CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

OUD Bijlage 1. Nota van zienswijzen en Staat van wijzigingen Stedekestraat 48 DEF

Raadsvergadering 20 oktober 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016,11e herziening (Stedekestraat 48)17.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

21

Reactie gemeente:

paraplubestemmingsplan. In verband met deze strijdigheden hebben de indieners bezwaar tegen het plan. Ter onderbouwing wordt verwezen naar de toelichting van het bestemmingsplan Appartementen 2019 en planregels aangaande het plangebied. Ten aanzien van deze ontwikkeling is niet relevant of het voorliggende plan in strijd is met het eerder vastgestelde planologische kader, het bestemmingsplan ‘Tilburg, Appartementen 2019'. Relevant is of de huidige ontwikkeling nog in lijn is met de gestelde doelen en ambities van de gemeente. Middels het voorliggend plan wordt namelijk in het kader van een goede ruimtelijke ordening een nieuw planologisch kader geïntroduceerd. Het bestemmingsplan ‘Tilburg, Appartementen 2019’ was in het kader van een goede ruimtelijke ordening vastgesteld om uitvoering te geven aan doelstellingen opgenomen in de Structuurvisie Linten in de Oude Stad en de Update stedelijke ontwikkelingsstrategie 2018. Het bestemmingsplan ‘Tilburg, Appartementen 2019’ voorziet in het algemeen dat direct aan de linten een maximum bouwhoogte geldt van 11 of 15 meter. En dat appartementen worden opgericht met een minimum gebruiksvloeroppervlakte (GBO) van 50m² tenzij sprake is van een specifiek woonconcept voor het huisvesten van een bijzondere doelgroep.

Conclusie:

Het voorliggende plan is in lijn met hetgeen eerder geregeld is in het bestemmingsplan ‘Tilburg, Appartementen 2019’. De maximum bouwhoogte aan het lint betreft in het plan 10 meter en de minimum GBO vereiste per woning 50m². De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: 29 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Omgevingsvisie Tilburg 2040 3,13

Reactie gemeente:

Op 21 september 2015 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Tilburg 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op de realisatie van Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving.

Gesteld wordt dat de gemeente verzuimd haar eigen beleid, de omgevingsvisie Tilburg 2040 na te leven.

Om dit te bereiken heeft de gemeente drie strategieën uitgezet in de omgevingsvisie. De Brabantstrategie, de Regiostrategie en Stadsstrategie. Op de voorliggende ontwikkeling is gelet op de omvang van het plan voornamelijk de Stadsstrategie van toepassing. Het voorliggend plan geeft uitvoering aan de gemeentelijke Stadsstrategie. Het plan voorziet in de realisatie van meer betaalbare woningen voor diverse inkomens en doelgroepen binnen het stedelijk gebied. Ook draagt het plan middels de realisatie van deze woningen bij door toevoeging van klandizie aan de instandhoudingen en verbetering van een vitale wijkeconomie. De voorgenomen toevoeging van woningen aan de Stedekestraat past binnen in de omgevingsvisie geformuleerde strategieën en de visie op het gebied. Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

22

Onderwerp: -30 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente:

Handreiking hoogbouw mei 2017, reparatie juni 2023 3,13,14 Gesteld wordt dat de gemeente verzuimd haar eigen beleid, de Handreiking hoogbouw na te leven. De ontwikkeling van de locatie is namelijk niet opgenomen in de handreiking. Het actuele gemeentelijk hoogbouwbeleid is vastgelegd in de ‘Handreiking hoogbouw mei 2017, reparatie juni 2023. In overeenstemming met het gemeentelijk hoogbouwbeleid is bij het plan ingegaan op het windklimaat, de bezonningssituatie, het uitzicht, privacy, inpassing van het plan in de omgeving, de openbare ruimte, verkeer, parkeren en de ruimtelijke kwaliteit.

Conclusie:

De handreiking hoogbouw ziet niet op toewijzing of uitsluiting van locaties voor hoogbouw. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -31

Update Stedelijke ontwikkelingsstrategie Wonen

Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

3,13

Reactie gemeente:

De ontwikkeling aan de Stedekestraat 48 past binnen de strategie van de Update Stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen.

Gesteld wordt dat de gemeente verzuimd haar eigen beleid, de Update Stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen na te leven.

De gemeente Tilburg heeft voor de komende jaren een forse woningbouwopgave, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. De update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen geeft antwoord op de vraag hoe we invulling geven aan de grote en urgente woningbouwopgave. In de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie staat aangegeven dat Tilburg in de periode tot 2040 groeit met zo’n 36.000 nieuwe inwoners en dat daarvoor in Tilburg 25.000 extra woningen nodig zijn. Gemiddeld zijn ten minste 1500 woningen per jaar nodig. Aangegeven staat in de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie dat we deze nieuwe woningen vooral in de bestaande stad en de dorpen willen realiseren. Dit zodat de stad niet nog verder uitbreidt. In de Woonagenda 2020-2025 hebben we beschreven dat we het belangrijk vinden dat er sprake is van een ongedeelde stad met een divers woningaanbod in alle wijken. Inwoners moeten een wooncarrière kunnen maken binnen de wijk of het dorp wanneer zij dat willen. Dit vraagt ook om het bevorderen van de doorstroming. Zeker voor ouderen zijn meer geschikte woningen nodig om doorstroming op gang te brengen. We willen een passende woning voor iedere Tilburger.

Conclusie:

Onderwerp: -32 Nummers indieners

De voorgestelde ontwikkeling draagt bij aan de woningbouwopgave en past door middel van binnenstedelijke verdichting binnen de vastgestelde strategie van de Update Stedelijke ontwikkelingsstrategie wonen. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Gebiedsprofiel wonen 3,13

23

zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente:

Gesteld wordt dat de gemeente verzuimd haar eigen beleid, de gebiedsprofielen wonen na te leven. De ontwikkeling aan de Stedekestraat 48 voldoet aan de kwalitatieve woonopgaven van het gemeentelijk gebiedsprofiel voor Oud-Noord. De gemeente Tilburg heeft voor de komende jaren een forse woningbouwopgave, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. De gemeente Tilburg groeit in de periode tot 2040 met zo’n 36.000 nieuwe inwoners en heeft daarvoor de ontwikkeling van 25.000 extra woningen nodig. Het beleidsdocument Gebiedsprofielen Wonen geeft in samenhang met de Woonagenda Tilburg 2020-2025 kwalitatief invulling aan de wenselijke woningtoevoegingen in Tilburg. Het beleidsdocument gebiedsprofielen Wonen toont per wijk (of zelfs buurt) de samenstelling van woningvoorraad. Dit document helpt de gemeente gericht te sturen op de ontwikkeling van wenselijke woningtypen. Uit het gebiedsprofiel Oud-Noord blijkt dat Oud-Noord een divers samengesteld gebied is, dat interessant is voor vele doelgroepen. Dat in het gebied druk bestaat op de openbare ruimte. Vooral als gevolg van kamerverhuur en het parkeren in de openbare ruimte van het gebied. Gemotiveerd is dat het gebied zich leent voor toevoeging van kleinschalige woningbouwinitiatieven voor starters en de doorstroom van ouderen.

Als ontwikkelingsrichting stelt het gebiedsprofiel Oud-Noord het verbeteren van de openbare ruimte en het verminderen van de druk vanuit kamerverhuur en de huisvesting van bijzondere doelgroepen voor.

Conclusie:

Het plan aan de Stedekestraat 48 voorziet in de huisvesting voor starters en ouderen. Doorstroming in de wijk is wenselijk en daarbij zijn de appartementen aanvullend op het nu overwegend grondgebonden aanbod in de omgeving. Voorziet in de toevoeging van meer groen in openbaar toegankelijke ruimte en past de ontwikkeling binnen het gebiedsprofiel voor Oud-Noord. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -33 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Woonagenda Tilburg 3,13

Reactie gemeente:

De ontwikkeling aan de Stedekestraat 48 past binnen de visie van de Woonagenda Tilburg 2020-2025 en het addendum op de Woonagenda 2020-2025.

Gesteld wordt dat de gemeente verzuimd haar eigen beleid, de Woonagenda Tilburg 2020-2025 na te leven.

Zoals eerder aangegeven heeft de gemeente Tilburg voor de komende jaren een forse woningbouwopgave, zowel in kwantitatieve als in kwalitatieve zin. De gemeente Tilburg groeit in de periode tot 2040 met zo’n 36.000 nieuwe inwoners en heeft daarvoor de ontwikkeling van 25.000 extra woningen nodig. In de Woonagenda 2020-2025 van de gemeente Tilburg worden, met, verwijzing naar andere gemeentelijke beleidstukken, de opgaven en thema’s op wonen beschreven, zowel kwantitatief als kwalitatief. We vinden dat Tilburg een aantrekkelijke stad is om in te wonen en vinden het

24

belangrijk dat dit zo blijft. Wij willen dat alle Tilburgers met hun eigen woonvoorkeur en leefstijl een plek kunnen vinden waar zij graag willen wonen. Niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Daarnaast vinden we het belangrijk om ook kansen te creëren voor nieuwe bewoners. Om dit te bereiken vinden we het creëren van een divers woningaanbod in de wijken belangrijk. Het voorliggend plan draagt hieraan bij. Als Tilburg willen op het gebied van wonen bijdragen aan bestaanszekerheid. Onze ambitie is dat wonen voor iedereen in Tilburg mogelijk en betaalbaar is. Het gaat daarbij om de betaalbaarheid van bestaande en nieuwe woningen. Om dit te realiseren zetten we bij nieuwbouw op het niveau van de gemeente in op de realisatie van 35% sociale huur en lage middenhuur woningen ten behoeve van de woningcorporaties. Daarnaast zetten we in op de realisatie van minimaal 10% particuliere middenhuur op basis van de Verordening Middenhuur 2019. Voor de gemeente als geheel houden we aan deze percentages vast, per plan en woongebied kan dit verschillen. Voorliggend plan draagt bij aan deze opgave door de realisatie van sociale huurwoningen doorwoningcorporatie TBV en woningen voor de middenhuur sector. We vinden het belangrijk dat de zelfredzaamheid van onze inwoners verbeterd.

Om dit te bereiken zetten we in op bouw van woningen nabij voorzieningen zoals openbaar vervoer (in dit geval het treinstation van Tilburg), winkels, zorg en maatschappelijke functies. Daarnaast zetten we in op de realisatie van levensloopbestendige woningen en nieuwe woon-zorgconcepten. Voorliggend plan draagt bij aan deze opgave, omdat het voorziet in woningen geschikt voor ouderen en de ligging inde nabijheid van voorzieningen.

Conclusie:

Tot slot vermelden we in de woonagenda dat duurzaamheid een belangrijk aspect is waar we de komende jaren aan werken. Als gemeente hebben we de ambitie om in 2045 klimaat neutraal, klimaatbestendig, water robuust, bio divers en circulair te zijn. Voorliggend plan past binnen de geldende kaders voor deze transitie. Zie hiervoor de onderwerpen in deze nota van zienswijze of de toelichting van het bestemmingsplan aangaande klimaat, natuur, water en energie. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -34 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Aantal woningen 11

Reactie gemeente:

Zoals eerder aangegeven onder onderwerp 6 ‘De omvang en dichtheid van de ontwikkeling’ zijn wij van mening dat de voorgestelde omvang en dichtheid aan woningen passend is voor deze locatie en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het plan is zorgvuldig uitgewerkt. De locatie is groot genoeg voor het beoogde aantal woningen. Onduidelijk is op basis waarvan de indiener van mening is dat problemen gaan ontstaan met betrekking tot de leefbaarheid en sociale cohesie.

Reclamant stelt dat het plan resulteert in een te hoog aantal woningen, leidt tot overbevolking en problemen met betrekking tot leefbaarheid en sociale cohesie.

Het initiatief voldoet met het aangeboden programma, oppervlakten en differentiatie aan de door de gemeente gestelde beleidskaders, waaronder de Woonagenda 20202025, en kan om die reden als een gewenste en passende ontwikkeling worden beschouwd. De opvatting dat het plan resulteert in een te hoog aantal woningen, leidt tot overbevolking en problemen met betrekking tot leefbaarheid en sociale cohesie wordt niet gedeeld. Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot

25

aanpassing van het plan.

Onderwerp: -35 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Beoogde doelgroep, type woning, geen binding met de wijk 2,3,11,12,13 Gesteld wordt dat het plan zich te eenzijdig richt op starters, expats en alleenstaanden, wat de diversiteit van de wijk niet bevordert. Gesteld wordt door de indieners dat een plan met een evenwichtige mix aan alleenstaanden en gezinnen een betere bijdrage levert aan de samenstelling van de wijk. Gesteld wordt dat bij het plan te veel gefocust wordt op de realisatie van huurwoningen waardoor de gewenste gevarieerde bewonerssamenstelling wordt beperkt. Gesteld wordt dat het plan onvoldoende variatie in woningtypes meebrengt. Verzocht wordt om grondgebonden woningbouw. Gesteld wordt dat nieuwe bewoners in de beoogde hoogbouw geen/ nauwelijks contact en binding zullen hebben met de wijk en in anonimiteit zullen leven zonder binding met de omgeving.

Reactie gemeente:

Onduidelijk is hoe het plan in sociaal/maatschappelijk opzicht bijdraagt een vergroting van de leefbaarheid van de wijk. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een actuele woningbehoefte. De ontwikkeling maakt een woonproduct (appartementen) mogelijk waar veel vraag, ook binnen Oud-Noord, naar is. De Stedekestraat is gelegen in Oud-Noord, in de wijk Theresia. Oud Noord is een divers samengesteld gebied en interessant voor vele doelgroepen. Uit het gebiedsprofiel Wonen voor Oud-Noord blijkt dat er weinig doorstroommogelijkheden zijn en dat er vooral behoefte is aan het toevoegen van (middel)dure appartementen en grondgebonden woningen. In het gebied bestaat een sterke behoefte om te bouwen voor een kapitaalkrachtigere doelgroep. Het voorliggende plan voorziet onder meer in die behoefte. Met de voorgestelde ontwikkeling van appartementen, groter dan 50m² op deze locatie zien we kansen om starters en ouderen, vast te houden in de stad en aan het gebied te binden. De zorg over een beperkte binding met de wijk wordt niet gedeeld. Immers zullen de nieuwe bewoners net zoals de huidige bewoners ook gebruik maken van de voorzieningen en winkels in de buurt. Van een gebrek aan binding en anonimiteit hoeft helemaal geen sprake te zijn.

Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -36 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Oppervlakte woningen 3,4,5,13

Reactie gemeente:

Gesteld wordt dat het bestemmingsplan niet duidelijk is welke oppervlakte de beoogde appartementen zullen hebben. Een oppervlakte van 50 tot 70m² is een ruime marge, zodat onduidelijk is wat voor appartementen gebouwd gaan worden. In het bestemmingsplan is overeenkomstig het gemeentelijk appartementenbeleid

26

opgenomen dat de de oppervlakte van de woningen minimaal 50m2 dient te zijn. De woningen mogen qua oppervlakte ook groter zijn dan 50m² mits dit niet leidt tot een uitbreiding van het bestemmingsplanmatig toegelaten bouwvolume van de bebouwing. Als ondergrens hanteren we voor woningen 50m². Ook is bestemmingsplanmatig geregeld via de begripsbepaling van het plan en de Verordening Middenhuur 2019 dat verplicht voorzien wordt in de realisatie van een aantal middenhuur woningen conform de verordening Middenhuur van minimaal 70m² GBO. De exacte afmeting van de appartementen hoeft niet vastgesteld te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Een bestemmingsplan vormt een ontwikkelingskader waarbinnen ontwikkelingsruimte mogelijk wordt gemaakt. Indien de initiatiefnemer in dit geval kiest om grotere woningen te realiseren zal door de kaders gegeven aan het maximum bouwvolume van het plan het aantal woningen afnemen.

Conclusie:

Onderwerp: -37 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:

Enkel tijdens het proces van de omgevingsvergunning zal exact bekend worden welke oppervlakte de appartementen exact krijgen. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Zorgdoelgroepen 3,13 Gesteld wordt dat een onderbouwing ontbreekt in het bestemmingsplan hoe oververtegenwoordiging van zorgdoelgroepen wordt tegengegaan. Voor ons is onduidelijk waarom de initiatiefnemer het nodig vindt dat specifiek onderbouwd wordt dat het bestemmingsplan niet gaat voorzien in een oververtegenwoordiging van zorgdoelgroepen. Ook is onduidelijk wanneer de initiatiefnemer van mening is dat sprake zou zijn van een oververtegenwoordiging van een zorgdoelgroep. Het plan voorziet in de realisatie van woningen in het betaalbare segment. De woningen zijn geschikt voor de huisvesting van kleine huishoudens, voor starters en senioren. Wij zien geen reden om de huisvesting van personen in woningen in het plangebied te reguleren op basis van een zorgbehoefte.

Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -38

Parkeren (fiets)

Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

3,4,5,13

Reactie gemeente:

Gesteld wordt dat onduidelijk is of voor fiets parkeren voldoende ruimte in het plan is opgenomen en wat de behoefte is. Gewezen wordt op dat voor appartementen tot 60m² een norm van 2 fietsen per appartementen geld en vanaf 60m² 3 fietsen per appartement. In het onderzoek wordt gerekend met een norm van 2 fietsen voor de appartementen van 50-70m². Onduidelijk is of voldaan kan worden aan de fietsparkeernorm aangezien niet duidelijk is wat de verhouding is tussen de grote van de appartementen. Derhalve zou voor de berekening uitgegaan moeten worden van een worst case situatie van 222 fietsen in plaats van 175. Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2017' zijn de parkeernormen (voor fiets parkeren) en berekeningsmethode vastgelegd.

27

Ter beoordeling van de haalbaarheid van het plan is in de toelichting van het bestemmingsplan ‘(Hoofdstuk 3 artikel 3.6.4 Toetsing (Verkeer en parkeren))’ uiteengezet wat de verwachte behoefte is aan fietsparkeervoorzieningen. De verwachte behoefte aan fietsparkeervoorzieningen voor bewoners van het plan betreft 175 plaatsen en voor bezoekers van het plangebied 22 fietsparkeerplaatsen. Gelet op de beschikbare openbaar toegankelijke ruimte in het plan en de op verbeelding gereserveerde ruimte “fietsenstalling” is aannemelijk gemaakt dat voorzien kan worden in de fietsparkeer behoefte en dat sprake blijft van een goed woon- en leefklimaat.

Conclusie:

Onderwerp: -39 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente:

De definitieve toetsing aangaande het fiets parkeren zal plaats vinden bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Hierbij zal initiatiefnemer aan moeten tonen dat ten behoeve van een definitieve invulling van het plangebied wordt voldaan aan de Nota Parkeernormen van de gemeente Tilburg. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Locatie parkeerplaatsen (scooters en auto's) 3,12,13 Gesteld wordt dat de ontwikkelaar van plan is om zowel overlast door auto's en scooters te gunnen aan de bewoners van de Stedekestraat en Gouverneur Borretstraat, aangezien tegen de bestaande achtertuinen van deze huizen parkeerplaatsen zijn ingetekend. Omwonenden maken zich zorgen om geluidsoverlast, verslechtering van de luchtkwaliteit en stank. Gesteld wordt dat het parkeren op een andere manier opgelost kan worden bijvoorbeeld achter het voormalige kantoorpand of in een parkeergarage onder het plan. Door het behoud van het voormalige kantoorpand en het ‘skelet’ van de hal daarachter, dat historische waarde heeft kan op de voorgestelde locatie niet geparkeerd worden. Een parkeergarage onder het plan zal leiden tot een financieel onrendabel plan. Zodoende is de huidige opzet van het plan de meest logische en deze is afgestemd met de Omgevingscommissie van de gemeente Tilburg.

Om parkeren op deze locatie op te lossen zijn onderzoeken uitgevoerd ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit. (Zie de toelichting bestemmingsplan 4.4 Geluid en 4.5 Luchtkwaliteit en de bijlagen bij het bestemmingsplan.) Ten aanzien van parkeren zal sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Het uitgangspunt is dat er in principe in de dag-, avond- en nachtperiode geparkeerd kan worden in het plangebied. De initiatiefnemer heeft doorgerekend wat het maximale geluidsniveau betreft van de al aanwezige parkeerplaatsen aan de openbare weg en of een toename ontstaat door parkeren in het plangebied. In de huidige situatie is de overschrijding van het aantal dB(A) al hoger dan de maximale geluidsbelasting door de toekomstige ontwikkeling. Er ontstaat dus geen toename qua geluidsbelasting als je kijkt per adres ten gevolge van het planvoornemen. Daarbij komt nog eens kijken dat het parkeren van voertuigen bij wonen valt onder algemeen omgevingslawaai. De frequentie dat iets voorkomt zal door het plangebied wel verhoogd worden. Bijna alle parkeerplaatsen van het planvoornemen zijn gerealiseerd aan de noordzijde van het plan. De frequentie dat het dichtslaan van autoportieren leidt tot een ‘overschrijding’ zal toenemen. Echter is het voor de

28

initiatiefnemer niet noodzakelijk om hiervoor maatregelen te nemen.

Conclusie:

Onderwerp: -40 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Echter beseft de initiatiefafnemer, dat het de zorgen voor de indiener van de zienswijzen de zorgen niet wegneemt. Daardoor is door de initianemer gekeken naar mitigerende maatregelen. Bronmaatregelen zijn regelrecht niet mogelijk, omdat het verschuiven van de parkeerplaatsen geen mogelijkheid is en de personenwagens niet in eigen beheer zijn. Daarom is gekeken naar overdrachtsmaatregelen (muur/scherm). Door een scherm te realiseren van 2 meter hoog, over de lengte van de parkeerplaatsen dichtbij gevel van (circa 15 meter), zal veel reductie worden behaald en komt de initiatiefnemer de omwonende tegemoet. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.

Parkeren (auto) 1,2,3,4,5,6,7,9,13,14 Gesteld wordt dat te weinig parkeerplaatsen in het plangebied gecreëerd worden en dat te veel parkeren op de omgeving wordt afgeschoven. Gesteld wordt dat door de ontwikkeling parkeerproblemen ontstaan voor de omwonenden. Momenteel bestaat in de omgeving van het plan al een hoge parkeerbezetting/ druk en is het moeilijk om een parkeerplaats te vinden. Met name wanneer er bijeenkomsten zijn in de nabijgelegen moskee. Indieners volgen de onderbouwing ten aanzien van de inzet van dubbelgebruik in het bestemmingsplan niet ten aanzien van het oplossen van de parkeerbehoefte. Gesteld wordt dat de parkeerplaatsen op eigen terrein niet gelijktijdig zonder problemen door bewoners, deel auto's, bezoekers en nooddiensten gebruikt kunnen worden en gelijktijdig toegankelijk blijven. Daarnaast wordt betoogd dat het oplossen van de bewoners parkeerbehoefte in de omgeving in strijd is met het parkeerbeleid. Gesteld wordt dat het bestemmingsplan moet borgen dat bewoners geen parkeervergunning krijgen voor de bestaande wijk en dat bezoekers niet mogen parkeren in de omgeving van het plangebied en daarom gebruik moeten maken van de nabijgelegen parkeergarage bij het spoor.

Reactie gemeente:

Het gemeentelijk parkeerbeleid is vastgelegd in de Hoofdlijnennotitie Parkeren. Deze is april 2016 door de gemeenteraad vastgesteld. In de nota 'Parkeernormen Tilburg 2023' zijn de parkeernormen voor parkeren en berekeningsmethode vastgelegd. De initiatiefnemer heeft onderzocht en aangetoond te kunnen voldoen aan de nieuwe parkeernormen van het parkeerbeleid van gemeente Tilburg van 2023. Planologisch is in de regels van het bestemmingsplan geborgd dat bij het plan voorzien moet worden in voldoende parkeergelegenheid. Het doel van de gemeentelijke nota parkeernormen is om ervoor te zorgen dat de mobiliteit voor (toekomstige) bewoners, gebruikers en bezoekers gefaciliteerd worden, zodat een plangebied, dan wel de omgeving bereikbaar is en blijft. Tegelijkertijd voorkomt het beleid dat te veel parkeerplaatsen worden aangelegd en hiermee meer auto’s naar de stad toekomen dan gewenst is. Uit door de initiatiefnemer uitgevoerde berekeningen blijkt dat voor het beoogde programma mede gelet aanwezigheidspercentages voor auto’s en de inzet van

29

deelmobiliteit voorzien dient te worden in de aanleg van 32 parkeerplaatsen op eigen terrein. Aangetoond is door de initiatiefnemer dat voorzien kan worden in de aanleg van 32 parkeerplaatsen op eigen terrein. Hiermee is aangetoond dat het plan kan voldoen aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Om te voorkomen dat men in de openbare ruimte gaat parkeren, wordt deze locatie volledig op de BROP-lijst geplaatst. Toekomstige bewoners komen hierdoor daardoor niet in aanmerking voor een gemeentelijk parkeerproduct. Hiermee voorkomen we dat er parkeeroverlast in de directe omgeving ontstaat. Conclusie:

Deze zienswijze geeft wegens de inwerkingtreding van de Nota parkeernormen 2023 van de gemeente Tilburg aanleiding om de toelichting en regels van het plan te vernieuwen. Ook worden de bijlagen ten aanzien van parkeren vervangen.

Onderwerp: -41 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Parkeerhandhaving (auto) 3,13

Reactie gemeente:

Conclusie:

Onderwerp: -42 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Verzocht wordt om direct met parkeerhandhaving te starten in de omgeving. Gesteld wordt dat slechts een scanauto op vrijdag een rondje rijdt zonder verder maatregelen te nemen. Deze reactie gaat niet over het voorliggend plan. Volledigheidshalve geven wij wel een antwoord. In de directe omgeving van het plan geldt een parkeerregime van vergunning- en betaald parkeren. Met voldoende regelmaat controleren we of in de omgeving geparkeerde auto's in de daarvoor aangewezen parkeervakken staan en of voldaan is aan het verschuldigde parkeertarief. Van verkeerd geparkeerde auto's kan een melding gemaakt worden in de Fixi app. De ingediende reactie geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Berekening parkeerbehoefte en verkeer 3,4,5,13 Door de indieners wordt gesteld dat de berekening van de parkeerbehoefte op basis van de nota parkeernormen onjuist is omdat de nota parkeernormen 2017 geen rekening houdt met een correctie van de parkeernormen ten aanzien van de inzet van deelauto's. Ook wordt gesteld dat de berekende parkeerbehoefte van 43,3 ten onrechte naar beneden wordt afgerond naar 43 parkeerplaatsen i.p.v. 44. Gesteld wordt dat de berekening geen rekening houdt met de mogelijke komst van grotere woningen met een hogere parkeernorm. Gesteld wordt dat de berekening onjuist is aangezien onvoldoende geborgd wordt dat op locatie een doelgroep komt waarom de voorgestelde lagere parkeernorm op van toepassing is.

Reactie gemeente:

Wegens de inwerkingtreding van de Nota parkeernormen 2023 heeft de initiatiefnemer nieuwe berekeningen uitgevoerd ten aanzien van deelmobiliteit. Met de inzet van deelmobiliteit wil de initiatiefnemer meer (nieuwe) bewoners verleiden om geen eigen auto te hebben. Op basis van de nota parkeernormen 2023 kan worden instemt met de voorgestelde

30

reductie (20%) van het benodigde bruto totaal aantal te realiseren parkeerplaatsen. Bij de omgevingsvergunningaanvraag dient de initiatiefnemer aan te tonen en te borgen dat voldaan wordt aan de voorwaarden van het parkeerbeleid. Voor elke 25 woningen in het plangebied zal een deelauto in het plangebied gefaciliteerd moeten worden. aangetoond is dat de drie deelauto’s gefaciliteerd kunnen worden in het plangebied. Conclusie:

Deze zienswijze geeft wegens de inwerkingtreding van de Nota parkeernormen 2023 van de gemeente Tilburg aanleiding om de toelichting van het plan te vernieuwen. Ook worden de bijlagen ten aanzien van parkeren vervangen.

Onderwerp: -43 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Borging deelmobiliteit 3,13

Reactie gemeente:

Conclusie:

Onderwerp: -44 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Onduidelijk is hoe de inzet van deelauto's wordt geborgd en waar deze gesitueerd worden in het plan. Middels de in het bestemmingsplan opgenomen parkeerregeling is geborgd dat in voldoende mate parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Dit zodat geen onevenredige parkeerdruk ontstaat voor de omgeving. Een manier waarin voorzien kan worden aan het bepaalde in het bestemmingsplan is middels de inzet van deelmobiliteit. De definitieve toetsing ten aanzien van parkeren vindt plaats bij de aanvraag om omgevingsvergunning. Hierbij zal de initiatiefnemer aan moeten tonen dat hij in voldoende parkeergelegenheid voorziet. De mogelijke inzet van deelauto's wordt geborgd bij de behandeling van de omgevingsvergunning. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Verkeersdruk (en verkeersveiligheid) 2,3,6,9,12,13 Met de ontwikkeling van 74 nieuwe woningen in deze zeer drukke omgeving via de Stedekestraat, een eenrichtingsstraat zonder uitwijkruimte waar dagelijks al veel verkeersbewegingen zijn, met name op vrijdag is het wachten op doorvoerproblemen en verkeersonveiligheid situaties. De Stedekestraat is, doordat het een doorgaande route is richting het centrum, een drukke straat met veel verkeer, inclusief bezoekers van de moskee en van de vrije school, tot en met (luidruchtig) uitgaanspubliek laat in de nacht in het weekend. Gesteld wordt dat de gevolgen voor verkeersdruk door toedoen van het plan onvoldoende zijn onderzocht en onderbouwd. Bij de onderbouwing van het plan is bijvoorbeeld niet ingegaan op de cumulatieve gevolgen voor de verkeersdoorstroming van de verschillende ontwikkelingen die plaats hebben gevonden in de nabijheid van de te ontwikkelen locatie. Bijvoorbeeld de komst van de moskee, verbouwing van pand Stedekestraat 22 en herontwikkeling van de school, Stedekestraat 59.

Reactie gemeente:

De ontsluiting van het terrein is hetzelfde als de ontsluiting van het voormalig bedrijfspand. In beide gevallen is het rechtstreeks aangesloten op de Stedekestraat. In de oude situatie kwam het bestemmingsverkeer ook door de Stedekestraat en de Gouverneur Borretstraat. Per saldo betreft het dus alleen de toename van verkeersbewegingen als gevolg van de omvorming van bedrijfsbestemming naar

31

woningen. Dat betreft enkele tientallen verkeersbewegingen per dag. Het bedrijfspand is echter al geruime tijd niet meer in gebruik. De laatste jaren was er hooguit beperkt sprake van verkeer van en naar het perceel. Ten opzichte van de laatste jaren is er, als gevolg van de ontwikkeling, wel sprake van een toename van verkeer. Voor autoverkeer gaan er, op basis van kencijfers van het CROW, als gevolg van de ontwikkeling ca. 2,8 á 3,6 voertuigbewegingen * 74 woningen = 207 á 265 voertuigbewegingen per dag komen. De oude bedrijfsfunctie kende er op basis van kencijfers ca. 150 à 200. Dit aantal verkeersbewegingen is het aantal vertrekken en aankomsten samen. Als gevolg van het eenrichtingsverkeer leveren de vertrekken extra verkeersbewegingen op ten zuiden van de uitrit en de aankomsten juist ten noorden ervan. Per saldo is de toename op zowel het deel ten noorden van de uitrit, als het deel ten zuiden ervan maximaal de helft van het berekend aantal. Dat komt voor de woningbouwontwikkeling dus neer op 104 á 133 verkeersbewegingen per etmaal en in de oude (bedrijfs)situatie waren dat er op basis van kencijfers 75 á 100. De toename bedraagt dus ca. 30 ten opzichte van de bedrijfssituatie en ca. 133 ten opzichte van de situatie van de afgelopen jaren. Een erftoegangsweg als de Stedekestraat, met eenrichtingsverkeer, kan een intensiteit van ca.

3.000 motorvoertuigen per dag prima verwerken. Wenselijk is ongeveer de helft. De huidige intensiteit is op een gemiddelde werkdag ca. 920 motorvoertuigen (mvt) per etmaal, geteld voorjaar 2024. Tijdens de Ramadan is ook geteld en lag de intensiteit op gemiddeld ca. 1.060 mvt/etmaal met een piek op de vrijdag van 1.170 mvt/etmaal. Met de extra verkeersproductie erbij komt dat op 1055 op een gemiddelde werkdag en op 1.305 mvt/etmaal op de maximale dag tijdens de ramadan. Dit valt in beide gevallen nog ruim onder de acceptabele verkeersintensiteit van 3.000 mvt/etmaal, zelfs onder de gewenste 1.500 mvt/etmaal. Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -45 Nummers indiener zienswijze: Zienswijze:

Verkeersdoorstroming (hekwerk) 1

Reactie gemeente:

Conclusie:

Indiener maakt zich zorgen over dat het plangebied wordt afgesloten met een hekwerk en dat hierdoor de verkeersdoorstroming in de Stedekestraat ernstig wordt belemmerd. Bezoekers, pakketbezorgers, bewoners e.d. moeten straks wachten voordat ze toegang krijgen tot het terrein. Dit wijkt niet af van de huidige situatie, waarbij de poort op de trottoirlijn staat. Indien dit in de nieuwe situatie het geval is dan zal de nieuwe situatie niet verslechteren. Daarnaast kan middels een schuifpoort die verder terug ligt een opstelplaats gecreëerd worden waarbij geen auto’s op de weg staan. Dit behoort tot de verdere ontwerpuitwerking. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -46

Geluidsoverlast bewoners

Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

2,3,4,5,13,14 Gesteld wordt dat het plan leidt tot geluidsoverlast door personen (stemgeluid),

32

Reactie gemeente:

dichtslaan van deuren en het gezoem van buitenunits(installaties). De indiener van de zienswijzen vreest dat de ontwikkeling leidt tot geluidsoverlast van het stemgeluid, dichtslaan van deuren en het gezoem van buitenunits. De initiatiefnemer begrijpt de zorgen van de bewoners en heeft extra onderzoek uitgevoerd naar stemgeluid en parkeergeluid (dichtslaan autoportieren). Voor het onderwerp 'buitenunits (installaties) zal het e.e.a. onderzocht en geborgd worden tijdens het aanvragen/verlenen van de vergunning, aangezien op dat moment de uitwerking van de installaties in beeld zijn. Stemgeluid Ten aanzien van stemgeluid van bewoners van woningen gelden geen wettelijke normen. In geval van overlastsituaties is de APV het toetsingskader om in gevallen van overlast te kunnen handhaven. Desondanks is door de initiatiefnemer een onderzoek naar stemgeluid uitgevoerd. In het onderzoek dat de initiatiefnemer heeft uit laten voeren voor stemgeluid is het uitgangspunt dat 10 personen gelijktijdig continu in de dag- en avondperiode aan het praten zijn over het gehele plangebied. De initiatiefnemer is zodoende van een worstcase invulling uitgegaan en in werkelijkheid zullen de resultaten een stuk lager uitvallen. Uitgangspunt is dat in de nachtperiode geen activiteiten zijn ten gevolge van stemgeluid in de nachtperiode. In de nachtperiode is het ‘stil’.

Met deze uitgangspunten voldoet de initiatiefnemer ruimschoots aan de grenswaarde van het activiteitenbesluit. (welke wettelijk gezien niet van toepassing zijn op stemgeluid van bewoners van woningen.) Vanuit stemgeluid ontstaat dus geen belemmering. Dichtslaan van deuren / parkeergeluid Zie onze reactie onder onderwerp 39. Ten aanzien van parkeergeluid ontstaat ten opzichte van de bestaande situatie geen toename qua geluidsbelasting. Daarbij komt tevens kijken dat het parkeren van voertuigen bij wonen valt onder algemeen omgevingslawaai. De frequentie dat iets voorkomt zal door het plangebied wel verhoogd worden. Bijna alle parkeerplaatsen van het planvoornemen zijn gerealiseerd aan de noordzijde van het plan. De frequentie dat het dichtslaan van autoportieren leidt tot een ‘overschrijding’ zal toenemen. Zoals hierboven vermeld is het voor de initiatiefnemer niet noodzakelijk om hiervoor maatregelen te nemen. Echter beseft de initiatiefnemer, dat het de zorgen voor de indiener van de zienswijzen de zorgen niet wegneemt. Daardoor is door de initianemer gekeken naar een oplossing. Bronmaatregelen zijn regelrecht niet mogelijk, omdat het verschuiven van de parkeerplaatsen geen mogelijkheid is en de personenwagens niet in eigen beheer zijn. Daarom hebben we gekeken naar overdrachtsmaatregelen (muur/scherm).

Door een scherm te realiseren van 2 meter hoog, over de lengte van de parkeerplaatsen dichtbij gevel van (circa 15 meter), zal al veel reductie worden behaald en komt de initiatiefnemer de omwonende tegemoet.

Conclusie:

Onderwerp: -47

Geluid buitenunits (luchtbehandeling buitenunits) In het Bouwbesluit leefomgeving(BBL) zijn wettelijk maximum geluidnormen gesteld voor buitenunits. De te plaatsen installaties moeten hieraan voldoen. Toetsing hiervan vindt plaats bij de behandeling van de omgevingsvergunning. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Geluidsoverlast verkeer

33

Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:

1,3,4,5,12,13 Gesteld wordt dat door de verkeer aantrekkende werking van het plan geluidsoverlast ontstaat door toedoen van voertuigen. Ten behoeve het bestemmingsplan is een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. (bijlage 8) Dit onderzoek is gericht op de nieuw te realiseren woningen. Voor de bestaande woningen is er geen specifiek onderzoek uitgevoerd. Dit is ook niet noodzakelijk. De wegen gelegen in de directe omgeving van het plangebied (uitgezonderd de Gasthuisring) kennen geen wettelijke zone vanwege de Wet Geluidhinder. Conform de Wet Geluidhinder, is onderzoek enkel nodig indien er een minimale geluidtoename van 2 dB te verwachten valt. Mocht hier mogelijk sprake van zijn, dan is pas de doorkijk nodig naar het binnen niveau. In de praktijk komt een toename van 2 dB overeen met een toename van minimaal 40% in verkeersintensiteit. De toename van wegverkeer als gevolg van de beoogde planontwikkeling bedraagt circa 15% (133 verkeersbewegingen) en blijft ruim onder deze 40%.

Conclusie:

Daarmee is er ten gevolge van de verkeer aantrekkende werking van het plan geen belemmering vanwege geluid van wegverkeer. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -48

Geluidsoverlast – overschrijding binnen niveau bestaande woningen

Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

2,3,4,5,13

Reactie gemeente: Conclusie:

Onderwerp: -49 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente: Conclusie:

Onderwerp: -50 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente:

Gesteld wordt dat het nieuw beoogde autoverkeer te veel geluidsoverlast veroorzaakt voor omliggende woningen. Gesteld wordt dat een onevenredige toename aan geluidsoverlast ontstaat in strijd is met het bouwbesluit. Onderbouwd wordt dat de woningen in de buurt van het plangebied bijna 100 jaar oud zijn en niet voldoen aan de isolatie bouweisen van het bouwbesluit van vandaag de dag. Gesteld wordt dat het binnen niveau van 35dB(A) overschreden gaat worden en dat geen borging ten aanzien van dit geluidsniveau in het plan is opgenomen. Zie onze reactie onder onderwerp 47 ‘Geluidsoverlast verkeer’ De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Berekening geluidsbelasting bestaande woningen 3,13 Gesteld wordt dat de gevolgen van geluidsbelasting op de gevels (voor en achter) van bestaande woningen, door toedoen van het nieuw komende verkeer berekend en getoetst moet worden. Zie onze reactie onder onderwerp 47 ‘Geluidsoverlast verkeer’ De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Berekening spoorverkeerlawaai 3,13 Indieners stellen dat geen rekening gehouden is met spoorverkeerslawaai. Vanuit geluidsperspectief moet spoorverkeerslawaai onderzocht worden in een cumulatieve geluidsberekening ten behoeve van de ontwikkeling.

De breedte van de wettelijke zone voor railverkeerslawaai wordt bepaald door de

34

hoogte van de Geluid Productie Plafonds (GPP), zoals die zijn vastgelegd voor het Nederlands spoorwegennet (Artikel 1.4a Besluit Geluidhinder). Voor de planlocatie is GPP-punt 56561 maatgevend. De wettelijke zone ter hoogte van het plangebied kent een breedte van 300 meter. De afstand vanaf het plangebied tot het spoor bedraagt minimaal 320 meter. Het plangebied ligt dus buiten de wettelijke geluidszone vanwege railverkeer. Dit betekent dat er geen onderzoek noodzakelijk is voor railverkeerslawaai en niet getoetst hoeft te worden aan de wettelijke geluidnormen voor railverkeerslawaai. Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -51 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Lichtoverlast (verkeer) 2

Reactie gemeente:

Conclusie:

Onderwerp: -52 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:

Conclusie:

Onderwerp: -53 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:

Indiener (woonachtig te Stedekestraat 40) stelt overlast te gaan ervaren door koplampen van vertrekkend autoverkeer. Indiener woont enkele woningen naast de inrit, aan dezelfde zijde van de weg als de inrit. Aangezien het een eenrichtingsweg is en auto’s bij indraaien en wegrijden de woning van indiener al gepasseerd zijn zal geen lichtoverlast ontstaan door aankomend en vertrekkend autoverkeer op het plangebied. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Lichtoverlast (galerijverlichting) 2,6,11 Reclamanten stellen overlast te ervaren door toedoen van de beoogde galerijverlichting. Ten aanzien van lichthinder dient het plan te voldoen aan de richtwaarden uit de ‘Richtlijn Lichthinder van de NSVV'. De verlichting van de beoogde galerijverlichting zal moeten voldoen aan richtwaarden uit de richtlijn. Met de voorgenomen uitvoering van de galerijverlichting middels up en downlichters is de verwachting dat ruimschoots aan deze richtwaarden voldaan kan worden. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Trillingen (verkeer) 2 Indiener (woonachtig schuin tegenover de in-uitrit) stelt overlast te gaan ervaren door trillingen door toedoen van vertrekkend autoverkeer.

Ten opzichte van de huidige planologische situatie waarbij vrachtverkeer vertrekt vanaf het terrein/ bestemming, zal er in de nieuwe situatie sprake zijn van afname van trillinghinder. In de nieuwe situatie is er geen sprake meer van vrachtverkeer van en naar de projectlocatie. In de huidige situatie worden de omliggende wegen ook reeds gebruikt door autoverkeer. Er wordt geen toename van trillingen als gevolg van verkeer verwacht.

Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -54 Nummers indieners zienswijze:

Bestemmingsplanregels – inrichting van het gebied 3,13

35

Zienswijze:

Gesteld wordt dat in strijd met een goede ruimtelijke ordening het bestemmingsplan toestaat dat verkeer, parkeren, ondergeschikte bouwwerken en gebouwen direct grenzend aan bestaande zij- en achtertuinen mogen worden gerealiseerd.

Reactie gemeente:

Het (voorgaande) ter plaatse geldende bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016 staat toe dat verkeer, parkeren, ondergeschikte bouwwerken en gebouwen direct grenzend op bestaande zij- en achtertuinen mogen worden gerealiseerd. In het nieuwe bestemmingsplan is geregeld dat grote bouwmassa's niet langer direct grenzend op perceelsgrenzen gerealiseerd mogen worden. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Conclusie:

Onderwerp: -55 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente:

Bestemmingsplanregels – gebruik van het gebied 3,13 Gesteld wordt dat in strijd met een goede ruimtelijke ordening het bestemmingsplan niet borgt dat een verbinding ontstaat en in stand blijft tussen het plangebied en de kloostertuin. In het kader van een goede ruimtelijke ordening bestaat geen belang te borgen dat een verbinding ontstaat, dan wel deze verbinding in stand blijft over de private gronden van de initiatiefnemers. Een bestemmingsplan is een instrument gericht op toelatingsplanologie. In een bestemmingsplan kunnen geen geboden opgenomen worden. Planologisch staat het voorliggende bestemmingsplan toe dat een verbinding ontstaat en in stand kan blijft. De initiatiefnemers zijn bereid gevonden een semiopenbare verbinding te creëren en deze als toekomstig eigenaar in stand te houden. Deze is geregeld in de anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer.

Conclusie:

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

Onderwerp: -56 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Bestemmingsplanregels - wonen 3,13

Reactie gemeente:

Na evaluatie van de planregels trekken we de conclusie dat het ontwerpbestemmingsplan abusievelijk via het begrip “1.39 huishouden” voorziet in de mogelijkheid om kamerverhuur te realiseren in woningen aan maximaal 5 personen per woning.

Gesteld wordt dat in strijd met een goede ruimtelijke ordening het bestemmingsplan kamerverhuur en onzelfstandige wooneenheden mogelijk maakt; Het bestemmingsplan geen borging voor 30% sociale woningbouw heeft; Het bestemmingsplan geen borging voor middenhuur woningen heeft;

Om mogelijke overlast te voorkomen die bij kamerverhuur op kan treden stellen we naar aanleiding van deze zienswijze het bestemmingsplan gewijzigd vast. Na aanpassing van het begrip verstaan we onder het begrip huishouden het volgende “Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren.” Ten aanzien van de borging voor bouw van sociale woningen en de borging van bouw voor de midden-huur verwijzen we naar het in het plan opgenomen artikel 3.5.1 “algemeen” van het bestemmingsplan. Ten minste 18 woningen in het plangebied dienen als woning voor de sociale huur te

36

worden gerealiseerd en ten minste 7 als woning voor de midden huur. Op basis van het coalitieakkoord ‘Meer voor elkaar’ voor de raadsperiode 2022-2026 en de ‘Woonagenda 2020-2025’ streven we bij nieuwe bouwplannen in de gemeente naar de realisatie van voldoende betaalbare en passende huur- en koopwoningen. We zetten bij nieuwbouw op het niveau van de gemeente in op minimaal 35% sociale huur en lage middenhuur ten behoeve van de woningcorporaties. Daarnaast zetten we bij nieuwbouw in op de realisatie van minimaal 10% particuliere middenhuur op basis van de Verordening Middenhuur 2019. Voor de gemeente als geheel houden we aan deze percentages vast. Vanwege verschillen tussen plannen en in de woonbehoeftes in gebieden is het in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet noodzakelijk om per plan te borgen dat de gemeentebrede percentages exact gehaald worden.

Conclusie:

Onderwerp: -57 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:

Conclusie:

Onderwerp: -58 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente:

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte en maakt een woonproduct mogelijk waar veel vraag naar is in Oud Noord. De ingediende zienswijzen geeft aanleiding tot aanpassing van de begripsbepaling “huishouden” opgenomen in het bestemmingsplan. Na aanpassing van het begrip verstaan we onder het begrip huishouden het volgende “Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren.”

Bestemmingsplanregels - cultuurhistorie 3,13 Gesteld wordt dat in strijd met een goede ruimtelijke ordening het bestemmingsplan niet borgt dat het kantoorgebouw tegen sloop wordt beschermd. Abusievelijk ontbreekt in het bestemmingsplan een verbod om zonder vergunning en afweging de aangeduide cultuurhistorisch waardevolle bebouwing te slopen. Ter bescherming van de cultuurhistorische waarden van de bebouwing aan de linten nemen we bepalingen op die de sloop van de bebouwing tegengaan. Enkel als de aanwezige cultuurhistorische waarden niet onevenredig worden aangetast zal de sloop van delen van de bebouwing mogelijk zijn. De ingediende zienswijzen geeft aanleiding tot toevoeging van een sloopvergunningsplicht-stelsel ten behoeve van de bescherming van de aangeduide cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Bestemmingsplanregels - afwijkingsregels 3,13 De initiatiefnemer stellen dat de regels van artikel 3.4 ‘afwijken van bouwregels’ en artikel 9 ‘Algemene afwijkingsregels’ ongewenste effecten mogelijk maken voor de nabijgelegen percelen en verwijzen naar niet bestaande artikelen. De in artikel 3.4, en artikel 9 voorkomende regels komen voort uit de Tilburgse bestemmingsplansystematiek standaard. Deze planregels maken onder ruimtelijke voorwaarde (zie artikel 3.4.1 en 9) algemeen geaccepteerde afwijkingen op een bestemmingsplan mogelijk.

Door de opgenomen afwegingskaders voor toepassing van een afwijkingsbevoegdheid, worden ongewenste effecten voorkomen. Specifiek kijkend ten behoeve van deze ontwikkeling naar de in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen leden en artikelen van artikel 3.4 en 9 zijn we van mening dat de volgende wijzigingen in de regels doorgevoerd kunnen worden. Artikel 3.4 lid a. komt te vervallen. Aangezien het plan niet voorziet in de bouw van een of meerdere garageboxen.

37

Conclusie:

Onderwerp: -59 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Artikel 3.4 lid b. komt te vervallen aangezien het niet toegepast kan worden gezien de planopzet met appartementen. Artikel 3.4 lid e komt te vervallen aanzien de maximum toegelaten bouwhoogte voor erfafscheidingen al 2 meter is. Artikel 9.3 vervalt gezien geen utiliteitsvoorziening, vrijstaande schoorsteen, toren of soortgelijk bouwwerk wordt opgericht en de oprichting hiervan onwenselijk is. Artikel 9.5 vervalt gezien op deze locatie geen evenement met openbaar karakter plaats kan vinden in verband met de gevolgen voor de omgeving. Artikel 9.6 vervalt gezien geen aanleiding bestaat om in het plangebied een nutsvoorziening op te richten. Dan wel een nutsvoorziening met bouwhoogte van meer dan 3,5 meter en oppervlakte van meer dan 50m². De ingediende zienswijzen geeft aanleiding tot wijziging van artikel 3.4 en het laten vervallen van artikel 9.3, 9.5 en 9.6 Bestemmingsplanregels – borging wateraspecten 10 Op 6 april en 30 oktober 2023 heeft het waterschap vooroverlegreacties gegeven op het concept-bestemmingsplan. Geconstateerd is dat nog niet alle opmerkingen in het plan zijn verwerkt. De bestemming Wonen - Lint bevat in artikel 3.2.6 een voorwaardelijke verplichting voor regenwaterberging, Maar deze verplicht alleen de aanleg van regenwaterberging, niet de instandhouding.

Daarnaast vragen wij om "Het bouwen van een bouwwerk met een oppervlakte van 50m2 of groter" te vervangen door "Het realiseren van verhard oppervlak van 50m2 of groter". Dan is het artikel in overeenstemming met het Programma Water en Riolering 2024-2027 van de gemeente. Wij adviseren tot slot om de tekst "Programma water en riolering 20202023" te vervangen door "actuele gemeentelijk regenwaterbeleid". Inmiddels heeft de gemeente immers al een nieuw Programma Water en Riolering vastgesteld.

Reactie gemeente:

Conform ons gemeentelijk beleid worden de door het waterschap gevraagde aanpassing verwerkt in het bestemmingsplan. Zie ook onze reactie op onderwerpen 18 en 20.

Conclusie:

De ingediende zienswijzen geeft aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.

Onderwerp: -60 Nummer indiener zienswijze: Zienswijze:

Vuilcontainers 1

Reactie gemeente:

De indiener is het niet eens met dat de plaatsing van vuilcontainers direct naast zijn woning plaats gaat vinden. De indiener stelt hier overlast van te gaan ervaren. (Drukte, stank, herrie bij het legen van de containers.) De positionering van ondergrondse vuilcontainers wordt niet bepaald middels het voorliggend bestemmingsplan. De initiatiefnemer heeft slechts verbeeld waar zij deze zou willen laten plaatsen. Het plaatsen van de ondergrondse afvalcontainers is in beginsel een voor de gemeente vergunning vrij verklaarde activiteit. Als gemeente zijn we verplicht tot inzameling van huishoudelijk (rest) afval bij of nabij elk perceel. Hier hebben wij als gemeente geen keuzevrijheid in. De positionering van ondergrondse containers wordt na oplevering van het plan tussen de initiatiefnemer en het Brabants Afval TEAM(BAT) afgestemd middels het ‘Uitvoeringsbesluit 2024 Afvalstoffenverordening gemeente Tilburg 2019’.

38

Conclusie:

Onderwerp: -61 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:

Conclusie:

Onderwerp: -62 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:

Reactie gemeente:

Conclusie:

Na de afstemming tussen de initiatiefnemer en het BAT wordt door het college middels de afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht nog een aanwijzingsbesluit voorbereid en ter inzage gelegd over de plaatsing van de ondergrondse containers waartegen u zienswijze en of bezwaar in kan dienen. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Planschade/ waardevermindering woning 1,2,4,5,6,11 Indieners stellen/ maken zich zorgen dat hun woning minder waard door dit plan en dat de waarde opbouw verminderd. Of daadwerkelijk sprake is van (plan)schade en hoe groot die schade is zal moeten blijken uit een planschadeprocedure. De gemeente Tilburg heeft met de initiatiefnemer een (planschade)overeenkomst afgesloten. Omwonenden kunnen, indien en voor zover zij van mening zijn dat er schade plaats vindt aan hun woningen vanwege het besluit van de gemeente, een verzoek om tegemoetkoming in de planschade indienen bij de gemeente zodra het besluit onherroepelijk is. Een eventuele toekomstige claim zal op haar merites worden beoordeeld en volgens de daarvoor geldende wettelijke procedure worden behandeld. De gemeente beoordeelt niet zelf of sprake is van planschade maar zal het verzoek ter beoordeling voorleggen bij een onafhankelijk deskundig bureau. De eventuele schadebedragen zijn voor rekening van de initiatiefnemer.

De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. (Bodem)verontreiniging 14 De indiener wijst de gemeente erop dat gelet op de eerdere bebouwing en het gebruik van het terrein zeker (bodem)verontreiniging en asbest aanwezig zal zijn. Dat dit onderzocht moet worden en door een gespecialiseerd bedrijf afgevoerd moet worden. Wij zijn hiermee bekend. De bodemkwaliteit is door initiatiefnemer onderzocht conform de daarvoor geldende richtlijnen (NEN5725, NEN 5740 en NEN 5707). Deze rapportage is onderdeel van de bestemmingsplanwijziging. De werkzaamheden zullen uitgevoerd worden conform de richtlijnen die hiervoor gelden voor het uitvoeren van de werkzaamheden en het creëren van een woonbestemming. De ingediende zienswijze ten aanzien van dit onderwerp geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.

39

Staat van wijzigingen bestemmingsplan ‘Theresia-Loven-Besterd 2016,11e herziening (Stedekestraat 48)’ De volgende wijzigingen dienen naar aanleiding van de zienswijze(n) in het ontwerpbestemmingsplan te worden doorgevoerd. Ten aanzien van de verbeelding: Geen aanpassingen. Ten aanzien van de regels: Worden artikelen 12.2.1, 12.2.2 en 12.2.3 onder ‘Parkeerregeling’ gewijzigd. ‘Nota parkeernormen Tilburg 2017’ wordt vervangen door ‘Nota parkeernormen Tilburg 2023’. Wordt de definitie van het begrip huishouden gewijzigd tot “Een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een duurzaam gemeenschappelijk huishouden voeren.” Wordt een sloop-vergunningsplicht-stelsel opgenomen in de bestemming Wonen-Lint ten behoeve van de bescherming van de aangeduide cultuurhistorisch waardevolle bebouwing. Artikel 3.4 lid a. vervalt. Artikel 3.4 lid b. vervalt. Artikel 3.4 lid e vervalt. Artikel 9.3 vervalt. Artikel 9.5 vervalt. Artikel 9.6 vervalt. Ten aanzien van de toelichting: Wordt ten aanzien van de berging van hemelwater en waterhuishouding een aanvulling opgenomen in overeenstemming met de reacties opgenomen bij de zienswijze van de gemeente bij onderwerpen 18 Berging van hemelwater en 20 Uitwerking wateraspect. Wordt de onderbouwing ten aanzien van parkeren geactualiseerd. Als toetsingskader voor het plan wordt de nieuwe ‘Nota parkeernormen Tilburg 2023’ gehanteerd.

Ten aanzien van de bijlagen: Worden de bijlagen ten aanzien van parkeren geactualiseerd. Als bijlagen bij het bestemmingsplan worden verslagen en brieven aangaande de uitgevoerde omgevingsdialoog bijgevoegd. De volgende ambtshalve wijzigingen dienen in het ontwerpbestemmingsplan te worden doorgevoerd. Ten aanzien van de verbeelding: Geen aanpassingen. Ten aanzien van de regels: Geen aanpassingen. Ten aanzien van de toelichting: Geen aanpassingen. Ten aanzien van de bijlagen: Geen aanpassingen.

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15101291/3