheid genoemd. Daarnaast stellen we ook (kwaliteitseisen) aan de zorgverlener. Om de hoogte van het persoonsgebonden budget te kunnen bepalen is het nodig om weten wat de zorgomvang is (aard en omvang van de voorziening) en welke resultaten hiermee behaald moeten worden. De gecontracteerde partij voor Zorg in Natura (Siem (De Coalitie Wmo))kan om een expertadvies worden gevraagd voor de bepaling hiervan.. De cliënt en de (beoogd) zorgaanbieder maken vervolgens samen een (budget)plan waarin wordt beschreven hoe ze het budget gaan besteden om de doelen te kunnen behalen. De Toegangsprofessional beoordeelt of het ingediende plan voldoende is om de doelen te kunnen behalen. Artikel 2.10 Inhoud beschikking In dit artikel is opgenomen welke elementen worden opgenomen in de beschikking. In de beschikking staat de informatie die voor de cliënt nodig is om zijn rechtspositie te bepalen en te begrijpen. Voor Begeleiding en Beschermd Wonen vormt het ondersteuningsplan de beschikking. Het is mogelijk (via de reguliere procedure) hier bezwaar tegen te maken. De afhandeling van bezwaarzaken wordt uitgevoerd door de afdeling Juridische Zaken van de gemeente Tilburg.

Artikel 2.11 Advisering Dit artikel bepaalt dat het college bevoegd is degene door of namens wie een melding is gedaan of door of namens wie een aanvraag is ingediend, alsmede diens huisgenoten op te roepen in persoon te verschijnen en te bevragen op een door het college te bepalen plaats en tijdstip en te laten onderzoeken en/of bevragen door een of meer daartoe aangewezen deskundigen. Dit alles met de beperking dat dit in het belang moet zijn voor de beoordeling van de aanspraak op een voorziening.

Hoofdstuk 3 Algemene voorzieningen Artikel 3.1 Algemene voorziening Een algemene voorziening is in de wet gedefinieerd als een aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op het versterken van zelfredzaamheid en participatie of op opvang. De beperkte toegangsbeoordeling van de algemene voorziening zal voornamelijk betrekking hebben op de doelgroep van de voorziening. Het college kan de regels voor bepaalde algemene voorzieningen nader uitwerken in beleidsregels. Artikel 3.2 Waardering voor mantelzorgers Het college moet zorgdragen voor een jaarlijkse blijk van waardering voor de mantelzorgers van haar cliënten. Artikel 2.1.6 van de wet stelt dat het moet gaan om mantelzorgers van cliënten in de gemeente. De woonplaats van de cliënt is bepalend, het kan dus ook mantelzorgers betreffen die in andere gemeenten wonen. Het gaat hierbij ook om mantelzorgers van cliënten die een hulpvraag hebben aangemeld, ook al is daar geen voorziening op basis van de wet uitgekomen.

Hoofdstuk 4 Maatwerkvoorzieningen Artikel 4.1 Criteria voor maatwerkvoorzieningen In dit artikel is het algemene afwegingskader dat in deze Wmo centraal staat nogmaals uiteengezet. De nadruk ligt, nog meer dan onder Wmo 2007, op de eigen kracht en hulp van anderen. De maatwerkvoorziening vormt slechts het sluitstuk van de maatschappelijke ondersteuning. In artikel 2.1.3 tweede lid onderdeel a van de wet is bepaald dat de raad bij verordening moet aangeven op basis van welke criteria het college kan vaststellen of een cliënt voor een maatwerkvoorziening voor zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang in aanmerking komt. In dit artikel van de verordening zijn de algemene criteria opgenomen, in de volgende artikelen uit dit hoofdstuk zijn meer specifieke criteria opgenomen per productgroep. Bij het verstrekken van maatwerkvoorzieningen komt het

neer op het leveren van maatwerk. Het is daardoor niet mogelijk en wenselijk om in de verordening limitatief te regelen welke maatwerkvoorzieningen zullen worden verstrekt. In lid 4 is bepaald dat het college kan volstaan met de goedkoopst compenserende voorziening. Voorzieningen die in het kader van deze verordening worden verstrekt dienen naar objectieve maatstaven gemeten zowel compenserend als de meest goedkope voorziening te zijn. Met nadruk wordt hierbij gesteld dat met het begrip compenserend bedoeld wordt: volgens objectieve maatstaven nog toereikend. Eigenschappen die kostenverhogend werken zonder dat zij de voorziening meer adequaat maken, zullen in principe niet voor vergoeding in aanmerking komen. Daarbij kan een overweging zijn dat de bruikbaarheid van een voorziening niet alleen door technische en functionele aspecten bepaald wordt. Het is bijvoorbeeld denkbaar dat een product dat duurder is dan een vergelijkbaar product, langer meegaat en dus uiteindelijk goedkoper is. Wat betreft het kwaliteitsniveau waarvan uitgegaan wordt, moge duidelijk zijn dat bij een verantwoord, maar ook niet meer dan dat, niveau dient te worden aangesloten. Het is uiteraard wel mogelijk een compenserende voorziening te verstrekken die duurder is dan de goedkoopst compenserende voorziening, mits de belanghebbende bereid is het prijsverschil uit eigen middelen te betalen.

Ook bij maatwerkvoorziening in de vorm van dienstverlening is het begrip goedkoopst compenserend van toepassing. Indien bijvoorbeeld de kosten van het te leveren aantal uren begeleiding de vastgestelde tarieven voor Beschermd Wonen (een zwaardere ondersteuningsvorm) overstijgt, kan het persoonsgebonden budget voor begeleiding worden gemaximeerd tot het niveau van de kostprijs van Beschermd Wonen. Artikel 4.2 Regels voor pgb In dit artikel is opgenomen dat het college een persoonsgebonden budget verstrekt in overeenstemming met de wet. Een pgb wordt alleen verstrekt als de cliënt dit wenst en hier gemotiveerd om vraagt. Door deze motivatie-eis wordt geborgd dat duidelijk is dat het de beslissing van de aanvrager zelf is om een pgb aan te vragen. Een persoonsgebonden budget is bedoeld voor cliënten met een specifieke zorgbehoefte waarbij het Zorg in Natura aanbod niet voldoende passend is en nadrukkelijk geen alternatieve financieringsstroom voor niet-gecontracteerde zorgaanbieders. In lid 2 is opgenomen dat het in beginsel niet mogelijk is om kosten achteraf te declareren. Lid 3 bepaalt de wijze waarop de hoogte van het pgb wordt vastgesteld. Het tarief van het pgb is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden en is toereikend om effectieve en kwalitatief goede ondersteuning in te kopen.

De hoogte van het pgb bedraagt maximaal de hoogte van de kostprijs van de in betreffende situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. De situatie waarin het door de cliënt beoogde aanbod duurder is dan het aanbod van het college betekent niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd zal worden. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste aanbieder duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Er zijn verschillende tarieven voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Er wordt rekening worden gehouden met onder andere de rechtsvorm van de dienstverleners. Tevens wordt in nadere regels verder uitgewerkt onder welke voorwaarden een cliënt de mogelijkheid heeft om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot zijn sociale netwerk. Uitgangspunt is hierbij dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp/zorg overstijgt. In lid 11 is opgenomen dat het niet is toegestaan om een vast maandloon met de zorgaanbieder af te bespreken voor de voorzieningen uit artikel 5.16 (Hulp bij het Huishouden) en artikel 5.17 (begeleiding individueel, dagbesteding, kortdurend verblijf of persoonlijke verzorging).

Vanuit de SVB bestaat de mogelijkheid dat budgethouder en zorgaanbieder in de zorgovereenkomst een vast maandloon overeenkomen. Maandelijkse betaling aan de zorgaanbieder vindt dan automatisch plaats door SVB zonder vooraf ontvangen factuur of specificatie. Wij vinden een dergelijke afspraak niet wenselijk en staan deze daarom niet toe. Los van het feit dat zorg in de praktijk veelal fluctueert en een vast maandloon daar geen rekening mee houdt, vinden wij het belangrijk dat de budgethouder per maand te zien krijgt welke zorg er is geleverd en wat de daarmee samenhangende kosten zijn.

Artikel 4.3 Aanvullende criteria voor woonvoorzieningen Verhuizing naar een geschikte woning of een gemakkelijk geschikt te maken woning kan een snelle(re) oplossing bieden dan het aanpassen van een woning. Bovendien kan een woning zich niet lenen voor aanpassing. Dat kan betekenen dat er eerst naar alternatieven gekeken zal moeten worden. Daarbij zal zo mogelijk rekening gehouden worden met de behoeften van de cliënt. Dat wil zeggen dat in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich verhouden tot de belangen (met name financiële) van de gemeente. Het college stelt hier nadere regels over op. Artikel 4.4 Aanvullende criteria voor vervoersvoorzieningen In dit artikel is bepaald dat bij vervoersvoorzieningen een aanwezige en bruikbare algemene voorziening (zoals een rolstoel of scootermobielpoule) een oplossing kan bieden voor personen met een beperkte vervoersbehoefte op de korte afstand. Datzelfde geldt voor het zogenaamde vraagafhankelijke vervoer van deur tot deur. Om hierbij te komen tot maatwerk zal de vervoersbehoefte van de cliënt uitgangspunt zijn voor de beoordeling welke voorziening nodig is om het te bereiken resultaat te bereiken. Voorliggende voorzieningen kunnen maatwerkvoorzieningen voorkomen. De omvang van de te bieden compensatie zal over het algemeen liggen op 1500 kilometer per jaar. Het college stelt hier nadere regels over op.

Artikel 4.5 Aanvullende criteria voor hulp bij het huishouden Dit artikel gaat in op het onderdeel gebruikelijke zorg. Er wordt rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid die ouder zijn dan 18 jaar. Wanneer die in staat zijn werkzaamheden over te nemen wordt allereerst gekeken of dit niet een voorliggende voorziening is. Alle huisgenoten boven de 18 jaar zijn met elkaar verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat betekent dan, wanneer één van de huisgenoten uitvalt, via herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten overnemen. Alleen als er geen huisgenoten zijn of als huisgenoten met enige regelmaat langdurig afwezig (bijvoorbeeld militairen op uitzending) zijn, kan er aanleiding bestaan voor het verstrekken van een voorziening. Uiteraard bestaat er een noodzaak tot verstrekken van een voorziening als de huisgenoot zelf ook niet in staat is de bedoelde werkzaamheden te verrichten. Niet gewend zijn deze werkzaamheden te verrichten, is geen reden tot het verstrekken van een voorziening. Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van huisgenoten kan hiertoe aanleiding zijn. Door onderzoek zal deze overbelasting vastgesteld worden. Het college stelt hier nadere regels over op.

Artikel 4.6 Aanvullende criteria voor opvang en beschermd wonen In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen om in aanmerking te komen voor opvang of beschermd wonen. Indien blijkt dat beschermd wonen voor een cliënt noodzakelijk is, wordt er ook altijd beoordeeld wat voor deze cliënt de meest passende plek is. In lid 3 is uitgewerkt wanneer een cliënt in aanmerking komt voor beschermd wonen. Er moet sprake zijn van de in het artikel genoemde beperkingen en een noodzaak zijn om verslechtering van de huidige situatie te voorkomen en/of verbetering te bereiken. Een cliënt komt alleen in aanmerking voor beschermd wonen als de cliënt niet beschikt over alternatieven. Artikel 4.7 Weigeringsgronden en voorwaarden voor maatwerkvoorzieningen In lid 1 sub a wordt bepaald dat voor zover er met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat, er geen maatwerkvoorziening wordt toegekend. Lid 1 sub b is een herhaling van het algemene toetsingskader zoals deze in de wet centraal staat. Indien men op eigen kracht, met gebruikelijke hulp/zorg, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen, bestaat er geen noodzaak voor een maatwerkvoorziening.

Ook lid 1 sub c is een herhaling van het algemene toetsingskader van de wet. Een algemene voorziening gaat voor op een maatwerkvoorziening. Kan men gebruik maken van een algemene voorziening, dan bestaat er geen noodzaak tot verstrekking van een maatwerkvoorziening. Lid 1 sub d gaat over algemeen gebruikelijke voorzieningen. Bij de begripsbepalingen is een nadere uitleg opgenomen over het begrip algemeen gebruikelijk voorziening. Indien een voorziening voor een persoon als de aanvrager als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd bestaat er geen noodzaak tot verstrekking van een maatwerkvoorziening. In lid 1 sub f is opgenomen dat geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht. De maatwerkvoorziening is immers gericht op de individuele cliënt. Het past niet om generieke voorzieningen te treffen, daar zijn algemene voorzieningen meer geschikte instrumenten voor. In lid 1 sub g is opgenomen dat er geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt indien de noodzaak voor deze voorziening door de cliënt redelijkerwijs te voorzien was en de cliënt in redelijkheid te vergen mogelijkheden heeft/had om zelf voor een passende oplossing te zorgen. In lid 2 is opgenomen dat er geen voorziening wordt verstrekt indien deze niet langdurig noodzakelijk is.

Er worden alleen voorzieningen verstrekt als die voor langere tijd nodig zijn en tevens noodzakelijk zijn om de beperkingen op te heffen of te verminderen.

Hoofdstuk 5 Persoonsgebonden budgetten In dit hoofdstuk is de tariefstelling van de persoonsgebonden budgetten geregeld. Er zijn diverse soorten tarieven voor persoonsgebonden budgetten zoals voor hulpmiddelen (zoals bijvoorbeeld rolstoelen), voor vervoersvoorzieningen, woningaanpassingen, maar ook voor begeleiding, dagbesteding en kortdurend verblijf en beschermd wonen. De opbouw van de tarieven staat hier beschreven, maar ook de daadwerkelijke tarieven zijn opgesomd per voorzieningencategorie. Voor enkele voorzieningen wordt voor een nadere uitwerking verwezen naar bijlage 1,2,3, 4 & 5.

Hoofstuk 6 Bijdragen Artikel 6.1 Bijdrage in de kosten voor maatwerkvoorzieningen en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen Dit artikel geeft uitvoering aan het artikel 2.1.4, eerste tot en met derde en zevende lid, en 2.1.5, eerste lid van de wet. Op maatwerkvoorzieningen is het abonnementstarief van toepassing. In het landelijke uitvoeringsbesluit is het tarief per maand opgenomen. In dit artikel is opgenomen voor welke voorzieningen het abonnementstarief van toepassing is en hoe de kostprijs van een voorziening wordt bepaald. De bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening zijn gelimiteerd tot een bedrag gelijk aan de kostprijs. In het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 worden regels vastgesteld met betrekking tot deze bijdragen. Het CAK is verantwoordelijk voor de vaststelling en inning van de eigen bijdragen. Het college kan eventueel nadere regels stellen met betrekking tot de eigen bijdrage.

Hoofdstuk 7 Toezicht en handhaving Artikel 7.1 Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015 In dit artikel zijn regels opgenomen ter bestrijding van het onterecht ontvangen van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget alsmede misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet. Dit artikel is tevens van toepassing op de algemene voorziening zoals bedoeld in artikel 3.1 van deze verordening. Lid 1 Het is van belang dat cliënten zich bewust zijn van de rechten, maar ook de plichten die verbonden zijn aan een maatwerkvoorziening of een daaraan gekoppeld persoonsgebonden budget. Denk bijvoorbeeld aan de plicht om het college op de hoogte te houden van alle relevante feiten en omstandigheden of de medewerkingsverplichting. Of de regels rondom verantwoording van een pgb. Het college moet de cliënt hierover informeren en ook uitleggen welke mogelijke consequenties het kan hebben als men zich niet houdt aan deze verplichtingen. Lid 2 Deze bepaling berust mede op artikel 2.3.8 van de wet, waarin is vastgelegd dat de cliënt het college alle informatie verstrekt die van belang kan zijn voor de verlening van een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget.

De medewerkingsverplichting uit het derde lid van artikel 2.3.8 ziet toe op alle denkbare vormen van medewerking om toe te kunnen zien op rechtmatige verstrekking van een maatwerkvoorziening of pgb. Lid 3 Deze bepaling regelt in welke gevallen het college een besluit tot verlening van een maatwerkvoorziening of algemene voorziening zoals bedoeld in artikel 3.1 van deze verordening, kan beëindigen of wijzigen, dan wel intrekken of herzien. Bij "wijzigen" gaat het om het aanpassen van de aanspraak naar de toekomst toe. De tegenhanger is "herzien", wat een wijziging van de aanspraak over het verleden betreft. Intrekking ziet eveneens op het verleden: een aanspraak wordt dan beëindigd vanaf een in het verleden gelegen datum. Lid 8 Deze bepaling ziet op het wettelijk mogen verwerken/gebruikmaken van (bijzondere) persoonsgegevens bij controle door de Toezichthouder Wmo. Ook vormt dit de grondslag om (controlerende) interventies en passende maatregelen te kunnen toepassen. Artikel 7.2 Opschorting betaling uit het persoonsgebonden budget In dit artikel is geregeld dat het college aan de Sociale Verzekeringsbank kan verzoeken om de betalingen uit het persoonsgebonden budget geheel of gedeeltelijk op te schorten (voor maximaal 13 weken van betalingen) als er een ernstig vermoeden is dat er sprake is van een omstandigheid uit artikel 2.3.10 eerste lid, onder a, d of e.

Het gaat dan om bijvoorbeeld niet voldoen aan de gestelde voorwaarden of het persoonsgebonden budget gebruiken voor een ander doel dan waarvoor het is toegekend. Artikel 7.3 Onderzoek naar kwaliteit en recht- en doelmatigheid maatwerkvoorzieningen en persoonsgebonden budgetten Naast met het oog op de beoordeling van kwaliteit, dient het college, al dan niet steekproefsgewijs, ook te onderzoeken of de verstrekte maatwerkvoorzieningen in natura en pgb's worden gebruikt, respectievelijk besteed ten behoeve van het doel waarvoor ze zijn verstrekt en of de besteding op een rechtmatige manier gebeurt. Een onderzoek kan zowel betrekking hebben op het handelen van een cliënt of pgb-houder, als op de ondersteuningsverlening door een aanbieder. Het onderzoek kan onder meer bestaan uit: dossieronderzoek, bezoek aan de cliënt, bezoek aan de locatie waar de cliënt ondersteuning krijgt en uit gesprekken met de aanbieder. Artikel 7.4 Tegengaan van oneigenlijk gebruik en fraude Het college treft de nodige maatregelen om oneigenlijk gebruik van maatwerkvoorzieningen tegen te gaan en fraude te bestrijden. Dit doet het college door samenwerkingen aan te gaan met organisaties die zich hier ook

mee bezig houden. Ook verricht het college onderzoeken naar zorgverleners en maakt ze afspraken met aanbieders op bijvoorbeeld het gebied van facturatie.

Hoofdstuk 8 Kwaliteit en klachten Artikel 8.1 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning In dit artikel zijn de kwaliteitseisen opgenomen voor aanbieders ten behoeve van een goede kwaliteit van voorzieningen en deskundigheid van beroepskrachten. Het college kan tevens nadere regels stellen op het gebied van kwaliteit voor te verstrekken persoonsgebonden budgetten. Het college ziet toe op naleving van de eisen door periodieke overleggen, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en indien nodig het ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen. Artikel 8.2 Verhouding prijs en kwaliteit voorzieningen door derden In dit artikel wordt geregeld dat het college voor het leveren van een dienst door een derde als bedoeld in artikel 2.6.4. van de wet, of een vaste prijs vaststelt, of een reële prijs vaststelt die geldt als ondergrens voor een inschrijving en het aangaan van een overeenkomst met de derde of die geldt als ondergrens voor de vaste prijs. In het geval het college en reële prijs vaststelt, is het mogelijk dat inschrijvers een hoger tarief dan de reële prijs neerleggen. Het is niet mogelijk een lagere prijs neer te leggen. Indien het college een vaste prijs vaststelt, dan zal het tarief voor de inschrijvers gelijk zijn aan de vaste prijs.

In het tweede lid is opgenomen dat bij het vaststellen van de prijs het college rekening dient te houden met de eisen aan de kwaliteit van die dienst, waaronder de eisen aan de deskundigheid van de beroepskracht, bedoeld in artikel 2.1.3, tweede lid, onderdeel c, van de wet en de continuïteit in de hulpverlening, bedoeld in artikel 2.6.5, tweede lid, van de wet, tussen degenen aan wie de dienst wordt verstrekt en de betrokken hulpverleners. Het derde lid bepaalt dat het college de vaste prijs of reële prijs minimaal moet baseren op de in het artikel genoemde kostprijselementen. De opsomming in dit lid is niet uitputtend, er kunnen elementen aan worden toegevoegd. Het vierde lid biedt het college de mogelijkheid om geen vaste of reële prijs te bepalen op basis van de genoemde kostprijselementen, maar de bepaling van de hoogte van de reële prijs over te laten aan de inschrijvende partijen. Artikel 8.3 Meldingsregeling calamiteiten en geweld De aanbieder heeft op grond van de wet een meldingsplicht bij de gemeentelijke toezichthouder. Daarnaast zullen meldingen over incidenten, calamiteiten en geweld ook in het kader van het contractmanagement onderwerp van gesprek zijn. Artikel 8.4 Klachtregeling Aanbieders van voorzieningen moeten beschikken over een interne klachtregeling.

Het behoort tot de verantwoordelijkheid van de aanbieder om de cliënt te informeren over het bestaan van de klachtenregeling. In de contracten met de aanbieder worden eisen vastgelegd die van belang zijn om de klachtenregeling goed te kunnen laten functioneren. Artikel 8.5 Medezeggenschap bij aanbieders van maatschappelijke ondersteuning Aanbieders van maatwerkvoorzieningen in de vorm van dienstverlening, opvang of beschermd wonen moeten beschikken over een regeling voor medezeggenschap van cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder die voor de gebruikers van belang zijn. Het college ziet toe op de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders door het voeren van periodieke overleggen met de aanbieders en door een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek.

Hoofdstuk 9 Inspraak Artikel 9.1 Betrekken van ingezetenen bij beleid Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 2.1.3, derde lid, van de wet. In lid 1 wordt verwezen naar de door gemeente vastgestelde inspraakverordening ter waarborging van eenzelfde inspraakprocedure voor het Wmo-beleid als op andere terreinen. De inspraak geldt voor alle ingezetenen, omdat iedereen op enig moment aangewezen kan raken op ondersteuning.

Hoofdstuk 10 Privacy Artikel 10.1 Privacyprotocol Het college heeft op 15 december 2015 een Privacyprotocol vastgesteld met betrekking tot de vastlegging en verwerking van persoonsgegevens. Voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo2015) is het vastleggen en verwerken van persoonsgegevens noodzakelijk. Naast de regels die opgenomen in de wetgeving is ook het Privacyprotocol Toegang Tilburg van toepassing.

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Hardheidsclausule Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat, zal het college er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te verwachten is. Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling. Als desondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van een niet billijke situatie, is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan de aanvrager ook een beroep doen op deze hardheidsclausule. Artikel 11.2 Voorwaarden In dit artikel wordt bepaald dat er aan het verstrekken van voorzieningen voorwaarden verbonden mogen worden. Artikel 11.3 Besluit en Beleidsregels In dit artikel wordt bepaald dat er een Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg en beleidsregels worden vastgesteld. Deze documenten bevatten richtlijnen over de uitvoering van deze verordening. Het besluit bevat onder andere de hoogte van eigen bijdrage in de kosten. Artikel 11.4 Indexering De tarieven en bijdragen uit deze verordening en het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg kunnen jaarlijks worden geïndexeerd.

In deze verordening en in het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg staan de regels opgenomen op grond waarvan dit gebeurt. Artikel 11.5 Intrekkingen oude verordening en overgangsrecht De wet zelf bevat overgangsrecht voor cliënten die vanuit de Wmo overgaan naar de Wmo 2015 (artikel 8.9). In dit artikel is het overgangsrecht op gemeentelijk niveau geregeld. Bestaande rechten lopen door, totdat een nieuwe beoordeling heeft plaatsgevonden. In het derde lid is als hoofdregel opgenomen dat meldingen die nog bij het college in behandeling zijn, op grond van deze verordening beoordeeld zullen worden. Omdat dit nadelige gevolgen voor de cliënt kan hebben, is in het vierde lid bepaald dat de vorige verordening gebruikt mag worden, als dit evident voordeliger is voor de cliënt. Dit ter voorkoming dat de cliënt gedupeerd is als zijn aanvraag enige tijd bij het college in behandeling is geweest en zijn rechtspositie door het tijdsverloop wordt aangetast. De zelfde regeling is voor de bezwaarfase opgenomen in het zesde lid.

Artikel 11.6 Inwerkingtreding en citeertitel Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening en de wijze waarop deze wordt geciteerd. De kortere vorm voor dagelijks gebruik is Verordening MO Tilburg 2024.

Bijlage 1 Persoonsgebonden Budget voor hulpmiddelen die vallen onder het kernassortiment A

B

Hulpmiddel

C PGB in maanden

1

Rolstoelen incidenteel gebruik

2a

Rolstoelen semi permanent

2b

Kantel rolstoel permanent volwassen

84

3

Actieve rolstoelen

84

4

Elektrische rolstoelen volwassenen

84

5a

Scootmobiel, meeneembaar, verkleinbaar

5b

Scootmobiel, standaard

5c

Scootmobiel, complex, extra geveerd

6a

Speciale fietsen eenvoudig

6b

Speciale fietsen met hulpmotor

7

Douche- en toiletstoelen verrijdbaar

84 84

E

F

PGB-bedrag hulpmiddel Afschrijving incl. BTW excl. per maand aanpassingen

All-in onderhoud (vast tarief, gehele PGB periode, maximaal 60 resp. 84 mnd. Incl. BTW)

€ 813,34

€ 9,68

€ 488,01

€ 1.742,90

€ 20,75

€ 488,01

€ 2,904,82

€ 34,59

€ 488,01

€ 2,904,82

€ 34,59

€ 488,01

€ 8.133,51

€ 96,82

€ 2.440,05

€ 60,39

€ 1.161,93

€ 13,82

€ 2.440,05

€ 60,39

€ 3.137,21

€ 37,34

€ 2.440,05

€ 60,39

€ 4.066,75

€ 48,43

€ 2.440,05

€ 60,39

€ 2.323,85

€ 27,68

€ 488,01

€ 4.880,10

€ 58,11

€ 2.464,29

€ 871,45

€ 10,37

n.v.t.

€ 6.855,39

€ 81,61

€ 2.464,29

€ 60,39

€ 3.253,40

€ 38,73

€ 2.464,29

€ 60,39

€ 3.253,40

€ 38,73

€ 488,01

Verzekering WA incl. assurantie-belasting

84 84 84 84 84

84

8a

Hoepelondersteuning, Joystick

84

8b

Duwondersteuning

84

9a

Aankoppelbaar fietsdeel

9b

D

84

Aankoppelbaar fietsdeel met € 3.839,39 € 48,43 ondersteuning 84 * alleen indien een verzekering voor aansprakelijkheid wettelijk is verplicht

€ 2.464,29

€ 60,39*

Bijlage 2 Toelichting arrangementen en modules Beschermd Wonen in persoonsgebonden budget Beschermd wonen is onderverdeeld in arrangementen en modules. In deze bijlage zijn de omschrijvingen opgenomen van de arrangementen en modules behorend bij artikel 4.6 lid 3 en 4 juncto artikel 5.23 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Tilburg 2024. Deze bijlage heeft uitsluitend betrekking op Beschermd Wonen in de vorm van een persoonsgebonden budget. Algemeen

Wonen in een accommodatie (zelfstandig of binnen een instelling) waarmee een veilige leefomgeving wordt geboden met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en sociaal functioneren, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. Bestemd voor personen met beperkt psychisch/psychosociaal functioneren en/of beperkt intellectueel functioneren (al dan niet in combinatie met gedragsproblemen, een somatische aandoening, een lichamelijke handicap en/of verslavingskenmerken), die (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Bij de keuze voor een passend arrangement geldt het principe 'zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig'.

Begeleid (Zelfstandig) Wonen Omschrijving

• Een vorm van lichte tot matige ondersteuning voor cliënten die over (eigen) huisvesting beschikken (eventueel samen met anderen). • Begeleiding vindt plaats op afgesproken tijden (cfm het ondersteuningsplan). Daarnaast kan op verzoek van de cliënt ondersteuning van een zorgprofessional (7x24 uur) worden ingeroepen. • In het algemeen is de fysieke opvolging uitstelbaar tot de geplande contactmomenten, danwel is begeleiding op afstand voldoende.

Ondersteund wonen 1 (in of excl. huisvesting) • Een vorm van matige tot intensieve ondersteuning, waarbij de aanbieder voorziet in 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid in een woon-accommodatie 1. • Begeleiding is dagelijks aanwezig en in de nabijheid van de locatie beschikbaar (24-uurs bereikbaar, en indien nodig binnen 15 - 30 minuten aanwezig) in verband met de combinatie tussen on-planbaarheid (overdag en 's nachts) en ondersteuning die voorziet in overname van taken indien nodig.

1 Dit kan zijn:

• een eigen kamer met gezamenlijke ruimtes; • een volledig zelfstandige woonruimte met daarnaast een gemeenschappelijke ruimte; • een volledige zelfstandige woonruimte in de buurt van een centrale eenheid van de aanbieder. 2 Dit kan zijn: • een eigen kamer met gezamenlijke ruimtes; • een volledig zelfstandige woonruimte met daarnaast een gemeenschappelijke ruimte;

Ondersteund wonen 2 (in of excl. huisvesting) • Een vorm van intensieve ondersteuning, waarbij de aanbieder voorziet in 24-uurs bereikbaarheid en beschikbaarheid in een woon-accommodatie. • Begeleiding is dagelijks aanwezig en in de nabijheid van de locatie beschikbaar (24-uurs bereikbaar en indien nodig binnen 15-30 minuten aanwezig) in verband met de combinatie tussen on-planbaarheid (overdag en 's nachts) en ondersteuning die voorziet in overname van taken indien nodig.

Beschermd Wonen • Een vorm van (zeer) intensieve zorg en begeleiding, waarbij de aanbieder voorziet in 24-uurs aanwezigheid in een woonaccommodatie 2. • Begeleiding is 24-uur per dag aanwezig, omdat voortdurende ondersteuning en/of toezicht nodig is.

Begeleid (Zelfstandig) Wonen Doelgroep

• Begeleid (zelfstandig) wonen is voor cliënten voor wie zelfstandig wonen zonder begeleiding in de directe nabijheid (nog) niet mogelijk is. • Cliënt is (met enige begeleiding) voldoende stabiel om zelfstandig (of met anderen) te wonen en deel te nemen aan maatschappelijke activiteiten. • Cliënt kan zijn eigen hulpvraag stellen en zo mogelijk uitstellen. • Cliënt heeft wel de zekerheid nodig dat begeleiding continu oproepbaar is en indien nodig beschikbaar. • Cliënt heeft meestal een zinvolle daginvulling buiten de woonvorm, opleiding of (vrijwilligers)werk en kan hier zelfstandig naar toe.

Begeleiding

• De begeleiding is gericht op coachen en stimuleren op alle mogelijke levensgebieden en is gericht op het zo volwaardig mogelijk deelnemen in de maatschappij. • Ten aanzien van ADL-taken is er in het algemeen geen ondersteuning nodig.

Ondersteund wonen 1 (in of excl. huisvesting) • Ondersteund Wonen 1 is voor cliënten die een veilige, vertrouwde leefomgeving nodig hebben. • Cliënt heeft dagelijks begeleiding nodig bij het invullen en structureren van de dag en bij het aangaan en onderhouden van relaties. • Cliënt heeft wel besef van taken en activiteiten die behoren bij het wonen en maatschappelijk deelnemen. • Cliënt is in staat om tijdig hulp te vragen en kan de hulpvraag eventueel uitstellen (zelfregulatie). • Cliënt zet voorzichtige stappen in het uitstellen van de hulpvraag en het oefenen met het aangeleerde, zodat het 24-uurs toezicht (in de vorm van bereikbaarheid en beschikbaarheid) in de nacht meer op afstand staat. • Cliënt heeft meestal een zinvolle daginvulling buiten de woonvorm, opleiding of (vrijwilligers)werk.

• De begeleiding is gericht op het coachen/stimuleren bij het uitvoeren van activiteiten, het signaleren van risico's in het proces naar herstel en maatschappelijke participatie, het aangaan en onderhouden van sociale relaties en participatie in de woongroep. Daar waar nodig wordt bijgestuurd. • De begeleiding kan zich richten op

Ondersteund wonen 2 (in of excl. huisvesting) • Ondersteund Wonen 2 is voor cliënten die een veilige, vertrouwde leefomgeving nodig hebben. • Cliënt heeft dagelijks begeleiding nodig bij het invullen en structureren van de dag en bij het aangaan en onderhouden van relaties. • Client leert omgaan met zijn beperkingen in psychisch en/of sociaal functioneren. • Client is beperkt in staat relaties aan te gaan, deze te onderhouden en zelfstandig de dag in te vullen. • Cliënt weet zich te handhaven in de groep en kan rekening houden met anderen in de groep, zodat de cliënt kan gaan werken aan mee doen in de maatschappij. • Cliënt heeft behoefte aan dagelijkse aanwezigheid van begeleiding op de locatie in verband met de combinatie tussen on-planbaarheid (overdag) en intensieve ondersteuning die voorziet in overname van taken en indien nodig (delen van) de regie. • Cliënt heeft meestal een zinvolle daginvulling buiten de woonvorm, opleiding of (vrijwilligers)werk. • De begeleiding is gericht op structureren en stimuleren bij het uitvoeren van activiteiten en is gericht op stabilisatie, herstel en participatie in de groep. • De begeleiding richt zich vooral op het versterken van de sociale zelfredzaamheid en op het uitvoeren van activiteiten met betrekking tot het dagelijks leven. In

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13477008/2