OUD Bijlage 1. Nota van zienswijzen en Staat van wijzigingen Stedekestraat 48 DEF
Tekst van het document
Nota van zienswijzen bestemmingsplan ‘Theresia-Loven-Besterd 2016, 11e herziening (Stedekestraat 48)’ Het ontwerpbestemmingsplan ‘Theresia-Loven-Besterd 2016,11e herziening (Stedekestraat 48)’ heeft, in overeenstemming met het bepaalde in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van 27 december 2023 tot en met 6 februari 2024. Er zijn 13 zienswijzen ingediend. Het plan is thans gereed om te worden vastgesteld, met inachtneming van de onderstaande reacties op de zienswijzen, die hieronder samengevat wordt weergegeven, maar integraal zijn beoordeeld. Deze nota wordt bij de terinzagelegging van het vastgestelde bestemmingsplan elektronisch beschikbaar gesteld als bijlage bij het bestemmingsplan. Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan om persoonsgegevens van natuurlijke personen te verwerken zonder bijvoorbeeld een wettelijke grondslag, dringende noodzaak of toestemming van de betreffende personen. Er is geen wettelijke grondslag of dringende noodzaak om de NAW-gegevens van natuurlijke personen te vermelden. Voor de inhoudelijke beoordeling van de inspraakreacties en de beantwoording is dit ook niet noodzakelijk. Om die redenen zijn geen NAW-gegevens vermeld. Zienswijze Nr. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13.
Kenmerk/zaaknummer 2216552 2216246 2216185 & 2215317 – Namens bewonerskerngroep en omwonenden 2215658 2215650 2215571 & 2215569 2197596 r 2210349 – Wijkraad Theresia 2213650 – Waterschap De Dommel 2217396 2217392 2216936 – Namens bewonerskerngroep en omwonenden
Toets ontvankelijkheid Niet alle zienswijzen zijn volledig, met alle gronden, binnen de gegeven termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ingediend. De indieners van de ‘pro forma’ zienswijzen hebben ruimhartig in het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel extra tijd gekregen de ingediende zienswijze aan te vullen en te herstellen.
1
Inhoudsopgave 1. Omgevingsdialoog/ participatie 2. Verslagen omgevingsdialoog ontbreken 3. Reactie op 2e bewonersbrief 4. Druk van de nieuwe omgevingswet 5. Woo-verzoek 6. De omvang van de ontwikkeling is buitenproportioneel 7. Bouwhoogte 8. Sociale veiligheid 9. Privacy 10. Uitzicht 11. Zon en schaduwwerking 12. Zonnepanelen 13. Bezonningsstudie 14. Goede ruimtelijke ordening 15. Ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling 16. Energieopgave 17. Klimaatadaptatie en hittestress 18. Berging van hemelwater 19. Waterafvoer 20. Uitwerking wateraspecten 21. Natuurtoets 22. Ecologische effecten 23. Bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016 24. Structuurvisie Linten in de Oude Stad 25. Stedenbouwkundig principe van rustige achter gebieden aan linten 26. Informele routes 27. Welstandsnota 2017 28. Bestemmingsplan Tilburg, Appartementen 2019 29. Omgevingsvisie Tilburg 2040 30. Handreiking Hoogbouw mei 2017, reparatie juni 2023 31. Update Stedelijke ontwikkelingsstrategie Wonen 32. Gebiedsprofiel wonen 33. Woonagenda Tilburg 34. Aantal woningen 35. Doelgroep, type woning, geen binding met de wijk 36. Oppervlakte woningen 37. Zorgdoelgroepen 38. Parkeren (fiets) 39. Locatie parkeerplaatsen (scooters en auto's) 40. Parkeren (auto) 41. Parkeerhandhaving (auto) 42. Berekening parkeerbehoefte en verkeer 43. Borging deelmobiliteit 44. Verkeersdruk (en verkeersveiligheid) 45.
Verkeersdoorstroming (hekwerk) 46. Geluidsoverlast bewoners 47. Geluidsoverlast verkeer 48. Geluidsoverlast – overschrijding binnen niveau bestaande woningen 49. Berekening geluidsbelasting bestaande woningen 50. Berekening spoorverkeerlawaai 51. Lichtoverlast (verkeer) 52. Lichtoverlast (galerijverlichting) 53. Trillingen (verkeer) 54. Bestemmingsplanregels – inrichting van het gebied 55. Bestemmingsplanregels – gebruik van het gebied
2
56. Bestemmingsplanregels – wonen 57. Bestemmingsplanregels – cultuurhistorie 58. Bestemmingsplanregels – afwijkingsregels 59. Bestemmingsplanregels – borging wateraspecten 60. Vuilcontainers 61. Planschade/ waardevermindering woning 62. (Bodem)verontreiniging Onderwerp: -1 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Omgevingsdialoog / participatie 2,3,4,5,9,12,13 De Wijkraad, bewonerskerngroep en mede-indieners van deze zienswijze geven aan niet tevreden te zijn met het voorliggend plan en de manier waarop Magis, TBV en de gemeente in het kader van participatie de omgeving heeft betrokken bij het plan. De indieners van de zienswijze voelen zich niet gehoord en serieus genomen. Indieners hebben het gevoel dat hun belangen blijkbaar niet in verhouding staan tot de belangen van de gemeente in initiatiefnemer. De uitgevoerde omgevingsdialoog, de presentaties en gesprekken zijn ervaren als eenrichtingsverkeer over het plan waarbij enkel nog meebeslist zou mogen worden over de kleur van de stenen, verf, plek van ramen en afwerking van parkeerplaatsen en volumeopbouw. De gemeente en initiatiefnemers wordt een te passieve houding verweten. Indieners stellen dat ze veel te laat betrokken zijn bij de ontwikkeling en dat ze geen, onvoldoende inbreng en of invloed krijgen op de voorbereiding van de ontwikkeling. Gesteld wordt dat dit mede komt doordat voor het plan een programma met kaders tussen de gemeente, Magis en TBV lijkt vast te liggen met betrekking tot aantallen, volume en typologieën. Kaders waarvan de indieners vinden dat die niet passend en onredelijk zijn voor deze plek. Indieners geven aan bewust te zijn van de landelijke vraag naar woningen en hiervoor begrip te hebben.
Aangeboden wordt om voor de ontwikkeling van het plangebied mee te denken en studeren op alternatieve invullingen van het plangebied. Daarbij wordt verzocht de ‘onredelijke’ overeengekomen programmaeisen tussen Magis, TBV en de gemeente vrij te laten. Dit om te komen tot een correct uitgevoerd participatieproces.
Reactie gemeente:
De bestemmingsplanprocedure is volgens de regels van de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening verlopen. In overeenstemming met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht heeft eenieder de gelegenheid gekregen om een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerpbestemmingsplan. Bij de voorbereiding van dit plan is door de initiatiefnemer invulling gegeven aan de gemeentelijke ‘Richtlijn omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen’. Deze richtlijn is bedoeld om initiatiefnemers richting te geven over hoe zij de omgeving kunnen betrekken bij hun initiatief. Het verkrijgen van draagvlak is daarbij geen vereiste. Met de richtlijn omgevingsdialoog wil de gemeente bereiken dat inwoners eerder geïnformeerd en of betrokken worden bij ruimtelijke plannen. De initiatiefnemer heeft voor deze ontwikkeling de omgeving geïnformeerd en geraadpleegd. Hier is op de volgende manier invulling aan gegeven:
3
In juni 2023 heeft de initiatiefnemer een informatiebijeenkomst gehouden in de bedrijfshal aan de Stedekestraat. Hierbij hebben omwonenden de gelegenheid gekregen om vooraf, tijdens en na afloop vragen te stellen, suggesties, zorgen, belangen en hun mening mee te geven. De initiatiefnemer heeft hiervoor de omgeving uitgenodigd middels een brief. Deze informatiebijeenkomst is door ca. 50 personen bezocht. Tijdens de bijeenkomst waren vertegenwoordigers van Magis Vastgoed en TBV aanwezig om de omwonden te woord te staan. Vanuit de gemeente was de planjurist aanwezig. Een groot deel van de omwonenden heeft aan de initiatiefnemer aangegeven zich zorgen te maken over de impact, omvang, opzet en ruimtelijke kwaliteit van de ontwikkeling en de effecten van de beoogde ontwikkeling op het woongenot, uitzicht, de parkeer en verkeersdruk, de dynamiek van de wijk, de bezonningssituatie en de privacy. Een aantal omwonenden maakt zich daarnaast zorgen over de toegang tot hun achtertuin en of berging, waardevermindering en de verharding van het plangebied. Van de bijeenkomst is een verslag opgesteld dat onderdeel uitmaakt van het "verslag omgevingsdialoog". Na de informatiebijeenkomst heeft een deel van de omwonenden om contact met het college verzocht. Dit naar aanleiding van hun zorgen en de berichtgeving over de ontwikkeling in de krant.
Verzocht is aan het college om de aan de initiatiefnemer meegegeven randvoorwaarden te wijzigen. Naar aanleiding hiervan heeft een vertegenwoordiging van de bewoners gesproken met de portefeuillehouder. De portefeuillehouder heeft, naar aanleiding van dit overleg ,verzocht om een open dialoog over de verkozen ruimtelijke opzet van het plan. De initiatiefnemer en de corporatie hebben vervolgens aangegeven hiertoe bereid te zijn. Daarbij zouden de uitgangspunten van het plan (woontypologie, doelgroepen en woningaantallen) ook het vertrekpunt moeten zijn voor het gesprek. De gemeente heeft vervolgens de uitnodiging gedaan aan betrokken bewoners om in een ontwerpsessie gezamenlijk opzoek te gaan naar alternatieven voor de gekozen opzet van het plan. Op deze uitnodiging is aanvankelijk afwijzend gereageerd door de betrokken bewoners. Zij hebben op dat moment aangegeven uitsluitend in gesprek te gaan onder de voorwaarde dat het gehele voorliggende plan van tafel zou gaan. Begin november 2023 hebben als vervolg op de informatiebijeenkomst van juni 2023 nog twee bijeenkomsten plaatsgevonden.
De initiatiefnemer heeft naar aanleiding van de reacties van de omwonenden en belanghebbenden verschillende aanpassingen gedaan aan het plan: - bouwmogelijkheden voor gebouwen en bouwwerken op het perceel beperkt door verkleining en aanpassing van het bouwvlak; - bouwhoogtes voor bouwwerken verlaagd van 17m en 14m naar 16m en 13m; - de gebouwen versmalt; - de locatie van een appartement verplaatst omwille van privacy; - gebouw B verder van de perceelsgrenzen gesitueerd; - een toegankelijk achterpad gecreëerd t.b.v. woningen Gouverneur Borretstraat 12 t/m 20 (even); - de oriëntatie van de appartementen uitgewerkt. - de semiopenbare ruimte nader uitgewerkt. De omwonenden gaven naar aanleiding van deze bijeenkomsten en ondanks de aanpassingen aan het plan aan de ontwikkeling nog steeds te groot vinden. De omwonenden verzoeken om meer invloed op het plan te hebben en adviseren de initiatiefnemer om de locatie invulling te geven middels een minder druk en
4
impactvol programma, (laagbouw) bijvoorbeeld grondgebonden woningbouw tuin aan tuin of een hof. Daarnaast is verzocht om realisatie van meer parkeergelegenheid op eigen terrein bijvoorbeeld een (ondergrondse) parkeergarage i.v.m. de parkeerdruk/ overlast in de omgeving van het plangebied. Wij hebben als gemeente aangegeven begrip te hebben voor de zorgen van omwonenden maar zien geen reden tot een algehele heroverweging van het plan. Aangegeven is dat het plan zorgvuldig is voorbereid, past binnen de gestelde randvoorwaarden en een positieve maatschappelijke impact heeft. In oktober 2024 is aanvullend op de uitgevoerde omgevingsdialoog alsnog een ontwerpsessie georganiseerd. De ontwerpsessie heeft omwille van ingenomen standpunten niet geleid tot een meer gedragen plan. Wij zijn van mening dat voldaan is aan de gemeentelijke ‘Richtlijn Omgevingsdialoog bij ruimtelijke plannen’ en dat de omwonenden voldoende betrokken zijn geweest bij het planproces. Conclusie:
De wijze waarop de omgevingsdialoog is uitgevoerd geeft geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Onderwerp: -2 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Verslagen omgevingsdialoog ontbreken 3,13
Reactie gemeente:
Gesteld wordt dat alle verslagen en brieven aangaande de omgevingsdialoog opgenomen moeten worden als bijlagen bij het bestemmingsplan. Dat door het ontbreken van deze bijlagen bij het bestemmingsplan het plan niet zorgvuldig is voorbereid doordat de raad geen kennis kan nemen van de doorlopen omgevingsdialoog. Wij hebben ten behoeve van de besluitvorming kennis genomen van alle relevante verslagen en brieven aangaande de omgevingsdialoog. Wij nemen de verslagen en brieven aangaande de omgevingsdialoog op als bijlage bij het bestemmingsplan en het raadsbesluit. Het opnemen van alle verslagen en brieven aangaande de doorlopen omgevingsdialoog als bijlagen bij het bestemmingsplan is geen wettelijke vereiste voor een zorgvuldige voorbereiding van het raadsbesluit. Dat niet alle verslagen en of brieven aangaande de omgevingsdialoog bij het (ontwerp)bestemmingsplan waren en of worden opgenomen kan niet leiden tot een ander oordeel over het doorlopen participatieproces.
Conclusie:
Wij nemen de verslagen en brieven aangaande de omgevingsdialoog op als bijlagen bij het bestemmingsplan en of het raadsbesluit.
Onderwerp: -3 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Reactie op 2e bewonersbrief 3,13
Reactie gemeente:
De indieners stellen dat op de 2e bewonersbrief (d.d. 01-11-2023) geen schriftelijke inhoudelijke reactie vanuit het college is gekomen. Dat het ontbreken van deze reactie de positie van indieners schaadt omdat het de wijze waarop op voorliggend plan gereageerd kan worden beperkt. In reactie op de 2e bewonersbrief heeft het college op 14-11-2023 de indieners van de brief uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dit gesprek is gereageerd op de 2 e
5
bewonersbrief van d.d. 01-11-2023.
Conclusie:
Onderwerp: -4 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Reactie gemeente:
Conclusie:
Onderwerp: -5 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Zie verder ons standpunt onder onderwerp 2. De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Druk van de nieuwe omgevingswet 3,13 Gesteld wordt dat de belangen van de omwonenden onnodig en onterecht geschaad zijn door het plan ter inzage leggen van het plan voor de inwerkingtreding van de omgevingswet. Gesteld wordt dat niet alle stappen juist zijn doorlopen voor het in procedure brengen van het plan. Dat het plan enkel in procedure is gebracht om mogelijke vertraging door toedoen van de omgevingswet te voorkomen. Het ontwerpbestemmingsplan is middels de Wet ruimtelijke ordening, het Besluit ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht voorbereidt en in procedure gebracht. Wij zijn van mening dat met toepassing van deze procedure de belangen van omwonenden niet onnodig en onterecht geschaad worden. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Woo-Verzoek 3,13 De indieners stellen zich genoodzaakt om middels het ingediende Woo-verzoek inzage te krijgen in alle communicatie van de gemeente over deze ontwikkeling omdat geen sprake is van een open en soepele communicatie.
Middels het ingediend Woo-verzoek is verzocht om inzicht in de voorgeschiedenis van de ontwikkeling, positie van de gemeente ten opzichte van omwonenden en alle communicatie en afspraken tussen de gemeente en de initiatiefnemers. Gesteld wordt dat het Woo-verzoek in het kader van dit bestemmingsplan niet snel genoeg behandeld is en daardoor de positie van omwonden onevenredig wordt benadeeld in het licht van de bestemmingsplanprocedure.
Reactie gemeente:
Verzocht is in het kader van het nog lopende Woo verzoek om nog op later moment tot een nadere zienswijze te kunnen komen. Het ontwerpbestemmingsplan ‘Theresia-Loven-Besterd 2016,11e herziening (Stedekestraat 48)’ heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen, te weten van 27 december 2023 tot en met 6 februari 2024. Binnen deze termijn ontvingen we van de indieners (nummers 3 en 13) deels pro forma ingediende zienswijzen in verband met het door indieners ingediende Wooverzoek. Vanwege deze deels pro forma ingediende zienswijzen hebben we in het belang van een zorgvuldige belangenafweging aanvullend een redelijke, ruimhartige termijn van 4 extra weken gegeven aan de indieners om de ingediende zienswijzen aan te vullen.
Conclusie:
Van de gelegenheid de zienswijze aan te vullen is geen gebruik gemaakt. De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
6
Onderwerp: -6 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
De omvang en dichtheid van de ontwikkeling zijn buitenproportioneel 2,3,4,5,9,13 De voorgestelde ontwikkeling, op deze locatie, van deze omvang, met deze typologie en deze stedenbouwkundige opzet is buitenproportioneel en in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Met het voorliggend plan worden ca 145 woningen per hectare gerealiseerd. Op vergelijkbare locaties, Stadshof, de Goirkezijstraat en het Dahliahof zijn worden 55 tot 70 woningen per hectare als passend bestemd. Onduidelijk is hoe deze buitenproportionele dichtheid en omvang tot stand is gekomen.
Reactie gemeente:
Daarnaast is onduidelijk hoe de ontwikkeling van dit plan op hoger schaalniveau tot stand is gekomen in samenhang met de andere in de buurt afspelende ontwikkelingen. Verzocht wordt de ontwikkeling in samenhang te zien met de andere in de omgeving afspelende ontwikkelingen en op basis hiervan het programma bij te stellen naar wat passend is voor de omgeving. Wij zijn van mening dat de voorgestelde omvang en dichtheid aan woningen passend is voor deze locatie en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Het plan is zorgvuldig uitgewerkt. Iedere planlocatie kent haar eigen kenmerken en mogelijkheden en wordt mede afhankelijk daarvan vormgegeven en ontwikkeld. Wij zijn van mening dat voorgestelde omvang en dichtheid aan woningen passend is voor deze locatie. De locatie krijgt een lagere bebouwingsdichtheid dan de huidige fabriek, de bouwvolumes kenmerken we niet als hoogbouw en er wordt veel groen toegevoegd, dat bovendien openbaar toegankelijk wordt gemaakt. Daarnaast is van belang dat we als gemeente voor grote woningbouwopgave staan. Voor 2040 werken wij aan de realisatie van 25.000 nieuwe woningen. In de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie hebben wij vastgelegd dat deze opgave vooral in de vorm van verdichting van de bestaande stad en dorpen plaats moet gaat vinden.
Conclusie:
Deze opgave om voldoende woningen in de stad en dorpen te realiseren, brengt met zich mee dat wij hoger en in hogere dichtheden dan in het verleden in de stad moeten gaan bouwen. Daarbij wordt altijd een zorgvuldige inpassing nagestreefd. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
Onderwerp: -7 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Bouwhoogte 2,3,4,5,6,8,9,11,13,14
Reactie gemeente:
De aangebrachte hoogteaccenten in het plan van 16 meter worden enkel midden in het plangebied gerealiseerd. De minimale afstand van de achtergevels van omliggende bebouwing tot de hoogteaccenten in het plangebied bedraagt circa 25 meter. Bebouwing nabij de erfgrenzen van achtererven is aanzienlijk lager. Een kleine hoek van het noord oostelijk gelegen complex wordt gesitueerd op circa 3 meter afstand van de erfgrens met een maximum bouwhoogte van 10 meter. Ditzelfde complex hanteert ten opzichte van de achtererven van de Le Sage ten Broekstraat een minimum afstand van 3,4 meter en 10 meter. Het complex gelegen in het zuiden
Met de ontwikkeling worden gebouwen mogelijk gemaakt van 16 meter hoog. Gesteld wordt dat deze bouwhoogte niet past in de omgeving/ wijk bestaande uit grondgebonden woningen. Ook wordt hoogbouw (15m+) te dicht op erfgrenzen gebouwd. Met nadruk de afstand van hoogbouw tot de perceelsgrenzen van woningen aan de Le sage ten Broekstraat, Stedekestraat en Gouverneur Borretstraat.
7
Conclusie:
Onderwerp: -8 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
van het plangebied hanteert een afstand van circa 4,8 meter tot de erfgrens en een bouwhoogte van 10 meter. Dit vinden wij passend in de omgeving. De afstand tot de erfgrens is in het plangebied juist vanuit alle woningen zo optimaal mogelijk gemaakt en bedraagt met name voor de woningen aan de Gouverneur Borretstraat meer dan huidige situatie. In de huidige situatie mag op de erfgrens of op 5m afstand van de erfgrens gebouwd worden tot 7 meter hoog over de volledige lengte. De ingediende zienswijze geeft geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Sociale veiligheid 2,3,4,5,6,11,12,13,14 Reclamanten vrezen dat door openstelling van het plangebied sociaal onveilige situaties ontstaan. Dat ongewenste figuren zich in het plangebied zullen gaan ophouden. Beargumenteerd wordt dat het plangebied in de buurt ligt van voorzieningen voor daklozen en dat de wijk overlast ervaart van drugsgebruikers, alcoholisten, drugsdealers en prostituees. Gevreesd wordt dat de overlast toe zal nemen door het creëren van openbare ruimte met weinig mogelijkheden voor toezicht. Omwonenden zijn bang dat het plangebied gebruikt gaat worden om te dealen, voor alcohol gebruik of als afwerkplek.
Reactie gemeente:
Middels de openstelling van het plangebied wordt een gewenste informele route tussen de Spoorzone en het Museumkwartier gecreëerd als alternatief voor de formele ‘snelle’ route. Globaal staat de realisatie van deze route opgenomen in het Koersdocument Spoorzone. Het plan is zo ingericht dat sociale controle in het plangebied ontstaat. De nieuwe bewoners zullen vanuit hun woningen zicht hebben op activiteiten die zich afspelen in en om het plangebied. Ook wordt bij de groeninrichting van het terrein hiermee rekening gehouden dat geen onoverzichtelijke ruimte ontstaat. Bovendien wordt het terrein in de nacht afgesloten. De Initiatiefnemer zal samen met TBV Wonen zoals ook in omgevingsdialoog is aangegeven zelf de verhuur gaan doen en eigenaar blijven van de appartementen en de bijbehorende terreinen. De initiatiefnemer heeft hier dus eenzelfde belang als de omwonende en wil naast een fijne buurt uiteraard een veilige woonomgeving creëren.
Conclusie:
Onderwerp: -9 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Ten aanzien van het beheer van de ruimte gaat door ons als gemeente een periodiek beheeroverleg ingericht worden met als evaluatiepunt of er onveilige situaties ontstaan. Indien in de praktijk blijkt dat er onveilige situaties ontstaan, dan treden partijen in overleg over passende maatregelen, zoals in het uiterste geval de afsluiting van het terrein. De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan. Privacy 1,2,3,4,5,6,11,12,13,14 Gesteld wordt dat door de voorgestelde bouwhoogte en oriëntatie van bebouwing in het nieuwe plan de privacy in achtertuinen en omliggende woning(ruimtes) onevenredig en volledig wordt weggenomen. De nieuwe bewoners kunnen straks vanaf de 2e etage en bovenliggende etages inkijken in omliggende tuinen en woningen van omwonenden.
8
Reactie gemeente:
Bij het voorliggend plan sluiten wij niet uit dat het plan enigszins de privacy aantast door mogelijke inkijk vanuit de nieuwe appartementencomplexen. Ten aanzien van privacy gelden op basis van privaatrecht regels. Zo geld op basis van artikel 5:50 lid 1 burgerlijk wetboek dat het verboden is om vensters of andere muuropeningen, balkons of soortgelijke werken binnen twee meter van de erfgrens van het naburige erf te hebben, voor zover deze uitzicht geven op dat erf. In het kader van de voor deze bestemmingsplanprocedure vereiste bestuursrechtelijke belangenafweging hebben we gekeken of het plan voorziet in een evidente privaatrechtelijke belemmering. Dit is gelet op de planopzet niet het geval. Vensters, muuropeningen, balkons of soortgelijke werken kunnen op een afstand van meer dan twee meter gepositioneerd worden van een naburig erf. Ten aanzien van privacy wordt vanuit het gemeentelijke beleid bij plannen met hoogbouw (een bouwhoogte van meer dan 15 meter) wordt over het algemeen gevraagd om een afstand van 25 meter tussen de binnenzijde van gevels van hoofdgebouwen te hanteren of om anders privacybeschermende maatregelen te nemen om het effect te verminderen. “Zie handreiking Hoogbouw, mei 2017, reparatie juni 2023”.
Het voorliggende plan voldoet met uitzondering van de afstand van nieuwe bebouwing in het plangebied tot één woning (circa 24,7 meter) aan de gegeven richtafstand van 25 meter. Wij zijn van mening dat de gewijzigde situatie ten aanzien van privacy in deze stedelijke omgeving niet onevenredig is ten opzichte van ons belang om te voorzien in de woningbouwopgave. Zoals eerder gesteld is de woningbouwopgave in de gemeente Tilburg groot, in totaal moeten wij werken aan 25.000 nieuwe woningen. In de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie hebben wij vastgelegd dat deze opgave vooral in de vorm van verdichting van de bestaande stad en dorpen plaats gaat vinden. Deze opgave om voldoende woningen in de stad en dorpen te realiseren, brengt met zich mee dat wij andere ontwerpoplossingen zoeken en daardoor hoger en in hogere dichtheden dan in het verleden in de stad moeten gaan bouwen. Daarbij wordt altijd een zorgvuldige inpassing nagestreefd. Enige nadelige effecten voor omwonenden waaronder de aantasting van de privacy vinden we acceptabel.
Conclusie:
De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding tot wijziging van het bestemmingsplan.
Onderwerp: -10 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:
Uitzicht 2,6,12 Gesteld wordt dat door het plan het relatief vrije uitzicht wordt belemmerd. Voor omwonenden is bij dit plan inderdaad sprake van een gewijzigde situatie als het gaat om uitzicht. Daarbij hanteren wij de mogelijkheden in het geldende bestemmingsplan in vergelijking met de beoogde ontwikkelingsmogelijkheden. Op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestaat in Nederland niet zoiets als een blijvend recht op vrij uitzicht. Zie bijvoorbeeld: ECLI:NL:RVS:2011:BR5649 & ECLI:NL:RVS:2020:515 Wij zijn van mening dat de gewijzigde situatie ten aanzien van het uitzicht in deze
9
stedelijke omgeving niet onevenredig is ten opzichte van ons belang om te voorzien in de woningbouwopgave. Van belang is dat de ontwikkeling in een stedelijke omgeving plaatsvindt en dat gelet op de huidige woningbouwopgave redelijkerwijs verwacht mag worden dat wijzigingen van het uitzicht plaatsvinden. De woningbouwopgave in de gemeente Tilburg groot, in totaal moeten wij werken aan 25.000 nieuwe woningen. In de Stedelijke Ontwikkelingsstrategie hebben wij vastgelegd dat deze opgave vooral in de vorm van verdichting van de bestaande stad en dorpen plaats moet gaat vinden.
Conclusie:
Onderwerp: -11 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Reactie gemeente:
Deze opgave om voldoende woningen in de stad en dorpen te realiseren, brengt met zich mee dat wij andere ontwerpoplossingen zoeken en daardoor hoger en in hogere dichtheden dan in het verleden in de stad moeten gaan bouwen. Daarbij wordt altijd een zorgvuldige inpassing nagestreefd. Enige nadelige effecten voor omwonden zoals de aantasting van het uitzicht vinden we acceptabel. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Zon en schaduwwerking 1,2,3,4,5,6,11,12,13 Gesteld wordt dat door de voorgestelde bouwhoogte te veel schaduw gecreëerd wordt. Gesteld wordt dat door het plan te weinig zonlicht in tuinen valt, dat dit nadelige effecten heeft voor het groen in de tuinen. Ook wordt gesteld dat te veel daglichttoetreding voor omliggende woningen ontnomen wordt. Dat dit onevenredig het woongenot aantast en de waarde van woningen. Voor omwonenden is bij dit plan sprake van een gewijzigde situatie ten aanzien van zon en daglicht. Ten aanzien van zonlicht gelden landelijk geen eisen. Ten aanzien van zonlicht gelden
bij de gemeente beleidsregels bij bouwplannen met een bouwhoogte van meer dan 15 meter. “Zie handreiking Hoogbouw, mei 2017, reparatie juni 2023”. Ten aanzien van daglichttoetreding zijn in het bouwbesluit regels gesteld m.b.t. daglicht. Als bezonningsnorm hanteerde de gemeente Tilburg ter beoordeling van een acceptabel woon- en leefklimaat de zogenaamde Haagse Norm. Volgens de Haagse bezonningsnorm moeten de gevels van omliggende woningen op 19 februari (en 21 oktober) bij een zonhoogte van meer dan 10˚, minimaal twee uur zon ontvangen om te spreken van voldoende bezonning. Daarom is voor de ontwikkeling een bezonningsstudie uitgevoerd. Middels de bezonningsstudie is voldoende aangetoond dat met de voorziene nieuwbouwontwikkeling aan de Haagse Norm wordt voldaan en sprake is van een en acceptabel woon- en leefklimaat.
Conclusie:
Daarnaast zijn wij van mening dat in een stedelijke omgeving redelijkerwijs verwacht mag worden dat wijzigingen ten aanzien van zon en daglicht optreden. Met name gelet op de grote, actuele woningbouw en verdichtingsopgave van de gemeente Tilburg. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
10
Onderwerp: -12 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Reactie gemeente:
Zonnepanelen/ groene daken 2,4,5,12 Gesteld wordt dat het plan niet duurzaam is voor de omgeving door de schaduwwerking die het creëert. Het plan betekend verminderde werking/ rendement voor bestaande en beoogde zonnepanelen en groene daken. Met name is de wintermaanden voldoende zonlicht nodig voor rendement en de instandhouding van een groen dak. Voor omwonenden ontstaat bij dit plan een gewijzigde situatie ten aanzien van bezonning en het opwekken van duurzame energie middels zonnepanelen. Gelet op de huidige wet en regelgeving bestaat geen verplichting om in een stedelijke omgeving met bestaande bebouwing, de omgeving zo in te richten dat eigenaren nu en in de toekomst, optimaal gebruik kunnen maken van zonnepanelen. Zie hiervoor ook de uitspraak van de Raad van State van 5 december 2018
Conclusie:
De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Onderwerp: -13 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Bezonningsstudie 2,3,13
Reactie gemeente:
Gesteld wordt dat de uitgevoerde bezonningsstudie niet juist is. Uit een eigen uitgevoerde bezonningsstudie blijkt dat in de ochtenden van december en januari geen direct zonlicht meer valt in de tuin en op het huis Stedekestraat 40. Gesteld wordt dat de uitgevoerde bezonningstudie onvolledig is aangezien deze geen weergave geeft van de gevolgen van de geboden ontwikkelingsruimte in het ontwerpbestemmingsplan. Onder andere omdat de mogelijkheden die de verschillende (afwijkingsregels) bieden niet zijn meegenomen in de bezonningstudie. Voor de ontwikkeling is door een deskundig bureau een bezonningsstudie uitgevoerd conform het gemeentelijk hoogbouwbeleid en de Haagse Norm, hieruit blijkt dat de bezonningssituatie aan de gestelde eisen voldoet. De beoordeling van de bezonningsnorm vindt plaats op de gevels van woningen en niet de tuinen. Wij zien geen gebrek in de uitgevoerde bezonningstudie. De studie is uitgevoerd aan de hand van de maximale ontwikkelingsruimte van het ontwerpbestemmingsplan. De in het bestemmingsplan voorkomende afwijkingsmogelijkheden vereisen voor toepassing in het kader van een goede ruimtelijke ordening op moment van overweging een eigen beoordeling en afweging over of bij toepassing sprake is van een acceptabel woonen leefklimaat
Conclusie:
De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Onderwerp: -14 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Goede ruimtelijke ordening 3,13
Reactie gemeente:
Om een goede ruimtelijke ordening te bereiken stellen gemeenten voor hun gehele grondgebied gebruiks- en bouwmogelijkheden vast. Bij de vaststelling van een
Gesteld wordt dat onvoldoende gemotiveerd is hoe het ontwerpbestemmingsplan past binnen een goede ruimtelijke ordening in haar algemeenheid en dat het plan blijk geeft van willekeur in de omgang met het gemeentelijk beleid.
11
Conclusie:
Onderwerp: -15 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Reactie gemeente:
herziening van deze regels houdt de gemeente rekening met actuele belangen. Bij het voorliggend bestemmingsplan voorziet de toelichting van het bestemmingsplan in de onderbouwing dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen een goede ruimtelijke ordening. In de toelichting wordt ingegaan op het doel van het plan, relevante beleid, een beschrijving van het plangebied/ de planontwikkeling, de relevante omgevingsaspecten (omgeving, geluid, lucht, externe veiligheid, bodem, flora en fauna, water, archeologie, etc.) en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling 3,4,5,13 Indieners stellen dat er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat de onderbouwing en toetsing aan de Ladder van duurzame stedelijke ontwikkeling onvoldoende is. Verzocht wordt om een nadere uitwerking aan de hand van relevante aspecten van de handreiking. Wij verwijzen ter beantwoording van deze zienswijze naar paragraaf 2.1.3 van de toelichting van het bestemmingsplan (Ladder voor) Duurzame verstedelijking. Voorliggend plan voorziet met de ontwikkeling van nieuwe bebouwing ten behoeve van 72 appartementen binnen het bestaand stedelijk gebied in een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Op basis van provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose blijkt een grote behoefte te bestaan naar nieuwe woningen. Als gemeente staan we op basis van afspraken gemaakt met de provincie Noord-Brabant voor de opgave om in de periode 2020-2040 te werken aan de realisatie van 25.000 nieuwe woningen. In de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie hebben wij vastgelegd dat we deze opgave vooral in de bestaande stad en dorpen gaan realiseren in aansluiting op de uitgangspunten van de NOVI. Het plan past binnen de binnen de in de update Stedelijke ontwikkelingsstrategie Wonen geformuleerde strategie, past binnen de gemeentelijke bouwopgave in regionale context en is opgenomen in de planlijst.
Conclusie:
De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Onderwerp: -16 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Energieopgave 3,4,5,13
Reactie gemeente:
Gesteld wordt dat niet is onderbouwd hoe rekening wordt gehouden met de energieopgave. De nieuwbouw in het plan moet op basis van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving minimaal voldoen aan de BENG norm. Vanuit het Energieakkoord voor duurzame groei (afspraak van de Rijksoverheid) en de Europese Energy Performance of Builds Directive (EPBD) vloeiden ten aanzien van de energieopgave eisen voort in het bouwbesluit, het huidige Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). Gelet op de wet- en regelgeving van het BBL geldt voor alle nieuwbouw dat minimaal voldaan moet worden aan de Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG) norm.
12
Als gemeente hebben we in 2023 beoogd, in anticipatie op de omgevingswet, en de voorgehouden mogelijkheden tot gemeentelijke maatwerkregels bij nieuwbouw om strengere normen ten aanzien van de energieopgave vast te stellen bij nieuwbouw. (ENG-Norm) Dit hebben we beoogd te doen middels het ‘Duurzaamheidsbeleid voor nieuwbouw van woningen en utiliteitsgebouwen’. Dit zodat de gemeente voor 2045 een klimaat neutrale stad wordt. Echter is door de minister in de aanloop naar de Omgevingswet besloten dat gemeenten toch geen mogelijkheid krijgen voor toepassing van aangescherpte regels bij nieuwbouw voor energie- en milieuprestaties.
Conclusie:
Onderwerp: -17 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:
Derhalve kunnen wij onze eisen en ambitie ten aanzien van energieneutraal bouwen niet afdwingen. (ENG-Norm) Het voorliggend plan moet daarom in overeenstemming met het Besluit Bouwwerken Leefomgeving minimaal voldoen aan de BENG norm. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Klimaatadaptatie en hittestress 3,4,5,12,13 Door de indiener wordt gesteld dat niet onderbouwd is hoe rekening wordt gehouden met klimaatadaptatie en hittestress. Uit de Omgevingsvisie Tilburg 2040 en Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie volgt dat we in de toekomst een klimaat neutrale gemeente willen zijn. We zetten in op de realisatie van een gezonde en leefbare stad en anticiperen op de effecten van klimaatverandering, zoals hitte, droogte en hogere temperaturen. Toewerkend naar dit doel en in anticipatie op de omgevingswet zijn in 2022 voor nieuwbouwprojecten in de gemeente Tilburg in het beleidsdocument ‘Klimaatscores Nieuwbouwontwikkelingen’ beleidsregels vastgesteld over verharding, groen schaduw en regenwater. Ter borging dat de initiatiefnemer aandacht heeft voor vergroening en de uitvoering van het gemeentelijk beleid is anterieur vastgelegd dat de initiatiefnemer bij de nadere uitwerking van zijn plan, de omgevingsvergunning een te behalen klimaatscore behaalt.
Conclusie:
Onderwerp: -18 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:
Publiekrechtelijk kunnen we de uitvoering van dit beleid (nog) niet borgen. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Berging van hemelwater 3,4,5,13 Gesteld wordt dat niet onderbouwd is hoe berging van hemelwater geregeld wordt. In de toelichting bij het plan staat in hoofdstuk 5 beschreven hoe de gemeente met water omgaat. Om het water- en rioleringssysteem toekomstbestendig te maken heeft de gemeente Tilburg een hemelwaterbergingsopgave geïntroduceerd in het programma Water en Riolering 2020-2023. We hanteren voor zowel vervanging van verhard oppervlak als ook toename van het verhard oppervlak een compensatieplicht van 60 mm/m2, met een ondergrens van 50 m2. Deze opgave voor het realiseren van voldoende hemelwaterberging en is in lijn met de wateropgave die het waterschap aan ons oplegt.
13
Ten opzichte van de huidige situatie zal het verhard oppervlakte in het plangebied toenemen met circa 900 m2. Het verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt ca. 3.376 m2. Daarnaast is sprake van vervanging van verhard oppervlak van meer dan 50 m2. Dit betekent dat op basis van het toekomstig verhard oppervlak een compenserende berging benodigd is van ca. 203 m3 (3.376 m2 x 60 mm / 1.000). Vanuit het initiatief wordt hemelwater op de daken van op de toekomstige bebouwing geborgen door middel van de aanleg van een retentiedak-systeem dat is voorzien van de WRB85i retentie box van Optigrün. De retentie box WRB85i van Optigrün wordt gebruikt voor het (tijdelijk) vasthouden van hemelwater onder dak begroeiing, daktuin, dak bestrating of PV-installatie. Dergelijke type daken kunnen worden uitgevoerd met een statische afvoerregeling of een dynamische afvoerregeling door middel van de toepassing van een stuwregelaar, Drossel en/of Smart Flow Control. Het regenwater wordt op het dak geborgen en vertraagd afgevoerd. De waterbergingsopgave ten aanzien van het dakoppervlak bedraagt 108 m3 (1.800 m2 x 60 mm/ 1.000). De WRB85i retentie box, gemaakt van PPrecycling- regeneraat, heeft met een nominale dikte van 85 mm een effectief retentievolume van 70 l/m2. Op het dak kan met dit systeem derhalve ca. 126 m3 worden geborgen.
Aangezien het water niet (zonder pomp) omhoogloopt wordt enkel 108 m³ meegenomen in de berekening. De waterbergingsopgave voor de aanwezige terreinverhardingen, ca. 95 m3 (1.576 m2 x 60 mm / 1.000) wordt opgevangen door middel van de aanleg van een wadi/ watertuin voor het gebouw van TBV nabij de trap richting het grasland/gazon. In de wadi is uitgaande van een diepte van 1,0 m en een talud van 1:3 een berging beschikbaar van 49 m3.
Conclusie:
Het restant van de wateropgave 46 m3 (95 m3 - 49 m3) wordt geborgen door de aanleg van infiltratiekratten gelegen onder de bestrating en parkeervakken aan de noordzijde van het plan. Om inzicht te krijgen in het ruimtebeslag dat benodigd is om de restopgave te kunnen bergen, is een dergelijk alternatief uitgewerkt waarbij is uitgegaan van de Q-Bic+ Infiltratie units van Wavin. Er is als voorbeeld gekozen voor de toepassing van de Q-Bic+ infiltratie unit omdat deze inspecteerbaar en reinigbaar is. Het gebruik van andere systemen is uiteraard ook mogelijk. Deze zienswijze geeft aanleiding om de toelichting van het plan aan te vullen.
14
Onderwerp: -19 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Reactie gemeente: Conclusie: Onderwerp: -20 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Waterafvoer 12 De indiener van deze zienswijze geeft aan zorgen te hebben over hoe de waterafvoer van dit plan geregeld is i.v.m. de de komst van de vele woningen. Dit aangezien zijn kelder nu al een paar maanden onder water staat. Zie onze reactie onder onderwerp 18 ‘berging van hemelwater’. Zie onze conclusie bij onderwerp 18 ‘berging van hemelwater’. Uitwerking wateraspecten 10 Op 6 april en 30 oktober 2023 heeft het waterschap vooroverlegreacties gegeven op het concept-bestemmingsplan. Geconstateerd is dat nog niet alle opmerkingen in het plan zijn verwerkt. *1 Het waterschap verzoekt de vooroverlegreactie met betrekking op de toekomstige waterhuishouding te verwerken. De locatie staat bekend als locatie met wateroverlast bij extreme buien. In het plan is nog onvoldoende aangetoond dat voldoende regenwaterberging plaatsvindt in het plan en het plan geen nadelige gevolgen heeft voor de waterhuishouding in de omgeving. *2 De eerste conceptversie van het plan ging uit van een toename van het verhard oppervlak door de ontwikkeling. De tweede conceptversie stelde dat er sprake is van een afname van verhard oppervlak. Verzocht is dit verschil te verklaren. *3 Het ontwerpplan beschrijft dat de verhardingen in het plangebied bestaan uit halfopen bestrating. Deze zou dan niet meetellen voor de berekening van de bergingsopgave. Het waterschap is het hier niet mee eens.
Bij hevige buien stroomt ook bij halfopen bestrating een deel van de neerslag oppervlakkig af. Deze aanname geeft geen vertrouwen dat een klimaatrobuust plan ontstaat, zeker gezien de al bekende wateroverlast in het plangebied. Verzocht wordt om ook rekening te houden met afstromend regenwater vanaf halfopen verhardingen. Hanteer hierbij een realistische aanname voor de doorlatendheid van die verharding, gebaseerd op de toe te passen materiaalsoort. *4 Hoe de regenwaterberging in het plangebied plaatsvindt, blijkt niet duidelijk uit het plan. De watertoets, die een bijlage vormt bij de plantoelichting, gaat uit van bergen op de appartementengebouwen met groene daken. De plantoelichting gaat uit van een combinatie van groene daken en wadi's in de buitenruimte van de appartementengebouwen. Wij vragen om de beschrijving van de bergingsvoorziening(en) in beide documenten op elkaar aan te sluiten. *5 In beide vooroverlegreacties is gewezen op de wateroverlast die volgens de Klimaatstresstest kan optreden binnen het plangebied. Eén van de appartementengebouwen is gepland op de plek waar nu wateroverlast kan optreden.
15
We vroegen om aan te geven hoe het plan rekening houdt met deze wateroverlast en hoe wordt voorkomen dat de wateroverlast "verschuift" naar de eveneens deels laaggelegen buurpercelen. Deze opmerking is nog niet verwerkt in de plantoelichting en wij vragen u hier alsnog aandacht aan te besteden. Reactie gemeente:
*1 Zie onze reactie onder onderwerp 19 ‘berging van hemelwater’. *2 Momenteel zijn er van de watertoets voor deze planuitwerking twee versies opengesteld. Versie D1-2023 d.d. 16 juni 2023 en versie D2-2023 d.d. 29 juni 2023. Ten opzichte van versie D1-2023 is in versie D2-2023 meegenomen dat de aanwezige verharding wordt uitgewerkt als een half openverharding. Dit oppervlak zien wij als gemeente als onverhard. Dit verklaart het verschil in het aantal m2 en de verhardingsafname in versie D2-2023. *3 In de nieuwe watertoets (versie 25 april 2024) is rekening gehouden met half verharding en open verharding. Bij beide verhardingen sluiten we aan op het gemeentelijk beleid. Het water infiltreert tussen de open stukken naar de bodem. Half verharding is voor 50% meegenomen, het regenwater kan deels infiltreren. De toplaag bestaat doorgaans uit puin, kiezels, grasbetonkeien of grasplaten. *4 Dit wordt op elkaar aangesloten. *5 Vanuit het waterschap wordt er aan voorbijgegaan dat de op kaart aangegeven overlastsituatie een aanname en risicoschatting is. De kaart geeft geen inzicht op basis waarvan sprake zou zijn van een overlastsituatie of risico. Ten opzichte van de huidige situatie voorziet het plan door middel van de aanleg van (ondergrondse) waterberging in een verbetering van de waterhuishouding.
Wij hebben op deze locatie geen wateroverlast geconstateerd en voorzien geen problemen.
Conclusie:
Deze zienswijze geeft aanleiding om de toelichting van het plan aan te vullen.
Onderwerp: -21 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Natuurtoets 3,13
Reactie gemeente:
Door de indieners wordt gesteld dat het natuuronderzoek en de daaraan verbonden conclusie van de natuurtoets onvolledig zijn. Gesteld wordt dat de toets te globaal is en in strijd met het gemeentelijke soortenmanagementplan met de beschermde status van o.a. vleermuizen. Onduidelijk is welke vleermuizen zijn aangetroffen en onduidelijk is hoe voldaan wordt aan het soortenmanagementplan. Gesteld wordt dat daarom de uitvoerbaarheid van het plan niet is aangetoond. De bescherming van de natuur in Nederland is wettelijk vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. De Wet natuurbescherming (Wnb) verplicht om vooraf te toetsen of ruimtelijke ingrepen gevolgen hebben voor aanwezige beschermde plantof diersoorten en groei- of verblijfplaatsen. Uit de Wnb volgt dat daar waar het redelijkerwijs mogelijk is schade aan soorten voorkomen dient te worden of zoveel mogelijk beperkt dient te worden. Daarom zijn in opdracht van de initiatiefnemer onderzoeken uitgevoerd. Op 11
16
februari 2021 heeft een veldonderzoek plaatsgevonden. Ook is een natuurtoets (d.d. 25 februari 2021) uitgevoerd en zijn stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd. (d.d. 9 maart 2023). Uit de uitgevoerde natuuronderzoeken blijkt: dat beschermde planten, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, insecten en overige ongewervelden niet worden verwacht in het plangebied; dat verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen in het plangebied kunnen voorkomen door de aanwezigheid van een toegankelijke spouwmuur in de loods; dat effecten op beschermde natuurgebieden zoals NatuurNetwerk Nederland en Natura-2000 kunnen worden uitgesloten. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn beschermd door de Wet natuurbescherming. In het plangebied zijn geen vleermuizen waargenomen noch is de aanwezigheid van een verblijfplaats vastgesteld. In verband met scheuren die toegang geven tot de spouw in de loods in het plangebied is niet uitgesloten dat gebouw bewonende vleermuizen verblijven in het plangebied. In het kader van het bestemmingsplan is het van belang of (mitigerende) maatregel genomen kunnen worden ten aanzien van het verblijven van vleermuizen in het plangebied. Dit is het geval.
In het plangebied wordt nieuwe bebouwing opgericht waarbij in overeenstemming met het gemeentelijk Soortenmanagementplan (SMP) het aantal verblijfplaatsen hersteld dan wel uitgebreid kan worden. Ten aanzien van de nog komende aanvraag om omgevingsvergunning voor het plan moet de initiatiefnemer in het kader van de (Wnb) in verband met de mogelijke aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen nog een Ecologisch werkprotocol voorleggen bij de gemeente. We beschikken immers over een gebiedsgerichte ontheffing voor omgang met beschermde soorten (vleermuizen) van de provincie Noord-Brabant. Ter goedkeuring van dit werkprotocol kan door de gemeente nog verzocht worden om aanvullend onderzoek uit te voeren. Dit zodat ter uitvoering van activiteiten geborgd is dat schade aan de natuur wordt voorkomen en zelfs zal moeten worden versterkt vanuit de gebiedsgerichte ontheffing. Conclusie:
De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Onderwerp: -22 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Ecologische effecten 4,5
Reactie gemeente:
De indieners vrezen dat het plan nadelige effecten heeft voor beschermde diersoorten en een toename aan stikstofdepositie realiseert. Zie onze reactie onder onderwerp 21 ‘Natuurtoets’. Aanvullend hierop: op 8 en 9 maart 2023 zijn stikstofdepositieberekeningen uitgevoerd ten behoeve van het project. Uit de stikstofdepositieberekeningen blijkt dat het effect van de ontwikkeling op de Natura 2000-gebieden door zowel de aanlegals de gebruiksfase gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Op basis van deze onderzoeksresultaten hebben wij negatieve gevolgen door toedoen van stikstofdepositie op natura 2000 gebieden uitgesloten.
Conclusie:
De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Onderwerp: 23
Bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016
17
Nummers indieners zienswijze: Zienswijze: Reactie gemeente:
Conclusie:
Onderwerp: -24 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Reactie gemeente:
3,13 Gesteld wordt dat de gemeente verzuimd haar eigen beleid na te leven zoals het door de raad vastgestelde bestemmingsplan Theresia-Loven-Besterd 2016. Het bestemmingsplan ‘Theresia-Loven-Besterd 2016’ is geen beleidsstuk. Het bestemmingsplan bevat verwijzingen naar beleid dat van toepassing was op moment van vaststelling van het bestemmingsplan ‘Theresia-Loven-Besterd 2016’. Na de vaststelling van het bestemmingsplan 'Theresia-Loven-Besterd 2016’ zijn diverse beleidsstukken door de gemeente geactualiseerd of vervangen door nieuw beleid. Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zijn wij van mening dat ter plaatse van de Stedekestraat 48 een nieuw juridisch regelkader gevormd moet worden om de gevraagde ontwikkeling mogelijk te maken. Bij het opstellen van dit nieuwe juridische kader wordt gekeken en getoetst aan de huidig geldende beleidskaders. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om nieuwe bestemmingen aan te wijzen en nieuwe regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Structuurvisie Linten in de Oude Stad 2,3,4,5,13 Gesteld wordt dat het plan in strijd is met de ‘Structuurvisie Linten in de Oude Stad. (2013) Enerzijds wordt gesteld dat op geen enkele manier duidelijk wordt gemaakt op welke wijze het plan voldoet aan de ‘Structuurvisie Linten in de Oude Stad’. Anderzijds wordt gesteld dat de in paragraaf 1.4 opgenomen toelichting waarom het plan inpasbaar is als volstrekt ondermaats gezien. In de toelichting van het bestemmingsplan hebben we onder 1.4 ‘Ruimtelijke en functionele infrastructuur’ toegelicht dat de voorgestelde ontwikkeling forser is dan wat beleidsmatig op grond van de Structuurvisie Linten als algemeen passend wordt gezien. Wij zijn echter van mening dat de voorgestelde ontwikkeling, in afwijking van ons beleid, de Structuurvisie Linten door bijzondere (locatie) specifieke omstandigheden toch passend is voor deze locatie en in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Het plangebied ligt binnen de ringbanen in de oude stad van Tilburg. Op het plangebied is de “Structuurvisie Linten in de Oude Stad” van toepassing. In de “Structuurvisie Linten in de Oude Stad” worden visies, aandachtspunten, uitgangspunten en ontwikkelingscondities uiteengezet over de bedrijvige en rustige linten. Het voorliggende plan ligt aan een straat die in de structuurvisie is aangeduid als ‘Rustig Lint’.
Aan een ‘Rustig Lint’ wordt gestreefd naar de realisatie van grondgebonden woningen in een bij het stedelijk weefsel passende massa en hoogte met respect voor cultuurhistorisch waardevolle ensembles en bestaande parcellering (ritmering in breedte en hoogte). Het voorliggende plan voorziet terug liggend van het front van het lint in de realisatie van appartementen en in bebouwing die forser is dan wat op grond van de structuurvisie Linten passend is.
18
In afwijking van de Structuurvisie Linten vinden wij de voorgestelde ontwikkeling acceptabel door: Door behoud van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aan de Stedekestraat; Door de geleidelijke overgang van bebouwing aan het lint met een beperkte omvang naar de grotere bouwmassa op het binnenterrein. De bebouwing staat voor het grootste deel los van het lint c.q. achter het lint. Er staat alleen een kopgevel van het project direct in het lint, de overige bebouwing staat buiten de invloedssfeer en werking van het lintenbeleid. De kopgevel aan het lint is 3 bouwlagen hoog en past daarmee qua massa in een rustig lint. de centrale ligging van de hoogteaccenten in het centrum van het plangebied op een afstand van circa 25 meter tot nabijgelegen achtergevels; de ruime omvang van het binnenterrein achter het lint; De specifieke plaatsing, hoogteopbouw, ontsluiting en plattegronden houden rekening met de bestaande woonomgeving. De voorgestelde bebouwing is maximaal 5 bouwlagen hoog en bouwt af naar de bestaande woonomgeving, waar de hoogte maximaal 3 bouwlagen is. Deze hoogte is vergelijkbaar met de bestaande bebouwing (veelal 2 lagen met kap).
De bijdrage aan de gemeentelijke woningbouwopgave zoals vastgelegd in de Stedelijke ontwikkelingsstrategie; De opzet refereert aan de kenmerkende Tilburgse opzet van bescheiden straatbebouwing met daarachter grootschaliger religieuze of bedrijfsmatige bebouwing; De diepe bestaande achtertuinen en de kloostertuin zorgen voor de nodige afstand en rust tussen de bestaande en de beoogde nieuwe bebouwing; Het plan draagt bij aan de realisatie van informele routes en verbindingen tussen NS-station Tilburg Centraal en het Museumkwartier. Bij gezamenlijke woonvormen, zoals appartementen, aan een gezamenlijke ruimte zijn dergelijke verbindingen beter inpasbaar dan bij grondgebonden woningen met privétuinen. Met het plan wordt een industrielocatie in het stedelijk woongebied beëindigd. Conclusie:
De ingediende zienswijzen geven geen aanleiding om de argumentatie over dit onderwerp in de toelichting aan te vullen.
Onderwerp: -25 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Stedenbouwkundig principe van rustige achter gebieden aan linten. 2,12
Reactie gemeente: Conclusie: Onderwerp: -26 Nummers indieners zienswijze:
Indieners zijn van mening dat de stedenbouwkundige opzet van het plan verkeerd is. Dat het plan te veel drukte veroorzaakt aan achterzijde van hun woningen. Gerefereerd wordt naar het stedenbouwkundig principe van de structuurvisie linten van de gemeente. Gesteld wordt dat de binnen gebieden aan de linten rustig ingericht zouden moeten worden om een rustige zijde te creëren ten behoeve van het wonen als compensatie voor het drukke woonmilieu aan de voorzijde van deze woningen. Zie onze reactie onder onderwerp 24 ‘Structuurvisie Linten in de Oude Stad’. Zie onze reactie onder onderwerp 24 ‘Structuurvisie Linten in de Oude Stad’. Informele routes 3, 13
19
Zienswijze:
Indieners stellen dat de stelling, dat het plan bijdraagt aan het creëren van informele routes en verbindingen tussen het station en het museumkwartier op geen enkele wijze aannemelijk is. Dit aangezien niet de gehele route binnen de grenzen van dit bestemmingsplan wordt geborgd. Daarnaast stellen ze de wenselijkheid ter discussie in verband met de nabijheid van voorzieningen voor daklozen en de aanwezigheid van drugsgebruikers, alcoholisten, drugsdealers en prostituees in de wijk.
Reactie gemeente:
Middels de openstelling van het plangebied wordt een gewenste informele route tussen de Spoorzone en het Museumkwartier gecreëerd als alternatief voor de formele ‘snelle’ route. Globaal staat de realisatie van deze route opgenomen in het Koersdocument Spoorzone. Het is niet noodzakelijk om de realisatie van deze route in zijn geheel middels één bestemmingsplan te regelen. Het plan is zo ingericht dat sociale controle in het plangebied ontstaat. De nieuwe bewoners zullen vanuit hun woningen zicht hebben op activiteiten die zich afspelen in en om het plangebied. Ook wordt bij de groeninrichting van het terrein hiermee rekening gehouden dat geen onoverzichtelijke ruimte ontstaat. Bovendien wordt het terrein in de avond afgesloten. De Initiatiefnemer zal samen met TBV Wonen zoals ook in omgevingsdialoog is aangegeven zelf de verhuur gaan doen en eigenaar blijven van de appartementen en de bijbehorende terreinen. De initiatiefnemer heeft hier dus eenzelfde belang als de omwonende en wil naast een fijne buurt uiteraard een veilige woonomgeving creëren.
Conclusie:
Onderwerp: 27 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Ten aanzien van het beheer van de ruimte gaat door ons als gemeente een periodiek beheeroverleg ingericht worden met als evaluatiepunt of er onveilige situaties ontstaan. Indien in de praktijk blijkt dat er onveilige situaties ontstaan, dan treden partijen in overleg over passende maatregelen, zoals in het uiterste geval de afsluiting van het terrein. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan.
Welstandsnota 2017 3,6,13 Verzocht wordt het plan te laten toetsen door een andere onafhankelijke omgevingscommissie, aan de hand van het gemeentelijk beleid op de op de omgevingskwaliteit, waaronder de welstandsnota. Verzocht wordt om voor het plan een beeldkwaliteitsplan met gebiedsgerichte aanvulling op de welstandsnota op te stellen en deze gelijktijdig met het plan vast te stellen. De indieners geven aan de verslagen de omgevingscommissie van de gemeente Tilburg onbegrijpelijk te vinden aangezien op geen enkele wijze inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze er getoetst is aan het gemeentelijk beleid op de omgevingskwaliteit. De indieners stellen daarom dat de omgevingscommissie geen gebruik heeft gemaakt van de welstandsnota en er dus geen sprake kan zijn van een valide toetsing aan het gemeentelijk beleid. Gesteld wordt dat gelet op basis van pag 18 van de welstandsnota het ter inzage leggen van het ontwerpbestemmingsplan onzorgvuldig is zonder een gebiedsgerichte
20
aanvulling op basis van de Welstandsnota of een Beeldkwaliteitsplan. Gesteld wordt het plan in strijd is met de welstandsnota. Dat een goede relatie van de nieuwe gebouwen met het karakter (sfeer, identiteit) van reeds aanwezige bebouwing en openbare ruimte ontbreekt. Hiervoor wordt verwezen naar pagina's 25 en 47 van de welstandsnota. Indieners kunnen zich niet voorstellen dat het getoonde architectuurbeeld te rechtvaardigen is op basis van de voorwaarden van de welstandsnota. De indieners zijn van mening dat het plan qua beeldkwaliteit en uitstraling niet past in de omgeving. Tijdens de omgevingsdialoog zijn donkere, strakke, moderne gebouwen gepresenteerd welke in geen opzicht passen bij de ruimtelijke uitstraling van de omliggende jaren 30 woningen. Reactie gemeente:
In de nota p. 18 2.4 Beeldkwaliteitplan staat: “In een beeldkwaliteitplan wordt vooraf aangegeven hoe het gebied er in de vorm van verschillende, maar onderling samenhangende bouwplannen uit moet komen te zien. De begeleiding en sturing van alle actoren in het complexe proces moet erop zijn gericht dat de eenheid en samenhang bewaakt blijft. En dat het geheel meer wordt dan de som der delen.” Een beeldkwaliteitplan wordt opgesteld wanneer er sprake is van een groter gebied met verschillende ontwikkelingen, initiatiefnemers en/of architecten. Daarvan is hier geen sprake aangezien het één ontwikkeling is. In dit geval hanteert de commissie de uitgangspunten en criteria als opgenomen in de welstandsnota. Het plan ligt in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet voor bij omgevingscommissie ter bespreking. In het kader van een mogelijke toekomstige vergunningaanvraag hebben we preadvies en een uitwerkrichting meegegeven over het plan. Op het moment van een vergunningaanvraag geeft de omgevingscommissie een definitief inhoudelijk advies over het plan. Op dit definitieve advies van de omgevingscommissie kan worden gereageerd.
Conclusie:
Onderwerp: 28 Nummers indieners zienswijze: Zienswijze:
Bij een aanvraag om omgevingsvergunning dient de welstandsnota 2017, of diens opvolger als toetsingscriteria voor het advies van de omgevingscommissie. Het genoemde hoofdstuk 5. Algemene welstandscriteria ‘Bouwen met goede manieren’ benoemt in beginsel de meest voorname criteria. In haar advies zal de Omgevingscommissie motiveren op welke manier het plan al dan niet beantwoordt aan de welstandsnota. De commissie heeft in verschillende sessies gesproken over het plan. Zij heeft in het (laatste (openbare)) verslag haar waardering uitgesproken voor de totale stedenbouwkundige compositie, de wijze waarop bestaande elementen in het plan worden geïntegreerd, de architectonische expressie en materiaalgebruik en de inrichting van de openbare ruimte. Daarmee zijn de belangrijkste criteria voor redelijke eisen van welstand uit Hoofdstuk 5 ‘Bouwen met goede manieren’ benoemt. De ingediende zienswijzen ten aanzien van dit onderwerp geven geen aanleiding tot aanpassing van het plan. Bestemmingsplan Tilburg, Appartementen 2019 3,13 Gesteld wordt dat het plan in strijd is met het Bestemmingsplan Tilburg, Appartementen 2019 waar het gaat om de toegestane bouwhoogte (16 meter i.p.v. 11 meter), woningen (72 goedkope/middendure huur appartementen) en de kwetsbaarheden in de wijken die aanleiding gaven tot het opstellen van het