Bijlage 5 Resultaat sprokkelfase Tilburg in 2050
Tekst van het document
Welke stad wil Tilburg zijn in 2050? Met deze vraag is de gemeente in 2023 gestart met het toekomsttraject Tilburg in 2050. Het resultaat beschrijven we in een brede toekomstvisie Tilburg in 2050. De ruimtelijke vertaling van deze visie leggen we vast in de Omgevingsvisie Tilburg in 2050. Samen met inwoners, ondernemers en organisaties sprokkelen we nieuwe inzichten en vergezichten en prakkezeren we wat deze betekenen voor de toekomstvisie en de omgevingsvisie. Wat zien we op ons afkomen? Wat staat ons de komende jaren te doen om een breed welvarende stad en regio in 2050 te zijn? Het perspectief van Brede Welvaart is een van de nieuwe inzichten en vergezichten die we als leidraad bij het opstellen van de toekomstvisie en omgevingsvisie willen gebruiken. Hoe kunnen we in Tilburg in 2050 een breed welvarende stad zijn? Een stedelijke regio met een sterke kenniseconomie waar de kwaliteit van leven goed is voor de mensen nu en voor volgende generaties? Een regio met een robuust ecologisch fundament die andere gebieden niet uitput en niet op kosten van toekomstige generaties consumeert.
Samen met de Tilburgers bouwen we in een aantal stappen aan de toekomst van Tilburg. We zijn begonnen met sprokkelen (inventariseren): Hoe staan we er nu voor, wat komt er op ons af, wat zijn onze ambities en wat zijn de opgaven voor de toekomst? Het resultaat van deze eerste stap is in dit document bij elkaar gebracht. Op 22 november 2024 bespreken we met de partners in de stad het resultaat van de Sprokkelfase. Is het herkenbaar? Ontbreken er nog inzichten, ontwikkelingen en onderwerpen? Welke kansen en uitdagingen liggen er voor Tilburg? En wat wil eenieder hieraan bijdragen? Daarmee stappen we meteen in de fase van prakkezeren (analyseren) waar we met de Tilburgers (inwoners, ondernemers en organisaties) over de toekomst van de stad nadenken. Aan de hand van verdiepingsgesprekken bespreken we welke stad we kunnen zijn en verkennen we de (ruimtelijke) kansen en impact van de grote maatschappelijke transities die actueel zijn in onze samenleving. We onderzoeken de effecten daarvan en verkennen welke maatregelen brede welvaart stimuleren en hoe we kwaliteit van leven voorop kunnen stellen in denken en doen.
Op drie manieren zijn we met de stad gaan sprokkelen. Ten eerste hebben we diverse bestaande onderzoeken en voorgaande toekomsttrajecten in kaart gebracht. Aanvullend hebben we aan Het PON Telos gevraagd een brede welvaart foto van Tilburg te maken, zodat we weten hoe Tilburg er nu voor staat. Arcadis heeft in kaart gebracht hoe ons ruimtelijke beleid – gegeven de ontwikkelingen die op ons afkomen – standhoudt naar de toekomst toe. Dit alles is samengebracht in het fotoalbum Tilburg in 2050. Het fotoalbum laat foto's uit het verleden zien, foto's over hoe de stad en de dorpen er nu voor staan en foto's over wat op Tilburg afkomt. Vele documenten, monitors en onderzoeken zijn hiervoor beschikbaar. Een selectie van de gemaakte ‘kiekjes’ zijn in het fotoalbum Tilburg 2050 terug te vinden. In deel 1 treft u de conclusies van de onderzoeken uit het fotoalbum Tilburg in 2050 aan. Ten tweede hebben we Tilburg University (met de Academische Werkplaats Brede Welvaart) uitgenodigd met ons het begrip brede welvaart te verkennen en verder uit te diepen. Deze samenwerking heeft geresulteerd in een zestal stadsgesprekken over brede welvaart in de eerste helft van 2024.
Joks Janssen, Otto Raspe, Ton Wilthagen, Hans Mommaas, Peter Achterberg en Kim Putters hebben ieder vanuit hun eigen perspectief en expertise, uiteengezet wat brede welvaart is en wat Tilburg te doen staat om in 2050 een breed welvarend Tilburg te zijn en zijn daarover het gesprek aangegaan met onze inwoners. Wat zijn nu de ontwikkelingen die voor de toekomst van Tilburg cruciaal zijn? En van welke uitgangspunten mogen we uitgaan als we denken en dromen over de toekomst van onze stad? In deel 2 treft u een bloemlezing van de stadsgesprekken over brede welvaart aan.
Ten derde zijn we met de inwoners van Tilburg en de omliggende dorpen in gesprek gegaan om samen met hen de toekomst voor te stellen. We hebben dit op verschillende manieren gedaan om zoveel mogelijk aan te sluiten bij wat mensen prettig vinden. We hebben straatgesprekken gevoerd, een digitaal platform ingericht, gerichte gesprekken gevoerd met middelbare schoolklassen en met studenten en wandelingen in de binnenstad georganiseerd. Ook hebben we ingespeeld op de creativiteit van inwoners met hulp van AIbeelden, het stadsgedicht ‘Tilburgse grond’, Expo Fixeer-tbg en knip- en kleurplaten van basisschoolleerlingen. In het Paleis-Raadhuis hebben we een werkatelier ingericht om langs het verleden en heden samen met de bezoekers na te denken over de toekomst van Tilburg. We hebben grofweg langs vier thema’s de gesprekken met de inwoners gevoerd: Hoe willen mensen leven, wonen, werken en leren en hoe willen ze hun vrije tijd besteden in Tilburg? In deel 3 treft u een impressie van de gesprekken met de inwoners van Tilburg aan. Heeft u geen tijd of zin om alle delen te lezen? In deze Samenvatting zijn de kernconclusies bijeengebracht van de sprokkelfase Tilburg in 2050.
Welke zaken steken er bovenuit als we al ons onderzoeksmateriaal doornemen, ons verdiepen in de lezingen over brede welvaart en conclusies trekken uit de vele gesprekken die we gevoerd hebben met onze inwoners? Het streven naar brede welvaart wordt door nagenoeg iedereen onderschreven. Tegelijkertijd ervaren mensen het vaak als een vaag en abstract vergezicht. De tijdshorizon 2050 voelt soms ver weg en futuristisch, soms dichtbij en is 2050 al overmorgen. De een is ongeduldig en wil morgen al de resultaten zien. De ander denkt meer aan kathedralenbouwers die er eeuwen over deden om hun bouwwerk te voltooien. Zoals Tilburgers al generaties bouwen aan hun stad.
In het gesprokkelde materiaal komen diverse onderwerpen aan bod, die een grote rol spelen voor de toekomst van onze gemeente. Onderwerpen die zowel een positieve als negatieve bijdrage kunnen leveren aan het niveau van brede welvaart afhankelijk van hoe deze onderwerpen zich verder naar de toekomst gaan ontwikkelen. Hieronder lopen we langs de belangrijkste onderwerpen, waarbij de ontwikkeling van het ‘sociaal evenwicht’ en ‘kennis, innovatie en toepassing’ het meest in het oog springen en sterk bepalend zijn voor een breed welvarende toekomst van Tilburg.
Het Fotoalbum laat zien dat de tweedeling in de stad en dorpen en tussen de stad en dorpen groeit. Waar in 2012 in de toekomstvisie Tilburg 2040 nog met geen woord is gerept over tweedeling, voelden we in 2016 bij de Agenda Sociaal 013 al dat – hoewel Tilburg in vergelijking met andere steden nog redelijk goed scoort - het risico op tweedeling toeneemt. De Brede Welvaart foto van Het PON Telos laat zien dat vanuit het perspectief van brede welvaart in 2023 ook in Tilburg duidelijk sprake is van een tweedeling. De scheidslijn zien we o.a. op het gebied van opleiding, inkomen, gezondheid, maar ook in buurten. Op veel plekken waar het goed ging, gaat het beter. Op een aantal plekken waar het minder goed ging is dat nog steeds zo en is het zelfs verslechterd. Met name rondom gezondheid, leefstijl, sociale cohesie en participatie zien we geen positieve ontwikkeling. Verschillen lijken zich te verdiepen en vragen om aandacht. Andere onderzoeken bevestigen dit beeld zoals het onderzoek van Het PON Telos over Ervaren Brede Welvaart in Brabant en het onderzoek van Atlas Research naar Breuklijnen in Brabant. Ook in de stadsgesprekken over brede welvaart benadrukken verschillende sprekers de verscherping van de tweedeling in stad en regio en de daarmee gepaard gaande negatieve effecten op brede welvaart.
Otto Raspe voegt hieraan toe dat er niet alleen sprake is van een verscherping van de tweedeling tussen mensen, maar ook tussen ondernemers. De Nieuwe Economie index (NExt) laat zien dat in Nederland vanaf 2020 de transitie naar de nieuwe duurzame economie stagneert. Deze stagnatie zit met name bij de kleine bedrijven (< 50 werknemers). Daarmee neemt de tweedeling toe tussen grote bedrijven die over het algemeen wel de slag naar de nieuwe economie kunnen maken, en de kleine bedrijven die dit niet of in mindere mate lukt. Peter Achterberg laat in zijn lezing zien dat in de afgelopen 60 jaar in westerse landen het denken in termen van individuele vrijheid een centrale levenswaarde is geworden. Steeds meer mensen hechten aan hun individuele vrijheid en willen ook als individu maatschappelijke vraagstukken zoals energie, voedsel, gezondheid zelf aanpakken. De inbreng vanuit de overheid ervaren zij daarbij als betuttelend. Tegelijkertijd ziet
hij in zijn onderzoek de eerste tekenen van een mogelijke kentering ten opzichte van deze verdergaande individualisering. Er ontstaan nieuwe sociale verbanden rond thema’s. Denk aan energiecoöperaties of collectieve woonvormen van senioren die zelf het heft in handen nemen. En een groeiende groep inwoners (zoals Extinction Rebellion) in Nederland doet nadrukkelijk een beroep op overheid en bedrijfsleven om écht aan de slag te gaan met bijvoorbeeld klimaatadaptatie, energietransitie en de stikstofcrisis. Het besef groeit dat met alleen een aanpak vanuit het individu zelf de gewenste transities niet gaan plaatsvinden. Juist ook als collectief moeten we de maatschappelijke vraagstukken aanpakken. Kim Putters spreekt in dit verband over een nieuw sociaal contract waar we de verwachtingen die burgers, overheid en bedrijven van elkaar hebben met de bijbehorende rechten en plichten vastleggen. In een democratische rechtsstaat en verzorgingsstaat leidt dat tot rechten, plichten en consensus over de wederzijdse verwachtingen van burgers, overheden, bedrijven en professionals. Met basisnormen van rechtvaardigheid, representatie en fatsoen. Een sociaal contract leunt nadrukkelijk op draagvlak onder burgers en op onderling vertrouwen. Het geeft ook een fundament voor coöperatieve samenwerking tussen overheden, bedrijven en organisaties.
De Tilburgers zien de kracht van Tilburg nadrukkelijk bij de mensen liggen. Op de vraag wat voor hen ‘Typisch Tilburgs is’ kwam vaak het antwoord ‘de mensen’. De mensen in de stad maken dat Tilburg een sociale, leefbare, inclusieve stad is met een dorpse mentaliteit in de positieve zin van het woord. Mensen voelen zich thuis in deze Brabantse stad en ervaren een sterk saamhorigheidsgevoel. Zo zien de inwoners een bloeiend verenigingsleven in de stad en dorpen en zijn er vele lokale initiatieven en activiteiten vanuit de inwoners en organisaties ter bevordering van de sociale cohesie en leefbaarheid. Naar de toekomst toe dromen inwoners over een sociale stad waarin de sociale samenhang sterker is geworden. Dit kan volgens hen door meer zorg voor elkaar te hebben en om te zien naar elkaar. Op deze manier kunnen we toekomstige ontwikkelingen bijvoorbeeld rondom gezondheid en technologisering van gezondheidszorg menselijker maken. De menselijke maat vinden zij belangrijk, zeker als het gaat om de ruimtelijke ontwikkelingen in de stad. Ruimte om te ontmoeten en een woon- en leefomgeving met een sterke sociale samenhang horen hier bij. Het dorpse gevoel in de buurten en wijken van Tilburg koesteren de inwoners.
Kennis en innovatie zijn sinds jaar en dag belangrijke kwaliteiten van Tilburg en de regio. In het toekomsttraject Tilburg 2040 werd Tilburg met o.a. De Rooi Pannen, Yonder, Tilburg University, Fontys en Avans nadrukkelijk onderwijsstad en opleidingsstad voor Zuid-Nederland genoemd, een belangrijke kracht van de stad. Ook de foto van Tilburg van Het PON Telos laat zien dat Tilburg het goed doet als het gaat om onderwijs en kennis. We zetten de stijgende lijn voort en we lopen volledig in de pas met andere vergelijkbare studentensteden in Nederland. We zijn een echte studentenstad. En dat geeft een stad een bijzondere identiteit. Een sterke kennisinfrastructuur heeft een belangrijke spin of voor een stad voor het culturele leven, typische evenementen, sport en een bruisend uitgaansleven. Momenteel staat de sector onderwijs en wetenschappen voor een ingrijpende bezuinigingsslag. Het is van groot belang dat de bestaande kennisinfrastructuur voor de stad behouden blijft. We zien dat digitalisering (o.a. Artificial Intelligence (AI)) en technologische ontwikkelingen versnellen. Zal AI leiden tot het opheffen van 40% van de banen? Nee, zo stelt Ton Wilthagen, maar het zal zeker gevolgen hebben voor werk en voor onze economie. Denk niet alleen aan het wegvallen van beroepen, maar ook aan het ontstaan van nieuwe.
Het kan de tweedeling tussen mensen en tussen ondernemers vergroten én verkleinen. Het Draghi-rapport over de toekomstige concurrentiekracht van Europa stelt daarin niet gerust. Europa heeft de digitale revolutie grotendeels gemist en is daardoor zwak vertegenwoordigd in de opkomende technologieën in vergelijking met Amerika of Azië. Europa moet productiever en innovatiever worden, zo stelt Draghi. De grote transities klimaat en energie, voedsel, landbouw en natuur, en vergroening en circulaire economie dagen ons uit onze kennis over deze onderwerpen snel te vergroten en wakkeren zo innovatie aan. Daarmee kunnen de transities nadrukkelijk belangrijke aanjagers zijn om meer werk te maken van brede welvaart. En is het een geweldige kans om mensen, diensten en bedrijvigheid te verbinden en een nieuwe economische revolutie te ontketenen.
De komende tijd hebben we ook nog wat vragen te beantwoorden. Slaagt Tilburg er in om bestaande en nieuwe economische sectoren (industrieel en diensten) hoogwaardig te vernieuwen zodat ze in 2050 energetisch duurzaam en emissie-loos zijn en een circulaire stofcyclus hebben? Is de kennisinfrastructuur in de regio blijvend aanwezig om deze ontwikkeling te laten slagen? Zijn er voldoende kundige handen en hoofden beschikbaar om al dat werk in 25 jaar voor elkaar te krijgen? Als dat lukt is ook het toekomstige verdienvermogen voor de stad en regio veiliggesteld en kan worden geïnvesteerd in de samenleving en ecologie. ‘Handwerk’, ‘vakmanschap’, ‘echte ambachten’ en het ‘maken’ zijn volgens de Tilburgers juist vanwege de versnelling in de technologische ontwikkelingen belangrijker dan ooit. Het helpt dat Tilburg vanwege het textiel- en werkplaatsverleden nog veel van deze ambachten en maakindustrie kent, nog uitgeoefend door het lokale mkb. Het maakt Tilburg uniek in de ogen van de inwoners en vraagt erom ze te behouden. Extra inspanningen in het onderwijs zullen nodig zijn om niet alleen de technische vaardigheden te leren, maar juist de sociale vaardigheden te blijven ontwikkelen. Kennis gaat volgens de inwoners ook om het binden en behouden van talent.
Dit vraagt om een passend aanbod van werkgelegenheid (meer grotere, internationale bedrijven) en een prettige, gezonde, groene, veilige woon- en leefomgeving in de stad. Het toepassen van technologie om de druk op de zorg te verlichten zien de inwoners als onvermijdelijk, maar dit mag niet ten koste gaan van het menselijke contact. Naast deze twee cruciale ontwikkelingen vallen nog vier onderwerpen op in het gesprokkelde materiaal op: Leefstijl en Gezondheid, Groen en Natuur, Wonen, en Veiligheid.
In vergelijking met andere grote steden zijn Tilburgers relatief ongezonder en hebben zij een ongezonde leefstijl. Zij roken veel, bewegen weinig en hebben meer overgewicht. Ook heeft 60% van de inwoners (vanaf 19 jaar) meer dan één langdurige aandoening. Zo waren de cijfers in 2016 bij de start van de Agenda Sociaal 013 en de afgelopen 8 jaar zijn deze cijfers verder verslechterd zoals de Brede Welvaart foto van Het PON Telos laat zien. Ook in 2024 vertonen veel inwoners zogeheten riskant gedrag (roken, drinken en overgewicht). De demografische ontwikkelingen met een dubbele vergrijzing stelt ons daarbij voor extra uitdagingen. Zo wijst Kim Putters ons erop dat naar verwachting in 2040 meer dan de helft van de Nederlandse bevolking een chronische aandoening heeft waardoor inzet van de zorg toeneemt. Ook het onderzoek van Het PON Telos naar brede welvaart in Brabant stelt niet gerust. Slechts 42% van de Brabanders is tevreden over de fysieke gezondheid. Daarnaast blijkt dat in het bijzonder zorgen over (psychische) gezondheid sterk bepalend is voor hoe tevreden de Brabanders met het leven zijn (naast werk, dagelijkse bezigheden, materiële welvaart en sociale contacten). Ook de inwoners zelf geven aan gezondheid een belangrijk thema te vinden. Zij zien een rol voor de gemeente om de ‘gezondheidskloof’ tussen mensen te dichten.
Daarbij liggen er vooral kans op het vlak van preventie en het stimuleren van een gezonde leefstijl bijvoorbeeld via het inrichten van een ‘gezonde buitenruimte, zorgen dat ‘ongezond eten’ minder prominent in het straatbeeld aanwezig is en mensen actiever informeren over een gezonde leefstijl. Ook betaalbaarheid van een gezonde leefstijl om de gezondheidskloof niet onnodig te vergroten hoort hier bij volgens de inwoners. Gezondheid gaat ook over de gezondheidszorg. De menselijke maat bij de toekomstige gezondheidszorg vinden inwoners van belang. Inzet van technologie – vanwege te weinig personeel naar de toekomst toe – is mogelijk en ook wenselijk, maar kan en mag het menselijke contact niet vervangen.
Tilburgers zijn van mening dat gezond leven het beste kan in een gezonde en groene wereld. Los van gezondheid vragen de inwoners veel aandacht voor vergroening in en om de stad. Zij ervaren Tilburg nu als een groene stad en dan met name het buitengebied. Het groen om de stad krijgt steeds meer vorm met de ontwikkeling van de stadsregionale parken. De inwoners zien ook dat het groen in de stad toeneemt, maar dat dit nog wel meer kan. De (binnen)stad mag verder vergroenen en de vergroening moet wel kwaliteit hebben: ‘groen dat blijft en beklijft’. Het zijn van een groene stad in een omgeving met veel natuur is sinds jaar en dag de kracht van Tilburg. In het toekomsttraject Tilburg 2040 werd dit al onderkend: vanwege het groene karakter van de stad en de prachtige groene omgeving willen mensen die eenmaal in Tilburg wonen niet meer weg.
Hans Mommaas bevestigt het beeld van de inwoners: groen en natuur zijn belangrijke dragers voor het leven in Tilburg. De natuur kan wel zonder de mens, maar de mens kan niet zonder de natuur! Groen en natuur zijn niet alleen van belang vanwege de klimaatverandering (wateroverlast, hitte droogte), maar ook vanwege de soortenrijkdom (o.a. veerkracht natuur, voedsel- en watervoorziening), kwaliteit van de leefomgeving (rust, ruimte, gezondheid) en gedeeld eigenbesef (landschap en identiteit). Er zijn veel transities gaande, zoals energie, circulaire economie en voedsel, die allemaal een beroep doen op de schaarse ruimte. Ruimte voor het ene kost ruimte voor het andere. Er zal dus gekozen moeten worden! Groen en natuur zijn echter ‘zachte waarden’ van brede welvaart die snel het onderspit delven als het gaat om het gebruik van de schaarse ontwikkelruimte. Het is aan de overheid om deze zachte waarden te borgen. En dit is nodig in Tilburg, want de Brede Welvaart foto laat zien dat de thema’s voeding & ecosystemen, bodem en oppervlaktewater niet goed scoren in vergelijking met andere steden.
Wonen is een belangrijk thema voor inwoners. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen evenals de mogelijkheden voor doorstroming zijn daarbij van belang. De inwoners voelen vanwege het ruimte- en woningtekort de noodzaak voor hoogbouw en kleinere woonruimtes, maar het sluit vaak niet aan bij hun persoonlijke voorkeur. De voorkeur gaat eerder uit naar grondgebonden wonen met een tuintje. Ze vinden het belangrijk dat er nieuwe woningen worden gebouwd, met name voor jongeren. Meer en meer passende woningen kunnen volgens de inwoners ook worden gerealiseerd door leegstand aan te pakken, ruimte te maken voor kleinschalige nieuwe (collectieve) woonconcepten, betere doorstroming, mogelijk maken van woningopsplitsing, mantelzorg-aan-huis en hospitaverhuur. In het algemeen zijn inwoners tevreden over hun buurt. Het dorpse gevoel van de stad en het gevoel van kleinschaligheid is voor veel inwoners een mooi kenmerk van Tilburg. Koester de identiteit van een gebied. Je thuis voelen geldt niet alleen voor een woning, maar ook voor de woon- en leefomgeving. Je ergens ‘thuis’ voelen gaat makkelijker als de voorzieningen (met name huisarts, school en supermarkt) ook in de buurt zijn. De tevredenheid met de buurt zien we ook terug in het onderzoek naar brede welvaart in Brabant. Sinds de Covid-19 pandemie voelt 72% van de Brabanders zich redelijk tot sterk verbonden met de buurt.
In 2017 was dit nog 43%. Daarbij is buurtverbondenheid een sterke voorspeller voor ervaren brede welvaart. Hoe meer mensen zich verbonden voelen met hun buurt, hoe meer tevreden ze zijn met de kwaliteit van hun leven en leefomgeving. Tilburgers hebben de afgelopen jaren mooie parels zien ontstaan in de Piushaven en Spoorzone. Zij zien dit als geweldige locaties waar wonen, werken en voorzieningen in een sfeervolle omgeving bij elkaar zijn gebracht. Deze aandacht zouden ze naar de toekomst toe ook graag willen zien voor de woonwijken en hun eigen wijk. Tegelijkertijd laat Agenda Sociaal 013 al in 2016 zien dat wonen extra aandacht verdient in Tilburg. Er zijn wijken waar mensen zich niet veilig voelen op straat, waar men elkaar niet durft te spreken of waar de openbare ruimte te wensen overlaat. Er is een roep om voldoende en betaalbare woningen, huizen aanpassen voor toekomstige zorgvragen en een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en beweging. De Brede Welvaart foto bevestigt dit beeld. Het PON Telos ziet een negatieve ontwikkeling ten aanzien van wonen en woonomgeving. Ook het onderzoek naar Breuklijnen in Brabant laat een andere kant zien.
Op het gebied van wonen lijkt in Brabant vermogen een grotere scheidslijn te zijn dan in de rest van Nederland: alleen vermogende mensen kunnen het zich veroorloven om in de ‘mooiste', meest leefbare stukjes van Brabant te kunnen wonen. Armere mensen zijn vaker aangewezen op de gebieden waar leefbaarheidsproblematiek speelt. De demografische ontwikkelingen maken het thema Wonen naar de toekomst toe niet gemakkelijker. In 2050 zal van alle huishoudens in Brabant meer dan 40% een eenpersoonshuishouden zijn. Vooral het aantal oudere alleenstaanden (75+) als gevolg van de dubbele vergrijzing neemt sterk toe. In de Brabantse steden zal dit percentage nog hoger liggen. Ook zijn er forse opgave op het vlak van wonen met zorg en welzijn. Ook hier speelt de dubbele vergrijzing een belangrijke rol. Ook de schaarste aan ontwikkelruimte zet het wonen naar de toekomst onder druk (Arcadis).
Tilburgers maken zich zorgen over de veiligheid in de stad. Daarbij heeft veiligheid verschillende facetten. Jongeren ervaren vooral onveiligheid als het gaat om drugsgebruik en het uitgaansleven. Verkeersveiligheid is eveneens een terugkerend thema. Veel verkeerspunten worden als onveilig ervaren, auto’s en fietsers zitten elkaar in de weg en het gebrek aan handhaving van verkeersregels worden vaak genoemd. De Brede Welvaart foto van Het PON Telos laat op het thema veiligheid en omgevingsrisico’s op een aantal terreinen vooruitgang zien, maar veiligheid in Tilburg scoort desondanks vrij matig. Kijkend naar de delicten zien we een daling in het aantal vermogens-, vandalisme-, gewelds- en seksuele delicten in Tilburg ten opzichte van 2019. Ook zien we een daling in het aantal verwijzingen van Halt voor jongeren en in het aantal slachtoffers. En minder inwoners voelen zich (wel eens) onveilig. Ondanks deze lichte verbeteringen concludeert Het PON Telos dat veiligheid een issue is in Tilburg. Zowel wat betreft delicten, slachtofferschap als verkeersveiligheid. Kijken we naar de trends en ontwikkelingen dan zien we dat weliswaar de traditionele criminaliteit, zoals inbraken, afneemt, maar tegelijkertijd neemt de digitale criminaliteit toe.
Zowel “reguliere” vormen van criminaliteit die gedigitaliseerd worden (zoals diefstal en oplichting) als nieuwe vormen van criminaliteit (zoals identiteitsfraude, hacking en softwaregijzelingen) zijn steeds makkelijker te plegen. Daarnaast kenmerkt de huidige maatschappij zich door een toenemende maatschappelijke onrust en gevoel van onveiligheid. Er zijn meer demonstraties, rellen, intimidaties en bedreigingen. Onder meer de geopolitieke ontwikkelingen en spanningen tussen landen veroorzaken ook sociale spanningen in ons eigen land.
Naast de ontwikkelingen in de vorige paragraaf, benoemen we ook enkele uitgangspunten voor de toekomstvisie Tilburg in 2050. Deze uitgangspunten bepalen hoe we naar de toekomst van onze gemeente kijken of hoe we de visie opstellen. Het gaat om ontwikkelingen waar we weinig invloed op hebben, maar die wel effecten hebben op de toekomst van Tilburg. Daarnaast maken we keuzes over het schaalniveau van de visie en de sturing op een breed welvarend Tilburg in 2050 vanuit de gemeente. Hieronder behandelen we de verschillende uitgangspunten, waarbij we steeds afsluiten met een vraag, waar we bij het opstellen van de visie antwoord op moeten geven.
Begin 2024 heeft de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen drie scenario’s gepresenteerd over hoe de bevolking in Nederland zich de komende decennia zal ontwikkelen. De drie scenario’s hebben met elkaar gemeen dat er geen sprake meer is van een geboorteoverschot. Alleen een positief migratiesaldo zal nog tot bevolkingsgroei leiden. De omvang van de bevolking wordt met name bepaald door het immigratiebeleid. In het Krimp scenario zullen in 2050 minder dan 18 miljoen mensen in Nederland wonen met name als gevolg van een immigratiebeleid dat nauwelijks mensen toelaat, terwijl emigratie wordt bevorderd. In het Gematigde groei scenario groeit de Nederlandse bevolking tot 19 à 20 miljoen mensen in 2050. Een selectief immigratiebeleid dat kansrijke immigranten toelaat is de belangrijkste oorzaak van de groei. In het scenario Hoge groei wonen in 2050 21 à 23 miljoen mensen in Nederland als gevolg van ongewijzigd immigratiebeleid waardoor een constante instroom van migranten plaatsvindt. De Staatscommissie pleit vanuit het perspectief van brede welvaart in haar rapport voor een gematigde groei van de bevolking. Om voor iedereen in Nederland wonen, zorg en onderwijs toegankelijk te houden en leefbaarheid te bevorderen is een kwalitatief hoogwaardige economie nodig. Dit vraagt om politieke keuzes over de gewenste omvang en vormen van migratie.
Als we kijken naar de demografische ontwikkelingen dan laat de bevolkingsprognose van de provincie Brabant zien dat Tilburg tot 2040 groeit. Een groei van 230.000 inwoners in 2024 naar 265.000 inwoners in 2040. De vergrijzing zal rond 2040 in Brabant haar hoogtepunt bereiken. Ruim 25% van de Brabanders is dan 65 jaar of ouder. Ook hier geldt dat het landelijk gebied meer vergrijst dan het stedelijk gebied. Kim Putters heeft in zijn lezing laten zien dat (dubbele) vergrijzing een trend is waar we rekening mee moeten houden. Het aantal ouderen neemt toe en we worden steeds ouder. De gevolgen hiervan zijn voelbaar op de woningmarkt (meer
behoefte aan éénpersoons woningen), afnemende beroepsbevolking en toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Ook de zorgvraag neemt toe. Demografie is een uitgangspunt voor de visie Tilburg in 2050. Is het scenario Gematigde groei van de Staatscommissie het gewenste scenario?
De geopolitieke ontwikkelingen gaan snel. Actueel zijn de oorlog in Oekraïne waar Rusland steun vindt bij Noord-Korea en China en Europa en Verenigde Staten nog geen adequaat antwoord hebben gevonden. De conflicten tussen Israël en de Palestijnen, Iran en Hezbollah hebben ook effect op ons eigen land. Op de achtergrond zien we nog veel grotere (economische) bewegingen. De mondiale machtsbalans verschuift van het westen naar Azië met China en India als nieuwe wereldspelers. Hoe de Verenigde Staten hun aandacht gaan verdelen over Europese en Pacifische belangen weten we nog niet. Ook is nog ongewis hoe Europa zich zal verhouden tot deze veranderende geopolitieke situatie. Wel is duidelijk dat Nederland als internationaal handelsland de economische gevolgen zal voelen en moet nadenken hoe hiermee om te gaan. Geopolitieke ontwikkelingen zijn een uitgangspunt voor de visie Tilburg in 2050. Leggen we daarbij de focus op de Europese (continentale) ontwikkelingen?
Vanuit het perspectief van brede welvaart moeten we nadenken op welke schaal we onderwerpen oppakken. De maatschappelijke dilemma’s komen in ieder geval samen op het niveau van de regio zo hebben de stadsgesprekken over brede welvaart duidelijk gemaakt. De oplossing of het te nemen besluit kan op een andere schaal liggen: (inter)nationaal, provinciaal, regionaal, stedelijk, wijk of buurt. Kijken we naar de mensen dan zien we dat zij op het gebied van wonen, werken, leren, recreëren en zorg al decennialang op een steeds grotere schaal actief zijn. Omdat verbindingen steeds beter worden of voertuigen sneller (denk aan de elektrische fiets) zijn mensen bereid verder te reizen voor het gebruik van dagelijkse voorzieningen, werk of opleiding. Mensen nemen een uur reistijd voor lief om bijvoorbeeld van hun woning naar het werk te komen. De stad is daarmee niet alleen voor de inwoners van de stad van belang, maar vervult in toenemende mate een belangrijke rol voor de inwoners van Brabant. Zo heeft Tilburg een landsdelige functie als opleidingsstad en veel beleidsterreinen zoals Reks, Jeugdzorg, economie en veiligheid zijn al geregionaliseerd.
In hoeverre zal deze schaalvergroting naar de toekomst toe voortzetten? Of komt deze tot stilstand en slaat deze zelfs om naar schaalverkleining? Wordt de stadgrens weer meer zoals vroeger; de begrenzing waarbinnen de inwoners zich voor het merendeel dagelijks bewegen? Als gevolg van verschraling van bijvoorbeeld het openbaar vervoer, aanbod van werk, aanbod van woningen. Of zet de schaalvergroting de komende decennia door en wordt de stedelijke regio of zelfs de provincie de dominante schaal waarop mensen hun leven organiseren? Ontwikkelingen spelen zich af op verschillende schaalniveaus. Is de provincie het dominante schaalniveau voor de visie Tilburg in 2050?
Sinds 1848 kent Nederland een duidelijke bestuurlijke indeling langs gemeenten, provincie en rijk. Kijken we naar Brabant dan zien we de laatste jaren de rol van de regio toenemen. Zo vormt Tilburg de centrumgemeente voor de Hart van Brabant regio en is sprake van intensivering van de samenwerking tussen de gemeenten Breda en Tilburg en de stedelijke regio’s Hart van Brabant en de Baronie. Binnen dit SRBT verband zijn recent de verstedelijkingsafspraken tot 2040 gemaakt met de provincie, waterschappen en het Rijk en ook voor mobiliteit maken we op dit schaalniveau afspraken. De intentie bestaat om deze samenwerking verder te verbreden en te intensiveren. De provincie omarmt deze nieuwe regioschaal.
Hoe zal de bestuurlijke schaal zich verder ontwikkelen? Voldoet de bestaande bestuurlijke situatie in de regio naar de toekomst toe? Of zullen de stedelijke regio’s of provincie belangrijker worden dan de afzonderlijke gemeenten? De bestuurlijke schaal is een uitgangspunt voor de visie Tilburg in 2050. Is de SRBT-regio de dominante schaal geworden?
Als stad moeten we nadenken over hoe we willen sturen. Daarom is het belangrijk uitgangspunten te benoemen en keuzes te maken. De sprekers in de stadsgesprekken over brede welvaart geven dit expliciet aan ons mee. Keuzes maken voor de invulling van de beschikbare en schaarse fysieke ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Tegelijkertijd moeten we problemen niet doorschuiven naar de toekomst of elders. We moeten nu aan de slag met de toekomstige duurzame, digitale samenleving. Bij het maken van keuzes vragen enkele onderwerpen uit de Brede Welvaart foto van Tilburg extra aandacht: ecologie, veiligheid, gezondheid en leefstijl, inclusietekort op de arbeidsmarkt, afnemende participatie en groeiende verschillen tussen gebieden en buurten. Onderwerpen die ook door de inwoners als zorg naar voren zijn gebracht. Kim Putters heeft het al gezegd: “We hebben alles en iedereen nodig voor het realiseren van Brede Welvaart. Een overheid die regie pakt, duidelijke kaders stelt en consistent is in haar beleid. Bedrijven die investeren in goed werk en technische en sociale innovatie. Burgers die investeren in zichzelf, door werken te combineren met leren, ontwikkelen en zorgen. Kennisinstellingen die inzichten verzamelen en bijdragen aan oplossingsrichtingen.” De afgelopen 30 jaar is sturing op basis van het marktmechanisme meer en meer dominant geworden in onze samenleving.
Collectieve goederen en diensten zijn geprivatiseerd of op afstand van de overheid gezet. Financiering op collectieve basis is vaak nog wel uitgangspunt. Bij de zegeningen van marktwerking worden de laatste jaren vraagtekens gezet. Blijft marktwerking het dominante paradigma? Wegen de voordelen van marktsturing in termen van effectiviteit en efficiëntie en dus uiteindelijk kosten, zwaarder dan eventuele nadelen? Of omarmen we, omdat we vanuit het perspectief van brede welvaart niemand achter willen laten, in toenemende mate een coöperatief gedachtengoed zodat we collectieve ondersteuning kunnen realiseren? Willen we dat de overheid kan participeren in initiatieven van inwoners en deze ondersteunt? Of stimuleert en faciliteert de overheid soms initiatieven, waar deze niet van de grond komen? Of gaan we nog een stap verder en is het de overheid die de beste garantie geeft voor collectief handelen? Zien we de overheid als hoeder van een rechtvaardige verdeling van lusten en lasten en zorgt de overheid voor collectieve bestedingen in diensten en producten? Sturing in de samenleving is een uitgangspunt voor de visie Tilburg in 2050. Is coöperatieve sturing de beste manier voor sturen op brede welvaart?
Bij de start van het traject Tilburg in 2050 hebben we ons de vraag gesteld wat in de huidige tijd waarin technologische, internationale en sociale ontwikkelingen razendsnel gaan nog een verantwoorde termijn is om vooruit te kijken? Is dat 2040? Of 2050? Of zelfs 2060? De afspraken tussen het Rijk, provincie en de stedelijke regio’s van Tilburg en Breda voor de ruimtelijke programma’s rijken tot 2040. Voor Tilburg gaat het dan bijvoorbeeld om 25.000 woningen die voor het overgrote deel binnenstedelijk moeten worden gerealiseerd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met betrekking tot mobiliteit, water, natuur en landschap. Of is deze tijdshorizon al te concreet voor het nadenken over de toekomst? Veel van de (inter)nationale duurzaamheidsafspraken kijken verder en hebben een planhorizon die tot 2050 reikt. Het gaat dan over een periode van 25 jaar waar we niet alleen het bekende kunnen overzien, maar ook niet te diep in het onbekende treden. Aanvullend geldt ook dat grootschalige stedelijke ontwikkelingsprojecten vaak een lange planhorizon kennen. Zo is realisatie in 25 jaar of meer (bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Spoorzone) niet ongebruikelijk. Geeft deze tijdshorizon voldoende ruimte om zowel het onbekende te verkennen en het bekende te overzien?
Vanuit de demografische ontwikkelingen lijkt een belangrijk transitiemoment te liggen rond 2050. Van groei naar krimp, en ook komt het einde van de toenemende vergrijzing in zicht. Het kan van belang zijn, bijvoorbeeld vanuit lange termijn investeringen in woningen en infrastructuur om over de demografische heuveltop heen te kijken. Deze investeringen moeten ook na 2050 nog blijven renderen. Is deze tijdshorizon geschikt voor het nadenken over de toekomst of gaan we meer naar de toekomst gissen in plaats van voorstellen? Is de tijdshorizon van 2050 vanuit de demografische en ruimtelijke ontwikkelingen de meest geschikte?
Het fotoalbum Tilburg in 2050 laat foto's uit het verleden zien, foto's over hoe de stad en de dorpen er nu voor staan vanuit brede welvaart en foto's over wat op Tilburg afkomt. Vele documenten, monitors en onderzoeken zijn hiervoor beschikbaar. Een selectie van de gemaakte ‘kiekjes’ zijn in het fotoalbum Tilburg 2050 terug te vinden. Het fotoalbum biedt een inhoudelijke basis voor het gesprek met de stad en de dorpen over Tilburg in 2050. Hoe leven mensen in 2050 in Tilburg, waar wonen, werken en leren ze en waar recreëren ze? Met dat doel is het fotoalbum opgesteld. Het fotoalbum is nadrukkelijk een momentopname (er verschijnen elke maand nieuwe en interessante onderzoeken) en het streven is niet om een compleet beeld te willen schetsen. Ook laat het fotoalbum zien dat onderzoeken elkaar kunnen tegenspreken. Soms omdat ze gebruik maken van andere databronnen, soms omdat ze een andere weging en onderzoeksmethode toepassen. De onderzoeken laten dan ook niet DE waarheid zien, maar geven we een indicatie over hoe Tilburg er voor staat en wat op Tilburg afkomt. Daar waar een ander rapport interessant kan zijn voor het gesprek over Tilburg in 2050 hebben we een link met korte uitleg toegevoegd van het onderzoek. Denk bijvoorbeeld aan het rapport van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen (januari 2024).
In hoofdstuk 1 (Verleden) komen de drie belangrijkste visietrajecten van de afgelopen 10 jaar aan bod: het traject Toekomst Tilburg in 2040, Omgevingsvisie Tilburg 2040 en Agenda Sociaal 013. Deze drie trajecten vormen het startpunt waar Tilburg in 2050 op voortborduurt. In hoofdstuk 2 (Heden) kijken we vanuit brede welvaart naar Tilburg en de dorpen. Daartoe hebben we Het PON Telos gevraagd een Brede Welvaart foto van Tilburg in 2024 te maken. En we benutten een tweetal bestaande brede welvaart onderzoeken die in opdracht van BrabantKennis respectievelijk provincie Noord Brabant zijn uitgevoerd. Zo krijgen we een beeld hoe de stad en de dorpen er nu voor staan mede in relatie tot andere steden in het land en gemeenten binnen de provincie Brabant. In hoofdstuk 3 (Toekomst) kijken we wat er op Tilburg afkomt. We bespreken de demografische ontwikkelingen aan de hand van mogelijke scenario's van de Staatscommissie Demografische ontwikkelingen, het Centraal PlanBureau (CPB) en de bevolkingsprognoses van de Provincie Noord-Brabant. Ook kijken we naar de economische concurrentiekracht van Europa (Draghi-rapport). Daarnaast hebben we Arcadis gevraagd een foto van de leefomgeving te maken en hebben we de belangrijkste trends en ontwikkelingen in kaart gebracht. Kortom, het fotoalbum geeft de belangrijkste conclusies weer uit de geselecteerde rapporten.
Het fotoalbum biedt daarmee een solide basis om het gesprek met de stad (inwoners, ondernemers en organisaties) aan te gaan. Bij Conclusies zijn deze nog even op een rijtje gezet. Wie meer wil weten kan verder grasduinen in de achterliggende documenten (een link naar de desbetreffende website is steeds toegevoegd). Zie Fotoalbum Tilburg in 2050
In de periode 2009-2012 heeft de gemeente Tilburg samen met de partners in de stad de visie Toekomst Tilburg 2040 opgesteld. De partners, zoals onderwijsinstellingen, woningcorporaties en het bedrijfsleven, zijn ‘de schouders van de stad’, die willen investeren in de ontwikkeling van de stad en gelden als spreekbuis van hun doelgroepen (inwoners van Tilburg). De visie Toekomst Tilburg 2040 is in twee fasen tot stand gekomen. We hebben eerst een vijftal trends onderscheiden: Ontmoeten, Een Leven Lang Leren, Samenwerken 3.0, Duurzaamheid en Grenzeloos. Per trend is (in dialoog) benoemd wat er goed gaat, beter kan en waar kansen en bedreigingen liggen (SWOT-analyse). Vervolgens is aan de hand van acht expedities verdieping gezocht in de trends, op basis van goede voorbeelden in en buiten Nederland. Uiteindelijk zijn er drie ontwikkellijnen voor de stad geformuleerd.
Een ondernemende stad in een ondernemende regio Tilburgers zijn trots op het verleden van hun stad, eigenzinnig en bescheiden. En ze zijn niet bang de handen uit de mouwen te steken voor elkaar en voor de stad. Tilburgers zijn betrokken, ze verbinden makkelijk en zijn solidair. Ze beschikken over een enorme veerkracht met als resultaat dat de stad zich terugvecht als 'comebackcity'. De enorme ondernemingslust zorgt voor een bruisende en ondernemende stad is. Het is een stad en regio van midden‐ en kleinbedrijf, niet van multinationals. Het Tilburgse DNA is MKB United; dé Tilburgse multinational van de toekomst.
Voor deze ondernemende stad benutten we de enorme kans die in de arbeidsmarkt van morgen ligt. Door de jonge arbeidspopulatie in de regio, het onderwijsveld (innovatie) en het bedrijfsleven dichter bij elkaar brengen. Opleidingen richten zich op een 'nieuw' vakmanschap en een leven‐lang‐leren. Daarnaast zien we arbeidsmigratie vooral als een kans om onze arbeidsmarkt aan te vullen waar nodig en stellen hier beleid voor op. ‘Sociale innovation’ is nodig om de verbinding te maken met Brainport (naast de technologische innovatie) én Europa.
Een geborgen én mondiale stad Tilburg is een stad van dorpen, ontstaan doordat gehuchten en kleine dorpen zich hebben verdicht tot een groen dooraderde stad. Een stad die een sterke economische positie kent door de centrale ligging in Brabant en een aantrekkelijk woonmilieu door de aanwezigheid van veel groen in het stadslandschap. Er liggen kansen in de wijkvernieuwing waar de anonieme flats met gebrek aan geborgenheid worden vervangen door homogene buurten passend in de menselijke schaal van de stad. Zo blijft de stad geborgen én wordt deze meer mondiaal. En uitdagingen in de binnenstad voor het behoud van een aantrekkelijk winkelcentrum of in de spoorzone waar een nieuwe kenniswijk kan ontstaan. De spoorzone is dé plek waar dorpen en stad elkaar ontmoeten. Waar de menselijke maat zichtbaar blijft niet ondanks, maar dankzij de mondiale uitstraling! Werken aan de samenhang op wijk‐ en buurtniveau is de eerste uitdaging om de geborgen én mondiale stad te versterken. We werken aan homogene buurten in heterogene wijken, waar ouderen, starters of arbeidsmigranten zich thuis kunnen voelen.
Symbiose tussen stad en platteland De derde ontwikkellijn is 'symbiose tussen stad en platteland'. Tilburg heeft een prachtige groene omgeving. Ook dat zit in het DNA van de stad. Mensen die eenmaal in Tilburg wonen willen niet meer weg mede door het groene karakter van de stad. De aanwezigheid van groen en natuur in en om de stad is dan ook een niet te onderschatten vestigingsfactor voor bedrijven en mensen. Tegelijkertijd zien we dat de aansluiting tussen de stad en het platteland niet optimaal is, verrommeling van het buitengebied ligt op de loer. De overgang tussen stad en land kunnen we versterken door nieuwe groene verbindingen te maken met de grote natuurgebieden die Tilburg omringen. Op deze wijze geeft Tilburg invulling aan "landschappen‐van‐ allure" passend in het mozaïeklandschap dat zo eigen is aan Brabant. Ook de aansluiting tussen de diverse landschappen kan nog beter en tot slot mag ook in de stad het groen meer zichtbaar zijn. Dan wonen we in 2040 in een stad en regio die zo aantrekkelijk zijn vanwege de groene omgeving waar mensen met plezier en trots willen (blijven) wonen. We verbeteren de zichtbaarheid van groen in de stad met de versterking van kijkgroen en beleefbare natuur. De algemene oproep vanuit de expedities aan de stad en gemeente is ‘durf meer te experimenteren en creëer meer experimenteerruimte’.
De uitkomsten van Toekomst Tilburg 2040 zijn voor het ruimtelijke domein uitgewerkt in de Omgevingsvisie 2040 en voor het sociale domein is Agenda Sociaal 013 opgesteld. Zie voor meer informatie over deze twee producten de paragrafen 1.2 respectievelijk 1.3 in het eerste deel van het fotoalbum Tilburg in 2050. Zie de vijf trends en SWOT-analyse Zie het Basisverhaal Toekomst Tilburg 2040, Raadsvoorstel, Bijbehorende notitie en Bijbehorende moties
De Omgevingsvisie is vastgesteld in september 2015 en gaat over de fysieke leefomgeving. De visie richt zich op Tilburg als vitale, duurzame stad in een moderne netwerksamenleving. De ontwikkelingen in de economie, de maatschappij en de leefomgeving gaan niet ten koste van elkaar, maar sluiten op elkaar aan en versterken elkaar. Het motto van de Omgevingsvisie is “Tilburg, een stad in balans. People (samenleving, prettig wonen), Planet (duurzaamheid, klimaatneutraal, gezonde en leefbare stad) en Profit (economie, kracht van Brabant (topregio in Europa) benutten) zijn in balans. Tilburg is een populaire stad, waar mensen graag werken, wonen en verblijven.
Tilburg maakt onderdeel uit van een groter geheel aan economische en sociaal-culturele relaties. We willen deze netwerksamenleving zo goed mogelijk laten functioneren. Het netwerk is groter dan alleen onze gemeente. Samen met de andere grote steden in Brabant vormen we een Brabantse metropool, die economisch internationaal kan concurreren met anderen. Om het vestigingsklimaat (voor wonen en werken) in Tilburg aantrekkelijk te houden, investeren we in de landschappen om de stad met het creëren van stadsregionale parken. Tilburg heeft een eigen verhaal, kent een specifieke ontstaansgeschiedenis met herdgangen en linten, markante bouwwerken in de stad als textielfabrieken, fabrikantenwoningen, kerken en karakteristieke landschappelijk structuren. Daarnaast is een belangrijk onderdeel van het verhaal van de stad de grootschalige modernisering van Tilburg, met name in de decennia na de Tweede Wereldoorlog. Denk hierbij aan de bebouwing aan de Paleisring en NS-station Tilburg. In de wijken kunnen mensen elkaar ontmoeten op verschillende plekken; pleintjes of groenplaatsen, buurt- en wijkwinkelcentra, of bijvoorbeeld locaties waar zorg en onderwijs slim worden gecombineerd. Dit zorgt voor de vitaliteit in de wijken en versterkt de sociale cohesie. We streven naar kleinschaligheid en een menselijke maat in de wijken, waar mensen zich thuis voelen bij een herkenbare identiteit.
Het is onze kerntaak om buurten en wijken leefbaar te maken en te houden. De basis moet op orde zijn: schoon, heel en veilig. Met voldoende aandacht voor groen en water.
Drie sporen Tilburg is actief op verschillende schaalniveaus. Binnen de wereldeconomie zien we de concurrentie groeien. De technologische vernieuwing biedt ‘grenzeloze’ handelsmogelijkheden. Binnen deze economie zien we enkele grote bedrijven, maar vooral veel kleine bedrijven. Hoe gaan we hier binnen Tilburg mee om? Er zijn de wensen van de individuele burger die gewoon prettig wil wonen in de stad. Veilig, in een aangename buurt. En tenslotte zijn er regionale vraagstukken over de arbeidsmarkt en scholing, de zorg, de natuur en over duurzaamheid en energie. Om antwoord te geven op de vele vragen volgt de Omgevingsvisie Tilburg 2040 drie sporen: de Brabantstrategie (voor een sterke internationale concurrentiepositie), de Regiostrategie (versterkt de rol van Tilburg als centrumstad) en de Stadsstrategie (gericht op vitale, leefbare buurten, wijken, dorpen en het buitengebied).
Steden zijn niet alleen de motoren van de economie, ze hebben ook de slagvaardigheid die nodig is om werk te maken van grote maatschappelijke vraagstukken. Grootstedelijke gebieden, zoals Brabantstad, bepalen in de mondiale economie van vandaag het spel. De steden in Brabant kunnen met een betere samenwerking meer profiteren van elkaars krachten, kwaliteiten en voorzieningen en zich profileren als Europese topkennis- en innovatieregio en zo haar concurrentiepositie verstevigen. Tilburg zet daarom in op een schaalsprong met een sterke kennisinfrastructuur, een hoogwaardige maakindustrie, onderhoudsindustrie, logistiek, maintenance, chemie en aanverwante industrial services. Regio Hart van Brabant is een belangrijke (inter)nationale hub op een belangrijke logistieke corridor in Europa tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en het Europese achterland. Niet alleen kennis, maar ook creativiteit zijn voor de moderne economie essentieel voor succes. Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend (ABC) zijn. Bij de regiostrategie draait het om Tilburg in haar rol als centrumstad; Tilburg als belangrijke spil in de regio Hart van Brabant.
Een goed bereikbare stad, waar bewoners uit de gehele omliggende regio graag komen voor werk, hoogwaardige medische zorg, uitstekend onderwijs, een compleet aanbod van winkels en spannende cultuur. Waar bedrijven hun ambities optimaal kunnen ontplooien. En waar het uitstekend (meerdaags) recreëren is. Een sterke stad kan niet zonder een sterke regio; omgekeerd geldt dat een sterke regio niet zonder een sterke stad kan. Fijn wonen, leven, werken en recreëren: het vormt het fundament van onze stad. De stadsstrategie richt zich op het realiseren van prettig leefbare wijken, dorpen en buitengebied. Zie ook Omgevingsvisie Tilburg 2040: Omgevingsvisie Tilburg 2040
In 2016 heeft de gemeente Tilburg een Vitaliteitsfoto (BeBright) gemaakt. In deze foto zijn de belangrijkste trends in kaart gebracht ten aanzien van sociale thema’s. Ook is een benchmark uitgevoerd en een stadsdeelanalyse gemaakt. In de benchmark is Tilburg vergeleken met de steden Eindhoven, Enschede, Leeuwarden, Nijmegen en Rotterdam. De onderzoekers trekken de volgende zes conclusies. In Tilburg staat de sociale veerkracht onder druk Tilburg heeft in verhouding zowel veel jongeren als ouderen die (extra) ondersteuning nodig hebben. In onze stad ligt er daardoor veel op het bordje van de ‘middengroep’; de volwassenen die kinderen én ouder wordende ouders hebben, daarnaast werken, soms nog studeren, die waar nodig naar hun buren omkijken en tal van andere activiteiten hebben. Van deze mensen wordt steeds meer gevraagd. Vergeleken met andere steden is deze groep klein, waardoor de sociale veerkracht extra onder druk komt te staan. In Tilburg wordt de tweedeling in de samenleving groter In 2016 is de tweedeling in Tilburg minder groot in vergelijking met de andere steden, maar het risico op tweedeling neemt toe. Zeker ook in Tilburg, omdat hier nu al grote verschillen bestaan in leeftijd, gezondheid, opleiding en inkomen. Zo zien we werkzoekenden die kampen met hun eigenwaarde, tegenover studenten die vinden dat Tilburg hen niet genoeg te bieden heeft.
We zien ouderen die niet uit de voeten kunnen met digitalisering en jongeren wiens leven wordt bepaald door hun smartphone en social media. Kinderen die alle kansen krijgen en kinderen voor wie dat zéker niet vanzelfsprekend is. In Tilburg is de jeugd relatief kwetsbaar Met de meeste Tilburgse kinderen gaat het goed. Toch heeft onze stad relatief veel kwetsbare jeugd. Deze jongeren hebben bijvoorbeeld problemen op school, thuis, met hun gezondheid of het vinden van werk. De jeugdscore (methode die meet hoe goed het gaat met de jongeren) in Tilburg is laag. De jeugdwerkloosheid is hoog en vooral laagopgeleide jongeren hebben het lastig op de arbeidsmarkt. Het aantal jongeren dat hun opleiding niet afmaakt, is in Tilburg gemiddeld, maar dit percentage daalt in bijna alle vergelijkbare steden sneller.
Wonen extra aandacht in Tilburg In het algemeen zien we een gezellige stad waar veel gebeurt. Met veel vrijwilligers, initiatieven en mensen die naar elkaar omkijken. Tegelijkertijd zijn er een aantal zorgelijke ontwikkelingen. Er zijn wijken waar mensen zich niet veilig voelen op straat, waar men elkaar niet aan durft te spreken of waar de openbare ruimte te wensen over laat. Drie zaken vragen extra aandacht: voldoende en betaalbare woningen; huizen aanpassen voor toekomstige zorgvragen; een openbare ruimte die uitnodigt tot ontmoeting en beweging. In Tilburg hebben de inwoners een relatief slechte gezondheid Tilburgers zijn relatief ongezonder dan inwoners van een aantal vergelijkbare steden. Zij roken veel, bewegen weinig en hebben meer overgewicht dan het landelijk gemiddelde. Zo heeft 60% van de inwoners (vanaf 19 jaar) meer dan één langdurige aandoening, wat natuurlijk versterkt wordt door de vergrijzing. Dat Tilburg in verhouding veel kwetsbare jongeren en ouderen heeft, vraagt bovendien veel van de groep volwassenen die al veel werk- en zorgtaken hebben. In Tilburg is een mismatch tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt In Tilburg wordt veel en hard gewerkt. De werkloosheid is in het algemeen laag, maar jongeren met een lage opleiding hebben het lastig op de arbeidsmarkt.
Hoewel het opleidingsniveau onder het landelijk gemiddelde ligt, is het gezinsinkomen relatief hoog. Intussen neemt de vraag naar hogere opleidingsniveaus toe. We zien een ‘mismatch’ ontstaan tussen de steeds meer complexe en flexibele banen (de vraag) en aan de andere kant de veelal laagopgeleide Tilburgers (het aanbod).
Agenda Sociaal 013: de GROW-waarden Cijfers zeggen nog niets over hoe de levens van mensen eruitzien en wat voor hen belangrijk is. Daarom heeft een raadswerkgroep (van raadsleden en wethouders) naar aanleiding van de Vitaliteitsfoto het initiatief genomen voor een serie gesprekken met Tilburgers. Die gesprekken volgden een wetenschappelijke aanpak, beproefd in de praktijk: de ‘vierde-generatie-methode’. Hiermee kun je achterhalen wat er voor alle betrokkenen werkelijk toe doet en waar kansen liggen om zaken te verbeteren. Het is een werkwijze die creativiteit, oplossingsgerichtheid en veranderingsbereidheid in gang zet. De gedachte achter deze werkwijze en de methode ervan zijn opgeschreven in de boeken Transformeren op z’n Tilburgs en Agenderen op z’n Tilburgs. De wereld verandert in rap tempo. Tilburg dus ook. Nieuwe technologie biedt kansen die er nooit zijn geweest; werk wordt flexibeler, maar ook complexer; mensen leven langer; we kennen een hoge welvaart, maar ook minder zekerheden. Die nieuwe samenleving vraagt veel eigen verantwoordelijkheid. Hoe zorgen we er samen voor dat iedereen mee kan blijven doen en gelijke kansen krijgt? Daarover is de stad in gesprek gegaan, om erachter te komen wat er werkelijk toe doet voor de Tilburgers en waar we samen het verschil kunnen maken. Deze gesprekken met de inwoners hebben uiteindelijk de vier GROW waarden opgeleverd.
Goede start: Kinderen en jongeren in onze stad een goede start bieden, waarbij zij zelf centraal staan. Ruimte om te leven: Een leefomgeving die mensen als prettig en veilig ervaren en die uitnodigt tot sociaal en gezond gedrag. Optimale kansen: Gelijke kansen voor iedereen om zijn talenten te ontwikkelen en werk te doen dat ertoe doet. Wereld die me ziet: Een samenleving waarin iedereen zich gezien, gehoord en gewaardeerd voelt. Deze waarden vormen nu niet alleen de basis van het gemeentelijke beleid. Ook de sociale partners in de stad hebben deze waarden omarmd. Zie ook website Agenda Sociaal 013 Agenda Sociaal 013
De gemeente Tilburg is gestart met het toekomsttraject Tilburg in 2050 inclusief een Omgevingsvisie 2050. In dit traject staan sociale, ecologische en ruimtelijke uitdagingen centraal, zoals een omvangrijke bouwopgave, duurzame ontwikkelingen van energie en omgeving en de bestaande dynamiek van de (kennis)economie. Voor de zowel de toekomstvisie als de omgevingsvisie is door onderzoeksbureau Het PON Telos de Brede Welvaart foto gemaakt van Tilburg, die laat zien hoe Tilburg er anno 2023 voorstaat bezien vanuit het perspectief van brede welvaart. De gemeente Tilburg heeft in de afgelopen jaren een aantal belangrijke stappen voorwaarts gezet op brede welvaart. Zo laat de gemeente relatief goede scores zien op de thema’s Energie & grondstoffen, Arbeid & vrije tijd en Onderwijs & kennis. Deze scores op deze thema’s nemen de laatste jaren ook toe. Welbevinden & vertrouwen en Bereikbaarheid & mobiliteit laten daarnaast ook een positieve ontwikkeling zien. Aan de andere kant vinden we een negatieve ontwikkeling terug bij de thema’s Sociale cohesie & participatie, Voeding & ecosystemen, Gezondheid & leefstijl en Wonen & woonomgeving.
Tilburg in vergelijkend perspectief De gemeente Tilburg is vergeleken met andere Nederlandse gemeenten. De vergelijking heeft plaatsgevonden op basis van inwoneraantal en daarnaast op een aantal kwalitatieve kenmerken die resulteren in vergelijkingen met typologisch gelijke gemeenten, te weten: groeigemeenten, centrumgemeenten, toeristische gemeenten, voormalig industrie gemeenten en studentensteden. In die vergelijking zien we dat de thema’s Energie & grondstoffen, Kunst & cultuur, Arbeid & vrije tijd en Lucht & klimaat beter scoren in de gemeente Tilburg. Materiële welvaart & inkomen, Bodem & oppervlaktewater en Sociale cohesie & participatie scoren daarentegen in deze vergelijking juist minder goed dan het gemiddelde van de Nederlandse gemeenten.
Aandachtspunten Uit de Brede Welvaart foto halen we een aantal aandachtspunten: • Over de hele linie staan de ecologische thema’s zwaar onder druk in de gemeente Tilburg. Kwaliteit van bodem en oppervlaktewater is beneden peil, voor soortenrijkdom en rode lijst soorten geldt hetzelfde. Het stikstofdossier is een blijvend aandachtspunt. • Veiligheid is een issue in de gemeente Tilburg, zowel voor delicten, slachtofferschap als voor verkeersveiligheid. • Wat betref gezondheid vertonen veel inwoners in Tilburg riskant gedrag (overmatig alcoholgebruik, roken en overgewicht). • De gemeente Tilburg beschikt over een sterke kennisinfrastructuur met een relatief gezonde arbeidsmarkt, tegelijkertijd profiteert niet iedereen daarvan mee in de stad. Bijstand, (buffer)vermogen huishoudens en arme huishoudens scoren (ruim) onder de maat. • Participatie staat onder druk in de gemeente Tilburg. Het aantal sociale contacten en het aantal vrijwilligers neemt af (mede als nasleep van de COVID-19 pandemie) en eenzaamheid neemt toe in de gemeente.
Geografische verdieping Bij het opstellen van de Brede Welvaart foto is ook ingezoomd op de buurten, wijken en dorpen in de gemeente Tilburg. De gemeente is geen homogeen gebied is. In algemene zin zien we dat de buurten in de Reeshof, het oosten en de dorpen beter scoren dan de buurten die gelegen zijn in het centrum, zuiden, noorden en centrum-west. Met name op de sociaaleconomische aspecten van de foto zijn deze scheidslijnen duidelijk zichtbaar. In de rapportage van de Brede Welvaart foto worden een aantal gebieden, te weten de dorpen in de gemeente Tilburg, Tilburg-Noord en Tilburg-West/Kenniskwartier, verder uitgelicht.
Tilburg in 2050 De Brede Welvaart foto van Tilburg onderstreept niet alleen de behaalde successen maar benadrukt tevens urgente kwesties die aandacht en actie vereisen. Tilburg staat voor de uitdaging om de economische en ecologische agenda te verbinden met een inclusief sociaal-cultureel programma om tweedeling tegen te gaan en een duurzame, welvarende toekomst te waarborgen. Uit de foto blijkt dat er zich patronen vormen die een scherpe blik op (groepen) mensen en specifieke plekken in de gemeente vereisen. Op veel plekken waar het goed ging gaat het beter, en op een aantal plekken waar het minder ging nog steeds. Of zelfs slechter dan eerst. Verschillen lijken zich daarmee te verdiepen en vragen om aandacht. In dit proces is een brede aanpak essentieel, alles is met elkaar verbonden en dus is het nodig om samen te werken binnen de thema’s van brede welvaart. De foto kan zo gebruikt worden als leidraad voor verdere verkenning en actie. Het biedt de nodige aanknopingspunten om op in te zetten met het oog op een breed welvarend Tilburg in 2050. Het geeft signalen over waar kansen liggen en waar het mogelijk schuurt en biedt daarmee richting voor een verdere analyse van handelingsperspectief op beleid en daaraan gekoppeld vervolgonderzoek. Zie Brede Welvaart foto - Tilburg in 2050
In opdracht van BrabantKennis heeft Atlas Research de sociaaleconomische ongelijkheid in Brabant in kaart gebracht. Zij onderscheiden een aantal thema’s waarlangs scheidslijnen in de samenleving kunnen ontstaan. Scheidslijnen tussen groepen mensen worden mede veroorzaakt door een accumulatie van verschillen tussen deze groepen. En wanneer steeds dezelfde groep aan het kortste eind trekt, kan een scheidslijn een breuklijn worden. In het rapport beschrijven zij de situatie in Noord-Brabant. Zij vergelijken deze met Nederland in het geheel en laten zien langs welke scheidslijnen (potentiële) breuklijnen in Brabant kunnen worden. De volgende thema’s komen in dit onderzoek aan bod: arbeidsmarkt, inkomen en vermogen, leefbaarheid en veiligheid, gezondheid en welzijn, vertrouwen en sociale cohesie. Daarnaast is onderzocht welke kenmerken van mensen en hun woonlocaties (geslacht, leeftijd, herkomst, opleiding en stedelijkheid) de grootste scheidslijn vormen – en in hoeverre Brabant hierin afwijkt van het Nederlands gemiddelde. West versus Oost Brabant West-Brabant scoort ongunstiger dan Oost-Brabant.