CConstaterende datTilburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota Verbonden Partijen 2025

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente TilburgBij agendapunt: Raadsvoorstel beleidsnota Verbonden Partijen 202511.390 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

1

Nota Verbonden Partijen 2025 December 2025

2

Inleiding Samenwerken zit in Tilburg in ons DNA. Wij lossen bijna geen enkele maatschappelijke opgave in ons eentje op. Grote maatschappelijke opgaven waar we als gemeente voor staan vragen inzet en betrokkenheid van meerdere partijen. Zowel partners in de stad als daarbuiten. Onze blik is dan ook naar buiten gericht. Een goed samenspel is nodig. Alleen samen kunnen we onze ambities en maatschappelijke uitdagingen het hoofd bieden. Soms kiezen we voor samenwerking; soms worden we verplicht tot samenwerking, al dan niet regionaal. Onderverdeling diverse samenwerkingsvormen We realiseren ons dat er samenwerkingen zijn in vele soorten en mate die onze aandacht vragen en onderhouden moeten worden. Omdat we verschillende rollen in de verschillende samenwerkingen vervullen. Onze oriëntatie zal zich hierbij moeten richten op de sturing / mate van invloed binnen die samenwerking. In dat kader valt te denken aan de afstemmingsvariant, waarbij geen taken over en weer worden overgedragen (lichte variant), de netwerkconstructie, waarbij een of meer deelnemers voor anderen uitvoeren (medium variant) en het oprichten van een zelfstandige entiteit. Bij deze laatste variant spreken we van verbonden partij waar deze beleidsnota op van toepassing is.

Gemeente Tilburg

3

Het is goed om bewust te zijn van het feit dat bij iedere vorm van samenwerking rekening moet worden gehouden met de verschillende belangen die moeten worden afgewogen. Zo vindt binnen het college een integrale afweging plaats op zowel financieel, inhoudelijk en strategisch belang. De aandeelhouder (in principe wethouder deelnemingen) brengt dit gewogen belang in bij bijvoorbeeld de Aandeelhoudersvergadering (AVA) of Algemeen Bestuursvergadering (AB). Daar vindt binnen de entiteit een nieuwe belangenafweging plaats waarbij zowel de belangen van andere aandeelhouders/AB leden als het belang van de entiteit meegewogen worden. Het is dus inherent aan samenwerken dat het eigen belang een gewogen belang wordt.

Verbonden partijen In het BBV wordt een definitie gegeven van de term verbonden partij. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (artikel 1 BBV). De nota verbonden partijen 2025 is van toepassing op organisaties die aan deze definitie voldoen. Partijen waarbij enkel sprake is van een financieel risico worden in de paragraaf weerstandsvermogen van de programmabegroting en jaarrekening opgenomen. Partijen waarmee een bestuurlijk belang is gediend maar waarbij geen sprake is van juridisch afdwingbare financiële verplichtingen, maken onderdeel uit van een programma alwaar verantwoording binnen de reguliere P&C producties plaatsvindt. Verbonden partij waarmee de gemeente te maken krijgt, zijn de privaatrechtelijke rechtspersonen zoals een BV, NV, stichting, vereniging en coöperatieve vereniging (geregeld in het Burgerlijk Wetboek (zie boek 2 titel 9). Daarnaast is er de publiekrechtelijke rechtsvorm: de gemeenschappelijke regeling (geregeld in de Wet op de gemeenschappelijke regelingen). Deze nota Verbonden Partijen is als volgt opgebouwd:

4

Inhoudsopgave

1. INLEIDING ....................................................................................................................................................................................... 5 1.1. AANLEIDING ................................................................................................................................................................................... 5 1.2. DOEL EN SCOPE ............................................................................................................................................................................ 5 1.3. LEESWIJZER................................................................................................................................................................................... 6 2. ALGEMEEN ..................................................................................................................................................................................... 6 2.1. INLEIDING ....................................................................................................................................................................................... 6 2.2. SOORTEN VERBONDEN PARTIJEN ............................................................................................................................................. 7 2.3.

BEVOEGDHEDEN RAAD EN COLLEGE ......................................................................................................................................... 8 2.4. VERSCHILLENDE ROLLEN EN STURINGSLIJNEN ..................................................................................................................... 9 3. AANGAAN, WIJZIGEN EN BEËINDIGEN...................................................................................................................................... 11 3.1. AANGAAN ...................................................................................................................................................................................... 11 3.2 WIJZIGEN EN BEËINDIGEN ......................................................................................................................................................... 14 4 BEHEER EN STURING .................................................................................................................................................................. 16 4.1 ALGEMEEN ...................................................................................................................................................................................

16 4.2 STRATEGIEVORMING VERBONDEN PARTIJEN ....................................................................................................................... 16 4.3 INVESTERINGEN ...........................................................................................................................................................................17 4.4 KWALITEIT EN SAMENSTELLING VAN BESTUUR EN TOEZICHT ........................................................................................... 18 4.5 BELONINGEN ................................................................................................................................................................................20 4.6 MAATSCHAPPELIJK VERANTWOORD ONDERNEMEN (MVO) ...............................................................................................20 4.7 FINANCIËLE POSITIE ..................................................................................................................................................................

21 4.8 BEVOEGDHEDEN COLLEGE EN RAAD .......................................................................................................................................22 5 MONITORING, VERANTWOORDING EN EVALUATIE ................................................................................................................22 5.1 INLEIDING .....................................................................................................................................................................................22 5.2 VERANTWOORDING.....................................................................................................................................................................22 5.3 EVALUATIE....................................................................................................................................................................................23 Bijlage A Overzicht verbonden partijen ..............................................................................................................................................25 Bijlage B Overzicht relevante wet- en regelgeving ....................................................................................................................... 26

Gemeente Tilburg

5

1. INLEIDING 1.1. AANLEIDING Samenwerking met andere partijen is voor de gemeente Tilburg belangrijk om maatschappelijke opgaven (zoals de energie- en klimaattransitie, integrale verstedelijkingsopgave en ontwikkeling van woningbouwlocaties of de uitvoering van een aantal wettelijke taken zoals bevolkingsgezondheids-zorg) aan te kunnen pakken. De samenwerking beperkt zich al lang niet enkel meer binnen onze gemeentegrenzen. Regionalisering neemt toe en samenwerking met andere regionale partners dus ook. Soms krijgt die samenwerking vorm via verbonden partijen. In samenwerking met verbonden partijen oefenen wij als gemeente (proactief) invloed uit op de koers en zorgen wij ervoor dat deze partijen de publieke belangen dienen waartoe zij zijn opgericht. Deze beleidsnota Verbonden partijen 2025 vervangt de Uitvoeringsregels verbonden partijen die in 2012 zijn vastgesteld. Er zijn twee belangrijke redenen om een nieuwe nota op stellen: • De behoefte aan actualisering op basis van ervaringen en inzichten die we als gemeente hebben opgedaan bij de samenwerking met verbonden partijen. • De wetgeving op het gebied van verbonden partijen is gewijzigd. Het gaat onder andere om het Besluit Begroting en Verantwoording (hierna: BBV) en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (hierna: Wgr). 1.2.

DOEL EN SCOPE Doel Deze nota heeft tot doel om de kaders en uitgangspunten vast te leggen voor de wijze waarop we als gemeente omgaan met verbonden partijen. De nota beschrijft wat de belangrijkste onderwerpen zijn waarop we willen sturen, welke instrumenten tot onze beschikking staan en hoe we die als gemeente inzetten. De kaders en uitgangspunten hebben betrekking op zowel het aangaan, wijzigen en beëindigen van verbonden partijen als het beheer ervan. Deze nota beschrijft waar relevant ook andere zaken, zoals wet- en regelgeving. Scope Deze nota heeft betrekking op verbonden partijen zoals bedoeld in het BBV. Een verbonden partij is een organisatie op afstand waarin de gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft (artikel 1 BBV). Een bestuurlijk belang wil zeggen dat de gemeente zeggenschap heeft in de organisatie. Dat kan in de vorm van stemrecht of vertegenwoordiging in het (algemeen) bestuur. Een financieel belang houdt in dat de gemeente een bedrag ter beschikking heeft gesteld aan een verbonden partij dat ze kwijt is als deze failliet gaat. Dat kan in de vorm van aandelen, leningen of afgegeven garanties. Reguliere handelstransacties waarbij geen geld ter beschikking wordt gesteld, maar een betaling van een tegenprestatie plaatsvindt, bijvoorbeeld bij crediteuren of subsidierelaties, leiden niet tot een financieel belang.

De uitgangspunten van deze nota kunnen naar analogie worden toegepast bij samenwerkingen die kenmerken hebben van een verbonden partij, maar die niet voldoen aan bovenstaande definitie. Bijvoorbeeld als er sprake is van alleen een bestuurlijk belang terwijl de gemeente tegelijkertijd de organisatie structureel en in overwegende mate bekostigt. In dat geval is er formeel juridisch geen sprake van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang zoals gedefinieerd in het BBV, maar is er wel sprake van een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én een bestuurlijke belang. De Commissie BBV beveelt dan aan om deze organisaties gezien het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s toch op te nemen in de paragraaf verbonden partijen.

INLEIDING

6

De uitgangspunten in deze nota zijn de basis voor ons handelen als gemeente, maar zullen niet altijd afdwingbaar zijn. Als gemeente zijn we doorgaans niet de enige deelnemer of oprichter van een verbonden partij en bovendien hebben we niet altijd een doorslaggevende stem. We moeten geldende statuten, reglementen en afspraken respecteren. Bovendien dienen we rekening te houden met de belangen van de verbonden partij en andere deelnemers en met eventuele bijzondere omstandigheden.

1.3. LEESWIJZER In hoofdstuk 2 gaan we eerst in op algemene zaken, zoals de betekenis van het begrip 'publiek belang' en de belangrijkste uitgangspunten voor sturing. Deze werken we in de volgende hoofdstukken uit en beschrijven ze. In hoofdstuk 2 worden de verschillende soorten verbonden partijen beschreven, het wettelijke kader en de rollen die we daarin als gemeente hebben. Hoofdstuk 3 besteedt aandacht aan het aangaan, wijzigen en beëindigen van deelname aan verbonden partijen. Hoofdstuk 4 zet het beheer van verbonden partijen uiteen. Tenslotte gaat hoofdstuk 5 in op de monitoring, evaluatie en verantwoording inzake verbonden partijen. Als bijlage A is een lijst opgenomen van de verbonden partijen van onze gemeente ten tijde van het opstellen van deze beleidsnota. Tevens is als bijlage B een overzicht opgenomen van de belangrijkste weten regelgeving die in acht moet worden genomen ten aanzien van verbonden partijen. De specifieke keuzes die ten aanzien van verbonden partijen in deze nota aanvullend op geldende wet- en regelgeving zijn gemaakt, worden expliciet zichtbaar naar voren gebracht door deze te kaderen en door de achtergrond anders in te kleuren.

2. ALGEMEEN 2.1. INLEIDING 2.1.1 Publiek belang is leidend Als gemeente nemen we alleen deel aan een verbonden partij als we dit nodig achten voor het realiseren of borgen van een publiek belang. Artikel 160 lid 2 Gemeentewet schrijft voor dat het College van Burgemeester en Wethouders slechts besluiten tot oprichten van of deelneming aan een privaatrechtelijke rechtspersoon indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Tevens kan er sprake zijn van een wettelijke verplichting tot deelname aan een verbonden partij (zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de GGD, Veiligheidsregio en Omgevingsdienst). De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zegt dat er sprake is van een publiek belang: 'indien de overheid zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed van de grond komt. (WRR, Het borgen van publiek belang, 2000). Het is aan de gemeenteraad en het college om te bepalen wat het publiek belang is, of zij daarbij betrokken willen zijn, en zo ja hoe. We zijn terughoudend in het aangaan van een verbonden partij. Democratische controle van verbonden partijen is in de regel complexer dan wanneer we als gemeente zelf de uitvoering voor onze rekening nemen.

Dat laatste heeft dan ook in principe de voorkeur boven het beleggen van de uitvoering bij verbonden partijen. Daar staat tegenover dat we de uitvoering van allerlei publieke taken niet altijd zelf ter hand willen of kunnen nemen, bijvoorbeeld vanwege de risico's of omdat zeer specifieke kennis en capaciteit nodig is. Voorafgaand aan het aangaan van een verbonden partij stellen we onszelf altijd de vraag of we een publiek belang ook op een andere manier kunnen borgen. In hoofdstuk 3 komen wij hier op terug. Gemeente Tilburg

7

Het publiek belang kan veranderen. Maatschappelijke, technologische en politieke ontwikkelingen kunnen ertoe leiden dat onze deelname aan een verbonden partij niet langer nodig of wenselijk is. Daarnaast kan een nieuw publiek belang ontstaan waar de verbonden partij aan kan bijdragen. In dat geval blijven we als gemeente juist deelnemen, terwijl het oorspronkelijke publiek belang inmiddels voldoende geborgd of niet langer relevant is. 2.1.2 Voorkeur voor een publiekrechtelijke rechtsvorm In lijn met de wet en jurisprudentie kiezen we als gemeente bij voorkeur voor een publiekrechtelijke vorm op basis van de Wgr. De reden is dat waarborgen ten aanzien van onder andere democratische controle en openbaarheid wettelijk zijn geregeld bij een publiekrechtelijke rechtsvorm. We kiezen alleen voor een privaatrechtelijke vorm als dit passender is dan een publiekrechtelijke. Bijvoorbeeld omdat dit beter aansluit bij de activiteiten van de verbonden partij; de markt waarin deze actief is en de daarbij geldende juridische, financiële en/of fiscale kaders; of de andere partners die deelnemen. Bij actualisering van de Wgr in 2022 is de positie van gemeenteraden bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen versterkt.

Het gaat hierbij om de zienswijze voor besluiten, het recht om een gemeenschappelijke commissie bestaande uit raadsleden in te laten stellen, verplichte burgerparticipatie bij de GR, actieve informatieplicht van het bestuur van de GR, het recht van onderzoek van de gezamenlijke gemeenteraden en de onderzoeksmogelijkheid van lokale rekenkamers. Afspraken hieromtrent worden in de gemeenschappelijke regeling vastgelegd. 2.2. SOORTEN VERBONDEN PARTIJEN 2.2.1 Definitie verbonden partij (BBV) Volgens het BBV is sprake van een verbonden partij als een gemeente een bestuurlijk én financieel belang heeft in een externe organisatie. Bestuurlijke zeggenschap in een andere organisatie kan op verschillende manieren: 1. Als één of meer vertegenwoordigers van de gemeente zitting hebben in het bestuur. Deze organen zijn doorgaans de plaats waar de strategische en andere belangrijke beslissingen worden genomen. Aangezien het risico van belangenverstrengeling hierbij nadrukkelijk aanwezig is, zowel bij bestuurlijke als ambtelijke vertegenwoordiging, maken we hier heldere afspraken over (zie paragraaf 2.4.). 2. Als de gemeente aandeelhouder is en uit dien hoofde al dan niet een vertegenwoordiger heeft in een ander orgaan, zoals een Raad van Commissarissen (RvC) of Raad van Toezicht (RvT), met besluitvormende stem.

Daarmee kunnen wij rechtstreeks of op iets grotere afstand invloed uitoefenen op de dagelijkse taakuitvoering van de organisatie. Indien er sprake is van een adviserend lidmaatschap in RvC/RvT of enkel benoemings- of voordrachtrecht van de gemeente is er géén sprake van een bestuurlijk belang. In paragraaf 4.4.3. zetten we uiteen hoe we een eventuele bestuurlijke zeggenschap concreet invullen. Hierbij onderkennen we het spanningsveld tussen organisatiebelang (het belang van de verbonden partij) en publiek belang (het gemeentelijk belang); de zgn. dubbele petten problematiek waar we alert op zijn en die we als gemeente moeten voorkomen. Met een financieel belang wordt bedoeld dat wij als gemeente risicodragende financiële betrokkenheid hebben bij een andere organisatie. Het BBV definieert een financieel belang als een bedrag dat aan een verbonden partij ter beschikking is gesteld waarvoor geldt: 1. dat dit niet verhaalbaar is als de verbonden partij failliet gaat. 2. of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen (ten aanzien van derden) niet nakomt. Een financieel belang zoals hier bedoeld, kan ontstaan op basis van de Wgr, bij vennootschappen via het aandeelhouderschap of via garanties. De bekostiging van concrete activiteiten leidt niet tot een financieel

SOORTEN VERBONDEN PARTIJEN

8

belang. Een stichting of vereniging die jaarlijks subsidie krijgt, maar waaraan geen andere financiële verplichtingen verbonden zijn met een juridische afdwingbaarheid door derden, is geen verbonden partij. 2.2.2 Publiekrechtelijk en privaatrechtelijk Een verbonden partij kan zowel een publiekrechtelijke als privaatrechtelijke rechtspersoon zijn. Publiekrechtelijke verbonden partijen Elke publiekrechtelijke verbonden partij is een gemeenschappelijke regeling waarop de Wgr van toepassing is. Met een publiekrechtelijke verbonden partij gaan we als gemeente een samenwerking aan met andere overheden en delegeren of mandateren wij één of meer publiekrechtelijke taken en bevoegdheden aan het samenwerkingsverband. Een voorbeeld: de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant die de vorm heeft van een openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid. Daar zijn we als gemeente bestuurlijk vertegenwoordigd in zowel het Algemeen Bestuur (AB) als Dagelijks Bestuur (DB). In een gemeenschappelijke regeling delen we als gemeente de zeggenschap met andere overheden. De mate van zeggenschap wordt hoofdzakelijk bepaald door de stemverhoudingen in het AB en DB. In de tekst van de gemeenschappelijke regeling maken we daarover afspraken.

Privaatrechtelijke verbonden partijen Privaatrechtelijke verbonden partijen kunnen de vorm hebben van een stichting, vereniging, coöperatieve vereniging, besloten vennootschap (BV), naamloze vennootschap (NV), vennootschap onder firma (VOF), commanditaire vennootschap(CV), onderlinge waarborgmaatschappij of maatschap. In het geval van een BV of NV hebben we als gemeente zeggenschap als aandeelhouder. In een vereniging is de zeggenschap belegd bij de Algemene ledenvergadering (ALV). Een stichting kent geen leden of aandeelhouders. De bevoegdheden van leden en aandeelhouders bij vennootschappen en verenigingen is in de statuten bepaald. Ook bij een stichting kan de governance en zeggenschap via de statuten nader worden ingevuld. Uit de statuten blijkt welk orgaan welke bevoegdheid heeft (voor zover de wet daarin niets dwingends voorschrijft). De bevoegdheden liggen onder meer op het gebied van benoemingen, beloningen, strategie, investeringen en het goedkeuren van de jaarrekening.

2.3. BEVOEGDHEDEN RAAD EN COLLEGE De taken en bevoegdheden van Raad en College ten aanzien van verbonden partijen zijn uitgewerkt in de Gemeentewet, de Wgr en het BBV. In deze paragraaf staat de belangrijkste verdeling van taken en bevoegdheden. 2.3.1 Op afstand Samenwerken met een verbonden partij betekent dat de gemeente op afstand stuurt. Het is tenslotte niet de eigen organisatie, maar een andere organisatie die de activiteiten uitvoert. Met de keuze om taken bij een verbonden partij neer te leggen, wordt er dus ook voor gekozen om deze activiteiten op afstand van de gemeente en directe democratische controle te organiseren. De verbonden partij is verantwoordelijk voor de uitvoering en alles wat daarmee samenhangt. Willen we als gemeente op detailniveau invloed uitoefenen, dan komt dat de effectiviteit en efficiëntie van de verbonden partij niet ten goede. Dat vraagt dat we als gemeente een balans vinden tussen de wens om invloed uit te oefenen en het belang om te sturen op hoofdlijnen. Het is dus belangrijk om op het goede moment (timing) kaders mee te geven ten behoeve van gezamenlijke koersbepaling. Bovendien dienen we de kaders en bevoegdheden die voortvloeien uit de wet en statuten te respecteren. 2.3.2 Rolverdeling tussen Raad en College Het is wenselijk dat de Raad betrokken wordt als dat nodig is, maar niet als dat niet nodig is.

Zo borgt de gemeente enerzijds de democratische legitimatie en controle en anderzijds dat verbonden partijen hun taken effectief uitvoeren en kunnen inspelen op ontwikkelingen.

Gemeente Tilburg

9

De noodzaak tot betrokkenheid van de raad ziet toe op majeure voorgenomen ontwikkelingen binnen een verbonden partij die aan de AvA / AB ter besluitvorming worden voorgelegd (zie hierna onder par. 3.2.2 ingrijpende gevolgen en procedure wensen en bedenkingen). Zoals ook op andere terreinen geldt bij verbonden partijen dat de Raad de kaders stelt, het college controleert en budgetrecht heeft. Binnen de kaders van de Raad is het aan het college om uit te voeren. Zij nemen het initiatief om verbonden partijen aan te gaan, oefenen de bevoegdheden als deelnemer van de verbonden partijen uit, zien erop toe dat verantwoording juist plaatsvindt (vanuit de verbonden partij richting de gemeente én vanuit College richting Raad) en nemen het initiatief tot wijziging en beëindiging van verbonden partijen. Het college zorgt dat de verantwoordelijkheid voor het beleid ten aanzien van verbonden partijen en de uitvoering daarvan in de organisatie is belegd. 2.3.3 Rolverdeling bij een publiekrechtelijke verbonden partij De belangrijkste bevoegdheden bij een publiekrechtelijke verbonden partij zijn: • Het College kan een gemeenschappelijke regeling oprichten, wijzigen of beëindigen, of tot een bestaande gemeenschappelijke regeling toetreden. Het College moet de Raad de kans geven een zienswijze daarop te geven (artikel 1, lid 2 en 3, Wgr).

• Daarna heeft het College bij het oprichten, toetreden, wijzigen of beëindigen van een gemeenschappelijke regeling toestemming nodig van de Raad (artikel 1, lid 4 en 5, Wgr). Deze toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of algemeen belang. • De Raad kan zijn zienswijze geven over de kadernota van een verbonden partij (artikel 34 Wgr). In de kadernota worden de algemene financiële en beleidsmatige kaders vastgelegd. Deze vormen het uitgangpunt van de door de gemeenschappelijke regeling op te stellen begroting. • De Raad kan zijn zienswijze geven over de ontwerpbegroting van de gemeenschappelijke regeling. Het bestuur van GR kan deze betrekken bij de besluitvorming over de begroting, maar mag deze ook naast zich neerleggen (artikel 35 Wgr). 2.3.4 Rolverdeling bij een privaatrechtelijke verbonden partij De belangrijkste bevoegdheden bij een privaatrechtelijke verbonden partij zijn: • Het College is bevoegd om tot privaatrechtelijke handelingen van de gemeente te besluiten (artikel 160, lid 1, sub d, Gemeentewet). Het College kan besluiten om deel te nemen aan een privaatrechtelijke rechtspersoon. • De Raad dient voorafgaand aan het besluit om een privaatrechtelijke rechtspersoon op te richten of daarin deel te nemen de gelegenheid te krijgen om zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen (artikel 160, lid 2, Gemeentewet).

• Als het College in relatie tot een verbonden partij privaatrechtelijke bevoegdheden (zoals het nemen van aandeelhoudersbesluiten) wil uitoefenen met ingrijpende gevolgen voor de gemeente, dan moet deze voorafgaand aan dit besluit de Raad de gelegenheid geven zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het College te brengen (artikel 169, lid 4, Gemeentewet). In de navolgende hoofdstukken werken we deze rolverdeling en de diverse sturingslijnen verder uit. 2.4. VERSCHILLENDE ROLLEN EN STURINGSLIJNEN Tussen gemeente en een verbonden partij lopen vaak meerdere (sturings)lijnen. Zo zijn we als gemeente eigenaar van een verbonden partij en daardoor mede koersbepalend (bijv. via zienswijze op kadernota GR), kunnen we opdrachten of subsidie verstrekken, verstrekken we soms financiering en komt het voor dat we een vergunning verlenen voor activiteiten van de verbonden partij en daar toezicht op houden. Tussen de verschillende (sturings-)lijnen kan spanning ontstaan door verschillende, soms tegenstrijdige, belangen. Meerdere, elkaar beïnvloedende (sturings-)lijnen vragen om een heldere bestuurlijke en ambtelijke rolverdeling.

VERSCHILLENDE ROLLEN EN STURINGSLIJNEN

10

Als gemeente kiezen we ervoor dat de verschillende rollen door of onder verantwoordelijkheid van verschillende collegeleden en afdelingen binnen onze organisatie worden uitgevoerd. Het scheiden van de rollen creëert een systeem van checks and balances (zonder hiërarchie) doordat iedere rol een duidelijk afgebakende verantwoordelijkheid heeft. Het principe van collegiaal bestuur zorgt er vervolgens voor dat er sprake is van transparante en integrale afwegingen en bevordert dat we als gemeente duidelijk en eenduidig handelen richting de verbonden partij. Als besluiten in de eigenaarsrol ook andere rollen raken, vindt hierover besluitvorming plaats in het College. Op dit uitgangspunt kan een uitzondering worden gemaakt als het onderscheiden van rollen geen toegevoegde waarde heeft en/of het juist van belang is om de rollen in één hand te houden. Dit is bijvoorbeeld het geval als een verbonden partij geen beleidsmatig belang vertegenwoordigt. Het College legt voor iedere verbonden partij vast hoe de eigenaarsrol en beleidsmatige rol zijn belegd. 2.4.1 Eigenaarsrol De gemeente is “eigenaar” van verbonden partijen, bijvoorbeeld in de vorm van aandeelhouder (bij BV's en NV's), lid (bij verenigingen en coöperaties) en deelnemer en lid van het AB en/of DB (bij gemeenschappelijke regelingen).

Vanuit deze eigenaarsrol zorgen we als gemeente via onze zeggenschapsrechten voor de borging van de publieke belangen en een verantwoord bestuur door de verbonden partij. Verder ziet de eigenaarsrol op het bewaken van de financiële continuïteit van de verbonden partij. Als gemeente kunnen we in de vorm van eigen vermogen (aandelenkapitaal) als eigenaar financiering verstrekken aan de verbonden partij. Als eigenaar richten we ons op de strategische koers en continuïteit van de organisatie en hebben we zeggenschap over de missie/strategie, taken, bevoegdheden, financieel- en investeringsbeleid en (door)ontwikkeling van een verbonden partij. De mate van zeggenschap is afhankelijk van het belang dat wij in de verbonden partij hebben of hetgeen hierover in de statuten is vastgelegd. Het is van belang dat de informatievoorziening zo is ingericht dat wij in de juiste informatiepositie worden gezet om onze eigenaarsrol goed in te vullen. 2.4.2 Beleidsmatige rol (of opdrachtgeversrol) Ook vanuit beleidsverantwoordelijkheid geven we als gemeente richting aan zeggenschap over de uitvoering van publieke taken. Bovendien hebben we naast onze eigenaarsrol ook andere middelen om onze doelen te realiseren. Zo verstrekken we vaak opdrachten of subsidies aan een verbonden partij.

Daarbij gelden andere kaders dan in onze eigenaarsrol, met vaak specifieke of andere sturingsmogelijkheden en bevoegdheden. De beleidsmatige rol wordt ook de 'opdrachtgeversrol' genoemd. Hierbij is ook de informatiebehoefte anders. In onze beleidsmatige rol zijn we als gemeente vooral gericht op het publiek belang waarvoor wij de verbonden partij zijn aangegaan. In onze beleidsmatige rol sturen we op de uitvoering van het publieke belang door een verbonden partij en maken we in onze besluitvorming afwegingen over bijvoorbeeld de strategie van deelnemingen (zie paragraaf 4.2) en de investeringen die zij doen (zie paragraaf 4.3). We kunnen als eigenaar en als opdrachtgever middelen ter beschikking stellen aan een verbonden partij voor de instandhouding van of uitvoering van activiteiten. De grondslagen en kaders daarvoor liggen vast in de begroting, algemene subsidieverordening, uitvoeringsregels treasury en nota grondbeleid. In de praktijk groeit de complexiteit in sturingslijnen wanneer we als gemeente investeren. Dat vraagt extra aandacht om te zorgen dat we duidelijk en eenduidig handelen richting de verbonden partij. Hierbij dienen we ook de van toepassing zijnde wet- en regelgeving in acht te nemen. Zo voldoen in een aantal gevallen verbonden partijen aan de definitie van een ‘overheidsbedrijf’ zoals opgenomen in de Mededingingswet (art.

25) waarbij rekening moet worden gehouden met het bevoordelingsverbod, de plicht tot informatieverstrekking aan derden en het scheiden van belangen. 2.4.3 Vergunningverlener en toezichthouder Ten slotte komt het voor dat we als gemeente (direct dan wel indirect via de Omgevingsdienst) vergunning(en) verlenen aan een verbonden partij en/of toezicht houden op een verbonden partij. Tussen deze rollen kan spanning ontstaan doordat de daaraan verbonden belangen niet altijd in overeenstemming zijn. De rol van vergunningverlener en toezichthouder is altijd gescheiden van de eigenaarsrol.

Gemeente Tilburg

11

3.

AANGAAN, WIJZIGEN EN BEËINDIGEN 3.1. AANGAAN

3.1.1 Inleiding Met 'aangaan' bedoelen we zowel het oprichten van een nieuwe als het deelnemen aan een bestaande verbonden partij. Het aangaan van een verbonden partij impliceert dat we ons als gemeente zowel bestuurlijk als financieel voor langere tijd verbinden aan een zelfstandige organisatie. En dat we alle daarmee samenhangende bestuurlijke, juridische, financiële en organisatorische aspecten en risico’s goed moeten overzien en regelen. In deze paragraaf staat het afwegingskader voor het aangaan van een verbonden partij centraal en hebben we aandacht voor het te volgen proces. 3.1.2 Afwegingskader aangaan Als gemeente gebruiken we het volgende afwegingskader bij het aangaan van een verbonden partij. Dit afwegingskader helpt ons om een transparant en afgewogen besluit te nemen over de meest passende vorm voor het realiseren en borgen van een publiek belang.

AFWEGINGSKADER 1. Is er een publiek belang? Is er sprake van een publiek belang en wil de gemeente het publieke belang behartigen?

2. Betrekken van andere partijen Zijn er andere partijen nodig om het publieke belang te borgen?

De Raad beoordeelt of er sprake is van een publiek belang en wat de rol van de gemeente is.

Denk hierbij aan andere overheden of marktpartijen.

3. Actieve en langdurige Betrokkenheid Wil de gemeente actief en langdurig betrokken zijn bij de realisatie van het publieke belang?

4. Nieuwe juridische entiteit Is een nieuwe juridische entiteit nodig of zijn er alternatieven?

5. Rechtsvorm en inrichten van de governance Is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtsvorm passend?

Afwegingen zijn: er is een wens of noodzaak rechtsvorm om deel te nemen in risicodragend vermogen, de verdere ontwikkeling van het belang is nog onduidelijk, andere instrumenten zijn niet passend.

De oprichting van een juridische entiteit en

De gemeente kiest voor een publiekrechtelijke

het beheer van een verbonden partij vraagt om aanzienlijke organisatorische (capaciteit) en financiële middelen.

tenzij een privaatrechtelijke rechtsvorm passender is.

AANGAAN, WIJZIGEN EN BEËINDIGEN

12

Stappen afwegingskader nader toegelicht Stap 1 Publiek belang De eerste stap betreft het publiek belang: is er sprake van een publiek belang en willen we dat als gemeente behartigen? Dat is een politiek-bestuurlijke afweging. Soms is de aanwezigheid van een publiek belang bepaald door de nationale wetgever, bijvoorbeeld het eigendom van Enexis en Brabant Water. In andere gevallen is het een autonome gemeentelijke afweging, zoals de deelname in het Publiek Ontwikkel Bedrijf. De Raad beoordeelt of sprake is van een publiek belang dat om handelen van de gemeente vraagt. Dit is een belangrijke afweging omdat publieke belangen soms al voldoende geborgd zijn zonder overheidsingrijpen, en omdat het aangaan van een verbonden partij leidt tot een vergaande en langdurige betrokkenheid van ons als gemeente.

Stap 2 Betrekken van andere partijen Stap 2 gaat over de vraag of we als gemeente andere partijen, zoals andere overheden of marktpartijen, nodig hebben bij het borgen van een publiek belang. Om allerlei redenen kan het wenselijk zijn de uitvoering niet zelf ter hand te nemen.

Betrokkenheid kan bijvoorbeeld nodig of wenselijk zijn in verband met de inbreng van: » inhoudelijke of specifiek benodigde kennis van de bedrijfsvoering; » inbreng van financiële middelen; » vergroten van uitvoeringskracht of slagvaardigheid; » efficiëntievoordelen; » spreiding van risico's. Is dit het geval, dan kan een verbonden partij passend zijn. Overigens kunnen dit ook redenen zijn om zelfstandig een verbonden partij op te richten wanneer we als gemeente géén andere partijen nodig hebben (zie stap 4). Indien omliggende gemeenten kunnen worden betrokken, hetgeen onze voorkeur heeft, streven wij een gezamenlijk beleid (uniformiteit) in de uitvoering en bedrijfsvoering na.

Stap 3 Actieve en langdurige betrokkenheid van de gemeente De volgende stap is de vraag in hoeverre we als gemeente actief en langdurig betrokken willen zijn bij de realisatie van het publiek belang. De wens of noodzaak tot langdurige en actieve betrokkenheid is nodig om een verbonden partij aan te gaan. Redenen voor een actieve en langdurige betrokkenheid zijn: » Er is de wens of noodzaak om deel te nemen in risicodragend vermogen; » Het is nog onduidelijk hoe het publiek belang, de realisatie daarvan en de context zich gaan ontwikkelen. » Het betreffende belang laat zich moeilijk of onvoldoende behartigen door middel van andere instrumenten, zoals regelgeving, subsidie of opdracht of beleid/lobby van andere partijen.

Stap 4 Nieuwe juridische entiteit De volgende vraag is of een nieuwe juridische entiteit nodig is. De oprichting en inrichting van een juridische entiteit is namelijk een aanzienlijke tijds- en kosteninvestering. Redenen om een nieuwe entiteit op te richten zijn onder meer slagvaardigheid en efficiëntie, aansprakelijkheidsverdeling, fiscale voordelen en de toegang tot (privaat) kapitaal.

Gemeente Tilburg

13

Een minder vergaand alternatief voor een nieuwe juridische entiteit is bijvoorbeeld een samenwerkingsovereenkomst waarin we vastleggen wat het gezamenlijke doel is, hoe taken en rollen verdeeld zijn, wie welke kosten draagt en hoe de wijze van overleg en besluitvorming plaatsvindt. Onze voorkeur als gemeente gaat uit naar de minst vergaande (maar wel effectiefste) vorm met daarbij als uitgangspunt dat we waar mogelijk gezamenlijk met andere gemeenten binnen onze regio optrekken. Daarbij houden we ook rekening met wat een nieuwe juridische entiteit en het beheer op de verbonden partij vraagt aan organisatorische en financiële middelen. Overigens zien we dat gemeentelijke activiteiten vaak nu al een goede afstemming met andere partijen (gemeenten en belanghebbenden) vragen. Indien dergelijke taken bij een andere entiteit thuishoren, verdwijnen een aantal werkzaamheden binnen de gemeente.

Stap 5 Rechtsvorm en inrichten van de governance In deze stap gaat het om de keuze voor een bepaald type rechtsvorm, waarbij de eerste vraag is of een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtsvorm passend is. In lijn met de wet en jurisprudentie kiezen we als gemeente voor een publiekrechtelijke rechtsvorm, tenzij een privaatrechtelijke rechtsvorm passender is (zie ook paragraaf 2.1). Vervolgens moeten we binnen het publiekrecht of privaatrecht een specifieke rechtsvorm kiezen en moeten we de rechtspersoon financieel, bestuurlijk en juridisch nader inrichten. Ook deze keuze en invulling is van meerdere factoren afhankelijk, waaronder de behoefte aan risicodragend kapitaal, het aantal en soort andere deelnemers (denk aan andere overheden of private partijen), fiscale voordelen en de gewenste zeggenschap en governance. Bovenstaande stappen zijn in de totale afweging tot het aangaan van een verbonden partij van belang waarbij in iedere stap concreet de voor- en nadelen aan de orde moeten komen en in de afweging meegenomen. In het (concept)besluit worden beiden nader geconcretiseerd (zie hierna onder 3.1.3). Tevens is van belang de van toepassing zijnde wet- en regelgeving mee te nemen. 3.1.3 Proces Bevoegdheden De bevoegdheid om een verbonden partij op de richten of daaraan deel te nemen ligt bij het College.

De Raad wordt in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze (Wgr) of wensen en bedenkingen (Gemeentewet) kenbaar te maken. (Zie paragraaf 2.3 bevoegdheden Raad en College.) Proces Het (concept)besluit tot het aangaan van een verbonden partij is voorzien van een onderbouwing die in ieder geval de navolgende gegevens bevat: • Motivering voor de keuze om deel te nemen in een verbonden partij; • Beschrijving van het publieke belang; • Financiële analyse; • Juridische analyse met o.a. aandacht voor aanbestedingsregels, het risico op staatssteun en tegenstrijdige belangen; • Risicoanalyse; deze ziet ook toe op informatie waaronder niet alleen privacy, maar ook eigenaarschap en gebruik van data en informatieopslag/ archivering t.b.v. verantwoording achteraf (WOO) wordt verstaan; • Beschrijving van de relatie met de verbonden partij; • Beschrijving van de relatie met de andere partij(en) die bij de verbonden partij is (zijn) betrokken;

AANGAAN

14

• » Beoogde beheerarrangement w.o. frequentie van evaluatie; • » Uitgangspunten voor uittreding of beëindiging. De (concept-) statuten dan wel de (concept-) tekst van de gemeenschappelijke regeling worden bij het raadsvoorstel gevoegd. 3.2 WIJZIGEN EN BEËINDIGEN 3.2.1 Inleiding Soms is het wenselijk om een relatie met een verbonden partij te wijzigen of te beëindigen. In deze paragraaf staan de kaders hiervoor. Wat zijn redenen voor wijziging van een verbonden partij? Diverse ontwikkelingen kunnen aanleiding zijn tot heroverweging van de deelneming aan een verbonden partij. Deze kunnen te maken hebben met de verbonden partij zelf, maar ook met veranderingen bij de deelnemers. Voorbeelden hiervan zijn: • De gemeentelijke doelstellingen of kaders zijn bereikt of veranderd; • De context is veranderd en een verbonden partij is niet meer de beste optie (uitvoering wordt geborgd door de markt, maatschappij of andere instrumenten van de gemeente passen beter); • De doelstellingen of activiteiten van een verbonden partij veranderen; • Andere partijen treden toe of uit; • Financiële resultaten, risico's of verwachtingen; • Een verbonden partij presteert of functioneert onvoldoende. Voorbeeld is ’t Laar BV, een vennootschap die werd ontbonden na verkoop van het kantoorpand, een activiteit die door de markt werd overgenomen.

Afspraken over evaluatie en wijziging of beëindiging Als gemeente maken we bij het aangaan van een verbonden partij afspraken over evaluatie, wijziging en waar wenselijk en mogelijk over beëindiging. Daarin besteden we zowel aandacht aan wanneer en onder welke omstandigheden we deelname in een verbonden partij wijzigen of beëindigen en aan het proces (op hoofdlijnen) dat wij dan volgen. Wijze van beëindiging Onze deelname in een verbonden partij kunnen we op verschillende manieren beëindigen: • Uittreding: als meerdere partijen deelnemen in een verbonden partij dan kan het zijn dat alleen wij als gemeente besluiten om uit te treden als deelnemer en de verbonden partij blijft voortbestaan. Zo kunnen wij uittreden als deelnemer in een Gemeenschappelijke Regeling. Als gemeente kunnen we ook onze aandelen in een vennootschap verkopen. • Opheffing; het is ook mogelijk dat een verbonden partij als geheel wordt opgeheven, bijvoorbeeld omdat het doel van de verbonden partij is bereikt. In dat geval kunnen we als gemeente (samen met partners) besluiten om een privaatrechtelijke rechtspersoon te ontbinden of de gemeenschappelijke regeling te beëindigen. De voorwaarden voor en eisen aan het proces van wijziging of beëindiging zijn in de wet en de statuten en/of regeling geregeld. 3.2.2 Bevoegdheden College en Raad Deze paragraaf beschrijft de bevoegdheden van College en Raad.

• Publiekrechtelijke verbonden partij: Het bestuursorgaan dat bevoegd is om de regeling aan te gaan (Raad, College en/of de burgemeester) kan ook besluiten tot het beëindigen van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling. Als het College bevoegd is een gemeenschappelijke regeling te wijzigen (artikel 1, lid 5, Wgr), heeft zij toestemming nodig

Gemeente Tilburg

15

van de Raad (artikel 1, lid 4, Wgr). De Raad mag alleen toestemming onthouden als de wijziging in strijd is met het recht of het algemeen belang. •

Privaatrechtelijke verbonden partij: Het College is bevoegd tot privaatrechtelijke handelingen, waaronder ook de wijziging of beëindiging van een verbonden partij. Zij geeft de Raad hierover vooraf inlichtingen als de Raad daarom verzoekt of als de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het College geen besluit dan nadat de Raad zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het College heeft kunnen brengen (artikel 160 lid 2 Gemeentewet). Wanneer dat het geval is, leggen we hierna uit onder 'Ingrijpende gevolgen en de procedure van wensen en bedenkingen'. Het College is niet verplicht om wensen en bedenkingen van de Raad over te nemen, maar het College zal hier in zijn besluitvorming wel rekening mee houden. Ingrijpende gevolgen en de procedure van wensen en bedenkingen De wetgever heeft bewust afgezien van een nadere invulling van het begrip 'ingrijpende gevolgen'. Het is aan ons als gemeente zelf om daar invulling aan te geven. Om duidelijkheid te bieden aan alle betrokkenen en slagvaardigheid in de uitvoering niet te belemmeren, is het wenselijk hiervoor richtlijnen vast te stellen. In beginsel stelt het College de Raad in de gelegenheid wensen en bedenkingen te uiten als er sprake is van: » Significante wijziging van het financiële belang of inhoudelijke zeggenschap.

Hiervan is sprake als de positie van de gemeente wijzigt van minderheids- naar meerderheidsbelang of vice versa; » Wijziging en/ of beëindiging van de deelneming die het gemeentelijk publiek belang materieel raakt en die niet voortvloeit uit door de gemeente vastgestelde beleidskaders of daarvan afwijkt. » Materiële financiële gevolgen voor de gemeente die niet in de (meerjaren-) begroting zijn voorzien. » Grote (financiële) risico's voor de gemeente die niet zijn afgedekt in de begroting of een risicoreservering. Het begrip ingrijpende gevolgen ziet niet alleen op financiële gevolgen. Ook andere besluiten - zoals wijzigingen in de mate van zeggenschap of de statutaire doelen van een verbonden partij - kunnen de belangen van de gemeente materieel raken. Bovenstaande criteria hebben gemeen dat voorgenomen besluiten van deze strekking voor wensen en bedenkingen aan de Raad worden voorgelegd, tenzij ze rechtstreeks voortvloeien uit eerdere besluiten van de Raad. In die gevallen mag worden verondersteld dat besluiten passen binnen de kaders die de Raad heeft gesteld. Een en ander neemt niet weg dat College en Raad van bovenstaande richtlijn kunnen afwijken. Het ophalen van wensen en bedenkingen neemt al snel enkele maanden in beslag. In de praktijk kan het voorkomen dat spoedeisende belangen of wettelijke termijnen of termijnen in statuten daarvoor geen ruimte laten.

In die gevallen hoeft het College niet eerst wensen en bedenkingen van de Raad in te winnen; het College informeert de Raad wel achteraf (mondeling of schriftelijk) over de overwegingen die hebben geleid tot het ingenomen standpunt. Actieve informatieplicht Als er geen sprake is van ingrijpende gevolgen geeft het College op verzoek van de Raad of uit eigen beweging informatie over belangrijke ontwikkelingen - waaronder in ieder geval materiële wijzigingen en beëindiging - met betrekking tot verbonden partijen. Het College maakt indien mogelijk met betrokken partijen en de Raad afspraken over het proces en de wijze waarop zij de Raad informeert. Zij houden rekening met onder andere wettelijke en statutaire bepalingen over termijnen, koersgevoelige informatie en bedrijfsgevoelige informatie. WIJZIGEN EN BEËINDIGEN

16

Proces Het concept-besluit tot wijziging of beëindiging bevat een motivering voor de wijziging en een beschrijving van de gevolgen voor de relatie met de verbonden partij en met de andere partij(en) die bij de verbonden partij is of zijn betrokken. Afhankelijk van de omstandigheden bevat dit: • Een motivering voor de wijziging of beëindiging. • Een financiële en juridische analyse, bestaande uit in ieder geval de financiële gevolgen voor de gemeente; de risico’s en de maatregelen om deze risico's te beheersen; • Een beschrijving van de gevolgen voor de verbonden partij en voor de relatie met de verbonden partij en met de andere partij(en) die bij de verbonden partij is of zijn betrokken. 4

BEHEER EN STURING

4.1 ALGEMEEN Dit hoofdstuk beschrijft op welke onderwerpen we als gemeente zeker indien er sprake is van een materieel belang in een vennootschap sturing en zeggenschap wensen en hoe wij daarmee omgaan. Daarbij moeten we een goede balans vinden tussen de mate van sturing en het belang van een zelfstandig en slagvaardig functioneren van de verbonden partij. De uitvoering is tenslotte op afstand georganiseerd. Samenwerking met andere eigenaren en deelnemers Als gemeente zijn we in veel gevallen niet de enige eigenaar of deelnemer van een verbonden partij en hebben we niet altijd een meerderheidsbelang. We streven naar een goede relatie met de andere aandeelhouders of deelnemers en onderhouden dan ook regelmatig contact en organiseren waar mogelijk inhoudelijke afstemming. Actief of monitorend Als gemeente hebben we niet in alle deelnemingen een materieel beleidsmatig en/of financieel belang en/of zeggenschap. Vaak is dit contextueel of historisch bepaald. Als we geen materieel beleidsmatig of financieel belang hebben, voeren we een monitorend aandeelhouderschap. Dat wil zeggen dat het College niet actief invulling geeft aan de sturing. Van een actief aandeelhouder-/eigenaarschap is in ieder geval sprake als we vertegenwoordigd zijn in een DB van een gemeenschappelijke regeling of in een aandeelhouderscommissie van een verbonden partij.

Onderwerpen van sturing Als er sprake is van een actief aandeelhouderschap sturen we als gemeente in ieder geval op: • De strategie en investeringen van de verbonden partij; • De kwaliteit en samenstelling van bestuur en toezicht, waaronder benoemingen en beloningen; • Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO); • De financiële positie van de verbonden partij, waaronder het dividendbeleid. 4.2 STRATEGIEVORMING VERBONDEN PARTIJEN 4.2.1 Inleiding De strategie geeft de visie weer van het bestuur van een verbonden partij op de lange termijn koers en geeft het kader voor de organisatie en bij het maken van toekomstige keuzes. Als gemeente willen we betrokken zijn bij de totstandkoming of wijziging van de strategie van verbonden partijen waarin we een materieel belang (zeggenschap) hebben. Daarmee zorgen wij ervoor dat de koers in lijn blijft met het publiek belang. Gemeente Tilburg

17

4.2.2 Juridisch kader Als aandeelhouder hebben we als gemeente geen wettelijke bevoegdheden met betrekking tot de strategie van verbonden partijen. Wij streven er naar dat bij de inrichting van de governance in statuten of reglementen wordt vastgelegd dat we als gemeente invloed hebben op de vaststelling van de strategie en/of dat de AvA deze bij voorkeur vaststelt. Bij gemeenschappelijke regelingen zijn we als gemeente vertegenwoordigd in het AB en/of DB, in de hoedanigheid van één of meer collegeleden. 4.2.3 Rol gemeente Als gemeente wensen we over het algemeen betrokken te zijn bij zowel de voorbereiding, vaststelling als tussentijdse evaluatie/bijstelling van de strategie. Bovendien vinden we het van belang dat de strategie en voortgang periodiek inzichtelijk worden gemaakt en met ons besproken. Wij richten ons daarbij in het bijzonder op: • Of het publiek belang voldoende is geborgd in de strategie; • Of de financiële effecten van de strategie voldoende in beeld zijn; • Of de strategie uitdagend én haalbaar is; • Of de strategie voldoende bijdraagt aan een voorbeeldrol ten aanzien van MVO’ • Of de strategie bijdraagt aan onze Brede Welvaart. De strategie moet het publiek belang in enge zin (kernactiviteiten) goed borgen. Een deelneming kan ook activiteiten ontplooien die niet direct bijdragen aan het publiek belang.

Deze activiteiten kunnen wel indirect bijdragen aan het publiek belang of van waarde zijn voor daaraan verbonden publieke belangen. Als gemeente willen we deelnemingen daarom de ruimte geven om deze activiteiten te ontplooien, maar we nemen daarbij een kritische houding aan. Als een nieuw publiek belang ontstaat waar een verbonden partij aan kan bijdragen, gaan wij na of het beleggen van deze nieuwe taken bij een bestaande deelneming het geschikte instrument is om het nieuwe publieke belang te borgen. Het afwegingskader uit paragraaf 3.1.2 vormt daarin de basis. In het contact tussen ons als gemeente en de verbonden partij (in de aandeelhoudersvergadering of anderszins) bespreken we regelmatig de voortgang van de uitvoering van de strategie. Daarin monitoren we ook de in de strategie geformuleerde KPI's. Door deze periodieke gesprekken blijven wij goed op de hoogte van de actuele ontwikkelingen en hebben wij de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op de borging van het publiek belang. 4.3 INVESTERINGEN Verbonden partijen moeten vaak in meer of mindere mate investeren om publieke taken goed te blijven vervullen en om uitvoering te geven aan hun strategie. Het kan gaan om vervangings-investeringen (om bestaande activiteiten voort te zetten) en om uitbreidingsinvesteringen (in nieuwe bedrijfsonderdelen en projecten).

Als gemeente verwachten wij van onze verbonden partijen dat investeringen bijdragen aan de activiteiten die ondersteunend zijn aan het publiek belang en tegelijkertijd de continuïteit van de betreffende verbonden partij waarborgen. Hierbij hebben wij nadrukkelijk oog voor het zgn. maatschappelijk rendement. 4.3.1 Rol van de gemeente Als de verbonden partij een NV is, heeft de AvA wettelijk een goedkeuringsrecht voor investeringen en transacties met een waarde van meer dan een derde van het balanstotaal van de verbonden partij (artikel 2:107a BW). Bij een andere rechtsvorm kan dit in de statuten worden vastgelegd. Bovendien kan er een (lagere) goedkeuringsdrempel worden opgenomen en/of kunnen voorschriften worden toegevoegd over investeringen in specifieke (bijvoorbeeld nieuwe) activiteiten.

INVESTERINGEN

18

4.3.2 Invulling zeggenschap Het initiatief voor een investeringsplan ligt bij het bestuur van de verbonden partij. Als gemeente willen we vroegtijdig in het traject worden betrokken wanneer onze goedkeuring (als aandeelhouder, lid, etc.) in materiële zin nodig is voor het investerings- en financieringsplan. In het gesprek is onder meer aandacht voor de motivering en onderbouwing van de investering en de wijze van financiering. Als gemeente beoordelen we het investerings- en financieringsplan op de navolgende factoren: publiek belang; financiële toets en risicoanalyse. Deze factoren bieden de handvatten voor een kritische en consistente beoordeling. 4.4 KWALITEIT EN SAMENSTELLING VAN BESTUUR EN TOEZICHT 4.4.1 Inleiding Een belangrijk uitgangspunt in ons beleid ten aanzien van verbonden partijen is dat de kwaliteit en samenstelling van bestuur en toezicht goed zijn geregeld. Deze paragraaf beschrijft hoe we daarop als gemeente sturen. Wij hebben in het algemeen een voorkeur voor het zogenaamde 'dualistisch bestuursmodel' waarbij uitvoerende en toezichthoudende taken in verbonden partij in afzonderlijke organen zijn georganiseerd. In gevallen waarin dit niet wenselijk of mogelijk is, moeten checks en balances in bestuur en toezicht op een andere manier voldoende zijn gewaarborgd. Waar het in deze paragraaf gaat over de RvC, heeft dit ook betrekking op de RvT.

Voor zover we als gemeente een rol hebben in de benoeming van bestuurders van een verbonden partij, is deze paragraaf zo veel mogelijk analoog van toepassing. Verder is deze paragraaf alleen van belang voor privaatrechtelijke verbonden partijen. Bij publiekrechtelijke partijen zitten collegeleden in het AB en DB; daarvoor is geen selectie nodig. 4.4.2 Juridische kaders In een grote vennootschap (BV of NV) benoemt de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AvA) de commissarissen, tenzij anders bepaald (artikel 2:142 en 2:252 BW). De bestuurder wordt doorgaans benoemd door de Raad van Commissarissen. In de statuten van de vennootschap is opgenomen bij wie welke bevoegdheid ligt. Toezichthouders van een vereniging worden door de ledenvergadering benoemd (artikel 2:47a jo. 2:37 BW). Ook bij een stichting staat in de statuten hoe toezichthouders worden benoemd. 4.4.3 Rol gemeente Als gemeente willen we bij verbonden partijen waarin we een materieel belang hebben actief en vroegtijdig betrokken zijn bij de benoeming van commissarissen en toezichthouders en - als regelgeving en statuten dat toelaten – bestuurders van onze verbonden partijen. Waar mogelijk en wenselijk wordt in de statuten het recht om één of meer toezichthouders voor te dragen vastgelegd. De werving en voordracht van een commissaris is een bevoegdheid van het College.

De Raad wordt via de sturing- en verantwoordingscyclus geïnformeerd over wijzigingen in het bestuur en toezicht van een verbonden partij waarin we als gemeente een materieel belang hebben.

Om vermenging van rollen te voorkomen zijn collegeleden geen bestuurder van een privaatrechtelijke entiteit. Om de ontwikkeling van een entiteit te versterken, kunnen collegeleden, bij voorkeur voor een beperkte periode, zitting nemen in de RvC/RvT. Raadsleden en ambtenaren nemen géén zitting in een bestuur of toezichthoudend orgaan (RvC / RvT). Bij vennootschappen waarin de gemeente deelneemt en die ten doel hebben het realiseren van een gebiedsontwikkeling met daarin aanwezige grondposities van de gemeente en derden (pps-constructies) wijken we af van dit generieke uitgangspunt. Normaliter bestaat het bestuur uit 2 personen die ieder de belangen van de deelnemende partij(en) in de dagelijkse

Gemeente Tilburg

19

uitvoering van de ontwikkeling behartigen met als gezamenlijk doel de grondexploitatie tot concrete realisatie te brengen. Deze dagelijkse gang van zaken en bijbehorende werkzaamheden worden om praktische redenen bij het Hoofd Vastgoed of bij een van de directieleden van de gemeente neergelegd. Deze wordt dan ook benoemd tot bestuurder. Uitvoerende taken kunnen vervolgens worden gemandateerd. Overige, incidentele afwijkingen van het generieke uitgangspunt dienen onderbouwd gemotiveerd te worden en in een collegebesluit te worden vastgelegd.

Benoemingen Verbonden partij De wet, statuten en eventuele reglementen regelen de samenstelling en wijze van benoeming van bestuur en toezichthouders. College Oefent aandeelhoudersbevoegdheden uit conform wet en statuten, waaronder (her)benoeming van commissarissen / toezichthouders. Als er sprake is van een voordrachtsrecht zorgt het College voor werving en voordracht. Raad Stelt in deze nota algemene uitgangspunten vast ten aanzien van profielschets, inclusie en diversiteit, benoemingsproces en beloningen. Worden geïnformeerd over wijzigingen in bestuur en toezicht via sturing- en verantwoordingscyclus.

4.4.4 Profielschets De verbonden partijen van de gemeente zijn actief in een maatschappelijk complexe omgeving, waarbij ze rekening moeten houden met uiteenlopende belangen. Deze maatschappelijke context stelt eisen aan de competenties en eigenschappen van betreffende bestuurders en commissarissen. De gemeente vindt het daarom van belang dat de samenstelling van bestuur en toezicht divers en evenwichtig is. In de profielschets van de betreffende verbonden partij voor de gehele RvC, die de basis vormt voor de samenstelling van een RvC, willen wij dit terug zien. Het gaat hier dan om elementen als: kennis en ervaring, vaardigheden en competenties / karaktereigenschappen en politiek-bestuurlijke sensitiviteit. 4.4.5 Inclusie en diversiteit Als gemeente streven we ernaar dat de samenstelling van bestuurs- en toezichthoudende organen voldoet aan geldende normen op het gebied van inclusie en diversiteit, ook als die wettelijk niet van toepassing zijn. Dat houdt in dat bij gelijke geschiktheid tussen personen voor de openstaande functie, onze voorkeur uitgaat naar de persoon die de gender-verhouding binnen de top van de organisatie van een verbonden partij zoveel mogelijk in evenwicht brengt. Diversiteit beperkt zich niet alleen tot de verhouding man/ vrouw, maar ziet ook op aspecten zoals culturele achtergrond, leeftijd, genderneutraliteit enzovoort.

Als gemeente zullen we ook op deze aspecten sturen bij een mogelijke voordracht van nieuwe toezichthouders. Wij vinden het van belang dat een ieder zich welkom voelt om zijn/haar/hen interesse voor een bestuurs- en toezichthoudend orgaan kenbaar kan maken. 4.4.6 Benoemingsproces Als gemeente achten we het van belang dat de werving van commissarissen van verbonden partijen in principe openbaar en transparant plaatsvindt. Wij benadrukken het belang hiervan waar nodig. Daarnaast benadrukken we het belang van integriteitsscreening van beoogde kandidaten.

KWALITEIT EN SAMENSTELLING VAN BESTUUR EN TOEZICHT

20

De door ons als aandeelhouder te volgen procedure voor de werving, selectie en voordracht van een commissaris is als volgt: 1. Het College stelt in afstemming met de RvC en andere aandeelhouders een profielschets op en stelt een selectiecommissie samen. 2. Deze profielschets maken we via een advertentie openbaar. Het college kan ook gericht kandidaten benaderen. 3. De selectiecommissie selecteert een voorkeurs kandidaat. 4. Het college beslist over de voordracht en legt die voor aan de RvC dan wel de AVA. Onderdeel van dit proces is bovendien een integriteitsscreening van de voorkeurs kandidaat, voorafgaand aan besluitvorming door het college. Het is geen automatisme dat een commissaris na afloop van een zittingstermijn wordt herbenoemd. Als herbenoeming mogelijk is, dan toetst het College of kennis en competenties nog steeds overeenkomen met het gewenste profiel. Het College betrekt daarin tevens het functioneren van de commissaris in de afgelopen zittingstermijn. 4.5 BELONINGEN 4.5.1 Inleiding Een passend beloningsbeleid rekening houdend met kenmerken van de verbonden partij en de markt waarin deze actief is, zorgt ervoor dat een verbonden partij gekwalificeerde en deskundige bestuurders en commissarissen aantrekt. Het past bovendien bij het publieke karakter en het maatschappelijk kapitaal van de verbonden partijen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16343865/1